Beleidsregel bepalen locaties inzamelvoorzieningen Amsterdam

Geldend van 19-03-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel bepalen locaties inzamelvoorzieningen Amsterdam

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikelen 4, tweede en derde lid, 10, vierde lid van de Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023, artikel 7 van het Uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening Amsterdam 2023 en artikel 6 van de Participatieverordening gemeente Amsterdam,

gezien de inspraakreacties en de nota van beantwoording hierop van 10 maart 2026 en de adviezen van de dagelijkse besturen van de stadsdelen en de bestuurscommissie van stadsgebied Weesp,

besluit de volgende regeling vast te stellen:

Beleidsregel bepalen locaties inzamelvoorzieningen Amsterdam

Artikel 1. Algemeen

  • 1. Deze beleidsregel geldt voor het aanwijzen, wijzigen en opheffen van locaties voor inzamelvoorzieningen en bevat zowel algemene als specifieke criteria.

  • 2. De criteria zijn onderverdeeld in:

    • a.

      vereisten, waaraan moet worden voldaan en waar geen concessies en afwijkingen mogelijk zijn; en

    • b.

      richtlijnen, waarnaar wordt gestreefd en bij het zoeken naar de meest geschikte plaats zoveel mogelijk rekening mee wordt gehouden.

  • 3. In deze beleidsregel wordt aangesloten bij de definities uit de Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023 en het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023.

Artikel 2. Gemotiveerd afwijken van richtlijn

Gelet op de schaarse openbare ruimte en diverse stedelijke belangen in Amsterdam kan niet verwacht worden dat een locatie aan alle richtlijnen voldoet. Als niet alle richtlijnen gevolgd zijn, dan zal bij het locatiebesluit worden gemotiveerd waarom afwijking van een richtlijn in die specifieke situatie gerechtvaardigd is vanuit het algemeen belang.

Artikel 3. Algemene vereisten voor alle inzamelvoorzieningen

  • 1. Voor alle inzamelvoorzieningen gelden de volgende vereisten ten aanzien van de goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van bewoners en het beperken van overlast voor de omgeving:

    • a.

      Bij aanleg van de inzamelvoorziening wordt de afwatering zo ingericht dat er geen water in de inzamelvoorziening kan stromen. Er mogen geen problemen ontstaan op dit gebied bij het legen en gebruik van de inzamelvoorziening;

    • b.

      De inzamelvoorziening bevindt zich niet voor een inrit, carport of garage;

    • c.

      De inzamelvoorziening mag een brandgang niet belemmeren;

    • d.

      De inzamelvoorziening moet zodanig bereikbaar zijn dat het inzamelvoertuig niet achteruit hoeft te rijden; en

    • e.

      De inzamelvoorziening is toegankelijk voor rolstoelgebruikers.

  • 2. Voor alle inzamelvoorzieningen geldt de volgende vereiste ten aanzien van de doelmatige inrichting van de openbare ruimte:

    • a.

      De inzamelvoorziening bevindt zich op een locatie waarvan de gemeente kadastraal eigenaar is.

  • 3. Voor alle inzamelvoorzieningen gelden de volgende vereisten ten aanzien van de veiligheid:

    • a.

      De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat het inzamelvoertuig daar veilig kan komen en zonder extra verkeersmaatregelen ook veilig kan stoppen en werken;

    • b.

      De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat het zicht op verkeersborden, bewegwijzering en verkeerslichten niet wordt belemmerd;

    • c.

      De te plaatsen inzamelvoorziening mag geen gevaar veroorzaken voor de veiligheid, bijvoorbeeld door zichthinder; en

    • d.

      Er ligt geen vrij liggend fietspad tussen de inzamelvoorziening en het inzamelvoertuig.

  • 4. Voor alle inzamelvoorzieningen gelden de volgende vereisten ten aanzien van de inzamel-logistiek:

    • a.

      De locatie van een inzamelvoorziening dient bereikbaar te zijn voor het inzamelvoertuig; en

    • b.

      De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat het inzamelvoertuig bij het legen van de container geen hinder ondervindt van aanwezige objecten.

Artikel 4. Algemene richtlijnen voor alle inzamelvoorzieningen

  • 1. Voor alle inzamelvoorzieningen gelden de volgende richtlijnen ten aanzien van de goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van bewoners en het beperken van overlast voor de omgeving:

    • a.

      De afstand van de inzamelvoorziening tot de gevel van een gebouw is minimaal 1,8 meter;

    • b.

      De inzamelvoorziening bevindt zich bij voorkeur bij een blinde muur;

    • c.

      De afstand tussen een inzamelvoorziening en een speelplaats is minimaal 20 meter;

    • d.

      De inzamelvoorziening wordt zodanig gesitueerd dat bij de aanleg en bij het legen geen schade ontstaat aan bomen, waarbij er rekening wordt gehouden met de uiteindelijke grootte van de boom;

    • e.

      De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat voetgangers en mindervaliden zoveel mogelijk ongehinderd gebruik kunnen maken van looproutes op het trottoir;

    • f.

      De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat sociale controle op het gebruik van de voorziening mogelijk is.

  • 2. Voor alle inzamelvoorzieningen gelden de volgende richtlijnen ten aanzien van de doelmatige inrichting van de openbare ruimte:

    • a.

      In gevallen waarin de inzamelvoorziening zich niet kan bevinden op een locatie waarvan de gemeente kadastraal eigenaar is, moet een overeenkomst met de eigenaar worden afgesloten in verband met het recht van overpad en opstal- dan wel eigendomsrecht;

    • b.

      De inzamelvoorziening, met uitzondering van de tuinkorf, bevindt zich in een verhard gebied. Als dat niet mogelijk is, moet zoveel als mogelijk worden voorkomen dat een groenstrook wordt opgebroken, oftewel het ontstaan van snippergroen; en

    • c.

      Er worden in principe geen bomen gekapt en trekwortels afgehakt, om bomen te ontzien.

  • 3. Voor alle inzamelvoorzieningen gelden de volgende richtlijnen ten aanzien van de veiligheid:

    • a.

      De inzamelvoorziening ligt niet aan een drukke doorgaande weg, waaronder mede begrepen een druk fietspad;

    • b.

      Er worden geen locaties aangewezen op hoeken van drukke verkeerskruisingen;

    • c.

      De inzamelvoorziening bevindt zich niet naast of 20 meter voor een bushalte of naast een busbaan; en

    • d.

      De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat gebruikers zo weinig mogelijk drukke doorgaande weg, waaronder mede begrepen een druk fietspad, hoeven over te steken om hun afval aan te bieden.

  • 4. Voor alle inzamelvoorzieningen gelden de volgende richtlijnen ten aanzien van de inzamel-logistiek:

    • a.

      De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat de container bij het legen hiervan niet over geparkeerde auto's getild moet worden;

    • b.

      De inzamelvoorziening bevindt zich niet op een laad- en losplaats; en

    • c.

      De locatie van een inzamelvoorziening is dusdanig dat bij het legen of vervangen van de container geen veiligheidsrisico’s voor derden en eigen medewerkers ontstaan.

Artikel 5. Specifieke richtlijnen voor locaties van verzamelcontainers

  • 1. Voor alle locaties van verzamelcontainers gelden de volgende richtlijnen ten aanzien van de goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van bewoners en het beperken van overlast voor de omgeving:

    • a.

      Een inzamelvoorziening voor restafval, gft, papier heeft een loopafstand van maximaal 150 meter; en

    • b.

      Een inzamelvoorziening voor glas en textiel heeft een loopafstand van maximaal 300 meter.

  • 2. Voor alle locaties van verzamelcontainers geldt de volgende richtlijnen ten aanzien van de doelmatige inrichting van de openbare ruimte:

    • a.

      Verzamelcontainers worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst;

    • b.

      Bij onderlossende verzamelcontainers is de afstand tot straatmeubilair en tot parkeerplaats minstens 1 meter en tot rijbaan en fietspad minstens 0,45 meter;

    • c.

      De locatie is zodanig gesitueerd dat zo min mogelijk kabels en/of leidingen moeten worden verlegd;

    • d.

      De locatie is zodanig gesitueerd dat er zo min mogelijk graafwerkzaamheden nodig zijn in vervuilde grond; en

    • e.

      De vrije ruimte rondom de locatie van de inzamelvoorziening is minimaal 2 meter en de hijshoogte, rekening houdend met draaibeweging van de kraan, minimaal 10 meter en bij 7m³ containers minimaal 12 meter.

Artikel 6. Specifieke richtlijnen voor locaties van aanbiedplaatsen

  • 1. Voor alle locaties van aanbiedplaatsen gelden de volgende richtlijnen ten aanzien van de goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van bewoners en het beperken van overlast voor de omgeving:

    • a.

      Een aanbiedplaats wordt niet direct naast een andere inzamelvoorziening gesitueerd met een tussenruimte minimaal 2 meter;

    • b.

      Een aanbiedplaats voor grof huishoudelijk afval bevindt zich in de buurt, maar ten minste op 2,5 meter afstand, van een inzamelvoorziening voor restafval;

    • c.

      Een aanbiedplaats voor grof huishoudelijk afval heeft een loopafstand van maximaal 150 meter, mits er voldoende openbare ruimte is;

    • d.

      Een aanbiedplaats voor rolcontainers heeft een loopafstand van maximaal 150 meter; en

    • e.

      Een aanbiedplaats voor rolcontainers en een aanbiedplaats voor grof huishoudelijk afval worden bij voorkeur gescheiden van elkaar aangelegd.

  • 2. Voor alle locaties van aanbiedplaatsen gelden de volgende richtlijnen ten aanzien van de doelmatige inrichting van de openbare ruimte:

    • a.

      Bij een aanbiedplaats is de vrije ruimte minimaal 1 meter en, indien van toepassing, de hijshoogte, rekening houdend met draaibeweging van de kraan, minimaal 6 meter;

    • b.

      Bij een aanbiedplaats is de afstand tot straatmeubilair minstens 1 meter, tot fietspad minstens 1 meter, tot rijbaan minstens 0,45 meter, tot parkeerplaats minstens 1 meter; en

    • c.

      Een aanbiedplaats voor tuinkorven bevindt zich op onverhard gebied.

  • 3. Voor alle locaties van aanbiedplaatsen gelden de volgende richtlijnen ten aanzien van de inzamel-logistiek:

    • a.

      De afstand tussen de aanbiedplaats en het inzamelvoertuig is maximaal 3 meter; en

    • b.

      Een aanbiedplaats voor het aanbieden van rolcontainers heeft geen stoeprand of ander obstakel tussen aanbiedplaats en inzamelvoertuig.

Artikel 7. Procedure bij besluitvorming rondom het bepalen van een locatie

  • 1. Bij het aanwijzen, wijzigen en opheffen van locaties van inzamelvoorzieningen is de communicatie met en inbreng van belanghebbenden van groot belang.

  • 2. Voor een locatie waar nog géén inzamelvoorziening staat en waar niet eerder een participatietraject of inspraak over een inzamelvoorziening heeft plaatsgevonden, wordt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, gevolgd.

  • 3. Voor locaties waar al een inzamelvoorziening is gerealiseerd of waarvoor recent in verband met een planvorming voor de openbare ruimte een participatie- of inspraaktraject is doorlopen, wordt geen zienswijzeprocedure georganiseerd. Uiterlijk binnen twee weken na besluitvorming door het bevoegde gezag, worden omwonenden per brief geïnformeerd over het besluit voor aanpassingen rondom de inzamelvoorziening. De brief bevat het aanbod van persoonlijk contact en uitleg hoe tegen het besluit bezwaar kan worden gemaakt.

Artikel 8. Aanpassing bestaande locatie

  • 1. Als op een locatie al een inzamelvoorziening staat en deze locatie niet wezenlijk wordt gewijzigd, wordt geen dan wel niet opnieuw een locatiebesluit genomen. Hiervan is sprake als:

    • a.

      een bovengrondse container wordt vervangen door een (semi) ondergrondse container;

    • b.

      een inzamelvoorziening wordt aangepast ten behoeve van gebruik door een andere fractie; bijvoorbeeld een container restafval wordt geschikt gemaakt voor papier en karton;

    • c.

      een locatie wordt uitgebreid met een container voor een nieuwe afvalstroom of, bij een aanbiedplaats voor bijvoorbeeld minicontainers, wordt vergroot; en

    • d.

      een locatie wordt minder dan 5 meter verschoven.

  • 2. Bij het plaatsen van een glascontainer is de procedure in het eerste lid niet van toepassing. In verband met mogelijke geluidshinder zal de procedure als bedoeld in artikel 7, tweede of derde lid, gevolgd worden.

  • 3. In het geval zwaarwegende reacties worden ingediend, kan alsnog worden besloten om de procedure voor het vaststellen van een locatiebesluit, als bedoeld in artikel 7, tweede of derde lid, te starten.

Artikel 9. Intrekken van beleidsregel

Het Stedelijk kader bepalen locaties inzamelvoorzieningen wordt ingetrokken.

Artikel 10. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 11. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregel bepalen locaties inzamelvoorzieningen Amsterdam.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van 10 maart 2026.

De burgemeester

Femke Halsema

De gemeentesecretaris

Catrien Lenstra

Toelichting

Algemeen deel

Inleiding

De gemeente beoogt het bewoners (en ondernemers) zo gemakkelijk mogelijk te maken om afval te scheiden door een goede infrastructuur (locatienetwerk) van inzamelvoorzieningen te bieden. Ook wil de gemeente de locaties van de inzamelvoorzieningen met de juiste betrokkenheid van bewoners (en ondernemers) bepalen.

Dit document bevat de beleidsregels voor het bepalen van locaties voor inzamelvoorzieningen voor fijn- en grof (huishoudelijk) afval in de gemeente Amsterdam. In deze beleidsregel wordt eerst ingegaan op de criteria die gehanteerd worden bij het bepalen van de locaties. Deze locatiecriteria, criteria op grond waarvan het bestuursorgaan vooraf vastlegt en kenbaar maakt dat zij deze zal hanteren bij het uitoefenen van zijn bevoegdheid, zijn beleidsregels op grond van artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdlijnen van de modernisering

Het Stedelijk kader bepalen locaties inzamelvoorzieningen is sinds 14 april 2021 ongewijzigd. Met deze modernisering zijn alle vereisten en richtlijnen opnieuw tegen het licht gehouden. Hierbij zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd, waardoor deze beleidsregel beter aansluit op de dagelijkse praktijk. Ook is de vormgeving en titel van de beleidsregel gewijzigd om beter aan te sluiten bij andere gemeentelijke regelgeving. De inhoudelijke aanpassingen en toevoegingen worden hieronder uiteengezet.

Toegankelijkheid en bereikbaarheid

De criteria voor toegankelijkheid en bereikbaarheid van de inzamelvoorzieningen zijn verbeterd. Zo is een richtlijn opgenomen dat bij het bepalen van een locatie van een inzamelvoorziening het moeten oversteken van drukke doorgaande wegen, waaronder mede begrepen een druk fietspad, om een inzamelvoorziening te bereiken zoveel als mogelijk moet worden vermeden. De richtlijn voor de maximale loopafstand naar een glascontainer is gewijzigd van 150 meter naar 300 meter. Zie voor meer toelichting paragraaf advies en consultatie. Twee andere richtlijnen over de maximale loopafstand zien op de aanbiedplaatsen van grof huishoudelijk afval en rolcontainers. Voor beide is een richtlijn opgenomen met hierin de maximale loopafstand van 150 meter.

Veiligheid

In deze beleidsregel is het vereiste opgenomen dat inzamelvoorzieningen ook zonder achteruit te hoeven rijden bereikbaar moeten zijn voor de inzameldienst. Hiermee is deze bepaling veranderd van een richtlijn naar een eis. Verder is de nieuwe richtlijn opgenomen dat de locatie van een inzamelvoorziening zo wordt bepaald dat bij het legen of vervangen van de container ervan geen veiligheidsrisico’s voor derden en eigen medewerkers ontstaan.

Omgeving

Voor de omgeving zijn twee nieuwe richtlijnen opgenomen. De eerste richtlijn ziet erop toe dat meer rekening gehouden moet worden met de grootte van bomen en het voorkomen van schade aan bomen door inzamelvoorzieningen. De tweede richtlijn bepaalt dat de aanbiedplaats van tuinkorven op onverhard gebied plaatsvindt.

Verhouding tot nationale en lokale regelgeving en gemeentelijk beleid

Bij het opstellen van de beleidsregel is rekening gehouden met de volgende wet- en regelgeving en het gemeentelijke beleid op de volgende gebieden:

Advies en consultatie

De concept beleidsregel is voorgelegd in de zienswijzeprocedure. In totaal zijn 97 zienswijzen ontvangen. Een groot deel van de zienswijzen had betrekking op loopafstanden naar een inzamelvoorziening. Met name het verruimen van de loopafstand naar een verzamelcontainer voor glas leidde tot zorgen. Deze voorgenomen wijziging is wel behouden in de beleidsregel. Er zijn namelijk meerdere redenen om de loopafstand van 150 meter naar 300 meter te verruimen. Zo is de beschikbare openbare ruimte schaarser en is het daarom steeds belangrijker om inzamelvoorzieningen op strategische wijze te plaatsen. Voor verzamelcontainers van glas betekent dit dat in de toekomst meer wordt ingezet op plaatsing nabij supermarkten en winkelcentra. Dit heeft ook als voordeel dat er op termijn minder extra geluidsoverlast in woonwijken zal ontstaan. Het uitbreiden van de maximale loopafstand leidt ook niet direct tot veel veranderingen in de stad. Pas bij nieuwe of te wijzigen bestaande locaties zal de richtlijn in acht genomen moeten worden. Hierbij zal per geval beoordeeld worden wat de meest geschikte locatie is, waarbij ook een loopafstand van minder dan 300 meter wordt overwogen. Een concrete wijziging naar aanleiding van het advies van het dagelijks bestuur van stadsdeel West is het wijzigen van artikel 4, derde lid, onder a. In deze bepaling is verduidelijkt dat met drukke wegen ook drukke fietspaden worden bedoeld. Voor meer informatie over de beantwoording van binnengekomen advies wordt verwezen naar de Nota van beantwoording.

Artikelsgewijze toelichting

Artikelen 1 en 2

In artikel 1 staat de reikwijdte van de beleidsregel. Ook is hierin opgenomen wat het verschil is tussen een vereiste en een richtlijn in de beleidsregel. Waar van een vereiste niet kan worden afgeweken, is dit bij een richtlijn onder omstandigheden wel mogelijk. In het geval van een richtlijn moet worden afgeweken, zal dit altijd goed gemotiveerd moeten worden. Verder is verduidelijkt dat deze beleidsregel aansluit bij alle begripsbepalingen in de Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023 en het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023. De begripsbepalingen zijn daarom niet apart toegelicht.

Artikelen 3 en 4

Artikelen 3 en 4 bepalen welke vereisten en richtlijnen gelden voor het bepalen van de locaties van alle inzamelvoorzieningen. Hierbij kan het dus gaan om de locatie van een verzamelcontainer, maar ook om de locatie van een aanbiedplaats. In de beleidsregel zijn de vereisten en richtlijnen opgedeeld in vier categorieën:

  • 1.

    goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van bewoners en beperken overlast voor omgeving;

  • 2.

    doelmatige inrichting van de openbare ruimte;

  • 3.

    veiligheid; en

  • 4.

    inzamel-logistiek.

Waar in artikel 4, derde lid, wordt gesproken over drukke wegen wordt aangesloten bij het Beleidskader Verkeersnetten.

Artikelen 5 en 6

In artikelen 5 en 6 bepalen welke richtlijnen specifiek gelden voor het bepalen van de locaties van verzamelcontainers (artikel 5) en aanbiedplaatsen (artikel 6). De richtlijnen zijn opgedeeld in vier categorieën:

  • 1.

    goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van bewoners en beperken overlast voor omgeving;

  • 2.

    doelmatige inrichting van de openbare ruimte;

  • 3.

    veiligheid; en

  • 4.

    inzamel-logistiek.

Artikelen 7 en 8

Artikelen 7 en 8 geven aan welke procedures worden gevolgd om een locatie voor inzamelvoorzieningen te kunnen aanwijzen, wijzigen of opheffen. Bij het opstellen van een locatiebesluit wordt de volgende procedure in grote lijnen gevolgd:

  • voorbereiden op basis van de vereisten en richtlijnen uit deze beleidsregel;

  • opstellen concept locatiebesluit, waarin de locatie wordt benoemd;

  • proactieve communicatie met burger (maatwerk);

  • betrekken gebiedsteams stadsdeelorganisatie;

  • bevoegd gezag neemt het voorgenomen besluit over locatie;

  • doorlopen zienswijzeprocedure over voorgenomen besluit en verzoek om advies aan stadsdeelcommissie;

  • opstellen nota van beantwoording naar aanleiding van ontvangen zienswijzen en advies stadsdeelcommissie; en

  • definitieve vaststelling van locatiebesluit.

Een gemeente kan op basis van afdeling 3.4 Uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht bij beleidsvoornemens in zijn algemeenheid besluiten om inspraak te verlenen. Dit geldt ook voor het vaststellen van een locatie voor het aanbieden van afval. In de gevallen benoemd in artikel 7, derde lid, van de beleidsregel wordt van het organiseren van inspraak afgezien. In dergelijke gevallen wordt de locatie van een inzamelvoorziening met een aanwijzingsbesluit vastgesteld en kunnen belanghebbenden hiertegen wel bezwaar maken binnen zes weken na vaststelling van het besluit. Omwonenden worden per brief geïnformeerd over de aanpassingen in het besluit, hierbij wordt een aanbod gedaan voor persoonlijk contact en er wordt uitgelegd hoe bezwaar tegen het besluit kan worden gemaakt.

Op een locatie waar al een inzamelvoorzienig staat en waar die locatie niet wezenlijk wordt gewijzigd wordt geen (nieuw) locatiebesluit genomen. Wel worden omwonenden tijdig geïnformeerd. In artikel 8, tweede lid, is het plaatsen van een glascontainer uitgezonderd. Het plaatsen van glascontainers kan leiden tot meer geluid en daarom zal in dat geval een nieuw locatiebesluit genomen worden. Ook is in artikel 8, derde lid, opgenomen dat zwaarwegende reacties er ook toe kunnen leiden dat er toch wel een locatiebesluit zal worden genomen.