Regeling vervalt per 01-01-2027

Subsidieregeling sociaal domein Zoetermeer 2027

Geldend van 05-06-2026 t/m 31-12-2026

Intitulé

Subsidieregeling sociaal domein Zoetermeer 2027

Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer;

overwegende dat het gemeentebestuur onderwijskansen en toeleiding naar duurzaam werk, bestaanszekerheid, kansrijk, veilig en gezond opgroeien en maatschappelijke ondersteuning en gezondheid wil bevorderen door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen;

gelet op de Algemene subsidieverordening Zoetermeer 2016;

besluit vast te stellen de Subsidieregeling sociaal domein Zoetermeer 2027.

H1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Wat willen we bereiken

De gemeente Zoetermeer verstrekt subsidies voor onderwijskansen en toeleiding naar duurzaam werk, bestaanszekerheid, kansrijk, veilig en gezond opgroeien en maatschappelijke ondersteuning en gezondheidsbevordering. Daarmee ondersteunt de gemeente verenigingen en organisaties die activiteiten willen aanbieden die bijdragen aan het realiseren van de gemeentelijke beleidsdoelen zoals beschreven in het onderwijs achterstandenbeleid Zoetermeer en het beleid hierop vanaf 2027 dat nu wordt ontwikkeld, Beleid Meedoen met Meerwaarde, Actieagenda Financiële Bestaanszekerheid 2026-2029, Verordening Jeugdhulp Zoetermeer 2025 | Lokale wet- en regelgeving en de nota lokaal gezondheidsbeleid 2024-2027.

Voor de thema’s ‘Onderwijskansen en toeleiding naar duurzaam werk’ en ‘Kansrijk, veilig en gezond opgroeien’ staat het versterken van het gewone leven van gezinnen centraal. Daarbij is het uitgangspunt dat vroegtijdig of onnodig labelen en medicaliseren wordt voorkomen, en dat ondersteuning zoveel mogelijk aansluit bij de eigen kracht van kinderen, jongeren en hun opvoeders.

Deze subsidieregeling vormt het kader voor subsidieaanvragen voor het jaar 2027. Aanvragen voor 2027 richten zich op onderstaande thema's en doelstellingen:

Onderwijskansen en toeleiding naar duurzaam werk

  • A.

    Het bieden van gelijke onderwijskansen aan kinderen en het verkleinen van onderwijsachterstanden.

  • B.

    Het beperken van uitval in het onderwijs en het bevorderen van uitstroom naar duurzaam werk.

Bestaanszekerheid

  • C.

    Het versterken van financiële bestaanszekerheid en grip van inwoners op hun geldzaken.

  • D.

    Het voorkomen en/of vroegtijdig aanpakken van problematische schulden en geldzorgen.

Kansrijk, veilig en gezond opgroeien

  • E.

    Het voorkomen en/of beperken van problemen bij het opvoeden en opgroeien door vroegtijdig passende en effectieve ondersteuning te bieden aan ouders en jeugdigen.

Maatschappelijke ondersteuning en gezondheidsbevordering

  • F.

    Het versterken van de sociale basis en de veerkracht en zelfredzaamheid van inwoners door inwoners te ondersteunen om een actieve rol te spelen in hun buurt, in gemeenschappen en het verenigingsleven.

  • G.

    Het bevorderen van een (meer) inclusieve en diverse stad waar inwoners zichzelf kunnen zijn en zich vrij en veilig voelen zich te uiten.

  • H.

    Het creëren van een veilig vangnet en een effectieve ondersteuningsstructuur voor inwoners die zorg of ondersteuning nodig hebben maar deze (nog) niet vragen.

  • I.

    Het bevorderen van mentale en fysieke gezondheid en welbevinden van inwoners.

Artikel 2 Definities

  • -

    Asv: Algemene Subsidieverordening Zoetermeer 2016.

  • -

    Awb: Algemene wet bestuursrecht.

  • -

    College: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer.

  • -

    Daadwerkelijk bereik: Het aantal unieke inwoners van Zoetermeer dat gedurende het subsidietijdvak daadwerkelijk deelneemt aan of direct wordt bereikt met een gesubsidieerde activiteit, vastgesteld aan de hand van registratie of andere betrouwbare gegevens.

  • -

    Directe deelnemer: Een inwoner van Zoetermeer die daadwerkelijk deelneemt aan of direct wordt bereikt met een activiteit, zoals bedoeld in deze subsidieregeling.

  • -

    Factoren: Risico , beschermende en positieve factoren die volgens wetenschappelijke inzichten van invloed zijn op het realiseren van de maatschappelijke doelen, zoals benoemd in deze subsidieregeling.

  • -

    Interventie: Een afgebakende, doelgerichte en systematische methode met een duidelijke werkwijze, doelgroep en beoogd effect, gericht op het beïnvloeden van één of meer bepalende factoren.

  • -

    Leefwereld: De sociale en fysieke omgevingen waarin inwoners zich bevinden en waarin activiteiten kunnen worden uitgevoerd, zoals thuis, op school, werk, in de wijk, verenigingen en online.

  • -

    Potentieel bereik: Het totaal aantal inwoners van Zoetermeer dat op basis van de kenmerken van de doelgroep in aanmerking kan komen voor deelname aan een activiteit, zonder dat dit betekent dat zij daadwerkelijk deelnemen.

  • -

    Samenwerkingspartner: Een organisatie of instelling waarmee de subsidieaanvrager afspraken heeft gemaakt over de uitvoering, inhoud en/of financiering van (onderdelen van) de gesubsidieerde activiteiten. Zoals bij jeugd de Lokale Teams Jeugd.

  • -

    Sociale basis: Het geheel aan informele en formele netwerken en organisaties, ontmoetingsplekken en laagdrempelige voorzieningen dat inwoners faciliteert om elkaar te ontmoeten en te ondersteunen, en daarmee de veerkracht en zelfredzaamheid van de samenleving versterkt.

  • -

    Thema: Thema's waar deze subsidieregeling zich op richt zijn: 1) onderwijskansen en toeleiding naar duurzaam werk, 2) bestaanszekerheid, 3) kansrijk, veilig en gezond opgroeien, 4) maatschappelijke ondersteuning en gezondheidsbevordering

  • -

    Voorziening: Een structurele, vrij toegankelijke en laagdrempelige fysieke locatie binnen de gemeente Zoetermeer waar inwoners zonder indicatie of aanmelding terechtkunnen voor ontmoeting, ondersteuning of participatie, gericht op versterking van de sociale basis.

Artikel 3 Toepassingsbereik

  • 1. Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 5 bedoelde activiteiten.

  • 2. De Asv is van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken.

H2 Subsidieaanvraag

Artikel 4 Wie kan subsidie aanvragen?

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die:

  • 1.

    activiteiten uitvoert in Zoetermeer, voor de Zoetermeerse inwoners;

  • 2.

    geen winstoogmerk heeft voor de activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd;

  • 3.

    kennis heeft van de lokale situatie en binding heeft met Zoetermeer door een relevant lokaal netwerk of samenwerking met relevante partners in Zoetermeer.

Artikel 5 Welke activiteiten komen voor subsidie in aanmerking?

Er kan subsidie worden aangevraagd voor subsidiabele activiteiten die zich richten op een of meerdere van onderstaande factoren en die daarmee bijdragen aan één of meerdere van de genoemde doelen binnen een thema.

1. Onderwijskansen en toeleiding naar duurzaam werk

  • A.

    Het bieden van gelijke onderwijskansen aan kinderen en het verkleinen van onderwijsachterstanden.

  • B.

    Het beperken van uitval in het onderwijs en het bevorderen van uitstroom naar duurzaam werk.

Factor

Definitie

Subsidiabel

Schoolprestaties

De mate waarin een leerling de leerdoelen van het onderwijs bereikt, uitgedrukt in bijvoorbeeld cijfers, voortgang en ontwikkeling.

Activiteiten gericht op het verbeteren van schoolprestaties van kinderen in de leeftijd van 2-12 jaar, zoals vastgelegd in het gemeentelijk onderwijskansenbeleid.

Talentontwikkeling 

Het bieden van gelijke kansen aan kinderen in kwetsbare wijken, gericht op persoonlijke ontwikkeling, in samenwerking met de basisscholen.

Activiteiten in groepsverband voor kinderen in de leeftijd 4-12 jaar, gericht op persoonlijke ontwikkeling, zoals de Talentenacademie en activiteiten, uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van schoolbesturen, die vallen onder de afspraken over brede scholen.

Peuteropvang

Opvang aan peuters in de leeftijd 2-4 jaar, 2 dagdelen per week, 4 uur per dag. Het aanbod wordt aangeboden op de locaties met voorschoolse educatie.

Peuteraanbod op de locaties met voorschoolse educatie voor kinderen die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag en geen indicatie voor Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) hebben.

Ouderbetrokkenheid

Betrokkenheid van ouders bij de (onderwijs)ontwikkeling van hun kind.

Activiteiten gericht op ouders van kinderen met een onderwijsachterstand, zoals vastgelegd in het gemeentelijk onderwijskansenbeleid.

Schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten

Er is sprake van schoolverzuim als de leerling een deel of geheel niet deelneemt aan het onderwijsprogramma.

Een voortijdig schoolverlater is een jongere die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaat. Een startkwalificatie is een diploma HAVO, VWO of MBO 2 of hoger.

Activiteiten gericht op het voorkomen van schoolverzuim en schooluitval of voortijdig schoolverlaten.

Passend Onderwijs

Een onderwijszorgaanbod dat aansluit bij de ondersteuningsbehoefte van iedere leerling met als doel optimale ontwikkeling en participatie binnen een inclusieve leeromgeving. Dit omvat ook de onderwijskwaliteit.

Activiteiten gericht op het versterken van de onderwijszorgstructuur. De activiteiten moeten aansluiten bij het gedachtegoed van Bert Wienen. Bert Wienen stelt dat passend onderwijs minder moet draaien om labels en diagnoses, en meer om het versterken van de schoolomgeving en leerkrachten, zodat zij beter kunnen omgaan met verschillen tussen leerlingen.

Bijvoorbeeld:

  • -

    Instandhouding speciaal onderwijs (SO, VSO)

  • -

    Schoolbegeleiding (testen en deskundigheidsbevordering)

2. Bestaanszekerheid

  • C.

    Het versterken van financiële bestaanszekerheid en grip van inwoners op hun geldzaken.

  • D.

    Het voorkomen en/of vroegtijdig aanpakken van problematische schulden en geldzorgen.

Factor

Definitie

Subsidiabel

Armoede

Mensen zijn arm wanneer ze onvoldoende geld hebben om van te leven en/of onvoldoende kansen hebben om mee te doen in de samenleving.

Activiteiten die integraal bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van negatieve gevolgen van armoede, in het bijzonder bij kinderen uit arme gezinnen.

Bijvoorbeeld:

  • -

    Informatie en advies aan inwoners (waaronder jongeren) gericht op het versterken van financiële vaardigheden en zelfredzaamheid

  • -

    Administratieve hulp bij het op orde krijgen en houden van de financiële administratie

  • -

    Tijdelijke materiële hulp gericht op het voorzien in noodzakelijke basisbehoeften, zoals voeding

  • -

    Tijdelijke ondersteuning voor inwoners met een laag inkomen gericht op deelname aan sport, cultuur en sociale activiteiten, voor zover deze ondersteuning direct bijdraagt aan het wegnemen van financiële belemmeringen voor participatie

  • -

    Gezinsgerichte interventies gericht op het doorbreken van intergenerationele armoede

Niet subsidiabel zijn onder andere:

  • -

    Structurele ondersteuning in basisbehoeften zonder aantoonbare link met individuele armoedeproblematiek of zonder ondersteunend traject, zoals ondersteuning bij menstruatiearmoede

  • -

    Structurele compensatie van vaste lasten, energie- of woonkosten

  • -

    Algemene of niet-doelgroepgerichte prijscompensaties of marktinterventies

  • -

    Structurele financiering van reguliere dienstverlening of voorzieningen voor inwoners met een laag inkomen

Schulden

Het hebben van problematische en/of niet-problematische financiële schulden, leningen, krediet- of financiële problemen en/of het vertonen van problematisch financieel (leen)gedrag.

Preventieve activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van negatieve gevolgen van schulden.

Bijvoorbeeld:

  • -

    Informatie, advies en voorlichting aan inwoners over het voorkomen en het aanpakken van schulden

  • -

    Innovatieve en integrale interventies voor vroegsignalering van schulden

Financiële basisvaardigheden

Kunnen lezen, schrijven en rekenen is nodig om de huishoudfinanciën te kunnen beheren. Ook digitale vaardigheden, bijvoorbeeld bij gebruik van online bankieren, zijn noodzakelijk.

Activiteiten gericht op het vergroten van de toegang en het financieel redzaam maken van inwoners die in armoede en/of schulden leven.

Bijvoorbeeld:

  • -

    Financiële educatie aan inwoners gericht op het op orde krijgen en houden van geldzaken (kennis, begrip, vaardigheden en /of gedrag)

De volgende activiteiten zijn niet subsidiabel:

  • -

    Financiële educatie binnen het onderwijs

3. Kansrijk, veilig en gezond opgroeien

  • E.

    Het voorkomen en/of beperken van problemen bij het opvoeden en opgroeien door vroegtijdig passende en effectieve ondersteuning te bieden aan ouders en jeugdigen.

Factor

Definitie

Subsidiabel

Opvoeding en gezinsfunctioneren

Omvat verschillende aanpasbare opvoedstijlen die ouders kunnen inzetten, zoals ouderlijk toezicht, ouder-kind communicatie, betrokkenheid en ondersteuning door ouders. Gezinsfunctioneren omvat aspecten van het gezinsleven, zoals relatie tussen ouders, communicatie, problemen oplossen en conflictmanagement.

Preventieve activiteiten die bijdragen aan het versterken van het gezinsfunctioneren, positief opvoedgedrag van ouders en verzorgers bevorderen en negatief opvoedgedrag voorkomen en/of beperken. Zoals het versterken van opvoedvaardigheden en ouderlijke steun, het stimuleren van ouderlijke warmte en sensitief-responsief opvoedgedrag en het beperken en/of voorkomen van inconsequente en hardhandige opvoedstijlen.

Psychische problemen

Onder psychische problemen vallen: depressie, gedragsproblematiek, psychopathologie, paranoia, stemmingswisselingen, mentale aandoeningen, mentale gezondheidsproblemen, slaapproblemen, eetstoornis, onbegrepen gedrag.

Preventieve activiteiten die psychische problemen bij jeugdigen voorkomen en/of (in een vroegtijdig stadium) beperken. Behandeling is niet subsidiabel.

Sociaal-emotionele vaardigheden

De vaardigheden die betrekking hebben op het herkennen en omgaan met eigen emoties en de omgang met anderen.

Preventieve activiteiten die sociaal-emotionele vaardigheden van jeugdigen versterken, zoals het herkennen en omgaan met eigen emoties en de omgang met anderen, zelfeffectiviteit, empathie, coping, zelfregulatie en zelfvertrouwen.

