Beleidsregel Beoordeling levensgedrag gemeente Epe

Geldend van 09-06-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel Beoordeling levensgedrag gemeente Epe

De burgemeester van Epe en het college van burgemeester en wethouders van Epe,

Overwegende, dat het gewenst is om een beleidsregel vast te stellen voor de uitleg van slecht levensgedrag;

Gelet op:

  • -

    Artikel 2:25 lid 4 en 5, 2:28 lid 3, 2:39 lid 5, 2:81 lid 5 en 6, en 3:5 lid 1 van de APV

  • -

    Artikel 8 en artikel 35 van de Alcoholwet,

  • -

    Artikel 30d, vierde lid, onder a en artikel 30f, eerste lid, onder c van de Wet op de kansspelen in samenhang met artikel 4 van het Speelautomatenbesluit 2000;

  • -

    Artikel 4:81 tot en met artikel 4:84 en artikel 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht,

BESLUITEN:

Ieder voor zover het de eigen bevoegdheden betreft, de volgende beleidsregel vast te stellen:

Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Epe

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen

  • -

    APV: Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Epe;

  • -

    Beheerder: de natuurlijke persoon die de feitelijke leiding heeft in het bedrijf;

  • -

    Belastingdienst: de Rijksbelastingdienst;

  • -

    Bibob-toets: een toets van de burgemeester op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob);

  • -

    Burgemeester: de burgemeester van de gemeente Epe;

  • -

    College: het college van burgemeester en wethouders van Epe;

  • -

    Exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico het bedrijf wordt uitgeoefend;

  • -

    IND: de Immigratie- en Naturalisatiedienst;

  • -

    Informatiebronnen: bronnen die worden geraadpleegd om levensgedrag te toetsen:

  • -

    Justitieel Documentatie Systeem: het register met daarin misdrijven door en overtredingen van natuurlijke personen en rechtspersonen;

  • -

    Leidinggevende: de natuurlijke persoon die de feitelijke leiding heeft in de horeca-inrichting;

  • -

    Nederlandse Arbeidsinspectie: de toezichthouder van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, wiens toezicht is gericht op de naleving van de wet- en regelgeving over

  • -

    arbeidsomstandigheden, de arbeidsmarkt, arbeidsverhoudingen en het socialezekerheidsstelsel;

  • -

    Pleegdatum: datum waarop het feit is gepleegd;

  • -

    RIEC: Regionaal Informatie- en Expertise Centrum;

  • -

    Slecht levensgedrag: een of meerdere gedraging(en) van een exploitanten, of leidinggevende of beheerder van een vergunningplichtige inrichting die aanleiding geeft dan wel geven om een

  • -

    vergunning of bijschrijving van een leidinggevende te weigeren dan wel een vergunning in te trekken.

Artikel 1.2 Reikwijdte beleidsregel

Met deze beleidsregel vullen de burgemeester en het college in hoe zij uitvoering geven aan de beoordeling van het levensgedrag, zoals bedoeld in de APV, de Alcoholwet en de wet op de kansspelen.

Artikel 1.3 Toepassing beleidsregel

Deze beleidsregel is van toepassing op alle bedrijven en activiteiten, waarvoor ingevolge de Alcoholwet, Wet op de kansspelen dan wel de APV een vergunningplicht geldt en waarbij de burgemeester dan wel het college de bevoegdheid heeft de vergunning te weigeren of in te trekken, indien de exploitant, de leidinggevende of de beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is

Artikel 1.4 Informatiebronnen

  • 1. De burgemeester dan wel het college toetst het levensgedrag van exploitanten, leidinggevenden en beheerders bij de aanvraag van een exploitatievergunning, bij een verzoek tot wijziging van de vergunning, dan wel op ieder moment dat dit nodig wordt geacht.

  • 2. De burgemeester dan wel het college onderbouwt bij de weigering dan wel intrekking van de exploitatievergunning welke feiten of omstandigheden reden zijn om het levensgedrag tegen te werpen.

  • 3. De burgemeester dan wel het college weegt bij de toets van het levensgedrag diverse gegevens in samenhang.

  • 4. De belangrijkste informatiebronnen, die hierbij gebruikt worden zijn:

    • a.

      Informatie van de politie;

    • b.

      Het Justitieel Documentatie Systeem;

    • c.

      Handhavingsgegevens en overige gegevens waarover de gemeente beschikt;

    • d.

      Informatie uit een Bibob-toets;

    • e.

      Informatie uit openbare bronnen.

  • 5. Indien noodzakelijk kan de burgemeester dan wel het college via het RIEC-informatie uitwisselen met de Nederlandse Arbeidsinspectie, FIOD, de provincie, de Koninklijke Marechaussee, het UWV, de NVWA, de Belastingdienst, de douane en de IND.

Artikel 1.5 Medewerkingsplicht

Exploitanten, leidinggevenden en beheerders verlenen medewerking aan toezichthouders, delen informatie proactief en zijn eerlijk over de feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan en relevant zijn voor het beoordelen van het levensgedrag.

Artikel 1.6 Beoordeling levensgedrag

  • 1. De burgemeester dan wel het college bepaalt per geval, of er sprake is van slecht levensgedrag dat moet leiden tot het weigeren of intrekken van de vergunning.

  • 2. De toetsing vindt plaats naar aanleiding van de vergunningaanvraag of een bijschrijving van een leidinggevende of beheerder.

  • 3. De burgemeester dan wel het college kan het levensgedrag opnieuw beoordelen indien er gedurende de looptijd van een vergunning sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden, naar aanleiding van signalen over de onderneming of naar aanleiding van signalen over een andere onderneming van dezelfde exploitant. Bij de toetsing weegt de burgemeester dan wel het college alle relevante feiten en omstandigheden in samenhang met en in relatie tot de vergunning.

  • 4. De volgende feiten en gedragingen kunnen in ieder geval worden betrokken bij de beoordeling van het levensgedrag:

    • a.

      Gedragingen die zijn verwoord in processen-verbaal of mutaties van de politie;

    • b.

      Gedragingen die zijn neergelegd in rapportages van toezichthouders;

    • c.

      Gedragingen die blijken uit strafrechtelijke procedures;

    • d.

      Strafrechtelijke veroordelingen, transacties en strafbeschikkingen;

    • e.

      Zaken waarin het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is verklaard;

    • f.

      Zaken die zijn geseponeerd;

    • g.

      Het structureel overtreden van wet- en regelgeving waarvoor bestuursrechtelijke maatregelen, zoals boetes of lasten onder dwangsom, kunnen worden opgelegd of zijn opgelegd.

  • 5. In de bijlage bij deze beleidsregel is een niet-limitatief overzicht opgenomen van feiten die In ieder geval meewegen in de toets op levensgedrag. De bijlage wordt met deze beleidsregel vastgesteld.

Hoofdstuk 2 Nadere uitwerking per type bedrijf of activiteit

Artikel 2.1 Ieder type bedrijf of activiteit

Bij de beoordeling van het levensgedrag van exploitanten, leidinggevenden en beheerders van ieder type bedrijf of activiteit, worden de volgende factoren betrokken:

  • a.

    Type inrichting;

  • b.

    Periode waarin de feiten zijn gepleegd. In beginsel worden alleen feiten die zich hebben voorgedaan in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het besluit meegenomen in de beoordeling. Indien er sprake is van een patroon of een hoge frequentie van (soortgelijke) feiten, kunnen ook gedragingen of veroordelingen die langer dan vijf jaar voorafgaand aan het besluit hebben plaatsgevonden, in de beoordeling worden betrokken. Dit geldt ook voor informatie van de Belastingdienst en overige fiscale feiten. Daarbij wordt gekeken naar de aard en de omvang van de informatie en of sprake is van een patroon om te beoordelen of dit relevant is voor de toets op levensgedrag.

  • c.

    Bij de berekening van de periode van vijf jaar gelden de volgende uitgangspunten:

    • de pleegdatum is leidend;

    • voor de berekening van de laatste vijf jaar telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of voorlopige hechtenis is ondergaan niet mee;

    • de peildatum voor het vaststellen van de periode van vijf jaar is de datum van het primaire besluit over het levensgedrag op de aanvraag van de exploitatievergunning, de tussentijdse bijschrijving van een exploitant, leidinggevende of beheerder dan wel de intrekking van de exploitatievergunning;

  • d.

    Type feiten. Er is sprake van gedragingen die naar hun aard en ernst de vrees rechtvaardigen dat de aanwezigheid van de exploitant, leidinggevende of beheerder -als verantwoordelijke voor de exploitatie van het bedrijf of de activiteit- een bedreiging vormt voor de openbare orde, veiligheid of de kwaliteit van het woon- en leefklimaat in de buurt. Ook kan rekening worden gehouden met gedragingen die op zichzelf niet reeds als ernstig in vorenbedoelde zin worden beschouwd, maar die in samenhang met andere gedragingen een bepaald gedragspatroon opleveren dat voormelde vrees rechtvaardigt.

  • e.

    Mate van samenhang van de gedragingen met de activiteit waarvoor de vergunningplicht geldt, evenals gedragingen die een exploitant of leidinggevende in de privésfeer heeft begaan kunnen bij de beoordeling worden betrokken;

  • f.

    De omstandigheid of er een sanctie is opgelegd en de zwaarte van deze sanctie. Het is niet vereist dat er een sanctie is opgelegd om een feit mee te kunnen nemen in de beoordeling van het levensgedrag. Bij een sepot kan het feitencomplex informatie bevatten over de

  • g.

    Houding en het gedrag van de exploitant, de leidinggevende of beheerder die relevant is voor de toets op het levensgedrag. Het delict zelf zal niet worden meegenomen in de beoordeling, maar relevante informatie over houding en gedrag wel. De leeftijd op pleegdatum en huidige leeftijd van de exploitant, leidinggevende of beheerder. Ook feiten gepleegd als minderjarige, kunnen bij de beoordeling worden betrokken;

  • h.

    De omstandigheid of de exploitant, leidinggevende of beheerder verwijtbaar of nalatig betrokken is geweest bij een inrichting waarvan de vergunning is ingetrokken op grond van artikel 31 lid 1 onder c van de Alcoholwet dan wel op grond de APV, of een pand dat voor ten minste een maand is gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, artikel 174a Gemeentewet, artikel 17 Woningwet, dan wel een andere op grond van artikel 149 van de Gemeentewet vastgestelde verordening.

Artikel 2.2 Horecabedrijf waar alcohol wordt geschonken

De burgemeester weegt bij de beoordeling van het levensgedrag van exploitanten en leidinggevenden van inrichtingen waar alcohol wordt geschonken, alcoholgerelateerde feiten verzwaard mee.

Artikel 2.3 Seksinrichtingen en escortbedrijven

De burgemeester dan wel het college kijkt bij de beoordeling van het levensgedrag van exploitanten en beheerders van seksinrichtingen en escortbedrijven onder andere naar persoonlijke omstandigheden en de achtergrond van de exploitant en de beheerder om te bepalen of het levensgedrag een risico vormt op het laten werken van (mogelijke) slachtoffers van misstanden in de inrichting.

Artikel 2.4 Vergunningplichtige vechtsportevenementen

De burgemeester dan wel het college kijkt bij de beoordeling van het levensgedrag van de vergunningaanvrager van vechtsportevenementen onder andere naar persoonlijke omstandigheden en de achtergrond van de vergunningaanvrager om te bepalen of het levensgedrag een risico vormt.

Hoofdstuk 3 Overige bepalingen

Artikel 3.1 Afwijkingsbevoegdheid

De burgemeester dan wel het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de beleidsregels. Dit is mogelijk als het handelen overeenkomstig de beleidsregels in een concreet geval voor een of meer belanghebbenden zou leiden tot nadelige of voordelige gevolgen in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

Artikel 3.2 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking.

Artikel 3.3 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel beoordeling levensgedrag Epe 2026.

Ondertekening

Epe, 26 mei 2026

Burgemeester

dhr. dr. T.C.M. Horn

Het college van burgemeester en wethouders

de burgemeester,

dhr. dr. T.C.M. Horn

de gemeentesecretaris,

dhr. mr. F.E. Contant

Bijlage bij de Beleidsregel beoordeling levensgedrag Epe 2026

Overzicht van de meest relevante feiten en gedragingen

De onderstaande lijst betreft een niet-limitatieve opsomming van feiten en gedragingen die meewegen in de beoordeling van het levensgedrag.

  • 1.

    Geweldsdelicten en vernieling

    Mishandeling

    (Poging tot) Moord of doodslag

    Overige misdrijven tegen het leven

    Openlijke geweldpleging tegen goederen of personen

    Vernieling, vandalisme, baldadigheid

    Brandstichting

  • 2.

    Alcoholgerelateerde feiten

    Rijden onder invloed van alcohol

    Aanstalten maken om te rijden onder invloed van alcohol

    Weigeren ademanalyse

    Openbaar dronkenschap, openlijk of hinderlijk gebruik van alcohol

  • 3.

    Drugsgerelateerde feiten

    Bezit, handel en vervaardigen van hard- en softdrugs en/of productiemiddelen voor hard- en softdrugs

    Openlijk of hinderlijk gebruik van drugs

    Rijden onder invloed van drugs en/of verboden medicijnen

    Drugsafval

  • 4.

    Wapens en munitie

    Bezit, transport en/of handel in wapens of munitie als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie

    Schiet- of steekpartijen

    Overtredingen wet Victoria

  • 5.

    Vermogensdelicten

    Verduistering

    Heling

    Chantage en/of afpersing

    Witwassen

    Fraude

    Vals geld aanmaken en/of vals geld uitgeven

    Oplichting en flessentrekkerij

  • 6.

    Zedendelicten en mensenhandel

    Zedendelicten

    Gijzeling of ontvoering

    Mensenhandel, arbeidsuitbuiting en mensensmokkel

  • 7.

    Niet meewerken met de politie en toezichthouders en het niet opvolgen van rechtelijke uitspraken

  • 8.

    Wederspannigheid

    Niet voldoen aan bevel of vordering

    Valsheid in geschrifte

    Valse aangifte Vals ID opgeven

    Weigeren bloedproef

    Weigeren vervangend (urine) onderzoek

    Rijden tijdens rijverbod

    Rijden terwijl rijbewijs is ingevorderd

    Rijden tijdens rijontzegging

    Overtreding huisverbod

    (Poging tot) Omkopen ambtenaar in functie

  • 9.

    Openbare orde en APV/ VFL

    Hinderlijk gedrag

    Samenscholing, ongeregeldheden en ordeverstoringen

    Afsteken vuurwerken op verboden plaatsen of buiten gestelde tijden

    Verkoop illegaal vuurwerk

    Geluidshinder

    Openbare orde sluiting op last van de burgemeester

    Meerdere malen overtreden vergunningvoorschriften

  • 10.

    Wegenverkeerswet

    Joyriding

    Snelheidsovertreding

    Agressief rijgedrag

    Onveilig rijgedrag

    Verkeersongeval met letsel

    Verlaten plaats na verkeersongeval

    Rijden met vals kenteken

    Onverzekerd rijden

  • 11.

    Overig

    Diefstal

    Overval

    Zakkenrollerij

    Straatroof

    Discriminatie

    Belediging

    Bedreiging

    Intimidatie Stalking

    Cybercrime

    Misdrijven Wet op de kansspelen (WOK)

    Huisvredebreuk

    Chantage

    Machtsmisbruik

Toelichting

Exploitanten, leidinggevenden en beheerders hebben een belangrijke verantwoordelijkheid voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de onderneming en de openbare orde en veiligheid. Zij dienen verstoring van de openbare orde, zoals overlast, criminaliteit, geweld en alcoholmisbruik (en andersoortige verdovende middelen) te voorkomen en te beperken. Daarnaast zijn zij verantwoordelijk voor (de veiligheid van) hun personeel, bezoekers en de directe omgeving van de onderneming en voor het signaleren en melden van misstanden, waaronder drugshandel, mensenhandel en uitbuiting. Voor meerdere vergunningen die de burgemeester dan wel het college op grond van de Algemene plaatselijke verordening van Epe en de Alcoholwet kan verlenen, geldt daarom dat exploitanten, leidinggevenden en beheerders ‘niet in enig opzicht van slecht levensgedrag’ mogen zijn. Bij de invulling van dit criterium komt de burgemeester dan wel het college beoordelingsruimte toe. Per geval moet hij onderbouwen welke feiten of omstandigheden reden zijn om het levensgedrag tegen te werpen. Deze beleidsregel geeft een nadere invulling van het begrip ‘levensgedrag’ zoals opgenomen in de APV en de Alcoholwet. Zij bevat een uiteenzetting van de gegevensbronnen die de burgemeester dan wel het college raadpleegt en de wijze waarop die informatie wordt betrokken bij de besluitvorming. Toepassing van de toets op levensgedrag, is een reventieve toets om risico’s voor de openbare orde en veiligheid of het goede woon- en leefklimaat te beperken. Slecht levensgedrag is een (zelfstandige) grond om de vergunning te weigeren of in te trekken, te weigeren om leidinggevenden of beheerders bij te schrijven op de vergunning of om extra voorwaarden aan de vergunning te verbinden.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2.1

Openbare gelegenheden zijn er in uiteenlopende soorten en maten. Elke categorie en grootte zal vragen om een andere afweging door het soort publiek dat het aantrekt, de openingstijden die het heeft of de ligging. Ze brengen daarom verschillende risico’s en verantwoordelijkheden voor de exploitant en leidinggevende met zich mee.

Artikel 2.2

Exploitanten en leidinggevenden hebben een voorbeeldfunctie en zijn verantwoordelijk voor hun bezoekers. In het kader van deze verantwoordelijkheid moeten zij bezoekers er bijvoorbeeld van weerhouden bepaalde middelen in te nemen. Alcoholgerelateerde feiten zijn daarom relevant voor de toets op levensgedrag. Bij horecabedrijven waar alcohol wordt geschonken wegen overtredingen als rijden onder invloed van alcohol en openbaar dronkenschap zwaar mee in de beoordeling.

Artikel 2.3

Schuldenproblematiek en betrokkenheid bij (huiselijk) geweld en drugshandel zijn voorbeelden van omstandigheden die iets kunnen zeggen over het referentiekader van de exploitant of beheerder. Bij de beoordeling wordt dan ook gekeken naar persoonlijke omstandigheden en de achtergrond van betrokkene om te bepalen of het levensgedrag een risico vormt.

Mensenhandelgerelateerde feiten, uitbuiting en geweldsdelicten worden verzwaard meegewogen in verband met het welzijn van de sekswerkers.

Artikel 2.4

Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de oproep van de Nederlandse Vechtsportautoriteit. Dat een antecedent in de privésfeer is gepleegd, verhindert niet dat het bij de beoordeling van levensgedrag betrokken wordt. Geweld, alcoholmisbruik en illegaal gokken zijn fenomenen die met regelmaat geconstateerd worden bij vechtsportevenementen. Bij de beoordeling van het levensgedrag van de aanvrager van een vergunning voor, dan wel de organisator van, het vechtsportevenement worden geweldsdelicten, alcoholgerelateerde feiten en feiten die gerelateerd zijn aan illegaal gokken dan ook verzwaard meegewogen.