Regeling vervalt per 31-12-2027

Nadere regel subsidie tijdelijke investering in voor- en vroegschoolse educatie gemeente Utrecht

Geldend van 28-03-2025 t/m 30-12-2027

Intitulé

Nadere regel subsidie tijdelijke investering in voor- en vroegschoolse educatie gemeente Utrecht

Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;

  • gelet op artikel 156 lid 3 Gemeentewet;

  • gelet op artikel 3 lid 2 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Utrecht;

Gezien:

  • De wet Kinderopvang;

  • Regeling wet Kinderopvang;

  • Besluit kwaliteit kinderopvang;

  • De wet Primair Onderwijs;

  • Het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;

  • De Nota van uitgangspunten Passende Kinderopvang vanaf 2024;

  • De verordening Onderwijshuisvesting;

  • De Utrechtse Onderwijs Agenda;

  • Het Utrechts kwaliteitskader (UKK);

  • Beleidsregel toezicht & handhaving kwaliteit kinderopvang gemeente Utrecht.

Overwegende dat:

  • Voor- en vroegschoolse educatie er is voor het vergroten van onderwijskansen van kinderen. Het gaat om kinderen tussen 2 en 6 jaar die risico lopen op een onderwijsachterstand. Door vroeg- en voorschoolse educatie hebben ze een betere start op de basisschool;

  • Utrecht ongelijk wil investeren voor gelijke kansen en met deze regeling wordt specifiek ingezet op kinderen met een (risico op) taal- en/of ontwikkelingsachterstand of ondersteuningsbehoefte.

Besluiten vast te stellen de volgende Nadere regel subsidie tijdelijke investering in voor- en vroegschoolse educatie gemeente Utrecht.

Artikel 1 Definities

Deze nadere regel verstaat onder:

  • Asv: de Algemene subsidieverordening gemeente Utrecht;

  • Awb : de Algemene wet bestuursrecht;

  • B urgemeester en wethouders:burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;

  • Dagopvang: kindercentrum met opvang voor kinderen in de leeftijd van 0 en 4 jaar voor hele dagen (meestal tussen 07.00 en 19.00);

  • Doorgaande leerlijn: verdeling van het curriculum over de schooljaren waarbij leerinhoud en het onderwijsresultaat van verschillende schooltypen (voorschoolse educatie, primair onderwijs, voortgezet onderwijs en vervolgonderwijs) naadloos op elkaar aansluiten;

  • Horizontale groep: een groep met kinderen van dezelfde leeftijd;

  • Kindercentrum: een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang, zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang en opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang;

  • Kortdurende opvang: Kindercentrum met opvang voor kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar voor een paar uur per dag (maximaal 6 uur);

  • Ouderbetrokkenheid: alle vormen van belangstellende betrokkenheid van de ouders bij de begeleiding van hun eigen kind, bij de groep waarin hun kind zit en bij de peuterspeelzaal of school als geheel en alle vormen van belangstellende betrokkenheid van de voorschoolse instelling of school bij de thuissituatie van het kind;

  • Team toeleiding voorschoolse educatie: team van de Jeugdgezondheidszorg dat ouders van kinderen met VE-indicatie ondersteunt als zij hun kun kind niet zelf aanmelden voor de VE;

  • Verticale groep: een groep in de kinderopvang met kinderen van verschillende leeftijden van nul tot vier jaar bij elkaar;

  • Voorschoolse educatie: intensieve educatie voor kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar bestaande uit activiteiten ter bevordering van de beheersing van (de Nederlandse) taal met het oog op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden conform besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie gericht op het zo kansrijk mogelijk instromen in het basisonderwijs;

  • Vroegschoolse educatie: uitvoering van een VVE-programma verzorgd in groep 1 en 2 van een basisschool als vervolg op de voorschoolse educatie. Bestaande uit activiteiten ter bevordering van de beheersing van (de Nederlandse) taal met het oog op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden en gericht op het zo kansrijk mogelijk doorstromen naar groep 3 van het basisonderwijs.