Gehechtheidsrelatie

Een langdurige, affectieve relatie tussen ouder/verzorger en kind. De kwaliteit van de gehechtheidsrelatie kan variëren van veilig tot verschillende vormen van onveilig.

Preventieve activiteiten die bijdragen aan een veilige gehechtheidsrelatie en/of bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van een onveilige gehechtheidsrelatie.

Negatieve levensgebeurtenissen

Hieronder vallen onder andere: scheiding of relatiebreuk van ouders, stressvolle gebeurtenissen, misbruik, trauma, verwaarlozing, mishandeling, directe en indirect blootstelling aan rampen, gedwongen migratie, mensensmokkel, slachtofferschap (intimidatie, geweld, discriminatie).

Preventieve activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van gevolgen van negatieve en ingrijpende levensgebeurtenissen en trauma.

4. Maatschappelijke ondersteuning en gezondheidsbevordering

  • F.

    Het versterken van de sociale basis en de veerkracht en zelfredzaamheid van inwoners door inwoners te ondersteunen om een actieve rol te spelen in hun buurt, in gemeenschappen en het verenigingsleven.

  • G.

    Het bevorderen van een (meer) inclusieve en diverse stad waar inwoners zichzelf kunnen zijn en zich vrij en veilig voelen zich te uiten.

  • H.

    Het creëren van een veilig vangnet en een effectieve ondersteuningsstructuur voor inwoners die zorg of ondersteuning nodig hebben maar deze (nog) niet vragen.

  • I.

    Het bevorderen van mentale en fysieke gezondheid en welbevinden van inwoners.

Factor

Definitie

Subsidiabel

Sociale steun en verbondenheid

Het ervaren of bieden van hulp of steun van of aan anderen. Het kan de vorm aannemen van praktische hulp (bijv. klusjes doen, advies geven) en emotionele of sociale steun waardoor iemand zich gewaardeerd, geaccepteerd en begrepen voelt. Het kan in groepsverband of individueel.

Activiteiten die sociale verbondenheid en steun vergroten in buurten en wijken. De activiteiten zijn gericht op alle inwoners en specifieke (kwetsbare) doelgroepen, zoals mantelzorgers.

Ervaren discriminatie

Het ervaren van discriminatie gebaseerd op de persoonlijke identiteit vanuit de sociale omgeving (bijvoorbeeld in een werkomgeving of door buren).

Preventieve activiteiten die gericht zijn op het voorkomen en/of beperken van discriminatie, onder meer door het vergroten van verbinding en wederzijds respect tussen inwoners. Omvat ook het Meldpunt Discriminatie (wettelijke taak anti-discriminatievoorziening).

Emancipatie

Emancipatieproces van inwoners, bijvoorbeeld uit de LHBTIQ+-community en de vrouwen-community. Inwoners ervaren meer ruimte om zich te ontplooien.

Activiteiten zijn gericht op het bevorderen van emancipatie, gelijkwaardigheid en sociale veiligheid, door het vergroten van kennis, het versterken van gemeenschappen en het bieden van passende (gespecialiseerde) ondersteuning aan specifieke doelgroepen

Bijvoorbeeld:

  • -

    Voorlichting op scholen

  • -

    Gespecialiseerd maatschappelijk werk

Eenzaamheid

Het (perceptief) gebrek aan sociale contacten of emotionele steun van contacten en/of zingeving.

Activiteiten die eenzaamheid voorkomen en verminderen. Bijvoorbeeld activiteiten gericht op het bespreekbaar maken van eenzaamheid en die sociale verbinding en ontmoeting stimuleren.

Vrijwilligerswerk

Het doen van onbetaalde en onverplichte activiteiten ten behoeve van anderen of de samenleving.

Activiteiten gericht op het werven, opleiden en begeleiden van vrijwilligers en het faciliteren van hen zodat zij hun taken duurzaam, betekenisvol en effectief kunnen uitvoeren. Het gaat hierbij uitsluitend over taken die de beleidsdoelen maatschappelijke ondersteuning en gezondheidsbevordering (F t/m I) ondersteunen.

Bijvoorbeeld:

  • -

    Opleiden en inwerken van vrijwilligers

  • -

    Coördinatie

De volgende activiteiten zijn niet subsidiabel:

  • -

    Waardering

Psychische problemen

Onder psychische problemen vallen: depressie, PTSS, psychopathologie, paranoia, schizofrenie, stemmingswisselingen, mentale aandoeningen, mentale gezondheidsproblemen, zelfmoordpogingen/gedachten, slaapproblemen, eetstoornissen.

Preventieve activiteiten die psychische problemen voorkomen en/of (in een vroegtijdig stadium) beperken. De focus van de activiteit ligt op volwassenen. Behandeling is niet subsidiabel.

Psychisch welzijn en sociaal-emotionele vaardigheden

De mate van mentale gezondheid en welbevinden. Vaardigheden met betrekking tot het reguleren van emoties en het aangaan en onderhouden van positieve relaties en communiceren met anderen. Hiertoe behoort onder andere empathie, weerbaarheid, sociale normen kunnen aanvoelen en zelfcontrole.

Activiteiten gericht op het versterken van sociaal-emotionele vaardigheden en psychisch welzijn, met focus op volwassenen.

Middelengebruik en gezond gedrag

Onder deze factor vallen onder andere roken, vapen, risicovol alcohol en drugsgebruik en risicovol gedrag.

Bij risicovol gebruik gaat het om de mate van gebruik, problematisch gebruik (verslaving) of op jonge leeftijd beginnen met gebruik.

Activiteiten gericht op gezondheidsbevordering en vroegsignalering ten aanzien van (het voorkomen van) risicovol middelen gebruik en risicovol gedrag.

Bijvoorbeeld:

  • Lesprogramma’s

  • Oudercursus

  • Lotgenotencontact

Bemoeizorg

Het opzoeken, motiveren en toeleiden naar hulp van mensen waar wel zorgen over zijn, maar die geen hulp willen, geen hulpvraag stellen of de weg naar hulp niet weten te vinden. Het omvat ook herstelactiviteiten (bijvoorbeeld na een hulptraject). Het kan gaan om sociale problemen, zoals schulden, verwaarlozing of eenzaamheid, psychische of psychiatrische problemen, zoals acute psychoses, onbegrepen gedrag, een posttraumatisch stress syndroom (PTSS) of een bipolaire stoornis, verslaving(en), depressie, zelfmoordgedachten, extreme stress of rouw.

Het doel van bemoeizorg en herstelactiviteiten is om de kwaliteit van leven te bevorderen, overlast in te perken en crisis te voorkomen.

Bemoeizorg-activiteiten, zoals het opzoeken, motiveren en toeleiden naar hulp. Daarnaast herstelactiviteiten (maatschappelijk en persoonlijk). Gericht op een combinatie van de meest voorkomende problemen:

  • -

    Sociale problemen

  • -

    Psychische/psychiatrische problemen

  • -

    Verslavingsproblemen

  • -

    Fysieke problemen

Artikel 6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van activiteiten die bijdragen aan de gestelde doelen.

Artikel 7 Aanvraag

In aanvulling op artikel 4 van de Asv moet uw subsidieaanvraag voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • -

    Er wordt gedurende de looptijd van deze regeling maximaal één subsidieaanvraag per organisatie toegekend.

  • -

    Een subsidieaanvraag bevat minimaal één activiteit maar kan meerdere activiteiten bevatten.

  • -

    Voor alle activiteiten waarvoor u op basis van deze regeling voor subsidie in aanmerking wil komen, vraagt u gelijktijdig subsidie aan.

  • -

    Een activiteit dient minimaal binnen één thema te vallen, maar kan meerdere thema's beslaan.

  • -

    Als een aanvraag betrekking heeft op activiteiten die samen met samenwerkingspartner(s) worden uitgevoerd, maakt de aanvrager hierover afspraken. Deze afspraken, inclusief financiële afspraken moeten in de subsidieaanvraag worden opgenomen.

  • -

    De subsidieaanvraag wordt schriftelijk ingediend door het invullen van het aanvraagformulier op de gemeentelijke website.

  • -

    Bij de subsidieaanvraag word(t)(en) in aanvulling op artikel 4 lid 2 van de Asv de volgende bijlage(n) meegezonden:

    • o

      Vragenlijst per activiteit (er zijn verschillende vragenlijsten voor de verschillende thema’s, kies de meest passende vragenlijst)

    • o

      Begroting: u dient een duidelijke begroting in voor de totale aanvraag met een heldere uitsplitsing naar de verschillende activiteiten waarvoor u een vragenlijst heeft toegevoegd.

    • o

      U geeft aan of de activiteiten volledig uit de aangevraagde subsidie worden bekostigd of dat zij (deels) op een andere wijze worden bekostigd (en op welke wijze). Denk daarbij bijvoorbeeld aan fondsen, contributie of eigen reserves.

  • -

    De volgende bijlagen zijn optioneel:

    • o

      Ondertekende samenwerkingsovereenkomst

    • o

      Een (niet gepubliceerd) onderzoeksrapport dat u gebruikt voor de onderbouwing van de effectiviteit van de activiteit

  • -

    Overige bijlagen en links worden niet meegenomen in de beoordeling.

Artikel 8 Aanvraagtermijn

Een aanvraag om een subsidie wordt, in afwijking van artikel 5, eerste lid, van de Asv, ingediend tussen 1 juni t/m 15 september van het jaar 2026.

H3 Subsidieverdeling

Artikel 9 Hoeveel subsidie is er?

  • 1. Het college stelt voor de looptijd van deze regeling een subsidieplafond vast van € 13.790.465

  • 2. Binnen het subsidieplafond van lid 1 zijn deelplafonds beschikbaar:

    Subsidies die vallen onder programma 1: Onderwijs, economie en arbeidsparticipatie:

    • -

      Onderwijskansen en toeleiding naar duurzaam werk € 8.647.381

    • -

      Bestaanszekerheid: € 534.693

    Subsidies die vallen onder programma 2 van de begroting: Samen leven en ondersteunen:

    • -

      Kansrijk, veilig en gezond opgroeien € 8.275.249

    • -

      Maatschappelijke ondersteuning en gezondheidsbevordering € 3.781.142

  • 3. De in lid 1 en 2 genoemde subsidieplafonds kunnen op een later moment lager worden vastgesteld als gevolg van de begrotingsvaststelling door de raad.

Artikel 10 Hoe beoordelen wij de aanvragen en verdelen wij de subsidie?

  • 1. Alle activiteiten benoemd in artikel 5, waarvoor subsidie wordt aangevraagd, worden eerst beoordeeld op maatschappelijke impact en efficiëntie. Dit gebeurt voor elk thema (artikel 1) per activiteit met een beoordelingskader (bijlage 1) dat bestaat uit de volgende elementen:

    • A.

      Relevantie

    • B.

      Samenwerking en lokale binding

    • C.

      Bijdrage aan factoren

    • D.

      Effectiviteit

    • E.

      Meten, leren en verbeteren

    • F.

      Prijs per deelnemer

    De maatschappelijke impact en efficiëntie-score van een activiteit is de som van de scores op de onderdelen A tot en met F (A+B+C+D+E+F). Als op onderdeel A of D 0 (nul) punten worden behaald of het totale puntenaantal lager dan 50 punten is, komt de betreffende activiteit niet voor subsidie in aanmerking.

  • 2. Als het subsidieplafond van het thema is bereikt, vindt binnen elk thema verstrekking van subsidie plaats in volgorde van rangschikking zoals genoemd in lid 1 van dit artikel. De hoogst gerangschikte activiteit komt het eerst in aanmerking voor subsidie en daarna in aflopende volgorde de opeenvolgende gerangschikte activiteiten, tot het subsidieplafond van het thema wordt bereikt. Dit geldt als bij het bereiken van het subsidieplafond voor het totaal van alle activiteiten binnen het thema wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

    • a.

      Voor elke factor binnen elk thema zijn de in artikel 5 genoemde subsidiabele activiteiten voorzien, tenzij hierop geen aanvraag is ingediend of een aanvraag een score 0 heeft behaald op onderdeel A of D;

    • b.

      Voor elke factor binnen het thema ‘Kansrijk, veilig en gezond opgroeien’, bestaat de helft van het aantal activiteiten uit collectieve preventie

  • 3. Als het subsidieplafond van een thema wordt bereikt zonder dat aan de voorwaarden uit lid 2 van dit artikel wordt voldaan, kunnen we:

    • a.

      Het volume (aantal keer dat een activiteit wordt uitgevoerd) van één of meerdere activiteiten verlagen, zodat de voorwaarden uit lid 2 van dit artikel wel behaald worden. Als het volume per activiteit verlaagd wordt, dan gebeurt dat als eerst bij de activiteiten met de laagste score. Er wordt in dat geval overlegd met de subsidieaanvrager over de haalbaarheid van het verlagen van het volume;

    • b.

      Lager scorende activiteiten voorrang geven, in aflopende volgorde van hoge naar lage rangschikking, zodat de voorwaarden uit lid 2 wel behaald worden.

  • 4. Als de uiteindelijke rangschikking, zoals bedoeld in lid 3 ertoe leidt dat de laagst gerangschikte activiteiten gelijk scoren en daarom beide binnen het plafond kunnen vallen maakt het college een keuze op basis van scores op de elementen zoals genoemd in lid 1 van dit artikel, in de volgende volgorde:

    • a.

      De activiteit met de hoogste score op element D krijgt voorrang;

    • b.

      De activiteit met de hoogste score op element E krijgt voorrang;

    • c.

      De activiteit met de hoogste score op element A krijgt voorrang;

    • d.

      De activiteit met de hoogste score op element B krijgt voorrang;

    • e.

      De activiteit met de hoogste score op element F krijgt voorrang;

    • f.

      De activiteit met de hoogste score op element C krijgt voorrang.

  • 5. Als na toepassing van lid 4 nog steeds een gelijke rangschikking bestaat, dan wordt door loting bepaald welke activiteit voorrang krijgt.

H4 Subsidieverlening

Artikel 11 Aanvullende financiële voorwaarden

  • 1. Bij de verlening van een subsidie kan het college rekening houden met de beschikbare reserves of eigen middelen van de aanvrager. Hieronder wordt verstaan het feitelijk aanwezige vrij aanwendbare vermogen van een instelling, waaraan niet al een realistische bepaalde bestemming is gegeven.

  • 2. Een eigen financieel vermogen van maximaal 10% van de totale jaaromzet wordt als weerstandsvermogen aangemerkt en bij de beoordeling van de hoogte van het te verlenen subsidiebedrag buiten beschouwing gelaten.

  • 3. De door een subsidieaanvrager aan deelnemers of gebruikers te vragen bijdrage dienen op een naar het oordeel van het college maatschappelijk aanvaardbaar peil te liggen.

Artikel 12 Accommodatie

  • 1. De aanvrager kan verplicht worden de activiteiten uit te voeren in een gemeentelijke of eigen accommodatie. Dat is het geval als de aanvrager voor zijn activiteiten huisvesting nodig heeft en de lasten daarvoor onderdeel zijn van de aan te vragen subsidie. Dit geldt voor zover de gemeentelijke of eigen accommodatie geschikt is om deze activiteiten uit te oefenen, dan wel daartoe redelijkerwijs geschikt te maken is.

  • 2. Wanneer de activiteiten van de subsidieaanvrager plaatsvinden in of op een gemeentelijke accommodatie worden de huurkosten van de gemeentelijke accommodatie verrekend met het voorschot op de subsidie.

H5 Slotbepaling

Artikel 13 Hardheidsclausule

Het college kan de artikelen 7 en 8 buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van het vergroten van onderwijskansen, toeleiding naar duurzaam werk, bestaanszekerheid, kansrijk, veilig en gezond opgroeien en maatschappelijke ondersteuning of gezondheidsbevordering leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 14 Slotbepalingen

  • 1. De ‘Subsidieregeling 2016 gemeente Zoetermeer’ en de subsidieregeling ‘Beoordeling subsidies Sociaal Domein 2026’ worden ingetrokken.

  • 2. Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 juni 2026 Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2027

  • 3. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling sociaal domein Zoetermeer 2027.

Ondertekening

Bijlage 1: Beoordelingskader

We berekenen de score per activiteit met de formule A+B+C+D+E+F.

Als bij onderdeel A of D 0 (nul) punten gescoord wordt, wordt de subsidieaanvraag voor deze activiteit niet gehonoreerd.

De maximaal te behalen score is 150 punten een aanvraag moet minimaal 50 punten hebben om subsidiabel te zijn.

Score bij A ‘Relevantie’ + score bij B ‘Samenwerking’ + score bij C ‘Bijdrage aan factoren’ + score bij D ‘Effectiviteit’ + score bij E ‘Meten, leren en verbeteren’ + score bij F ‘Prijs per deelnemer’ = maatschappelijke impact en efficiëntie

Voor de beoordeling wordt gekeken naar antwoorden op de vragen over het betreffende onderdeel in de vragenlijst.

Onderdeel

Beoordeling en score

Score A: Relevantie

  • De relevantie van de activiteit voor Zoetermeer is aannemelijk gemaakt

  • De relevantie is onderbouwd met cijfers

  • Het draagvlak bij inwoners en/of partners is aannemelijk gemaakt

  • De organisatie heeft kennis van de Zoetermeerse situatie

Voldoet aan 4 criteria: 20 punten

Voldoet aan 3 criteria: 15 punten

Voldoet aan 2 criteria: 10 punten

Voldoet aan 1 criterium: 5 punten

Voldoet aan geen criterium: 0 punten

Score B: Samenwerking en lokale binding

  • Er zijn vastgelegde samenwerkingsafspraken met relevante partners

  • Afstemming van doelen en activiteiten staat beschreven

  • De binding met Zoetermeer is aangetoond

Voldoet aan 3 criteria: 10 punten

Voldoet aan 2 criteria: 6 punten

Voldoet aan 1 criterium: 3 punten

Voldoet aan geen criterium: 0 punten

Score C: Onderbouwing van impact: bijdrage aan factoren

Hoe beter de kwaliteit van de literatuur, hoe hoger de beoordeling.

  • De kwaliteit is goed bij onderbouwing met officieel gepubliceerd relevant onderzoek zoals meta-analyses, Randomized Controlled Trials (RCT’s), systematische reviews, longitudinaal onderzoek en crosssectioneel onderzoek

  • De kwaliteit is voldoende bij onderbouwing met relevante grijze literatuur of eigen onderzoek

  • De kwaliteit is onvoldoende bij een ontbrekende of geen relevante onderbouwing met literatuur

Goed: 20 punten

Voldoende: 10 punten

Onvoldoende: 0 punten

Score D: Onderbouwing of bewijs van effectiviteit

Hoe beter het bewijs dat de activiteit werkt, hoe hoger de beoordeling.

  • Zeer goed: Sterke of goede aanwijzingen voor effectiviteit op basis van effectonderzoek naar deze activiteit

  • Goed: Eerste aanwijzingen voor effectiviteit op basis van effectonderzoek naar deze activiteit

  • Ruim voldoende: Theoretische onderbouwing met literatuur

  • Voldoende: Theoretische onderbouwing zonder literatuur

  • Onvoldoende: geen aanwijzingen voor effectiviteit en geen theoretische onderbouwing

Zeer goed: 50 punten

Goed: 30 punten

Ruim voldoende: 15 punten 

Voldoende: 5 punten

Onvoldoende: 0 punten

Score E: Meten, leren en verbeteren

Aan hoe meer criteria wordt voldaan, hoe hoger de beoordeling.

  • Beschrijving van kwantitatieve metingen van het doel bij de doelgroep, voor, na en eventueel tijdens de activiteit, met een meetinstrument

  • Beschrijving van kwalitatieve metingen van waarom de activiteit werkt

  • Beschrijving van proces van meten, leren en verbeteren

Voldoet aan 3 criteria: 30 punten

Voldoet aan 2 criteria: 20 punten

Voldoet aan 1 criterium: 10 punten

Voldoet aan geen criterium: 0 punten

Score F: Prijs per deelnemer

Hoe lager de prijs per deelnemer hoe hoger de beoordeling.

  • Op of onder de gemiddelde prijs per activiteit per deelnemer van de subsidieaanvragen binnen dit thema: 20 punten

  • Tot 10% boven de gemiddelde prijs per activiteit per deelnemer van de subsidieaanvragen van dit thema 10 punten

  • Meer dan 10% boven de gemiddelde prijs per activiteit per deelnemer van de subsidieaanvragen binnen dit thema: 0 punten

Toelichting onderdeel C Bijdrage aan factoren:

(G) Meta-analyse: review waarin ook kwantitatieve uitkomsten worden gebundeld en nieuwe berekeningen worden gemaakt op basis van de onderliggende onderzoeken

(G) RCT-onderzoek: gerandomiseerd onderzoek (per toeval toewijzen van mensen aan aparte groepen) met controlegroep voorzien van voor- en nameting plus follow-up

(G) Review: bundeling van een groot aantal bestaande onderzoeken

(G) Longitudinaal onderzoek: volgen van een groep mensen over tijd, met meerdere metingen in die periode

(G) Overig effectonderzoek: quasi experimenteel onderzoek (oorzaak-gevolg onderzoek zonder vergelijking met controlegroep)

(G) Overig extern onderzoek: cross-sectioneel onderzoek (1 meting op 1 moment), literatuuronderzoek, onderzoek met voor- en nameting

(V) Eigen onderzoek of grijze literatuur: niet of minder systematisch aangeboden literatuur zoals beleidsstukken, conferentiebijdragen, interne documenten, rapporten, scripties en proefschriften

(G) = Goed, (V) = Voldoende

Toelichting onderdeel D Effectiviteit en kwaliteit van de activiteit:

Zeer goed: Sterke of goede aanwijzingen voor effectiviteit op basis van effectonderzoek naar deze activiteit.

Er is effectonderzoek gedaan naar de activiteit dat heeft aangetoond dat de activiteit effectief is. Het gaat om tenminste één studie die in Nederland is uitgevoerd, dat goed bewijs levert dat de interventie werkt. Dit kan bijvoorbeeld een Randomized Controlled Trial (RCT) zijn, waarbij er metingen voor en na de interventie zijn uitgevoerd met een controlegroep, of bijvoorbeeld een quasi-experimenteel onderzoek, wat betekent dat de onderzoekers de effecten van een interventie meten zonder willekeurige toewijzing van deelnemers aan verschillende groepen. Voeg (een link naar) het onderzoek toe. Als de activiteit in één van de landelijke databanken effectieve interventies staat als effectief, kun je die link opnemen.

Let op: onderzoek naar activiteiten die lijken op uw activiteit gelden hier niet, maar kunt u vaak wel gebruiken voor een theoretische onderbouwing (categorie ‘ruim voldoende’).

Let op: een evaluatieonderzoek of tevredenheidsmetingen zijn géén effectonderzoeken.

Goed: Eerste aanwijzingen voor effectiviteit op basis van effectonderzoek naar deze activiteit

Er is effectonderzoek gedaan naar de activiteit dat heeft aangetoond dat de activiteit effectief is. Het gaat om tenminste één studie in Nederland die redelijk bewijs levert voor de effectiviteit van de interventie. Bijvoorbeeld een onderzoek met metingen voor en na de interventie. Voeg (een link naar) het onderzoek toe. Als de activiteit in één van de landelijke databanken effectieve interventies staat als effectief, kun je die link opnemen.

Let op: onderzoek naar activiteiten die lijken op uw activiteit gelden hier niet, maar kunt u vaak wel gebruiken voor een theoretische onderbouwing (categorie ‘ruim voldoende’).

Let op: een evaluatieonderzoek of tevredenheidsmetingen zijn géén effectonderzoeken.

Ruim voldoende: Theoretische onderbouwing met literatuur

Een beschrijving van de activiteit en werkzame elementen. Beschrijf het doel, de doelgroep, elementen van de aanpak en randvoorwaarden voor uitvoering. Onderbouw met literatuur waarom de activiteit werkt. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld effectonderzoek naar een activiteit met zelfde elementen. Of theorieën waarop werkzame elementen van de activiteit gebaseerd kunnen zijn, zoals de presentietheorie of cognitieve gedragstherapie. Als de activiteit in één van de landelijke databanken effectieve interventies staat als ‘goed onderbouwd’, volstaat het om die link op te nemen.

Voldoende: Theoretische onderbouwing zonder literatuur

Een beschrijving van de activiteit en de werkzame elementen. Beschrijf beknopt het doel, de doelgroep, elementen van de aanpak en randvoorwaarden voor uitvoering. Beschrijf waarom de activiteit werkt (u kunt hier eventueel een apart PDF voor opstellen en uploaden).

Als de activiteit in één van de landelijke databanken effectieve interventies staat als ‘goed beschreven’, kun je die link gebruiken.

NB: ook (eigen) interventies die niet in een databank staan kunnen (ruim)voldoende, goed of zeer goed zijn.