Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR763268
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR763268/1
Geldend van 19-06-2026 t/m heden
1 VOORWOORD
In Amersfoort is geschiedenis nooit ver weg. Met meer dan 500 rijksmonumenten en ruim 150 gemeentelijke monumenten, zijn het verleden en de verschillende fases van ontwikkeling die de stad doormaakte, op heel veel plekken in onze gemeente tastbaar. Maar ons erfgoed is meer dan stenen en gebouwen. Ook de gemeenschappelijke verhalen van de inwoners van Amersfoort, Hoogland en Hooglanderveen behoren daartoe.
In het Omgevingsprogramma Erfgoed 2026-2040 schrijven we het beleid op dat daarbij hoort. Beleid dat we onder meer maakten op basis van het raadplegen van experts en gesprekken met inwoners. Uit die gesprekken kwam duidelijk naar voren dat zowel het materiële als het immateriële erfgoed zorgt voor trots, identiteit en verbinding. Alle reden dus om goed voor ons erfgoed te zorgen. Met het omgevingsprogramma zetten we daarvoor samen de koers uit. Voor gebouwd, ruimtelijk en archeologisch erfgoed, en voor de verhalen, gebruiken en tradities.
De geografische ligging, handel, geloofsgemeenschappen, bloei, verval, de aanwezigheid van Defensie vanwege de aanwijzing van Amersfoort als garnizoenstad, de veelzijdigheid van de natuur en landschappen om ons heen, industrialisatie en de ontwikkeling van het spoor, meerdere groeispurten van het aantal inwoners; ze waren allemaal bepalend voor een deel van de vorming van Amersfoort, Hoogland en Hooglanderveen. Met de veranderingen die al die verschillende invloeden met zich meebrachten, was het door de eeuwen heen vaak een zoektocht naar evenwicht tussen groei en behoud van identiteit, en tussen het oude en het nieuwe.
Welnu, dat is gelukt. Het oude en nieuwe met elkaar laten samensmelten, daar zijn wij goed in in Amersfoort. Dat vind ik niet alleen, die waardering krijgen we ook van anderen. Zo werden we in 2019 uitgeroepen tot Erfgoedstad van het jaar en in 2024 waren we European City of the Year. De jury die de prestigieuze titel toekende, prees Amersfoort onder meer vanwege de constante vernieuwing van de stad, met behoud van ons erfgoed en karakter.
Een van de manieren om erfgoed te behouden, is door monumentale gebouwen nieuwe functies te geven. En ook daarbij geldt: alles in evenwicht met de monumentale waarden en met respect voor het verleden. Een nieuwe invulling zien we o.a. in een vroegere watertoren die nu gebruikt wordt als kantoorruimte, een voormalig militair hospitaal dat wordt omgebouwd tot woningen en in een oude smederij voor treinwagononderdelen die dienstdoet als theater.
Ook religieus erfgoed krijgt soms een compleet nieuwe functie. Voor gebedshuizen die nog in de oorspronkelijke functie gebruikt worden, zien we bovendien kansen door hun rol te vernieuwen en uit te breiden. Als centrale plekken in wijken, kunnen ze nog meer dan al het geval is een maatschappelijk waardevolle functie vervullen als plek waar mensen samenkomen. Een groeiende stad heeft dat soort plekken voor ontmoeting, rust en bezinning nodig. En tegelijkertijd houdt blijvend en eigentijds gebruik gebouwen en gemeenschappen in stand.
Vooruitkijkend hoop ik dat we in 2040 kunnen vaststellen dat we in de jaren tussen nu en dan, verder hebben gebouwd aan Amersfoort als erfgoedstad, met dit omgevingsprogramma als stevig fundament. Zodat ook toekomstige generaties trots kunnen ontlenen aan ons erfgoed. Erfgoed dat inwoners met elkaar verbindt. Het vinden van evenwicht tussen enerzijds meegaan met de tijd, en anderzijds het waardevolle van vroeger behouden, is ook voor de komende vijftien jaar een belangrijke opgave. Maar Amersfoort en de Amersfoorters hebben eerder bewezen dat als geen ander te kunnen.
Rutger Dijksterhuis
Wethouder Erfgoed, monumenten en archeologie; Toerisme, recreatie en citymarketing
2 SAMENVATTING | AMERSFOORT ERFGOEDSTAD
Erfgoed maakt Amersfoort bijzonder. Het geeft identiteit en verbondenheid. Waardevolle historische gebouwen en structuren vormen herkenningspunten in onze leefomgeving. Ze maken de geschiedenis beleefbaar en worden hoog gewaardeerd door Amersfoorters en door bezoekers aan onze stad. Amersfoort is een stad met een kloppend historisch hart, waaromheen waardevolle nieuwe tijdlagen zijn gevormd. Het erfgoed maakt Amersfoort aantrekkelijk en draagt daarmee ook direct bij aan het vestigingsklimaat en de stedelijke economie.
Met het Omgevingsprogramma Erfgoed (2026-2040) geven we richting aan de manier waarop
het erfgoed ook in de toekomst bijdraagt aan een aantrekkelijk, duurzaam en verbonden
Amersfoort. Het gaat hierbij om: het gebouwde, archeologische en ruimtelijk erfgoed
met de verhalen die daaraan zijn verbonden. Dit Omgevingsprogramma biedt nieuw, eigentijds
en samenhangend erfgoedbeleid, afgestemd op landelijk en provinciaal beleid en op
de Amersfoortse Omgevingsvisie (2023). Het beschrijft hoe we de verbindende kracht
van erfgoed gebruiken bij ruimtelijke en maatschappelijke opgaven, om Amersfoort als
erfgoedstad te versterken. In dit Omgevingsprogramma Erfgoed werken we de doelstellingen
uit in twee thema’s: Erfgoed voor de toekomst (hoofdstuk 5) en Erfgoed verbindt (hoofdstuk 6). Ieder thema is opgebouwd uit verschillende onderdelen met eigen ambities en voorstellen.
De bestaande gemeentelijke budgetten zijn uitgangspunt bij de uitvoering van de ambities
uit dit Omgevingsprogramma. Het merendeel van de bestaande capaciteit besteden we
aan de basis: erfgoedtaken die voortkomen uit landelijke wet- en regelgeving. Hiernaast
zijn er keuzemogelijkheden, bijvoorbeeld in de manier waarop we de wettelijke taken
uitvoeren en in de accenten die we leggen. Het uitgebreide gesprek met inwoners, monumenteneigenaren
en erfgoedorganisaties (hoofdstuk 4) heeft mede richting gegeven aan de keuzes die zijn gemaakt. We gebruiken kansen
om onze ambities waar te maken door erfgoed te verbinden aan andere opgaven, bijvoorbeeld
met de doelen die we hebben voor de energietransitie en maatschappelijke voorzieningen
in de stad. Vanwege de potentie van erfgoed formuleren we bij verschillende thema’s,
bijvoorbeeld religieus erfgoed, ook toekomstambities die we op termijn met extra middelen
hopen te realiseren.
Erfgoed voor de toekomst
Bij het thema Erfgoed voor de toekomst richten we ons vooral op de fysieke waarden
van het erfgoed. We gaan in op de manier waarop we hiermee omgaan, zodat het wordt
behouden en ontwikkeld voor de toekomst. Hierbij hoort ook dat we sommige categorieën
erfgoed beter in kaart willen brengen en beschermen. Voorbeelden daarvan zijn het
groen en landschappelijke erfgoed en nieuw erfgoed, zoals gebouwen uit de periode
na 1965. De basistaken blijven op orde; deze vullen we aan met de nieuwe opgaven vanuit
de Omgevingswet. We lichten bij dit thema toe hoe we erfgoedwaarden verankeren en
gebruiken bij ruimtelijke ontwikkelingen. Instrumenten als een gebiedsbiografie en
transformatiekader vormen hierbij een hulpmiddel, samen met onze cultuurhistorische
waardenkaart. Ook willen we de kennis over archeologische vindplaatsen en over de
ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis van Amersfoort behouden en vergroten. En beter
zorgdragen voor de archeologische resten in de bodem. Daarnaast vergroten, ontwikkelen
en delen we onze bouwhistorische kennis over Amersfoort. We verbeteren de aanpak om
eigenaren en andere betrokken partijen te ondersteunen bij de instandhouding en verduurzaming
van het erfgoed. Tot slot stimuleren we de ruimtelijke en architectonische kwaliteit
op verschillende manieren, zodat erfgoed voor de toekomst kan ontstaan en Amersfoort
een aantrekkelijke, herkenbare en leefbare stad blijft.
Erfgoed verbindt
Bij het thema Erfgoed verbindt gaan we in op de maatschappelijke en economische waarden
van erfgoed voor de stad. Het gaat over de manier waarop we erfgoed toegankelijk maken
voor alle Amersfoorters, zodat het gedeeld en beleefd wordt. We verbinden erfgoed
aan het principe van levensaders en ontmoetingsplekken uit de Omgevingsvisie. Levensaders
zijn aantrekkelijke routes die de stad verbinden, uitnodigen tot bewegen en ruimte
bieden voor ontmoeting. Bij ontwikkelingen gebruiken we het erfgoed als basiskwaliteit
om levensaders te versterken. Voor erfgoed aan deze routes, en in het bijzonder voor
religieus erfgoed, verkennen we de kansen. Het religieus erfgoed is van grote waarde
voor Amersfoort, zowel fysiek als maatschappelijk. Op centrale plekken geeft het herkenningspunten
in stad en buitengebied. We besteden extra aandacht aan het religieus erfgoed om het
een goede toekomst te geven, gericht op behoud van de waardevolle gebouwen, gebruik
en beleving. We stimuleren - in aansluiting op de oorspronkelijke functie en waarden
- het (neven)gebruik van dit erfgoed als eigentijdse ontmoetingsplekken en plekken
van rust en bezinning. Om de verbondenheid met de stad te vergroten, willen we meer
mensen laten kennisnemen van het Amersfoortse erfgoed. Historische informatie en verhalen
vormen samen met de archeologische, bouwhistorische en cartografische gegevens de
geschiedenis van Amersfoort, ofwel het samenhangende Historische verhaal van Amersfoort.
Dit historische verhaal van Amersfoort maken we steeds completer, samen met deskundigen.
Het erfgoed met de verhalen die daaraan zijn verbonden biedt -naast maatschappelijke-
ook economische kansen voor Amersfoort. Deze gebruiken we terwijl we de kernwaarden
van het erfgoed en de omgeving bewaken. Dit doen we bijvoorbeeld door Amersfoort als
erfgoedstad te profileren, het verhaal van Amersfoort uit te dragen, de beleving van
het erfgoed centraal te stellen en de informatievoorziening op belangrijke erfgoedlocaties
te verbeteren.
Gebiedsgerichte ambities
Hoofdstuk 7 Gebiedsgerichte ambities geeft uitwerking aan de ambities uit de thema’s uit per
gebied, waarbij we verbindingen leggen met diverse andere domeinen.
Uitvoeringsagenda
De Uitvoeringsagenda geeft aan hoe we de beperkte ruimte binnen de bestaande capaciteit
gebruiken en welke keuzes er zijn gemaakt. Hierbij geven we op korte termijn vooral
extra aandacht aan ontmoetingsplekken, groen erfgoed, de verduurzamingsopgave en energietransitie.
Deze onderwerpen blijven ook op middellange en lange termijn aandacht vragen. Aanwijzing
van nieuw erfgoed, extra aandacht voor erfgoedbeleving en kennisdeling, volgen met
gemiddelde inzet. In de planning, die is opgedeeld in de periode tot 2031 en de periode
daarna, plaatsen we de verschillende onderwerpen in de tijd.
Financiën
Hoofdstuk 9 gaat in op de financiën. Enkele projecten vragen vanwege hun omvang, vernieuwende
aanpak of samenwerkingsvorm budget. Keuzes hiervoor leggen we in de toekomst voor
via de Kadernota. Voorbeelden hiervan zijn het onderzoek naar nieuw erfgoed samen
met inwoners, kennisdeling en publieksparticipatie.
Monitoring
In het laatste hoofdstuk geven we inzicht in de manier waarop we de resultaten van
dit Omgevingsprogramma bijhouden en monitoren. We kiezen hierbij voor een praktische
en lerende aanpak, waarbij we de voortgang van projecten regelmatig evalueren en de
belangrijkste resultaten periodiek met de gemeenteraad en de stad delen.
Doelen Omgevingsprogramma Erfgoed:
• Versterken we de omgevingskwaliteit van Amersfoort vanuit de waarden van het erfgoed.
• Verbinden we erfgoed met maatschappelijke en ruimtelijke opgaven.
• Geven we invulling aan de wettelijke erfgoedtaken.
• Positioneren we Amersfoort als een toekomstgerichte erfgoedstad.
• Spelen we in op de lokale behoeften en kansen die bewoners, organisaties en eigenaren
hebben aangedragen.
3 INLEIDING | AMERSFOORT ERFGOEDSTAD
Amersfoort is in de afgelopen periode uitgegroeid tot een echte erfgoedstad. Bewoners voelen zich verbonden met de geschiedenis die nog zo zichtbaar en voelbaar aanwezig is. Het erfgoed doet ertoe en zorgt voor een aantrekkelijke stad. Ook een toenemend aantal bezoekers heeft deze kwaliteiten ontdekt. De samenhang in de stad draagt sterk bij aan de beleving van de erfgoedwaarden. Erfgoed en de erfgoedbeleving dragen bij aan toerisme en een aantrekkelijk vestigingsklimaat.
In 2023 werd Amersfoort uitgeroepen tot Europese stad van het jaar. De jury prees
de opmerkelijke balans tussen historisch erfgoed en moderne vooruitgang: vernieuwing
met behoud van het waardevolle karakter.
Ook op een andere manier is Amersfoort een echte erfgoedstad. Na de vestiging van
de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort (2009) volgden vele andere
erfgoedinstellingen. Zo staat Amersfoort ook in de professionele erfgoedwereld bekend
als erfgoedstad.
In dit Omgevingsprogramma Erfgoed beschrijven we onze doelstellingen en plannen voor
de toekomst van het Amersfoortse erfgoed. Het gaat over zowel het archeologisch, gebouwd
als ruimtelijk erfgoed, inclusief de verhalen en gebruiken die daaraan zijn verbonden.
We staan ook stil bij de belangrijke maatschappelijke betekenis van ons erfgoed.
We hebben de ambitie om het erfgoed niet alleen te behouden, maar ook actief te gebruiken
als motor voor vernieuwing, identiteit, participatie en kwaliteit van de leefomgeving.
We willen hierin een voortrekkersrol nemen en zoeken daarbij actief de samenwerking
met de stad.
3.1 Aanleiding - Waarom een nieuw erfgoedbeleid?
Vernieuwing van het gemeentelijk erfgoedbeleid is nodig omdat de rol van erfgoed in de samenleving verandert en het meest recente beleidsdocument niet meer actueel is. In Europa zijn we ons er steeds meer van bewust dat erfgoed niet alleen draait om behoud, maar vooral om de betekenis die mensen eraan geven en hun recht om erbij betrokken te zijn. Dit is ook verwoord in het Verdrag van Faro (2005). Dit verdrag benadrukt erfgoed als bron van identiteit, kwaliteit van leven en maatschappelijke ontwikkeling.
Amersfoort heeft grote ruimtelijke opgaven, zoals de bouw van veel extra woningen, waarbij ook erfgoedwaarden belangrijk zijn. Het erfgoed verbindt nieuwe ontwikkelingen met het verleden en geeft karakter. De Omgevingswet (2024) vraagt om een goede borging van deze erfgoedwaarden in de fysieke leefomgeving en in ruimtelijke processen.
In dit Omgevingsprogramma werken we de erfgoedthema’s uit de Omgevingsvisie Amersfoort 2030-2040 verder uit in beleid, concrete voorstellen en aanvullende ambities voor zowel de nabije als de verdere toekomst. Ook geven we invulling aan onze wettelijke erfgoedtaken en aan het actuele landelijke en provinciale erfgoedbeleid. Dit doen we voor de periode 2026-2040.
3.2 Doelstelling Omgevingsprogramma Erfgoed
Doelstelling van dit Omgevingsprogramma is het versterken van de Amersfoortse omgevingskwaliteit vanuit de waarden van het erfgoed. We willen in de komende jaren met het erfgoedbeleid een krachtige bijdrage leveren aan de ruimtelijke en maatschappelijke opgaves in de stad.
We zetten ons in voor een goede toekomst van ons erfgoed. Daarmee versterken we de identiteit en aantrekkelijkheid van onze stad en geven we het waardevolle erfgoed door aan toekomstige generaties. We maken gebruik van de verbindende kracht van het erfgoed en we zetten Amersfoort als waardevolle en aantrekkelijke Erfgoedstad op de kaart. De maatregelen en aanpak die we kiezen om deze doelen te bereiken leggen we vast in dit Omgevingsprogramma.
3.3 Aanpak en Participatie
Het Omgevingsprogramma Erfgoed is opgesteld in nauwe samenwerking met de stad. Het beleid moet passen bij wat de Amersfoorters hierbij belangrijk vinden. Verschillende doelgroepen leverden een waardevolle bijdrage aan het formuleren van de doelen en aandachtpunten voor de toekomst. Monumenteneigenaren, erfgoedverenigingen, jongeren, eigenaren en gebruikers van religieus erfgoed, bouwbedrijven, architecten en diverse andere organisaties en inwoners werkten enthousiast mee. Tijdens bijeenkomsten, via enquêtes en gesprekken op straat gaven al deze betrokkenen inzicht in de waarde die ze hechten aan het erfgoed en in hun wensen en behoeften.
Deze uitgebreide participatie heeft veel waardevolle informatie opgeleverd. Uit de resultaten blijkt dat de waardering voor het erfgoed in Amersfoort heel hoog is en dat het bepalend is voor de identiteit van de stad. Maar ook dat er behoefte is aan meer samenwerking en betere informatie. Het participatietraject heeft richting gegeven aan onze keuzes. De uitkomsten zijn gecombineerd met de prioriteiten die voortkomen uit landelijk beleid of wetgeving en de bestuurlijke ambities zoals geformuleerd in de Omgevingsvisie.
3.4 Ambitieniveau Omgevingsprogramma Erfgoed
De doelstellingen van dit Omgevingsprogramma Erfgoed moeten we realiseren binnen de bestaande gemeentelijke budgetten en formatie. Daarom zijn er prioriteiten bepaald en keuzes gemaakt. Veel gemeentelijke erfgoedtaken komen voort uit landelijke wet- en regelgeving. De gemeente is direct verantwoordelijk voor de uitvoering hiervan. In dit Omgevingsprogramma maken we keuzes over de manier waarop we invulling geven aan wettelijke taken. Naast deze ‘wettelijke taken’ is er de komende jaren nog beperkte ruimte om in te spelen op specifieke Amersfoortse aandachtspunten en om bepaalde onderwerpen prioriteit te geven. We maken onderscheid tussen ambities voor de korte termijn die weinig extra inzet vergen, en ambities in de verdere toekomst, waar extra middelen voor nodig zijn. Diverse doelstellingen vragen een nauwe samenwerking met andere beleidsterreinen en Omgevingsprogramma’s. Daarmee gebruiken we ‘koppelkansen’. Bijvoorbeeld met het Programma Energietransitie waarmee we ook verduurzamingsambities voor het erfgoed kunnen realiseren (zie: Duurzaam erfgoed en energietransitie). Maar ook met het Programma Circulaire Stad: erfgoed draagt bij aan een circulaire leefomgeving. Waar dat kan, werken we samen met andere erfgoedpartijen uit de stad om onze doelstellingen te realiseren. Gebiedsgerichte erfgoedambities vormen bij toekomstige ontwikkelingen een leidraad bij projecten in gebiedstransformaties of openbare ruimte. Deze ambities kunnen verder vorm krijgen binnen projecten, op basis van advies en inspiratie vanuit archeologie, monumentenzorg en van andere betrokken (erfgoed)partijen in de stad. Denk daarbij aan het meer zichtbaar maken van de structuur van de Grebbelinie of het herstellen van de groene ring rond de binnenstad.
3.5 Reikwijdte
De term cultureel erfgoed is breed en veelomvattend. Dit Omgevingsprogramma richt zich met name op het onroerend erfgoed in de fysieke leefomgeving zoals het archeologisch erfgoed, waardevolle gebouwen, complexen, ruimtelijke structuren en gebieden. Ook het groen en landschappelijk erfgoed hoort daarbij als voorbeeld van ruimtelijk erfgoed.
Roerend erfgoed is alles dat verplaatsbaar is en historische waarde heeft. Roerend erfgoed is alleen onderdeel van dit programma wanneer het direct is verbonden met het onroerend erfgoed. Bijvoorbeeld de archeologische vondsten in de archeologische opslagplaats (het depot). Ook waardevolle losse interieurelementen die horen bij een monument kunnen als roerend erfgoed worden beschermd.
We kennen ook immaterieel erfgoed. Dat gaat over niet-tastbare zaken, zoals tradities, gewoonten, rituelen, feesten en ambachten, die belangrijk zijn voor gemeenschappen en die aan volgende generaties worden doorgegeven. Dit immaterieel erfgoed valt grotendeels buiten de reikwijdte van dit programma. Behalve als er een directe relatie is met het onroerende erfgoed, zoals de markt die sinds de middeleeuwen verbonden is aan de Hof.
Het onderstaande schema geeft een overzicht van de verschillende categorieën erfgoed.

Het beschermde onroerend erfgoed in Amersfoort bestaat uit:
• Rijksmonumenten
• Rijksbeschermde stadsgezichten
• Gemeentelijke monumenten
• Gemeentelijke stadsgezichten
• Beeldbepalende panden en complexen
• Archeologische rijksmonumenten
• Archeologische gemeentelijke monumenten
• Archeologische gebieden met hoge waarde.
3.6 Hoofdthema’s
Dit Omgevingsprogramma heeft twee Hoofdthema’s met daaronder diverse deelonderwerpen. Elk met de daarbij behorende vraagstukken voor de toekomst van erfgoed:
Erfgoed voor de toekomst
Hoe levert het erfgoed een krachtige bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van onze
stad? Hoe beschermen en gebruiken we ons waardevolle erfgoed? En hoe maken we het
beleefbaar en toekomst
Erfgoed verbindt
Hoe levert het erfgoed ook in de toekomst een waardevolle bijdrage aan de identiteit
en aantrekkelijkheid van onze stad? Hoe gebruiken we de verbindende kracht van het
erfgoed voor de maatschappelijke opgaven van deze tijd?
In dit Omgevingsprogramma formuleren we antwoorden op deze vragen.
4 PARTICIPATIE | AMERSFOORTERS OVER ERFGOED
Dit Omgevingsprogramma is samen met de stad gemaakt. Op verschillende manieren hebben inwoners hun input gegeven. Bijna duizend mensen deden mee aan enquêtes, straatinterviews en gesprekken met jongeren en (erfgoed)organisaties. Zo kregen we een breed en representatief beeld van wat inwoners, monumenteigenaren, jongeren en erfgoedorganisaties belangrijk vinden. Wat zeggen Amersfoorters over erfgoed en hoe is dit zichtbaar in dit nieuwe beleid? In dit hoofdstuk staat een samenvatting. In het verslag van het Participatietraject Omgevingsprogramma Erfgoed , staat beschreven hoe we de participatie hebben georganiseerd en welke opbrengsten dat heeft opgeleverd per onderdeel.
Uit de resultaten blijkt dat Amersfoorters vooral trots zijn op de historische binnenstad met iconen als de Koppelpoort, de Onze Lieve Vrouwetoren en de Muurhuizen. Ook hechten inwoners veel waarde aan wijken uit de 19de en 20ste eeuw, zoals het Bergkwartier en het Soesterkwartier. Verder speelt groen erfgoed een grote rol. Veel inwoners noemden parken en landgoederen, zoals Park Schothorst, Park Randenbroek en het Waterwingebied, als plekken die behouden moeten blijven. Zij benadrukken dat het bij erfgoed niet alleen om gebouwen gaat, maar ook om straten, bomen, parken en verhalen die de stad kleur en identiteit geven.
Naast deze bekende plekken kwamen er ook minder bekende onderwerpen naar voren. Zo vinden inwoners dat er meer aandacht nodig is voor agrarisch erfgoed, zoals oude boerderijen en landschappen. En voor industrieel erfgoed, denk aan de Prodentfabriek en de Wagenwerkplaats. Ook militair erfgoed zoals Kamp Amersfoort, de Grebbelinie en oude kazernes noemde men vaak. Verder vinden de deelnemers het religieus erfgoed, zoals kerken en kloosters, en het immaterieel erfgoed, zoals feesten en festivals, belangrijk.
Veel inwoners genieten van het erfgoed. Bijvoorbeeld in de binnenstad, die ze omschrijven als levende historie en een levendig monument. Inwoners willen deze beleving verdiepen door meer te leren over de geschiedenis. Ook willen inwoners op verschillende manieren meer betrokken worden bij (nieuw) erfgoed. Erfgoedorganisaties willen graag beter samenwerken met de gemeente en een duidelijke rol. Bij de zorg voor erfgoed vinden veel Amersfoorters dat de gemeente speciale aandacht moet geven aan groen en religieus erfgoed en bijzondere nieuwbouw.
Erfgoed verbindt mensen, zo vindt een groot deel van de inwoners. Ze noemen hierbij gedeelde erfgoedervaringen en erfgoed-ontmoetingsplekken. Deze soorten ontmoetingsplekken komen naar voren:
• De binnenstad in het algemeen en de historische pleinen in het bijzonder
• Parken en groene ontmoetingsplekken
• Symbolische plekken zoals de Onze Lieve Vrouwetoren
• Plekken van activiteit en ritueel, zoals de marktdagen op de Hof.
Eigenaren van monumenten hebben het meest behoefte aan praktische hulp bij het zorgen voor hun monument. Een grote groep eigenaren wil graag informatie over hun monument, maar weet de informatie niet te vinden of vindt de informatie niet duidelijk. Men heeft vooral behoefte aan informatie over onderhoud en duurzaamheid. Bij het verduurzamen van hun monument hebben eigenaren last van regels. Bijvoorbeeld bij het verkrijgen van een vergunning.
Het participatieproces heeft belangrijke informatie opgeleverd. Deze informatie komt terug in de beleidskeuzes per onderwerp. Bijvoorbeeld in de praktische hulp die we aan eigenaren bieden en de aandacht voor groen en religieus erfgoed.

5 THEMA | ERFGOED VOOR DE TOEKOMST
5.1 Inleiding
Erfgoed gaat over veel meer dan op zichzelf staande gebouwde monumenten en archeologische vindplaatsen. Amersfoort kenmerkt zich door een grote samenhang tussen gebouwde monumenten en stedenbouwkundige, landschappelijke en archeologische waarden. Het erfgoed draagt in hoge mate bij aan de identiteit en de ruimtelijke kwaliteit van de stad en het landschap. Het is ook sterk bepalend voor een aantrekkelijk leef- en vestigingsklimaat. Het biedt herkenningspunten en ankers in de leefomgeving. Veel Amersfoorters die hebben meegewerkt aan de totstandkoming van dit Omgevingsprogramma gaven aan dat deze erfgoedbeleving in de stad voor hen heel belangrijk is en waar mogelijk moet worden versterkt. De historische binnenstad is voor hen bijvoorbeeld veel meer dan een gebied met mooie monumenten. Ze hechten veel waarde aan het totale stadsbeeld met de historische straten, het groen en de grachten. Het is nog heel herkenbaar hoe de stad er in de middeleeuwen uitzag. De waarde die de Amersfoorters hechten aan de erfgoedbeleving geldt ook voor diverse andere wijken, het buitengebied en voor de groene parken en lanen. Bij de ontwikkeling van de Nieuwe Stad en de Wagenwerkplaats vinden de Amersfoorters het waardevol dat het industriële verleden nog zichtbaar aanwezig is.
Bij dit thema Erfgoed voor de toekomst gaan we in op de manier waarop het erfgoed een blijvende bijdrage kan leveren aan de kwaliteit van onze stad en het buitengebied. De nadruk ligt bij dit thema op de fysieke waarden voor Amersfoort op alle schaalniveaus: van waardevolle gebouwen met hun specifieke details tot aan gebieden en stedenbouwkundige structuren. Het archeologisch erfgoed vormt een belangrijk onderdeel. Dit erfgoed geeft ons steeds nieuwe informatie en inspiratie over de (vroegste) geschiedenis van de stad.
De Omgevingswet (2024) schrijft voor dat we als gemeente bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving rekening moeten houden met cultureel erfgoed. Dat kunnen ruimtelijke waarden zijn, zoals historische structuren of zichtlijnen. Daarnaast gaat het om archeologisch, landschappelijk en gebouwd erfgoed.
We beschrijven in dit hoofdstuk hoe we ons waardevolle erfgoed willen beschermen, gebruiken, beleefbaar en toekomstbestendig maken. Maar ook hoe het erfgoed inspiratie kan bieden. Zo kunnen we het op een goede manier doorgeven aan toekomstige generaties.
We maken keuzes in hoe we invulling geven aan de wettelijke erfgoedtaken, hoe we erfgoed onderdeel maken van ruimtelijke ontwikkelingen, hoe we omgaan met archeologisch erfgoed en bouwhistorisch onderzoek en hoe we ondersteuning bieden bij het herstellen, aanpassen en herbestemmen van erfgoed. De complexe verduurzamingsopgave heeft binnen dit thema een aparte plek. Ook groen en landschappelijk erfgoed krijgen speciale aandacht.
Daarnaast gaan we in op de actualisering van het Amersfoortse erfgoedbestand en op de aanwijzing van nieuwe categorieën erfgoed in de toekomst. Tot slot het onderwerp Erfgoed van de toekomst: het streven om ook in onze tijd waardevolle nieuwe stedenbouwkundige en architectonische bijdragen te leveren aan de stad.
5.2 Erfgoed in ruimtelijke ontwikkelingen
Amersfoort is niet alleen een erfgoedstad. Het is ook een stad met een grote ruimtelijke en maatschappelijke dynamiek. De stad verandert steeds. Er is behoefte aan nieuwe of betere woningen, werklocaties en alle functies die daarbij horen. Met ruimtelijke ontwikkelingen bedoelen we de veranderingen die nodig zijn in een bepaald gebied, bijvoorbeeld vanwege de opgaves die we hebben voor woningbouw, energietransitie en klimaatadaptatie. Door erfgoedwaarden onderdeel te maken van deze ontwikkelingen kunnen we betekenis en karakter toevoegen. Archeologisch onderzoek geeft antwoord op de vraag hoe het gebied er in het verleden uitzag. Hiermee kunnen we gebiedsontwikkelingen identiteit geven en ook toekomstbestendig maken. De kennis over de historie van het landschap, waterlopen en afwatering kan bijvoorbeeld gebruikt worden bij nieuwe opgaves rond klimaatverandering en -adaptatie.
De Omgevingswet (2024) versterkt deze integratie door erfgoedzorg goed te verankeren in de ruimtelijke ordening. De wet schrijft een zorgvuldige omgang met de fysieke en culturele waarden van een gebied voor. Dat vraagt niet alleen om het in kaart brengen van objecten zoals monumenten, maar ook van zichtbare en onzichtbare historische structuren, landschappelijke elementen en ruimtelijke relaties (zoals zichtlijnen). Aan dit erfgoed moet een passende bescherming worden gekoppeld. Ook de waarden en de beleving van de openbare ruimte spelen een belangrijke rol.
Aanpak
Sommige wijken of gebieden in de stad hebben een beschermde status, bijvoorbeeld als
beschermd stadsgezicht. Deze zijn vastgelegd op de digitale monumentenkaart. Ook zijn er gebieden waarvan bekend is dat er hoge archeologische waarden aanwezig
zijn, zoals vastgelegd op de archeologische beleidskaart. In deze gebieden is het erfgoed van groot belang. Maar ook in andere delen van de
stad zijn waarden aanwezig. Elk gebied heeft een geschiedenis, soms zichtbaar, maar
soms ook niet meer zo goed herkenbaar.
Afhankelijk van het karakter van een gebied en de plannen die er zijn kunnen de erfgoedwaarden bij ontwikkelingen een grote (kaderstellende en sturende) of meer ondergeschikte rol spelen. Bij bijvoorbeeld de herbestemming van een monumentaal complex of bij ontwikkelingen in de historische binnenstad zijn de erfgoedbelangen groot en hebben deze daarom een hoge prioriteit. In andere gebieden, waar deze waarden niet meer duidelijk aanwezig zijn, kunnen ze inspireren bij het (stedenbouwkundig) ontwerp en identiteit geven.
In de gemeente Amersfoort worden drie typen ruimtelijke ontwikkelingen onderscheiden, elk met een eigen afwegingskader en werkwijze. Deze worden uitgebreider toegelicht in de participatiegids.
-
Eenvoudige of enigszins complexe ontwikkelingen
Dit zijn kleinschalige initiatieven die binnen het geldende omgevingsplan passen of daar slechts beperkt van afwijken, zoals het plaatsen van een aanbouw of dakkapel. De procedure is eenvoudig en klantgericht. -
Complexere ontwikkelingen
De tweede categorie omvat middelgrote projecten die afwijken van het omgevingsplan, maar wel passen binnen het gemeentelijk beleid, zoals de herbestemming van een gebouw of de bouw van een kleinschalig woningbouwproject. -
Meest complexe ontwikkelingen
De derde categorie betreft grootschalige of ingrijpende projecten die een aanzienlijke impact hebben op de omgeving of sterk afwijken van het geldende omgevingsplan, zoals grote woningbouwlocaties, herontwikkeling van maatschappelijke voorzieningen of energieprojecten.
Om te bepalen onder welk type een ontwikkeling valt, hanteert de gemeente een aantal afwegingscriteria. Daarbij wordt gekeken naar de omvang van het initiatief, het belang van de ontwikkeling (buurtoverstijgend of stedelijk belang), de mate van belangentegenstelling, de verwachte impact op de omgeving, de complexiteit van de procedure en de benodigde onderzoeken. Ook de ligging of context van het gebied speelt een rol, bijvoorbeeld bij een beschermd stadsgezicht of natuurzone. Hoe groter de impact en complexiteit, hoe eerder een initiatief in de derde categorie valt.
Bij complexe ruimtelijke ontwikkelingen bepalen we met een ‘quick scan’ op hoofdlijnen de aanwezige erfgoedwaarden, de kansen die deze bieden en de aanpak die daarbij past. De gemeentelijke Teams monumentenzorg en/of archeologie voeren deze quick-scan uit. Hoe groter de waarde van het cultureel erfgoed, des te zwaarder dit belang zal meewegen. We onderscheiden bij ontwikkelingen daarom drie benaderingswijzen, op basis van de situatie en opgave:
1 Sturen: erfgoed vormt een zwaarwegend belang.
2 Ontwikkelen: erfgoed is van groot belang en integraal onderdeel van de (ruimtelijke) opgave.
3 Inspireren: erfgoedwaarden vormen een inspiratiebron, ze verrijken de omgevingskwaliteit of
identiteit en zorgen voor het toevoegen van belevingswaarden in een gebied.
Binnen een project kan er ook een combinatie van de verschillende benaderingswijzen zijn, afhankelijk van de opgave. Bijvoorbeeld bij een gebiedsontwikkeling waarin monumentale gebouwen worden behouden en daarnaast een archeologische structuur wordt gebruikt als inspiratiebron voor het ontwerp.
De Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit (GAO) wordt altijd betrokken bij het opstellen van kaders en bij de definitieve ruimtelijke beoordeling.
Gebiedsbiografie en transformatiekader
In de Omgevingswet (2024) is vastgelegd dat het belang van erfgoed mee moet wegen
bij ruimtelijke ontwikkelingen. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ontwikkelde
twee instrumenten waarmee gemeenten en initiatiefnemers invulling kunnen geven aan
deze eis. Met de gebiedsbiografie (of cultuurhistorische analyse) en het transformatiekader maken we cultuurhistorische waarden een zorgvuldig onderdeel van (complexere) ruimtelijke
opgaves.
Om gebieden duurzaam en evenwichtig te ontwikkelen, is begrip van de context belangrijk. Een gebiedsbiografie of cultuurhistorische analyse beschrijft het DNA van een gebied. De geschiedenis en de waarden worden met een onderzoek vastgelegd en gewaardeerd.
Een ruimtelijk transformatiekader maakt vervolgens duidelijk hoe je belangrijke waarden borgt en welke waarden aanvullende inspiratie bieden voor het ontwerp. Een transformatiekader helpt partijen die betrokken zijn bij ruimtelijke opgaven om erfgoedwaarden in een vroeg stadium te betrekken in het transformatieproces en om samen te werken. Dit draagt bij aan een integraal ontwerp waarin cultureel erfgoed goed is geborgd en benut.
Afhankelijk van de omvang en het belang van het erfgoed zal het historisch onderzoek en het transformatiekader beknopt of meer omvangrijk zijn. Het Rijk heeft hiervoor een handreiking opgesteld. De gebiedsbiografie en het transformatiekader worden vóór de ontwerpfase opgesteld. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de gebiedsbiografie of cultuurhistorische analyse. De gemeentelijke quick-scan en de cultuurhistorische waardenkaart geven hiervoor de basisinformatie. De adviezen, richtlijnen en kaders die volgen uit de biografie zijn bij complexe projecten onderdeel van de kaderstellende notitie, die wordt vastgesteld door de raad. In geval van tegenstrijdige belangen vindt er een bestuurlijke afweging plaats, waarbij ook de Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit (subcommissie Erfgoed) adviseert.
In onderstaand schema is weergegeven hoe erfgoedwaarden onderdeel zijn van ruimtelijke ontwikkelingen.

Onze ambitie
Bij ruimtelijke ontwikkelingen verankeren en gebruiken we de aanwezige erfgoedwaarden.
Door deze waarden te beschermen, te ontwikkelen en te gebruiken als inspiratiebron,
voegen we karakter en identiteit toe aan de grote opgaven in en rond onze stad.
Dit gaan we doen
► Erfgoedwaarden vastleggen in het Omgevingsplan
We leggen de erfgoedwaarden vast in het Omgevingsplan, zoals de Omgevingswet vraagt. Dit vormt een aanvulling op het erfgoed dat al door het Rijk is beschermd. Naast het erfgoed dat al is aangewezen, onderzoeken we welke andere waarden belangrijk zijn. Wanneer de bescherming van deze waarden nieuwe juridische consequenties heeft (voor eigenaren of belanghebbenden), vraagt dit eerst aanvullende besluitvorming waarbij belangen worden gewogen. Bijvoorbeeld met een (aanwijs)procedure of een aanvulling op dit Omgevingsprogramma. Daarna leggen we dit vast in een (thematische) wijziging van het Omgevingsplan. De waarden van het erfgoed vertalen we naar (ruimtelijke) regels in het Omgevingsplan. (Zie ook: Basis op orde (wettelijke taken en uitvoering).)
► Erfgoed als onderdeel van ruimtelijke ontwikkelingen
Bij ruimtelijke ontwikkelingen in en rondom de stad kijken we in een vroeg stadium naar de archeologische, monumentale en ruimtelijke waarden. Met een quickscan bepalen we per locatie wat de beste aanpak is en hoe belangrijk het erfgoed daar is. Een quickscan wordt uitgevoerd door de disciplines monumentenzorg en/of archeologie In geval van tegenstrijdige ambities bij planvorming vraagt dit een bestuurlijke afweging, met input van de Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit (subcommissie Erfgoed). De cultuurhistorische waardenkaart is onze basiskaart bij ruimtelijke plannen. Deze digitale kaart laat de belangrijkste erfgoedwaarden zien. (Zie ook: Cultuurhistorische waardenkaart.)
► Gebruik instrumenten Rijk bij ruimtelijke ontwikkelingen: gebiedsbiografie en transformatiekader
Als erfgoed een belangrijke rol speelt bij een ontwikkeling, gebruiken we aan het begin van het proces de instrumenten die het Rijk hiervoor heeft ontwikkeld: de gebiedsbiografie (of cultuurhistorische analyse) en het transformatiekader. Dit vormt voor het erfgoed de basis voor de ontwerpopgave en bij complexere ontwikkelingen is dit een vast onderdeel in (de beginfase van) een project. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de gebiedsbiografie. Het onderzoek en transformatiekader is in die gevallen onderdeel van de kaderstellende notitie die wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. In geval van tegenstrijdige belangen vindt er een bestuurlijke afweging plaats, waarbij ook de Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit (subcommissie Erfgoed) adviseert.
► Archeologie vast onderdeel planvorming
Archeologie is een vast onderdeel van de planvorming. Dat betekent dat we in documenten zoals cultuurhistorische analyses, gebiedsbiografieën en transformatiekaders ook de archeologische waarden opnemen. Het is belangrijk dat deze informatie in een zo vroeg mogelijk stadium in het proces beschikbaar is. Soms is het daarvoor nodig om in een vroeg stadium van de planvorming al (verkennend) archeologisch onderzoek uit te voeren, met bijvoorbeeld bureauonderzoeken, (bodemkundige) boringen of proefsleuvenonderzoeken.
► Zichtbaar maken erfgoedstructuren
Waar erfgoed of historische structuren niet meer zichtbaar of beleefbaar zijn, proberen we deze weer zichtbaar te maken. Bijvoorbeeld door ze terug te laten komen in het ontwerp van de openbare ruimte. Dit is een interdisciplinaire opgave. We doen dit door in projecten samen met erfgoedpartners de mogelijkheden te onderzoeken en te inspireren. Daaraan geven we invulling bij diverse concrete projecten en initiatieven, onder andere voor de Grebbelinie, Plantsoengordel binnenstad, Heuvelrug, Malenhoeven, Wegh der Weegen, de historische infrastructuur en de levensaders uit de Omgevingsvisie. (Zie ook: erfgoed aan levensaders; gebiedsgerichte ambities.)
► Aandacht kwaliteit beschermde stadsgezichten
We besteden extra aandacht aan de kwaliteit van de beschermde stadsgezichten. Dit geldt voor de ruimtelijke kwaliteiten, de gebouwen en de inrichting van de openbare ruimte. In deze gebieden zijn de waarden en de ruimtelijke samenhang hoog.
De binnenstad krijgt daarbij prioriteit. Dat komt door de combinatie van factoren: de hoge cultuurhistorische waarde, de grote waardering van bewoners en bezoekers, en de drukte en dynamiek in het gebied. Erfgoed heeft hier een belangrijke rol bij nieuwe ontwikkelingen. We willen een levendig stadshart met veel verschillende functies, maar mét behoud en versterking van het historisch karakter van de binnenstad. Leidraad is de bestaande Cultuurhistorische Analyse van de binnenstad, die de waarden vertaalt naar uitgangspunten en onderdeel is van het Omgevingsplan.
We streven naar een hoge kwaliteit van de inrichting van de openbare ruimte in de beschermde stadsgezichten. Het gaat daarbij om een hoge inrichtings- en beeldkwaliteit. Deze ontstaat door een zorgvuldige keuze van materiaal en inrichting aansluitend bij de specifieke sfeer, opbouw en kenmerken van de diverse beschermde stadsgezichten. De ruimtelijke samenhang is van groot belang bij de keuzes in inrichting. Om dit te ondersteunen is het vastgestelde niveau van onderhoud van de openbare ruimte in de binnenstad ook hoog, met een A-kwaliteit volgens de definities van het landelijk kenniscentrum CROW. In de overige delen van de stad is het onderhoudsniveau overal ‘Amersfoortste basis’. Bij herinrichting van de openbare ruimte wordt rekening gehouden met de levensduur van materialen vanuit het oogpunt van duurzaamheid. We volgen daarbij de uitgangspunten vanuit het Omgevingsprogramma Circulaire Stad, met betrekking tot circulair inkopen en opdrachtgeverschap.
5.3 Cultuurhistorische waardenkaart
De cultuurhistorische waardenkaart van Amersfoort is een kaart waarop de onderwerpen staan die belangrijk zijn voor de geschiedenis van de gemeente Amersfoort.
Op de kaart staat deze informatie:
1 De digitale vastgestelde monumentenkaart, met alle aangewezen monumentale panden
en gebieden in de stad (met zowel rijks- provinciaal- als gemeentelijk erfgoed).
2 De vastgestelde archeologische beleidskaart, met alle aangewezen archeologische
monumenten en gebieden met archeologische verwachtingen en waarden.
3 Andere bestaande en verdwenen elementen die belangrijk zijn voor de geschiedenis
van Amersfoort, zoals gebouwen, (water)wegen, (historisch) groen, landgoederen, archeologische
vindplaatsen en zichtlijnen. Deze derde categorie is niet bestuurlijk vastgesteld
en dient ter inspiratie bij ontwikkelingen.
In 2024 was de eerste versie van de Cultuurhistorische Waardenkaart klaar, met steun van de Provincie Utrecht. De kaart maakt onderdeel uit van de Cultuurhistorische Atlas van de Provincie Utrecht samen met de kaarten van andere gemeenten.
Juridische status
De Cultuurhistorische waardenkaart als geheel is geen vastgesteld beleidsdocument.
Doel van de kaart is om een zo compleet en objectief mogelijk overzicht te geven van
de aanwezige historische waarden en van de historische (infra)structuur van Amersfoort.
De kaart bevat wel vastgestelde onderdelen (kaartlagen) die een juridische status
hebben. Dit zijn:
-
De archeologische beleidskaart.
-
De monumentenkaart, voor zover het gaat om de aangewezen rijksmonumenten en -stadsgezichten, aangewezen gemeentelijke monumenten en -stadsgezichten en de in het Omgevingsplan vastgelegde beeldbepalende panden.
Daarnaast geeft de waardenkaart een objectieve weergave van aanvullende -zichtbare en onzichtbare- historische waarden in alle deelgebieden en van de historische (infra)structuur. Ook is al een eerste globale inventarisatie van panden uit de periode na 1965 opgenomen (signaallijst). Aan deze aanvullende onderdelen zijn geen (juridische) regels verbonden. Ze dienen als inspiratiebron bij het opstellen van (ruimtelijke) plannen, bij initiatieven in de openbare ruimte of bij het toetsen van plannen die afwijken van het Omgevingsplan. De informatie gebruiken we om –waar mogelijk- erfgoedwaarden meer zichtbaar en beleefbaar te maken. Met de waardenkaart brengen we ook in beeld welke erfgoedwaarden nog een vertaling vragen naar het Omgevingsplan. (Daar waar dit nieuwe juridische consequenties heeft vraagt dit eerst besluitvorming, zoals bijvoorbeeld een aanwijsprocedure).
Onze ambitie
We gebruiken de Cultuurhistorische Waardenkaart als onderlegger en informatiebron
bij ruimtelijke plannen. Met de kaart kunnen we beter rekening houden met erfgoedwaarden
bij nieuwe ontwikkelingen.
Dit gaan we doen
► Kaart als basis voor ruimtelijke ontwikkelingen
De cultuurhistorische waardenkaart gebruiken we als basis voor ruimtelijke ontwikkelingen (zie ook het hoofdstuk 5.2 Erfgoed in ruimtelijke ontwikkelingen). De kaart is daarmee ook een belangrijke onderlegger voor het Omgevingsplan.
► Vrij toegankelijk en actueel
De kaart is vrij toegankelijk voor iedereen en stellen we digitaal en duurzaam beschikbaar via de gemeentelijke website. Dit doen we met een publieksvriendelijke en informatieve versie. We koppelen de waardenkaart ook aan andere (thematische) gemeentelijke kaartlagen zodat informatie wordt gecombineerd. We houden de kaart actief bij. Bijvoorbeeld naar aanleiding van historisch, archeologisch of bouwhistorisch onderzoek.
► Uitbreiden kaart
We onderzoeken of we ook andere gemeentelijke gegevens in een viewer zichtbaar kunnen maken op de kaart. We onderzoeken bijvoorbeeld of we de kaart kunnen verbinden aan de voorzieningenscan vanuit maatschappelijke voorzieningen. We gaan in projectvorm met andere erfgoedorganisaties de kaart periodiek aanvullen en verbeteren. We willen de kennis en verhalen van erfgoedorganisaties en van Amersfoorters gebruiken om de kaart aan te vullen. Dit project is een vast onderdeel van de gemeentelijke erfgoedagenda (zie hoofdstuk 6.5 Erfgoedagenda).
5.4 Groen en landschappelijk erfgoed
Groen en landschappelijk erfgoed is de verzamelnaam voor historisch aangelegd groen zoals tuinen, parken en lanen, maar ook beken, woonwijken, verdedigingswerken, begraafplaatsen, buitenplaatsen en landgoederen. Cultuurlandschappen met door de mens beïnvloed groen vallen ook onder landschappelijk erfgoed. Voorbeelden zijn (hakhout-)bossen, houtwallen en het nog aanwezige slagenlandschap in het buitengebied. Maar ook oude waterstructuren zoals de beken in het oosten, de Malewetering en de Eem. Landschappelijk erfgoed bestaat voor een groot deel uit levend materiaal. Bomen kunnen omvallen of ziek worden waardoor onderhoud nodig is. Amersfoort staat al jaren in de top 10 van de ranglijst van groenste steden in Europa. Al onze parken, het open landschap in het noorden en de bossen in het zuiden zijn dan ook belangrijk voor de stad. Veel hebben een historisch karakter en zijn aangewezen als (rijks)monument. Bijvoorbeeld de plantsoengordel rondom de historische binnenstad, de voormalige landgoederen Park Nimmerdor, Park Randenbroek en Park Schothorst en een deel van de Grebbelinie. Naast rijksmonumenten bestaat er ook ander landschappelijk groen met cultuurhistorische waarden. We onderzoeken of deze een beschermde status nodig hebben of dat deze met de bestaande ruimtelijke regels kunnen worden geborgd. Ook zijn er beeldbepalende complexen zoals de Wegh der Weegen, de 17de-eeuwse weg tussen Utrecht en Amersfoort, ontworpen door Jacob van Campen. Belangrijk is ook de grote waarde die de inwoners hechten aan deze categorie erfgoed. Dat blijkt uit het participatietraject (zie bijlage 4).
Link met de Groenvisie en het Omgevingsprogramma Groen-Blauw 2040
Groen en landschappelijk erfgoed is ook onderdeel van andere beleidsdocumenten:
-
In 2016 is de Groenvisie Amersfoort 2030 “Samen maken we de stad groener” vastgesteld.
-
In 2024 is het Omgevingsprogramma Groen-Blauw 2040 vastgesteld.
-
In 2025 is het Deelomgevingsprogramma Biodiversiteit vastgesteld.
-
In 2025 is de Actualisatie Bomenleidraad vastgesteld.
Wat vindt de stad
In het participatietraject komt de waardering van de stad voor groen en landschappelijk
erfgoed duidelijk naar voren. Naast de wens voor behoud en beheer van groen erfgoed
hebben inwoners ook veel waardering voor de rol van groen erfgoed als ontmoetingsplek.
Lees meer in Hoofdstuk 4 over het participatietraject.
Onze ambitie
We brengen de erfgoedwaarden van het Amersfoortse landschap en groen in kaart. We
houden rekening met deze waarden en waar mogelijk versterken we deze. Waar nodig zorgen
we voor aanvullende bescherming.
Dit gaan we doen
► Inventarisatie en waardering van groen erfgoed
In de aanpak Groen erfgoed inventariseren we bestaande en aanvullende waarden van groen erfgoed en landschapselementen. We brengen deze in kaart, als aanvulling op de Cultuurhistorische Waardenkaart en de Groenvisie Amersfoort 2030 (Groenvisiekaart). Zo krijgen we inzicht in waarden en kansen en in de manier om daarmee om te gaan. Daarbij houden we ook rekening met andere waarden zoals natuur, biodiversiteit, gebruikswaarden, dieren, etc.
► Verankering in beleid en Waardenkaart
In aansluiting op de inventarisatie onderzoeken we of ons waardevolle groen (en blauw) voldoende is beschermd. Voor groen erfgoed dat juridische bescherming nodig heeft kan een aanwijsprocedure worden gevolgd of kunnen specifieke regels in het Omgevingsplan worden opgenomen. Voor dat laatste geldt dat we de specifieke locaties eerst uitwerken in een aanvulling op dit Omgevingsprogramma. Vervolgens borgen we de waarden van dit groene erfgoed in het Omgevingsplan en maken de waarden, waaronder ook de monumentale bomenkaart, zichtbaar op de Cultuurhistorische Waardenkaart.
► Onderzoek en bescherming bij transformatie
Bij beschermd groen erfgoed vormt (multidisciplinair) historisch onderzoek de basis voor toekomstplannen en beheer. Bij transformatieopgaven of nieuwe initiatieven die liggen in waardevol groen binnen beschermde gebieden, kan aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn. Toegankelijke routes, gebruik, recreatie, beleving en biodiversiteit vormen hierbij aandachtspunten (zie ook: Groenvisie).
► Versterken
We vertalen de waarden van groen en landschappelijk erfgoed in verbeter-, beheer- en onderhoudsplannen. Dit vormt een gezamenlijke opgave met de disciplines Landschap, Dierenwelzijn, Ecologie en Leefomgeving, in afstemming met het Omgevingsprogramma Groen-Blauw. De belangen voor biodiversiteit, vergroening en klimaatadaptatie kunnen soms botsen met de belangen van Groen erfgoed. Bijvoorbeeld wanneer de wens om een waardevolle zichtlijn te behouden tot gevolg heeft dat er minder bomen worden geplant dan wenselijk. Tegenstrijdige belangen wegen we. Zoals vastgesteld in de Omgevingsvisie zetten we in op minimaal tien procent groen-blauwe dooradering van het buitengebied. Om deze ambitie vorm te geven willen we zoveel mogelijk gebruik maken van waardevolle historische structuren in het landschap.
Meer concrete ambities voor het groen en landschappelijk erfgoed hebben we uitgewerkt bij de Gebiedsgerichte ambities (hoofdstuk 7). Bijvoorbeeld de ambitie voor de vergroening van de Stadsring, als verwijzing naar de historische plantsoengordel en de tweede stadsmuur.
► Grebbelinie: bescherming en beleving
We onderzoeken de historische Grebbelinie en een eventueel aanvullende bescherming van de nu onbeschermde delen als gemeentelijk (archeologisch) monument. We kijken naar de mogelijkheden om de totale structuur van de linie meer zichtbaar en beleefbaar te maken. We zetten ons daarbij in voor het behoud van de historische elementen van de linie. Het versterkt de identiteit van deze zone in de stad en biedt ook kansen voor toerisme en recreatie.
► Samenwerking met lokale erfgoedpartners
We overleggen periodiek met belanghebbenden in de stad zoals Stichting Grebbelinie en Stichting Wegh der Weegen om verder vorm te geven aan de gezamenlijke ambities voor het groen en landschappelijk erfgoed.
Zie ook: Gebiedsgerichte ambities in hoofdstuk 7.
Toekomstambitie
Groen Erfgoed vraagt om specialistische kennis bij het bepalen van de waarden en het maken van toekomstplannen. Voor deze keuzes is de inzet van aanvullende expertise noodzakelijk (structureel of projectgewijs). We onderzoeken hoe we in de toekomst een vaste deskundige op het gebied van landschappelijk erfgoed kunnen inschakelen voor dit doel.
5.5 Archeologie
Archeologische resten zijn erg belangrijk voor een goed begrip van de geschiedenis. Ze vertellen veel over hoe mensen vroeger leefden en werkten. Archeologie is vaak de enige bron van informatie over ons verleden. Niet alleen over de periodes voorafgaand aan de oudste geschreven bronnen en kaarten, maar ook over bevolkingsgroepen waar minder over werd geschreven. Daar moeten we dan ook zuinig op zijn.
5.5.1 Kenniscentrum van de Amersfoortse archeologie
Het Centrum voor Archeologie is hét kenniscentrum van de Amersfoortse archeologie. Hier werken beleidsadviseurs, archeologische onderzoekers en de depothouder nauw samen met vrijwilligers. Dat adviseurs en onderzoekers binnen één team samenwerken - en dat de gemeente dus zelf opgravingen uitvoert - is de basis van ons archeologiebeleid. Daardoor werken de stadsarcheologen altijd met de nieuwste inzichten. Gezamenlijk leggen ze verbanden met eerdere onderzoeksresultaten en wordt voortdurend kennis opgebouwd. Juist omdat we veel kennis in eigen huis hebben, kunnen we doelgericht en efficiënt werken en ook maatwerk leveren. Het team Archeologie garandeert continuïteit van kennis en ervaring.
Onze ambitie
We willen de kennis over de archeologische vindplaatsen en over de ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis
van Amersfoort behouden en vergroten. Daarmee geven we identiteit aan onze leefomgeving
en bieden we inspiratie voor nieuwe ontwikkelingen.
Dit gaan we doen
► Lokale onderzoeksagenda archeologie
Amersfoort stelt een lokale archeologische onderzoeksagenda op als hulpmiddel voor archeologisch onderzoek. Hierin is opgenomen:
-
Een overzicht van bestaande kennis over het archeologisch verleden van Amersfoort. Onvolledigheid in kennis wordt zo zichtbaar.
-
Onderzoeksvragen als basis voor nieuw en aanvullend onderzoek, inclusief het uitwerken en digitaliseren van eerder onderzoek.
De agenda actualiseren we voortdurend: we houden de agenda actief bij en actualiseren deze na elk onderzoek. Waar nodig verwerken we deze informatie, vragen en verwachtingen in archeologische beleid, en de cultuurhistorische waardenkaart. Daarnaast stellen we de agenda digitaal beschikbaar aan professionals, amateurs en andere geïnteresseerden. De agenda kan worden gebruikt als bron van kennis voor een breed publiek.
► Bijblijven met archeologische innovatie
Om bij opgravingen zoveel mogelijk informatie op een goede manier uit de bodem te halen zetten we nieuwe technieken in. Hoewel deze innovaties in het begin om een investering vragen, leveren ze op termijn doelgerichter werken op. We sluiten waar mogelijk aan bij landelijke initiatieven of proefprojecten van het archeologisch innovatiefonds en het innovatieplatform van Stichting Reuvens.
Voorbeelden van innovaties:
► Gemeentelijk archeologische depot: beheer en toekomst
De gemeente Amersfoort is eigenaar van alle vondsten die bij opgravingen binnen de gemeentegrens uit de bodem zijn gekomen. In ons depot worden alle archeologische vondsten en bijbehorende administratie onder de juiste omstandigheden bewaard. De gemeente is verantwoordelijk voor een zorgvuldige opslag. Eigen beheer is heel belangrijk om kennis te behouden, uit te breiden en nieuwe onderzoeksvragen te beantwoorden.
Hoewel het huidige depot op dit moment nog voldoende ruimte biedt, is uitbreiding nodig om toekomstbestendig te blijven. We onderzoeken daarom of we het depot kunnen verhuizen. Bij voorkeur naar de kelder onder de Observant naast het kantoor en de expositieruimte van het Centrum voor Archeologie.
Voordelen verhuizing depot naar Observant:
► Nieuwe database
Het Centrum voor Archeologie werkt aan een nieuwe database voor de registratie van vondsten, als uitbreiding op de opgravingsadministratie die in 2025 is ingevoerd. Hiermee maken we onze collectie ook beter zichtbaar en toegankelijk voor een breder publiek. Meer hierover in het hoofdstuk Erfgoed Verbindt.
► Samenwerking met PAN als meldpunt toevalsvondsten
Het Centrum voor Archeologie is ook een meldpunt voor toevalsvondsten: voorwerpen die buiten officieel archeologisch onderzoek zijn gevonden. Deze meldingen registeren wij in de landelijke database ARCHIS. Ze dragen bij aan ons inzicht in het archeologisch erfgoed van Amersfoort.
Veel vondsten worden nu nog gemeld via PAN (Portable Antiquities of the Netherlands). Om de zichtbaarheid en registratie van vondsten in Amersfoort te verbeteren, willen we intensiever samenwerken met PAN. We onderzoeken de mogelijkheid om regionaal meldpunt te worden voor het noordoosten van de provincie Utrecht. In overleg met PAN, Landschap Erfgoed Utrecht en de provincie verkennen we de mogelijkheden.
Wat is PAN?
PAN (Portable Antiquities of the Netherlands) documenteert mobiele archeologische
vondsten zoals munten, sieraden, aardewerk en glas, vaak gevonden met metaaldetectors.
Het project, gestart in 2016 door Stichting ArcheoHotspots en de VU Amsterdam, maakt
deze vondsten en hun vindplaatsen online beschikbaar via portable-antiquities.nl.
Zo draagt PAN bij aan wetenschappelijk onderzoek, erfgoedbeheer en publieksbereik.
5.5.2 De archeologische resten in de bodem
Een kerntaak van het Centrum voor Archeologie is een goede zorg voor de archeologische resten in de bodem. Het uitgangspunt is dat resten in de bodem blijven (behoud in situ). We adviseren bij graafwerkzaamheden op welke manier deze de archeologische resten het minst verstoren. Zo kan men vooraf de plannen hierop aanpassen. Ook beschermen we archeologische resten door een hoge waarde te borgen via een vaststelling op de beleidskaart of door ze aan te wijzen als gemeentelijk archeologisch monument voor extra bescherming.
Maatwerk in archeologisch onderzoek
Archeologisch onderzoek is soms nodig. Bijvoorbeeld wanneer men plannen niet aan kan
passen of bescherming van resten anders niet mogelijk is. We richten ons op locaties
die veel waardevolle informatie leveren. En kiezen altijd de meest geschikte onderzoeksmethode,
afgestemd op de verwachte resten en omvang van de vindplaats. Dit vraagt om maatwerk
per project. Er wordt bijvoorbeeld niet automatisch gekozen voor een bureauonderzoek
en een booronderzoek als eerste stap. Daarom is het belangrijk dat ruimtelijke (bouw)
plannen door het Centrum in een zo vroeg mogelijk stadium worden getoetst. Het hele
plangebied wordt onderzocht. Bijvoorbeeld ook de plekken voor tuinen en parkeerplaatsen,
omdat ook daar archeologische resten kunnen verdwijnen. Om kwalitatief maatwerk te
leveren en doelgericht te werken, voert het Centrum voor Archeologie zelf gravend
onderzoek uit. Daar waar externe bureaus onderzoek uitvoeren is het noodzakelijk dat
zij in een zo vroeg mogelijk stadium contact opnemen met het Centrum en hun onderzoeksrapporten
altijd laten toetsen. Zo borgen we de kwaliteit van het onderzoek, verbinden we onderzoeksresultaten
en voorkomen we onnodig onderzoek.
Onze ambitie
We willen de zorg voor de archeologische resten in de bodem verbeteren.
Dit gaan we doen
► Bescherming voormalige begraafplaatsen
Voormalige begraafplaatsen in de binnenstad, zoals de Groenmarkt en het Lieve Vrouwekerkhof, willen we beter beschermen. We onderzoeken de mogelijkheid van aanwijzing tot gemeentelijk archeologisch monument, om ze zo erkenning te geven als voormalig kerkhof. Daarmee bevorderen we een zorgvuldige omgang met de begraafplaatsen en voorkomen we onnodige verstoring van graven. Dit waarborgt zowel ethisch respect voor de overledene als wetenschappelijke volledigheid bij toekomstig onderzoek.
► Uitbreiding Monumentenstatus stadsmuren en Grebbelinie
We onderzoeken of we ook de eerste stadsmuur (ter hoogte van onder andere de Muurhuizen) en de niet-beschermde delen van de Grebbelinie kunnen aanwijzen als gemeentelijk (archeologisch) monument. Dit om de waarden van dit erfgoed beter te beschermen.
► Handhaving beleidsgrens 30 cm
In zones met een hoge archeologische waarde gaan we bij vergunningsplichtige werkzaamheden binnen gebouwen scherper controleren op graafwerkzaamheden die dieper gaan dan 30 cm. Voor binnen in een gebouw wordt met ’30 cm onder het maaiveld’ bedoeld: 30 cm onder het vloerniveau van de begane grondverdieping of - als die aanwezig is - van de kelder of kruipruimte.
Ook in andere verwachtingszones moeten mensen aantonen dat ze niet dieper gaan dan 30 cm onder het maaiveld voor bijvoorbeeld de aanleg van een fundering. Vanuit handhaving houden we ook hier actief toezicht op.
► Monitoring en controle archeologische vindplaatsen
Veel archeologische resten blijven in de bodem (in situ) bewaard. De tijd en het klimaat kunnen ze aantasten. We gaan dat beter monitoren en stellen daarom twee onderzoeksplannen op:
1 Plan voor controle van in situ vindplaatsen zoals kasteel Stoutenburg, Park Elisabeth
Groen en de Golfbaan in Hoogland.
2 Onderzoek naar de impact van klimaatverandering op archeologische resten, in samenwerking
met de regio en in afstemming met het Omgevingsprogramma Groen-Blauw.
5.6 Bouwhistorie
Gebouwen lijken op mensen: ze beginnen hun bestaan ongeschonden maar raken getekend door de tijd. Getekend, maar vol verhalen. Verhalen over bewoners en gebruikers, veranderingen en aanpassingen. Zo wordt een straat ineens een rij boeken en een stad een complete bibliotheek; een archief gevuld met een unieke collectie verhalen die samen het historische verhaal van de stad vertellen. Verhalen zijn belangrijk om de geschiedenis van onze gemeente levend en herkenbaar te houden. Ze laten zien wie we zijn en waar we vandaan komen. Maar net als bij mensen en boeken, zie je niet altijd aan de buitenkant welke verhalen erin zitten (zie bijlage 2). Verhalen zijn belangrijk om de geschiedenis van onze gemeente levend en herkenbaar te houden. Ze laten zien wie we zijn en waar we vandaan komen. Maar net als bij mensen en boeken, zie je niet altijd aan de buitenkant welke verhalen erin zitten.
Gebouwen die de geschiedenis van Amersfoort ademen
In Amersfoort staat een grote verzameling historische panden. Naast monumenten, beschermde
stadsgezichten en beeldbepalende panden, staan er veel onbeschermde objecten waarvan
we de historische waarde niet voldoende kennen. Wat we wél weten is dat door sloop,
slecht onderhoud, renovatie en verbouwing elk jaar een deel van de historisch waardevolle
elementen verloren gaat. Kennis van de bouw- en gebruiksgeschiedenis is een van de
meest belangrijke voorwaarde voor een goede bescherming van de collectie gebouwd erfgoed.
Onze kennis hierover in Amersfoort is nog onvoldoende.
Bouwhistorisch onderzoek
In Amersfoort gebeurt - net als in veel andere gemeentes - bouwhistorisch onderzoek
vrijwel alleen bij vergunningaanvragen voor verbouwplannen. En dan vooral bij panden
met een beschermde status. De aanvrager van een vergunning kan een bouwhistorisch
onderzoek laten doen. In sommige gevallen is dat verplicht. Hierbij brengt een bouwhistoricus
de in het pand aanwezige bouwhistorische waarden in beeld. Hierdoor ontstaat een objectief
beoordelingskader waarmee aanvrager en vergunningverlener rekening moeten houden bij
planvorming. Daarnaast krijgen we met het in kaart brengen van de bouwhistorische
waarden meer kennis van de rijke bouwgeschiedenis van de stad.
In praktijk is dit niet voldoende om de cultuurhistorische waarden van ál het gebouwd erfgoed binnen de gemeentegrenzen goed in beeld te brengen. Dat omvat namelijk veel meer dan enkel de monumenten en de panden binnen een vergunningstraject. Juist van de panden waar al jaren niks is gebeurd en voorlopig nog niets staat te gebeuren, is weinig bouwhistorische kennis aanwezig. Deze panden vormen een groot deel van de collectie gebouwd erfgoed van Amersfoort.
Belang gemeentelijk bouwhistoricus
Amersfoort heeft een bouwhistoricus nodig om alle historische gebouwen - ook buiten
het vergunningentraject - goed in kaart te brengen, kennis te bewaren en eigenaren,
bewoners en inwoners te helpen bij behoud en de waardering van ons erfgoed. Veel grote
en kleine monumentengemeenten hebben daarvoor één of meerdere gemeentelijke bouwhistorici
aangesteld. We streven ernaar om Amersfoort aan deze groep toe te voegen.
|
Een bouwhistoricus: |
|
|
Genereert kennis: |
Brengt ook de waarde van niet-beschermde panden in beeld. |
|
Voorkomt verlies: |
Documenteert bouwsporen voordat ze verdwijnen door sloop of verbouwing. |
|
Verbindt mensen: |
Helpt eigenaren en bewoners om erfgoed te waarderen en goed te onderhouden. |
|
Ondersteunt beleid: |
Werkt samen met monumentenzorg en archeologie voor een compleet beeld van ons erfgoed. |
|
Deelt verhalen: |
Zorgt dat inwoners en bezoekers de geschiedenis van Amersfoort beter leren kennen. |
Ambitie
-
Amersfoort wil bouwhistorie structureel, integraal en professioneel verankeren in het erfgoedbeleid, door systematisch kennis op te bouwen over het gehele gebouwde erfgoed. Ook buiten de monumenten. We gaan deze kennis actief gebruiken voor behoud, participatie en het vertellen van het historische verhaal van de stad.
-
Hiertoe is het aanstellen van een eigen bouwhistoricus essentieel. Niet alleen om de kwaliteit van ruimtelijke besluitvorming te versterken maar juist ook om bewoners en bestuurders te verbinden met het historische verhaal van de stad. Met een eigen bouwhistoricus versterkt Amersfoort de kwaliteit van haar erfgoedzorg en voegt zich bij de erfgoedsteden die bouwhistorie stevig en toekomstgericht in hun beleid hebben verankerd.
Dit gaan we doen
► Stap voor stap naar een eigen bouwhistoricus
We onderzoeken de mogelijkheid om in de toekomst een gemeentelijk bouwhistoricus aan te stellen. Op dit moment is daar nog onvoldoende capaciteit en budget voor. Tot die tijd werken we met een praktische tussenoplossing. Gemeentelijke bouwhistorie heeft een duidelijk raakvlak met archeologie, maar maakt als discipline onderdeel uit van het bredere erfgoedveld. Door bouwhistorie voorlopig te positioneren binnen het bestaande archeologische werkveld zetten we een eerste stap. Met de inzet van de aanwezige deskundigheid op het gebied van Bouwhistorie binnen het Team archeologie kunnen we alvast beginnen met het opzetten en uitvoeren van bouwhistorisch onderzoek, in nauwe samenwerking met monumentenzorg. Het Verdrag van Malta (zie bijlage 4) omschrijft de doelstellingen om bij ontwikkelingen rekening te houden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Het gaat daarbij om de samenhang tussen ondergrondse en bovengrondse waarden. Met deze werkwijze benutten we bestaande kennis en onderzoeksresultaten optimaal. Door de inhoudelijke samenhang tussen de disciplines en het werken als één erfgoeddiscipline, kan bouwhistorie geleidelijk worden geïntegreerd. Op die manier benut Amersfoort de kracht van samenhang: het erfgoedveld dat het complete historische verhaal van de stad kan vertellen - van kelder tot kap.
► Opstellen bouwhistorische waarde- en verwachtingskaart
Om gericht en efficiënt bouwhistorisch onderzoek te doen, is het belangrijk om een beeld te hebben van waar in de stad de belangrijkste (bouw)historische waarden aanwezig zijn of verwacht worden (exterieur én interieur). Op deze Bouwhistorische waarde- en verwachtingskaart staat aangegeven welke panden, complexen of delen daarvan bouwhistorisch zijn onderzocht en of daarbij bouwhistorische waarden zijn gevonden. In combinatie met de verwachtingen voor panden die nog niet zijn onderzocht. Bij planvorming kan dit extra richting geven om erfgoedaspecten mee te kunnen wegen.
► Opstellen Lokale onderzoeksagenda Bouwhistorie
Een tweede belangrijk instrument bij het inventariseren van kennis, is de Lokale onderzoeksagenda. Deze bestaat uit een overzicht van onze bouwhistorische kennis en de aanwezige kennislacune rond Amersfoorts eigen gebouwde geschiedenis. Deze agenda is geformuleerd als een aantal onderzoeksvragen. De agenda vormt de leidraad voor toekomstig Amersfoorts bouwhistorisch onderzoek. We verwerken de resultaten van uitgevoerd onderzoek in de onderzoeksagenda.
5.7 Monumentenzorg
Ruim honderd jaar geleden werd de basis gelegd voor de gemeentelijke monumentenzorg in Amersfoort. Amersfoort heeft verschillende categorieën gebouwd en ruimtelijk erfgoed.
|
Monumentenzorg |
|
|
Rijksmonumenten (incl. complexen) |
466 (718 adressen) |
|
Gemeentelijke Monumenten |
266 (520 adressen) |
|
Beeldbepalende panden (incl complexen) |
523 (1428 adressen) |
|
Rijksbeschermde stadsgezichten |
2 |
|
Gemeentelijke stadsgezichten |
14 (373 adressen) |
Al het Amersfoorts beschermd gebouwd erfgoed staat op de digitale monumentenkaart van de gemeente (klik op: historie).
5.7.1 Basis op orde - wettelijke taken en uitvoering
De erfgoedzorg is in Nederland gedecentraliseerd. Gemeenten zijn het aanspreekpunt en het bevoegd gezag voor alle taken die te maken hebben met het onroerend erfgoed. De gemeentelijk erfgoedtaken bestaan daarom voor een groot deel uit de uitvoering van wettelijke taken. Deze wettelijke taken zijn gericht op het behoud en een zorgvuldige omgang met het erfgoed.
Gemeenten moeten in het Omgevingsplan rekening houden met cultureel erfgoed. Zo leggen we waarden vast en beschermen we cultureel erfgoed op een passende manier. Voor waardevolle objecten en structuren die nog niet zijn beschermd, kunnen we met bijvoorbeeld een aanwijzing tot (gemeentelijk) monument voorkomen dat deze verloren gaan. Het gaat niet alleen om het gebouw zelf, maar ook om de omgeving, zoals straten, bomen, tuinen of water eromheen. Deze omgeving helpt om het monument goed te begrijpen en te waarderen. In de Omgevingswet staat hoe we ruimte, natuur en erfgoed samen beschermen en ontwikkelen. Daarom is het belangrijk dat we ook de omgeving van monumenten meenemen in de beoordeling van plannen voor bouwen, verbouwen of nieuwe inrichting van de omgeving.
Naast het vastleggen en aanwijzen van erfgoed hebben veel wettelijke taken te maken met de omgang met het beschermde erfgoed. Ook monumenten kunnen worden veranderd en aangepast aan de eisen van deze tijd. Met advisering door Monumentenzorg en de omgevingsvergunningprocedure zorgen we dat wijzigingsplannen voor erfgoed zorgvuldig vorm krijgen. Zo voorkomen we dat belangrijke waarden verloren gaan.
In de wijze waarop we de wettelijke taken uitvoeren, kunnen we accenten leggen. De zorg voor het erfgoed is een gedeelde verantwoordelijkheid van erfgoedeigenaren en overheid. Het is daarom belangrijk dat we de erfgoedzorg niet alleen vormgeven met juridische procedures. We ook ondersteuning bieden aan erfgoedeigenaren en andere betrokkenen. In dit hoofdstuk over het gebouwd en ruimtelijk erfgoed leggen we vast hoe we voor de komende periode invulling geven aan onze wettelijke taken, in aansluiting bij de behoeftes van de stad, van de monumenteneigenaren en van andere betrokken partijen.
Onze ambitie
We zorgen dat de basistaken voor het erfgoed op orde blijven en geven invulling aan
de nieuwe opgaven vanuit de Omgevingswet 2024.
Dit gaan we doen
► Erfgoed vastleggen in het Omgevingsplan
We leggen de waarden van en uitgangspunten voor het erfgoed vast in het Omgevingsplan (zie ook hoofdstuk 5.2: Erfgoed in ruimtelijke ontwikkelingen). De markering van rijksmonumenten en rijksbeschermde stadsgezichten hoeven hier niet in te worden opgenomen, deze zijn al vastgelegd via het Rijk. Wanneer het vastleggen van waarden nieuwe juridische consequenties heeft (voor eigenaren of belanghebbenden), is eerst een (aanwijs)procedure of een aanvulling op dit Omgevingsprogramma nodig, waarbij de belangen worden gewogen. Daarna leggen we de uitkomsten vast in een (thematische) wijziging van het Omgevingsplan. We zorgen dat dit voor 2032 gereed is.
► Bescherming van monumenten en hun omgeving
In het Omgevingsplan houden we op basis van de regels in de Omgevingswet 2024 ook rekening met de omgeving van aangewezen monumenten (de zogenaamde ‘Monumentenbiotoop’). We zetten ons in om aantasting van de omgeving van beschermde monumenten te voorkomen en stimuleren het behoud en de verbetering van monumentale waarden van de omgeving rond beschermde monumenten en historische stads- en dorpsgezichten. Bij nieuwe plannen en ontwikkelingen kijken we zorgvuldig naar de ruimtelijke inpassing, schaal, materiaalgebruik en zichtlijnen. Zo blijft de karakteristieke uitstraling en belevingswaarde van het monument behouden. Ontwikkelingen in deze gebieden dragen zo bij aan de versterking van de cultuurhistorische kwaliteit en het herkenbare karakter van de omgeving. Specifieke waarden borgen we in het Omgevingsplan, zoals bijvoorbeeld zichtlijnen. Hiervoor is een aanvulling op dit Omgevingsprogramma nodig, waarbij de belangen worden gewogen. Daarna leggen we de uitkomsten vast in een (thematische) wijziging van het Omgevingsplan.
► Zorgvuldige beoordeling van wijzigingsplannen
We zorgen in de Omgevingsvergunningprocedure voor zorgvuldige advisering en beoordeling van plannen voor restauratie, wijziging en duurzame herbestemming van het gebouwde erfgoed.
► Onafhankelijke erfgoedcommissie
Vanuit de eisen van wet- en regelgeving zorgen we voor een deskundige onafhankelijke commissie voor de beoordeling van wijzigingsplannen van monumenten en andere plannen die een relatie hebben met erfgoed: de Erfgoedcommissie. Deze commissie is onderdeel van de Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit (GAO).
Bij alle deelonderwerpen in dit hoofdstuk lichten we toe waar we extra accenten leggen bij de uitvoering van de wettelijke taken.
5.7.2 Actualisering erfgoedbestand
Zowel rijk, provincies als gemeenten kunnen erfgoed aanwijzen. Het aanwijzen van nieuw erfgoed door de gemeente gebeurt in een aanwijsronde per thema of periode. Een voorbeeld van een thematische aanwijsronde is industrieel erfgoed. Ook kan een belanghebbende een verzoek tot aanwijzing van een gebouw of object bij de gemeente doen. De Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit (GAO) heeft in het proces voor aanwijzing een belangrijke rol. Zij beoordeelt of de geselecteerde objecten of structuren voldoende monumentale waarden bevatten om een beschermde status te krijgen en brengt hierover advies uit aan het College van B&W. In de afgelopen decennia zijn er periodiek inventarisaties en aanwijzingen geweest. Door beperkte capaciteit zijn de laatste jaren geen vaste aanwijsrondes meer gehouden. De laatste ronde ging over de aanwijzing van Wederopbouwmonumenten in 2015.
Erfgoed gaat niet alleen over de middeleeuwse binnenstad of monumentale panden. Ook jongere stadslagen - uit de naoorlogse tijd of recentere periodes - maken deel uit van het Amersfoortse verhaal en verdienen waardering.
Onze ambitie
We houden het erfgoedbestand actueel en relevant. We willen dat het beschermde erfgoed
een goede afspiegeling is van de monumentale waarden en de verschillende tijdlagen
van Amersfoort, zodat we deze kunnen doorgeven aan toekomstige generaties.
Dit gaan we doen
De komende tijd willen we samen met de stad projectmatig en op basis van vaste stappen, nieuw erfgoed aanwijzen. Het gaat om categorieën die nog niet zijn aangewezen en om het erfgoed van na 1965. De aandacht voor deze Post 65-periode sluit aan bij het beleid van het Rijk, dat inmiddels is gestart met het aanwijzen van rijksmonumenten uit deze periode (1965-1990). Per aanpak bepalen we vooraf het doel en de grenzen. De aanpak is afhankelijk van de beschikbare budgetten, dit lichten we verder toe in de financiële paragraaf.
We richten ons op de volgende categorieën:
-
Aanpak Boerderijen: We onderzoeken in een actualisatie welke boerderijen belangrijk zijn voor de geschiedenis van Amersfoort en wijzen er naar verwachting circa 15 aan als gemeentelijk monument.
-
Aanpak Industrieel Erfgoed: We geven een vervolg aan het onderzoek naar industrieel erfgoed, zoals oude fabrieken en werkplaatsen, wat belangrijk is voor de geschiedenis van Amersfoort en wijzen er naar verwachting circa 30 objecten aan als gemeentelijk monument.
-
Aanpak Post 65: We onderzoeken welke bijzondere gebouwen uit de periode 1965–2005 (Post 65 architectuur) belangrijk zijn voor de geschiedenis van Amersfoort en wijzen er naar verwachting circa 15 aan als gemeentelijk monument.
-
Aanpak Kattenbroek: We onderzoeken samen met de stad of Kattenbroek een gemeentelijk beschermd stadsgezicht kan worden. Inclusief de kunst in de openbare ruimte in de Verborgen Zone, dit is een integraal onderdeel van het ontwerp van Ashok Bhalotra.
-
Aanpak Speciaal: We doen onderzoek naar de bescherming van bijzondere categorieën en typologieën, zoals begraafplaatsen, groen en landschappelijk erfgoed (zie hoofdstuk 5.4), militair erfgoed en trafohuisjes. We onderzoeken hierbij ook of we de eerste stadsmuur en delen van de Grebbelinie kunnen aanwijzen als gemeentelijk (archeologisch) monument. In deze aanpak nemen we ook de aanwijzing mee van gebouwen of plekken waar onbekende historische waarden aan het licht zijn gekomen.
-
Aanpak Spotlight: In de participatie kwam naar voren dat er veel erfgoedplekken in de stad zijn die weinig aandacht krijgen. We onderzoeken deze plekken langs levensaders en in wijken en kijken hoe we de erfgoedwaarden kunnen versterken en/of borgen. Dit vormt een onderdeel van een gebiedsgerichte aanpak vanuit monumentenzorg. Mocht hiervoor een juridische borging nodig zijn volgt herijking van het Omgevingsprogramma, zodat een integrale belangenafweging kan volgen.
-
Aanpak Beeldbepalende Panden: We gaan in dit project onderzoeken of de huidige lijst van beeldbepalende panden volledig en actueel is. De Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit toetst de bevindingen. Wanneer de bescherming van deze waarden nieuwe juridische consequenties heeft (voor eigenaren of belanghebbenden), vraagt dit een aanvulling op dit Omgevingsprogramma, waarbij we de belangen wegen. Eventuele aanpassingen leggen we vast via een (thematische) wijziging van het Omgevingsplan.
► Nieuwe aanpak
We hanteren een participatieve aanpak bij aanwijzen van monumenten en monumentale structuren. Dit is in lijn met het FARO-gedachtengoed van het Rijk. Het verdrag van FARO stelt de mens en de samenleving centraal en hun relatie met erfgoed (zie ook thema Erfgoed Verbindt). In de stappen voor het aanwijzen van nieuw erfgoed, verwerken we de drie kerndoelen van het verdrag van FARO. Dit doen we door samen te werken met inwoners en erfgoedorganisaties in wat toekomstig erfgoed is. We bieden ruimte aan kennis die zij aandragen en onderzoeken hoe nieuw erfgoed kan bijdragen aan maatschappelijke doelen in de stad.
Hiervoor gebruiken we de SIMBA methode:
1 Samen oriënteren en inventariseren met de inwoners.
2 Inspireren (kennisdelen).
3 Met elkaar waarderen en selecteren.
4 Beschermen.
5 Verwerken in Actuele erfgoedopgaven.
► Samen oriënteren met de inwoners
Per project kijken we eerst samen met inwoners en erfgoedorganisaties welke plekken (objecten, structuren etc.) belangrijk zijn voor het historische verhaal van Amersfoort. Dit is niet beperkt tot alleen gebouwen. We gebruiken verschillende manieren om inwoners en erfgoedorganisaties te bereiken, zodat iedereen die wil de kans krijgt om mee te doen. Het proces vraagt om een experimentele houding: samen met inwoners, erfgoedorganisaties en deskundigen onderzoeken we wat ‘nieuw erfgoed’ precies is. Niet alleen de gebruikelijke erfgoedpartijen (‘de usual suspects’) betrekken we hierbij, maar juist ook nieuwe doelgroepen. Meerstemmigheid en diversiteit zijn sleutelwoorden.
De samenwerking met bewoners en organisaties krijgt vorm via een wijkgerichte aanpak: we gaan de stad in om waardevolle plekken te signaleren en verhalen op te halen. Deze plekken verzamelen we vervolgens samen op een kaart of lijst, die we delen met de stad.
► Inspireren (kennisdelen)
Vervolgens gebruiken we de lijst of kaart om samen met inwoners en erfgoedorganisaties informatie over deze plekken te verzamelen. We delen de verzamelde informatie met de stad, zodat we ook minder bekende plekken zichtbaar maken. Hiermee inspireren we de stad met nieuw erfgoed.
► Met elkaar waarderen en selecteren
De verzamelde plekken toetsen we aan hun betekenis in de geschiedenis van de stad. Met hulp van de handreiking van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en werkend vanuit verhaallijnen kiezen en waarderen we representatieve voorbeelden. Samen met inwoners en erfgoedorganisaties bepalen we welke plekken een grote rol spelen in het historische verhaal van Amersfoort en wat de waarde van deze plekken is. We selecteren de belangrijkste plekken en beschrijven de waarden per plek.
► Beschermen
We onderzoeken op welke manier we de waardevolle plekken kunnen beschermen. De bescherming kan per plek verschillen. Bescherming kan bijvoorbeeld door het vastleggen van regels in het Omgevingsplan of door het geven van een status. We beschermen in overleg met eigenaren. Daar waar dit juridische gevolgen heeft volgt eerst een (aanwijs)procedure.
► Verwerken in Actuele erfgoedopgaven
We geven advies en informatie bij toekomstige opgaven aan dit nieuwe erfgoed. We stimuleren het behoud van monumentale waarden van beeldbepalende panden en gemeentelijke monumenten, bijvoorbeeld door het geven van subsidie.
► Kennis verbreden
Voor de categorie Post 65 starten we met oriënteren en inspireren. Dat doen we onder meer door mee te werken aan het vervolg op het landelijke project Een Warme Jas. In dit project wordt onderzocht hoe we woningen in de periode 1965 - 1982 op een goede manier kunnen verduurzamen, met behoud van de karakteristieken van dit jonge erfgoed (zie ook hoofdstuk Verduurzaming- en transitieopgave). Het toekomstbestendig maken van monumenten is een belangrijke pijler (ook voor de bruikbaarheid ervan), daarom doen we aan kennisontwikkeling.
5.7.3 De zorg voor het gebouwde erfgoed
In stand houden, transformeren (aanpassen) en herbestemmen van erfgoed
Landelijk is er steeds meer aandacht voor een brede erfgoedzorg, waarin erfgoedwaarden
onderdeel zijn van ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Dat geldt ook voor
Amersfoort (Zie hoofdstuk 5.2).
Een belangrijk onderdeel van de erfgoedzorg vormt nog altijd de ‘traditionele’ zorg voor de afzonderlijke monumentale gebouwen in een stad. Het onderhouden, restaureren en aanpassen van erfgoed is een continue, omvangrijke en specialistische opgave. De betrokken partijen krijgen te maken met complexe processen die specialistische kennis vragen. Uit de enquêtes tijdens het participatieproces bleek dat monumenteneigenaren een grote behoefte hebben aan informatie. Omdat ieder monument andere waarden heeft, is een maatwerkadvies noodzakelijk. Monumentenzorg signaleert ook dat in de stad kwaliteiten verloren gaan door ondeskundige uitvoering. Het aantal vakmensen en gespecialiseerde bedrijven neemt af. Duidelijke informatievoorziening en advisering vormen de sleutel om het erfgoed op een goede manier door te geven aan toekomstige generaties. Ook toezicht en handhaving is nodig om verlies van erfgoedwaarden te voorkomen.
Naast onderhoud en herstel is het heel belangrijk voor de toekomst van een monumentaal gebouw of complex dat het een goede functie heeft. Leegstand leidt tot verlies van waarden en slechts een beperkt aantal monumenten kan voortbestaan met alleen een symbolische of museale functie. Voor een nieuwe functie of herbestemming zijn meestal wijzigingen nodig aan een monument. Dat kunnen kleine aanpassingen zijn, maar soms ook grotere transformaties. De waarden van het erfgoed zijn leidend in de mogelijkheden. Soms zijn er ook compromissen nodig om tot goede oplossingen te komen voor de toekomst. Kennis over alle aspecten van het vakgebied vormt de basis van een goede erfgoedzorg. (Bouw)historisch onderzoek en transformatiekaders geven inzicht in de waarden en de wijzigingsmogelijkheden van erfgoed. Een herbestemmingsopgave is kansrijk als de nieuwe functie past bij de waarden en de structuur van het monument.
De complexe verduurzamingsopgave voor het erfgoed komt aan de orde in de volgende paragraaf, zie: verduurzamingsopgave.
Ambitie
Voor een goede toekomst van het gebouwde erfgoed stimuleren we instandhouding en passende
herbestemming. We verbeteren de aanpak om eigenaren en andere betrokken partijen daarbij
actief te ondersteunen.
Dit gaan we doen
► Betere informatie en advies op maat
We verbeteren onze informatievoorziening. Zo ondersteunen we alle betrokkenen bij de zorg voor het erfgoed. En kunnen ze passende plannen maken en zorgen voor een goede uitvoeringskwaliteit. Dit doen we onder meer met informatie op de website en een digitale nieuwsbrief. We leveren ook maatwerk met informatie en advies voor specifieke monumenten. Zo mogelijk op locatie. Voor de informatie en kaders hanteren we ook de kennis en richtlijnen die zijn verzameld via het landelijk platform van de stichting ERM (Erkende Restauratiekwaliteit Monumenten: Home - Stichting ERM).
► Vooroverleg: samen werken aan een kansrijk plan
Bij erfgoedplannen bieden we de mogelijkheid van een vooroverleg met een van de adviseurs van het team Monumentenzorg. In een zo vroeg mogelijk stadium delen zij in dit overleg informatie en advies voor het maken van plannen. Tijdens het vooroverleg geven zij een toelichting op de waarden van het monument, de herstel- of wijzigingsmogelijkheden, procedures en subsidiemogelijkheden. Soms zorgt Monumentenzorg voor een bouwhistorische verkenning om zo snel meer duidelijkheid te geven over de toekomstmogelijkheden. Bijvoorbeeld bij de beslissing over de aankoop van een monument. Het vooroverleg is ook een moment om verbetermogelijkheden te bespreken en eigenaren te inspireren. Het biedt daarmee een goede en klantgerichte basis voor het opstellen van een kansrijk herstel- of verbouwplan en versnelt zo de vereiste vergunningprocedures. De Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit - subcommissie erfgoed kan voor de definitieve planvorming ook om advies worden gevraagd.
► Subsidie voor behoud en beleving van erfgoed
De gemeentelijke subsidie voor herstelwerkzaamheden aan monumentale onderdelen van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden blijft. Met ons bescheiden budget stimuleren we herstelwerkzaamheden aan deze panden. Dit hangt samen met de kwaliteitseisen die we stellen bij deze panden en de hogere kosten in vergelijking tot niet-monumenten. Daarnaast onderzoeken we of we een Subsidieregeling voor erfgoedbeleving kunnen realiseren (Zie paragraaf 6.4 Kennisdeling en participatie). Zie ook: Subsidieregeling monumenten Amersfoort | Gemeente Amersfoort.
► Doorverwijzing subsidieregeling Rijk
Eigenaren van rijksmonumenten verwijzen we voor een financiële bijdrage naar de subsidieregelingen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Provincie Utrecht.
► Geen Legeskosten
We onderzoeken de mogelijkheid om vergunningsplichtige restauratiewerkzaamheden legesvrij te maken. Daarmee stimuleren we een goede uitvoering van herstelwerkzaamheden. Het gaat daarbij om werkzaamheden die bijdragen aan een goede instandhouding van de gebouwen en die bij niet-monumenten in veel gevallen vergunningsvrij zijn. (Zie ook: Duurzaam erfgoed)
► Monitoring staat erfgoed
We monitoren de staat van het Amersfoortse erfgoed en signaleren actief locaties die zorg vragen. Voor deze plekken, zoals panden of gebieden die in slechte staat verkeren, bepalen we de meest geschikte aanpak. We gaan in overleg met eigenaren en denken mee. Vooral bij natuurlijke momenten, zoals de overdracht aan een nieuwe eigenaar. Waar nodig zetten we juridische instrumenten in, op basis van prioritering (via handhaving of de wettelijke instandhoudingsplicht voor monumenten).
► Stimuleren lidmaatschap Monumentenwacht
De Monumentenwacht voert in opdracht van eigenaren bouwkundige inspecties uit aan monumenten. Dit zorgt voor een vroege ontdekking van gebreken en beperkt (vervolg)schade. We stimuleren eigenaren om lid te worden van de Monumentenwacht en voeren periodiek overleg met de inspecteurs over de staat van het Amersfoortse erfgoed.
► Stimuleren herbestemming
Monumentenzorg ondersteunt en adviseert bij processen om te komen tot passende nieuwe functies voor monumentale gebouwen of complexen. Naast vooroverleg en advies biedt Monumentenzorg extra inzet bij complexe erfgoedvraagstukken, met een faciliterende rol. Dit kan gaan om erfgoed dat in slechte staat verkeert of gebouwen waarvan waardevolle onderdelen verloren zijn gegaan. Maar ook om erfgoed met bijzondere (toekomstige) functies, die meerwaarde hebben voor gebouw of omgeving. Voor bijzonder erfgoed aan levensaders en religieus erfgoed: zie ook Erfgoed verbindt.
De mogelijkheden voor herbestemming van monumentale gebouwen zijn afhankelijk van diverse factoren. De cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden van het gebouw geven richting aan de wijzigingsmogelijkheden. Belangrijke waarden moeten daarbij worden gerespecteerd, ook in het interieur. Het is belangrijk dat een nieuwe functie aansluit bij de structuur van het gebouw. Een monument dat bijvoorbeeld bestaat uit karakteristieke kleine eenheden is meestal niet geschikt voor een functie die grote ruimtes vraagt. De keuzes voor nieuwe functies worden verder bepaald door economische factoren, zoals de behoeften die er zijn vanuit de stad. Bijvoorbeeld voor woningen of buurtfuncties.
Bij beeldbepalende panden is vooral de uiterlijke verschijningsvorm van het gebouw bepalend voor de wijzigingsmogelijkheden en zijn er meestal geen beperkingen voor een interieurwijziging. Monumentenzorg geeft in een vroeg stadium inzicht in de mogelijkheden en de kaders die gelden bij een herbestemming. Waar nodig op basis van aanvullend onderzoek.
► Zorg voor monumenten in gemeente-eigendom
De gemeente Amersfoort is eigenaar van diverse monumentale gebouwen in de stad. Dit gemeentelijk monumentaal vastgoed bestaat vooral uit gebouwen met grote symboolwaarde maar beperkte gebruiksmogelijkheden, zoals de Onze-Lieve-Vrouwetoren, de middeleeuwse stadspoorten en -muren. Het gemeentelijk Team Vastgoed draagt - in overleg met Monumentenzorg- zorg voor een zorgvuldige instandhouding van dit bijzondere erfgoed en voor passende functies. Zie ook: Erfgoed verbindt (functies voor gemeentelijk vastgoed).
► Aandacht voor brandveiligheid
We besteden extra aandacht aan Brandveiligheid. We gaan de uitkomsten van een onderzoek naar brandveiligheidsrisico’s bij monumenten delen met andere eigenaren van grote monumenten. We stimuleren hen om het erfgoed te (laten) onderzoeken en waar nodig aanvullende maatregelen te nemen. We bieden voor dit onderzoek een bijdrage uit de Subsidieregeling monumenten Amersfoort. Monumenten moeten, net als andere gebouwen, optimale veilig zijn voor de gebruikers en omgeving. Hiervoor gelden de eisen vanuit de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Er zijn geen aanvullende voorschriften die gaan over het behoud van de monumentale gebouwen zelf. In opdracht van het gemeentelijk Team Monumentenzorg en in samenwerking met VRU, RCE en eigenaren is door adviesbureau DGMr een methodiek ontwikkeld om de brandveiligheidsrisico’s te onderzoeken en daarbij passende maatregelen te ontwikkelen.
► Aandacht voor ecologische kwaliteit
We houden rekening met de ecologische kwaliteit van de binnenstad en van bijzondere gebouwen in het buitengebied. We dragen bij aan de bescherming daarvan als dat nodig is. Een voorbeeld is het plaatsen van nestkasten bij isolatiemaatregelen. We houden bij het erfgoed rekening met het Soortenmanagementplan Gebouwbewonende soorten (SMP) vanuit het deelomgevingsprogramma Biodiversiteit en werken daarin met een gezamenlijke aanpak.
Kennisontwikkeling
We actualiseren en ontwikkelen voortdurend onze kennis op het brede gebied van de
erfgoedzorg. Zo houden we onze advies en de informatievoorziening op kwalitatief hoog
niveau.
Subsidieregeling Monumenten Amersfoort
Zorgvuldig onderhoud en herstel van het gebouwd erfgoed is noodzakelijk om het te
kunnen doorgeven aan toekomstige generaties. Dit is in het belang van de eigenaar,
maar ook in het algemeen belang. Het heeft invloed op de kwaliteit en beleving van
de Amersfoort.
Restauratie, herstel en wijzigingen aan een monument vragen investeringen en ook specifieke deskundigheid en vakmanschap. Aan de wijze waarop een monument wordt hersteld en verbouwd stellen we als overheid kwaliteitseisen.
De kosten voor instandhouding van een monument zijn meestal aanzienlijk hoger dan voor een niet-monument. Ook zijn er vaak beperkingen aan de wijzigings- en gebruiksmogelijkheden van een monument.
Daarom kennen zowel rijk, provincie als gemeente financierings- en subsidieregelingen om vakkundig herstel van monumentale gebouwen te stimuleren. Zonder financiële ondersteuning is een goede instandhouding van deze gebouwen in veel gevallen niet haalbaar.
Uit onderzoeken is gebleken dat investeringen in cultureel erfgoed belangrijke positieve vervolgeffecten hebben voor de aantrekkelijkheid van de omgeving.
Met de Subsidieregeling monumenten Amersfoort | Gemeente Amersfoort hebben we een kleine gemeentelijke subsidieregeling die bijdraagt aan herstelwerkzaamheden van monumentale onderdelen bij gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden. Hoewel de bijdrage -zeker bij grotere monumenten- relatief laag is, werkt het effectief als stimuleringsmaatregel en biedt het extra mogelijkheden om toe te zien op de juiste kwaliteit van de uitvoering. Ook alle relevante onderzoeken die nodig zijn in het belang van verdere herstel- of verduurzamingswerkzaamheden komen voor subsidie in aanmerking.
Voor 2025 was het jaarbudget voor restauratie €77.981,-. Daarnaast is een bedrag van €72.564,- beschikbaar voor complexe verduurzamingsmaatregelen of -onderzoeken bij dit erfgoed. De bijdrage per project is maximaal €6.000,-.
In de komende periode blijft deze regeling van kracht. Voor specifieke situaties -zoals genoemd in de ambities- onderzoeken we de mogelijkheden van een verruiming van de regeling in de toekomst.
5.7.4 Duurzaam erfgoed en energietransitie
De verduurzamingsopgave van het erfgoed in Amersfoort is een belangrijke en complexe opgave. Veel monumenteneigenaren hebben in het participatieproces laten weten dat ze hierbij hulp en ondersteuning nodig hebben. Deze eigenaren staan immers voor een dubbele opgave, waarbij ze zowel verantwoordelijk zijn voor onderhoud en instandhouding, als voor de verduurzaming van hun monument. Dit is bij een monument ingewikkelder en duurder dan bij een niet-monument. De beide opgaven zijn niet alleen in het belang van de eigenaar, maar ook van onze stad en het erfgoed. Samen met andere overheidslagen kijken we naar maatwerkoplossingen, zoals we hebben onderzocht voor bewoners in de binnenstad met de ErfgoedDeal. Dit onderzoek krijgt een vervolg. Alleen met een goede werkwijze kunnen we ons waardevolle monumentale gebouwen doorgeven aan toekomstige generaties. Verduurzaming hoort daarbij.
De zorg voor het erfgoed is op zich heel duurzaam omdat we instandhouding en hergebruik nastreven. Tegelijkertijd is het noodzakelijk om monumentale panden energiezuiniger te maken en om te werken aan een klimaat-adaptieve en aardgasvrije stad. Ook om te voldoen aan de klimaatdoelstellingen. Zo blijven de monumenten ook voor de toekomst bruikbaar en aantrekkelijk.
Erfgoed en de Circulaire Stad
Het erfgoedbeleid van Amersfoort is integraal verbonden met de ambities van het Omgevingsprogramma
Circulaire Stad. Instandhouding en hergebruik van bestaande gebouwen, structuren en
materialen dragen direct bij aan een circulaire leefomgeving. Door het benutten van
de cultuurhistorische kwaliteiten van de stad wordt niet alleen identiteit behouden,
maar ook verspilling van grondstoffen en energie voorkomen. Circulariteit vormt daarom
een vast uitgangspunt bij de omgang met erfgoed: bij herontwikkeling, restauratie
en onderhoud wordt standaard gekeken naar mogelijkheden voor hergebruik en duurzame
materiaaltoepassing. Dit sluit aan bij de doelstellingen uit het Omgevingsprogramma
Circulaire Stad, waarin Amersfoort inzet op vermindering van primair grondstoffengebruik,
vergroting van het aandeel secundaire en biobased materialen en verlaging van CO₂-uitstoot.
Erfgoed levert hieraan een concrete bijdrage door de levensduur van gebouwen te verlengen,
bestaande materialen opnieuw in te zetten en historische bouwprincipes te benutten
die vaak intrinsiek duurzaam zijn. Zo versterken erfgoed en circulariteit elkaar als
pijlers van een toekomstbestendige, leefbare stad.
Onze ambitie
We maken ons erfgoed toekomstbestendig, door erfgoedeigenaren en andere betrokkenen
te ondersteunen bij de verduurzamings- en transitieopgave. Daarbij verbinden we de
landelijke en gemeentelijke verduurzamingsambities met de cultuurhistorische waarden
van ons erfgoed. We streven naar een goede balans tussen energie-efficiëntie en monumentale
waarden, zonder het gebruik van fossiele brandstoffen.
Dit gaan we doen
► Goede en toegankelijke informatievoorziening
We zorgen voor een goede en toegankelijke informatievoorziening voor eigenaren, architecten en bouwbedrijven die erfgoed willen verduurzamen. We bieden daarbij ondersteuning en advies over aanpak, techniek, monumentale waarden, uitvoering, werkwijze, procedures, subsidies en financiering.
► Advies op maat
Het komt regelmatig voor dat de standaardoplossingen of -richtlijnen voor energiebesparing niet voldoende duidelijkheid geven voor een monument. Voor monumenten die maatwerk vragen, bieden we aanvullende advisering. We bevorderen bij renovatie en restauratie het gebruik van biobased materialen en het hoogwaardig hergebruik van bestaande materialen, als onderdeel van een circulaire en duurzame omgang met het erfgoed. Biobased isoleren voor particuliere woningeigenaren wordt gestimuleerd door voorlichting. Er zijn ook subsidiemogelijkheden.
► Volgen landelijke afwegingskader
Bij de advisering en bij de beoordeling van plannen volgen we het landelijke afwegingskader van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE): afwegingskader verduurzamen rijksmonumenten. Dit geeft eenduidigheid in de keuzes en beoordeling.
► Actualiseren zonnepanelenbeleid Bergkwartier
We actualiseren het zonnepanelenbeleid voor het rijksbeschermd stadsgezicht Bergkwartier, op basis van de resultaten van recent onderzoek. We stellen voor om in bepaalde gevallen ook ruimte te bieden voor zichtbare zonnepanelen op monumenten in het Bergkwartier. Voor de zomer van 2026 gaan we hierover in gesprek met de bewoners van het Bergkwartier. Hierna neemt de gemeenteraad over de voorgestelde aanpassingen een besluit. Omdat de waarden en karakteristieken van het rijksbeschermd stadsgezicht Binnenstad anders zijn, geldt deze uitbreiding hier niet. Het zonnepanelenbeleid voor de binnenstad is in 2021 vastgesteld en wordt door Unesco gebruikt als voorbeeld voor een zorgvuldige omgang met waardevol erfgoed in transitieopgaven.
► Vereenvoudigen vergunningsproces en Legesvrije verduurzamingsmaatregelen
We onderzoeken hoe we (vergunning)processen voor het erfgoed kunnen vereenvoudigen.
► Legesvrije verduurzamingsmaatregelen
Voor het plaatsen van zonnepanelen is vanuit de regels van het rijk een vergunning nodig bij monumenten en in de rijksbeschermde stadsgezichten. Bij niet monumenten is dit vergunningvrij. Dit geldt ook voor veel andere verduurzamingsmaatregelen. Om verduurzaming te stimuleren, onderzoeken we of we passende verduurzamingsmaatregelen aan monumenten die vergunningsplichtig zijn, legesvrij kunnen maken. Aan de vergunning zijn dan voor de verduurzamingsmaatregelen (die in het geval van een niet-monument vergunningsvrij zijn) geen kosten verbonden. Voor zonnepanelen op monumenten geldt legesvrij al sinds 2016.
► Gemeentelijke subsidies voor onderzoek of verduurzaming
Naast de landelijke verduurzamingssubsidies bieden we vanuit ons Programma Energietransitie gemeentelijke subsidies voor onderzoek of verduurzaming van woonhuizen. Ook voor monumentale panden bieden we mogelijkheden in deze regeling.
► Bijdrage voor aanvullende kosten
In bijzondere gevallen dragen we met onze Subsidieregeling Monumenten Amersfoort bij aan aanvullende kosten van onderzoek of verduurzamingsmaatregelen. Dit doen we als de benodigde verduurzaming van een monument veel extra kosten met zich meebrengt. En ook als landelijke regelingen en de algemene gemeentelijke subsidieregeling voor woningisolatie niet voldoende zijn. Indien nodig passen we de regeling aan zodat in deze gevallen subsidies gecombineerd kunnen worden.
► Samenwerken met Provincie Utrecht
Voor erfgoed met een maatschappelijke functie (waaronder kerken) werken we samen met de provincie Utrecht. De provincie Utrecht ondersteunt en financiert verduurzamingsadviezen voor maatschappelijk vastgoed.
► Koppeling erfgoed en Warmteplan
Naar verwachting stellen we eind 2026 het Omgevingsprogramma Warmte vast, als opvolger van de Transitievisie Warmte. Om in 2040 aardgasvrij te zijn, maken we in Amersfoort plannen per buurt of wijk. Daarbij houden we rekening met de waarden van het erfgoed en de specifieke aandacht die deze categorie gebouwen of gebieden vraagt.
► Gerichte onderzoeksprojecten energietransitie
Met behulp van een rijksbijdrage uit de Erfgoed Deal onderzoeken we of, en zo ja hoe de historische binnenstad clustergewijs aardgasvrij kan worden. We zijn gestart met twee voorbeeldprojecten voor deze gezamenlijke aanpak. De kennis en ervaring die we daarbij opdoen, delen we en benutten we elders.
► Zorgvuldige inpassing voorzieningen
In een historische omgeving zorgen we voor een zorgvuldige inpassing van infrastructuur en voorzieningen voor verduurzaming en energietransitie, zoals warmtepompen. Daarbij houden we ook rekening met de archeologische waarden in de bodem.
► Kennisontwikkeling en innovatie
We besteden veel aandacht aan kennisontwikkeling en innovatie. De adviseurs op het gebied van erfgoed en energietransitie actualiseren en ontwikkelen voortdurend hun kennis, voor een goede advisering van eigenaren en andere betrokkenen. Dat doen we onder meer door als gemeente actief mee te werken aan de landelijke kennisbank en publicatie ‘Een Warme jas voor oude huizen’, waarvan eigenaren gebruik kunnen maken bij plannen en vergunningaanvragen voor monumenten.
Toekomstambities
Omdat verduurzaming van monumenten ingewikkeld is, onderzoeken we hoe we in de toekomst
- naast de bovengenoemde maatregelen - meer persoonlijke hulp, extra subsidie of gezamenlijke
oplossingen kunnen bieden. Dat vraagt inzet van extra middelen.
We onderzoeken de mogelijkheid om de opgave te versnellen door samenwerkingsverbanden
en collectieve aanpak. Bijvoorbeeld met de gezamenlijke verduurzaming van meerdere
woningen.
Landelijk beleid: Routekaart verduurzaming monumenten
De Routekaart Verduurzaming Monumenten bevat de landelijke strategie van alle betrokken
organisaties om te komen tot verduurzaming van monumenten en daarmee tot de nodige
CO₂-reductie. Het verduurzamen van de monumenten staat centraal, maar zeker zo belangrijk
is het behoud van de monumentale waarden en het in gebruik houden van monumenten.
De Routekaart Verduurzaming Monumenten is een van de twaalf Routekaarten voor maatschappelijk
vastgoed. Al die Routekaarten samen moeten leiden tot het behalen van de doelen uit
het Klimaatakkoord van Parijs voor de maatschappelijk vastgoedsector. Routekaart Verduurzaming Monumenten | Duurzaam Erfgoed
5.7.5 Erfgoed van de toekomst
Amersfoort heeft een bijzondere ontwikkelingsgeschiedenis. Buiten de organisch gevormde middeleeuwse binnenstad, is de stad in een meer geplande aanpak verder gegroeid. Bij de aanleg van het Bergkwartier (vanaf de tweede helft van de 19de eeuw) werd de lat meteen hoog gelegd: het werd een wijk met een parkachtige aanleg in Engelse landschapsstijl, die aansloot bij de landschappelijke kenmerken van deze uitloper van de heuvelrug. De groenstructuur verbindt nog steeds de bijzondere gebouwen en villa’s in de wijk, die hoog wordt gewaardeerd.
Na de Tweede Wereldoorlog tekende stadsarchitect David Zuiderhoek (1911-1993) met de bloembladtheorie voor een evenwichtige uitleg van de stad. Met radialen en zichtlijnen gericht op de binnenstad. Burgemeester Molendijk (1896-1983) stimuleerde in die periode de architectonische kwaliteit in de stad en benaderde architect Gerrit Rietveld (1888-1964) voor de bouw van het culturele paviljoen aan de Zonnehof. De wijk Kattenbroek vormt een meer recent spraakmakend stedenbouwkundig en architectonisch ontwerp van Ashok Bhalotra (1943-2022) vanaf eind jaren 1980. Ook de kunst in de openbare ruimte hoort daarbij (De Verborgen Zone). Uit dezelfde periode dateert de architectuur van het Etalageproject in de wijk Zielhorst.
Ook recente gebouwen zoals het Eemhuis (2014), waarin de culturele gemeentelijke basisinstellingen als de bibliotheek, KAdE en Scholen in de Kunst samen zijn gehuisvest, en het gebouw van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (2009) vormen dankzij hun bijzondere architectuur herkenningspunten in de stad. Misschien wordt dit het erfgoed van de toekomst. In het participatieproces is door veel Amersfoorters aandacht gevraagd voor de kwaliteit van nieuwe ruimtelijke plannen en architectuur. Ook daarvoor formuleren we ambities.
Amersfoort kan haar ruimtelijke kwaliteit verder versterken door erfgoed, ruimtelijke plannen, architectuur en openbare ruimte in samenhang te ontwikkelen. Ontwikkelingen beginnen bij wat er al is: het bestaande netwerk van water, groen en routes vormt de structuur van de stad. Door deze lijnen te versterken, blijft Amersfoort herkenbaar en verbonden met haar geschiedenis.
Nieuwe ontwikkelingen vragen om kwaliteit. Dat betekent zorgvuldige ontwerp-opdrachten, betrokken opdrachtgevers en ontwerpers die rekening houden met de eigenheid van de plek. Ook kunst in de openbare ruimte draagt bij aan beleving en identiteit.
Onze ambitie
We stimuleren de ruimtelijke en architectonische kwaliteit in onze stad. Dit doen
we op verschillende manieren, zodat Amersfoort een aantrekkelijke, herkenbare en leefbare
stad blijft.
Dit gaan we doen
► Richtlijnen en inspiratie
-
Bij ruimtelijke ontwikkelingen met een erfgoedcomponent stellen we in samenwerking met initiatiefnemers transformatiekaders, uitgangspunten en aanbevelingen op ter bevordering van de ruimtelijke en architectonische kwaliteit. Dit kunnen ook beeldkwaliteitsplannen zijn. De ambities worden verankerd in kaderstellende notities. (Zie ook: hoofdstuk 5.2)
-
We stimuleren nieuwe bijzondere architectuur en het ontstaan van nieuwe gebouwde iconen, als potentieel erfgoed van de toekomst. De uitgangspunten en ambities hiervoor hangen samen met de locatie. Bij projecten gebruiken we instrumenten zoals Beeldkwaliteitsplannen.
-
Bij actualisering van de Welstandsnota nemen we gebiedsgerichte criteria en ambities op. Deze bieden niet alleen kaders, maar kunnen ook dienen als inspiratie voor nieuwe plannen.
-
De Cultuurhistorische Waardenkaart ondersteunt hierbij door inzicht te geven in de cultuurhistorische waarden van de stad en kansen om deze te versterken (zie hoofdstuk 5.3 Cultuurhistorische Waardenkaart).
► Samen werken aan plannen
-
We nodigen initiatiefnemers actief uit om vroegtijdig in gesprek te gaan over hun plannen.
-
De Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit toetst de plannen en kan ook in een vroegtijdig stadium advies geven. Gezamenlijk met de stadsbouwmeester en initiatiefnemers kunnen ambities worden bepaald.
► Erfgoed en identiteit
-
We hebben speciale aandacht voor de ruimtelijke en architectonische kwaliteit van erfgoed langs de levensaders van de stad (zie hoofdstuk 6 Erfgoed Verbindt). Ook bij transformaties en nieuwe ontwikkelingen.
-
In transformatiegebieden en bij erfgoedprojecten zorgen we voor en stimuleren we bijzondere architectuur, die ook aansluit bij aansluit bij de historische identiteit van de plek.
-
We stimuleren hoogwaardige ontwerpen van functionele voorzieningen in de openbare ruimte, zoals trafohuisjes. Om de problemen op het elektriciteitsnet op te lossen moeten er veel van dit soort gebouwtjes worden toegevoegd in de stad.
► Samenwerking en dialoog
Samen met de stadsbouwmeester en erfgoed- en kennispartners uit de stad voeren we actief de dialoog over ruimtelijke kwaliteit en zetten we aan tot samenwerking en inspiratie.
6 THEMA | ERFGOED VERBINDT
6.1 Inleiding - Erfgoedbeleving en het zichtbaar maken van erfgoed
Erfgoed verbindt ons met verleden, heden en toekomst. Het verbindt ons ook met de stad en met elkaar. Dit kwam op verschillende manieren naar voren uit het participatietraject met Amersfoorters. De verbinding met het verleden voelen inwoners bijvoorbeeld in de beleving van de historische binnenstad. Hier vind je gebouwen die de geschiedenis van Amersfoort ademen en een verhaal vertellen. “Je waant je een beetje in de Middeleeuwen wanneer je over de Muurhuizen loopt.” Veel inwoners gaven aan dat ze deze beleving graag willen verdiepen door meer over het historische verhaal van Amersfoort te leren. Over alle verhalen van een bepaalde plek, de gebouwen of archeologische vondsten. Erfgoed geeft de stad haar identiteit. Door erfgoed voelen inwoners zich verbonden met de stad en met elkaar, in een gedeelde erfgoedervaring of door ontmoeting op een erfgoedplek zoals een concertbezoek in de Joriskerk.
Erfgoed is van waarde voor iedereen. Daarom is het belangrijk dat iedereen de kans heeft om zich met erfgoed te verbinden. Dit kan op verschillende manieren, daarover gaat dit hoofdstuk. Binnen het thema Erfgoed Verbindt besteden we aandacht aan diverse onderwerpen. Het eerste onderwerp is ontmoetingsplekken - erfgoed aan levensaders. Hierna volgt de aanpak religieus erfgoed; dit erfgoed krijgt, vanwege de grote waarde, uitdagingen en kansen, een eigen plek. Vervolgens vindt het onderwerp kennisdeling en publieksparticipatie plek in dit hoofdstuk. Tot slot volgen de onderwerpen erfgoedagenda en economie en toerisme. We staan open voor initiatieven vanuit de stad om met erfgoed nieuwe verbindingen te leggen. Met deze onderwerpen sluiten we aan op de principes van het Verdrag van Faro en de ambities uit de Omgevingsvisie.
Verdrag van Faro
Het internationale Verdrag van Faro, dat door Nederland is ondertekend, gaat over
samenwerken aan erfgoed. In dit verdrag staan de mens en samenleving en hun relatie
met erfgoed centraal. Kerndoelen van het verdrag zijn: meedoen, openstaan en verbinden.
Meedoen gaat over de fysieke toegang tot erfgoed, over meebepalen wat erfgoed is en
over het samenwerken aan erfgoed. Openstaan gaat over ruimte geven aan andere erfgoedopvattingen,
nieuwe vormen van erfgoed en ruimte geven aan kennis en ervaringen van inwoners. Verbinden
gaat over het koppelen van erfgoed aan maatschappelijke doelen. Erfgoed als bron van
een betere kwaliteit van leven voor iedereen. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel
Erfgoed)
Immaterieel Erfgoed
Immaterieel Erfgoed is levend erfgoed zoals tradities, gebruiken, festiviteiten en
gewoonten die we van generatie op generatie doorgegeven. Denk bijvoorbeeld aan de
carnavalsviering, ambachten of het vertellen van volksverhalen. Het is erfgoed dat,
net als het materiele erfgoed, bijdraagt aan een gevoel van identiteit en verbondenheid.
Het verrijkt de samenleving en verbindt mensen met verschillende achtergronden. Ook
in de gesprekken met de Amersfoorters kwam dit vaak aan de orde.
Met een verdrag roept Unesco sinds 2003 landen op om immaterieel Erfgoed te inventariseren, kennis erover te ontwikkelen en om het een duurzame toekomst te bieden. Ook Nederland ondertekende dit verdrag. Sinds 2012 coördineert het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN) de uitvoering van het Unesco verdrag. KIEN houdt daarvoor de landelijke Inventaris Immaterieel Erfgoed bij. Dit is een dynamische verzameling van tradities, ambachten en gebruiken die we koesteren en beleven. De inventaris KIEN vult en schrijft de inventaris met de betrokkenen.
De gemeente Amersfoort heeft op dit moment geen actieve rol bij de inventarisatie van het immaterieel erfgoed. Wel hebben we het Verhaal van Amersfoort vastgelegd, waar steeds nieuwe hoofdstukken aan kunnen worden toegevoegd. We ondersteunen als gemeente diverse (culturele) gebruiken en evenementen, bijvoorbeeld met subsidies voor ontmoetingsactiviteiten of cultuurprojecten. Daarnaast adviseren we betrokkenen om het immaterieel erfgoed te registreren via de landelijke Inventaris Immaterieel Erfgoed.
Daar waar immaterieel erfgoed direct verbonden is aan gebouwde of archeologische monumenten, vormt het onderdeel van onze erfgoedopgave. Denk bijvoorbeeld aan de markt die al eeuwenlang verbonden is aan de Hof of aan de beiaardbespelingen in de Onze-Lieve-Vrouwetoren.
Omgevingsvisie - Levensaders en ontmoetingsplekken
Amersfoort groeit en staat voor grote ruimtelijke veranderingen. Om de stad leefbaar
te houden, is Gezond Samenleven het uitgangspunt van de Omgevingsvisie. Deze visie
krijgt vorm via levensaders en ontmoetingsplekken.
Levensaders zijn aantrekkelijke routes die de stad verbinden, uitnodigen tot bewegen en ruimte bieden voor ontmoeting. Ze kenmerken zich door:
-
Ontmoeting - verbinding tussen voorzieningen en mensen
-
Levendigheid - routes vol activiteit en beleving
-
Oriëntatie - herkenbaar straatbeeld met gevarieerde gevels
-
Identiteit - markante plekken met betekenis voor de omgeving, ondersteund door goede architectuur.
Ontmoetingsplekken liggen aan deze levensaders en zijn herkenbare plekken waar maatschappelijke en commerciële functies samenkomen. Ze trekken diverse groepen aan. Ook de openbare ruimte kan uitnodige tot ontmoeten met bijvoorbeeld pleinen, stoepen, parken of groengebieden. Samen vormen levensaders en ontmoetingsplekken nieuwe ervaringsroutes door de stad.
6.2 Ontmoetingsplekken - Erfgoed aan levensaders
Bijzondere monumentale gebouwen of erfgoedstructuren versterken levensaders in de stad en kunnen dienen als ontmoetingsplek. Vaak zijn het herkenningpunten. Aan de Noordewierweg is dit bijvoorbeeld al zichtbaar rondom de Emmaüskerk. Hier vormt het plein samen met de opnieuw ingerichte weg (levensader) het hart van de wijk. In sommige gevallen is een levensader zelf erfgoed, zoals de Wegh der Weegen (zie bijlage 2). Of is een gebouw ontworpen als ontmoetingsplek, bijvoorbeeld cultureel centrum de Flint of religieus erfgoed. Religieus erfgoed functioneert vaak in het bijzonder als oriëntatiepunt en plek van betekenis. Het is een bijzondere categorie gebouwen, van onschatbare waarde voor de stad. Amersfoorters gaven tijdens de participatie nog meer voorbeelden van erfgoedontmoetingsplekken: de binnenstad als totaal en in het bijzonder de historische pleinen; parken en groene ontmoetingsplekken; symbolische plekken en plekken van activiteit en ritueel. De verbindende kracht van erfgoed is wat de plekken delen; het unieke karakter van iedere plek zorgt voor eigen verbindingen en belevingen.
Ambitie
We gebruiken de kwaliteit van erfgoed bij de ontwikkeling van levensaders. Voor bijzonder
erfgoed, en met extra accent op religieus erfgoed, verkennen we de kansen om te dienen
als eigentijdse ontmoetingsplek of plek van rust en bezinning. Met dit erfgoed vertellen
we het historische verhaal van Amersfoort en maken we levensaders sterker.
Dit gaan we doen
► Inventariseren bijzonder erfgoed aan levensaders
We inventariseren bijzonder erfgoed aan levensaders, waaronder religieus erfgoed, en onderzoeken de kansen die dit erfgoed in zich heeft om een levensader te versterken. Specifiek voor religieus erfgoed verkennen we de kansen om als ontmoetingsplek of als plek van rust en bezinning te dienen. We beginnen met de plekken die door Amersfoorters zijn aangedragen. Lopende en toekomstige projecten gebruiken we om ambities te realiseren.
► Zichtbaarheid van erfgoed
Bij herinrichting van levensaders zetten we in op de zichtbaarheid van erfgoed. We nemen eventuele blokkades weg die het zicht op erfgoed blokkeren en onderzoeken of verdwenen (archeologisch) erfgoed zichtbaar gemaakt kan worden en kan worden gebruikt om de levensader te versterken.
► (Zit)mogelijkheden voor beleving
Bij de inrichting van de openbare ruimte zorgen we voor passende (zit)mogelijkheden om het erfgoed beter te beleven, passend vanuit Handboek Inrichting Openbare Ruimte. Daarmee dragen we ook bij aan de ontmoetingsfunctie.
► Geschiedenis als inspiratie
De geschiedenis van de plek en de route vormt een belangrijke inspiratiebron bij herinrichting van levensaders of nieuwbouw aan levensaders. Hiermee versterken we de identiteit van de plek en voegen nieuwe kwaliteiten toe.
► Aandacht aan oriëntatie en herkenbaarheid
We gebruiken kansen om erfgoedontmoetingsplekken sterker te verbinden met de levensaders. Bij plannen aan levensaders en/ of ontmoetingsplekken geven we extra aandacht aan oriëntatie en herkenbaarheid van erfgoedontmoetingsplekken.
► Staat erfgoed bewaken
De staat van het erfgoed aan levensaders heeft onze bijzondere aandacht. We stimuleren herstel en herontwikkeling. Ook geven we hier voorrang aan het aanpakken van ongewenste situaties.
► Passende functie en herbestemming
Met passende functies voor het erfgoed proberen we deze toegankelijk te maken, wat bijdraagt aan de beleefbaarheid van het erfgoed. Herbestemming van erfgoed aan levensaders stimuleren we als dit bijdraagt aan ontmoeting, de beleefbaarheid van het erfgoed en/ of levendigheid aan de levensader. Het proces en de mogelijkheden voor herbestemming van erfgoed zijn beschreven in hoofdstuk 5.7.3.
We onderzoeken of (toekomstig) erfgoed in eigendom van de gemeente aan levensaders gebruikt kan worden voor bijzondere functies, die bijdragen aan ontmoeten en beleven. Zoals culturele functies of culturele voorzieningen die bijdragen aan de levendigheid en beleefbaarheid van de plek.
Erfgoed in eigendom van de gemeente
Voor karakteristiek erfgoed dat in eigendom is van de gemeente, streven we naar bijzondere
functies die bijdragen aan ontmoeten en beleven. Vooral als deze monumenten zich bevinden
aan de ‘levensaders’ in de stad (Omgevingsvisie).
Toelichting: De gemeente heeft een aantal monumentale gebouwen in eigendom. Het gaat daarbij om gebouwen met vooral symbolische waarden zoals de stadspoorten, stadsmuren en de Onze-Lieve-Vrouwetoren. Een aantal van deze gebouwen heeft ook gebruiksmogelijkheden en wordt verhuurd. Team VOB zorgt voor beheer, onderhoud en verhuur van deze panden.
Wanneer een monument met bijzondere waarden of op een belangrijke locatie vrijkomt, kiezen we een passende nieuwe functie, in een transparant proces. We streven ernaar om onze monumentale gebouwen zo veel mogelijk te voorzien van een maatschappelijk relevante invulling of een bijzondere functie, die ook bijdraagt aan de beleving en de omgeving van het erfgoed. Daarbij geldt een marktconforme huurprijs.
Toekomstambitie
Met extra middelen verbinden we erfgoedplekken en creëren erfgoed-ervaringsroutes.
Deze routes ontwikkelen zich in de tijd, zoals het historische verhaal van Amersfoort
dat er in de loop der tijd steeds een hoofdstuk bijkrijgt. We delen actief informatie
over de routes en zorgen hiermee voor verdieping van de ervaringen.
6.3 Religieus Erfgoed
Gebedshuizen en de geloofsgemeenschappen die daaraan verbonden zijn of waren, vertellen veel over de verschillende fases van ontwikkeling die Amersfoort doormaakte. De nederzetting die uiteindelijk de middeleeuwse stad vormde en die in 1259 stadsrechten verkreeg, groeide op de plek rondom de Sint Joriskerk. Zo’n twee eeuwen later groeide Amersfoort uit tot een van de belangrijkste bedevaartsoorden van de Noordelijke Nederlanden. Van de giften van de vele pelgrims, werd de bouw van de Onze Lieve Vrouwetoren bekostigd. De toren bepaalt samen met de vele andere kerktorens, kapellen, kloosters en andere vormen van religieus erfgoed, tot op de dag van vandaag het stadsgezicht van Amersfoort.
Ook in de eeuwen daarna vonden vele gelovigen en hun geloofsgemeenschappen in de stad een plek. De stad groeide door en de demografische samenstelling veranderde. En daarmee ook de verscheidenheid aan geloofsgemeenschappen, en de diversiteit aan gebedshuizen.
Religieuze gebouwen als herkenningspunt
Religieuze gebouwen vormen vaak herkenningspunten, zowel in de binnenstad als in de
later gebouwde, omliggende wijken en in de historische dorpskernen die onderdeel zijn
geworden van de gemeente Amersfoort. Ze werden op strategische plekken gebouwd, langs
belangrijke verbindingswegen van de stad (levensaders) of midden in een wijk. Ook
in architectuur en interieur zijn de gebouwen vaak onderscheidend. Het zijn bij uitstek
gebouwen waar kosten noch moeite gespaard werden om het gebouw zijn uitstraling te
geven. Tot slot is de herinneringsfunctie van gebedshuizen hoog. Het zijn van oorsprong
plekken van ontmoeting en verbinding; van bezinning, stilte en rust. Plekken waar
wordt gevierd en gerouwd. Kortom: betekenisvolle plekken met verhalen.
Een groot deel van de Amersfoortse gebedshuizen is beschermd als rijksmonument, gemeentelijk monument of beeldbepalend pand. De beschermde gebouwen samen vormen de groep religieus erfgoed. Daarnaast zijn er gebouwen die geïnventariseerd zijn om mogelijk in de toekomst te worden aangewezen als monument.
Duurzaamheid
Eigenaren van religieus erfgoed staan voor ingewikkelde vraagstukken, omdat het vaak
grote en bijzondere gebouwen zijn. Bijvoorbeeld op het gebied van onderhoud, duurzaamheid
en gebruik. Om de gebouwen een goede toekomst te geven, zijn voldoende middelen nodig.
Ontwikkelingen in de geloofsgemeenschappen - zowel krimp als groei - werpen vragen
op over de toekomst. Wanneer een gemeenschap een gebouw verlaat, is het van belang
om eventuele sociale buurt- en wijkfuncties die daarmee verloren gaan, weer terug
te brengen in de wijk. Wanneer maatschappelijke ruimte in een wijk vrij komt, worden
de mogelijkheden voor een nieuwe invulling in kaart gebracht, in samenhang met het
programma Maatschappelijke Voorzieningen en het sociaal domein.
De waarde van erfgoed en de ingewikkelde vraagstukken daaromtrent, maken dat religieus erfgoed landelijk en provinciaal de aandacht krijgt. Hier sluiten we op aan met aanvullende maatregelen (aanvullend op hoofdstuk 5) voor deze bijzondere categorie erfgoed. In aansluiting op de uitgangspunten van de Omgevingsvisie, gebruiken we kansen om religieus erfgoed en religieuze gemeenschappen te verbinden met maatschappelijke opgaven en voorzieningen. De Omgevingsprogramma’s Erfgoed en Maatschappelijke Voorzieningen geven gezamenlijk uitwerking aan deze gedeelde ambitie.
Betekenis religieus erfgoed
Amersfoorters waarderen hun religieus erfgoed en beschouwen het als onderdeel van
de identiteit van de stad, ook als baken en oriëntatiepunt. Zij benoemen vaak het
verbindende belang van plekken voor religie en levensbeschouwing. Als voorbeeld werd
de Sint Joriskerk genoemd, die zowel voor religieuze als niet-religieuze Amersfoorters
veel betekent. De waarde van geloofsgemeenschappen reikt in bepaalde gevallen verder
dan de eigen leden en het gebouw. Zo kunnen ze - net als vroeger - een maatschappelijke
rol in de rijk vervullen. Bijvoorbeeld in het organiseren van nevenactiviteiten waarin
ontmoeting centraal staat of in het bieden van praktische hulp en ondersteuning. Geloofsgemeenschappen
kunnen en willen graag bijdragen aan belangrijke thema’s als armoedebestrijding of
eenzaamheid en hierin samenwerken.
Ambitie
Vanwege de grote waarde van religieus erfgoed voor de stad willen we dat religieus
erfgoed wordt behouden, gebruikt en beleefd. We stimuleren - in aansluiting op de
oorspronkelijke functie en waarden - het (neven)gebruik van dit erfgoed als eigentijdse
ontmoetingsplekken en plekken van rust en bezinning.
Dit gaan we doen
► In gesprek met eigenaren
Vanwege de waarden van religieus erfgoed zijn en blijven we intensief in gesprek met eigenaren. Zo blijven we wederzijds op de hoogte van wat er speelt. Ook zorgen we voor een duidelijk proces bij veranderingen.
Dit betekent dat:
► Stimuleren en versterken gebruik als ontmoetingsplek
Aan belangrijke routes (levensaders) stimuleren we het gebruik van religieus erfgoed als ruimte voor ontmoeting. Bij veranderingen in de openbare ruimte grenzend aan religieus erfgoed maken we keuzes die het erfgoed en de functie als ontmoetingsplek versterken.
► Samen kijken naar nevenbestemmingen
Het religieuze gebruik van dit erfgoed is onderdeel van de cultuurhistorische waarde; het vertelt het verhaal van het gebouw. De maatschappelijke rol die religieuze instellingen vaak vervullen is belangrijk voor de omgeving. Het heeft daarom een grote meerwaarde als de religieuze functie kan blijven bestaan. We stimuleren dit door te kijken naar de behoeften van religieuze gemeenschappen, gezamenlijk naar passende nevenbestemming te zoeken en breder gebruik mogelijk te maken. Hierbij hebben we oog voor het gelijkheidsbeginsel; iedere religieuze gemeenschap wordt op een gelijke manier behandeld. Nevenfuncties zorgen voor een breder gebruik van de religieuze gebouwen, wat de ontmoetingsfunctie versterkt en ook bijdraagt aan de exploitatie.
► Meewerken aan herbestemming
Wanneer het religieuze gebruik op een locatie geen toekomst meer heeft, werken we mee aan herbestemming. Hierbij vinden we het belangrijk dat de plek een maatschappelijke of bijzondere (wijk)functie houdt, zeker wanneer de plek aan een belangrijke route (levensader) ligt. In deze opgave werken we samen met het programma Maatschappelijke Voorzieningen. Behoud van een maatschappelijke of bijzondere (wijk)functie draagt ook bij aan de toegankelijkheid en beleving van het erfgoed. Dit betekent niet dat een andere functie niet mogelijk is. We kijken per locatie welke functie passend is, mede op basis van de aanwezige waarden.
► Maatschappelijke rol benutten en vergroten
Op buurt- en wijkniveau onderzoeken we gezamenlijk hoe we de maatschappelijke rol van geloofsgemeenschappen in de wijk kunnen benutten en vergroten, zonder de scheiding tussen kerk en staat uit het oog te verliezen. We betrekken geloofsgemeenschappen als partner bij het opstellen van wijkplannen.