Artikel 2 Doel

Deze nadere regel draagt bij aan het beleidsdoel om kansengelijkheid van kinderen te vergroten door voor- en vroegschoolse educatie in de gemeente Utrecht te versterken, zodat ieder kind zich in die eerste belangrijke levensjaren zo goed mogelijk kan ontwikkelen en een goede start heeft in groep 3. Burgemeester en Wethouders willen met deze driejarige subsidieregeling, tijdelijk investeren in de volgende vier beleidsdoelen.

  • a.

    Stimuleren deelname aan de voor- en vroegschool

  • b.

    Bieden van passende ondersteuning

  • c.

    Stimuleren van (voor)lezen in de voorschool en thuis

  • d.

    Bevorderen van professionalisering en kennisdeling tussen de voorschool en de basisschool

Artikel 3 Eisen aan de subsidieaanvrager

De subsidie kan worden aangevraagd door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid.

Artikel 4 Vaststellen subsidieplafonds

  • 1. Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks de subsidieplafonds voor deze nadere regel vast middels de subsidiestaat. Deze nadere regel heeft de volgende subsidieplafonds:

    • a.

      Stimuleren deelname aan de voorschool (artikel 5 lid1 sub a onder i, ii en iii).

    • b.

      Stimuleren deelname aan de vroegschool (artikel 5 lid1 sub a onder iv).

    • c.

      Bieden van passende ondersteuning (artikel 5 lid1 sub b).

    • d.

      Stimuleren van (voor)lezen tot 2,5 jaar (artikel 5 lid1 sub c onder i).

    • e.

      Stimuleren van (voor)lezen in de voorschool en thuis 2,5-4 jaar (artikel 5 lid1 sub c onder ii).

    • f.

      Bevorderen van professionalisering en kennisdeling tussen de voorschool en de basisschool (artikel 5 lid1 sub d).

  • 2. De subsidieplafonds die na de beoordeling van de 1e indieningstermijn zoals genoemd in artikel 7 nog niet zijn uitgeput vormen tezamen één subsidieplafond dat aangevraagd kan worden voor alle activiteiten die genoemd worden onder de verschillende subsidieplafonds.

  • 3. De subsidieplafonds zijn onder voorbehoud van goedkeuring van de gemeentebegroting en zijn te vinden in de subsidiestaat van de gemeente Utrecht.

Artikel 5 Subsidiabele activiteiten

  • 1. De volgende activiteiten komen voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      Stimuleren deelname aan de voor- en vroegschool

      Voor artikel 5 lid1 sub a onder i, ii en iii geldt dat de subsidie uitsluitend kan worden aangevraagd door de bestaande houders van kindcentra die Voorschoolse Educatie uitvoeren in de gemeente Utrecht voor de periode 2024-2029. Voor artikel 5 lid1 sub a onder iv geldt dat de subsidie alleen kan worden aangevraagd door Utrechtse schoolbesturen primair onderwijs voor scholen die volgens het CBS een gemiddelde achterstandsscore hebben tussen de 0.8 en 1,25 en een spreidingsscore boven de 6,32 (gemiddelde spreidingsgetal in Utrecht).

      • i.

        Het uitvoeren van een vorm van voorschoolse educatie in Utrecht voor peuters van 2 jaar tot 2,5 jaar.

      • ii.

        Het organiseren van spelinlopen door een aanbieder van Voorschoolse Educatie voor ouders en kinderen (0 tot 2,5 jaar) om ouderbetrokkenheid te vergroten, informele oudernetwerken te versterken en ouders de handvatten te bieden om zelf ontwikkelingsgericht te kunnen spelen met hun kinderen.

      • iii.

        Het aanbieden van voorschoolse educatie in de dagopvang (in verticale of horizontale groepen) van dagen van 10 - 11 uur, waarvan 6 uur meetelt voor de VE-norm van 960 uur. Het aanbod in de groep moet voldoen aan de aanvullende landelijke VE-eisen (Deze eisen zijn neergelegd in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie) en de eisen zoals beschreven in de nadere regel subsidie Passende Kinderopvang 2024-2029.Om ervoor te zorgen dat er voldoende gekwalificeerd personeel is om voorschoolse educatie te bieden in de dagopvang stellen burgemeester en wethouders binnen deze maatregel middelen ter beschikking voor het volgen van Voorschoolse Educatie gerelateerde scholingen bij een algemeen erkend instituut.

      • iv.

        Het bieden van activiteiten ter verbetering van de taalprestaties van leerlingen (met) een risico op taalachterstand op Utrechtse primair onderwijs scholen met een hoge spreiding in onderwijsachterstandsscores. De activiteiten moeten specifiek gericht zijn op kinderen met een taal/onderwijsachterstand.

    • b.

      Bieden van passende ondersteuning

      Voor artikel 5 lid1 sub b geldt dat de subsidie uitsluitend kan worden aangevraagd door de bestaande houders van kindcentra die Voorschoolse Educatie uitvoeren in de gemeente Utrecht voor de periode 2024-2029. Activiteiten onder dit artikel kunnen met terugwerkende kracht worden aangevraagd vanaf 1 januari 2025.

      • i.

        De inzet van studenten van de Universiteit Utrecht op de Voorschoolse Educatie groepen in 2025 en 2026 en 2027. Hiermee wordt ruimte geboden om in kleinere groepen gerichte aandacht te geven en de sociaal-emotionele en taalontwikkeling van kinderen te stimuleren. Er mag maximaal 1 student tegelijkertijd per voorschoolse educatiegroep worden ingezet.

      • ii.

        Het bieden van extra ondersteuning op de VE-groep door de aanbieders van de VE voor doelgroepkinderen met een grote ondersteuningsvraag.

      • iii.

        Het organiseren, uitvoeren en monitoren van extra ondersteuning en begeleiding van kinderen op de VE door aanbieders van VE in het kader van de pilot 'samen rond de VE '. Subsidie voor deze maatregel kan alleen worden aangevraagd voor de VE-locaties die deelnemen aan de pilot.

    • c.

      Stimuleren van (voor-)lezen in de voorschool en thuis

      • i.

        Tot 2,5 jaar: het bieden van activiteiten gericht op ouders van kinderen van 0-2,5 jaar in de wijk op het gebied van taal- en leesstimulering om ouders al vroeg te betrekken bij taalontwikkeling van hun kinderen en toe te leiden naar de voorschool.

      • ii.

        2,5 – 4 jaar: het bieden van extra nieuwe activiteiten buiten het reguliere aanbod van voorschoolse educatie die het (voor)lezen in de voorschool en de thuisomgeving bevorderen. Hieronder valt ook het realiseren van peutercollecties op voorscholen en Boekstart in de kinderopvang in de voorschool. Voor deze maatregel geldt dat de subsidie uitsluitend kan worden aangevraagd door of samen met de bestaande houders van kindcentra die Voorschoolse Educatie uitvoeren in de gemeente Utrecht voor de periode 2024-2029.

    • d.

      Bevorderen van professionalisering en kennisdeling tussen de voorschool en de basisschool.

      • i.

        Activiteiten gericht op gezamenlijke training en coaching voor pedagogisch medewerkers VE en leerkrachten groep 1, 2 en 3. Subsidie voor deze activiteit kan worden ingezet voor trainingskosten, maar ook voor compensatie van vervangingskosten, zodat de professionals op de groep vervangen kunnen worden voor de tijd dat ze de training en coaching volgen. De subsidie voor deze activiteit kan uitsluitend worden aangevraagd voor bestaande houders van kindcentra die Voorschoolse Educatie uitvoeren in Utrecht voor de periode 2024-2029 in samenwerking met Utrechtse schoolbesturen primair onderwijs.

  • 2. Voorts gelden voor de subsidiabele activiteiten de volgende eisen:

    • a.

      Voor de activiteiten genoemd in artikel 5 lid1 sub A onder iii geldt dat VE in de dagopvang een pilot betreft voor 2,5 jaar. De volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking:

      • i.

        De kosten die extra gemaakt worden om 16 uur VE in de dagopvang te kunnen bieden aan doelgroepkinderen t.o.v. reguliere kinderopvang.

      • ii.

        De kosten om 6 uur gratis VE te bieden aan doelgroepkinderen in de dagopvang.

      • iii.

        De kosten voor VE-scholing van pedagogisch medewerkers in de dagopvang bij een algemeen erkend instituut die plaatsvindt tussen september 2025 en december 2027.

      • iv.

        De kosten per doelgroepkind dienen redelijkerwijs lager te zijn dan de kosten voor doelgroepkinderen in de kortdurende opvang.

    • b.

      Voor de activiteiten genoemd in artikel 5 lid1 sub A onder iv geldt dat de beschikbare subsidie voor deze maatregel verdeeld wordt over de scholen die op basis van CBS gegevens van 2024 een gemiddelde achterstandsscore hebben tussen de 0.8 en 1.25 en een spreidingsscore boven de 6.32 (gemiddelde spreidingsgetal in Utrecht).

    • c.

      Voor de activiteiten genoemd in artikel 5 lid1 sub B onder ii geldt dat subsidie ingezet dient te worden voor aanvullende ondersteuning van individuele kinderen met een grotere ondersteuningsvraag met als doel dat groepen niet verkleind hoeven te worden en zoveel mogelijk kinderen kunnen deelnemen aan het reguliere VE-programma.

    • d.

      Voor de activiteiten genoemd in artikel 5 lid1 sub B onder iii geldt dat de beschikbare subsidie voor deze maatregel verdeeld wordt naar de drie VE- aanbieders op basis van het percentage geplaatste doelgroepkinderen ten opzichte van het totaal aantal geplaatste doelgroepkinderen per 1 april 2025.

Artikel 6 Eisen aan de aanvraag

  • 1. De aanvraag van de subsidie wordt ingediend met e-Herkenning via www.utrecht.nl/subsidie.

  • 2. Bij de aanvraag worden de volgende documenten aangeleverd:

    • a.

      een overzicht van de activiteiten met daarbij een omschrijving waarvoor subsidie wordt gevraagd en van de doelen die met die activiteiten worden beoogd;

    • b.

      een financiële onderbouwing van de aanvraag aansluitend op het overzicht van de activiteiten. In deze onderbouwing staat per activiteit opgenomen welke personele en materiele middelen nodig zijn voor de activiteiten. Tevens is het gevraagde subsidiebedrag per thema en maatregel helder onderbouwd met daarbij – indien van toepassing – een sluitende begroting met daarin alle (overige) inkomsten;

  • 3. Als een aanvrager in de voorgaande drie jaar geen subsidie bij burgemeester en wethouders heeft aangevraagd of indien de onderstaande gegevens zijn gewijzigd, levert de aanvrager bij de aanvraag ook de volgende gegevens aan:

    • a.

      Kopie bankafschrift waarop in ieder geval het rekeningnummer en de naam van de aanvrager duidelijk zichtbaar zijn;

    • b.

      Een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel;

    • c.

      De statuten, als de aanvrager een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is.

Artikel 7 Indieningstermijn aanvraag

  • 1. Voor deze subsidie gelden twee indieningstermijnen, mits het totale subsidieplafond niet in de eerste termijn is bereikt.

    • a.

      Voor de eerste termijn moeten de aanvragen uiterlijk 17 juni 2025 om 23:59 zijn ingediend.

    • b.

      Voor de tweede termijn moeten de aanvragen uiterlijk 17 juni 2026 om 23:59 zijn ingediend.

  • 2. Aanvragen die na sluitingsdatum, of niet via het digitale loket worden ingediend nemen wij niet in behandeling en worden geweigerd.

Artikel 8 Verdeling subsidie

  • 1. In afwijking van artikel 4, eerste lid, tweede volzin, van de Asv verdelen burgemeester en wethouders het budget over de aanvragen die volledig en tijdig zijn ontvangen en voor de aangevraagde activiteit voldoende scoren (minimaal 55 van de 100 punten). Iedere activiteit wordt afzonderlijk beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria. De subsidieplafonds worden verdeeld op basis van de volgorde van het hoogst behaalde aantal punten per subsidieplafond. Indien in een aanvraag voor meerdere activiteiten subsidie wordt aangevraagd en een activiteit scoort onvoldoende dan wel niet voldoende punten, dan wordt dat deel van de aanvraag afgewezen.

    • a.

      Criterium 1: Mate waarin de activiteit bijdraagt aan het doel van de maatregel en de juiste doelgroep wordt bereikt zoals aangegeven in de toelichting van deze Nadere Regel (totaal maximaal 40 punten).

      Subsidieaanvrager geeft per activiteit aan hoe het bijdraagt aan het doel en welke doelgroep bereikt wordt en indien van toepassing hoeveel kinderen en/of ouders bereikt worden met de activiteit(en).

      Beoordeling criterium 1:

      De aanvraag wordt hoger gewaardeerd als deze een volledige beschrijving van bovenstaande punten geeft en;

      . Vertrouwen geeft in het bereiken van de doelstelling

      · Het aantal te bereik kinderen en/of ouders realistisch onderbouwd is en gemonitord kan worden.

    • b.

      Criterium 2: Efficiënte en effectieve inzet van middelen (totaal maximaal 40 punten)

      De mate waarin er een logisch verband bestaat tussen de activiteiten en de daarbij benodigde middelen.

      De subsidieaanvrager geeft een financiële onderbouwing van de aanvraag die aansluit op het overzicht van de activiteiten met een gedetailleerde uitwerking per kalenderjaar, zoals aangegeven in artikel 6 van deze Nadere regel.

      Beoordeling criterium 2:

      De beschrijving wordt hoger gewaardeerd als deze een volledige beschrijving van bovenstaande punten geeft en deze:

      . een logisch verband laat zien tussen de activiteiten en de daarvoor benodigde middelen.

      . Efficiënte inzet van middelen laat zien;

      . realistisch onderbouwd is;

    • c.

      Criterium 3: De mate waarin de activiteiten worden geborgd na beëindiging van de gemeentelijke subsidie (totaal maximaal 20 punten).

      De subsidieaanvrager geeft een financiële en inhoudelijke onderbouwing hoe activiteiten worden geborgd na de beëindiging van de gemeentelijke financiering. Indien dit niet mogelijk is geef een onderbouwing waarom het toch waardevol is om deze activiteit voor 3 of 2,5 jaar uit te voeren.

      Beoordeling criterium 3:

      De aanvraag wordt hoger gewaardeerd als deze een volledige beschrijving van bovenstaande punten geeft.

      Voor het toekennen van een score aan de verschillende gunningcriteria en de bijbehorende punten wordt de volgende puntenschaal gehanteerd:

Score

Omschrijving

Percentage van maximale score

uitstekend

Uw beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is volledig. Er zijn geen ontbrekende elementen.

Uw beschrijving/aanpak is specifiek, concreet en sluit uitstekend aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium. Er zijn hierin geen onduidelijkheden geconstateerd.

Uw beschrijving/aanpak is op alle aspecten realistisch en voor de Gemeente toepasbaar en/of effectief bevonden.

100%

goed

Uw beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is bijna volledig bevonden.

Uw beschrijving/aanpak is op de meeste aspecten concreet en specifiek beschreven. Uw beschrijving/aanpak is over het algemeen duidelijk en zij sluit op de meeste aspecten aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium.

Uw beschrijving/aanpak is op de meeste aspecten realistisch en voor de Gemeente toepasbaar en/of effectief bevonden.

75%

voldoende

Uw beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is voldoende uitgewerkt, maar niet volledig bevonden.

Uw beschrijving/aanpak is voldoende specifiek en/of duidelijk beschreven. Er zijn meerdere aspecten die meer specifiek of duidelijk beschreven hadden mogen zijn. Uw uitwerking sluit voldoende aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium.

Uw beschrijving/aanpak is op enkele aspecten realistisch en voor de Gemeente voldoende toepasbaar en/of effectief bevonden.

50%

onvoldoende

Uw beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is onvoldoende uitgewerkt en niet volledig bevonden.

Uw beschrijving/aanpak is onvoldoende duidelijk en specifiek beschreven en sluit onvoldoende aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium.

Uw beschrijving/aanpak is grotendeels niet realistisch en voor de Gemeente toepasbaar en/of effectief bevonden.

25%

slecht

Geeft geen invulling aan het gunningcriterium of de beschrijving/aanpak ontbreekt.

0%

Artikel 9 Beslistermijn

Burgemeester en wethouders beslissen binnen 10 weken na de deadlinedatum over de aanvraag.

Artikel 10 Inwerkingtreding

Deze nadere regel treedt de dag na bekendmaking in werking en geldt tot en met 31 december 2027.

Artikel 11 Citeertitel

Deze nadere regel wordt aangehaald als Nadere regel subsidie tijdelijke investering in voor- en vroegschoolse educatie gemeente Utrecht.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 18 maart 2025.

De burgemeester

Sharon A.M. Dijksma

De secretaris,

Michiel J. Ruis

Toelichting

Algemene toelichting

Burgemeester en wethouders hebben deze nadere regel vastgesteld met het doel om kansengelijkheid van kinderen te vergroten door voor- en vroegschoolse educatie in de gemeente Utrecht te versterken, zodat ieder kind zich in die eerste belangrijke levensjaren zo goed mogelijk kan ontwikkelen en een goede start heeft in groep 3.

Deze nadere regel is een aanvullende impuls voor 3 jaar op het bestaande beleid met betrekking tot voor- en vroegschoolse educatie (nadere regel subsidie Passende Kinderopvang 2024-2029 en de nadere regel subsidie Onderwijs) en is aanvullend op de nadere regel subsidie Samen voor Overvecht (2022-2026) waarin uitvoering wordt gegeven aan het ‘Programma ontwikkeling van het Jonge Kind’ in Overvecht (onderdeel van het Nationaal Programma Leefbaarheid en veiligheid). Met deze nadere regel dragen we bij aan verschillende stedelijke ambities: 

  • de ambitie uit het coalitieakkoord (Utrecht 2022-2026) om in te zetten op de voorschool en andere interventies voor het Jonge Kind in Utrecht om zo vroeg mogelijk achterstanden aan te pakken.  

  • de ambities uit de Utrechtse Onderwijsagenda 2024-2027 waarin we met partners samenwerken om de basisvaardigheden voor alle Utrechtse kinderen op niveau te krijgen.  

  • De ambities uit de beleidsnota ‘Samen opgroeien, samen opvoeden’ 2025-2034, waarin het kansrijk opgroeien van jonge kinderen één van de opgaves is. 

  • de (concept) sociale visie 2040, waarin kansrijk op groeien en het jonge kind benoemd is als verschilmaker.  

Het College van Burgemeester en Wethouders wil met deze driejarige subsidieregeling, tijdelijk investeren in de volgende vier beleidsdoelen

  • a.

    Stimuleren deelname aan de voor- en vroegschool

  • H et bereik van de voorschool staat onder druk. Dat komt onder andere door de nasleep van corona, de toeslagenaffaire, onbekendheid met procedures en angst voor oplopende kosten. Tegelijkertijd weten we dat voorschool se educatie werkt en dat het belangrijk is om kinderen zo lang mogelijk een zo goed mogelijk VE -programma aan te bieden (zie Leseman & Veen, 2022). Er word t ingezet op vier onderdelen :

    • i.

      VE in Utrecht voor peuters van 2 jaar tot 2,5 jaar. Het doel van deze maatregel is om jonge kinderen de mogelijkheid te geven al vroeg te wennen aan de voorschool en al op jongere leeftijd gestimuleerd te worden in hun ontwikkeling, zodat de kans groter is dat zij hun achterstanden inhalen.

    • ii.

      Spelinlopen voor 0-2,5 jaar. Het doel van deze maatregel is dat kinderen alvast kunnen wennen aan spelen in een groep en daarom beter voorbereid op een VE-groep starten. Uit onderzoek blijkt dat spelinlopen voor ouders, waarvan de kinderen nog niet in de VE zitten, de kans op deelname aan de VE verhoogt. Ook zijn ouders beter voorbereid en geïnspireerd in begeleiding en stimulering van hun kind.

    • iii.

      VE in de dagopvang. Het doel van deze maatregel is om het bereik van de voorschool te vergroten doordat ouders ook gebruik kunnen maken van VE in een reguliere kinderdagopvang. Deze vorm sluit goed aan bij behoefte van ouders van VE-kinderen die beide werken. Bovendien stimuleert het integratie van kinderen van diverse komaf. We bieden dit voor 2,5 jaar aan om samen met aanbieders VE in deze periode te onderzoeken of dit in de toekomst een blijvende vorm van VE in Utrecht kan worden.

    • iv.

      Het bieden van activiteiten ter verbetering van de taalprestaties van leerlingen (met) een risico op taalachterstand op Utrechtse primair onderwijs scholen met een hoge spreiding. Het doel van deze maatregel is om meer kinderen met een risico op onderwijsachterstanden te bereiken die we nu nog niet bereiken.

  • b.

    Bieden van passende ondersteuning

  • Inzet voor extra ondersteuning in en om de voorschool sluit aan bij de bredere beweging die we in Utrecht maken: we starten zo vroeg mogelijk, ondersteunen thuisnabij en werken zo veel mogelijk groepsgericht. Er wordt ingezet op vier maatregelen die hieraan bijdragen.

    • i.

      Inzet van studenten op de voorschoolgroepen. Het doel van deze maatregel is het bieden van extra ondersteuning op de groep om de PM’ers te ontlasten. Bovendien heeft deze maatregel een win-win situatie, de peuters krijgen meer aandacht, de studenten krijgen een duidelijk beeld van het werkveld en kunnen zich hierin al ontwikkelen en de pedagogisch medewerkers ervaren werkdrukverlaging.

    • ii.

      De pilot samen rond de VE. Het doel van deze pilot is om met de VE-aanbieders, het samenwerkingsverband primair onderwijs, het buurtteam, de jeugdgezondheidszorgen aanvullende jeugdhulppartners (samen: de kernpartners VE) de ondersteuningsvraag van een kind en het gezin en te onderzoeken en te zorgen dat het kind en de ouders binnen de context van de wijk zoveel mogelijk ondersteund worden in de ontwikkeling die nodig is.

  • c.

    Stimuleren van (voor-)lezen in de voorschool en thuis

  • Voorlezen op jonge leeftijd is belangrijk voor de taalontwikkeling. We zien dat de woordenschat van kinderen kleiner is geworden na corona en dat schermtijd toeneemt. Daarom willen we naast het reguliere VE-programma, dat zich al op taalontwikkeling richt, (voor)lezen in en om de voorscholen nog meer stimuleren door het mogelijk maken van de volgende interventies:

    • i.

      Lezen vóór 2,5 jaar. Het doel van deze maatregel is om ouders vroeg te betrekken bij de taalontwikkeling van hun kinderen, en tegelijkertijd toeleiding naar de voorschool te versterken.

    • ii.

      Stimuleren van de leesomgeving 2,5 – 4 jaar. Het doel van deze maatregel is om te stimuleren dat er op de voorschool en thuis meer gelezen wordt.

  • d.

    Bevorderen van professionalisering en kennisdeling

    • i.

      Activiteiten gericht op gezamenlijke training en coaching voor pedagogisch medewerkers VE en leerkrachten groep 1, 2 en 3. Het doel van deze subsidie is het mogelijk maken van gezamenlijke training en coaching van pedagogisch medewerkers en leerkrachten. Dit draagt bij aan de doorgaande leerlijn, doordat professionals uit beide sectoren elkaar beter kunnen leren kennen en ook onderling kennis uit kunnen wisselen.