Omgevingsplan gemeente Lelystad

Bij deze regeling horen andere regelingen die er juridisch onderdeel van zijn, zie het overzicht andere regelingen bij de wetstechnische informatie.

Geldend van 26-08-2026 t/m heden

Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Afdeling 1.1 Begripsbepalingen, meet- en rekenbepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

  • 1.

    Voor dit omgevingsplan gelden de begripsbepalingen in bijlage I.

  • 2.

    Voor dit omgevingsplan gelden ook de begripsbepalingen uit:

    • a.

      de bijlage bij de Omgevingswet;

    • b.

      bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving;

    • c.

      bijlage I van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

    • d.

      bijlage I van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

    • e.

      bijlage I van het Omgevingsbesluit; en

    • f.

      bijlage I van de Omgevingsregeling.

  • 3.

    De begripsbepalingen in bijlage I bij dit omgevingsplan gelden niet voor de regels in hoofdstuk 22 en 23 van dit omgevingsplan.

  • 4.

    Voor de regels in hoofdstuk 22 en 23 gelden de begrippen in het Omgevingsplan gemeente Lelystad, zoals deze waren opgenomen in bijlage II per 2 januari 2024.

Artikel 1.2 Meet- en rekenbepaling

Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat meet- en rekenbepalingen voor de toepassing van dit omgevingsplan met uitzondering van hoofdstuk 22 en 23.

Afdeling 1.2 Doelen

Artikel 1.3 Doel omgevingsplan

  • 1.

    De doelen die worden nagestreefd in dit omgevingsplan, zijn:

    • a.

      het waarborgen van de veiligheid;

    • b.

      het beschermen van de gezondheid;

    • c.

      het beschermen van het milieu;

    • d.

      het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening;

    • e.

      het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden;

    • f.

      het behoud van cultureel erfgoed;

    • g.

      het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed;

    • h.

      de natuurbescherming;

    • i.

      het tegengaan van klimaatverandering;

    • j.

      het beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering;

    • k.

      de kwaliteit van bouwwerken;

    • l.

      een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;

    • m.

      de energiezuinigheid van bouwwerken;

    • n.

      het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten;

    • o.

      het beheer van infrastructuur;

    • p.

      het beheer van watersystemen;

    • q.

      het beheer van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen;

    • r.

      het beheer van natuurlijke hulpbronnen;

    • s.

      het beheer van natuurgebieden;

    • t.

      het beperken van hinder;

    • u.

      het benutten van locaties en bouwwerken; en

    • v.

      het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen.

  • 2.

    Dit omgevingsplan is ook gericht op de instandhouding van het bosareaal binnen de gemeente.

Afdeling 1.3 Omgevingswaarden

Paragraaf 1.3.1 Verplichte omgevingswaarden

Artikel 1.4 gereserveerd

gereserveerd

Paragraaf 1.3.2 Facultatieve omgevingswaarden

Artikel 1.5 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 1.4 Algemene regels omgevingsplan

Artikel 1.6 Normadressaat

Aan de regels in dit omgevingsplan wordt voldaan door degene die de activiteit verricht of laat verrichten, tenzij anders bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 1.7 Zorgplicht omgevingsplanactiviteit

Degene die een activiteit verricht opgenomen in dit omgevingsplan en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de doelen, met het oog waarop de regels betreffende de activiteit zijn gesteld, is verplicht:

  • a.

    alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;

  • b.

    voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en

  • c.

    als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

Hoofdstuk 2 PROGRAMMA'S

Afdeling 2.1 Thematische programma's

Artikel 2.1 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 2.2 Programma's met programmatische aanpak

Artikel 2.2 gereserveerd

gereserveerd

Hoofdstuk 3 PROJECTEN

Afdeling 3.1 Algemene bepalingen

Artikel 3.1 Toepassingsbereik

  • 1.

    Dit hoofdstuk, met uitzondering van afdeling 3.1, heeft betrekking op specifieke projecten in gemeente Lelystad, welke afzonderlijk van elkaar opgenomen worden in de afdeling 3.2 en verder. 

  • 2.

    Na vaststelling van een wijzigingsbesluit met betrekking tot een project, wordt bij toekomstige wijzigingen de artikelen ten aanzien van het project opgenomen in de standaardstructuur (hoofdstuk 4 t/m 21) van het omgevingsplan.

Artikel 3.2 Voorrangsbepaling

De regels in dit hoofdstuk gaan voor de regels zoals opgenomen in hoofdstuk 4 tot en met 21.

Afdeling 3.2 Wijziging Natuurcamping Hollandse Hout

Paragraaf 3.2.1 Algemene bepalingen

Artikel 3.3 Begrippen

Voor de toepassing van deze afdeling gelden de volgende begrippen:

  • a.

    toepassing omgevingsplan: artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit
    activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn van overeenkomstige
    toepassing op dit omgevingsplan, tenzij hierna daarvan is afgeweken;

  • b.

    wijziging: Wijziging Omgevingsplan gemeente Lelystad: Natuurcamping Hollandse Hout;

  • c.

    ander bouwwerk: een bouwwerk, geen gebouw of overkapping zijnde;

  • d.

    bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

  • e.

    bebouwingspercentage: een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd, dit met inbegrip van de oppervlakte van (overdekte) bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

  • f.

    bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

  • g.

    chalet: een verblijf bestaande uit een lichte constructie en uit lichte materialen, niet zijnde een kampeermiddel, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf;

  • h.

    dagrecreatieve objecten: objecten die kunnen worden gebruikt ten behoeve van (extensief) dagrecreatief medegebruik, zoals kano's, fietsen, hengelsportartikelen en dergelijke;

  • i.

    dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

  • j.

    detailhandelsactiviteit: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

  • k.

    dienstverlenende activiteit: het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden;

  • l.

    erotisch getinte vermaaksfunctie: een vermaaksfunctie welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal;

  • m.

    extensief dagrecreatief medegebruik: een extensief dagrecreatief medegebruik van gronden, dat ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit waarbinnen dit recreatief gebruik is toegestaan, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, met de daarbijbehorende voorzieningen zoals een vissteiger, een picknickplaats, of een naar de aard daarmee gelijk te stellen voorziening;

  • n.

    horeca-activiteit: een activiteit, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie;

  • o.

    kampeermiddel: een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

  • p.

    kap: iedere bovenbeëindiging van een gebouw met een zekere helling;

  • q.

    kunstwerk: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een aqua-, navi- of viaduct of een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening;

  • r.

    landschappelijke waarde: waarden in landschappelijk-esthetische en geomorfologische zin; 

  • s.

    natuurlijke waarden: de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, bodemkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied; 

  • t.

    nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, apparatuur voor telecommunicatie en voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling;

  • u.

    overkapping: elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand;

  • v.

    peil: voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
    in andere gevallen: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;

  • w.

    perceelgrens: een grenslijn tussen bouwpercelen onderling; 

  • x.

    permanente bewoning: het gebruiken van een gebouw als hoofdverblijf, zijnde de vaste woon- en verblijfplaats, waarbij de woning voor de bewoners het reële hoofdverblijf vormt en derhalve niet een adres is waar men tijdelijk verblijf;

  • y.

    prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

  • z.

    seksinrichting: een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

  • aa.

    verblijfsrecreatie: recreatie in ruimten welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf zoals een recreatiewoning, logeergebouw, pension of kampeermiddel, door personen die elders hun hoofdverblijf hebben;

  • ab.

    woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Artikel 3.4 Toepassingsbereik

 

  • a.

    De regels in deze afdeling wijzigen de regels van het omgevingsplan van de gemeente Lelystad, op de locatie als bedoeld onder e, zoals opgenomen in artikel 3 (Bos), artikel 5 (Recreatie - A), artikel 12 Waarde - Archeologie) en artikel 13 (Waarde - Ecologie) van het bestemmingsplan Hollandsehout, vastgesteld op 23 februari 2016;

  • b.

    De regels onder a genoemd worden vervangen door de regeling in deze afdeling;

  • c.

    De regels van het omgevingsplan van de gemeente Lelystad, zoals die op 1 januari 2024 gelden, blijven onverminderd van toepassing op de locatie zoals bedoeld onder e, voor zover de regels in deze afdeling deze regels niet hebben gewijzigd;

  • d.

    De regels van het omgevingsplan van de gemeente Lelystad, zoals die op 1 januari 2024 gelden, met daarbij inbegrepen afdeling 22.2 en afdeling 22.3 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3 blijven buiten toepassing, indien er sprake is van strijdigheid met de regels van deze afdeling;

  • e.

    De regels in deze afdeling zijn van toepassing op de locatie wijzigingsgebied natuurcamping.

Paragraaf 3.2.2 Gebruiksactiviteiten

Subparagraaf 3.2.2.1 Algemene regels gebruiksactiviteiten
Artikel 3.5 Reikwijdte gebruiksactiviteiten

Niet genoemde gebruiksactiviteiten en gebruiksactiviteiten die in strijd zijn met deze afdeling zijn niet toegestaan. Daaronder wordt in ieder geval verstaan:

  • a.

    het gebruik van gronden en bouwwerken voor opslagdoeleinden, voor storting van afval en onbruikbare goederen of materialen dan wel in onbruik geraakte goederen of materialen, tenzij het hier gaat om stoffen of materialen die noodzakelijk zijn voor onderhoud, realisering en/of handhaving van de gebruiksactiviteit;

  • b.

    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.

Subparagraaf 3.2.2.2 Activiteiten ten behoeve van onderhoud, beheer en herstel van bos
Subsubparagraaf 3.2.2.2.1 Het gebruik van activiteiten ten behoeve van onderhoud, beheer en herstel van bos - toegestaan

Artikel 3.6 Toepassingsbereik

  • 1.

    De regels in deze subsubparagraaf gaan over het gebruik van activiteiten ten behoeve van onderhoud, beheer en herstel van bos.

  • 2.

    Deze subsubparagraaf is van toepassing op activiteiten binnen de locatie natuurcamping, bos.

Artikel 3.7 Activiteiten ten behoeve van onderhoud, beheer en herstel van bos - toegestaan

  • 1.

    De volgende functies en/of gebruiksactiviteiten zijn toegestaan:

    • a.

      bos en bebossing, met de daarin voorkomende dan wel daaraan eigen natuurlijke en landschappelijke waarden;

    • b.

      extensief dagrecreatief medegebruik;

    • c.

      activiteiten ten dienste van en ondergeschikt aan de onder a en b genoemde functies en/of gebruiksactiviteiten, waaronder:

      • 1.

        horeca-activiteiten;

      • 2.

        detailhandelsactiviteiten;

      • 3.

        verhuur van dagrecreatieve objecten;

      • 4.

        dienstverlenende activiteiten;

      • 5.

        activiteiten ten behoeve van onderhoud en beheer.

  • 2.

    Voorzover de in het eerste lid onder a bedoelde waarden alsmede cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast zijn tevens de volgende functies en/of gebruiksactiviteiten toegestaan:

    • a.

      houtteelt en houtproduktie;

    • b.

      waterlopen en waterpartijen;

    • c.

      aanleggelegenheid;

    • d.

      speelvoorzieningen;

    • e.

      bermen en beplanting;

    • f.

      wegen, paden, veerasters; 

    • g.

      nutsvoorzieningen.

  • 3.

    Voorzover de gronden  zijn voorzien van de locatie natuurcamping, parkeerterrein zijn naast de in het eerste en tweede lid genoemde activiteiten tevens parkeeractiviteiten toegestaan.

Subparagraaf 3.2.2.3 Activiteiten ten behoeve van een natuurcamping
Subsubparagraaf 3.2.2.3.1 Activiteiten ten behoeve van een natuurcamping - toegestaan

Artikel 3.8 Toepassingsbereik

  • 1.

    De regels in deze subsubparagraaf gaan over het gebruik van activiteiten ten behoeve van een natuurcamping.

  • 2.

    Deze subsubparagraaf is van toepassing op activiteiten binnen de locatie natuurcamping, recreatie - camping.

Artikel 3.9 Activiteiten ten behoeve van een natuurcamping - toegestaan

De volgende functies en/of gebruiksactiviteiten zijn toegestaan:

  • a.

    bos en bebossing, met de daarin voorkomende dan wel daaraan eigen natuurlijke en landschappelijke waarden;

  • b.

    extensief dagrecreatief medegebruik; 

  • c.

    verblijfsrecreatieve activiteiten in:

    • 1.

      de vorm van ten hoogste 30 standplaatsen voor kampeermiddelen, uitsluitend in de vorm van tenten;

    • 2.

      chalets, uitsluitend in de vorm van ecolodges en tenthuisjes;

  • d.

    activiteiten voorzover ten dienste van en ondergeschikt aan de onder a tot en met c genoemde functies en/of activiteiten, waaronder:

    • 1.

      verblijfsrecreatie;

    • 2.

      horeca-activiteiten;

    • 3.

      detailhandelsactiviteiten;

    • 4.

      verhuur van dagrecreatieve objecten;

    • 5.

      dienstverlenende activiteiten;

    • 6.

      sanitaire voorzieningen;

    • 7.

      activiteiten ten behoeve van onderhoud en beheer;

    • 8.

      zwembaden / sauna's;

  • e.

    personeelsverblijven;

  • f.

    groenvoorzieningen;

  • g.

    speelvoorzieningen;

  • h.

    nutsvoorzieningen;

  • i.

    wegen, straten en paden;

  • j.

    waterlopen en waterpartijen;

  • k.

    aanleggelegenheid;

  • l.

    parkeervoorzieningen;

  • m.

    tuinen, erven en terreinen.

Subsubparagraaf 3.2.2.3.2 Activiteiten ten behoeve van een natuurcamping - verbod

Artikel 3.10 Toepassingsbereik

  • 1.

    De regels in deze subsubparagraaf gaan over het gebruik van activiteiten ten behoeve van een natuurcamping.

  • 2.

    Deze subsubparagraaf is van toepassing op activiteiten binnen de locatie natuurcamping, recreatie - camping.

Artikel 3.11 Activiteiten ten behoeve van een natuurcamping - verbod

  • 1.

    Het gebruik van de gronden en bouwwerken voor permanente bewoning is verboden.

  • 2.

    Het gebruik van de verblijfsrecreatieve bouwwerken en standplaatsen voor kampeermiddelen anders dan ten behoeve van een bedrijfsmatige exploitatie.

Subparagraaf 3.2.2.4 Parkeren en laden en lossen
Artikel 3.12 Parkeren
  • 1.

    Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een gebruiksactiviteit of voor een bouwactiviteit is verzekerd, dat bij dat bouwwerk of terrein waarvoor vergunning wordt verleend, wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, met dien verstande dat mag worden voorzien in maximaal 300 parkeerplaatsen. Daarbij moet worden voldaan worden aan het gestelde in hoofdstuk 7 "Beleidsregels voor de rekenregels en het toepassen van parkeernormen", zoals neergelegd in de “Nota Parkeernormen Lelystad 2023”. Indien deze regeling wordt gewijzigd, moet rekening worden gehouden met deze wijziging.

  • 2.

    De realisatie van voldoende parkeergelegenheid, bedoeld in het eerste lid, vind plaats binnen de locatie natuurcamping, parkeerterrein.

Artikel 3.13 Laden en lossen

Indien een activiteit aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen moet, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een gebruiksactiviteit of voor een bouwactiviteit zijn verzekerd, dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen.

Subparagraaf 3.2.2.5 Archeologie
Artikel 3.14 Toepassingsbereik

Deze subparagraaf is van toepassing op activiteiten binnen de locatie natuurcamping, archeologische waarde.

Artikel 3.15 Bouwactiviteiten - beoordelingsregels - vergunningplicht
  • 1.

    In aanvulling op de beoordelingsregels voor bouwactiviteiten, zoals opgenomen in paragraaf 3.2.3 gelden voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m2 de volgende beoordelingsregels:

    • a.

      alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin:

      • 1.

        de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en

      • 2.

        in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd;

    • b.

      Alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend, winnen burgemeester en wethouders zonodig advies in bij een door hen aan te wijzen ter zake deskundige.

  • 2.

    Indien uit het in het eerste lid genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één of meer van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen:

    • a.

      de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

    • b.

      de verplichting tot het doen van opgravingen;

    • c.

      de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Artikel 3.16 Aanlegactiviteiten - beoordelingsregels - vergunningplicht
  • 1.

    In aanvulling op de beoordelingsregels voor aanlegactiviteiten, zoals opgenomen in in artikel 3.32, is het verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

    • a.

      het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur;

    • b.

      het uitvoeren van overige grondbewerkingen;

    • c.

      het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting;

    • d.

      het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen.

  • 2.

    Voor de in het eerste lid genoemde aanlegactiviteiten gelden de volgende beoordelingsregels:

    • a.

      een omgevingsvergunning kan pas worden verleend, nadat door de aanvrager een rapport wordt overgelegd waarin:

      • 1.

        de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en

      • 2.

        in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.

    • b.

      alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend, winnen burgemeester en wethouders zo nodig advies in bij een door hen aan te wijzen ter zake deskundige;

    • c.

      de omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:

    • a.

      het normale onderhoud en beheer betreffen;

    • b.

      reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan;

    • c.

      in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie;

    • d.

      niet dieper gaan dan 1,00 m beneden het maaiveld en een kleinere oppervlakte dan 100 m² beslaan;

    • e.

      uitsluitend betrekking hebben op ontgraven van gronden die na de inwerktreding van deze wijziging zijn aangebracht.

  • 4.

    Indien uit het in lid 2 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning:

    • a.

      de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

    • b.

      de verplichting tot het doen van opgravingen;

    • c.

      de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Subparagraaf 3.2.2.6 Ecologie
Artikel 3.17 Toepassingsbereik

Deze subparagraaf is van toepassing op activiteiten binnen de locatie natuurcamping, ecologische waarde.

Artikel 3.18 Bouwactiviteiten - beoordelingsregels - vergunningplicht

 

In aanvulling op de beoordelingsregels voor bouwactiviteiten, zoals opgenomen in paragraaf 3.2.3 gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a.

    een bouwwerk of de uitbreiding of vergroting daarvan, slechts mag worden gebouwd c.q. worden toegestaan, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ecologische waarden van de gronden;

  • b.

    voor de bomen die gekapt moeten worden als gevolg van de bouwactiviteit geldt naast de in artikel 3.19, eerste lid opgenomen vergunningplicht dat aan de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit de volgende vergunningvoorschriften kunnen worden opgelegd:

    • 1.

      een herplantplicht waarbij eisen gesteld worden aan soort, plek en grootte. De verplichting tot nieuw herplanten kan bij niet aangeslagen beplanting tot een termijn van 3 jaar opgelegd worden. Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen of rooien zoals bedoeld in dit artikel van toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld of anderszins, kan het college aan de veroorzaker de verplichting opleggen te herbeplanten, op de door hen te geven aanwijzing en termijn;

    • 2.

      compensatieplicht elders in de gemeente, indien herplant niet mogelijk is.

Artikel 3.19 Aanlegactiviteiten - beoordelingsregels - vergunningplicht
  • 1.

    In aanvulling op de beoordelingsregels voor aanlegactiviteiten, zoals opgenomen in in artikel 3.32, is het verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

    • a.

      het verwijderen van opgaande beplanting;

    • b.

      het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen;

    • c.

      het verlagen van het waterpeil.

  • 2.

    Voor de in het eerste lid genoemde aanlegactiviteiten geldt de volgende beoordelingsregel: de omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ecologische waarden van het gebied.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:

    • a.

      het normale onderhoud en beheer betreffen;

    • b.

      reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan;

    • c.

      werken en werkzaamheden welke noodzakelijk zijn voor het aansluiten van bouwwerken op het net van openbare nutsvoorzieningen;

    • d.

      werken en werkzaamheden welke noodzakelijk zijn voor het realiseren van de toegestane activiteiten.

Paragraaf 3.2.3 Bouwactiviteiten

Subparagraaf 3.2.3.1 Algemene bouwregels
Artikel 3.20 Meet- en rekenbepalingen

De volgende meet- en rekenbepalingen zijn van toepassing:

  • a.

    de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

  • b.

    de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

  • c.

    de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

  • d.

    de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

  • e.

    de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Artikel 3.21 Beoordelingsregel omgevingsvergunning - bodemgevoelige locatie [instructieregel]

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.25 wordt, indien het een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie betreft, alleen verleend als:

  • a.

    de toelaatbare kwaliteit van de bodem, volgens de onderzoeken bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voldoet aan de interventiewaarde bodemkwaliteit zoals bedoeld in artikel 3.22 van de toelaatbare kwaliteit van de bodem; of

  • b.

    de toelaatbare kwaliteit van de bodem, volgens de onderzoeken bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet voldoet aan de interventiewaarde bodemkwaliteit zoals bedoeld in artikel 3.22  maar er voldoende sanerende of andere beschermende maatregelen genomen. Een sanerende of andere beschermende maatregel is in ieder geval voldoende als deze gelijk is aan een sanering van de bodem volgens paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 3.22 Waarde van de toelaatbare kwaliteit van de bodem [instructieregel]

 

  • a.

    De toelaatbare kwaliteit van de bodem is de interventiewaarde bodemkwaliteit uit Bijlage IIA (Interventiewaardenbodemkwaliteit) bij het Besluit activiteiten leefomgeving.

  • b.

    De kwaliteit van de bodem is onvoldoende, als voor minimaal één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit.

  • c.

    Lid b is niet van toepassing op de stof asbest als voor asbest de gemiddelde gemeten concentratie hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit.

Artikel 3.23 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 3.24 Afwijkingsregels voor bouwactiviteiten
  • 1.

    Bij de beoordeling van vergunningplichtige bouwactiviteiten als bedoeld in paragraaf 3.2.3.2 en 3.2.3.3 kan in onderstaande gevallen worden afgeweken van de beoordelingsregels:

    • a.

      de in de beoordelingregels  gegeven maten, afmetingen en percentages, tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages;

    • b.

      overschrijdingen die gevolg zijn van een meetverschil;

    • c.

      de beoordelingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van andere bouwwerken in die zin dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot ten hoogste 10,00 m;

    • d.

      de beoordelingsregels in die zin dat gebouwen of overkappingen ten behoeve van nutsvoorzieningen of andere openbare voorzieningen worden gebouwd, mits:

      • 1.

        de oppervlakte van een gebouw ten hoogste 50 m2 bedraagt;

      • 2.

        de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 5,00 m bedraagt;

    • e.

      uitbreiding van gebouwen en overkappingen tot ten hoogste 1,50 m door:

      • 1.

        plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen;

      • 2.

        gevel- en kroonlijsten en overstekende daken;

      • 3.

        de bouw van één erker per hoofdgebouw over maximaal de halve gevelbreedte;

      • 4.

        ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen.

  • 2.

    De afwijking van de beoordelingsregels zoals genoemd in het eerste lid kan plaatsvinden als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

    • a.

      de woonsituatie;

    • b.

      het straat- en bebouwingsbeeld;

    • c.

      de milieusituatie;

    • d.

      de verkeersveiligheid; en

    • e.

      de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen. 

Subparagraaf 3.2.3.2 Gebouw of overkapping bouwen
Subsubparagraaf 3.2.3.2.1 Gebouw of overkapping bouwen - vergunningplicht

Artikel 3.25 Toepassingsbereik

Deze subsubparagraaf is van toepassing op het bouwen en/of verbouwen en in stand houden van een gebouw of een overkapping.

Artikel 3.26 Beoordelingsregels - gebouw of overkapping bouwen 

  • 1.

    Binnen bouwen, maximale oppervlakte in m² wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.25 verleend als de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen en overkappingen op locatie niet meer bedraagt dan 1200 m².

  • 2.

    Binnen bouwen, maximum bebouwingspercentage gebouw (%) wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.25 verleend als het bebouwingspercentage per locatie niet meer bedraagt dan 30%.

  • 3.

    Binnen bouwen, maximum goothoogte gebouw wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.25 verleend als de goothoogte van een gebouw of overkapping op locatie niet meer bedraagt dan 3,50 m.

  • 4.

    Binnen bouwen, maximum bouwhoogte gebouw wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.25 verleend als de bouwhoogte van een gebouw of overkapping op locatie niet meer bedraagt dan 8 m.

  • 5.

    Binnen bouwen, bouwlocatie toren wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.25 verleend voor de bouw van maximaal één toren, mits de bouwhoogte van een toren niet meer bedraagt dan 30 m.

  • 6.

    Bij de toepassing van artikel 22.35 moet de volgende voorwaarde meegenomen worden in de beoordeling: de oppervlakte van een bodemgevoelig bijbehorend bouwwerk bedraagt niet meer dan 50m2.

Subsubparagraaf 3.2.3.2.2 Chalet bouwen - vergunningplicht

Artikel 3.27 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze subsubparagraaf is van toepassing op het bouwen en/of verbouwen en in stand houden van een chalet.

  • 2.

    Bij het beoordelen voor het bouwen een chalets blijft artikel 22.26, lid b, buiten toepassing.

  • 3.

    De regels in deze paragraaf zijn van toepassing binnen de locatie natuurcamping, bouwen, chalet bouwen.

Artikel 3.28 Beoordelingsregels - chalet bouwen

Voor het bouwen van chalets  gelden voor het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.25 de volgende beoordelingsregels:

  • a.

    het aantal chalets zal ten hoogste 120 bedragen;

  • b.

    een chalet zal vrijstaand worden gebouwd;

  • c.

    de onderlinge afstand tussen chalets zal ten minste 15,00 m bedragen;

  • d.

    de chalets zullen op een houten vlonderconstructie al dan niet op palen worden gebouwd;

  • e.

    de oppervlakte van een chalet zal met inbegrip van de oppervlakte van de vlonderconstructie waarop wordt gebouwd, ten hoogste 50 m² bedragen;

  • f.

    de goothoogte van een chalet zal gemeten vanaf de bovenkant van de vlonderconstructie waarop wordt gebouwd, ten hoogste 3,00 m bedragen.

Subparagraaf 3.2.3.3 Ander bouwwerk bouwen - vergunningplicht
Artikel 3.29 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen en/of verbouwen en in stand houden van een ander bouwwerk.

  • 2.

    De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing binnen de locatie wijzigingsgebied natuurcamping.

Artikel 3.30 Beoordelingsregels - ander bouwwerk bouwen

Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden voor het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.25 de volgende beoordelingsregels:

  • a.

    de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen;

  • b.

    de bouwhoogte van palen en masten zal ten hoogste 6,00 m bedragen;

  • c.

    de bouwhoogte van kunstwerken en daarmee gelijk te stellen bouwwerken zal ten hoogste 10,00 m bedragen;

  • d.

    de bouwhoogte van overige andere bouwwerken zal ten hoogste 5,00 m bedragen;

  • e.

    het bouwwerk past binnen de activiteiten die op grond van paragraaf 3.2.2 zijn toegestaan.

Paragraaf 3.2.4 Aanlegactiviteiten

Artikel 3.31 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden.

  • 2.

    De regels in deze paragraaf zijn van toepassing binnen de locatie wijzigingsgebied natuurcamping.

Artikel 3.32 Aanlegactiviteiten - vergunningplicht
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

    • a.

      het aanbrengen van beplanting;

    • b.

      het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;

    • c.

      het indrijven van voorwerpen in de bodem;

    • d.

      het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;

    • e.

      het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;

    • f.

      het permanent opslaan van goederen.

  • 2.

    Voor de in het eerste lid genoemde aanlegactiviteiten geldt de volgende beoordelingsregel: de omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarde van de gronden.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:

    • a.

      het normale onderhoud en beheer betreffen;

    • b.

      reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan;

    • c.

      werken en werkzaamheden welke noodzakelijk zijn voor het aansluiten van bouwwerken op het net van openbare nutsvoorzieningen;

    • d.

      werken en werkzaamheden welke noodzakelijk zijn voor het realiseren van de toegestane activiteiten.

Afdeling 3.3 Zuiderhage fase 1

Paragraaf 3.3.1 Algemene bepalingen

Artikel 3.33 Aanwijzingen
  • 1.

    Er is een locatie Zuiderhage fase 1 opgenomen in dit omgevingsplan.

  • 2.

    Er is een locatie Valkenstede opgenomen in dit omgevingsplan.

  • 3.

    Er is een locatie Overbeke opgenomen in dit omgevingsplan.

  • 4.

    Er is een locatie Buitenwaard opgenomen in dit omgevingsplan.

Artikel 3.34 Toepassingsbereik

Deze afdeling gaat over activiteiten in de fysieke leefomgeving binnen Zuiderhage fase 1.

Artikel 3.35 Algemene regels blijven van toepassing bij beoordeling vergunningplichtige activiteit

Bij de beoordeling van een in deze afdeling opgenomen vergunningplichtige activiteit (binnenplanse omgevingsplanactiviteit), voor zover deze activiteit een afwijking van een algemene regel inhoudt, zijn de overige, op de betreffende activiteit van toepassing zijnde algemene regels, onverminderd van toepassing.

Artikel 3.36 Hoofdstuk 22 van toepassing

In aanvulling op de regels in deze Afdeling zijn de regels van Hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan van toepassing, tenzij deze in strijd zijn met de regels in deze Afdeling, in welk geval de regels in deze Afdeling prevaleren.

Artikel 3.37 Normadressaat

Aan deze afdeling wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 3.38 Algemene aanvraagvereisten

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning als bedoeld in deze afdeling worden, naast eventuele specifiek vermelde gegevens en bescheiden, in elk geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    gegevens en bescheiden als opgenomen in afdeling 7.2 van de Omgevingsregeling; en

  • b.

    overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

Artikel 3.39 Begrippen

Bij de toepassing van de regels in deze afdeling gelden de begripsbepalingen genoemd in:

  • a.

    Bijlage I van dit plan;

  • b.

    de bijlage bij de Omgevingswet;

  • c.

    bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving;

  • d.

    bijlage I van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

  • e.

    bijlage I van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • f.

    bijlage I van het Omgevingsbesluit;

  • g.

    bijlage I van de Omgevingsregeling.

Artikel 3.40 Meet- rekenbepaling

Bij de toepassing van de regels in deze afdeling gelden de meet- en rekenbepalingen genoemd in Bijlage II van dit plan. 

Paragraaf 3.3.2 Gebiedsgerichte doelen en Ontwikkelkader

Artikel 3.41 Doelen Zuiderhage fase 1

Binnen Zuiderhage fase 1 gelden, met inachtneming van artikel 3.42, de volgende doelen: 

  • a.

    de ontwikkeling van een stedelijk gebied bestaande uit verschillende buurtschappen, met het wonen als de primaire functie;

  • b.

    de ontwikkeling van een doorlopende parkzone, met water en natuurlijk groen als de primaire functies; 

  • c.

    de ontwikkeling van een verkeerskundige wijkontsluitingsroute die de buurtschappen met elkaar verbindt;

  • d.

    de ontwikkeling van een bufferzone, met sportvoorzieningen, een gemeenschappelijk parkeerterrein en maatschappelijke voorzieningen als primaire functies.

Artikel 3.42 Ontwikkelkader
  • 1.

    De doelen als bedoeld in artikel 3.41 zijn uitgewerkt in het Ontwikkelkader Zuiderhage, fase 1, zoals vastgesteld op 10 maart 2026, dan wel de rechtsopvolger daarvan, dat tevens uit meerdere gebiedsgerichte of thematische uitwerkingen kan bestaan.

  • 2.

    Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan het Ontwikkelkader Zuiderhage, fase 1 als bedoeld in het eerste lid. 

  • 3.

    Het tweede lid is niet van toepassing, vanaf het moment dat - en voor zover - het Ontwikkelkader Zuiderhage, fase 1, dan wel de rechtsopvolger daarvan, is ingetrokken.

Artikel 3.43 Tijdelijke beoordeling ruimtelijke kwaliteit door kwaliteitsteam
  • 1.

    Het bevoegd gezag stelt een kwaliteitsteam in, belast met het bevorderen en waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit binnen Zuiderhage fase 1.

  • 2.

    Voor zover een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op grond van deze regels moet voldoen aan het Ontwikkelkader Zuiderhage, fase 1 als bedoeld in artikel 3.42, wordt de beoordeling van de aanvraag, voor zover het gaat over aspecten van ruimtelijke kwaliteit, uitgevoerd door het kwaliteitsteam als bedoeld in het eerste lid. 

  • 3.

    De toepassing van het eerste lid en tweede lid eindigt op het moment dat de in het Ontwikkelkader Zuiderhage fase 1 opgenomen kwaliteitseisen in gemeentelijke beleidsregels ruimtelijke kwaliteit zijn opgenomen.

Paragraaf 3.3.3 Gebruik van gronden en bouwwerken

Subparagraaf 3.3.3.1 Algemene bepalingen
Artikel 3.44 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het gebruik van gronden en bouwwerken binnen Zuiderhage fase 1.

Artikel 3.45 Parkeren
  • 1.

    Een activiteit wordt niet verricht in strijd met het beleidsdocument Nota Parkeernormen Lelystad 2023, zoals vastgesteld op 21 november 2023, dan wel de rechtsopvolger daarvan.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing voor zover inzake het parkeren op grond van artikel 3.42 andere regels of normen aan een activiteit zijn gesteld, in welk geval die regels of normen van toepassing zijn.

Artikel 3.46 Horeca-categorie

Voor zover op grond van deze afdeling horeca-activiteiten zijn toegestaan, zijn uitsluitend horeca-activiteiten toegestaan in horeca categorie 1 als bedoeld in bijlage I van dit plan.

Subparagraaf 3.3.3.2 Wonen
Subsubparagraaf 3.3.3.2.1 Algemene bepalingen, aanwijzing en toedeling van activiteiten

Artikel 3.47 Toepassingsbereik

Deze subparagraaf gaat over het wonen binnen Zuiderhage fase 1.

Artikel 3.48 Oogmerken

De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het bieden van voldoende ruimte voor de huisvesting van (doelgroepen van) huishoudens;

  • b.

    het bereiken dan wel handhaven van een goed woon- en leefklimaat;

  • c.

    het bieden van mogelijkheden voor economische activiteiten die passen bij het wonen.

Artikel 3.49 Aanwijzing

Er is een locatie functie wonen Zuiderhage fase 1 opgenomen in dit omgevingsplan. 

Artikel 3.50 Toedeling

Binnen functie wonen Zuiderhage fase 1 zijn uitsluitend de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a.

    wonen in een woning die in een hoofdgebouw (van een grondgebonden woning dan wel een complex van gestapelde woningen) aanwezig is;

  • b.

    een beroep of bedrijf aan huis uitoefenen; 

  • c.

    een bij het hoofdgebouw behorend erf voor het wonen gebruiken.

Subsubparagraaf 3.3.3.2.2 Basisregels planologisch gebruik

Artikel 3.51 Maximum aantal woningen

Artikel 3.52 Woning splitsen

Het is verboden een woning te splitsen.

Artikel 3.53 Woningen samenvoegen of veranderen van woningtype

Het samenvoegen van woningen of een woning veranderen van woningtype is toegestaan, voor zover dit niet in strijd is met:

  • a.

    de doelen als bedoeld in artikel 3.41;

  • b.

    het Ontwikkelkader Zuiderhage, fase 1 als bedoeld in artikel 3.42.

Artikel 3.54 Vergunningplicht vanwege milieuzonering energievoorzieningen Larserdreef 306, 308 en 310

  • 1.

    Binnen functie wonen Zuiderhage fase 1 is het verboden zonder omgevingsvergunning de gronden en bouwwerken te gebruiken voor het wonen.

  • 2.

    Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op het wonen binnen Buitenwaard.

  • 3.

    Een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt alleen verleend als:

    • a.

      het wonen aanvaardbaar is uit het oogpunt van milieuhinder, waarbij bestaande dan wel toegelaten activiteiten op de percelen genoemd in artikel het uitgangspunt vormen voor de beoordeling, tenzij met de exploitant andere afspraken zijn gemaakt, en

    • b.

      de uitvoerbaarheid en uitvoering van eventueel te nemen (milieuhinderbeperkende of -afschermdende) maatregelen is voldoende is gewaarborgd, en

    • c.

      het bepaalde in onderdeel a en onderdeel b is aangetoond door middel van een deskundig onderzoek.

Artikel 3.55 Specifieke vormen van gedeeltelijke onzelfstandige bewoning

Binnen functie wonen Zuiderhage fase 1 zijn uitsluitende de volgende vormen van gedeeltelijke onzelfstandige bewoning toegelaten:

  • a.

    het gebruik van de woning als buidelwoning;

  • b.

    het gebruik van de woning voor hospitaverhuur.

Subsubparagraaf 3.3.3.2.3 Beroep of bedrijf aan huis

Artikel 3.56 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen

  • 1.

    Binnen functie wonen Zuiderhage fase 1 is de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, mits:

    • a.

      het beroep of bedrijf past binnen de categorieën, zoals opgenomen in het tweede lid;

    • b.

      het uiterlijk van de woning niet wordt aangetast, waarbij reclame-uitingen een maximale totale oppervlakte van 0,5 m² mogen hebben;

    • c.

      de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft;

    • d.

      het beroep of bedrijf uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning, aan- of uitbouwen of aangebouwde bijgebouwen;

    • e.

      het beroep of bedrijf in hoofdzaak wordt uitgeoefend door een bewoner van de woning. Deze bewoner mag zich daarbij laten ondersteunen door maximaal één niet in de woning woonachtige persoon. Voor een zelfstandig thuiswerkende prostituee geldt dat de activiteit alleen door één bewoner mag worden uitgeoefend;

    • f.

      het beroep of bedrijf niet gaat om:

      • 1.

        horeca;

      • 2.

        auto- en motorreparatie;

      • 3.

        milieubelastende activiteiten; en

      • 4.

        detailhandel;

    • g.

      maximaal 30% van de bruto vloeroppervlakte van de gebouwen op een perceel gebruikt wordt voor het beroep of bedrijf aan huis, tot:

      • 1.

        maximaal 100 m2 voor een beroep; en

      • 2.

        maximaal 50 m2 voor een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit;

    • h.

      er op eigen terrein of in de directe omgeving voldoende parkeerplaatsen voor bezoekers aanwezig zijn en er geen sprake is van een negatieve invloed op de normale verkeersafwikkeling en parkeerdruk ter plaatse; en

    • i.

      in het geval van een webwinkel:

      • 1.

        de ruimte waarin het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend niet verhuurd wordt;

      • 2.

        er geen verkoop plaatsvindt in de woning;

      • 3.

        goederen elders worden bezorgd; en

      • 4.

        goederen niet worden opgehaald bij de woning.

  • 2.

    Onder de activiteit 'beroep of bedrijf aan huis' worden de volgende beroepen en bedrijfsmatige activiteiten begrepen:

    • a.

      beroepen:

      • 1.

        uitoefening van (para-)medische beroepen in een individuele praktijk:

        • I.

          huisarts;

        • II.

          psychiater / psycholoog;

        • III.

          fysiotherapeut / bewegingsleer-deskundige;

        • IV.

          diëtist / voedingsleer-deskundige;

        • V.

          mondhygiënist;

        • VI.

          tandheelkundige;

        • VII.

          logopedist;

        • VIII.

          dierenarts; of

        • IX.

          een hiermee gelijk te stellen beroep;

      • 2.

        Advies- en ontwerpbureau's:

        • I.

          reclame-ontwerpbureau;

        • II.

          grafisch ontwerpbureau;

        • III.

          architect; of

        • IV.

          een hiermee gelijk te stellen beroep; of

      • 3.

        Zakelijke dienstverlening:

        • I.

          notaris;

        • II.

          advocaat;

        • III.

          accountant;

        • IV.

          assurantie-/verzekeringstussenpersoon;

        • V.

          makelaar;

        • VI.

          webwinkel, zonder bezoekmogelijkheid; of

        • VII.

          een hiermee gelijk te stellen beroep; of

    • b.

      kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten:

      • 1.

        kledingverstelbedrijf of (maat)kledingmakerij;

      • 2.

        kantoorfunctie voor bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend, waaronder:

        • I.

          een schoonmaakbedrijf;

        • II.

          een schoorsteenveegbedrijf; of

        • III.

          een glazenwasserij, maar ook voor bijvoorbeeld een groothandelsbedrijf; of

      • 3.

        reparatiebedrijven voor particulieren, waaronder:

        • I.

          schoen-/lederwarenreparatiebedrijf;

        • II.

          uurwerkreparatiebedrijf;

        • III.

          goud- en zilverwerkreparatiebedrijf;

        • IV.

          reparatie van kleine (elektrische) gebruiksgoederen; of

        • V.

          reparatie van muziekinstrumenten.

Artikel 3.57 Vergunningplicht 

Binnen functie wonen Zuiderhage fase 1 is het verboden zonder omgevingsvergunning een beroep of bedrijf aan huis uit te oefenen dat niet past binnen de voorwaarden als bedoeld in artikel 3.56.

Artikel 3.58 Beoordelingsregels 

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.57 wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a.

    er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan:

    • 1.

      het straat- en bebouwingsbeeld;

    • 2.

      de woonsituatie;

    • 3.

      de verkeersveiligheid;

    • 4.

      de milieusituatie; en

    • 5.

      de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;

  • b.

    de geluidswaarden op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen zijn aanvaardbaar, waarbij het bevoegd gezag dit beoordeelt op basis van het geluidsbeleid.van gemeente Lelystad.

Subsubparagraaf 3.3.3.2.4 Bed & breakfast

Artikel 3.59 Vergunningplicht 

Binnen functie wonen Zuiderhage fase 1 is het verboden zonder omgevingsvergunning de gronden en bouwwerken te gebruiken voor een bed & breakfast.

Artikel 3.60 Beoordelingsregels en aanvraagvereisten

  • 1.

    Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.59 wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

    • a.

      er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan:

      • 1.

        het straat- en bebouwingsbeeld;

      • 2.

        de woonsituatie;

      • 3.

        de verkeersveiligheid;

      • 4.

        de milieusituatie; en

      • 5.

        de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; en

    • b.

      maximaal 30% van de bruto vloeroppervlakte van de gebouwen per bouwpereel wordt ingericht voor de bed & breakfast;

    • c.

      er wordt voldaan aan de parkeernorm per ruimte voor nachtverblijf van ten minste één parkeerplaats, die

      • 1.

        aanwezig is op het eigen terrein rondom de woning; of

      • 2.

        in de directe omgeving aanwezig is, nadat uit parkeeronderzoek is gebleken dat de benodigde parkeerruimte beschikbaar is voor de bezoekers van de bed & breakfast; en

    • d.

      het uiterlijk van de woning wordt niet aangetast, waarbij reclamemateriaal een oppervlakte van maximaal 0,5 m² heeft; en

    • e.

      de bed & breakfast wordt door in ieder geval één bewoner van de woning uitgeoefend; en

    • f.

      de bed & breakfast heeft maximaal 8 slaapplaatsen, in maximaal 4 van elkaar afgescheiden ruimten bedoeld voor nachtverblijf.

  • 2.

    Aanvullend op de aanvraagvereisten als bedoeld in artikel 3.38 moet een parkeeronderzoek worden verstrekt, voor zover sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, onder 2. 

Subsubparagraaf 3.3.3.2.5 Huisvesting van dieren

Artikel 3.61 Oppervlakte dierenhok

De oppervlakte van een dierenhok bedraagt maximaal 12 m². 

Subparagraaf 3.3.3.3 Bedrijfsactiviteiten
Subsubparagraaf 3.3.3.3.1 Algemeen, aanwijzing en toedeling

Artikel 3.62 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze subparagraaf gaat over het verrichten van bedrijfsactiviteiten binnen functie bedrijf Zuiderhage fase 1 

  • 2.

    Deze paragraaf gaat niet over:

    • a.

      bedrijfsactiviteiten in het kader van het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis;

    • b.

      bedrijfsactiviteiten in het kader van evenementen in de openbare ruimte;

    • c.

      bedrijfsactiviteiten in het kader van openbare nutsvoorzieningen;

    • d.

      ambulante bedrijfsactiviteiten.

Artikel 3.63 Oogmerken

De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het bieden van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat;

  • b.

    het bieden van fysieke en milieuruimte voor bedrijfsactiviteiten;

  • c.

    het bereiken van een goed woon- en leefklimaat;

  • d.

    het waarborgen van de veiligheid;

  • e.

    het beschermen van de gezondheid;

  • f.

    het beschermen van het milieu.

Artikel 3.64 Aanwijzing

Er is een locatie functie bedrijf Zuiderhage fase 1 opgenomen in dit omgevingsplan. 

Artikel 3.65 Toedeling

  • 1.

    Binnen functie bedrijf Zuiderhage fase 1 zijn uitsluitend bedrijfsactiviteiten toegestaan.

  • 2.

    Het is verboden de volgende bedrijfsactiviteiten te verrichten:

    • a.

      activiteiten die het exploiteren van een IPPC-installatie betreffen;

    • b.

      activiteiten met externe veiligheidsrisico’s Bijlage VII Bkl (met uitzondering van onderdeel A, niet zijnde LPG-tankstations);

    • c.

      activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken (grote lawaaimakers);

    • d.

      activiteiten die projecten zijn waarvoor een mer-plicht geldt met een omgevingsvergunningplicht voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal);

    • e.

      activiteiten die projecten zijn waarvoor een mer-beoordelingsplicht geldt met een omgevingsvergunningplicht voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

  • 3.

    Voor zover niet reeds verboden op grond van het eerste lid is het eveneens verboden de volgende bedrijfsactiviteiten te verrichten:

    • a.

      winnen en produceren van grondstoffen;

    • b.

      niet-zelfstandige kantoren met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m² per kavel;

    • c.

      groothandel, distributie, opslag of overslag met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m² per kavel;

    • d.

      datacenters.

  • 4.

    Onverminderd het bepaalde in het tweede en derde lid voldoen bedrijfsactiviteiten als bedoeld in het eerste lid aan de volgende regels: 

    • a.

      de activiteiten zijn gericht op biobased en circulaire economie, educatie, cleantech, productie en energievoorziening;

    • b.

      de activiteiten zijn qua aard, omvang en milieubelasting passend in een gemengd gebied voor wonen en werken. 

      

Subsubparagraaf 3.3.3.3.2 Basisregels planologisch gebruik

Artikel 3.66 Toegelaten bruto vloeroppervlakte

Binnen functie bedrijf Zuiderhage fase 1 bedraagt de totale bruto vloeroppervlakte van bedrijfsactiviteiteiten, voor zover toegelaten op grond van artikel 3.65, maximaal de oppervlakte op grond van het Ontwikkelkader Zuiderhage, fase 1 als bedoeld in artikel 3.42.

Artikel 3.67 Vergunningplicht en maatwerkvoorschrift

  • 1.

    Het is verboden een toegelaten bedrijfsactiviteit te starten dan wel te wijzigen zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag.

  • 2.

    Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover het een activiteit betreft waarvoor geen geluidonderzoek of geuronderzoek verplicht is gesteld. 

  • 3.

    Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift eisen stellen aan een bedrijfsactiviteit, voor zover deze activiteit op grond van dit plan zonder omgevingsvergunning is toegelaten, 

  • 4.

    Een maatwerkvoorschrift als bedoeld in het derde lid wordt alleen gesteld ter beperking van milieuhinder voor omliggende milieugevoelige functies. 

Artikel 3.68 Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.67, eerste lid, wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a.

    de bedrijfsactiviteit is, al dan niet via maatregelen of technieken, inpasbaar in de woonomgeving uit het oogpunt van geluidhinder en geurhinder;

  • b.

    het vereiste als bedoeld in onderdeel a wordt door middel van deskundig onderzoek of advies aangetoond.

Subparagraaf 3.3.3.4 Maatschappelijk-commerciële activiteiten
Subsubparagraaf 3.3.3.4.1 Algemeen, aanwijzing en toedeling

Artikel 3.69 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze subparagraaf gaat over het verrichten van maatschappelijk-commerciële activiteiten binnen Zuiderhage fase 1.

  • 2.

    Maatschappelijk-commerciële activiteiten zijn activiteiten in het kader van dienstverlening of maatschappelijke dienstverlening, die geheel of gedeeltelijk commercieel geëxploiteerd mogen worden.

Artikel 3.70 Oogmerken

De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het bieden van ruimte voor (het exploiteren van) maatschappelijk-commerciële activiteiten;

  • b.

    het bieden van ruimte voor (het exploiteren van) accomodaties voor primair of secundair onderwijs en het daarvoor benodigde goede leefklimaat;

  • c.

    het bereiken van een goed woon- en leefklimaat.

Artikel 3.71 Aanwijzing

Er is een locatie functie maatschappelijk-commercieel Zuiderhage fase 1 opgenomen in dit omgevingsplan. 

Artikel 3.72 Toedeling

 

Binnen functie maatschappelijk-commercieel Zuiderhage fase 1 zijn uitsluitend de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a.

    maatschappelijk-commerciële activiteiten;

  • b.

    de exploitatie van accomodaties voor primair of secundair onderwijs en bijbehorende ondergeschikte maatschappelijke activiteiten;

  • c.

    onzelfstandige detailhandelsactiviteiten die tevens ondergeschikt zijn;

  • d.

    onzelfstandige horeca-activiteiten die tevens ondergeschikt zijn.

Subsubparagraaf 3.3.3.4.2 Basisregels planologisch gebruik

Artikel 3.73 Maximale omvang

Binnen functie maatschappelijk-commercieel Zuiderhage fase 1 bedraagt de totale bruto vloeroppervlakte van maatschappelijk-commerciële activiteiteiten, voor zover toegelaten op grond van artikel 3.72, maximaal de oppervlakte op grond van het Ontwikkelkader Zuiderhage, fase 1 als bedoeld in artikel 3.42.

Artikel 3.74 Situering

Maatschappelijk-commerciële activiteiten in een meerlaags gebouw met overwegend wonen worden uitsluitend op de begane grond, in de plint van het gebouw gesitueerd.

Artikel 3.75 Vergunningplicht

Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te starten dan wel te verrichten:

  • a.

    kinderdagopvang;

  • b.

    overige dag- en/of nachtopvang van personen;

  • c.

    opvang van dieren.

Artikel 3.76 Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.75 wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a.

    de activiteit voorziet in een aantoonbare behoefte;

  • b.

    de activiteit is inpasbaar uit het oogpunt van milieuhinder;

  • c.

    de activiteit is inpasbaar uit het oogpunt van veiligheid;

  • d.

    de activiteit is inpasbaar uit het oogpunt van verkeer en parkeren.

Subparagraaf 3.3.3.5 Bufferzone
Subsubparagraaf 3.3.3.5.1 Algemeen, aanwijzing en toedeling

Artikel 3.77 Toepassingsbereik

Deze subparagraaf gaat over het verrichten van gebruiksactiviteiten in de bufferzone binnen de locatie Zuiderhage fase 1.

Artikel 3.78 Oogmerken

De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het bieden van ruimte voor (het exploiteren van) sportvelden en bijbehorende accomodaties;

  • b.

    het bieden van ruimte voor (het exploiteren van) een accomodatie voor lager onderwijs en het daarvoor benodigde goede leefklimaat;

  • c.

    het functioneren van de aangrenzende penitentiaire inrichting Lelystad en de daaraan gerelateerde milieu- en veiligheidssituatie;

  • d.

    het functioneren van de (geprojecteerde) aangrenzende Extra Beveiligde Zittingslocatie en de daaraan gerelateerde milieu- en veiligheidssituatie.    

Artikel 3.79 Aanwijzing

Er is een locatie functie bufferzone Zuiderhage fase 1 opgenomen in dit omgevingsplan. 

Artikel 3.80 Toedeling

Binnen functie bufferzone Zuiderhage fase 1 zijn uitsluitend de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a.

    de exploitatie van sportvelden en bijbehorende accommodaties;

  • b.

    de exploitatie van accommodaties voor primair of secundair onderwijs en bijbehorende ondergeschikte maatschappelijke activiteiten;

  • c.

    onzelfstandige detailhandelsactiviteiten die tevens ondergeschikt zijn;

  • d.

    onzelfstandige horeca-activiteiten die tevens ondergeschikt zijn; en

  • e.

    het faciliteren van parkeergelegenheid.

Subsubparagraaf 3.3.3.5.2 Basisregels planologisch gebruik

Artikel 3.81 Ontwikkelkader

Binnen functie bufferzone Zuiderhage fase 1 wordt bij het verrichten van toegelaten activiteiten voldaan aan het Ontwikkelkader Zuiderhage, fase 1 als bedoeld in artikel 3.42.

Artikel 3.82 Parkeren bufferzone

  • 1.

    Binnen de functie bufferzone Zuiderhage fase 1 wordt een openbaar toegankelijk parkeerterrein aangelegd. 

  • 2.

    De normadressaat betreffende het voldoen aan het eerste lid is gemeente Lelystad.

  • 3.

    het parkeerterrein als bedoeld in het eerste lid wordt primair door bezoekers en medewerkers van het justitieel complex (EBZ en PI)  en door bezoekers en gebruikers van de maatschappelijke voorzieningen (onder andere de sportaccomodaties) binnen de bufferzone. 

Subparagraaf 3.3.3.6 Parkzone
Subsubparagraaf 3.3.3.6.1 Algemeen, aanwijzing en toedeling

Artikel 3.83 Toepassingsbereik

Deze subparagraaf gaat over het verrichten van gebruiksactiviteiten in de parkzone binnen Zuiderhage fase 1. 

Artikel 3.84 Oogmerken

De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het ontwikkelen en beheren van een robuuste groen-blauwe hoofdstructuur;

  • b.

    het ontwikkelen en beheren van waterbergend en waterafvoerend vermogen;

  • c.

    het ontwikkelen en beheren van een natuurlijke omgeving;

  • d.

    het bieden van passende mogelijkheden voor medegebruik van de parkzone, waaronder (water-)recreatie.

Artikel 3.85 Aanwijzing

Er is een locatie functie parkzone Zuiderhage fase 1 opgenomen in dit omgevingsplan. 

Artikel 3.86 Toedeling

  • 1.

    Binnen functie parkzone Zuiderhage fase 1 zijn uitsluitend de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

    • a.

      activiteiten ten dienste aan het ontwikkelen en beheren van een groen-blauwe hoofdstructuur;

    • b.

      activiteiten ten dienste aan het ontwikkelen en beheren van waterbergend en waterafvoerend vermogen;

    • c.

      activiteiten ten dienste aan het ontwikkelen en beheren van natuurwaarden en/of van een natuurlijke inrichting;

    • d.

      medegebruik van de parkzone als verblijfsgebied voor wandelen, fietsen, extensief recreëren en daarmee vergelijkbare activiteiten.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid en van artikel 3.88, bestaat binnen Buitenwaard geen verplichting tot het aanleggen van open water.

  • 3.

    Binnen functie parkzone Zuiderhage fase 1 worden de volgende gebruiksactiviteiten niet verricht:

    • a.

      detailhandels- en horeca-activiteiten, tenzij vergund op grond van artikel  3.91 of in het kader van een toegelaten evenement; 

    • b.

      parkeeractiviteiten ten behoeve van aangrenzende stedelijke functies, waaronder het wonen.

Subsubparagraaf 3.3.3.6.2 Basisregels planologisch gebruik

Artikel 3.87 Normadressaat

In afwijking van artikel 1.6 wordt aan deze subsubparagraaf voldaan door het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 3.88 Gebod

Er wordt voorzien in een parkzone, als bedoeld in deze paragraaf. 

Artikel 3.89 Eisen parkzone

  • 1.

    Bij de uitwerking en ontwikkeling van de parkzone gelden de doelen als bedoeld in artikel 3.41 en daarbij behorende functies en activiteiten.

  • 2.

    Bij de uitwerking en ontwikkeling van de parkzone wordt voldaan aan het Ontwikkelkader Zuiderhage, fase 1 als bedoeld in artikel 3.42.

  • 3.

    De parkzone sluit, in elk geval met het oog op de waterhuishouding, op een doelmatige wijze aan op andere groen- en/of waterstructuren in de omgeving, zowel binnen als buiten Zuiderhage fase 1.

  • 4.

    De breedte van de parkzone binnen bouwgebied Valkenstede bedraagt minimaal 55 m.

  • 5.

    De breedte van de parkzone binnen bouwgebied Overbeke bedraagt minimaal 50 m.

  • 6.

    De breedte van de parkzone binnen bouwgebied Buitenwaard bedraagt minimaal 50 m, met inachtneming van artikel 3.86, tweede lid.

  • 7.

    Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift, in afwijking van het derde tot en met het zesde lid, een andere aansluiting dan wel maatvoering toestaan, indien dit noodzakelijk of wenselijk is in verband met de inpassing van functies of activiteiten, mits de doelen van de parkzone niet op onevenredige wijze in het geding komen.

Artikel 3.90 Vergunning kleinschalig medegebruik parkzone 

Het is verboden om binnen de begrenzing van de parkzone zoals bedoeld in artikel 3.89, vierde lid, zonder omgevingsvergunning de gronden te gebruiken voor andere activiteiten dan op grond van artikel 3.86 is toegelaten.

Artikel 3.91 Beoordelingsregels vergunning kleinschalig medegebruik parkzone

Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 3.90 wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a.

    de activiteit sluit aan bij het recreatief-maatschappelijke gebruiksdoel van de parkzone; 

  • b.

    de activiteit doet geen afbreuk aan de overige doelen van de parkzone en evenmin aan de eisen als bedoeld in artikel 3.89;

  • c.

    de activiteit veroorzaakt geen onaanvaardbare milieuhinder voor milieugevoelige gebouwen en locaties in de omgeving;

  • d.

    de activiteit is uit het oogpunt van verkeer en parkeren inpasbaar;

  • e.

    de oppervlakte van een activiteit die direct aansluit aan de toegelaten (woon-)bebouwing, bedraagt maximaal 300 m2;

  • f.

    de oppervlakte van een activiteit die solitair in de parkzone gesitueerd is, bedraagt maximaal 40 m2; 

  • g.

    de oppervlakte als bedoeld in onderdeel e en onderdeel f omvat alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en buitenruimten;

  • h.

    de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 7,0 m;

  • i.

    per buurtschap is maximaal één activiteit zoal bedoeld in dit artikel toegestaan;

  • j.

    bij het verrichten van de activiteit wordt rekening gehouden met het (met het oog op de activiteit aangevraagde) schriftelijk advies van Waterschap Zuiderzeeland inzake het doelmatig functioneren van het watersysteem in relatie tot het medegebruik.

Subparagraaf 3.3.3.7 Wijkontsluitingsweg
Subsubparagraaf 3.3.3.7.1 Algemeen, aanwijzing en toedeling

Artikel 3.92 Normadressaat

In afwijking van artikel 1.6 wordt aan deze paragraaf voldaan door het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 3.93 Toepassingsbereik

Deze subparagraaf gaat over de ruimtelijke inpassing en het gebruik van een wijkontsluitingsweg. 

Artikel 3.94 Oogmerken

De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    een doelmatige verkeerskundige hoofdontsluiting van de buurtschappen;

  • b.

    de verkeersveiligheid.

Artikel 3.95 Aanwijzing

Er is een locatie functie wijkontsluitingsweg Zuiderhage fase 1 opgenomen in dit omgevingsplan. 

Artikel 3.96 Toedeling

Binnen functie wijkontsluitingsweg Zuiderhage fase 1 zijn uitsluitend de volgende activiteiten toegestaan:

  • a.

    activiteiten ten dienste aan de ontwikkeling en het beheer van een wijkontsluitingsweg;

  • b.

    het gebruik van de wijkontsluitingsweg door het verkeer.

Subsubparagraaf 3.3.3.7.2 Basisregels planologisch gebruik

Artikel 3.97 Gebod

Er wordt voorzien in een wijkontsluitingsweg. 

Artikel 3.98 Eisen wijkontsluitingsweg

  • 1.

    Binnen Valkenstede voldoet de wijkontsluitingsweg aan de volgende eisen:

    • a.

      aansluiting tracé op kruispunt Middendreef-Larserdreef;

    • b.

      aansluiting tracé op buurtschap Overbeke via onderdoorgang spoorlijn;

  • 2.

    Binnen Overbeke voldoet de wijkontsluitingsweg aan de volgende eisen:

    • a.

      aansluiting tracé op de rotonde Salland-Larserdreef;

    • b.

      aansluiting tracé op buurtschap Valkenstede via onderdoorgang spoorlijn;

    • c.

      rekening houden met aansluiting tracé op toekomstig buurtschap ten zuidoosten en/of zuidwesten van Overbeke.

  • 3.

    Binnen Buitenwaard voldoet de wijkontsluitingsweg aan de volgende eisen:

    • a.

      aansluiting tracé op het (aan te leggen) kruispunt Verlengde Westerdreef;

    • b.

      tracé vormt een lus binnen buurtschap Buitenwaard.

  • 4.

    Bij uitwerking van de wijkontsluitingsweg wordt rekening gehouden met: 

    • a.

      het Ontwikkelkader Zuiderhage, fase 1 als bedoeld in artikel 3.42; 

    • b.

      (beperking van) geluidhinder en lichthinder voor nabij gelegen bestaande of geprojecteerde geluidgevoelige en lichthindergevoelige functies. 

  • 5.

    Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift afwijken van het eerste tot en met het derde lid.

Subparagraaf 3.3.3.8 Openbare buitenruimte
Subsubparagraaf 3.3.3.8.1 Algemeen, aanwijzing en toedeling

Artikel 3.99 Toepassingsbereik

Deze subparagraaf gaat over het verrichten van activiteiten in de openbare buitenruimte binnen Zuiderhage fase 1, met uitzondering van de activiteiten als bedoeld in subparagraaf 3.3.3.6 en subparagraaf 3.3.3.7.  

Artikel 3.100 Oogmerken

De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het inpassen van een provinciale doorfietsroute;

  • b.

    het bevorderen van een doelmatige en veilige verkeerskundige ontsluiting;

  • c.

    het evenwichtig benutten van de openbare ruimte;

  • d.

    het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare ruimte voor personen;

  • e.

    het beschermen van de omgevingskwaliteit;

  • f.

    het bereiken en beschermen van een goed woon- en leefklimaat;

  • g.

    het voorkomen van hinder en overlast; en

  • h.

    het beschermen van de gezondheid.

Artikel 3.101 Aanwijzingen

Artikel 3.102 Toedeling

  • 1.

    Binnen functie openbare buitenruimte Zuiderhage fase 1 zijn uitsluitend de volgende activiteiten toegestaan:

    • a.

      het gebruik van gronden voor verkeer en verblijf;

    • b.

      het gebruik van gronden voor groenvoorzieningen;

    • c.

      het gebruik van gronden voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

    • d.

      het gebruik van gronden voor extensieve recreatie;

    • e.

      het medegebruik van gronden voor toegelaten evenementen.

  • 2.

    Binnen functie openbare buitenruimte Zuiderhage fase 1 worden de volgende activiteiten niet verricht:

    • a.

      detailhandels- dan wel horeca-activeiten, anders dan in het kader van ambulante handel en/of een evenement en hiervoor toestemming is verleend door het bevoegd gezag;

    • b.

      kamperen of andere vormen van overnachten.

  • 3.

    Binnen functie doorfietsroute Almere-Lelystad is primair de aanleg van een provinciale doorfietsroute toegestaan, welke tijdens en na de ontwikkeling van Zuiderhage fase 1 in stand moet worden gehouden.

  • 4.

    Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift het tracé of profiel van de doorfietsroute in ondergeschikte mate aanpassen, maar niet na Provincie Flevoland om advies te hebben gevraagd en dit advies te hebben ontvangen.

Subsubparagraaf 3.3.3.8.2 Basisregels planologisch gebruik

Artikel 3.103 (gereserveerd) 

(gereserveerd voor nader te bepalen eisen (mede)gebruik van de openbare ruimte)

Subparagraaf 3.3.3.9 Sport Valkenstede
Subsubparagraaf 3.3.3.9.1 Algemeen, aanwijzing en toedeling

Artikel 3.104 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze subparagraaf gaat over het verrichten van sportactiviteiten binnen Zuiderhage fase 1.

  • 2.

    Sportactiviteiten als hoofdactiviteit zijn beperkt tot het beoefenen van tennis en andere racketsporten vallend onder de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB).

Artikel 3.105 Oogmerken

De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het faciliteren van de aanleg, het beheer en het gebruik van racketsport-banen en de daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen;

  • b.

    het voorkomen van hinder en overlast voor de omgeving, waaronder in ieder geval geluidhinder en lichthinder zijn begrepen;

  • c.

    het beschermen van de omgevingskwaliteit.

Artikel 3.106 Aanwijzing

Er is een locatie functie sport Valkenstede Zuiderhage fase 1 opgenomen in dit omgevingsplan.

Artikel 3.107 Toedeling

Binnen functie sport Valkenstede Zuiderhage fase 1 zijn uitsluitend de volgende activiteiten toegestaan:

  • a.

    het verrichten van racketsport-activiteiten;

  • b.

    het verrichten van bijbehorende activiteiten in verenigingsverband, die direct aan de beoefening van racketsport zijn gelieerd, met uitsluiting van zelfstandige horeca en detailhandel.

Subsubparagraaf 3.3.3.9.2 Basisregels planologisch gebruik

Artikel 3.108 Vergunningplicht en maatwerkvoorschriften

  • 1.

    Het is verboden om binnen functie sport Valkenstede Zuiderhage fase 1 het complex voor racketsportactiviteiten als bedoeld artikel 3.107 in gebruik te nemen, zonder omgevingsvergunning.

  • 2.

    Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift eisen stellen aan het toegelaten gebruik, gelet op de oogmerken genoemd in artikel 3.105. 

Artikel 3.109 Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.108 wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a.

    de activiteit is inpasbaar met het oog op het voorkomen van milieuhinder, waaronder in elk geval geluidhinder en lichthinder zijn begrepen;

  • b.

    de activiteit is inpasbaar met het oog op omgevingsveiligheid;

  • c.

    er is in afdoende mate voorzien in parkeer- en stallingsvoorzieningen.

Paragraaf 3.3.4 Bouwen

Subparagraaf 3.3.4.1 Algemene bepalingen
Subsubparagraaf 3.3.4.1.1 Algemeen, aanwijzing en toedeling

Artikel 3.110 Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk gaat over bouwactiviteiten en het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk zoals opgenomen in paragraaf 22.2.7.

Artikel 3.111 Oogmerken

De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het bieden van bebouwingsmogelijkheden ten dienste van toegelaten activiteiten;

  • b.

    het bereiken en in stand houden van een goed woon- en leefklimaat;

  • c.

    het voorkomen en beperken van hinder;

  • d.

    het beschermen van de ruimtelijke kwaliteit;

  • e.

    het beschermen van cultureel erfgoed;

  • f.

    het beschermen van de gezondheid; en

  • g.

    het waarborgen van de veiligheid.

Artikel 3.112 Aanwijzing

Er is een locatie bouwgebied Zuiderhage fase 1 opgenomen in dit omgevingsplan.

Artikel 3.113 Toedeling

Binnen bouwgebied Zuiderhage fase 1 is een bouwactiviteit uitsluitend toegelaten wanneer deze doelmatig is voor - en ten dienste staat van - een aan een locatie toegedeelde functie. 

Subsubparagraaf 3.3.4.1.2 Basisregels bouwen - algemeen

Artikel 3.114 Verbod

Het is verboden bouwactiviteiten te verrichten die niet voldoen aan de in deze paragraaf gestelde regels, tenzij een bouwactiviteit op grond van wetgeving of andere regels in dit plan zijn aangemerkt als vergunningvrije ruimtelijke bouwactiviteit.

Artikel 3.115 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 3.116 Voldoen aan ontwikkelkader

Een bouwactiviteit voldoet aan het Ontwikkelkader Zuiderhage, fase 1 als bedoeld in artikel 3.42;

Artikel 3.117 Algemene beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen

  • 1.

    Een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

    • a.

      er wordt voldaan aan de beoordelingsregels die van toepassing zijn uit paragraaf 22.2.7;

    • b.

      er wordt voldaan aan de regels die van toepassing zijn uit paragraaf 3.3.4;

    • c.

      geluidwaarden op de gevel van geluidgevoelige gebouwen of op geluidgevoelige locaties zijn aanvaardbaar, waarbij het bevoegd gezag dit beoordeelt op basis van het geluidbeleid van gemeente Lelystad;

    • d.

      aan of in dat bouwwerk, dan wel op het onbebouwde terrein bij het bouwwerk, wordt voorzien in ruimte om te laden of te lossen van goederen, als het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan die ruimte; en

    • e.

      er wordt voldaan aan de beleidsregels van de 'Nota Parkeernormen Lelystad 2023', of de rechtsopvolger daarvan.

  • 2.

    In aanvulling op de beoordelingsregels zoals opgenomen in het eerste lid, wordt een omgevingsvergunning alleen verleend als er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan

    • a.

      het straat- en bebouwingsbeeld;

    • b.

      de woonsituatie;

    • c.

      de verkeersveiligheid;

    • d.

      de milieusituatie; en

    • e.

      de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

  • 3.

    Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift afwijken van het eerste lid, onderdeel d:

    • a.

      voor bestaand gebruik, waarbij de herbouw van een bouwwerk zonder functiewijziging wordt beschouwd als bestaand gebruik;

    • b.

      voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien; en

    • c.

      het voldoen aan dit vereiste door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.

Artikel 3.118 Indieningsvereisten omgevingsvergunning bouwen

  • 1.

    Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      gegevens en bescheiden zoals opgenomen in artikel 22.34;

    • b.

      gegevens en bescheiden als opgenomen in afdeling 7.2 van de Omgevingsregeling; en

    • c.

      indien van toepassing, de gegevens en bescheiden zoals opgenomen in artikel 1.5 van het tijdelijke regelingdeel bij dit omgevingsplan genaamd 'Voorbereidingsbesluit bodem gemeente Lelystad'; en

    • d.

      overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

  • 2.

    Bij de specifieke bouwactiviteiten zoals uiteengezet in deze afdeling kunnen specifieke aanvraagvereisten gelden in aanvulling op de aanvraagvereisten in dit artikel.

Artikel 3.119 Maatwerkvoorschrift

Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift eisen stellen aan de plaatsing en afmeting van de bebouwing met het oog op:

  • a.

    een goede woonsituatie;

  • b.

    de milieusituatie;

  • c.

    de sociale veiligheid;

  • d.

    de verkeersveiligheid; 

  • e.

    de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

Subparagraaf 3.3.4.2 Gebouw bouwen
Subsubparagraaf 3.3.4.2.1 Gebouw bouwen, in stand houden of gebruiken

Artikel 3.120 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het bouwen van een gebouw, al dan niet als hoofdgebouw, met uitzondering van:

  • a.

    recreatief nachtverblijf; en

  • b.

    bijbehorende bouwwerken.

Artikel 3.121 Bouwhoogte algemeen

  • 1.

    Een op grond van deze paragraaf toegelaten bouwhoogte mag worden overschreden door ondergeschikte bouwonderdelen zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, mits: 

    • a.

      de overschrijding maximaal 10% van de oppervlakte van het gebouw bedraagt; en

    • b.

      de toegelaten bouwhoogte met maximaal 25% wordt overschreden.

  • 2.

    Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift afwijken van een in deze paragraaf vereiste minimum bouwhoogte.

Artikel 3.122 Bouwgebied Valkenstede

  • 1.

    Er is een locatie bouwgebied Valkenstede opgenomen in dit omgevingsplan.

  • 2.

    Het aantal bouwlagen van een grondgebonden woning bedraagt minimaal 2 en maximaal 4.

  • 3.

    De bouwhoogte van een grondgebonden woning bedraagt maximaal 13 m.

  • 4.

    Het aantal bouwlagen van een complex van gestapelde woningen bedraagt maximaal 6.

  • 5.

    De bouwhoogte van een complex van gestapelde woningen bedraagt maximaal 21 m.

  • 6.

    In afwijking van het derde en vierde lid mag het aantal bouwlagen c.q. de bouwhoogte worden overschreden door een bebouwingsaccent, uitsluitend onder de volgende voorwaarden:

    • a.

      bebouwingsaccenten zijn alleen toegestaan langs de Larserdreef en langs de parkzone als bedoeld in subparagraaf 3.3.3.6;

    • b.

      het aantal bouwlagen van een bebouwingsaccent bedraagt maximaal 14;

    • c.

      de bouwhoogte van een bebouwingsaccent bedraagt maximaal 50 m;

    • d.

      de grondoppervlakte van een bebouwingsaccent bedraagt maximaal 750 m2;

    • e.

      het aantal bebouwingsaccenten per complex van gestapelde woningen bedraagt maximaal 1;

    • f.

      het totaal aantal bebouwingsaccenten bedraagt maximaal 11;

    • g.

      het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift afwijken van onderdeel a t/m onderdeel f. 

  • 7.

    De bouwhoogte van een bedrijfsgebouw bedraagt minimaal 7 m.

  • 8.

    De bouwhoogte van een bedrijfsgebouw bedraagt maximaal 12 m.

  • 9.

    De bouwhoogte van een zelfstandig gebouw voor een maatschappelijk-commerciele functie of een school bedraagt maximaal 12 m.

  • 10.

    Op een gemengd gebouw met wonen en functies als bedoeld in het negende lid, is het bepaalde in het vierde lid tot en met zesde lid van overeenkomstige toepassing. 

Artikel 3.123 Bouwgebied Overbeke

  • 1.

    Er is een locatie bouwgebied Overbeke opgenomen in dit omgevingsplan.

  • 2.

    Het aantal bouwlagen van een grondgebonden woning bedraagt maximaal 4.

  • 3.

    Aanvullend op het tweede lid is een kap met een dakhelling van maximaal 30o is toegestaan. 

  • 4.

    De bouwhoogte van een grondgebonden woning bedraagt maximaal 13 m.

  • 5.

    Het aantal bouwlagen van een complex van gestapelde woningen bedraagt maximaal 4, behalve op locaties die grenzen aan de parkzone, waar het aantal bouwlagen maximaal 6 bedraagt.

  • 6.

    De bouwhoogte van een complex van gestapelde woningen bedraagt maximaal 20 m, dan wel maximaal 13 m bij 4 bouwlagen.

  • 7.

    In afwijking van het zesde lid mag de bouwhoogte worden overschreden door een bebouwingsaccent, uitsluitend onder de volgende voorwaarden:

    • a.

      een bebouwingsaccent is alleen toegestaan langs de parkzone als bedoeld in subparagraaf 3.3.3.6;

    • b.

      het aantal bouwlagen van een bebouwingsaccent bedraagt maximaal 10;

    • c.

      de bouwhoogte van een bebouwingsaccent bedraagt maximaal 32 m;

    • d.

      de grondoppervlakte van een bebouwingsaccent bedraagt maximaal 600 m²;

    • e.

      het aantal bebouwingsaccenten per complex bedraagt maximaal 1;

    • f.

      het totaal aantal bebouwingsaccenten bedraagt maximaal 2;

    • g.

      het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift afwijken van onderdeel a t/m onderdeel f. 

  • 8.

    De bouwhoogte van een zelfstandig gebouw voor een maatschappelijk-commerciele functie of een school bedraagt maximaal 12 m.

  • 9.

    Op een gemengd gebouw met wonen en functies als bedoeld in het achtste lid, is het bepaalde in het vijfde tot en met zevende lid van overeenkomstige toepassing. 

Artikel 3.124 Bouwgebied Buitenwaard

  • 1.

    Er is een locatie bouwgebied Buitenwaard opgenomen in dit omgevingsplan.

  • 2.

    Het aantal bouwlagen van een grondgebonden woning bedraagt maximaal 4.

  • 3.

    Indien de bovenste bouwlaag van een grondgebonden woning wordt uitgevoerd als kaplaag, bedraag de dakhelling van de kap maximaal 30o. 

  • 4.

    De bouwhoogte van een grondgebonden woning bedraagt maximaal 13 m.

  • 5.

    De bouwhoogte van een complex van gestapelde woningen bedraagt maximaal 13 m.

  • 6.

    Het aantal bouwlagen van een complex van gestapelde woningen bedraagt maximaal 4.

  • 7.

    In afwijking van het vijfde en zesde lid is een overschrijding van de maximale bouwhoogte door een bebouwingsaccent toegestaan, uitsluitend als wordt voldaan aan de volgende regels:

    • a.

      een bebouwingsaccent is alleen toegestaan nabij de rotonde Westerdreef-Larserdreef en gesitueerd in het verlengde van de wegas van de Larserdreef;

    • b.

      het aantal bouwlagen van een bebouwingsaccent bedraagt maximaal 7;

    • c.

      de bouwhoogte van een bebouwingsaccent bedraagt maximaal 25 m;

    • d.

      de grondoppervlakte van een bebouwingsaccent bedraagt maximaal 600 m2;

    • e.

      het aantal bebouwingsaccenten per complex bedraagt maximaal 1;

    • f.

      het totaal aantal bebouwingsaccenten bedraagt maximaal 1;

    • g.

      het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift afwijken van onderdeel a t/m onderdeel f. 

  • 8.

    De bouwhoogte van een zelfstandig gebouw voor een maatschappelijk-commerciele functie of een school bedraagt maximaal 12 m.

  • 9.

    Op een gemengd gebouw met wonen en functies als bedoeld in het achtste lid, is het bepaalde in het vijfde lid tot en met het zevende lid van overeenkomstige toepassing. 

Artikel 3.125 Bouwgebied bufferzone

  • 1.

    Er is een locatie bouwgebied bufferzone opgenomen in dit omgevingsplan.

  • 2.

    Ten behoeve van de bufferzone tussen de ontwikkeling van het justitieel complex (de EBZ/PI lelystad) en buurtschap 7 gelden aanvullende eisen met betrekking tot veiligheid en bruikbaarheid als bedoeld in het derde lid. 

  • 3.

    Gebouwen voldoen aan de volgende regels:

    • a.

      de afstand van een gebouw tot de perceelsgrens van de Penitentiaire Inrichting Lelystad bedraagt minimaal 100 m;

    • b.

      geluidgevoelige gebouwen binnen een afstand van 200 m tot de (geprojecteerde) helikopterlandingsplaats van de Penitentiaire Inrichting Lelystad zijn verboden;

    • c.

      de gezamenlijke grondoppervlakte van gebouwen op een sportterrein bedraagt maximaal 10% van de totale bruto grondoppervlakte van dat sportterrein;

    • d.

       het aantal bouwlagen bedraagt maximaal 2;

    • e.

      de bouwhoogte bedraagt maximaal 8 m.

     

Artikel 3.126 Bouwgebied parkzone

  • 1.

    Er is een locatie bouwgebied parkzone opgenomen in dit omgevingsplan.

  • 2.

    Het is verboden zonder een omgevingsvergunning een gebouw te bouwen. 

  • 3.

    Een omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

    • a.

       het gebouw staat ten dienste aan het medegebruik voor zover dat via artikel 3.90 en artikel 3.91 is of kan worden toegelaten;

    • b.

      het aantal bouwlagen bedraagt maximaal 2;

    • c.

      aanvullend op het maximale aantal bouwlagen in onderdeel b is een kap toegestaan;

    • d.

      de bouwhoogte bedraagt maximaal 11 m. 

Artikel 3.127 Bouwgebied wijkontsluitingweg

  • 1.

    Er is een locatie bouwgebied wijkontsluitingsweg opgenomen in dit omgevingsplan.

  • 2.

    Het is verboden een gebouw te bouwen, uitgezonderd gebouwen die op grond van wet- en regelgeving vergunningvrij zijn.

Artikel 3.128 Bouwgebied openbare buitenruimte

  • 1.

    Er is een locatie bouwgebied openbare buitenruimte opgenomen in dit omgevingsplan.

  • 2.

    Het is verboden een gebouw te bouwen, uitgezonderd gebouwen die op grond van wet- en regelgeving vergunningvrij zijn.

Artikel 3.129 Bouwgebied sport Valkenstede 

  • 1.

    Er is een locatie bouwgebied sport Valkenstede Zuiderhage fase 1 opgenomen in dit omgevingsplan.

  • 2.

    Het bebouwingspercentage bedraagt maximaal 25.

  • 3.

    De bouwhoogte van een tennishal bedraagt maximaal 9 m.

  • 4.

    De bouwhoogte van een gebouw, anders dan een tennishal, bedraagt maximaal 5 m.

  • 5.

    Op de bouw van een lichtmast voor veldverlichting gelden de regels van artikel 3.144.

  • 6.

    De bouwhoogte van een ballenvanger bedraagt maximaal 5 m.

Subsubparagraaf 3.3.4.2.2 Geluidgevoelig gebouw bouwen

Artikel 3.130 Geluidgevoelig gebouw Buitenwaard, hogere waarde

Artikel 3.131 Vergunningplicht geluidgevoelig gebouw

  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning binnen vergunningplicht geluidgevoelig gebouw geluidgevoelige gebouwen te bouwen.

  • 2.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning binnen een afstand van 100 m tot een wijkontsluitingsweg als bedoeld in subparagraaf 3.3.3.7 een geluidgevoelig gebouw te bouwen.

Artikel 3.132 Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.131 wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a.

    de inpasbaarheid van geluidgevoelige gebouwen is aangetoond door middel van deskundig onderzoek;

  • b.

    de uitvoering, uitvoerbaarheid, doelmatigheid en inpasbaarheid van eventueel te nemen (ruimtelijke of bouwkundige) maatregelen in voldoende mate is gewaarborgd;

  • c.

    voor zover het een vergunning op grond van artikel, eerste lid betreft,  de beheerder van het spoor schriftelijk advies heeft uitgebracht en dit advies is betrokken bij het onderzoek als bedoeld in onderdeel a. 

Subsubparagraaf 3.3.4.2.3 Trillinggevoelige ruimte in trillinggevoelig gebouw bouwen

Artikel 3.133 Vergunningplicht

Het is verboden zonder omgevingsvergunning binnen een afstand van 100 m tot het spoor van het tracé Lelystad Centrum - Almere Oostvaarders trillinggevoelige ruimten in trillinggevoelige gebouwen te bouwen.

Artikel 3.134 Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.133 wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a.

    de inpasbaarheid van trillinggevoelige ruimten in trillinggevoelige gebouwen is aangetoond door middel van onderzoek (en eventueel vervolgonderzoek) als bedoeld in de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen dan wel de rechtsopvolger daarvan;

  • b.

    de uitvoering, uitvoerbaarheid, doelmatigheid en inpasbaarheid van eventueel te nemen (bouwkundige) maatregelen in voldoende mate is gewaarborgd;

  • c.

    de beheerder van het spoor schriftelijk advies heeft uitgebracht en dit advies is betrokken bij het onderzoek als bedoeld in onderdeel a. 

Subparagraaf 3.3.4.3 Bouwwerk veranderen

[Gereserveerd]

Subparagraaf 3.3.4.4 Bijbehorend bouwwerk bouwen
Subsubparagraaf 3.3.4.4.1 Algemene bepalingen

Artikel 3.135 Toepassingsbereik

Deze subparagraaf gaat over het bouwen, in stand houden of gebruiken van aan- of uitbouwen of bijgebouwen bij een woonhuis.

Artikel 3.136 Algemene bouwregels

  • 1.

    Bijbehorende bouwwerken voldoen aan de volgende eisen:

    • a.

      een bijbehorend bouwwerk heeft een bouwhoogte van maximaal 5,0 m;

    • b.

      een bijbehorend bouwwerk heeft een goothoogte van maximaal 3,0 m;

    • c.

      een bijbehorend bouwwerk wordt niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte;

    • d.

      de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag per hoofdgebouw:

      • 1.

        maximaal 50 m2 zijn, als de oppervlakte van een bouwperceel 500 m2 of minder is; of

      • 2.

        maximaal 10% van de oppervlakte van het bouwperceel tot maximaal 100 m2 zijn, als de oppervlakte van een bouwperceel meer dan 500 m2 is;

    • e.

      een aan-, uit-, of aangebouwd bijgebouw dat gesitueerd wordt aan de zijgevel van het hoofdgebouw, heeft een hoogte van maximaal 1,0 m minder dan de hoogte van het hoofdgebouw; en

    • f.

      voor zover een aan-, uit-, of aangebouwd bijgebouw gelegen in het achtererfgebied op een afstand van maximaal 4,0 m van het oorspronkelijke hoofdgebouw wordt gesitueerd:

      • 1.

        wordt het gebouwd met een plat dak, tenzij deze tegen de zijgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd; en

      • 2.

        is de bouwhoogte niet hoger dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw met een maximale hoogte zoals opgenomen in onderdeel a; of

    • g.

      voor zover een bijbehorend bouwwerk in het voorerfgebied is gelegen:

      • 1.

        wordt het gebouwd met een plat dak, tenzij deze tegen de zijgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd;

      • 2.

        wordt niet hoger dan 0,3 m vanaf de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw;

      • 3.

        wordt het niet breder dan de helft van de voorgevel van het hoofdgebouw wanneer het bouwwerk aan de voorgevel wordt gesitueerd; en

      • 4.

        is het bebouwingspercentage van het voorerfgebied niet meer dan 50%.

  • 2.

    Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift afwijken van het eerste lid:

    • a.

      voor maatafwijkingen tot maximaal 20%;

    • b.

      voor een andere dakvorm dan is vereist.

  • 3.

    Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift afwijken van het eerste lid, onderdeel d, voor een gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per hoofdgebouw van maximaal 80 m², mits:

    • a.

      dit aantoonbaar noodzakelijk is voor de huisvesting van (een) minder valide(n); en

    • b.

      de noodzaak voor het treffen van bijzondere voorzieningen is aangetoond.

Subparagraaf 3.3.4.5 Bouwwerk, geen gebouw zijnde bouwen
Subsubparagraaf 3.3.4.5.1 Algemene bepalingen

Artikel 3.137 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze subparagraaf gaat over het bouwen, in stand houden of gebruiken van bouwwerken, geen gebouw zijnde.

  • 2.

    Onder bouwwerken, geen gebouw zijnde, vallen onder andere de volgende activiteiten:

    • a.

      afscheiding tussen balkons of dakterrassen bouwen, in stand houden of gebruiken;

    • b.

      antenne-installatie bouwen, in stand houden of gebruiken;

    • c.

      buisleiding bouwen, in stand houden of gebruiken;

    • d.

      constructie voor overbruggen van terreinhoogteverschil bouwen, in stand houden of gebruiken;

    • e.

      erf- of perceelafscheiding bouwen, in stand houden of gebruiken;

    • f.

      paal, mast of vlaggenmast bouwen, in stand houden of gebruiken;

    • g.

      sport- of speeltoestel bouwen, in stand houden of gebruiken;

    • h.

      tuinmeubilair bouwen, in stand houden of gebruiken; en

    • i.

      zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of vijver bouwen, in stand houden of gebruiken.

     

Artikel 3.138 Basisregels bouwwerk, geen gebouw zijnde bouwen

  • 1.

    Bouwwerken, geen gebouw zijnde, voldoen aan de volgende regels: 

    • a.

      de bouwhoogte bedraagt maximaal 2,0 m;

    • b.

      de oppervlakte per bouwperceel bedraagt maximaal 2,0 m2.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing voor zover op grond van andere regels in dit plan, dan wel in andere wet- en regelgeving, een andere maximum bouwhoogte of oppervlakte is toegestaan.

  • 3.

    Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift afwijken van het eerste of het tweede lid, tot maximaal 20% van de aangeven maten.

  • 4.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende bouwwerken, geen gebouw zijnde, te bouwen:

    • a.

      een bouwwerk gesitueerd in de openbare buitenruimte,  met een bouwhoogte van maximaal 20 m;

    • b.

      een bouwwerk gesitueerd op een woonperceel, met een bouwhoogte van maximaal 10 m;

    • c.

      een bouwwerk gesitueerd op een ander perceel dan een woonperceel, met een bouwhoogte van maximaal 15 m.

Subsubparagraaf 3.3.4.5.2 Erf- of perceelafscheiding

Artikel 3.139 Toepassingsbereik

Deze subsubparagraaf gaat over een erf- of perceelafscheiding bouwen, met een bouwhoogte van meer dan 1,0 m.

Artikel 3.140 Algemene bouwregel

  • 1.

    De bouwhoogte bedraagt maximaal 2,0 m.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid, bedraagt de bouwhoogte van een erf- of perceelafscheiding, gesitueerd voor de voorgevelrooilijn, maximaal 1,0 m.

  • 3.

    Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift afwijken van het eerste of het tweede lid, tot maximaal 20% van de aangeven maten.

Subsubparagraaf 3.3.4.5.3 Paal, mast of vlaggenmast

Artikel 3.141 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze subsubparagraaf gaat over een paal, mast of vlaggenmast bouwen.

  • 2.

    Deze subsubparagraaf gaat niet over:

    • a.

      lichtmasten;

    • b.

      zendmasten;

    • c.

      antennemasten.

Artikel 3.142 Algemene bouwregel

  • 1.

    De bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m.

  • 2.

    Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift afwijken van het eerste lid, tot maximaal 20% van de aangegeven maat.

Subsubparagraaf 3.3.4.5.4 Lichtmast, zendmast, antennemast, sirenemast

Artikel 3.143 Toepassingsbereik

Deze subsubparagraaf gaat over een lichtmast, zendmast of antennemast bouwen.

Artikel 3.144 Lichtmast

  • 1.

    De bouwhoogte bedraagt maximaal 2,5 m.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid bedraagt de bouwhoogte van veldverlichting, op daartoe aangewezen locaties voor sport in de buitenlucht, maximaal 15 m.

  • 3.

    Lichtmasten als bedoeld in het tweede lid worden uitsluitend binnen bouwgebied bufferzone gebouwd.

  • 4.

    Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift eisen stellen aan het aantal lichtmasten op een terrein, dan wel aan de bouwhoogte of de vormgeving van een lichtmast, met het oog op het voorkomen of beperken van lichthinder.

Artikel 3.145 Zendmast of antennemast

Het is verboden een zendmast of een antennemast te bouwen, tenzij in dit plan anders is bepaald.

Paragraaf 3.3.5 Aanleggen

Subparagraaf 3.3.5.1 Algemene bepalingen
Subsubparagraaf 3.3.5.1.1 Algemeen, aanwijzing en toedeling

Artikel 3.146 Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk gaat over het aanleggen, in stand houden en gebruiken van een werk, geen bouwwerk zijnde.

Artikel 3.147 Oogmerken

De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het voorkomen dat gronden minder geschikt of ongeschikt worden voor de verwezenlijking van de gebiedsgerichte doelen van artikel 3.41;

  • b.

    het bereiken en in stand houden van een goed woon- en leefklimaat;

  • c.

    het voorkomen en beperken van hinder;

  • d.

    het beschermen van de ruimtelijke kwaliteit;

  • e.

    het beschermen van cultureel erfgoed;

  • f.

    het beschermen van de gezondheid; en

  • g.

    het waarborgen van de veiligheid.

Artikel 3.148 Aanwijzing

Artikel 3.149 Toedeling algemeen

Binnen aanleggebied Zuiderhage fase 1 zijn uitsluitend aanlegactiviteiten toegelaten: 

  • a.

    voor zover een activiteit niet in strijd is met de doelen van artikel 3.41;

  • b.

    voor zover een activiteit na het bereiken van de doelen van artikel 3.41 doelmatig is met het oog op de functie en/of de inrichting van de betreffende locatie.

Subsubparagraaf 3.3.5.1.2 Basisregels aanleggen - algemeen

Artikel 3.150 Verbod algemeen

Het is verboden aanlegactiviteiten te verrichten die niet voldoen aan de in deze paragraaf gestelde regels, tenzij een aanlegactiviteit op grond van de wet is aangemerkt als vergunningvrije activiteit.

Artikel 3.151 Verboden aanlegactiviteiten

Onverminderd het bepaalde in artikel 3.150 is het verboden de volgende activiteiten te verrichten:

  • a.

    buisleidingen met een externe veiligheidsrisico aanleggen;

  • b.

    zonnevelden met een oppervlakte van meer dan 50 m² op maaiveld aanleggen.

Artikel 3.152 Voldoen aan ontwikkelkader

Onverminderd het bepaalde in deze paragraaf voldoen aanlegactiviteiten aan het Ontwikkelkader Zuiderhage, fase 1 als aangegeven in artikel 3.42.

Artikel 3.153 Algemene beoordelingsregels omgevingsvergunning aanleggen

  • 1.

    Een omgevingsvergunning als bedoeld in deze paragraaf wordt alleen verleend als:

    • a.

      voldaan wordt aan de regels van paragraaf 3.3.5, voor zover deze van toepassing zijn;

    • b.

      rekening wordt gehouden met de doelen die op de locatie van de activiteit van toepassing zijn. 

Subparagraaf 3.3.5.2 Vergunningplichtige aanlegactiviteiten 
Artikel 3.154 Vergunningplicht 
  • 1.

    Het is verboden binnen aanleggebied Zuiderhage fase 1 zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:

    • a.

      gronden ophogen, afgraven of egaliseren;

    • b.

      andere grondbewerkingen uitvoeren;

    • c.

      het waterpeil verhogen of verlagen;

    • d.

      een watergang dempen;

    • e.

      een buisleiding aanleggen;

    • f.

      oppervlakteverharding aanbrengen met een oppervlakte van meer dan 100 m²;

    • g.

      oppervlaktewater aanleggen met een oppervlaktevlakte van meer dan 50 m2.

  • 2.

    Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een activiteit die:

    • a.

      legaal in uitvoering is voordat dit artikel onherroepelijk is geworden; 

    • b.

      in verband staat met de ontwikkeling van de buurtschappen als bedoeld in subparagraaf 3.3.3 uitgezonderd subsubparagraaf 3.3.3.6;

    • c.

      in verband staat met normaal beheer en onderhoud.

Artikel 3.155 Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.154 wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a.

    de activiteit is ruimtelijk inpasbaar gelet op het Ontwikkelkader Zuiderhage, fase 1 als bedoeld in artikel 3.42;

  • b.

    de activiteit is niet in strijd met de doelen van het Ontwikkelkader Zuiderhage, fase 1 als bedoeld in onderdeel a;

  • c.

    er wordt rekening gehouden met het (met het oog op de activiteit aangevraagde) schriftelijk advies van Waterschap Zuiderzeeland inzake het doelmatig functioneren van het watersysteem in relatie tot het medegebruik.

Artikel 3.156 Maatwerkvoorschrift

Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift eisen stellen aan de uitvoering van aanlegactiviteiten met het oog op de doelen genoemd in artikel 3.41.

Paragraaf 3.3.6 Omgevingsveiligheid

Artikel 3.157 Verbod

Binnen een brandaandachtsgebied en een explosieaandachtsgebied als bedoeld in Bijlage VII Bklzijn zeer kwetsbare gebouwen verboden.

Paragraaf 3.3.7 Geluid

Subparagraaf 3.3.7.1 Piekgeluiden in gemengd gebied met wonen
Artikel 3.158 Maatwerkvoorschrift
  • 1.

    Bij regelmatig optredende maximale geluidniveaus LAmax in de dagperiode hoger dan 70 dB(A), anders dan door het laden en lossen en anders dan wonen, die tot hinder leiden, kan het bevoegd gezag met een maatwerkvoorschrift eisen stellen aan de activiteiten die de maximale geluidniveaus veroorzaken.

  • 2.

    Bij regelmatig optredende maximale geluidniveaus LAmax door het laden en lossen in de dagperiode hoger dan 75 dB(A), die tot hinder leiden, kan het bevoegd gezag met een maatwerkvoorschrift eisen stellen aan het laden en lossen.

Subparagraaf 3.3.7.2 Gezamenlijk geluid
Artikel 3.159 Waarden gezamenlijk geluid
  • 1.

    Binnen bouwgebied Valkenstede is het gezamenlijk geluid op een geluidgevoelig gebouw niet hoger dan 74 dB.

  • 2.

    Binnen bouwgebied Overbeke is het gezamenlijk geluid op een geluidgevoelig gebouw niet hoger dan 74 dB.

  • 3.

    Binnen bouwgebied Buitenwaard is het gezamenlijk geluid op een geluidgevoelig gebouw niet hoger dan 66 dB.

  • 4.

    De waarde voor het gezamenlijk geluid, zoals aangegeven in het eerste tot en met derde lid, geldt uitsluitend daar waar de standaardwaarde wordt overschreden.

Paragraaf 3.3.8 Water

Subparagraaf 3.3.8.1 Waterbergend vermogen
Artikel 3.160 Normadressaat

In afwijking van artikel 1.6 wordt aan deze paragraaf voldaan door het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 3.161 Toepassingsbereik

Deze subparagraaf gaat over het realiseren en in stand houden van waterbergend vermogen binnen Zuiderhage fase 1.

Artikel 3.162 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het bereiken en handhaven van een goede waterhuishouding en het voorkomen van wateroverlast.

Artikel 3.163 Voorwaardelijke verplichting 
  • 1.

    Er wordt voorzien in voldoende waterbergend vermogen.

  • 2.

    Bij het voldoen aan het eerste lid wordt in elk geval de waterbergingnorm van 10,2 m3 per 100 m2 verharding aangehouden.

  • 3.

    Voldoende waterbergend vermogen is beschikbaar op het moment dat te dempen bestaand open water is gedempt en voordat bouwactiviteiten plaatsvinden of verharding wordt aangebracht.  

  • 4.

    Het bevoegd gezag stelt, in overleg met het Waterschap Zuiderzeeland,  een waterhuishoudingsplan voor Zuiderhage vast.  

  • 5.

    Het waterbergend vermogen, dat hoofdzakelijk binnen functie parkzone Zuiderhage fase 1 wordt gesitueerd, voldoet aan de inrichtingseisen en uitgangspunten van het waterhuishoudingsplan. 

  • 6.

    Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift afwijken van het tweede, derde en vijfde lid:

    • a.

      voor tijdelijke afwijking van de waterbergingsnorm dan wel voor het tijdelijk niet beschikbaar zijn van voldoende waterbergend vermogen;

    • b.

      voor het voldoen aan de waterbergingsnorm buiten de locatie Zuiderhage fase 1;

    • c.

      voor afwijking van de inrichtingseisen en uitgangspunten van het waterhuishoudingsplan;

    • d.

      uitsluitend na een positief advies van het Waterschap Zuiderzeeland.

Subparagraaf 3.3.8.2 Waterhuishouding overige regels
Subsubparagraaf 3.3.8.2.1 Rioolpersleiding

Artikel 3.164 Toepassingsbereik

Deze subsubparagraaf gaat over het beschermen en onbelemmerd functioneren van een rioolpersleiding.

Artikel 3.165 Aanwijzing

Er is een beperkingengebied rioolpersleiding Zuiderhage fase 1 opgenomen in dit omgevingsplan. 

Artikel 3.166 Verwijzing naar regels

Binnen beperkingengebied rioolpersleiding Zuiderhage fase 1 is paragraaf 9.2.2 van toepassing.

Paragraaf 3.3.9 Energie en warmtetransitie

Artikel 3.167 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over activiteiten in het kader van energie en warmtetransitie.

Artikel 3.168 Vergunningplicht

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een batterijsysteem voor stationaire energieopslag, als bedoeld in de Richtlijn PGS 37-1, te plaatsen of te bouwen en aansluitend in gebruik te nemen.

Artikel 3.169 Beoordelingsregel

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.168 wordt alleen verleend als het batterijsysteem als bedoeld in artikel 3.168:

  • a.

    uit oogpunt van omgevingsveiligheid aanvaardbaar is, op grond van (en na toepassing van) de Rekenmethode omgevingsveiligheid lithiumhoudende energiedragers | RIVM;

  • b.

    voldoet aan de eisen van Richtlijn PGS 37-1 of de rechtsopvolger daarvan;

  • c.

    uit oogpunt van geluidhinder aanvaardbaar is, blijkend uit een akoestisch onderzoek dan wel voldoende gedetailleerde akoestische informatie over het opslagsysteem dan wel energiedrager; en

  • d.

    anderszins uit oogpunt van het bereiken of behouden van een goed woon- en leefklimaat aanvaardbaar is, dit ter beoordeling van het bevoegd gezag.

Paragraaf 3.3.10 Archeologisch erfgoed

Subparagraaf 3.3.10.1 Algemene bepalingen
Artikel 3.170 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over activiteiten en de bescherming van archeologisch erfgoed en het behoud van archeologische waarden.

Subparagraaf 3.3.10.2 Locatiegebonden bepalingen
Artikel 3.171 Vergunningplicht
  • 1.

    Binnen aanleggebied Zuiderhage fase 1 is het verboden zonder omgevingsvergunning activiteiten te verrichten die de bodem (en daarmee archeologische waarden) kunnen verstoren.

  • 2.

    Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op activiteiten die:

    • a.

      het normale onderhoud en beheer betreffen;

    • b.

      in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; en

    • c.

      niet dieper gaan dan 0,5 m beneden het maaiveld en een kleinere oppervlakte dan 100 m2 beslaan.

Artikel 3.172 Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.171 wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a.

    er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de archeologische waarden van de gronden;

  • b.

    er wordt door de aanvrager een rapport overgelegd waarin:

    • 1.

      de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en

    • 2.

      in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd; en

  • c.

    voor de beoordeling van het onder b genoemde rapport, advies wordt ingewonnen bij de provinciaal archeoloog.

Artikel 3.173 Aanvraagvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.171 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    gegevens en bescheiden als opgenomen in afdeling 7.2 van de Omgevingsregeling;

  • b.

    een archeologisch rapport waarin:

    • 1.

      de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord zijn vastgesteld; en

    • 2.

      is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd; en

  • c.

    overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

Artikel 3.174 Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning kunnen, als uit het in artikel 3.173 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, één of meer van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning:

  • a.

    de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

  • b.

    de verplichting tot het doen van opgravingen; en

  • c.

    de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Paragraaf 3.3.11 Natuurbescherming

Artikel 3.175 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over activiteiten en de bescherming van de natuur en het behoud van natuurlijke waarden.

Artikel 3.176 Voorwaardelijke verplichting

Het verrichten van activiteiten binnen Zuiderhage fase 1, die leiden tot permanent oppervlakteverlies of aantasting foerageergebied van de blauwe kiekendief, is uitsluitend toegestaan nadat hiervoor een natuurvergunning is verleend.  

Afdeling 3.4 gereserveerd

Artikel 3.177 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 3.5 gereserveerd

Artikel 3.178 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 3.6 Campusgebied Midden - Roots

Paragraaf 3.6.1 Gebruik van gronden bouwwerken 

Subparagraaf 3.6.1.1 Algemene bepalingen
Artikel 3.179 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over activiteiten rond het gebruik en gebruiksfuncties van gronden en bouwwerken.

  • 2.

    Deze paragraaf gaat over:

    • a.

      regels bij gebruiksfuncties, als opgenomen in paragraaf 3.6.1.2;

    • b.

      aan gebruiksfuncties gerelateerde activiteiten, als opgenomen in paragraaf 3.6.1.3;

    • c.

      regels over gebruik van de openbare buitenruimte, als opgenomen in paragraaf 3.6.1.4.

Subparagraaf 3.6.1.2 Gebruiksfuncties van gronden en bouwwerken, regels over gebruik
Subsubparagraaf 3.6.1.2.1 Algemene bepalingen

Artikel 3.180 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze subparagraaf gaat over gebruiksactiviteiten voor functies.

  • 2.

    Deze subparagraaf gaat over de volgende gebruiksactiviteiten:

    • a.

      woonactiviteiten, als opgenomen in subsubparagraaf 3.6.1.2.2; en

    • b.

      maatschappelijke activiteiten, als opgenomen in subsubparagraaf 3.6.1.2.3.

Artikel 3.181 Strijdig gebruik

  • 1.

    Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met een in deze paragraaf aan een locatie gegeven gebruiksfunctie en de daarop betrekking hebbende regels.

  • 2.

    Tot een gebruik dat in overeenstemming is met een aan een locatie gegeven gebruiksfunctie, bedoeld in het eerste lid, behoort in ieder geval het gebruik van de openbare buitenruimte, zoals bedoeld in artikel 3.202

Artikel 3.182 Oogmerk gebruiksactiviteiten

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het beschermen van het woon- en leefklimaat;

  • b.

    het voorkomen van hinder en overlast; en

  • c.

    het beschermen van de gezondheid.

Artikel 3.183 Algemene regel gebruik bijbehorend bouwwerk

  • 1.

    Binnen het werkingsgebied van gebruiksactiviteiten, zoals opgenomen in deze paragraaf, worden bijbehorende bouwwerken die op een afstand van meer dan 4 m van het hoofdgebouw staan, functioneel ondergeschikt gebruikt ten aanzien van het gebruik van het hoofdgebouw.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bijbehorende bouwwerken als deze gebruikt worden voor huisvesting in het kader van mantelzorg binnen de functie wonen.

Artikel 3.184 Algemene beoordelingsregels gebruiksactiviteiten

Als voor gebruik of het wijzigen van gebruik een omgevingsvergunning vereist is, wordt deze alleen verleend als:

  • a.

    er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

    • 1.

      het straat- en bebouwingsbeeld;

    • 2.

      de woonsituatie;

    • 3.

      de verkeersveiligheid;

    • 4.

      de milieusituatie; en

    • 5.

      de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; en

  • b.

    er voldaan wordt aan artikel 3.241, waarbij het bevoegd gezag de beleidsregels van de 'Nota Parkeernormen Lelystad 2023', of nadien gewijzigd, toepast.

Artikel 3.185 Algemene aanvraagvereisten gebruiksactiviteiten

  • 1.

    Als voor het gebruik of het wijzigen van gebruik zoals opgenomen in deze paragraaf een omgevingsvergunning vereist is, worden bij de aanvraag de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

    • a.

      gegevens en bescheiden als opgenomen in afdeling 7.2 van de Omgevingsregeling; en

    • b.

      overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

  • 2.

    Bij specifieke gebruiksactiviteiten zoals opgenomen in deze paragraaf kunnen specifieke aanvraagvereisten gelden in aanvulling op of ter vervanging van de aanvraagvereisten in dit artikel.

Subsubparagraaf 3.6.1.2.2 Woonactiviteiten

Artikel 3.186 Toepassingsbereik woonactiviteiten

Deze subsubparagraaf gaat over de activiteit wonen.

Artikel 3.187 Functie wonen

  • 1.

    Er is een functie Wonen CMR in dit omgevingsplan, bestaande uit Woonlocaties CMR, waarbinnen de activiteit wonen is toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

  • 2.

    De activiteit wonen is toegestaan in een woning, in een hoofgebouw.

Artikel 3.188 Omgevingsnorm maximaal aantal woningen

Op Locaties met een maximaal aantal woningen CMR mogen de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor maximaal het totale aantal woningen dat op locaties met de waarde Maximaal aantal woningen, 840 CMR is aangegeven.

Artikel 3.189 Wonen op locatie

Binnen Wonen, woonhuis CMR zijn de volgende activiteiten toegestaan:

  • a.

    het gebruik van de woning als buidelwoning;

  • b.

    het gebruik van de woning voor hospitaverhuur; en

  • c.

    het gebruik van bouwwerken als dierenhok, tot maximaal 12 m2 per perceel.

Artikel 3.190 Vergunningplicht wonen

Binnen Wonen, vergunningplicht CMR is het verboden zonder omgevingsvergunning op locatie te wonen.

Artikel 3.191 Beoordelingsregels wonen

Binnen Wonen, beoordelingsregels 2 CMR wordt, in aanvulling op artikel 3.184, een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 3.190, alleen verleend als de stedenbouwkundige opzet van het gebied gebaseerd is op de beleidsregel ‘Beeldregieplan Roots’.

Subsubparagraaf 3.6.1.2.3 Maatschappelijke activiteiten

Artikel 3.192 Functie maatschappelijk

Er is een functie Maatschappelijk CMR in dit omgevingsplan, bestaande uit Maatschappelijke locaties CMR, waarbinnen maatschappelijke activiteiten zijn toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

Artikel 3.193 Maatschappelijk op locatie

  • 1.

    Binnen Maatschappelijk, plint CMR zijn maatschappelijke activiteiten uitsluitend toegestaan op de eerste bouwlaag, met uitzondering van:

    • a.

      activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken; of

    • b.

      risicovolle milieubelastende activiteiten.

  • 2.

    Binnen Maatschappelijk, max. 500 m² CMR zijn maatschappelijke activiteiten toegestaan met een totale bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 500 m2.

Subparagraaf 3.6.1.3 Functiegerelateerde gebruiksactiviteiten
Subsubparagraaf 3.6.1.3.1 Algemene bepalingen

Artikel 3.194 Toepassingsbereik

Deze subparagraaf gaat over gebruiksactiviteiten gerelateerd aan de gebruiksfuncties.

Subsubparagraaf 3.6.1.3.2 Beroep of bedrijf aan huis

Artikel 3.195 Beroep of bedrijf aan huis

  • 1.

    Binnen de functie Wonen CMR is de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, mits:

    • a.

      het beroep of bedrijf past binnen de categorieën, zoals opgenomen in het tweede lid;

    • b.

      het uiterlijk van de woning niet wordt aangetast, waarbij reclame-uitingen een maximale totale oppervlakte van 0,5 m² mogen hebben;

    • c.

      de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; 

    • d.

      het beroep of bedrijf uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning, aan- of uitbouwen of aangebouwde bijgebouwen;

    • e.

      het beroep of bedrijf in hoofdzaak wordt uitgeoefend door een bewoner van de woning. Deze bewoner mag zich daarbij laten ondersteunen door maximaal één niet in de woning woonachtige persoon;

    • f.

      het beroep of bedrijf niet gaat om:

      • 1.

        horeca;

      • 2.

        auto- en motorreparatie;

      • 3.

        milieubelastende activiteiten; of

      • 4.

        detailhandel

    • g.

      maximaal 30% van de bruto vloeroppervlakte van de gebouwen op een perceel gebruikt wordt voor het beroep of bedrijf aan huis, tot:

      • 1.

        maximaal 100 m² voor een beroep; en

      • 2.

        maximaal 50 m² voor een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit;

    • h.

      er op eigen terrein of in de directe omgeving voldoende parkeerplaatsen voor bezoekers aanwezig zijn en er geen sprake is van een negatieve invloed op de normale verkeersafwikkeling en parkeerdruk ter plaatse; en

    • i.

      in het geval van een webwinkel:

      • 1.

        de ruimte waarin het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend niet verhuurd wordt;

      • 2.

        er geen verkoop plaatsvindt in de woning

      • 3.

        goederen elders worden bezorgd

      • 4.

        goederen niet worden opgehaald bij de woning

  • 2.

    Onder de activiteit 'beroep of bedrijf aan huis' worden de volgende beroepen en bedrijfsmatige activiteiten begrepen: 

    • a.

      Beroepen:

      • 1.

        uitoefening van (para-)medische beroepen in een individuele praktijk:

      • 2.

        huisarts;

      • 3.

        psychiater / psycholoog;

      • 4.

        fysiotherapeut / bewegingsleer-deskundige;

      • 5.

        diëtist / voedingsleer-deskundige;

      • 6.

        mondhygiënist;

      • 7.

        tandheelkundige;

      • 8.

        logopedist;

      • 9.

        dierenarts; of

      • 10.

        een hiermee gelijk te stellen beroep;

      • 11.

        Advies- en ontwerpbureaus: 

      • 12.

        reclame-ontwerpbureau;

      • 13.

        grafisch ontwerpbureau;

      • 14.

        architect; of

      • 15.

        een hiermee gelijk te stellen beroep; of

      • 16.

        (Zakelijke) dienstverlening:

      • 17.

        notaris; 

      • 18.

        advocaat;

      • 19.

        accountant;

      • 20.

        assurantie-/verzekeringstussenpersoon;

      • 21.

        makelaar; 

      • 22.

        webwinkel, zonder bezoekmogelijkheid; of

      • 23.

        een hiermee gelijk te stellen beroep;

    • b.

      kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten:

      • 1.

        kledingverstelbedrijf of (maat)kledingmakerij;

      • 2.

        kantoorfunctie voor bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend, waaronder: een schoonmaakbedrijf; een schoorsteenveegbedrijf; of een glazenwasserij, maar ook voor bijvoorbeeld een groothandelsbedrijf; of

      • 3.

        reparatiebedrijven voor particulieren, waaronder: schoen-/lederwarenreparatiebedrijf; uurwerkreparatiebedrijf; goud- en zilverwerkreparatiebedrijf; reparatie van kleine (elektrische) gebruiksgoederen; of reparatie van muziekinstrumenten.

Artikel 3.196 Vergunningplicht afwijken beroep of bedrijf aan huis

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een beroep of bedrijf aan huis uit te oefenen die niet past binnen de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 3.195.

Subsubparagraaf 3.6.1.3.3 Bed & breakfast 

Artikel 3.197 Vergunningplicht bed & breakfast

Binnen B&B, vergunningplicht CMR is het verboden zonder omgevingsvergunning de gronden en bouwwerken te gebruiken voor een bed & breakfast.

Artikel 3.198 Beoordelingsregels bed & breakfast

  • 1.

    Binnen B&B, beoordelingsregels 1 CMR wordt, in aanvulling op artikel 3.8, een omgevingsvergunning alleen verleend als:

    • a.

      maximaal 30% van de bruto vloeroppervlakte van de gebouwen per bouwperceel ingericht wordt voor de bed & breakfast; 

    • b.

      de parkeernorm per ruimte voor nachtverblijf één parkeerplaats is, die: 

    • c.

      aanwezig is op het eigen terrein rondom de woning; of

    • d.

      in de directe omgeving te vinden is, nadat uit parkeeronderzoek is gebleken dat de benodigde parkeerruimte beschikbaar is voor de bezoekers van de bed & breakfast;

    • e.

      het uiterlijk van de woning niet wordt aangetast, waarbij reclamemateriaal een oppervlakte van maximaal 0,5 m² heeft; en

    • f.

      de bed & breakfast door in ieder geval één bewoner van de woning wordt uitgeoefend. 

  • 2.

    Binnen B&B, aanvullende beoordelingsregels 1 CMR wordt, in aanvulling op het eerste lid, een omgevingsvergunning alleen verleend als:

    • a.

      de bed & breakfast maximaal 8 slaapplaatsen heeft in maximaal vier van elkaar afgescheiden ruimten bedoeld voor nachtverblijf; en

    • b.

       deze ruimten deel uit maken van het hoofdgebouw, aanbouw of aangebouwde bijgebouw.

Subsubparagraaf 3.6.1.3.4 Kamerbewoning

Artikel 3.199 Vergunningplicht kamerbewoning

Binnen de functie Wonen CMR is het verboden zonder omgevingsvergunning (een deel van) een woning voor kamerbewoning in gebruik te geven.

Artikel 3.200 Beoordelingsregels kamerbewoning

Een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.199, wordt, in aanvulling op artikel 3.184, alleen verleend als:

  • a.

    voldaan wordt aan de beleidsregel kamerverhuur bijzondere woonvormen, of nadien gewijzigd;

  • b.

    het gaat om kamerbewoning als bijzondere woonvorm; en

  • c.

    voorzien kan worden in de parkeerbehoefte.

Artikel 3.201 Aanvraagvereisten kamerbewoning

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor kamerbewoning worden, in aanvulling op artikel 3.185, eerste lid, gegevens en bescheiden verstrekt zoals opgenomen in artikel 3 van de Beleidsregel Kamerverhuur bijzondere woonvormen, of nadien gewijzigd.

Subparagraaf 3.6.1.4 Gebruik openbare buitenruimte
Subsubparagraaf 3.6.1.4.1 Algemene bepalingen

Artikel 3.202 Toepassingsbereik

Deze subparagraaf gaat over activiteiten in de openbare buitenruimte.

Artikel 3.203 Oogmerken

De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het beschermen van het woon- en leefklimaat;

  • b.

    het voorkomen van hinder en overlast; en

  • c.

    het beschermen van de gezondheid.

Artikel 3.204 Activiteiten openbare ruimte

In de openbare buitenruimte zijn in ieder geval de volgende activiteiten toegestaan:

  • a.

    het gebruik van gronden voor natuur, water en groenvoorzieningen;

  • b.

    het gebruik van gronden voor parkeervoorzieningen en verkeersdoeleinden;

  • c.

    het gebruik van gronden voor sport-, spel- en speelactiviteiten.

Subsubparagraaf 3.6.1.4.2 Locatiegebonden bepalingen

Artikel 3.205 Hoofdontsluitingen op locatie 

Binnen Verkeer, ontsluiting CMR zijn in totaal drie aansluitingen op de Middendreef en de Zuigerplasdreef ten behoeve van de ontsluiting voor motorvoertuigen toegestaan.

Paragraaf 3.6.2 Bouwen

Subparagraaf 3.6.2.1 Algemene bepalingen
Subsubparagraaf 3.6.2.1.1 Inleidende bepalingen

Artikel 3.206 Toepassingsbereik

Dit paragraaf gaat over het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk.

Artikel 3.207 Oogmerken

De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het bereiken en in stand houden van een goed woon- en leefklimaat;

  • b.

    het voorkomen en beperken van hinder;

  • c.

    het beschermen van de ruimtelijke kwaliteit;

  • d.

    het beschermen van cultureel erfgoed;

  • e.

    het beschermen van de gezondheid; en

  • f.

    het waarborgen van de veiligheid.

Artikel 3.208 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Subsubparagraaf 3.6.2.1.2 Algemene vergunningplicht

Artikel 3.209 Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:

  • a.

    voldaan wordt aan de regels zoals gesteld in paragraaf 3.6.2 over de bouwactiviteit;

  • b.

    de geluidswaarden op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen aanvaardbaar is, waarbij het bevoegd gezag dit beoordeeld op basis van het geluidsbeleid van gemeente Lelystad;

  • c.

    aan of in dat bouwwerk, dan wel op het onbebouwde terrein bij het bouwwerk, wordt voorzien in ruimte om te laden of te lossen van goederen, als het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan die ruimte; 

  • d.

    voldaan wordt aan artikel 3.241, waarbij het bevoegd gezag de beleidsregels van de 'Nota Parkeernormen Lelystad 2023', of nadien gewijzigd, toepast;

  • e.

    In aanvulling op de beoordelingsregels zoals opgenomen in sub a. t/m d., wordt een omgevingsvergunning bij specifieke bepalingen alleen verleend als er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

    • 1.

      het straat- en bebouwingsbeeld;

    • 2.

      de woonsituatie;

    • 3.

      de verkeersveiligheid; 

    • 4.

      de milieusituatie; en

    • 5.

      de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

  • f.

    bij de specifieke bouwactiviteiten zoals uiteengezet in paragraaf 3.6.2 kunnen specifieke beoordelingsregels gelden in aanvulling op of ter vervanging van de beoordelingsregels in dit artikel;

  • g.

    het bepaalde in sub d., geldt niet:

    • 1.

      voor bestaand gebruik, waarbij de herbouw van een bouwwerk zonder functiewijziging wordt beschouwd als bestaand gebruik;

    • 2.

      voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien; en

    • 3.

      als het voldoen aan dit vereiste door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit;

  • h.

    voor wat betreft het uiterlijk van bouwwerken voldaan wordt aan de ruimtelijke ontwerpprincipes en spelregels van de beleidsregel ‘Beeldregieplan Roots’.

 

Artikel 3.210 Aanvraagvereisten bouwen van een bouwwerk

  • 1.

    Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      gegevens en bescheiden zoals opgenomen in artikel 22.34;

    • b.

      gegevens en bescheiden als opgenomen in afdeling 7.2 van de Omgevingsregeling; en

    • c.

      indien van toepassing, de gegevens en bescheiden zoals opgenomen in artikel 1.5 van het tijdelijke regelingdeel bij dit omgevingsplan genaamd 'Voorbereidingsbesluit bodem gemeente Lelystad'; en

    • d.

      overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

  • 2.

    Bij de specifieke bouwactiviteiten zoals uiteengezet in deze paragraaf kunnen specifieke aanvraagvereisten gelden in aanvulling op de aanvraagvereisten in dit artikel.

Subsubparagraaf 3.6.2.1.3 Omgevingsnormen

Artikel 3.211 Omgevingsnormen maximale bebouwing

Op Locaties waar een bebouwingspercentage geldt CMR mag het bebouwingspercentage in procenten (%) maximaal de met Maximaal bebouwingspercentage, 50% CMR aangegeven waarde zijn.

Subparagraaf 3.6.2.2 Gebouw bouwen
Subsubparagraaf 3.6.2.2.1 Gebouw bouwen, in stand houden of gebruiken

Artikel 3.212 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze subparagraaf gaat over het bouwen van een gebouw, al dan niet als hoofdgebouw.

  • 2.

    Deze subparagraaf gaat niet over het bouwen van bijbehorende bouwwerken.

Artikel 3.213 Algemene bouwregel

  • 1.

    Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots is het verboden een gebouw te bouwen buiten een Bouwvlak CMR.

  • 2.

    Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots mogen, met toepassing van artikel 3.209, tweede lid, en in afwijking van het eerste lid, gebouwen op locatie maximaal 1,5 m buiten het Bouwvlak CMR worden gebouwd, mits het gaat om:

    • a.

      plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen;

    • b.

      gevel- en kroonlijsten en overstekende daken;

    • c.

      één erker per (hoofd)gebouw over maximaal de halve gevelbreedte;

    • d.

      ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen; of

    • e.

      een hiermee gelijk te stellen ondergeschikt onderdeel van gebouwen.

Artikel 3.214 Omgevingsnorm bouwhoogte

Artikel 3.215 Bouwregels parkeervoorzieningen

Binnen Gebouw bouwen, parkeervoorzieningen CMR mag op locatie een parkeervoorziening worden gebouwd.

Subparagraaf 3.6.2.3 Bijbehorend bouwwerk bouwen
Subsubparagraaf 3.6.2.3.1 Bijbehorend bouwwerk bouwen bij een woonhuis

Artikel 3.216 Toepassingsbereik

Deze subsubparagraaf gaat over het bouwen, in stand houden of gebruiken van aan- of uitbouwen of bijgebouwen bij een woonhuis.

Artikel 3.217 Algemene bouwregels

  • 1.

    Bijbehorende bouwwerken binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots moeten voldoen aan de volgende eisen:

    • a.

      een bijbehorend bouwwerk heeft een bouwhoogte van maximaal 5 m; 

    • b.

      de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal 3,5 m zijn;

    • c.

      een bijbehorend bouwwerk wordt niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte;

    • d.

      de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag per hoofdgebouw:

      • 1.

        maximaal 50 m2 zijn, als de oppervlakte van een bouwperceel 500 m2 of minder is; of

      • 2.

        maximaal 10% van de oppervlakte van het bouwperceel tot maximaal 100 m2 zijn, als de oppervlakte van een bouwperceel meer dan 500 m2 is;

    • e.

       een aan-, uit- of aangebouwd bijgebouw dat gesitueerd wordt aan de zijgevel van het hoofdgebouw, heeft een hoogte van maximaal 1 m minder dan de hoogte van het hoofdgebouw;

    • f.

      voor zover een aan-, uit- of aangebouwd bijgebouw gelegen in het achtererfgebied op een afstand van maximaal 4 m van het oorspronkelijke hoofdgebouw wordt gesitueerd:

      • 1.

        wordt het gebouwd met een plat dak, tenzij deze tegen de zijgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd; en

      • 2.

        is de bouwhoogte niet hoger dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw met een maximale hoogte zoals opgenomen in sub a; en  

    • g.

       een vrijstaand bijbehorend bouwwerk is niet toegestaan;

    • h.

       een bijbehorend bouwwerk in het voorerfgebied is niet toegestaan;

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid, onder d, en met toepassing van artikel 3.209, tweede lid, mag binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per hoofdgebouw worden vergroot tot maximaal 80 m², mits:

  • 3.

    Met toepassing van artikel 3.209, tweede lid kan afgeweken worden van het eerste lid.

Subsubparagraaf 3.6.2.3.2 Bijbehorend bouwwerk bouwen bij een woongebouw

Artikel 3.218 Toepassingsbereik

Deze subsubparagraaf gaat over het bouwen, in stand houden of gebruiken van aan- of uitbouwen of bijgebouwen bij een woongebouw.

Artikel 3.219 Algemene bouwregels

  • 1.

    Bijbehorende bouwwerken binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots moeten voldoen aan de volgende eisen:

    • a.

      een bijbehorend bouwwerk heeft een bouwhoogte van maximaal 3,5 m; en

    • b.

      de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag per woongebouw maximaal 50 m2 zijn.

  • 2.

    Met toepassing van artikel 3.209, tweede lid kan afgeweken worden van het eerste lid.

Subparagraaf 3.6.2.4 Bouwwerk, geen gebouw zijnde, bouwen
Subsubparagraaf 3.6.2.4.1 Algemene regels over bouwwerk, geen gebouw zijnde, bouwen

Artikel 3.220 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze subparagraaf gaat over het bouwen, in stand houden of gebruiken van bouwwerken, geen gebouw zijnde.

  • 2.

    Onder bouwwerken, geen gebouw zijnde, vallen onder andere de volgende activiteiten:

    • a.

      afscheiding tussen balkons of dakterrassen bouwen, in stand houden of gebruiken;

    • b.

      antenne-installatie bouwen, in stand houden of gebruiken;

    • c.

      bouwwerk voor agrarische bedrijfsvoering bouwen, in stand houden of gebruiken;

    • d.

      buisleiding bouwen, in stand houden of gebruiken;

    • e.

      constructie voor overbruggen van terreinhoogteverschil bouwen, in stand houden of gebruiken;

    • f.

      erf- of perceelafscheiding bouwen, in stand houden of gebruiken;

    • g.

      vlaggenmast bouwen, in stand houden of gebruiken;

    • h.

      sport- of speeltoestel bouwen, in stand houden of gebruiken; en

    • i.

      tuinmeubilair bouwen, in stand houden of gebruiken; en

    • j.

      vijver bouwen, in stand houden of gebruiken.

Artikel 3.221 Algemene bouwregels

  • 1.

    Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots mogen bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 5 m, tenzij:

    • a.

      het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, is zoals opgenomen in subsubparagraaf 3.6.2.4.2 of 3.6.2.4.3;

    • b.

      voor een specifieke activiteit op locatie een andere bouwhoogte is opgenomen; of

    • c.

      in 3.6.2.4.1 een andere bouwhoogte is opgenomen en sub a. en b. niet van toepassing zijn.

  • 2.

    Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots mogen per bouwperceel bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd met een maximale oppervlakte van 2 m2.

  • 3.

    Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots is het, met toepassing van artikel 3.209, tweede lid, toegestaan om de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, als opgenomen in deze paragraaf, te vergroten met maximaal 20%.

  • 4.

    Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots is het, met toepassing van artikel 3.209, tweede lid, toegestaan om de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, als opgenomen in deze paragraaf, te vergroten tot een maximale bouwhoogte van 30 m, mits het gaat om kunstwerken of zend-, ontvang- of sirenemasten.

Subsubparagraaf 3.6.2.4.2 Erf- of perceelafscheiding bouwen, in stand houden of gebruiken

Artikel 3.222 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze subsubparagraaf gaat over het bouwen, in stand houden of gebruiken van erf- of perceelafscheidingen hoger dan 1 m.

  • 2.

    Deze subsubparagraaf gaat niet over het plaatsen, in stand houden of gebruiken van niet gebouwde afscheidingen, zoals hagen of heggen.

Artikel 3.223 Algemene bouwregels

Subsubparagraaf 3.6.2.4.3 Palen of masten bouwen, in stand houden of gebruiken

Artikel 3.224 Toepassingsbereik

Deze subsubparagraaf gaat over de volgende activiteiten:

  • a.

    palen en masten bouwen, in stand houden of gebruiken; en

  • b.

    vlaggenmast bouwen, in stand houden of gebruiken.

Artikel 3.225 Algemene bouwregel

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots mogen palen en (vlaggen)masten worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 6 m.

Artikel 3.226 Algemene bouwregel

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots mogen vlaggenmasten worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 6 m.

Subparagraaf 3.6.2.5 Bouwwerk voor infrastructurele of openbare voorziening bouwen, in stand houden of gebruiken
Subsubparagraaf 3.6.2.5.1 Algemene bepalingen

Artikel 3.227 Toepassingsbereik

Deze subparagraaf gaat over bouwactiviteiten voor bouwwerken voor infrastructurele of openbare voorzieningen.

Artikel 3.228 Verbod bouwen of opschalen van windturbines

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots is het verboden om nieuwe windmolens te realiseren of bestaande windmolens op te schalen.

Artikel 3.229 Beoordelingsregels bouwen nutsvoorziening

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots mogen, met toepassing van artikel 3.209, tweede lid, nutsvoorzieningen in de openbare buitenruimte gebouwd worden, mits voldaan wordt aan de volgende vereisten:

  • a.

    de nutsvoorziening is niet hoger dan 5 m; en

  • b.

    de nutsvoorziening heeft een maximale oppervlakte van 50 m². 

Subparagraaf 3.6.2.6 Ander bouwwerk bouwen, in stand houden of gebruiken
Artikel 3.230 Bouwregels kunstobjecten

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots mogen, met toepassing van artikel 3.209, tweede lid, kunstobjecten worden gebouwd, mits deze kunstobjecten bijdragen aan de ruimtelijke situatie en de beeldkwaliteit ter plaatse.

Paragraaf 3.6.3 Geluid

Artikel 3.231 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing ten behoeve van een geluidgevoelige functie.

Artikel 3.232 Vergunningsplicht omgevingsplanactiviteit geluidgevoelige functie

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots is het verboden zonder omgevingsvergunning een geluidgevoelige functie toe te voegen. 

Artikel 3.233 Geluidgevoelige functie is aanvaardbaar wanneer wordt voldaan aan de standaardwaarde
  • 1.

    Van een aanvaardbaar geluid op de gevel van het geluidgevoelig gebouw is in elk geval sprake als het geluid op de gevel niet hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in artikel 3.233, tabel 1.

    Artikel 3.60 tabel 1: Standaardwaarde geluid op een geluidgevoelig gebouw per bronsoort

    Geluidbronsoort

    Standaardwaarde

    Provinciale wegen en rijkswegen

    50 Lden

    Gemeentewegen en waterschapswegen

    53 Lden

    Lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen

    55 Lden

    Industrieterreinen

    50 Lden

    40 Lnight

  • 2.

    Artikel 5.78t, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving is van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten:

    • a.

      gelden de waarden in Lnight niet; en

    • b.

      wordt in artikel 3.58 tabel 1 gelezen voor «Lden»: »Lde».

  • 4.

    Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de avondperiode en de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten:

    • a.

      gelden de waarden in Lnight niet; en

    • b.

      wordt in tabel 3.57 gelezen voor «Lden»: «Lday».

Artikel 3.234 Overschrijding van de standaardwaarde
  • 1.

    Wanneer het geluid op de gevel van het geluidgevoelig gebouw hoger is dan de in artikel 3.233 bedoelde standaardwaarde kan het geluid aanvaardbaar zijn als:

    • a.

      geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen;

    • b.

      de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; en

    • c.

      het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in artikel 3.234 tabel 1.

    Artikel 3.61, tabel 1: Grenswaarde geluid op een geluidgevoelig gebouw per bronsoort

    Geluidbronsoort

    Grenswaarde

    Provinciale wegen en rijkswegen

    60 Lden

    Gemeentewegen en waterschapswegen

    70 Lden

    Lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen

    65 Lden

    Industrieterreinen

    55 Lden

    45 Lnight

  • 2.

    Geluidbeperkende maatregelen als bedoeld in het eerste lid worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.

  • 3.

    Als de aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in 3.232, betrekking heeft op een gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan, en geluidbeperkende maatregelen om aan de standaardwaarden te voldoen, gelet op het bepaalde in het tweede lid niet doelmatig of bezwaarlijk zijn, is sprake van een aanvaardbare geluidbelasting als elke afzonderlijke woning beschikt over een geluidluwe gevel waarop ten hoogste de standaardwaarde, bedoeld in artikel 3.233, is berekend.

  • 4.

    Als de aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.232, betrekking heeft op een gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan, en geluidbeperkende maatregelen om aan de standaardwaarden te voldoen gelet op het bepaalde in het tweede lid niet doelmatig of bezwaarlijk zijn en niet elke afzonderlijke woning beschikt over een geluidluwe gevel waarop ten hoogste de standaardwaarde, bedoeld in artikel 3.233, is berekend, kan sprake zijn van een aanvaardbare geluidbelasting als:

    • a.

      elke afzonderlijke woning beschikt over een bijna-geluidluwe gevel; en

    • b.

      zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen.

  • 5.

    Artikel 5.78u, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving is van overeenkomstige toepassing

  • 6.

    Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten:

    • a.

      gelden de waarden in Lnight niet; en

    • b.

       wordt in artikel 3.233, tabel 1 gelezen voor «Lden»: »Lde».

  • 7.

    Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de avondperiode en de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten:

    • a.

      gelden de waarden in Lnight niet; en

    • b.

      wordt in artikel 3.233, tabel 1 gelezen voor «Lden»: «Lday».

Artikel 3.235 Belang van een geluidluwe gevel

Bij de toepassing van artikel 3.234 wordt het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel betrokken.

Artikel 3.236 Belang van een geluidluwe buitenruimte

Bij de toepassing van artikel 3.234 wordt het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe buitenruimte betrokken.

Artikel 3.237 Beoordelen aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid
  • 1.

    Bij de toepassing van artikel 3.234 wordt de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw beoordeeld.

  • 2.

    Bij het bepalen van het gecumuleerde geluid wordt in ieder geval betrokken:

    • a.

      voor een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied van een weg, spoorweg of industrieterrein: het geluid door die geluidbronsoort;

    • b.

      voor een geluidgevoelig gebouw binnen de 48 Lden geluidcontour of, voor zover de geldende geluidcontouren in Kosteneenheden zijn uitgedrukt, binnen de 20 Kosteneenheden geluidcontour van een luchthaven waarvoor op grond van de Wet luchtvaart een luchthavenindelingbesluit, een luchthavenbesluit of een besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven is vereist: het geluid door luchtvaart;

    • c.

      voor een geluidgevoelig gebouw waarop het geluid door een windturbine of een windpark op een industrieterrein hoger is dan 43 Lden: het geluid door die windturbine of dat windpark; 

    • d.

      voor een geluidgevoelig gebouw waarop het geluid door een civiele buitenschietbaan, een militaire buitenschietbaan of een militair springterrein op een industrieterrein hoger is dan 50 BS, dan: het geluid door die buitenschietbaan of dat springterrein.

  • 3.

    Op het bepalen van het gecumuleerde geluid zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing.

Artikel 3.238 Bepalen gezamenlijk geluid

Bij de toepassing van artikel 3.234 wordt het gezamenlijk geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen bepaald en in de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.232, vastgelegd

Artikel 3.239 Vergunningvoorschriften
  • 1.

    Aan de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.232, worden de voorschriften verbonden die nodig zijn met het oog op het voorkomen van onaanvaardbare geluidhinder;

  • 2.

    Voor zover de in het eerste lid bedoelde voorschriften betrekking hebben op het nemen van bouwkundige maatregelen, waarvoor op grond van paragraaf 3.6.2 een vergunningplicht voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken geldt, dan is paragraaf 3.6.2 op het verrichten van die omgevingsplanactiviteit bouwwerken onverkort van toepassing.

Artikel 3.240 Aanvraagverreisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.232, wordt een rapport verstrekt:

  • a.

    waaruit de mate van geluid op de gevel van het geluidgevoelige gebouw blijkt; 

  • b.

    waarin, indien nodig in verband met een overschrijding van de standaardwaarde, inzicht wordt gegeven in de maatregelen die worden genomen met het oog op de bescherming van de gezondheid.

Paragraaf 3.6.4 Verkeer en parkeren

Subparagraaf 3.6.4.1 Algemene bepalingen
Artikel 3.241 Voldoende parkeergelegenheid

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots is het op locatie slechts toegestaan te bouwen, gronden te gebruiken of het gebruik van gronden te wijzigen, als er voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd wordt, voor zover het bouwen, gebruiken of wijzigen van het gebruik gepaard gaat met een toename van de ruimtelijke impact vanwege het parkeren.

Artikel 3.242 Maatwerkvoorschriften

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots kan het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften stellen aan de situering van parkeergelegenheid en laad- en losruimte, als dit noodzakelijk is om een goede verkeersstructuur of bereikbaarheid voor een gebouw, perceel, straat (of deel daarvan) dan wel een andere ruimtelijke functionele structuur te waarborgen.

Paragraaf 3.6.5 Water

Subparagraaf 3.6.5.1 Algemene bepalingen
Artikel 3.243 Algemene regels over water

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots is het verboden om activiteiten te verrichten die afbreuk kunnen doen aan de waterhuishouding zonder schriftelijke toestemming van de waterbeheerder.

Hoofdstuk 4 GEBRUIK VAN GRONDEN EN BOUWWERKEN

Afdeling 4.1 Algemene bepalingen

Artikel 4.1 Toepassingsbereik

  • 1.

    Dit hoofdstuk gaat over activiteiten rond het gebruik en gebruiksfuncties van gronden en bouwwerken.

  • 2.

    Dit hoofdstuk gaat over:

    • a.

      regels bij gebruiksfuncties, als opgenomen in afdeling 4.2;

    • b.

      aan gebruiksfuncties gerelateerde activiteiten, als opgenomen in afdeling 4.3;

    • c.

      regels over gebruik van de openbare buitenruimte, als opgenomen in afdeling 4.4;;

    • d.

      gereserveerd.

  • 3.

    Dit hoofdstuk gaat niet over activiteiten rond het gebruik van gronden en bouwwerken die in de structuur van het omgevingsplan onder een ander hoofdstuk vallen.

Artikel 4.2 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 4.2 Gebruiksfuncties van gronden en bouwwerken, regels over gebruik

Paragraaf 4.2.1 Algemene bepalingen

Artikel 4.3 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze afdeling gaat over gebruiksactiviteiten voor functies.

  • 2.

    Deze afdeling gaat over de volgende gebruiksactiviteiten:

    • a.

      agrarische activiteiten, als opgenomen in paragraaf 4.2.2;

    • b.

      bedrijfsactiviteiten, als opgenomen in paragraaf 4.2.3;

    • c.

      detailhandelsactiviteiten, als opgenomen in paragraaf 4.2.4;

    • d.

      dienstverleningsactiviteiten, als opgenomen in paragraaf 4.2.5;

    • e.

      horeca activiteiten, als opgenomen in paragraaf 4.2.6;

    • f.

      kantooractiviteiten, als opgenomen in paragraaf 4.2.7;

    • g.

      maatschappelijke activiteiten, als opgenomen in paragraaf 4.2.8; 

    • h.

      nutsbedrijfsactiviteiten, als opgenomen in paragraaf 4.2.9;

    • i.

      recreatieactiviteiten, als opgenomen in paragraaf 4.2.10;

    • j.

      sportactiviteiten, als opgenomen in paragraaf 4.2.11; en

    • k.

      woonactiviteiten, als opgenomen in paragraaf 4.2.12.

Artikel 4.4 Strijdig gebruik
  • 1.

    Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met een in deze afdeling aan een locatie gegeven gebruiksfunctie en de daarop betrekking hebbende regels.

  • 2.

    Op locaties zonder gebruiksfunctie mogen gronden en bouwwerken niet worden gebruikt voor gebruiksactiviteiten zoals opgenomen in deze afdeling.

  • 3.

    Tot een gebruik dat in overeenstemming is met een aan een locatie gegeven gebruiksfunctie, bedoeld in het eerste lid, behoort in ieder geval het gebruik van de openbare buitenruimte, zoals bedoeld in artikel 4.103.

Artikel 4.5 Oogmerken gebruiksactiviteiten

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het beschermen van het woon- en leefklimaat;

  • b.

    het voorkomen van hinder en overlast; en

  • c.

    het beschermen van de gezondheid.

Artikel 4.6 Algemene regel gebruik bijbehorend bouwwerk
  • 1.

    Binnen het werkingsgebied van gebruiksactiviteiten, zoals opgenomen in deze afdeling, worden bijbehorende bouwwerken die op een afstand van meer dan 4 m van het hoofdgebouw staan, functioneel ondergeschikt gebruikt ten aanzien van het gebruik van het hoofdgebouw.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bijbehorende bouwwerken als deze gebruikt worden voor huisvesting in het kader van mantelzorg binnen de functie wonen.

Artikel 4.7 Algemene beoordelingsregels gebruiksactiviteiten

Als voor gebruik of het wijzigen van gebruik een omgevingsvergunning vereist is, wordt deze alleen verleend als:

  • a.

    er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

    • 1.

      het straat- en bebouwingsbeeld;

    • 2.

      de woonsituatie;

    • 3.

      de verkeersveiligheid;

    • 4.

      de milieusituatie; en

    • 5.

      de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;

  • b.

    er voldaan wordt aan de in artikel 17.3 genoemde gronden, waarbij het bevoegd gezag de beleidsregels van de 'Nota Parkeernormen Lelystad 2023', of nadien gewijzigd, toepast; en

  • c.

    de geluidswaarden op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen aanvaardbaar is, waarbij het bevoegd gezag dit beoordeelt op basis van het geluidsbeleid van gemeente Lelystad.

Artikel 4.8 Algemene aanvraagvereisten gebruiksactiviteiten
  • 1.

    Als voor het gebruik of het wijzigen van gebruik zoals opgenomen in deze afdeling een omgevingsvergunning vereist is, worden bij de aanvraag de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

    • a.

      gegevens en bescheiden als opgenomen in afdeling 7.2 van de Omgevingsregeling; en

    • b.

      overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

  • 2.

    Bij specifieke gebruiksactiviteiten zoals opgenomen in deze afdeling kunnen specifieke aanvraagvereisten gelden in aanvulling op of ter vervanging van de aanvraagvereisten in dit artikel.

Paragraaf 4.2.2 Agrarische activiteiten

Subparagraaf 4.2.2.1 Algemene bepalingen
Artikel 4.9 Functie agrarisch
  • 1.

    Er is een functie agrarisch in dit omgevingsplan, bestaande uit agrarische locaties, waarbinnen agrarische activiteiten zijn toegestaan voor agrarische bedrijven binnen de op locatie geldende regels.

  • 2.

    Onder agrarische bedrijven wordt verstaan:

    • a.

      (grondgebonden) bedrijvigheid die zich geheel of voornamelijk richt op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door het telen van gewassen of het houden van dieren, en die verder te onderscheiden is in:

      • 1.

        akker- en tuinbouw: de teelt van gewassen op open grond; waarbij het niet gaat om bosbouw en sierteelt;

      • 2.

        fruitteelt: de teelt van fruit op open grond;

      • 3.

        grondgebonden veehouderij: het houden van vee (nagenoeg) geheel op open grond, waaronder ook de teelt van ruwvoergewassen;

      • 4.

        paardenfokkerij: het fokken van veulens en de opfok van jonge paarden met de daaraan verbonden basistraining tot een leeftijd van 3 jaar; of

      • 5.

        kwekerij: het telen, kweken en verzorgen van bomen, heesters, struiken, planten en bloemen of tuinbouwzaden, al dan niet met behulp van kassen en al dan niet gecombineerd met de handel in boomkwekerijgewassen en vaste planten waarbij het niet gaat om een tuincentrum;

      • 6.

        glastuinbouw: de teelt van tuinbouwgewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; of

    • b.

      andere vormen van (semi-)agrarische activiteiten, welke op locatie geregeld zijn.

     

Subparagraaf 4.2.2.2 Locatie gebonden bepalingen
Artikel 4.10 Agrarisch hulpbedrijf uitoefenen

Binnen agrarisch, hulpbedrijf zijn agrarische activiteiten voor een agrarisch hulpbedrijf toegestaan.

Artikel 4.11 Intensieve veehouderij uitoefenen

Binnen agrarisch, intensieve veehouderij zijn agrarische activiteiten voor een bedrijf voor intensieve veehouderij toegestaan.

Artikel 4.12 Zorgboerderij uitoefenen

Binnen agrarisch, zorgboerderij zijn agrarische activiteiten voor een zorgboerderij toegestaan.

Artikel 4.13 Extensief agrarisch medegebruik toegestaan

Binnen agrarisch, zone waterkering zijn agrarische activiteiten in de vorm van extensief agrarisch medegebruik toegestaan.

Artikel 4.14 Agrarisch De Groene Velden

Binnen agrarisch, de groene velden zijn agrarische activiteiten toegestaan, mits het gaat om een bedrijf zoals opgenomen in artikel 4.9, tweede lid, sub a, onder 1, 2 of 5, en semi-agrarische activiteiten.

Artikel 4.15 Vergunningplicht nevenactiviteiten

Binnen agrarisch, vergunningplicht nevenactiviteiten is het verboden zonder omgevingsvergunning agrarische nevenactiviteiten te verrichten.

Artikel 4.16 Beoordelingsregels nevenactiviteiten
  • 1.

    Binnen agrarisch, bewerking en opslag wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als:

    • a.

      het gaat om een ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijfsgebouw;

    • b.

      de maximale oppervlakte niet meer dan 500 m² bedraagt;

    • c.

      de agrarische activiteiten van aangrenzende bedrijven niet onevenredig worden belemmerd;

    • d.

      er in vergelijking met het agrarische gebruik geen onevenredig zware verkeersbelasting op aangrenzende wegen plaatsvindt;

    • e.

      het parkeren behorende bij het gebruik binnen het bouwvlak op eigen terrein plaatsvindt;

    • f.

      er geen opslag van goederen in de open lucht plaatsvindt; en

    • g.

      het qua aard en schaal past bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties. 

  • 2.

    Binnen agrarisch, loonwerk/veehandel wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als:

    • a.

      het om loonwerk- of veehandelsbedrijven met uitzondering van handel in evenhoevigen gaat;

    • b.

      het gaat om een ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijfsgebouw;

    • c.

      het gebruik op niet meer dan 30% van het erf plaatsvindt;

    • d.

      de agrarische activiteiten van aangrenzende bedrijven niet onevenredig worden belemmerd;

    • e.

      er in vergelijking met het agrarische gebruik geen onevenredig zware verkeersbelasting op aangrenzende wegen plaatsvindt;

    • f.

      het parkeren behorende bij het loonwerk- of veehandelsbedrijf binnen het bouwvlak op eigen terrein plaatsvindt;

    • g.

      er geen opslag van goederen, behorende bij het loonwerk- of veehandelsbedrijf, in de open lucht plaatsvindt; en

    • h.

      het qua aard en schaal past bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties. 

Artikel 4.17 Vergunningplicht zorgboerderij uitoefenen

Binnen agrarisch, vergunningplicht zorgboerderij is het verboden zonder omgevingsvergunning activiteiten voor een zorgboerderij te verrichten.

Artikel 4.18 Beoordelingsregels zorgboerderij uitoefenen

Binnen agrarisch, vergunningplicht zorgboerderij wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als:

  • a.

    het om activiteiten voor een zorgboerderij gaat;

  • b.

    het gaat om een ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijfsgebouw;

  • c.

    het gebruik op niet meer dan 30% van het erf plaatsvindt;

  • d.

    de agrarische activiteiten van aangrenzende bedrijven niet onevenredig worden belemmerd;

  • e.

    er in vergelijking met het agrarische gebruik geen onevenredig zware verkeersbelasting op aangrenzende wegen plaatsvindt;

  • f.

    het parkeren behorende bij de zorgboerderij binnen het bouwvlak op eigen terrein plaatsvindt;

  • g.

    er geen opslag van goederen, behorende bij de zorgboerderij, in de open lucht plaatsvindt; en

  • h.

    het qua aard en schaal past bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties. 

Paragraaf 4.2.3 Bedrijfsactiviteiten

Artikel 4.19 Functie bedrijf

Er is een functie bedrijf in dit omgevingsplan, bestaande uit bedrijfslocaties, waarbinnen bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

Artikel 4.20 Bedrijfstypen

Binnen bedrijf, beperkte milieu-impact zijn alleen bedrijfsactiviteiten toegestaan met een beperkte impact op het milieu, welke gelijk is aan maximaal categorie 2 op de VNG, Staat van bedrijfsactiviteiten zoals deze werd toegepast in ruimtelijke plannen op grond van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 4.21 Bedrijf op locatie
  • 1.

    Binnen bedrijf, stil en veilig zijn bedrijfsactiviteiten toegestaan op de eerste bouwlaag, met uitzondering van:

    • a.

      activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken; of

    • b.

      risicovolle milieubelastende activiteiten.

  • 2.

    Binnen bedrijf, verbod vuurwerkbedrijf zijn vuurwerkbedrijven verboden.

  • 3.

    Binnen bedrijf, kantoor max. 30% BVO mag maximaal 30% van het bedrijfsoppervlak gebruikt worden voor kantoren.

  • 4.

    Binnen bedrijf, opslagterrein is het gebruik als opslagterrein toegestaan voor het naastgelegen bedrijventerrein.

Paragraaf 4.2.4 Detailhandelsactiviteiten

Artikel 4.22 Functie detailhandel

Binnen de functie detailhandel, bestaande uit detailhandel locaties, zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

Artikel 4.23 Detailhandel, regels op locatie
  • 1.

    Binnen detailhandel, plint zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan in de eerste bouwlaag.

  • 2.

    Binnen detailhandel, supermarkt zijn detailhandelsactiviteiten voor een supermarkt toegestaan.

  • 3.

    Binnen detailhandel, geen supermarkt zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan met uitzondering van supermarkten.

  • 4.

    Binnen ondergeschikte detailhandel zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan, mits het gaat om detailhandel die ondergeschikt is aan de toegestane gebruiksactiviteiten.

  • 5.

    Binnen detailhandel, recreatie zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan voor recreatieve doeleinden.

  • 6.

    Binnen detailhandel, visvijver zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan voor de verkoop van vismaterialen, mits:

    • a.

      deze verkoop ondergeschikt is aan andere op locatie toegestane gebruiksactiviteiten;

    • b.

      de verkoopruimte maximaal 100 m2  is; en,

    • c.

      de openingstijden van de verkoopruimte gelijk zijn aan de openingstijden van ruimten waar andere op locatie toegestane gebruiksactiviteiten worden verricht.

  • 7.

    Binnen detailhandel, watersport zijn detailhandelsactiviteiten voor watersport toegestaan.

Artikel 4.24 Detailhandel, bedrijfsoppervlakte
  • 1.

    Binnen detailhandel, ondergeschikt, max. 600 m² zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan met een bedrijfsoppervlakte van maximaal 600 m2, mits het gaat om detailhandel die ondergeschikt is aan de toegestane gebruiksactiviteiten.

  • 2.

    Binnen detailhandel, min. 800 m² zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan met per bedrijf een bedrijfsoppervlakte van minimaal 800 m2. 

  • 3.

    Binnen gebruik, meerdere functies max. 600 m² zijn detailhandelsactiviteiten, horeca-activiteiten en maatschappelijke activiteiten toegestaan met een gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 600 m2.

  • 4.

    Binnen detailhandel, 2.000 m² zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan met een gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 2.000 m2.

  • 5.

    Binnen detailhandel, ondergeschikt, max. 3.000 m2 zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan, mits:

    • a.

      het gaat om detailhandel die ondergeschikt is aan de toegestane gebruiksactiviteiten; en

    • b.

      de maximale oppervlakte van de detailhandelsactiviteiten 3.000 m2 is.

Artikel 4.25 Detailhandel, type goederen
  • 1.

    Binnen detailhandel, grote goederen zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan, mits het gaat om:

    • a.

      detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen;

    • b.

      detailhandel in volumineuze goederen: zoals auto's, keukens, badkamers, boter, motoren, caravans, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en materialen;

    • c.

      tuincentra;

    • d.

      grootschalige meubelbedrijven, al dan niet - in ondergeschikte mate - in combinatie met woninginrichting en stoffering; of

    • e.

      bouwmarkten.

     

  • 2.

    Binnen detailhandel, productie/auto/bouw zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan, mits het gaat om:

    • a.

      productiegebonden detailhandel, niet zijnde voedings- en genotmiddelen; 

    • b.

      AutoBootCaravan(ABC)- branches; 

    • c.

      grove bouwmaterialen.

  • 3.

    Binnen detailhandel, voedingsmiddelen is, in afwijking van het tweede lid, onder a, productiegebonden detailhandel, zijnde voedings- en genotmiddelen toegestaan.

  • 4.

    Binnen detailhandel, niet levende tuinmaterialen zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan voor niet levende tuinmaterialen, mits het bruto vloeroppervlak maximaal 40% is.

  • 5.

    Binnen detailhandel, productiegebonden zijn productiegebonden detailhandelsactiviteiten toegestaan met een maximale oppervlakte van 100 m2 per bouwperceel.

Artikel 4.26 Vergunningplicht detailhandel
Artikel 4.27 Beoordelingsregels detailhandel
  • 1.

    Binnen detailhandel, beoordelingsregels 1 wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als:

    • a.

      de detailhandel een maximale bedrijfsvloeroppervlakte heeft van 600 m2;

    • b.

      de detailhandel passend is binnen de actuele marktomstandigheden. Getoetst wordt daarbij aan het laatstgehouden Distributie Planologisch Onderzoek (DPO);

    • c.

      het detailhandel betreft voor:

      • 1.

        woninginrichting;

      • 2.

        keukens en sanitair;

      • 3.

        tuin gerelateerd;

      • 4.

        rijwielen; of

      • 5.

        kringloopwinkels.

  • 2.

    Binnen detailhandel, beoordelingsregels 2 wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als:

    • a.

      het om productiegebonden detailhandel gaat van ter plaatse voortgebrachte producten;

    • b.

      het gaat om een ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijfsgebouw;

    • c.

      de maximale verkoopvloeroppervlakte niet meer dan 200 m² bedraagt;

    • d.

      de agrarische activiteiten van aangrenzende bedrijven niet onevenredig worden belemmerd;

    • e.

      er in vergelijking met het agrarische gebruik geen onevenredig zware verkeersbelasting op aangrenzende wegen plaatsvindt;

    • f.

      het parkeren behorende bij de detailhandel binnen het bouwvlak op eigen terrein plaatsvindt;

    • g.

      er geen opslag van goederen, behorende bij de detailhandel, in de open lucht plaatsvindt; en

    • h.

      het qua aard en schaal past bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties. 

  • 3.

    Binnen detailhandel, productiegebonden wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als het gaat om productiegebonden detailhandelsactiviteiten met een maximale oppervlakte van 200 m2 per bouwperceel.

Artikel 4.28 Verkoop van motorbrandstoffen
Artikel 4.29 Vergunningsplicht verkooppunt van motorbrandstoffen

Binnen tankstation, vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning:

  • a.

    een nieuw motorbrandstofverkooppunt te starten; of

  • b.

    een bestaand motorbrandstofverkooppunt uit te breiden.

Artikel 4.30 Specifieke beoordelingsregels verkooppunt van motorbrandstoffen

In afwijking van artikel 4.7 wordt een omgevingsvergunning alleen verleend als:

  • a.

    er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

    • 1.

      het stedenbouwkundige beeld;

    • 2.

      de verkeersveiligheid; 

    • 3.

      de parkeergelegenheid;

    • 4.

      de sociale veiligheid;

    • 5.

      de milieusituatie;

    • 6.

      de groenstructuur; en

    • 7.

      de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; en

  • b.

    een nieuw motorbrandstofverkooppunt past binnen de kaders van de Kadernota Tankstations Lelystad 2020, of nadien gewijzigd; of

  • c.

    een bestaand motorbrandstofverkooppunt alleen wordt uitgebreid met elektrische snellaadvoorzieningen.

Paragraaf 4.2.5 Dienstverleningsactiviteiten

Artikel 4.31 Functie dienstverlening
  • 1.

    Binnen de functie dienstverlening, bestaande uit dienstverleningslocaties, is het verlenen van economische en maatschappelijke diensten toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

  • 2.

    Onder economische en maatschappelijke diensten vallen bijvoorbeeld de volgende activiteiten:

    • a.

      exploitatie van kapperszaken;

    • b.

      exploitatie van schoonheidsinstituten; en

    • c.

      exploitatie van fotostudio's.

  • 3.

    Onder economische en maatschappelijke diensten vallen geen exploitatieactiviteiten van een garagebedrijf of een seksinrichting.

Artikel 4.32 Dienstverlening op locatie
  • 1.

    Binnen dienstverlening, plint zijn dienstverleningsactiviteiten toegestaan in de eerste bouwlaag.

  • 2.

    Binnen dienstverlening, erotische massagesalon zijn dienstverleningsactiviteiten toegestaan voor een erotische massagesalon.

  • 3.

    Binnen gebruik, meerdere functies max. 1.700 m² zijn activiteiten voor commerciële dienstverlening, maatschappelijke dienstverlening en kantoren toegestaan. Gezamenlijk mogen zij geen groter bedrijfsvloeroppervlakte hebben dan 1.700 m2. Daarbij mag maximaal 1.000m2  gebruikt worden voor commerciële dienstverlening en kantoren.

  • 4.

    Binnen dagrecreatieve dienstverlening zijn dienstverleningsactiviteiten toegestaan voor dagrecreatie.

  • 5.

    Binnen dienstverlening, recreatie zijn dienstverleningsactiviteiten toegestaan voor recreatieve doeleinden.

  • 6.

    Binnen dienstverlening, lichte bedrijven zijn enkel de volgende lichte bedrijven en bedrijfsvormen toegestaan op locatie:

    • a.

      zakelijke dienstverlening (kantoren en praktijken);

    • b.

      (para)medische en therapeutische praktijken;

    • c.

      exploitatie van en handel in onroerend goed;

    • d.

      bank- en verzekeringsbedrijven;

    • e.

      kunst(nijverheids)ateliers en muziekstudio’s; of

    • f.

      showrooms en tentoonstellingsruimten;

  • 7.

    Binnen gebruik, meerdere functies max. 350 m² zijn dienstverleningsactiviteiten, kantooractiviteiten en maatschappelijke activiteiten toegestaan met een gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 350 m2.

Artikel 4.33 Vergunningplicht dienstverlening

Binnen dienstverlening, vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning dienstverleningsactiviteiten uit te voeren.

Artikel 4.34 Aanvullende beoordelingsregels 

Binnen dienstverlening, lichte bedrijven wordt, in aanvulling van artikel 4.7,  een omgevingsvergunning voor andere bedrijven dan opgenomen in artikel 4.32,  zesde lid, alleen verleend als:

  • a.

    de veroorzaakte hinder en de uitstraling op de omgeving vergelijkbaar zijn met andere bedrijven dan opgenomen in artikel 4.32, zesde lid; 

  • b.

    sprake is van een representatieve, in een landgoed passende functie; en

  • c.

    het geen detailhandel is, met uitzondering van detailhandel in goederen die ter plaatse worden geproduceerd, bewerkt of hersteld en goederen die niet ter plaatse aan de koper ter hand worden gesteld. 

Paragraaf 4.2.6 Horeca activiteiten

Artikel 4.35 Functie horeca

Binnen de functie horeca, bestaande uit horecalocaties, zijn horeca activiteiten toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

Artikel 4.36 Horecacategorieën

Deze paragraaf gaat over horeca activiteiten, die onderverdeeld zijn in:

Artikel 4.37 Omgevingsnorm horecacategorieën

Binnen horecalocaties mag de horecacategorie op locatie de met toegestane horecacategorie aangegeven waarde zijn.

Artikel 4.38 Horeca op locatie
Artikel 4.39 Horeca op locatie (ondergeschikt)
  • 1.

    Binnen horeca, ondergeschikt zijn horeca-activiteiten toegestaan, mits het gaat om horeca die ondergeschikt is aan de andere op locatie toegestane gebruiksactiviteiten.

  • 2.

    Binnen horeca, ondergeschikt, golfbaan zijn horeca-activiteiten toegestaan, met uitzondering van een hotel, mits het gaat om horeca die ondergeschikt is aan de toegestane gebruiksactiviteiten.

  • 3.

    Binnen horeca, ondergeschikt, visvijver zijn horeca-activiteiten toegestaan, met uitzondering van logiesvoorzieningen, mits het gaat om horeca die ondergeschikt is aan de toegestane gebruiksactiviteiten.

  • 4.

    Binnen horeca, ondergeschikt, max. 3.000 m² zijn horeca-activiteiten toegestaan, mits:

    • a.

      het gaat om horeca die ondergeschikt is aan de toegestane gebruiksactiviteiten; en

    • b.

      de maximale oppervlakte van de horeca-activiteiten 3.000 m2 is.

Artikel 4.40 Vergunningplicht horeca
Artikel 4.41 Aanvullende beoordelingsregels horeca

Binnen horeca, beoordelingsregels wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als:

  • a.

    het om horeca ten dienste van extensieve recreatie gaat, zoals:

    • 1.

      een theehuis;

    • 2.

      een speeltuin; of

    • 3.

      een pannenkoekenrestaurant; en

  • b.

    het gaat om een ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijfsgebouw;

  • c.

    de gezamenlijke oppervlakte niet meer dan 500 m² bedraagt;

  • d.

    de agrarische activiteiten van aangrenzende bedrijven niet onevenredig worden belemmerd;

  • e.

    er in vergelijking met het agrarische gebruik geen onevenredig zware verkeersbelasting op aangrenzende wegen plaatsvindt;

  • f.

    het parkeren behorende bij de horeca binnen het bouwvlak op eigen terrein plaatsvindt;

  • g.

    er geen opslag van goederen, behorende bij de horeca, in de open lucht plaatsvindt; en

  • h.

    het qua aard en schaal past bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties. 

Paragraaf 4.2.7 Kantooractiviteiten

Artikel 4.42 Functie kantoor
  • 1.

    Binnen de functie kantoor, bestaande uit kantoorlocaties, zijn kantooractiviteiten toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

  • 2.

    Onder kantooractiviteiten vallen bijvoorbeeld (administratieve) werkzaamheden van:

    • a.

      adviesbureaus;

    • b.

      advocatenkantoren;

    • c.

      het bankwezen; en

    • d.

      (semi)overheidsinstellingen.

Artikel 4.43 Kantoor op locatie
Artikel 4.44 Vergunningplicht kantoor

Binnen kantoor, vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning kantooractiviteiten uit te voeren.

Paragraaf 4.2.8 Maatschappelijke activiteiten

Artikel 4.45 Functie maatschappelijk
  • 1.

    Er is een functie maatschappelijk in dit omgevingsplan, bestaande uit maatschappelijke locaties, waarbinnen maatschappelijke activiteiten zijn toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

  • 2.

    Onder maatschappelijke activiteiten vallen bijvoorbeeld de volgende activiteiten:

    • a.

      onderwijsactiviteiten;

    • b.

      openbare dienstverleningsactiviteiten;

    • c.

      sociaal-culturele en welzijnsactiviteiten;

    • d.

      sociaal-medische activiteiten;

    • e.

      religieuze activiteiten; en

    • f.

      exploitatie van kinderdagverblijven.

Artikel 4.46 Maatschappelijk op locatie
Artikel 4.47 Maatschappelijk op locatie
Artikel 4.48 Vergunningplicht maatschappelijk

Binnen maatschappelijk, vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning maatschappelijke activiteiten op locatie te verrichten.

Artikel 4.49 Beoordelingsregels maatschappelijk
  • 1.

    Binnen maatschappelijk, beoordelingsregels 1 wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als:

    • a.

      het om natuurvoorlichting en -educatie gaat;

    • b.

      het gaat om een ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijfsgebouw;

    • c.

      het gebruik op niet meer dan 30% van het erf plaatsvindt;

    • d.

      de agrarische activiteiten van aangrenzende bedrijven niet onevenredig worden belemmerd;

    • e.

      er in vergelijking met het agrarische gebruik geen onevenredig zware verkeersbelasting op aangrenzende wegen plaatsvindt;

    • f.

      het parkeren behorende bij de voorlichting en educatie binnen het bouwvlak op eigen terrein plaatsvindt;

    • g.

      er geen opslag van goederen, behorende bij de voorlichting en educatie, in de open lucht plaatsvindt; en

    • h.

      het qua aard en schaal past bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties. 

  • 2.

    Binnen maatschappelijk, beoordelingsregels 2 wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als voldaan wordt aan hetgeen opgenomen in artikel 5.53, negende lid.

Paragraaf 4.2.9 Nutsbedrijfsactiviteiten

Artikel 4.50 Functie nutsbedrijf

Binnen de functie nutsbedrijf, die bestaat uit nutsbedrijf locaties,is het toegestaan om gebouwen en gronden te gebruiken voor openbare nutsvoorzieningen, zoals transformatorstations, gasvoorzieningsgebouwen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen.

Paragraaf 4.2.10 Recreatieactiviteiten

Subparagraaf 4.2.10.1 Algemene bepalingen
Artikel 4.51 Functie recreatie

Binnen de functie recreatie, bestaande uit recreatielocaties, zijn recreatieactiviteiten toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

Artikel 4.52 Soorten recreatie
  • 1.

    Binnen de functie recreatie vallen verschillende soorten recreatie, die per soort op locatie worden weergegeven.

  • 2.

    De soorten recreatie in dit omgevingsplan zijn:

    • a.

      bedrijfsmatige recreatie, als opgenomen in subparagraaf 4.2.10.2;

    • b.

      recreatief nachtverblijf, als opgenomen in subparagraaf 4.2.10.3; en

    • c.

      specifieke recreatieve activiteiten, als opgenomen in subparagraaf 4.2.10.4.

Subparagraaf 4.2.10.2 Bedrijfsmatige recreatie
Artikel 4.53 Bedrijfsmatige recreatie op locatie
  • 1.

    Binnen bedrijfsmatige recreatie zijn bedrijfsmatige recreatieactiviteiten toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

  • 2.

    Onder bedrijfsmatige recreatieactiviteiten vallen bijvoorbeeld de volgende activiteiten:

    • a.

      exploitatie van fitnesscentra;

    • b.

      exploitatie van sauna's; en

    • c.

      exploitatie van sportscholen.

  • 3.

    Binnen bedrijfsmatige recreatie, max. 1500 m² zijn bedrijfsmatige recreatieactiviteiten toegestaan met een maximale bedrijfsvloeroppervlakte van 1.500 m².

Subparagraaf 4.2.10.3 Recreatief nachtverblijf
Subsubparagraaf 4.2.10.3.1 Algemene regels recreatief nachtverblijf

Artikel 4.54 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze subparagraaf is van toepassing op activiteiten voor recreatief nachtverblijf.

  • 2.

    Deze subparagraaf is niet van toepassing op het starten van een bed & breakfast, zoals opgenomen in paragraaf 4.3.3.

Artikel 4.55 Verbod gebruiken recreatief nachtverblijf voor niet-recreatieve activiteiten

  • 1.

    Binnen recreatief nachtverblijf is het verboden een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf te gebruiken voor niet-recreatief gebruik.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van een bouwwerk voor een bedrijfswoning.

Artikel 4.56 Recreatief nachtverblijf op locatie

Binnen recreatief nachtverblijf zijn recreatieactiviteiten voor recreatief nachtverblijf toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

Subsubparagraaf 4.2.10.3.2 Camperplaatsen

Artikel 4.57 Recreatief nachtverblijf camperplaatsen

Binnen recreatief nachtverblijf, camperplaats is het toegestaan een kampeerplaats aan te bieden aan campers, mits:

  • a.

    het om maximaal 4 campers gaat; en

  • b.

    de verblijfduur van een camper maximaal 2 keer 24 uur is.

Subsubparagraaf 4.2.10.3.3 Kampeerterreinen

Artikel 4.58 Recreatief nachtverblijf kampeerterreinen

  • 1.

    Binnen recreatief nachtverblijf, kampeerterrein zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor kamperen, waaronder:

    • a.

      het plaatsen en gebruiken van kampeermiddelen;

    • b.

      het plaatsen en gebruiken van stacaravans; en

    • c.

      het gebruiken van trekkershutten.

  • 2.

    Binnen recreatief nachtverblijf, kampeerterrein 1 zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor één kampeerterrein, waaronder:

    • a.

      het plaatsen en gebruiken van kampeermiddelen;

    • b.

      het plaatsen en gebruiken van stacaravans;

    • c.

      het gebruiken van trekkershutten; en

    • d.

      het gebruiken van recreatiewoningen.

  • 3.

    Binnen recreatief nachtverblijf, kampeerterrein 2 is het toegestaan een kampeerplaats aan te bieden voor kampeermiddelen, mits:

    • a.

      het om maximaal 25 kampeermiddelen gaat;

    • b.

      het binnen het bouwvlak op locatie wordt gedaan; en

    • c.

      het plaatsvindt in de periode van 15 maart tot 1 november.

  • 4.

    Binnen recreatief nachtverblijf, één kampeerterrein zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor één kampeerterrein.

Subsubparagraaf 4.2.10.3.4 Ander recreatief nachtverblijf

Artikel 4.59 Recreatief nachtverblijf boomhutten

Binnen recreatief nachtverblijf, boomhut zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor verblijf in een boomhut.

Artikel 4.60 Recreatief nachtverblijf groepsverblijven

Binnen recreatief nachtverblijf, groepsverblijf zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor groepsverblijf.

Subsubparagraaf 4.2.10.3.5 Vergunningplicht recreatief nachtverblijf

Artikel 4.61 Vergunningplicht recreatief nachtverblijf

Binnen recreatief nachtverblijf, vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning recreatief nachtverblijf aan te bieden.

Artikel 4.62 Beoordelingsregels recreatief nachtverblijf

  • 1.

    Binnen recreatief nachtverblijf, beoordelingsregels wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als:

    • a.

      het gaat om een ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijfsgebouw;

    • b.

      de gezamenlijke oppervlakte niet meer dan 250 m² bedraagt;

    • c.

      de agrarische activiteiten van aangrenzende bedrijven niet onevenredig worden belemmerd;

    • d.

      er in vergelijking met het agrarische gebruik geen onevenredig zware verkeersbelasting op aangrenzende wegen plaatsvindt;

    • e.

      het parkeren behorende bij de verblijfsrecreatie binnen het bouwvlak op eigen terrein plaatsvindt;

    • f.

      er geen opslag van goederen, behorende bij de verblijfsrecreatie, in de open lucht plaatsvindt; en

    • g.

      het qua aard en schaal past bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties. 

  • 2.

    Binnen recreatief nachtverblijf, max. 250 m² wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als de gezamenlijke oppervlakte niet meer dan 250 m2 per bouwperceel is.

Artikel 4.63 Uitzondering vergunningplicht recreatief nachtverblijf

Binnen recreatief nachtverblijf, uitzondering vergunningplicht is het verbod van artikel 4.61 niet van toepassing, mits:

  • a.

    het gaat om kamperen in agrarisch gebied conform artikel 4.58, derde lid; of

  • b.

    het gaat om het aanbieden van recreatief nachtverblijf in de vorm van een bed and breakfast conform de regels in paragraaf 4.3.3.

Subparagraaf 4.2.10.4 Specifieke recreatieve activiteiten
Artikel 4.64 Specifieke recreatieve activiteiten op locatie

Binnen specifieke soorten recreatie zijn recreatieve activiteiten toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

Artikel 4.65 Recreatie botenstalling

Binnen recreatie, botenstalling zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor botenstalling.

Artikel 4.66 Recreatie kinderboerderij

Binnen recreatie, kinderboerderij zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor een kinderboerderij.

Artikel 4.67 Recreatie strand

Binnen recreatie, bad- en surfstrand zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor een bad- en surfstrand.

Artikel 4.68 Recreatie volkstuinen

Binnen recreatie, volkstuinen zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor volkstuinen.

Artikel 4.69 Recreatie weiden voor dieren
Artikel 4.70 Recreatie pannenkoekenboerderij

Binnen recreatie, pannenkoekenboerderij zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor één pannenkoekenboerderij.

Artikel 4.71 Recreatie gewassen en dieren 

Binnen recreatie, gewassen en dieren zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor het hobbymatig kweken van gewassen en het houden van dieren. 

Artikel 4.72 Recreatie jachthaven
  • 1.

    Binnen recreatie, jachthaven zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor een jachthaven.

  • 2.

    Binnen recreatie, jachthaven 2 zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor een jachthaven, waaronder in ieder geval vallen:

    • a.

      het gebruik van een jachtwerfwerkplaats;

    • b.

      het gebruik van opslag-, onderhoud- en reparatieruimten;

    • c.

      het gebruik van aanlegsteigers; en

    • d.

      het gebruik van sanitaire voorzieningen.

  • 3.

    Binnen recreatie, jachthaven, maximaal 60 ligplaatsen zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor een jachthaven, waarbij er maximaal 60 ligplaatsen in gebruik worden genomen.

Artikel 4.73 Recreatie moestuin

Binnen recreatie, moestuin zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor een moestuin, boomgaard en plantenkas.

Artikel 4.74 Recreatie scouting

Binnen recreatie, scouting zijn activiteiten toegestaan voor scouting en andere outdooractiviteiten.

Artikel 4.75 Recreatie strand

Binnen recreatie, strand zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor een strand.

Artikel 4.76 Vergunningplicht recreatie
Artikel 4.77 Beoordelingsregels recreatie
  • 1.

    Binnen recreatie, beoordelingsregels 1 wordt een omgevingsvergunning, in aanvulling op artikel 4.7, alleen verleend als:

    • a.

      in ieder geval is onderzocht:

      • 1.

        de extra verkeersbewegingen (geluid, licht) op de Torenvalkweg en Knardijk;

      • 2.

        de uitstraling (geluid, licht, aanwezigheid mensen) op wezenlijke waarden; en

    • b.

      boscompensatie wordt gepleegd voor zover er bomen worden gerooid.

  • 2.

    Binnen recreatie, beoordelingsregels 2 wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als:

    • a.

      het gaat om gebruik in de vorm van:

      • 1.

        de opslag en stalling van caravans, campers of boten; of

      • 2.

        kunstnijverheid of ateliers; en

    • b.

      het gaat om een ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijfsgebouw;

    • c.

      het gebruik op niet meer dan 30% van het erf plaatsvindt;

    • d.

      de agrarische activiteiten van aangrenzende bedrijven niet onevenredig worden belemmerd;

    • e.

      er in vergelijking met het agrarische gebruik geen onevenredig zware verkeersbelasting op aangrenzende wegen plaatsvindt;

    • f.

      het parkeren behorende bij het bijkomende gebruik binnen het bouwvlak op eigen terrein plaatsvindt;

    • g.

      er geen opslag van goederen, behorende bij het bijkomende gebruik, in de open lucht plaatsvindt; en

    • h.

      het qua aard en schaal past bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties. 

Paragraaf 4.2.11 Sportactiviteiten

Subparagraaf 4.2.11.1 Algemene bepalingen
Artikel 4.78 Functie sport
  • 1.

    Er is een functie sport in dit omgevingsplan, bestaande uit sportlocaties, waarbinnen sportactiviteiten zijn toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

  • 2.

    Onder sportactiviteiten vallen bijvoorbeeld de volgende activiteiten:

    • a.

      activiteiten met sportieve doeleinden;

    • b.

      activiteiten met sportief recreatieve doeleinden; en

    • c.

      de exploitatie van sportvoorzieningen, kantines, kleedruimten en soortgelijke gebouwen.

Subparagraaf 4.2.11.2 Locatie gebonden bepalingen
Artikel 4.79 Sport op locatie 
  • 1.

    Binnen sport, manege zijn sportactiviteiten toegestaan voor een manege.

  • 2.

    Binnen sport, golfbaan zijn sportactiviteiten toegestaan voor een golfbaan.

  • 3.

    Binnen sport, visvijver zijn sportactiviteiten toegestaan voor één visvijvercomplex bedoeld voor sportvissen.

  • 4.

    Binnen sport, max. 10.000 m² zijn sportief recreatieve voorzieningen, zoals een zwembad of sporthal, toegestaan met een maximale gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van 10.000 m2.

  • 5.

    Binnen sport, schietbaan zijn sportactiviteiten toegestaan voor een handboog-, kruisboog- en luchtbuksschietbaan en paintballterrein.

Paragraaf 4.2.12 Woonactiviteiten

Artikel 4.80 Toepassingsbereik woonactiviteiten

Deze paragraaf gaat over de activiteit wonen.

Artikel 4.81 Functie wonen
  • 1.

    Er is een functie wonen in dit omgevingsplan, bestaande uit woonlocaties, waarbinnen de activiteit wonen is toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

  • 2.

    De activiteit wonen is toegestaan in een woning, in een hoofgebouw, tenzij op locatie anders is bepaald.

Artikel 4.82 Omgevingsnorm maximaal aantal woningen

Op locaties met een maximaal aantal woningen mogen de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor maximaal het aantal woningen dat op locatie met de waarde maximaal aantal woningen is aangegeven.

Artikel 4.83 Wonen op locatie
Artikel 4.84 Bedrijfswoning
Artikel 4.85 Vergunningplicht wonen

Binnen wonen, vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning op locatie te wonen.

Artikel 4.86 Beoordelingsregels wonen
  • 1.

    Binnen wonen, beoordelingsregels 1 wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 4.85, alleen verleend als:

    • a.

      het gaat om wonen in een woonhuis; en

    • b.

      de stedenbouwkundige opzet van het gebied gebaseerd is op de bebouwingsstructuur van de omliggende bebouwing.

  • 2.

    Binnen bedrijfswoning, beoordelingsregels 1 wordt een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 4.85, alleen verleend als het gaat om wonen in een incidentele bedrijfswoning.

  • 3.

    Binnen wonen, beoordelingsregels 2 wordt,  in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 4.85, alleen verleend als: voldaan wordt aan het gestelde in artikel 5.53, negende lid.

Afdeling 4.3 Functie gerelateerde gebruiksactiviteiten

Paragraaf 4.3.1 Algemene bepalingen

Artikel 4.87 Toepassingsbereik

Deze afdeling gaat over gebruiksactiviteiten gerelateerd aan de gebruiksfuncties.

Paragraaf 4.3.2 Beroep of bedrijf aan huis

Artikel 4.88 Beroep of bedrijf aan huis
  • 1.

    Binnen de functie wonen is de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, mits:  

    • a.

      het beroep of bedrijf past binnen de categorieën, zoals opgenomen in het tweede lid;

    • b.

      het uiterlijk van de woning niet wordt aangetast, waarbij reclame-uitingen een maximale totale oppervlakte van 0,5 m² mogen hebben;

    • c.

      de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; 

    • d.

      het beroep of bedrijf uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning, aan- of uitbouwen of aangebouwde bijgebouwen;

    • e.

      het beroep of bedrijf in hoofdzaak wordt uitgeoefend door een bewoner van de woning. Deze bewoner mag zich daarbij laten ondersteunen door maximaal één niet in de woning woonachtige persoon. Voor een zelfstandig thuiswerkende prostituee geldt dat de activiteit alleen door één bewoner mag worden uitgeoefend;

    • f.

      het beroep of bedrijf niet gaat om:

      • 1.

        horeca;

      • 2.

        auto- en motorreparatie; 

      • 3.

        milieubelastende activiteiten; en

      • 4.

        detailhandel; 

    • g.

      maximaal 30% van de bruto vloeroppervlakte van de gebouwen op een perceel gebruikt wordt voor het beroep of bedrijf aan huis, tot:

      • 1.

        maximaal 100 m² voor een beroep; en

      • 2.

        maximaal 50 m2 voor een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit; 

    • h.

      er op eigen terrein of in de directe omgeving voldoende parkeerplaatsen voor bezoekers aanwezig zijn en er geen sprake is van een negatieve invloed op de normale verkeersafwikkeling en parkeerdruk ter plaatse; en

    • i.

      in het geval van een webwinkel:

      • 1.

        de ruimte waarin het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend niet verhuurd wordt;

      • 2.

        er geen verkoop plaatsvindt in de woning; 

      • 3.

        goederen elders worden bezorgd; en

      • 4.

        goederen niet worden opgehaald bij de woning.

  • 2.

    Onder de activiteit 'beroep of bedrijf aan huis' worden de volgende beroepen en bedrijfsmatige activiteiten begrepen: 

    • a.

      beroepen:

      • 1.

        uitoefening van (para-)medische beroepen in een individuele praktijk:  

        • I.

          huisarts;

        • II.

          psychiater / psycholoog;

        • III.

          fysiotherapeut / bewegingsleer-deskundige;

        • IV.

          diëtist / voedingsleer-deskundige;

        • V.

          mondhygiënist;

        • VI.

          tandheelkundige;

        • VII.

          logopedist;

        • VIII.

          dierenarts; of

        • IX.

          een hiermee gelijk te stellen beroep;

      • 2.

        Advies- en ontwerpbureau’s: 

        • I.

          reclame-ontwerpbureau;

        • II.

          grafisch ontwerpbureau;

        • III.

          architect; of

        • IV.

          een hiermee gelijk te stellen beroep; of

      • 3.

        (Zakelijke) dienstverlening:

        • I.

          notaris; 

        • II.

          advocaat;

        • III.

          accountant;

        • IV.

          assurantie-/verzekeringstussenpersoon;

        • V.

          makelaar; 

        • VI.

          webwinkel, zonder bezoekmogelijkheid; of

        • VII.

          een hiermee gelijk te stellen beroep; of

    • b.

      kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten:

      • 1.

        kledingverstelbedrijf of (maat)kledingmakerij;

      • 2.

        kantoorfunctie voor bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend, waaronder: 

        • I.

          een schoonmaakbedrijf;

        • II.

          een schoorsteenveegbedrijf; of

        • III.

          een glazenwasserij, maar ook voor bijvoorbeeld een groothandelsbedrijf; of

      • 3.

        reparatiebedrijven voor particulieren, waaronder:

        • I.

           schoen-/lederwarenreparatiebedrijf;

        • II.

          uurwerkreparatiebedrijf;

        • III.

          goud- en zilverwerkreparatiebedrijf;

        • IV.

          reparatie van kleine (elektrische) gebruiksgoederen; of

        • V.

          reparatie van muziekinstrumenten.

Artikel 4.89 Vergunningplicht afwijken beroep of bedrijf aan huis

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een beroep of bedrijf aan huis uit te oefenen die niet past binnen de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 4.88.

Artikel 4.90 Beoordelingsregels afwijken beroep of bedrijf aan huis

Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:

  • a.

    er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

    • 1.

      het straat- en bebouwingsbeeld;

    • 2.

      de woonsituatie;

    • 3.

      de verkeersveiligheid;

    • 4.

      de milieusituatie; en

    • 5.

      de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;

  • b.

    er voldaan wordt aan de in artikel 17.3 genoemde gronden, waarbij het bevoegd gezag de beleidsregels van de 'Nota Parkeernormen Lelystad 2023', of nadien gewijzigd, toepast; en

  • c.

    de geluidswaarden op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen aanvaardbaar is, waarbij het bevoegd gezag dit beoordeelt op basis van het geluidsbeleid van gemeente Lelystad.

Artikel 4.91 Aanvraagvereisten afwijken beroep of bedrijf aan huis

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een beroep of bedrijf aan huis worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    gegevens en bescheiden als opgenomen in afdeling 7.2 van de Omgevingsregeling; en

  • b.

    overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

Paragraaf 4.3.3 Bed & Breakfast

Artikel 4.92 Bed & breakfast
Artikel 4.93 Vergunningplicht bed & breakfast

Binnen b&b, vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning de gronden en bouwwerken te gebruiken voor een bed and breakfast.

Artikel 4.94 Beoordelingsregels bed & breakfast
  • 1.

    Binnen b&b, beoordelingsregels 1 wordt een omgevingsvergunning alleen verleend als:

  • 2.

    Binnen b&b, aanvullende beoordelingsregels 1 wordt, in aanvulling op het eerste lid, een omgevingsvergunning alleen verleend als:

    • a.

      de bed and breakfast maximaal 8 slaapplaatsen heeft in maximaal 4 van elkaar afgescheiden ruimten bedoeld voor nachtverblijf; en

    • b.

      deze ruimten deel uit maken van het hoofdgebouw, aanbouw of aangebouwde bijgebouw.

  • 3.

    Binnen b&b, aanvullende beoordelingsregels 2 wordt, in aanvulling op het eerste lid, een omgevingsvergunning alleen verleend als:

    • a.

      de bed & breakfast maximaal 2 slaapplaatsen heeft in maximaal 2 van elkaar afgescheiden ruimten bedoeld voor nachtverblijf; en

    • b.

      deze ruimten deel uit maken van het hoofdgebouw, aanbouw of aangebouwde bijgebouw.

  • 4.

    Binnen b&b, beoordelingsregels 2 wordt een omgevingsvergunning alleen verleend als: 

    • a.

      er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

      • 1.

        het straat- en bebouwingsbeeld;

      • 2.

        de woonsituatie;

      • 3.

        de verkeersveiligheid;

      • 4.

        de milieusituatie; en

      • 5.

        de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; en

    • b.

      de bed & breakfast maximaal 8 slaapplaatsen heeft in maximaal 4 van elkaar afgescheiden ruimten bedoeld voor nachtverblijf.

Artikel 4.95 Aanvraagvereisten bed & breakfast

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een bed & breakfast worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    gegevens en bescheiden als opgenomen in afdeling 7.2 van de Omgevingsregeling; en

  • b.

    overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

Paragraaf 4.3.4 Kamerbewoning

Artikel 4.96 Vergunningplicht kamerbewoning

Binnen de functie wonen is het verboden zonder omgevingsvergunning (een deel van) een woning voor kamerbewoning in gebruik te geven.

Artikel 4.97 Beoordelingsregels kamerbewoning

Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:

Artikel 4.98 Aanvraagvereisten kamerbewoning

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor kamerbewoning worden gegevens en bescheiden verstrekt zoals opgenomen in artikel 3 van de Beleidsregel Kamerverhuur bijzondere woonvormen, of nadien gewijzigd.  

Artikel 4.99 Omgevingsnormen vergunde kamerbewoning
Artikel 4.100 Vergunde kamerbewoning

Binnen kamerbewoning, vergund, min. 5 kamers is het toegestaan (een deel van) de woning voor kamerbewoning in gebruik te geven, mits het gaat om minimaal 5 kamers.

Afdeling 4.4 Gebruik openbare buitenruimte

Paragraaf 4.4.1 Algemene bepalingen

Artikel 4.101 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze afdeling gaat over activiteiten rond het gebruik van de openbare ruimte.

  • 2.

    Deze afdeling gaat niet over het aanbrengen van wijzigingen in de openbare ruimte.

Artikel 4.102 Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het waarborgen van de veiligheid;

  • b.

    het beschermen van de gezondheid;

  • c.

    het beschermen van het milieu;

  • d.

    het beschermen van landschap en natuur;

  • e.

    het beheren van infrastructuur en watersystemen; en

  • f.

    het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare ruimte voor personen.

Artikel 4.103 Activiteiten openbare ruimte

In de openbare ruimte zijn in ieder geval de volgende activiteiten toegestaan:

  • a.

    het gebruik van gronden voor natuur, water en groenvoorzieningen; en

  • b.

    het gebruik van gronden voor verkeersdoeleinden.

Artikel 4.104 Algemene regels

gereserveerd

Paragraaf 4.4.2 Benutten van de openbare ruimte

Subparagraaf 4.4.2.1 Algemene bepalingen
Artikel 4.105 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het benutten van de openbare ruimte.

Artikel 4.106 Verbod hinderlijke of gevaarlijke plaatsing

Het is verboden beplanting of voorwerpen aan te brengen of te hebben, op zodanige wijze dat voor het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.

Artikel 4.107 Gedoogplicht voorzieningen voor verkeer en verlichting

De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht te gedogen dat op of aan het bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

Artikel 4.108 Verbod incidentele as verstrooiing

Het is verboden incidenteel as te verstrooien:

  • a.

    op gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen; of

  • b.

    als dit hinder of overlast veroorzaakt voor derden.

Subparagraaf 4.4.2.2 Locatie gebonden bepalingen
Artikel 4.109 gereserveerd

gereserveerd

Paragraaf 4.4.3 Roerende zaken opslaan

Subparagraaf 4.4.3.1 Algemene bepalingen
Artikel 4.110 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over:

  • a.

    het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg, subparagraaf 4.4.3.2;

  • b.

    het plaatsen van kampeermiddelen buiten kampeerterreinen, subparagraaf 4.4.3.3; en

  • c.

    het innemen van een standplaats, subparagraaf 4.4.3.4.

Artikel 4.111 Oogmerken

De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het waarborgen van veiligheid;

  • b.

    het beschermen van de gezondheid;

  • c.

    het beschermen van het milieu;

  • d.

    het beschermen van landschap en natuur;

  • e.

    het beheer van infrastructuur en watersystemen; en

  • f.

    het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare ruimte voor personen.

Subparagraaf 4.4.3.2 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg
Subsubparagraaf 4.4.3.2.1 Algemene bepalingen over het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg

Artikel 4.112 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze subparagraaf gaat over het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie van de weg.

  • 2.

    Onder 'voorwerpen op of aan de weg' wordt in dit artikelin ieder geval verstaan:

    • a.

      uitstallingen;

    • b.

      terrassen;

    • c.

      containers;

    • d.

      keetwagens;

    • e.

      kraanwagens;

    • f.

      (chemische) toiletten;

    • g.

      bouwsteigers;

    • h.

      materiaal voor opslag; en

    • i.

      hieraan gelijk te stellen voorwerpen.

  • 3.

    Deze subparagraaf is niet van toepassing op de plaatsing van voorwerpen voor evenementen als bedoeld in artikel 2:24 van de Algemeen plaatselijke verordening van gemeente Lelystad.

Artikel 4.113 Vergunningplicht plaatsen van voorwerpen op of aan de weg

  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg.

  • 2.

    Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg, zoals bedoeld in het eerste lid, sub a, is in ieder geval sprake als:

    • a.

      geen vrije doorgang van tenminste 3,5 m breed wordt gelaten op de rijbaan voor fietsen of gemotoriseerd verkeer; en

    • b.

      geen vrije doorgang van tenminste 2 m breed wordt gelaten op voetpaden in winkelcentra.

  • 3.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a.

      beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens:

      • 1.

        de Omgevingswet;

      • 2.

        de Omgevingsverordening provincie Flevoland; en

      • 3.

        de waterschapsverordening;

    • b.

      situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994; en

    • c.

      overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.

Artikel 4.114 Beoordelingsregels plaatsen van voorwerpen op of aan de weg

Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 4.113, wordt alleen verleend als:

  • a.

    de activiteit niet in strijd is met de openbare veiligheid;

  • b.

    de activiteit niet in strijd is met de volksgezondheid;

  • c.

    de activiteit niet in strijd is met de bescherming van het milieu; en

  • d.

    de activiteit geen aanstoot geeft in het uiterlijke aanzien van de gemeente.

Artikel 4.115 Aanvraagvereisten plaatsen van voorwerpen op of aan de weg

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    informatie die noodzakelijk is voor de toetsing van de aanvraag; en

  • b.

    gereserveerd.

Artikel 4.116 Algemene bepalingen plaatsen van voorwerpen op of aan de weg

  • 1.

    Het plaatsen van een voorwerp op of aan de weg is toegestaan, mits:

    • a.

      er een vrije doorgang wordt gelaten met een minimale breedte van:

      • 1.

        3,5 m op de rijbaan voor fietsen of gemotoriseerd verkeer;

      • 2.

        2 m op voetpaden in winkelcentra; en

      • 3.

        2 m in een galerij/arcade;

    • b.

      er een vrije doorgang wordt gelaten met een minimale hoogte van:

      • 1.

        4,2 m op plaatsen waar hulpvoertuigen meer ruimte nodig hebben; en

      • 2.

        2,3 m in een galerij/arcade;

    • c.

      het voorwerp niet op een dreef wordt geplaatst;

    • d.

      het voorwerp geen vluchtroutes, nooduitgangen en toegangsdeuren blokkeert; en

    • e.

      het voorwerp het gebruik van en de toegang tot nutsvoorzieningen niet beperkt of belemmert.

  • 2.

    Het plaatsen van een voorwerp op de stoep is, in afwijking van het eerste lid, toegestaan, mits:

    • a.

      de stoep over de totale lengte (gemeten vanaf de gevel) een minimale vrije doorgang heeft van 1,5 m; of

    • b.

      in het geval er een boom, fietsenrek of een vergelijkbaar object op de stoep staat, de stoep over de totale lengte een minimale vrije doorgang heeft van 1,2 m.

  • 3.

    Brandkranen en andere bluswaterwinplaatsen en inspectieputten van het riool moeten worden vrijgehouden voor toegang en gebruik door blusvoertuigen.

Artikel 4.117 Informatieplicht plaatsen van voorwerpen op of aan de weg

  • 1.

    Als het plaatsen van een voorwerp op of aan de weg vervuiling of beschadiging van bestrating of andere publieke eigendommen veroorzaakt, wordt het bevoegd gezag hiervan onverwijld op de hoogte gebracht. 

  • 2.

    Eventuele kosten voor het reinigen van de vervuiling of het herstellen van de beschadiging zullen aan de veroorzaker in rekening worden gebracht.

Artikel 4.118 Specifieke zorgplicht: plaatsen van voorwerpen op of aan de weg

De zorgplicht, zoals bedoeld in artikel 1.7, houdt voor het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in ieder geval in dat een ieder verplicht is:

  • a.

    maatregelen te treffen ter voorkoming van vervuiling of beschadiging van bestrating of andere publieke eigendommen;

  • b.

    de omgeving van het geplaatste voorwerp schoon en opgeruimd te houden;

  • c.

    de omgeving van het geplaatste voorwerp bij verwijdering schoon en leeg achter te laten; en

  • d.

    ervoor te zorgen dat het voorwerp, of een onderdeel daarvan, geen gevaar of hinder veroorzaakt.

Subsubparagraaf 4.4.3.2.2 Terrassen

Artikel 4.119 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze subsubparagraaf gaat over het plaatsen van terrassen bij een (horeca)bedrijf.

  • 2.

    De regels in deze subsubparagraaf gelden in aanvulling op hetgeen bepaald in subsubparagraaf 4.4.3.2.1.

Artikel 4.120 Meldplicht terrassen

  • 1.

    Het verbod in artikel 4.113, eerste lid, is niet van toepassing als het gaat om de plaatsing van een terras, zoals bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, onder b, van de Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2021, en hiertoe minimaal 4 weken vóór de plaatsing van het terras een melding is gedaan bij het bevoegd gezag, mits:

    • a.

      de exploitant van het (horeca)bedrijf waarvoor de melding wordt gedaan in het bezit is van een vergunning op basis van de Alcoholwet of een exploitatievergunning waarop de oppervlakte van het terras vermeld staat;

    • b.

      het terras niet:

      • 1.

        tijdens een evenement op een aangewezen evenemententerrein zonder toestemming van de organisator van het evenement wordt geplaatst;

      • 2.

        tijdens een marktdag op een aangewezen markt-locatie wordt geplaatst;

      • 3.

        tijdens de uitvoering van aanleg-, bouw-, of onderhoudswerkzaamheden op locatie wordt geplaatst; of

      • 4.

        bij een coffeeshop, speelautomatenhal of seksinrichting wordt geplaatst; en

    • c.

      het terras:

      • 1.

        in het zicht van het betreffende (horeca)bedrijf wordt geplaatst;

      • 2.

        in het geval van een gevelterras, direct, dan wel zo direct mogelijk, tegen, vóór of haaks op de gevel wordt geplaatst; en

      • 3.

        in het geval van een terras onder een arcade, direct aan de gevel wordt geplaatst.

  • 2.

    In afwijking van het gestelde in het eerste lid, onder c, sub 2, mag een gevelterras voor de gevel van een ander bedrijf worden geplaatst, mits hier schriftelijke toestemming voor is afgegeven door de eigenaar/huurder van het betreffende bedrijf.

  • 3.

    Een melding bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      naam, adres en KvK-nummer van de exploitant van het (horeca)bedrijf;

    • b.

      naam en adres van het (horeca)bedrijf;

    • c.

      een afschrift van de vergunning of de aanvraag van de vergunning zoals bedoeld in het eerste lid, onder a;

    • d.

      een plattegrond van de indeling van het beoogde terras met afmetingen; en

    • e.

      indien van toepassing een afschrift van de schriftelijke toestemming zoals bedoeld in het tweede lid.

  • 4.

    Het bevoegd gezag kan na ontvangst van de melding extra gegevens opvragen die nodig zijn voor de controle van de melding.

Artikel 4.121 Regels over terrassen

  • 1.

    Voor de inrichting van terrassen geldt:

    • a.

      terrasmeubilair moet direct na sluitingstijd van het betreffende (horeca)bedrijf worden opgeruimd en verwijderd door het inpandig of elders op te slaan;

    • b.

      terrasmeubilair moet bij de beëindiging van de exploitatie van het betreffende (horeca)bedrijf worden opgeruimd en verwijderd;

    • c.

      terrasmeubilair moet zodanig worden opgesteld dat er voldoende tussenpaden van minimaal 0,6 m breed zijn;

    • d.

      terrasmeubilair wordt niet aan de gevel of in de grond verankerd; en

    • e.

      andere voorwerpen dan terrasmeubilair zijn enkel toegestaan als voor de plaatsing van deze voorwerpen toestemming is gegeven op grond van de Alcoholwet.

  • 2.

    Onder 'terrasmeubilair' wordt in dit artikel in ieder geval verstaan:

    • a.

      tafels en zitgelegenheden;

    • b.

      terrasverwarmers en -koelers;

    • c.

      windschermen en parasols;

    • d.

      bloembakken; en

    • e.

      hieraan gelijk te stellen voorwerpen.

  • 3.

    Onder 'terrasmeubilair' wordt in dit artikel in ieder geval niet verstaan:

    • a.

      barbecues;

    • b.

      kooktoestellen;

    • c.

      biertaps; en

    • d.

      partytenten.

  • 4.

    In afwijking van het gestelde in het eerste lid, onder a, mag terrasmeubilair blijven staan als het dusdanig gekoppeld of opgestapeld is dat verplaatsing en gebruik van losse meubelstukken niet mogelijk is.

Subsubparagraaf 4.4.3.2.3 Bepalingen over het plaatsen van andere specifieke voorwerpen

Artikel 4.122 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze subsubparagraaf gaat over:

    • a.

      de plaatsing van containers;

    • b.

      de plaatsing van kraanwagens; en

    • c.

      de plaatsing van uitstallingen.

  • 2.

    De regels in deze subsubparagraaf gelden in aanvulling op hetgeen bepaald in subsubparagraaf 4.4.3.2.1.

Artikel 4.123 Meldplicht containers

  • 1.

    Binnen containers, meldplicht is het verbod in artikel 4.113, eerste lid, niet van toepassing als het gaat om de plaatsing van een container op de weg voor het inzamelen van afval, anders dan een inzamelmiddel of inzamelvoorziening zoals bedoeld in de Afvalstoffenverordening 2020 Lelystad, of voor het opslaan van materialen waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist, zoals bedoeld in artikel 22.291, en hiertoe een melding is gedaan bij het bevoegd gezag, mits:

    • a.

      de container een maximale oppervlakte heeft van 12.5 m2;

    • b.

      de container een maximale hoogte heeft van 1,5 m;

    • c.

      de container maximaal 14 dagen geplaatst wordt;

    • d.

      de container is voorzien van goed zichtbare reflecterende markeringen conform CROW 130;

    • e.

      in het geval de container bestemd is voor het bewaren van aan bederf onderhevig afval, de container een gesloten container is; en

    • f.

      in het geval de container een open container is, de inhoud van de container niet uitsteekt.

  • 2.

    Een melding bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      informatie over het type container;

    • b.

      informatie over de omvang van de container;

    • c.

      informatie over de plaatsing van de container;

    • d.

      informatie over het gebruik van de container;

    • e.

      de startdatum van de activiteit; en

    • f.

      de verwachte einddatum van de activiteit.

  • 3.

    Het is niet toegestaan een container op de stoep te plaatsen als er een geschikte ruimte op een parkeerplaats is.

  • 4.

    Een container dient afgesloten te worden vervoerd, bijvoorbeeld door middel van een net, ter voorkoming van vervuiling van de weg waarover de container wordt vervoerd en verkeersonveilige situaties op de weg.

Artikel 4.124 Meldplicht kraanwagens

  • 1.

    Binnen kraanwagens, meldplicht is het verbod in artikel 4.113, eerste lid, niet van toepassing als het gaat om de plaatsing van een kraanwagen op de weg en hiertoe een melding is gedaan bij het bevoegd gezag, mits:

    • a.

      de kraanwagen maximaal 12 uur en uiterlijk tot 20:00 uur geplaatst wordt;

    • b.

      de kraanwagen afgezet wordt conform CROW 96B;

    • c.

      er geen verkeer onder de giek van de kraanwagen door kan;

    • d.

      aan te leveren of af te voeren materiaal binnen het werkvlak valt;

    • e.

      naastgelegen panden minimaal 5 werkdagen vooraf in kennis zijn gesteld van eventuele belemmeringen; en

    • f.

      in het geval van een hoogwerker, de giek bij het in- of uitstappen van de bak in het afgezette werkvak valt danwel wordt afgezet.

  • 2.

    Onder 'kraanwagen' wordt in dit artikel verstaan:

    • a.

      kraanwagen;

    • b.

      hoogwerker;

    • c.

      verhuislift;

    • d.

      mobiele betonpompen;

    • e.

      zuig- en blaasvoertuigen;

    • f.

      grote transportwagens; en

    • g.

      hieraan gelijk te stellen voorwerpen.

  • 3.

    Een melding bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      informatie over het type kraanwagen;

    • b.

      informatie over de omvang van de kraanwagen;

    • c.

      informatie over de plaatsing van de kraanwagen;

    • d.

      de datum en starttijd van de activiteit; en

    • e.

      de verwachte eindtijd van de activiteit.

  • 4.

    Het is niet toegestaan een kraanwagen op de stoep te plaatsen als er een geschikte ruimte op een parkeerplaats is.

Artikel 4.125 Regels over uitstallingen

  • 1.

    Het plaatsen van uitstallingen is toegestaan, mits:

    • a.

      de minimale hoogte van de uitstalling 0,7 m is;

    • b.

      de maximale diepte van de uitstalling 1,5 m is;

    • c.

      de uitstalling niet aan de ondergrond bevestigd wordt;

    • d.

      de uitstalling schoon, heel en veilig is;

    • e.

      de uitstalling tijdens openingstijden van de winkel geplaatst wordt;

    • f.

      de uitstalling voor de eigen winkelpui geplaatst wordt;

    • g.

      de uitstalling direct tegen de gevel aan geplaatst wordt; en

    • h.

      de uitstalling niet in portieken geplaatst wordt waar zich toegangen tot woningen bevinden.

  • 2.

    Onder 'uitstallingen' wordt in dit artikel verstaan:

    • a.

      voorwerpen die direct voor de gevel van een pand op of aan de weg worden geplaatst (inclusief stoepborden); en

    • b.

      die als doel hebben de aandacht te vestigen op de winkel of onderneming gevestigd in dat pand.

  • 3.

    In afwijking van het gestelde in het eerste lid, onder b en onder g, geldt voor het plaatsen van uitstallingen in een galerij/arcade dat:

    • a.

      de maximale diepte van de uitstalling 1 m is; en

    • b.

      de uitstalling tussen de pilaren van een galerij/arcade geplaatst mag worden.

  • 4.

    In aanvulling op het eerste lid, geldt voor winkels die geen eigen ingang hebben op de begane grond dat het is toegestaan één stoepbord op de begane grond te plaatsen, mits:

    • a.

      het stoepbord aan de zijkant van de trap staat;

    • b.

      het stoepbord binnen een strook van 1 m van de zijkant van de trap staat; en

    • c.

      het stoepbord niet direct voor de gevel van een andere winkel staat.

Subparagraaf 4.4.3.3 het plaatsen van kampeermiddelen buiten kampeerterreinen
Artikel 4.126 gereserveerd

gereserveerd

Subparagraaf 4.4.3.4 Standplaats innemen
Artikel 4.127 gereserveerd

gereserveerd

Paragraaf 4.4.4 Handelsreclame maken of voeren

Artikel 4.128 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 4.5 Festiviteiten

Paragraaf 4.5.1 Algemene bepalingen

Subparagraaf 4.5.1.1 Algemeen
Artikel 4.129 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze afdeling gaat over festiviteiten zoals bedoeld in artikel 5.68 Besluit kwaliteit leefomgeving.

  • 2.

    Deze afdeling gaat niet over evenementen zoals bedoeld in artikel 2:24 van de Algemeen plaatselijke verordening van gemeente Lelystad.

Artikel 4.130 Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het waarborgen van de veiligheid;

  • b.

    het beschermen van de gezondheid; en

  • c.

    het beschermen van het milieu.

Artikel 4.131 Algemene regels festiviteiten
  • 1.

    Op festiviteiten zoals bedoeld in deze afdeling zijn de volgende bepalingen niet van toepassing:

    • a.

      de geluidsnormen, zoals bedoeld in artikel 11.3 en artikel 22.65 tot en met artikel 22.73, voor zover de naleving van deze normen redelijkerwijs niet kan worden gevergd; en

    • b.

      de voorwaarden voor verlichting voor sportbeoefening in de buitenlucht, zoals bedoeld in artikel 14.3.

  • 2.

    Een festiviteit die ten hoogste een etmaal duurt, maar die zowel voor als na 00:00 uur plaatsvindt, wordt beschouwd als plaatshebbende op één dag.

Subparagraaf 4.5.1.2 Collectieve festiviteiten
Artikel 4.132 Aanwijzing collectieve festiviteiten

Op grond van artikel 5.68, aanhef en onder a., Besluit kwaliteit leefomgeving worden als collectieve festiviteiten voor reguliere horecabedrijven de volgende dagen aangewezen:

  • a.

    de nacht voor de viering van Koningsdag van 20:00 uur tot 01:00 uur;

  • b.

    de viering van Koningsdag van 13:00 uur tot 01:00 uur; en

  • c.

    de jaarwisseling op 31 december van 20:00 uur tot 01:00 uur.

Artikel 4.133 Algemene regels collectieve festiviteiten
  • 1.

    Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt tijdens een collectieve festiviteit bedraagt niet meer dan 75 dB(A), gemeten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen. 

  • 2.

    Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt tijdens een collectieve festiviteit bedraagt niet meer dan 55 dB(A), gemeten binnen in- of aanpandige woningen van derden. 

  • 3.

    Bij de toepassing van het eerste en tweede lid blijven de toeslagen voor de aard van het geluid, de meteocorrectieterm of de bedrijfsduurcorrectieterm achterwege.

Subparagraaf 4.5.1.3 Incidentele festiviteiten
Artikel 4.134 Meldplicht incidentele festiviteiten
  • 1.

    Het is verboden incidentele festiviteiten te houden zonder dit ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit te melden.

  • 2.

    Een melding bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      de naam en adresgegevens van het horecabedrijf;

    • b.

      de naam en contactgegevens van de contactpersoon;

    • c.

      de datum en tijdsduur van de festiviteit; en

    • d.

      informatie over de festiviteit, waaronder:

      • 1.

        de reden voor of de aard van de festiviteit;

      • 2.

        het muziekgenre van de festiviteit;

      • 3.

        het type geluidsbron en het vermogen van de geluidsbron; en

      • 4.

        het soort verlichting en het doel van de verlichting (enkel voor sportaccommodaties).

  • 3.

    Onder incidentele festiviteiten wordt in dit artikel verstaan: festiviteiten zoals bedoeld in artikel 5.68, onder b, Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 4.135 Algemene regels incidentele festiviteiten
  • 1.

    Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (Lar,LT) veroorzaakt tijdens een incidentele festiviteit bedraagt niet meer dan 75 dB(A), gemeten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen. 

  • 2.

    Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (Lar,LT) veroorzaakt tijdens een incidentele festiviteit bedraagt niet meer dan 55 dB(A), gemeten binnen in- of aanpandige woningen van derden. 

  • 3.

    Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

  • 4.

    Een gemelde incidentele festiviteit eindigt uiterlijk om 01:00 uur.

  • 5.

    Bij de toepassing van het eerste en tweede lid blijven de toeslagen voor de aard van het geluid, de meteocorrectieterm of de bedrijfsduurcorrectieterm achterwege.

Artikel 4.136 Maximaal aantal incidentele festiviteiten

Per kalenderjaar zijn er maximaal 12 incidentele festiviteiten per locatie toegestaan.

Paragraaf 4.5.2 Locatie gebonden bepalingen

Artikel 4.137 gereserveerd

gereserveerd

Hoofdstuk 5 BOUWEN

Afdeling 5.1 Algemene bepalingen

Paragraaf 5.1.1 Inleidende bepalingen

Artikel 5.1 Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk gaat over het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk zoals opgenomen in paragraaf 22.2.7.

Artikel 5.2 Oogmerken

De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het bereiken en in stand houden van een goed woon- en leefklimaat;

  • b.

    het voorkomen en beperken van hinder;

  • c.

    het beschermen van de ruimtelijke kwaliteit;

  • d.

    het beschermen van cultureel erfgoed;

  • e.

    het beschermen van de gezondheid; en

  • f.

    het waarborgen van de veiligheid.

Artikel 5.3 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Paragraaf 5.1.2 Aanwijzingen

Artikel 5.4 Beperkingengebied straalpad

Er is een beperkingengebied straalpad in dit omgevingsplan.

Paragraaf 5.1.3 Algemene vergunningplicht

Artikel 5.5 Beoordelingsregels
  • 1.

    Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:

    • a.

      voldaan wordt aan de beoordelingsregels die van toepassing zijn uit paragraaf 22.2.7;

    • b.

      voldaan wordt aan de regels zoals gesteld in dit hoofdstuk over de bouwactiviteit;

    • c.

      de geluidswaarden op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen aanvaardbaar is, waarbij het bevoegd gezag dit beoordeeld op basis van het geluidsbeleid van gemeente Lelystad;

    • d.

      aan of in dat bouwwerk, dan wel op het onbebouwde terrein bij het bouwwerk, wordt voorzien in ruimte voor het laden of lossen van goederen, als het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan die ruimte; en

    • e.

      voldaan wordt aan de in artikel 17.3 genoemde gronden, waarbij het bevoegd gezag de beleidsregels van de 'Nota Parkeernormen Lelystad 2023', of nadien gewijzigd, toepast.

  • 2.

    In aanvulling op de beoordelingsregels zoals opgenomen in het eerste lid, wordt een omgevingsvergunning bij specifieke bepalingen alleen verleend als er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

  • 3.

    Bij de specifieke bouwactiviteiten zoals uiteengezet in dit hoofdstuk kunnen specifieke beoordelingsregels gelden in aanvulling op of ter vervanging van de beoordelingsregels in dit artikel.

  • 4.

    Het bepaalde in het eerste lid, onder d, geldt niet:

    • a.

      voor bestaand gebruik, waarbij de herbouw van een bouwwerk zonder functiewijziging wordt beschouwd als bestaand gebruik;

    • b.

      voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien; en

    • c.

      als het voldoen aan dit vereiste door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. 

Artikel 5.6 Aanvraagvereisten bouwen van een bouwwerk
  • 1.

    Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      gegevens en bescheiden zoals opgenomen in artikel 22.34;

    • b.

      gegevens en bescheiden als opgenomen in afdeling 7.2 van de Omgevingsregeling; en

    • c.

      indien van toepassing, de gegevens en bescheiden zoals opgenomen in artikel 1.5 van het tijdelijke regelingdeel bij dit omgevingsplan genaamd 'Voorbereidingsbesluit bodem gemeente Lelystad';  en

    • d.

      overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

  • 2.

    Bij de specifieke bouwactiviteiten zoals uiteengezet in deze afdeling kunnen specifieke aanvraagvereisten gelden in aanvulling op de aanvraagvereisten in dit artikel.

Artikel 5.7 Maatwerkvoorschriften bebouwing

Binnen bouwactiviteit maatwerkvoorschriften kan het bevoegd gezag voor bouwactiviteiten op locatie maatwerkvoorschriften stellen over de plaatsing en afmeting van de bebouwing voor:

  • a.

    een goede woonsituatie; 

  • b.

    de milieusituatie; 

  • c.

    de sociale veiligheid; 

  • d.

    de verkeersveiligheid; of

  • e.

    de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 

Paragraaf 5.1.4 Omgevingsnormen

Artikel 5.8 Omgevingsnormen maximale bebouwing

Paragraaf 5.1.5 Locatie gebonden regels over bouwwerken

Subparagraaf 5.1.5.1 Bouwen algemeen
Artikel 5.9 Beperkingsregels bouwen
Artikel 5.10 Aanvullende beoordelingsregels bouwen

Binnen bouwwerken bouwen, gasleiding wordt, in aanvulling op artikel 5.5, eerste lid, een omgevingsvergunning voor andere bouwwerken dan bedoeld in artikel 5.9, derde lid, alleen verleend als:

  • a.

    de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad;

  • b.

    het niet om een (zeer/beperkt) kwetsbare objecten gaat; en

  • c.

    er schriftelijk advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder.

Artikel 5.11 Maatwerkvoorschriften bouwen
  • 1.

    Binnen maatwerkvoorschriften bouwwerken (1) kan het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften stellen ter voorkoming van een onevenredige aantasting van bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken met betrekking tot: 

    • a.

      de situering en grondoppervlakte van woningen, waarbij:

      • 1.

        de situering van de voorgevelbouwgrens nader kan worden bepaald;

      • 2.

        de diepte van woningen (afstand tussen voorgevel- en achterbouwgrens) nader kan worden bepaald;

      • 3.

        de breedte van bouwpercelen nader kan worden bepaald; of

      • 4.

        de afstanden nader kunnen worden bepaald van woningen tot de (zijdelingse) perceelsgrenzen of andere woningen; of

    • b.

      het aantal aaneen te bouwen woningen;

    • c.

      de plaatsing van bijgebouwen ten opzichte van de woning; of

    • d.

      de plaatsing en afmeting van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien dit in verband met een ingekomen bouwplan noodzakelijk is.

  • 2.

    Binnen maatwerkvoorschriften bouwwerken (2) kan het bevoegd gezag voor bouwactiviteiten op locatie maatwerkvoorschriften stellen over de plaatsing en afmeting van de bebouwing voor:

Subparagraaf 5.1.5.2 Bouwen specifiek
Artikel 5.12 Verkleinen van bouwpercelen

Binnen bouwwerken bouwen, verkleinen bouwperceel kan het bevoegd gezag op verzoek bestaande bouwpercelen, zoals opgenomen in de bijlage bij dit omgevingsplan met als naam Groene Velden, kadastrale begrenzing, 1/05/2011, verkleinen, en daarvoor afwijken van de bouwregels op locatie, mits:

  • a.

    het gaat om een een bouwperceel van meer dan 10.000 m2, welke verkleind worden naar een minimumomvang van 5.000 m2;

  • b.

    er een goede verhouding tussen bouwmassa en de open ruimte wordt gerealiseerd; en,

  • c.

    er een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling wordt gerealiseerd. 

Artikel 5.13 Vergunningplicht geurgevoelige gebouwen

Binnen geurgevoelig gebouw, vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning om geurgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 5.91 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, te bouwen.

Artikel 5.14 Beoordelingsregels geurgevoelige gebouwen

Binnen geurgevoelig gebouw, beoordelingsregels wordt een omgevingsvergunning alleen verleend, als is aangetoond dat de geur door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is.

Artikel 5.15 Aanvraagvereisten geurgevoelige gebouwen

Binnen geurgevoelig gebouw, aanvraagvereisten worden bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    gegevens en bescheiden als opgenomen in afdeling 7.2 van de Omgevingsregeling;

  • b.

    overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

Afdeling 5.2 Gebouw bouwen

Paragraaf 5.2.1 Algemene bepalingen

Artikel 5.16 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over het bouwen, in stand houden of gebruiken van een gebouw, al dan niet als hoofdgebouw.

  • 2.

    Deze paragraaf gaat niet over het bouwen van:

    • a.

      een recreatief nachtverblijf; en

    • b.

      bijbehorende bouwwerken.

Artikel 5.17 Algemene bouwregel
  • 1.

    Binnen het transitiegebied is het verboden een gebouw te bouwen buiten een bouwvlak, tenzij in paragraaf 5.2.2 hierover op locatie anders wordt bepaald.

  • 2.

    Binnen het transitiegebied mogen, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, en in afwijking van het eerste lid, gebouwen op locatie maximaal 1,5 m buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits het gaat om:

    • a.

      plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen;

    • b.

      gevel- en kroonlijsten en overstekende daken;

    • c.

      één erker per (hoofd)gebouw over maximaal de halve gevelbreedte;

    • d.

      ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen; of

    • e.

      een hiermee gelijk te stellen ondergeschikt onderdeel van gebouwen.

Artikel 5.18 Omgevingsnorm bouwhoogte
  • 1.

    Op locaties met een maximale bouwhoogte mag de bouwhoogte maximaal de met maximale bouwhoogte aangegeven waarde zijn.

  • 2.

    Binnen het transitiegebied is het, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, en in afwijking van de bouwhoogte zoals aangegeven op grond van het eerste lid, mogelijk om op locatie de bouwhoogte van gebouwen voor plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, te vergroten, mits:

    • a.

      de maximale oppervlakte van de vergroting maximaal 10% van het bouwvlak is; en

    • b.

      de bouwhoogte maximaal 1,25 keer de maximale bouwhoogte van het gebouw is.

Artikel 5.19 Omgevingsnorm goothoogte

Op locaties met een maximale goothoogte mag de goothoogte maximaal de met maximale goothoogte aangegeven waarde zijn.

Artikel 5.20 Omgevingsnorm hellingshoek dak

Op locaties met regels over de dakhelling is de toegestane hellingshoek opgenomen op de locatie in de vorm van:

  • a.

    de maximale hellingshoek, waarbij de waarde 0° een verplicht plat dak aangeeft; of

  • b.

    de minimale en maximale hellingshoek.

Artikel 5.21 Omgevingsnorm garagebox

Op locaties met een maximale bouwhoogte voor garageboxen mag de bouwhoogte van garageboxen maximaal de met maximale bouwhoogte garageboxen aangegeven waarde zijn.

Artikel 5.22 Afwijken afstand perceelsgrenzen

Binnen het transitiegebied mag, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, en in afwijking van paragraaf 5.2.2, de afstand van een gebouw of hoofdgebouw tot aan de perceelsgrenzen worden verkleind.

Paragraaf 5.2.2 Locatiegebonden bepalingen

Artikel 5.23 Bouwregels aantal bouwlagen
Artikel 5.24 Bouwregels afstand tussen woningen 

Binnen hoofdgebouw bouwen, afstand tussen woningen is de afstand tussen woningen ten minste:

  • a.

    9 m tussen de zijgevel van een woning en de achtergevel van een andere woning;

  • b.

    14 m tussen een voorgevel van een woning en de achtergevel van een andere woning; en

  • c.

    18 m tussen achtergevels van woningen.

Artikel 5.25 Bouwregels afstand tussen woningen (afwijken)

Binnen hoofdgebouw bouwen, afwijken afstand tussen woningen mag, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, en in afwijking van artikel 5.24, de afstand tussen woningen worden verkleind, mits

  • a.

    het type of de wijze van verkaveling een kleinere afstand mogelijk maakt; en

  • b.

    de privacy en zontoetreding op aangrenzende percelen niet in onevenredige mate wordt aangetast.

Artikel 5.26 Bouwregels afstand gebouw locatiegrens

Binnen gebouw bouwen, afstand locatiegrens 10 m worden gebouwen op ten minste 10 m vanaf de locatiegrens gebouwd, tenzij de bestaande afstand minder is, in welk geval die afstand geldt als minimale afstand.

Artikel 5.27 Bouwregels afstand gebouw locatiegrens (afwijken)

Binnen gebouw bouwen, afwijken afstand locatiegrens 10 m mag, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, en in afwijking van artikel 5.26, een gebouw op minder dan 10 m afstand van de locatiegrens worden gebouwd.

Artikel 5.28 Bouwregels afstand voorkant perceel hoofdgebouw

Binnen hoofdgebouw bouwen, afstand voorkant perceel 2,5 m moet op locatie de afstand van het hoofdgebouw tot aan de voorste perceelgrens minimaal 2,5 m zijn.

Artikel 5.29 Bouwregels afstand voorkant perceel (afwijken)

Binnen het transitiegebied mag, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, en in afwijking van artikel 5.28, de afstand van het hoofdgebouw tot aan de voorste perceelsgrens worden verkleind.

Artikel 5.30 Bouwregels afstand zijkant perceel gebouw

Binnen gebouw bouwen, afstand zijkant perceel 5 m moet op locatie de afstand van het gebouw tot aan de zijdelingse perceelsgrens minimaal 5 m zijn.

Artikel 5.31 Bouwregels afstand zijkant perceel hoofdgebouw
Artikel 5.32 Bouwregels afstand zijkant perceel (afwijken)

Binnen het transitiegebied mag, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid en in afwijking van artikel 5.30 en 5.31, de afstand van het (hoofd)gebouw tot aan de zijdelingse perceelsgrens worden verkleind, mits de verschillende hoofdgebouwen niet aaneen gebouwd zijn.

Artikel 5.33 Bouwregels afstand perceelsgrens gebouw

Binnen gebouw bouwen, afstand perceelsgrens 10 m worden gebouwen op locatie minimaal 10 m vanaf de perceelsgrens gebouwd.

Artikel 5.34 Bouwregels afstand perceelsgrens gebouw (afwijken)

Binnen gebouw bouwen, afwijking afstand perceelsgrens 10 m mogen, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, en in afwijking van artikel , op locatie gebouwen op een afstand van minder dan 10 m van de perceelsgrens worden gebouwd.

Artikel 5.35 Bouwregels afwijken bouwvlak gebouw
  • 1.

    Binnen gebouw bouwen, buiten bouwvlak (1) mogen kassen buiten het bouwvlak worden gebouwd.

  • 2.

    Binnen gebouw bouwen, buiten bouwvlak (2) mogen kassen buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits de maximale oppervlakte aan kassen per bouwperceel 500 m2 is.

  • 3.

    Binnen gebouw bouwen, buiten bouwvlak (3) mogen veldschuren, schuilgebouwen en kassen buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits:

    • a.

      de gezamenlijke oppervlakte van veldschuren en schuilgebouwen per bouwperceel maximaal 100 m2 is; en

    • b.

      de gezamenlijke oppervlakte van kassen per bouwperceel maximaal 500 m2 is.

  • 4.

    Binnen gebouw bouwen, buiten bouwvlak (4) mogen, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, veldschuren en schuilgebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits:

    • a.

      de gezamenlijke oppervlakte van deze gebouwen per bedrijf maximaal 100 m2 is; en

    • b.

      de maximale bouwhoogte van deze gebouwen 6 m is.

  • 5.

    Binnen gebouw bouwen, buiten bouwvlak (5) mag, in afwijking van artikel 5.17, op locatie een gebouw buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits:

    • a.

      het een fietsenberging is;

    • b.

      het maximaal één gebouw is; en

    • c.

      de oppervlakte van het gebouw maximaal 30 m2 is.

  • 6.

    Binnen gebouw bouwen, buiten bouwvlak (6) mogen, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, en in afwijking van artikel 5.17, op locatie gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits maximaal 20% van de gebouwen buiten het bouwvlak wordt gebouwd.

  • 7.

    Binnen gebouw bouwen, 2,5 m buiten bouwvlak, mits is het, in afwijking van artikel 5.17, mogelijk op locatie dat gebouwen maximaal 2,5 m buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits het gaat om tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's of afdaken.

  • 8.

    Binnen gebouw bouwen, 2 m buiten bouwvlak mogen, in afwijking van artikel 5.17, eerste lid en tweede lid onder d, gebouwen maximaal 2 m buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits het gaat om:

    • a.

      plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen;

    • b.

      gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; en

    • c.

      balkons.

Artikel 5.36 Bouwregels afwijken bouwvlak hoofdgebouw
  • 1.

    Binnen hoofdgebouw bouwen, buiten bouwvlak (1) mogen, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, en in afwijking van artikel 5.17, hoofdgebouwen op locatie buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits:

    • a.

      een hoofdgebouw niet vóór de bestaande voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd; en

    • b.

      de uitbreiding niet meer dan 3 m gemeten ten opzichte van de bouwgrens is.

  • 2.

    Binnen hoofdgebouw bouwen, buiten bouwvlak (2) mogen, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, en in afwijking van artikel 5.17, hoofdgebouwen op locatie gedeeltelijk buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits maximaal 20% van de hoofdgebouwen buiten het bouwvlak wordt gebouwd.

  • 3.

    Binnen hoofdgebouw bouwen, buiten bouwvlak (3) mogen, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, en in afwijking van artikel 5.17, hoofdgebouwen op locatie gedeeltelijk buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits:

    • a.

      maximaal 20% van de hoofdgebouwen buiten het bouwvlak wordt gebouwd; en

    • b.

      het bouwvlak niet voorzien is van een maximaal bebouwingspercentage.

  • 4.

    Binnen hoofdgebouw bouwen, buiten bouwvlak (4) mogen, in afwijking van artikel 5.17, hoofdgebouwen op locatie buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits:

    • a.

      de overschrijding van het bouwvlak maximaal 60% van de breedte van het bouwperceel is;

    • b.

      uitsluitend de naar de weg gekeerde zijde van het bouwvlak overschreden wordt;

    • c.

      de overschrijding maximaal 2,5 m diep is; en

    • d.

      het bebouwingspercentage van het bouwperceel vóór de voorgevelrooilijn maximaal 50% is.

  • 5.

    Binnen hoofdgebouw bouwen, buiten bouwvlak (5) mogen, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, en in afwijking van artikel 5.17 hoofdgebouwen op locatie gedeeltelijk buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits:

    • a.

      de afstand tot de perceelgrens minimaal 1 m is; en

    • b.

      de overschrijding maximaal 15% van de gevelbreedte van het bouwblok betreft. 

Artikel 5.37 Bouwregels bouwhoogte gebouwen (afwijken)
  • 1.

    Binnen gebouw bouwen, afwijken bouwhoogte 12 m mag, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, en in afwijking van de bouwhoogte zoals opgenomen in artikel 5.18, op locatie worden afgeweken van de bouwhoogte, mits de afwijking:

    • a.

      de bouwhoogte verhoogt tot maximaal 12 m; en

    • b.

      het gebouw in totaal niet meer dan drie bouwlagen telt.

  • 2.

    Binnen gebouw bouwen, afwijken bouwhoogte 24 m/50% is het in afwijking van de bouwhoogte zoals aangegeven op grond van artikel 5.18 mogelijk de bouwhoogte te verhogen tot 24 m voor maximaal 50% van het uitgeefbaar gebied.

  • 3.

    Binnen gebouw bouwen, afwijken bouwhoogte 15 m/50% mag, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, en in afwijking van de bouwhoogte zoals opgenomen in artikel 5.18, de bouwhoogte op locatie worden verhoogt tot maximaal 15 m en voor maximaal 50% van de oppervlakte van het gebouw.

  • 4.

    Binnen gebouw bouwen, afwijken bouwhoogte 16 m/105 m2 mag, in afwijking van de bouwhoogte zoals opgenomen in artikel 5.18, de bouwhoogte op locatie worden verhoogt tot maximaal 16 m en voor een oppervlak van maximaal 105 m2.

Artikel 5.38 Bouwregels bouwhoogte hoofdgebouwen (afwijken)
Artikel 5.39 Bouwregels bouwhoogte ondergrondse gebouwen

Binnen gebouw bouwen, ondergronds 3 m mogen, voor zover in afdeling 5.2 is bepaald waar het toelaatbaar is om gebouwen te bouwen, de gebouwen ook ondergronds worden gebouwd, mits de bouwhoogte van de gebouwen maximaal 3 m is.

Artikel 5.40 Bouwregels garageboxen
  • 1.

    Binnen gebouw bouwen, garagebox mogen op locatie garageboxen worden gebouwd.

  • 2.

    Binnen gebouw bouwen, garagebox (1) gelden bij het bouwen van een garagebox op locatie de volgende regels:

    • a.

      de maximale bouwhoogte is 3,5 m; en

    • b.

      de maximale oppervlakte is 20 m2.

Artikel 5.41 Bouwregels gebouwen dierenweiden

Binnen gebouw bouwen, dierenweide mogen gebouwen worden gebouwd, mits:

  • a.

    de bouwhoogte maximaal 3,5 m is; en

  • b.

    het gezamenlijk oppervlak van de gebouwen maximaal 150 m² is.

Artikel 5.42 Bouwregels gebouwen parkeervoorzieningen
Artikel 5.43 Bouwregels gebouwen passentenhaven

Binnen gebouw bouwen, passantenhaven mag, in afwijking van artikel 5.9, zesde lid, een gebouw worden gebouwd, mits:

  • a.

    er op locatie nooit meer dan één gebouw staat;

  • b.

    een gebouw wordt gebouwd voor de haven;

  • c.

    de oppervlakte maximaal 100 m2 is;

  • d.

    de hoogte maximaal 5 m is; en

  • e.

    het gebouw niet gebouwd worden binnen het beperkingengebied hoogspanningsleidingen.

Artikel 5.44 Bouwregels gebouwen volkstuinen
  • 1.

    Binnen gebouw bouwen, volkstuin (1) gelden de volgende regels:

    • a.

      per volkstuin mag maximaal één gebouw worden gebouwd;

    • b.

      de bouwhoogte van een gebouw is maximaal 3 m; en

    • c.

      de oppervlakte van een gebouw is maximaal 12 m2.

  • 2.

    Binnen gebouw bouwen, volkstuin (2) gelden de volgende regels:

    • a.

      voor één gebouw voor gemeenschappelijk gebruik:

      • 1.

        de bouwhoogte van het gebouw is maximaal 4,5 m; en

      • 2.

        de oppervlakte van het gebouw is maximaal 100 m²;

    • b.

      voor gebouwen per volkstuin:

      • 1.

        er mogen maximaal twee gebouwen per volkstuin worden gebouwd;

      • 2.

        de bouwhoogte van de gebouwen is maximaal 2,2 m; en

      • 3.

        de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen is maximaal 11 m².

Artikel 5.45 Bouwregels goothoogte gebouw (afwijken)

Binnen gebouw bouwen, afwijken goothoogte mag, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, en in afwijking van de goothoogte zoals opgenomen in artikel 5.19, op locatie worden afgeweken van de goothoogte.

Artikel 5.46 Bouwregels inhoud gebouw
Artikel 5.47 Bouwregels oppervlak gebouw
Artikel 5.48 Bouwregels toevoegingen aan gebouwen
Artikel 5.49 Bouwregels type gebouw
  • 1.

    Binnen gebouw bouwen, beheer en onderhoud, landgoed mogen, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, gebouwen worden gebouwd voor beheer en onderhoud van bos en groenvoorzieningen, mits:

    • a.

      de oppervlakte per gebouw maximaal 20 m² is;

    • b.

      de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen maximaal 80 m² is; en

    • c.

      de bouwhoogte niet meer dan 4 m is.

  • 2.

    Binnen gebouw bouwen, beheersgebouw (1) mag, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, een beheersgebouw worden gebouwd op het strand, mits:

    • a.

      er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en de veiligheidssituatie rond de waterkering;

    • b.

      er schriftelijk advies is ingewonnen bij de waterbeheerder;

    • c.

      de oppervlakte van het beheersgebouw maximaal 200 m2 is; en

    • d.

      de bouwhoogte van het beheersgebouw maximaal 4,5 m is.

  • 3.

    Binnen gebouw bouwen, beheersgebouw (2) mag, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, een beheersgebouw worden gebouwd op het strand, mits:

    • a.

      de oppervlakte van het beheersgebouw maximaal 300 m2 is; en

    • b.

      de bouwhoogte van het beheersgebouw maximaal 4,5 m is.

  • 4.

    Binnen gebouw bouwen, bergingen mogen, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, bergingen worden gebouwd, mits er geen aantasting plaatsvindt van de landschaps- en natuurwaarden.

  • 5.

    Binnen gebouw bouwen, entreegebouw mag een entreegebouw worden gebouwd, mits:

    • a.

      de oppervlakte van het entreegebouw maximaal 50 m2 is; en

    • b.

      de bouwhoogte van het entreegebouw maximaal 5 m is.

  • 6.

    Binnen gebouw bouwen, golfbaan mogen op locatie maximaal 5 verenigingsgebouwen, zoals kantines en kleedruimtes worden gebouwd, mits:

    • a.

      de bouwhoogte van een gebouw maximaal 6 m is; en 

    • b.

      de oppervlakte van een gebouw maximaal 200 m2 is.

  • 7.

    Binnen gebouw bouwen, openbaar toiletgebouw mogen toiletgebouwen worden gebouwd op het strand, mits:

    • a.

      er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en de veiligheidssituatie rond de waterkering;

    • b.

      er schriftelijk advies is ingewonnen bij de waterbeheerder;

    • c.

      de oppervlakte van de toiletgebouwen maximaal 20 m2 is; en

    • d.

      de bouwhoogte van de toiletgebouwen maximaal 3 m is.

  • 8.

    Binnen gebouw bouwen, nutsvoorziening mogen alleen gebouwen worden gebouwd voor nutsvoorzieningen.

  • 9.

    Binnen gebouw bouwen, onderhoudsgebouw mogen, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, drie onderhoudsgebouwen worden gebouwd, mits:

    • a.

      de oppervlakte van een onderhoudsgebouw maximaal 500 m2 is; en

    • b.

      de bouwhoogte van een onderhoudsgebouw maximaal 8 m is.

  • 10.

    Binnen gebouw bouwen, recreatie/onderhoudsgebouw (1) mogen, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, gebouwen worden gebouwd, mits:

    • a.

      er maximaal 10 gebouwen worden gebouwd voor recreatieve voorzieningen of onderhoud;

    • b.

      per object de oppervlakte van een bouwperceel maximaal 1.000 m2 is;

    • c.

      de oppervlakte van gebouwen per bouwperceel maximaal 200 m2 is; en

    • d.

      de goothoogte van gebouwen maximaal 3 m is.

  • 11.

    Binnen gebouw bouwen, recreatie/onderhoudsgebouw (2) mogen gebouwen worden gebouwd, mits:

    • a.

      er maximaal 10 gebouwen worden gebouwd voor recreatieve voorzieningen of onderhoud;

    • b.

      per object de oppervlakte van een bouwperceel maximaal 1.000 m² is;

    • c.

      de oppervlakte van gebouwen per bouwperceel maximaal 200 m² is; en

    • d.

      de goothoogte van gebouwen maximaal 6 m is.

  • 12.

    Binnen gebouw bouwen, sanitair mogen, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, sanitaire voorzieningen worden gebouwd, mits:

    • a.

      de oppervlakte van de sanitaire voorzieningen per bedrijf maximaal 100 m2 is; en

    • b.

      de bouwhoogte van de sanitaire voorzieningen maximaal 5 m is.

  • 13.

    Binnen gebouw bouwen, sanitair en onderhoud mogen gebouwen worden gebouwd voor sanitaire voorzieningen en onderhoud en beheer, mits:

    • a.

      de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen maximaal 50 m2 is; en

    • b.

      de bouwhoogte van de gebouwen maximaal 3 m is.

  • 14.

    Binnen gebouw bouwen, sanitair, onderhoud en beheer mogen uitsluitend gebouwen worden gebouwd voor onderhoud en beheer en sanitaire voorzieningen voor het gebruik op locatie.

  • 15.

    Binnen gebouw bouwen, sluis mogen uitsluitend gebouwen worden gebouwd voor de sluis en de waterkering.

  • 16.

    Binnen gebouw bouwen, sluisgebouw mogen uitsluitend gebouwen worden gebouwd voor de waterhuishouding.

  • 17.

    Binnen hoofdgebouw bouwen, woonhuis moet een hoofdgebouw gebouwd worden als woonhuis.

Artikel 5.50 Bouwregels vormgeving hoofdgebouw
Artikel 5.51 Bouwregels vormgeving hoofdgebouw (afwijken)
Artikel 5.52 Bouwregels woning en bedrijfsbebouwing
Artikel 5.53 Bouwregels woningtypen
  • 1.

    Binnen gebouw bouwen, rijwoning mag een gebouw als rijwoning worden gebouwd. 

  • 2.

    Binnen gebouw bouwen, twee-onder-één-kap mag een gebouw als twee-onder-een-kapwoning worden gebouwd.

  • 3.

    Binnen gebouw bouwen, twee-onder-een-kapwoning vergunningplicht mag, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, en in afwijking van het vierde lid, een gebouw op locatie als twee-onder-een-kapwoning worden gebouwd.

  • 4.

    Binnen gebouw bouwen, vrijstaande woning mag een gebouw vrijstaand worden gebouwd.

  • 5.

    Binnen gebouw bouwen, vrijstaande woning vergunningplicht mag, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, en in afwijking van het tweede lid een gebouw op locatie als vrijstaande woning worden gebouwd.

  • 6.

    Binnen gebouw bouwen, waterwoning (1) mogen waterwoningen worden gebouwd, mits:

    • a.

      de inhoud van een waterwoning maximaal 750 m3 is;

    • b.

      een zone van 50 m wordt aangehouden waarbinnen beide oevers onbebouwd blijven, als opeenvolgende woningen aan verschillende oevers van dezelfde vaart worden gebouwd;

    • c.

      een waterwoning maximaal 35% van de totale breedte van de betreffende vaart is.

  • 7.

    Binnen gebouw bouwen, waterwoning (2) mogen waterwoningen worden gebouwd, mits:

    • a.

      de onderlinge afstand tussen woningen minimaal 10 m is;

    • b.

      de inhoud van een woning maximaal 750 m3 is;

    • c.

      de bouwhoogte van een woning maximaal 1,5 m + NAP is;

    • d.

      de onderzijde van drijvende woningen zich op maximaal 6,7 m - NAP bevindt;

    • e.

      de onderkant van paalwoningen zich op minimaal 4,5 m - NAP en maximaal op 5,5 m - NAP bevindt.

  • 8.

    Binnen gebouw bouwen, waterwoning (3) mogen waterwoningen worden gebouwd, mits:

    • a.

      de inhoud van een woning maximaal 650 m3 is; en

    • b.

      de onderlinge afstand tussen woningen maximaal 5,6 m is.

  • 9.

    Binnen gebouw bouwen, wonen - wooncentrum mag, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, een gebouw worden gebouwd als wooncentrum, mits:

    • a.

      er maximaal 3 wooneenheden worden gerealiseerd;

    • b.

      de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde maximaal 3 m is; en

    • c.

      de bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (hoofd)gebouw of het verlengde daarvan maximaal 1 m is.

  • 10.

    Binnen gebouw bouwen, woongebouw moet op locatie een gebouw worden gebouwd als woongebouw.

Artikel 5.54 Bouwregels per woningtype
  • 1.

    Binnen hoofdgebouw bouwen, bouwregels (1) gelden voor het bouwen van een hoofdgebouw de regels als opgenomen in Tabel 1.

    Tabel 1: Bouwregels hoofdgebouwen 1

    Woningtype

    Afstand hoofdgebouw tot voorste perceelsgrens

    Afstand hoofdgebouw tot zijdelingse perceelsgrens

    Afstand hoofdgebouw tot achterste perceelsgrens

    Bebouwingspercentage hoofdgebouw ten opzichte van het bouwperceel

    Maximaal aantal woningen per gebouweenheid

    Rijwoning

    minimaal 2,5 m

    hoekwoning die grenst aan openbaar gebied: minimaal 3 m;

    hoekwoning die niet grenst aan openbaar gebied: minimaal 1,5 m

    minimaal 7 m

    40%

    6

    Twee-onder-één-kap

    minimaal 4 m

    minimaal 3 m aan één zijde en 0 m aan de andere zijde

    minimaal 7 m

    30%

    2

    Vrijstaand

    minimaal 4 m

    minimaal 3 m aan beide zijden

    minimaal 7 m

    30%

    1

  • 2.

    Binnen hoofdgebouw bouwen, bouwregels (2) gelden voor het bouwen van een hoofdgebouw de regels als opgenomen in Tabel 2.

    Tabel 2: Bouwregels hoofdgebouwen 2

    Woningtype

    Afstand hoofdgebouw tot zijdelingse perceelsgrens

    Afstand hoofdgebouw tot achterste perceelsgrens

    Bebouwingspercentage hoofdgebouw ten opzichte van het bouwperceel

    Maximaal aantal woningen per gebouweenheid

    Rijwoning

    hoekwoning: minimaal 1 m aan één zijde en 0 m aan de andere zijde

    minimaal 7 m

    40%

    8

    Twee-onder-één-kap

    minimaal 3 m aan één zijde en 0 m aan de andere zijde

    minimaal 7 m

    30%

    2

    Vrijstaand

    minimaal 3 m aan beide zijden

    minimaal 7 m

    30%

    1

  • 3.

    Binnen hoofdgebouw bouwen, bouwregels (3) gelden voor het bouwen van een hoofdgebouw de regels als opgenomen in Tabel 3.

    Tabel 3: Bouwregels hoofdgebouwen 3

    Woningtype

    Afstand hoofdgebouw tot zijdelingse perceelsgrens

    Afstand hoofdgebouw tot achterste perceelsgrens

    Bebouwingspercentage hoofdgebouw ten opzichte van het bouwperceel

    Maximaal aantal woningen per gebouweenheid

    Twee-onder-één-kap

    minimaal 3 m aan één zijde en 0 m aan de andere zijde

    minimaal 7 m

    30%

    2

    Vrijstaand

    minimaal 3 m aan beide zijden

    minimaal 7 m

    30%

    1

  • 4.

    Binnen hoofdgebouw bouwen, bouwregels (4) gelden voor het bouwen van een hoofdgebouw de regels als opgenomen in Tabel 4.

    Tabel 4: Bouwregels hoofdgebouwen 4

    Woningtype

    Afstand hoofdgebouw tot zijdelingse perceelsgrens

    Afstand hoofdgebouw tot achterste perceelsgrens

    Bebouwingspercentage hoofdgebouw ten opzichte van het bouwperceel

    Maximaal aantal woningen per gebouweenheid

    Rijwoning

    Hoekwoning: minimaal 1,5 m aan één zijde en 0 m aan de andere zijde

    minimaal 7 m

    40%

    Geen maximum

    Twee-onder-één-kap

    minimaal 3 m aan één zijde en 0 m aan de andere zijde

    minimaal 7 m

    30%

    2

    Vrijstaand

    minimaal 3 m aan beide zijden

    minimaal 7 m

    30%

    1

  • 5.

    Binnen hoofdgebouw bouwen, bouwregels (5) gelden voor het bouwen van een hoofdgebouw de regels als opgenomen in Tabel 5.

    Tabel 5: Bouwregels hoofdgebouwen 5

    Woningtype

    Afstand hoofdgebouw tot zijdelingse perceelsgrens

    Afstand hoofdgebouw tot achterste perceelsgrens

    Bebouwingspercentage hoofdgebouw ten opzichte van het bouwperceel

    Maximaal aantal woningen per gebouweenheid

    Rijwoning

    Hoekwoning: minimaal 1,5 m aan één zijde en 0 m aan de andere zijde

    minimaal 7 m

    40%

    8

    Twee-onder-één-kap

    minimaal 3 m aan één zijde en 0 m aan de andere zijde

    minimaal 7 m

    30%

    2

    Vrijstaand

    minimaal 3 m aan beide zijden

    minimaal 7 m

    30%

    1

    Tiny house

    minimaal 2 m aan beide zijden

    minimaal 4 m

    30%

    1

  • 6.

    Binnen hoofdgebouw bouwen, bouwregels (6) gelden voor het bouwen van een hoofdgebouw de regels als opgenomen in Tabel 6.

    Tabel 6: Bouwregels hoofdgebouwen 6

    Locatie

    Afstand hoofdgebouw tot zijdelingse perceelsgrens

    Afstand hoofdgebouw tot achterste perceelsgrens

    Bebouwingspercentage hoofdgebouw ten opzichte van het bouwperceel

    woningtype 1

    minimaal 0 m

    minimaal 0 m

    maximaal 75%

    vervallen

    vervallen

    vervallen

    vervallen

    woningtype 3

    minimaal 0 m

    minimaal 0 m

    maximaal 60%

    woningtype 4

    Twee-onder-één-kap: minimaal 3 m aan één zijde

    Vrijstaande woning: minimaal 3 m aan beide zijden

    minimaal 0 m

    maximaal 30%

    woningtype 5

    minimaal 0 m

    minimaal 6 m

    maximaal 45%

    woningtype 6

    Twee-onder-één-kap: minimaal 3 m aan één zijde

    Vrijstaande woning: minimaal 3 m aan beide zijden

    minimaal 7 m

    maximaal 30%

  • 7.

    Binnen hoofdgebouw bouwen, bouwregels (7) gelden voor het bouwen van een hoofdgebouw de regels als opgenomen in Tabel 7.

    Tabel 7: Bouwregels hoofdgebouwen 2

    Woningtype

    Afstand hoofdgebouw tot achterste perceelsgrens

    Bebouwingspercentage hoofdgebouw ten opzichte van het bouwperceel

    Afstand hoofdgebouw tot zijdelingse perceelsgrens

    woningtype 5a

    minimaal 7 m

    40%

    0 m

    woningtype 6a

    minimaal 7 m

    30%

    Twee-onder-één-kap: minimaal 3 m aan één zijde

    Vrijstaande woning: minimaal 3 m aan beide zijden

Artikel 5.55 Bouwregels per woningtype (afwijken)

Paragraaf 5.2.3 Recreatief nachtverblijf bouwen, in stand houden of gebruiken

Artikel 5.56 Bouwregels recreatief nachtverblijf
  • 1.

    Binnen recreatief nachtverblijf bouwen, gebouwen kampeerterrein mogen gebouwen worden gebouwd voor: 

    • a.

      sanitaire voorzieningen en onderhoud en beheer, mits:

      • 1.

        de gezamenlijke maximale oppervlakte van de gebouwen 150 m2 is; en

      • 2.

        de bouwhoogte van de gebouwen maximaal 5 m is;

    • b.

      trekkershutten, mits:

      • 1.

        er niet meer dan 10 trekkershutten worden gebouwd;

      • 2.

        de maximale oppervlakte van een trekkershut 30 m2 is; en

      • 3.

        de maximale bouwhoogte van een trekkershut 5 m is; of

    • c.

      stacaravans, mits:

      • 1.

        de maximale oppervlakte van stacaravans, inclusief aan- en uitbouwen, 50 m2 is; en

      • 2.

        de maximale gezamenlijke oppervlakte van stacaravans 325 m2 is.

  • 2.

    Binnen recreatief nachtverblijf bouwen, recreatiewoning is het toegestaan maximaal 14 recreatiewoningen te bouwen op een kampeerterrein.

Paragraaf 5.2.4 Uit te werken locaties

Artikel 5.57 Beoordelingsregels bouw woongebied
  • 1.

    Binnen woonhuis bouwen, beoordelingsregels 1 wordt, in afwijking van art. 5.5, eerste lid en artikel 22.31, een omgevingsvergunning alleen verleend als:

    • a.

      de stedenbouwkundige structuur van deze locatie zoveel mogelijk aansluit bij de omgeving, waarbij de bestaande groenstructuur aan de water- en straatzijde behouden moet blijven;

    • b.

      het aantal geschakelde woningen overeenkomt met het maximaal gestelde aantal in art. 4.82;

    • c.

      de bouwhoogte van de woonhuizen overeenkomt met de maximaal gestelde hoogte in art. 5.18;

    • d.

      het parkeren plaatsvindt op eigen erf; en

    • e.

      een motivering wordt gegeven die voldoet aan het bepaalde in art. 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving. 

  • 2.

    Binnen woonhuis bouwen, beoordelingsregels 2 wordt, in afwijking van art. 5.5, eerste lid en artikel 22.31 een omgevingsvergunning alleen verleend als:

    • a.

      de stedenbouwkundige structuur van deze locatie zoveel mogelijk aansluit bij de omgeving, waarbij de bestaande groenstructuur aan de water- en straatzijde behouden moet blijven;

    • b.

      het aantal woningen op vrije kavels overeenkomt met het maximaal gestelde aantal in art. 4.82;

    • c.

      de bouwhoogte van de woonhuizen overeenkomt met de maximaal gestelde hoogte in art. 5.18; en

    • d.

      het parkeren plaatsvindt op eigen erf.

Artikel 5.58 Beoordelingsregels bouw woongebouw

Binnen woongebouw bouwen, beoordelingsregels 1 wordt, in afwijking van art. 5.5, eerste lid en artikel 22.31, een omgevingsvergunning alleen verleend als:

  • a.

    de stedenbouwkundige structuur van deze locatie zoveel mogelijk aansluit bij de omgeving, waarbij de bestaande groenstructuur aan de water- en straatzijde behouden moet blijven;

  • b.

    het aantal woningen overeenkomt met het maximaal gestelde aantal in art. 4.82;

  • c.

    de bouw gaat om:

    • 1.

      één appartemententoren in 4 bouwlagen waarvan een bouwlaag met sociale voorzieningen op één locatie; of

    • 2.

      een appartemententoren in 4 bouwlagen op één locatie en de sociale voorzieningen in één bouwlaag op de andere locatie; 

  • d.

    de bouwhoogte van de gebouwen overeenkomt met de maximaal gestelde hoogte in art. 5.18;

  • e.

    het parkeren plaatsvindt op eigen erf; en

  • f.

    een motivering wordt gegeven die voldoet aan het bepaalde in art. 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving. 

Afdeling 5.3 Bouwwerk veranderen

Paragraaf 5.3.1 Dakkapel bouwen

Artikel 5.59 Bouwregels dakkapel bouwen
  • 1.

    Binnen dakkapel bouwen mag, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, een dakkapel worden gebouwd, mits: 

    • a.

      de breedte van de dakkapel maximaal 30% van de woning is; en

    • b.

      de dakkapel maximaal 2 m is, gemeten vanaf voet dakkapel tot bovenzijde boeiboord.

  • 2.

    Binnen dakkapel bouwen, zadeldak mag, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, een dakkapel worden gebouwd, mits: 

    • a.

      de dakkapel wordt afgedekt met een zadeldak voorzien van dakoverstek; 

    • b.

      de hoogte van de dakkapel maximaal 60% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte is tot maximaal 2,5 m, gemeten vanaf de nok van het zadeldak van de dakkapel tot aan de dakvoet; en

    • c.

      de breedte van de dakkapel maximaal 30% van de breedte van het dakvlak is tot maximaal 2,4 m, gemeten tussen de woningscheidende bouwmuren of eindgevels, gemeten aan de onderzijde/dakvoet van de dakkapel.

Paragraaf 5.3.2 Dakopbouw bouwen

Artikel 5.60 Bouwregels dakopbouw bouwen
  • 1.

    Binnen dakopbouw bouwen mag, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, een dakopbouw worden gebouwd, mits:

    • a.

      de breedte van de verhoging van de goot maximaal 30% van de woning is; en

    • b.

      de verhoging van de goot maximaal 2 m is, gemeten vanaf voet dakopbouw tot bovenzijde boeiboord.

  • 2.

    Binnen dakopbouw bouwen, max. 11 m mag, in afwijking van artikel 5.18, de bouwhoogte van een hoofdgebouw, over de volledige breedte van het hoofdgebouw, maximaal 11 m zijn.

  • 3.

    Binnen dakopbouw bouwen, max. 15 m mag, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, en in afwijking van artikel 5.18, de maximale bouwhoogte van een gebouw 15 m zijn, mits dit over maximaal 50% van de oppervlakte van het gebouw is.

Paragraaf 5.3.3 Dakraam, daklicht, lichtstraat of soortgelijke daglichtvoorziening bouwen, in stand houden of gebruiken

Artikel 5.61 gereserveerd

gereserveerd

Paragraaf 5.3.4 Kozijn, kozijninvulling, gevelpaneel of boeideel, of stucwerk bouwen, in stand houden of gebruiken

Artikel 5.62 gereserveerd

gereserveerd

Paragraaf 5.3.5 Woonruimte toevoegen

Artikel 5.63 Verbod woningsplitsing

Binnen het transitiegebied is woningsplitsing verboden.

Paragraaf 5.3.6 Zonnepaneel of zonnecollector bouwen, in stand houden of gebruiken

Artikel 5.64 gereserveerd

gereserveerd

Paragraaf 5.3.7 Zonwering, rolhek, leuk of rolluik bouwen, in stand houden of gebruiken

Artikel 5.65 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 5.4 Bijbehorend bouwwerk bouwen

Paragraaf 5.4.1 Algemene bepalingen

Artikel 5.66 Toepassingsbereik

Deze afdeling gaat over het bouwen, in stand houden of gebruiken van aan- of uitbouwen of bijgebouwen bij een woonhuis.

Artikel 5.67 Algemene bouwregels
  • 1.

    Tenzij in paragraaf 5.4.2 anders is bepaald, moeten bijbehorende bouwwerken binnen het transitiegebied voldoen aan de volgende eisen:

    • a.

      een bijbehorend bouwwerk heeft een bouwhoogte van maximaal 5 m; 

    • b.

      een bijbehorend bouwwerk heeft een goothoogte van maximaal 3 m;

    • c.

      een bijbehorend bouwwerk wordt niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte;

    • d.

      de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag per hoofdgebouw:

      • 1.

        maximaal 50 m2 zijn, als de oppervlakte van een bouwperceel 500 m2 of minder is; of

      • 2.

        maximaal 10% van de oppervlakte van het bouwperceel tot maximaal 100 m2 zijn, als de oppervlakte van een bouwperceel meer dan 500 m2 is; en

    • e.

      een aan-, uit-, of aangebouwd bijgebouw dat gesitueerd wordt aan de zijgevel van het hoofdgebouw, heeft een hoogte van maximaal 1 m minder dan de hoogte van het hoofdgebouw;

    • f.

      de diepte van aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen aan de achtergevel van het hoofdgebouw is maximaal 4 m; en

    • g.

      Voor zover een aan-, uit-, of aangebouwd bijgebouw gelegen in het achtererfgebied op een afstand van maximaal 4 m van het oorspronkelijke hoofdgebouw wordt gesitueerd:

      • 1.

        wordt het gebouwd met een plat dak, tenzij deze tegen de zijgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd; en

      • 2.

        is de bouwhoogte niet hoger dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw met een maximale hoogte zoals opgenomen in sub a;  of

    • h.

      voor zover een bijbehorend bouwwerk in het voorerfgebied is gelegen:

      • 1.

        wordt het gebouwd met een plat dak, tenzij deze tegen de zijgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd;

      • 2.

        is het niet hoger dan 0,3 m boven de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw;

      • 3.

        is het niet breder dan de helft van de voorgevel van het hoofdgebouw wanneer het bouwwerk aan de voorgevel wordt gesitueerd; en

      • 4.

        is het bebouwingspercentage van het voorerfgebied niet meer dan 50%.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid, onder d, en met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, mag binnen het transitiegebied de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per hoofdgebouw worden vergroot tot maximaal 80 m², mits:

    • a.

      dit uitsluitend wordt toegepast voor de huisvesting van (een) mindervalide(n); en

    • b.

      de noodzaak voor het treffen van bijzondere voorzieningen wordt aangetoond.

  • 3.

    Met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, kan worden afgeweken van het eerste lid en paragraaf 5.4.2.

Paragraaf 5.4.2 Locatiegebonden bepalingen

Artikel 5.68 Bouwregels plaatsing bijbehorende bouwwerken
  • 1.

    Binnen bijbehorend bouwwerk, 1 m naar openbaar gebied, achtererf is het verboden aan- of uitbouwen en bijgebouwen in het achtererfgebied binnen 1 m van de zijdelingse perceelgrens te bouwen, als deze grenst aan openbaar toegankelijk gebied.

  • 2.

    Binnen bijbehorend bouwwerk, 2 m naar openbaar gebied, voorerf is het verboden aan- of uitbouwen en bijgebouwen in het voorerfgebied binnen 2 m van de zijdelingse perceelgrens te bouwen, als deze grenst aan openbaar toegankelijk gebied.

  • 3.

    Binnen bijbehorend bouwwerk bouwen, achtererf moeten bijbehorende bouwwerken 1 m achter de voorgevel of het verlengde daarvan worden gebouwd. 

  • 4.

    Binnen bijbehorend bouwwerk, in zijdelingse perceelsgrens, achter stallingsgarage mag een bijbehorend bouwwerk in de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd, mits deze achter een stallingsgarage wordt gebouwd.

  • 5.

    Binnen bijgebouw achtererf mogen bijgebouwen uitsluitend in het achtererfgebied worden gebouwd.

  • 6.

    Binnen bijbehorend bouwwerk bouwen, voorerf mogen bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied worden gebouwd, mits: 

    • a.

      in de bestaande situatie een bijbehorend bouwwerk minder dan 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw is gesitueerd, in welk geval de bestaande situatie geldt; 

    • b.

      in de bestaande situatie een bijbehorend bouwwerk vóór de voorgevel van het hoofdgebouw is gesitueerd, in welk geval de bijbehorende bouwwerken uitsluitend over de halve aaneengesloten breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd.

  • 7.

    Binnen bijbehorend bouwwerk, voorerf 2 mag een aan- of uitbouw in het voorerfgebied worden gebouwd, mits:

    • a.

      de aan- of uitbouw tussen de zijgevels van het hoofdgebouw wordt gebouwd;

    • b.

      de diepte van de aan- of uitbouw maximaal 2 m is; en

    • c.

      de bebouwing nooit meer dan de halve aaneengesloten breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw betreft.

  • 8.

    Binnen bijbehorend bouwwerk, voorerf 3 mag een bijbehorend bouwwerk in het voorerfgebied worden gebouwd, mits:

    • a.

      het aantal bouwlagen maximaal 1 is;

    • b.

      de afstand van het bijbehorend bouwwerk tot openbaar gebied minimaal 2,5 m is; en

    • c.

      de bebouwing nooit meer dan de halve aaneengesloten breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw betreft.

  • 9.

    Binnen bijbehorend bouwwerk, voorerf 4 mogen, in aanvulling op artikel 5.67, eerste lid, sub h, aan- of uitbouwen en bijgebouwen in het voorerfgebied worden gebouwd, mits er in de bestaande situatie al een aan- of uitbouw of bijgebouw vóór de voorgevel van het hoofdgebouw is gesitueerd.

  • 10.

    Binnen aanbouw zijgevel mogen aanbouwen aan de zijgevel van een eindwoning worden gebouwd, mits:

    • a.

      de diepte van de aanbouw maximaal 3,5 m is;

    • b.

      de afstand tot de grens van het openbaar gebied, gemeten vanaf de voorgevel van de aanbouw, minimaal 6 m is; en

    • c.

      in het verlengde van de aanbouw een opstelplaats voor een motorvoertuig aanwezig of geprojecteerd is.

  • 11.

    Binnen aanbouw, in achterste perceelsgrens mogen aan- en uitbouwen in de achterste perceelsgrens worden gebouwd.

  • 12.

    Binnen aanbouw, afstand achterkant perceel 6 m is het verboden in het achtererfgebied aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen binnen 6 m van de achterste perceelgrens te bouwen.

  • 13.

    Binnen aanbouw, afstand achterkant perceel 7 m is het verboden in het achtererfgebied aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen binnen 7 m van de achterste perceelgrens te bouwen.

  • 14.

    Binnen aanbouw, 3 m naar zijkant perceel, zijgevel is het verboden aan- en uitbouwen aan de zijgevel van het hoofdgebouw binnen 3 m van de zijdelingse perceelsgrens te bouwen.

  • 15.

    Binnen bijbehorend bouwwerk, max. 1 mag per hoofdgebouw maximaal 1 bijgebouw worden gebouwd.

  • 16.

    Binnen bijgebouw, niet op steigers of vlonders is het verboden om bijgebouwen op steigers en vlonders te bouwen.

Artikel 5.69 Bouwregels plaatsing bijbehorende bouwwerken per woningtype

Binnen bouwregels aanbouwen per woningtype gelden voor het bouwen van aan- en uitbouwen de regels als opgenomen in Tabel 1.

Tabel 1: Bouwregels aanbouwen 1

Locatie

Afstand aanbouw tot zijdelingse perceelsgrens

Afstand aanbouw tot achterste perceelsgrens

Afstand stallingsgarage tot voorste perceelsgrens

woningtype 1

0 m

0 m

minimaal 6 m

vervallen

vervallen

vervallen

vervallen

woningtype 3

0 m

0 m

minimaal 6 m

woningtype 4

Bij een twee-onder-één-kapwoning: minimaal 3 m aan één zijde

Bij een vrijstaande woning: minimaal 3 m aan beide zijden

0 m

minimaal 6 m

woningtype 5

0 m

minimaal 6 m

minimaal 6 m

woningtype 5a

0 m

minimaal 7 m

minimaal 6 m

woningtype 6 en woningtype 6a

Bij een twee-onder-één-kapwoning: 3 m aan één zijde

Bij een vrijstaande woning: 3 m aan beide zijden

minimaal 7 m

minimaal 11 m

Artikel 5.70 Bouwregels oppervlakte bijbehorende bouwwerken
Artikel 5.71 Bouwregels bouwhoogte bijbehorende bouwwerken
Artikel 5.72 Bouwregels bouwvlak bijbehorende bouwwerken

Binnen bijbehorende bouwwerk bouwen, binnen bouwvlak tenzij mogen, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, bijbehorende bouwwerken worden gebouwd, mits:

  • a.

    de oppervlakte maximaal 50 m2 is;

  • b.

    de bouwhoogte maximaal 4 m is.

Artikel 5.73 Bouwregels bijgebouwen buiten bouwvlak

Binnen bijgebouw bouwen, buiten bouwvlak mogen, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, bijgebouwen bij woningen buiten bouwvlakken worden gebouwd, mits:

Artikel 5.74 Bouwregels diepte bijbehorende bouwwerken
Artikel 5.75 Bouwregels goothoogte bijbehorende bouwwerken
Artikel 5.76 Bouwregels vormgeving bijbehorende bouwwerken
Artikel 5.77 Bouwregels carport bouwen
Artikel 5.78 Bouwregels stallingsgarage

Binnen stallingsgarage mogen stallingsgarages worden gebouwd, mits:

  • a.

    de stallingsgarages aan één zijde van het hoofdgebouw worden gebouwd;

  • b.

    de stallingsgarages minimaal 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; en

  • c.

    de stallingsgarages in de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd.

Artikel 5.79 Bouwregels overkapping
  • 1.

    Binnen overkapping 1 mogen overkappingen worden gebouwd, mits:

    • a.

      de oppervlakte van de overkappingen maximaal 25 m2 is;

    • b.

      de bouwhoogte van de overkappingen maximaal 3,5 m is; en

    • c.

      de overkappingen plat worden afgedekt.

  • 2.

    Binnen overkapping 2 mogen overkappingen vóór de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd, mits:

    • a.

      de diepte van de overkappingen maximaal 2,5 m is;

    • b.

      de bouwhoogte van de overkappingen maximaal de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw is, vermeerderd met 0,3 m; en

    • c.

      de overkappingen beschikken over een hellend dakvlak.

  • 3.

    Binnen overkapping 3 mogen overkappingen worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 4 m.

  • 4.

    Binnen overkapping 4 gelden voor het bouwen van overkappingen de volgende regels:

    • a.

      het gaat om een open constructie, als de overkapping voor de voorgevelrooilijn wordt gebouwd; of

    • b.

      de overkapping maximaal 3 wanden heeft, waarvan er maximaal 2 tot de constructie behoren, als de overkapping achter de voorgevelrooilijn wordt gebouwd.

Afdeling 5.5 Bouwwerk, geen gebouw zijnde, bouwen

Paragraaf 5.5.1 Algemene regels over bouwwerken, geen gebouw zijnde, bouwen

Subparagraaf 5.5.1.1 Algemene bepalingen
Artikel 5.80 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze afdeling gaat over het bouwen, in stand houden of gebruiken van bouwwerken, geen gebouw zijnde.

  • 2.

    Onder bouwwerken, geen gebouw zijnde, vallen onder andere de volgende activiteiten:

    • a.

      afscheiding tussen balkons of dakterrassen bouwen, in stand houden of gebruiken;

    • b.

      antenne-installatie bouwen, in stand houden of gebruiken;

    • c.

      bouwwerk voor agrarische bedrijfsvoering bouwen, in stand houden of gebruiken;

    • d.

      buisleiding bouwen, in stand houden of gebruiken;

    • e.

      constructie voor overbruggen van terreinhoogteverschil bouwen, in stand houden of gebruiken;

    • f.

      erf- of perceelafscheiding bouwen, in stand houden of gebruiken;

    • g.

      vlaggenmast bouwen, in stand houden of gebruiken;

    • h.

      sport- of speeltoestel bouwen, in stand houden of gebruiken;

    • i.

      tuinmeubilair bouwen, in stand houden of gebruiken; en

    • j.

      zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of vijver bouwen, in stand houden of gebruiken.

Artikel 5.81 Algemene bouwregels
  • 1.

    Binnen het transitiegebied mogen bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 5 m, tenzij:

    • a.

      het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, is zoals opgenomen in paragraaf 5.5.6, 5.5.7 of 5.5.8;

    • b.

      voor een specifieke activiteit op locatie een andere bouwhoogte is opgenomen; of

    • c.

      in subparagraaf 5.5.1.2 een andere bouwhoogte is opgenomen en sub a. en b. niet van toepassing zijn.

  • 2.

    Binnen het transitiegebied mogen bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd met een maximale oppervlakte van 2 m2 per bouwperceel.

  • 3.

    Binnen het transitiegebied is het, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, toegestaan om de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, zoals opgenomen in deze afdeling, te vergroten tot een maximale bouwhoogte van 10 m, tenzij het gaat om erfafscheidingen en vlaggenmasten.

  • 4.

    Binnen het transitiegebied is het, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, toegestaan om de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, zoals opgenomen in deze afdeling, te vergroten tot een maximale bouwhoogte van 30 m, mits het gaat om kunstwerken en reclamemasten.

  • 5.

    Binnen het transitiegebied is het, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, toegestaan om de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, zoals opgenomen in deze afdeling, te vergroten tot een maximale bouwhoogte van 40 m, mits het gaat om zend-, ontvang- en sirenemasten.

  • 6.

    Binnen het transitiegebied is het, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, toegestaan om de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, als opgenomen in deze afdeling, te vergroten met maximaal 20%.

Subparagraaf 5.5.1.2 Locatie gebonden bepalingen
Artikel 5.82 Bouwregels bij hoogspanningsleiding

Binnen bouwwerken, geen gebouw zijnde, bij hoogspanningsleiding mogen, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, bouwwerken geen gebouw zijnde worden gebouwd, mits:

  • a.

    geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig en veilig functioneren van de hoogspanningsverbinding; en

  • b.

    vooraf advies wordt ingewonnen van de leidingbeheerder.

Artikel 5.83 Bouwregels bouwhoogte
Artikel 5.84 Bouwregels representatieve bouwwerken

Binnen bouwwerk, geen gebouw zijnde, bouwen, representatieve bouwwerken mogen, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, bouwwerken, geen gebouw zijnde passend bij een landgoed, zoals een toegangspoort, worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 8 m.

Paragraaf 5.5.2 Afscheiding tussen balkons of dakterrassen bouwen, in stand houden of gebruiken.

Artikel 5.85 gereserveerd

gereserveerd

Paragraaf 5.5.3 Antenne-installatie bouwen, in stand houden of gebruiken

Artikel 5.86 gereserveerd

gereserveerd

Paragraaf 5.5.4 Bouwwerk voor agrarische bedrijfsvoering bouwen, in stand houden of gebruiken

Artikel 5.87 gereserveerd

gereserveerd

Paragraaf 5.5.5 Buisleiding bouwen, in stand houden of gebruiken

Subparagraaf 5.5.5.1 Algemene bepalingen
Artikel 5.88 gereserveerd

gereserveerd

Subparagraaf 5.5.5.2 Locatie gebonden bepalingen
Artikel 5.89 gereserveerd

gereserveerd

Paragraaf 5.5.6 Constructie voor overbruggen van terreinhoogteverschil bouwen, in stand houden of gebruiken

Subparagraaf 5.5.6.1 Algemene bepalingen
Artikel 5.90 Algemene bouwregel

Binnen het transitiegebied worden in de openbare buitenruimte bruggen en daarmee gelijk te stellen bouwwerken niet hoger dan 5 m gebouwd, tenzij in subparagraaf 5.5.6.2 op locatie andere regels zijn gesteld.

Subparagraaf 5.5.6.2 Locatie gebonden bepalingen
Artikel 5.91 Bouwregels bruggen
  • 1.

    Binnen bruggen, beperkt toegestaan is het verboden nieuwe bruggen te bouwen, tenzij de brug binnen de locatie bruggen, aangewezen locatie gebouwd wordt.

  • 2.

    Binnen bruggen, 6 m mogen in het openbare buitengebied bruggen en daarmee gelijk te stellen bouwwerken worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 6 m.

  • 3.

    Binnen bruggen, 7 m mogen in het openbare buitengebied bruggen en daarmee gelijk te stellen bouwwerken worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 7 m.

  • 4.

    Binnen bruggen, 12 m mogen in het openbare buitengebied bruggen en daarmee gelijk te stellen bouwwerken worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 12 m.

  • 5.

    Binnen bruggen, 15 m mogen, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, en in afwijking van het vierde lid, in het openbare buitengebied bruggen en daarmee gelijk te stellen bouwwerken worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 15 m.

Paragraaf 5.5.7 Erf- en perceelafscheiding bouwen, in stand houden of gebruiken

Subparagraaf 5.5.7.1 Algemene bepalingen
Artikel 5.92 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze subparagraaf gaat over het bouwen, in stand houden of gebruiken van erf- of perceelafscheidingen hoger dan 1 m.

  • 2.

    Deze subparagraaf gaat niet over het plaatsen, in stand houden of gebruiken van niet gebouwde afscheidingen, zoals hagen of heggen.

Artikel 5.93 Algemene bouwregel
  • 1.

    Binnen het transitiegebied wordt een erf- en perceelafscheiding niet hoger dan 2 m gebouwd, tenzij in subparagraaf 5.5.7.2 op locatie andere regels zijn gesteld.

  • 2.

    Binnen het transitiegebied wordt, in afwijking van het eerste lid, een erf- en perceelafscheiding voor de voorgevelrooilijn niet hoger dan 1 m gebouwd, tenzij in subparagraaf 5.5.7.2 op locatie andere regels zijn gesteld.

  • 3.

    Met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, mag worden afgeweken van het eerste en tweede lid.

Subparagraaf 5.5.7.2 Locatie gebonden bepalingen
Artikel 5.94 Bouwregels erf- en perceelafscheidingen

Paragraaf 5.5.8 Palen of masten bouwen, in stand houden of gebruiken

Subparagraaf 5.5.8.1 Algemene bepalingen
Artikel 5.95 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het bouwen, in stand houden of gebruiken van:

  • a.

    palen en masten; en

  • b.

    vlaggenmasten.

Artikel 5.96 Algemene bouwregel

Binnen het transitiegebied mogen palen en masten worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 6 m, tenzij in subparagraaf 5.5.8.2 op locatie andere regels zijn gesteld.

Subparagraaf 5.5.8.2 Locatie gebonden bepalingen
Artikel 5.97 Bouwregels palen en masten
Artikel 5.98 Bouwregels specifieke palen en masten

Paragraaf 5.5.9 Sport- of speeltoestel bouwen, in stand houden of gebruiken

Subparagraaf 5.5.9.1 Algemene bepalingen
Artikel 5.99 gereserveerd

gereserveerd

Subparagraaf 5.5.9.2 Locatiegebonden bepalingen
Artikel 5.100 Bouwregels speeltoestellen

Paragraaf 5.5.10 Tuinmeubilair bouwen, in stand houden of gebruiken

Artikel 5.101 gereserveerd

gereserveerd

Paragraaf 5.5.11 Zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of vijver bouwen, in stand houden of gebruiken

Subparagraaf 5.5.11.1 Algemene bepalingen
Artikel 5.102 Toepassingsbereik

Deze afdeling gaat over het bouwen, in stand houden of gebruiken van zwembaden, bubbelbaden of soortgelijke voorzieningen.

Subparagraaf 5.5.11.2 Locatiegebonden bepalingen
Artikel 5.103 Bouwregels zwembad
  • 1.

    Binnen bouwwerk, geen gebouw zijnde, zwembad, achtererf (1) is het toegestaan een niet-overdekt zwembad op te richten in het achtererfgebied, mits:

    • a.

      de oppervlakte niet meer dan 75 m2 is;

    • b.

      de bouwhoogte van het zwembad, gemeten vanaf het aansluitende terrein, niet meer dan 0,5 m is;

    • c.

      de bruto-oppervlakte (uitwendig gemeten constructie) van het zwembad niet meer dan 50% van de oppervlakte van het achtererfgebied van de woning is;

    • d.

      het totale bebouwingspercentage van de kavel niet meer dan 50% is; en

    • e.

      de afstand van het zwembad tot enig perceelsgrens minimaal 1,5 m is.

  • 2.

    Binnen bouwwerk, geen gebouw zijnde, zwembad, achtererf (2) mag met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, een niet-overdekt zwembad in het achtererfgebied worden gebouwd, mits:

    • a.

      de bruto-oppervlakte (uitwendig gemeten constructie) maximaal 75 m2 is;

    • b.

      de bouwhoogte van het zwembad, gemeten vanaf het aansluitende terrein, maximaal 0,5 m is;

    • c.

      de bruto-oppervlakte (uitwendig gemeten constructie) maximaal 50% van de oppervlakte van het achtererfgebied van de woning is;

    • d.

      het totale bebouwingspercentage van de kavel maximaal 50% is; en

    • e.

      de afstand van het zwembad tot enig perceelsgrens minimaal 1,5 m is.

Paragraaf 5.5.12 Steiger of vlonder bouwen

Artikel 5.104 Steigers, vlonders en loopbruggen bouwen
  • 1.

    Binnen bouwwerk, geen gebouw zijnde, oppervlakte steigers en vlonders is de totale oppervlakte van steigers en vlonders niet meer dan de bebouwde oppervlakte van de begane grond van het hoofdgebouw.

  • 2.

    Binnen bouwwerk, geen gebouw zijnde, steiger, 3 m mogen steigers of soortgelijke bouwwerken worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 m.

  • 3.

    Binnen bouwwerk, geen gebouw zijnde, steigers, 1 per woning is met een omgevingsvergunning maximaal 1 steiger per woning toegestaan, mits:

    • a.

      de breedte van de steiger maximaal 25% van de breedte van het perceel is, met een maximum van 6 m;

    • b.

      de oever voor een verlaagd terras plaatselijk verlaagd wordt tot 5,00 m -NAP over maximaal 50% van de kavelbreedte; 

    • c.

      de maximale diepte 3 m, gemeten uit de erfgrens, is; 

    • d.

      tussen twee aangrenzende steigers zich een afstand van minimaal 2 m bevindt; en

    • e.

      er bij een hoekperceel een minimale afstand van 2 m vanaf de zijkant van de steiger naar de openbaar gebied is gehanteerd;

    • f.

      op of aan de steiger geen bouwwerken worden aangebracht zoals schermen of prieeltjes;

    • g.

      bij de steiger maximaal 1 meerpaal wordt gerealiseerd met een maximale hoogte van 2,20-NAP.

  • 4.

    Binnen bouwwerk, geen gebouw zijnde, verlaagde terrassen is het met een omgevingsvergunning toegestaan om verlaagde terrassen te bouwen, mits:

    • a.

      de breedte van het verlaagd terras maximaal 50% van de totale kavelbreedte is;

    • b.

      de diepte van een verlaagd terras minimaal 2 m is, gemeten vanuit de oeverbeschoeiing;

    • c.

      de hoogteligging van een verlaagd terras is maximaal 4,90 m - NAP en niet lager dan de oeverbeschoeiing;

    • d.

      de verlaging van het terras kan worden uitgevoerd met grond of met een beschoeiing; en

    • e.

      het grondlichaam ten behoeve van het verlaagd terras minimaal 0,5 m van de erfgrens begint, waarbij in geval van een beschoeiing de beschoeiing op minimaal 1 m van de erfgrens ligt (dit geldt niet als twee aan elkaar grenzende percelen gezamenlijk één verlaagd terras realiseren).

  • 5.

    Binnen bouwwerk, geen gebouw zijnde, vlonder gelden voor het bouwen van vlonders de volgende regels:

    • a.

      per woning is de totale oppervlakte van terrasvlonders maximaal 40 m2;

    • b.

      bij drijvende woningen bevindt de bovenzijde van een terrasvlonder zich op maximaal 4,7 m - NAP;

    • c.

      bij paalwoningen bevindt de bovenzijde van een terrasvlonder zich op maximaal 4,25 m - NAP;

    • d.

      loopbruggen zijn maximaal 2 m breed;

    • e.

      hekwerken bij vlonders of loopbruggen zijn minimaal 50% transparant; en

    • f.

      hekwerken bij vlonders of loopbruggen zijn maximaal 1 m hoog, gemeten vanaf de bovenzijde van de terrasvlonder of loopbrug.

  • 6.

    Binnen bouwwerk, geen gebouw zijnde, vlonder, 0,5 m is de hoogte van een vlonder ten opzichte van de waterspiegel maximaal 0,5 m.

Paragraaf 5.5.13 Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bouwen

Artikel 5.105 Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bouwen

Afdeling 5.6 Bouwwerk voor infrastructurele of openbare voorziening bouwen, in stand houden of gebruiken

Paragraaf 5.6.1 Algemene bepalingen

Artikel 5.106 Toepassingsbereik

Deze afdeling gaat over het bouwen, in stand houden of gebruiken van bouwwerken voor infrastructurele of openbare voorzieningen.

Artikel 5.107 Verbod bouwen of opschalen van windturbines

Binnen het transitiegebied is het verboden om nieuwe windmolens te realiseren of bestaande windmolens op te schalen.

Artikel 5.108 Beoordelingsregels bouwen nutsvoorziening

Binnen het transitiegebied mogen, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, nutsvoorzieningen in de openbare buitenruimte gebouwd worden, mits voldaan wordt aan de volgende vereisten:

  • a.

    de nutsvoorziening is niet hoger dan 5 m; en

  • b.

    de nutsvoorziening heeft een maximale oppervlakte van 50 m². 

Paragraaf 5.6.2 Locatie gebonden bepalingen

Artikel 5.109 Bouwregels nutsvoorzieningen
Artikel 5.110 Bouwregels hoogspanningsverbinding

Binnen hoogspanningsleiding, 380 kV mag een bovengrondse hoogspanningsleiding worden gebouwd voor het transport van elektriciteit tot maximaal 380 kV, samen met de daarmee verbonden schakel- en transformatorstations en andere voor die hoogspanningsverbinding noodzakelijke hulpmiddelen.

Artikel 5.111 Bouwregels bioreactor

Binnen bioreactor, 4 m/200 m² mag, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, een nutsgebouw voor een bioreactor worden gebouwd, mits:

  • a.

    de bouwhoogte maximaal 4 m is; en

  • b.

    de oppervlakte maximaal 200 m2 is.

Afdeling 5.7 Bouwkeet, bouwbord, steiger, heistelling, hijskraan, damwand, bouwweg, terreinverharding, terreininrichting of andere hulpconstructie bouwen, in stand houden of gebruiken

Artikel 5.112 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 5.8 Gewoon onderhoud verrichten aan een bouwwerk

Artikel 5.113 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 5.9 Ander bouwwerk bouwen, in stand houden of gebruiken

Paragraaf 5.9.1 Algemene bepalingen

Artikel 5.114 Bouwregels kunstobjecten

Binnen het transitiegebied mogen, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, kunstobjecten worden gebouwd, mits deze kunstobjecten bijdragen aan de ruimtelijke situatie en de beeldkwaliteit ter plaatse.

Paragraaf 5.9.2 Locatie gebonden bepalingen

Artikel 5.115 Bouwregels boomhutten

Binnen ander bouwwerk bouwen, boomhut mogen maximaal 5 boomhutten worden gebouwd.

Artikel 5.116 Bouwregels brandtorens

Binnen ander bouwwerk bouwen, brandtoren mag, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, één brandtoren voor brandpreventie en -bestrijding worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 30 m.

Artikel 5.117 Bouwregels geluidsschermen

Binnen ander bouwwerk bouwen, geluidsscherm 10 m mogen geluidsschermen worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 10 m.

Artikel 5.118 Bouwregels schuilplaatsen

Binnen ander bouwwerk bouwen, schuilplaats mogen, met toepassing van artikel 5.5, tweede lid, schuilgelegenheden worden gebouwd, mits er geen aantasting plaatsvindt van de landschaps- en natuurwaarden.

Hoofdstuk 6 SLOOP

Artikel 6.1 gereserveerd

gereserveerd

Hoofdstuk 7 AANLEGGEN

Afdeling 7.1 Algemene bepalingen

Artikel 7.1 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 7.2 Locatiegebonden bepalingen

Artikel 7.2 Aanleggen op locatie

Afdeling 7.3 Infrastructuur aanleggen

Artikel 7.3 Vergunningplicht aanleggen of veranderen van een weg

  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, de aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

  • 2.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing als in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.

  • 3.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a.

      beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens:

      • 1.

        de Omgevingswet;

      • 2.

        de Omgevingsverordening provincie Flevoland; of

      • 3.

        de waterschapsverordening; of

    • b.

      op situaties waarin wordt voorzien door:

      • 1.

        de Wegenverkeerswet 1994;

      • 2.

        de Wegenwet;

      • 3.

        het Wetboek van Strafrecht; of

      • 4.

        de Telecommunicatiewet.

Artikel 7.4 Beoordelingsregels aanleggen of veranderen van een weg

Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:

  • a.

    de activiteit niet in strijd is met de openbare veiligheid;

  • b.

    de activiteit niet in strijd is met de volksgezondheid; en

  • c.

    de activiteit niet in strijd is met de bescherming van het milieu.

Artikel 7.5 Aanvraagvereisten aanleggen of veranderen van een weg

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een gemaatvoerde situatietekening van de gewenste weg, inclusief het beloop, profiel en de aansluiting van de weg;

  • b.

    informatie over het type verharding dat gebruikt wordt voor de gewenste weg; en

  • c.

    andere informatie die noodzakelijk is voor de toetsing van de aanvraag.

Artikel 7.6 Vergunningplicht aanleggen of veranderen van een uitweg

  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning een uitweg aan te leggen of verandering te brengen in een bestaande uitweg.

  • 2.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing als de uitweg wordt aangelegd conform de voor dat gebied geldende inrittenkaart.

  • 3.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens:

    • a.

      de Omgevingswet;

    • b.

      de Omgevingsverordening provincie Flevoland; of

    • c.

      de waterschapsverordening.

  • 4.

    Het bevoegd gezag kan inrittenkaarten, zoals bedoeld in het tweede lid, vaststellen.

Artikel 7.7 Beoordelingsregels aanleggen of veranderen van een uitweg

Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:

  • a.

    de activiteit niet leidt tot een mogelijk verkeersgevaarlijke situatie;

  • b.

    de activiteit niet de functionaliteit van het openbaar gebied op onaanvaardbare wijze aantast ten koste van openbare parkeerplaatsen, lichtmasten, nutsvoorzieningen, containeropstelplaatsen, e.d.;

  • c.

    de activiteit niet de ruimtelijke kwaliteit, waaronder het uiterlijk aanzien van de omgeving, op onaanvaardbare wijze aantast; en

  • d.

    de activiteit niet ziet op het aanleggen van een tweede uitweg op een woonperceel met een frontbreedte van minder dan 25 m.

Artikel 7.8 Aanvraagvereisten aanleggen of veranderen van een uitweg

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een gemaatvoerde situatietekening van de gewenste uitweg; en

  • b.

    een foto van de bestaande situatie.

Hoofdstuk 8 AFVAL

Artikel 8.1 gereserveerd

gereserveerd

Hoofdstuk 9 BODEM

Afdeling 9.1 Algemene bepalingen

Paragraaf 9.1.1 Inleidende bepalingen

Artikel 9.1 Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk gaat over activiteiten die de bodem verstoren.

Artikel 9.2 Oogmerken

gereserveerd

Paragraaf 9.1.2 Aanwijzingen

Artikel 9.3 Beperkingengebied buisleidingen

Paragraaf 9.1.3 Algemene regels

Subparagraaf 9.1.3.1 Algemeen
Artikel 9.4 Zorgplicht ondergrondse infrastructuur

Bij het uitvoeren van activiteiten die de bodem verstoren, is iedereen vooraf verplicht:

  • a.

    een KLIC-melding te doen, mits het om het mechanisch verrichten van werkzaamheden in de ondergrond gaat;

  • b.

    alle voorgeschreven maatregelen die voortkomen uit de KLIC-melding, zoals bedoeld onder sub a, op te volgen;

  • c.

    te onderzoeken of de werkzaamheden graafschade kunnen veroorzaken ten aanzien van het gebruik en de kwaliteit van de aanwezige ondergrondse infrastructuur; en

  • d.

    als er een mogelijk risico op graafschade aanwezig is:

    • 1.

      alle mogelijke maatregelen te nemen om dit risico weg te nemen of dit zo veel als mogelijk te beperken; en

    • 2.

      advies in te winnen van de leidingbeheerder over de vraag of dit uit een oogpunt van doelmatig beheer en onderhoud bezwaren oplevert.

Subparagraaf 9.1.3.2 Watergang graven of dempen
Artikel 9.5 Toepassingsbereik

Deze subparagraaf gaat over activiteiten voor het:

  • a.

    graven van of het graven in een watergang; en

  • b.

    dempen van een watergang.

Artikel 9.6 Vergunningsplicht watergang graven of dempen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning om:

  • a.

    een watergang uit te graven;

  • b.

    in de bodem van een bestaande watergang  te graven; of

  • c.

    een watergang te dempen.

Artikel 9.7 Beoordelingsregels watergang graven of dempen

Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:

  • a.

    de activiteit geen onevenredige afbreuk doet aan de waterhuishoudkundige situatie van het gebied; en

  • b.

    het, indien het gaat om het uitgraven van een nieuwe watergang, landschappelijk in te passen is en bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied.

Artikel 9.8 Aanvraagvereisten watergang graven of dempen

Bij de aanvraag worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    gegevens over de voorgenomen activiteit; en

  • b.

    de voorgenomen startdatum voor het verrichten van de activiteit.

Artikel 9.9 Uitzondering op vergunningsplicht

Het verbod van artikel 9.6 is niet van toepassing op activiteiten die behoren tot het normale onderhoud van de watergang.

Afdeling 9.2 Locatie gebonden bepalingen

Paragraaf 9.2.1 Bodem-activiteit

Artikel 9.10 Vergunningplicht bodem-activiteit
  • 1.

    Binnen bodemactiviteit, vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning:

    • a.

      gronden te ontgronden;

    • b.

      gronden af te graven (waaronder inbegrepen het graven van watergangen en waterpartijen);

    • c.

      gronden te egaliseren;

    • d.

      gronden op te hogen; en

    • e.

      overige grondbewerkingen uit te voeren.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing als de activiteit noodzakelijk is voor:

    • a.

      het uitvoeren van normaal onderhoud en beheer;

    • b.

      het aansluiten van bouwwerken op het net van openbare nutsvoorzieningen.

Artikel 9.11 Beoordelingsregels bodem-activiteit

Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 9.10, wordt alleen verleend als er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschaps- en natuurwaarden.

Paragraaf 9.2.2 Beperkingengebied buisleidingen

Artikel 9.12 Vergunningsplicht beperkingengebiedactiviteit buisleidingen

Binnen beperkingengebied, buisleidingen is het verboden om zonder omgevingsvergunning activiteiten uit te voeren die een negatieve invloed kunnen hebben op het functioneren van of het beheer en onderhoud van de op locatie aanwezige buisleidingen.

Artikel 9.13 Beoordelingsregels beperkingengebiedactiviteit buisleidingen

Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:

  • a.

    een activiteit geen negatieve invloed blijkt te hebben op het functioneren of het beheer en onderhoud van de buisleiding; en

  • b.

    er schriftelijk advies is ingewonnen bij de de leidingbeheerder:

    • 1.

      omtrent de toetsing of geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig en veilig functioneren van de leiding; en

    • 2.

      omtrent de vraag of voorgenomen activiteit uit een oogpunt van het functioneren en doelmatig beheer en onderhoud bezwaren oplevert.

Artikel 9.14 Aanvraagvereisten beperkingengebiedsactiviteit buisleidingen

Bij de aanvraag worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    gegevens over de voorgenomen activiteit; en

  • b.

    de voorgenomen startdatum voor het verrichten van de activiteit.

Artikel 9.15 Uitzondering op vergunningsplicht

Het verbod van artikel 9.12 is niet van toepassing op activiteiten die:

Hoofdstuk 10 OMGEVINGSVEILIGHEID

Afdeling 10.1 Algemene bepalingen

Paragraaf 10.1.1 Inleidende bepalingen

Artikel 10.1 gereserveerd

gereserveerd

Paragraaf 10.1.2 Aanwijzingen

Artikel 10.2 Aanwijzing veiligheidszone plaatsgebonden risico.

Er is een veiligheidszone plaatsgebonden risico opgenomen in dit omgevingsplan.

Paragraaf 10.1.3 Algemene regels

Artikel 10.3 Zorgplicht omtrent plaatsgebonden risico

Binnen de veiligheidszone plaatsgebonden risico is eenieder verplicht zich rekenschap te geven van en rekening te houden met het plaatsgebonden risico binnen de locatie, zoals opgenomen in de Atlas Leefomgeving.

Afdeling 10.2 Locatie gebonden bepalingen

Paragraaf 10.2.1 Veiligheidszones

Artikel 10.4 Veiligheidszone LPG en veiligheidszone kaststations
  • 1.

    Er zijn veiligheidszones LPG en veiligheidszones kaststations.

  • 2.

    Het bevoegd gezag wijzigt de veiligheidszones, bedoeld in het eerste lid, mits:

    • a.

      op locatie een omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten is verleend, gewijzigd of ingetrokken;

    • b.

      de wijziging van de veiligheidszone is afgestemd op de corresponderende veiligheidsafstand ingevolge het Besluit activiteiten leefomgeving en bijlage VII van het Bkl;

    • c.

      zich binnen de gewijzigde veiligheidszone geen zeer kwetsbare, kwetsbare of beperkt kwetsbare gebouwen en locaties bevinden; en

    • d.

      er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid van personen.

Paragraaf 10.2.2 Gebruik kwetsbare gebouwen en locaties

Artikel 10.5 Verbod gebruik zeer kwetsbare en (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties
Artikel 10.6 Omgevingsvergunning gebruik beperkt kwetsbare gebouwen en locaties

Binnen vergunningplicht (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties is het verboden zonder omgevingsvergunning beperkt kwetsbare gebouwen en locaties als bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving, Bijlage VI onder A en B, te realiseren.

Artikel 10.7 Beoordelingsregels gebruik beperkt kwetsbare gebouwen en locaties

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.6 wordt alleen verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid van personen.

Artikel 10.8 Aanvraagvereisten gebruik beperkt kwetsbare gebouwen of locaties

Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    gegevens en bescheiden als opgenomen in afdeling 7.2 van de Omgevingsregeling;

  • b.

    overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

Hoofdstuk 11 GELUID

Afdeling 11.1 Algemene bepalingen

Artikel 11.1 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 11.2 Locatiegebonden bepalingen

[Gereserveerd]

Afdeling 11.3 Onversterkte muziek

Artikel 11.2 Geluidsnormen onversterkte muziek

Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek zijn de geluidsnormen in tabel 1 van toepassing met dien verstande dat:

  • a.

    de in tabel 1 aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden, als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;

  • b.

    de in tabel 1 aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein;

  • c.

    de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 3.22 Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  • d.

    bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in tabel 1 geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.

Tabel 1: Geluidsnormen voor onversterkte muziek.

 

7:00 - 19:00 uur

19:00 - 23:00 uur

23:00 - 7:00 uur

LAr, LT op de gevel van gevoelige gebouwen

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAr, LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

Artikel 11.3 Algemene regels onversterkte muziek

  • 1.

    Voor de duur van 4 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, binnen een locatie van een milieubelastende activiteit gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in artikel 11.2.

  • 2.

    Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is er geen sprake van onversterkte muziek.

  • 3.

    Hetgeen opgenomen in dit artikel en artikel 11.2 is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in afdeling 4.5.

Artikel 11.4 gereserveerd

gereserveerd

Hoofdstuk 12 LUCHTKWALITEIT EN GEUR

Afdeling 12.1 Algemene bepalingen

Artikel 12.1 Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het waarborgen van de veiligheid;

  • b.

    het beschermen van de gezondheid;

  • c.

    het beschermen van het milieu;

  • d.

    het beschermen van het woon- en leefklimaat; en

  • e.

    het voorkomen van hinder en overlast.

Artikel 12.2 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 12.2 Luchtkwaliteit

Artikel 12.3 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 12.3 Geur

Artikel 12.4 gereserveerd

gereserveerd

Hoofdstuk 13 TRILLINGEN

Artikel 13.1 gereserveerd

gereserveerd

Hoofdstuk 14 MILIEU (OVERIG)

Afdeling 14.1 Milieubelastende activiteiten

Paragraaf 14.1.1 Milieubelastende activiteiten met beperkt effect

Artikel 14.1 gereserveerd

gereserveerd

Paragraaf 14.1.2 Milieubelastende activiteiten met groter effect

Artikel 14.2 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 14.2 Licht

Artikel 14.3 Beperken van lichthinder

Met het oog op het beperken van lichthinder is de verlichting die hoort bij een gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht uitgeschakeld:

  • a.

    tussen 23.00 uur en 07.00 uur; en

  • b.

    als er geen sport wordt beoefend en geen onderhoud plaatsvindt.

Hoofdstuk 15 GROENVOORZIENINGEN EN NATUUR

Afdeling 15.1 Algemene bepalingen

Paragraaf 15.1.1 Inleidende bepalingen

Artikel 15.1 Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk is van toepassing op activiteiten met betrekking tot planten, bomen, groenvoorzieningen en natuur.

Artikel 15.2 Oogmerken

De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het in stand houden en beschermen van bos- en natuurgebieden;

  • b.

    het aanbrengen, in standhouden en beschermen van bomen, planten en andere groenvoorzieningen;

  • c.

    het beschermen van milieuwaarden;

  • d.

    het beschermen van ecologische waarden;

  • e.

    het beschermen van de natuur en de biodiversiteit; en

  • f.

    het beschermen van een gezonde woon- en leefomgeving.

Paragraaf 15.1.2 Aanwijzingen

Artikel 15.3 Beperkingengebied ecologie
Artikel 15.4 Bebouwingscontour houtkap

Er is een bebouwingscontour houtkap , bestaande uit de locatie bebouwingscontour, houtkap, opgenomen in dit omgevingsplan.

Paragraaf 15.1.3 Specifieke zorgplicht

Artikel 15.5 Specifieke zorgplicht: groenvoorzieningen en natuur

De zorgplicht, zoals bedoeld in artikel 1.7, houdt voor groenvoorzieningen en natuur in ieder geval in dat een ieder verplicht is er zorg voor te dragen dat groenvoorzieningen en natuur geen schade worden toegebracht.

Afdeling 15.2 Locatiegebonden bepalingen

Paragraaf 15.2.1 Beperkingengebied ecologie

Artikel 15.6 Vergunningsplicht beperkingengebiedactiviteit ecologie

Binnen het beperkingengebied, ecologie is het verboden om zonder omgevingsvergunning activiteiten uit te voeren die afbreuk kunnen doen aan de ecologische waarde van de gronden. 

Artikel 15.7 Beoordelingsregels beperkingengebiedactiviteit ecologie

Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ecologische waarden van de gronden.

Artikel 15.8 Aanvraagvereisten beperkingengebiedactiviteit ecologie

Bij de aanvraag worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: :

  • a.

    gegevens over de voorgenomen activiteit; en

  • b.

    de startdatum voor het verrichten van de activiteit.

Artikel 15.9 Uitzondering op vergunningplicht beperkingengebiedactiviteit ecologie

Het verbod van artikel 15.6 is niet van toepassing als de activiteit noodzakelijk is voor:

  • a.

    het uitvoeren van normaal onderhoud en beheer; of

  • b.

    het aansluiten van bouwwerken op het net van openbare nutsvoorzieningen.

Artikel 15.10 Uitzondering op vergunningsplicht

Het verbod van artikel 15.6 is niet van toepassing op activiteiten die behoren tot het normale onderhoud ten aanzien van de ecologische waarde van het gebied.

Afdeling 15.3 Beschermen van natuur- en landschapswaarden

Paragraaf 15.3.1 Beschermen van groenvoorzieningen en natuur

Artikel 15.11 Vergunningplicht voertuigen in het groen
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning met een voertuig, buiten de daarvoor bedoelde wegen, te rijden door, of te parkeren in:

    • a.

      een park, plantsoen of andere gemeentelijke groenvoorziening;

    • b.

      een natuurgebied; of

    • c.

      voor recreatief gebruik beschikbare terreinen.

  • 2.

    Onder voertuig wordt begrepen:

    • a.

      motorvoertuigen;

    • b.

      bromfietsen;

    • c.

      fietsen; en

    • d.

      paarden.

  • 3.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a.

      binnen de bij of krachtens de Omgevingsverordening provincie Flevoland aangegeven stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel;

    • b.

      voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden, beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen door of vanwege de overheid;

    • c.

      voertuigen ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 aangewezen hulpverleningsdiensten;

    • d.

      voertuigen van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als bedoeld in het eerste lid;

    • e.

      voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen; en

    • f.

      voertuigen waarmee een standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bedoeld.

Artikel 15.12 Beoordelingsregels voertuigen in het groen

Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:

  • a.

    de activiteit niet in strijd is met de openbare veiligheid;

  • b.

    de activiteit niet in strijd is met de volksgezondheid; en

  • c.

    de activiteit niet in strijd is met de bescherming van het milieu.

Artikel 15.13 Aanvraagvereisten voertuigen in het groen

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    informatie die noodzakelijk is voor de toetsing van de aanvraag; en

  • b.

    gereserveerd.

Afdeling 15.4 Beplanting aanbrengen of verwijderen

Paragraaf 15.4.1 Algemene bepalingen

Artikel 15.14 Toepassingsbereik

De regels in deze afdeling hebben betrekking tot het aanbrengen of verwijderen van (opgaande) beplanting.

Artikel 15.15 Afstand bomen of heesters tot erfgrens

Bij het aanbrengen van bomen of heesters op een erf bedraagt de afstand tot de erfgrens krachtens artikel 5.42 van het Burgerlijk Wetboek:

  • a.

    0,5 m voor bomen; en

  • b.

    0,1 m voor heesters.

Paragraaf 15.4.2 Locatie gebonden bepalingen

Artikel 15.16 Vergunningplicht beplanting

Binnen beplanting, vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning:

  • a.

    opgaande beplanting aan te brengen; en

  • b.

    opgaande beplanting te verwijderen.

Artikel 15.17 Beoordelingsregels beplanting

Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschaps- en natuurwaarden.

Artikel 15.18 Aanvraagvereisten beplanting

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    gegevens over de voorgenomen activiteit; en

  • b.

    de startdatum voor het verrichten van de activiteit.

Artikel 15.19 Uitzondering op vergunningplicht beplanting

Het verbod van artikel 15.16 is niet van toepassing als de activiteit noodzakelijk is voor:

  • a.

    het uitvoeren van normaal onderhoud en beheer; of

  • b.

    het aansluiten van bouwwerken op het net van openbare nutsvoorzieningen.

Artikel 15.20 Regels over houtteelt en houtproductie

Binnen houtteelt en houtproductie is het toegestaan de gronden te gebruiken voor houtteelt/bosbouw, mits er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

  • a.

    natuur- en landschapswaarden; en

  • b.

    cultuurhistorische waarden.

Afdeling 15.5 Bomen kappen of houtopstanden vellen

Paragraaf 15.5.1 Algemene bepalingen

Artikel 15.21 Toepassingsbereik
  • 1.

    De regels in deze afdeling gaan over het kappen van bomen en het vellen van houtopstanden.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op het kappen van bomen en het vellen van houtopstanden, waarvoor: 

    • a.

      regels zijn gesteld op grond van afdeling 15.4, voor zover het bepalingen betreffen over het verwijderen van bomen of houtopstanden; en

    • b.

      regels zijn gesteld in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.

Artikel 15.22 Vergunningplicht bomen kappen of houtopstanden vellen
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning bomen te kappen of houtopstanden te vellen, als:

  • 2.

    Het verbod in het eerste lid, onder b, is niet van toepassing op houtopstanden op niet-openbaar toegankelijke particuliere kavels van ten hoogste 5.000 m2.

Artikel 15.23 Beoordelingsregels bomen kappen of houtopstanden vellen

Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

  • a.

    de natuurwaarde van de houtopstand;

  • b.

    de landschappelijke waarde van de houtopstand;

  • c.

    de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

  • d.

    de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

  • e.

    de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; en

  • f.

    de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.

Artikel 15.24 Aanvraagvereisten bomen kappen of houtopstanden vellen

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    informatie die noodzakelijk is voor de toetsing van de aanvraag; en

  • b.

    gereserveerd.

Artikel 15.25 Vergunningsvoorschrift omgevingsvergunning bomen kappen of houtopstanden vellen

Een vergunningvoorschrift kan aan een omgevingsvergunning worden verbonden in de vorm van een herplantplicht.

Paragraaf 15.5.2 Locatie gebonden bepalingen

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 16 DIEREN

Afdeling 16.1 Algemene bepalingen

Paragraaf 16.1.1 Inleidende bepalingen

Artikel 16.1 Toepassingsbereik
  • 1.

    Dit hoofdstuk is van toepassing op activiteiten met betrekking tot dieren.

  • 2.

    Activiteiten in dit hoofdstuk hebben betrekking op:

    • a.

      het beschermen van ecologische waarden;

    • b.

      het beschermen van diersoorten; en

    • c.

      het houden van dieren.

Artikel 16.2 Oogmerken

De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het beschermen van milieuwaarden;

  • b.

    het beschermen van de natuur en de biodiversiteit; 

  • c.

    het beschermen van diersoorten; en

  • d.

    het beschermen van een gezonde woon- en leefomgeving.

Paragraaf 16.1.2 Aanwijzingen

Artikel 16.3 Bebouwingscontour jacht

Er is een bebouwingscontour jacht, bestaande uit de locatie bebouwingscontour, jacht, opgenomen in dit omgevingsplan.

Paragraaf 16.1.3 Houden van dieren

Artikel 16.4 Toepassingsbereik

De regels in deze paragraaf hebben betrekking tot het houden van dieren.

Artikel 16.5 Verbod houden van bijen
  • 1.

    Het is verboden bijen te houden:

    • a.

      binnen een afstand van 30 m van woninglocaties of andere gebouwen waar overdag mensen verblijven; en

    • b.

      binnen een afstand van 30 m van de weg.

  • 2.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing als op een afstand van ten hoogste 6 m vanaf de korven of kasten, een afscheiding is aangebracht van 2 m hoog of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag in- en uitvliegen van de bijen te voorkomen.

  • 3.

    Het verbod in het eerste lid, onder a, is niet van toepassing als de bijenhouder rechthebbende is op de woninglocaties of andere gebouwen zoals bedoeld in dat onderdeel.

  • 4.

    Het verbod in het eerste lid, onder b, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens:

    • a.

      de Omgevingswet;

    • b.

      de Omgevingsverordening Flevoland; of

    • c.

      de waterschapsverordening.

Artikel 16.6 Maatwerkvoorschriften houden van bijen
  • 1.

    Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen over artikel 16.5.

  • 2.

    Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de bepalingen in artikel 16.5.

Afdeling 16.2 Locatie gebonden bepalingen

Artikel 16.7 Uitloopgebeid edelherten

Binnen dieren, uitloopgebied edelherten is het gebruik van gronden als uitloopgebied voor edelherten toegestaan.

Artikel 16.8 Verbod houden evenhoevigen of pluimvee

Binnen dieren, verbod houden evenhoevigen of pluimvee is het gebruik van gronden of bouwwerken voor het houden van evenhoevigen of pluimvee verboden.

Hoofdstuk 17 VERKEER EN PARKEREN

Afdeling 17.1 Algemene bepalingen

Paragraaf 17.1.1 Inleidende bepalingen

Artikel 17.1 Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk is van toepassing op activiteiten rondom verkeer en parkeren.

Artikel 17.2 Oogmerken

De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het waarborgen van de veiligheid;

  • b.

    het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden; en

  • c.

    het beschermen en beheren van infrastructuur.

Paragraaf 17.1.2 Aanwijzingen

[Gereserveerd]

Paragraaf 17.1.3 Algemene regels

Artikel 17.3 Voldoende parkeergelegenheid

Binnen het transitiegebied is het op locatie slechts toegestaan te bouwen, gronden te gebruiken of het gebruik van gronden te wijzigen, als er voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd wordt, voor zover het bouwen, gebruiken of wijzigen van het gebruik gepaard gaat met een toename van de ruimtelijke impact vanwege het parkeren.

Artikel 17.4 Maatwerkvoorschriften

Binnen het transitiegebied kan het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften stellen aan de situering van parkeergelegenheid en laad- en losruimte, als dit noodzakelijk is om een goede verkeersstructuur of bereikbaarheid voor een pand, perceel, straat (of deel daarvan) dan wel een andere ruimtelijke functionele structuur te waarborgen.

Afdeling 17.2 Locatie gebonden bepalingen

Artikel 17.5 Regels over rijkswegen

Binnen beperkingengebied rijkswegen is het verboden om activiteiten te verrichten die afbreuk doen aan de staat en werking van infrastructuur in beheer van het Rijk, als bedoeld in hoofdstuk 8 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Afdeling 17.3 Parkeren

Paragraaf 17.3.1 Algemene bepalingen

Subparagraaf 17.3.1.1 Inleidende bepalingen
Artikel 17.6 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het parkeren van een voertuig op de openbare weg in beheer bij de gemeente.

Subparagraaf 17.3.1.2 Aanwijzingen
Artikel 17.7 gereserveerd

gereserveerd

Subparagraaf 17.3.1.3 Algemene regels
Artikel 17.8 Specifieke zorgplicht: parkeren

De zorgplicht, zoals bedoeld in artikel 1.7, houdt voor het parkeren van voertuigen op de openbare weg in ieder geval in dat:

  • a.

    parkeerruimte niet buitensporig lang wordt ingenomen;

  • b.

    het uitzicht vanuit verblijfsruimten niet onevenredig wordt gehinderd; en

  • c.

    defecte motorvoertuigen, aanhangwagens en fietsen worden verwijderd.

Artikel 17.9 Maatwerkvoorschriften parkeren
  • 1.

    Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen over de artikelen 1.7 en met betrekking tot de activiteiten opgenomen in deze afdeling.

  • 2.

    Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de bepalingen in paragraaf 17.3.2, 17.3.3 en 17.3.4.

Paragraaf 17.3.2 Bedrijfsmatig parkeren

Subparagraaf 17.3.2.1 Algemene bepalingen
Artikel 17.10 Parkeren voor bedrijfsactiviteiten
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig gebruik van de weg en het beperken van hinder wordt op de openbare weg niet geparkeerd voor bedrijfsmatige activiteiten, als hiervoor:

    • a.

      meer dan 2 voertuigen, die bedrijfsmatig gehouden worden, binnen een straal van 300 m van elkaar staan; of

    • b.

      de weg wordt gebruikt als werkplaats voor de voertuigen.

  • 2.

    Onder 'bedrijfsmatige activiteiten' wordt in dit artikel verstaan het:

    • a.

      stallen;

    • b.

      herstellen;

    • c.

      slopen;

    • d.

      verhandelen;

    • e.

      verhuren, waaronder ook wordt verstaan:

      • 1.

        het gebruik van het voertuig voor rijlessen; en

      • 2.

        het gebruik van het voertuig voor betaald personenvervoer; of

    • f.

      anderszins bedrijfsmatig houden van voertuigen. 

  • 3.

    Onder 'bedrijfsmatig' wordt in dit artikel mede verstaan: een situatie die qua aard of omvang gelijk moet worden gesteld aan het bedrijfsmatig uitvoeren van de activiteit.

  • 4.

    Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om:

    • a.

      voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan één uur duren, en de voertuigen gedurende de tijd die nodig is gebruikt worden voor deze werkzaamheden; of

    • b.

      een voertuig voor persoonlijk gebruik van degene die de bedrijfsmatige activiteit uitvoert. 

Artikel 17.11 Parkeren van voertuigen met handelsreclame
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig gebruik van de weg en het beperken van hinder wordt op de openbare weg niet geparkeerd met een voertuig met een aanduiding van handelsreclame met het kennelijke doel om op locatie handelsreclame te maken. 

  • 2.

    Van een 'kennelijk doel' is in ieder geval sprake wanneer een voertuig langer dan 4 uur geparkeerd staat op een locatie. 

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een voertuig op een bedrijventerrein, die voor bedrijfsmatige activiteiten geparkeerd staat voor een bedrijf dat daar gevestigd is.

  • 4.

    Onder 'bedrijfsmatige activiteiten' wordt in dit artikel verstaan: het laden en lossen van goederen, het stallen van bedrijfsvoertuigen en soortgelijke activiteiten.

Paragraaf 17.3.3 Parkeren van grote voertuigen

Subparagraaf 17.3.3.1 Algemene bepalingen
Artikel 17.12 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over het parkeren van een groot voertuig.

  • 2.

    Onder 'groot voertuig' wordt in deze paragraaf verstaan een voertuig, dat met inbegrip van de lading:

    • a.

      een lengte heeft van meer dan 6 m; of

    • b.

      een hoogte heeft van meer dan 2,4 m.

Artikel 17.13 Parkeren van grote voertuigen
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig gebruik van de weg en het beperken van hinder wordt op de openbare weg niet geparkeerd met een groot voertuig.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing:

    • a.

      op werkdagen tussen 08.00 en 18.00 uur;

    • b.

      binnen parkeerplaatsen grote voertuigen; of

    • c.

      op het parkeren van een groot voertuig bedoeld voor kamperen, voor zover dit voertuig niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg wordt geparkeerd.

Artikel 17.14 Hinderlijk parkeren door grote voertuigen
  • 1.

    Met het oog op het beperken van hinder worden grote voertuigen niet op zodanige wijze geparkeerd dat het uitzicht vanuit een verblijfsruimte onevenredig wordt belemmerd.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden, waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.

Paragraaf 17.3.4 Parkeerexcessen

Subparagraaf 17.3.4.1 Algemene bepalingen
Artikel 17.15 Parkeren defecte voertuigen

Met het oog op het doelmatig gebruik van de weg en het beperken van hinder worden voertuigen met rijtechnische gebreken niet langer dan 72 uur op de openbare weg geparkeerd.

Artikel 17.16 Parkeren voertuigwrakken

Het is verboden een voertuig op de weg te parkeren, wanneer deze:

  • a.

    technisch in onvoldoende staat van onderhoud is; en

  • b.

    kennelijk in een verwaarloosde toestand verkeert.

Artikel 17.17 Aanwijzing van locaties

Met betrekking tot hetgeen bepaald in artikel 17.18 en 17.19 is het college bevoegd om locaties aan te wijzen.

Artikel 17.18 Parkeren van (brom)fietsen
  • 1.

    Het is verboden (brom)fietsen onbeheerd te laten staan, buiten de daarvoor bedoelde ruimten of voorzieningen, op de door het bevoegd gezag aangewezen locaties, ter bescherming van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid.

  • 2.

    Het is verboden (brom)fietsen onafgebroken te laten staan, langer dan een door het bevoegd gezag vastgestelde periode, op de door het bevoegd gezag aangewezen locaties.

Artikel 17.19 Verbod parkeren voor andere doeleinden
  • 1.

    Het is verboden een voertuig binnen een aangewezen locatie op de weg te plaatsen, voor andere doeleinden dan verkeersdoeleinden, ter bescherming van het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  • 2.

    Onder 'andere doeleinden dan verkeersdoeleinden' wordt in dit artikel onder andere verstaan: het voor recreatie plaatsen van een voertuig, zoals een camper.

Subparagraaf 17.3.4.2 Locatie gebonden bepalingen
Artikel 17.20 Parkeren voor andere doeleinden
  • 1.

    Binnen de bebouwde kom wordt een voertuig niet langer dan 72 uur op de openbare weg geparkeerd voor andere doeleinden dan verkeersdoeleinden met het oog op:

    • a.

      het doelmatig gebruik van de weg;

    • b.

      het beperken van hinder; en

    • c.

      het beschermen van het uiterlijk aanzien van de gemeente

  • 2.

    Onder 'andere doeleinden dan verkeersdoeleinden' wordt in dit artikel onder andere verstaan: het voor recreatie plaatsen van een voertuig, zoals een camper. 

Afdeling 17.4 Het aanbieden van deelvoertuigen

Paragraaf 17.4.1 Algemene bepalingen

Subparagraaf 17.4.1.1 Inleidende bepalingen
Artikel 17.21 Toepassingsbereik

Deze afdeling gaat over het bedrijfsmatig aanbieden van deelvoertuigen.

Subparagraaf 17.4.1.2 Aanwijzingen
Artikel 17.22 gereserveerd

gereserveerd

Subparagraaf 17.4.1.3 Vergunningplicht aanbieden van deelvoertuigen
Artikel 17.23 Vergunningplicht aanbieden van deelvoertuigen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning bedrijfsmatig deelvoertuigen, bedoeld voor gebruik door derden, op de weg te plaatsen.

Artikel 17.24 Beoordelingsregels aanbieden van deelvoertuigen

Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:

  • a.

    de activiteit niet in strijd is met de openbare veiligheid;

  • b.

    de activiteit niet in strijd is met de volksgezondheid;

  • c.

    de activiteit niet in strijd is met de bescherming van het milieu;

  • d.

    de activiteit geen afbreuk doet aan de directe omgeving; en

  • e.

    de activiteit geen onevenredig beslag legt op de openbare ruimte.

Artikel 17.25 Aanvraagvereisten aanbieden van deelvoertuigen

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    informatie die noodzakelijk is voor de toetsing van de aanvraag; en

  • b.

    gereserveerd.

Artikel 17.26 Vergunningsvoorschrift omgevingsvergunning aanbieden van deelvoertuigen

Een vergunningvoorschrift, zoals bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet, kan aan een omgevingsvergunning worden verbonden, ten aanzien van het aantal, de categorie of het type deelvoertuigen, in het belang van:

  • a.

    het voorkomen van overlast;

  • b.

    het uiterlijk aanzien van de gemeente;

  • c.

    de veiligheid van het publiek;

  • d.

    de doorstroming van het verkeer; of

  • e.

    het voorkomen van onevenredig ruimtegebruik.

Artikel 17.27 Bevoegdheid tot aanwijzen

Het college kan wegen of weggedeelten aanwijzen waar:

  • a.

    uitsluitend deelvoertuigen mogen worden geplaatst en ter gebruik mogen worden aangeboden; of

  • b.

    geen deelvoertuigen mogen worden geplaatst en ter gebruik mogen worden aangeboden.

Paragraaf 17.4.2 Locatie gebonden bepalingen

Artikel 17.28 gereserveerd

gereserveerd

Hoofdstuk 18 WATER

Afdeling 18.1 Algemene bepalingen

Paragraaf 18.1.1 Inleidende bepalingen

Artikel 18.1 Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk gaat over activiteiten met betrekking tot:

  • a.

    de bescherming van waterstaatswerken; en

  • b.

    het gebruik van of rondom het openbare water.

Artikel 18.2 Oogmerken

gereserveerd

Paragraaf 18.1.2 Aanwijzingen

Artikel 18.3 Beperkingengebied waterkering

Paragraaf 18.1.3 Specifieke zorgplicht

Artikel 18.4 Specifieke zorgplicht: water en waterstaatswerken
  • 1.

    De zorgplicht, zoals bedoeld in artikel 1.7, houdt voor water en waterstaatswerken in ieder geval in dat een ieder verplicht is er zorg voor te dragen dat er geen schade of verandering wordt toegebracht aan:

    • a.

      de toestand van openbare wateren;

    • b.

      havens;

    • c.

      dijken; en

    • d.

      andere waterstaatswerken.

  • 2.

    Het eerste lid geldt ook voor daarbij behorende voorwerpen, bouwwerken, leidingen en flora.

Paragraaf 18.1.4 Algemene regels

Artikel 18.5 Algemene regels over water

Binnen het transitiegebied is het verboden om activiteiten te verrichten die afbreuk kunnen doen aan de waterhuishouding zonder schriftelijke toestemming van de waterbeheerder.

Afdeling 18.2 Gebruik van of rondom het water

Paragraaf 18.2.1 Algemene regels

Artikel 18.6 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze afdeling gaat over activiteiten rondom het gebruik van of rondom water in beheer bij de gemeente.

  • 2.

    Onder gebruik van of rondom het water vallen de volgende activiteiten:

    • a.

      het innemen van een ligplaats met een vaartuig, niet zijnde een woonschip;

    • b.

      het plaatsen van voorwerpen op, in of boven openbaar water;

    • c.

      gereserveerd.

  • 3.

    Deze afdeling is niet van toepassing op het gebruik van of rondom water in de gebieden van Bataviahaven en Flevokust haven,  zoals opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Lelystad 2021. De regels over deze havens zijn opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Lelystad 2021.

Artikel 18.7 Verboden gedragingen gebruik gemeentelijke wateren
  • 1.

    Het is eenieder verboden zich te gedragen of activiteiten te verrichten op een wijze dat:

    • a.

      het gebruik van ander vaarverkeer of gebruikers belemmerd wordt; 

    • b.

      een risico vormt voor de veilige doorvaart; of

    • c.

      een risico vormt voor beschadiging van de watergang of de oevers.

  • 2.

    Het is verboden te ankeren in een gemeentelijke vaarweg.

  • 3.

    Het is verboden gemeentelijke wateren te verontreinigen.

  • 4.

    Het is verboden zich van een vaartuig te ontdoen door het achter te laten in een gemeentelijke vaarweg, waarvan geacht wordt sprake te zijn, indien:

    • a.

      de eigenaar het vaartuig onbeheerd heeft gelaten; en

    • b.

      het vaartuig in onvoldoende staat van onderhoud of in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert.

  • 5.

    Onder verwaarloosde toestand wordt in ieder geval verstaan:

    • a.

      het vaartuig maakt meer dan enkele graden slagzij;

    • b.

      het vaartuig ligt dieper in het water dan de normale waterlijn

    • c.

      het vaartuig verliest:

      • I.

        brandstof;

      • II.

        smeermiddelen; of 

      • III.

        andere stoffen die de leefomgeving negatief beïnvloeden; of 

    • d.

      het vaartuig vertoont ruitbreuk, loszittende zeilen, defecte ritsen of dergelijke gebreken; of

    • e.

      het hang- en sluitwerk van openingen van of in het stuurhuis, het dek, de kajuit of de achterkajuit functioneren niet goed.

  • 6.

    Wrakken worden behandeld op basis van de Wrakkenwet.

Artikel 18.8 Specifieke zorgplicht: gebruik gemeentelijke wateren

De zorgplicht, zoals bedoeld in artikel 1.7, houdt voor het gebruik van gemeentelijke wateren in ieder geval in dat bij het verrichten van activiteiten op of bij het openbare water een ieder in het belang van de veiligheid verplicht is te voorkomen dat het zicht voor het vaarverkeer onnodig wordt belemmerd of dat een gevaarlijke situatie kan ontstaan. 

Artikel 18.9 Verbod gemotoriseerde vaartuigen
  • 1.

    Binnen gemotoriseerde vaartuigen, verbod is het verboden vaartuigen met behulp van een motor voort te stuwen.

  • 2.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a.

      vaartuigen met een elektromotor; en

    • b.

      vaartuigen die gebruikt worden voor hulpverlening.

Paragraaf 18.2.2 Ligplaats innemen

Artikel 18.10 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over het innemen van een ligplaats met een vaartuig.

  • 2.

    Deze paragraaf is niet van toepassing op het innemen van een ligplaats met een woonschip.

Artikel 18.11 Verbod innemen van een ligplaats
  • 1.

    Het is verboden met een vaartuig dat technisch in onvoldoende staat van onderhoud of in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert een ligplaats in te nemen.

  • 2.

    Onder verwaarloosde toestand wordt in ieder geval verstaan:

    • a.

      het vaartuig maakt meer dan enkele graden slagzij;

    • b.

      het vaartuig ligt dieper in het water dan de normale waterlijn

    • c.

      het vaartuig verliest:

      • I.

        brandstof;

      • II.

        smeermiddelen; of 

      • III.

        andere stoffen die de leefomgeving negatief beïnvloeden; of 

    • d.

      het vaartuig vertoont ruitbreuk, loszittende zeilen, defecte ritsen of dergelijke gebreken; of

    • e.

      het hang- en sluitwerk van openingen van of in het stuurhuis, het dek, de kajuit of de achterkajuit functioneren niet goed.

  • 3.

    Het is verboden te meren met vaartuigen met een romplengte langer dan 15 m in gemeentelijke wateren.

  • 4.

    Het gebruik maken van spudpalen als afmeervoorziening is verboden.

  • 5.

    Het is verboden het vaartuig te bevestigen aan kunstwerken, bomen, lichtmasten, verkeerstekens en dergelijke voorwerpen.

Artikel 18.12 Verbod innemen van een ligplaats in openbaar water

Het is verboden om in openbaar water een ligplaats in te nemen met een vaartuig tussen 1 november en 1 maart.

Artikel 18.13 Algemene regels: innemen van een ligplaats in openbaar water
  • 1.

    Tussen 1 maart en 1 november mag er in openbaar water een ligplaats ingenomen worden met een vaartuig, mits:

    • a.

      het vaartuig parellel langs de oever wordt afgemeerd;

    • b.

      op de walkant geen voorwerpen worden geplaatst; en

    • c.

      de openbare buitenruimte waarlangs het vaartuig is afgemeerd niet wordt gebruikt voor recreatieve doeleinden.

  • 2.

    Een ligplaats wordt op een veilige wijze ingenomen, waarvan in ieder geval geen sprake is als:

    • a.

      er gebruik wordt gemaakt van te dunne of in het ongerede geraakte landvasten;

    • b.

      het vaartuig op zodanige wijze afgemeerd of aangelegd wordt dat de landvasten los kunnen raken;

    • c.

      het vaartuig op zodanige wijze afgemeerd wordt dat niet vrij ligt van kaden, steigers, palen of andere schepen; of

    • d.

      het vaartuig achterlaten wordt terwijl er sprake is van een dreiging van geheel of gedeeltelijk zinken.

Artikel 18.14 Uitzondering innemen van een ligplaats in openbaar water
  • 1.

    In afwijking van het verbod van artikel 18.12 mag een vaartuig op een wachtplaats bij een sluis, ophaalbrug of soortgelijke constructie tijdelijk een ligplaats innemen om te wachten totdat er verder gevaren kan worden, mits:

    • a.

      het vaartuig parellel langs de oever wordt afgemeerd;

    • b.

      op de walkant geen voorwerpen worden geplaatst; en

    • c.

      de openbare buitenruimte waarlangs het vaartuig is afgemeerd niet wordt gebruikt voor recreatieve doeleinden.

  • 2.

    Hetgeen opgenomen in artikel 18.12 en 18.13 is niet van toepassing voor zover op locatie beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk zijn opgenomen, waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens:

    • a.

      de Omgevingswet;

    • b.

      de Omgevingsverordening provincie Flevoland;

    • c.

      de waterschapsverordening;

    • d.

      de Wet milieubeheer; of

    • e.

      het Binnenvaartpolitiereglement.

  • 3.

    Binnen ligplaats innemen, bedrijfsactiviteiten is hetgeen opgenomen in artikel 18.12 en 18.13 niet van toepassing voor vaartuigen die ligplaatsen innemen voor bedrijfsactiviteiten van bedrijven.

Artikel 18.15 Algemene regels: particuliere ligplaatsen
  • 1.

    Het is toegestaan om met een vaartuig achter de eigen woning ligplaats te nemen, mits:

    • a.

      de ligplaats direct aan het achtererfgebied van de woning is gelegen;

    • b.

      de ligplaats aan de voor- en achterkant minimaal 1 meter langer is dan het vaartuig;

    • c.

      de ligplaats niet is gelegen:

      • 1.

        in de buurt van een trailerhelling;

      • 2.

        binnen 200 m van een sluis; of

      • 3.

        binnen 50 m van een brug; en

    • d.

      het innemen van de ligplaats niet:

      • 1.

        het overige vaarverkeer belemmert; of

      • 2.

         het beheer en onderhoud van de oevers belemmert;

  • 2.

    Het is toegestaan om met een vaartuig bij een particulier een ligplaats in te nemen, mits:

    • a.

      de ligplaats aan de voor- en achterkant minimaal 1 meter langer is dan het vaartuig;

    • b.

      de ligplaats niet is gelegen:

      • 1.

        in de buurt van een trailerhelling;

      • 2.

        binnen 200 m van een sluis; of

      • 3.

        binnen 50 m van een brug; en

    • c.

      het innemen van de ligplaats niet:

      • 1.

        het overige vaarverkeer belemmert; of

      • 2.

         het beheer en onderhoud van de oevers belemmert; en

    • d.

      de eigenaar van de ligplaats:

      • 1.

         hiervoor toestemming geeft; of

      • 2.

        de toestemming mag worden verondersteld.

  • 3.

    Een ligplaats wordt op een veilige wijze ingenomen, waarvan in ieder geval geen sprake is als:

    • a.

      er gebruik wordt gemaakt van te dunne of in het ongerede geraakte landvasten;

    • b.

      het vaartuig op zodanige wijze afgemeerd of aangelegd wordt dat de landvasten los kunnen raken;

    • c.

      het vaartuig op zodanige wijze afgemeerd wordt dat niet vrij ligt van kaden, steigers, palen of andere schepen; of

    • d.

      het vaartuig achterlaten wordt terwijl er sprake is van een dreiging van geheel of gedeeltelijk zinken.

Paragraaf 18.2.3 Het plaatsen van voorwerpen op, in of boven openbaar water

Artikel 18.16 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het plaatsen van voorwerpen op, in of boven openbaar water.

Artikel 18.17 Verbod plaatsen voorwerpen of constructies op, in of boven openbaar water
  • 1.

    Het is verboden een voorwerp of constructie, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als:

    • a.

      dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; of

    • b.

      dit een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water of waterstaatswerken.

  • 2.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a.

      beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens:

      • 1.

        de Omgevingswet;

      • 2.

        de Omgevingsverordening provincie Flevoland; of

      • 3.

        de waterschapsverordening; of

    • b.

      situaties waarin wordt voorzien door:

      • 1.

        het Wetboek van Strafrecht;

      • 2.

        de Scheepsvaartverkeerswet;

      • 3.

        het Binnenvaartpolitiereglement; of

      • 4.

        de Telecommunicatiewet.

Afdeling 18.3 Locatie gebonden bepalingen

Paragraaf 18.3.1 Locatie gebonden bepalingen

Artikel 18.18 Regels over wateroppervlakte

Binnen wateroppervlakte 25% is de wateroppervlakte minimaal 25% per locatie.

Paragraaf 18.3.2 Beperkingengebied waterkering

Artikel 18.19 Vergunningsplicht beperkingengebiedactiviteit waterkering

Binnen beperkingengebied, waterkering is het verboden zonder omgevingsvergunning activiteiten uit te voeren, die schade kunnen veroorzaken aan de waterkering of het functioneren daarvan.

Artikel 18.20 Beoordelingsregels beperkingengebiedactiviteit waterkering

Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:

  • a.

    de voorgenomen activiteit geen onevenredige afbreuk doet aan:

    • 1.

      de waterkerende functie;

    • 2.

      de waterstaatkundige werken met bijbehorende voorzieningen;

    • 3.

      de waterhuishouding; en

    • 4.

      de veiligheidssituatie rond de betreffende waterkering;

  • b.

    de voorgenomen activiteit geen bezwaren oplevert uit oogpunt van een doelmatig beheer, onderhoud en versterking van de waterkering; en

  • c.

    er schriftelijk advies is ingewonnen bij het waterschap over de voorgenomen activiteit.

Artikel 18.21 Aanvraagvereisten beperkingengebiedactiviteit waterkering

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    gegevens over de voorgenomen activiteit; en

  • b.

    de startdatum voor het verrichten van de activiteit.

Artikel 18.22 Uitzondering op vergunningsplicht

Het verbod van artikel 18.19 is niet van toepassing op activiteiten die behoren tot het normale onderhoud van het gebied van de waterkering.

Hoofdstuk 19 CULTUREEL ERFGOED EN WERELDERFGOED

Afdeling 19.1 Algemene bepalingen

Artikel 19.1 Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk is van toepassing op activiteiten die gaan over archeologisch erfgoed, cultureel erfgoed en werelderfgoed.

Artikel 19.2 Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het beschermen van archeologische waarde;

  • b.

    het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden;

  • c.

    het beschermen van cultureel erfgoed; en

  • d.

    het beschermen van uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed.

Artikel 19.3 Aanwijzingen

Artikel 19.4 Activiteiten in gebieden met archeologische verwachtingen

Bij het verrichten van activiteiten binnen een verwachtingengebied archeologie wordt voldaan aan afdeling 19.2.

Artikel 19.5 Activiteiten bij cultureel erfgoed

gereserveerd

Artikel 19.6 Activiteiten in beschermde landschapselementen en gebieden met aardkundige waarden

gereserveerd

Artikel 19.7 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 19.2 Archeologisch erfgoed

Paragraaf 19.2.1 Algemene bepalingen

[Gereserveerd]

Paragraaf 19.2.2 Locatiegebonden bepalingen

Artikel 19.8 Activiteiten ten behoeve van archeologische waarden

Binnen archeologie, activiteiten beschermde waarden zijn alleen activiteiten toegestaan ten behoeve van:

Artikel 19.9 Vergunningplicht archeologie
  • 1.

    Binnen archeologie, vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning activiteiten te verrichten die de bodem kunnen verstoren.

  • 2.

    Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op activiteiten die:

    • a.

      het normale onderhoud en beheer betreffen;

    • b.

      in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; of

    • c.

      niet dieper gaan dan 0,5 m beneden het maaiveld en een kleinere oppervlakte dan 100 m2 beslaan.

Artikel 19.10 Beoordelingsregels vergunning archeologie
  • 1.

    Binnen archeologie, beoordelingsregels 1 wordt een omgevingsvergunning alleen verleend, mits:

    • a.

      er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden;

    • b.

      er door de aanvrager een rapport wordt overlegd waarin:

      • 1.

        de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en

      • 2.

        in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en gedocumenteerd; en

    • c.

      voor de beoordeling van het onder b genoemde rapport, advies wordt ingewonnen bij de provinciaal archeoloog.

  • 2.

    Binnen archeologie, afwijking beoordelingsregels 1 wordt, in afwijking van het eerste lid, onder c, door het bevoegd gezag advies ingewonnen van een aangewezen deskundige, voordat de omgevingsvergunning wordt verleend, mits dit nodig is.

  • 3.

    Binnen archeologie, beoordelingsregels 2 wordt een omgevingsvergunning alleen verleend, mits:

    • a.

      er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden;

    • b.

      de mogelijkheden voor het herstel van de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; en

    • c.

      voor de beoordeling van het genoemde onder a en b, het bevoegd gezag schriftelijk advies inwint van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Artikel 19.11 Uitzonderingen vergunningplicht archeologie
  • 1.

    Het bepaalde in artikel 19.9 is niet van toepassing op activiteiten die:

    • a.

      behoren tot het normale onderhoud en beheer;

    • b.

      niet dieper gaan dan 0,5 m beneden het maaiveld;

    • c.

      om een kleinere oppervlakte gaan dan 100 m2; en

    • d.

      worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits deze worden uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie.

  • 2.

    Binnen archeologie, uitzondering vergunningplicht is, in afwijking van het eerste lid, onder b, artikel 19.9 niet van toepassing op activiteiten die niet dieper gaan dan 1 m beneden het maaiveld.

  • 3.

    Binnen archeologie, vergunningvrij 1 is, in afwijking van het eerste lid, onder b, artikel 19.9 niet van toepassing op activiteiten die niet dieper gaan dan 0,3 m beneden het maaiveld.

  • 4.

    Binnen archeologie, vergunningvrij 2 is, in afwijking van het eerste lid, onder b, artikel 19.9 niet van toepassing op activiteiten die niet dieper gaan dan 0,4 m beneden het maaiveld.

Artikel 19.12 Aanvraagvereisten vergunning archeologie

Binnen archeologie, aanvraagvereisten worden bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    gegevens en bescheiden als opgenomen in afdeling 7.2 van de Omgevingsregeling;

  • b.

    een archeologisch rapport waarin:

    • 1.

      de archeologische waarde van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord zijn vastgesteld; en

    • 2.

      is aangegeven op welke wijze de archeologische waarde wordt bewaard of gedocumenteerd; en

  • c.

    overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

Artikel 19.13 Aanvullende vergunningvoorschriften archeologie

Binnen archeologie, voorschriften vergunning kunnen, als uit het in artikel 19.10 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarde van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, één of meer van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning:

  • a.

    de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

  • b.

    de verplichting tot het doen van opgravingen; en

  • c.

    de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Hoofdstuk 20 ENERGIE EN WARMTETRANSITIE

Afdeling 20.1 Algemene bepalingen

Artikel 20.1 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 20.2 Energievoorziening

Paragraaf 20.2.1 Algemene bepalingen

Subparagraaf 20.2.1.1 Inleidende bepalingen
Artikel 20.2 gereserveerd

gereserveerd

Subparagraaf 20.2.1.2 Aanwijzingen
Artikel 20.3 Aanwijzing hoogspanningsverbinding

Paragraaf 20.2.2 Locatie gebonden bepalingen

Subparagraaf 20.2.2.1 Beperkingengebiedactiviteit hoogspanningsverbinding
Artikel 20.4 Vergunningsplicht beperkingengebiedsactiviteit hoogspanningsleidingen

Binnen hoogspanningsleiding, 380 kV is het verboden om zonder omgevingsvergunning activiteiten uit te voeren die de belangen van de hoogspanningsleiding op locatie kunnen schaden.

Artikel 20.5 Beoordelingsregels beperkingengebiedsactiviteit hoogspanningsleidingen

Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:

  • a.

    de activiteit de belangen van de hoogspanningsleiding niet onevenredig schaden; en

  • b.

    er advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder over de activiteit, over:

    • 1.

      de vraag of door de voorgenomen activiteit de belangen van de leiding niet onevenredig worden geschaad; en

    • 2.

      welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.

Artikel 20.6 Aanvraagvereisten beperkingengebiedsactiviteit hoogspanningsleidingen

Bij de aanvraag worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    gegevens over de voorgenomen activiteit; en

  • b.

    de voorgenomen startdatum voor het verrichten van de activiteit.

Artikel 20.7 Uitzondering op vergunningsplicht

Afdeling 20.3 Warmtetransitie

Artikel 20.8 gereserveerd

gereserveerd

Hoofdstuk 21 DUURZAAMHEID EN GEZONDHEID

Artikel 21.1 gereserveerd

gereserveerd

Hoofdstuk 22 BRUIDSSCHAT

Afdeling 22.1 ALGEMEEN

Artikel 22.1 Voorrangsbepaling

  • 1.

    De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.

  • 2.

    De regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover voorschriften zijn verbonden aan:

    • a.

      een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit;

    • b.

      een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en na de inwerkingtreding van die wet onherroepelijk wordt.

Artikel 22.2 Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten

  • 1.

    Voor de toepassing van de artikelen 22.27, eerste en tweede lid, 22.37, 22.277, 22.278, 22.280 tot en met 22.283 en 22.285 wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is.

  • 2.

    Het eerste lid is van toepassing:

    • a.

      als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en

    • b.

      als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of dit omgevingsplan geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.

Artikel 22.3 Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten

De artikelen 22.27, derde lid, en 22.37, aanhef en onder b, zijn van overeenkomstige toepassing op een activiteit als bedoeld in die artikelonderdelen die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in dit omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.

Afdeling 22.2 ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT BOUWWERKEN, OPEN ERVEN EN TERREINEN

Paragraaf 22.2.1 Algemene bepalingen

Artikel 22.4 Maatwerkvoorschriften
  • 1.

    Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over deze afdeling, met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenmethoden.

  • 2.

    Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in deze afdeling.

Paragraaf 22.2.2 Verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden

Artikel 22.5 Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil

Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt, onverminderd de aan de vergunning verbonden voorschriften, niet begonnen voordat voor zover nodig:

  • a.

    de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en

  • b.

    het straatpeil is uitgezet.

Paragraaf 22.2.3 Bouwen en in stand houden van bouwwerken

Artikel 22.6 Repressief welstand
  • 1.

    Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold:

    • a.

      een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en

    • b.

      een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn.

Artikel 22.7 Aansluiting op distributienet voor elektriciteit
  • 1.

    Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als de aansluitafstand niet groter is dan 100 m of groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.

Artikel 22.8 Aansluiting op distributienet voor gas
  • 1.

    Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor gas als:

    • a.

      artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is; en

    • b.

      de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.

Artikel 22.9 Aansluiting op distributienet voor warmte
  • 1.

    Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en de energiezuinigheid en de bescherming van het milieu is een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte als:

    • a.

      het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet op het moment van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk nog niet is bereikt; en

    • b.

      de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

  • 2.

    Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het distributienet voor warmte heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu.

  • 3.

    Onverminderd het vierde lid, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.

  • 4.

    Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 voor een gebied een aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt, blijft die aansluitplicht voor dat gebied van toepassing.

Artikel 22.10 Aansluiting op distributienet voor drinkwater

Met het oog op het beschermen van de gezondheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van drinkwater in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor drinkwater als de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

Artikel 22.11 Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater
  • 1.

    Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.

  • 2.

    De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft.

  • 3.

    Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid:

    • a.

      heeft geen vernauwing in de stroomrichting;

    • b.

      heeft een vloeiend beloop;

    • c.

      is waterdicht;

    • d.

      heeft een voldoende inwendige middellijn; en

    • e.

      bevat geen beer- of rottingput.

  • 4.

    Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 22.4 kan in ieder geval worden bepaald:

    • a.

      als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd;

    • b.

      als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en

    • c.

      of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen.

Artikel 22.12 Bluswatervoorziening
  • 1.

    Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist.

  • 2.

    De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.

  • 3.

    De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.

Artikel 22.13 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten
  • 1.

    Met het oog op het waarborgen van de veiligheid ligt tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing:

    • a.

      op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090;

    • b.

      op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2;

    • c.

      op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090;

    • d.

      als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt; of

    • e.

      als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist.

  • 3.

    Tenzij elders in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening anders bepaald, heeft een verbindingsweg:

    • a.

      een breedte van ten minste 4,5 m;

    • b.

      een verharding over een breedte van ten minste 3,25 m die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram;

    • c.

      een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 m; en

    • d.

      een doeltreffende afwatering.

  • 4.

    Een verbindingsweg is over de voorgeschreven hoogte en breedte, bedoeld in het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.

  • 5.

    Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.

Artikel 22.14 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen
  • 1.

    Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing:

    • a.

      op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090;

    • b.

      op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2;

    • c.

      op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; of

    • d.

      als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen vereist.

  • 3.

    De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.

  • 4.

    Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in artikel 22.13, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen.

  • 5.

    Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.

Paragraaf 22.2.4 Gebruik van bouwwerken

Artikel 22.15 Overbewoning woonruimte
  • 1.

    Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners:

    • a.

      wordt een woning niet bewoond door meer dan een persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; en

    • b.

      wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan een persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden.

Artikel 22.16 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.

Artikel 22.17 Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk
  • 1.

    Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

  • 2.

    Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door:

    • a.

      het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal;

    • b.

      het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en

    • c.

      het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken, bedoeld in afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Paragraaf 22.2.5 In stand houden en gebruiken van open erven en terreinen

Artikel 22.18 Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken
  • 1.

    Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 22.2.1 aanwezig.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing als:

    • a.

      de in tabel 22.2.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is;

    • b.

      de stof deugdelijk is verpakt, waarbij:

      • 1.

        de verpakking tegen normale behandeling bestand is;

      • 2.

        de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en

      • 3.

        geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en

    • c.

      de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a.

      brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor;

    • b.

      brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel;

    • c.

      voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken;

    • d.

      gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter;

    • e.

      dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en

    • f.

      brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.

  • 4.

    Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.

  • 5.

    In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen.

    Tabel 22.2.1 Brandgevaarlijke stoffen

    ADR-klasse1

    Omschrijving

    Verpakkingsgroep

    Toegestane maximum hoeveelheid

    2

    UN 1950 spuitbussen & UN 2037 houders, klein, gas

    Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen)

    n.v.t.

    50 kg

    3

    Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton

    II

    25 liter

    3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C

    Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten

    III

    50 liter

    4.1, 4.2, 4.3

    4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders

    4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink

    4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide

    II en III

    50 kg

    5.1

    Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide

    II en III

    50 liter

    5.2

    Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en di-propionyl peroxide

    n.v.t.

    1 liter

    1 = Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171).

Artikel 22.19 Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen
  • 1.

    De eigenaar of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan het open erf of terrein en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het open erf of terrein tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

  • 2.

    Degene die een open erf of terrein gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

  • 3.

    Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten op een open erf of terrein overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door:

    • a.

      het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal;

    • b.

      het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en

    • c.

      het nalaten van het normale onderhoud waardoor het open erf of terrein zich niet in een zindelijke staat bevindt.

Artikel 22.20 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een open erf of terrein niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat dit in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.

Paragraaf 22.2.6 Cultureel erfgoed

Artikel 22.21 Vrijstelling van archeologisch onderzoek
  • 1.

    Als er in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, regels worden gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, zijn die regels niet van toepassing als die activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van minder dan 100 m2.

  • 2.

    Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor zover er met betrekking tot die regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een andere oppervlakte dan 100 m2 geldt. In dat geval geldt die afwijkende andere oppervlakte.

Paragraaf 22.2.7 Vergunningplichten met betrekking tot het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken

Subparagraaf 22.2.7.1 Algemene bepalingen
Artikel 22.22 Algemene afbakeningseisen
  • 1.

    De artikelen 22.26 en 22.35 zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd of in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.

  • 2.

    Bij de toepassing van de artikelen 22.26 en 22.35 blijft het aantal woningen gelijk, tenzij het bij een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan als bedoeld in artikel 22.26, onder a, of 22.35, onder a, of een bestaand bouwwerk als bedoeld in artikel 22.35, onder c, gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.

Artikel 22.23 Meetbepalingen
  • 1.

    Voor de toepassing van de paragrafen 22.2.7.2 en 22.2.7.3 worden de waarden die daarin in m of m2 zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten:

    • a.

      afstanden loodrecht;

    • b.

      hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; en

    • c.

      maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot ten hoogste 0,5 m buiten beschouwing blijven.

  • 2.

    Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.

Artikel 22.24 Mantelzorg

Voor de toepassing van de paragrafen 22.2.7.2 en 22.2.7.3 wordt huisvesting in verband met mantelzorg aangemerkt als functioneel verbonden met het hoofdgebouw.

Subparagraaf 22.2.7.2 Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken
Artikel 22.25 Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.

Artikel 22.26 Uitzonderingen op vergunningplicht artikel 22.25 – omgevingsplan onverminderd van toepassing

Het verbod, bedoeld in artikel 22.25, geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in dat artikel, als die betrekking hebben op een van de volgende bouwwerken:

  • a.

    een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan, als wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • 1.

      op de grond staand;

    • 2.

      gelegen in achtererfgebied;

    • 3.

      op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied;

    • 4.

      niet hoger dan 5 m;

    • 5.

      de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag; en

    • 6.

      niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte;

  • b.

    een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf, als wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • 1.

      op de grond staand;

    • 2.

      niet hoger dan 5 m; en

    • 3.

      de oppervlakte niet meer dan 70 m2;

  • c.

    een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, als wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • 1.

      gelegen in een gebied dat of een bouwwerk dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is aangewezen als gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn;

    • 2.

      voorzien van een plat dak;

    • 3.

      gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m;

    • 4.

      onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet;

    • 5.

      bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; en

    • 6.

      zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak;

  • d.

    een sport- of speeltoestel anders dan voor alleen particulier gebruik, als wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • 1.

      niet hoger dan 4 m; en

    • 2.

      alleen functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens;

  • e.

    een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw, als deze niet van een overkapping is voorzien;

  • f.

    een erf- of perceelafscheiding, als wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • 1.

      hoger dan 1 m maar niet hoger dan 2 m;

    • 2.

      op een erf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en

    • 3.

      achter de lijn die langs de voorkant van dat gebouw evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied;

  • g.

    een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied voor agrarische bedrijfsvoering, voor zover het gaat om:

    • 1.

      een silo; of

    • 2.

      een ander bouwwerk niet hoger dan 2 m;

  • h.

    een buisleiding anders dan een buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is; of

  • i.

    een te veranderen bouwwerk, als wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • 1.

      geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte;

    • 2.

      geen uitbreiding van het bouwvolume; en

    • 3.

      geen bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.

Artikel 22.27 Inperkingen artikel 22.26 vanwege cultureel erfgoed
  • 1.

    Op een activiteit die wordt verricht in, aan of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is artikel 22.26 niet van toepassing.

  • 2.

    Op een activiteit die wordt verricht bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is alleen artikel 22.26, aanhef en onder d tot en met i, van toepassing.

  • 3.

    Op een activiteit die wordt verricht op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven, is artikel 22.26 alleen van toepassing voor zover het gaat om:

    • a.

      inpandige wijzigingen;

    • b.

      een wijziging van een achtergevel of achterdakvlak, als die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd;

    • c.

      een bouwwerk op een gebouwerf aan de achterkant van een hoofdgebouw, als dat gebouwerf niet ook deel uitmaakt van het gebouwerf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; of

    • d.

      een bouwwerk op een locatie die onderdeel is van openbaar toegankelijk gebied.

  • 4.

    Artikel 22.26, aanhef en onder a en b, is ook niet van toepassing als in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, voor de locatie waarop de bouwactiviteit wordt verricht, regels zijn gesteld als bedoeld in artikel 22.21 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, tenzij:

    • a.

      het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van minder dan 50 m2; of

    • b.

      het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een verbod bevat om grondwerkzaamheden die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit zonder omgevingsvergunning te verrichten waarop regels als bedoeld in artikel 22.21 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, van toepassing zijn.

Artikel 22.28 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen
  • 1.

    Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als:

    • a.

      de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, met uitzondering van paragraaf 22.2.4;

    • b.

      het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en

    • c.

      de activiteit betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie en:

      • 1.

        de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; of

      • 2.

        bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit van de bodem: als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregelen wordt getroffen. Een sanerende of andere beschermende maatregel is in ieder geval een sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

  • 2.

    Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing als:

    • a.

      het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; of

    • b.

      het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, toch moet worden verleend.

Artikel 22.29 Nadere invulling beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie
  • 1.

    De toelaatbare kwaliteit van de bodem, bedoeld in artikel 22.28, eerste lid, onder c, is de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving.

  • 2.

    Er is sprake van overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit.

  • 3.

    Het zinsdeel «in meer dan 25 m3 bodemvolume» in het tweede lid is niet van toepassing voor zover het gaat om aanwezigheid van asbest.

Artikel 22.30 Voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie: na einde activiteit

Aan een omgevingsvergunning voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van artikel 22.28, eerste lid, aanhef en onder c, onder 2, wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat het gebouw, of een gedeelte daarvan, alleen in gebruik wordt genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop er een of meer sanerende of andere beschermende maatregelen zijn getroffen als bedoeld in artikel 22.28.

Artikel 22.31 Specifieke beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht
  • 1.

    In afwijking van artikel 22.28, eerste lid, aanhef en onder a, kan de omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met de in dat onderdeel bedoelde regels toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.

  • 2.

    Op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend, zijn van overeenkomstige toepassing:

    • a.

      artikel 8.0b, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

    • b.

      artikel 8.0c, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

    • c.

      artikel 8.0d, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 22.32 Specifieke beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht
  • 1.

    In afwijking van artikel 22.28 wordt de omgevingsvergunning geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft van kracht is:

    • a.

      een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als bedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet; of

    • b.

      een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht.

Artikel 22.33 Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken
  • 1.

    Als dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald, kunnen aan een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften worden verbonden.

  • 2.

    Artikel 22.293, eerste lid, is op het verbinden van die voorschriften van overeenkomstige toepassing.

Artikel 22.34 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een opgave van de bouwkosten;

  • b.

    het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft;

  • c.

    een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft;

  • d.

    een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop:

    • 1.

      de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak;

    • 2.

      de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;

    • 3.

      de wijze waarop de locatie wordt ontsloten;

    • 4.

      de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en

    • 5.

      het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk;

  • e.

    de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen;

  • f.

    de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein;

  • g.

    gegevens en bescheiden die samenhangen met een uit te brengen advies van de Agrarische Adviescommissie in geval van een aanvraag voor een bouwactiviteit op een locatie waaraan een agrarische functie is toegedeeld;

  • h.

    voor zover dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld;

  • i.

    de volgende gegevens en bescheiden voor de toetsing aan de regels over redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet:

    • 1.

      tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past;

    • 2.

      principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk;

    • 3.

      kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en

    • 4.

      een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking;

  • j.

    als de aanvraag betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie:

    • 1.

      de onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.29, redelijkerwijs is uit te sluiten; en

    • 2.

      als de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.29, wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.29, redelijkerwijs is uit te sluiten; en

  • k.

    overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

Subparagraaf 22.2.7.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan
Artikel 22.35 Binnenplanse vergunningvrije activiteiten van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan

Onverminderd de overige bepalingen van deze afdeling en de bepalingen van afdeling 22.3 zijn in ieder geval in overeenstemming met dit omgevingsplan:

  • a.

    het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan als bedoeld in artikel 22.26, onder a, als in aanvulling op de in dat onderdeel gestelde eisen ook wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • 1.

      voor zover op een afstand van niet meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, niet hoger dan:

      • i.

        5 m;

      • ii.

        0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en

      • iii.

        het hoofdgebouw;

    • 2.

      voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw:

      • i.

        als het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding daarvan hoger is dan 3 m: voorzien van een schuin dak, de dakvoet niet hoger dan 3 m, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3; en

      • ii.

        functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg;

    • 3.

      de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied niet meer dan:

      • i.

        bij een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied;

      • ii.

        bij een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; en

      • iii.

        bij een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2; en

    • 4.

      uitbreiding van of gelegen aan of bij een hoofdgebouw, anders dan:

      • i.

        een woonwagen;

      • ii.

        een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die vergunning gestelde termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand te hebben hersteld; of

      • iii.

        een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden;

  • b.

    het bouwen, in stand houden en gebruiken van een erf- of perceelafscheiding als bedoeld in artikel 22.26, onder f; en

  • c.

    het gebruiken van een bestaand bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg.

Artikel 22.36 Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen
  • 1.

    Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 22.35, onder a, bestaat uit een deel dat op meer, en een deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen zonder een inwendige scheidingsconstructie tussen beide delen, is op het deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen artikel 22.35, onder a, onder 2, onder ii, van overeenkomstige toepassing.

  • 2.

    Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 22.35, onder a, wordt gebruikt voor huisvesting in verband met mantelzorg, gelden in plaats van de in artikel 22.35, onder a, onder 3, gestelde eisen de volgende eisen:

    • a.

      in zijn geheel of in delen verplaatsbaar;

    • b.

      de oppervlakte niet meer dan 100 m2; en

    • c.

      buiten de bebouwde kom.

Artikel 22.37 Inperkingen artikel 22.35 vanwege cultureel erfgoed

Artikel 22.35 is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht:

  • a.

    in, aan, op of bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument; of

  • b.

    op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.

Artikel 22.38 Inperkingen artikel 22.35 vanwege externe veiligheid

Artikel 22.35, aanhef en onder a en c, is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht:

  • a.

    op een locatie in een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, opgenomen veiligheidszone, getypeerd als A-zone of B-zone, rondom een munitieopslag of een locatie voor activiteiten met ontplofbare stoffen;

  • b.

    op een locatie waarop de activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, niet is toegestaan vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als gevolg van de aanwezigheid van een locatie voor een vergunningplichtige milieubelastende activiteit, transportroute of buisleiding of vanwege de ligging in een belemmeringenstrook voor het onderhoud van een buisleiding; of

  • c.

    op een locatie binnen een afstand als bedoeld in:

    • 1.

      artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van dat artikel van toepassing is;

    • 2.

      artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

    • 3.

      artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

    • 4.

      artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;

    • 5.

      artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

    • 6.

      artikel 4.542, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

    • 7.

      artikel 4.866, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;

    • 8.

      artikel 4.899, eerste lid, onder b, of derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

    • 9.

      artikel 4.905, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is;

    • 10.

      artikel 4.914, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

    • 11.

      artikel 4.962, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

    • 12.

      artikel 4.1008, eerste lid, onder b, of tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, het tweede lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; of

    • 13.

      artikel 4.1101, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is.

Paragraaf 22.2.8 Overgangsrecht bestaande bouwwerken

Artikel 22.39 Overgangsrecht bestaande bouwwerken

Een bouwwerk waarop het overgangsrecht voor bestaande bouwwerken in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, van toepassing is, mag in stand worden gehouden.

Afdeling 22.3 MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN

Paragraaf 22.3.1 Algemene bepalingen

Artikel 22.40 Algemeen toepassingsbereik
  • 1.

    Deze afdeling is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op:

    • a.

      wonen;

    • b.

      het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein;

    • c.

      een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht;

    • d.

      doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen;

    • e.

      een evenement:

      • 1.

        dat ergens anders plaatsvindt dan op een locatie voor evenementen;

      • 2.

        dat geen festiviteit als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of

      • 3.

        waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening;

    • f.

      het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en

    • g.

      bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen.

  • 3.

    Het tweede lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die bestaan uit het lozen op of in de bodem of op de riolering, voor zover het gaat om de gevolgen van het lozen voor de bodem, voor de voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater of voor het zuiveringtechnisch werk.

  • 4.

    Het tweede lid geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in paragraaf 22.3.7.

Artikel 22.41 Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het waarborgen van de veiligheid;

  • b.

    het beschermen van de gezondheid; en

  • c.

    het beschermen van het milieu, waaronder:

    • 1.

      het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;

    • 2.

      het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen; en

    • 3.

      een doelmatig beheer van afvalstoffen.

Artikel 22.42 Normadressaat

Aan deze afdeling wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 22.43 Specifieke zorgplicht
  • 1.

    Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 22.41, is verplicht:

    • a.

      alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;

    • b.

      voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en

    • c.

      als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

  • 2.

    Deze plicht houdt in ieder geval in dat:

    • a.

      alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen;

    • b.

      alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen;

    • c.

      de beste beschikbare technieken worden toegepast;

    • d.

      geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt;

    • e.

      alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet;

    • f.

      afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd;

    • g.

      metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund;

    • h.

      meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt, en gepresenteerd;

    • i.

      voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; en

    • j.

      afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit.

  • 3.

    De plicht, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval ook in dat:

    • a.

      de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit zo veel mogelijk worden voorkomen of beperkt; en

    • b.

      de duisternis en het donkere landschap worden beschermd in door het bevoegd gezag aangewezen gebieden.

  • 4.

    Het eerste lid, voor zover het ziet op het tweede lid, en het tweede lid, zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 22.44 Maatwerkvoorschriften
  • 1.

    Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 22.43, 22.48 en 22.49 en de paragrafen 22.3.2 tot en met 22.3.26.

  • 2.

    Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 22.48 en 22.49 en de paragrafen 22.3.2 tot en met 22.3.26.

  • 3.

    Een maatwerkvoorschrift wordt gesteld met het oog op de belangen, bedoeld in artikel 22.41.

  • 4.

    Op het stellen van een maatwerkvoorschrift over een milieubelastende activiteit zijn de instructieregels in paragraaf 5.1.4 en artikel 5.165 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 22.45 Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden

Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, worden die ondertekend en voorzien van:

  • a.

    de aanduiding van de activiteit;

  • b.

    de naam en het adres van degene die de activiteit verricht;

  • c.

    het adres waarop de activiteit wordt verricht; en

  • d.

    de dagtekening.

Artikel 22.46 Gegevens bij wijzigen naam, adres of normadressaat
  • 1.

    Voordat de naam of het adres, bedoeld in artikel 22.45, wijzigen, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 22.47 Gegevens en bescheiden op verzoek van het college van burgemeester en wethouders
  • 1.

    Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om te bezien of de algemene regels uit dit omgevingsplan en maatwerkvoorschriften op grond van dit omgevingsplan voor de activiteit toereikend zijn gezien de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu.

  • 2.

    Gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover degene die de activiteit verricht er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen.

Artikel 22.48 Informeren over een ongewoon voorval
  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders wordt onverwijld geïnformeerd over een ongewoon voorval.

  • 2.

    Het eerste lid geldt niet voor:

    • a.

      milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

    • b.

      ongewone voorvallen bij wonen.

Artikel 22.49 Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval
  • 1.

    Zodra de volgende gegevens en bescheiden bekend zijn, worden ze verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:

    • a.

      informatie over de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan;

    • b.

      informatie over de vrijgekomen stoffen en hun eigenschappen;

    • c.

      andere gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; en

    • d.

      informatie over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet.

  • 2.

    Het eerste lid geldt niet voor:

    • a.

      milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

    • b.

      ongewone voorvallen bij wonen.

Paragraaf 22.3.2 Energiebesparing

Artikel 22.50 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die is aangewezen in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 22.51 Energie: maatregelen
  • 1.

    Alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van ten hoogste vijf jaar worden getroffen.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing:

    • a.

      als het energieverbruik van de activiteit en andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die de activiteit functioneel ondersteunen, in het voorafgaande jaar kleiner is dan 50.000 kWh aan elektriciteit en 25.000 m3 aardgasequivalenten aan brandstoffen;

    • b.

      als artikel 15.51 of 16.5 van de Wet milieubeheer van toepassing is; of

    • c.

      op energiebesparende maatregelen aan een gebouw of gedeelte daarvan als bedoeld in artikel 3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

  • 3.

    Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan door het treffen van de maatregelen die zijn opgenomen in bijlage VII, onderdeel 16, bij de Omgevingsregeling.

  • 4.

    Dit artikel is van toepassing tot 1 december 2023.

Artikel 22.52 Energie: overgangsrecht maatregelen en informatieplicht
  • 1.

    Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 2.15, tweede, tiende of elfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gegevens en bescheiden zijn verstrekt of hadden moeten worden verstrekt, blijven de uit artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, volgende verplichtingen en de verplichtingen volgend uit de regels die bij of krachtens dat artikel in samenhang met artikel 1.7, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn gesteld, tot 1 december 2023 van toepassing.

  • 2.

    Op een activiteit waarop het eerste lid van toepassing is, is gedurende de periode, bedoeld in dat lid, artikel 22.51 niet van toepassing.

Paragraaf 22.3.3 Zwerfafval

Artikel 22.53 Afval: zwerfvuil

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen worden binnen een straal van 25 m rond de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, sport- of spelmaterialen, of andere materialen verwijderd die van de activiteit afkomstig zijn.

Paragraaf 22.3.4 Geluid

Subparagraaf 22.3.4.1 Algemene bepalingen
Artikel 22.54 Toepassingsbereik
  • 1.

    Paragraaf 22.3.4 is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid is deze paragraaf niet van toepassing op geluid door een activiteit:

    • a.

      op of in een geluidgevoelig gebouw, dat geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;

    • b.

      op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar; en

    • c.

      op een niet-geluidgevoelige gevel.

  • 3.

    Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid van:

    • a.

      het met een verplaatsbaar mijnbouwwerk aanleggen, aanpassen, testen, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat of stimuleren van een voorkomen via een boorgat, bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of

    • b.

      spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen.

  • 4.

    Deze paragraaf is alleen van toepassing op het geluid door activiteiten bij detailhandel als:

    • a.

      een of meer elektromotoren aanwezig zijn met een gezamenlijk vermogen van meer dan 1,5 kW, met uitzondering van elektromotoren met een vermogen van 0,25 kW of minder; of

    • b.

      een of meer stookinstallaties aanwezig zijn met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 130 kW.

Artikel 22.55 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking
  • 1.

    In afwijking van artikel 22.54, tweede lid, onder b, is deze paragraaf ook van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar:

    • a.

      in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 2.

    In afwijking van artikel 22.54 is deze paragraaf niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is als:

    • a.

      de activiteit al werd verricht voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en op een locatie is toegelaten op grond van:

      • 1.

        het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

      • 2.

        een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en

    • b.

      het geluidgevoelig gebouw mag worden gebouwd op grond van:

      • 1.

        het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

      • 2.

        een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Artikel 22.56 Geluid: meerdere activiteiten beschouwen als één activiteit

Onverminderd artikel 22.40 worden voor de toepassing van paragraaf 22.3.4 als één activiteit beschouwd, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die:

  • a.

    rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of

  • b.

    elkaar functioneel ondersteunen.

Artikel 22.57 Geluid: waar waarden gelden

De waarden voor het geluid door een activiteit gelden:

  • a.

    als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel;

  • b.

    als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen;

  • c.

    in afwijking van onder a en b, als het gaat om een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen; en

  • d.

    als het gaat om een geluidgevoelige ruimte: in een geluidgevoelige ruimte.

Artikel 22.58 Geluid: functionele binding

De waarden voor geluid zijn niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit.

Artikel 22.59 Geluid: voormalige functionele binding

Bij een agrarische activiteit zijn de waarden voor geluid niet van toepassing op of in een geluidgevoelig gebouw dat:

  • a.

    op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet of een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangevraagde omgevingsvergunning, behoort of heeft behoord tot die agrarische activiteit en door een derde bewoond mag worden; of

  • b.

    eerder functioneel verbonden was met die agrarische activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.62 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is bepaald dat de waarden voor geluid niet van toepassing zijn.

Artikel 22.60 Geluid: onderzoek
  • 1.

    In de volgende gevallen wordt er een geluidonderzoek verricht:

    • a.

      als tussen 19.00 en 7.00 uur per dag gemiddeld meer dan vier transportbewegingen plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn, tenzij het gaat om het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden of een activiteit waarvan horeca-activiteiten de kern vormen;

    • b.

      bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving;

    • c.

      als in de buitenlucht metalen in bulk worden overgeslagen of in de buitenlucht metalen mechanisch worden bewerkt;

    • d.

      bij het reinigen van afvalwater door waterstraal- of oppervlaktebeluchters met een capaciteit van 120.000 of meer vervuilingseenheden;

    • e.

      bij het neutraliseren van airbags of gordelspanners door deze te ontsteken;

    • f.

      bij het vervaardigen van betonmortel of betonwaren;

    • g.

      bij een binnenschietbaan als de afstand van de binnenschietbaan tot het dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw kleiner is dan 50 m;

    • h.

      bij een buitenschietbaan als bedoeld in artikel 22.81; en

    • i.

      als het op basis van de aard van de activiteit aannemelijk is dat:

      • 1.

        in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, het equivalente geluidniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan:

        • i.

          70 dB(A), als die ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen; of

        • ii.

          80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder i; of

      • 2.

        in de buitenlucht of op een open terrein muziek ten gehore zal worden gebracht.

  • 2.

    Het gemiddelde aantal transportbewegingen is een gemiddelde gemeten over de periode van een jaar.

  • 3.

    Voor een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, geldt in afwijking van het eerste lid, onder a, het aantal transportbewegingen tussen 19.00 en 6.00 uur.

  • 4.

    Uit het rapport van een geluidonderzoek, bedoeld in het eerste lid, blijkt op grond van verrichte geluidsmetingen of geluidsberekeningen of wordt voldaan aan:

    • a.

      de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.4.2, 22.3.4.3 en 22.3.4.4; of

    • b.

      de van toepassing zijnde geluidswaarden van de omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift. In het rapport wordt aangegeven welke voorzieningen worden getroffen om te voorkomen dat de waarden, bedoeld onder a en b, worden overschreden.

Artikel 22.61 Gegevens en bescheiden: rapport geluidonderzoek
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit wordt het rapport van het geluidonderzoek, bedoeld in artikel 22.60, verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan op grond van de gegevens in het rapport van het geluidonderzoek, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 22.62 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op een activiteit op een gezoneerd industrieterrein.

  • 2.

    Dit artikel is niet van toepassing op een activiteit waar:

    • a.

      tussen 19.00 en 7.00 uur gemiddeld niet meer dan vier transportbewegingen per dag plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn;

    • b.

      het mede op basis van de aard van de activiteit, niet aannemelijk is dat in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan:

      • 1.

        70 dB(A), als deze ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen;

      • 2.

        80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder 1;

    • c.

      in de buitenlucht of op een open terrein geen muziek ten gehore wordt gebracht;

    • d.

      in de buitenlucht geen oefenterrein voor motorvoertuigen aanwezig is;

    • e.

      geen koelinstallatie aanwezig is die volgens de gebruiksaanwijzing behoort te zijn gevuld met meer dan 30 kg synthetisch koudemiddel;

    • f.

      geen gemotoriseerde modelvliegtuigen, modelvaartuigen of modelvoertuigen in de open lucht worden gebruikt;

    • g.

      geen parkeergelegenheid wordt geboden in een parkeergarage voor meer dan 30 personenauto’s;

    • h.

      geen noodstroomaggregaat aanwezig is dat meer dan 50 uren per jaar in werking is; en

    • i.

      geen transformatoren met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer, die zijn ondergebracht in een gesloten gebouw, worden gebruikt;

  • 3.

    Dit artikel is ook niet van toepassing op een activiteit waarvoor op grond van hoofdstuk 2, 3, 4 of 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 22.61 of een ander artikel in deze afdeling een verplichting geldt om gegevens en bescheiden te verstrekken of een omgevingsvergunning aan te vragen voor het beginnen of wijzigen van die activiteit.

  • 4.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein; en

      • 2.

        de ligging van de gebouwen;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 5.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Subparagraaf 22.3.4.2 Geluid door activiteiten, anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen
Artikel 22.63 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, met uitzondering van een activiteit als bedoeld in de paragrafen 22.3.4.3 en 22.3.4.4.

  • 2.

    Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid waarvoor bij maatwerkvoorschrift of maatwerkregel is bepaald dat het niet representatief is voor een activiteit.

Artikel 22.64 (tijdelijke uitzondering windparken)

Deze paragraaf is niet van toepassing op een windpark met 3 of meer windturbines.

Artikel 22.65 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.1.

    Tabel 22.3.1 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw
     

    07.00 – 19.00 uur

    19.00 – 23.00 uur

    23.00 – 07.00 uur

    Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten

    50 dB(A)

    45 dB(A)

    40 dB(A

    Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten

    70 dB(A)

    65 dB(A)

    60 dB(A)

  • 2.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van het eerste lid, het geluid van een activiteit die wordt verricht op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein, op een geluidgevoelig gebouw op dat terrein, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.2.

    Tabel 22.3.2 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw gelegen op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein
     

    07.00 – 19.00 uur

    19.00 – 23.00 uur

    23.00 – 07.00 uur

    Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten

    55 dB(A)

    50 dB(A)

    45 dB(A

    Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten

    75 dB(A)

    70 dB(A)

    65 dB(A)

  • 3.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit, in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.3.

    Tabel 22.3.3 Waarde voor geluid in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw
     

    07.00 – 19.00 uur

    19.00 – 23.00 uur

    23.00 – 07.00 uur

    Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten

    35 dB(A)

    30 dB(A)

    25 dB(A)

    Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten

    55 dB(A)

    50 dB(A)

    45 dB(A)

  • 4.

    De in het eerste tot en met derde lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op het laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur.

Artikel 22.66 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: tankstation
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.65, eerste, derde en vierde lid, het geluid door het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.4.

    Tabel 22.3.4 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden
     

    07.00 – 21.00 uur

    21.00 – 07.00 uur

    Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten

    50 dB(A)

    40 dB(A

    Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten

    70 dB(A)

    60 dB(A)

  • 2.

    De in het eerste lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 21.00 uur.

Artikel 22.67 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.65, eerste lid, het geluid door een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, maar dat geen glastuinbouwbedrijf is dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.5.

    Tabel 22.3.5 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door een agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied
     

    06.00 – 19.00 uur

    19.00 – 22.00 uur

    22.00 – 06.00 uur

    Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de vast opgestelde installaties en toestellen

    45 dB(A)

    40 dB(A)

    35 dB(A

    Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten

    70 dB(A)

    65 dB(A)

    60 dB(A)

  • 2.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.65, derde lid, het geluid door een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, maar dat geen glastuinbouwbedrijf is dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, in geluidgevoelige ruimten binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.6.

    Tabel 22.3.6 Waarde voor geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- of aanpandige geluidgevoelige gebouwen, door een agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied.
     

    06.00 – 19.00 uur

    19.00 – 22.00 uur

    22.00 – 06.00 uur

    Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de vast opgestelde installaties en toestellen

    35 dB(A)

    30 dB(A)

    25 dB(A)

    Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten

    55 dB(A)

    50 dB(A)

    45 dB(A)

  • 3.

    Bij het bepalen van het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in het eerste en tweede lid, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van:

    • a.

      laden en lossen en het in- en uitrijden van landbouwtractoren of motorvoertuigen met beperkte snelheid, in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur;

    • b.

      laden en lossen in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur, voor zover dat ten hoogste één keer in die periode plaatsvindt; en

    • c.

      het wassen van kasdekken in de periode tussen 19.00 uur en 6.00 uur.

Artikel 22.68 Geluid: waarde voor geluidgevoelige gebouwen: glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.65, eerste lid, het geluid door een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.7.

    Tabel 22.3.7 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door een glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied
     

    06.00 – 19.00 uur

    19.00 – 22.00 uur

    22.00 – 06.00 uur

    Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten

    50 dB(A)

    45 dB(A)

    40 dB(A

    Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten

    70 dB(A)

    65 dB(A)

    60 dB(A)

  • 2.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is in afwijking van artikel 22.65, derde lid, het geluid door een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, in geluidgevoelige ruimten binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.8.

    Tabel 22.3.8 Waarde voor geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen, door een glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied
     

    06.00 – 19.00 uur

    19.00 – 22.00 uur

    22.00 – 06.00 uur

    Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten

    35 dB(A)

    30 dB(A)

    25 dB(A)

    Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten

    55 dB(A)

    50 dB(A)

    45 dB(A)

  • 3.

    Bij het bepalen van het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in het eerste en tweede lid, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van:

    • a.

      het laden en lossen in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur;

    • b.

      het laden en lossen in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur, voor zover dat ten hoogste één keer in de genoemde periode plaatsvindt; en

    • c.

      het wassen van kasdekken in de periode tussen 19.00 uur en 6.00 uur.

Artikel 22.69 Geluid: waarden bij of krachtens een voor inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening
  • 1.

    Als een activiteit wordt verricht in een concentratiegebied voor horecabedrijven of in een concentratiegebied voor detailhandel en ambachtsbedrijven dat bij of krachtens een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening als zodanig is aangewezen en waarin andere waarden zijn opgenomen dan de waarden, bedoeld in artikel 22.65, gelden de waarden die zijn opgenomen in die verordening.

  • 2.

    Als een agrarische activiteit wordt verricht in een gebied waarvoor bij of krachtens een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening andere waarden gelden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) op geluidgevoelige gebouwen, bedoeld in de artikelen 22.67, eerste lid, en 22.68, eerste lid, gelden de waarden die zijn opgenomen in die verordening.

Artikel 22.70 Geluid: waarden op drijvende woonfunctie voor 1 juli 2012

Voor een drijvende woonfunctie is de waarde 5 dB(A) hoger dan de waarden, bedoeld in de artikelen 22.65, eerste lid, 22.66, eerste lid, 22.67, eerste lid en 22.68, eerste lid, als de locatie van de drijvende woonfunctie voor 1 juli 2012:

  • a.

    voor een woonschip was bestemd; of

  • b.

    in een gemeentelijke verordening is aangewezen om door een drijvende woonfunctie te worden ingenomen en:

    • 1.

      voor 1 juli 2022 voor een woonschip is bestemd; of

    • 2.

      de aanwezigheid van een woonschip voor 1 juli 2022 in dit omgevingsplan is toegelaten.

Artikel 22.71 Geluid: eerbiedigende werking
  • 1.

    Voor een activiteit waarop artikel 2.17a, derde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, van toepassing was, blijven het eerste en tweede lid van dat artikel gelden.

  • 2.

    Voor een activiteit waarop artikel 2.17a, zesde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, van toepassing was, blijft dat lid gelden.

Artikel 22.72 Geluid: buiten beschouwing laten van geluidbronnen
  • 1.

    Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in de artikelen 22.65 tot en met 22.71 en 22.73, blijft buiten beschouwing:

    • a.

      het geluid door de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval;

    • b.

      het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein;

    • c.

      het stemgeluid van bezoekers op het open terrein bij sport- of recreatieactiviteiten;

    • d.

      het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor het primair onderwijs, in de periode vanaf een uur voor aanvang van het onderwijs tot een uur na beëindiging van het onderwijs;

    • e.

      het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor kinderopvang;

    • f.

      het geluid voor het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of het bijwonen van godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten en lijkplechtigheden, en ook het geluid in verband met het houden van deze bijeenkomsten of plechtigheden;

    • g.

      het geluid van het traditioneel ten gehore brengen van muziek tijdens het hijsen en strijken van de nationale vlag bij zonsopkomst en zonsondergang op militaire terreinen;

    • h.

      het ten gehore brengen van muziek wegens het oefenen door militaire muziekkorpsen in de buitenlucht gedurende de dagperiode met een maximum van twee uur per week op militaire terreinen;

    • i.

      het ten gehore brengen van onversterkte muziek, behalve voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld; en

    • j.

      het traditioneel schieten, bedoeld in paragraaf 22.3.21, behalve voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld.

  • 2.

    Bij het bepalen van het maximale geluidniveau (LAmax), bedoeld in de artikelen 22.65 tot en met 22.69 en 22.71, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van:

    • a.

      het komen en gaan van bezoekers bij een activiteit waarvan horeca-, sport- of recreatieactiviteiten de kern vormen; of

    • b.

      het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan.

  • 3.

    De maximale geluidniveaus (LAmax), bedoeld in de artikelen 22.65 tot en met 22.71, zijn tussen 23.00 en 7.00 uur niet van toepassing op aandrijfgeluid van motorvoertuigen bij het laden en lossen als:

    • a.

      voor die activiteit het in die periode geldende maximale geluidniveau (LAmax) niet te bereiken is door het treffen van maatregelen; en

    • b.

      het niveau van het aandrijfgeluid op een afstand van 7,5 m van het motorvoertuig niet hoger is dan 65dB(A).

Artikel 22.73 Geluid: waar waarden gelden voor een activiteit op een gezoneerd industrieterrein

Als de activiteit wordt verricht op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld, gelden de waarden van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT), bedoeld in de artikelen 22.65, eerste lid, en 22.66, eerste lid ook op een afstand van 50 m vanaf de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht.

Artikel 22.74 Geluid: maatregelen of voorzieningen bij stomen van grond
  • 1.

    Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in de artikelen 22.65 tot en met 22.71, blijft het geluid veroorzaakt door het stomen van grond met een installatie van derden, buiten beschouwing.

  • 2.

    Bij het stomen van grond met een installatie van derden worden maatregelen of voorzieningen getroffen die betrekking hebben op:

    • a.

      de periode waarin het stomen van grond plaatsvindt;

    • b.

      de locatie waarop de installatie wordt opgesteld; en

    • c.

      het aanbrengen van geluidbeperkende voorzieningen op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.

Artikel 22.75 Geluid: festiviteiten

[Vervallen]

Artikel 22.76 Geluid: meet- en rekenbepalingen

Op het bepalen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) of het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in deze paragraaf, zijn de artikelen 6.6 en 6.7 van de Omgevingsregeling van toepassing.

Subparagraaf 22.3.4.3 Geluid door windturbines
Artikel 22.77 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, op een geluidgevoelig gebouw.

  • 2.

    Deze paragraaf is ook niet van toepassing voor zover het gaat om een windpark met 3 of meer windturbines.

Artikel 22.78 Geluid: waarden windturbines

Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine of windpark op een geluidgevoelig gebouw, ten hoogste 47 Lden en 41 Lnight.

Artikel 22.79 Registratie gegevens windturbines
  • 1.

    De volgende gegevens worden geregistreerd:

    • a.

      de emissieterm LE, bedoeld in onderdeel 3.1 van bijlage XXV bij de Omgevingsregeling, gebaseerd op de effectieve werking gedurende het afgelopen kalenderjaar; en

    • b.

      de voor de duur van een handhavingsmeting benodigde gegevens ter bepaling van de windsnelheid op ashoogte, bedoeld in paragraaf 1.6 van bijlage XXV bij de Omgevingsregeling.

  • 2.

    De gegevens worden gedurende vijf jaar bewaard.

Artikel 22.80 Geluid: meet- en rekenbepalingen

Op het bepalen van het geluid Lden of Lnight, bedoeld in artikel 22.76, is artikel 6.8 van de Omgevingsregeling van toepassing.

Subparagraaf 22.3.4.4 Geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen
Artikel 22.81 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op het geluid op een geluidgevoelig gebouw door het exploiteren van een in de buitenlucht of in een gebouw zonder gesloten afdekking of een gebouw met een open zijde gelegen:

    • a.

      civiele schietbaan waar met vuurwapens wordt geschoten; of

    • b.

      militaire schietbaan of militair springterrein op een militair terrein.

  • 2.

    Deze paragraaf is niet van toepassing op het traditioneel schieten door schutterijen of schuttersgilden.

Artikel 22.82 Geluid: waarden buitenschietbanen

Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit als bedoeld in artikel 22.81 op een geluidgevoelig gebouw ten hoogste 50 Bs,dan.

Artikel 22.83 Registratie gegevens buitenschietbanen
  • 1.

    De volgende gegevens worden geregistreerd:

    • a.

      dagelijks het aantal schoten of ontploffingen per wapentype, per dag-, avond- en nachtperiode, per baan; en

    • b.

      voor de duur van de handhavingsmeting, bedoeld in onderdeel 4.4.1 van bijlage XXVII bij de Omgevingsregeling, de gebruikte wapens en verschoten munitie.

  • 2.

    De gegevens worden gedurende vijf jaar bewaard.

Artikel 22.84 Geluid: meet- en rekenbepalingen

Op het bepalen van het geluid Bs,dan, bedoeld in artikel 22.82, is artikel 6.9 van de Omgevingsregeling van toepassing.

Paragraaf 22.3.5 Trillingen

Artikel 22.85 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op de trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit.

  • 2.

    Deze paragraaf is niet van toepassing op trillingen door een activiteit:

    • a.

      in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; en

    • b.

      in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar.

Artikel 22.86 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking

In afwijking van artikel 22.85, tweede lid, onder b, is deze paragraaf ook van toepassing op trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar:

  • a.

    in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

  • b.

    in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Artikel 22.87 Trillingen: meerdere activiteiten beschouwen als een activiteit

Onverminderd artikel 22.40 worden voor de toepassing van deze paragraaf als één activiteit beschouwd, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die:

  • a.

    rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of

  • b.

    elkaar functioneel ondersteunen.

Artikel 22.88 Trillingen: functionele binding

De waarden voor trillingen zijn niet van toepassing op trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit.

Artikel 22.89 Trillingen: voormalige functionele binding

Bij een agrarische activiteit zijn de waarden voor trillingen niet van toepassing in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat:

  • a.

    op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, of op grond van een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangevraagde omgevingsvergunning, behoort of heeft behoord tot die agrarische activiteit en door een derde bewoond mag worden; of

  • b.

    eerder functioneel verbonden was met die agrarische activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.85 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is bepaald dat de waarden voor trillingen niet van toepassing zijn.

Artikel 22.90 Trillingen: waarden voor continue trillingen
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van trillinghinder zijn de continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarde A1 trillingssterkte Vmax, bedoeld in tabel 22.3.9.

  • 2.

    Als niet voldaan wordt aan de waarde, bedoeld in het eerste lid, is de waarde van continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarden onder A2 trillingssterkte Vmax en A3 trillingssterkte Vper, bedoeld in tabel 22.3.9.

    Tabel 22.3.9 Waarde voor continue trillingen in trillinggevoelige ruimten

    Soort

    waarden

     

    07.00 – 23.00 uur

    23.00 – 07.00 uur

    A1 trillingssterkte Vmax

    0,1

    0,1

    A2 trillingssterkte Vmax

    0,4

    0,2

    A3 trillingssterkte Vper

    0,05

    0,05

Artikel 22.91 Trillingen: meet- en rekenbepalingen

Op het bepalen van de continue trillingen, bedoeld in deze paragraaf, is artikel 6.11 van de Omgevingsregeling van toepassing.

Paragraaf 22.3.6 Geur

Subparagraaf 22.3.6.1 Algemene bepalingen
Artikel 22.92 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.3 en artikel 22.235, niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar.

Artikel 22.93 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking
  • 1.

    In afwijking van artikel 22.92, tweede lid, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.3 en artikel 22.235, ook van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object dat voor een duur van niet meer dan tien jaar is toegelaten:

    • a.

      in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 2.

    In afwijking van artikel 22.92, eerste lid, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.3 en artikel 22.235, niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van:

    • a.

      het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Artikel 22.94 Geur: waar waarden en tot waar afstanden gelden

De waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.3 en artikel 22.235, voor de geur door een activiteit op een geurgevoelig object gelden:

  • a.

    als het gaat om een geurgevoelig object: op of tot de gevel;

  • b.

    als het gaat om een nieuw te bouwen geurgevoelig gebouw: op of tot de locatie waar een gevel mag komen; en

  • c.

    in afwijking van de onderdelen a en b, als het gaat om een woonschip of woonwagen: op of tot de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van het woonschip of de woonwagen.

Artikel 22.95 Geur: functionele binding

De waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.3 en artikel 22.235, zijn niet van toepassing als het geurgevoelig object een functionele binding heeft met de activiteit.

Artikel 22.96 Geur: voormalige functionele binding

Bij een activiteit zijn de waarden, bedoeld in paragraaf 22.3.6.2, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.3 en artikel 22.235, niet van toepassing op een geurgevoelig object dat:

  • a.

    op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, behoort of heeft behoord tot die activiteit en door een derde bewoond mag worden; of

  • b.

    eerder functioneel verbonden was met die activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.96 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is bepaald dat de waarden en afstanden voor geur niet van toepassing zijn.

Artikel 22.97 Geur: cumulatie

Bij de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.3 en artikel 22.235, is geen rekening gehouden met de cumulatie van geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen.

Subparagraaf 22.3.6.2 Geur houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony’s voor het berijden in een dierenverblijf
Artikel 22.98 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op het beginnen met of het wijzigen of uitbreiden van het in een dierenverblijf houden van:

    • a.

      landbouwhuisdieren; en

    • b.

      paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden.

  • 2.

    Deze paragraaf is niet van toepassing op het houden van minder dan 10 schapen, 5 paarden en pony’s, 10 geiten, 25 stuks pluimvee, 25 konijnen en 10 overige landbouwhuisdieren.

Artikel 22.99 Geur vanaf waar afstanden gelden

Een afstand als bedoeld in deze paragraaf geldt vanaf het emissiepunt van een dierenverblijf, bedoeld in artikel 4.806, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 22.100 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: waarden
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor de geur op een geurgevoelig object door de activiteit niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.10.

    Tabel 22.3.10 Waarde voor geur ouE/m3als 98-percentiel op een geurgevoelig object bij geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor

    Geurgevoelig object

    Waarde

    Gelegen binnen de bebouwde kom en buiten een concentratiegebied geurhinder en veehouderij

    2,0 ouE/m3

    Gelegen binnen de bebouwde kom en binnen een concentratiegebied geurhinder en veehouderij

    3,0 ouE/m3

    Gelegen buiten de bebouwde kom en buiten een concentratiegebied geurhinder en veehouderij

    8,0 ouE/m3

    Gelegen buiten de bebouwde kom en binnen een concentratiegebied geurhinder en veehouderij

    14,0 ouE/m3

  • 2.

    Op het berekenen van de geur, bedoeld in het eerste lid, is artikel 6.14 van de Omgevingsregeling van toepassing.

Artikel 22.101 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: eerbiedigende werking bij waarden
  • 1.

    Als onmiddellijk voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet de geur op een locatie rechtmatig meer bedraagt dan de waarde, bedoeld in artikel 22.100, eerste lid, mag, in afwijking van artikel 22.100, bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor:

    • a.

      het aantal landbouwhuisdieren met geuremissiefactor per diercategorie niet toenemen, en

    • b.

      de geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor op die locatie niet toenemen.

  • 2.

    Voor gevallen als bedoeld in het eerste lid mag het aantal landbouwhuisdieren van een of meer diercategorieën met geuremissiefactor alleen toenemen als:

    • a.

      een geurbelastingreducerende maatregel wordt getroffen; en

    • b.

      de totale geur na het uitbreiden niet meer bedraagt dan het gemiddelde van de waarde, bedoeld in artikel 22.98, en de waarde van de geur die de activiteit onmiddellijk voorafgaand aan het treffen van de maatregel rechtmatig mocht veroorzaken.

Artikel 22.102 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: afstand tot bijzondere geurgevoelige objecten

Artikel 22.100, eerste lid, is niet van toepassing bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor, als de afstand op een locatie gelijk of groter is dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.11, tot de volgende geurgevoelige objecten:

  • a.

    een geurgevoelig object dat een functionele binding heeft met een dierenverblijf in de directe omgeving daarvan;

  • b.

    een geurgevoelig object dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden een functionele binding te hebben met een dierenverblijf in de directe omgeving daarvan;

  • c.

    een geurgevoelig object met een woonfunctie dat op of na 19 maart 2000 is gebouwd:

    • 1.

      op een locatie die op dat tijdstip werd gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf;

    • 2.

      in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van het dierenverblijf; en

    • 3.

      in samenhang met de sloop van een dierenverblijf of bedrijfsgebouw dat onderdeel heeft uitgemaakt van een gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren of voor functioneel ondersteunende activiteiten; en

  • d.

    een geurgevoelig object dat aanwezig is op een locatie waar een geurgevoelig object met een woonfunctie als bedoeld onder c is gebouwd.

Tabel 22.3.11 Afstand tot een geurgevoelig object met functionele binding of geen functionele binding meer op of na 19 maart 2000 en ruimte-voor-ruimtewoning bij geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor

Geurgevoelig object met functionele binding of functionele binding tot 19 maart 2000

Afstand

Gelegen binnen de bebouwde kom

100 m

Gelegen buiten de bebouwde kom

50 m

Artikel 22.103 Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s voor het berijden: afstand

Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is bij het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, de afstand tot een geurgevoelig object, niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.12.

Tabel 22.3.12 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden

Geurgevoelig object

Afstand

Gelegen binnen de bebouwde kom

100 m

Gelegen buiten de bebouwde kom

50 m

Artikel 22.104 Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s voor het berijden: eerbiedigende werking voor afstand
  • 1.

    Artikel 22.103 is niet van toepassing als op een locatie waarop onmiddellijk voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet rechtmatig niet wordt voldaan aan de afstand, bedoeld in dat artikel.

  • 2.

    In een geval als bedoeld in het eerste lid mag het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie zonder geuremissiefactor of het aantal paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, niet toenemen en de afstand tot een geurgevoelig object niet afnemen.

Artikel 22.105 Geur landbouwhuisdieren en paarden of pony’s voor het berijden: afstand vanaf de gevel dierenverblijf
  • 1.

    Onverminderd de artikelen 22.100 tot en met 22.104 is bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor of zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, de afstand niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.13.

    Tabel 22.3.13 Afstand gevel dierenverblijf tot een geurgevoelig object bij geur door het houden van landbouwhuisdieren of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden

    Geurgevoelig object

    Afstand

    Gelegen binnen de bebouwde kom

    50 m

    Gelegen buiten de bebouwde kom

    25 m

  • 2.

    In afwijking van artikel 22.99 geldt de afstand, bedoeld in het eerste lid, vanaf de gevel van een dierenverblijf.

Artikel 22.106 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: eerbiedigende werking voor afstand vanaf gevel dierenverblijf

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor op een locatie rechtmatig niet wordt voldaan aan de afstand, bedoeld in artikel 22.105, mag, in afwijking van dat artikel, bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor:

  • a.

    die afstand niet afnemen;

  • b.

    de geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor op een geurgevoelig object niet toenemen; en

  • c.

    het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie met geuremissiefactor niet toenemen.

Artikel 22.107 Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor en paarden en pony’s voor het berijden: eerbiedigende werking voor afstand vanaf gevel dierenverblijf

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden of pony’s die gehouden worden voor het berijden, op een locatie rechtmatig niet wordt voldaan aan de afstand, bedoeld in artikel 22.105, eerste lid, mag, in afwijking van dat artikel, bij het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden:

  • a.

    die afstand niet afnemen; en

  • b.

    het aantal landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of het aantal paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, niet toenemen.

Subparagraaf 22.3.6.3 Geur door andere agrarische activiteiten
Artikel 22.108 Geur opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie: afstand
  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op het opslaan van:

    • a.

      vaste mest die afkomstig is van landbouwhuisdieren of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden;

    • b.

      champost; of

    • c.

      dikke fractie.

  • 2.

    Dit artikel is niet van toepassing op:

    • a.

      het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie met een totaal volume van 3 m3 of minder;

    • b.

      het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie korter dan twee weken op een plek; en

    • c.

      het opslaan van meer dan 600 m3 vaste mest.

  • 3.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie vanaf het dichtstbijzijnde punt van de opslagplaats tot een geurgevoelig object niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.14.

    Tabel 22.3.14 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie

    Opslaan van vaste mest, champost en dikke fractie

    Afstand

    Geurgevoelig object gelegen binnen de bebouwde kom

    100 m

    Geurgevoelig object gelegen buiten de bebouwde kom

    50 m

Artikel 22.109 Geur opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong: afstand
  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong met een totaal volume van meer dan 3 m3.

  • 2.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong vanaf het dichtstbijzijnde punt van de opslagplaats tot een geurgevoelig object niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.15.

    Tabel 22.3.15 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong

    Opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong

    Afstand

    Geurgevoelig object gelegen binnen de bebouwde kom

    100 m

    Geurgevoelig object gelegen buiten de bebouwde kom

    50 m

Artikel 22.110 Geur opslaan kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen: afstand
  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op het opslaan van:

    • a.

      kuilvoer met een totaal volume van meer dan 3 m3; en

    • b.

      vaste bijvoedermiddelen met een totaal volume van meer dan 3 m3.

  • 2.

    Dit artikel is niet van toepassing op in plasticfolie verpakte veevoederbalen.

  • 3.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen vanaf het dichtstbijzijnde punt van de opslagplaats tot een geurgevoelig object, niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.16.

    Tabel 22.3.16 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen

    Opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen

    Afstand

    Niet afgedekt opslaan

    50 m

    Afgedekt opslaan

    25 m

Artikel 22.111 Geur opslaan drijfmest, digestaat en dunne fractie: afstand
  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een of meer mestbassins met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 750 m2 of een gezamenlijke inhoud van ten hoogste 2.500 m3.

  • 2.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin vanaf het dichtstbijzijnde punt van het mestbassin tot een geurgevoelig object niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.17.

    Tabel 22.3.17 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin

    Opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin

    Afstand tot geurgevoelig gevoelig object

     

    Zonder functionele binding met dierenverblijf in directe omgeving

    Met functionele binding met dierenverblijf in directe omgeving

    Gezamenlijke oppervlakte minder dan 350 m2

    50 m

    25 m

    Gezamenlijke oppervlakte 350 m2 tot en met 750 m2

    100 m

    50 m

Artikel 22.112 Geur voorziening biologisch behandelen dierlijke meststoffen voor of na vergisten: afstand
  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op het exploiteren van een voorziening voor het biologisch behandelen van dierlijke meststoffen voor of na het vergisten van dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 4.864 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

  • 2.

    Dit artikel is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

  • 3.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand vanaf het dichtstbijzijnde punt van de voorziening voor het biologisch behandelen van dierlijke meststoffen voor of na het vergisten tot een geurgevoelig object niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.18.

    Tabel 22.3.18 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door een voorziening voor het biologisch behandelen van dierlijke meststoffen voor of na het vergisten

    Voorziening voor het biologisch behandelen van dierlijke meststoffen voor of na het vergisten

    Afstand

    Geurgevoelig object, gelegen binnen de bebouwde kom

    100 m

    Geurgevoelig object, gelegen buiten de bebouwde kom

    50 m

Artikel 22.113 Geur composteren of opslaan van groenafval: afstand
  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op het composteren of opslaan van groenafval met een volume van 3 m3 tot en met 600 m3.

  • 2.

    Dit artikel is niet van toepassing op groenafval dat een gevaarlijke afvalstof of gebruikt substraatmateriaal is.

  • 3.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand vanaf het dichtstbijzijnde punt van de composteringshoop of de opslagplaats voor groenafval tot een geurgevoelig object niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.19.

    Tabel 22.3.19 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het composteren of opslaan van groenafval

    Composteren of opslaan van groenafval

    Afstand

    Geurgevoelig object, gelegen binnen de bebouwde kom

    100 m

    Geurgevoelig object, gelegen buiten de bebouwde kom

    50 m

Artikel 22.114 Geur overige agrarische activiteiten: eerbiedigende werking
  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie, bedoeld in artikel 22.108, het opslaan van substraatmateriaal van plantaardige oorsprong, bedoeld in artikel 22.113, het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen, bedoeld in artikel 22.110, en het composteren of opslaan van groenafval, bedoeld in artikel 22.113, als:

    • a.

      het opslaan al voor 1 januari 2013 plaatsvond;

    • b.

      de afstand tussen een activiteit en een geurgevoelig object op 1 januari 2013 rechtmatig kleiner was dan de afstand, bedoeld in artikel 22.108, derde lid, 22.109, tweede lid, 22.110, derde lid, of 22.113, derde lid; en

    • c.

      verplaatsing van de opslagplaats of composteringshoop redelijkerwijs niet kan worden gevergd.

  • 2.

    Dit artikel is ook van toepassing op het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een of meer mestbassins, bedoeld in artikel 22.111, eerste lid, als:

    • a.

      de afstand tussen de activiteit, bedoeld in artikel 22.111, eerste lid, en een geurgevoelig object op 1 januari 2013 rechtmatig kleiner was dan de afstand, bedoeld in artikel 22.111, tweede lid;

    • b.

      het mestbassin voor 1 januari 2013 is opgericht; en

    • c.

      verplaatsing van het mestbassin redelijkerwijs niet kan worden gevergd.

  • 3.

    In een geval als bedoeld in het eerste of tweede lid is artikel 22.108, derde lid, 22.109, tweede lid, 22.110, derde lid, 22.111, tweede lid, of 22.113, derde lid, niet van toepassing en neemt de afstand tot een geurgevoelig object niet af.

Subparagraaf 22.3.6.4 Geur door het exploiteren van zuiveringtechnische werken
Artikel 22.115 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk, bedoeld in artikel 3.173 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 22.116 Geur zuiveringtechnisch werk: waarde
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de geur op een geurgevoelig object niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.20.

    Tabel 22.3.20 Waarde voor geur ouE/m3als 98-percentiel door een zuiveringtechnisch werk op een geurgevoelig object

    Activiteit

    Geurgevoelig object

    Grenswaarde

    Het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk

    Gelegen binnen de bebouwde kom, anders dan op een gezoneerd industrieterrein, een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld of een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein

    0,5 ouE/m3

    Gelegen:

    – op een gezoneerd industrieterrein;

    – op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;

    – op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein, of

    – buiten de bebouwde kom

    1 ouE/m3

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid is de geur op een geurgevoelig object door het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk dat is opgericht voor 1 februari 1996 en waarvoor op 1 februari 1996 een vergunning op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer in werking en onherroepelijk was, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.21.

    Tabel 22.3.21 Waarde voor geur ouE/m3als 98-percentiel door een zuiveringtechnisch werk opgericht voor 1 februari 1996 op een geurgevoelig object

    Activiteit

    Geurgevoelig object

    Grenswaarde

    Het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk, opgericht voor 1 februari 1996

    Gelegen binnen de bebouwde kom, anders dan op een gezoneerd industrieterrein, een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld of een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein

    1,5 ouE/m3

    Gelegen:

    – op een gezoneerd industrieterrein;

    – op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;

    – op een Activiteitenbesluit- bedrijventerrein, of

    – buiten de bebouwde kom

    3,5 ouE/m3

  • 3.

    Op het berekenen van de geur is artikel 6.13 van de Omgevingsregeling van toepassing.

Artikel 22.117 Geur zuiveringtechnisch werk: geen waarde bij specifieke geurgevoelige objecten

De waarden, bedoeld in artikel 22.116, eerste lid, zijn niet van toepassing op de geur door het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk waarvoor tot 1 januari 2011 een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking en onherroepelijk was, op geurgevoelige objecten die:

  • a.

    op het moment van verlening van de vergunning niet aanwezig waren en voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn gebouwd; of

  • b.

    in de vergunning niet als geurgevoelig werden beschouwd.

Artikel 22.118 Geur zuiveringtechnisch werk: eerbiedigende werking

Bij het wijzigen van een zuiveringtechnisch werk als bedoeld in de artikelen 22.116, tweede lid, en 22.117, is de waarde van de geur op een geurgevoelig object als gevolg van dat zuiveringtechnisch werk niet hoger dan de waarde voor geur op een geurgevoelig object, voorafgaand aan de verandering, tenzij de waarden, bedoeld in artikel 22.116, eerste lid, niet worden overschreden.

Paragraaf 22.3.7 Bodembeheer

Subparagraaf 22.3.7.1 Nazorg na saneren van de bodem
Artikel 22.119 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van nazorg als saneren van de bodem heeft plaatsgevonden op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, dit omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift.

Artikel 22.120 Nazorg na afloop van saneren van de bodem
  • 1.

    De eigenaar, erfpachter of gebruiker van een locatie treft de noodzakelijke maatregelen gericht op het voor onbepaalde tijd in stand houden en onderhouden of vervangen van een afdeklaag.

  • 2.

    Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor tijdelijke beschermingsmaatregelen die de bron van verontreiniging niet wegnemen maar blootstelling aan de verontreiniging voorkomen in verband met een toevalsvondst als bedoeld in artikel 19.9a van de Omgevingswet.

Subparagraaf 22.3.7.2 Kleinschalig graven boven de interventiewaarde bodemkwaliteit
Artikel 22.121 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op het graven in de bodem waarbij het bodemvolume waarin wordt gegraven kleiner dan of gelijk is aan 25 m3 en sprake is van:

    • a.

      locaties waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking is verleend als bedoeld in artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is; of

    • b.

      locaties of gebieden waar de bodem diffuus is verontreinigd tot boven de interventiewaarde bodemkwaliteit zoals dat blijkt uit:

      • 1.

        een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder b, van de Omgevingswet; of

      • 2.

        een bodemkwaliteitskaart vastgesteld op grond van artikel 25c, derde lid van het Besluit bodemkwaliteit.

  • 2.

    Graven in de bodem als bedoeld in het eerste lid omvat ook:

    • a.

      het zeven van de uitkomende grond op dezelfde locatie;

    • b.

      het tijdelijk opslaan van grond; en

    • c.

      het terugplaatsen van grond na afloop van tijdelijk uitnemen.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing op het graven in de waterbodem.

Artikel 22.122 Gegevens en bescheiden: voor het begin van de activiteit
  • 1.

    Ten minste een week voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 22.121, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit; en

    • c.

      de verwachte duur ervan.

  • 2.

    Onverwijld na het wijzigen van de begrenzing of de verwachte datum van het begin van de activiteit worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing:

    • a.

      als het alleen gaat om het tijdelijk uitnemen van grond; of

    • b.

      op het graven in de bodem in verband met een spoedreparatie van vitale ondergrondse infrastructuur.

Artikel 22.123 Bodem en afval: tijdelijke opslag van vrijkomende grond

Met het oog op het beschermen van de gezondheid, het beschermen van de kwaliteit van de bodem en het doelmatig beheer van afvalstoffen wordt grond die bij het graven is vrijgekomen niet langer dan acht weken na beëindiging van het graven in de directe nabijheid van de ontgravingslocatie opgeslagen.

Artikel 22.124 Bodem en afval: milieukundige begeleiding bij kleinschalig graven

Met het oog op het beschermen van de gezondheid, het beschermen van de kwaliteit van de bodem en het doelmatig beheer van afvalstoffen, wordt de activiteit milieukundig begeleid volgens BRL SIKB 6000 als het graven plaatsvindt op een locatie waar een afdeklaag is aangebracht als saneringsaanpak en de ontgraving dieper reikt dan deze afdeklaag.

Subparagraaf 22.3.7.3 Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico
Artikel 22.125 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op een activiteit op een locatie waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.

Artikel 22.126 Bodem: mitigerende maatregelen

Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 22.125, verricht, neemt in het belang van bescherming van de bodem maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of te beperken of, als dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht, ongedaan te maken.

Paragraaf 22.3.8 Afvalwaterbeheer

Subparagraaf 22.3.8.1 Lozen van grondwater bij sanering of ontwatering
Artikel 22.127 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van grondwater afkomstig van:

  • a.

    een bodemsanering of grondwatersanering;

  • b.

    een onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering; en

  • c.

    ontwatering.

Artikel 22.128 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 22.127, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de aard en omvang van de lozing; en

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

  • 3.

    Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering, als:

    • a.

      het lozen niet langer dan 48 uur duurt; of

    • b.

      het lozen plaatsvindt bij wonen.

  • 4.

    In afwijking van het eerste en tweede lid worden de gegevens en bescheiden ten minste vijf werkdagen voor het begin van het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering verstrekt, als het lozen langer duurt dan 48 uur maar niet langer dan 8 weken.

Artikel 22.129 Lozen van grondwater bij saneringen
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering, worden geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.

  • 2.

    Voor het lozen van dat grondwater op of in de bodem zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, gemeten in een steekmonster.

  • 3.

    Voor het lozen van dat grondwater in een schoonwaterriool zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 22.3.22, gemeten in een steekmonster.

  • 4.

    Dat grondwater wordt niet geloosd in een vuilwaterriool.

    Tabel 22.3.22 Emissiegrenswaarden

    Stof

    Emissiegrenswaarden in μg/l of mg/l

    Naftaleen

    0,2 μg/l

    PAK’s

    1 μg/l

    BTEX

    50 μg/l

    Vluchtige organohalogeen-verbindingen uitgedrukt als chloor

    20 μg/l

    Aromatische organohalogeen-verbindingen

    20 μg/l

    Minerale olie

    500 μg/l

    Cadmium

    4 μg/l

    Kwik

    1 μg/l

    Koper

    11 μg/l

    Nikkel

    41 μg/l

    Lood

    53 μg/l

    Zink

    120 μg/l

    Chroom

    24 μg/l

    Onopgeloste stoffen

    50 mg/l

Artikel 22.130 Lozen van grondwater bij ontwatering
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater bij ontwatering, dat niet afkomstig is van een bodemsanering, een grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een bodemsanering of grondwatersanering en dat geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is, worden geloosd op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.

  • 2.

    Voor het lozen van dat grondwater in een schoonwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 50 mg/l en voor ijzer 5 mg/l, gemeten in een steekmonster.

  • 3.

    Voor het lozen van dat grondwater in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l.

  • 4.

    Het lozen van dat grondwater in een vuilwaterriool duurt niet langer dan 8 weken en de geloosde hoeveelheid is ten hoogste 5 m3/u.

  • 5.

    Het tweede tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering bij wonen.

Artikel 22.131 Meet- en rekenbepalingen
  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

  • 3.

    Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing:

    • a.

      voor BTEX: NEN-EN-ISO 15680;

    • b.

      voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993;

    • c.

      voor tetrachlooretheen, trichlooretheen, 1,2-dichlooretheen, 1,1,1-trichloorethaan, vinylchloride, de som van de vijf hiervoor genoemde stoffen, monochloorbenzeen, dichloorbenzeen, trichloorbenzenen: NEN-EN-ISO 10301 of NEN-EN-ISO 15680, waarbij voor vinylchloride enkel NEN-EN-ISO 15680 gebruikt kan worden;

    • d.

      voor minerale olie: NEN-EN-ISO 9377-2;

    • e.

      voor cadmium, koper, nikkel, lood, zink en chroom: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 11885, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2;

    • f.

      voor kwik: NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 12846 of NEN-EN-ISO 17852, waarbij kwik wordt ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2;

    • g.

      voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872;

    • h.

      voor chloride: NEN-EN-ISO 15682;

    • i.

      voor cyaniden totaal: NEN-EN-ISO 14403-1 en NEN-EN-ISO 14403-2;

    • j.

      voor ammonium, nitraat, totaal-fosfaat en sulfaat: NEN-ISO 15923-1;

    • k.

      voor fluoride: NEN 6589 of NEN 6578;

    • l.

      voor endosulfan, α-HCH, y-HCH (lindaan), DDT (incl. DDD en DDE), aldrin, dieldrin, endrin, hexachloorbutadieen en hexachloorbenzeen: NEN-EN 16693;

    • m.

      voor dichloorpropeen: NEN-EN-ISO 15680;

    • n.

      voor mecoprop: NEN-EN-ISO 15913;

    • o.

      voor trichloorfenolen, tetrachloorfenol, dichloorfenolen en pentachloorfenol: NEN-EN 12673;

    • p.

      voor minerale olie: NEN-EN-ISO 9377-2;

    • q.

      voor anthraceen, fenanthreen, chryseen, fluorantheen, benzo(a)anthraceen, benzo(k)fluorantheen, benzo(a)pyreen, benzo(ghi)peryleen en indeno(l23cd)pyreen: NEN-EN-ISO 17993;

    • r.

      voor trihalomethanen (THM): ISO 11423-1;

    • s.

      voor adsorbeerbare organische halogeenverbindingen (AOX): NEN-EN-ISO 9562;

    • t.

      voor de zuurgraad (pH): NEN-EN-ISO 10523; en

    • u.

      voor ijzerverbindingen: NEN-EN-ISO 17294-2.

Subparagraaf 22.3.8.2 Lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening
Artikel 22.132 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvloeiend hemelwater dat:

  • a.

    niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening;

  • b.

    geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en

  • c.

    geen afvalwater van een kas als bedoeld in paragraaf 4.78 van dat besluit is.

Artikel 22.133 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Ten minste zes maanden voor de voorgenomen aanleg van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de aard en omvang van de lozing van afvloeiend hemelwater; en

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste zes maanden voor het veranderen van het lozen door een reconstructie of ingrijpende wijziging van die wegen of daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 22.134 Lozen van afvloeiend hemelwater
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvloeiend hemelwater worden geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.

  • 2.

    Afvloeiend hemelwater wordt alleen in een vuilwaterriool geloosd als het lozen op of in de bodem, in een schoonwaterriool of op een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is.

  • 3.

    Het tweede lid is niet van toepassing op het lozen van afvloeiend hemelwater dat:

    • a.

      afkomstig is van wonen; of

    • b.

      al plaatsvond voordat het Activiteitenbesluit milieubeheer of het Besluit lozen buiten inrichtingen op de lozing van toepassing werd.

  • 4.

    In afwijking van het eerste lid wordt afvloeiend hemelwater afkomstig van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen, alleen in een schoonwaterriool geloosd als lozen op of in de bodem redelijkerwijs niet mogelijk is.

  • 5.

    Bij het lozen vanuit een pompkelder van een tunnel of een verdiept weggedeelte is, als dat redelijkerwijs mogelijk is, een voorziening aanwezig om, in afwijking van het vierde lid, het meest vervuilde hemelwater in een vuilwaterriool te lozen.

Subparagraaf 22.3.8.3 Lozen van huishoudelijk afvalwater
Artikel 22.135 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van huishoudelijk afvalwater.

Artikel 22.136 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 22.138, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      het aantal inwonerequivalenten dat wordt geloosd;

    • b.

      de wijze van behandeling van het afvalwater; en

    • c.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

  • 3.

    Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater:

    • a.

      vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of

    • b.

      op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.

Artikel 22.137 Geen voedselvermaling

Huishoudelijk afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen in een huishouden en daarmee samenhangende activiteiten, dat afvalstoffen bevat die door versnijdende of vermalende apparatuur zijn versneden of vermalen, wordt niet geloosd.

Artikel 22.138 Lozen van huishoudelijk afvalwater
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt huishoudelijk afvalwater alleen op of in de bodem geloosd als het lozen plaatsvindt buiten een bebouwde kom of binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater wordt geloosd met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten meer bedraagt dan:

    • a.

      40 m bij niet meer dan 10 inwonerequivalenten;

    • b.

      100 m bij meer dan 10 maar minder dan 25 inwonerequivalenten;

    • c.

      600 m bij 25 of meer inwonerequivalenten maar minder dan 50 inwonerequivalenten;

    • d.

      1.500 m bij 50 of meer inwonerequivalenten maar minder dan 100 inwonerequivalenten; en

    • e.

      3.000 m bij 100 of meer inwonerequivalenten.

  • 2.

    De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend:

    • a.

      vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het huishoudelijk afvalwater vrijkomt; en

    • b.

      langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid, aanhef en onder a, wordt de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk bij voortzetting van het lozen van huishoudelijk afvalwater op of in de bodem dat voor 1 juli 1990 al plaatsvond, berekend vanaf het gedeelte van het gebouw dat zich het dichtst bij een vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk bevindt.

  • 4.

    In afwijking van het eerste lid kan huishoudelijk afvalwater in de bodem worden geloosd:

    • a.

      vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of

    • b.

      op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.

Artikel 22.139 Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt huishoudelijk afvalwater dat wordt geloosd op of in de bodem, geleid via een zuiveringsvoorziening.

  • 2.

    Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 22.3.23.

    Tabel 22.3.23 Emissiegrenswaarden

    Stof

    Emissiegrenswaarden in mg/l

     

    Representatief etmaalmonster

    Steekmonster

    Biochemisch zuurstofverbruik

    30 mg/l

    60 mg/l

    Chemisch zuurstofverbruik

    150 mg/l

    300 mg/l

    Onopgeloste stoffen

    30 mg/l

    60 mg/l

  • 3.

    Als het huishoudelijk afvalwater minder dan zes inwonerequivalenten bevat kan het, in afwijking van het tweede lid, voor vermenging met ander afvalwater worden geleid door een septictank:

    • a.

      met een nominale inhoud van 6 m3 of meer, volgens NEN-EN 12566-1, en met een hydraulisch rendement van niet meer dan 10 g, volgens annex B van NEN-EN 12566-1; of

    • b.

      die is geplaatst voor 1 januari 2009 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.

  • 4.

    Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater:

    • a.

      vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of

    • b.

      op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.

Artikel 22.140 Meet- en rekenbepalingen
  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

  • 3.

    Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing:

    • a.

      voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO 5815-1/2; en

    • b.

      voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705.

Subparagraaf 22.3.8.4 Lozen van koelwater
Artikel 22.141 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van koelwater dat niet afkomstig is van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 22.142 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 22.141, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de maximale warmtevracht; en

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 22.143 Koelwater
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan koelwater worden geloosd in schoonwaterriool.

  • 2.

    Koelwater wordt alleen in een vuilwaterriool geloosd als het lozen in een schoonwaterriool of op een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is.

  • 3.

    Aan het te lozen koelwater worden geen chemicaliën toegevoegd.

Subparagraaf 22.3.8.5 Lozen bij onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken
Artikel 22.144 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van reinigingswerkzaamheden, conserveringswerkzaamheden of andere onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken.

Artikel 22.145 Periodiek reinigen

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt afvalwater afkomstig van reinigingswerkzaamheden, conserveringswerkzaamheden of andere onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken niet in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater of op of in de bodem geloosd, tenzij het gaat om afvalwater afkomstig van reinigingswerkzaamheden die periodiek worden uitgevoerd en waarbij alleen vuilafzetting wordt verwijderd.

Subparagraaf 22.3.8.6 Lozen bij opslaan en overslaan van goederen
Artikel 22.146 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van het opslaan en overslaan van goederen.

Artikel 22.147 Inerte goederen

Voor de toepassing van deze paragraaf worden in ieder geval de volgende goederen als inerte goederen beschouwd, voor zover deze niet verontreinigd zijn:

  • a.

    bouwstoffen als bedoeld in paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving;

  • b.

    grond en baggerspecie als bedoeld in paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving;

  • c.

    A-hout en ongeshredderd B-hout;

  • d.

    snoeihout;

  • e.

    banden van voertuigen;

  • f.

    autowrakken bij een autodemontagebedrijf waaruit alle vloeistoffen zijn afgetapt en wrakken van tweewielige motorvoertuigen bij een demontagebedrijf voor tweewielige motorvoertuigen waaruit alle vloeistoffen zijn afgetapt;

  • g.

    straatmeubilair;

  • h.

    tuinmeubilair;

  • i.

    aluminium, ijzer en roestvrij staal;

  • j.

    kunststof anders dan lege, ongereinigde verpakkingen van voedingsmiddelen, smeerolie, verf, lak of drukinkt, gewasbeschermingsmiddelen, biociden of gevaarlijke stoffen;

  • k.

    kunststofgeïsoleerde kabels anders dan oliedrukkabels, gepantserde papier-loodkabels en papiergeïsoleerde grondkabels;

  • l.

    papier en karton;

  • m.

    textiel en tapijt; en

  • n.

    vlakglas.

Artikel 22.148 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 22.146, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de opgeslagen goederen; en

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

  • 3.

    Dit artikel is niet van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van wonen.

Artikel 22.149 Lozen bij opslaan van inerte goederen
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat in contact is geweest met opgeslagen inerte goederen, worden geloosd op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.

  • 2.

    Dat afvalwater wordt alleen in een vuilwaterriool geloosd, als het lozen op of in de bodem, op een oppervlaktewaterlichaam of in een schoonwaterriool redelijkerwijs niet mogelijk is.

  • 3.

    Voor het lozen van dat afvalwater in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een steekmonster.

  • 4.

    Als de opgeslagen inerte goederen worden bevochtigd, wordt afvalwater dat met opgeslagen goederen in contact is geweest, zoveel mogelijk voor dit bevochtigen gebruikt.

  • 5.

    Het tweede tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van wonen.

Artikel 22.150 Meet- en rekenbepalingen
  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

  • 3.

    Op het analyseren van onopgeloste stoffen is NEN-EN 872 van toepassing.

Artikel 22.151 Uitzondering voorgeschreven lozingsroute bij opslaan van lekkende, uitlogende en vermestende goederen

Als in de waterschapsverordening een andere lozingsroute is toegestaan, wordt, in afwijking van artikel 4.1057, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, het te lozen afvalwater, bedoeld in dat artikel, geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.

Subparagraaf 22.3.8.7 Lozen vanuit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater
Artikel 22.152 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig uit:

  • a.

    een openbaar ontwateringsstelsel of een openbaar hemelwaterstelsel; en

  • b.

    een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet.

Artikel 22.153 Lozen vanuit openbaar hemelwaterstelsel en openbaar ontwateringsstelsel

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan het afvalwater afkomstig uit een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar ontwateringsstelsel worden geloosd op of in de bodem, als dat stelsel voorkomt op het in het gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk rioleringsprogramma opgenomen overzicht van voorzieningen en maatregelen als bedoeld in artikel 2.16, eerste lid, onder a, onder 1° en 2°, van de Omgevingswet, en dat stelsel volgens dat plan of programma is uitgevoerd en wordt beheerd.

Artikel 22.154 Lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan huishoudelijk afvalwater afkomstig uit een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet, worden geloosd op of in de bodem, als dat systeem voorkomt op het in het gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk rioleringsprogramma opgenomen overzicht van die systemen en volgens dat plan of programma is uitgevoerd en wordt beheerd.

Subparagraaf 22.3.8.8 Lozen bij schoonmaken drinkwaterleidingen
Artikel 22.155 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van het schoonmaken en in gebruik nemen van middelen voor het opslaan, transporteren en distribueren van drinkwater of warm tapwater als bedoeld in artikel 1 van de Drinkwaterwet of van huishoudwater als bedoeld in artikel 1 van het Drinkwaterbesluit.

Artikel 22.156 Schoonmaken drinkwaterleidingen
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij het schoonmaken en in gebruik nemen van de middelen voor opslag, transport en distributie van drinkwater of warm tapwater, worden geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.

  • 2.

    Dat afvalwater wordt alleen in een vuilwaterriool geloosd als het lozen op of in de bodem, op een oppervlaktewaterlichaam of in een schoonwaterriool redelijkerwijs niet mogelijk is.

  • 3.

    Bij het lozen op of in de bodem ontstaat geen wateroverlast.

  • 4.

    Aan het water dat wordt gebruikt voor het schoonmaken en dat wordt geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool worden geen chemicaliën toegevoegd.

Subparagraaf 22.3.8.9 Lozen bij calamiteitenoefeningen
Artikel 22.157 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater dat vrijkomt bij een calamiteitenoefening.

  • 2.

    Het eerste lid geldt niet voor het lozen van afvalwater afkomstig van een permanente voorziening voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken, bedoeld in artikel 3.259 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 22.158 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 22.157, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de aard en omvang van de activiteit; en

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 22.159 Lozen bij calamiteitenoefeningen

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij een calamiteitenoefening worden geloosd op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.

Paragraaf 22.3.9 Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen

Artikel 22.160 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van het telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen, als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat.

Artikel 22.161 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van het lozen, bedoeld in de artikelen 22.164 en 22.165, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de aard en omvang van de lozing;

    • b.

      de plaats van de lozingspunten; en

    • c.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 22.162 Recirculatie bij grondgebonden teelt in een kas

In afwijking van artikel 4.791l van het Besluit activiteiten leefomgeving hoeft bij het lozen van drainagewater afkomstig van het telen van gewassen in een kas die op materiaal groeien dat in verbinding staat met de ondergrond geen recirculatiesysteem aanwezig en in gebruik te zijn, als hergebruik van drainagewater niet doelmatig is en het lozen is aangevangen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Artikel 22.163 Lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen
  • 1.

    In afwijking van artikel 4.761, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt te lozen afvalwater afkomstig van het spoelen van biologisch geteelde gewassen, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden of geloosd in een vuilwaterriool.

  • 2.

    Voor het lozen van dat afvalwater in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een steekmonster.

  • 3.

    Als in de waterschapsverordening een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater, bedoeld in het eerste lid, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden, geloosd in een vuilwaterriool of geloosd via die andere route.

Artikel 22.164 Lozen bij sorteren van biologisch geteeld fruit
  • 1.

    In afwijking van artikel 4.773, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt te lozen afvalwater afkomstig van het sorteren van biologisch geteeld fruit, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden of geloosd in een vuilwaterriool.

  • 2.

    Voor het lozen van dat afvalwater in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een steekmonster.

  • 3.

    Als in de waterschapsverordening een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater, bedoeld in het eerste lid, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden, geloosd in een vuilwaterriool of geloosd via die andere lozingsroute.

Artikel 22.165 Uitzondering voorgeschreven lozingsroute afvalwater uit een gebouw

Als in de waterschapsverordening een andere lozingsroute is toegestaan, wordt, in afwijking van artikel 4.795, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, het te lozen afvalwater, bedoeld in dat artikel, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden of geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.

Artikel 22.166 Meet- en rekenbepalingen
  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

  • 3.

    Op het analyseren van onopgeloste stoffen is NEN-EN 872 van toepassing.

Paragraaf 22.3.10 Lozen bij maken van betonmortel

Artikel 22.167 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van het reinigen van installaties en voorzieningen voor het maken van betonmortel en het inwendig reinigen van voertuigen waarin betonmortel is vervoerd, als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat.

Artikel 22.168 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.167 worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de lozingsroute;

    • b.

      de aard en omvang van de lozing; en

    • c.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 22.169 Water
  • 1.

    In aanvulling op artikel 4.140, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan te lozen afvalwater afkomstig van het reinigen van installaties en voorzieningen voor het maken van betonmortel en het inwendig reinigen van voertuigen waarin betonmortel is vervoerd, ook worden geloosd in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.

  • 2.

    Voor het lozen van dat afvalwater in een schoonwaterriool zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 22.3.24, gemeten in een steekmonster.

    Tabel 22.3.24 Emissiegrenswaarden

    Stof

    Emissiegrenswaarden in mg/l

    Onopgeloste stoffen

    100 mg/l

    Chemisch zuurstofverbruik

    200 mg/l

  • 3.

    Voor het lozen van dat afvalwater in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een steekmonster.

Artikel 22.170 Meet- en rekenbepalingen
  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

  • 3.

    Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing:

    • a.

      voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; en

    • b.

      voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872.

Paragraaf 22.3.11 Uitwassen van beton

Artikel 22.171 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het uitwassen van beton, als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat.

Artikel 22.172 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.171 worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de aard en omvang van de lozing; en

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 22.173 Water
  • 1.

    In aanvulling op artikel 4.158, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, kan te lozen afvalwater afkomstig van het uitwassen van beton ook worden geloosd in een vuilwaterriool.

  • 2.

    Voor het lozen van dat afvalwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een steekmonster.

Artikel 22.174 Meet- en rekenbepalingen
  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

  • 3.

    Op het analyseren van onopgeloste stoffen is NEN-EN 872 van toepassing.

Paragraaf 22.3.12 Recreatieve visvijvers

Artikel 22.175 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het exploiteren van een recreatieve visvijver.

Artikel 22.176 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.175 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein; en

      • 2.

        de plaats van de lozingspunten;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 22.177 Water: lozingsroute

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan spuiwater uit recreatieve visvijvers worden geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool. Het spuiwater wordt niet geloosd in een vuilwaterriool.

Paragraaf 22.3.13 Ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal

Artikel 22.178 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op het ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal.

  • 2.

    Deze paragraaf is niet van toepassing op:

    • a.

      digitaal afdrukken; en

    • b.

      ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal bij wonen.

Artikel 22.179 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.178 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein;

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen;

      • 3.

        het gebruik van de te onderscheiden ruimten;

      • 4.

        de ligging van de bedrijfsriolering; en

      • 5.

        de plaats van de lozingspunten;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 22.180 Water
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal worden geloosd in een vuilwaterriool. Het afvalwater wordt niet geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.

  • 2.

    Er worden in goede staat verkerende afkwetsrollen gebruikt en er wordt een doelmatige zilverterugwininstallatie toegepast.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid hoeft geen zilverterugwininstallatie te worden toegepast als per jaar minder dan 700 liter aan gebruiksklare fixeer wordt gebruikt en er gedragsvoorschriften zijn opgesteld en worden nageleefd gericht op het beperken van de emissie van zilver.

  • 4.

    Voor het afvalwater is de emissiegrenswaarde voor zilver 4 milligram per liter, gemeten in een steekmonster.

Artikel 22.181 Meet- en rekenbepalingen
  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

  • 3.

    Op het analyseren van zilver is NEN 6966, NEN-EN-ISO 17294-2, NEN-EN-ISO 11885 of NEN 6965 van toepassing, waarbij onopgeloste stoffen worden meegenomen in de analyse en elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2.

Paragraaf 22.3.14 Wassen van motorvoertuigen

Artikel 22.182 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op het uitwendig wassen van motorvoertuigen.

  • 2.

    Deze paragraaf is niet van toepassing:

    • a.

      als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat; en

    • b.

      op wassen van motorvoertuigen bij wonen.

Artikel 22.183 Bodem
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met oliën, vetten en koelvloeistof wordt gewassen boven een vloeistofdichte bodemvoorziening.

  • 2.

    Motorvoertuigen kunnen ook worden gewassen op een mobiele wasinstallatie die zodanig is uitgevoerd dat vloeistoffen niet in de bodem kunnen geraken, als die mobiele wasinstallatie niet langer dan zes maanden aaneengesloten op eenzelfde locatie is geplaatst.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing, als per week ten hoogste één motorvoertuig waarmee geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast, uitwendig wordt gewassen.

Artikel 22.184 Water
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het wassen van motorvoertuigen worden geloosd in een vuilwaterriool. Het afvalwater wordt niet geloosd in een schoonwaterriool.

  • 2.

    Het lozen op of in de bodem is toegestaan, als per week ten hoogste één motorvoertuig waarmee geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast, uitwendig wordt gewassen.

  • 3.

    Voor het afvalwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor olie 20 mg/l, gemeten in een steekmonster, of dat afvalwater wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door een slibvangput en olieafscheider:

    • a.

      volgens NEN-EN 858-1 of NEN-EN 858-1/A1 en NEN-EN 858-2; of

    • b.

      die zijn geplaatst voor 2 november 2010 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.

Artikel 22.185 Meet- en rekenbepalingen
  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

  • 3.

    Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is voor olie NEN-EN-ISO 9377-2 van toepassing.

Paragraaf 22.3.15 Niet-industriële voedselbereiding

Artikel 22.186 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op het bereiden van voedingsmiddelen met:

    • a.

      keukenapparatuur;

    • b.

      grootkeukenapparatuur;

    • c.

      een of meer bakkerijovens die chargegewijs worden beladen; of

    • d.

      een of meer bakkerijovens die continu worden beladen met een nominaal vermogen of een aansluitwaarde van ten hoogste 100 kW.

  • 2.

    Deze paragraaf is niet van toepassing als een activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat, met uitzondering van het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.

Artikel 22.187 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.186 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein;

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen;

      • 3.

        het gebruik van de te onderscheiden ruimten;

      • 4.

        de ligging van de bedrijfsriolering; en

      • 5.

        de plaats van de lozingspunten;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

  • 3.

    Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die wonen of werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.

Artikel 22.188 Water
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen worden geloosd in een vuilwaterriool. Het afvalwater wordt niet geloosd in een schoonwaterriool.

  • 2.

    Als niet in een vuilwaterriool kan worden geloosd, kan het afvalwater op de bodem worden geloosd, als het afvalwater gezamenlijk met huishoudelijk afvalwater wordt geloosd en de voorzieningen voor het zuiveren van huishoudelijk afvalwater zijn berekend op het zuiveren van het afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen.

  • 3.

    Afvalwater dat afvalstoffen bevat, die door versnijdende of vermalende apparatuur zijn versneden of vermalen, wordt niet geloosd.

  • 4.

    Vethoudend afvalwater dat wordt geloosd, wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door:

    • a.

      een vetafscheider en slibvangput volgens NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2; of

    • b.

      een vetafscheider en slibvangput die zijn geplaatst voor 14 september 2004 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater die wordt geloosd.

  • 5.

    In afwijking van NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2 kan met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan daar vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider.

Artikel 22.189 Geur
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder worden afgezogen dampen en gassen die naar de buitenlucht worden geëmitteerd:

    • a.

      ten minste 2 m boven de hoogste daklijn van de binnen 25 m van de uitmonding gelegen bebouwing afgevoerd; of

    • b.

      geleid door een ontgeuringsinstallatie.

  • 2.

    Dampen die vrijkomen bij het bereiden van voedingsmiddelen met grootkeukenapparatuur door frituren, bakken in olie of vet of grillen, anders dan met houtskool, worden afgezogen en geleid door een vetvangend filter.

  • 3.

    Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing:

    • a.

      op het bereiden van voedingsmiddelen met keukenapparatuur; en

    • b.

      als het mogelijke effect van de geuremissie van de uittredende lucht van een afzuiginstallatie beperkt blijft tot een gezoneerd industrieterrein, op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld of een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein met minder dan één geurgevoelig gebouw per hectare.

  • 4.

    Voor zover er geen verandering van de activiteit plaatsvindt die leidt tot een toename van de geurbelasting op een geurgevoelig gebouw, is het eerste lid niet van toepassing als voor 1 januari 2008 voor die activiteit:

    • a.

      een vergunning is verleend die voor die datum onherroepelijk is; of

    • b.

      voorschriften golden op grond van een van de besluiten, genoemd in artikel 6.43 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Paragraaf 22.3.16 Voedingsmiddelenindustrie

Artikel 22.190 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

  • 2.

    Deze paragraaf is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.129, eerste lid, 3.130 of 3.131 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 22.191 Geur: beginnen of uitbreiden activiteit
  • 1.

    Het beginnen of uitbreiden in capaciteit van een activiteit als bedoeld in artikel 22.190 is alleen toegestaan als nieuwe geurhinder op een geurgevoelig gebouw wordt voorkomen.

  • 2.

    Het eerste lid is ook van toepassing op het wijzigen van de activiteit, als die wijziging leidt tot een grotere of andere geurbelasting ter plaatse van een geurgevoelig gebouw.

Paragraaf 22.3.17 Slachten van dieren en bewerken van dierlijke bijproducten of uitsnijden van vlees, vis of organen.

Artikel 22.192 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op:

    • a.

      het slachten van ten hoogste 10.000 kilogram levend gewicht aan dieren per week en het broeien, koken of pekelen van daarbij vrijkomende dierlijke bijproducten;

    • b.

      het uitsnijden van vlees van karkassen of karkasdelen;

    • c.

      het uitsnijden van vis; of

    • d.

      het uitsnijden en pekelen van organen.

  • 2.

    Deze paragraaf is niet van toepassing als een activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat.

Artikel 22.193 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.192 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein;

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen;

      • 3.

        het gebruik van de te onderscheiden ruimten;

      • 4.

        de ligging van de bedrijfsriolering;

      • 5.

        de plaats van de lozingspunten; en

      • 6.

        de plaats waar bodembedreigende stoffen worden gebruikt, geproduceerd of uitgestoten;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 22.194 Water: lozingsroute en zuivering
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater vindt het slachten van dieren en het broeien, koken of pekelen van daarbij vrijkomende dierlijke bijproducten inpandig plaats.

  • 2.

    Te lozen afvalwater kan worden geloosd in een vuilwaterriool, als dat afvalwater afkomstig is van:

    • a.

      het bewerken van dierlijke bijproducten; of

    • b.

      het reinigen en desinfecteren van ruimtes waar een activiteit als bedoeld in artikel 22.192 is uitgevoerd.

  • 3.

    Het afvalwater wordt niet geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.

  • 4.

    Vethoudend afvalwater dat wordt geloosd, wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door:

    • a.

      een vetafscheider en slibvangput volgens NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2;

    • b.

      een vetafscheider en slibvangput die zijn geplaatst voor 14 september 2004 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd; of

    • c.

      een flocculatieafscheider die is geplaatst voor 1 januari 2013 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.

  • 5.

    In afwijking van NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2 kan met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan in die normen vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider.

  • 6.

    Het afvalwater wordt niet door een biologische zuivering geleid.

  • 7.

    Dit artikel is niet van toepassing op afvalwater afkomstig van wonen.

Artikel 22.195 Geur: voorkomen of beperken geurhinder
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder:

    • a.

      wordt bij het slachten van dieren ten minste de vaste dierlijke mest die vrijkomt bij het slachten in afgesloten, lekvrije tonnen of bakken opgeslagen; en

    • b.

      worden dampen en gassen van het broeien of koken van dierlijke bijproducten afgezogen, als deze op de buitenlucht worden geëmitteerd:

      • 1.

        ten minste 2 m boven de hoogste daklijn van de binnen 25 m van de uitmonding gelegen gebouwen afgevoerd; of

      • 2.

        geleid door een doelmatige ontgeuringsinstallatie.

  • 2.

    Voor zover er geen verandering van de activiteit plaatsvindt die leidt tot een toename van de geurbelasting op een geurgevoelig gebouw, is het eerste lid, onder b, niet van toepassing als voor 1 januari 2008 voor die activiteit:

    • a.

      een vergunning is verleend die voor die datum onherroepelijk is; of

    • b.

      voorschriften golden op grond van een van de besluiten, genoemd in artikel 6.43 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Artikel 22.196 Bodem: bodembeschermende voorziening

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem vindt het pekelen van dierlijke bijproducten en organen plaats boven een aaneengesloten bodemvoorziening.

Artikel 22.197 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening

Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties.

Artikel 22.198 Bodem: eindonderzoek bodem
  • 1.

    Bij het beëindigen van het pekelen van dierlijke bijproducten of organen wordt een eindonderzoek bodem verricht om de kwaliteit van de bodem vast te stellen.

  • 2.

    Het bodemonderzoek gaat over de bodembedreigende stoffen die zijn gebruikt, geproduceerd of uitgestoten op het gedeelte van de locatie waar het pekelen van dierlijke bijproducten of organen is verricht.

  • 3.

    Het bodemonderzoek voldoet aan NEN 5725 en NEN 5740 en het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie-instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.

Artikel 22.199 Bodem: rapport van het eindonderzoek bodem

Het rapport van het eindonderzoek bodem bevat:

  • a.

    de naam en het adres van degene die het onderzoek heeft verricht;

  • b.

    de wijze waarop het onderzoek is verricht;

  • c.

    de aard en de mate van de aangetroffen verontreinigde stoffen en de herkomst daarvan;

  • d.

    informatie over het huidige en eerdere gebruik van het terrein;

  • e.

    bestaande informatie over bodemmetingen en grondwatermetingen die de toestand van de bodem en het grondwater weergeven op het tijdstip van opstelling van het rapport, of anders nieuwe bodemmetingen en grondwatermetingen voor het constateren van eventuele verontreiniging van de bodem door de bodemverontreinigende stoffen die bij de activiteit zijn gebruikt, zijn geproduceerd of zijn vrijgekomen; en

  • f.

    als de kwaliteit van de bodem wordt hersteld: de wijze waarop en de mate waarin dit gebeurt.

Artikel 22.200 Gegevens en bescheiden: beëindigen activiteit

Ten hoogste zes maanden na het beëindigen van het pekelen van dierlijke bijproducten of organen wordt een rapport van het eindonderzoek bodem verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 22.201 Bodem: herstel van de bodemkwaliteit
  • 1.

    Als de bodem is verontreinigd, wordt uiterlijk zes maanden na het toezenden van het rapport van het eindonderzoek bodem de bodemkwaliteit hersteld tot:

    • a.

      de bodemkwaliteit en grondwaterkwaliteit, die is vastgesteld in een rapport volgens NEN 5740 dat is opgesteld voor het begin van de het pekelen van dierlijke bijproducten of organen;

    • b.

      de bodemkwaliteit van de locatie waarop de activiteit is verricht, zoals die is vastgelegd op een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in artikel 47, onder a, of 57, tweede lid, van het Besluit bodemkwaliteit; of

    • c.

      de achtergrondwaarden, vastgesteld op grond van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.

  • 2.

    Het herstel wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000.

Artikel 22.202 Informeren: herstelwerkzaamheden
  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders wordt ten minste vijf dagen voor het begin van de herstelwerkzaamheden geïnformeerd over de begindatum.

  • 2.

    Het college van burgemeester en wethouders wordt ten hoogste vijf dagen na beëindiging van de herstelwerkzaamheden geïnformeerd over de einddatum.

Artikel 22.203 Water: opruimen gemorste en gelekte stoffen
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater worden bij het pekelen van dierlijke bijproducten en organen de gemorste of gelekte stoffen zoveel mogelijk zonder verder toevoegen van water opgeruimd en afgevoerd als afvalstof en wordt zoveel mogelijk voorkomen dat deze stoffen in het afvalwater terecht kunnen komen.

  • 2.

    Dit artikel is niet van toepassing op afvalwater afkomstig van wonen.

Paragraaf 22.3.18 Opwekken van elektriciteit met een windturbine

Artikel 22.204 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op het opwekken van elektriciteit met een windturbine, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving als:

    • a.

      die slagschaduw veroorzaakt in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit; of

    • b.

      die lichtschittering veroorzaakt.

  • 2.

    Deze paragraaf is niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine, in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar.

  • 3.

    Deze paragraaf is ook niet van toepassing voor zover het gaat om een windpark met 3 of meer windturbines.

Artikel 22.205 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking
  • 1.

    In afwijking van artikel 22.204, tweede lid, is deze paragraaf ook van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar:

    • a.

      in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 2.

    In afwijking van artikel 22.204, eerste lid, is deze paragraaf niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van:

    • a.

      het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Artikel 22.206 Slagschaduw: stilstandvoorziening
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of beperken van slagschaduw is de windturbine voorzien van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt als gemiddeld meer dan zeventien dagen per jaar gedurende meer dan twintig minuten per dag slagschaduw kan optreden in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw en voor zover de afstand tussen de windturbine en een slagschaduwgevoelig gebouw minder dan twaalf maal de rotordiameter bedraagt.

  • 2.

    De afstand wordt gemeten van een punt op ashoogte van de windturbine:

    • a.

      tot de gevel van een slagschaduwgevoelig gebouw; en

    • b.

      tot de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen.

Artikel 22.207 Slagschaduw: functionele binding

Artikel 22.206 is niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een slagschaduwgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met de windturbine.

Artikel 22.208 Slagschaduw: voormalige functionele binding

Bij een agrarische activiteit is artikel 22.206 niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat:

  • a.

    op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet of een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangevraagde omgevingsvergunning behoort of heeft behoord tot die agrarische activiteit en door een derde bewoond mag worden; of

  • b.

    eerder functioneel verbonden was met die agrarische activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.62 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is bepaald dat regels voor slagschaduw niet van toepassing zijn.

Artikel 22.209 Lichtschittering: beperken van reflectie

Lichtschittering wordt bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine voorkomen of zoveel mogelijk beperkt door toepassing van niet reflecterende materialen of coatinglagen op de betrokken onderdelen.

Artikel 22.210 Lichtschittering: meten reflectiewaarden

Op het uitvoeren van een meting van reflectiewaarden is NEN-EN-ISO 2813 van toepassing.

Paragraaf 22.3.19 In werking hebben van een acculader

Artikel 22.211 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het met een acculader laden van een natte accu die vloeibare bodembedreigende stoffen bevat.

Artikel 22.212 Bodem: bodembeschermende voorziening

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem vindt het laden van een accu plaats boven een aaneengesloten bodemvoorziening.

Artikel 22.213 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening

Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties.

Paragraaf 22.3.20 Bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage

Artikel 22.214 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage met meer dan 20 parkeerplaatsen die voorzien is van mechanische ventilatie.

Artikel 22.215 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van het bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage met meer dan 30 parkeerplaatsen worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein;

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen;

      • 3.

        het gebruik van de te onderscheiden ruimten; en

      • 4.

        de ligging van de bedrijfsriolering;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 22.216 Lucht en geur: afvoeren emissies
  • 1.

    Met het oog op het beschermen van de kwaliteit van de lucht en het voorkomen of beperken van geurhinder:

    • a.

      worden de aanzuigopeningen voor de ventilatie van de parkeergarage in een verkeersluwe omgeving, of, als dat niet mogelijk is, op ten minste 5 m boven het straatniveau en buiten de beïnvloeding van de uitblaasopeningen aangebracht;

    • b.

      wordt de uit de parkeergarage afgezogen lucht verticaal uitgeblazen op ten minste 5 m boven het straatniveau of, als binnen 25 m van de uitblaasopening een gebouw is gelegen met een hoogste daklijn die meer dan vijf meter boven het straatniveau is gelegen, ten minste één meter boven de hoogste daklijn van dat gebouw; en

    • c.

      bedraagt de snelheid van de uitgeblazen lucht, gemeten bij de rand van de uitblaasopening, ten minste tien meter per seconde.

  • 2.

    Voor zover er geen verandering van de activiteit plaatsvindt die leidt tot een toename van de geurbelasting op een geurgevoelig gebouw, is het eerste lid niet van toepassing als voor 1 januari 2008 voor die activiteit:

    • a.

      een vergunning is verleend die voor die datum onherroepelijk is; of

    • b.

      voorschriften golden op grond van een van de besluiten, genoemd in artikel 6.43 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Paragraaf 22.3.21 Traditioneel schieten

Artikel 22.217 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het traditioneel schieten door schutterijen of schuttersgilden met buksen of geweren vanaf een vaste standplaats op een stilstaand doel in de buitenlucht.

Artikel 22.218 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.217 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein;

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen; en

      • 3.

        de plaats waar bodembedreigende stoffen worden gebruikt;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 22.219 Bodem en externe veiligheid

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en het beperken van verontreiniging van de bodem vindt het schieten op zodanige wijze plaats dat alle afgeschoten kogels worden opgevangen in een voorziening.

Artikel 22.220 Bodem: bodembeschermende voorziening
  • 1.

    Met het oog op het beperken van verontreiniging van de bodem, vindt traditioneel schieten plaats boven een bodembeschermende voorziening, als bij het schieten hulzen van verschoten munitie vrijkomen.

  • 2.

    De voorziening voor het opvangen van afgeschoten kogels, bedoeld in artikel 22.219, is opgesteld boven een bodembeschermende voorziening.

Artikel 22.221 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening

Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties.

Artikel 22.222 Bodem: eindonderzoek bodem
  • 1.

    Bij het beëindigen van het traditioneel schieten wordt een eindonderzoek bodem verricht om de kwaliteit van de bodem vast te stellen.

  • 2.

    Het eindonderzoek bodem gaat over de bodembedreigende stoffen die zijn gebruikt op het gedeelte van de locatie waar het traditioneel schieten heeft plaatsgevonden.

  • 3.

    Het bodemonderzoek voldoet aan NEN 5725 en NEN 5740 en het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie-instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.

Artikel 22.223 Bodem: rapport van het eindonderzoek bodem

Het rapport van het eindonderzoek bodem bevat:

  • a.

    de naam en het adres van degene die het onderzoek heeft verricht;

  • b.

    de wijze waarop het onderzoek is verricht;

  • c.

    de aard en de mate van de aangetroffen verontreinigde stoffen en de herkomst daarvan;

  • d.

    informatie over het huidige en eerdere gebruik van het terrein;

  • e.

    bestaande informatie over bodemmetingen en grondwatermetingen die de toestand van de bodem en het grondwater weergeven op het tijdstip van opstelling van het rapport, of anders nieuwe bodemmetingen en grondwatermetingen voor het constateren van eventuele verontreiniging van de bodem door de bodemverontreinigende stoffen die bij de activiteit zijn gebruikt, zijn geproduceerd of zijn vrijgekomen; en

  • f.

    als de kwaliteit van de bodem wordt hersteld, de wijze waarop en de mate waarin dit gebeurt.

Artikel 22.224 Gegevens en bescheiden: beëindigen activiteit

Ten hoogste zes maanden na het beëindigen van het traditioneel schieten wordt een rapport van het eindonderzoek bodem verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 22.225 Bodem: herstel van de bodemkwaliteit
  • 1.

    Als de bodem is verontreinigd, wordt uiterlijk zes maanden na het toezenden van het rapport van het eindonderzoek bodem, de bodemkwaliteit hersteld tot:

    • a.

      de bodemkwaliteit en grondwaterkwaliteit, die is vastgesteld in een rapport volgens NEN 5740 dat is opgesteld voor het begin van de activiteit;

    • b.

      de bodemkwaliteit van de locatie waarop de activiteit is verricht, zoals die is vastgelegd op een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in artikel 47, onder a, of artikel 57, tweede lid, van het Besluit bodemkwaliteit; of

    • c.

      de achtergrondwaarden, vastgesteld op grond van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.

  • 2.

    Het herstel wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000.

Artikel 22.226 Informeren: herstelwerkzaamheden
  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders wordt ten minste vijf dagen voor het begin van de herstelwerkzaamheden, bedoeld in artikel 22.225 geïnformeerd over de begindatum.

  • 2.

    Het college van burgemeester en wethouders wordt ten hoogste vijf dagen na beëindiging van de herstelwerkzaamheden, bedoeld in artikel 22.225 geïnformeerd over de einddatum.

Paragraaf 22.3.22 Bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht

Artikel 22.227 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht waarbij terreinverlichting wordt toegepast.

Artikel 22.228 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.227 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein;

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 22.229 Licht

[Vervallen]

Paragraaf 22.3.23 Opslaan van vaste mest

Artikel 22.230 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op het opslaan van vaste mest met een totaal volume van ten minste 3 m3 en ten hoogste 600 m3.

  • 2.

    Deze paragraaf is niet van toepassing:

    • a.

      op het opslaan van vaste mest, korter dan twee weken op één plek; en

    • b.

      als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.90, 3.200, 3.208, 3.211, 3.215 of 3.225 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat.

Artikel 22.231 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.230 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein;

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen;

      • 3.

        het gebruik van de te onderscheiden ruimten;

      • 4.

        de ligging van de bedrijfsriolering;

      • 5.

        op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;

      • 6.

        of de punten waarop afvalwater wordt geloosd, zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en

      • 7.

        op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 22.232 Bodem: opslag
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt vaste mest, met uitzondering van gedroogde pluimveemest, opgeslagen:

    • a.

      op een aaneengesloten bodemvoorziening, waarbij de vloeistoffen die vrijkomen worden opgevangen; of

    • b.

      op een voldoende dikke absorberende laag als de opslag niet meer dan zes maanden duurt en tegen inregenen is beschermd.

  • 2.

    Gedroogde pluimveemest wordt opgeslagen:

    • a.

      in een gebouw met een aaneengesloten bodemvoorziening waar de pluimveemest wordt beschermd tegen weersinvloeden en waar voldoende ventilatie is om condensvorming te voorkomen;

    • b.

      in een afgedekte container als de pluimveemest ten minste elke twee weken wordt afgevoerd; of

    • c.

      op een voldoende dikke absorberende laag als de opslag niet meer dan zes maanden duurt en tegen inregenen is beschermd.

Artikel 22.233 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening

Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties.

Artikel 22.234 Water: lozingsroute
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kunnen vrijkomende vloeistoffen afkomstig van het opslaan van vaste mest gelijkmatig worden verspreid over onverharde bodem.

  • 2.

    De vrijkomende vloeistoffen worden niet geloosd in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.

Artikel 22.235 Geur
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder wordt vaste mest opgeslagen:

    • a.

      in een afgesloten voorziening voor een periode van ten hoogste twee weken; of

    • b.

      op ten minste 50 m afstand vanaf de begrenzing van de opslag van vaste mest tot een geurgevoelig object.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op het opslaan van vaste mest afkomstig van landbouwhuisdieren of van paarden en pony’s die worden gehouden voor het berijden.

Paragraaf 22.3.24 Opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen

Artikel 22.236 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op het opslaan van:

    • a.

      kuilvoer met een totaal volume van meer dan 3 m3; of

    • b.

      vaste bijvoedermiddelen met een totaal volume van meer dan 3 m3.

  • 2.

    Deze paragraaf is niet van toepassing als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.200 of 3.215 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat.

Artikel 22.237 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.236 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein;

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen;

      • 3.

        het gebruik van de te onderscheiden ruimten;

      • 4.

        de ligging van de bedrijfsriolering;

      • 5.

        op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;

      • 6.

        of de punten waarop afvalwater wordt geloosd, zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en

      • 7.

        op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl;

    • d.

      gegevens over de lozingsroutes; en

    • e.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 22.238 Bodem: bodembeschermende voorziening
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem worden kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen opgeslagen op een elementenbodemvoorziening, waarbij de vloeistoffen die vrijkomen worden opgevangen.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing als kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen als veevoederbalen in plastic folie zijn verpakt.

Artikel 22.239 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening

Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties.

Artikel 22.240 Water: lozingsroute vrijkomende vloeistoffen
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kunnen vrijkomende vloeistoffen afkomstig van de opslag van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen gelijkmatig worden verspreid over onverharde bodem.

  • 2.

    De vrijkomende vloeistoffen worden niet geloosd in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.

  • 3.

    Dit artikel is niet van toepassing op afvalwater afkomstig van wonen.

Artikel 22.241 Water: lozingsroutes afvalwater bodembeschermende voorziening
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van de bodembeschermende voorziening voor opslag van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen worden geloosd op of in de bodem als:

    • a.

      het niet in contact is geweest met het kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen; en

    • b.

      het niet is vermengd met daaruit vloeiende vloeistoffen.

  • 2.

    Het afvalwater wordt niet geloosd in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.

  • 3.

    Dit artikel is niet van toepassing op afvalwater afkomstig van wonen.

Paragraaf 22.3.25 Het fokken, houden of trainen van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren of vogels

Artikel 22.242 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op het fokken, houden of trainen van meer dan 25 vogels of meer dan 5 zoogdieren.

  • 2.

    Deze paragraaf is niet van toepassing als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat.

Artikel 22.243 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.242 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein;

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen;

      • 3.

        het gebruik van de te onderscheiden ruimten;

      • 4.

        de ligging van de bedrijfsriolering; en

      • 5.

        de plaats van de lozingspunten;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl;

    • d.

      per dierenverblijf voor het houden van landbouwhuisdieren:

      • 1.

        gegevens over het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie dat ten hoogste zal worden gehouden;

      • 2.

        een beschrijving van het huisvestingssysteem en van de aanvullende techniek; en

      • 3.

        een beschrijving van het ventilatiesysteem;

    • e.

      per dierenverblijf waar landbouwhuisdieren met geuremissiefactor worden gehouden,:

      • 1.

        een plattegrondtekening op schaal met de ligging van de dierenverblijven, de emissiepunten en een overzicht van ventilatoren met diameter; en

      • 2.

        een doorsnedetekening per dierenverblijf met de goothoogte, de nokhoogte en de hoogte van het emissiepunt; en

    • f.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 22.244 Bodem: bodembeschermende voorziening
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem vindt het fokken, houden of trainen van vogels of zoogdieren plaats boven een aaneengesloten bodemvoorziening.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op het fokken, houden of trainen van vogels of zoogdieren in de buitenlucht als uitwerpselen en voedselresten regelmatig worden verwijderd.

Artikel 22.245 Bodem: logboek

Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties.

Artikel 22.246 Water: lozingsroute en emissiegrenswaarde
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het reinigen en ontsmetten van een dierenverblijf waarin landbouwhuisdieren of paarden of pony’s voor het berijden worden gehouden, worden geloosd in een vuilwaterriool als meer dan 10 schapen, 5 paarden of pony’s, 10 geiten, 25 stuks pluimvee, 25 konijnen of 10 overige landbouwhuisdieren worden gehouden. Het afvalwater wordt niet geloosd in een schoonwaterriool of op of in de bodem.

  • 2.

    Het te lozen afvalwater bevat niet meer dan 300 milligram onopgeloste stoffen per liter.

  • 3.

    Dit artikel is niet van toepassing op afvalwater afkomstig van wonen.

Artikel 22.247 Meet- en rekenbepalingen
  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

  • 3.

    Op het analyseren van onopgeloste stoffen is NEN-EN 872 van toepassing.

Paragraaf 22.3.26 Vergunningplichten, aanvraagvereisten en beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten

Artikel 22.248 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 22.249 Omgevingsvergunning verwerken polyesterhars
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning het verwerken van polyesterhars waarbij 1 kg of meer organische peroxiden van ADR klasse 5.2 aanwezig is, te beginnen of te veranderen.

  • 2.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt een beschrijving verstrekt van de maatregelen die worden getroffen om de emissie van styreen te beperken.

  • 3.

    De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als geurhinder wordt voorkomen of tot een aanvaardbaar niveau wordt beperkt.

Artikel 22.250 Omgevingsvergunning installeren gesloten bodemenergiesysteem
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gesloten bodemenergiesysteem aan te leggen of te gebruiken:

    • a.

      in een interferentiegebied dat is aangewezen in dit omgevingsplan of bij gemeentelijke verordening of omgevingsverordening; of

    • b.

      met een bodemzijdig vermogen van 70 kW of meer.

  • 2.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een plattegrondtekening en situatietekening met daarop de ligging van de lussen van het gesloten bodemenergiesysteem, het middelpunt van het systeem en de einddiepte waarop het systeem zal worden aangelegd;

    • b.

      de coördinaten van het middelpunt van het gesloten bodemenergiesysteem en de einddiepte van het systeem in meters onder het maaiveld;

    • c.

      gegevens waaruit blijkt dat het gebruiken van het gesloten bodemenergiesysteem niet leidt tot negatieve interferentie met bodemenergiesystemen in de omgeving waarvoor een melding is gedaan of een omgevingsvergunning is verleend;

    • d.

      een verklaring van degene die het gesloten bodemenergiesysteem installeert over het energierendement, uitgedrukt als de SPF, dat het systeem zal behalen;

    • e.

      informatie over het bodemzijdig vermogen van het gesloten bodemenergiesysteem en de omvang van de behoefte aan warmte en koude waarin het systeem zal voorzien; en

    • f.

      de naam en het adres van degene die het gesloten bodemenergiesysteem zal ontwerpen, installeren en van degene die de boringen zal verrichten.

  • 3.

    De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:

    • a.

      het bodemenergiesysteem geen interferentie kan veroorzaken met een ander bodemenergiesysteem waardoor het doelmatig functioneren van een van de systemen kan worden geschaad; en

    • b.

      er geen sprake is van een ondoelmatig gebruik van bodemenergie.

Artikel 22.251 Omgevingsvergunning kweken maden van vliegende insecten
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning maden van vliegende insecten te kweken.

  • 2.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een aanduiding van het soort maden dat wordt gekweekt;

    • b.

      het aantal maden dat ten hoogste zal worden gehouden;

    • c.

      een beschrijving van de voorziening waarin de maden worden gehouden; en

    • d.

      de maatregelen die worden getroffen om hinder voor de omgeving te voorkomen.

Artikel 22.252 Omgevingsvergunning opslaan propaan of propeen
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning propaan of propeen op te slaan in meer dan twee opslagtanks met een inhoud van meer dan 150 l.

  • 2.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      het aantal opslagtanks, met voor iedere opslagtank:

      • 1.

        de hoeveelheid die ten hoogste wordt opgeslagen in kubieke meters;

      • 2.

        de grootte in kubieke meters; en

      • 3.

        een aanduiding of het gaat om een bovengrondse of ondergrondse opslagtank;

    • b.

      als het gaat om het opslaan van ten hoogste 50 m3 propaan of propeen met een jaarlijkse doorzet van ten hoogste 600 m3:

      • 1.

        de jaarlijkse doorzet in kubieke meters;

      • 2.

        als het gaat om een bovengrondse opslagtank: de coördinaten van het vulpunt en de opslagtank;

      • 3.

        als het gaat om een ondergrondse opslagtank: de coördinaten van het vulpunt, de bovengrondse vloeistofvoerende leiding en de aansluitpunten van die leiding en pomp; en

      • 4.

        een beschrijving van de ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet, die zich kunnen voordoen en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen daarvan; en

    • c.

      als het gaat om het opslaan van ten hoogste 50 m3 propaan of propeen met een jaarlijkse doorzet van meer dan 600 m3 of meer dan 50 m3 propaan of propeen:

      • 1.

        de gegevens en bescheiden, genoemd onder b;

      • 2.

        de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste 1 op de 1.000.000, 1 op de 10.000.000 en 1 op de 100.000.000 per jaar is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden; en

      • 3.

        de berekende afstand in meters voor de aandachtsgebieden, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden.

Artikel 22.253 Omgevingsvergunning tanken met LPG
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning voertuigen of werktuigen te tanken met LPG.

  • 2.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      het aantal opslagtanks dat aanwezig is;

    • b.

      de coördinaten van:

      • 1.

        het vulpunt;

      • 2.

        de bovengrondse vloeistofvoerende leiding;

      • 3.

        de aansluitpunten van die leiding en pomp;

      • 4.

        de bovengrondse opslagtank; en

      • 5.

        de tankzuil;

    • c.

      het brandaandachtsgebied en explosieaandachtsgebied, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

    • d.

      de hoeveelheid LPG die ten hoogste wordt opgeslagen; en

    • e.

      een inschatting van de doorzet van LPG in m3 per jaar.

Artikel 22.254 Omgevingsvergunning antihagelkanonnen
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning een installatie in werking te hebben waarin gassen worden gemengd en tot ontbranding worden gebracht met als doel het opwekken van een schokgolf.

  • 2.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een installatie waarin gassen worden gemengd en tot ontbranding gebracht, worden de volgende gegevens verstrekt:

    • a.

      de aard en omvang van de geluidemissies;

    • b.

      de door de activiteit veroorzaakte geluidimmissie; en

    • c.

      een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om geluidemissies te beperken.

Artikel 22.255 Omgevingsvergunning biologische agens
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning een praktijkruimte of laboratorium in werking te hebben waar gericht wordt gewerkt met biologische agens, met uitzondering van biologische agens die ingedeeld zijn of worden in groep 1 of groep 2 als gevolg van de indeling van risicogroepen van de richtlijn 2000/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan biologische agentia op het werk (zevende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 83/391/EEG) (PbEG 2000, L 262).

  • 2.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de groep waarin het biologisch agens is of wordt ingedeeld als gevolg van de indeling in risicogroepen van de richtlijn biologische agentia;

    • b.

      informatie over de op grond van artikel 2.22, tweede lid, van de Wet dieren aangewezen ziekteverwekkers; en

    • c.

      een aanduiding van de ligging van de ruimten waar gewerkt wordt met het biologisch agens.

Artikel 22.256 Omgevingsvergunning genetisch gemodificeerde organismen
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning ingeperkt gebruik als bedoeld in het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 te verrichten.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a.

      ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013; of

    • b.

      ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen die door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat op grond van artikel 2.2 of 2.8 van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 zijn ingeschaald in de categorie van fysische inperking S-I.

  • 3.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      per type werkruimte als bedoeld in bijlage 4 bij het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 het maximale aantal werkruimten:

      • 1.

        waarop inperkingsniveau I of II van toepassing is;

      • 2.

        waarop inperkingsniveau III van toepassing is; en

    • b.

      een plattegrond van de locatie waarop het ggo-gebied is aangegeven.

Artikel 22.257 Omgevingsvergunning opslaan dierlijke meststoffen
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning:

    • a.

      drijfmest, digestaat of dunne fractie op te slaan in een of meer mestbassins met een gezamenlijke oppervlakte groter dan 750 m2 of een gezamenlijke inhoud groter dan 2.500 m3; of

    • b.

      meer dan 600 m3 vaste mest op te slaan.

  • 2.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      het totaal volume of de totale oppervlakte van de mestbassins; en

    • b.

      het totaal volume van de opslagcapaciteit vaste mest in kubieke meters.

Artikel 22.258 Vangnetvergunning lozen in de bodem
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning afvalwater op of in de bodem te lozen, tenzij het lozen op grond van deze afdeling is toegestaan.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a.

      wonen;

    • b.

      een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of

    • c.

      het lozen op of in de bodem waaraan in een omgevingsvergunning voor een wateronttrekkingsactiviteit op grond van artikel 16.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een wateronttrekkingsactiviteit op grond van de waterschapsverordening voorschriften zijn gesteld.

  • 3.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op of in de bodem worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de maximale hoeveelheid afvalwater per uur; en

    • b.

      het soort afvalwater.

Artikel 22.259 Vangnetvergunning lozen in schoonwaterriool
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning afvalwater of andere afvalstoffen te lozen in een schoonwaterriool, tenzij het lozen op grond van deze afdeling is toegestaan.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a.

      wonen; of

    • b.

      een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

  • 3.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater in die voorziening worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de maximale hoeveelheid afvalwater per uur; en

    • b.

      het soort afvalwater.

Artikel 22.260 Beoordelingsregels omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten

Op het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteiten, bedoeld in de artikelen 22.251 tot en met 22.259, zijn de beoordelingsregels, bedoeld in de artikelen 8.9 tot en met 8.11 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 22.4 AANLEGGEN OF WIJZIGEN VAN WEGEN OF SPOORWEGEN ZONDER GELUIDPRODUCTIEPLAFONDS

Artikel 22.261 Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op het aanleggen of wijzigen van een weg of spoorweg, tenzij:

  • a.

    aan de aanleg of wijziging een besluit tot vaststelling van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit ten grondslag ligt; of

  • b.

    het een rijksweg, provinciale weg of bij omgevingsverordening aangewezen lokale spoorweg betreft.

Artikel 22.262 Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg

  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg of spoorweg aan te leggen of te wijzigen als op grond van een omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg of spoorweg.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op een weg als:

    • a.

      deze is gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied;

    • b.

      een maximumsnelheid van 30 km per uur geldt;

    • c.

      de snelheid wordt verlaagd;

    • d.

      een wegdeklaag wordt vervangen door een wegdeklaag met dezelfde of een grotere geluidsreducerende werking;

    • e.

      de snelheid wordt verhoogd tot ten hoogste de maximumsnelheid, zoals die gold voor een tijdelijke snelheidsverlaging die als maatregel is opgenomen in een programma als bedoeld in artikel 5.12 van de Wet milieubeheer, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van de Omgevingswet; of

    • f.

      het wijzigen, gerekend zonder het treffen van maatregelen, leidt tot:

      • 1.

        niet meer dan 50 dB op de gevel van een geluidgevoelig gebouw;

      • 2.

        als een hogere waarde is vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding: niet meer dan 2 dB meer geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw dan die hogere waarde of, als de heersende waarde lager is, de heersende waarde; of

      • 3.

        als de weg en het geluidgevoelige gebouw op 1 januari 2007 waren toegelaten, niet eerder een hogere waarde is vastgesteld dan 48 dB en de heersende waarde hoger is dan 48 dB: niet meer dan 2 dB meer dan de heersende waarde.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing op een spoorweg als:

    • a.

      de intensiteit, de verkeerssnelheid of een combinatie van beide wordt gewijzigd waardoor het geluid onafgerond niet meer dan 1,0 dB toeneemt ten opzichte van het geluid gedurende de drie jaren voorafgaand aan de wijziging;

    • b.

      spoorstaven horizontaal worden verplaatst over een afstand van minder dan 2 m;

    • c.

      spoorstaven verticaal worden verplaatst over een afstand van minder dan 1 m;

    • d.

      de baanconstructie wordt vervangen door een baanconstructie die niet meer geluid emitteert dan de te vervangen constructie; of

    • e.

      het wijzigen, gerekend zonder het treffen van maatregelen, leidt tot:

      • 1.

        niet meer dan 3 dB meer geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw dan de heersende waarde; en

      • 2.

        niet meer dan 63 dB op de gevel van een geluidgevoelig gebouw.

Artikel 22.263 Aandachtsgebied

  • 1.

    Het aandachtsgebied van een weg, met inbegrip van een spoorweg die is verweven of gebundeld met delen van die weg, bedoeld in artikel 22.262, eerste lid, strekt zich aan weerszijden van de as van de weg uit tot de volgende afstand, gemeten vanaf de buitenste rijstrook of spoorstaaf:

    • a.

      binnen een krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bebouwde kom, tenzij het een autoweg of autosnelweg betreft:

      • 1.

        voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 200 m; en

      • 2.

        voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken of drie of meer sporen: 350 m; en

    • b.

      buiten die bebouwde kom of voor een autoweg of autosnelweg:

      • 1.

        voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 250 m;

      • 2.

        voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken of drie of meer sporen: 400 m; en

      • 3.

        voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 m.

  • 2.

    Het aandachtsgebied van een spoorweg die niet is verweven of gebundeld met delen van een weg, bedoeld in artikel 22.262, eerste lid, strekt zich aan weerszijden van de as van de spoorweg uit tot de volgende afstand, gemeten vanaf de buitenste spoorstaaf:

    • a.

      voor een spoorweg in een tunnel: 25 m; en

    • b.

      voor een andere spoorweg: 100 m.

  • 3.

    Als zich langs een weg of spoorweg een aandachtsgebied bevindt dat bestaat uit delen met een onderling verschillende breedte, geldt voor de aansluiting van de verschillende delen dat het breedste deel over een afstand gelijk aan een derde van de breedte van dat deel, gemeten vanaf het punt van versmalling van de breedte, nog langs de as van de weg of spoorweg doorloopt en met een loodlijn aansluit op het smalste aandachtsgebied.

  • 4.

    Aan de uiteinden van een weg of spoorweg loopt het aandachtsgebied door over een afstand gelijk aan de breedte van dat gebied ter hoogte van dat uiteinde. Het aandachtsgebied loopt door langs een lijn die is gelegen in het verlengde van de as van de weg of spoorweg en behoudt de breedte die het had ter hoogte van het uiteinde.

Artikel 22.264 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 22.262, eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een akoestisch onderzoek naar:

    • 1.

      het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging of aanleg van de weg of spoorweg ondervinden;

    • 2.

      het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied in de toekomst door de weg of spoorweg zouden ondervinden zonder de invloed van maatregelen die de geluidsbelasting beperken;

    • 3.

      het geluid door andere wegen of niet te wijzigen delen van de weg, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de wijziging van een weg zal leiden tot een toename van meer dan 2 dB van het geluid op geluidgevoelige gebouwen door die wegen of delen;

    • 4.

      de doeltreffendheid van de in aanmerking komende verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat het in de toekomst door de weg optredende geluid op de gebouwen, bedoeld onder 1, de standaardwaarde, zijnde 53 Lden voor een weg en 55 Lden voor een spoorweg, te boven zou gaan of om te voorkomen dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen toeneemt ten opzichte van het geluid onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging;

  • b.

    een beschrijving van de voorgenomen maatregelen, bedoeld onder a, onder 4; en

  • c.

    een beschrijving van te treffen geluidwerende maatregelen aan gevels van gebouwen waarvoor het toekomstige geluid hoger wordt dan de standaardwaarde en toeneemt ten opzichte van de situatie voor de wijziging of aanleg, voor zover nodig om te voldoen aan de grenswaarde, bedoeld in tabel 3.53 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 22.265 Beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.262, eerste lid, wordt alleen verleend als de activiteit er niet toe leidt dat de grenswaarde 70 Lden wordt overschreden.

Artikel 22.266 Voorschriften binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.262, eerste lid, worden voorschriften verbonden die ertoe strekken dat:

  • a.

    maatregelen als bedoeld in artikel 22.264, onder a, onder 4, worden getroffen, als deze doelmatig zijn; en

  • b.

    maatregelen als bedoeld in artikel 22.264, onder c, worden getroffen.

Afdeling 22.5 OVERIGE ACTIVITEITEN

Paragraaf 22.5.1 Vergunningplichten en beoordelingsregels voor activiteiten in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet

Artikel 22.267 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op een regel in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, op grond waarvan:

  • a.

    het is verboden zonder omgevingsvergunning werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren;

  • b.

    het is verboden zonder omgevingsvergunning een sloopactiviteit te verrichten; of

  • c.

    bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van daarbij aangegeven regels in dat tijdelijke deel van dit omgevingsplan.

Artikel 22.268 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid, bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht
  • 1.

    Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid waarvoor op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een omgevingsvergunning is vereist, wordt, als die activiteit niet in strijd is met de in dat tijdelijke deel gestelde regels over het verlenen van de vergunning voor die activiteit, in afwijking van die regels de omgevingsvergunning voor die activiteit geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft van kracht is:

    • a.

      een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als bedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet; of

    • b.

      een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht

Artikel 22.269 Omgevingsplanactiviteit: beoordelingsregel omgevingsvergunning slopen van een bouwwerk

Voor zover in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald dat het is verboden zonder omgevingsvergunning een sloopactiviteit te verrichten, kan de omgevingsvergunning in ieder geval worden verleend als het naar het oordeel van het bevoegd gezag aannemelijk is dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.

Artikel 22.270 Omgevingsplanactiviteit: omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet

Voor zover voor een activiteit in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald dat bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van daarbij aangegeven regels, geldt deze bepaling als verbod om de activiteit zonder omgevingsvergunning te verrichten.

Artikel 22.271 Omgevingsplanactiviteit: nadere invulling beoordelingsregels omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet algemeen

Voor zover de in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet gestelde regels over het voor een activiteit als bedoeld in artikel 22.270 bij omgevingsvergunning afwijken van regels in dat tijdelijke deel de verplichting bevatten om als de activiteit niet in strijd is met die regels de omgevingsvergunning te verlenen, wordt deze verplichting gelezen als een bevoegdheid.

Artikel 22.272 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, bij regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht
  • 1.

    Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 22.270 die in strijd is met de in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, gestelde regels over afwijking, kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in dat tijdelijke deel.

  • 2.

    Op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend, zijn van overeenkomstige toepassing:

    • a.

      artikel 8.0b, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

    • b.

      artikel 8.0c, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

    • c.

      artikel 8.0d, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Paragraaf 22.5.2 Aanvraagvereisten

Subparagraaf 22.5.2.1 Algemene bepalingen
Artikel 22.273 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning die is vereist op grond van:

  • a.

    het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet;

  • b.

    artikel 22.270 van dit omgevingsplan;

  • c.

    een andere gemeentelijke regeling dan dit omgevingsplan in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet; of

  • d.

    artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet.

Subparagraaf 22.5.2.2 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet
Artikel 22.274 Omgevingsplanactiviteit: uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid
  • 1.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid worden gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de te gebruiken materialen;

    • b.

      de mate waarin sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie; en

    • c.

      de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan aan het verrichten van de activiteit.

  • 2.

    Voor zover dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld

Artikel 22.275 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit wordt aannemelijk gemaakt dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.

Subparagraaf 22.5.2.3 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van artikel 22.270 van dit omgevingsplan
Artikel 22.276 Omgevingsplanactiviteit: afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet
  • 1.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 22.270 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      het beoogde en het huidige gebruik van de locaties en bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft;

    • b.

      een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop:

      • 1.

        de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak;

      • 2.

        de situering van bouwwerken ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;

      • 3.

        de wijze waarop de locatie wordt ontsloten;

      • 4.

        de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en

      • 5.

        het beoogd gebruik van de locatie behorende bij het voorgenomen bouwwerk.

  • 2.

    Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld.

Subparagraaf 22.5.2.4 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van een andere gemeentelijke regeling dan dit omgevingsplan in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet
Artikel 22.277 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: algemeen

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    het monumentnummer en, voor zover van toepassing, de naam van het monument of de plaatselijke aanduiding van het archeologisch monument;

  • b.

    de opgave van het huidige gebruik van het gemeentelijk monument en het voorgenomen gebruik, als dat afwijkt van het huidige gebruik; en

  • c.

    de motivering voor het verrichten van de activiteit en een omschrijving van de gevolgen ervan voor het gemeentelijk monument.

Artikel 22.278 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument voor zover het gaat om een archeologisch monument
  • 1.

    Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 22.277, worden, voor zover het gaat om een archeologisch monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een omschrijving van de aard van de activiteit, met vermelding van:

      • 1.

        de omvang in vierkante meters; en

      • 2.

        de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld;

    • b.

      een topografische kaart voorzien van een noordpijl en minimaal twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit;

    • c.

      doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld;

    • d.

      als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een programma van eisen voor de opgraving;

    • e.

      als sprake is van een booronderzoek met boren met een diameter groter dan 10 cm: een plan van aanpak voor een booronderzoek;

    • f.

      als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; en

    • g.

      voor zover de activiteit bestaat uit een bouwactiviteit: funderingstekeningen.

  • 2.

    Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een rapport waarin de archeologische waarde van dat deel van het archeologisch monument waarop de activiteit van invloed is, in voldoende mate nader is vastgesteld;

    • b.

      een rapport waarin de gevolgen van de activiteit op de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt;

    • c.

      detailtekeningen met van de afzonderlijke ingrepen:

      • 1.

        de exacte locatie;

      • 2.

        de omvang; en

      • 3.

        de diepte ten opzichte van het maaiveld;

    • d.

      voor zover de activiteit bestaat uit aanlegwerkzaamheden of een ontgrondingsactiviteit:

      • 1.

        een bestek met bijbehorende tekeningen; of

      • 2.

        een werkomschrijving met bijbehorende tekeningen;

    • e.

      als sprake is van een sloopactiviteit: bestaande funderingstekeningen; of

    • f.

      als sprake is van een archeologisch monument onder water: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details.

Artikel 22.279 Eisen aan tekeningen als bedoeld in artikel 22.278

Tekeningen als bedoeld in artikel 22.278 hebben een schaal die niet kleiner is dan:

  • a.

    1:2000, als het gaat om een topografische kaart;

  • b.

    1:100, als het gaat om een funderingstekening of doorsnedetekening; en

  • c.

    1:50, als het gaat om een detailtekening.

Artikel 22.280 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument
  • 1.

    Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 22.277, worden, voor zover het gaat om het slopen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen sloop:

      • 1.

        overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en

      • 2.

        foto’s van de bestaande toestand;

    • b.

      de volgende tekeningen:

      • 1.

        als sprake is van het slopen van een deel van het monument waarbij de omvang van het monument wijzigt: situatietekeningen van de bestaande en de nieuwe situatie;

      • 2.

        opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:

        • i.

          plattegronden;

        • ii.

          doorsneden;

        • iii.

          gevelaanzichten; of

        • iv.

          een dakaanzicht; en

      • 3.

        slooptekeningen; en

    • c.

      een omschrijving van de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.

  • 2.

    Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie;

    • b.

      als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld;

    • c.

      een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; of

    • d.

      een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische en constructieve aspecten.

Artikel 22.281 Omgevingsplanactiviteit: verplaatsen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument
  • 1.

    Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 22.277, worden, voor zover het gaat om het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft;

    • b.

      de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen verplaatsing:

      • 1.

        overzichtsfoto’s van de bestaande situatie;

      • 2.

        foto’s van de bestaande toestand; en

      • 3.

        overzichtsfoto’s van de nieuwe locatie;

    • c.

      de volgende tekeningen:

      • 1.

        situatietekeningen van de bestaande en nieuwe situatie;

      • 2.

        opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:

        • i.

          plattegronden;

        • ii.

          doorsneden;

        • iii.

          gevelaanzichten; of

        • iv.

          een dakaanzicht; en

      • 3.

        plantekeningen van de nieuwe toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:

        • i.

          plattegronden;

        • ii.

          doorsneden;

        • iii.

          gevelaanzichten; of

        • iv.

          een dakaanzicht;

    • d.

      een bestek of werkomschrijving van de wijze van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe locatie en de herbouw; en

    • e.

      als de activiteit bestaat uit het verplaatsen van een molen; een rapport over de molenbiotoop van de bestaande en de nieuwe situatie.

  • 2.

    Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie, tuinhistorie of over de relatie van het monument tot zijn historische omgeving;

    • b.

      als op de bestaande of op de nieuwe locatie sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag door de activiteit zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld;

    • c.

      een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten;

    • d.

      aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; of

    • e.

      een opgave van de bij de voorbereiding en het verrichten van de activiteit te hanteren uitvoeringsrichtlijnen.

Artikel 22.282 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: wijzigen van een monument of monument door herstel ontsieren of in gevaar brengen
  • 1.

    Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 22.277, worden, voor zover het gaat om het wijzigen van een monument of het herstellen daarvan waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar kan worden gebracht, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen activiteit:

      • 1.

        overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en

      • 2.

        detailfoto’s van de bestaande toestand, die een duidelijke indruk geven van het onderdeel van het monument waar de voorgenomen activiteit zal worden verricht;

    • b.

      de volgende tekeningen:

      • 1.

        een situatietekening van de bestaande situatie, en als de nieuwe situatie daarvan afwijkt: een situatietekening van de nieuwe situatie;

      • 2.

        opnametekeningen van de bestaande toestand met voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:

        • i.

          plattegronden;

        • ii.

          doorsneden;

        • iii.

          gevelaanzichten; of

        • iv.

          een dakaanzicht;

      • 3.

        als er gebreken worden hersteld: gebrekentekeningen;

      • 4.

        plantekeningen van de nieuwe toestand en van de voorgenomen werkzaamheden, met inbegrip van de te vervangen of te veranderen onderdelen en de te verhelpen gebreken, met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:

        • i.

          plattegronden;

        • ii.

          doorsneden;

        • iii.

          gevelaanzichten; of

        • iv.

          een dakaanzicht; en

      • 5.

        als sprake is van verwijdering van materiaal: slooptekeningen; en

    • c.

      een omschrijving van de aard en omvang van de activiteit in de vorm van een bestek of werkomschrijving, met:

      • 1.

        de te gebruiken en de te vervangen materialen, de toe te passen constructies, afwerkingen en kleuren, en de wijze van uitvoering of verwerking; en

      • 2.

        als sprake is van verwijdering van materiaal: de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.

  • 2.

    Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie;

    • b.

      als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld;

    • c.

      een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft;

    • d.

      een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten;

    • e.

      aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen;

    • f.

      voor zover er algemene kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten op de activiteit van toepassing zijn: een opgave of de voorgenomen activiteit hierop is afgestemd; of

    • g.

      als de activiteit een monument betreft dat een tuinaanleg, parkaanleg of andere groenaanleg is: een beheervisie.

Artikel 22.283 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: monument door gebruik ontsieren of in gevaar brengen

Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 22.277 wordt, voor zover het gaat om het gebruiken van een monument waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar gebracht, een opgave verstrekt van de maatregelen die worden getroffen om deze nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

Artikel 22.284 Eisen aan tekeningen als bedoeld in de artikelen 22.280 tot en met 22.282
  • 1.

    Bij een aanvraag als bedoeld in de artikelen 22.280 tot en met 22.282 hebben tekeningen een schaal die niet kleiner is dan:

    • a.

      1:1000, als het gaat om een situatietekening;

    • b.

      1:100, als het gaat om een algemene geveltekening;

    • c.

      1:20 of 1:50, als het gaat om een geveltekening voor een ingrijpende wijziging; en

    • d.

      1:100, als het gaat om een plattegrondtekening, doorsnedetekening of een tekening van het dakaanzicht.

  • 2.

    Een detailtekening heeft een schaal van 1:1, 1:2 of 1:5 en is voorzien van een omschrijving van de materiaaltoepassing en de maatvoering.

  • 3.

    Uit een situatietekening die is voorzien van een noordpijl blijkt de oriëntatie van het monument op het perceel en ten opzichte van omliggende bebouwing en wegen.

  • 4.

    Een plattegrondtekening en een doorsnedetekening bevatten de volgende historische gegevens:

    • a.

      balklagen:

      • 1.

        gestippeld aangegeven in plattegronden van ruimten onder de balklagen; en

      • 2.

        getekend aangegeven in doorsneden met aanduiding van de afmetingen;

    • b.

      geornamenteerde plafonds, gestippeld aangegeven in plattegronden van de ruimten waar deze zich bevinden;

    • c.

      houtafmeting, balklagen en kapconstructie, aangegeven in doorsneden van de bestaande en van de nieuwe toestand; en

    • d.

      bijzondere ruimten of bouwdelen, direct of indirect betrokken bij de activiteit, aangegeven in plattegronden en doorsneden.

Artikel 22.285 Overeenkomstige toepassing voorbeschermd gemeentelijk monument

De artikelen 22.277 tot en met 22.284 zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument.

Artikel 22.286 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht
  • 1.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht wordt aannemelijk gemaakt dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.

  • 2.

    Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld.

Artikel 22.287 Omgevingsplanactiviteit: uitweg

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het maken, hebben of veranderen van een uitweg of het gebruik daarvan worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    de locatie van de uitweg aan het voor-, zij- of achtererf;

  • b.

    de afmeting van de nieuwe uitweg of de te veranderen bestaande uitweg en de beoogde verandering daarvan;

  • c.

    de te gebruiken materialen; en

  • d.

    de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan voor het aanleggen of het gebruik van de uitweg, zoals bomen, lantaarnpalen en nutsvoorzieningen.

Artikel 22.288 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het hebben van een alarminstallatie in, op of aan een onroerende zaak die een voor de omgeving opvallend geluid of lichtsignaal kan produceren, bedoeld in een gemeentelijke verordening, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    de aard en de werking van de signalering; en

  • b.

    twee waarschuwingsadressen, inclusief telefoonnummers en namen van contactpersonen.

Artikel 22.289 Omgevingsplanactiviteit: vellen van houtopstand
  • 1.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand, identificeert de aanvrager op de aanduiding, bedoeld in artikel 7.3, onder d, van de Omgevingsregeling, iedere houtopstand waarop de aanvraag betrekking heeft met een nummer.

  • 2.

    Per genummerde houtopstand worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de soort houtopstand;

    • b.

      de locatie van de houtopstand op het voor-, zij-, of achtererf;

    • c.

      de diameter in centimeters, gemeten op 1,30 meter vanaf het maaiveld; en

    • d.

      de mogelijkheid tot herbeplanten of het voornemen om op een daarbij te vermelden locatie tot herbeplanten van een daarbij te vermelden aantal soorten over te gaan.

Artikel 22.290 Omgevingsplanactiviteit: handelsreclame
  • 1.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het maken of voeren van handelsreclame op of aan een onroerende zaak met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      het aantal en de afmetingen van de reclame;

    • b.

      de hoogte van de reclame, gemeten vanaf het maaiveld tot de onderkant;

    • c.

      de te gebruiken materialen, kleuren en verlichting; en

    • d.

      de tekst van de reclame.

  • 2.

    Als een andere dan de eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van de onroerende zaak met diens toestemming handelsreclame maakt of voert, vermeldt de aanvrager in de aanvraag de naam, het adres en de woonplaats van die ander.

Artikel 22.291 Omgevingsplanactiviteit: opslaan roerende zaken
  • 1.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van roerende zaken in een daarbij aangewezen gedeelte van de gemeente worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de aard van de roerende zaken; en

    • b.

      de omvang van de opslag van de roerende zaken.

  • 2.

    Als een ander dan de eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van de onroerende zaak met diens toestemming roerende zaken opslaat, vermeldt de aanvrager in de aanvraag de naam, het adres, en de woonplaats van die ander.

Subparagraaf 22.5.2.5 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet
Artikel 22.292 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht
  • 1.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht wordt aannemelijk gemaakt dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.

  • 2.

    Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld.

Paragraaf 22.5.3 Voorschriften

Artikel 22.293 Voorschriften over archeologische monumentenzorg
  • 1.

    Aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid als bedoeld in artikel 22.274, eerste lid, die van invloed is op een archeologisch monument kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval voorschriften worden verbonden, die inhouden een plicht tot:

    • a.

      het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in situ kunnen worden behouden;

    • b.

      het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;

    • c.

      het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; en

    • d.

      het verrichten van een opgraving of een archeologische begeleiding op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met artikel 5.4, eerste en tweede lid, van de Erfgoedwet.

  • 2.

    Aan een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit op of in een archeologisch monument in een beschermd stads- of dorpsgezicht kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften over de wijze van slopen worden verbonden.

Hoofdstuk 23 VANGNETREGELING OMGEVINGSWET

Artikel 23.1 Aanvulling: situering vergunningvrije erf- en perceelafscheidingen

  • 1.

    In aanvulling op artikel 22.26, onder f, onder 2°, wordt onder een gebouw als bedoeld in dat onderdeel verstaan: een hoofdgebouw.

  • 2.

    In aanvulling op artikel 22.26, onder f, onder 3°, wordt onder de lijn, bedoeld in dat onderdeel, verstaan: de lijn die loopt langs de voorkant van dat hoofdgebouw en vanaf daar evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen.

Artikel 23.2 Aanvulling: specifieke beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij ruimtelijk plan in procedure

In aanvulling op artikel 22.32, eerste lid, onder a en b, wordt de omgevingsvergunning ook geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft voor de dag van ontvangst van de aanvraag:

  • a.

    een ontwerp van een bestemmingsplan of van een inpassingsplan ter inzage is gelegd en de termijn voor de vaststelling van het bestemmingsplan of inpassingsplan ingevolge artikel 3.8, eerste lid, onder d, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden;

  • b.

    een bestemmingsplan of inpassingsplan is vastgesteld en de termijn voor de bekendmaking van het bestemmingsplan of inpassingsplan na de vaststelling ingevolge artikel 3.8, derde, vierde of zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of

  • c.

    een bestemmingsplan of inpassingsplan na vaststelling is bekendgemaakt, en het bestemmingsplan of inpassingsplan op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag nog niet in werking is getreden of in beroep is vernietigd.

Artikel 23.3 Aanvulling: activiteit niet van rechtswege in overeenstemming met tijdelijke deel omgevingsplan

In aanvulling op artikel 22.38, onder c, is artikel 22.35, aanhef en onder a en c, ook niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht op een locatie binnen een afstand als bedoeld in artikel 4.963, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van laatstbedoeld artikel van toepassing is.

Artikel 23.4 Aanvulling: geluidsregels niet van toepassing op hoogspanningsverbindingen

In aanvulling op artikel 22.55 is paragraaf 22.3.4 niet van toepassing op het geluid door bovengrondse hoogspanningsverbindingen met een spanning van ten minste 110 kV.

Artikel 23.5 Aanvulling: gegevens en bescheiden voor activiteiten op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds zijn vastgesteld

In aanvulling op artikel 22.62 geldt dat artikel ook voor activiteiten die worden verricht op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld.

Artikel 23.6 Aanvulling: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid, bij ruimtelijk plan in procedure

In aanvulling op artikel 22.268, eerste lid, onder a en b, wordt de omgevingsvergunning ook geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft voor de dag van ontvangst van de aanvraag:

  • a.

    een ontwerp van een bestemmingsplan of van een inpassingsplan ter inzage is gelegd en de termijn voor de vaststelling van het bestemmingsplan of inpassingsplan ingevolge artikel 3.8, eerste lid, onder d, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden;

  • b.

    een bestemmingsplan of inpassingsplan is vastgesteld en de termijn voor de bekendmaking van het bestemmingsplan of inpassingsplan na de vaststelling ingevolge artikel 3.8, derde, vierde of zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of

  • c.

    een bestemmingsplan of inpassingsplan na vaststelling is bekendgemaakt, en het bestemmingsplan of inpassingsplan op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag nog niet in werking is getreden of in beroep is vernietigd.

Hoofdstuk 24 FINANCIËLE BEPALINGEN

Afdeling 24.1 Kostenverhaal

Artikel 24.1 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 24.2 Nadeelcompensatie

Artikel 24.2 gereserveerd

gereserveerd

Hoofdstuk 25 PROCESREGELS

Afdeling 25.1 Voorbereiding van besluiten

Artikel 25.1 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 25.2 Gemeentelijke projecten van publiek belang

Artikel 25.2 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 25.3 Advies

Artikel 25.3 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 25.4 Maatschappelijk draagvlak

Artikel 25.4 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 25.5 Andere bestuursorganen

Artikel 25.5 gereserveerd

gereserveerd

Hoofdstuk 26 TOEZICHT EN HANDHAVING

Afdeling 26.1 Algemeen

Artikel 26.1 Toezicht en handhaving

Alle aanwijzingen en bevelen van politie, brandweer, de gemeentelijke opsporingsambtenaren en toezichthouders van de gemeente Lelystad, gegeven in het belang van de openbare orde en veiligheid, dienen stipt en onmiddellijk te worden opgevolgd.

Artikel 26.2 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 26.2 Kwaliteitsborging en afstemming uitvoering en handhaving

Artikel 26.3 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 26.3 Strafbepalingen

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 27 MONITORING EN INFORMATIE

Afdeling 27.1 Monitoring

Artikel 27.1 gereserveerd

gereserveerd

Hoofdstuk 28 OVERGANGSRECHT

Afdeling 28.1 Overgangsrecht

Paragraaf 28.1.1 Algemeen

Artikel 28.1 gereserveerd

gereserveerd

Artikel 28.2 Overgangsrecht gebruiksactiviteiten
  • 1.

    Gebruiksactiviteiten die werden uitgevoerd op het moment dat de regels daarvoor op locatie voor het laatst zijn gewijzigd, mogen worden voortgezet. 

  • 2.

    Het is verboden om gebruiksactiviteiten, zoals bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een andere gebruiksactiviteit die in strijd is met dit omgevingsplan, tenzij de strijdigheid hiermee naar aard en omvang wordt verkleind.

  • 3.

    Het is verboden om gebruiksactiviteiten, zoals bedoeld in het eerste lid, te hervatten of te laten hervatten als deze, nadat de regels daarvoor op locatie voor het laatst zijn gewijzigd, voor een periode van langer dan één jaar zijn onderbroken.

  • 4.

    Het eerste lid is niet van toepassing op gebruiksactiviteiten die al in strijd waren met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 28.3 Overgangsrecht bouwwerken
  • 1.

    Bouwwerken die zijn gebouwd, worden gebouwd of gebouwd kunnen worden op grond van een omgevingsvergunning, en die afwijken van het omgevingsplan op het moment dat de regels daarvoor op locatie voor het laatst zijn gewijzigd, mogen in stand worden gehouden.

  • 2.

    Bouwwerken die zijn gebouwd, worden gebouwd of gebouwd kunnen worden op grond van een omgevingsvergunning, en die afwijken van het omgevingsplan op het moment dat de regels daarvoor op locatie voor het laatst zijn gewijzigd, mogen, als deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 

    • a.

      gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; en

    • b.

      geheel worden vernieuwd of veranderd na het teniet gaan door een calamiteit, mits een omgevingsvergunning voor het bouwen binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan wordt aangevraagd.

  • 3.

    Het eerste en tweede lid zijn overeenkomstig van toepassing op bouwwerken die zijn gebouwd, worden gebouwd, of kunnen worden gebouwd op grond van een melding op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

  • 4.

    Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op bouwwerken die, voordat de regels daarvoor op locatie voor het laatst zijn gewijzigd, zonder omgevingsvergunning gebouwd zijn en die al in strijd waren met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 28.4 Overgangsrecht uitvoeren van werken en werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde

Werken en werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, die legaal in uitvoering zijn op het tijdstip dat de regels daarvoor op locatie voor het laatst zijn gewijzigd, mogen worden voortgezet.

Artikel 28.5 Overgangsrecht met betrekking tot de Verordening fysieke leefomgeving

Beleid, beleidsregels en andere beleidsdocumenten die bij of krachtens de Verordening fysieke leefomgeving Lelystad 2021 van toepassing waren, behouden hun werking en blijven gelden voor de bepalingen die zijn opgenomen in het Omgevingsplan gemeente Lelystad, tenzij expliciet anders bepaald.

Hoofdstuk 29 SLOTBEPALINGEN

Afdeling 29.1 Uitvoerbaarheid en evaluatie

Artikel 29.1 gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 29.2 Overige bepalingen

Artikel 29.2 Citeertitel

Dit omgevingsplan wordt aangehaald als: Omgevingsplan gemeente Lelystad.

Bijlage I Begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit omgevingsplan, met uitzondering van hoofdstuk 22 en 23,  wordt verstaan onder:

aanbouw

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

agrarisch hulpbedrijf

een bedrijf, dat is gericht op het verlenen van diensten, het leveren van dieren of goederen aan agrarische bedrijven of dat is gericht op het verwerken of het opslaan van dieren of producten, die afkomstig zijn van agrarische bedrijven;

archeologische verwachting

de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op de aanwezigheid van archeologische overblijfselen;

afmeervoorziening

een bouwwerk of constructie dat speciaal is ontworpen om schepen of andere vaartuigen te laten aanmeren;

archeologische waarde

waarde die aan een gebied is toegekend vanwege de kennis en wetenschap van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden;

bebouwing

één of meer gebouwen of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

bebouwingspercentage

een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het terrein aangeeft dat maximaal zal worden bebouwd, dit met inbegrip van de oppervlakte van (overdekte) bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

bed and breakfast

het tegen betaling bieden van de ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt in de woning van de aanbieder;

bedrijfsgebouw

een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;

bedrijfsvloeroppervlakte

de totale oppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening benodigde bedrijfsruimte, inclusief de verkoopvloeroppervlakte, opslag- en administratieruimten en dergelijke;

bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de functie van het gebouw of het terrein noodzakelijk is;

beperkt kwetsbaar gebouw

beperkt kwetsbaar gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

beroep of bedrijf aan huis

een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn en die op kleine schaal in een woning of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijk uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie;

bestaande situatie

bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzagelegging van een ontwerpwijziging, dan wel zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning en het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat de wijziging rechtskracht heeft verkregen;

bijgebouw

een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

bouwen

bouwen als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet;

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en zolder;

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

bouwwerk

bouwwerk als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet;

buidelwoning

een onzelfstandige woonruimte in een woning, bedoeld voor de inwoning van ten hoogste twee personen die in een familie- of daarmee gelijk te stellen duurzame sociale relatie staan ten opzichte van de hoofdbewoner(s); 

carport

afdak voor een auto;

daknok

daknok als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

dakopbouw

een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok of dakrand van het dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert;

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

dienstverlening

het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden;

dierenhok

gebouw voor het houden van huisdieren;

erf

bebouwd of onbebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij het omgevingsplan die inrichting niet verbiedt;

erotisch getinte vermaaksfunctie

een vermaaksfunctie welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal;

extensief agrarisch medegebruik

een agrarisch medegebruik in de vorm van extensief beheerd grasland en natuurakkers waarbij de instandhouding en versterking van omliggende en ter plaatse aanwezige natuur en landschapswaarden voorop staat;

extensieve dagrecreatie

een extensief dagrecreatief gebruik van gronden, dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatief gebruik is toegestaan, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, met de daarbijbehorende voorzieningen zoals een vissteiger, een picknickplaats, of een naar de aard daarmee gelijk te stellen voorziening;

gebouw

gebouw als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet;

gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden

de mogelijkheden om gronden en daarop toegelaten bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende functie te gebruiken;

geluidgevoelige functie

in een gebouw of op een ruimte aanwezige functies die maken dat een gebouw of ruimte als geluidgevoelig wordt aangemerkt;

hoekperceel

een perceel, gelegen aan een hoek van twee wegen in het openbaar gebied;

hoofdbewoner

de eigenaar of de huurder van de woning die daar zijn hoofdverblijf heeft;

hoofdgebouw

hoofdgebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

hoofdverblijf

de plaats die vanwege persoonlijke en economische belangen gezien wordt als de centrale levensplaats van een persoon;

horeca

een bedrijf waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie;

horeca categorie 1

een horecabedrijf dat aan detailhandelsfunctie verwante daghoreca voorziet, met een bedrijfsvloeroppervlak (B.V.O.) van minder dan 150 m2, en dat in beginsel alleen overdag en ‘s avonds geopend behoeft te zijn (vooral verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaakt. Daaronder worden begrepen: 

  • a.

    een automatiek;

  • b.

    een broodjeszaak of croissanterie;

  • c.

    een cafetaria;

  • d.

    een  koffiebar;

  • e.

    een lunchroom;

  • f.

    een ijssalon;

  • g.

    een snackbar;

  • h.

    tearoom;

  • i.

    een traiteur; of

  • j.

    een naar aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen horeca-activiteit.

horeca categorie 2a

een horecabedrijf met een relatief beperkte verkeersaantrekkende werking dat in beginsel alleen overdag en ’s avonds geopend behoeft te zijn (vooral voor verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaakt. Daaronder worden begrepen:

  • a.

    een restaurant zonder bezorg- of afhaalservice;

  • b.

    een hotel; of

  • c.

    een horecabedrijf als bedoeld in horecabedrijf categorie 1, met een bedrijfsvloeroppervlakte van meer dan 150 m2.

horeca categorie 2b

een horecabedrijf met een relatief grote verkeersaantrekkende werking dat in beginsel alleen overdag en ’s avonds geopend behoeft te zijn (vooral voor verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaakt. Daaronder worden begrepen:

  • a.

    een restaurant met een bezorg- of afhaalservice; of

  • b.

    een naar aard daarmee gelijk te stellen horeca-activiteit.

horeca categorie 3

een horecabedrijf dat normaal gesproken ook delen van de nacht geopend is en dat daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kan veroorzaken. Daaronder worden begrepen: 

  • a.

    een café of bar;

  • b.

    een grand-café;

  • c.

    een eetcafé;

  • d.

    een danscafé;

  • e.

    een biljartcentrum;

  • f.

    een shoarmazaak;

  • g.

    een grillroom;

  • h.

    een zalenverhuurcentrum (zonder regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/ dansevenementen; en

  • i.

    een naar aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen horeca-activiteit.

horeca categorie 4a

een horecabedrijf dat voor een goed functioneren ook ’s nachts is geopend en dat tevens een groot aantal bezoekers aantrekt en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kan brengen en bedrijven waarin de bedrijfsvoering gericht is op het publiek gelegenheid te geven deel te nemen aan kansspelen. Daaronder worden begrepen:

  • a.

    partycentrum (regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek- / dansevenementen);

  • b.

    gereserveerd.

horeca categorie 4b

een horecabedrijf dat voor een goed functioneren ook ’s nachts is geopend en dat tevens een groot aantal bezoekers aantrekt en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kan brengen en bedrijven waarin de bedrijfsvoering gericht is op het publiek gelegenheid te geven deel te nemen aan kansspelen. Daaronder worden begrepen:

  • a.

    dancing/discotheek;

  • b.

    nachtclub;

  • c.

    speelautomaten- en gokhal; en

  • d.

    casino.

horeca categorie 5

een horecabedrijf dat is ingericht op het functioneren van een seksinrichting;

hospitaverhuur

de verhuur van een onzelfstandige woonruimte van maximaal 50% van het gebruiksoppervlak van een woning aan ten hoogste 1 persoon waarbij de woonvoorzieningen worden gedeeld met de hoofdbewoner die tevens verhuurder is;

houtteelt/bosbouw

de bedrijfsmatige uitoefening van uitsluitend de functie houtproductie op gronden, niet zijnde fruitteelt;

huishouden

een persoon of een groep personen die een met een gezinsverband vergelijkbaar huishouden voert waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid, wederzijdse zorg en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen;  

kamerbewoning

het laten gebruiken van een (gedeelte van een) woning als onzelfstandige woonruimte;

kampeermiddel

een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

kantoorgebouw

een gebouw dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi)overheidsinstellingen, het bankwezen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen instellingen;

kap

iedere bovenbeëindiging van een gebouw met een zekere helling;

kunstobject

voortbrengsel van de beeldende kunsten in de vorm van een bouwwerk, geen gebouw zijnde;

kunstwerk

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct of een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening;

kwetsbaar gebouw

kwetsbaar gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

landschappelijke waarden

de aan een gebied toegekende waarden in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied;

ligplaats

een ruimte voor het afmeren en doen of laten liggen van een vaartuig;

logiesverstrekking

het bieden van de ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en maaltijden binnen de hoofdfunctie, waaronder een bed & breakfast en een pension;

maatschappelijke dienstverlening

het verlenen van diensten in de medische, sociale, educatieve, culturele, religieuze en administratieve sfeer en andere vormen van dienstverlening, die een min of meer openbaar karakter hebben, met uitzondering van een seksinrichting;

mantelzorg

mantelzorg als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

milieusituatie

de situatie, waarbij milieuaspecten dienen te worden beoordeeld, zoals hinder voor omwonenden en een verkeersaantrekkende werking. In het bijzonder dient er bij de situering en omvang van milieubelastende functies (o.a. bedrijven) op te worden gelet dat de uitbreiding of nieuwvestiging van milieugevoelige functies (o.a. woningen) zo weinig mogelijk wordt beperkt. Omgekeerd dient er bij uitbreiding of nieuwvestiging van milieugevoelige functies op te worden gelet dat bestaande milieubelastende functies zo weinig mogelijk in hun functioneren worden beperkt;

natuurlijke waarden

de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, bodemkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied, waaronder soortenbescherming bij of krachtens de Omgevingswet;

nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, apparatuur voor telecommunicatie, middelen voor (ondergrondse) afvalinzameling en andere naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen;

ondergeschikte functie

een functie (gebruiksactiviteit) die aanvullend is aan een andere op locatie toegestane functie, wat betekent dat ze primair bedoeld is om bij te dragen aan de kwaliteit of beleving van die andere functie. Met ondergeschikt wordt bedoeld dat er duidelijk sprake is van een secundair karakter en de functie fysiek en functioneel verweven is met een andere functie, zoals door een gedeelde toegang en gelijke openingstijden;

onzelfstandige woonruimte

een woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond zonder gebruik te maken van wezenlijke voorzieningen, zoals een badkamer, toilet en keuken, buiten die woonruimte;

parkeren

parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

peil

Onder peil wordt verstaan:

  • a.

    voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang (straatpeil);

  • b.

    voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw (straatpeil); of

  • c.

    in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.

permanente bewoning

bewoning als hoofdverblijf binnen de vaste woonplaats;

productie gebonden detailhandel

detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan het productieproces;

parkeerplaatsen grote voertuigen

Binnen gemeente Lelystad zijn de volgende locaties aangewezen voor het parkeren van grote voertuigen:

  • Het specifieke vrachtwagenparkeerterrein in de hoek Vaartweg-Zuiveringweg (bedrijventerrein Noordersluis);

  • Bedrijventerrein Noordersluis: alleen op de wegen Verlaatweg, Havenweg, Loodsweg, Bouwweg en het gedeelte van de Vaartweg tussen de Loodsweg en de rioolwaterzuivering De Kringloop;

  • Bedrijventerrein Oostervaart: alle wegen met uitzondering van de Binnenhavenweg, Bronsweg en Steenstraat;

  • Bedrijventerrein Gildenhof: alle wegen met uitzondering van de Schroefstraat.

parkeren

parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

recreatief nachtverblijf

recreatie in een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf, zoals een recreatiewoning, kampeerhuisje, logeergebouw, pension of kampeermiddel door personen die hun hoofdverblijf elders hebben;

seksinrichting

een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. 

Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan, al dan niet in combinatie met elkaar:

  • a.

     een (raam)prostitutiebedrijf;

  • b.

    een seksbioscoop;

  • c.

    een seksautomatenhal;

  • d.

    een sekstheater;

  • e.

    een parenclub; 

  • f.

    een privé-huis; of

  • g.

    een erotische massagesalon.

semi-agrarische activiteiten

activiteiten gericht op de handel in bloemen, planten en dieren en/of de bewaring van dan wel sportbeoefening met dieren, zoals een plantencentrum, fokken of kweken van dieren, hondenkennel -opvang en -africhtstation, pony- of paarden(koets)houderij, manege, imkerij met gerelateerde activiteiten, kleinschalige vormen van natuurgerichte educatie en workshops, tuinontwerpbureaus, hoveniersbedrijven, recreatieve of educatieve voorbeeld of siertuinen, vervaardiging plan- of bloemsieraden, detailhandel in tuinmeubelen / tuininrichtingsartikelen, koffie en theeschenkerijen;

sociale veiligheid

de mogelijkheid om zich in een omgeving te bevinden zonder bedreigd te worden of het gevoel te hebben persoonlijk lastig te worden gevallen;

standplaats

het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel;

straat- en bebouwingsbeeld

een in stedenbouwkundig opzicht, samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, dat zich in het algemeen kenmerkt door: 

  • a.

    een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte;

  • b.

    een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling; en,

  • c.

     een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is;

straatpeil:
  • a.

    voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;

  • b.

    voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;

uitbouw

een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

verkeer

verkeer als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

veiligheidszone

afstand van de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van LPG-tankstations en kaststations;

verkeersveiligheid

de veiligheid voor het verkeer die wordt bepaald door de mate van overzichtelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers;

verkoopvloeroppervlakte

de totale oppervlakte van de voor het publiek toegankelijke en zichtbare winkelruimte, inclusief de etalageruimte en de ruimte achter de toonbank;

voertuig

voertuigen als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

voorgevel

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevels, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt;

voertuig

voertuigen als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

voorgevelrooilijn

de lijn die loopt langs de voorkant van dat hoofdgebouw en vanaf daar evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen;

vuurwerkbedrijf

een bedrijf dat is gericht op de vervaardiging of assemblage van vuurwerk, de (detail)handel in vuurwerk, de opslag van vuurwerk of de daarvoor benodigde stoffen;

vuurwerkverkooppunt

een bedrijf dat is gericht op de (detail)handel in vuurwerk;

waterpeil

het plaatselijk aan te houden waterpeil volgens vigerend peilbesluit;

weggebruikers

weggebruikers als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

windmolen

een turbine, voorzien van wieken, geplaatst op een hoge mast, waarmee de bewegingsenergie van de lucht (wind) wordt omgezet in rotatie-energie voor het opwekken van elektriciteit;

wonen

activiteit inhoudende de bewoning van een woonruimte;

woning

een woonruimte bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

woningsplitsing

het bouwkundig of functioneel splitsen van een bestaande woning in twee of meer aparte woningen;

woongebouw

een gebouw dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat, met één of meer gemeenschappelijke toegangen en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;

woonhuis

een grondgebonden woning dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;

woonruimte

een besloten ruimte die, al dan niet tezamen met één of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden, met inbegrip van een woonwagen en een woonschip, mits aanwezig op een daartoe aangewezen standplaats dan wel ligplaats;

woonschepenligplaats

een (water)kavel, bedoeld voor het hebben en houden van een woonschip;

woonschip

een drijvend bouwwerk dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt als woning;

woonsituatie

een situatie waarbij, mede door de situering van om de woonfunctie liggende functies en bebouwing, in ieder geval sprake is van een redelijke daglichttoetreding, een redelijke mate van uitzicht en voldoende privacy, alsmede van afwezigheid van hinder;

woonwagen

een niet duurzaam met de grond verenigde woning dat is geplaatst op een woonwagenstandplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst;

woonwagenstandplaats

een kavel, bedoeld voor het plaatsen of geplaatst houden van een woonwagen;

woonzorgcentrum

een accommodatie met bijbehorende voorzieningen voor de huisvesting van personen die bij hun normale, dagelijkse functioneren huishoudelijke, sociale, sociaal-medische en/of medische begeleiding en/of verzorging behoeven, zoals ouderen of gehandicapten;

zeer kwetsbaar gebouw

zeer kwetsbaar gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

zelfstandige woonruimte

een woonruimte die een eigen toegang heeft en die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen, zoals een badkamer, toilet en keuken, buiten de woonruimte;

zorgboerderij

een agrarisch bedrijf waar de ondernemer de activiteiten van het bedrijf combineert met zorgtaken;

zorgwoning

een woning die gekoppeld is:

  • a.

    aan een zorgfunctie, omdat minimaal een van de bewoners vanwege zijn of haar beperkte zelfredzaamheid vanaf de aanvang van de bewoning een zorgprofiel door middel van een objectieve zorgindicatie heeft op basis van een ter zake van overheidswege gehanteerd systeem (Wet langdurige zorg), waarbij de benodigde zorg beschikbaar is in de directe nabijheid van de woning en de benodigde zorg door de persoon of personen die is/zijn geïndiceerd voor zorg ook daadwerkelijk wordt afgenomen; of

  • b.

    aan een maatschappelijke functie, omdat aan minimaal een van de bewoners vanaf de aanvang van de bewoning een maatwerkvoorziening is verstrekt op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) ten behoeve van beschermd wonen dan wel opvang in de zin van artikel 1.1.1, eerste lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Bijlage II Meet- en rekenbepalingen

de afstand tot de bouwperceelgrens:

vanaf het dichtstbijzijnde punt van een (hoofd)gebouw tot de bouwperceelgrens;

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

de hoogte van een windturbine:

vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine;

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

het bebouwingspercentage

het deel van het bouwblok uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden.

Bijlage III Overzicht Informatieobjecten

aanbouw bouwen, bouwhoogte 3,5 m voorerf

/join/id/regdata/gm0995/2025/3c94c218f2cb4d9b9b861d2282787340/nld@2025‑12‑24;07050798

aanbouw bouwen, diepte 5 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/46e55d1324bd4ef991007030ac70bdb7/nld@2025‑12‑24;07050798

aanbouw zijgevel

/join/id/regdata/gm0995/2025/f65e4dfbc57240bd85135fde48d9163f/nld@2026‑06‑23;13581264

aanbouw, 1 bouwlaag

/join/id/regdata/gm0995/2025/320d14c415284568b60d735a64c0ebda/nld@2026‑06‑23;13581264

aanbouw, 3 m naar zijkant perceel, zijgevel

/join/id/regdata/gm0995/2025/b1777f546f09412d8c4a8cf5c85869c7/nld@2025‑12‑24;07050798

aanbouw, afstand achterkant perceel 6 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/8ad2a62cc0bb4da684c8d292cb04a996/nld@2025‑12‑24;07050798

aanbouw, afstand achterkant perceel 7 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/2558890d84ae41deba772221f32aef57/nld@2025‑12‑24;07050798

aanbouw, diepte 4 m achter bouwvlak

/join/id/regdata/gm0995/2024/bbd5be4b00b5442f9d12d7c3d2201f83/nld@2025‑12‑24;07050798

aanbouw, goothoogte 3,5 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/fac9d85a74b14780a97e40f492ff9598/nld@2025‑12‑24;07050798

aanbouw, in achterste perceelsgrens

/join/id/regdata/gm0995/2025/e9e327606047408680c96b9391251f0d/nld@2025‑12‑24;07050798

aanbouw, voorwaarden goothoogte

/join/id/regdata/gm0995/2025/10d8ac6431f84ec59881b3bcbe05370c/nld@2025‑12‑24;07050798

aanleggebied Zuiderhage fase 1

/join/id/regdata/gm0995/2026/604a58342e7047cc93965244ebf6a5ea/nld@2026‑07‑14;07535272

afwijken afstand achterkant perceel 4 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/1b176f110e9f47d48c267b020dce7809/nld@2025‑12‑24;07050798

afwijken maximale korrelgrootte per gebouweenheid, 7

/join/id/regdata/gm0995/2025/14c362b84a114b8fadfe8f13a946c11b/nld@2025‑12‑24;07050798

afwijken maximale korrelgrootte per gebouweenheid, 9

/join/id/regdata/gm0995/2025/1e00b8aae5df4ddba027154fa85a976e/nld@2025‑12‑24;07050798

afwijking goothoogte, vergunningplicht

/join/id/regdata/gm0995/2024/76278604805c4d7f969a81219e412491/nld@2025‑06‑05;05522335

agrarisch

/join/id/regdata/gm0995/2025/b24b6dd4cb4248c8a8e18bf305205cf7/nld@2025‑12‑24;07050798

agrarisch, bewerking en opslag

/join/id/regdata/gm0995/2025/13b4298e314b462290587c3075fcf5a3/nld@2025‑12‑24;07050798

agrarisch, de groene velden

/join/id/regdata/gm0995/2025/9d61f1d8feb442f7ac8420b50e25a8ea/nld@2025‑12‑24;07050798

agrarisch, hulpbedrijf

/join/id/regdata/gm0995/2025/89f065bdd9d941a19486fe91a18caf40/nld@2025‑12‑24;07050798

agrarisch, intensieve veehouderij

/join/id/regdata/gm0995/2025/97e2bffeb9a3404fad591cff88b550c9/nld@2025‑12‑24;07050798

agrarisch, loonwerk/veehandel

/join/id/regdata/gm0995/2025/f92e1ccf3bb141c3b34a10edc6e68abc/nld@2025‑12‑24;07050798

agrarisch, vergunningplicht nevenactiviteiten

/join/id/regdata/gm0995/2025/074249e4ba804898bae14c1991467912/nld@2025‑12‑24;07050798

agrarisch, vergunningplicht zorgboerderij

/join/id/regdata/gm0995/2025/5f7e39bc8fa44e88aec454cdfc7e5081/nld@2025‑12‑24;07050798

agrarisch, zone waterkering

/join/id/regdata/gm0995/2025/e4c14853f3d04a2f905c60622fae03a3/nld@2025‑12‑24;07050798

agrarisch, zorgboerderij

/join/id/regdata/gm0995/2025/86c3bada3ca44348b382e0f039b082dd/nld@2025‑12‑24;07050798

agrarische locaties

/join/id/regdata/gm0995/2025/e980aece71aa4a51a27709a0b7037d49/nld@2025‑12‑24;07050798

ander bouwwerk bouwen, boomhut

/join/id/regdata/gm0995/2025/d62a68c2ae244daebc674e62b74df214/nld@2025‑12‑24;07050798

ander bouwwerk bouwen, brandtoren

/join/id/regdata/gm0995/2025/56cf20c9d048456c85bf165ef0b95d06/nld@2025‑12‑24;07050798

ander bouwwerk bouwen, geluidsscherm 10 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/ac1a60fd25ef4608b34ffd7547bb6292/nld@2025‑12‑24;07050798

ander bouwwerk bouwen, schuilplaats

/join/id/regdata/gm0995/2025/605c683962a24afcb45bf48b7427287e/nld@2025‑12‑24;07050798

archeologie, aanvraagvereisten

/join/id/regdata/gm0995/2024/739550d3040549d69f8d7496991be168/nld@2025‑12‑24;07050798

archeologie, activiteiten beschermde waarden

/join/id/regdata/gm0995/2025/a9b9201a1e7b4da593a3d897513bc73f/nld@2025‑12‑24;07050798

archeologie, afwijking beoordelingsregels 1

/join/id/regdata/gm0995/2025/5c8e4e907bbc4e039b27d62505432f67/nld@2025‑12‑24;07050798

archeologie, beoordelingsregels 1

/join/id/regdata/gm0995/2025/884a4b61ff664a28b2b801470905d446/nld@2025‑12‑24;07050798

archeologie, beoordelingsregels 2

/join/id/regdata/gm0995/2025/10fb3efcdfcd432b9321c02002c23079/nld@2025‑12‑24;07050798

archeologie, uitzondering vergunningplicht

/join/id/regdata/gm0995/2025/674bfb51e176431284117ba6696d2505/nld@2025‑12‑24;07050798

archeologie, vergunningplicht

/join/id/regdata/gm0995/2024/6082385deb0f4664a708ad64bfbf9409/nld@2025‑12‑24;07050798

archeologie, vergunningvrij 1

/join/id/regdata/gm0995/2025/53dc4c6c80ce4d3d80544197079f9306/nld@2025‑12‑24;07050798

archeologie, vergunningvrij 2

/join/id/regdata/gm0995/2025/38b817f4c009401e95b2c8ed9de0de30/nld@2025‑12‑24;07050798

archeologie, voorschriften vergunning

/join/id/regdata/gm0995/2024/c811d3d6e0044c13a9cb5fe7b89797ba/nld@2025‑12‑24;07050798

b&b, aanvullende beoordelingsregels 1

/join/id/regdata/gm0995/2024/31a22d460bcc4bfcbc6a7ac4e66b67d5/nld@2025‑12‑24;07050798

B&B, aanvullende beoordelingsregels 1 CMR

/join/id/regdata/gm0995/2025/c1a90b896b46412d8a29929aaf006b29/nld@2025‑12‑18;15563859

b&b, aanvullende beoordelingsregels 2

/join/id/regdata/gm0995/2024/089de4a4da7c4be1b4f21effc53dc57a/nld@2025‑06‑05;05522335

b&b, beoordelingsregels 1

/join/id/regdata/gm0995/2024/188416c1c7874d388d2418e786883d2e/nld@2026‑06‑23;13581264

B&B, beoordelingsregels 1 CMR

/join/id/regdata/gm0995/2025/6ed5f08b132e47e6a737b5d1cf4a98a9/nld@2025‑12‑18;15563859

b&b, beoordelingsregels 2

/join/id/regdata/gm0995/2025/94dd99537cf44b8a84de70e5ae21fd67/nld@2025‑06‑05;05522335

b&b, toegestaan

/join/id/regdata/gm0995/2024/1c6ae8a634844e279c33969d3d61bd69/nld@2025‑12‑24;07050798

b&b, toegestaan 2

/join/id/regdata/gm0995/2025/a5f01fa29de8478196194b673b3a27cd/nld@2025‑12‑24;07050798

b&b, vergunningplicht

/join/id/regdata/gm0995/2024/29b93ee9210d4115aee1914fabdf874e/nld@2026‑06‑23;13581264

B&B, vergunningplicht CMR

/join/id/regdata/gm0995/2025/4b2bc8b458a44732b94cabecca6749d3/nld@2025‑12‑18;15563859

bebouwde kom

/join/id/regdata/gm0995/2025/b5c539e963d14d2f9c6a4d19c6f656f3/nld@2025‑10‑29;08114054

bebouwingscontour houtkap

/join/id/regdata/gm0995/2025/7a087097101d492888d8434e108cd583/nld@2025‑10‑29;08114054

bebouwingscontour jacht

/join/id/regdata/gm0995/2025/5e945ad9d05a4e57be40edb2e086b334/nld@2025‑10‑29;08114054

bebouwingscontour, houtkap

/join/id/regdata/gm0995/2025/c160d8adfaf54e19a01a514bd32da177/nld@2025‑10‑29;08114054

bebouwingscontour, jacht

/join/id/regdata/gm0995/2025/eeadd1d1304f484f8182195e2cce3c04/nld@2025‑10‑29;08114054

bebouwingspercentage, woonhuis

/join/id/regdata/gm0995/2025/7eb8ff1e2a394ad9937333708aa3cdbe/nld@2026‑06‑23;13581264

bedrijf

/join/id/regdata/gm0995/2024/0a436e0f626246db8837577e9a5c38b5/nld@2025‑12‑24;07050798

bedrijf, beperkte milieu-impact

/join/id/regdata/gm0995/2024/5f4718966bcd4665b258ad1677ca8fbf/nld@2025‑06‑05;05522335

bedrijf, kantoor max. 30% BVO

/join/id/regdata/gm0995/2024/7536c8cce8cc460ab5ec11ca6584fe0d/nld@2025‑06‑05;05522335

bedrijf, opslagterrein

/join/id/regdata/gm0995/2024/e1e2e0cd588448c4a0d1dc897112c1bb/nld@2025‑06‑05;05522335

bedrijf, stil en veilig

/join/id/regdata/gm0995/2024/47021cc35c42457bb6140f8b137ce275/nld@2025‑06‑05;05522335

bedrijf, verbod vuurwerkbedrijf

/join/id/regdata/gm0995/2025/0432679422bc4379bd0a3288d333e25d/nld@2025‑06‑05;05522335

bedrijfslocaties

/join/id/regdata/gm0995/2024/986ddacc1a8149f2a0a1b9971d9f7e4a/nld@2025‑12‑24;07050798

bedrijfsmatige recreatie

/join/id/regdata/gm0995/2024/e8500793c4ec489496244593f0f7c09d/nld@2025‑06‑05;05522335

bedrijfsmatige recreatie, max. 1500 m²

/join/id/regdata/gm0995/2024/1eb5a6f345c5454fb98f559ac478a127/nld@2025‑06‑05;05522335

bedrijfswoning, beoordelingsregels 1

/join/id/regdata/gm0995/2025/6780c908b1984dc291f33c38a53fc4da/nld@2025‑12‑24;07050798

beperkingengebied buisleidingen

/join/id/regdata/gm0995/2024/f2b19c5a72a040acb354e19fd33bc2f2/nld@2025‑12‑24;07050798

beperkingengebied ecologie

/join/id/regdata/gm0995/2024/c0c394d125b649ec85d08f83e947ed6c/nld@2025‑12‑24;07050798

beperkingengebied hoogspanningsleidingen

/join/id/regdata/gm0995/2024/851ca85d8b314ba9a465fa37406baf74/nld@2025‑12‑24;07050798

beperkingengebied rijkswegen

/join/id/regdata/gm0995/2025/77a37c56c58b4e8e818abe30498e0db6/nld@2025‑10‑29;08114054

beperkingengebied rioolpersleiding Zuiderhage fase 1

/join/id/regdata/gm0995/2026/4000149da2fc48a8af77979056997702/nld@2026‑07‑14;07535272

beperkingengebied straalpad

/join/id/regdata/gm0995/2024/55af2c86dac94a9bb8655cd2572ce0a2/nld@2025‑12‑24;07050798

beperkingengebied waterkering

/join/id/regdata/gm0995/2024/892f561afea74997a2846475242f2c9f/nld@2025‑12‑24;07050798

beperkingengebied, buisleidingen

/join/id/regdata/gm0995/2024/beb259ed3560495f9496506bbca46af8/nld@2025‑12‑24;07050798

beperkingengebied, ecologie

/join/id/regdata/gm0995/2024/e26c99e0d67b4901838200ec9bafa9ad/nld@2025‑12‑24;07050798

beperkingengebied, straalpad

/join/id/regdata/gm0995/2025/57d2369dd5b24b72820529057a33e990/nld@2025‑12‑24;07050798

beperkingengebied, waterkering

/join/id/regdata/gm0995/2024/92f288b6f4e94e15b7d3994c6fd3909e/nld@2025‑12‑24;07050798

beplanting, vergunningplicht

/join/id/regdata/gm0995/2025/7c0c72878bb348e1be5b034a311e0596/nld@2025‑12‑24;07050798

besluit hogerewaarde Zuiderhage fase 1

/join/id/regdata/gm0995/2026/dbd23d9a76de4b419ac01fa3166299f5/nld@2026‑07‑14;07535272

bijbehorend bouwwerk bouwen, achtererf

/join/id/regdata/gm0995/2025/b6a718f98615491e91b560dbb85ab235/nld@2026‑06‑23;13581264

bijbehorend bouwwerk bouwen, bouwhoogte 5 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/114adfb0aacd471cbccf1221b39d4168/nld@2025‑12‑24;07050798

bijbehorend bouwwerk bouwen, bouwhoogte 6 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/3453a36e5a124f59a115762ea569042f/nld@2025‑12‑24;07050798

bijbehorend bouwwerk bouwen, goothoogte 3 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/e9275f83e2f3418089b2b050c87d8684/nld@2025‑12‑24;07050798

bijbehorend bouwwerk bouwen, goothoogte 3,5 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/580fc4139c8645f780856fc5ed613383/nld@2025‑12‑24;07050798

bijbehorend bouwwerk bouwen, max. oppervlakte

/join/id/regdata/gm0995/2025/6949740f09164716a280f4be3a1b8382/nld@2026‑06‑23;13581264

bijbehorend bouwwerk bouwen, oppervlakte max. 100 m2

/join/id/regdata/gm0995/2025/314692c3690f4186843aa32e2b1090ff/nld@2025‑12‑24;07050798

bijbehorend bouwwerk bouwen, oppervlakte max. 30 m²

/join/id/regdata/gm0995/2024/d718a8b4c845449badd5cc591e6c49e1/nld@2025‑12‑24;07050798

bijbehorend bouwwerk bouwen, oppervlakte max. 50 m2

/join/id/regdata/gm0995/2025/045b3307869c4dfb869e479667538a6d/nld@2025‑12‑24;07050798

bijbehorend bouwwerk bouwen, plat dak, tenzij

/join/id/regdata/gm0995/2025/fd0d25d9a14a4fd7b4284720536932ba/nld@2025‑12‑24;07050798

bijbehorend bouwwerk bouwen, voorerf

/join/id/regdata/gm0995/2025/e87f2473e5564c51add87cb0b00a7f4f/nld@2025‑12‑24;07050798

bijbehorend bouwwerk, 1 m naar openbaar gebied, achtererf

/join/id/regdata/gm0995/2024/f33673924030432f837f04de9f085be1/nld@2025‑12‑24;07050798

bijbehorend bouwwerk, 2 m naar openbaar gebied, voorerf

/join/id/regdata/gm0995/2024/a176d1c608054cf58783941a6b965ee5/nld@2025‑12‑24;07050798

bijbehorend bouwwerk, in zijdelingse perceelsgrens, achter stallingsgarage

/join/id/regdata/gm0995/2025/d67aee353f7d43838347bc25771c2012/nld@2025‑12‑24;07050798

bijbehorend bouwwerk, max. 1

/join/id/regdata/gm0995/2025/ed73528169ae41b09c2863c2e1963f3d/nld@2025‑12‑24;07050798

bijbehorend bouwwerk, max. 1 bouwlaag

/join/id/regdata/gm0995/2025/2cb691a2f45347a78b99e1c173adb9a0/nld@2025‑12‑24;07050798

bijbehorend bouwwerk, max. 50% achtererf

/join/id/regdata/gm0995/2025/9a12554bb720462ca2a8d7e986352d00/nld@2025‑12‑24;07050798

bijbehorend bouwwerk, plat dak

/join/id/regdata/gm0995/2024/809e510a88d04c4d816c3e9428021e56/nld@2025‑12‑24;07050798

bijbehorend bouwwerk, plat dak, tenzij 1

/join/id/regdata/gm0995/2024/1d137444becf4073b95830c6db6506af/nld@2025‑12‑24;07050798

bijbehorend bouwwerk, plat dak, voorerf

/join/id/regdata/gm0995/2024/30a88b549fec4865ba3d4ec669f555ce/nld@2025‑12‑24;07050798

bijbehorend bouwwerk, voorerf 2

/join/id/regdata/gm0995/2025/538553fa37284f10bfd0abfdce4835d9/nld@2025‑12‑24;07050798

bijbehorend bouwwerk, voorerf 3

/join/id/regdata/gm0995/2025/477f2c202cf24efeb01327b9770dd0e7/nld@2025‑12‑24;07050798

bijbehorend bouwwerk, voorerf 4

/join/id/regdata/gm0995/2024/360640e5226743e6a157505d3c02e43d/nld@2025‑12‑24;07050798

bijbehorende bouwwerk bouwen, binnen bouwvlak tenzij

/join/id/regdata/gm0995/2025/31b4d9fe23ce4eaa82e9218f325f5036/nld@2025‑12‑24;07050798

bijgebouw achtererf

/join/id/regdata/gm0995/2025/2bbce2bbbaef4d7aa98689fc15ce416b/nld@2025‑12‑24;07050798

bijgebouw bouwen, bouwhoogte 4 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/18b824511d32486e9c9725aaae6cc9cf/nld@2025‑12‑24;07050798

bijgebouw bouwen, buiten bouwvlak

/join/id/regdata/gm0995/2025/1c0e39aa46674c4bb4a89b1933cbccd2/nld@2025‑12‑24;07050798

bijgebouw bouwen, oppervlakte kleiner dan hoofdgebouw

/join/id/regdata/gm0995/2025/31dcf7fbed8f466a8916618bcd67fa9d/nld@2025‑12‑24;07050798

bijgebouw, 10 m²

/join/id/regdata/gm0995/2025/0996372380a94a4283ecbad15aa158b6/nld@2025‑12‑24;07050798

bijgebouw, niet op steigers of vlonders

/join/id/regdata/gm0995/2025/d00277a901b2447ba6a29c65377b3922/nld@2025‑12‑24;07050798

bioreactor, 4 m/200 m²

/join/id/regdata/gm0995/2025/b98442b3a96846579fc1eaef9f69de56/nld@2025‑12‑24;07050798

bodemactiviteit, vergunningplicht

/join/id/regdata/gm0995/2025/444f8d57ab22496cba3ab07040276957/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwactiviteit maatwerkvoorschriften

/join/id/regdata/gm0995/2024/b89bacac5715425d80f7c9e9e35407a9/nld@2025‑06‑05;05522335

bouwen, bouwlocatie toren

/join/id/regdata/gm0995/2025/0f07c775b8c240c38d622e00b8ea021a/nld@2025‑12‑17;12365274

bouwen, maximale oppervlakte in m²

/join/id/regdata/gm0995/2025/001dba853637466a8fef453982d96132/nld@2025‑12‑17;12365274

bouwen, maximum bebouwingspercentage gebouw (%)

/join/id/regdata/gm0995/2025/56057b05d7b744c3a900c703bed52eec/nld@2025‑12‑17;12365274

bouwen, maximum bouwhoogte gebouw

/join/id/regdata/gm0995/2025/03ac2df684ec47b1b301c471c47404ef/nld@2025‑12‑17;12365274

bouwen, maximum goothoogte gebouw

/join/id/regdata/gm0995/2025/e3f31b4de72f4bf3a24853c4e94c06cb/nld@2025‑12‑17;12365274

bouwgebied bufferzone

/join/id/regdata/gm0995/2026/9eb4cc880f7e41d0a605f7e548e8cab0/nld@2026‑07‑14;07535272

bouwgebied Buitenwaard

/join/id/regdata/gm0995/2026/019d8eca7c014aad85171dfa459fed1f/nld@2026‑07‑14;07535272

bouwgebied openbare buitenruimte

/join/id/regdata/gm0995/2026/76bcaaaada2441ae813ca968e1f093b5/nld@2026‑07‑14;07535272

bouwgebied Overbeke

/join/id/regdata/gm0995/2026/b9d7f9a1ed7a401499cd37d73c806b21/nld@2026‑07‑14;07535272

bouwgebied parkzone

/join/id/regdata/gm0995/2026/5706ef0a6d014cc99c2536dc571cf368/nld@2026‑07‑14;07535272

bouwgebied sport Valkenstede Zuiderhage fase 1

/join/id/regdata/gm0995/2026/b3ac0048e51248e385a9b68fe14805e2/nld@2026‑07‑14;07535272

bouwgebied Valkenstede

/join/id/regdata/gm0995/2026/dfadc52b646e4b81b42af9f4d0f32d76/nld@2026‑07‑14;07535272

bouwgebied wijkontsluitingsweg

/join/id/regdata/gm0995/2026/9f2d719d7079481d971d2e838020199f/nld@2026‑07‑14;07535272

bouwgebied Zuiderhage fase 1

/join/id/regdata/gm0995/2026/83915e3ed43d459b91f92aa56e4e334a/nld@2026‑07‑14;07535272

bouwregels aanbouwen per woningtype

/join/id/regdata/gm0995/2025/ac65c4c373c04448a65feaba7e4f3b63/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwvlak

/join/id/regdata/gm0995/2024/8ee0a43eafc64913b6cf74edc9e9e0e5/nld@2026‑06‑23;13581264

Bouwvlak CMR

/join/id/regdata/gm0995/2025/977a006ebfa648adb4314c8af436ef07/nld@2025‑12‑18;15563859

bouwwerk, geen gebouw zijnde, 1 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/509e0779a0f24ccda0e76ca4979b4d71/nld@2025‑06‑05;05522335

bouwwerk, geen gebouw zijnde, 10 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/1e41aa3195bf4a9ab8f099b15ae95586/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, 15 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/bb983ab9cda245b4b18afe8d78f0072a/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, 2 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/1d77f05709a0482494fe68b74b15168c/nld@2025‑06‑05;05522335

bouwwerk, geen gebouw zijnde, 20 m, mits

/join/id/regdata/gm0995/2025/4e705e3aae1b4497bba197c64ddb70f4/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, 3 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/f9ce2e9a3e9c414d88c64a97178cfcd1/nld@2026‑06‑23;13581264

bouwwerk, geen gebouw zijnde, 4 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/32e80bc7439642af9278f2bbaba59a51/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, 5 m, mits (1)

/join/id/regdata/gm0995/2025/9155520d12774c7e96d4ff98efd02876/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, 5 m, mits (2)

/join/id/regdata/gm0995/2025/3ee5908956904d36af3be8bf7f9a285f/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, 6 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/343e3978ec7948f28e003c677bd5f6e3/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, 60 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/941d5a9319874013b9ab965298f4c1da/nld@2025‑06‑05;05522335

bouwwerk, geen gebouw zijnde, 60 m, mits

/join/id/regdata/gm0995/2025/d73da4c02f274f05ac1d807bfb8d30a3/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, 7 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/2aa46a8d0eda4c42a8718e9c7ade046c/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, 9 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/1573be1eeb3b42ef83a5e86b1da323f6/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, 9 m, mits

/join/id/regdata/gm0995/2025/02e6de8145814525821f17e2613b5eb3/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, bouwen, erfafscheiding 1 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/2c99bd042a2c4199b975299ab4b6299e/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, bouwen, erfafscheiding 2 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/d389fc0b6a564b199b0c3bda39070984/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, bouwen, representatieve bouwwerken

/join/id/regdata/gm0995/2025/f2c6ef4fdf7a42eeab37f3a224ee0cd8/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, bouwen, speeltoestel 16 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/9c21e72213cd4762827568b4cd6cb486/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, bouwen, speeltoestel 6 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/36ff3f0f591e4f40b2b126af16ada154/nld@2026‑06‑23;13581264

bouwwerk, geen gebouw zijnde, entreeportaal, 8 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/a6b82ce32ce546f9b9aea115955c0663/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, kunstwerken 10 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/740615fe1f7041658112aa201e5c243e/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, kunstwerken 15 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/fdd28e2c2de34982b90328d75ea28da9/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, kunstwerken 5 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/a68b86c796dc4fbba3f0cf7a6cc61397/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, lantaarnpalen, 8 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/f4667921405341b9912c8485e4c43908/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, lichtmasten 6 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/d8a1aa70fb74492487957b7f3feb2844/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, lichtmasten 6 m, mits

/join/id/regdata/gm0995/2025/d7135d3a8b7b4c30ab97df71f9cc5e17/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, lichtmasten en antennemasten 25 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/7144eba6aed948fd9448b23c09131610/nld@2026‑06‑23;13581264

bouwwerk, geen gebouw zijnde, lichtmasten, 10 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/08838969605644a195e07f9921c8d987/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, lichtmasten, 12 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/dc2b59171ed44192a8e587c0e09c921e/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, lichtmasten, 15 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/19d0fbc38bd14e50a517ba9641e28e50/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, lichtmasten, 16 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/820b4f38c0d54828b91aff1f90276ad4/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, lichtmasten, 25 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/f29702c4d7b846bd9f7810e890931e0a/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, lichtmasten, 30 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/7c29faa59fd14322b34e0ae7b4d87bfc/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, oppervlakte steigers en vlonders

/join/id/regdata/gm0995/2025/55a53d1832fb427f967df7f3c3238112/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, palen en masten, 10 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/6e3097cfebb24e4da3abd61452faf1d3/nld@2026‑06‑23;13581264

bouwwerk, geen gebouw zijnde, palen en masten, 12 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/7b91a5c3582b423a968cd24449f04b22/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, palen en masten, 3 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/64b2725338be435babd88c26bbc2dd62/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, palen en masten, 5 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/b61d0e2038a04d0caa9219a4f4265c3d/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, palen en masten, 5 m, mits

/join/id/regdata/gm0995/2025/b70be22d0c664a8289c8c6751cafb2c3/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, reclamemasten, 20 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/9865a3e4196b442598c74f989cf8c611/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, reclamemasten, 30 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/bc5dbab75a4245f09493ae304bf70f63/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, sportvoorzieningen 25 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/ad63bececb3f414a87207d2315e573af/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, steiger, 3 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/33facc8c37ab42a2927d9f04c870be2b/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, steigers, 1 per woning

/join/id/regdata/gm0995/2025/b7ebe45d5cff4849bfaacc8aaa80618e/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, uitkijktoren, 16 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/30889da60c6b434e9f4459cb28af7aba/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, verlaagde terrassen

/join/id/regdata/gm0995/2025/2f910956bd384604966a4ae038550b99/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, vlaggenmasten, 12 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/6a3a39aa911e4d6a9b255377bc3efbd9/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, vlaggenmasten, 15 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/905ad410887f423aabc09f4aaba5051a/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, vlaggenmasten, 16 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/0926960b83a0457e9200bb631b698ce1/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, vlonder

/join/id/regdata/gm0995/2025/36fa64bf6fff4b2c888540c2ddcc505d/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, vlonder, 0,5 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/9102ec2e60e44d179ad945758d3e286f/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, wachtruimte carpool

/join/id/regdata/gm0995/2024/9d58b6b3eab74987b3c2ff2b47c89b11/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, zwembad, achtererf (1)

/join/id/regdata/gm0995/2024/7832d0b4c919470d9436f15c0839371c/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerk, geen gebouw zijnde, zwembad, achtererf (2)

/join/id/regdata/gm0995/2025/4b067bac8eb64f738585bd285f588535/nld@2026‑06‑23;13581264

bouwwerken bouwen, gasleiding

/join/id/regdata/gm0995/2025/ecec7cbe50454f8cbd6a1013d30fbb2c/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerken bouwen, verkleinen bouwperceel

/join/id/regdata/gm0995/2025/11b3dffea8fa4a008bcef34158f96c2b/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerken bouwen, waterkering

/join/id/regdata/gm0995/2025/bec19d94c26046f9b3a0f5447e03e3af/nld@2025‑12‑24;07050798

bouwwerken, geen gebouw zijnde, bij hoogspanningsleiding

/join/id/regdata/gm0995/2024/88d2020b61d34b8c937a1b7aaecec8aa/nld@2025‑10‑29;08114054

bruggen, 12 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/1b32cc6c697f40f8a75171bead06afbc/nld@2025‑12‑24;07050798

bruggen, 15 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/300bdb2c89ed418dbe281c6683395056/nld@2025‑12‑24;07050798

bruggen, 6 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/dc844c1dac3a491bb3ab918d5d95e587/nld@2025‑12‑24;07050798

bruggen, 7 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/ded51a174d8c4817882504bf2fa68a01/nld@2025‑06‑05;05522335

bruggen, aangewezen locatie

/join/id/regdata/gm0995/2025/38f9fdae54a24ac6924e63706491bcf2/nld@2025‑12‑24;07050798

bruggen, beperkt toegestaan

/join/id/regdata/gm0995/2025/0a610aa3f85f4505a238553c93ad09a1/nld@2025‑12‑24;07050798

Buitenwaard

/join/id/regdata/gm0995/2026/de1c0808abfe4de0a0c45dc871a5a251/nld@2026‑07‑14;07535272

carport bouwen

/join/id/regdata/gm0995/2024/4a5365eea5a6410eaccb8fd5ddf4c925/nld@2026‑06‑23;13581264

carport bouwen, vergunningplicht

/join/id/regdata/gm0995/2024/435777815c9d423a84b958c21ad4c9e1/nld@2025‑12‑24;07050798

carport bouwen, voorerf

/join/id/regdata/gm0995/2025/f93ea3bc517845f092fefb1394d7005e/nld@2026‑06‑23;13581264

carport bouwen, voorerf 2

/join/id/regdata/gm0995/2025/2929fc01d18444a5bf1ff2ce9d71e744/nld@2025‑12‑24;07050798

containers, meldplicht

/join/id/regdata/gm0995/2025/b3e996582f19486bb8f6096ac0c9778e/nld@2025‑10‑29;08114054

dagrecreatieve dienstverlening

/join/id/regdata/gm0995/2024/47b9c1096b024dfcb33398af290d428b/nld@2025‑12‑24;07050798

dakkapel bouwen

/join/id/regdata/gm0995/2025/6e81510d90ef453196fec3b13c338e76/nld@2025‑12‑24;07050798

dakkapel bouwen, zadeldak

/join/id/regdata/gm0995/2025/65092176fe1b43aea6604f5c839ee35f/nld@2025‑12‑24;07050798

dakopbouw bouwen

/join/id/regdata/gm0995/2025/e6f12e74c5a04bd7b414e3a33ab88b23/nld@2025‑12‑24;07050798

dakopbouw bouwen, max. 11 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/850b2b9cd34646beb141740a0aa40f40/nld@2025‑12‑24;07050798

dakopbouw bouwen, max. 15 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/02b1a854fecb4736bb50ac0de00ea1ee/nld@2025‑12‑24;07050798

detailhandel

/join/id/regdata/gm0995/2024/8ae0027dcd9f4b049ecd6a0073887a3f/nld@2025‑12‑24;07050798

detailhandel locaties

/join/id/regdata/gm0995/2024/c2a73d568d4d41138e66cc331abcf994/nld@2025‑12‑24;07050798

detailhandel, 2.000 m²

/join/id/regdata/gm0995/2025/f04b5d3b390441899b97c75f4a183055/nld@2025‑12‑24;07050798

detailhandel, beoordelingsregels 1

/join/id/regdata/gm0995/2024/fadbf368ee7d491187ed39ba1a211025/nld@2025‑06‑05;05522335

detailhandel, beoordelingsregels 2

/join/id/regdata/gm0995/2025/c8905ad2ab154a109e137fe7ce05fbe2/nld@2025‑12‑24;07050798

detailhandel, geen supermarkt

/join/id/regdata/gm0995/2024/ac46e2c154e746a4a57399c7fad9ffab/nld@2025‑06‑05;05522335

detailhandel, grote goederen

/join/id/regdata/gm0995/2024/281838c4aba94810883dda5854436ed0/nld@2025‑06‑05;05522335

detailhandel, min. 800 m²

/join/id/regdata/gm0995/2024/ddc9b0462c2a43029f26693645c35c16/nld@2025‑06‑05;05522335

detailhandel, niet levende tuinmaterialen

/join/id/regdata/gm0995/2025/6d8b0e5cd53e4529a2acdea020bba39e/nld@2025‑12‑24;07050798

detailhandel, ondergeschikt, max. 3.000 m2

/join/id/regdata/gm0995/2025/a0631959e0be4666a34a66c46e9a63aa/nld@2025‑12‑24;07050798

detailhandel, ondergeschikt, max. 600 m²

/join/id/regdata/gm0995/2024/3a874febfa6444bfa262a962ca30bc4c/nld@2025‑06‑05;05522335

detailhandel, plint

/join/id/regdata/gm0995/2024/109e12bf95a6413a938ea53d343e19fe/nld@2025‑06‑05;05522335

detailhandel, productie/auto/bouw

/join/id/regdata/gm0995/2024/4be87701dda94b24a9b05a8b902bcb84/nld@2025‑06‑05;05522335

detailhandel, productiegebonden

/join/id/regdata/gm0995/2025/c0adf59699764c80a1d1025b50020cae/nld@2025‑12‑24;07050798

detailhandel, recreatie

/join/id/regdata/gm0995/2025/35fa7b5c648949b4be48ccdeebb9f9b3/nld@2025‑12‑24;07050798

detailhandel, supermarkt

/join/id/regdata/gm0995/2024/395dabdc611341f58f4601288738f9a3/nld@2025‑06‑05;05522335

detailhandel, vergunningplicht

/join/id/regdata/gm0995/2024/779b6ef87e074d1293859340c0bed5c0/nld@2025‑12‑24;07050798

detailhandel, verkooppunt motorbrandstof met lpg

/join/id/regdata/gm0995/2024/0638512a67bc4b628fed78d66c694abf/nld@2025‑06‑05;05522335

detailhandel, verkooppunt motorbrandstof zonder lpg

/join/id/regdata/gm0995/2024/ab3412268f0a42c1ba7250921b94ee68/nld@2025‑06‑05;05522335

detailhandel, visvijver

/join/id/regdata/gm0995/2025/c5a0ab2190a742d7bf6884ea607bfe63/nld@2025‑12‑24;07050798

detailhandel, voedingsmiddelen

/join/id/regdata/gm0995/2024/59e923a021184e9a81cc62b2800f859d/nld@2025‑06‑05;05522335

detailhandel, watersport

/join/id/regdata/gm0995/2025/b0a51e7229914f8286bbdf386720a201/nld@2025‑12‑24;07050798

dienstverlening

/join/id/regdata/gm0995/2024/9f9a4e408ae74fb6a059f39a134a51a6/nld@2026‑02‑10;22314587

dienstverlening, erotische massagesalon

/join/id/regdata/gm0995/2024/94ff8c37f193469aa992f1180cc55ac1/nld@2025‑06‑05;05522335

dienstverlening, lichte bedrijven

/join/id/regdata/gm0995/2025/1f398c0a95d947a8b01914bc50e4f13e/nld@2025‑12‑24;07050798

dienstverlening, plint

/join/id/regdata/gm0995/2024/63d2ec5607f941eead34e16238390b44/nld@2025‑06‑05;05522335

dienstverlening, recreatie

/join/id/regdata/gm0995/2025/926e0e333751422e88e2a6464caed02b/nld@2025‑12‑24;07050798

dienstverlening, vergunningplicht

/join/id/regdata/gm0995/2024/23bc0e1cdf7f4a15b304a3e328454be6/nld@2025‑12‑24;07050798

dienstverleningslocaties

/join/id/regdata/gm0995/2024/8adf866a90d4477ebf3bd56cb21ef591/nld@2026‑02‑10;22314587

dieren, uitloopgebied edelherten

/join/id/regdata/gm0995/2025/9ba9606f29264317b374f8282ed5e993/nld@2025‑12‑24;07050798

dieren, verbod houden evenhoevigen of pluimvee

/join/id/regdata/gm0995/2025/3070b4b310ec4f959e876fa6c2f13c56/nld@2025‑12‑24;07050798

functie bedrijf Zuiderhage fase 1

/join/id/regdata/gm0995/2026/ee5a81cfc33841baa9f039bb01f3dd02/nld@2026‑07‑14;07535272

functie bufferzone Zuiderhage fase 1

/join/id/regdata/gm0995/2026/21186b6bfd2a42e095df5c747c06ceab/nld@2026‑07‑14;07535272

functie doorfietsroute Almere-Lelystad

/join/id/regdata/gm0995/2026/2f6238b473964889a47351118f50cfe8/nld@2026‑07‑14;07535272

functie maatschappelijk-commercieel Zuiderhage fase 1

/join/id/regdata/gm0995/2026/b58b295524e047f3a04d1a241af421a7/nld@2026‑07‑14;07535272

functie openbare buitenruimte Zuiderhage fase 1

/join/id/regdata/gm0995/2026/b538099b70ed42c0aa93bc5f05b95d34/nld@2026‑07‑14;07535272

functie parkzone Zuiderhage fase 1

/join/id/regdata/gm0995/2026/302e39fcf1f64cc0ad8ec0a53c110538/nld@2026‑07‑14;07535272

functie sport Valkenstede Zuiderhage fase 1

/join/id/regdata/gm0995/2026/996dc3fee269471d8341001f10b03122/nld@2026‑07‑14;07535272

functie wijkontsluitingsweg Zuiderhage fase 1

/join/id/regdata/gm0995/2026/76a3d55e7aa64f56bc59b964d0f4f9e5/nld@2026‑07‑14;07535272

functie wonen Zuiderhage fase 1

/join/id/regdata/gm0995/2026/1634820208e04e50aba1aabf697de56c/nld@2026‑07‑14;07535272

gebouw bouwen, 10% 8 bouwlagen

/join/id/regdata/gm0995/2025/61dc38e73195483fb7039a101a87ddfd/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, 15% 6 bouwlagen

/join/id/regdata/gm0995/2025/89b19e016cfa4f3db97e8b594adac531/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, 2 m buiten bouwvlak

/join/id/regdata/gm0995/2024/c420de1c864841af97db05420c850a44/nld@2025‑06‑05;05522335

gebouw bouwen, 2,5 m buiten bouwvlak, mits

/join/id/regdata/gm0995/2025/065a42cd13a94a8c8fdc45ca4a0e7a16/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, afstand locatiegrens 10 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/fe855b08e0c24a75a009dedfe1f4c228/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, afstand perceelsgrens 10 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/43e68399d8a7434a808b892dfa1c032f/nld@2025‑06‑05;05522335

gebouw bouwen, afstand zijkant perceel 5 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/d41f8f5ddceb41e1bda9221098485099/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, afwijken afstand locatiegrens 10 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/cb31274d9fd94e56baba0c7cbb01a945/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, afwijken bouwhoogte 12 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/f6290a3646b146e48a72706e796b3e90/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, afwijken bouwhoogte 15 m/50%

/join/id/regdata/gm0995/2024/b8d541deb90e43778bd8bc017f8df1b5/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, afwijken bouwhoogte 16 m/105 m2

/join/id/regdata/gm0995/2024/c6ee0da897354c98a8b5738d381ab3b1/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, afwijken bouwhoogte 24 m/50%

/join/id/regdata/gm0995/2025/cdd0f8894d9a4650b31499a836f5aa37/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, afwijking afstand perceelsgrens 10 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/39fb210dfded4913952b7d77bdf1ebd4/nld@2025‑06‑05;05522335

gebouw bouwen, agrarische bedrijfswoning

/join/id/regdata/gm0995/2025/11a80af1c99447c5892cf7ce3efdfcfb/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, bedrijf en woning

/join/id/regdata/gm0995/2025/9627563ddd5b414ebdd5ae3804894875/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, beheer en onderhoud, landgoed

/join/id/regdata/gm0995/2025/ff2b16a292d54788aa5828655528b762/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, beheersgebouw (1)

/join/id/regdata/gm0995/2025/f14772c2687b4edf8e2d6cfd0469eb13/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, beheersgebouw (2)

/join/id/regdata/gm0995/2025/c1a2ff77f2364de2952f303cb80b6e86/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, bergingen

/join/id/regdata/gm0995/2025/b282c5d0458d4b23a147e2433abef1ae/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, buiten bouwvlak (1)

/join/id/regdata/gm0995/2025/df6d7d043328465eb1754c7d3163956f/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, buiten bouwvlak (2)

/join/id/regdata/gm0995/2025/400afc54f0a943f8a122d451745aab50/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, buiten bouwvlak (3)

/join/id/regdata/gm0995/2025/1a33b210bc094f0bbb1cc29c23eead9e/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, buiten bouwvlak (4)

/join/id/regdata/gm0995/2025/71cc3f8ced7d44ee846e8419ffecdf46/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, buiten bouwvlak (5)

/join/id/regdata/gm0995/2024/13eca10aa63c41c9a08f9511223828e4/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, buiten bouwvlak (6)

/join/id/regdata/gm0995/2024/daee488b0fdd47aca4133a6812df6676/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, dierenweide

/join/id/regdata/gm0995/2024/c1bf7c0872ac4e2d833b7e8e45ddf864/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, entreegebouw

/join/id/regdata/gm0995/2025/914ea67902f94ab285ae2128da20f82e/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, garagebox

/join/id/regdata/gm0995/2024/575a8f2b45674f218ac5b54a0744512e/nld@2025‑06‑05;05522335

gebouw bouwen, garagebox (1)

/join/id/regdata/gm0995/2024/3b60338d5e014f52a6649b3434944c61/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, gebouwen bij hoofdgebouw (1)

/join/id/regdata/gm0995/2024/fcee6d3e8de24d319cbb53cfa2ab6762/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, gebouwen bij hoofdgebouw (2)

/join/id/regdata/gm0995/2024/9b4e820adab34c348b097a536d148b9f/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, gebouwen bij hoofdgebouw (3)

/join/id/regdata/gm0995/2024/b3384d1bc0fe45d191b597b0ab0d2e70/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, gebouwen bij hoofdgebouw (4)

/join/id/regdata/gm0995/2024/be5d5a89ee7245e997a2120e0317101b/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, gebouwen bij hoofdgebouw (5)

/join/id/regdata/gm0995/2025/07da41be517a4ffab8a822be3cfa6ff4/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, gebouwen bij hoofdgebouw (6)

/join/id/regdata/gm0995/2024/459ade54f2784660955a34dc34c7581c/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, gebouwen bij hoofdgebouw (7)

/join/id/regdata/gm0995/2024/52d6d097eec14f4aa062808440792851/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, golfbaan

/join/id/regdata/gm0995/2025/d83888a97b454517a202c67eb76d6770/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, inhoud, 1500 m3

/join/id/regdata/gm0995/2025/af21ca28f68e4400a30af9561392ca0b/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, inhoud, 750 m3

/join/id/regdata/gm0995/2025/46f9ca690118476abde98a430258e975/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, max. 3 bouwlagen

/join/id/regdata/gm0995/2025/21a412e5f4cb4fbb852f24bb3f0177d5/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, max. 4 bouwlagen

/join/id/regdata/gm0995/2025/23d223a2946945a394ad11d64ddd9fdd/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, maximaal 1000 m2

/join/id/regdata/gm0995/2025/39a1206f45604b5397bed98a1abe7280/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, maximaal 2 m2 per bouwperceel

/join/id/regdata/gm0995/2024/bf9ccd9a12fd4f82894f321f34ebeae0/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, maximaal 2000 m2 per bouwperceel

/join/id/regdata/gm0995/2025/2c7d1fb0837840928c7452d71bd97d69/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, maximaal 250 m2

/join/id/regdata/gm0995/2025/f2d35664c41845a2a062a1c113254785/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, maximaal 3000 m2 per bouwperceel

/join/id/regdata/gm0995/2025/9a383a042a1b4efc87f358e5dec088f7/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, maximaal 500 m2 per bouwperceel

/join/id/regdata/gm0995/2025/aea35483b7504494871520362cefcd9d/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, maximaal 5000 m2

/join/id/regdata/gm0995/2025/5bfd33f559e244e2bd07cb156eefcb79/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, nutsvoorziening

/join/id/regdata/gm0995/2025/a44c6df969c94d2f8ef8fcd3d4259906/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, ondergronds 3 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/7c9135e301524759a9b3eda633d95060/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, onderhoudsgebouw

/join/id/regdata/gm0995/2025/8e30140680ed4b40b6f20e0f8828e48f/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, openbaar toiletgebouw

/join/id/regdata/gm0995/2025/843d75c163b040cbacf82e573958b203/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, parkeervoorziening

/join/id/regdata/gm0995/2024/ef51d0ca90194aa682fad3936a751266/nld@2025‑06‑05;05522335

gebouw bouwen, parkeervoorziening, (half)ondergronds

/join/id/regdata/gm0995/2024/180a9ce142c34d3cba2b1a389874191d/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, parkeervoorziening, diepte 4 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/e358b95f636b4e1f95348edb7a0c9087/nld@2025‑06‑05;05522335

Gebouw bouwen, parkeervoorzieningen CMR

/join/id/regdata/gm0995/2025/a6ab07d42cab4c6a933e227fcbe1f67c/nld@2025‑12‑18;15563859

gebouw bouwen, passantenhaven

/join/id/regdata/gm0995/2024/b351b97658d44477b5e9cef423ca6724/nld@2025‑06‑05;05522335

gebouw bouwen, recreatie/onderhoudsgebouw (1)

/join/id/regdata/gm0995/2025/832e6ed9a5ed45a09692a9344464a06d/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, recreatie/onderhoudsgebouw (2)

/join/id/regdata/gm0995/2025/9204df45c8f844b6b372190aede88fcc/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, rijwoning

/join/id/regdata/gm0995/2025/4b61d5b4c8d3419eabf128a406d7fc77/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, sanitair

/join/id/regdata/gm0995/2025/f9d25730034747b0a9fb9b8a33266e59/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, sanitair en onderhoud

/join/id/regdata/gm0995/2025/eb00f86204c347ee9a766d5797dac1b4/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, sanitair, onderhoud en beheer

/join/id/regdata/gm0995/2024/4b29e6d1ea694c928c80c4d53ce21a51/nld@2025‑06‑05;05522335

gebouw bouwen, sluis

/join/id/regdata/gm0995/2025/6596937578524f93a00c634d9d0e733d/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, sluisgebouw

/join/id/regdata/gm0995/2024/c0668be0d1e6415d95d583da7afc6d00/nld@2025‑06‑05;05522335

gebouw bouwen, twee-onder-één-kap

/join/id/regdata/gm0995/2025/8ea3cdd49d6d462ca483266b4c42ba99/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, twee-onder-een-kapwoning vergunningplicht

/join/id/regdata/gm0995/2025/22bf1f3718674424a240e9c122d8d227/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, volkstuin (1)

/join/id/regdata/gm0995/2024/b9255dd214274032ab4511687e60ea34/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, volkstuin (2)

/join/id/regdata/gm0995/2024/1d51ee938316432cad8b09f054d515fe/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, vrijstaande woning

/join/id/regdata/gm0995/2025/414cbdcc432d492591889467a019d4c0/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, vrijstaande woning vergunningplicht

/join/id/regdata/gm0995/2025/92b0fa835cad472a9ac63c99bbe40973/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, waterwoning (1)

/join/id/regdata/gm0995/2025/dcd4cb6b8a884b8da24c84634be7c3a3/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, waterwoning (2)

/join/id/regdata/gm0995/2025/c16c358a36c44ac98dcd56c20aa1c5fe/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, waterwoning (3)

/join/id/regdata/gm0995/2025/25fbe609fc6d4970b683a15c2d61f71b/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, wonen - wooncentrum

/join/id/regdata/gm0995/2025/3a6d8cf52c5446c6ac1eaeff5a971401/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, woongebouw

/join/id/regdata/gm0995/2024/cceb7e7269d34832b225ec71a9d6c28f/nld@2025‑12‑24;07050798

gebouw bouwen, zelfstandige woonruimte

/join/id/regdata/gm0995/2025/57515ce606f64a6ea9246ef9634d1c8c/nld@2025‑12‑24;07050798

gebruik, meerdere functies max. 1.700 m²

/join/id/regdata/gm0995/2024/14d83f36a5db4f539dd5a6baab0fcc93/nld@2025‑06‑05;05522335

gebruik, meerdere functies max. 350 m²

/join/id/regdata/gm0995/2025/092a9ee0d2d64c43b2df4dd702f188e2/nld@2025‑12‑24;07050798

gebruik, meerdere functies max. 600 m²

/join/id/regdata/gm0995/2025/6478c08b01ff4f03bac02730c6e66567/nld@2025‑12‑24;07050798

gemotoriseerde vaartuigen, verbod

/join/id/regdata/gm0995/2025/39f7663bbfd24845a7fe6c7d607aaa67/nld@2025‑10‑29;08114054

geurgevoelig gebouw, aanvraagvereisten

/join/id/regdata/gm0995/2024/f770e542d40e4f7b90233f955a2aa03f/nld@2025‑06‑05;05522335

geurgevoelig gebouw, beoordelingsregels

/join/id/regdata/gm0995/2024/e5b68d236dc243d787c73c7256625f7c/nld@2025‑06‑05;05522335

geurgevoelig gebouw, vergunningplicht

/join/id/regdata/gm0995/2024/c30ad78e996b4d8e8455b95829c8f8e5/nld@2025‑10‑29;08114054

hoofdgebouw bouwen, 2e bouwlaag boven omg.norm

/join/id/regdata/gm0995/2024/0059396762814c1cb22605c284c0ab1f/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, afstand tussen woningen

/join/id/regdata/gm0995/2025/da5730408fe34f9fabc770b7ae60fb46/nld@2026‑06‑23;13581264

hoofdgebouw bouwen, afstand voorkant perceel 2,5 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/3ff6284d3fdd4ce6b70d6ca8d3a7f1b6/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, afstand zijkant perceel 1,5 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/a92d6369dfdf4b71ac6d4077b0ee6f2c/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, afstand zijkant perceel 2 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/b3c2aa976f334b75aa832c11f63ec032/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, afstand zijkant perceel 2,5 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/c5524fe12b3f4f768223e364ba235aa8/nld@2026‑06‑23;13581264

hoofdgebouw bouwen, afstand zijkant perceel 3 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/a4566490c0a1415c8f44488be5d187b5/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, afwijken afstand tussen woningen

/join/id/regdata/gm0995/2025/7884a0e0b41045d2bf5c26c86f706450/nld@2026‑06‑23;13581264

hoofdgebouw bouwen, afwijken dakhelling

/join/id/regdata/gm0995/2025/d974fbf8098143d8b900dc16e942f2c7/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, afwijken dakvorm

/join/id/regdata/gm0995/2025/70575017c2cc4eee88193a9f02cb04e7/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, afwijken goothoogte, 6 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/09940daf282a48b4bbe94ccc4c381048/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, begane grond, min. 3,6 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/c527c7524164429a840f53742b182ada/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, bouwregels (1)

/join/id/regdata/gm0995/2025/f0681e5abdf447b285cce8d1a22c0a7d/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, bouwregels (2)

/join/id/regdata/gm0995/2025/7620df885f8246219380f92f9fe4db96/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, bouwregels (3)

/join/id/regdata/gm0995/2025/2317a1f997a04731b416e2c5d6ec820d/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, bouwregels (4)

/join/id/regdata/gm0995/2025/88ca1f81612b4f49ad819c3385912887/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, bouwregels (5)

/join/id/regdata/gm0995/2025/0f73318aaca642b182a1d6a75e39b850/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, bouwregels (6)

/join/id/regdata/gm0995/2025/493a374433e848d79b4bdc71d40f5b94/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, bouwregels (7)

/join/id/regdata/gm0995/2025/3865f91e2c804cf1baf8068e6260d84a/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, buiten bouwvlak (1)

/join/id/regdata/gm0995/2024/65b3a2e1fc804a7ebdce6d739f2707a4/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, buiten bouwvlak (2)

/join/id/regdata/gm0995/2024/82697f486cb34dd3bdd643626375b6c7/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, buiten bouwvlak (3)

/join/id/regdata/gm0995/2024/3617159a7fdc4d2f87a099e838b536f6/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, buiten bouwvlak (4)

/join/id/regdata/gm0995/2025/fae059fb45c445fb83c185a8a90ef557/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, buiten bouwvlak (5)

/join/id/regdata/gm0995/2025/ee87c238953f4128a325fb97cd9df0c8/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, doorbreken dakgoot

/join/id/regdata/gm0995/2025/2c93b202201d41cea4476ea3635b2bae/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, dove gevel

/join/id/regdata/gm0995/2024/0aa54aea8136472d94ae15d0e38a8049/nld@2025‑06‑05;05522335

hoofdgebouw bouwen, dove gevel, derde bouwlaag

/join/id/regdata/gm0995/2025/894b2406796c4e1eb9db71f8ce3a3e73/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, extra bouwlaag boven omg.norm

/join/id/regdata/gm0995/2024/4781f8d609a345ccbcb6acce91a695bc/nld@2025‑06‑05;05522335

hoofdgebouw bouwen, inhoud, max. 650 m³

/join/id/regdata/gm0995/2025/cc6a9b05ac8b48d6948700944c7c9508/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, verplichte kap

/join/id/regdata/gm0995/2025/13dc8e22125d4da3b0dfe3af4560fd27/nld@2025‑12‑24;07050798

hoofdgebouw bouwen, woonhuis

/join/id/regdata/gm0995/2024/26e1635bdcf24523b06578b60ab20d88/nld@2026‑06‑23;13581264

hoogspanningsleiding, 380 kV

/join/id/regdata/gm0995/2024/9791cc2a5cdb4f218e7b937496aaf16c/nld@2025‑12‑24;07050798

hoogspanningsleiding, uitzondering vergunningsplicht 1

/join/id/regdata/gm0995/2025/f5c13c3445a6497f96f80c0838f9bb98/nld@2025‑12‑24;07050798

hoogspanningsleiding, uitzondering vergunningsplicht 2

/join/id/regdata/gm0995/2025/c7b7d957c83945c79ba8c8422e72be0e/nld@2025‑12‑24;07050798

hoogspanningsverbinding met een spanning tot maximaal 380 kV

/join/id/regdata/gm0995/2024/e14bf7db58de4904b482a80802ce9490/nld@2025‑12‑24;07050798

horeca

/join/id/regdata/gm0995/2024/bb60c562b7fb4b0496373425185d737c/nld@2025‑12‑24;07050798

horeca, beoordelingsregels

/join/id/regdata/gm0995/2025/f82252ad11e64632b58ff9c73840aeec/nld@2025‑12‑24;07050798

horeca, geen hotel

/join/id/regdata/gm0995/2025/f4fcc2ac87a84ca3918c2fe55a35fb80/nld@2025‑12‑24;07050798

horeca, max. 150 m²

/join/id/regdata/gm0995/2024/aed9fb5d9c5f464e9ec5fd280df6f8e9/nld@2025‑06‑05;05522335

horeca, max. 250 m²

/join/id/regdata/gm0995/2025/05764b87bbb3479784c1955b5bba7145/nld@2025‑12‑24;07050798

horeca, max. 250 m² per bouwperceel

/join/id/regdata/gm0995/2025/57a7dbc1b86e48d395f145614a8c8d2f/nld@2025‑12‑24;07050798

horeca, ondergeschikt

/join/id/regdata/gm0995/2025/38df485496754640b0faf2babfae7794/nld@2025‑12‑24;07050798

horeca, ondergeschikt, golfbaan

/join/id/regdata/gm0995/2025/397fc075cc724f3788401a36cdf8307f/nld@2025‑12‑24;07050798

horeca, ondergeschikt, max. 3.000 m²

/join/id/regdata/gm0995/2025/eada9bb03533424dbfec39364836fb9d/nld@2025‑12‑24;07050798

horeca, ondergeschikt, visvijver

/join/id/regdata/gm0995/2025/af5f4942b7274edeb595bddf98e0e398/nld@2025‑12‑24;07050798

horeca, plint

/join/id/regdata/gm0995/2024/45dcc261d52040598ddc375d674c9cdc/nld@2025‑12‑24;07050798

horeca, vergunningplicht

/join/id/regdata/gm0995/2025/28d224a7bd754c4d8ee5c84379686d2f/nld@2025‑12‑24;07050798

horeca, vergunningplicht cat. 3

/join/id/regdata/gm0995/2024/ed41d7c730d24a87ae01fd3d4e76f7a5/nld@2025‑06‑05;05522335

horecalocaties

/join/id/regdata/gm0995/2024/56e0cd524fab4db9a1188918c4388cd8/nld@2025‑12‑24;07050798

houtteelt en houtproductie

/join/id/regdata/gm0995/2025/8b7877039dce48f3be1a8e53a91fa577/nld@2025‑12‑24;07050798

kamerbewoning, vergund, max. aantal kamers

/join/id/regdata/gm0995/2024/c4573ab96b6e4ce7b6e69b4433f37f6d/nld@2025‑12‑24;07050798

kamerbewoning, vergund, max. aantal personen

/join/id/regdata/gm0995/2024/931431e6eecf43f0b49a6e4c3a624c3c/nld@2025‑06‑05;05522335

kamerbewoning, vergund, min. 5 kamers

/join/id/regdata/gm0995/2025/ff635f05cb4a4ccebf35f088023f56fa/nld@2025‑12‑24;07050798

kantoor

/join/id/regdata/gm0995/2024/43d78ab366844d8bb6d53d76ae787ce0/nld@2025‑12‑24;07050798

kantoor, vergunningplicht

/join/id/regdata/gm0995/2024/52c0dc224dda4d3ba79c8f3b236c85b8/nld@2025‑12‑24;07050798

kantoorlocaties

/join/id/regdata/gm0995/2024/399fdba6bb3842298d99a093eeda9a52/nld@2025‑12‑24;07050798

kraanwagens, meldplicht

/join/id/regdata/gm0995/2025/1cea1b47822d48a4a0d516245ff1a8af/nld@2025‑10‑29;08114054

ligplaats innemen, bedrijfsactiviteiten

/join/id/regdata/gm0995/2025/b5e9fb4c901a4318915b66787706f91e/nld@2025‑10‑29;08114054

locaties met een maximaal aantal woningen

/join/id/regdata/gm0995/2024/68016812f56d40d2bb2ee817d4475238/nld@2026‑06‑23;13581264

Locaties met een maximaal aantal woningen CMR

/join/id/regdata/gm0995/2025/79de7a9f41a44cad8e980d80ae9bc95b/nld@2025‑12‑18;15563859

locaties met een maximaal bebouwbaar oppervlak

/join/id/regdata/gm0995/2024/85c6763bbd8b46e19f45587e4eb0789a/nld@2025‑12‑24;07050798

locaties met een maximale bouwhoogte

/join/id/regdata/gm0995/2024/f1abed93106a4eabb0d182609fb7d693/nld@2025‑12‑24;07050798

Locaties met een maximale bouwhoogte CMR

/join/id/regdata/gm0995/2025/2577fcf5fbe845b19a1d6708164a2480/nld@2025‑12‑18;15563859

locaties met een maximale bouwhoogte voor garageboxen

/join/id/regdata/gm0995/2024/0b548646631f4338ab6ac551483e37d9/nld@2025‑06‑05;05522335

locaties met een maximale goothoogte

/join/id/regdata/gm0995/2024/e7e85c5c6e964bd59ee92a253d4fcea1/nld@2025‑12‑24;07050798

locaties met regels over de dakhelling

/join/id/regdata/gm0995/2024/8e19c5b4f7e340ccb62f5de15fbb3acd/nld@2025‑12‑24;07050798

locaties waar een bebouwingspercentage geldt

/join/id/regdata/gm0995/2024/db283ff3cac84fd494a6e237cb386eb7/nld@2025‑12‑24;07050798

Locaties waar een bebouwingspercentage geldt CMR

/join/id/regdata/gm0995/2025/ff2ecc5bf35e42758eab524fde34563a/nld@2025‑12‑18;15563859

maatschappelijk

/join/id/regdata/gm0995/2024/1ee498dbd33e4595be691e0d020f1ce7/nld@2026‑02‑10;22314587

Maatschappelijk CMR

/join/id/regdata/gm0995/2025/d069f17d8f6d4888941207aff79a1979/nld@2025‑12‑18;15563859

maatschappelijk, begraafplaats

/join/id/regdata/gm0995/2025/c0cacba76abe48bb81b4286085a3d9fb/nld@2025‑12‑24;07050798

maatschappelijk, beoordelingsregels 1

/join/id/regdata/gm0995/2025/b2aab263da6c411a8580cbda5364e7e2/nld@2025‑12‑24;07050798

maatschappelijk, beoordelingsregels 2

/join/id/regdata/gm0995/2025/c5f85aae0dd84a8babe48e8f4e031db7/nld@2025‑12‑24;07050798

maatschappelijk, educatief centrum

/join/id/regdata/gm0995/2024/a849cd9b22ad48ef83ffe15c572c20cc/nld@2025‑06‑05;05522335

maatschappelijk, geen kinderdagverblijf

/join/id/regdata/gm0995/2024/fcfc04cd346b49baba431117b7149574/nld@2025‑06‑05;05522335

maatschappelijk, justitieel

/join/id/regdata/gm0995/2024/ec838578220047bf82815193eb2fe91f/nld@2025‑06‑05;05522335

maatschappelijk, kdv

/join/id/regdata/gm0995/2025/347625522f194214bb17408dd926d4ab/nld@2025‑12‑24;07050798

maatschappelijk, kdv, nso en logeerhuis

/join/id/regdata/gm0995/2025/1d5287c6f08a4d5a86773a477ea2cceb/nld@2025‑12‑24;07050798

maatschappelijk, kunstnijverheid en ateliers

/join/id/regdata/gm0995/2025/00ef4e80f2ba4327bc9c47874239170b/nld@2025‑12‑24;07050798

Maatschappelijk, max. 500 m² CMR

/join/id/regdata/gm0995/2025/fcb374c2340b4f2a90d08cfd67e6dc30/nld@2025‑12‑18;15563859

maatschappelijk, plint

/join/id/regdata/gm0995/2024/02bc36920602474d8eee9800852cd57c/nld@2025‑06‑05;05522335

Maatschappelijk, plint CMR

/join/id/regdata/gm0995/2025/f44fcc7a399340779fc0f218cb1dec87/nld@2025‑12‑18;15563859

maatschappelijk, sociaal-cultureel

/join/id/regdata/gm0995/2024/61b6e0f95718454e9336c51ff5fcf648/nld@2025‑06‑05;05522335

maatschappelijk, vergunningplicht

/join/id/regdata/gm0995/2025/cea551f115f643d4ba38829743ed58de/nld@2025‑12‑24;07050798

maatschappelijke locaties

/join/id/regdata/gm0995/2024/e76647553f05404dbf42ec44f813a11b/nld@2026‑02‑10;22314587

Maatschappelijke locaties CMR

/join/id/regdata/gm0995/2025/09b66f49306e4085a2a76ad956003d77/nld@2025‑12‑18;15563859

maatwerkvoorschriften bouwwerken (1)

/join/id/regdata/gm0995/2025/3b374cdbe72545e1a3723e71e4f5e9f2/nld@2026‑06‑23;13581264

maatwerkvoorschriften bouwwerken (2)

/join/id/regdata/gm0995/2025/5f961bc323764f069fa96d9e882d61cf/nld@2025‑12‑24;07050798

maximaal aantal kamers

/join/id/regdata/gm0995/2024/7b91f408a28f4903828003dc0979877c/nld@2025‑12‑24;07050798

maximaal aantal personen

/join/id/regdata/gm0995/2024/446a1f4035cc453c90d67d3ef197607b/nld@2025‑10‑29;08114054

maximaal aantal woningen

/join/id/regdata/gm0995/2024/25ab688402e44cdca65486ca9d10da2c/nld@2026‑06‑23;13581264

Maximaal aantal woningen, 840 CMR

/join/id/regdata/gm0995/2025/5df271bffbbe46b4a2a391211c7379ea/nld@2025‑12‑18;15563859

maximaal bebouwbaar oppervlak

/join/id/regdata/gm0995/2024/87215edad0744e1ab6ef1a4cc6a3b2c5/nld@2025‑12‑24;07050798

maximaal bebouwingspercentage

/join/id/regdata/gm0995/2024/00ba14c7e1a743a3b8d1e5c668eb10f4/nld@2025‑12‑24;07050798

Maximaal bebouwingspercentage, 50% CMR

/join/id/regdata/gm0995/2025/b09fe19693a0483b8fd00270ae66709e/nld@2025‑12‑18;15563859

maximale bouwhoogte

/join/id/regdata/gm0995/2024/4480f764b8c04665b5254dc6c2567c97/nld@2025‑12‑24;07050798

maximale bouwhoogte garageboxen

/join/id/regdata/gm0995/2024/ba05209b443144ea846b48f3c9e0e585/nld@2025‑06‑05;05522335

Maximale bouwhoogte, 32 meter CMR

/join/id/regdata/gm0995/2025/b128e1f3801c4e7b9242987548a3b178/nld@2025‑12‑18;15563859

Maximale bouwhoogte, 71 meter CMR

/join/id/regdata/gm0995/2025/b7c9fae2d0e143b5afc33cae8d158913/nld@2025‑12‑18;15563859

maximale goothoogte

/join/id/regdata/gm0995/2024/d37e45cb620e49bbac0ce42a106458d1/nld@2025‑12‑24;07050798

natuurcamping, archeologische waarde

/join/id/regdata/gm0995/2025/b116513202d9445f9e71483581e90deb/nld@2025‑12‑17;12365274

natuurcamping, bos

/join/id/regdata/gm0995/2025/53d9723f59ef4761bed4e54df40489e5/nld@2025‑12‑17;12365274

natuurcamping, bouwen, chalet bouwen

/join/id/regdata/gm0995/2025/6f6f63bb5d184149b921fb889df7923f/nld@2025‑12‑17;12365274

natuurcamping, ecologische waarde

/join/id/regdata/gm0995/2025/57161291a6334f3483c440c5334bd86b/nld@2025‑12‑17;12365274

natuurcamping, parkeerterrein

/join/id/regdata/gm0995/2025/51cc3e6ad19345a8ac1ec89bb08599ea/nld@2025‑12‑17;12365274

natuurcamping, recreatie - camping

/join/id/regdata/gm0995/2025/cd46524cb72545588cd0be8bc22271b7/nld@2025‑12‑17;12365274

nutsbedrijf

/join/id/regdata/gm0995/2024/d9c1c84249754109808e60b76f86f5d5/nld@2025‑06‑05;05522335

nutsbedrijf locaties

/join/id/regdata/gm0995/2024/5221155fd3dd4be19aecc544c9348ef5/nld@2025‑10‑29;08114054

nutsvoorziening bouwen 1

/join/id/regdata/gm0995/2025/c5a055726497403faeb0f6dec136702e/nld@2025‑12‑24;07050798

nutsvoorziening bouwen 2

/join/id/regdata/gm0995/2025/ddf39b1b716c4481a7c5be4f17a3a199/nld@2025‑12‑24;07050798

ondergeschikte detailhandel

/join/id/regdata/gm0995/2024/ddc2c6f166f04976ba7ed30504f7e5de/nld@2025‑06‑05;05522335

Overbeke

/join/id/regdata/gm0995/2026/b2f090d2618949938be0708acf70ccc9/nld@2026‑07‑14;07535272

overkapping 1

/join/id/regdata/gm0995/2025/aebe080785474bcaba6facc863975a9c/nld@2025‑12‑24;07050798

overkapping 2

/join/id/regdata/gm0995/2025/80a0804790a340bbabb7863ccee2afa7/nld@2025‑12‑24;07050798

overkapping 3

/join/id/regdata/gm0995/2025/fa2f190773a848ef822275cd5c65408b/nld@2025‑12‑24;07050798

overkapping 4

/join/id/regdata/gm0995/2025/fcbea21080d6441c8493a3152db1ceff/nld@2025‑12‑24;07050798

parkeerplaatsen, max. 8

/join/id/regdata/gm0995/2025/957dbc1e81e24481bb9cbe1c8fbc73eb/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatie

/join/id/regdata/gm0995/2024/4d3a4591cb93428cb480f6f3d77409f7/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatie, bad- en surfstrand

/join/id/regdata/gm0995/2024/aa293bb8b25644e99d56b2ffc23ad208/nld@2025‑06‑05;05522335

recreatie, beoordelingsregels 1

/join/id/regdata/gm0995/2025/fc676a0593384edabcb29bc4c23a2e8b/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatie, beoordelingsregels 2

/join/id/regdata/gm0995/2025/2a484c93b3db4fb897f830a0f8a6d4fb/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatie, botenstalling

/join/id/regdata/gm0995/2024/1ec24c2aa8cf407181d1b71015c6a4eb/nld@2025‑06‑05;05522335

recreatie, dierenweide

/join/id/regdata/gm0995/2024/ec14886d76f44f62b9d51088994be8bf/nld@2025‑06‑05;05522335

recreatie, gewassen en dieren

/join/id/regdata/gm0995/2025/7cb3acf7a1654f14994cb496d06f10e4/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatie, jachthaven

/join/id/regdata/gm0995/2024/9c7603bb656841b79fdfaa714bee9b22/nld@2025‑06‑05;05522335

recreatie, jachthaven 2

/join/id/regdata/gm0995/2025/9ace75b644bf4098a02f54585aea9c2c/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatie, jachthaven, maximaal 60 ligplaatsen

/join/id/regdata/gm0995/2025/87b07a5c01c74093ab78b8677f4ffa37/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatie, kinderboerderij

/join/id/regdata/gm0995/2024/4f0d728004de4b00838733545b48945a/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatie, moestuin

/join/id/regdata/gm0995/2025/b1b1111a262b4e3fbee9126f3ce20926/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatie, paardenweide

/join/id/regdata/gm0995/2024/8195df74d0cf4577867eb22a98f9fa5a/nld@2025‑06‑05;05522335

recreatie, pannenkoekenboerderij

/join/id/regdata/gm0995/2025/a469e075a26e4240b9a023358078fa73/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatie, scouting

/join/id/regdata/gm0995/2025/2e896cc39d9045d1b711dd60f5410397/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatie, strand

/join/id/regdata/gm0995/2025/f75b0b5087f3402ea6d626728c7850c7/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatie, vergunningplicht 1

/join/id/regdata/gm0995/2025/1e3cd3b6cc994972a5a926538fa96d42/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatie, vergunningplicht 2

/join/id/regdata/gm0995/2025/6a643d62efff4dc78adc8aa10c7bedcb/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatie, volkstuinen

/join/id/regdata/gm0995/2024/8a602773ea3748b288036e4e27e65a5d/nld@2025‑06‑05;05522335

recreatief nachtverblijf

/join/id/regdata/gm0995/2024/a0efd79f75464ec183e9b3303c046f97/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatief nachtverblijf bouwen, gebouwen kampeerterrein

/join/id/regdata/gm0995/2024/58748a669e0644909b7aaa673701d8d2/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatief nachtverblijf bouwen, recreatiewoning

/join/id/regdata/gm0995/2025/1c80b2e0be0f488496ea6ce12eeb7e68/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatief nachtverblijf, beoordelingsregels

/join/id/regdata/gm0995/2025/773ae12269ca496eb7a7ec97e70563d0/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatief nachtverblijf, boomhut

/join/id/regdata/gm0995/2025/db699440e5144ce9a11a86e06626e41f/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatief nachtverblijf, camperplaats

/join/id/regdata/gm0995/2025/88fca21352954f9da46a13c4f07f343a/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatief nachtverblijf, één kampeerterrein

/join/id/regdata/gm0995/2025/03d874b5879d498ea0b74407793c3a3b/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatief nachtverblijf, groepsverblijf

/join/id/regdata/gm0995/2025/ce034b44ceac45118da677ba702890c6/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatief nachtverblijf, kampeerterrein

/join/id/regdata/gm0995/2024/9fd751c5db4c48e1a5a32b481fbb977e/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatief nachtverblijf, kampeerterrein 1

/join/id/regdata/gm0995/2025/673370880c474cb2b66fbf676a90f432/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatief nachtverblijf, kampeerterrein 2

/join/id/regdata/gm0995/2025/a57c6a7cb930415b92ae66989409b7ea/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatief nachtverblijf, max. 250 m²

/join/id/regdata/gm0995/2025/c1cfe4f7c0fd42c6af39ac9b0f0a7321/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatief nachtverblijf, uitzondering vergunningplicht

/join/id/regdata/gm0995/2025/46ffe71d09774eba850553cd72eec522/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatief nachtverblijf, vergunningplicht

/join/id/regdata/gm0995/2025/9ce81a81372e4e19add81b4dc6ac0396/nld@2025‑12‑24;07050798

recreatielocaties

/join/id/regdata/gm0995/2024/1e8c30c983ba4a7885de08ce41e449bb/nld@2025‑12‑24;07050798

specifieke soorten recreatie

/join/id/regdata/gm0995/2024/653b14a5829c4b73b946781c41504659/nld@2025‑12‑24;07050798

sport

/join/id/regdata/gm0995/2024/1084170d35514089bc3dd09b95beae21/nld@2025‑12‑24;07050798

sport, golfbaan

/join/id/regdata/gm0995/2025/03d43be9cf134517a4e305660f8d8d4f/nld@2025‑12‑24;07050798

sport, manege

/join/id/regdata/gm0995/2025/78228307bcfe4fafb9f57bbdee9d99ce/nld@2025‑12‑24;07050798

sport, max. 10.000 m²

/join/id/regdata/gm0995/2025/d4b823d3e2c944f18921f28268019069/nld@2025‑12‑24;07050798

sport, schietbaan

/join/id/regdata/gm0995/2025/eaa8aa4f3d0e488498a983e67a450409/nld@2025‑12‑24;07050798

sport, visvijver

/join/id/regdata/gm0995/2025/61d050eb5a3f4448889d8d7684a21449/nld@2025‑12‑24;07050798

sportlocaties

/join/id/regdata/gm0995/2024/e607353348f647f9bce50e2e8a6a3b60/nld@2025‑12‑24;07050798

stallingsgarage

/join/id/regdata/gm0995/2025/4c3ece61c03f494396384af5c72e440d/nld@2025‑12‑24;07050798

tankstation, vergunningplicht

/join/id/regdata/gm0995/2024/b4b458c5043a400386d41430a9e87d58/nld@2025‑06‑05;05522335

toegestane hellingshoek

/join/id/regdata/gm0995/2024/03b7b1c2cdf446edbbea49ff696353e7/nld@2026‑02‑10;22314587

toegestane horecacategorie

/join/id/regdata/gm0995/2024/c33a4c6a19dd417c92bd77db381c372f/nld@2025‑12‑24;07050798

transitiegebied

/join/id/regdata/gm0995/2024/788202b1158b487185b80646f92136d2/nld@2025‑12‑24;07050798

Valkenstede

/join/id/regdata/gm0995/2026/02ac76ade62f4da592d44783e4eb3f49/nld@2026‑07‑14;07535272

veiligheidszone plaatsgebonden risico

/join/id/regdata/gm0995/2025/11f511173c8e4ae6a9f34dcb3330b811/nld@2025‑12‑24;07050798

veiligheidszones kaststations

/join/id/regdata/gm0995/2025/79a8e3faf7d445e58b6fdf240a019b3d/nld@2025‑06‑05;05522335

veiligheidszones LPG

/join/id/regdata/gm0995/2025/65aa950599fe4d25869bcc5f4073b51b/nld@2025‑12‑24;07050798

verbod (zeer) kwetsbare gebouwen en locaties

/join/id/regdata/gm0995/2025/799d3d85d2ca44b581eb008ef7f9ad4c/nld@2025‑12‑24;07050798

verbod (zeer/beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties

/join/id/regdata/gm0995/2024/a9d887f1ff004021a5ce4c3779620648/nld@2025‑12‑24;07050798

verbod bouwwerken bouwen

/join/id/regdata/gm0995/2024/cdbc42fefb394e06a60d953774bab25d/nld@2025‑12‑24;07050798

verbod bouwwerken bouwen, met uitzondering

/join/id/regdata/gm0995/2025/b9fbe7f404bd477fb3daeb0c5cc7a236/nld@2025‑12‑24;07050798

verbod bouwwerken, eerste bouwlaag

/join/id/regdata/gm0995/2024/a200e4bf287a470f803a0a56be78b0ff/nld@2025‑12‑24;07050798

verbod gebouwen bouwen

/join/id/regdata/gm0995/2024/5b02ab8afbf94c9abfe56a9cfa056060/nld@2025‑06‑05;05522335

vergunningplicht (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties

/join/id/regdata/gm0995/2024/8fdc83ae8a4647f6a18feabe25a3e9b1/nld@2025‑12‑24;07050798

vergunningplicht geluidgevoelig gebouw

/join/id/regdata/gm0995/2026/970185b0187042d5ad2c96b16a0a2968/nld@2026‑07‑14;07535272

Verkeer, ontsluiting CMR

/join/id/regdata/gm0995/2025/4e740b0de82d422d87a67c767fc5dd10/nld@2025‑12‑18;15563859

verwachtingengebied archeologie

/join/id/regdata/gm0995/2024/2a73ab41cdae48db818d453f9e43841d/nld@2025‑12‑24;07050798

verwachtingengebied, archeologie

/join/id/regdata/gm0995/2025/9743ebba4d0e486abb422c904bfb7cdf/nld@2025‑12‑24;07050798

vrijstaand bijbehorend bouwwerk bouwen, bouwhoogte 3 m

/join/id/regdata/gm0995/2025/2f15c3bbfaeb4d7eb2381f585785bb90/nld@2026‑06‑23;13581264

vrijstaand bijgebouw, goothoogte 3,2 m

/join/id/regdata/gm0995/2024/d096410ecb734276af2d3303e600a809/nld@2025‑06‑05;05522335

wateroppervlakte 25%

/join/id/regdata/gm0995/2025/a523d68f94c84020ba91a218948e2ba0/nld@2025‑12‑24;07050798

wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots

/join/id/regdata/gm0995/2025/f69124883c964ea89aea063e913b82d9/nld@2025‑12‑18;15563859

wijzigingsgebied natuurcamping

/join/id/regdata/gm0995/2025/1e279598d0d14a79a2859e1b74650853/nld@2025‑12‑17;12365274

wonen

/join/id/regdata/gm0995/2024/3db0908759c54a95be10bdad763a2c9b/nld@2026‑06‑23;13581264

Wonen CMR

/join/id/regdata/gm0995/2025/e9a183d8cf7c4723ab0445e49c34497c/nld@2025‑12‑18;15563859

wonen, (sociaal-)medisch

/join/id/regdata/gm0995/2024/8037eab3feb44fdd875d719fdfe13fc9/nld@2025‑12‑24;07050798

wonen, bedrijfswoning

/join/id/regdata/gm0995/2024/a6aad964f29745b7b1510926a802be33/nld@2025‑06‑05;05522335

wonen, bedrijfswoning 2

/join/id/regdata/gm0995/2025/b3d530aa60454b1ab915d43d1e581a37/nld@2025‑12‑24;07050798

wonen, bedrijfswoning recreatie 1

/join/id/regdata/gm0995/2025/34ce71069bf24eefb6767c1f7fbdea76/nld@2025‑12‑24;07050798

wonen, bedrijfswoning recreatie 2

/join/id/regdata/gm0995/2025/2e7f7307fa95405ba5f32f6f27e521e4/nld@2025‑12‑24;07050798

wonen, beoordelingsregels 1

/join/id/regdata/gm0995/2025/bb030403f6984e7bb360fb7bb75b7a93/nld@2025‑06‑05;05522335

wonen, beoordelingsregels 2

/join/id/regdata/gm0995/2025/cb69a4cb2eb34641aadec22f72580a99/nld@2025‑12‑24;07050798

Wonen, beoordelingsregels 2 CMR

/join/id/regdata/gm0995/2025/8e39cf907d09409bb2571fd2b5aa7fab/nld@2025‑12‑18;15563859

wonen, boven eerste bouwlaag

/join/id/regdata/gm0995/2024/9d59dc87dd274efcbcdb6b6b5b01a9ff/nld@2025‑06‑05;05522335

wonen, één woning per perceel

/join/id/regdata/gm0995/2026/f4cd705eb6a2447fbaf80f20ef677e8c/nld@2026‑06‑04;05072669

wonen, gemeenschappelijke ruimte max. 450 m2

/join/id/regdata/gm0995/2024/832307c7bb9a4d2598e08e1d5d90c433/nld@2025‑06‑05;05522335

wonen, landgoed tuinen en erven

/join/id/regdata/gm0995/2025/9ae5de16dd1747bcb77771d5f6b643e4/nld@2025‑12‑24;07050798

wonen, max. 1 bedrijfswoning

/join/id/regdata/gm0995/2025/ca75d528dacc44fe8f2d0cbaa4de9f7a/nld@2025‑12‑24;07050798

wonen, sociaal-cultureel

/join/id/regdata/gm0995/2024/4d09afdc12d94aa1ba7ac596c7f6d3c8/nld@2025‑06‑05;05522335

wonen, vergunningplicht

/join/id/regdata/gm0995/2024/8f02b670686742529ca78ada0565c5ba/nld@2025‑12‑24;07050798

Wonen, vergunningplicht CMR

/join/id/regdata/gm0995/2025/6f6cf5119ec3492984a549c208d9048e/nld@2025‑12‑18;15563859

wonen, woonhuis

/join/id/regdata/gm0995/2024/23c34e7a23c043de991d7e7fdf4389c2/nld@2026‑06‑23;13581264

Wonen, woonhuis CMR

/join/id/regdata/gm0995/2025/1cd5a678bad342e088b7bfad86e8d6cd/nld@2025‑12‑18;15563859

wonen, zorgwonen bij zorgboerderij

/join/id/regdata/gm0995/2025/14713f67a80d4ca88f0710138bec99fd/nld@2025‑12‑24;07050798

wonen, zorgwoningen

/join/id/regdata/gm0995/2025/08b3f9e3cef14b66a825032905d881cf/nld@2025‑06‑05;05522335

woningtype 1

/join/id/regdata/gm0995/2025/3ef69eda47a3407bbf77a93d7f5a67a6/nld@2025‑12‑24;07050798

woningtype 3

/join/id/regdata/gm0995/2025/4dfd41d2a5414a059061648454326ffd/nld@2025‑12‑24;07050798

woningtype 4

/join/id/regdata/gm0995/2025/143a2f05ea4c4739b96356593d71b2b1/nld@2025‑12‑24;07050798

woningtype 5

/join/id/regdata/gm0995/2025/b71996ef85a9487ca2c59a89652f802d/nld@2025‑12‑24;07050798

woningtype 5a

/join/id/regdata/gm0995/2025/f190dfa4b9214a2e9b98a543ec2da09e/nld@2025‑12‑24;07050798

woningtype 6

/join/id/regdata/gm0995/2025/d8d33f5a8dfe4b939b8c60514cc908d2/nld@2025‑12‑24;07050798

woningtype 6a

/join/id/regdata/gm0995/2025/92f3da6b74544ccd83a600bb4d6eaab8/nld@2025‑12‑24;07050798

woongebouw bouwen, beoordelingsregels 1

/join/id/regdata/gm0995/2024/3c4d0b9363ba41b886e85c6a725d2c03/nld@2025‑06‑05;05522335

woonhuis bouwen, beoordelingsregels 1

/join/id/regdata/gm0995/2024/5295ec99f0424a0886d6fbce7c420aac/nld@2025‑06‑05;05522335

woonhuis bouwen, beoordelingsregels 2

/join/id/regdata/gm0995/2024/f7c6e61e89bf4bea835692d2dffa4dba/nld@2025‑06‑05;05522335

woonlocaties

/join/id/regdata/gm0995/2024/5508adec2e6d4260a599c65f9295bbf2/nld@2026‑06‑23;13581264

Woonlocaties CMR

/join/id/regdata/gm0995/2025/8ec5b63412de48268002131df40a9a64/nld@2025‑12‑18;15563859

Zuiderhage fase 1

/join/id/regdata/gm0995/2026/77afa642f6414c0d9550250ecfa13486/nld@2026‑07‑14;07535272

Bijlage IV Overzicht Documentenbijlagen

Artikelsgewijze Toelichting

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat de begripsbepalingen die voor dit omgevingsplan nodig zijn, zijn opgenomen in Bijlage I bij dit omgevingsplan.

In het tweede lid van dit artikel zijn de begripsbepalingen van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Omgevingsregeling van toepassing verklaard op dit omgevingsplan. Het gaat om een zogenaamde statische verwijzing. Dat betekent dat latere wijzigingen van de begrippen in de Omgevingswet of de AMvB’s geen invloed hebben op de betekenis van de begrippen.

Het derde lid maakt een uitzondering voor het gebruik van Bijlage I bij dit omgevingsplan voor hoofdstuk 22 en 23. Deze uitzondering wordt gemaakt, omdat in hoofdstuk 22 en 23 de bepalingen zijn opgenomen die het Rijk aan de gemeente heeft overgedragen van rechtswege bij inwerkingtreding van de Omgevingswet (de bruidsschat, hoofdstuk 22) of via de Vangnetregeling Omgevingswet (hoofdstuk 23).

In het vierde lid geeft aan welke begrippen van toepassing zijn op hoofdstuk 22 en 23 van dit omgevingsplan. 

Artikel 1.3 Doel omgevingsplan

Dit zijn de algemene doelen van het omgevingsplan voor de gemeente Lelystad.

Afdeling 3.3 Zuiderhage fase 1

Deze afdeling bevat regels voor de ontwikkeling en (daarna) het omgevingsrechtelijk beheer van de uitbreidingslocatie Zuiderhage fase 1.

Paragraaf 3.3.2 Gebiedsgerichte doelen en Ontwikkelkader

De regels in deze paragraaf vormen samen de gebiedsgerichte doelen die voor de ontwikkeling van Zuiderhage, fase 1 zijn gesteld. Met het oog op een gefaseerde gebiedsonwikkeling wordt dynamisch verwezen naar het Programma Mastervisie (als het gaat om functies, aantallen en oppervlakten) en naar het Ontwikkelkader, bestaande uit één of meerdere deelkaders, waarin de vaste ruimtelijke structuren, ontwerpuitgangspunten en ontwerpruimte zijn aangeven. Op die manier biedt dit deel van het plan een passende balans tussen rechtszekerheid en flexibiliteit.

Artikel 3.42 Ontwikkelkader

Dit artikel verwijst naar een (separaat beschikbaar) ruimtelijk ontwikkelingskader te vinden via de gemeentelijke website.

Paragraaf 3.3.3 Gebruik van gronden en bouwwerken

Deze paragraaf bevat regels voor de toedeling van functies en gebruiksactiviteiten aan locaties en bouwwerken. 

Artikel 3.45 Parkeren

Op grond van dit artikel zijn inzake het parkeren de regels en normen, opgenomen in een ontwikkelkader, primair van toepassing. Het bevoegd gezag kan hiervan afwijken of aan de wijze van uitvoering eisen stellen.Voor zover in een ontwikkelkader geen regels of normen inzake het parkeren zijn opgenomen, gelden de regels en normen in de Parkeernota Lelystad. 

Subparagraaf 3.3.3.2 Wonen

De regels in deze subparagraaf gaan over de activiteit wonen binnen Zuiderhage fase 1.

Artikel 3.51 Maximum aantal woningen

Op grond van dit artikel is bepaald hoeveel woningen in Zuiderhage fase 1 ten hoogste mogen worden gebouwd. Deze bepaling is noodzakelijk met het oog op de onderzoeken en motivering van deze omgevingsplanwijziging.

Artikel 3.52 Woning splitsen

Het verbod is gesteld om te voorkomen dat het plan meer zelfstandige woningen mogelijk maakt dan programmatisch is vastgesteld en uit het oogpunt van evenwichtige toedeling van functies aan locaties is onderbouwd bij de vaststelling van de regels in deze afdeling.

Artikel 3.53 Woningen samenvoegen of veranderen van woningtype

De regel schrijft voor dat de genoemde activiteiten moeten voldoen aan de doelen, programma en ontwikkelkader van Zuiderhage fase 1.

Artikel 3.55 Specifieke vormen van gedeeltelijke onzelfstandige bewoning

De regel is gebaseerd op het gemeentelijke beleid inzake kamerverhuur. In beginsel is dit niet toegestaan, tenzij sprake is van een van de genoemde uitzonderingen.

Subsubparagraaf 3.3.3.2.3 Beroep of bedrijf aan huis

De regels voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis zijn gelijk aan de gemeentebreed geldende regels. Diverse vormen van een beroep of bedrijf aan huis zijn zonder vergunning toegelaten, mits aan de gestelde voorwaarde(n) wordt voldaan. Voor niet vermelde activiteiten of activiteiten die niet aan de gestelde voorwaarde(n) voldoen kan een aanvraag omgevingsvergunning worden ingediend.

Artikel 3.56 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen

Zie toelichting subsubparagraaf.

Artikel 3.59 Vergunningplicht 

Op grond van dit artikel is het starten van een bed & breakfast vergunningplichtig.

Artikel 3.60 Beoordelingsregels en aanvraagvereisten

Dit artikel bevat de criteria waarop een aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.59 wordt beoordeeld.

Subparagraaf 3.3.3.3 Bedrijfsactiviteiten

De regels in deze subparagraaf gaan over bedrijfsactiviteiten binnen Zuiderhage fase 1.

Artikel 3.65 Toedeling

De regels zijn gebaseerd op de Handreiking Activiteiten en Milieuzonering (VNG, 2024), onderdeel functiemenging. Binnen het gebied zijn uitsluitend bedrijfsactiviteiten toegelaten, met uitzondering van de in het tweede lid en derde vermelde bedrijfsactiviteiten. Bedrijfsmatige activiteiten die geen bedrijfsactiviteit zijn, zijn binnen het gebied niet toegelaten. Daarnaast moeten toegelaten bedrijfsactiviteiten voldoen aan de regels van hoofdstuk 22, met onder meer waarden voor geluid en geur.

Subparagraaf 3.3.3.4 Maatschappelijk-commerciële activiteiten

De regels in deze subparagraaf gaan over maatschappelijke activiteiten binnen Zuiderhage fase 1.

Subparagraaf 3.3.3.5 Bufferzone

De bufferzone is het noordelijke deel van buurtschap (7) Overbeke. Binnen de bufferzone zijn primair sportvelden met bijbehorende accomodaties toegelaten, almede een school en voorts openbare buitenruimte, zoals wegen, paden, groen en water. Binnen de bufferzone zijn geen woningen geprojecteerd. De oogmerken van de regels zijn, behalve op de genoemde functies, mede gericht op het functioneren van de penintentiaire inrichting Lelystad en de (geprojecteerde) Extra Beveiligde Zittingslocatie, en milieu- en veiligheidssituatie die aan genoemde voorzieningen is gerelateerd. 

Subparagraaf 3.3.3.6 Parkzone

 De regels in deze subparagraaf gaan over de parkzone binnen Zuiderhage fase 1. De parkzone is een (te ontwikkelen) groen-blauwe zone door Zuiderhage fase 1. 

Artikel 3.89 Eisen parkzone

De parkzone voldoet aan ontwerp- en inrichtingscriteria. Enkele belangrijke uitgangspunten zijn in deze regels vastgelegd, zoals de minimum breedte en een logische aansluiting op omliggende open-waterstructuren. Daarnaast wordt bij uitwerking van de parkzone rekening gehouden met de gestelde doelen en met het ontwikkelkader. 

Artikel 3.90 Vergunning kleinschalig medegebruik parkzone 

Kleinschalig medegebruik van de parkzone, anders dan het normale gebruik van de openbare ruimte, is eventueel toegestaan als omgevingsplanactiviteit. Hieraan zijn in het volgende artikel voorwaarden gesteld.

Artikel 3.91 Beoordelingsregels vergunning kleinschalig medegebruik parkzone

Zie art. 3.90

Artikel 3.142 Algemene bouwregel

De maximum bouwhoogte is gelijk aan de maximum bouwhoogte als vermeld in artikel 2.29 Besluit bouwwerken leefomgeving, op grond waarvan een vlaggenmast tot maximaal 6,0 m vergunningvrij mag worden gebouwd. Dit artikel geldt echter ook voor andere palen en masten, behalve de uitzonderingen genoemd in het toepassingsbereik van deze subsubparagraaf. Tevens is een maximum breedte of diameter opgenomen, om te voorkomen dat op grond van dit artikel brede reclamemasten e.d. kunnen worden gebouwd.  

Artikel 3.144 Lichtmast

Openbare verlichting is op grond van rijksregels vergunningvrij en vereist in dit plan geen regels. Dit artikel voorziet in een basis-bouwhoogte van lichtmasten op locaties buiten de openbare buitenruimte. Op grond van de basis-bouwregels van deze paragraaf kan met maatwerk maximaal 20% worden afgeweken. Een bouwhoogte van 2,5 m is in de meeste gevallen voldoende, zowel voor woonpercelen maar ook voor bedrijfspercelen, scholen en dergelijke. Hogere lichtmasten zijn buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, met uitzondering van lichtmasten bij de geprojecteerde sportvelden in de bufferzone, die bij recht in dit plan mogelijk zijn gemaakt. Bij maatwerkvoorschrift kan het bevoegd gezag nadere eisen stellen aan het aantal, de bouwhoogte en de uitvoering van dergelijke lichtmasten. Bij de uitvoering kan worden gedacht aan afscherming om lichtuitstraling naar woningen te beperken. Dit artikel geldt naast andere regels over lichtmasten bij sportvelden in dit plan die onder meer gaan over de tijdstippen waarop de lichtmasten in werking mogen zijn (paragraaf 22.3.22).

Artikel 3.145 Zendmast of antennemast

Het verbod betekent dat het bouwen van een zendmast of een antennemast in deze paragraaf altijd een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is. De aard, situering of uitvoering van een zendmast of antennemast kan van grote invloed zijn op de woon- en leefomgeving, zodat een integrale afweging het meest passend is. Het verbod geldt niet voor zend- en antennemasten die toelaatbaar zijn op grond van andere regels in dit plan, dan wel op grond van wetgeving.

Subsubparagraaf 3.3.5.1.2 Basisregels aanleggen - algemeen

Deze subparagraaf bevat een algemeen verbod op het verrichten van aanlegactiviteiten in strijd met de algemene regels, tenzij een activiteit wettelijk vergunningvrij is. Met het verbod wil het bevoegd gezag voorkomen dat door het verrichten van aanlegactiviteiten in strijd met de algemene regels de gronden binnen Zuiderhage fase 1 minder geschikt worden voor de verwezenlijking van de gebiedsgerichte doelen en de daarvoor opgestelde ontwikkelkaders. Om dezelfde reden bevat de subparagraaf enkele algemene beoordelingsregels voor vergunningplichten in deze paragraaf.

Subparagraaf 3.3.5.2 Vergunningplichtige aanlegactiviteiten 

Deze subparagraaf bevat een vergunningplicht voor het uitvoeren van enkele aanlegactiviteiten. Met een vergunningplicht wil het bevoegd gezag voorkomen dat gronden door aanlegactiviteiten minder geschikt worden voor de verwezenlijking van de gebiedsgerichte doelen en de daarvoor opgestelde ontwikkelkaders.

Artikel 3.157 Verbod

De aandachtsgebieden (gelegen langs de spoorlijn) zijn niet aangewezen in dit omgevingsplan. De actuele aandachtsgebieden zijn opgenomen in het Register Externe Veiligheid. Gemeente Lelystad heeft besloten geen voorschriftengebied aan te wijzen, maar zeer kwetsbare gebouwen te verbieden binnen de genoemde aandachtsgebieden.

Artikel 3.158 Maatwerkvoorschrift

Dit artikel stelt het bevoegd gezag, ter beperking van hinder door piekgeluiden, maatwerkvoorschriften te stellen aan activiteiten binnen een gemengd gebied met wonen, anders dan door het laden en lossen en anders dan wonen. De regel geldt binnen het gebied Zuiderhage, fase 1.

Artikel 4.3 Toepassingsbereik

In deze bepaling wordt een opsomming gegeven in het tweede lid, van alle gebruiksactiviteiten in het omgevingsplan. In het derde lid wordt verankerd dat enkel het gebruik zoals op locatie aangegeven daar is toegestaan.

Artikel 4.6 Algemene regel gebruik bijbehorend bouwwerk

Het in lid 1 gestelde vereiste houdt in dat een bijbehorend bouwwerk, voor zover dit is gelegen buiten een afstand van 4 m vanaf het oorspronkelijk hoofdgebouw, functioneel ondergeschikt gebruikt dient te worden ten opzichte van het hoofdgebouw. Het kan in deze gevallen slechts gaan om een gebruik dat ondersteunend is aan de primaire functie overeenkomstig de planologische bestemming van het hoofdgebouw.  Bij een woning zal dat in het merendeel van de gevallen gaan om een garage/berging, bijkeuken, atelier, tuinhuisje, fietsenberging of hobbyruimte. Voor het gebruik van een (vrijstaand) bijbehorend bouwwerk als mantelzorgwoning geldt een uitzondering (lid 2).

Bij woningen betekent dat bijvoorbeeld dat bijbehorende bouwwerken buiten de zone van 4 m niet gebruikt mogen worden voor primaire woonfuncties, zoals woonkamer, slaapkamer en keuken. Uitsluitend ondergeschikte functies ten dienste van het hoofdgebouw zijn toegestaan.  

Artikel 4.20 Bedrijfstypen

Bij bedrijven met een beperkte milieu-impact gaat het om bedrijven uit maximaal milieucategorie 2 uit de staat van bedrijfsactiviteiten van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zoals die werd gehanteerd voor inwerkingtreding van de Omgevingswet. In deze lijst zijn bedrijven ingedeeld in verschillende milieucategorieën op basis van hun impact op het milieu. Bedrijven uit categorieën 1 en 2 hebben een lage milieubelasting.

Artikel 4.21 Bedrijf op locatie

Een risicovolle milieubelastende activiteit is een vertaling van de risicovolle inrichtingen uit de voorheen geldende bestemmingsplannen. 

Artikel 4.40 lid 2

Binnen deze locatie geldt de vergunningsplicht voor activiteiten die hoger zijn dan de op locatie 

Artikel 4.129 Toepassingsbereik

In deze afdeling worden regels gesteld over festiviteiten zoals bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Een festiviteit is een kleinschalige uitbreiding van de gebruikelijk toegelaten (horeca)activiteiten, die plaatsvinden binnen de bebouwing op locatie, waarvoor de normen zoals opgenomen in artikel 4.131, eerste lid op locatie tijdelijk worden versoepeld. Hiermee onderscheidt een festiviteit zich van het evenement op grond van artikel 2.24 van de Algemene plaatselijke verordening van Lelystad (hierna: APV), waar met name sprake van is bij (grootschalige) activiteiten in de openbare ruimte of met impact op de openbare ruimte. Evenementen worden daarmee strikter gereguleerd door middel van vergunningplichten en voorschriften in hoofdstuk 2, afdeling 3, van de APV.

Artikel 5.1 Toepassingsbereik

Deze afdeling gaat over het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk. Hierbij wordt aangesloten bij de bepalingen zoals opgenomen in paragraaf 22.2.7 van dit omgevingsplan, waarin onder andere de vergunningsplicht en de vergunningsvrije gevallen zijn opgenomen.

Artikel 5.3 Anti-dubbeltelregel

Een anti-dubbeltelbepaling voorkomt dat als een omgevingsplan regelt dat op een perceel bijvoorbeeld maximaal 20% mag worden bebouwd, het opengebleven terrein opnieuw meetelt bij een ander gebouw. Dit betreft dus het toestaan van een gebouw, waarvoor een soortgelijke eis geldt.

Artikel 5.8 Omgevingsnormen maximale bebouwing

Het bebouwingspercentage in dit artikel moet worden berekend over de totale oppervlakte van alle bouwwerken op het betreffende perceel. 

Artikel 5.16 Toepassingsbereik

Dit artikel bepaald waar deze paragraaf regels over stelt. De activiteit gebouw bouwen, in stand houden of gebruiken gaat over het bouwen van gebouwen op locatie, waarbij de regels verdeeld zijn tussen het bouwen van een specifiek gebouw, het hoofdgebouw (bijvoorbeeld het woonhuis op een perceel), en het bouwen van gebouwen op een bepaalde locatie. Wat in dat geval als hoofdgebouw(en) moet worden aangemerkt hangt af van het belang van het gebouw voor de uitoefening van de functie zoals aangewezen op locatie.

Artikel 5.28 Bouwregels afstand voorkant perceel hoofdgebouw

Dit artikel is opgenomen om te voorkomen dat een hoofdgebouw direct op de voorste perceelgrens wordt gebouwd. Voor het omgevingsplan geldt als voorkant van een perceel de kant die aan de weg ligt of de kant die naar de weg is gericht. Het gaat dan om de kadastrale grens die aan de voorkant ligt. 

Soms is ondanks dit artikel toch niet duidelijk wat de voorste perceelsgrens is, omdat het perceel aan meerdere zijden op de openbare ruimte gesitueerd is, zoals in hoeksituaties. Dan is bijvoorbeeld de voordeur van het hoofdgebouw aan een voetpad aan de tuinkant. Het probleem met de onduidelijke voorgevels komt ook voor op binnenterreinen. Soms is er wel behoefte om voor de duidelijkheid de voorkant vast te leggen. Het college kan in zo’n geval de voorkant aanwijzen. Die aangewezen kant geldt dan als voorste bouwperceelgrens. 

Artikel 5.57 Beoordelingsregels bouw woongebied

Deze regels bevatten de beoordelingsregels die voorheen in het geldende bestemmingsplan als uitwerkingsregels ex artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening waren opgenomen. Op grond van artikel 22.31 kan de gemeente de omgevingsvergunning verlenen als wordt voldaan aan de uitwerkingsregels. Door deze beoordelingsregel rechtstreeks als bouwregel op te nemen, wordt de omgevingsvergunning rechtstreeks getoetst aan deze regels en moet  de omgevingsvergunning worden verleend als wordt voldaan aan de regels in dit artikel.  

Artikel 5.58 Beoordelingsregels bouw woongebouw

Deze regels bevatten de beoordelingsregels die in het eerder geldende bestemmingsplan als uitwerkingsregels ex artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening waren opgenomen. Op grond van artikel 22.31 kan de gemeente de omgevingsvergunning verlenen als wordt voldaan aan de uitwerkingsregels. Door deze beoordelingsregel rechtstreeks als bouwregel op te nemen, wordt de omgevingsvergunning rechtstreeks getoetst aan deze regels en moet  de omgevingsvergunning worden verleend als wordt voldaan aan de regels in dit artikel.  

Artikel 5.67 Algemene bouwregels

In lid 1 van dit artikel wordt voorzien in regels waaraan een bijbehorend bouwwerk moet voldoen. Hierbij is afstemming is gezocht met de artikelen 22.26 en artikel 22.35. In de leden 2 en 3 zijn aanvullende regels opgenomen voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken waarvoor een omgevingsvergunning is vereist.

Artikel 5.92 Toepassingsbereik

Dit artikel geeft het toepassingsbereik aan van de activiteit zoals opgenomen in deze subparagraaf. In het eerste lid wordt aangegeven welke activiteit in deze subparagraaf wordt bedoeld, waarbij de activiteit is opgenomen met in achtneming van de vergunningsvrije component van de activiteit, namelijk de erf- of perceelafscheiding tot 1 m hoog, welke op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving vergunningsvrij is verklaard. Het tweede lid verduidelijkt dat het hier niet gaat om organische terreinafscheidingen zoals hagen of heggen, aangezien deze niet een bouwactiviteit vereisen om geplaatst te worden.

Artikel 5.107 Verbod bouwen of opschalen van windturbines

Dit artikel bevat de uitwerking van de provinciale instructieregel, opgenomen in artikel 14.17 van de Omgevingsverordening  Flevoland.

Artikel 9.12 Vergunningsplicht beperkingengebiedactiviteit buisleidingen

In dit artikel wordt de vergunningsplicht opgenomen voor de bescherming van het functioneren van de buisleidingen op locatie. Het gaat hier om activiteiten, geen omgevingsplanactiviteit bouwwerken zijnde. Voorbeelden van activiteiten welke op locatie vergunningplichtig zijn onder dit artikel zijn:

  • a.

    het aanbrengen en rooien van hoogopgaand en/of diepwortelende beplantingen en bomen;

  • b.

    het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;

  • c.

    het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair;

  • d.

    het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;

  • e.

    het permanent opslaan van goederen; en

  • f.

    het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.

Artikel 10.2 Aanwijzing veiligheidszone plaatsgebonden risico.

Met dit artikel worden veiligheidszones aangewezen waarbinnen iedereen alert moet zijn op de aanwezigheid van een plaatsgebonden risico.

Artikel 10.3 Zorgplicht omtrent plaatsgebonden risico

Met dit artikel wordt de verplichting ingesteld dat iedereen die een activiteit wil ontplooien binnen de veiligheidszone plaatsgebonden risico daarbij rekening houdt met de binnen deze veiligheidszone aanwezige plaatsgebonden risico contouren zoals opgenomen op de kaart op www.atlasleefomgeving.nl/kaarten. De plaatsgebonden risico contouren kunnen worden gevonden in de Atlas Leefomgeving door bij 'Kaarten toevoegen' de kaartenbak van 'Veilige omgeving' te openen, daarin de subgroep 'Externe veiligheid' te openen. Binnen deze subgroep staat een kaart genaamd 'Plaatsgebonden riisco', welke aangevinkt kan worden. Hieronder wordt een afbeelding van het menu toegevoegd ter ondersteuning.

Schermafbeelding kaartenmenu Atlas Leefomgeving
afbeelding binnen de regelingwww.atlasleefomgeving.nl/kaarten

Artikel 15.4 Bebouwingscontour houtkap

Op grond van artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving dient de gemeente een bebouwingscontour houtkap aan te wijzen voor de toepassing van artikel 11.111, tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 15.6 Vergunningsplicht beperkingengebiedactiviteit ecologie

In dit artikel wordt de vergunningsplicht opgenomen voor de bescherming van de ecologische waarden op locatie. Voorbeelden van activiteiten welke op locatie vergunningsplichtig zijn onder dit artikel zijn:

1. het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden;
2. het uitvoeren van overige grondbewerkingen;
3. het verlagen van het waterpeil; en
4. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen.

Artikel 15.21 Toepassingsbereik

Het eerste lid geeft aan dat deze afdeling betrekking heeft op het kappen van bomen en het vellen van houtopstanden. Het gaat hierbij om de algemene bepalingen die voorheen opgenomen waren in de Algemene plaatselijke verordening en sinds 2021 in de Verordening fysieke leefomgeving van de gemeente Lelystad.

Het tweede lid geeft aan dat de algemene bepalingen afkomstig uit de gemeentelijke verordening niet worden toegepast indien ruimtelijk op locatie specifieke regels zijn opgenomen op grond van het omgevingsplan. In het kader van de transitieperiode zijn hier twee mogelijkheden opgenomen, namelijk locatie specifieke regels opgenomen in het ‘nieuwe deel’ van het omgevingsplan (a.) en locatie specifieke regels opgenomen in de oude ruimtelijke plannen vanuit de Wet ruimtelijke ordening, welke onderdeel uitmaken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan (b.). 

Artikel 16.3 Bebouwingscontour jacht

Op grond van artikel 5.165a van het Besluit kwaliteit leefomgeving dient de gemeente een bebouwingscontour jacht aan te wijzen voor de toepassing van de artikelen 11.71, vierde lid, en 11.76, derde lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 18.13 lid 2

Het tweede lid ziet op algemene regels die de veiligheid van andere gebruikers van het water beschermen. 

  • Onder de onder sub a. en b. genoemde landvasten dienen te worden verstaan: de touwen waarmee je een vaartuig vastlegt aan de kade. 

  • Van een dreiging als bedoeld onder sub d. is in ieder geval sprake als het vaartuig - ongeacht de staat waarin het verkeert - overmatig scheef of diep in het water ligt,

Artikel 18.15 lid 3

Het derde lid ziet op algemene regels die de veiligheid van andere gebruikers van het water beschermen. 

  • Onder de onder sub a. en b. genoemde landvasten dienen te worden verstaan: de touwen waarmee je een vaartuig vastlegt aan de kade. 

  • Van een dreiging als bedoeld onder sub d. is in ieder geval sprake als het vaartuig - ongeacht de staat waarin het verkeert - overmatig scheef of diep in het water ligt,

Artikel 20.4 Vergunningsplicht beperkingengebiedsactiviteit hoogspanningsleidingen

In dit artikel wordt de vergunningsplicht opgenomen voor de bescherming van het functioneren van de hoogspanningsleidingen op locatie. Voorbeelden van activiteiten welke op locatie vergunningplichtig zijn onder dit artikel zijn:

Artikel 22.1 lid 1

In het tijdelijke deel van dit omgevingsplan worden zowel ruimtelijke besluiten (artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet) als de omgevingsplanregels van rijkswege (artikel 22.1, onder c, van de Omgevingswet) opgenomen. Deze omgevingsplanregels van rijkswege wordt ook wel de bruidsschat genoemd. Onder het tijdelijke deel van het omgevingsplan vallen bijvoorbeeld bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte op grond van de voormalige Crisis- en herstelwet. In deze bestemmingsplannen is er afgeweken van bepalingen bij of krachtens de voormalige Wet ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer. Dat betekent dat de omgevingsplanregels uit die bestemmingsplannen op onderdelen in strijd zijn met de omgevingsplanregels van rijkswege. Ook kan in een bestemmingsplan toepassing zijn gegeven aan artikel 2, onder a, van de voormalige Interimwet stad-en-milieubenadering waarin is bepaald dat de gemeenteraad in een bestemmingsplan kan afwijken van een milieukwaliteitsnorm voor bodem, geluid en lucht. Omdat ook deze bestemmingsplannen samen met de omgevingsplanregels van rijkswege in het tijdelijke deel van het omgevingsplan worden opgenomen moet er een voorrangsregel worden opgenomen.

Deze voorrangsregel geldt ook bij strijdigheid tussen de omgevingsplanregels van rijkswege en de:

  • –.

    voorwaarden aan het lozen van afvloeiend hemelwater of van grondwater op of in de bodem of in een riool in een gemeentelijke verordening op grond van artikel 10.32a van de Wet milieubeheer; en

  • –.

    de aanwijzing van concentratiegebieden en waardsen of afstanden voor geur bij het houden van landbouwhuisdieren in een geurverordening op grond van artikel 6 van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij.

Om die reden is in het eerste lid van dit artikel bepaald dat de regels van afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van dit omgevingsplan niet van toepassing zijn voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet. De toets of er sprake is van «strijd» omvat ook een toets of wel of niet sprake is van regels met hetzelfde oogmerk. Als de regels een ander oogmerk hebben, doet «strijd» in de zin van de bepaling zich niet voor. Dit is vergelijkbaar met de wijze waarop bij de toepassing van artikel 121 van de Gemeentewet wordt getoetst of er sprake is van «strijd» met een hogere regeling. Paragraaf 22.2.7.3 van dit omgevingsplan is van de werking van het eerste lid van de voorrangsbepaling uitgezonderd. Deze paragraaf regelt dat bepaalde bouw- en gebruiksactiviteiten van rechtswege in overeenstemming zijn met het omgevingsplan, ongeacht wat er in het omgevingsplan concreet is bepaald. Daarmee zijn deze activiteiten, voor zover die in strijd zouden zijn met het omgevingsplan, aangewezen als vergunningvrije omgevingsplanactiviteiten. Als paragraaf 22.2.7.3 niet van de werking van het eerste lid van de voorrangsbepaling zou worden uitgezonderd, waardoor die paragraaf toch opzij gezet zou kunnen worden door andersluidende bepalingen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, zou als gevolg daarvan de werking van die paragraaf worden ontkracht. Dat is onwenselijk.