► Ruimte voor maatschappelijke voorzieningen
Vanuit het programma Maatschappelijke Voorzieningen wordt een voorzieningenscan ontwikkeld. Hiermee krijgen we zowel op stads- als wijkniveau inzicht in het voorzieningenaanbod. Dit instrument wordt ingezet om hiaten en kansen voor maatschappelijke voorzieningen te signaleren. Denk hierbij aan het multifunctioneel gebruik van maatschappelijke ruimtes. Zo verkennen we mogelijkheden om het gebruik van gebedshuizen te verruimen en ze in te zetten als ruimte voor ontmoeting of plekken van stilte en rust. We onderzoeken gezamenlijk met het programma Maatschappelijke Voorzieningen hoe we (nieuwe) geloofsgemeenschappen kunnen ondersteunen in hun zoektocht naar ruimte. Door een heldere werkwijze af te stemmen, borgen we het gelijkheidsbeginsel en worden diverse geloofsgemeenschappen hierin op een gelijke wijze gefaciliteerd.
► Beschermen we het religieus erfgoed
In het Omgevingsplan beschermen we het religieus erfgoed, waarbij ook de omgeving van het erfgoed wordt meegenomen. Daar waar deze bescherming nieuwe juridische gevolgen heeft voor eigenaren of belanghebbenden volgt hiervoor eerst een (aanwijs)procedure en belangenafweging.
► Onderzoek verhoging subsidie
We onderzoeken of we de subsidie voor religieuze gebouwen met de status van beeldbepalend pand op gemeentelijk monument kunnen verhogen, in de Subsidieregeling monumenten Amersfoort. Vanwege de omvang en hoge waarden van deze gebouwen biedt de bestaande regeling in sommige gevallen onvoldoende mogelijkheden. Rijksmonumenten kunnen een beroep doen op de subsidieregeling van het rijk (SIM).
► Aandacht voor energiebesparing
Voor een duurzaam behoud en gebruik van de gebouwen is het nodig om aandacht te besteden aan energiebesparing en om ook dit erfgoed in de toekomst te kunnen verwarmen zonder gebruik van fossiele brandstoffen. We werken samen met het Rijk en de provincie in het bieden van duurzaamheidsadviezen voor religieus erfgoed. Daarnaast maken we een subsidiewijzer. Daarmee stimuleren we een verantwoorde verduurzaming van het religieus erfgoed.
► Aansluiten bij de landelijke (kennis)ontwikkeling
We gebruiken kansen door actief aan te sluiten bij de landelijke (kennis)ontwikkelingen op het gebied van religieus erfgoed en delen deze informatie met gebouweigenaren en -gebruikers.
Toekomstambitie
Met extra middelen via de Kadernota kunnen we verder inzetten op het activeren van
religieus erfgoed als ontmoetingsplek. Dit doen we met projecten waarbij eigenaren
en gemeente samenwerken. De inhoud van deze projecten bepalen we gezamenlijk op basis
van de situatie en de behoeften die er zijn voor de gebouwen en de omgeving. Bijvoorbeeld:
-
Het bij elkaar brengen van vraag en aanbod (matching) of het creëren van een matchmaking platform tussen gebouweigenaren en maatschappelijke organisaties.
-
Verbreding van de rol van het vaste gemeentelijk aanspreekpunt, als aanjager van het thema en ondersteuner bij transformatieprocessen.
-
Verbetering van de zichtbaarheid en toegankelijk van religieus erfgoed door het organiseren van activiteiten in dit erfgoed.
-
Het projectmatig realiseren van passend nevengebruik in een of meerdere religieuze gebouwen. Met een projectteam ondersteunen we de planontwikkeling en uitvoering van de wijzigingen die dit aan het gebouw vraagt.
Toelichting
In 2020 is een concept Visie Religieus Erfgoed Amersfoort gemaakt in samenwerking
met eigenaren van religieuze gebouwen. We kiezen ervoor om in dit Omgevings- programma
verder vorm te geven aan de doelen uit de conceptvisie en om deze te vertalen naar
concrete voorstellen. Daarmee worden de gezamenlijke uitgangspunten voor het religieus
erfgoed onderdeel van dit Omgevingsprogramma Erfgoed.
6.4 Kennisdeling en publieksparticipatie
We delen de kennis over de stad graag met alle bewoners en bezoekers van Amersfoort. Het betrekken van het publiek bij de archeologie en (bouw)historie van Amersfoort doen we om twee redenen. Ten eerste zijn we trots op onze stad en willen mensen laten kennismaken met de geschiedenis van de gebouwen, het landschap en archeologie. Ten tweede willen we dat inwoners van Amersfoort zich verbonden voelen met de geschiedenis van de gebouwen, het landschap en met het vak archeologie en monumentenzorg. Dat kan door hen kennis te laten maken met het historische verhaal van Amersfoort waar archeologie, bouwhistorie en de bebouwde en landschappelijke omgeving belangrijke onderdelen van zijn. Uit het participatietraject kwam naar voren dat mensen ook meer willen leren over de geschiedenis van de stad. Bijna twee derde van de mensen zegt hier veel interesse voor te hebben.
Om die reden is kennisdeling een belangrijk onderdeel van het erfgoedwerk. We hebben een publiekswebsite over de archeologie van Amersfoort. Jaarlijks verschijnen er een jaarverslag en artikelen over onderzoek in het Historisch Jaarboek Flehite en in de Kroniek. Regelmatig is er een open dag op een opgraving. Om het jaar is er een lezingenavond waar de Amersfoortse archeologie centraal staat. Het meeste hiervan is op volwassenen gericht. Natuurlijk doet Amersfoort actief mee aan de Open Monumentendagen, hierbij betrekken we de jeugd actief. Sinds 2017 leiden juniorgidsen (basisonderwijs en deels voortgezet onderwijs) tijdens de Open Monumentendagen honderden bezoekers rond in het Amersfoorts erfgoed. We werken samen met onze erfgoedpartners aan kennisdeling in de stad.
Stichting Archeologie Amersfoort (STAA)
In 1992 is een steunstichting opgericht die de Amersfoortse archeologen helpt met
het publiceren van opgravingsresultaten en het betrekken van de Amersfoorters bij
verleden. Voorbeelden van dit soort activiteiten zijn de publicatie van het boek Nering
en Vermaak (1994) over de opgraving op De Hof. Ook is het kinderboek De Ivoren Dolk
(2009) uitgebracht. De archeologische stadswandeling is nog steeds een groot succes.
Net als de replica’s van (gevulde) wijnflessen tot spaarvarkens. De STAA financiert
ten slotte elke twee jaar De avond van de Amersfoortse Archeologie.
Participatie en samenwerking bij Archeologie en Monumentenzorg
Vanaf de oprichting zijn vrijwilligers een belangrijk onderdeel van het Centrum voor
Archeologie. Zij werken niet alleen mee tijdens archeologische opgravingen, maar ook
op kantoor helpen ze met het verwerken van de vondsten en in de tentoonstellingsruimte
(zie hieronder). De stadsarcheologen kunnen niet zonder hun hulp.
In sommige gevallen kunnen meer vrijwilligers meehelpen bij een opgraving. Zoals bij een onderzoek langs de Leusderweg in 2023, waar veel mensen op afkwamen. Als het kan laten we vaker vrijwilligers meedoen. Mensen kunnen op deze manier nog meer leren over archeologisch onderzoek en de geschiedenis van een plek.
Voor een goede toekomst van ons erfgoed hebben eigenaren, inwoners en organisaties een belangrijke rol. Door samen te werken en kennis te delen worden de erfgoedtaken een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid en stad. Zo zorgen bijvoorbeeld organisaties zoals het Gilde Amersfoort en de Waterlijn voor het uitdragen van de waarden van het erfgoed.
Bij de aanwijzing van monumenten en monumentale structuren hanteren we ook een participatieve aanpak zie hiervoor hoofdstuk 5.
Onze ambitie
We willen zoveel mogelijk mensen laten kennisnemen van het Amersfoortse erfgoed om
de verbondenheid met de stad te vergroten.
Dit gaan we doen
► Nieuwsbrief Erfgoed
Met de Nieuwsbrief Erfgoed bieden we alle eigenaren, liefhebbers, betrokkenen en geïnteresseerden informatie over het Amersfoortse erfgoed, beleid, dienstverlening, gemeentelijke en landelijke regelingen en activiteiten rond erfgoed. We delen hierin ook onderzoeksresultaten en de stand van zaken van actuele projecten. De nieuwsbrief verschijnt vier keer per jaar.
► Educatie kinderen
Het Centrum voor Archeologie richt zijn aandacht op educatie voor kinderen om hen kennis te laten maken met de geschiedenis van Amersfoort en omgeving. Er is bijvoorbeeld een archeologische speurtocht. En er zijn lessen voor basisscholen. Op open dagen staat er altijd iets voor kinderen klaar waarmee ze spelenderwijs kennismaken met archeologie. Uit het participatietraject blijkt dat het Centrum voor Archeologie voor kinderen nog niet zichtbaar genoeg is. Veel ouders van jonge kinderen vinden dat scholen meer les moeten geven over archeologie en de geschiedenis van Amersfoort. Daarom gaan we een lespakket over het Amersfoortse erfgoed maken. Expertise van Landschap Erfgoed Utrecht kan daarbij helpen. Het lespakket is onder voorbehoud van extra incidenteel budget.
► Educatie jongeren
Ook jongeren gaven aan dat ze nu nog weinig weten over de Amersfoortse geschiedenis. Ruim 80% van de deelnemers aan het participatieproces wil hier graag meer over leren. Het liefst niet in een les op school of op de computer, maar interactief in de stad. Het Centrum voor Archeologie is samen met een student van de Reinwardtacademie (gespecialiseerd in erfgoededucatie) en een docent geschiedenis van een Amersfoortse middelbare school begonnen met een (interactief) lesprogramma voor het voortgezet onderwijs. Dit lesprogramma werken we verder uit.
► Uitbouwen tentoonstellingsruimte van het Centrum voor Archeologie
De archeologische topvondsten van Amersfoort zijn te zien in de tentoonstellingsruimte aan de Westsingel 46. We willen meer ruimtes onderdeel maken van de expositieruimte. In deze ruimtes staan niet alleen de vondsten en hun verhalen centraal, maar ook willen we dat mensen beter ervaren wat archeologen doen. En waarom het belangrijk is dat archeologisch onderzoek wordt gedaan. Een van de nieuwe plekken kan het nieuwe depot in de kelder onder de Observant worden. We onderzoeken hoe we de expositieruimte kunnen vergroten. Het Centrum voor Archeologie is de enige erfgoedorganisatie die het archeologische deel van het historische verhaal van Amersfoort vertelt.
► Vaker het historische verhaal van Amersfoort delen
Een van de belangrijkste uitkomsten van het participatietraject is de wens om het historische verhaal van Amersfoort meer zichtbaar te maken in de stad. Het verhaal vertelt zichzelf, terwijl mensen door de stad lopen of fietsen. Mensen zijn niet alleen geïnteresseerd in de geschiedenis van de oude gebouwen die er nu nog staan, maar ook in de archeologische verhalen van plekken waar nu nieuwbouw staat. Daarbij moeten we de wijken buiten de binnenstad niet vergeten.
De archeologische vondsten en verhalen willen we daarom meer zichtbaarder maken in de stad. Een groot deel van dit verhaal is verdwenen in de grond en alleen door archeologisch onderzoek zichtbaar. Vooral van dingen die niet op oude kaarten staan, is moeilijk te voorspellen of ze in de bodem aanwezig zijn. Toch kunnen we vooraf wel zeggen wat we verwachten te vinden. Een ontwikkelaar kan deze verwachting verwerken in het ontwerp. Denk aan een speeltuin waarvan de speeltoestellen verwijzen naar de geschiedenis van de locatie. Of de inrichting van een park waarvan de grafheuvels terugkomen als hoogte-elementen. We onderzoeken of we een subsidieregeling voor erfgoedbeleving kunnen realiseren. Hiermee kunnen we initiatieven ondersteunen die betrekking hebben op het beleven van het Amersfoorts Erfgoed.
► Vergroten zichtbaarheid vondsten
Het is niet altijd nodig om op de plaats waar archeologische resten zijn gevonden, het verhaal te vertellen. Dat kan ook in de buurt, door (tijdelijke) tentoonstellingen. Er is al een ruimte waar de archeologische topvondsten te zien zijn. Om de zichtbaarheid te vergroten is het ook waardevol om buiten het Centrum de vondsten te laten zien. Bijvoorbeeld in vitrines in buurthuizen, bibliotheken of leegstaande winkels, verspreid over de stad. Archeologie komt dan naar de wijk toe. Daarnaast willen we voor tentoonstellingen en het uitlenen van vondsten meer gaan samenwerken met museum Flehite en andere musea, ook buiten Amersfoort. Want de geschiedenis van Amersfoort mag ook buiten de stad meer aandacht krijgen.
► Werken aan een openbaar toegankelijke vondstendatabase
De samenwerking met musea, buurthuizen en bibliotheken kan worden verbeterd als zij het Centrum voor Archeologie ook kunnen vinden. De archeologen hebben niet de tijd om hiervoor altijd het initiatief te nemen. Andere erfgoedinstellingen kunnen het Centrum voor Archeologie zelf benaderen over vondsten die ze willen lenen. Alle Amersfoortse archeologische vondsten moeten dan beter zichtbaar zijn voor de buitenwereld. Dat kan door een nieuwe vondstendatabase te gaan maken (zie ook hoofdstuk Erfgoed voor de toekomst). De vondstendatabase die al wordt ontwikkeld, kunnen we inzetten als een digitaal open depot. Archeologische onderzoekers en musea, maar ook andere geïnteresseerden, kunnen de vondsten dan digitaal bekijken. Een vervolgstap is om samen met andere (gemeentelijke) depots te onderzoeken of we alle vondstendatabases aan elkaar kunnen koppelen. Als dat lukt, kunnen alle depots elkaars vondsten nog makkelijker vergelijken en bestuderen.
► Kennisdeling en samenwerking met erfgoedpartners
Natuurlijk zijn er veel Amersfoorters die bijdragen aan de toekomst van ons erfgoed en die ook het historische verhaal van Amersfoort uitdragen. Onze erfgoedpartners, zoals de historische verenigingen, doen ontzettend veel aan kennisontwikkeling en -deling. We benutten deze kracht van de stad en elkaars kennis. Ieder heeft zijn eigen rol en expertise. Zo veel als mogelijk werken we samen met onze erfgoedpartners en delen we kennis. Zo versterken we het Amersfoorts erfgoednetwerk. We delen nieuwe kennis over het erfgoed bijvoorbeeld ook met de gidsen van het Gilde Amersfoort en de Waterlijn, zodat zij de waarden van het erfgoed verder kunnen uitdragen.
► Ondersteunen erfgoed initiatieven
We ondersteunen erfgoedinitiatieven zoals de Open Monumentendagen waarbij we de jeugd actief betrekken. We onderzoeken of we een subsidieregeling voor erfgoedbeleving kunnen realiseren. Hiermee ondersteunen we initiatieven rond het beleven van het Amersfoorts Erfgoed.
6.5 Erfgoedagenda
Een belangrijk basis van een goede erfgoedzorg is kennis. Deze kennis moet actueel
en bruikbaar zijn voor nieuwe ontwikkelingen. Zo kunnen we de geschiedenis van Amersfoort
beter begrijpen, doorgeven en zichtbaar maken voor iedereen. Historische informatie
vormt samen met de archeologische, bouwhistorische en cartografische
Omgevingsprogramma Erfgoed Gemeente Amersfoort 51
gegevens de geschiedenis van Amersfoort, ofwel “het historische verhaal van Amersfoort”.
Het gaat dus nooit om slechts één discipline, maar om de samenhang. Voor deze samenhang
is de kennis van verschillende Amersfoortse organisaties nodig. Er zijn al veel netwerkpartners
actief die verhalen vertellen en de geschiedenis zichtbaar maken. Die krachten willen
we verbinden.
Een Erfgoedagenda is een platform voor samenwerking. Doel van de Erfgoedagenda is om inzicht te krijgen in alle lopende initiatieven en om verbinding te leggen tussen afzonderlijke projecten op het gebied van erfgoed. Zo kunnen we beter bepalen waar kennis ontbreekt en welke verhalen we nog niet vertellen. De agenda helpt ook om prioriteiten te stellen en middelen te bundelen. Op vaste momenten per jaar kiezen we samen met erfgoedorganisaties en deskundigen een onderzoeksthema. Dit kan bijvoorbeeld gaan over een wijk, een bouwperiode, een bepaald type erfgoed of een maatschappelijke ontwikkeling. De uitkomsten delen we. Zo blijft kennis niet versnipperd, maar zichtbaar en toepasbaar.
De gemeente werkt daarbij bij voorkeur in korte, afgebakende projecten met concrete resultaten. Ook maken we gebruik van bestaande netwerken en platforms, zoals Amersfoort op de kaart. Voor de uitvoering is een coördinator of trekker nodig die het proces bewaakt en de samenwerking aanjaagt.
Onze ambitie
Gezamenlijk met deskundigen het historische verhaal van Amersfoort uitbreiden en verbeteren,
ten behoeve van de stad.
Dit gaan we doen
► Starten Erfgoedagenda
Om het historische verhaal van Amersfoort nog completer te krijgen, maken we gebruik van de kracht van de stad. Thema’s onderzoeken we samen met erfgoedorganisaties en deskundigen. Nu loopt dergelijk overkoepelend onderzoek vaak vast op het samenbrengen van alle relevante organisaties. Wij willen daarom een erfgoedagenda starten. Centraal staat de vraag: Welke thema’s hebben meer aandacht en onderzoek nodig?
► Oprichten erfgoedraad
Er is een sterke wens vanuit diverse erfgoedorganisaties om de samenwerking met de gemeente te verbeteren. Bewoners en organisaties willen meer invloed, betere informatie-uitwisseling en een vaste overlegstructuur. Een ‘Erfgoedraad’ kan hiervoor zorgen: een periodiek overleg waarin kennis, ervaringen en belangen worden gedeeld. Doelen zijn het versterken van onderling contact, leren van elkaar en het bespreken van thema’s rond behoud, ontwikkeling en beleid.
Hoe we dit in de praktijk gaan organiseren, onderzoeken we samen met de erfgoedorganisaties. We onderzoeken of de vorm van een Erfgoedcafé geschikt is als ontmoetingsplek om kennis te delen, initiatieven te presenteren en het netwerk te voeden. Door deze samenhang ontstaat een dynamisch kennisnetwerk dat Amersfoorts erfgoed levend houdt, versterkt en duurzaam inzet bij ruimtelijke en maatschappelijke opgaven.
De opgedane kennis kunnen alle betrokkenen vervolgens op verschillende manieren delen - via artikelen, rondleidingen, QR-codes, podcasts, of door gebruik te maken van nieuwe vormen van beleving, zoals serious gaming, prijsvragen of educatieve projecten waarin ook de jeugd actief wordt betrokken.
6.6 Economie en Toerisme
Erfgoed biedt veel kansen op economisch gebied. Het zorgt voor een aantrekkelijke (leef)omgeving. Uit onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van erfgoed leidt tot een hogere waarde van vastgoed in de omgeving. Erfgoed als identiteitsdrager heeft aantrekkingskracht op (potentiële) inwoners, bedrijven en bezoekers. We zien bijvoorbeeld dat het maken van een stadswandeling in de historische binnenstad een belangrijk bezoekmotief is voor toeristen in Amersfoort (‘Toeristisch Bezoek aan Steden 2023’, onderzoek van het NBTC). Deze activiteit wordt vaak gecombineerd met bezoek aan detailhandel en gebruik van horeca. Op die manier dragen toeristen bij aan de Amersfoortse economie en het voorzieningenniveau. De aanwezigheid van erfgoed in Amersfoort in combinatie met de gunstige geografische ligging, trekt ook een specifiek soort bedrijvigheid en werkgelegenheid, met erfgoedinstellingen (Amersfoort als Erfgoed-’hub’), zoals: De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Het Nationaal Restauratiefonds (NRF), de Stichting Nederland Monumentenland, de Stichting Vakgroep Restauratie, Het Nationaal Centrum Erfgoedopleidingen (NCE), het CollectieCentrum Nederland (CCNL), de erfgoedinstellingen in het klooster OLV ter Eem en de Nederlandse beiaardschool.
Amersfoort heeft dankzij de aanwezigheid van erfgoed dus een concurrentievoordeel
op steden zonder vergelijkbaar erfgoed. Dit concurrentievoordeel kan de gemeente (verder)
benutten, onder andere door:
-
Het inzetten van erfgoed in de profilering van Amersfoort, zoals VVV en Citymarketing Amersfoort doen.
-
Het (her)gebruik van erfgoed als vestigingsplaats voor bedrijven en bijzondere functies, zoals bijvoorbeeld is gerealiseerd in De Nieuwe Stad.
-
Het beleefbaar maken van erfgoed voor inwoners en bezoekers, bijvoorbeeld door de rondvaarten van Waterlijn en de stadswandelingen van het Gilde Amersfoort.
Bij het gebruiken van het economisch potentieel van erfgoed is het belangrijk oog te houden voor de impact van economische activiteiten op erfgoedwaarden (en andere omgevingsfactoren). Als de toeristische druk van bezoekers hoger is dan de draagkracht van het erfgoed en de omgeving, kan dit ten koste gaan van erfgoedwaarden. Als er balans is tussen druk en draagkracht en oog voor erfgoedwaarden, is toerisme een mooie manier om erfgoed breder onder de aandacht te brengen en te behouden. Door in te spelen op de gebiedsidentiteit, verbinding en trots kan erfgoedtoerisme lokaal draagvlak en beleving stimuleren. Hierdoor blijft het belang van erfgoed geborgd. Toerisme is in Amersfoort dus een middel en niet een doel op zich.
Ambitie
We gebruiken de economische kansen van het erfgoed in Amersfoort terwijl we de kernwaarden
van het erfgoed en de omgeving bewaken.
Dit gaan we doen
► Ondersteunen organisaties
We ondersteunen organisaties zoals VVV, Waterlijn, het Gilde Amersfoort en Levende Historie. Zij vertellen mede het historische verhaal van Amersfoort en maken het Amersfoortse erfgoed beleefbaar. We delen onze erfgoedkennis met hen.
7 GEBIEDSGERICHTE AMBITIES
De Omgevingswet verplicht gemeenten om bij stedelijke ontwikkelingen rekening te houden met zichtbaar en onzichtbaar erfgoed. Nieuw is ook dat rekening moet worden gehouden met de omgeving van monumenten. Deze voorschriften moeten met een juridische onderbouwing worden opgenomen in het Omgevingsplan. In de omgeving van erfgoed houden we rekening met de waarden en met de ruimtelijke kwaliteit, zichtbaarheid, beleefbaarheid en met maat en schaal. Dit geldt niet alleen voor de rijks- of gemeentelijke monumenten en stadsgezichten. Door de gehele gemeente vertellen belangrijke identiteitsdragers of “landmarks” het samenhangende historische verhaal van Amersfoort. Het religieuze erfgoed heeft hierin een bijzondere betekenis. Bij de uitwerking van de gebiedsgerichte ambities leggen we nadrukkelijk de koppeling met het omringende (historische) landschap, historische waterlopen en de ecologische waarden. Ook leggen we een koppeling met het sociaal domein, voorzieningen en het thema ‘ontmoeten’ uit de Omgevingsvisie. Zo versterken cultuurhistorie, natuur, en ruimte elkaar en dragen ze bij aan maatschappelijke vraagstukken. Als de borging van de erfgoedwaarden in het Omgevingsplan juridische consequenties heeft, volgt eerst een actualisatie van dit Omgevingsprogramma of een aanwijsprocedure waarmee belangen integraal worden afgewogen.
In dit hoofdstuk bespreken we de belangrijkste ambities die voortkomen uit de thema’s Erfgoed voor de toekomst en Erfgoed verbindt, wanneer deze te maken hebben met een specifiek (deel)gebied. Dit vormt geen uitputtend overzicht. De meer algemene en gebieds-overstijgende onderwerpen, komen hier niet opnieuw aan bod.
De gebiedsgerichte ambities leveren uitgangspunten en inspiratie bij ontwikkelingen. Ook vormen ze de basis voor verdere cultuurhistorische analyses in het gebied. Voor de verdere uitwerking van de ambities maken we gebruik van de beschikbare subsidies van alle overheidslagen, zoals de subsidie voor historisch en ontwerpend onderzoek van de provincie Utrecht.
7.1 Binnenstad
In de historische binnenstad staan de meeste (en bekendste) identiteitsdragers. Sommige staan nog fier overeind, andere liggen onder de grond verborgen. De binnenstad is een rijksbeschermd stadsgezicht met veel historische gebouwen en een hoge archeologische waarde. Ontwikkelingen in de historische kern krijgen dus altijd met erfgoed te maken. Of het nu gaat om het verduurzamen van de (monumentale) panden of het herinrichten van de stadspleinen, ook de binnenstad wordt voortdurend verder ontwikkeld. Basis voor planvorming is altijd een historisch onderzoek en een vertaling daarvan in kansen en kaders. Dit betekent overigens niet dat reconstructie een uitgangspunt is. Nieuwe ontwikkelingen kunnen worden geïnspireerd door het verhaal van de plek. Dat geeft meerwaarde en identiteit.
Het samenhangende beeld van de binnenstad koesteren we. Er is hierbij extra aandacht voor de kwaliteit van het stadsbeeld en de openbare ruimte. Het vastgestelde terrassenbeleid en een plan van aanpak voor reclames en uitstallingen sluiten hierbij aan.
De kerken, kloosters en bijbehorende begraafplaatsen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bij herinrichting van pleinen zoals het Onze-Lieve-Vrouweplein, de Groenmarkt en Achter Davidshof/Stadhuisplein moet dan ook met rekening worden gehouden met de begraafplaatsen die hier hebben gelegen.
7.2 Stadsmuren en stadgrachten
De bijzondere waarden van de twee stadsmuren, de bijbehorende stadsgrachten en het plantsoen verdienen meer aandacht. Ze zijn zeer bepalend voor de historische structuur van de stad. Niet alleen de locaties waar ze nu niet meer zichtbaar zijn (de eerste stadsmuur is soms nog onderdeel van de fundering van de Muurhuizen), maar ook daar waar ze zichtbaar zijn. We onderzoeken of de eerste stadsmuur een gemeentelijk (archeologisch) monument kan worden. Het is onze ambitie en wens om in de toekomst de ruimtelijke structuur en relaties te herstellen of te verbeteren. Het meer zichtbaar en beleefbaar maken van de historische verdedigingsgordels draagt daaraan sterk bij.
Een grote ambitie is het herstel van de verdedigings- en plantsoengordel rond de binnenstad. Met de aanleg van de Stadsring is in 1959 een deel van de karakteristieke verdedigings- en plantsoengordel rond de middeleeuwse kern helaas verloren gegaan. In combinatie met de toekomstige verkeerskundige aanpak van de Stadsring onderzoeken we de mogelijkheid om de karakteristieke gordel rond de binnenstad weer meer herkenbaar en beleefbaar te maken. Zelfs een beperkte versmalling van de verkeersader tussen de Molenstraat en de Arnhemsestraat biedt al grote kansen om de ontbrekende schakel in de historische ring (visueel) te herstellen. Dit versterkt de kwaliteit en identiteit van de binnenstad. Zie ook: Omgevingsprogramma Mobiliteit.
Met een versterking van de verdedigings- en plantsoengordel kan er nog meer (letterlijk en figuurlijk) stil worden gestaan bij bestaande stadspoorten en muurdelen. Zo wordt de historische binnenstad duidelijk herkenbaar en kunnen mensen ook van buiten de binnenstad het unieke karakter ervaren. De aanpak van de tweede stadsmuur en het plantsoen vormt een integrale opgave: het gaat hierbij ook om afwegingen over mobiliteit, gebruik, recreatie, ontmoeting, beheermogelijkheden en wensen voor meer natuurvolgend beheer. Naast de Stadsring is een ander knelpunt de relatie tussen de binnenstad en de Koppel. Een langere termijnambitie is dan ook een betere verbinding van de spoorwegzone bij de Koppelpoort. Het spoorwegtracé doorsnijdt de historische structuur van de stad en de ruimtelijke relaties op deze plek.
7.3 Hoge waardering vraagt hoge kwaliteit
De waardering van de historische binnenstad is heel hoog. Veel Amersfoorters identificeren zich met de middeleeuwse stadskern. Het vormt een visitekaartje en herkenningspunt. Het is ook een gebied met een grote dynamiek. Om de kwaliteiten van de binnenstad door te geven aan toekomstige generaties vraagt dit gebied extra aandacht: de kwaliteit van het stadsbeeld, de gebouwen en ook van inrichting en beheer van de openbare ruimte moet onverminderd hoog blijven en waar mogelijk versterkt. Hierbij kan ook de historische beleving worden versterkt. ‘Verrommeling’ of verval willen we voorkomen. Elk archeologisch en bouwhistorisch onderzoek leert ons weer meer over de vroegste geschiedenis van onze stad. Bij alle ontwikkelingen in de binnenstad hebben de erfgoedwaarden daarom een hoge prioriteit. De middeleeuwse structuur, grachten en monumenten blijven het visitekaartje van de stad. Bij ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de historische kernkwaliteiten zoals maat en schaal, gevelritmiek en kwaliteit van de openbare ruimte. De Cultuurhistorische Analyse van de binnenstad vormt, als onderdeel van het Omgevingsplan een belangrijke leidraad bij alle keuzes in de historische kern. Doel is niet om het rijksbeschermd stadsgezicht te bevriezen maar om nieuwe ontwikkelingen aan te sluiten bij de historische karakteristieken van het gebied. Bij een ‘doorontwikkeling’ van de binnenstad zonder deze kaders gaan de waardevolle karakteristieken op termijn verloren.
7.4 Bergkwartier, Birkhoven/ Bokkeduinen en Nederberg
Het grootste rijksbeschermd stadsgezicht is het stadsgezicht Bergkwartier. De wijk staat symbool voor het goede leven dat de stad te bieden had aan het begin 20ste eeuw. Uitgangspunt bij ontwikkelingen in dit deel van Amersfoort is het behouden - of waar mogelijk versterken - van deze cultuurhistorische identiteit. Ook in het rijksbeschermd stadsgezicht Bergkwartier moet de inrichting van de openbare ruimte aansluiten bij de waarden en kwaliteiten van de wijk. Dit gebied heeft veel identiteitsdragers.
7.5 Wijkkenmerken
De Utrechtseweg (na Stichtse Rotonde N237), heeft de historische naam Weg der Weeghen (zie bijlage 2). Een gezamenlijke ambitie met de buurgemeentes, de provincie Utrecht en de stichting Weg der Weeghen is om de bekendheid en de beleving te vergroten. Hierbij is het belangrijk dat men bij ontwikkelingen langs deze weg rekening houdt met de oorspronkelijke inrichting en structuur. Langs deze weg ligt het monumentale complex Zon en Schild. We vinden het van belang dat dit complex zijn monumentale kwaliteiten behoudt en de belevingswaarde waar mogelijk wordt versterkt.
Aan de Utrechtseweg ligt het Belgenmonument dat een symbool is voor de inclusieve en gastvrije stad die Amersfoort was en is. Dit bijzondere monument met de landschappelijke aanleg daaromheen verdient meer aandacht. De (onbebouwde) zichtlijnen van en naar het monument moeten intact blijven.
Niet ver ervandaan ligt het Onze Lieve Vrouwe Klooster Ter Eem. Een rijksmonumentaal complex met een uniek verhaal, waarvan de waarden en het monumentale karakter leidend zijn bij toekomstige ontwikkelingen. Ook het rijksmonumentale Kruisherenklooster Contstantinianum is van hoge waarde voor dit gebied.
Kenmerkend voor het Bergkwartier is de landschappelijke aanleg. De lanen volgen de hoogtelijnen van de ‘Amersfoortse Berg’, met daaraan villa’s of karakteristieke bouwblokken in het groen. Veel panden zijn monumenten, andere ondersteunen het beeld in zowel historische als eigentijdse architectuur. Bij plannen voor nieuwbouw, wijzigingen, herstel of verduurzaming houden we rekening met de waarden van het gebied, zoals ook vastgelegd in het Omgevingsplan. Voor de mogelijkheden van zonnepanelen werken we in de komende periode aan een verruiming van het beleid, met maatwerk dat aansluit bij de specifieke kenmerken van de panden in het Bergkwartier.
7.6 Militair erfgoed
De Bernhardkazerne, delen van Kamp Soesterberg en oefenterrein de Vlasakkers behoren tot de militaire historie van garnizoensstad Amersfoort. We gebruiken de kansen om het verhaal van Amersfoort als garnizoensstad op de kaart te zetten en om deze cultuurhistorische waarden en militaire geschiedenis uit te dragen. In samenspraak met de buurgemeentes en het ministerie van Defensie is erfgoed bij herontwikkelingen een belangrijke pijler.
Ander - en meer beladen - militair erfgoed is Kamp Amersfoort. Het Nationaal Monument
en bijbehorend herinneringscentrum ligt in de gemeente Leusden. Het concentratiekamp
uit de Tweede Wereldoorlog is echter veel groter geweest dan het Monument. Het noordelijk
deel ligt in de gemeente Amersfoort. In samenwerking met de gemeente Leusden en stichting
Nationaal Monument Kamp Amersfoort benutten we de cultuurhistorische (boven- en ondergronds)
waarden en beladen
Omgevingsprogramma Erfgoed Gemeente Amersfoort 56
geschiedenis als uitgangspunt bij herontwikkeling. Nieuwe functies moeten aansluiten
bij de contour en sfeer en ook de locatie versterken als plek van bezinning. Hierbij
mogen we ook de Appel- en Kapelweg niet vergeten, een plek waar vele kampgevangenen
langs kwamen als onderdeel van de verbindingsweg tussen het Kamp en het station.
7.7 De Galgenberg en grafheuvels
De Galgenberg (archeologisch rijksmonument) is de laatste nog zichtbare grafheuvel op Amersfoorts grondgebied. Het is onderdeel van vele grafheuvels op de Heuvelrug. Het was tot 1809 de plek voor de galg. Een identiteitsbepalende plek en vroeger de lugubere ‘entree’ vanuit Utrecht. De bijzondere historie van de Galgenberg willen we bij toekomstige ontwikkelingen beter naar voren laten komen en herkenbaar maken. In een zone op de (flanken van) Amersfoortse Berg hebben overigens hoogstwaarschijnlijk nog meer grafheuvels gelegen. Dit zogenaamde grafheuvellandschap kan een inspiratie zijn voor toekomstige ontwikkelingen. We verwachten dat er ook veel archeologische resten in de bodem zitten.
7.8 Landgoederen
Het gebied Birkhoven/Bokkeduinen gaat terug tot een van de oude landgoederen die Amersfoort rijk was en die de basis vormen voor het huidige groen in de stad. Het groene karakter van dit gebied is ook vanuit de erfgoedwaarden van grote betekenis, om de herinnering aan dit landgoed te behouden. Het ontwerp en de invulling van de Engelse landschapsstijl kan inspiratie bieden bij nieuwe inrichtingsplannen.
7.9 Nederberg en Rietveldpaviljoen
In het gebied Nederberg vinden in de komende periode veel transformaties plaats. We houden hierbij rekening met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Het tentoonstellingsgebouw aan de Zonnehof van architect Gerrit Rietveld (1959) was de eerste kunsthal van Nederland. Sinds 2025 is hier de gemeentelijke culturele basisinstelling Rietveldpaviljoen gevestigd. Daarmee is de oorspronkelijke functie van het gebouw weer terug. We willen de monumentale kwaliteiten van dit bijzondere complex en zijn omgeving aan de Zonnehof behouden en versterken. Het monumentale voormalige GGD-complex in de architectuur van de ‘Bossche School’ vormt een belangrijk onderdeel van deze omgeving.
7.10 Isselt, Nieuwe Stad en Soesterkwartier
De westkant van Amersfoort was lang een landbouwgebied met enkele boerderijen en de doorgaande (zomer- en winter)route naar Soest: de Soesterweg en Noorderwierweg. Het was een apart gerecht met een eigen kapel. De kapel is niet alleen de naamgever van de wijk Isselt, maar is ook nog het enige historische gebouw in een verder door industrie- en bedrijfsgebouwen gekenmerkt gebied. Alle historische boerderijen zijn inmiddels verdwenen. Ook enkele oude landgoederen, zoals Puntenburg en Berg en Dal, vroeger gelegen langs de Eem, zijn niet meer zichtbaar. Het karakter, de contouren en voormalige inrichting kan echter wel inspiratie bieden bij herinrichting van deze gebieden.
7.11 Kapel en Huis Isselt
De kapel en het bijbehorende Huis Isselt zijn een archeologisch en gebouwd rijksmonument. De resultaten van al gedeeltelijk uitgevoerd cultuurhistorisch onderzoek vormen het uitgangspunt voor toekomstige aanleg en herontwikkeling van de omgeving. De relatie met de omgeving vormt hier een aandachtspunt. Het complex Isselt vormt een belangrijk historisch identiteitsbepalend element in de omgeving. Er zijn kansen om dit beter ‘op de kaart’ te zetten.
7.12 Karakteristieke industrie
Het landelijke karakter maakte rond 1900 plaats voor een industriegebied met arbeidersbuurt. Inmiddels is de industrie hier karakteristieker dan het landelijke karakter. Dit geldt niet alleen voor de (voormalige) industrie langs de Eem, maar ook voor de Wagenwerkplaats (zie: bijlage 2). In beide gebieden zijn industriële gebouwen al met succes herbestemd. We hechten belang aan de inrichting van de openbare ruimte met verwijzingen naar de oorspronkelijke functie en de relatie met de nieuwe ontwikkelingen in de omgeving. We willen het unieke karakter van het Soesterkwartier (met daarin enkele gemeentelijk stadsgezichten) en de Nieuwe Stad behouden. In het Omgevingsprogramma Langs Eem en Spoor staan zes ontwikkelgebieden. De historische ligging langs de rivier de Eem en de spoorlijn is bepalend voor de identiteit en beeldkwaliteit in dit gebied. De opgave voor het erfgoed is behoud van het industriële karakter bij gebiedstransformatie in deze gebieden. Dit gebeurt op verschillende schaalniveaus. Een voorbeeld daarvan is behoud van de karakteristieke bebouwing, een (haven)structuur en behoud van elementen zoals de spoorrails en rollerbanen bij de Wagenwerkplaats. Voor zorgvuldige planvorming bij transformatiegebieden is een gebiedsbiografie of transformatiekader het middel om brede erfgoedwaarden te distilleren.
7.13 Hoogland West: Hoogland, Nieuwland, buitengebied
De verkavelingsstructuur die elders in de stad verloren is gegaan, is kenmerkend in het buitengebied van Hoogland-west. Eventuele herontwikkelingen moeten aansluiten bij de belangrijkste elementen: de ontginningskades, weteringen en de boerderijen en erven - veelal op terpen. Het behoud van het open karakter is waardevol. Niet in de laatste plaats vanwege het kenmerkende zicht op de Onze Lieve Vrouwe toren. We willen ook de historische landschapselementen in Hoogland West, die verdwenen zijn, terugbrengen. Direct ten zuiden van de ontginningen ligt een dekzandlandschap dat ook kenmerkend is voor de (landschappelijke) geschiedenis van Amersfoort. De Coelhorsterweg is de verbinding tussen de verschillende dekzandkopjes. Langs de Eem en in Nieuwland vormen enkele van de dekzandkopjes bekende archeologische vindplaatsen van jager-verzamelaars, sommige uniek voor de provincie Utrecht.
7.14 Kapel en landgoed Coelhorst
Kapel en landgoed Coelhorst (zowel archeologisch rijksmonument als gebouwd rijksmonument) zijn een belangrijk historisch identiteitsbepalend element in de groene omgeving. Het oorspronkelijke huis is tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan. Alleen de kelder is overgebleven in de vervangende nieuwbouw. Herbouw geïnspireerd op het oorspronkelijke huis is denkbaar. Voor de omgeving van dit huis is het resultaat van een cultuurhistorisch onderzoek de basis voor ontwikkeling.
7.15 Malenhoeves
Andere zeer belangrijke dragers van de Hooglandse geschiedenis zijn de Malenhoeves, als één van de oudste boerderijen, en basis voor de (gezamenlijke) ontginningen. In Hoogland West zijn nog de meeste van deze boerderijen aanwezig. Soms nog met historische kern. Zij geven identiteit aan deze plekken. We willen deze locaties koesteren, behouden of versterken. Hierbij hoort ook de Malewetering; een waterloop die de Malen in de 13de eeuw samen hebben gegraven voor een betere afwatering van hun gebied. De Malewetering is nog steeds aanwezig en kan worden benut als aantrekkelijk groenblauw lint door Amersfoort-Noord. Hier is ruimte voor water, natuur, recreatie en beleving.
7.16 Dorpskernen
Voor (de voormalige gemeente) Hoogland is het behoud van de historische identiteit belangrijk. De oude dorpskernen rond de Hamseweg en de Sint Martinuskerk zijn daarbij waardevol. Het karakter van deze kernen moet behouden blijven.
7.17 De Eem en de Grebbelinie
De Eem is niet alleen een belangrijke waterroute. Langs de Eem is lang een jaagpad in gebruik geweest. Dit pad kan inspiratie bieden voor uitbreiding van recreatie langs de Eem. De rivier heeft ook een verdedigingsfunctie gehad. Aan de noordoostkant van de Eem is vanaf de 18de eeuw de verdedigings- en waterlinie de Grebbelinie aangelegd. Het deel in Hoogland is nog zichtbaar met alle elementen die bij de linie horen, zoals keerkades, sluizen, en verdedigingswerken: kazematten. Het (recreatieve) potentieel van de Grebbelinie is nog niet volledig benut. We willen de historische structuur samen met de buurgemeenten versterken. Herbestemming van de verdedigingswerken kan voor de toekomst mogelijkheden bieden, bijvoorbeeld bij het Werk aan de Glashut. Inspiratie daarvoor kunnen we vinden in de gemeente Leusden en de herbestemming van diverse forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De (voormalige) inundatiegebieden bieden daarnaast de mogelijkheid voor duurzaamheidsoplossingen (klimaatadaptatie).
7.18 Hoogland Oost: Vathorst, Kattenbroek, Schothorst, Hoefkwartier en Zielhorst
Ook in Bovenduist en het gebied Over de Laak zijn nog de oude landschappelijke en ontginningsstructuren aanwezig. Het benutten van het agrarische en open karakter bij verdere ontwikkeling biedt kansen voor het versterken van de identiteit van deze gebieden. We willen daarnaast de verdwenen houtige (opgaande) landschapselementen terugbrengen. De Oude Veenweg, de Hogesteeg en de historische kern van Hooglanderveen geven karakter aan Vathorst. Behoud en verder versterken van deze elementen is daarom belangrijk. De resterende oude boerderijen in dit gebied willen we behouden.
7.19 Malenhoeven
Meer naar het zuiden zijn tijdens de bouw van de wijken Kattenbroek, Schothorst en Zielhorst ook veel historische boerderijen verdwenen. Een aantal daarvan behoorde tot de Malenhoeven. We willen dat deze plekken, samen met de overgebleven Malenhoeven en de Malewetering, duidelijk herkenbaar blijven als onderdeel van de identiteit. Het doel is om ze te koesteren, te behouden en waar mogelijk te versterken. Waar geen gebouwen meer staan, kan dit historische gegeven dienen als inspiratie bij herontwikkeling.
7.20 Park Schothorst
Park Schothorst (Noord) komt voort uit een landgoed dat op een hoge dekzandrug was aangelegd. In geval van herinrichting van het park willen we de historische inrichting behouden, herstellen en waar dat kan versterken. De dekzandrug is niet alleen landschappelijk belangrijk, maar ook archeologisch. In de prehistorie hebben de eerste boeren in de regio zich hier gevestigd. We onderzoeken of er een ecologische en landschappelijke verbinding kan komen tussen landgoed Schothorst en landgoed Coelhorst. Hierbij zorgen we dat het groengebied zijn waarde behoudt.
7.21 Hoefkwartier
Het Hoefkwartier vormt een nieuw stadsdeel met een hoogstedelijk karakter. Het is gelegen aan een belangrijke levensader van de stad. We onderzoeken bij transformaties welke cultuurhistorische waarden aanwezig zijn bij bestaande bebouwing en in de openbare ruimte. We proberen zo de identiteit van de plek te bewaken of versterken bij ontwikkelingen.
7.22 Amersfoort zuidoost: Liendert, Rustenburg, Stoutenburg, Randenbroek, Leusderkwartier en Buitengebied-Oost
De hoge dekzandrug van Schothorst maakt bij het huidige Knooppunt Hoevelaken een bocht
en vormt de ondergrond van de Hoge- en Lageweg. Deze twee wegen zijn historische wegen,
die Amersfoort verbonden met het noordoosten van Nederland. Ook in Wieken-Vinkenhoef
hebben prehistorische boeren zich op de dekzandrug
Omgevingsprogramma Erfgoed Gemeente Amersfoort 59
gevestigd. Het is dan ook een bekende archeologische vindplaats. Vele eeuwen later
werd dit gebied de basis van de tabaksindustrie. Langs de Hogeweg, Lageweg en Liendertseweg
lagen veel tabaksakkers en speciaal voor het drogen van de tabaksbladeren gebouwde
schuren. Bij ontwikkelingen in de toekomst kunnen deze historische locaties inspiratie
bieden.
7.23 Historische infrastructuur
Samen met de Hogeweg en de Lageweg zijn de Koedijkerweg, de Leusderweg en de Arnhemseweg ook oude doorgaande wegen. Maar ook de Modderbeek, Barneveldsebeek en de Heiligenbergerbeek lopen door het gebied. De infrastructuur (wegen en waterlopen) is nauw verbonden met de ontstaansgeschiedenis en ontwikkeling van de stad. Deze historische infrastructuur kan bij herontwikkeling inspiratie bieden voor het versterken van de levensaders. Bovendien bieden de oude beekdalen een kans voor duurzaamheidsopgaves (klimaatadaptatie).
7.24 Stadspark Elisabeth Groen
Langs de oude beken liggen ook enkele dekzandkopjes. Hier woonden in de vroege prehistorie vaak jager-verzamelaars. Een van deze locaties is het stadspark Elisabeth Groen. Onder het park bevindt zich in de bodem een belangrijke beschermde archeologische vindplaats. Toekomstige ontwikkelingen in het park moeten hiermee rekening houden.
7.25 Stadspark Randenbroek en buitenplaats Berg om Dool
Direct ten noorden van Elisabeth Groen ligt stadspark Randenbroek. Een directe opvolger van buitenplaats Randenbroek. Net als het park bij buitenplaats Nimmerdor moeten bij (her)inrichting van het groen de historische inrichtingselementen worden behouden, hersteld of versterkt. Dit biedt ook kansen voor recreatie. In het Leusderkwartier lag een buitenplaats met een bijzondere geschiedenis: Dool-om-berg. Helaas is daar niets meer van over. Verwijzing naar het karakter en de contouren van deze buitenplaats biedt een kans bij toekomstige ontwikkelingen.
7.26 Kasteel Stoutenburg
Een ander belangrijk landgoed is Kasteel Stoutenburg. Een oorspronkelijk waarschijnlijk 11de-eeuwse donjon (woontoren) groeide later uit tot een versterkt huis en kasteel met een gracht eromheen. Het kasteel is niet alleen de naamgever van een wijk en (Leusdens)buurtschap, maar ook wezenlijk onderdeel van Amersfoortse vroegste stadsgeschiedenis, als onderkomen van de Heren van Amersfoort. Het is nu een archeologisch gemeentelijk monument. Bij ontwikkelingen in dit gebied behouden en benutten we het complex met zijn landschappelijke context. Vanwege de hoge archeologische waarden heeft een reconstructie van het kasteel of een daarop geïnspireerd bouwwerk niet de voorkeur. Om het verhaal van de plek te vertellen, is het beter om het kasteel zichtbaar te maken met markeringen in het landschap die niets beschadigen. Het terugbrengen van de oorspronkelijke (dubbele) gracht is wel een goed idee. Ook om het beeld te versterken. Zo’n gracht kan ook kansen bieden voor klimaatadaptie door waterberging.
7.27 Amersfoort garnizoensstad
Amersfoort als garnizoensstad speelt ook in dit deel van Amersfoort een rol. De Grebbelinie ligt ook hier. In tegenstelling tot Hoogland is de liniedijk helemaal afgegraven en overbouwd. We onderzoeken of we het niet beschermde deel kunnen aanwijzen als gemeentelijk (archeologisch) monument. Daarmee kunnen de (zichtbare en onzichtbare) waarden beter worden verankerd. Dit is vooral bedoeld om deze meer leesbaar en beleefbaar te maken. Andere militair historische elementen zijn het voormalige Militair Hospitaal aan de Hogeweg, de Juliana van Stolbergkazerne aan de Leusderweg en de Willem III-kazerne. De laatste is verdwenen onder de woonwijk ten oosten van de Heiligenbergerweg. Op alle drie de plekken willen we het verhaal van Amersfoort als garnizoensstad op de kaart zetten. Bij de nog bestaande complexen moeten herontwikkelingsmogelijkheden worden gebaseerd op de cultuurhistorische waarden van gebouwen en omgeving.
7.28 Vinkenhoef
De rijksmonumentale Buitenplaats Vinkenhoef heeft een bijzondere historie. Bij transformaties in het gebied houden we rekening met de cultuurhistorische waarden en de omgeving van het monument: deze moet geen afbreuk doen aan de monumentale kwaliteiten van het complex. Behoud en versterken van de aanwezige erfgoedwaarden is het uitgangspunt.
8 UITVOERINGSAGENDA
In dit hoofdstuk lichten we de uitvoeringsagenda toe en ook hoe de keuzes hierin tot stand zijn gekomen. Een deel van de gemeentelijke inzet voor het erfgoed bestaat uit wettelijke taken. Deze taken zijn vastgelegd in regelgeving en moeten worden uitgevoerd. We maken keuzes in hoe we daaraan invulling geven. We hebben per hoofdstuk de concrete doelen en voorstellen beschreven, waarbij het bij meerdere onderwerpen gaat om een interdisciplinaire aanpak.
Naast de invulling van de wettelijke taken hebben we ook aanvullende ambities voor de toekomst geformuleerd. De uitkomsten van het participatietraject hebben de keuze mede bepaald. Samen met erfgoedpartners, inwoners en deskundigen keken we welke thema’s prioriteit hebben, gekoppeld aan de inzet. Voor een aantal projecten die zijn gekoppeld is aan de ambities, is extra budget nodig, zie hiervoor de financiële paragraaf. Afwegingen en keuzes daarvoor leggen we in de toekomst voor, bijvoorbeeld via de Kadernota.
Inzet flexibele schil
Voor wat betreft de inzet vanuit de teams Monumentenzorg en Archeologie is er binnen
de bestaande capaciteit, naast de wettelijke taken, enige ruimte voor accenten. Dit
noemen we de ‘flexibele schil’. Op basis van alle input is de prioritering en planning
hiervoor bepaald. In onderstaande tabel is dit op hoofdonderwerp weergegeven. Meegewogen
is welke thema’s op welk moment in de tijd naar verwachting extra inzet vragen. Zo
zorgen we voor een uitvoeringsagenda die zowel voldoet aan de wettelijke verplichtingen
als aansluit bij de behoeften en ambities uit onze stad.
|
Thema’s |
Korte termijn (0-3 jaar) |
Middellange termijn (3-5 jaar) |
Lange termijn (na 2031) |
|
Ontmoetingsplekken incl. Aanpak Religieus Erfgoed |
3 |
2 |
2 |
|
Groen Erfgoed |
3 |
3 |
3 |
|
Verduurzaming en energietransitie |
3 |
3 |
3 |
|
Aanwijzing nieuw erfgoed |
2 |
2 |
1 |
|
Erfgoedbeleving |
2 |
2 |
2 |
|
Kwaliteit stadsgezichten |
2 |
2 |
2 |
|
Kennisdeling |
2 |
2 |
2 |
|
Borging archeologische waarden |
0 |
1 |
1 |
|
Bouwhistorie |
1 |
1 |
1 |
|
Erfgoed van de toekomst |
1 |
1 |
1 |
|
Erfgoedagenda |
1 |
1 |
1 |
De thema’s Ontmoetingsplekken, Aanpak Religieus Erfgoed, Groen Erfgoed en Verduurzaming & energietransitie vragen de komende periode de meeste inzet in de flexibele schil.
8.1 Planning tot 2031
De onderwerpen in het schema sluiten aan bij de twee thema’s van dit Omgevingsprogramma: Erfgoed voor de toekomst (ET) en Erfgoed verbindt (EV). De uitvoering is projectmatig met een interdisciplinaire aanpak.
Legenda bij tabel:
ET = Thema Erfgoed voor de toekomst
EV = Thema Erfgoed verbindt
H = verwijst naar desbetreffende Hoofdstuk in dit document
|
Onderwerp |
Thema en hoofdstuk in Omgevings-programma |
Planning |
|
Wettelijke basis op orde |
ET, H.5.5 en 5.7 |
Doorlopend |
|
Erfgoedwaarden in omgevingsplan, o.a.: thematische wijziging, borging erfgoedbiotoop |
ET, H.5.2 |
Doorlopend |
|
Erfgoedwaarden betrekken bij ruimtelijke ontwikkelingen en stimuleren hoogwaardige nieuwbouw |
ET, H.5.2, 3 en 7 |
Doorlopend, sluit aan op lopende projecten |
|
Verdiepen en verfijnen van de cultuurhistorische waardenkaart, ook samen met de stad |
ET, H.5.2 en 3, EV, H.6.5 |
Afronding basisthema’s 2026-2027 |
|
Zichtbaar maken van erfgoedstructuren |
ET, H.5.2 & H.7 |
Doorlopend, sluit aan op lopende projecten |
|
Onderwerp |
Thema en hoofdstuk in Omgevings-programma |
Planning |
|
Extra aandacht voor kwaliteit en inrichting van de openbare ruimte in de beschermde stadsgezichten |
ET, H.5.2 |
Doorlopend, sluit aan op lopende projecten |
|
Cultuurhistorische waardenkaart toegankelijk maken via de gemeentelijke website |
ET, H.5.3 |
In samenwerking met afdeling IV. Planning: 2027 |
|
Groen Erfgoed aanvullen op de cultuurhistorische waardenkaart |
ET, H.5.4 |
Aanvullend onderzoek 2026-2027 |
|
Aanpak Groen Erfgoed |
ET, H.5.4 |
Aanvullend onderzoek 2026-2030, daarna borging |
|
Overleg met partners Groen Erfgoed |
ET, H.5.4 |
Doorlopend, periodiek overleg |
|
Onderzoeksagenda Archeologie |
ET, H.5.5 |
Doorlopend, vanaf 2026 |
|
Innovatie Archeologische onderzoeksmethodes |
ET, H.5.5 |
Doorlopend |
|
Onderzoek verhuizing depot Archeologie |
ET, H.5.5 |
2026-2030 |
|
Onderzoek samenwerking meldpunt toevalsvondsten Archeologie |
ET, H.5.5 |
2027 e.v. |
|
Aanpak nieuw erfgoed - archeologische monumenten |
ET, H.5.5 |
2026 e.v. |
|
Ontwikkelen aanpak controleren archeologische vindplaatsen |
ET, H.5.5 |
2029 e.v., daarna doorlopend |
|
Onderwerp |
Thema en hoofdstuk in Omgevings-programma |
Planning |
|
Bouwhistorie - ontwikkelen bouwhistorische verwachtingskaart en formuleren onderzoeksagenda |
ET, H.5.6 |
2026 e.v. |
|
Aanpak nieuw erfgoed - Boerderijen |
ET, H.5.7 |
2026 e.v. |
|
Aanpak nieuw erfgoed - Industrieel erfgoed |
ET, H.5.7 |
2026 e.v. |
|
Aanpak nieuw erfgoed - Post 65 |
ET, H.5.7 |
2028 e.v. |
|
Aanpak nieuw erfgoed - Kattenbroek |
ET, H.5.7 |
2028 e.v. |
|
Aanpak nieuw erfgoed - Speciaal erfgoed |
ET, H.5.7 |
2026 e.v. |
|
Aanpak Beeldbepalende Panden |
ET, H.5.7 |
2026 e.v. |
|
Online informatievoorziening monumentenzorg verbeteren, o.a. m.b.t. verduurzaming erfgoed |
ET, H.5.7 |
Doorlopend |
|
Onderzoeken mogelijkheid legesvrije vergunning onderhoudswerkzaamheden monumenten |
ET, H.5.7 |
2026-2027 |
|
Monitoren kwaliteit erfgoed en actieve handhaving |
ET, H.5.7 |
Doorlopend, in samenwerking met VTH |
|
Uitkomsten van de ontwikkelde methodiek brandveiligheidsrisico’s delen en verder ontwikkelen |
ET, H.5.7 |
Doorlopend, in samenwerking met VRU, RCE en eigenaren |
|
Actualisering Zonnepanelenbeleid Bergkwartier |
ET, H.5.7 |
2026-2028 |
|
Onderwerp |
Thema en hoofdstuk in Omgevings-programma |
Planning |
|
Aanpak verduurzaming monumenten afstemmen in Warmteplan Amersfoort |
ET, H.5.7 |
2026 e.v., in samenwerking met programma Energietransitie |
|
Onderzoeken mogelijkheden energietransitie Binnenstad, o.a. vervolg uitkomsten ErfgoedDeal |
ET, H.5.7 |
Doorlopend, vervolg uitkomsten ErfgoedDeal 2024-2025, in samenwerking met programma Energietransitie |
|
Kennisontwikkeling en innovatie monumentenzorg - Project Post65 - Een Warme Jas II |
ET, H.5.7 |
2026-2028 |
|
Erfgoed van de toekomst - Onderzoek gebiedsgerichte criteria Welstandsnota |
ET, H.5.7 |
Vanaf 2026 e.v. |
|
Aanpak Levensaders, Inventarisatie bijzonder erfgoed aan levensaders en onderzoeken van kansen van dit erfgoed in lopende projecten. |
ET, H.5.7, EV, H6.2 |
Inventarisatie 2026-2027, daarna doorlopend, sluit aan bij lopende projecten |
|
Erfgoedagenda - o.a. actief het gesprek voeren over ruimtelijke kwaliteit, thematisch ophalen van kennis en uitvoeren van onderzoek met de stad |
ET, H.5.7, EV, H6.5 |
Vanaf 2027, doorlopend, onderzoeken met de stad |
|
Onderwerp |
Thema en hoofdstuk in Omgevings-programma |
Planning |
|
Aanpak Religieus Erfgoed- o.a. overleg en ondersteuning met eigenaren, aanspreekpunt, interne werkgroep voor procesverbetering, onderzoek subsidie |
EV, H6.3 |
Vanaf 2026-2031, periodiek overleg met eigenaren, vast aanspreekpunt, oprichten werkgroep |
|
Aanpak Religieus Erfgoed - Onderzoeken methodes activeren ontmoetingsplek religieus erfgoed |
EV, H6.3 |
Vanaf 2028 e.v. |
|
Kennisdeling en publieksparticipatie |
EV, H6.4 |
Doorlopend |
|
Jeugd actief betrekken bij erfgoed, o.a. juniorgidsen OMD |
EV, H6.4 |
Doorlopend |
|
Opzetten lesprogramma archeologie voortgezet onderwijs |
EV, H6.4 |
2026-2030 |
|
Expositieruimte vergroten |
EV, H6.4 |
2026-2030 |
|
Verhaal vertellen in de buurt: bij (her)inrichtingsplannen, tentoonstellingen in buurthuizen of bibliotheken en via informatieborden. |
EV, H6.4 |
Doorlopend |
|
Openbaar toegankelijke Vondstendatabase |
EV, H6.4 |
2030 e.v. |
|
Ondersteunen erfgoedorganisaties in de stad |
EV, H6.5 |
Doorlopend, door Toerisme |
|
Verbeteren toeristische informatievoorziening |
EV, H6.5 |
Doorlopend, door Toerisme |
|
Erfgoed inzetten bij profilering Amersfoort |
EV, H6.5 |
Doorlopend, door Toerisme |
8.2 Vooruitblik na 2031
In dit hoofdstuk beschrijven we wat we na 2031 gaan doen en welke concrete doelen en acties daarbij horen. De focus ligt op thema’s die meer tijd vragen om te realiseren of waarvoor aanvullende samenwerking, kennisontwikkeling of middelen nodig zijn.
Deze lange termijnplanning bouwt voort op de resultaten tot 2031 en bereidt de volgende stappen voor richting een toekomstbestendig erfgoedbeleid. Zo blijft het Omgevingsprogramma Erfgoed ook op de langere termijn bijdragen aan een sterke, leefbare en herkenbare omgeving. Waar nodig herijken we het programma.
Legenda bij tabel:
ET = Thema Erfgoed voor de toekomst
EV = Thema Erfgoed verbindt
H = verwijst naar desbetreffende Hoofdstuk en paragraaf in dit document
|
Onderwerp |
Thema en hoofdstuk in Omgevings-programma |
Planning |
|
Aanpak nieuw erfgoed - Spotlight |
ET, H.5.7 |
Na 2031 |
|
Vervolg aanpak Religieus Erfgoed- o.a. overleg en ondersteuning met eigenaren, aanspreekpunt, interne werkgroep voor procesverbetering |
EV, H 6.3 |
Na 2031 evaluatie van voorgaande periode. |
|
Wettelijke basis op orde |
ET, H.5.5 en 7 |
Doorlopend |
|
Erfgoedwaarden in omgevingsplan, o.a.: thematische wijziging, borging erfgoedbiotoop |
ET, H.5.2 |
Inventarisaties gereed in 2032 |
|
Erfgoedwaarden betrekken bij ruimtelijke ontwikkelingen en stimuleren hoogwaardige nieuwbouw |
ET, H.5.2, 3 en 7 |
Doorlopend, sluit aan op lopende projecten |
|
Onderwerp |
Thema en hoofdstuk in Omgevings-programma |
Planning |
|
Verdiepen en verfijnen van de cultuurhistorische waardenkaart, ook samen met de stad. De kaart is duurzaam ontsloten via de gemeentelijke website. |
ET, H.5.2 en 3, EV, H.6.5 |
Na 2031 blijvend actualiseren met de stad. Samen met IV |
|
Zichtbaar maken van erfgoedstructuren |
ET, H.5.2 & H.7 |
Doorlopend, sluit aan op lopende projecten |
|
Extra aandacht voor kwaliteit en inrichting van de openbare ruimte in de beschermde stadsgezichten |
ET, H.5.2 |
Doorlopend, sluit aan op lopende projecten |
|
Aanpak Groen Erfgoed |
ET, H.5.4 |
Borging opbrengsten in omgevingsplan |
|
Overleg met partners Groen Erfgoed |
ET, H.5.4 |
Doorlopend, periodiek overleg, sturen op instandhouding Groen Erfgoed |
|
Onderzoeksagenda Archeologie |
ET, H.5.5 |
Evaluatie voorgaande periode |
|
Innovatie Archeologische onderzoeksmethodes |
ET, H.5.5 |
Doorlopend |
|
Aanpak controleren archeologische vindplaatsen vastgesteld |
ET, H.5.5 |
Doorlopend |
|
Bouwhistorie - bouwhistorische verwachtingskaart gereed en periodieke onderzoeksagenda |
ET, H.5.6 |
Evaluatie voorgaande periode, doorlopend |
|
Onderwerp |
Thema en hoofdstuk in Omgevings-programma |
Planning |
|
Aanpak nieuw Erfgoed monumentenzorg afgerond |
ET, H.5.7 |
Borging in omgevingsplan |
|
Online informatievoorziening monumentenzorg monitoren |
ET, H.5.7 |
Doorlopend |
|
Monitoren kwaliteit erfgoed en actieve handhaving |
ET, H.5.7 |
Doorlopend, in samenwerking met VTH |
|
Uitkomsten van de ontwikkelde methodiek brandveiligheidsrisico’s geborgd |
ET, H.5.7 |
Doorlopend, in samenwerking met VRU, RCE en eigenaren. Evaluatie voorgaande periode |
|
Aanpak Levensaders |
ET, H.5.7, EV, H6.2 |
Doorlopend, sluit aan bij lopende projecten |
|
Erfgoedagenda - o.a. actief het gesprek voeren over ruimtelijke kwaliteit, thematisch ophalen van kennis en uitvoeren van onderzoek met de stad |
ET, H.5.7, EV, H6.5 |
Doorlopend, onderzoeken met de stad |
|
Onderzoek fonds beleving erfgoed |
EV, H5.7.3 |
2026 e.v. |
|
Aanpak Religieus Erfgoed |
EV, H6.3 |
Evaluatie voorgaande periode, doorlopend |
|
Onderwerp |
Thema en hoofdstuk in Omgevings-programma |
Planning |
|
Aanpak Religieus Erfgoed - Opbrengsten onderzoeken methodes activeren ontmoetingsplek religieus erfgoed |
EV, H6.3 |
Na 2031: Opbrengsten evalueren, borgen |
|
Kennisdeling en publieksparticipatie |
EV, H6.4 |
Doorlopend |
|
Lespakket Amersfoorts erfgoed |
EV, H6.4 |
Na 2031, samen met LEU |
|
Jeugd actief betrekken bij erfgoed, o.a. juniorgidsen OMD |
EV, H6.4 |
Doorlopend |
|
Verhaal vertellen in de buurt: bij (her)inrichtingsplannen, tentoonstellingen in buurthuizen of bibliotheken en via informatieborden. |
EV, H6.4 |
Doorlopend |
|
Ondersteunen erfgoedorganisaties in de stad |
EV, H6.5 |
Doorlopend, door Toerisme |
|
Verbeteren toeristische informatievoorziening |
EV, H6.5 |
Doorlopend, door Toerisme |
|
Erfgoed inzetten bij profilering Amersfoort |
EV, H6.5 |
Doorlopend, door Toerisme |
9 FINANCIËN
Het uitgangspunt voor het Omgevingsprogramma Erfgoed is dat de uitvoering (zie hiervoor de uitvoeringsagenda) binnen de bestaande budgetten plaatsvindt. De doelen en acties die gerelateerd zijn aan de wettelijke taken realiseren we zodoende met de middelen die al beschikbaar zijn binnen het huidige beleid en de reguliere programma’s. Deze wettelijke taken vormen een groot deel van de opgave.
Toch zijn er enkele projecten vanuit de ambities die incidenteel extra budget vragen, bijvoorbeeld vanwege hun omvang, vernieuwende aanpak of samenwerkingsvorm. Dit extra budget is nodig om deze ambities in het Omgevingsprogramma Erfgoed te behalen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan onderzoek naar nieuw erfgoed, participatie en de aanpak van religieus erfgoed. Deze opdrachten gaan pas van start zodra er dekking beschikbaar is. Het College zal deze betrekken bij een eventuele herprioritering in de besteding van middelen of meenemen in de integrale afweging bij de Kadernota.
In dit hoofdstuk lichten we toe wat de geschatte kosten zijn. En op welke manier de financiële middelen bijdragen aan de realisering van de prioriteiten van het Omgevingsprogramma. Meer informatie over de doelen is terug te lezen in de specifieke hoofdstukken.
|
Onderwerp |
Kostenraming |
Doel |
|
Onderzoek nieuw erfgoed en participatie |
Incidenteel budget |
|
|
Aanpak Religieus Erfgoed |
Incidenteel budget |
|
|
Belevingsfonds Erfgoed |
Structureel budget |
|
|
Kennisdeling en publieksparticipatie |
Incidenteel budget |
|
|
Kennisdeling en publieksparticipatie |
Structureel budget |
|
|
Communicatie |
Structureel budget |
|
|
Educatie medewerker |
Structureel budget |
|
|
Bouwhistoricus |
Structureel budget |
10 MONITORING
Voor de monitoring van het Omgevingsprogramma Erfgoed sluiten we aan bij de methoden die de gemeente toepast bij de Amersfoortse Omgevingsvisie 2030-2040.
In de Omgevingsvisie staan geen specifieke meetbare waarden (KPI’s) voor erfgoed. Dat komt omdat het meten van kwaliteit in erfgoedzorg complex is. Ook in de landelijke en provinciale monitoring ligt de nadruk vooral op kwantitatieve gegevens, waarbij soms wel een link wordt gemaakt met de onderhoudsstaat van monumenten.
In het Omgevingsprogramma Erfgoed kiezen we daarom voor een praktische en lerende aanpak. We evalueren regelmatig de voortgang van projecten en delen de belangrijkste resultaten periodiek met de gemeenteraad en de stad. Zo houden we zicht op de ontwikkeling van het erfgoedbeleid en kunnen we waar nodig bijsturen. Periodiek bevragen we inwoners en monumenteneigenaren over onze dienstverlening en informatievoorziening.
Gegevens die we daarnaast bijhouden:
-
Aantal vergunningen waarbij archeologie en monumentenzorg onderdeel is van de beoordeling.
-
Publicaties naar aanleiding van bouwhistorisch en archeologisch onderzoek in bijvoorbeeld Kroniek en Jaarboek Flehite.
-
Aantal bezoekers bij onze open middagen Centrum voor Archeologie (woensdag- en vrijdagmiddag).
-
Aantal bezoekers tijdens de jaarlijkse Open Monumentendagen en Nationale Archeologiedagen.
-
Aantal gelezen berichten op sociale media.
Bijlage III Bijlage
BIJLAGE 1 - Begrippenlijst
Archeologie
Archeologie is de wetenschap die samenlevingen van de vroege prehistorie tot en met
de Tweede Wereldoorlog bestudeert aan de hand van voorwerpen en grondsporen. Deze
voorwerpen en grondsporen bevinden zich in de bodem en noemen we archeologische resten.
Archeologische onderzoeksagenda
In een archeologische onderzoeksagenda staat beschreven over welke archeologische
onderwerpen al veel bekend is en over welke onderwerpen juist heel weinig. Ook staan
er onderzoeksvragen op waar archeologen tijdens nieuw onderzoek aandacht aan kunnen
geven. Aan de hand van de onderzoeksagenda maken we keuzes vooraf, tijdens en na afronding
van archeologisch onderzoek.
Archeologische verwachtings- en beleidskaart
Op een archeologische beleidskaart staan gebieden waar we archeologische resten verwachten.
Naast gebieden waarvan bekend is dat er archeologische resten in de grond zitten en
waar niet meer. Aan al deze gebieden zijn beleidsregels gekoppeld; regels die aangeven
wat hier wel en niet mag.
Archeologische vindplaats
Een plaats met bewijs van menselijke activiteit uit het verleden, bewaard gebleven
in de bodem (in de vorm van archeologische resten) of zichtbaar in het landschap.
Beeldbepalend complex
Een groep van gebouwen of bouwwerken die waardevol zijn en samen het uiterlijk of
karakter van een straat, buurt of stadsdeel sterk bepalen.
Beeldbepalend pand
Een enkel gebouw of bouwwerk dat waardevol en herkenbaar is in zijn omgeving en positief
bijdraagt aan het beeld van een straat of stadsgezicht. Het gaat daarbij met name
om de uiterlijke verschijningsvorm.
Behoud in situ
Archeologische resten laten liggen op de plek waar ze zijn gevonden. Ze worden dus
niet opgegraven.
Behoud ex situ
Archeologische resten uit de bodem halen/opgraven. De vondsten worden in een depot
opgeslagen. De sporen leggen we op tekeningen en foto’s vast.
Belanghebbende
Persoon of organisatie die direct of indirect last heeft van of belang heeft bij ruimtelijke
besluiten (zoals een vergunning) of het behoud van erfgoed. Bijvoorbeeld een eigenaar,
buurtbewoner of erfgoedorganisatie.
Bevoegd gezag
De overheidsinstantie of persoon die volgens de wet de bevoegdheid heeft om besluiten
te nemen zoals vergunningen verlenen of weigeren, monumenten aanwijzen, toezicht houden.
Dit kan bijvoorbeeld het Rijk of de gemeente zijn.
Bij besluiten over erfgoed is in de meeste gevallen het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Alleen voor de aanwijzing van rijksmonumenten en bij sommige procedures voor archeologische monumenten is het Rijk het bevoegd gezag.
Booronderzoek
Archeologisch onderzoek waarbij met een grondboor wordt gekeken of er archeologische
resten in de bodem aanwezig zijn of kunnen zijn. Hierna kan men besluiten een vervolgonderzoek
te doen.
Bouwhistorie
De geschiedenis van een gebouw of bouwwerk: wanneer het gebouwd is, welke veranderingen
het heeft ondergaan, welke bouwstijl of materialen gebruikt zijn, en welke functies
het gehad heeft.
Kennis over de bouwhistorie helpt bij het waarderen van erfgoed en bij het beoordelen van wijzigingsplannen voor erfgoed. De bouwhistorie kan worden onderzocht door archiefonderzoek en met name aan de hand van bouwsporen in het gebouw.
Bureauonderzoek
Archeologisch onderzoek waarbij aan de hand van bekende archeologische, historische
en landschappelijke informatie de specifieke verwachting van een locatie wordt bekeken.
Tijdens dit onderzoek wordt niet gegraven in de bodem. Hierna kan men besluiten een
vervolgonderzoek te doen.
Cultuurhistorische analyse
Een cultuurhistorische analyse geeft inzicht in de historische ontwikkeling van een
gebied en analyseert de historische waarden. Het vormt een belangrijke basis voor
ruimtelijke ontwikkelingen of plannen in de openbare ruimte. De analyse biedt kaders
en inspiratie. De analyse bestaat uit drie delen: een biografie van het plangebied,
een waardering of waardestelling en kaders voor ontwikkeling.
Cultureel erfgoed - term vanuit de Omgevingswet
Alle waardevolle tastbare en niet-tastbare overleveringen van het verleden die belangrijk
zijn voor de cultuur, geschiedenis en identiteit van mensen en plekken. Onder de Omgevingswet
gaat het om behoud, bescherming en goede ontwikkeling van de fysieke leefomgeving.
Hier valt cultureel erfgoed ook onder.
Depot
Ruimte waar alle archeologische vondsten en opgravingsdocumentatie (niet digitaal)
worden opgeslagen.
Erfgoedcommissie en GAO
Erfgoedcommissie: een adviescommissie die zich richt op het erfgoedwaarden en beleid,
aanwijzing of wijzingen van monumenten. In Amersfoort spreken we over de subcommissie
Erfgoed binnen de gemeentelijke adviescommissie. Deze commissie beoordeelt aanvragen
voor aanwijzing of wijziging van monumenten. De commissie adviseert het college van
burgemeester en wethouders –gevraagd en ongevraagd- over alles wat te maken heeft
met het erfgoed in Amersfoort.
GAO = Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit: een gemeentelijke commissie die adviseert over de ruimtelijke kwaliteit van plannen. Erfgoedzaken kunnen daar onderdeel van zijn. De subcommissie Erfgoed is onderdeel van de GAO.
Erfgoedagenda
Een strategisch document waarin een gemeente samen met erfgoedpartners haar doelen,
prioriteiten en plannen voor erfgoed vastlegt: hoe zij omgaat met onderzoek, activiteiten
en ontwikkeling van erfgoed in de toekomst.
Erfgoedverordening
Een gemeentelijke verordening waarin regels staan voor de omgang met gemeentelijk
erfgoed: aanwijzingen, beschermingen, vergunningen, verplichtingen voor onderhoud,
etc.
In Amersfoort is dit voor het gemeentelijk erfgoed de Verordening fysieke leefomgeving Amersfoort (afkorting: ‘floA’) waarin het hoofdstuk Erfgoed de begrippen en regels bevat. Deze verordening wordt onderdeel van het gemeentelijke Omgevingsplan waarin alle regels voor de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd.
Fysieke leefomgeving
Het geheel van de fysieke ruimte om ons heen: gebouwen, wegen, groen, water, bodem,
lucht, en de functies die daar plaatsvinden (wonen, werken, recreatie). Onder de Omgevingswet
wordt de fysieke leefomgeving ruim opgevat en is erfgoed onderdeel van deze omgeving.
Gedecentraliseerd
Dit betekent dat bevoegdheden of taken zijn overgedragen van een hoger bestuursniveau
(bijv. Rijk) naar een lager bestuursniveau (provincie of gemeente). In erfgoedcontext:
gemeenten hebben meer taken gekregen in de bescherming van het erfgoed, ook als dat
door het Rijk is aangewezen. De gemeente is het bevoegd gezag in de Omgevingsvergunningprocedure
bij erfgoed en moet rekening houden met erfgoed in het Omgevingsplan.
Gemeentelijk beschermd stadsgezicht
Een gebied dat de gemeente beschermt vanwege de bijzondere samenhang, schoonheid,
cultuurhistorische of architectuurhistorische waarde en waarin één of meer monumenten
voorkomen.
Gemeentelijk monument
Een bouwwerk of archeologische vindplaats dat de gemeente beschermt vanwege zijn cultuurhistorische
waarde, schoonheid of betekenis. Bijvoorbeeld omdat het typisch is voor een tijdperk
of architectuurstijl. De regels die gelden voor gemeentelijke monumenten zijn vastgelegd
in het Omgevingsplan.
Landschapselementen
Herkenbare onderdelen van het landschap, zoals bomenrijen, houtwallen, sloten of dijken,
die belangrijk zijn voor de geschiedenis, het beeld en de ecologie van een gebied.
Monumentenzorg
Het geheel van beleidsmaatregelen, uitvoering, onderhoud en toezicht dat nodig is
voor het behoud van monumenten en gebouwd of ruimtelijk erfgoed. Omvat bijvoorbeeld
het aanwijzen van monumenten, het geven van subsidies, plantoetsing en het verlenen
van vergunningen, en toezicht op uitvoering.
Omgevingsplan
Een plan dat gemeenten opstellen op basis van de Omgevingswet met regels voor de fysieke
leefomgeving: bestemmingen, gebruik, bouwactiviteiten. Het plan bevat ook erfgoedregelgeving:
hoe omgegaan wordt met monumenten, beeldbepalende panden, stadsgezichten.
Omgevingsprogramma
Een gemeentelijk programma (uitvoeringsdocument) waarin acties, maatregelen en doelen
zijn opgenomen om de fysieke leefomgeving te verbeteren of in stand te houden. Het
geeft uitvoering aan de Omgevingsvisie en kan doorwerking hebben in het Omgevingsplan.
Omgevingsvergunning
De vergunning die soms nodig is voor het verrichten van bepaalde activiteiten in de
fysieke leefomgeving (zoals bouwen, slopen, veranderen, gebruik) op grond van de Omgevingswet.
Voor monumenten en andere beschermde panden kan een omgevingsvergunning extra voorwaarden
hebben.
Omgevingsvisie
Een strategisch document waarin de gemeente haar visie op de ontwikkeling van de fysieke
leefomgeving vastlegt voor de lange termijn: hoe zij ruimte, natuur, erfgoed, infrastructuur,
stad en landschap wil vormgeven. Erfgoedopgaven maken daar onderdeel van uit.
Opgraving
Het laatste gravende archeologische onderzoek waarbij alle archeologische resten uit
de bodem worden gehaald en gedocumenteerd.
Proefsleuvenonderzoek
Archeologisch onderzoek waarbij smalle sleuven of kleine putten worden gegraven. Er
wordt gekeken of archeologische resten aanwezig zijn en wat de aard, datering, omvang
en kwaliteit is van deze resten. Hierna kan men besluiten een vervolgonderzoek te
doen.
Rijksmonument
Een bouwwerk of terrein dat op basis van de Erfgoedwet door het Rijk is aangewezen
als monument vanwege nationaal belang (cultuurhistorisch, architectuurhistorisch,
archeologisch).
De rijksbescherming betekent dat bij wijzigingsplannen de vergunningregels voor monumenten vanuit de Omgevingswet gelden. In sommige gevallen heeft het Rijk hierbij een adviesplicht. Ook gelden voor de rijksmonumenten landelijke subsidieregelingen.
Rijksbeschermd stadsgezicht
Een gebied dat het Rijk beschermt vanwege zijn bijzondere ruimtelijke, architectuurhistorische
en/ of cultuurhistorische waarde.
De gemeente moet in het Omgevingsplan en bij ontwikkelingen rekening houden met de aanwezige waarden.
Waardering
Het vaststellen of erkennen van de waarde van een bouwwerk of gebied. Bijvoorbeeld
cultuurhistorische, architectuurhistorische, stedenbouwkundige of archeologische waarde.
Waardering is het fundament voor bescherming: zonder waardering geen monument of beeldbepalend pand.
BIJLAGE 2 - Het historische verhaal van Amersfoort
Hoe is Amersfoort eigenlijk geworden tot wat het nu is? En nog belangrijker, biedt dit verhaal van de stad ook prachtige aanknopingspunten om op door te kunnen bouwen? In dit hoofdstuk beschrijven we in het kort het verhaal van Amersfoort vanuit de historische ontwikkeling van de stad. Want je weet pas waar je naartoe kan gaan, als je snapt waar je vandaan komt. Dit verhaal is opgebouwd uit allemaal kleine verhalen. Want natuurlijk is er niet één verhaal. Ook komen er steeds nieuwe verhalen bij. Alle verhalen samen maken wel Het historische verhaal van Amersfoort.
Een rijke geschiedenis
De vele historische structuren, landschappelijke elementen en gebouwen zowel in de
binnenstad als in alle andere wijken geven inzicht in de ontwikkelingsgeschiedenis
van Amersfoort. De geschiedenis van de plek krijgt - mede door nauwgezet onderzoek
- een meerwaarde door de verhalen die ermee zijn verbonden.
Amersfoort ligt aan de voet van de Utrechtse Heuvelrug. Daar waar de heuvelrug overgaat in het landschap van de Gelderse Vallei aan de oostkant en de Eemvallei aan de noordkant komen vele beken bij elkaar in de rivier de Eem. Dit landschap waar droge hoogtes en natte laagtes elkaar snel afwisselden, zoals bij Nieuwland, was al aan het eind van de laatste IJstijd in trek bij de jagers-verzamelaars. Maar ook vele eeuwen later waren de hogere delen van het landschap in trek bij boeren. De hoogte van de Amersfoortse Berg werd door de boeren uit de Bronstijd benadrukt door grafheuvels op te werpen. De boeren uit de IJzertijd woonden en akkerden graag op de hogere gronden bij Wieken, Zielhorst en in Hoogland.
Vanaf ongeveer de 8ste-9de eeuw na Christus werd het hele grondgebied van Amersfoort geleidelijk aan ontgonnen en bewoond. Weede, Emiclaer, De Hoef en de zuidkant van de Leusderweg zijn de eerste plekken die zijn ontgonnen. Vanaf de 12de eeuw werd het mogelijk het grootste gedeelte van de moerasgronden in het noorden en het westen droog te leggen en ze geschikt te maken voor landbouw. Bij Hoogland ontstonden zo de Malehoeves, verspreid liggende boerderijen - waarvan een groot deel vandaag nog bestaat - die gezamenlijk de akkergronden onderhielden. Het lage en natte Laakgebied, waar Vathorst tegenwoordig ligt, is een van de laatste gebieden waar boeren zich vestigden. Ook de hoge en droge Amersfoortse Berg bleef nog heel lang een heide- en bosgebied.
De stad zelf is ontstaan op de plek waar twee doorgaande routes samenkwamen bij doorwaardbare plaatsen in de Eem; een “voorde in de Amer”. De routes van Wijk bij Duurstede naar Zwolle (via de Leusderweg en Hoogland) en van Utrecht naar Deventer (via de Vlasakkers en de Hogeweg) bestaan al vanaf de Vroege Middeleeuwen, maar zullen waarschijnlijk ook al in de Prehistorie aanwezig zijn geweest. De Eem ten slotte verbond De Gelderse Vallei met de Zuiderzee, Amsterdam en het kustgebied.
Door deze strategische ligging groeide Amersfoort van een agrarische nederzetting via een hof van de Utrechtse bisschop uit tot een stad met een regionale functie. Vanuit deze hof werd de omgeving bestuurd en werden ontginningswerkzaamheden geregeld. De strategische locatie dicht bij het vijandelijke Gelre was voor de bisschop de reden om Amersfoort in 1259 stadsrechten te verlenen. Dat betekende zelfbestuur, eigen rechtspraak en een eigen parochiekerk (de Sint-Joriskerk) voor de Amersfoorters in ruil voor trouw aan de bisschop. De heren van Amersfoort, die eerder de bisschoppelijke Hof in Amersfoort bewoonden (op de plek van de huidige Sint-Joriskerk) verhuisden naar kasteel Stoutenburg. Het ging de stad voor de wind en er werd veel geld verdiend met bier, textiel en de ossenhandel. Kort na elkaar werden twee stadsmuren gebouwd. De Eemhaven lag in eerste instantie binnen de muren, maar vanaf halverwege de 15de eeuw kwam die buiten de Koppelpoort te liggen. Na de middeleeuwse bloeiperiode stagneerde de groei. De middeleeuwse vesting bood tot diep in de 19de eeuw voldoende ruimte aan alle stedelijke ontwikkelingen. Dit betekent ook dat veel van de historische objecten en hun onderlinge samenhang bewaard zijn gebleven. Dit maakt dat het schilderachtige stadsbeeld in de thans nog zeer gave historische kern als rijksbeschermd stadsgezicht is aangewezen.
De stagnatie betekende echter niet dat de stad geen rol meer had in de regio. Amersfoort profiteerde in de periferie van de Republiek Holland in de 17de eeuw wel degelijk van de gunstige economische omstandigheden. Amersfoort werd een belangrijke producent van bombazijn, een geweven stof waar katoen (uit de haven van Amsterdam) en linnen (uit Duitsland) voor nodig was. Ook bleek de landbouwgrond die in eerste instantie gebruikt werd om granen voor onder andere de bierbrouwers te verbouwen zeer geschikt voor houtplantages (vooral ten zuiden van de stad) en de tabaksteelt (vooral ten oosten van de stad).
De overgang van de hoge berg naar de lagere reliëfrijke delen in het zuiden van de stad en het uitgestrekte land langs de Eem in het noorden werden geliefde locaties voor buitenverblijven van rijke stedelingen zoals Jacob van Campen die o.a. de vermaarde ‘Wegh de Weegen’ ontwierp en Everard Meyster die de Amersfoorters de bijnaam ‘Keientrekkers’ bezorgde. Parken als Randenbroek, Nimmerdor, Coelhorst en Schothorst zijn overblijfselen van dit soort buitenplaatsen.
In de 19de eeuw was Amersfoort niet langer het centrum van de tabak- en textielhandel. De komst van de spoorlijnen naar Zwolle, Apeldoorn en Kesteren (het latere PON-lijntje) in de tweede helft van die eeuw maakte de stad tot een knooppunt van spoorwegen. De wagenwerkplaats die net ten noorden van het centrale station werd aangelegd maakte dat de Spoorwegen vanaf 1930 de grootste werkgever van Amersfoort was en de aanjager van stedelijke groei. Langs de spoorlijnen en langs de Eem werden fabrieken gebouwd. Dit industriële erfgoed geeft de Wagenwerkplaats en De Nieuwe Stad hun unieke karakter.
Een andere aanjager van de stedelijke groei in de 19de en 20ste eeuw is de aanwijzing van Amersfoort als garnizoensstad. De centrale ligging bij het spoorknooppunt, de goedkope grond en ruimte voor grote oefenterreinen en de ligging bij de Grebbelinie (die vanuit Leusden langs het huidige Valleikanaal en de Eem richting Spakenburg liep) gaf de doorslag voor de bouw van de kazernes. De beschikbare ruimte was ook een goede locatie voor de opvang van 19.000 gevluchte Belgen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het Belgenmonument werd opgericht.
De groei van de stad maakte dat er behoefte was aan woningbouw buiten de binnenstad. De eerste uitbreidingswijken voor arbeiders verrezen bij de Koppel, in het Soesterkwartier en het Leusderkwartier. Op de Berg werd op particulier initiatief door befaamde tuinarchitecten een villawijk gepland, die inmiddels eveneens door het rijk als beschermd stadsgezicht is aangewezen.
Na de Tweede Wereldoorlog kampte ook Amersfoort met woningtekort. Volgens de modernistische bloembladtheorie waarbij de Onze-Lieve-Vrouwetoren het middelpunt vormde, werd een plan gemaakt om de stad harmonisch uit te breiden, ook richting het noorden en oosten. Dit was mogelijk door de aanleg van het Valleikanaal en de afsluiting van de Zuiderzee, waardoor het risico voor overstromingen een stuk was ingeperkt.
Vanaf 1984 was de behoefte aan nieuwe wijken groot, Amersfoort werd aangewezen als Groeistad. Eén van de meest vernieuwende wijken was Kattenbroek, met een uitgesproken stedenbouwkundig plan en bijzondere architectuur. Al tijdens de bouw werd deze wijk door architectuurliefhebbers bezocht. De laatste uitbreiding is de Vinex-wijk Vathorst waarin ook verschillende karakteristieke buurten met als thema ‘een wereld van verschil’ zijn te vinden.
BIJLAGE 3 - Geschiedenis van de erfgoedzorg in Amersfoort
In Amersfoort is er al heel lang veel waardering voor het ‘stadsschoon’. Historische gebouwen werden eeuwenlang als vanzelfsprekend hersteld en hergebruikt. Maar net als in veel andere steden vielen vanaf de 19de eeuw steeds meer historische gebouwen ten prooi aan de slopershamer. Oorzaken daarvan waren de opkomst van de industrie, de snelle groei van de stad en de schaalvergroting in de bebouwing die daarmee gepaard ging.
Erfgoedzorg wordt overheidstaak
Landelijk trok advocaat Victor de Stuers (1843-1916) in 1873 fel van leer tegen de
lakse houding van burgers en overheid ten opzichte van de historische omgeving. Met
zijn artikel ‘Holland op zijn smalst’ legde hij misstanden bloot. Zo wist hij te bereiken
dat er een afdeling van Kunsten en Wetenschappen werd opgericht, als onderdeel van
het ministerie van Binnenlandse Zaken. Samen met architect Pierre Cuypers (1827-1921)
ging hij de erfgoedbelangen in het land behartigen.
Ook in Amersfoort groeide het historisch besef. In 1882 werd de historische vereniging Flehite opgericht. Een van de eerste wapenfeiten was het voorkomen van de sloop van de Koppelpoort, die uiteindelijk in 1886 kon worden gerestaureerd met veel hulp van Pierre Cuypers. Dit leidde echter niet direct tot een ommekeer in de sloopwoede in de stad. Voorzitter Croockewit hield in het jaarverslag van Flehite jaarlijks een ‘afbraakkroniek’ bij. Daarnaast financierde hij uit eigen zak, samen met bestuurslid Tromp van Holst, restauratiewerkzaamheden in de stad. De vermogende bestuursleden kochten zelfs historische panden aan om deze te behoeden voor sloop. De markante trapgeveltjes van Havik 31-33 werden zo gered.
In 1903 werd een Rijkscommissie voor de Monumentenzorg ingesteld om een inventarisatie en beschrijving te gaan maken van het Nederlandse erfgoed. Men wilde in korte tijd komen tot een landelijke monumentenlijst en wetgeving. Naast Cuypers als voorzitter van de commissie werd dr. Jan Kalf (1873-1954) als secretaris aangesteld. Ze doorkruisten het land en de ‘Voorloopige lijst der Nederlandsche Monumenten van Geschiedenis en Kunst’ zag het licht. De provincie Utrecht was als eerste aan de beurt en Kalf was persoonlijk verantwoordelijk voor de inventarisatie en beschrijving van de Amersfoortse lijst met zo’n 120 gebouwen. Tijdens de werkzaamheden ondernam Kalf ook direct actie als hem sloopplannen ter ore kwamen. Zo kon hij de sloop van het Kapelhuis voorkomen, maar die van de sacristie bij de Sint-Joriskerk in 1905 niet. ‘Een schromelijk vandalisme’, aldus Kalf.
Amersfoortse Monumentenverordening 1922
In 1920 had de door het Rijk opgestelde ‘Voorloopige lijst’ van monumenten nog steeds
geen rechtsgeldigheid. De gewenste Monumentenwet kwam niet van de grond, dit zou nog
tot 1961(!) duren. Men was voor het behouden van monumentale gebouwen dus volledig
afhankelijk van de welwillendheid van eigenaren, wat lang niet altijd succesvol was.
De gemeente Den Haag loste dit als eerste op met een eigen monumentenverordening en -lijst. Amersfoort volgde als een van de eerste gemeenten vlak daarna. Eind 1921 legde de gemeentelijke ‘Commissie van Wetgeving’ een voorstel voor. Op 21 juni 1922 volgde de vaststelling van de definitieve ‘Verordening op de monumenten in de gemeente Amersfoort’ door de gemeenteraad. De totstandkoming van de eerste vastgestelde monumentenlijst werd daarin geregeld. Belangrijk was daarnaast de bepaling dat voor het slopen of wijzigen van de gebouwen op de lijst een vergunning was vereist.
Binnen de gemeentelijke Dienst Bouw- en Woningtoezicht werd A.J. van der Tol de eerste gemeentelijke monumentenzorger in die tijd. Hij had veel belangstelling voor historische gebouwen, ontwikkelde zijn kennis en voerde onderzoek uit aan de eerste monumenten. Hij maakte en begeleidde plannen voor restauraties en verbouwingen. Na de Tweede Wereldoorlog werd een apart gemeentelijk bureau Restauraties opgericht, waaraan J. Kapteijn leiding ging geven.
Wethouder Fons Asselbergs (*1940) gaf vanaf eind jaren 1970 een nieuwe impuls aan
het Amersfoortse Erfgoed, met monumentenambtenaar Cor van de Braber (1937-2022) als
bevlogen rechterhand. Er kwam veel aandacht voor het totale stadsbeeld, de eerste
stadsarcheoloog Moniek Krauwer (*1954) werd aangesteld en architectuurhistoricus Max
Cramer (*1954) werd aangesteld als specialist voor een nieuwe categorie monumenten:
de Jonge Bouwkunst uit de periode 1850-1940.
De gemeentelijke Erfgoedverordening is sinds 1920 diverse malen geactualiseerd. De
kern wordt nog steeds gevormd door de mogelijkheid voor de gemeente om Amersfoortse
monumenten aan te wijzen en daaraan regels te verbinden.
Monumentenwet 1961 en 1988
In 1961 was uiteindelijk pas de eerste landelijke Monumentenwet van kracht geworden.
Daarnaast bleef er een actief gemeentelijk monumentenbeleid en liep Amersfoort opnieuw
vooruit op het Rijk met de aanwijzing van jonge monumenten (periode 1850-1940) en
met een meer gebiedsgerichte bescherming van de historische binnenstad, die uiteindelijk
in 1984 door het Rijk werd aangewezen tot beschermd stadsgezicht.
In 1988 werd de Monumentenwet herzien, waarbij veel erfgoedtaken werden gedecentraliseerd
en de gemeente hiervoor verantwoordelijk werd.
Veertig jaar Centrum voor Archeologie
Op 2 februari 1984 kreeg Amersfoort een eigen stadsarcheoloog. Haar benoeming markeerde
het begin van een nieuw tijdperk voor de archeologie van de stad. Wat begon als een
deeltijdfunctie is inmiddels uitgegroeid tot het huidige ‘Centrum voor Archeologie’,
waar archeologen samenwerken met een grote groep vrijwilligers, stagiaires en een
flexibele schil van inhuurkrachten.
De aanstelling van eigen archeologen zorgde ervoor dat archeologisch onderzoek in Amersfoort goed was verankerd. Zelfs toen dit nog niet goed in een wet was geregeld, werd archeologisch onderzoek gedaan bij nieuwbouwprojecten. Vanaf het begin zijn de resultaten van deze onderzoeken bekend gemaakt aan het publiek. Amersfoort was bovendien de eerste gemeente met een archeologische beleidskaart.
Monumentencommissie
In de eerste Amersfoortse monumentenverordening uit 1922 was al bepaald dat er een
onafhankelijke deskundige commissie moest worden ingesteld die tot taak had Burgemeester
en Wethouders te adviseren over erfgoedzaken. De eerste taak van de commissie was
het uitbrengen van advies over de samenstelling van de gemeentelijke monumentenlijst.
Basis vormde de Voorloopige lijst van het Rijk, deze werd zorgvuldig geactualiseerd
en aangevuld. Daarnaast werden door de commissie in de eerste jaren de nodige sloop-
en verbouwplannen beoordeeld. Regelmatig werd daarbij ook de rijkscommissie benaderd,
in de persoon van de eerder genoemde Jan Kalf.
In de eerste decennia was de verhouding tussen de commissie en het gemeentebestuur nog moeizaam. Diverse voorstellen tot plaatsing op de monumentenlijst werden niet overgenomen en de commissie werd vaak niet of te laat betrokken bij ingrepen aan monumenten. Desondanks kon de sloop van veel markante monumenten worden voorkomen, zoals de bijzondere Gelderse gevel van Bloemendalsestraat 37.
Na de Tweede Wereldoorlog, onder burgemeester Moldendijk, keerde het tij. Ondanks de grote wederopbouwopgave was er ook veel aandacht voor het erfgoed in de stad. Dit leidde in die periode tot een enorme impuls en tot grote waardering in en buiten de stad. Molendijk bevorderde ook het gebruik van monumenten voor bijzondere, vaak culturele functies.
In alle latere erfgoedwetgeving is ook de verplichting opgenomen om wijzigingsplannen voor monumenten te laten beoordelen door een onafhankelijke deskundige commissie. Dit zorgt voor een zorgvuldige afweging en voorkomt willekeur. Wijzigingen aan monumenten zijn immers in de meeste gevallen onomkeerbaar. In de huidige situatie adviseert de Erfgoedcommissie in de procedures, als onderdeel van de integrale Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit (GAO).
Huidige situatie: Erfgoedwet en Omgevingswet
In de afgelopen decennia zijn de erfgoedtaken nog verder gedecentraliseerd. De gemeenten
zijn verantwoordelijk voor de meeste erfgoedtaken en zijn in vrijwel alle gevallen
het bevoegd gezag, ook voor de rijksmonumenten. De gemeente is zo het loket voor alle plannen die te maken hebben met erfgoed en verleent de vergunningen voor
erfgoedplannen. De gemeente kan daarbij een beroep doen op de specialistische kennis
van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). In bepaalde gevallen heeft de
RCE nog een formele adviesrol (aan het college van burgemeester en wethouders) in
de procedures bij erfgoed.
In de huidige situatie is alle wet- en regelgeving voor het erfgoed vastgelegd in de Erfgoedwet (2016), de Omgevingswet (2024) en de daarbij behorende besluiten en instructieregels. De Erfgoedwet definieert wat erfgoed is, regelt de aanwijzingsprocedure van rijksmonumenten en de zorg voor archeologische opgravingen. De Omgevingswet regelt met name de omgang met monumenten, zoals bijvoorbeeld de vergunningplicht bij het wijzigen van een monument.
BIJLAGE 4 - Wet- en regelgeving en beleidskaders
Landelijke Erfgoedwet en Omgevingswet
De landelijke wet- en regelgeving voor het erfgoed in de fysieke leefomgeving is vastgelegd
in de Erfgoedwet (2016) en de Omgevingswet (2024 en de daarbij behorende besluiten
en instructieregels. De Erfgoedwet definieert wat erfgoed is, regelt de aanwijzingsprocedure
van rijksmonumenten en de zorg voor archeologische opgravingen. In de Omgevingswet
is met name de omgang met monumenten geregeld zoals bijvoorbeeld de vergunningsregels
voor het wijzigen van een monument.
Gemeentelijk erfgoed
Naast het rijk kunnen ook provincies en gemeenten (archeologische of gebouwde) monumenten
en stadsgezichten aanwijzen en hieraan regels verbinden. Amersfoort heeft daarvoor
sinds 1922 een erfgoedverordening. In de huidige situatie is de erfgoedverordening
onderdeel van de integrale verordening fysieke leefomgeving Amersfoort (hierna: verordening
floA). De verordening floA is (voorlopig) een van de kaders voor het door de gemeente
aangewezen erfgoed, totdat de regels uit deze verordening zijn opgenomen in het Omgevingsplan.
De regels in de verordening floA gaan over aanwijzing, wijziging en bescherming van
erfgoed.
Omgevingsplan, Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma
Om uitvoering te geven aan de Omgevingswet moeten gemeenten een Omgevingsplan vaststellen,
waarin alle regels staan die gelden voor de fysieke leefomgeving. In dit Omgevingsplan
moet de gemeente rekening houden met erfgoedwaarden. Het erfgoed moet in het omgevingsplan
worden vastgelegd en hieraan moet een passende bescherming worden gekoppeld.
Het Omgevingsplan is in eerste instantie een samenvoeging van de eerdere bestemmingsplannen en gemeentelijke verordeningen. In de komende jaren worden deze documenten omgevormd tot een integraal Omgevingsplan. De uitgangspunten van de gemeentelijke Erfgoedverordening worden zo ook onderdeel van het integrale gemeentelijke Omgevingsplan.
De Omgevingsvisie is het instrument waarmee de gemeente richting geeft aan de plannen
voor de lange termijn. Het gaat om de hoofdlijnen van beleid voor de ruimtelijke ontwikkeling,
met belangrijke doelen voor wonen, werken, groen, mobiliteit en duurzaamheid. Erfgoed
vormt een overkoepeld thema dat als een rode draad door deze ontwikkelopgaven loopt.
In de Amersfoortse Omgevingsvisie (2023) vormt het erfgoed de basislaag, en is het
een belangrijk onderdeel van diverse ontwikkelopgaves. Het erfgoed draagt in Amersfoort
in grote mate bij aan een aantrekkelijke stad om in te wonen, te werken of om te bezoeken.
Erfgoed vormt daarmee een verbindende factor tussen de diverse ontwikkelopgaves uit
de visie:
-
Een inclusieve en aantrekkelijke stad om in te wonen
-
Een groene stad in een groene omgeving, die water omarmt
-
Een circulaire en CO2-neutrale stad
-
Een stad met een veelzijdige en veerkrachtige economie
-
Een stad waarin voorzieningen meegroeien.
In diverse Omgevingsprogramma’s werkt de gemeente de uitgangspunten van de visie verder uit. Dit gebeurt zowel thematisch als gebiedsgericht.
In dit Omgevingsprogramma Erfgoed zijn de uitgangspunten uit de Omgevingsvisie thematisch uitgewerkt. Vanuit de Omgevingsvisie is in de verstedelijkingsstrategie Ontmoeten het leidend en overkoepelend thema, dat inspeelt op belangrijke maatschappelijke behoeften. In de levensaders en ontmoetingsplekken die zijn benoemd in de visie kan erfgoed een belangrijke rol vervullen om invulling te geven aan dit thema.
De gemeente geeft uitvoering aan het erfgoedbeleid en de wetgeving van het rijk. Daarbij is er ook ruimte voor eigen prioriteiten en aanvullend gemeentelijk erfgoedbeleid. Voor de komende periode zijn deze ambities vastgelegd in dit thematische Omgevingsprogramma Erfgoed.
Wettelijke taken van de gemeente op het gebied van erfgoed
De gemeente heeft een belangrijke taak in het beschermen en ontwikkelen van het cultureel
erfgoed binnen haar grondgebied. Deze verantwoordelijkheid komt voort uit de Erfgoedwet,
de Omgevingswet en de daarbij behorende instructieregels en besluiten, zoals het Besluit
activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
Veel erfgoedtaken zijn in de afgelopen decennia gedecentraliseerd van rijk naar gemeente. De gemeente is het bevoegd gezag voor vrijwel alle processen en procedures bij erfgoed.
Aanwijzen en beschermen van erfgoed
De gemeente kan archeologische waarden, gebouwen, objecten of gebieden aanwijzen als
gemeentelijk monument of als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht.
De gemeente zorgt voor registratie en voor regels die het behoud van deze waarden waarborgen. Dit gebeurt in Amersfoort in de verordening floA en in het Omgevingsplan.
Roerend Erfgoed
Roerend erfgoed is alles dat verplaatsbaar is en historische waarde heeft. Roerend
erfgoed is alleen onderdeel van dit programma wanneer het direct is verbonden met
het onroerend erfgoed in de leefomgeving. Bijvoorbeeld de bodemvondsten in ons archeologische
depot. Ook waardevolle losse interieurelementen die horen bij een monument zijn roerend
erfgoed.
Onze gemeentelijke Erfgoedverordening (onderdeel van de Verordening fysieke leefomgeving Amersfoort - floA) biedt de mogelijkheid om dit soort voorwerpen of collecties aan te wijzen als beschermde gemeentelijk cultuurgoederen of verzamelingen. Om procedures en inzet te beperken kiezen we hier alleen voor als dit nodig is om verlies van waardevol roerend erfgoed te voorkomen.
Omgaan met erfgoed in ruimtelijke plannen
Bij alle ruimtelijke plannen en ontwikkelingen moeten zowel initiatiefnemers als de
gemeente rekening houden met aanwezige erfgoedwaarden. Bijvoorbeeld bij nieuwe bouwprojecten,
herinrichting van straten of gebiedsontwikkelingen. Daarbij wordt gekeken hoe cultuurhistorische
structuren, zichtlijnen en monumentale gebouwen behouden en waar mogelijk versterkt
kunnen worden. Zo draagt erfgoed bij aan de kwaliteit en herkenbaarheid van de fysieke
leefomgeving.
Vergunningen en advies
Voor aanpassingen aan monumenten of ingrepen in beschermde gebieden is vaak een omgevingsvergunning
nodig. Daarmee wordt voorkomen dat (soms onbedoeld) monumentale waarden verloren gaan.
De gemeente is het bevoegd gezag voor deze vergunningen -ook bij rijksmonumenten-
en laat zich adviseren door de onafhankelijke Erfgoedcommissie (onderdeel van de Gemeentelijke
Adviescommissie Omgevingskwaliteit, GAO). De commissie beoordeelt of plannen passen
bij de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied of gebouw.
Zorg voor archeologie
De gemeente is verantwoordelijk voor het behoud van archeologische waarden in de bodem.
De beleidsregels voor het ruimtelijk proces staan in het Omgevingsplan. Het is uiteindelijk
de gemeente die bepaalt of en welk archeologisch onderzoek nodig is. Het Centrum voor
Archeologie spreekt als archeologisch deskundige namens de gemeente. Amersfoort is
opgedeeld in meerdere gebieden. In die gebieden is er een archeologische verwachting
of een vastgestelde waarde. Deze gebieden kennen elk hun eigen regels. De gebieden
staan aangegeven op de gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidskaart.
Toezicht, handhaving en stimulering
De gemeente ziet toe op naleving van de regels rond monumentenzorg en archeologie.
Daarnaast stimuleert zij goed onderhoud en verduurzaming van erfgoed, onder meer via voorlichting, adviezen en subsidies aan eigenaren.
Erfgoed in het Omgevingsplan
De Omgevingswet schrijft voor dat we rekening houden met erfgoed in het Omgevingsplan.
Erfgoedwaarden zijn de waarden die belangrijk zijn voor onze geschiedenis en omgeving.
Erfgoedwaarden kunnen zijn:
-
Archeologische waarden: resten of sporen uit het verleden in de grond.
-
Objectwaarden: gebouwen en andere vaste objecten.
-
Ruimtelijke waarden: stadsgezichten, complexen, structuren en zichtlijnen.
-
Landschappelijke waarden: groen erfgoed en cultuurlandschappen.
-
Roerend erfgoed als dit is verbonden aan de fysieke leefomgeving.
-
Immateriële waarden: gebruiken of tradities die verbonden zijn met de fysieke omgeving.
Sommige erfgoedwaarden zijn al beschermd, zoals rijks- en gemeentelijke monumenten. Andere hebben geen formele status. Waar nodig koppelen we een passend beschermingsniveau aan het erfgoed, bijvoorbeeld door aanwijzing tot monument met bijbehorende vergunningsregels voor wijziging of sloop. Soms volstaan ook de bestaande regels in het Omgevingsplan, bijvoorbeeld om te voorkomen dat er wordt gebouwd in een waardevol groengebied.
Nieuw in de Omgevingswet is dat ook de omgeving van een monument moet worden beschermd. Hierbij kijken we bijvoorbeeld naar zichtlijnen, schaal, maat en beleving. Dit is een interdisciplinaire opgave die per locatie om een nadere uitwerking vraagt. Als daarvoor aanvullende juridische regels nodig zijn vraagt dit eerst om een belangenafweging, met uiteindelijk een eventuele borging via het Omgevingsplan.
Werkwijze
De belangrijkste stap is het inventariseren en in kaart brengen van erfgoedwaarden
op alle niveaus. Dat geldt zowel voor het bestaande, al beschermde erfgoed als voor
nieuwe, nog onbeschermde waarden.
In de verplichte cultuurhistorische paragraaf van een (deel)omgevingsplan leggen we deze waarden vast. Daarin vermelden we ook of extra bescherming nodig is. Soms is de bestaande regelgeving al voldoende. Als meer bescherming nodig is, volgt eerst een aanwijsprocedure. Daarbij worden eigenaren en belanghebbenden betrokken.
Proces erfgoed in Omgevingsplan en thematische wijziging Omgevingsplan
-
De gemeentelijke teams Archeologie en Monumentenzorg brengen de cultuurhistorische waarden in kaart, zowel op stadsniveau als per deelgebied.
-
Basis zijn de bestaande beschrijvingen, erfgoedkaarten en de Archeologische Beleidskaart.
-
Waar nodig vullen we deze aan en gebruiken we daarbij externe deskundigheid (bijv. voor landschappelijk erfgoed).
-
Per deelgebied zorgen we dat de informatie over erfgoed beschikbaar is bij de actualisering van het Omgevingsplan. Waar mogelijk starten we hier alvast mee. Een gebiedsbeschrijving en cultuurhistorische paragraaf vormt de basis.
-
Uitgangspunt voor de invoering van de oude bestemmingsplannen in het Omgevingsplan is in eerste instantie een beleidsneutrale overgang. Bestaande (erfgoed)regels gaan over naar het nieuwe plan.
-
Voor aanvullende -onbeschermde- erfgoedwaarden onderzoeken we wat nodig is voor bescherming en hoe urgent dat is.
-
Bij urgente gevallen starten we direct een aanwijsprocedure tot gemeentelijk monument. Eigenaren en belanghebbenden worden hierbij betrokken.
-
In andere gevallen wijzen we nieuw erfgoed aan in thematische rondes, via de aanwijsprocedures gevolgd door een thematische wijziging van het Omgevingsplan. In deze thematische ronde borgen we ook de regels die de Omgevingswet vraagt voor de omgeving van het monument. Deze laatste categorie vraagt om een integrale beleidsmatige afweging in een actualisatie van het omgevingsprogramma Erfgoed. Er spelen bij de omgeving van een monument meerdere belangen nu behalve de eigenaar van het monument ook de omgeving betrokken wordt.
-
Ook zonder aanvullende regels kunnen erfgoedwaarden soms al goed worden beschermd met bestaande ruimtelijke regels van het Omgevingsplan en met de algemene welstandsregels. Dat geldt vooral voor erfgoed met minder hoge waarden (zoals beeldbepalende of beeldondersteunende panden). Wanneer er voor een goede bescherming van deze panden aanvullende juridische regels gewenst zijn, bijvoorbeeld met een aanvullende sloopvergunningplicht, vraagt dat een extra procedure waarin eigenaren en belanghebbenden worden betrokken voordat het omgevingsplan kan worden gewijzigd.
Erfgoed in de verordening floA en het omgevingsplan
De oude gemeentelijke erfgoedverordening is opgenomen in de verordening fysieke leefomgeving
Amersfoort (floA).
Deze verordening regelt:
-
De aanwijzing van gemeentelijke monumenten (archeologisch en bouwkundig) en stadsgezichten.
-
De regels voor omgang met gemeentelijke monumenten en stadsgezichten (vergunningsregels).
Daarnaast zijn in oudere bestemmingsplannen regels opgenomen voor beeldbepalende panden (bijvoorbeeld de sloopvergunningplicht) en cultuurhistorische waarden. Deze regels nemen we over in het Omgevingsplan.
Overgang van de verordening floA naar het Omgevingsplan Amersfoort
We dragen zorg voor het up-to-date houden van de juridische bescherming van ons erfgoed.
De aanwijzing van gemeentelijk erfgoed is deels geregeld in de verordening fysieke leefomgeving Amersfoort.
De erfgoedregels uit de verordening fysieke leefomgeving Amersfoort (FloA) moeten voor 2032 overgezet worden naar het Omgevingsplan Amersfoort. Het Omgevingsplan vormt uiteindelijk het centrale gemeentelijke instrument voor alle regels over de fysieke leefomgeving, waaronder ook cultuurhistorie en erfgoed. Wanneer de bescherming van erfgoedwaarden nieuwe juridische consequenties heeft (voor eigenaren of belanghebbenden), vraagt dit eerst een (aanwijs)procedure of een aanvulling op dit Omgevingsprogramma (als het gaat om de ‘omgeving van het monument’ of bij ‘nieuwe beeldbepalende- of ondersteunende panden’ als er geen ander besluit daarover is genomen), waarin de belangen integraal worden gewogen. Daarna leggen we dit vast in een (thematische) wijziging van het Omgevingsplan.
Bij de eerste wijziging van het Omgevingsplan Amersfoort (OP-1) zijn onderdelen over erfgoed aan de zogenoemde bruidsschat toegevoegd, met name de artikelen die betrekking hebben op gemeentelijke monumenten (artikelen 22.236 en 22.240). Deze regels gelden naast de bepalingen van de verordening floA..
De verordening floA blijft dus (voorlopig) een van de kaders voor het door de gemeente aangewezen erfgoed, maar haar gelding is tijdelijk: zodra het definitieve omgevingsplan in werking treedt, gaan de regels over aanwijzing, wijziging en bescherming van erfgoed via het Omgevingsplan lopen.
Voor het rijksbeschermde erfgoed gelden de regels uit de Erfgoedwet.
Aanwijzingsprocedure gemeentelijke monumenten onder verordening floA en Omgevingswet
De aanwijzing tot gemeentelijk monument is geregeld in paragraaf VIII.3 van de floA.
In het kort gaat het om de volgende stappen.
Voortraject
Onderzoek naar monumentale waarden (redengevende beschrijving), het horen van belanghebbenden
(art. 4:8 Awb) en advies vragen aan de Erfgoedcommissie (art. 8.7 floA).
Besluit voornemen tot aanwijzing
Het besluit van het college met het voornemen om een onroerende zaak aan te wijzen
als gemeentelijk monument moet worden bekend gemaakt aan alle zakelijk gerechtigden.
Tegen dit besluit kunnen zienswijzen worden ingediend.
De voorbescherming treedt reeds in werking bij bekendmaking van het voornemen (art. 8.6 floA).
Besluit tot aanwijzing
In dit besluit worden de adviezen en zienswijzen afgewogen.
Tegen het besluit tot aanwijzing staan de mogelijkheden voor bezwaar en beroep open.
Aanwijzing
De aanwijzing tot gemeentelijk monument geschiedt via het wijzigingen van het Omgevingsplan.
Op dit wijzigingsbesluit is de uniforme voorbereidingsprocedure van afd. 3.4 Awb van
toepassing (art. 16.29 t/m 16.31 Omgevingswet).
Voortraject
Belanghebbenden moeten worden geïnformeerd omdat de UAV wordt toegepast (art. 3.13
Awb). In het voortraject vindt (aanvullend) onderzoek naar de monumentale waarden
plaats (opstellen redengevende beschrijving) en er wordt advies gevraagd aan de Gemeentelijke
Adviescommissie Omgevingskwaliteit (Erfgoedcommissie).
Voorbescherming
Dit vereist een voorbereidingsbesluit (art. 4.14 Omgevingswet). Dit moet binnen maximaal
1,5 jaar worden gevolgd door een definitief besluit.
Bekendmaking van het voornemen om het Omgevingsplan te wijzigen
Dit volgt uit art. 16.29 Omgevingswet. Dus het voornemen om het proces te starten
om een object als gemeentelijk monument aan te wijzen.
Kennisgeving van het ontwerp-omgevingsplan
Dit volgt uit art. 16.30 Omgevingswet.
De redengevende beschrijving en het advies van de commissie moeten met het ontwerpbesluit ter inzage worden gelegd (6 weken).
Tegen het ontwerp-wijzigingsbesluit kunnen zienswijzen worden ingediend.
Wijzigingsbesluit
Op basis van de adviezen en zienswijzen neemt het college van burgemeester en wethouders
een besluit. Tegen het wijzigingsbesluit staat beroep open. Het definitieve besluit
treedt in werking 4 weken na de bekendmaking.
Voornemen tot aanpassing aanwijzingsprocedure verordening floA
Er is een concept-wijziging van de floA in voorbereiding. Deze wijzigingen hebben
voor wat betreft de aanwijzingsprocedure m.n. betrekking op artikel 8.4 (wijziging
“naar aanleiding van een verzoek van een belanghebbende” i.p.v. “naar aanleiding van
een aanvraag van een belanghebbende”; deze wijziging in terminologie heeft echter
geen juridische consequentie), artikel 8.7 (wijziging naam commissie GAO, subcommissie
Erfgoed i.p.v. CRK subcommissie Erfgoed en vervallen van lid 3), artikel 8.8 (zo nodig
verlenging van de beslistermijn bij een aanwijzing op verzoek van een derde met 26
weken, dus in totaal 2x 26 weken) en artikel 8.9 (gemeentelijk erfgoedregister i.p.v.
monumentenlijst).
Regels vanuit Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en Besluit Activiteiten leefomgeving
(Bal)
Binnen de kaders van de Omgevingswet zijn regels over cultureel erfgoed opgenomen
in zowel het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) als het Besluit activiteiten leefomgeving
(Bal).
Artikel 5.130 van het Bkl bevat instructieregels die gericht zijn op het behoud van
cultureel erfgoed in het omgevingsplan. Deze regels hebben onder meer betrekking op
archeologische monumenten en andere cultuurhistorisch waardevolle elementen in de
fysieke leefomgeving. Gemeenten zijn hiermee verplicht om bij het vaststellen
van het omgevingsplan rekening te houden met het behoud en de bescherming van deze
waarden.
Daarnaast bevat artikel 5.131 van het Bkl instructieregels voor het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoederen. Deze regels zijn ook van toepassing wanneer het betreffende werelderfgoed zich buiten de eigen gemeentegrenzen bevindt.
In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is het onderwerp cultureel erfgoed verder uitgewerkt in hoofdstuk 13, dat regels stelt voor activiteiten die betrekking hebben op cultureel erfgoed. Hoofdstuk 14 van het Bal ziet specifiek op activiteiten die verband houden met werelderfgoed.
Hoewel binnen de gemeente Amersfoort geen werelderfgoed aanwezig is, zijn de bepalingen uit artikel 5.130 van het Bkl en hoofdstuk 13 van het Bal wél van toepassing. Deze vormen de basis voor het gemeentelijk beleid ten aanzien van het behoud, de bescherming en de zorgvuldige omgang met het cultureel erfgoed in Amersfoort.
Beeldbepalende en beeldondersteunende panden
Beeldbepalende panden hebben een cultuurhistorische waarde, vaak in relatie tot hun
omgeving. Meestal gaat het om de voorgevel of het uiterlijk van het pand. Eerder zijn
bij het opstellen van bestemmingsplannen, met name in beschermde stadgezichten, beeldbepalend
panden vastgelegd.
Het verbinden van een cultuurhistorische waardering aan panden (zonder monumentenstatus) kan ook in de toekomst onderdeel zijn van een actualisering van het Omgevingsplan. Deze panden kunnen (deels) worden beschermd met de bestaande ruimtelijke regels van het Omgevingsplan en met de algemene welstandsregels. Naast de term beeldbepalende panden wordt ook de term beeldondersteunende panden gebruikt. Wanneer er voor een goede bescherming van deze panden aanvullende juridische regels gewenst zijn, bv met een aanvullende sloopvergunningplicht, vraagt dat meer: hier zal eerst een integrale afweging moeten worden gemaakt via een actualisatie van het Omgevingsprogramma, waarna de waarden via een thematische wijziging kunnen worden geborgd in het Omgevingsplan.
Actueel beleid van rijk en provincie
We sluiten met het Omgevingsprogramma Erfgoed aan bij beleid, trends en accenten van
Rijk en Provincie. Landelijk gezien richt het ministerie van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap (OCW) zich op de bescherming en de duurzame ontwikkeling van het cultureel
Erfgoed. OCW is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling en de Rijksdienst voor
het Cultureel Erfgoed (RCE, Amersfoort) adviseert en voert dit beleid uit.
Provincie Utrecht heeft doelstellingen voor Erfgoed vastgesteld in haar Provinciale Omgevingsvisie (POVI) en de provinciale verordening. De provinciale doelstellingen zijn uitgewerkt in het Omgevingswetprogramma Cultuur en Erfgoed 2025-2028.
Naast de algemene doelstellingen voor de bescherming van erfgoed, zijn er in het erfgoedbeleid van het rijk en provincie diverse speerpunten geformuleerd, zoals:
-
De complexe verduurzamingsopgave en energietransitie voor het erfgoed.
-
Klimaatadaptatie (voor archeologie: is in situ behoud nog mogelijk?);
-
De inpassing van erfgoed in ruimtelijke transities.
-
Toekomstig archeologisch onderzoek en omgang met het bodemarchief bij grootschalige ruimtelijke opgaven.
-
Groen- en landschappelijk erfgoed.
-
De actualisering van de monumentenlijst met de Post ’65 periode.
-
Erfgoedparticipatie en de maatschappelijke waarden van erfgoed, beleefbaar erfgoed (Verdrag van Faro - kadertekst toevoegen in hoofdstuk Erfgoed Verbindt).
-
Provincie Utrecht: Gemeentegrens-overschrijdende structuren zoals de Grebbelinie;
-
Toekomst Religieus Erfgoed.
-
Militair erfgoed en Conflicterfgoed uit de Tweede Wereldoorlog.
-
Provincie Utrecht: Het bekend en beleefbaar maken van de Utrechtse archeologie en bijbehorende verhalen. De provincie stelt geld beschikbaar voor publieksbereik en ook door publieksprojecten rond opgravingen aan te moedigen.
-
De provincie Utrecht stimuleert het opstellen van gemeentelijke archeologische onderzoeksagenda’s en geeft daarvoor subsidie.
STAMU en MEBUG
Bij de uitvoering van erfgoedtaken en het opstellen van erfgoedbeleid werkt de gemeente
Amersfoort samen met regionale en provinciale partners, waaronder het STAMU, Het Steunpunt
Archeologie en Monumenten Utrecht. Het STAMU is een samenwerkingsverband van Landschap
Erfgoed Utrecht en Mooisticht en wordt gefinancierd door de provincie Utrecht.
Elke vier jaar doet het STAMU een groots opgezet onderzoek naar het Erfgoedbeleid van de gemeenten in de provincie Utrecht: de Monitor Erfgoedbeleid Utrechtse Gemeenten (MEBUG). Het STAMU geeft daarmee ook uitvoering aan de taak van het rijk om toe te zien op de kwaliteit van de gedecentraliseerde erfgoedzorg door de gemeenten. Voorheen was dit een taak van de landelijke Erfgoedinspectie. De zorgvuldige rapportages hebben daarmee ook een formele basis in het stelsel van de zorg van de overheid voor het erfgoed.
In 2022 verscheen het MEBUG-rapport de Wegwijzer voor de Toekomst. De algemene conclusie is dat veel gemeenten in de provincie moeite hebben om hun wettelijke erfgoedtaken uit te voeren, door beperkte capaciteit, grote transitieopgaven en andere nieuwe aandachtspunten zoals verduurzaming, groen erfgoed en participatie. Ook neemt de specialistische kennis en deskundigheid op het gebied van erfgoed af. Dit sluit aan bij de uitkomsten van het landelijke onderzoek Erfgoed en Overheid.
Het MEBUG-rapport geeft adviezen om het erfgoed in Amersfoort beter te beschermen en zichtbaar te maken. Het gaat om gebouwen, landschappen, archeologie en structuren met historische waarde. De opbrengsten van dit rapport zijn verwerkt in dit Omgevingsprogramma Erfgoed.
Aanbevelingen MEBUG rapport voor de Amersfoortse erfgoedzorg uit 2022
Een belangrijke aanbeveling uit het MEBUG-rapport voor Amersfoort is om de cultuurhistorische
waarden goed in beeld te brengen met kaarten en documenten, zoals de Cultuurhistorische
Waardenkaart. Met de Waardenkaart brengen we in beeld welke erfgoedwaarden nog een
vertaling vragen naar het Omgevingsplan (daar waar dit nieuwe juridische consequenties
heeft volgt eerst een (aanwijs)procedure). Ook wordt geadviseerd om duidelijke regels
op te nemen in het beleid, zodat erfgoed bij ruimtelijke ontwikkelingen niet verloren
gaat.
Daarnaast vraagt het rapport aandacht voor groen erfgoed, zoals parken, oude bomen, lanen, houtwallen en historische watergangen. Deze elementen zijn belangrijk voor de identiteit van de stad én voor het klimaat. Ze kunnen helpen bij het zichtbaar maken van routes en het verbinden van gebieden. Ook thema’s als militair erfgoed, religieus erfgoed, en gebouwen uit de periode na 1965 (de zogenaamde Post65-architectuur) worden in het rapport genoemd als waardevol.
Tot slot benadrukt het rapport het belang van participatie en samenwerking. Inwoners, erfgoedorganisaties en andere betrokkenen moeten actief worden meegenomen bij het maken van plannen. Ook wordt geadviseerd om de kennis over erfgoed te vergroten, bijvoorbeeld via educatie, informatie, bijeenkomsten en het delen van goede voorbeelden. Op deze manier blijft het erfgoed van Amersfoort niet alleen goed beschermd, maar ook beleefbaar voor iedereen - nu en in de toekomst.
Algemene uitgangspunten voor gebouwd erfgoed
Gebouwd erfgoed wordt beschermd en beheerd op basis van een aantal algemene, langdurig
geldende uitgangspunten. Het belangrijkste principe is “behoud gaat voor vernieuwen”:
het streven is om bestaande monumentale waarden zoveel mogelijk te behouden en her
te gebruiken, in plaats van te vervangen door nieuwbouw. Daarbij wordt gewerkt volgens
de restauratieladder, die stap voor stap afweegt welke ingrepen nodig en verantwoord
zijn - van onderhoud en herstel tot eventuele reconstructie. Deze aanpak sluit aan
bij nationale en internationale verdragen en richtlijnen, zoals het Verdrag van Granada
(1985) en het Verdrag van Faro (2005), die benadrukken dat erfgoed niet alleen materiële
waarde heeft, maar ook betekenis
voor identiteit, leefomgeving en gemeenschapsgevoel. Samen vormen deze principes het
fundament voor zorgvuldig omgaan met gebouwd erfgoed, waarbij kwaliteit, duurzaamheid
en respect voor de geschiedenis centraal staan.
Algemeen (inter)nationaal archeologisch beleid
In het landelijk archeologisch beleid zijn spelregels opgesteld voor het opsporen,
waarderen en veiligstellen van archeologische resten. Het landelijke archeologische
beleid is geregeld in de Erfgoedwet en de Omgevingswet. De basis van het beleid is
het Verdrag van Malta dat in 1992 door de lidstaten van de Europese Unie is ondertekend.
Vijf belangrijke afspraken uit dit verdrag zijn in de Erfgoedwet en de Omgevingswet
overgenomen.
1 Behoud in situ
Een van de afspraken gaat over behoud in situ van archeologische resten. Archeologische
resten zijn direct verbonden met de bodem. Wanneer iemand in de bodem wil graven bijvoorbeeld
omdat hij een huis wil bouwen, verliezen archeologische resten hun informatie of kunnen
de resten worden helemaal worden vernietigd. Omdat de bodem vaak de beste garantie
is voor een goede conservering van archeologische resten moeten deze zo veel als mogelijk
op de oorspronkelijke plek in de bodem bewaard blijven. Archeologen kunnen dan in
de toekomst de resten onderzoeken met betere methodes en andere vragen. Er wordt dus
alleen opgegraven als bewaren in de bodem niet mogelijk is.
2 Ruimtelijke proces
Een andere afspraak uit het Verdrag van Malta heeft met het ruimtelijke proces te
maken. Om behoud in situ mogelijk te maken, is het belangrijk dat iedereen al vroeg
in het proces van de ruimtelijke ordening rekening houdt met de archeologische resten
die mogelijk de grond zitten. In de Omgevingswet is dit op verschillende manieren
geregeld. Belangrijk is dat duidelijk moet zijn welke archeologische resten waar aanwezig
zouden kunnen zijn.
3 Opgraven
Soms is het niet te voorkomen dat archeologische resten verdwijnen door nieuwbouw
of graafwerk. In dat geval moet er eerst archeologisch onderzoek worden gedaan. In
de Erfgoedwet staat wanneer en onder welke voorwaarden archeologische resten mogen
worden opgespoord en onderzocht.
-
Dit mag alleen als het opgravingsbedrijf een certificaat heeft.
-
De organisatie moet het onderzoek volgens vastgestelde regels uitvoeren. Er moet bijvoorbeeld binnen twee jaar een rapport worden geschreven waarin de resultaten van het uitgevoerde onderzoek staan.
-
De vondsten moeten worden overgedragen aan een archeologisch depot. Ook moeten kwetsbare vondsten worden geconserveerd.
-
Het depot is de eigenaar van de vondsten die tijdens een archeologisch onderzoek zijn gevonden. Voorwerpen die niet tijdens zo’n onderzoek zijn gevonden, maar bijvoorbeeld met een metaaldetector, noemen we toevalsvondsten. Een archeologische toevalsvondst moet worden gemeld bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Bij een toevalsvondst treedt de zogenaamde schatvindersregeling in werking: als de eigenaar van het object niet meer kan worden achterhaald, is de vondst het gedeelde eigendom van de vinder en de grondeigenaar van de plaats waar het object is gevonden.
4 De verstoorder betaalt
In Nederland is ervoor gekozen om de ‘verstoorder’ te laten betalen voor het archeologisch
onderzoek, ofwel de opdrachtgever van de graafwerkzaamheden. Dit staat ook in de Erfgoedwet.
Zijn de kosten voor het onderzoek te hoog? Dan kan het een goede oplossing zijn om
de plannen aan te passen, zodat de resten in de grond kunnen blijven liggen.
5 Uitwisseling van kennis
Twee andere belangrijke afspraken uit het Verdrag van Malta zijn niet in een wet geregeld.
Het gaat om de uitwisseling van kennis met andere archeologen in het binnen- en buitenland.
Ook moeten de onderzoeksresultaten zo veel als mogelijk worden verteld aan de samenleving.
Dit sluit aan bij het Verdrag van Faro.
Algemene beleidskaders voor bouwhistorie
Zowel op Europees als landelijk en regionaal niveau zijn er beleidskaders voor bouwhistorie
geformuleerd.
1 Europees beleid: Verdrag van Malta
Met het ondertekenen van het verdrag van Malta (officieel: het Verdrag van Valletta,
1992) verplichtten de deelnemende Europese landen zich om erfgoedwaarden vroegtijdig
mee te nemen bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals bouwprojecten of infrastructurele
werken. Toegespitst op de bouwhistorie betekent dit dat ook historische gebouwen en
structuren - zeker als ze nog niet beschermd zijn - tijdig onderzocht moeten worden
bij plannen voor verbouwing, sloop of herontwikkeling. Zo kan belangrijke kennis over
bouwfasen, technieken of oorspronkelijke functies worden veiliggesteld, voordat een
gebouw verandert of verdwijnt.
2 Landelijk beleid: Erfgoedwet en Omgevingswet
Bij de implementatie van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving is
bouwhistorie te beperkt ingevuld - feitelijk door een simpele vertaalfout: bouwhistorie
valt in internationale context namelijk onder het begrip archaeology, zoals in het
Verdrag van Malta is gehanteerd, maar niet onder de Nederlandse vertaling archeologie,
zoals het in de Erfgoedwet (2016) is opgenomen. Bouwhistorie mist daardoor een wettelijk
beleids- en financieringskader, zoals archeologie dit bijvoorbeeld wél heeft.
3 Landelijk beleid: Faro
Het Verdrag van Faro stelt niet specifiek de bouwhistorie centraal, maar richt zich
op de maatschappelijke en verbindende waarde van cultureel erfgoed in het algemeen.
Het benadrukt de participatie en de maatschappelijke waarde van erfgoed, waaronder
bouwkundig erfgoed, en stimuleert burgers om deel te nemen aan het bepalen, bewaren
en doorgeven van erfgoed, waardoor de betrokkenheid bij en het behoud van gebouwen
worden vergroot en erfgoed beter kan worden ingezet voor sociaal-maatschappelijke
doelen.
4 Provinciaal beleid: Omgevingsprogramma
De provincie Utrecht ziet bouwhistorie niet als opzichzelfstaand beleidsterrein, maar
als integraal onderdeel van erfgoed- en ruimtelijke ordening, waarvoor ze in het provinciaal
Omgevingsprogramma de bescherming van cultureel erfgoed, kennisdeling en netwerkvorming,
stimuleren van kwaliteitsbehoud en de bevordering van regionale samenwerking als doelen
heeft geformuleerd.
5 Gemeentelijk beleid
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is cultuurhistorie (inclusief bouwhistorie)
expliciet genoemd in de wet als belang om rekening mee te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen.
Het wordt gestimuleerd en ondersteund door de overheid, vooral via de RCE, maar de
concrete toepassing en verplichtstelling ligt grotendeels bij gemeenten. Het moet
in Nederland dus op lokaal niveau worden geregeld. Er bestaan duidelijke verschillen
in de manier waarop de gemeenten het bouwhistorisch onderzoek regelen, maar in de
meeste gemeenten speelt bouwhistorie (nog steeds) een ondergeschikte rol in het beleid.
Bouwhistorisch onderzoek vindt in Amersfoort voor het overgrote deel plaats naar aanleiding van vergunningverlening. Hierbij wordt waarde gehecht aan het verkrijgen van medewerking door overreding en enthousiasmering van de eigenaar dan aan het vastleggen in strikte regelgeving. Door bouwhistorisch onderzoek in een vroeg stadium van de planvorming te (laten) uitvoeren, kunnen de restauratie- en verbouwingsplannen indien nodig tijdig worden bijgesteld, waardoor de extra kosten die de planaanpassing met zich meebrengen voor de eigenaar beperkt kunnen blijven. Aansturing vindt plaats vanuit Monumentenzorg, uitvoering gebeurt door externe bouwhistorici.
Amersfoort heeft korte tijd - vanaf 2002 - een gemeentelijke bouwhistoricus gehad, waardoor naar een aantal afzonderlijke panden uitgebreid onderzoek kon worden gedaan. De resultaten hiervan zijn voor een belangrijk deel onder de aandacht van een breed publiek gebracht in het boek Middeleeuwse huizen in Amersfoort dat in 2005 werd gepubliceerd.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl