Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762018
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762018/1
Vaststelling Verordening Rekeningencommissie Den Haag 2026
Geldend van 23-05-2026 t/m heden
Intitulé
Vaststelling Verordening Rekeningencommissie Den Haag 2026de raad van de gemeente Den Haag,
gezien het voorstel van het presidium van 2 maart 2026,
gelet op de artikelen 82, 149, 197, 198 en 199 van de Gemeentewet,
besluit vast te stellen de Verordening Rekeningencommissie Den Haag 2026:
Artikel 1 Definities
|
a. |
Accountant: |
de algemeen directeur van de Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag. |
|
b. |
Rechtmatigheid in het kader van accountantscontrole: |
het overeenstemmen van financiële beheerhandelingen en de vastlegging daarvan met de relevante wet- en regelgeving, zoals bedoeld in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (BADO); |
|
c. |
Jaarrekening: |
de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening van de Gemeente Den Haag; |
|
d. |
Tussentijdse proces- en projectverantwoordingen: |
de op verzoek van de Rekeningencommissie gedurende het jaar door het college opgestelde verantwoordingsrapportages over processen en projecten; |
|
e. |
Verbonden partijen: |
participaties in lichamen, waarbij de gemeente financieel en bestuurlijk betrokken is. |
|
f. |
Fractie |
een deel van de raad als bedoeld in artikel 5 van het Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad |
|
g. |
Commissie |
de Rekeningencommissie van de gemeenteraad van Den Haag |
Artikel 2 Taak van de commissie
-
1. Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en wordt aangeduid als Rekeningencommissie.
-
2. De commissie doet onderzoek naar de getrouwheid en de rechtmatigheid van de door het gemeentebestuur opgestelde jaarrekening. Daarbij worden de door het college verstrekte tussentijdse proces- en projectverantwoordingen in het onderzoek betrokken. De commissie kan tevens de jaarrekeningen behandelen van verbonden partijen.
-
3. De commissie maakt hierbij mede gebruik van de uitkomsten van de wettelijke controle als bedoeld in artikel 213 Gemeentewet en van de uitkomsten van het onderzoek van de accountant naar de door het college opgestelde tussentijdse proces- en projectverantwoordingen.
-
4. De commissie brengt advies uit aan de gemeenteraad met betrekking tot de (voorlopige) vaststelling van de jaarrekening.
-
5. De commissie kan in het licht van de taak zoals genoemd in het tweede lid naar eigen inzicht bijzondere onderzoeken verrichten naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid en naar de kwaliteit van het door het gemeentebestuur gevoerde beheer.
-
6. Conform de Controleverordening, artikel 2, tweede lid en artikel 8, vierde lid is de Rekeningencommissie opdrachtgever voor de overige onderzoeken door de accountant.
-
7. De commissie kan de raad en het college adviseren over voorstellen met betrekking tot de planning & controlcyclus.
-
8. De commissie kan de raad en het college adviseren over voorstellen op het gebied van opzet en werking van control en risicomanagement, kwaliteit van financieel beheer, financieel beleid en financiële organisatie.
-
9. De commissie informeert de raad en het college over die aangelegenheden die zij in het licht van haar taakstelling van belang acht.
Artikel 3 Samenstelling, benoeming en ontslag
-
1. Elke fractie kan niet meer dan één lid voordragen voor benoeming tot lid van de Rekeningencommissie.
-
2. De leden worden door de raad uit zijn midden benoemd, met inachtneming van het bepaalde in de leden 9 en 10 van dit artikel.
-
3. Voor zoveel mogelijk benoemt de raad voor elk commissielid een plaatsvervangend lid. De bepalingen in deze verordening die van toepassing zijn op leden van de commissie, zijn van overeenkomstige toepassing op plaatsvervangende commissieleden.
-
4. De benoeming geschiedt zo spoedig mogelijk na het tijdstip waarop de bij de verkiezing wegens periodieke aftreding gekozen leden van de raad hun betrekking hebben aanvaard en wel voor een zittingsduur gelijk aan die van de zittende raad.
