Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758973
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758973/1
Beleidsregel Algemene Handhavingsstrategie Bebouwde Omgeving en Openbare Ruimte
Geldend van 19-03-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregel Algemene Handhavingsstrategie Bebouwde Omgeving en Openbare RuimteBurgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht,
Gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 13.5 en 13.6 van het Omgevingsbesluit;
Overwegende dat:
- •
Zij op grond van artikel 13.5 en 13.6 van het Omgevingsbesluit bevoegd zijn tot het vaststellen van een uitvoerings-en handhavingsstrategie;
- •
Het nodig is om de Algemene Handhavingsstrategie Bebouwde Omgeving en Openbare Ruimte op een aantal onderdelen te actualiseren;
- •
Het gewenst is ter invulling van hun beleidsruimte een beleidsregel vast te stellen voor toezicht en handhaving op de bebouwde omgeving en openbare ruimte in Utrecht;
Besluiten de volgende beleidsregel vast te stellen: Algemene Handhavingsstrategie Bebouwde Omgeving en Openbare Ruimte gemeente Utrecht.
Hoofdstuk 1 Doelen en monitoring toezicht en handhaving
We onderschrijven het uitgangspunt van de LHSO dat toezicht en handhaving moeten bijdragen aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. In Utrecht hanteren wij deze doelstelling breder. We willen met toezicht en handhaving sturen op veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, bereikbaarheid en leefbaarheid. Dit geldt voor zowel de Omgevingsrecht domeinen als de niet-Omgevingsrecht domeinen (zoals horeca en parkeren).
1.1 Veilig, gezond, duurzaam, bereikbaar en leefbaar
Het hoofddoel van de Algemene Handhavingsstrategie is: bijdragen en sturen op een veilige en gezonde fysieke leefomgeving in de stad Utrecht, passend binnen de context van Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen. Dit overkoepelende doel vraagt om een vertaling naar de verschillende domeinen van toezicht en handhaving.
In dit hoofdstuk maken we deze vertaling op hoofdlijnen. In de domein specifieke strategieën staat de nadere uitwerking. Bij deze uitwerking zijn data gedreven sturing en een risicomatrix -of analyse belangrijke hulpmiddelen. De werkwijze voor het opzetten van een risicomatrix of -analyse en voor data gedreven sturen staat in de hoofdstukken 2 en 3.
Op deze manier verfijnen we de hoofdlijnen naar uitvoerbare en concrete doelen. Vaak gaat het daarbij om het voorkomen of ongedaan maken van negatieve effecten van activiteiten in de stad. De werkwijze voor het opzetten van een risicomatrix of -analyse en principes voor data gedreven sturing staat in de volgende hoofdstukken.
1.2 Effectdoelen op hoofdlijnen
Op hoofdlijnen streven we met toezicht en handhaving onderstaande effectdoelen na. Daarbij staat op hoofdlijnen ook hoe we te werk gaan. De doelen zijn in de 2e helft van 2025 geëvalueerd.
- •
Bevorderen van een veilige en bereikbare openbare ruimte. Dat doen we door het reguleren van parkeren, zwaar verkeer, (wees) fietsen, uitstallingen en ander gebruik van de openbare ruimte.
- •
Signaleren van ondermijning en gerichte acties om criminele netwerken aan te pakken. Dat doen we in samenwerking met andere partners.
- •
Bijdragen aan een veilig verloop van evenementen en/of grote sportwedstrijden. Dat doen we door toe te zien op de regels die we gesteld hebben.
- •
Bijdragen aan de volksgezondheid met regelmatige controles rond Nix18 (alcoholgebruik onder jongeren). Dit doen we bij onder meer horeca, evenementen en studentenverenigingen.
- •
Bevorderen van een veilige en gezonde werkomgeving voor sekswerkers. Dat doen we door actief misstanden en mensenhandel te signaleren en hierop actie te ondernemen.
- •
Waarborgen van veilige en gezonde bouwwerken voor de gebruikers en de directe omgeving.
- •
Bijdragen aan een aantrekkelijke uitstraling van gebouwen en het behouden van het Utrechtse bouwkundig erfgoed.
- •
Bevorderen van de leefbaarheid en veiligheid in de wijken. Dat doen we door knelpunten en hotspots te signaleren, daarop actie te ondernemen en door aanspreekpunt te zijn in de buurt.
- •
Behouden van een prettige leefomgeving en voorkomen dat de leefomgeving verder onder druk komt te staan. Dat doen we door ervoor te zorgen dat bouwwerken volgens regelgeving worden gebruikt.
- •
Voorkomen en beperken van hinder en schade door bouwplaatsen. Dat doen we door omgevingsmanagement in te zetten waar dat nodig is. Ook letten we op specifieke aandachtspunten, zoals de zorg voor bomen en andere milieuzaken.
- •
Voorkomen en beperken van hinder, overlast en schade in zowel de openbare ruimte als de bebouwde omgeving. Dat doen we door meldingen van bewoners en bedrijven te behandelen. We prioriteren ze daarbij op belang voor de stad of buurt. Denk aan meldingen over afval, hondenpoep, (illegale) bouwwerken, bomen, lawaai en bouwwerkzaamheden.
- •
Tegengaan van milieuschade en hinder door bedrijfsactiviteiten. Dat doen we door bedrijfsactiviteiten in lijn te brengen met het omgevingsplan, overtredingen door hinder te behandelen en door illegale situaties ongedaan te maken.
- •
Nastreven van duurzaamheid in al onze activiteiten. Dat doen we bijvoorbeeld door oog te hebben voor energiebesparing door particulieren en aandacht te hebben voor vraagstukken bij netcongestie.
1.3 Meten doelen en resultaten
We meten onze toezichtactiviteiten en maken onze inspanningen zichtbaar. Daarbij werken we toe naar groeiend inzicht in welke resultaten en effecten we daarmee bereiken. We rapporteren hierover in het verslagdeel van het jaarlijkse Handhavingsprogramma. Daarin geven we een overzicht van het aantal controles, overlastmeldingen en geconstateerde overtredingen en de belangrijkste resultaten. Zo vermelden we hoeveel controles we hebben gedaan op afval naast ondergrondse containers (inclusief het aantal boetes), waarmee we hebben bijgedragen aan een schonere openbare ruimte. En bijvoorbeeld hoeveel constructieve controles we hebben gedaan bij nieuwbouwprojecten, waarmee we een bijdrage hebben gedaan aan de veiligheid van bouwwerken. Deze informatie gebruiken we vervolgens voor het Handhavingsprogramma in het volgende jaar, zodat wij kunnen bijsturen waar nodig.
1.4 Bestuurlijke prioriteiten
Het bestuur kan bepaalde kwesties belangrijker vinden dan andere gevallen binnen ons werkgebied. Voor zowel de bebouwde omgeving als de openbare ruimte geldt dat we de prioriteiten van het bestuur zoveel mogelijk opnemen in het Handhavingsprogramma. Er is daarbij altijd een mate van flexibiliteit om in te spelen op actuele kwesties. Zoals in H2 en H3 te lezen is, laten actuele kwesties zich minder makkelijk voorspellen in een risicoanalyse en komen minder snel naar voren bij data gedreven sturing. Ook voor de bestuurlijke prioriteiten bepalen we de best passende vorm van toezicht.
Bestuurlijke prioriteiten zijn vaak inhoudelijk, maar gaan soms ook over de organisatie van het toezicht. Bijvoorbeeld de wens om bepaalde samenwerkingen te ondersteunen. Het kan gaan om actieve inzet bij (grote) evenementen in overleg met de hulpdiensten of evenementorganisatie, of ondersteuning vanuit Utrecht naar gemeenten in de regio bij calamiteiten of kwesties rond de openbare orde.
Hoofdstuk 2 Risico gestuurd toezicht in bebouwde omgeving
2.1 Risico gestuurd werken met een risicomatrix of- analyse
Met een risicoanalyse maken we inzichtelijk welke negatieve effecten kunnen optreden, de mogelijke impact (gevolgen) hiervan en hoe groot de kans is dat deze effecten optreden. De negatieve effecten kunnen betrekking hebben op veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid, duurzaamheid, bereikbaarheid en leefbaarheid (zie figuur 2).
Een risicomatrix is een hulpmiddel om de risico’s te categoriseren. De risicoanalyse vormt de basis voor de prioritering daarvan. Zo kunnen we de capaciteit voor toezicht en handhaving effectief inzetten. Dit past ook bij de uitgangspunten van de LHSO.
Wij volgen altijd onderstaande vier basisstappen. Daarnaast volgen we aanvullende stappen als sprake is van verscherpt toezicht.
Stap 1: negatieve effecten beschrijven per domein
Voor elk toezichtsdomein bepalen we welke negatieve effecten kunnen optreden. Op basis hiervan kunnen we een risicoanalyse maken. In figuur 2 zie je welke mogelijke negatieve effecten er zijn.
Negatieve effecten
De volgende negatieve effecten kunnen zich voordoen. De effecten kunnen verschillen per toezichtsdomein. In de domein specifieke Handhavingsstrategie kunnen we de negatieve effecten nader toelichten en aanvullen.
|
Type negatief effect |
Omschrijving |
|
Vermindering persoonlijke veiligheid en beschadiging gezondheid. |
Fysiek letsel, ziekte (al dan niet dodelijk). Treft één of meerdere personen. Kan zowel zijn in de bouw- of aanlegfase van activiteiten als de gebruiksfase. |
|
Schade aan gebouwen, groen en milieu. |
Schade aan bouwwerken en groen/ natuur. Het gaat hier ook om verontreiniging van grond, water, lucht en groen. Het bouwwerk, grond, water, lucht of natuurgebied kan geheel of gedeeltelijke onbruikbaar zijn. |
|
Hinder en overlast voor de leefbaarheid en bereikbaarheid. |
Onbehagen en psychische of lichamelijke klachten die optreden in de omgeving waar het probleem speelt. Het gaat om zaken als afval, lawaai, stank, plaagdieren of het barricaderen van de openbare ruimte. |
|
Verslechtering van de ruimtelijke kwaliteit. |
Aantasting van de ruimtelijke kwaliteit, welstand, historische waarde (gebied of gebouw) of de uitstraling van de openbare ruimte en groen. |
|
Maatschappelijke onrust en vermindering veiligheid van de leefomgeving. |
Maatschappelijk ongewenst gedrag, overlast of criminaliteit. |
|
Verspilling energie en grondstoffen (duurzaamheid). |
Verhoogd en/of onnodig gebruik van energie en/of grondstoffen. |
|
Oneerlijke concurrentie. |
Nalaten van het nemen van maatregelen of het oprekken van regels, waardoor economisch voordeel ontstaat voor een bedrijf. Het gaat hier bijvoorbeeld om een oneerlijke verdeling van woonruimte, ruimere winkeltijden of het dumpen van afval op plekken of tijden waarop dat niet mag. |
Figuur 2: negatieve effecten
Stap 2: soorten activiteiten en types gebruik en gedrag beschrijven
We beschrijven bij elk negatief effect welke soorten activiteiten we onderscheiden en welke types (onwenselijk) gebruik en gedrag. Een activiteit is bijvoorbeeld een bouwactiviteit, een milieubelastende activiteit of een horeca-activiteit. Een type (onwenselijk) gebruik en gedrag is bijvoorbeeld illegale kamerverhuur of heling op straat.
Stap 3: risicomatrix invullen
We formeren een team medewerkers van VTH, zoals inspecteurs, juristen, beleidsadviseurs en teammanagers. Met dit team vullen we de risicomatrix in. We kennen scores toe aan alle negatieve effecten en types (onwenselijk) gebruik en gedrag en we bepalen hoe groot de impact (het gevolg) van een risico is door de ernst van de mogelijke gevolgen in te schatten. Dit doen we gebaseerd op de Utrechtse praktijk, kennis en ervaringen. Hoe risicovoller een activiteit, hoe meer punten de activiteit scoort.
Het resultaat van de ingevulde risicomatrix is een prioritering. De scores geven aan welke activiteiten het hoogst scoren en prioriteit moeten krijgen. Dit verwerken we in de domein specifieke strategieën.
Stap 4: toezichtsvorm en controlefrequentie bepalen
We bepalen per activiteit of cluster van activiteiten of types (onwenselijk) gebruik en gedrag wat de best passende toezichtsvorm en controlefrequentie is.
In principe geldt: hoe hoger de score in de risicomatrix, hoe hoger de prioriteit in het behandelen van (overlast)meldingen en hoe hoger de controlefrequentie. Hoe lager de score, hoe meer variatie er is in de verschillende toezichtsvormen die we kunnen inzetten. In hoofdstuk 4 staan de verschillende toezichtsvormen beschreven.
Stap 5: verscherpt toezicht (malusregeling)
In sommige domeinen (bijvoorbeeld horeca en bouw) is verscherpt toezicht mogelijk. Daarbij geldt een verfijnde controlefrequentie op grond van het nalevingsgedrag. We controleren dan vaker dan we in eerste instantie hadden bepaald. Belangrijk voor verscherpt toezicht is dat we het naleefgedrag hebben geregistreerd in een actueel (bedrijven)bestand.
Stap 6: naleefgedrag registreren
We vullen de risicomatrix aan met het naleefgedrag. We scoren in hoeverre de regel(s) worden nageleefd. Ook omschrijven we de kans dat een negatief effect zich kan voordoen. Een belangrijke indicator is het aantal meldingen dat VTH ontvangt. Slecht naleefgedrag kan een reden zijn voor verscherpt toezicht (stap 5).
Stap 7: dynamiek aanbrengen in controles en evaluaties
We bepalen over welke periode welke bedrijven onder verscherpt toezicht komen. Dat kan bijvoorbeeld de top 10 zijn, de top 30 of de top 50 hoogst scorende bedrijven. Hierop vindt periodieke evaluatie plaats. Op basis van de evaluatie kan hoe hoog het topaantal is, wijzigen. Daarbij kijken we welk topaantal nog onderscheidend genoeg werkt.
2.2 Data gedreven sturing in de bebouwde omgeving
Data gedreven sturen, ofwel het sturen op basis van informatie, biedt mogelijkheden voor het gericht en efficiënt inzetten van toezicht in de bebouwde omgeving.
We passen het toe bij de aanpak van vastgoedmisbruik. Een team van juristen, data-analisten en inspecteurs brengt met behulp van data overtreders en overtredingen in beeld. Inspecteurs voeren vervolgens gericht acties uit om overtredingen op te sporen en treden passend handhavend op.
Binnen het uitvoeringsprogramma Beschermen bestaande woningvoorraad houden we met behulp van data actief toezicht op het woonruimtegebruik in de stad. We brengen de gebieden en buurten in beeld waar we vermoeden dat de problematiek het grootst is. Het uitvoeringsprogramma is belangrijk voor het realiseren van de ambities in de Woonvisie.
De manier van werken met data gedreven sturing is in ontwikkeling. De komende jaren gaan we dit verder vormgeven.
Hoofdstuk 3 Data gedreven en wijkgericht toezicht in de openbare ruimte
Toezicht in de openbare ruimte voeren we uit op basis van data gedreven inzet en met wijkgericht toezicht. Het toezicht en de handhaving in de openbare ruimte is een taak van de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) en de toezichthouders. De boa’s zijn beëdigd en hebben opsporingsbevoegdheid om strafbare feiten op te sporen. De bevoegdheden zijn beschreven in de Regeling domeinlijsten Buitengewoon Opsporingsambtenaar. Het grootste deel van de handhavers bij VTH is bevoegd binnen Domein I Openbare ruimte. Daarnaast hebben we boswachters die zijn aangesteld in Domein II Milieu, welzijn en infrastructuur. Deze boa’s zijn actief op de landgoederen Rhijnauwen en Amelisweerd.
3.1 Data gedreven inzet
Voor het bepalen en prioriteren van de inzet van de handhavers maken we gebruik van verschillende soorten data. Bijvoorbeeld data over overlastmeldingen (aantal en spreiding) en (eigen) waarnemingen. Door deze gegevens te analyseren, weten we wat er leeft en speelt in de stad en kunnen we de handhavers actief inzetten op overlastlocaties. Ook kunnen we met de data overlastlocaties en risico’s eerder signaleren en vervolgens gericht toezichthouden. Afhankelijk van het onderwerp passen we de best passende toezichtsvorm toe (zie hoofdstuk 4). Ook bij de aanpak van overlastonderwerpen en hotspots passen we data gedreven toezicht toe. Bijvoorbeeld bij de aanpak van bijplaatsingen bij ondergrondse afvalcontainers en bij de parkeercontroles.
Data gedreven inzet bij bijplaatsingen: De handhaving op bijplaatsingen bij (ondergrondse) containers doen we aan de hand van een hotspotlijst. Deze hotspotlijst is gebaseerd op het aantal geregistreerde bijplaatsingen, het aantal overlastmeldingen en waarnemingen van medewerkers.. We controleren gericht op hotspotlocaties.
Data gedreven inzet bij betaald parkeren: De handhavingsinzet op betaald parkeren bepalen we aan de hand van de betalingsbereidheid. Door de parkeercontroles weten we welk percentage automobilisten in een buurt betaalt voor het parkeren. Zo krijgen we een betalingsbereidheidspercentage, waarmee we de frequentie van de parkeercontroles in de buurten bepalen. Buurten met een lager betalingsbereidheidspercentage krijgen meer controles.
Data gedreven inzet vergt een zorgvuldig proces van verzamelen, ordenen en analyseren van de data. We houden ons hierbij aan de Algemene Verordening gegevensbescherming. Waar nodig schakelen we bij (digitale) vraagstukken de ethische commissie Uthiek in. Deze gemeentelijke commissie heeft een waardenmodel waarmee zij ons helpen om ethische vraagstukken in beeld te brengen en handhavingsprojecten verantwoord in te richten. Verder hanteren we de uitgangspunten van het Rapport Institutioneel racisme Gemeente Utrecht en de verdere koers zoals die vastgelegd is in de raadsbrief naar aanleiding van dit rapport. Dit geldt zowel voor de handhaving in de bebouwde omgeving als de openbare ruimte.
3.2 Wijkgerichte inzet met wijkboa’s
Voor het toezicht in de openbare ruimte is de verbinding met de wijk en de bewoners, bedrijven en organisaties zeer belangrijk. Daarom hebben we naast de data gedreven inzet ook een wijkgerichte inzet met wijkboa’s. De wijkboa’s hebben dezelfde bevoegdheden als de andere boa’s, maar zij zijn gekoppeld aan een specifieke wijk. De wijkboa’s zetten hun bevoegdheden breed in, afhankelijk van wat nodig is in de wijk. Preventie is een belangrijk onderdeel van hun werk. Op deze manier zijn zij de ogen en oren van de gemeente in de wijk. Ook verhogen we hiermee de zichtbaarheid en aanspreekbaarheid van het gemeentelijk toezicht in de wijk.
Hoofdstuk 4 Toezicht in Utrecht
Wij passen de LHSO toe. In de hoofdstukken 4, 5 en 6 omschrijven we een aantal specifieke aanvullingen die kenmerkend zijn voor de toezicht en handhaving in de stad Utrecht. In dit hoofdstuk 4 staat de Utrechtse toezichtsaanpak centraal. Hoofdstuk 5 focust op de Omgevingswet en in hoofdstuk 6 omschrijven we de Utrechtse handhavingsaanpak.
4.1 Toezichtsvormen en hun kenmerken
We maken in Utrecht onderscheid in verschillende soorten controles en manieren van inzet. De gekozen vorm is afhankelijk van het onderwerp en heeft ook een relatie met de beschikbare capaciteit.
Daarnaast ontwikkelen we nieuwe en innovatieve vormen van toezicht, waarmee we inspelen op de groei van de stad en waarmee we slagkracht houden. Voorbeelden hiervan zijn de inzet van drones en nieuwe mogelijkheden met de scanauto’s.
|
Toezichtsvorm |
Kenmerken |
Voorbeelden |
|
Opleveringscontrole milieubelastende activiteiten, horeca of activiteiten bijzondere wetten. |
Controle op de (bedrijfs) activiteiten die vergunnings-/ meldingsplichtig zijn. Onder de aandacht brengen van de wet- en regelgeving bij het bedrijf of de initiatiefnemer. Bepalen van verdere toezichtsvorm en – frequentie. Volledige en correcte registratie in het beheersysteem. |
Bebouwde omgeving Eerste controle nieuwe horeca-onderneming. |
|
(Opleverings)controle activiteit bouwen. |
Risico gestuurde controle op de regels in omgevingsvergunning Bouwbesluit of Besluit bouwwerken leefomgeving tijdens de uitvoering of bij de oplevering van een bouwwerk. Zodra het bouwwerk gerealiseerd is, is de omgevingsvergunning niet meer geldig. Na de oplevering van het bouwwerk vindt geen hercontrole meer plaats. |
Bebouwde omgeving Wapening, aanwezigheid rookmelders. Omgevingsveiligheid tijdens de uitvoering. |
|
Bij Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) |
Controle op regels alleen als hier vooraf of tijdens de bouw aanleiding toe bestaat. Controle op aanwezigheid en volledigheid van het dossier bevoegd gezag. Controle naar aanleiding van het dossier bevoegd gezag alleen als hier aanleiding toe bestaat. |
|
|
Periodiek toezicht |
Periodieke, risico gestuurde controle bij bestaande/ bekende activiteiten. Controle voldoen aan vergunning Frequentie wordt bepaald op grond van de risicoanalyse in combinatie met het naleefgedrag (als bekend). Een hogere frequentie van controles kan plaatsvinden bij verscherpt toezicht. |
Openbare ruimte Standplaatsen Bebouwde omgeving Horecacontroles. |
|
Thematisch toezicht |
Controle om het naleefgedrag op één bepaald thema of bepaalde activiteit goed in kaart te krijgen en te verbeteren. Het thematisch toezicht kan plaatsvinden binnen een groter project of programma. |
Openbare ruimte Bijplaatsingen, verkeershandhaving, bedrijfsafval, uitstallingen. Bebouwde omgeving Vetafscheiders. |
|
Gebiedsgericht toezicht |
Controle in de vorm van een surveillance of schouw die niet locatie-of objectgebonden is. Gebiedsgericht toezicht kan worden ingezet om (illegale) activiteiten te signaleren. |
Openbare ruimte Parken, jeugdoverlast, hondenoverlast, surveillances wijkboa’s. |
|
Toezicht op afstand |
Administratieve controle 'vanachter het bureau’. Gericht op voldoen aan wettelijke verplichtingen, zoals registratieplichten of keuringseisen. Virtuele vormen van toezicht, zoals met een videoverbinding, digitale monitoring of camerahandhaving. |
Openbare ruimte Milieuzone, deskcontrol parkeren, geslotenverklaring Domplein. Bebouwde omgeving SCIOS-keuring stookinstallaties. |
|
Toezicht n.a.v. klachten, overlastmeldingen, calamiteiten en handhavingsverzoeken |
Toezicht naar aanleiding van klachten, overlastmeldingen, calamiteiten en handhavingsverzoeken. |
Openbare ruimte Speeltoestellen, wrakken, lachgas, overlast evenementen. Bebouwde omgeving Geluidoverlast, laden en lossen, vermoeden illegale dakopbouw, overlast evenementen. |
|
Toezicht tijdens (lopende) handhavings-procedures |
Controle na een vooraankondiging, een opgelegde bestuurlijke boete, dwangsom- (of bestuursdwang) beschikking of genomen beschikking tot gedogen of het intrekken van een vergunning. De controle richt zich alleen op de overtreding(en) waarop de brief of beschikking betrekking heeft. |
Figuur 3: Toezichtsvormen
4.2 De Utrechtse bonus-malusregeling
Om de controlefrequentie te verfijnen kan een bonus-malusregeling van toepassing zijn. Een bonus-malusregeling houdt in dat een bedrijf dat zich goed aan de regels houdt minder gemeentelijke controlemomenten heeft (bonus), terwijl een bedrijf dat zich niet goed aan de regels houdt meer controlemomenten kan verwachten (malus). Dit past goed bij het passend handhavend optreden uit de Utrechtse Handhavingsmatrix (hoofdstuk 6).
Bonus malus in de praktijk
Goed nalevingsgedrag kan gestimuleerd worden met een bonus. De beloning kan per bedrijf verschillen. Het liefst sluiten we aan bij de wensen van een bedrijf. Het ene bedrijf kan bijvoorbeeld minder controles willen (‘verlagen toezichtslast’). Andere bedrijven laten zich daarentegen graag controleren door de gemeente (‘helpende kwaliteitscheck’). Bij minder controles zijn er wel beperkingen aan de mogelijkheden om controlemomenten over te slaan. Er mag geen andere eigenaar zijn en de rechtsregels waaraan toetsing plaatsvindt moeten hetzelfde zijn gebleven. Ook is het niet mogelijk om controlemomenten over te slaan bij overlastmeldingen.
Ook de inzet van gedragskennis en analyse van het gedrag van de doelgroep, kan leiden tot betere naleving. Wanneer een handeling uitvoeren makkelijk is, bevordert dat het naleefgedrag. Nadere uitwerking van een bonus-malusregeling is onderdeel van de domein specifieke strategieën.
Naast de bonus bestaat ook de malus. Het wordt dan voor bedrijven onaantrekkelijker om de regels te overtreden. Een bedrijf dat de regels slecht naleeft, komt dan in een situatie waarin wij verscherpt toezicht gaan houden. Inspecteurs voeren bijvoorbeeld gericht acties uit om overtredingen op te sporen en te bestrijden. We bouwen dossiers op en wanneer dat nodig is, vindt lang en intensief handhaving plaats. Daarbij werken we samen met partijen als politie, inspectie SZW en de Belastingdienst. Voor de malusregeling is het mogelijk de risicomatrix uit te breiden of datagedreven sturing in te zeten, zoals aangegeven in hoofdstuk 2
4.3 Utrechtse uitgangspunten voor reactieve inzet (overlastmeldingen)
We behandelen meldingen als we wettelijke bevoegdheden hebben om daartegen op te treden. Het behandelen van een melding kan ook betekenen dat we de melding doorzetten naar de juiste organisatie of organisatieonderdeel. Het verminderen van overlast is heel belangrijk voor een prettige leefomgeving en het welzijn van inwoners in de stad. Met het oppakken van meldingen leveren we hier een belangrijke bijdrage aan.
De afgelopen jaren steeg het aantal meldingen en we hebben niet genoeg middelen om onze capaciteit te verhogen. Het is daarom noodzakelijk om bij het oppakken van meldingen prioriteiten te kunnen stellen. We kijken dan naar de ernst van de meldingen en of we meerdere meldingen hebben ontvangen over een bepaald onderwerp of op een bepaalde plek. Deze meldingen pakken wij dan met prioriteit op. We kijken ook naar de aard van de melding. Sommige meldingen lenen zich beter voor een gebiedsgerichte of thematische aanpak. Incomplete meldingen, waarbij we van de melder geen aanvullende informatie kunnen ontvangen over de precieze locatie of aard van de melding, krijgen een lagere prioriteit. Vaak zijn dit anonieme meldingen. Overlastmeldingen die een gevaar kunnen opleveren voor veiligheid en gezondheid pakken we altijd meteen op.
We registreren alle meldingen. We gebruiken ze als signaal om er ons toezicht op in te richten. Komt een bepaald type melding gedurende een periode vaker voor, maar is het risico laag en is geen capaciteit voor individuele behandeling, dan is thematisch toezicht of gebiedsgericht toezicht een optie. De capaciteitsinzet is terug te vinden in het Handhavingsprogramma.
In de communicatie naar bewoners of bedrijven leggen we uit hoe we te werk gaan. Dit doen we zowel via de verschillende mediakanalen als in (een standaard) reactie op een binnengekomen melding. De reactie naar de melder kan dus ook zijn dat we de melding alleen registreren. Bijvoorbeeld omdat er geen sprake lijkt te zijn van een overtreding of omdat we voorrang geven aan andere meldingen.
4.4 Domein specifieke strategieën
Domein specifieke strategieën bevatten één of meerdere van de volgende onderdelen:
- •
Een omgevingsanalyse waarmee we actuele ontwikkelingen in beeld brengen die invloed hebben op het domein. Zo kunnen we met toezicht en handhaving inspelen op veranderingen in de omgeving.
- •
Wijzigingen, aanvullingen en uitzonderingen ten opzichte van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO).
- •
Nadere uitwerking en subdoelen op de doelen in de algemene strategie.
- •
Een uitgewerkte en ingevulde risicomatrix, inclusief definities en keuze voor de negatieve effecten die van toepassing zijn.
- •
Een omgevingsanalyse, met locatie specifieke kenmerken, variërend in schaalniveau (buurt/ wijk/ bedrijventerrein/ stad).
- •
Prioriteiten in de aanpak op grond van de risicomatrix en bestuurlijke wensen.
- •
Indicators voor een succesvolle aanpak.
- •
Richtlijnen voor dwangsommen en -termijnen.
- •
Nadere invulling van samenwerking strafrechtelijke partners.
- •
Normerende uitspraken en richtlijnen voor het invullen van de specifieke zorgplicht.
- •
Nadere uitgangspunten van een bonus-malusregeling (als dat nodig is).
Milieu, energie en bodem
Milieubelastende Bal- activiteiten (Besluit activiteiten leefomgeving) vallen onder de Uitvoering-en Handhavingstrategie overgedragen milieutaken Regio Utrecht. Het kan gaan om milieu, energie, of bodem gerelateerde activiteiten. Meldingen over milieubelastende activiteiten die niet onder het Bal vallen, vallen onder de werking van deze Algemene Handhavingsstrategie. Daarnaast voert de gemeente regie over 5 Utrechtse bedrijven/ instellingen met Bal-activiteiten. Hier staat meer over in bijlage 4.
Voor milieu en bodem zijn daarom geen domein specifieke strategieën.
Hoofdstuk 5 Toezicht onder de Omgevingswet
Een aantal principes onder de Omgevingswet vraagt nadere invulling en het ontwikkelen van een werkwijze. We geven er in Utrecht op de volgende manier invulling aan. Waar nodig evalueren we de uitgangspunten.
5.1 De specifieke zorgplicht
De Omgevingswet kent in elk geval specifieke zorgplichten in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Ook in het Omgevingsplan kunnen specifieke zorgplichten staan.
Specifieke zorgplicht in het Bal (2.11, 1e lid)
Degene die een milieubelastende activiteit, of een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuivering technisch werk verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 2.2, is verplicht:
- •
Alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen.
- •
Voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.
- •
Als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
Specifieke zorgplichten staan in het Bbl voor:
- •
Het gebruik en onderhoud van bouwwerkinstallaties.
- •
Het brandveilig gebruik van bouwwerken.
- •
Het daadwerkelijk uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden.
- •
De specifieke zorgplicht bestaat naast de algemene regels van het Bbl. Specifieke zorgplicht geldt ook voor HYPERLINK "https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/technische-bouwactiviteit/rijksregels-bouwactiviteit/vergunningplichtige-technische-bouwactiviteiten/"vergunningsplichtige activiteiten
Toepassen specifieke zorgplicht op casusniveau
Kijk eerst of er bij de betreffende activiteit een specifieke zorgplicht uit het Bal, Bbl of het Omgevingsplan geldt.
Welke doelen beschermt de specifieke zorgplicht en hoe staat de zorgplicht omschreven? (Denk aan veiligheid en gezondheid.)
Zijn er regels in het Bal, Bbl, Omgevingsplan of vergunning die de betreffende gedraging al verbieden of geldt er een maatwerkvoorschrift ter concretisering van de zorgplicht dan hoeft er niet alsnog naar de specifieke zorgplicht worden gekeken. Voor Bal-activiteiten kan de Omgevingsdienst Utrecht de zaak verder oppakken.
Als er sprake is van een activiteit met effecten die in strijd zijn met de zorgplicht:
Stel een overtreding vast op basis van een norm/tabel/(oude) richtlijn die dient als feitelijke onderbouwing.
Voorgaande geldt niet wanneer de negatieve gevolgen evident zijn en voor onmiddellijke overlast of gevaar zorgen – in dat geval kan de specifieke zorgplicht overvleugelen wat uitputtend is geregeld. De overlast moet evident en goed verwoord (en aanvullend in beeld gebracht) zijn. Een voorbeeld is wanneer een initiatiefnemer loost op een overvol riool.
Hoe beter we een overtreding van de zorgplicht kunnen onderbouwen, des te hoger ligt de mate waarin we kunnen ingrijpen.
De LHSO is bij de overtredingen de basis. Neem ernst van de overtreding en type overtreder mee in de aanpak.
Verder geldt:
Stel: de specifieke zorgplicht wordt meerdere keren op dezelfde wijze toegepast. Dan kan dat leiden tot noodzaak het Omgevingsplan of regels aan te passen (opschalen in beleidscyclus).
Stel: een initiatiefnemer wil meer duidelijkheid of aan de zorgplicht wordt voldaan. Dan kan het een aanleiding zijn om maatwerkvoorschriften op te leggen (22.45 Bruidsschat). Check dit altijd aan de instructieregels in het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Er is een zekere spanning tussen specifieke situaties en de behoefte/ noodzaak om een goede eigen kaderstelling te hebben voor een gelijke afweging in gelijke gevallen. In de domein specifieke strategieën of in werkinstructies is het mogelijk normerende uitspraken te doen.
5.2 Ja mits
De Omgevingswet gaat uit van het mogelijk maken van ontwikkelingen en initiatieven, waarbij vroegtijdig het gesprek met de omgeving een plek krijgt. Het ‘ja mits’-principe is daarbij leidend. Dit principe heeft vooral betrekking op de initiatief- en vergunningenfase.
De ‘ja mits’- houding van de Omgevingswet is niet zonder meer toe te passen op het toezicht en de handhaving in de stad. In veel gevallen is handhaving van wet- en regelgeving noodzakelijk. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van ernstige of aanhoudende overlast of wanneer er een gevaarlijke situatie ontstaat voor de veiligheid of gezondheid. Bij landelijke wet- en regelgeving is de wet het minimale niveau waaraan we moeten toetsen en staat daarom per definitie niet ter discussie. Ook is de ja, mits houding alleen van toepassing op fysieke en technische eisen. Het is niet toepasbaar op ‘gedragingen’.
In sommige gevallen kiest de inspecteur voor een ‘ja, mits’-houding. In het richtinggevend kader hieronder beschrijven we welke afwegingen we maken.
|
Situaties |
Ja, mits |
Vervolgstappen |
|
Situaties met een vergunningsplicht of rijksregels |
Afwijken zolang het een gelijkwaardige oplossing betreft |
VTH geeft de casus door aan de verantwoordelijke beleidsafdeling (hoofdstuk 7). Zij bepalen of de regelgeving aan te passen is of de situatie voorwaardelijk toe te staan is. |
|
Nieuwe ontwikkelingen waar (nog) geen duidelijke regels voor zijn |
We doen een risico-inschatting: Veiligheid/gezondheid Belangenafweging Gebiedskenmerken |
|
|
Strijdig met Ruimtelijk beleid |
||
|
Strijdig met het VTH-beleid |
VTH neemt eigen beoordeling in behandeling en bepaalt of het VTH-beleid wordt aangepast. |
Risico-inschatting
We doen een risico-inschatting om te bepalen of er afwegingsruimte is. Soms is er bestuurlijke afwegingsruimte. Dit is de beleidsruimte die de gemeente heeft om eigen afwegingen te maken over activiteiten in de fysieke leefomgeving. We brengen de consequenties in kaart voor de negatieve effecten, de belangen van buurtbewoners en de gebiedskenmerken die er zijn.
Afwegingsruimte is er alleen wanneer:
Er geen (verhoogd) risico op de veiligheid en gezondheid, milieuschade of overlast ontstaat.
Het een situatie betreft die voorkomt uit een gemeenschappelijk belang (het initiatief dient het belang van meerdere buurtbewoners).
De situatie geen onaanvaardbare belemmeringen/hinder oplevert voor de leefbaarheid in de directe omgeving (bijvoorbeeld vanwege een krappe straat geen goede parkeergelegenheid meer).
Op basis van veiligheid, gezondheid, overlast en (milieu)schade, de belangen van omwonenden en impact op de directe omgeving er geen bezwaar is om andere afwegingen te maken.
Er nog geen eerdere afweging plaats heeft gevonden in de Vergunningenfase. Wanneer over een bepaald initiatief of een bepaalde situatie in deze fase afspraken zijn gemaakt, komt er geen nieuwe afweging in de uitvoerings-en gebruiksfase.
De risico- inschatting beperken we tot het bovenstaande. ‘Welstand’ maakt er dus bijvoorbeeld geen onderdeel van uit.
Tussentijdse situatie
Wanneer er afwegingsruimte is, maar de situatie niet of niet binnen een afzienbare tijd (richtlijn 6 maanden) wordt gelegaliseerd, dan treden we passend handhavend op. Legalisatie kan plaatsvinden met een vergunning of een omgevingsplanwijziging. Passende handhaving is bijvoorbeeld dat we eigenaren/bewoners de gelegenheid geven om de situatie ongedaan te maken. Als we in situaties met afwegingsruimte weten dat de situatie binnen een afzienbare tijd (6 maanden) wordt gelegaliseerd, dan is het niet passend om de huidige regels te handhaven. In deze gevallen zien we af van handhavend optreden.
Negatieve beoordeling van VTH
VTH kan op basis van de risicoschatting oordelen dat er geen afwegingsruimte is. Dan vindt passend handhavend optreden plaats volgens de Utrechtse handhavingsmix. Betreft het een nieuwe ontwikkeling waar geen passende regelgeving voor geldt, dan geeft VTH dit signaal af bij de beleidsafdeling. Vervolgens bepalen we per situatie of een voorbereidingsbesluit of voorbeschermingsregels nodig en mogelijk zijn.
5.3 Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb)
Onder de Wkb is de bouwtechnische toets en toezicht voor bouwprojecten met gevolgklasse 1 naar de markt gegaan. De kwaliteitsborger van dit type bouwprojecten is dan aan zet. De gemeente doet bij bouwactiviteiten bij strikte rolneming alleen het toezicht op omgevingsaspecten, een (administratieve) check op ‘informatiemomenten’ en treedt op in handhavingssituaties als een kwaliteitsborger dit nodig vindt of als wij als gemeente dit nodig vinden. De rol van de gemeente is in beginsel terughoudend.
Dit betekent een andere werkwijze voor alle verschillende partijen in het bouwproces. Een kwaliteitsborger moet voldoen aan eisen en doorloopt een accreditatieproces. Als een bouwwerk niet voldoet aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (het Bbl) moet hij zorgen dat de aannemer dit gebrek herstelt. De gemeente blijft het bevoegd gezag. De invulling van de rollen vraagt zowel van de kwaliteitsborger als van de gemeente veel sturing vóóraf, om later problemen te voorkomen.
Voor een goede overgang hiertoe hanteren we in de stad Utrecht een risicoanalyse (hoofdstuk 2), waarbij alle meldingen Wkb én de activiteit in de omgeving een kleur krijgen. De risicoanalyse geldt zowel voor het risicoprofiel van het bouwwerk als voor de risicovolle aspecten van de omgeving. Het is mogelijk dat voor het bouwtechnische deel geen risico’s worden verwacht en er op dat vlak geen nader toezichtmoment nodig is, terwijl voor ruimtelijke onderdelen wel toezicht wenselijk is.
We noemen dit ‘het stoplichtmodel’:
- •
Bij groen werkt de gemeente geheel volgens de Wkb in een terughoudende rol.
- •
Bij oranje kijkt de gemeente mee op een aantal (risicovolle) aspecten. Niet alleen door een administratieve check bij informatiemomenten, maar ook door eigen toezicht op die aspecten tijdens de bouw.
- •
Bij rood voert de gemeente het toezicht uit naast het toezicht door de kwaliteitsborger, vanwege het grote afbreukrisico.
Nadere uitwerking van het stoplichtmodel krijgt vorm in de domein specifieke strategie voor nieuwbouw.
- •
Het stoplichtmodel geldt ook voor ‘zij-instromers’.
- •
Het stoplichtmodel geldt als graadmeter voor de omvang van het toezicht en kan aangepast worden op aspecten waar de gemeente meer nadruk op wil leggen, zoals energiezuinigheid.
- •
Het stoplichtmodel is ook toepasbaar voor andere gevolgklassen, wanneer deze in een later stadium naar de markt gaan.
- •
Het stoplichtmodel evalueren we als onderdeel van het Handhavingsprogramma
5.4 Informatieplichten, verstrekken van gegevens en bescheiden, en meldingsplichten
Onder de Omgevingswet gelden diverse soorten plichten:
- •
Informatieplichten.
- •
Het verstrekken van gegevens en bescheiden.
- •
Meldingsplichten.
Niet voldoen aan meldingsplichten is grond om handhavend op te treden en de activiteit te stoppen. Leidend daarbij is de LHSO en de Utrechtse handhavingsmix. Bij minder ernstige gevolgen voor de leefomgeving kunnen we kiezen voor het maken van afspraken en in orde maken van de melding, zonder de activiteit geheel te stoppen.
Informatieplichten hebben geen direct rechtsgevolg. Wel kunnen meldingen op grond van informatieplichten duiden op (toekomstige) illegale situaties of overtredingen. Ook in die gevallen is de LHSO en de Utrechtse handhavingsmix leidend voor nadere acties.
5.5 Het DSO
Het DSO is in principe de vindplek voor alle wet- en regelgeving. Zowel inspecteurs als bewoners en ondernemers kunnen hier (op termijn) alle geldende wet- en regelgeving vinden. Geleidelijk wordt de informatiepositie van alle partijen gelijkwaardiger. Dit is van invloed op de omgang met elkaar en versterkt het belang van werken met de Utrechtse handhavingsmix.
Hier gelden wel enkele beperkingen bij. Verordeningen zullen in de eerste periode na inwerkingtreding van de Omgevingswet nog niet via het DSO inzichtelijk zijn. Vergunningen, maatwerk, nadere eisen en handhavingsbeschikkingen komen geheel niet in het DSO.
5.6 Het betrekken van toezicht bij vergunningverlening
Om de handhaafbaarheid van vergunningen te garanderen sluit het toezicht zo nodig bij het begin van het vergunningverleningsproces aan. Gelet op de hoeveelheid vergunningaanvragen en de diversiteit hiervan bepalen we per vergunningstype hoe en in welke mate toezicht wordt betrokken bij het begin van dit proces. Nadere uitwerking hiervan is onderdeel van de uitvoeringsstrategie (vergunningenstrategie).
Verder is het van belang dat op basis van het risico per thema expliciet een overdrachtsmoment in het proces plaatsvindt van vergunningverlening naar toezicht. Hierbij maken we gebruik van bestaande instrumenten, zoals het BLVCM-plan (plan voor de bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid, communicatie en milieu).
Bijvoorbeeld bij falen van de kwaliteitsborging, signalen van de kwaliteitsborger dat wordt afgeweken van regelgeving, of het ’vergeten’ van een melding bouwactiviteit.
Hoofdstuk 6 Handhaving in Utrecht
In dit hoofdstuk staan de kenmerken en uitgangspunten op een rij die de Utrechtse handhaving typeren.
6.1 Utrechtse Handhavingsmix
Wij zetten de interventiematrix in van de LHSO. Deze interventiemix biedt ruimte voor andere ingrepen dan direct sanctioneren bij overtredingen. In Utrecht werken we met de Utrechtse handhavingsmix. We gaan ervan uit dat het toepassen van een goede mix bij alle bezoeken, controles en contactmomenten bijdraagt aan het naleven van regels en voorschriften. Op deze manier dragen wij bij aan een veilige, gezonde, duurzame, bereikbare en leefbare bebouwde omgeving en openbare ruimte.
Bij het toepassen van de handhavingsmix en passend handhavend optreden telt ook mee of handhaving gerechtvaardigd is. Zo is bij bijplaatsingen naast afvalcontainers onderdeel van de beoordeling of er nog ruimte is in de container. Bij handhaving in de openbare ruimte moet ook de bebording goed op orde zijn. Zo moet bij het controleren op (te) zwaar verkeer de regelgeving goed zijn aangegeven op bebording.
De handhavingsmix is ook toe te passen bij wet- en regelgeving of beleid waarbij er een overbruggingsperiode is tussen de aankondiging en het moment van ingang. Strikt genomen gaat het dan nog niet om handhaven, maar om het voorkomen van sanctioneren door te investeren in verleiding en informeren.
Denk hierbij aan wetgeving op het gebied van energiebesparing, zoals enkele jaren geleden de Energielabel C verplichting voor bedrijven. Voordat de verplichting inging, namen we een actieve houding aan om bedrijven te stimuleren om extra energiebesparende maatregelen te nemen. Toen de wet inging voldeed een groot deel al aan de wet en was minder inzet op handhaving/ sanctioneren nodig.
Afbeelding 1 Utrechtse handhavingsmix: kan op verschillende manieren: soms streng, maar ook door uitleg of afspraken. Het gaat om het vinden van de juiste mix in elke situatie.
Informeren: Vertellen welke regels (gaan) gelden, voor wie en waarom.
- •
Communicatie (gericht op kennis doelgroep over regelgeving en toepasbare regels in het DSO).
- •
Waarschuwen (gericht op sanctiebeleid en pakkans).
- •
Normen stellen (dit is het gewenste gedrag).
Utrechtse voorbeelden:
- •
Voor de pilot verkeershandhaving hebben we Facebookadvertenties ingezet en posters opgehangen in bijvoorbeeld fietsenstallingen.
- •
Nieuwe ondernemers krijgen een brief met de geldende regels over gevelreclame, zodat zij hun gevelreclame hierop kunnen aanpassen.
Verleiden: Mensen proberen te bewegen om zich aan de regels te houden.
- •
Instellen van een keurmerk.
- •
Minder controle bij goed naleefgedrag.
- •
Benadrukken goed naleefgedrag in media (campagnes en dergelijke).
- •
Adviseren bij uitvoering regelgeving (zoals procesbegeleiding).
- •
Werken met gedragskennis zoals ‘nudges’: subtiele duwtjes in de rug in de gewenste richting.
Utrechtse voorbeelden:
- •
Utrechtse bedrijven worden verleid om extra energiemaatregelen te nemen om te voldoen aan aankomende wetgeving en beleidsambities.
- •
Op ondergrondse containers zijn stickers geplakt om te voorkomen dat afval naast de containers wordt gelegd
- •
Afspreken: Afspraken maken met (individuele) partijen om sanctioneren te voorkomen.
- •
Individuele afspraken, branche-afspraken en convenanten om naar aanleiding van een controle de overtreding te beëindigen (inhoudelijk en procedureel). Dit kan met bedrijfseigenaren zijn, maar ook met personen op straat.
Utrechtse voorbeelden:
- •
Als een ondernemer zijn uitstalling niet goed heeft geplaatst, dan waarschuwen we de ondernemer en maken we een afspraak. Voor een bepaalde periode moet de uitstalling wel goed geplaatst zijn, anders kan er een boete volgen.
- •
Met een bewoner wordt een termijn afgesproken waarop een (nieuwe) vergunning aangevraagd moet worden om de illegale situatie tegen te gaan.
- •
Sanctioneren: Alle maatregelen die de bevoegde overheid ter beschikking staan om onwenselijke situaties te herstellen of gedrag te bestraffen.
- •
Bestuursrechtelijk: dwangsom, bestuursdwang, intrekken vergunning, sluiten bedrijf, fiscale naheffing en bestuurlijke boete/bestuurlijke strafbeschikking, of beëindiging.
- •
Strafrechtelijk: sanctie met combibon via boa's of het inschakelen van het OM.
Utrechtse voorbeelden:
- •
Een aannemer krijgt een bouwstop opgelegd vanwege het niet houden aan regels over de begintijden van bouwwerkzaamheden.
- •
Een hondeneigenaar krijgt een boete vanwege het niet opruimen van hondenpoep.
6.2 Gedogen
Het basisprincipe is: we gedogen in de stad Utrecht niet. Het uitgangspunt is dat we alle overtredingen van wet- en regelgeving tegengaan. Soms is er sprake van zeer bijzondere omstandigheden, waardoor het toch noodzakelijk en gerechtvaardigd is om niet bestuursrechtelijk handhavend op te treden.
Dit geldt in de volgende situaties:
- •
Er is sprake van een pilot/experiment.
- •
Er is sprake van overmacht-/nood.
- •
Het handhavend optreden zou ingaan tegen het doel van de betreffende regelgeving.
- •
De handhaving staat in geen enkele verhouding tot de financiële, maatschappelijke of bestuurlijke schade die als gevolg van de handhaving wordt geleden.
Als een dergelijk bijzonder geval zich voordoet, dan gelden de volgende randvoorwaarden:
- •
Het gedogen wordt zoveel mogelijk in omvang en/of tijd beperkt.
- •
Gedogen kan uitsluitend actief en dus op basis van een expliciet (schriftelijk) besluit. Dit schriftelijke besluit bevat een zorgvuldige en transparante belangenafweging.
6.3 Utrechts model van stappen en beslissingen in handhavingstrajecten
Het kader hieronder geeft een korte beschrijving van de verschillende stappen in het handhavingsproces zoals we die in Utrecht voor de bebouwde omgeving hanteren.
Controle
Bij de controle constateren toezichthouders in hoeverre men voldoet aan de wet- en regelgeving bij de activiteit die aanleiding is voor de controle. Controles vinden zowel aangekondigd als onaangekondigd plaats. Resultaten van de controle delen we met de onder toezicht gestelde. Bij het constateren van een overtreding treden we passend handhavend op.
Bijvoorbeeld door het versturen van een vooraankondiging waarin de overtreder het voorgenomen handhavingsbesluit ontvangt. Dat besluit is meestal het opleggen van een last onder dwangsom. In de last onder dwangsom staat altijd een termijn waarbinnen de overtreding moet stoppen. Zowel de termijn om de overtreding ongedaan te maken als de hoogte van een eventuele dwangsom is passend en redelijk bij de situatie. De overtreder kan tegen het voornemen tot handhavend optreden een zienswijze indienen. Als de zienswijze niet tot andere inzichten leidt, wordt het handhavingsbesluit definitief opgelegd. Soms kan een zienswijze tot een ander besluit leiden. De overtreder kan tegen een handhavingsbesluit bezwaar aantekenen.
Hercontrole
Als er overtredingen zijn geconstateerd, dan krijgt de overtreder eerst een waarschuwing en vindt na de begunstigingstermijn een hercontrole plaats om te zien of inmiddels wordt voldaan aan wet- en regelgeving. Afhankelijk van de situatie en in lijn met de LHSO kan bij (zeer) ernstige overtredingen direct ingrijpen noodzakelijk zijn. Dit leidt ertoe dat we in deze situaties geen waarschuwing geven, maar direct overgaan tot handhavend optreden.
In bijlage 5 staat een Richtlijn voor hoogtes en termijnen Last onder dwangsom.
6.4 Utrechtse werkwijze eigen organisatie
Het komt voor dat de gemeente Utrecht als vergunninghouder of op andere manieren zelf wet- en regelgeving overtreedt. De LHSO is dan niet altijd passend. Het is onlogisch dat de gemeente zichzelf een last onder dwangsom oplegt en die vervolgens bij zichzelf moet gaan innen. Een aangepaste Handhavingsstrategie is in die gevallen van toepassing. Hieronder is de basiswerkwijze weergegeven.
|
Volg nr. |
Omschrijving actie |
Product |
Bijzonderheden |
|
0 |
Constateren overtreding tijdens toezichtsactie (regulier of na melding of klacht). |
Controle. |
Geen. |
|
1 |
Waarschuwen en afspreken. |
Constateringsbrief of afspreekbrief met beschrijving geconstateerde overtredingen, eventuele legaliseringsmogelijkheden en afgesproken hersteltermijn(en). |
Gericht aan het betreffende diensthoofd (IRM-er) en cc. aan beheerder en afdelingshoofd. |
|
2 |
Uitvoeren hercontrole. |
Hercontrole. |
|
|
3 |
Opnieuw afspreken. |
Tweede (concept) afspreekbrief (zienswijze-brief). |
Gericht aan het betreffende diensthoofd (IRM-er) en cc. aan beheerder, afdelingshoofd en wethouder. Concept gaat eerst langs algemeen directeur met verzoek er een flankerende brief aan toe te voegen. Het diensthoofd (IRM-er) krijgt gelegenheid om binnen 2 weken een zienswijze te geven. Bij milieuovertredingen krijgt de Milieupolitie ook een afschrift van de brief. |
|
4 |
Zienswijze horen. |
Zienswijze. |
Door betreffende diensthoofd. |
|
5 |
Opstellen definitieve brief. |
Derde (definitieve) brief. |
Betreft definitief gemaakte tweede afspreekbrief. |
|
6 |
Uitvoeren hercontrole. |
Hercontrole. |
|
|
7 |
Rapporteren bevindingen aan algemeen directeur. |
Rapportage. |
Waar nodig vindt met de algemeen directeur overleg plaats over een vervolgtraject. |
|
8 |
Informeren college van B&W |
Rapportage |
De algemeen directeur informeert het college bij voortduren overtreding(en). |
Hoofdstuk 7 Beleid en evaluatie
Deze Algemene Handhavingsstrategie maakt deel uit van de VTH-beleidscyclus, zoals die wettelijk voorgeschreven is. De beleidscyclus is ook breder toe te passen. Zoals bij nieuw beleid of als een evaluatie van uitvoeringstaken aan de orde is.
We gebruiken de beleidscyclus op de volgende momenten:
- •
Bij het maken en aanpassen van gemeentelijk beleid.
- •
Bij (nieuwe) landelijke wet- en regelgeving.
- •
Bij opdrachten vanuit de ministeries.
- •
Bij ‘ja mits’ – situaties, zoals beschreven in hoofdstuk 5
- •
Als er een wens is om het Omgevingsplan of regels aan te passen. Bijvoorbeeld bij het toepassen van (specifieke) zorgplichten.
Deze manier van werken geldt zowel voor de Omgevingswetdomeinen als de niet-Omgevingswetdomeinen. De werkwijze passen we toe voor zowel onze vergunningstaken als onze taken voor het toezicht en de handhaving in de stad. Voor al onze taken geldt dat ze uiteindelijk de opgaves van de stad en de ambities in het coalitieakkoord moeten dienen.
Afbeelding 2: Beleidsacht Laat zien wat nodig is om nieuw beleid uit te voeren en hoe door evaluatie praktijkervaringen kunnen leiden tot aanpassen van het beleid.
Evaluaties maken nadrukkelijk deel uit van de ‘8’. Jaarlijks actualiseren we een domein specifieke strategie of bepalen we in het Handhavingsprogramma welke beleidsevaluaties we uitvoeren. De resultaten geven we weer in het Handhavingsverslag. De beleidsevaluaties kunnen leiden tot aanpassingen in de domein specifieke Handhavingsstrategieën. Ook kunnen ze wijzen op de noodzaak om het Omgevingsplan of andere lokale regelgeving aan te passen.
7.1 Beleidsevaluaties
Bij beleidsevaluaties nemen we de passende volgende onderdelen op:
- •
Benoemen van de wenselijke effecten.
- •
(Korte) beschrijving van het beleid.
- •
(Korte) beschrijving van de historie van het onderwerp.
- •
Beschrijving van de feiten, resultaten en de onderliggende trends.
- •
Inhoudelijke analyse (brede uitvraag) en knelpunten.
- •
Proces en taken/rollen.
- •
Financiële analyse.
- •
Beleidsurgentie en context.
- •
Voorstel tot aanpassingen.
7.2 Klanttevredenheidsonderzoek
Met een klanttevredenheidsonderzoek peilen we hoe bewoners en bedrijven de dienstverlening ervaren. Het is lastig om een oplossingsgerichte grondhouding en de effecten ervan te meten. Klanttevredenheidsonderzoeken en het aantal klachten over medewerkers (hoe men is behandeld) geven een indicatie.
Klanttevredenheidsonderzoek. Voeren we uit na het behandelen van overlastmeldingen. De resultaten gebruiken we om in gesprek te gaan over de grondhouding die we in Utrecht nastreven.
Klachtafhandeling. Utrecht investeert in goede klachtafhandeling. Het aantal klachten en het percentage mensen dat tevreden is na onze klachtbehandeling helpen ons om inzicht te krijgen en de gewenste grondhouding waar te maken.
We rapporteren over de klanttevredenheidsonderzoeken en de klachtafhandeling in het handhavingsverslag.
Hoofdstuk 8 Organisatie en samenwerking
De gemeente Utrecht werkt samen met een groot aantal partners. Dit doen we mede vanuit het LHSO-principe van een loyale samenwerking. Soms werken we intensief samen, soms op projectbasis, soms minder intensief. Hieronder noemen we een aantal samenwerkingspartners.
8.1 Samenwerkingspartners bij toezicht en handhaving
- •
Provincie Utrecht/ IBT
- •
Politie (zie afspraken bijlage)
- •
Omgevingsdienst Utrecht (ODU)
- •
VRU
- •
Woningcorporaties
- •
VTH samenwerking met regio
- •
Ministerie van Justitie en Veiligheid
- •
OM
- •
RIEC, LIEC
- •
Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden
- •
Bureau HALT
- •
BghU (Belastingsamenwerking gemeente en hoogheemraadschap Utrecht)
- •
Samenwerkingen in de regio met andere gemeenten (horeca, evenementen, openbare orde)
- •
GGD
- •
Arbeidsinspectie
- •
NvwA
- •
Tussenvoorziening
Een uitgebreidere beschrijving van de meest intensieve samenwerkingspartners staat in bijlage 5.
8.2 Informatiebeheer en gegevensbescherming
Vanzelfsprekend gaan we zorgvuldig om met informatiebeheer en gegevensbescherming. We hebben bij VTH het informatiebeheerplan, waarmee we onze acties voor informatiebeheer uitvoeren. Daarnaast hebben we het gegevensbeschermingsplan, waarmee we onze acties voor gegevensbescherming (informatiebeveiliging of privacy) uitvoeren.
Als blijkt dat acties ontbreken, dan passen we het informatiebeheerplan of gegevensbeschermingsplan aan. Voor het oplossen van operationele zaken stemmen we af met de recordmanager of DISO. Dit is een medewerker die als taak heeft de informatieveiligheid te bewaken. Als het meerwaarde heeft, dan ondersteunt ook de informatieprocesadviseur (IPM-er) hierbij.
8.3 Wet open overheid
Deze wet heeft als doel overheden en semioverheden transparanter te maken. De wet moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. De wet verplicht gemeenten en andere overheidsorganisaties om documenten actief openbaar te maken. Daarbij gaat het om regelgeving, organisatiegegevens, raadsstukken, stukken van convenanten, jaarplannen en -verslagen, Woo-verzoeken, onderzoeken, maar ook beschikkingen en klachten.
De volgende uitgangspunten van de Woo zijn voor deze Algemene Handhavingsstrategie van belang:
1. Actieve openbaarmaking (vanaf 1 mei 2022 5 jaar de tijd om dit te regelen)
Beschikkingen vergunningen binnen twee weken openbaar maken.
Beschikkingen handhaving openbaar maken.
2. Passieve openbaarmaking (vanaf 1 mei 2022)
Belanghebbenden hebben (volgens de wettelijke definitie) inzage in hun eigen dossier. Ze kunnen een kopie van hun dossier opvragen. Dat kan de verzoeker zijn, maar ook degene op wie het besluit betrekking heeft (bijvoorbeeld een huisjesmelker). Passieve openbaarmaking is een besluit. De gemeente heeft ook een weigeringsgrond.
3. Voldoen aan de Archiefwet (vanaf 1 mei 2022 8 jaar de tijd om dit te regelen)
Deze wet schrijft voor dat de overheid haar informatie op een goede, geordende manier bewaart. Eventuele controles op gemeenten vinden plaats door de regeringscommissaris.
8.4 Scheiding van taken en rollen
Voor de activiteiten binnen het omgevingsrecht geldt expliciet een taakscheiding van vergunningverleners en toezichthouders. Op deze manier is degene die de vergunning verleent niet belast met het toezicht op die activiteit en ook niet met het opleggen van sanctionerende maatregelen.
Hoofdstuk 9 Slotbepalingen
Intrekking
De Algemene Handhavingsstrategie Openbare Ruimte en Bebouwde Omgeving gemeente Utrecht, de Handhavingsstrategie bedrijven en instellingen en Handhavingsstrategie Milieu Bodem worden ingetrokken.
Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking de dag na bekendmaking in het gemeenteblad.
Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als Algemene Handhavingsstrategie Bebouwde Omgeving en Openbare Ruimte 2026, gemeente Utrecht.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 10 maart 2026.
De burgemeester
Sharon A.M. Dijksma
De secretaris,
Michiel J. Ruis
Bijlage 1 Algemene toelichting
Dit is de Algemene Handhavingsstrategie Bebouwde Omgeving en Openbare Ruimte van de gemeente Utrecht. Deze Algemene Handhavingsstrategie is de Utrechtse aanvulling op de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Samen vormen ze de basis voor de manier waarop de gemeente Utrecht het toezicht en de handhaving in de stad Utrecht uitvoert.
Het organisatieonderdeel Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) van de gemeente voert de meeste taken uit. Daarnaast voert ook de ODU (Omgevingsdienst Utrecht, de omgevingsdienst voor onze gemeente) een aantal taken uit, in opdracht van de gemeente Utrecht. De taken die de ODU uitvoert, vallen onder de Uitvoering- en Handhavingsstrategie overgedragen milieutaken Regio Utrecht en zijn volgens een wettelijke verplichting bij de omgevingsdienst ondergebracht. Er zijn in Utrecht ook gebouwen die onder het bevoegd gezag van de provincie vallen. Hier houdt de gemeente ook geen toezicht op.
De Algemene Handhavingsstrategie Bebouwde Omgeving en Openbare Ruimte geeft op hoofdlijnen de uitgangspunten en doelen weer voor het toezicht en de handhaving in de stad Utrecht. De Algemene Handhavingsstrategie en de LHSO gelden samen voor alle domeinen. Ze zijn dus van toepassing op Omgevingsrecht domeinen en op niet-Omgevingsrecht domeinen.
Naast deze Algemene Handhavingsstrategie hebben we ook een aantal domein specifieke Handhavingsstrategieën. Hierin staan uitwerkingen, aanvullingen of uitzonderingen ten opzichte van de algemene strategie. In Bijlage 1 staat een overzicht van alle domein specifieke strategieën. In Bijlage 2 hebben we een overzicht opgenomen van de (belangrijkste) wetgevingsdomeinen waar VTH mee te maken heeft.
Gemeenten zijn verplicht om een Handhavingsstrategie te hebben voor alle domeinen in het Omgevingsrecht. Dit staat in het Omgevingsbesluit (afdeling 13.2).
Hoe we de visie en de doelen van de strategie willen bereiken beschrijven we in het Handhavingsprogramma van de gemeente Utrecht. Hierin leggen we jaarlijks vast welke controles we uitvoeren en waar we ons op richten. Ook evalueren we de doelen en resultaten jaarlijks. Verslag en programma zijn opgenomen in één product.
Bij elkaar vormen de Algemene Handhavingsstrategie, de eventuele onderliggende domein specifieke strategieën, het Handhavingsprogramma/ -verslag de beleidscyclus van het organisatieonderdeel Vergunningen, Toezicht en Handhaving. We noemen deze cyclus ook wel de ‘Big 8 cyclus’. De figuur hieronder vat deze cyclus samen. Het Interbestuurlijk Toezicht van de provincie Utrecht controleert jaarlijks op deze verplichtingen.
Afbeelding 3: VTH Big 8 cyclus: laat zien welke wettelijke plichten er gelden voor het inrichten van het VTH-stelsel; zoals een jaarlijks programma en een strategie.
We gebruiken de ‘Big 8 cyclus’ óók om de uitvoering en de prioriteiten van VTH goed aan te laten sluiten op het beleid van de gemeente Utrecht en wat belangrijk is voor de stad. Ook evalueren we steeds in hoeverre de uitvoering van het beleid het gewenste effect heeft in de stad. Hoe we dat doen, lichten we toe in hoofdstuk 5
Werkwijze
We hebben voor het maken van de strategie in 2024 gebruik gemaakt van de Algemene Handhavingstrategie van 2016/7 en de Regionale Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (vastgesteld in 2022).
We hebben samengewerkt met verschillende medewerkers van VTH en de inhoud getoetst bij de toezichthouders, handhavers en inspecteurs. We hebben de inhoud afgestemd met onze strafrechtelijke partners.
Deze Algemene Handhavingsstrategie bevat daarmee aanvullingen op de LHSO die voor de Utrechtse praktijk van meerwaarde zijn.
Voorliggende strategie is een beperkte actualisatie van de strategie uit 2024 op de volgende punten:
- •
Het volledig verwerken van verwijzingen naar wetgeving onder het oude stelsel naar het stelsel van de Omgevingswet.
- •
Sinds 2025 voert de Omgevingsdienst meer taken voor de gemeente uit. Verwijzingen hiernaar zijn verwerkt, de naam van de Omgevingsdienst is aangepast naar Omgevingsdienst Utrecht (ODU) en in de bijlage is toegelicht welke strategie wanneer geldt voor 5 Utrechtse bedrijven. Verwijzingen of voorbeelden over milieu-en energietaken die de gemeente niet meer uitvoert, zijn verwijderd.
- •
In de bijlage is een Richtlijn voor hoogtes en termijnen Last onder dwangsom opgenomen.
- •
De doelen zijn geëvalueerd en blijven op hoofdlijnen hetzelfde. Ze zijn verder uitgewerkt in de onderliggende domein specifieke strategieën (actualisatie 2026).
Bijlage 2 Overzicht domein specifieke strategieën
Handhavingsstrategie Horeca, coffeeshops en kansspelen
Geldend van 21-09-2011 t/m heden
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR179645
Handhavingsstrategie Nieuwbouw, Verbouw en Constructiecontrole gemeente Utrecht (publicatie volgt 2026)
Beleidsregel handhaving door de reinigingspolitie van de gemeente Utrecht door toepassing van (spoedeisende) bestuursdwang
Geldend van 19-12-2002 t/m heden
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR52075
Handhavingsstrategie Seksinrichtingen, 2016
Gemeenteblad 2016, 93428 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)
Handhavingsstrategie Woontoezicht Gemeente Utrecht
Gemeenteblad 2025, 314986 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
Beleidsregel terrassen gemeente Utrecht, 2024
Beleidsregel terrassen gemeente Utrecht | Lokale wet- en regelgeving
Asbestprotocol 2013
Beleidsregel Handhaving illegaal vellen of beschadigen van bomen gemeente Utrecht, 2025
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR728344/1
Handhavingsstrategie Bestaande Bouw gemeente Utrecht (publicatie volgt 2026)
Beleidsregel bestuurlijke boete, beheerovername en sluiting op grond van de Omgevingswet en de Woningwet gemeente Utrecht
Bijlage 3 Lijst relevante wetgeving Handhavingsstrategie
De volgende wet- en regelgeving en de daaruit voortvloeiende regelgeving kan van toepassing zijn in het kader van de Handhavingsstrategie (niet uitputtend):
- •
Afvalstoffenverordening
- •
Algemene Plaatselijke Verordening
- •
Algemene verordening gegevensbescherming (Uitvoeringswet)
- •
Algemene wet bestuursrecht
- •
Archiefwet
- •
Avg
- •
Alcoholwet
- •
Besluit activiteiten leefomgeving
- •
Besluit bouwwerken leefomgeving
- •
Besluit Brandveilig gebruik bouwwerken
- •
Besluit Veiligheid attracties en speeltoestellen
- •
Bestemmingsplannen en beheersverordening
- •
Bouwverordening
- •
Brandbeveiligingsverordening
- •
Brandweerwet
- •
Dierenwelzijnswet
- •
Gemeentewet
- •
Horecaverordening
- •
Huisvestingswet
- •
Huisvestingsverordening
- •
Legesverordening
- •
Luchtvaartwet
- •
Omgevingswet
- •
Omgevingsplan
- •
Opiumwet
- •
Politiewet
- •
Voetbalwet
- •
Vuurwerkbesluit
- •
Warenwet en de bijbehorende Warenwetbesluiten
- •
Wegenverkeerswet
- •
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
- •
Wet geluidshinder
- •
Wet kwaliteitsborging
- •
Wet milieubeheer
- •
Wet op de kansspelen
- •
Wet op de publieke gezondheidszorg
- •
Wet Openbare Manifestaties
- •
Wet open overheid
- •
Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
- •
Wet politiegegevens
- •
Wet publiekrechtelijke beperkingen
- •
Wet ruimtelijke ordening
- •
Wet samenhangende besluiten Awb
- •
Wet Veiligheidsregio’s
- •
Wet wapens en munitie
- •
Winkeltijdenverordening
- •
Woningwet
- •
Zondagswet
Bijlage 4 Regie 5 Utrechtse bedrijven/instellingen
De Omgevingsdienst Utrecht (ODU) voert periodieke controles bij bedrijven op de milieuwetgeving uit (inclusief energie en bodem).
Voor 5 kenmerkende Utrechtse bedrijven (/ instellingen) voert de gemeente de regie uit op het milieutoezicht. Het zijn allen locaties met een beperkt aantal milieubelastende activiteiten, maar veel andere activiteiten en specifieke omgevingsfactoren, die een samenhangende benadering vragen. De gemeente heeft kennis hierover direct in huis.
Het betreft:
- •
Stadion Galgenwaard
- •
TivoliVredenburg
- •
Jaarbeurs
- •
Spoorwegmuseum
- •
Werkspoorkathedraal
De regie voeren houdt in dat de gemeente coördineert wanneer controles plaatsvinden en overzicht houdt over de meldingen van deze bedrijven.
Op niet- Bal milieubelastende activiteiten bij deze 5 bedrijven voert een inspecteur van de gemeente de controles uit. Overtredingen volgend uit niet-Bal activiteiten, vallen onder de Algemene Handhavingsstrategie Openbare Ruimte en Bebouwde Omgeving.
Op Bal-activiteiten voert een inspecteur van de Omgevingsdienst de fysieke controle uit. Bij overtredingen vallen de Bal-activiteiten onder de Uitvoering- en Handhavingsstrategie overgedragen milieutaken Regio Utrecht. Beide Handhavingsstrategieën hebben de LHSO als basis (Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht).
Zoveel mogelijk trekken inspecteurs bij controles bij deze 5 bedrijven samen op, zodat bedrijven niet op veel verschillende momenten met het toezicht te maken hebben.
De ODU is voor het toezicht een belangrijke samenwerkingspartner, ook voor deze bedrijven. Daarom vindt in de praktijk geregeld overleg en afstemming plaats. Bij dilemma’s of verschillen van inzicht hakt de gemeente uiteindelijk de knoop door.
Officiële communicatie vanuit het bevoegd gezag naar deze bedrijven, zoals brieven, vindt plaats vanuit de gemeente.
Bijlage 5 Richtlijn voor hoogtes en termijnen Last onder Dwangsom
De tekst in deze bijlage is geschreven met het oog op wetten en regels. De gemeente komt langs voor controles. Wetten en regels worden niet altijd goed nageleefd. Niet iedereen houdt zich aan de wetten en regels. In het kort staat in deze tekst hoe de gemeente bepaalt hoeveel tijd de overtreders krijgen om zich wel aan wetten en regels te houden. Ook staat erin hoe de hoogte van het geldbedrag tot stand komt, als een overtreder zich na de gegeven periode nog steeds niet houdt aan de wetten en/of regels. Het doel is steeds om iedereen te bewegen om zich wel aan de wetten en regels te houden. De bedragen en termijnen in de onderstaande tabel zijn een richtlijn. In bepaalde gevallen kan de gemeente hiervan afwijken.
Inleiding
De gemeente houdt toezicht op verschillende wettelijke taken. Op grond van artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 5:21 en 5:32 van de Algemene wet b kan onder meer handhavend worden opgetreden door het opleggen van een last onder dwangsom. Voor het toepassen van de dwangsombevoegdheid is geen wettelijke standaard vastgelegd en gemeenten zijn niet verplicht om een richtlijn hierover vast te stellen.
In het kader van de rechtszekerheid en het gelijkheidsbeginsel is het wenselijk dat we een uniforme en transparante werkwijze hanteren en tegen gelijke gevallen op een gelijke wijze handhavend optreden. Daarom beschrijven we in deze bijlage de manier waarop wij de hoogte van de dwangsom bepalen en de termijnen waarbinnen overtreders de gelegenheid krijgen om aan hun verplichtingen te voldoen (hierna begunstigingstermijn) voordat er daadwerkelijk sancties verbeuren. In de onderstaande tabel vermelden we de bedragen en termijnen van dwangsommen bij veelvoorkomende overtredingen.
Hoogte dwangsommen
De last onder dwangsom is herstellende sanctie die wordt opgelegd aan overtreders van wettelijke voorschriften om hen te dwingen de overtreding te beëindigen. De sanctie werkt als een financiële prikkel: indien de overtreding niet binnen een bepaalde termijn wordt beëindigd, verbeurt de overtreder een vooraf vastgestelde geldsom. Bij het bepalen van de dwangsom zijn de volgende uitgangspunten van belang, zowel de wettelijke als die welke uit de jurisprudentie voortvloeien:
Een dwangsom mag niet onevenredig hoog zijn, maar wel prikkelend genoeg om het gewenste effect, namelijk naleving, te bereiken. Dit betekent dat de dwangsom hoog genoeg moet zijn om de overtreder te bewegen de overtreding tijdig te beëindigen, maar niet zo hoog dat het als punitieve sanctie wordt ervaren. De dwangsom mag geen onredelijke financiële druk leggen op de overtreder.
De hoogte van een dwangsom is afhankelijk van de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder en heeft tot doel het ongedaan maken of voorkomen van herhaling van de overtreding.
De overtreding mag voor de overtreder geen financieel voordeel opleveren, bijvoorbeeld door besparingen op kosten die anders gemaakt hadden moeten worden voor naleving van de voorschriften. Het financieel voordeel mag niet zodanig groot zijn dat de overtreder besluit de overtreding voort te zetten omdat het economisch voordelig is om de dwangsom te betalen in plaats van de overtreding te beëindigen.
Begunstigingstermijnen
Bij het bepalen van de begunstigingstermijn zijn de volgende uitgangspunten van belang, zowel de wettelijke als die uit de jurisprudentie voortvloeien:
De tijd die de overtreder krijgt om de overtreding te beëindigen (begunstigingstermijn) is redelijk en voldoende lang om als overtreder de opgelegde verplichtingen uit te kunnen voeren. Zo stellen we kortere termijnen vast voor eenvoudige overtredingen die snel kunnen worden beëindigd, terwijl complexere overtredingen vaak meer tijd vergen.
Hierbij wordt een afweging gemaakt tussen de tijd die redelijkerwijs nodig is om maatregelen te treffen en dat de overtreding zo snel mogelijk wordt beëindigd.
In gevallen waarin sprake is van ernstige risico’s voor de veiligheid of gezondheid, kunnen wij besluiten om een zeer korte begunstigingstermijn toe te passen of geheel af te zien van een termijn.
Herhaalde overtreding (recidive)
Indien de overtreder al eerder in overtreding is geweest en sprake is van recidive, wordt dit als verzwarende omstandigheid meegenomen in het vaststellen van de hoogte van de dwangsom. Onder recidive wordt verstaan een herhaling van dezelfde overtreding of van eenzelfde type overtreding.
Wanneer sprake is van recidive wordt het bedrag ten aanzien van bouwwerken verdubbeld.
Bedrijfsmatig en niet-bedrijfsmatig
Bij huisvesting maken wij onderscheid tussen bedrijfsmatig en niet-bedrijfsmatig gepleegde overtreding. De verwijtbaarheid van de overtreder is hierbij in het geding. Als er sprake is van een bedrijfsmatig karakter, dan mag van de eigenaar, verhuurder of tussenpersoon verwacht worden dat deze meer rekening houdt met de omgeving en op de hoogte is van de regelgeving.
Er is sprake van een bedrijfsmatig karakter wanneer de verhuurder, tussenpersoon of eigenaar meer dan twee panden bezit en deze gebruikt om inkomsten te verwerven.
De tabel
De onderstaande tabel vermeldt de meest voorkomende overtredingen, de indicatieve dwangsomhoogten en de daaraan verbonden indicatieve begunstigingstermijnen. Aan de tabel kunnen geen rechten worden ontleend. Het college van Burgemeester en Wethouders kan niet aangesproken worden op het toepassen van de tabel als een verbindend voorschrift voor het bepalen van de termijnen en dwangsomhoogtes. De bedragen en termijnen moeten worden gezien als richtinggevend. In de dwangsombeschikkingen zullen we in veel gevallen verwijzen naar deze richtlijn, maar specifieke situaties is maatwerk noodzakelijk. Zo kunnen de bedragen hoger uitvallen wanneer een overtreding betrekking heeft op een monument of op het beschermd dorps-stadsgezicht. Wanneer een gebouw met historische waarde strijdig gebruikt wordt, of zonder vergunning wordt verbouwd, dan kan (onherstelbare) aantasting van de monumentale, historische waarde ontstaan.
|
Taakveld |
Overtreding |
Modaliteit |
Richtlijn hoogte dwangsom |
Richtlijn begunstigingstermijn |
|||||
|
Bouwen |
Het (laten) plaatsen en/of in stand laten van één buitenunit zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning |
Ineens |
€ 5.000,- |
6 weken |
|||||
|
Bouwen |
Het (laten) bouwen en/of in stand laten van één dakkapel zonder of in afwijking van de omgevingsvergunning |
Ineens |
€ 10.000,- |
8 weken |
|||||
|
Bouwen |
Het (laten) bouwen en/of in stand laten van één erfafscheiding/schutting zonder een omgevingsvergunning of in afwijking van een omgevingsvergunning |
Ineens |
€ 1.500,- |
4 weken |
|||||
|
Bouwen |
Het (laten) bouwen en/of in stand laten van één dakterras zonder of in afwijking van omgevingsvergunning |
Ineens |
€ 10.000,- |
6 weken |
|||||
|
Huisvesting |
Toeristisch verhuur, onttrekken, omzetting, samenvoegen, woningvorming uitgevoerd door een particulier |
Ineens |
€ 7.500,- |
4 maanden |
|||||
|
Huisvesting |
Toeristisch verhuur, onttrekken, omzetting, samenvoegen, woningvorming bedrijfsmatig uitgevoerd |
Ineens |
€ 10.000,- |
4 maanden |
|||||
|
Huisvesting |
Opkoopbescherming, leegstand, en Wet goed verhuurderschap uitgevoerd door een particulier |
Ineens |
€ 7.500,- |
4 maanden |
|||||
|
Huisvesting |
Opkoopbescherming, leegstand, en Wet goed verhuurderschap bedrijfsmatig uitgevoerd |
Ineens |
€ 10.000,- |
4 maanden |
|||||
Bijlage 6 Samenwerkingspartners uitvoering
Provincie Utrecht
De provincie Utrecht heeft de (wettelijke) taak om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de VTH-taken te coördineren.
InterBestuurlijk Toezicht
Hiernaast ziet de Provincie Utrecht erop toe of en in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen, onder andere op het gebied van het omgevingsrecht. Het IBT richt zich zowel op de taken vergunningenverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten. In de provinciale verordening systematische toezichtinformatie is vastgelegd welke informatie de provincie van de gemeenten jaarlijks wil ontvangen op de onderdelen van het omgevingsrecht. Op basis van de aangeleverde informatie vindt de beoordeling plaats.
Omgevingsdienst Utrecht
De Omgevingsdienst Utrecht (ODU) voert namens de gemeente verplichte basistaken voor het milieu- en bodemdomein uit, zoals die in het Omgevingsbesluit zijn benoemd. De samenwerkingsafspraken tussen de ODU en de gemeente liggen vast in een Dienstverleningsovereenkomst.
De ODU rapporteert viermaal per jaar over de uitgevoerde werkzaamheden en stelt jaarlijks in overleg met de gemeente een Uitvoeringsprogramma (Handhavingsprogramma) op. Leidend voor het toezicht door de ODU is de Uitvoering- en Handhavingsstrategie overgedragen milieutaken Regio Utrecht.
Verder schakelt de gemeente voor strafrechtelijke zaken onder het Omgevingsrecht (milieuhandhaving) de Boa-coördinator van de ODU in. Als een zaak strafrechtelijk te ingewikkeld of omvangrijk is, neemt deze contact op met de milieupolitie. Daarop volgen afspraken wie (Boa’s ODU / politie / andere opsporingsinstanties) de zaak strafrechtelijk oppakt.
Veiligheidsregio Utrecht
De Veiligheidsregio Utrecht (VRU) voert alle taken uit die te maken hebben met brandveiligheid.
De VRU adviseert de gemeente in het kader van de vergunningverlening op het gebied van brandveilig gebruik. Ook voert de VRU op dit gebied het toezicht uit.
De samenwerkingsafspraken tussen de VRU en de gemeente liggen vast in een dienstverleningsovereenkomst. De VRU rapporteert viermaal per jaar over de uitgevoerde werkzaamheden en stelt jaarlijks in overleg met de gemeente een jaarplan op.
Woningcorporaties
De gemeente Utrecht, de Utrechtse woningcorporaties verenigd in de STUW en de huurdersorganisaties maken jaarlijks individuele prestatieafspraken over zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve opgaven in de sociale huurwoningvoorraad. Ook vindt er vindt samenwerking plaats tussen de woningcorporaties en toezicht en handhaving van de gemeente bij het bestrijden van woonfraude. De afspraken hierover zijn vastgelegd in het convenant werkafspraken en gegevensuitwisseling ter bestrijding van woonfraude.
Regionale VTH samenwerking gemeenten
VTH heeft een regionaal samenwerkingsverband, waarbij kennis, expertise en inzet op het gebied van toezicht en handhaving met elkaar wordt uitgewisseld. Zo is bijvoorbeeld een gezamenlijke Uitvoerings-en handhavingsstrategie gemaakt voor de ODU en is er een goedlopende BOA-samenwerking.
Openbaar Ministerie
Als strafrechtelijk optreden is vereist, bijvoorbeeld bij de vervolging van milieuovertredingen waarbij sprake is van economische delicten, vindt afstemming plaats met het functioneel parket. Dit loopt voor het Omgevingsrecht (milieu) via de ODU en de milieupolitie.
De vervolging van overtredingen (door middel van boetes) in de openbare ruimte vindt plaats door het OM Midden-Nederland.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl