Regeling met betrekking tot de heffing en de invordering van de gemeentelijke belastingen 2026

Geldend van 20-12-2025 t/m heden

Intitulé

Regeling met betrekking tot de heffing en de invordering van de gemeentelijke belastingen 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Hertogenbosch;

In zijn vergadering van 9 december 2025,

gezien het voorstel met reg.nr. 18671542,

gelet op de artikelen 6, 7, 8, 13 en 14 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 29 en 31 van de Invorderingswet 1990 in verbinding met de artikelen 231, tweede lid, onderdeel a, en derde lid , en 237 van de Gemeentewet , op artikel 160, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet , op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

besluit vast te stellen: Regeling met betrekking tot de heffing en de invordering van de gemeentelijke belastingen 2026.

Regeling met betrekking tot de heffing en de invordering van de gemeentelijke belastingen 2026

Artikel 1 Algemene bepaling

    • 1.

      Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 6, 7, 8, 13 en 14 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 29 en 31 van de Invorderingswet 1990, artikel 160, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht.

    • 2.

      Voor de toepassing van deze regeling worden rechten aangemerkt als gemeentelijke belastingen.

    • 3.

      De op andere wijze geheven gemeentelijke belastingen bedoeld in artikel 233 van de Gemeentewet, worden voor de toepassing van deze regeling aangemerkt als bij wege van aanslag geheven belastingen, met dien verstande dat wordt verstaan onder de aanslag of de voorlopige aanslag: het gevorderde, onderscheidenlijk het voorlopig gevorderde bedrag. Artikel 2 blijft bij de op andere wijze geheven gemeentelijke belastingen buiten toepassing.

Artikel 2 Aangifte

De belastingplichtige voor de toeristenbelasting, de watertoeristenbelasting, de hondenbelasting, de rioolheffing;

    • 1.

      aan wie niet binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar of kalenderjaar een aangiftebiljet is uitgereikt of een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen een maand na het verstrijken van die zes maanden bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om uitreiking van een aangiftebiljet.

    • 2.

      Indien de belastingplicht voor de hondenbelasting in de loop van het belastingjaar ontstaat dan wel het aantal honden dat door de belastingplichtige wordt gehouden wijziging ondergaat, moet de belastingplichtige binnen twee weken na het tijdstip waarop de belastingplicht is ontstaan of de wijziging van het aantal honden heeft plaatsgevonden, bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar schriftelijk verzoeken om uitreiking van een aangiftebiljet.

    • 3.

      Overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen dienen de in het aangiftebiljet gevraagde gegevens duidelijk, stellig en zonder voorbehoud te worden ingevuld. Het aangiftebiljet wordt ondertekend en met de daarbij gevraagde bescheiden ingeleverd of toegezonden.

Artikel 3. Gebruik nachtverblijfregister ten behoeve van de heffing van toeristenbelasting

  • Bij de vaststelling van feiten ten behoeve van de heffing van toeristenbelasting kan de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b , bedoelde gemeenteambtenaar het door belastingplichtige bijgehouden nachtverblijfregister raadplegen.

Artikel 4 Voorlopige aanslag/kennisgeving

  • Na het ontstaan van de belastingplicht kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag/kennisgeving worden opgelegd of kan van de belastingplichtige een voorlopig bedrag worden gevorderd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag of het gevorderde bedrag vermoedelijk zal worden vastgesteld.

Artikel 5 Rente

    • 1.

      Bij de invordering van de gemeentelijke belastingen vinden de algemene maatregel van bestuur bedoeld in artikel 29 van de Invorderingswet 1990 en de ministeriële regeling bedoeld in artikel 31 van de Invorderingswet 1990 overeenkomstige toepassing.

  • 2.

    Een uit lid 1 voortvloeiende wijziging van een rentepercentage is uitsluitend van toepassing bij de renteberekening over het deel van de renteperiode vanaf het tijdstip waarop de betreffende wijziging in werking treedt.

  • 3.

    In afwijking van de in het eerste lid bedoelde regeling wordt geen invorderingsrente in rekening gebracht indien deze een bedrag van € 23,- niet te boven gaat.

Artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel

    • 1.

      De “Regeling met betrekking tot de heffing en de invordering van de gemeentelijke belastingen 2013”,vastgesteld bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch d.d. 18 juni 2013, wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan;

    • 2.

      Deze regeling treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking,

    • 3.

      Deze regeling wordt aangehaald als: “Regeling gemeentelijke belastingen 2026”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van Burgemeester en Wethouders van de gemeente 's-Hertogenbosch, 9 december 2025.

De gemeentesecretaris, drs. B. van der Ploeg

de burgemeester, drs. J.M.L.N. Mikkers