Beleidsregels staanplaatsvergunningen en aanwijzing staanplaatsen Amsterdam

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 02-06-2026

Intitulé

Beleidsregels staanplaatsvergunningen en aanwijzing staanplaatsen Amsterdam

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam;

gelet op artikel 4:81 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht in combinatie met de artikelen 3.1 lid 1, 3.4 lid 1 en 5.1 onder c van de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten;

en gelet op artikel 3.4 lid 3 van de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten;

Gezien de in februari 2026 georganiseerde bijeenkomst met gevestigde oliebollenverkopers vanaf een solitaire staanplaats en de wethouder, de consultatie van kerstbomenverkopers vanaf een solitaire staanplaats in maart 2026, de consultatie van de dagelijks bestuurders van de stadsdelen en de bestuurscommissie van het stadsgebied in februari 2026 en de in 2025 en 2026 opgestelde onderzoeksrapporten van Bureau voor Economische Argumentatie over de terugverdientijd van investeringen voor verkopers van oliebollen en kerstbomen vanaf een solitaire staanplaats in Amsterdam;

besluit de volgende regeling vast te stellen:

Beleidsregels staanplaatsvergunningen en aanwijzing staanplaatsen Amsterdam

Artikel 1 looptijd nieuwe staanplaatsvergunningen

Nieuwe reguliere staanplaatsvergunningen - niet zijnde staanplaatsvergunningen die worden vergund op grond van een bijzondere regeling – en nieuwe vergunningen voor solitaire staanplaatsen voor de verkoop van oliebollen in de periode van oktober tot en met het einde van de kerstvakantie worden verleend voor een periode van 10 jaar, tenzij er locatiegebonden redenen zijn voor een kortere looptijd.

Artikel 2 looptijd nieuwe staanplaatsvergunningen kerstbomen

Nieuwe vergunningen voor solitaire staanplaatsen voor de verkoop van kerstbomen vanaf half november tot en met december worden verleend voor een periode van 5 jaar tenzij er locatiegebonden redenen zijn voor een kortere looptijd.

Artikel 3 looptijd verleende reguliere staanplaatsvergunningen

Verleende reguliere staanplaatsvergunningen met een looptijd korter dan 10 jaar - niet zijnde staanplaatsvergunningen die worden vergund op grond van een bijzondere regeling - worden ambtshalve gewijzigd in vergunningen met een looptijd van 10 jaar, tenzij er locatiegebonden redenen zijn voor een kortere looptijd.

Artikel 4 staanplaatsen niet toedelen met sollicitantenlijst

Staan- en ligplaatsen buiten de markten worden op grond van artikel 3.4, derde lid van de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten aangewezen als plaatsen waarop de artikelen 3.2 en 3.3 van die Verordening niet van toepassing zijn.

Artikel 5 verdeling staanplaatsen door loting, selectiecriteria of als overgangsfase

  • 1. Staan- en ligplaatsen buiten de markten - niet zijnde staanplaatsvergunningen die worden vergund op grond van een bijzondere regeling –worden toegewezen op basis van loting, tenzij het dagelijks bestuur van het betreffende stadsdeel of de bestuurscommissie van het stadsgebied nadere regels met selectiecriteria voor de uitgifte van de staan- of ligplaats heeft vastgesteld.

  • 2. Het dagelijks bestuur of de bestuurscommissie kan bepalen dat, als er binnen de aanvraagtermijn geen aanvragen worden ingediend, de vergunning wordt verleend aan de eerste ondernemer die binnen een door het dagelijks bestuur of de bestuurscommissie te bepalen termijn een aanvraag indient, mits die ondernemer aan de voorwaarden voldoet.

  • 3. In afwijking van het eerste lid wordt een solitaire staanplaats voor de verkoop van oliebollen of kerstbomen als overgangsfase eenmalig op aanvraag toegewezen aan de houder van de vergunning voor die staanplaats voor seizoen 2025, tenzij er locatiegebonden redenen zijn om de staanplaats niet meer uit te geven.

Artikel 6 kerstbomenverkoop bij staanplaats bloemen en planten

Aan houders van een vergunning voor seizoen 2025 voor de verkoop van kerstbomen bij een staanplaats voor de verkoop van bloemen en planten wordt op aanvraag uitbreiding van hun reguliere staanplaatsvergunning verleend voor de verkoop van kerstbomen vanaf half november tot en met december, tenzij er locatiegebonden redenen zijn om de verkoop van kerstbomen niet meer toe te staan.

Artikel 7 geen aanwijzing van gebieden of locaties voor initiatiefplaatsen

Er worden geen gebieden of locaties meer aangewezen op grond van artikel 3.4, eerste lid van de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten als gebied of locatie waar vergunningen voor initiatiefplaatsen kunnen worden verleend.

Artikel 8 intrekken aanwijzingen gebieden of locaties voor initiatiefplaatsen

Bestaande aanwijzingen op grond van artikel 3.4 lid 1 van de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten worden ingetrokken.

Artikel 10 inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 11 citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregels staanplaatsvergunningen en aanwijzing staanplaatsen Amsterdam.

Ondertekening

Vastgesteld op 19 mei 2026,

De burgemeester

Femke Halsema

De gemeentesecretaris

Catrien Lenstra

Toelichting

Algemeen

De Europese Dienstenrichtlijn heeft gevolgen voor schaarse vergunningstelsels. Amsterdamse staanplaatsvergunningen zijn schaars omdat de openbare ruimte voor staanplaatsen beperkt is (fysieke schaarste). Daarnaast moet de openbare ruimte ook voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt en moet bij de invulling van deze ruimte telkens een afweging worden gemaakt (beleidsmatige schaarste). Dat de openbare ruimte schaars is wordt ook vastgesteld in de in 2017 door de gemeenteraad vastgestelde Visie Openbare Ruimte 2025. Bovendien constateert het college in het in 2018 vastgestelde Ruimtelijk- economisch kader voor verkooppunten in de openbare ruimte, gemeente Amsterdam (REK) dat verkooppunten in de openbare ruimte, zoals staanplaatsen, in de schaarse openbare ruimte al gauw een obstakel kunnen vormen. Op grond van dit kader maakt het college telkens een afweging of en waar (nieuwe) verkooppunten in de schaarse openbare ruimte inpasbaar en wenselijk zijn. Bij de vergunningverlening wijst de gemeente specifieke locaties aan waar verkoopactiviteiten in de schaarse openbare ruimte plaats mogen vinden. Het is niet de intentie van de gemeente om een ongelimiteerd aantal locaties aan te wijzen, hetgeen de schaarste van staanplaatsvergunningen onderstreept. Verder is het met de afschaffing van initiatiefplaatsen (artikel 7.) voor initiatiefnemers niet meer mogelijk om op initiatief en zonder mededinging een staanplaatsvergunning toegewezen te krijgen.

De dagelijks besturen van de stadsdelen en de bestuurscommissie van stadsgebied Weesp zijn gemandateerd om nieuwe staanplaatsvergunningen te verlenen (zie artikel 1.). Een vergunning kan alleen worden verleend als de staanplaats inpasbaar is in de schaarse openbare ruimte. Daarom wordt eerst getoetst of een staanplaats is opgenomen in het omgevingsplan. Als dat niet het geval is vraagt het dagelijks bestuur of de bestuurscommissie desgewenst een omgevingsvergunning aan voor een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA).

Sinds het vaststellen van een kader in 2023 en een regeling in 2024 (zie volgende passages) kan het dagelijks bestuur of de bestuurscommissie, in het geval van ruimtelijke inpasbaarheid, besluiten om een nieuwe staanplaatsvergunning vrij te geven voor open inschrijving. Hierbij kunnen alle gegadigden hun interesse uiten. Voorafgaand aan dit besluit wordt tevens het bovengenoemde REK als afwegingskader toegepast. In het geval van meerdere gegadigden voor één vergunning wordt de vergunning verloot, tenzij het dagelijks bestuur of de bestuurscommissie besluit selectiecriteria vast te stellen. Inmiddels is ervaring opgedaan met de bovenbeschreven werkwijze voor de vergunningverlening. Recent is gebleken dat meer gegadigden zich aanmelden voor dezelfde staanplaatsvergunning, hetgeen de schaarste hiervan illustreert.

Een schaars vergunningstelsel moet op grond van de Europese Dienstenrichtlijn voldoen aan het gelijkheidsbeginsel. Dat wil zeggen dat alle potentiële gegadigden, waaronder nieuwkomers, een gelijke en reële kans moeten hebben op die schaarse vergunning. Dit betekent, onder meer, dat staanplaatsvergunningen niet voor onbepaalde tijd mogen worden verleend. Dit belemmert namelijk de toegang voor potentiële nieuwkomers. Daarom heeft het college in 2023 een Kader vastgesteld op grond waarvan nieuwe staanplaatsvergunningen voor bepaalde tijd worden verleend (Kader voor de dagelijks besturen van de stadsdelen en het stadsgebied voor het verlenen van nieuwe staanplaatsvergunningen met een beperkte looptijd en het verlengen van verleende staanplaatsvergunningen met een beperkte looptijd, op grond van artikel 1 van het bevoegdhedenregister, behorend bij de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022, verder: het Kader).

Toewijzing van een schaarse staanplaatsvergunning aan de hand van een sollicitantenlijst (wachtlijst) is eveneens op grond van de Europese Dienstenrichtlijn niet toegestaan omdat dit nieuwkomers nauwelijks de kans biedt op een vergunning. Ook het uitsluitend toewijzen van een vergunning aan een initiatiefnemer, zoals dit tot 2024 mogelijk was (zie artikel 7.), biedt andere gegadigden niet de mogelijkheid om hun interesse in de vergunning te uiten. In 2024 stelde het college daarom vervolgens een Regeling vast met beleidsregels voor de verlening van staanplaatsvergunningen en de aanwijzing van staan- en ligplaatsen buiten de markten als plaatsen waarop artikel 3.4 lid 3 van de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten niet van toepassing is (Regeling aanwijzing staan- en ligplaatsen buiten de markt zonder sollicitantenlijst en beleidsregel over het niet meer aanwijzen van gebieden of locaties voor initiatiefplaatsen, verder: de Regeling) . Door de aanwijzing worden nieuwe staanplaatsvergunningen niet meer verleend door middel van de sollicitantenlijst en is de mogelijkheid tot initiatiefplaatsen afgeschaft.

Zowel het Kader als de Regeling moeten worden aangepast omdat de verlening van vergunningen voor de verkoop van oliebollen en kerstbomen vanaf een solitaire staanplaats voortaan voor respectievelijk 10 en 5 jaar geschiedt, tenzij er locatiegebonden redenen zijn voor een kortere looptijd, en omdat gevestigde ondernemers voor de verkoop van oliebollen en kerstbomen vanaf een solitaire staanplaats eenmalig als overgangsregeling op aanvraag een vergunning voor bepaalde tijd wordt verleend. Daarnaast wordt ondernemers die het gehele jaar bloemen en planten verkopen vanaf een reguliere staanplaats en die vanaf half november tot en met december kerstbomen verkopen vanaf een staanplaats die is verbonden aan de reguliere staanplaats op aanvraag voor die maanden een uitbreiding van hun staanplaatsvergunning verleend. Verder is het wenselijk om het dagelijks bestuur en bestuurscommissie de mogelijkheid te bieden om een vergunning voor een staanplaats te verlenen aan de eerste ondernemer die een aanvraag indient, als er binnen de termijn voor open inschrijving geen vergunningaanvraag is ingediend. Van het feit dat de regelingen moeten worden aangepast wordt gebruik gemaakt om het Kader en de Regeling samen te voegen tot de onderhavige regeling.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 looptijd nieuwe staanplaatsvergunningen en Artikel 2 looptijd nieuwe staanplaatsvergunningen kerstbomen

De Europese Dienstenrichtlijn staat in geval van een schaars vergunningenstelsel vergunningverlening voor onbepaalde tijd niet toe, aangezien dit de toegang tot deelname door nieuwkomers belemmert. Dit betekent dat nieuwe staanplaatsvergunningen alleen nog mogen worden verleend voor een passende bepaalde looptijd. Reeds verleende staanplaatsvergunningen met een beperkte looptijd worden verlengd tot maximaal de genoemde passende looptijd, tenzij er locatiegebonden redenen zijn voor een kortere looptijd. Uit de Europese Dienstenrichtlijn volgt dat bij de vaststelling van een passende looptijd rekening moet worden gehouden met de terugverdientijd van door de vergunninghouder gemaakte investeringen en een redelijk rendement hierop.

De bevoegdheid voor het verlenen en verlengen van staanplaatsvergunningen is op grond van het bevoegdhedenregister, behorend bij de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022, gemandateerd aan de dagelijks besturen van de stadsdelen en het stadsgebied Weesp. Het college stelt de kaders vast waarbinnen de dagelijks besturen hierover kunnen beslissen. Het onderhavige besluit betreft een kader in deze zin.

Overwegingen bij het bepalen van een passende looptijd van staanplaatsvergunningen.

Bij het bepalen van de looptijd van staanplaatsvergunningen speelt het volgende een rol:

  • -

    markttoetreding door nieuwkomers mag - in geval van een schaars vergunningstelsel - op grond van de Europese Dienstenrichtlijn niet onnodig worden belemmerd;

  • -

    bij de looptijd van vergunningen dient vanuit algemeen belang rekening te worden gehouden met mogelijke toekomstige ingrepen in de openbare ruimte;

  • -

    de looptijd van vergunningen dient voor ondernemers toereikend te zijn om gedane investeringen terug te kunnen verdienen en hierop een redelijk rendement te behalen.

De artikelen 1 en 2 hebben betrekking op de looptijd van reguliere staanplaatsvergunningen die het gehele jaar geldig zijn en op vergunningen voor solitaire staanplaatsen voor de verkoop van oliebollen in de periode van oktober tot en met het einde van de kerstvakantie. Met een solitaire staanplaats wordt gedoeld op een staanplaats die niet verbonden is aan bijvoorbeeld een reguliere staanplaats voor de verkoop van bloemen en planten of aan een winkel.

Artikel 1 en artikel 2 hebben geen gevolgen voor staanplaatsen die worden vergund op grond van een bijzondere regeling. Met bijzondere staanplaatsregelingen wordt gedoeld op: 1) de zomer- en winterroulatieregeling voor verkopers van ijs en hotdogs in Centrum en Zuid en, 2) staanplaatsen bij evenementen in de Johan Cruijff Arena. Vergunning van staanplaatsen op grond van de bovengenoemde regelingen vindt elk jaar opnieuw of per gebeurtenis/evenement plaats. Om deze reden hebben deze staanplaatsvergunningen al een beperkte looptijd.

Nieuwe reguliere staanplaatsvergunningen en nieuwe vergunningen voor de verkoop van oliebollen vanaf een solitaire staanplaats worden verleend voor een periode van 10 jaar en nieuwe vergunningen voor de verkoop van kerstbomen vanaf een solitaire staanplaats worden verleend voor een periode van 5 jaar, tenzij er locatiegebonden redenen zijn voor een kortere looptijd.

Een looptijd van 10 jaar voor nieuwe reguliere staanplaatsvergunningen betreft de maximaal aanvaardbare termijn voor de gemeente, gezien de continu veranderende opgaven en behoeften in de openbare ruimte op het vlak van o.a. mobiliteit, toegankelijkheid, verkeersveiligheid en verblijfskwaliteit. De genoemde maximale looptijd betekent dat de gemeente bij het beoordelen van de vergunningaanvraag tot op zekere hoogte kan inschatten of op de beoogde locatie ingrijpende wijzigingen in de inrichting van een straat of plein te verwachten zijn gedurende de vergunde periode. Indien hierover bij de vergunningverlening al enige twijfel bestaat, bijvoorbeeld omdat er in een gebied al wensen of voornemens zijn met betrekking tot een wijziging van de openbare ruimte maar nog geen concrete plannen, kan besloten worden een vergunning niet te verlenen of te verlenen met een kortere looptijd dan 10 jaar (zie verderop).

Bij de vaststelling van het Kader was rekening gehouden met het rapport van SEO Economisch Onderzoek uit 2021, waarin gemiddelde en mediane terugverdientijden in de ambulante handel respectievelijk werden geraamd op 9 tot 12 jaar en 5 tot 7 jaar. Hierbij moet worden opgemerkt dat mediane cijfers beter corrigeren voor uitschieters dan gemiddelden. Een looptijd van 10 jaar moest in dat licht beschouwd worden als voldoende om de benodigde investeringen met een redelijk rendement te kunnen terugverdienen. Bovendien zijn de ramingen van SEO gebaseerd op historische gegevens. Het is aannemelijk dat ondernemers bij het verkrijgen van een nieuwe vergunning (toekomstige) investeringen en daarmee gepaard gaande terugverdientijden afstemmen op de dan geldende vergunningsduur. In februari 2025 heeft SEO Economisch Onderzoek een nieuw rapport uitgebracht: Terugverdientijd in de Ambulante handel een update van het SEO-rapport uit 2021. Hierin staat: In 2024 ligt de gemiddelde terugverdientijd voor gedane investeringen door ambulante handelaren op tussen de acht en elf jaar (…) De bovengrens houdt rekening met een redelijke vergoeding op geïnvesteerd vermogen en een minimuminkomen voor ondernemers. De ondergrens houdt enkel rekening met een redelijke vergoeding op geïnvesteerd vermogen. In vergelijking met de vorige meting – minimaal negen en maximaal twaalf jaar – vertonen deze resultaten geen statistisch significante veranderingen. Hieruit concluderen we dat de update van de analyse geen aanleiding geeft om de eerder vastgestelde terugverdientijd aan te passen.

Bij de looptijd van staanplaatsvergunningen voor de verkoop van oliebollen en kerstbomen is rekening gehouden met de onderzoeksrapporten van Bureau voor Economische Argumentatie (BEA): “Seizoenstaanplaatsen voor oliebollen in Amsterdam” respectievelijk “Pieken met Kerst”. Uit het onderzoek van BEA blijkt dat ambulante oliebollenverkopers in de meest gangbare situatie 7 tot 8 jaar nodig hebben om investeringen terug te verdienen. Omdat het ook tijd kost om een klantenkring op te bouwen is een vergunningsduur van 10 jaar passend. De terugverdientijd van investeringen door verkopers van kerstbomen komt volgens het onderzoek van BEA neer op ruim een jaar. Rekening houdend met een aanlooptijd voor het opbouwen van een klantenkring is een looptijd van 5 jaar passend.

Daarnaast bestaat altijd de kans dat tussentijds werkzaamheden of wijzigingen moeten plaatsvinden op een locatie, die niet met een termijn van 10 (of 5) jaar te voorzien zijn. Het is daarom noodzakelijk om in iedere staanplaatsvergunning een clausule op te nemen waarmee wordt geborgd dat deze kan worden ingetrokken bij gewijzigde omstandigheden in de openbare ruimte. Dit kan bijvoorbeeld gaan om ingrepen omwille van onderhoud, verkeersveiligheid, doorstroming, toegankelijkheid, klimaatadaptatie, vergroening, energietransitie en rioolwerkzaamheden. In de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten is de hiervoor benodigde grondslag opgenomen.

Locatiegebonden redenen kunnen aanleiding vormen om nieuwe staanplaatsvergunningen met een kortere looptijd (van bijvoorbeeld 3 jaar) te verlenen. Dit kan zijn indien het gaat om een staanplaats op een locatie waarvan het wenselijk is om de invulling hiervan niet voor een langere periode vast te leggen. Bijvoorbeeld omdat de locatie een gebied betreft dat in ontwikkeling is, of waar een herinrichting van de openbare ruimte wordt voorzien. De dagelijks besturen van de stadsdelen en de bestuurscommissie van het stadsgebied dienen hiervoor gekwalificeerd advies te vragen aan de directies van Verkeer en Openbare Ruimte (V&OR) en Economische Zaken en Cultuur (EZC) ten behoeve van een zorgvuldige afweging en rechtsgelijkheid in de gehele gemeente.

De reden voor de kortere looptijd wordt opgenomen in de vergunning. Mocht blijken dat deze omstandigheid zich op het moment van aflopen van de looptijd niet voordoet is, dan kan de vergunning worden verlengd, al dan niet tot een moment dat wordt verwacht dat de omstandigheid zich alsnog voordoet. Dit kan betekenen dat een vergunning vaker dan één keer wordt verlengd. Verlenging mag er echter niet toe leiden dat de totale looptijd van de vergunning langer wordt dan 10 jaar voor reguliere staanplaatsen en voor solitaire staanplaatsen voor de verkoop van oliebollen. In het geval van een vergunning voor een solitaire staanplaats voor de verkoop van kerstbomen mag verlenging er niet toe leiden dat de totale looptijd langer wordt dan 5 jaar. Van de mogelijkheid tot vergunningverlenging in het geval van een vergunning met een looptijd korter dan 10 of 5 jaar wordt voorafgaand aan de uitgifte van de vergunning kennisgegeven.

Artikel 3 looptijd verleende reguliere staanplaatsvergunningen

Gezien het feit dat nieuwe reguliere staanplaatsvergunningen voor 10 jaar worden verleend is het redelijk om reeds verleende staanplaatsvergunningen met een looptijd korter dan 10 jaar om te zetten naar een looptijd van 10 jaar. Dit biedt bestaande vergunninghouders gelijke mogelijkheid als nieuwe vergunninghouders om investeringen binnen een redelijke termijn terug te verdienen. Verlenging tot 10 jaar is alleen mogelijk indien er geen locatiegebonden redenen zijn om een kortere looptijd te hanteren. Dit laatste kan opgaan indien het gaat om een locatie die in ontwikkeling is, of waar een herinrichting van de openbare ruimte of een uitbreiding van voorzieningen worden voorzien (zie hierboven).

Artikel 4 staanplaatsen niet toedelen met sollicitantenlijst

Staan- en ligplaatsvergunningen zijn schaarse vergunningen omdat deze beperkt beschikbaar zijn, zowel fysiek als beleidsmatig. Een vergunningstelsel voor schaarse vergunningen moet op grond van de Europese Dienstenrichtlijn voldoen aan het gelijkheidsbeginsel. Dat wil zeggen dat potentiële gegadigden een gelijke kans moeten hebben op die schaarse vergunning.

Het toewijzen van staanplaatsvergunningen door middel van een sollicitantenlijst voldoet niet aan het gelijkheidsbeginsel.

De voormalige sollicitantenlijst bevatte een groot aantal inschrijvingen. Ongeveer de helft van de inschrijvingen betrof een inschrijving langer dan tien jaar. In geval van een vrijgekomen lijstplaats maakten over het algemeen ongeveer 5 tot 10 sollicitanten hun belangstelling hiervoor kenbaar. Geconcludeerd kan worden dat nieuwkomers op de sollicitantenlijst geen reële kans hadden op een lijstplaats, omdat deze doorgaans werd toegewezen aan gegadigden die (veel) langer op de sollicitantenlijst stonden.

Artikel 3.4, derde lid van de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten biedt het college de mogelijkheid om staan-of ligplaatsen aan te wijzen waarop toewijzing op grond van de sollicitantenlijst niet van toepassing is. Met het onderhavige besluit wijst het college alle (huidige en toekomstige) staan-en ligplaatsen als zodanig aan. Dat betekent dat de artikelen 3.2 en 3.3 van de genoemde verordening, die zien op het toewijzen van een lijstplaats op grond van de sollicitantenlijst, niet meer worden toegepast. Toewijzing van een lijstplaats op grond van de sollicitantenlijst is niet mogelijk.

Artikel 5 verdeling staanplaatsen door loting, selectiecriteria of als overgangsfase

Lid 1

In samenhang met artikel 4, waaruit voortvloeit dat staan- en ligplaatsen niet meer worden toegewezen met behulp van de sollicitantenlijst, wordt vastgesteld hoe staanplaatsen wél worden toegewezen. Beschikbare staanplaatsvergunningen worden toegewezen aan aanvragers na loting, tenzij het dagelijks bestuur of de bestuurscommissie besluit selectiecriteria vast te stellen.

Artikel 5.1, aanhef en onder c van de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten biedt het college de mogelijkheid om nadere regels vast te stellen over de uitgifte van staanplaatsen buiten de markt. Deze bevoegdheid is gedelegeerd aan de dagelijkse besturen van de stadsdelen en aan de bestuurscommissie van het stadsgebied.

Op grond van dit besluit blijft de mogelijkheid voor de dagelijkse besturen om bij de uitgifte van een plaats nadere toewijzingsregels en criteria vast te stellen in stand, maar geldt dat bij afwezigheid daarvan toewijzing door middel van loting zal geschieden.

Uiteraard moet de gang van zaken bij een loting kenbaar en transparant zijn. Uitvoering door een notaris is geen vereiste om aan die voorwaarden te voldoen.

Vergunningen die worden verleend op grond van een bijzondere regeling worden niet verloot. Het betreft de zomer- en winterroulatieregeling voor verkopers van ijs en hotdogs in Centrum en Zuid en staanplaatsen bij evenementen in de Johan Cruijff Arena. Vergunning van staanplaatsen op grond van de bovengenoemde regelingen vindt elk jaar opnieuw of per gebeurtenis/evenement plaats. De wijze van verdeling van deze vergunningen is opgenomen in de regelingen en geschiedt op basis van anciënniteit.

Lid 2

Als er geen aanvragen worden ingediend binnen de aanvraagtermijn, kan een vergunning worden verleend aan de eerste ondernemer die na de aanvraagtermijn een aanvraag indient en die voldoet aan de voorwaarden. Het dagelijks bestuur bepaalt de termijn gedurende welke de vergunning wordt verleend volgens dit systeem van wie-het- eerst-komt.

Lid 3

Op grond van de Europese Dienstenrichtlijn mogen schaarse vergunningen voor de verkoop van oliebollen of kerstbomen vanaf een solitaire staanplaats niet ieder jaar opnieuw aan dezelfde gevestigde ondernemers worden verstrekt. Deze wijze van vergunningverlening biedt nieuwkomers niet tot nauwelijks de mogelijkheid tot toetreding. Als overgangsregeling krijgen de houders van een vergunning in seizoen 2025 eenmalig een vergunning voor bepaalde tijd. De looptijd van deze vergunning is afgestemd op de tijd die voor ondernemers benodigd is om noodzakelijke investeringen terug te verdienen (zie de artikelen 1 en 2).

Artikel 6 kerstbomenverkoop bij staanplaats bloemen en planten

Ondernemers die het gehele jaar bloemen en planten verkopen vanaf een reguliere staanplaats en die vanaf half november tot en met december kerstbomen verkopen vanaf een staanplaats die is verbonden aan de reguliere staanplaats wordt op aanvraag voor die maanden een uitbreiding van hun staanplaatsvergunning verleend. De betreffende ondernemers zijn de enige mogelijke gegadigde voor deze uitbreiding van de vergunning.

Artikel 7 geen aanwijzing van gebieden of locaties voor initiatiefplaatsen

Initiatiefplaatsen, zoals deze werden toegewezen vóór vaststelling van de Regeling, verschilden in twee opzichten van lijstplaatsen buiten de markt. Een initiatief kwam alleen voor honorering in aanmerking als de plaats was gelegen binnen een gebied of locatie waarvan het college had aangegeven dat aldaar vergunningen voor initiatiefplaatsen konden worden verleend. Tweede bijzonderheid is dat een vergunning voor een gehonoreerde initiatiefplaats eerst werd aangeboden aan de initiatiefnemer. Andere potentiële gegadigden hadden geen reële kans op een vergunning voor de betreffende initiatiefplaats.

De voormalige wijze van toedeling van vergunningen voor initiatiefplaatsen is in strijd met het gelijkheidsbeginsel. De bepalingen over initiatiefplaatsen in de verordening mogen daarom niet meer worden gehanteerd. Er wordt daarom geen gebruik meer gemaakt van de bevoegdheid op grond van artikel 3.4 lid 1 van de Verordening staan en ligplaatsen buiten de markt en venten om gebieden of locaties aan te wijzen waar vergunningen voor initiatiefplaatsen kunnen worden verleend. Ondernemers kunnen nog wel de gemeente verzoeken om op een bepaalde locatie een staanplaats mogelijk te maken. Indien na afweging besloten wordt dat een nieuwe staanplaats wenselijk is, zal het dagelijks bestuur of de bestuurscommissie dat bekend maken en kunnen alle gegadigden een aanvraag voor een vergunning indienen. De toewijzing gaat middels loting of nadere regels, zoals opgenomen in artikel 5 van de onderhavige regeling.

Artikel 8. intrekken aanwijzingen gebieden of locaties voor initiatiefplaatsen

Aanwijzingen van bestaande gebieden en locaties voor initiatiefplaatsen worden hiermee ingetrokken, waarmee ook daar de mogelijkheid om initiatiefplaatsen aan te wijzen onmogelijk wordt gemaakt.

Artikel 9 intrekking Kader en Regeling

Omdat het Kader en de Regeling worden samengevoegd worden deze regelingen ingetrokken.