-
5. Bij de benoeming bepaalt de raad wie van de leden als voorzitter zal optreden. Bij ontstentenis van de voorzitter wordt de voorzitter vervangen door de plaatsvervangend voorzitter, door de commissie uit haar midden aan te wijzen. Bij afwezigheid van zowel de voorzitter als de plaatsvervangend voorzitter voorziet de commissie eveneens in vervanging.
-
6. Degene die ophoudt lid van de raad te zijn, houdt tevens op lid van de commissie te zijn.
-
7. De raad kan aan een lid op diens verzoek ontheffing uit zijn lidmaatschap van de commissie verlenen.
-
8. Degene die ter vervulling van een tussentijds ontstane vacature tot lid van de commissie wordt benoemd, heeft zitting voor de resterende zittingsduur van de raad.
-
9. Een op grond van de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen gevormde fractie bestaande uit één persoon, kan een voordracht indienen tot benoeming van een fractievertegenwoordiger tot lid of plaatsvervangend lid van de commissie. De eisen gesteld in artikel 4, derde en vierde lid van de verordening raadscommissies zijn hierop van overeenkomstige toepassing. Een raadslid kan in de commissie worden benoemd tot plaatsvervanger van een fractievertegenwoordiger.
-
10. Een fractievertegenwoordiger wordt op eigen verzoek of op voorstel van de fractie die hem of haar voor benoeming heeft voorgedragen, ontslag verleend als commissielid. Zodra blijkt dat niet langer voldaan wordt aan de vereisten voor het lidmaatschap, houdt hij of zij op lid van de commissie te zijn.
Artikel 4 Werkwijze algemeen
-
1. De vergaderingen van de commissie worden in het openbaar gehouden.
-
2. De deuren van een openbare vergadering worden gesloten, wanneer één van de aanwezige leden dit verlangt of de voorzitter het nodig acht. De commissie besluit vervolgens dat met gesloten deuren zal worden vergaderd, wanneer haar blijkt dat bij beraadslaging in het openbaar belangen als bedoeld in artikel 5 van de Wet open overheid wezenlijk zouden kunnen worden geschaad.
-
3. Indien de commissie in deze besloten vergadering blijk geeft van oordeel te zijn dat de aard van een aangelegenheid beraadslaging in beslotenheid niet vordert, plaatst de voorzitter deze aangelegenheid op de agenda van de eerstvolgende openbare vergadering, tenzij de behandeling naar zijn oordeel geen uitstel gedoogt.
-
4. De secretaris maakt van elke vergadering een verslag. De commissie stelt het verslag vast in de eerstvolgende vergadering. De commissie kan een verslag van een besloten vergadering geheel of gedeeltelijk openbaar maken.
-
5. Een besluit als bedoeld in het tweede en vierde lid, laatste volzin van dit artikel wordt genomen bij meerderheid van stemmen. Bij het staken van de stemmen in een voltallige vergadering, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Bij het staken van de stemmen in een niet voltallige vergadering heeft de voorzitter een doorslaggevende stem.
-
6. Op grond van belangen genoemd in artikel 5 van de Wet open overheid kan de commissie rapporten die aan de raad worden uitgebracht of gedeelten daarvan als geheim aanmerken.
-
7. De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde van de vergaderingen en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door een of meer toehoorders wordt verstoord, hen die dit doen of alle toehoorders te doen vertrekken.
-
8. Indien de voorzitter van de commissie dit dienstig acht, kan de Rekeningencommissie gezamenlijk vergaderen met een andere vaste raadscommissie. Een gezamenlijke vergadering wordt voorgezeten door de voorzitter van de Rekeningencommissie.
Artikel 5 Werkwijze onderzoeken ex artikel 2, tweede lid
-
1. Het college doet de commissie de voor het onderzoek van de jaarrekening als bedoeld in artikel 2, tweede lid, naar zijn oordeel benodigde stukken toekomen.
-
2. Het college kan daaraan een nadere toelichting die het ter zijner verantwoording dienstig acht toevoegen.
-
3. Het college zendt de Rekeningencommissie de jaarrekening en het jaarverslag conform artikel 197 Gemeentewet. Daarnaast ontvangt de commissie van het college, gedurende het jaar, door de accountant onderzochte tussentijdse verantwoordingen over door de commissie aan te wijzen processen en projecten.
-
4. De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet.
-
5. De commissie is bevoegd de accountant uit te nodigen de vergadering van de commissie bij te wonen voor het geven van toelichting.
-
6. De commissie is bevoegd een of meer leden van het college uit te nodigen de vergadering van de commissie bij te wonen voor het geven van inlichtingen.
-
7. De commissie brengt na het beëindigen van haar onderzoek van de jaarrekening een schriftelijk rapport uit aan de gemeenteraad, rekening houdend met de in de Gemeentewet gestelde termijn voor de vaststelling van de jaarrekening.
-
8. De voorzitter of het door de commissie daartoe aangewezen lid wordt in de gelegenheid gesteld in de vergadering van de gemeenteraad het rapport met advies van de commissie toe te lichten.
Artikel 6 Werkwijze onderzoeken ex artikel 2, vijfde lid
-
1. De commissie kiest de onderwerpen voor haar onderzoek, formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast.
-
2. Elk raadslid kan aan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek door de accountant.
- a.
Indien een raadslid een onderzoek wil laten uitvoeren, kan het daartoe een verzoek doen bij de voorzitter van de Rekeningencommissie, met een afschrift naar de secretaris. In het verzoek neemt het raadslid de onderzoeksvragen, context en aanleiding op.
- b.
De voorzitter vraagt de accountant te beoordelen of het onderzoek mogelijk is en of de GAD het gevraagde onderzoek kan uitvoeren, rekening houdend met onder meer accountantsregelgeving, benodigde deskundigheid en beschikbare capaciteit. Desgewenst vindt nader overleg plaats met de aanvrager en/of de voorzitter van de Rekeningencommissie.
- c.
De accountant brengt advies uit aan de Rekeningencommissie. Het advies wordt geagendeerd in de eerstvolgende vergadering van de Rekeningencommissie (rekening houdend met de daarvoor geldende termijnen). De aanvrager kan worden uitgenodigd om de onderzoeksaanvraag toe te lichten.
- d.
De Rekeningencommissie neemt in deze vergadering een besluit over opdrachtverstrekking aan de accountant op basis van een meerderheid van stemmen overeenkomstig artikel 4, vijfde lid van deze verordening. Indien de voorzitter van oordeel is dat de behandeling niet kan wachten tot de eerstvolgende vergadering kan de Rekeningencommissie de besluitvorming over opdrachtverstrekking aan de accountant schriftelijk afdoen. De voorzitter van de Rekeningencommissie brengt de aanvrager op de hoogte van het genomen besluit.
- a.
-
3. De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare budget, deskundigheid inschakelen.
-
4. De commissie is bevoegd bij de leden van het college mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen, die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken.
-
5. De commissie stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het concept-onderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn in elk geval diegenen, van wie de taakuitvoering (mede) onderwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt wie voorts als betrokkenen worden aangemerkt.
-
6. Na vaststelling door de commissie wordt het onderzoeksrapport, de nota met conclusies en de aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op het (concept-)onderzoeksrapport zo spoedig mogelijk onder toezending van een afschrift aan het college en de betrokkenen, aan de raad aangeboden.
Artikel 7 Secretariaat
-
1. Het secretariaat van de commissie berust bij de griffie.
-
2. De griffie kan voor de vervulling van het secretariaat op basis van een relatie opdrachtgever-opdrachtnemer capaciteit inhuren bij de Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag.
-
3. De van de commissie uitgaande stukken worden ondertekend door de voorzitter en de secretaris.
Artikel 8 Budget
-
1. De commissie is bevoegd binnen een haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.
-
2. Ten laste van het in het eerste lid bedoelde budget worden de uitgaven gebracht betreffende:
- a.
de eventueel door de griffie ingehuurde capaciteit bij de Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag;
- b.
de deskundigen die eventueel door de commissie zijn ingeschakeld;
- c.
overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak.
- a.
Artikel 9 Slotbepalingen
-
1. De Verordening Rekeningencommissie 2014, zoals laatstelijk gewijzigd in de raadsvergadering van 9 maart 2023, wordt ingetrokken.
-
2. Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van publicatie in het Gemeenteblad.
Artikel 10 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening Rekeningencommissie Den Haag 2026”.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 23 april 2026.
De griffier, Lilianne Blankwaard-Rombouts en de voorzitter, Jan van Zanen
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl