Nadere regel subsidie Samen voor Overvecht gemeente Utrecht

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-03-2026

Intitulé

Nadere regel subsidie Samen voor Overvecht gemeente Utrecht

Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;

  • gelet op artikel 156 Gemeentewet;

  • gelet op artikel 3 lid 2 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Utrecht;

Gezien:

Overwegende dat:

  • Veranderingen in de beschikbare subsidiemiddelen voor Samen voor Overvecht vragen om een aanpassing van de subsidieregeling Samen voor Overvecht;

Besluiten vast te stellen de volgende Nadere regel subsidie Samen voor Overvecht gemeente Utrecht.

Artikel 1 Definities

Deze nadere regel verstaat onder:

  • a.

    Alliantie: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend samenwerkingsverband, bestaande uit ten minste twee organisaties en/of ondernemers die allen een inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel bezitten;

  • b.

    Asv: de Algemene subsidieverordening gemeente Utrecht;

  • c.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • d.

    Burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;

  • e.

    Cofinanciering: gezamenlijke financiering waarbij naast de gemeente een of meerdere andere financieringsbronnen betrokken zijn;

  • f.

    De-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;

  • g.

    Draagvlak: steun van inwoners en/of professionals en/of organisaties en/of ondernemers uit de wijk;

  • h.

    Effect: wat er voor de doelgroep verandert op langere termijn;

  • i.

    Gezonde leefgewoonten: een verzameling gewoonten die elk bijdragen aan een gezonde leefstijl. Bijvoorbeeld voldoende bewegen, gezond eten en drinken, rookvrij, weinig tot geen alcohol drinken, gezonde marketing en verstandig omgaan met hitte en zon;

  • j.

    Outreachend werken: op een proactieve en laagdrempelige wijze naar (kwetsbare) mensen toegaan, in hun eigen omgeving, in plaats van te wachten tot zij om hulp vragen;

  • k.

    Penvoerder: één van de deelnemers van de alliantie, die als gemachtigde van de alliantie optreedt;

  • l.

    Resultaat: Het directe gevolg/resultaat van de activiteit (voor de doelgroep);

  • m.

    Sluitende begroting: het totaalbedrag van de verwachte uitgaven is gelijk aan de optelsom van de verwachte inkomsten en het aangevraagde subsidiebedrag.

Artikel 2 Doel

Deze nadere regel draagt bij aan het doel om initiatieven te stimuleren, die bijdragen aan het behalen van de ambitiedoelen zoals geformuleerd in de Strategie wijkaanpak Samen voor Overvecht.

De vijf ambities waaraan wordt gewerkt zijn:

  • 1.

    Plezierig wonen in een meer gemengde wijk

  • 2.

    Perspectief voor de jeugd versterken

  • 3.

    Veilige buurten

  • 4.

    Zorg en ondersteuning dichtbij en op maat

  • 5.

    Meedoen en ondernemen

Om de ambitiedoelen te bereiken wordt samenwerking in de vorm van allianties gestimuleerd.

Artikel 3 Eisen aan de subsidieaanvrager

De subsidie kan worden aangevraagd door:

  • a.

    een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid;

  • b.

    een natuurlijke persoon met een onderneming die in het handelsregister van de Kamer van Koophandel is ingeschreven;

  • c.

    een alliantie.

Artikel 4 Vaststellen subsidieplafond

  • 1.

    Burgemeester en wethouders stellen het jaarlijkse subsidieplafond vast door middel van de subsidiestaat.

  • 2.

    Deze nadere regel heeft de volgende subsidieplafonds:

    • a.

      Samen voor Overvecht (artikel 5, lid 1)

    • b.

      Vitale Wijken (Regiodeal) - Bestaanszekerheid en Perspectief

      • i.

        Weerbaarheid tegen (online) criminaliteit en mentale gezondheid van kinderen en jongeren vergroten (artikel 5, lid 2, letter a, sub i)

      • ii.

        Hulp en ondersteuning dichtbij bewoners organiseren (artikel 5, lid 2, letter a, sub ii)

    • c.

      Vitale Wijken (Regiodeal) – Wijkeconomie en arbeidsparticipatie

      • i.

        Ruimtes voor werk en ondernemerschap creëren (artikel 5, lid 2, letter b, sub i)

      • ii.

        Organiserend vermogen van het MKB en ondernemers versterken (artikel 5, lid 2, letter b, sub ii)

    • d.

      Kansrijke Wijk (SPUK) – Integraal

      • i.

        Lifecoaching (artikel 5, lid 3, letter a, sub i)

      • ii.

        Arbeidsmarkttoeleiding en bemiddeling (artikel 5, lid 3, letter a, sub ii)

      • iii.

        Overvechtacademie (artikel 5, lid 3, letter a, sub iii)

    • e.

      Kansrijke Wijk (SPUK) - Re-integratie en preventie geldzorgen

      • i.

        Preventie van armoede en schulden door outreachend te werken (artikel 5, lid 3, letter b, sub i)

      • ii.

        Ondersteuning voor succesvol outreachend werken (artikel 5, lid 3, letter b, sub ii)

      • iii.

        Basisvaardigheden en empowerment als opstap naar re-integratie (artikel 5, lid 3, letter b, sub iii)

    • f.

      Kansrijke Wijk (SPUK) – Ontwikkeling van het jonge kind

      • i.

        Organiseren en ondersteunen van steunnetwerken voor ouders van kinderen tussen 0-6 jaar (artikel 5, lid 3, letter c, sub i)

      • ii.

        Specifieke training en ondersteuning van ouders op het gebied van opvoedvaardigheden (artikel 5, lid 3, letter c, sub ii)

      • iii.

        Speelinloopplekken (artikel 5, lid 3, letter c, sub iii)

    • g.

      Kansrijke Wijk (SPUK) – Maatschappelijke samenhang

      • i.

        Sport als middel (artikel 5, lid 3, letter d, sub i)

Artikel 5 Subsidiabele activiteiten

  • 1. Bij de categorie “Samen voor Overvecht” komen activiteiten, die bijdragen aan de realisatie van ten minste twee ambitiedoelen uit bijlage 1 voor subsidie in aanmerking.

    • a.

      De activiteiten zijn gericht op de wijk Overvecht of komen ten goede aan de inwoners van Overvecht.

    • b.

      De activiteiten worden uitgevoerd in het jaar waarvoor wordt aangevraagd (uiterlijk tot en met 31 december van het desbetreffende jaar).

  • 2. Bij de categorie “Vitale Wijken” komen activiteiten die passen binnen één van onderstaande 2 thema’s voor subsidie in aanmerking, waarbij de activiteiten een maximale duur hebben van 2 jaar en uiterlijk 31 december 2029 zijn uitgevoerd.

    • a.

      Thema Bestaanszekerheid en Perspectief

      • i.

        Weerbaarheid tegen (online) criminaliteit en mentale gezondheid van kinderen en jongeren vergroten

      • ii.

        Hulp en ondersteuning dichtbij bewoners organiseren

    • b.

      Thema Wijkeconomie en arbeidsparticipatie

      • i.

        Ruimtes voor werk en ondernemerschap creëren

      • ii.

        Organiserend vermogen van het MKB en ondernemers versterken

  • 3. Bij de categorie “Kansrijke Wijk” komen onderstaande activiteiten voor subsidie in aanmerking, waarbij de activiteiten een maximale duur hebben van 3 jaar en uiterlijk 31 december 2028 zijn uitgevoerd.

    • a.

      Thema Integraal

      • i.

        Lifecoaching: hulp en ondersteuning aan werkzoekenden door middel van het ordenen van vragen, begeleiden bij het maken van keuzes en ondersteunen bij praktische zaken.

      • ii.

        Arbeidsmarkttoeleiding en bemiddeling: om te zorgen dat meer Overvechters aan het werk gaan, is het belangrijk dat werkzoekenden en werkgevers elkaar kunnen vinden en dat het werk aansluit bij de talenten en mogelijkheden van mensen in de wijk.

      • iii.

        Overvechtacademie: vergroten van het kennisniveau van professionals en vrijwilligers in de wijk met multidisciplinaire trainingen, op het gebied van stress-, cultuur- en gendersensitief werken.

    • b.

      Thema Re-integratie en preventie geldzorgen

      • i.

        Preventie van armoede en schulden door outreachend te werken: op laagdrempelige en proactieve wijze contact zoeken met Overvechters met (dreigende) geldzorgen of schulden, door een onafhankelijke partij, met waar nodig warme toeleiding naar reguliere ondersteuning;

      • ii.

        Ondersteuning voor succesvol outreachend werken: vernieuwing, voortzetting, intensivering en versterking van (nog niet altijd zichtbare) bestaande outreachende inzet in Overvecht en het leggen van meer contact en verbinding.

      • iii.

        Basisvaardigheden en empowerment als opstap naar re-integratie: trainingen waarin taalontwikkeling wordt gecombineerd met zelfontplooiing, activering en oriëntatie bij werkgevers.

    • c.

      Thema Ontwikkeling van het jonge kind

      • i.

        Organiseren en ondersteunen van steunnetwerken voor ouders van kinderen tussen 0-6 jaar

      • ii.

        Specifieke training en ondersteuning van ouders van kinderen tussen 0-6 jaar op het gebied van opvoedvaardigheden

      • iii.

        Speelinloopplekken in de wijk voor kinderen tussen 0-6 jaar, met aandacht voor sport en bewegen;

    • d.

      Thema Maatschappelijke samenhang

      • i.

        Sport als middel voor positieve identiteitsontwikkeling en sociale samenhang, gericht op jongeren 10-27 jaar die opgroeien met meerdere risicofactoren zoals LVB, armoede, schulden, criminaliteit, afstand tot de samenleving of arbeidsmarkt.

  • 4. Burgemeester en wethouders verlenen geen subsidie voor de volgende kosten:

    • a.

      Activiteiten met dieren

    • b.

      Activiteiten die niet gericht zijn op de wijk Overvecht of niet aanwijsbaar ten goede komen aan de inwoners van Overvecht

Artikel 6 Eisen aan de aanvraag

  • 1. De aanvraag van de subsidie wordt ingediend met e-Herkenning via www.utrecht.nl/subsidiesamenvoorovervecht. In het geval van een alliantie wordt de aanvraag ingediend met de e-Herkenning van de penvoerder.

  • 2. Een aanvraag voor de categorie “Samen voor Overvecht” (artikel 5, lid 1) is voor maximaal 1 jaar.

  • 3. Een aanvraag voor de categorie “Vitale wijken” (artikel 5, lid 2) is voor maximaal 2 jaar.

  • 4. Een aanvraag voor de categorie “Kansrijke Wijk” (artikel 5, lid 3) is voor maximaal 3 jaar.

  • 5. Bij de aanvraag worden de volgende documenten aangeleverd:

    • a.

      een activiteitenplan met daarin:

      • i.

        een overzicht en omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd;

      • ii.

        de doelen die met deze activiteiten worden beoogd;

      • iii.

        een uitwerking van de criteria zoals genoemd in artikel 9, lid 3;

    • b.

      een sluitende begroting per jaar aansluitend op het overzicht van de activiteiten;

      • i.

        per activiteit staat opgenomen welke personele en materiële middelen nodig zijn voor de activiteiten. De personele en materiële middelen zijn helder onderbouwd;

      • ii.

        het overzicht van de verwachte inkomsten maakt onderscheid tussen co-financiering en overige inkomsten;

    • c.

      een ingevulde en ondertekende de-minimisverklaring.

  • 6. In het geval van een alliantie dienen ook de volgende documenten aangeleverd te worden:

    • a.

      een machtiging aan de penvoerder door alle deelnemende partijen in de alliantie;

    • b.

      een ingevulde en ondertekende de-minimisverklaring van elke deelnemende partij in de alliantie;

    • c.

      een overzicht hoe de kosten van de financiële onderbouwing verdeeld worden tussen de deelnemende partijen van de alliantie.

  • 7. Als een aanvrager in de voorgaande drie jaar geen subsidie bij burgemeester en wethouders heeft aangevraagd of indien de onderstaande gegevens zijn gewijzigd, levert de aanvrager bij de aanvraag ook de volgende gegevens aan:

    • a.

      kopie bankafschrift waarop in ieder geval het rekeningnummer en de naam van de aanvrager duidelijk zichtbaar zijn;

    • b.

      een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel;

    • c.

      de statuten of akte van oprichting, als de aanvrager een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is.

Artikel 7 Indieningstermijn aanvraag

  • 1. Voor de categorie “Samen voor Overvecht” (artikel 5, lid 1) kan voor het eerst voor het subsidiejaar 2027 een aanvraag worden ingediend, waarbij de volgende indieningstermijnen gelden:

    • a.

      Bij activiteiten die op 1 januari van een bepaald jaar beginnen moet de aanvraag uiterlijk op 30 september 23:59 uur van het voorgaande jaar zijn ingediend. Voor deze aanvragen is maximaal 80% van het subsidieplafond (artikel 4, lid 2, letter a) beschikbaar.

    • b.

      In de periode 1 januari tot en met 30 september 23:59 uur van een bepaald jaar kunnen aanvragen worden ingediend waarvan de uitvoering van de activiteiten in hetzelfde jaar plaatsvinden. Deze aanvragen kunnen worden ingediend tot het subsidieplafond (artikel 4, lid 2, letter a) van dat jaar is bereikt.

  • 2. Voor de categorieën “Vitale wijken” (artikel 5, lid 2) en “Kansrijke Wijk” (artikel 5, lid 3) kan vanaf subsidiejaar 2026 doorlopend een aanvraag worden ingediend totdat het desbetreffende subsidiedeelplafond (artikel 4, lid 2, de deelplafonds onder letter b en c) is bereikt.

  • 3. Ten aanzien van lid 1, letter b en lid 2 van dit artikel geldt dat een aanvraag ten minste 2 weken voor de start van de activiteiten moet zijn ingediend.

Artikel 8 Maximale subsidie

  • 1. Een aanvraag in de categorie “Samen voor Overvecht”, die valt onder artikel 7, lid 1, letter a kan maximaal onderstaande bedragen aan subsidie verleend krijgen:

    • a.

      € 50.000 als het gaat om een aanvraag van één partij;

    • b.

      € 130.000 als het gaat om een aanvraag van een alliantie bestaande uit 2 partijen;

    • c.

      € 240.000 als het gaat om een aanvraag van een alliantie bestaande uit 3 of meer partijen.

  • 2. Een aanvraag in de categorie “Samen voor Overvecht” in een lopend jaar, die valt onder artikel 7, lid 1, letter b, kan maximaal onderstaande bedragen aan subsidie verleend krijgen:

    • a.

      € 30.000 als het gaat om een aanvraag van één partij;

    • b.

      € 70.000 als het gaat om een aanvraag van een alliantie bestaande uit 2 partijen;

    • c.

      € 150.000 als het gaat om een aanvraag van een alliantie bestaande uit 3 of meer partijen.

  • 3. In het geval van een alliantie wordt het totale subsidiebedrag toegekend aan de deelnemende partijen van de alliantie. Hierbij wordt dezelfde verdeling gehanteerd als de verdeling van de kosten (artikel 6, lid 6, letter c).

Artikel 9 Verdeling subsidie

  • 1. Alle aanvragen die volledig en op tijd zijn ingediend, worden gescoord op grond van beoordelingscriteria, zoals vermeld in lid 3. Hierbij zijn maximaal 10 punten te behalen. Per criterium kan een aanvraag de score “onvoldoende”, “voldoende” of “goed” krijgen. De criteria zijn gerangschikt van meest naar minst zwaarwegend. De punten van alle criteria worden bij elkaar opgeteld. Zo ontstaat een totaalscore tussen 0 en 10.

  • 2. Aanvragen met een totaalscore lager dan 5 worden geweigerd.

  • 3. De beoordelingscriteria en het aantal punten dat bij elke score hoort staan in onderstaande tabel. Deze tabel is juridisch bindend.

    Een nadere beschrijving op de criteria is opgenomen in bijlage 2. Een rekenvoorbeeld is opgenomen in de toelichting.

    Criteria

    Onvoldoende

    Voldoende

    Goed

    • 1.

      De mate waarin aanvrager aantoont dat aanvraag bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen van Samen voor Overvecht en specifiek aan 2 of meer ambitiedoelen van Samen voor Overvecht.

    0

    0.8

    1.6

    • 2.

      De mate waarin aanvrager aantoont hoe de aanvraag bijdraagt aan de subsidiabele activiteiten, welk concreet resultaat wordt bereikt en welk effect wordt beoogd.

    0

    0.75

    1.5

    • 3.

      De mate waarin aanvrager aantoont dat er noodzaak voor de activiteiten bestaat.

    0

    0.7

    1.4

    • 4.

      De mate waarin aanvrager aantoont in deze aanvraag samen te werken met andere partijen en/of bewonersgroepen in Overvecht: hoe en met wie is afgestemd over de voorgestelde inzet en hoe en met wie gaat aanvrager samenwerken in de uitvoering?

    0

    0.65

    1.3

    • 5.

      De mate waarin aanvrager aantoont hoe de subsidieaanvraag aansluit op wat er al in Overvecht gebeurt en op de organisaties die op dit thematische gebied actief zijn.

    0

    0.4

    0.8

    • 6.

      De mate waarin aanvrager aantoont op welke doelgroep en/of buurt de activiteiten zijn gericht en hoe deze doelgroep wordt bereikt.

    0

    0.4

    0.8

    • 7.

      De mate waarin aanvrager aantoont dat er actieve binding is met de wijk Overvecht.

    0

    0.35

    0.7

    • 8.

      De mate waarin aanvrager aantoont dat er draagvlak is voor en behoefte is aan de activiteit bij bewoners, en hoe dit ook tijdens de uitvoering gaat worden getoetst.

    0

    0.25

    0.5

    • 9.

      De subsidieaanvrager geeft aan hoe zij leert en ontwikkelt met andere samenwerkingspartners of partijen in de wijk.

    0

    0.25

    0.5

    • 10.

      De subsidieaanvrager geeft aan welke kansen zij ziet en wat zij concreet gaat doen voor een structurele borging van de activiteiten na afloop van de subsidieperiode.

    0

    0.25

    0.5

    • 11.

      De mate waarin subsidieaanvrager aantoont waarom de voorgestelde kosten noodzakelijk en proportioneel zijn, waarbij ook alternatieve financieringsbronnen worden overwogen.

    0

    0.2

    0.4

  • 4. Ten aanzien van aanvragen die op grond van artikel 7, lid 1, letter a zijn ingediend geldt het volgende:

    • a.

      Een team van interne deskundigen beoordeelt de subsidieaanvragen. Het toetsingsteam oordeelt op basis van consensus.

    • b.

      Een aanvraag die is ingediend door een alliantie ontvangt 0,5 punten boven op de totaalscore van lid 1.

    • c.

      In afwijking van artikel 4, eerste lid, tweede volzin, van de Asv verdelen burgemeester en wethouders maximaal 80% van het subsidieplafond over de aanvragen die volledig en tijdig zijn ontvangen op volgorde van het hoogste aantal punten.

  • 5. Ten aanzien van aanvragen die op grond van artikel 7, lid 1, letter b en artikel 7, lid 2 zijn ingediend geldt het volgende:

    • a.

      In afwijking van artikel 4, eerste lid, tweede volzin, van de Asv verdelen burgemeester en wethouders de subsidieplafonds op volgorde van binnenkomst over de volledige aanvragen.

    • b.

      Als een aanvraag krachtens een verzoek conform artikel 4:5 van de Awb is aangevuld, geldt het moment waarop de aanvraag volledig is aangevuld als het moment van binnenkomst.

Artikel 10 Beslistermijn

  • 1. Bij de categorie “Samen voor Overvecht” beslissen burgemeester en wethouders over de aanvraag als volgt:

    • a.

      Ten aanzien van aanvragen die op grond van artikel 7, lid 1, letter a zijn ingediend: binnen 13 weken na de deadlinedatum;

    • b.

      Ten aanzien van aanvragen die op grond van artikel 7, lid 1, letter b zijn ingediend: binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

  • 2. Bij de categorieën “Vitale Wijken” en “Kansrijke Wijk” beslissen burgemeester en wethouders binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag over de aanvraag.

Artikel 11 Verplichtingen

In aanvulling op de verplichtingen uit hoofdstuk 4 van de Asv gelden de volgende verplichtingen:

  • 1. De subsidieontvanger dient bij te dragen aan monitoring en evaluatie door informatie aan te leveren;

  • 2. De subsidieontvanger dient deel te nemen aan duidingsbijeenkomsten;

  • 3. Bij de uitvoering van activiteiten dienen gezondheidskansen, zoals gezonde leefgewoonten, zoveel mogelijk te worden benut, in het bijzonder voor jeugd, ouderen en/of kwetsbare inwoners.

Artikel 12 Evaluatie

  • 1. Periodiek wordt geëvalueerd of de nadere regel voldoende bijdraagt aan de realisatie van de beleidsdoelstellingen van Samen voor Overvecht.

  • 2. De evaluatie kan leiden tot aanpassing van deze nadere regel.

  • 3. De evaluatie bestaat uit:

    • a.

      Een analyse van de rapportages van de subsidieontvangers;

    • b.

      Gesprekken met subsidieontvangers, samenwerkingspartners, vrijwilligers en deelnemers.

Artikel 13 Intrekking

De Nadere regels subsidie Samen voor Overvecht, gemeente Utrecht zoals vastgesteld op 6 december 2022 wordt ingetrokken.

Artikel 14 Overgangsbepalingen

De Nadere regels Subsidie Samen voor Overvecht, gemeente Utrecht zoals vastgesteld op 6 december 2022 blijft van toepassing op aanvragen die onder de werking van die nadere regel zijn ingediend en op subsidiebesluiten die onder de werking van die nadere regel zijn genomen.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Deze nadere regel treedt in werking op 1 maart 2026.

Artikel 16 Citeertitel

Deze nadere regel wordt aangehaald als: Nadere regel subsidie Samen voor Overvecht gemeente Utrecht.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 3 februari 2026.

De burgemeester

Sharon A.M. Dijksma

De secretaris,

Michiel J. Ruis

Bijlage 1 Ambitiedoelstellingen Samen voor Overvecht

Onderdeel van Strategie wijkaanpak Samen voor Overvecht 

Ambitie 1: Plezierig wonen in een meer gemengde wijk

1.1 Een schoon en groen Overvecht

Hieraan draagt bij:

  • .

    Overvecht heeft schone straten

  • .

    Groen groeit mee de wijk

  • .

    Het groen in Overvecht kan droogte en veel regen verwerken en draagt bij aan biodiversiteit

1.2 Bewoners voelen zich veilig en prettig in de openbare ruimte

Hieraan draagt bij:

  • .

    Voetgangers en fietsers kunnen veilig deelnemen aan het verkeer

  • .

    De openbare ruimte is bruikbaar om in te sporten, spelen, bewegen en ontmoeten

  • .

    De openbare ruimte is veilig (ingericht)

1.3 In elke flat in Overvecht wonen bewoners prettig met elkaar en zorgen ze voor hun omgeving

Hieraan draagt bij:

  • .

    De basis is op orde

  • .

    Bewoners (her)kennen elkaar

  • .

    Bewoners voelen eigenaarschap voor hun omgeving

1.4 Voor de huidige en toekomstige bewoners van Overvecht zijn er voldoende mogelijkheden om plezierig te wonen, werken en verblijven

Hieraan draagt bij:

  • .

    Woningvoorraad is voldoende en passend

  • .

    Voorzieningen (sport, onderwijs, zorg, cultuur) zijn divers en dichtbij

  • .

    Ruimte voor werken en ondernemen in de wijk

Ambitie 2: Perspectief voor de jeugd versterken

2.1 Ouders zijn in staat om hun kinderen te ondersteunen in hun ontwikkeling

Hieraan draagt bij:

  • .

    Ouders hebben de ruimte om hun kinderen op te voeden

  • .

    Ouders passen effectieve opvoedvaardigheden toe

  • .

    Ouders zijn betrokken bij het welzijn en ontwikkeling van hun kinderen

2.2 Kinderen (0-6) in Overvecht doorlopen een gezonde ontwikkeling

Hieraan draagt bij:

  • .

    Ouders stimuleren (en zijn betrokken bij) de ontwikkeling van hun kinderen

  • .

    Kinderen groeien op in een rijke en stimulerende (sociale) omgeving

  • 3.

    Kinderen wonen in een kindvriendelijke en stimulerende buurt

2.3 Jongeren (10-18) hebben een positieve kijk op zichzelf, de ander en hun eigen toekomst

Hieraan draagt bij:

  • .

    Jongeren hebben vertrouwen in zichzelf

  • .

    Jongeren hebben steun in hun omgeving

  • .

    Jongeren voelen zich gelijkwaardig en een onderdeel van de samenleving

Ambitie 3: Veilige buurten

3.1 Vertrouwen in elkaar en vreedzame omgang met elkaar

Hieraan draagt bij:

  • .

    Minder wij-zij denken tussen bewoners

  • .

    Bewoners hebben vertrouwen in de gemeente en instanties

3.2 Bewoners zijn veilig in en rondom de woning

Hieraan draagt bij:

  • .

    Meer huiselijk geluk

  • .

    Minder veiligheidsrisico’s en overlast door personen met onbegrepen gedrag in en rondom de woning

  • .

    Minder misbruik van woningen van kwetsbaren

3.3 Overvechtse jeugd groeit goed en veilig op

Hieraan draagt bij:

  • 1.

    Jeugd wordt minder beïnvloed door negatieve rolmodellen

  • 2.

    Jeugd heeft steun in de omgeving

  • 3.

    Extra kwetsbare jeugd kan omgaan met hun persoonlijke eigenschappen en uitdagingen

  • 4.

    Jeugd kan en wil meedoen

Ambitie 4: Zorg en ondersteuning dichtbij en op maat

4.1 Bewoners kunnen duurzaam rondkomen en zijn schuldenvrij

Hieraan draagt bij:

  • .

    Bewoner maakt gebruik van regelingen/voorzieningen en overige middelen

  • .

    Bewoner vraagt om hulp

  • .

    Bewoner heeft stabiel en voldoende inkomen

  • .

    Bewoner is zelfredzaam rondom eigen financiën

4.2 Alle Overvechters hebben de zorg en ondersteuning die nodig is

Hieraan draagt bij:

  • .

    Bewoners zorgen voor elkaar

  • .

    Bewoners kunnen zorgkosten betalen

  • .

    Zorg en ondersteuning (formeel en informeel) is beschikbaar

  • .

    Professionals bieden tijdige en passende zorg en ondersteuning

4.3 Bewoners in een kwetsbare positie in Overvecht hebben blijvend passende ondersteuning

Hieraan draagt bij:

  • .

    Bewoner is bereid hulp te ontvangen

  • .

    Er is een structureel informeel steunnetwerk

  • .

    Er is een structureel formeel steunnetwerk

Ambitie 5: Meedoen en ondernemen

5.1 Een duurzame match tussen werkgevers en Overvechtse werkzoekenden

Hieraan draagt bij:

  • .

    Meer bewoners vinden een baan die bij hen past

  • .

    Bewoners houden hun baan

5.2 Meer bewoners ontwikkelen zich richting (vrijwilligers)werk of ondernemen

Hieraan draagt bij:

  • .

    Bewoners beheersen voldoende basisvaardigheden

  • .

    De talenten van mensen met een psychische kwetsbaarheid worden benut (waarbij rekening wordt gehouden met hun situatie)

  • .

    Bewoners hebben de juiste informatie om zich (verder) te ontwikkelen

  • .

    Bewoners doen (werk)ervaring op

5.3 Overvecht heeft een duurzame en bruisende wijkeconomie die kansen biedt aan ondernemerschap en talent in de wijk

Hieraan draagt bij:

  • .

    Er is voldoende werkruimte voor (lokale) ondernemers

  • .

    Het is eenvoudig om (als jongere) een onderneming te starten

  • .

    Ondernemers werken samen

  • .

    Overvecht heeft een positief imago

  • 5

    Maakbedrijven vinden personeel

Bijlage 2 Behorende bij artikel 9 – Verdeling subsidie

Uitleg wat bij elk beoordelingscriterium wordt verwacht:

Beoordelingscriterium

Toelichting op beoordelingscriterium

  • 1.

    De mate waarin aanvrager aantoont dat aanvraag bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen van Samen voor Overvecht en specifiek aan 2 of meer ambitiedoelen van Samen voor Overvecht.

In welke mate:

- Maakt aanvrager duidelijk hoe de activiteiten concreet bijdragen aan 2 of meer ambitiedoelen van de wijkaanpak Samen voor Overvecht, zoals benoemd in bijlage 1?

- Beschrijft aanvrager hoe de activiteiten passen binnen de opgestelde ambitiestrategieën, zoals benoemd in de Strategie wijkaanpak Samen voor Overvecht?

- Beschrijft aanvrager hoe deze activiteiten bijdragen aan het overkoepelende doel van de wijkaanpak Samen voor Overvecht: bewoners van Overvecht leven prettig samen, in een wijk waar mensen met plezier wonen en werken, waar mensen veerkrachtig zijn en iedereen mee kan doen. Een wijk waar mensen trots op zijn.

  • 2.

    De mate waarin aanvrager aantoont hoe de aanvraag bijdraagt aan de subsidiabele activiteiten, welk concreet resultaat wordt bereikt en welk effect wordt beoogd.

In welke mate:

- Beschrijft de aanvrager aan welke subsidiabele activiteit(en) een bijdrage wordt geleverd, en op welke manier?

- Passen de activiteiten binnen de beschrijving van deze subsidiabele activiteit(en)?

- Worden hierbij concrete, meetbare resultaten genoemd?

- Wordt hierbij het beoogde effect genoemd en draagt dit effect bij aan de gestelde ambitiedoelen van de wijkaanpak Samen voor Overvecht?

- Beschrijft de aanvrager hoe resultaten en effecten in kaart worden gebracht?

  • 3.

    De mate waarin aanvrager aantoont dat er noodzaak voor de activiteiten bestaat.

In welke mate:

- Onderbouwt de aanvrager de noodzaak voor deze activiteiten? Welke beoogde verandering maakt deze activiteiten mogelijk? En op welke wijze dragen de activiteiten bij aan deze verandering?

  • 4.

    De mate waarin aanvrager aantoont in deze aanvraag samen te werken met andere partijen en/of bewonersgroepen in Overvecht: hoe en met wie is afgestemd over de voorgestelde inzet en hoe en met wie gaat aanvrager samenwerken in de uitvoering?

Het gaat hier om samenwerking met andere organisaties, ondernemers, bewonersgroepen en initiatieven in de wijk, specifiek gericht op deze aanvraag.

In welke mate:

- Maakt aanvrager inzichtelijk met wie vooraf is afgestemd over de voorgestelde activiteiten?

- Maakt aanvrager inzichtelijk met wie wordt samengewerkt in de uitvoering van de activiteiten?

- Maakt de aanvrager duidelijk hoe de middelen onderling worden verdeeld: in ruimte, mensen, kennis en financiële middelen?

- Maakt aanvrager deze zaken concreet?

  • 5.

    De mate waarin aanvrager aantoont hoe de subsidieaanvraag aansluit op wat er al in Overvecht gebeurt en op de organisaties die op dit thematische gebied actief zijn.

In welke mate:

- Laat de aanvrager zien inzicht te hebben in wat er al in Overvecht gebeurt rondom het inhoudelijke thema van deze activiteit?

- Laat de aanvrager zien hoe de activiteit(en) zich verhoudt/verhouden tot het bestaande aanbod in de wijk, en hoe waar nodig samenwerking wordt opgezocht om dubbelingen te voorkomen?

  • 6.

    De mate waarin aanvrager aantoont op welke doelgroep en/of buurt de activiteiten zijn gericht en hoe deze doelgroep wordt bereikt.

In welke mate:

- Maakt aanvrager inzichtelijk op welke doelgroep en/of buurt de activiteiten zich richten?

- Maakt aanvrager inzichtelijk op welke manier deze doelgroep gaat worden bereikt met de activiteit(en)?

  • 7.

    De mate waarin aanvrager aantoont dat er actieve binding is met de wijk Overvecht.

In welke mate:

- Heeft de aanvrager aantoonbare kennis en/of ervaring met de wijk Overvecht?

- Voor aanvragers die al werkzaam zijn in Overvecht: in welke mate laat aanvrager zien welke ervaringen in de uitvoering er zijn van de afgelopen 2 jaar?

- Voor aanvragers die nieuw zijn in Overvecht: in welke mate toont de aanvrager aan dat deze voldoende kennis en relevante ervaring heeft met werken in een wijk als Overvecht?

  • 8.

    De mate waarin aanvrager aantoont dat er draagvlak is voor en behoefte is aan de activiteit bij bewoners, en hoe dit ook tijdens de uitvoering gaat worden getoetst?

In welke mate:

- Wordt inzichtelijk gemaakt dat er draagvlak en/of behoefte is aan deze activiteiten voor deze doelgroep?

- Wordt inzichtelijk gemaakt op welke manier draagvlak en behoefte is getoetst bij bewoners van Overvecht?

- Wordt inzichtelijk gemaakt hoe de activiteit gaat worden geëvalueerd met bewoners, om te bepalen hoe zij de activiteit waarderen tijdens de uitvoering?

  • 9.

    De subsidieaanvrager geeft aan hoe zij leert en ontwikkelt met andere samenwerkingspartners of partijen in de wijk.

In welke mate:

- Beschrijft de aanvrager hoe deze gedurende de looptijd van de subsidie blijft leren en haar activiteiten hierop aanpast?

- Wordt er samen met andere initiatieven en/of organisaties geleerd, en op welke manier gebeurt dit?

- Wordt inzichtelijk gemaakt hoe de activiteit wordt geëvalueerd met samenwerkingspartners of andere partijen in de wijk, om te bepalen hoe zij de activiteit waarderen?

  • 10.

    De subsidieaanvrager geeft aan welke kansen zij ziet en wat zij concreet gaat doen voor een structurele borging van de activiteiten na afloop van de subsidieperiode.

In welke mate:

- Geeft aanvrager aan welke kansen hij ziet om de activiteiten na afloop van de subsidieperiode te borgen?

- Maakt de aanvrager duidelijk in hoeverre hij concrete actie onderneemt om de activiteit structureel en financieel te borgen, bijvoorbeeld door andere inkomstenbronnen aan te boren?

  • 11.

    De mate waarin subsidieaanvrager aantoont waarom de voorgestelde kosten noodzakelijk en proportioneel zijn, waarbij ook alternatieve financieringsbronnen worden overwogen.

In welke mate:

- Toont aanvrager aan dat de kosten voor personeel, locatie, overhead, e.d. noodzakelijk zijn?

- Maakt aanvrager inzichtelijk hoe het gevraagde subsidiebedrag zich verhoudt tot het resultaat? Denk aan het aantal deelnemers, het aantal vrijwilligers(uren), het aantal beoogde ‘matches’, het aantal geopende tijdstippen of dagdelen?

- Laat aanvrager zien dat de kosten proportioneel zijn en onderbouwt deze waarom de inzet noodzakelijk is, bijvoorbeeld met betaalde beroepskrachten?

Uitleg waaraan een beschrijving/aanpak moet voldoen om een bepaalde beoordeling te krijgen:

Beoordeling

Toelichting op beoordeling

Goed

De beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is volledig. Er zijn geen ontbrekende elementen.

De beschrijving/aanpak is specifiek, concreet en sluit uitstekend aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium. Er zijn hierin geen onduidelijkheden geconstateerd.

De beschrijving/aanpak is op alle aspecten realistisch en voor de Gemeente toepasbaar en/of effectief bevonden.

Voldoende

De beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is voldoende uitgewerkt, maar niet volledig bevonden.

De beschrijving/aanpak is voldoende specifiek en/of duidelijk beschreven. Er zijn meerdere aspecten die meer specifiek of duidelijk beschreven hadden mogen zijn. Uw uitwerking sluit voldoende aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium.

De beschrijving/aanpak is op enkele aspecten realistisch en voor de Gemeente voldoende toepasbaar en/of effectief bevonden.

Onvoldoende

De beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is onvoldoende uitgewerkt en niet volledig bevonden.

De beschrijving/aanpak is onvoldoende duidelijk en specifiek beschreven en sluit onvoldoende aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium.

De beschrijving/aanpak is grotendeels niet realistisch en voor de Gemeente toepasbaar en/of effectief bevonden.

Bijlage Toelichting

Toelichting

Algemene toelichting

Burgemeester en wethouders hebben deze nadere regel vastgesteld met het doel dat bewoners van Overvecht prettig samenleven in de wijk. Een wijk waar mensen met plezier wonen en werken, waar mensen veerkrachtig zijn en iedereen mee kan doen. Een wijk waar mensen trots op zijn.

Dit wordt bereikt door:

  • 1.

    Samen te werken: Sinds 2019 werkt een brede wijkcoalitie samen in een langjarige wijkaanpak voor een betere wijk: Samen voor Overvecht. Bewoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers uit Overvecht, het Rijk en de gemeente Utrecht werken samen om achterstanden te verkleinen en meer kansen te creëren voor Overvechters. Samen bundelen we onze krachten en inzet, zodat het resultaat meer is dan de som der delen.

  • 2.

    Een integrale blik, met inzet op vijf ambities: Plezierig wonen in een meer gemengde wijk, Veilige buurten, Perspectief voor de jeugd versterken, Zorg en ondersteuning dichtbij en op maat en Meedoen en ondernemen. Binnen deze ambities zijn ambitiedoelen opgesteld waar we samen met een coalitie van partijen aan werken.

Toelichting bij Artikel 9 – verdeling subsidie

In onderstaande tabel is een voorbeeld opgenomen hoe een aanvraag per criterium is beoordeeld (kolom “Beoordeling”) en hoeveel punten deze beoordeling heeft gekregen (kolom “Punten behaald").

Vervolgens worden de punten bij elkaar opgeteld. De totaalscore in onderstaand voorbeeld is 6,05 punten.

Als de aanvraag vóór 30 september 23:59 uur is ingediend voor de categorie “Samen voor Overvecht” (omdat de activiteiten het volgende jaar op 1 januari beginnen) door een alliantie, dan wordt bij de totaalscore nog 0,5 punten toegevoegd. Het totaal komt dan op 6,55 punten.

Criteria

Beoordeling

Punten behaald

  • 1.

    Bijdrage aan 2 of meer ambitiedoelen

goed

1.6

  • 2.

    Bijdrage aan subsidiabele activiteiten, concreet resultaat en effect

voldoende

0.75

  • 3.

    Noodzaak voor activiteiten

goed

1.4

  • 4.

    Samenwerking andere partijen en/of bewonersgroepen in Overvecht

onvoldoende

0

  • 5.

    Aansluiting op wat al gebeurt en bestaat

voldoende

0.4

  • 6.

    Doelgroep of buurt en hoe deze wordt bereikt

voldoende

0.4

  • 7.

    Actieve binding met wijk Overvecht

voldoende

0.35

  • 8.

    Draagvlak en behoefte bij bewoners, vooraf en tijdens activiteit

onvoldoende

0

  • 9.

    Leren en ontwikkelen

voldoende

0.25

  • 10.

    Kansen voor structurele borging

goed

0.5

  • 11.

    Noodzakelijkheid en proportionaliteit kosten

goed

0.4

Staatssteuntoets

Subsidie die op grond van deze Nadere regel wordt verleend bevat mogelijk staatssteun. Dit zal per subsidieaanvraag beoordeeld moeten worden.

Van staatssteun is sprake wanneer voldaan is aan alle criteria van artikel 107 van het Verdrag inzake de Werking van de Europese Unie (hierna: VWEU). De criteria uit artikel 107 van het VWEU zijn:

  • a.

    Is de subsidieaanvrager een onderneming die een economische activiteit uitvoert? Ja

  • b.

    Is de subsidie (de steun) met staatsmiddelen bekostigd? Ja

  • c.

    Verschaft de steun een economisch voordeel dat niet via de normale commerciële weg verkregen zou zijn? Waarschijnlijk wel.

  • d.

    Is de maatregel selectief: geldt deze voor één onderneming of een specifiek sector of regio? Ja

  • e.

    Kan de steun de mededinging vervalsen of leiden tot een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer in de EU? Waarschijnlijk wel.

Wanneer het antwoord op één of meer vragen ‘Nee’ is, is er geen sprake van staatssteun. De subsidie kan dan verleend worden; vanuit het staatssteunrecht hoeft er geen verdere actie ondernomen te worden.

Wanneer het antwoord op alle vragen ‘Ja’ is, is er sprake van staatssteun. De subsidie moet dan staatssteunproof gemaakt worden. Dit kan op verschillende manieren. Die manieren kunnen ook gebruikt worden als twijfelachtig is of een antwoord ja of nee is.

Voor deze Nadere regel kunnen de volgende opties gebruikt worden:

  • 1.

    De eerste optie is het toepassen van de reguliere De-minimisverordening.

Op grond van de reguliere de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831) kunnen overheden over een periode van drie jaar tot maximaal €300.000,- aan steun verlenen aan een onderneming. Gezien de subsidieplafonds ligt het voor de hand om de subsidies met toepassing van de reguliere de-minimisverordening te verlenen. De subsidieontvanger moet een de-minimisverklaring overleggen waaruit blijkt dat hij nog de-minimisruimte heeft. Wanneer blijkt dat die ruimte er is, wordt de subsidie verleend. In de beschikking wordt expliciet opgenomen dat het gaat om de-minimissteun. Verder moet de gemeente de steun registeren in het de-minimisregister.

Als er onvoldoende of geen de-minimisruimte is, mag aan de onderneming in het betreffende jaar geen reguliere de-minimissteun meer worden verleend. De subsidie zal dan op een andere manier staatssteunproof gemaakt moeten worden:

  • 2.

    De tweede optie is bekijken of de subsidie zuiver lokaal is.

De subsidie voldoet dan niet aan het hierboven genoemde laatste criterium onder e. De Europese Commissie hanteert drie aspecten om te beoordelen of steun een zuiver lokaal karakter heeft:

  • a.

    De begunstigde levert goederen of diensten aan een beperkt gebied in een lidstaat;

  • b.

    Er is weinig kans dat de begunstigde klanten uit andere lidstaten zal aantrekken;

  • c.

    Niet valt te voorzien dat de maatregel meer dan een marginaal effect zal hebben op de voorwaarden voor grensoverschrijdende investeringen of grensoverschrijdende vestiging.

Omdat nog niet bekend is aan welke ondernemingen en voor welke activiteiten de gemeente subsidie gaat verstrekken kan deze toets in deze Nadere regel niet vooraf gedaan worden.

  • 3.

    De derde optie komt aan bod wanneer de subsidie niet staatssteunproof gemaakt kan worden via de voorgaande opties.

Er zal dan een vrijstellingsmogelijkheid gezocht moeten worden via de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) of de DAEB-regelgeving. De eerste inschatting is dat de AGVV niet goed bruikbaar zal zijn. De activiteiten die genoemd worden in de Nadere regel lijken op het eerste gezicht niet voor te komen in de AGVV. Ze kunnen dan niet staatssteunproof gemaakt worden door de AGVV toe te passen.

De DAEB-regelgeving lijkt meer kansen te bieden. DAEB staat voor Diensten van Algemeen Economisch Belang. Het college kan activiteiten als DAEB aanwijzen wanneer zij dat in het algemeen belang acht. Zij moet dan motiveren dat deze economische activiteit in de markt, zonder overheidsoptreden, niet zal worden verricht. Er moet dus een zeker marktfalen aangetoond worden. Vervolgens kan zij een onderneming belasten met de uitvoering daarvan en haar daarvoor een compensatie, bijvoorbeeld in de vorm van subsidie toekennen. De compensatie mag niet hoger zijn dan nodig is om de kosten van de uitvoering van de DAEB geheel of gedeeltelijk te dekken, rekening houdend met de opbrengsten en een redelijke winst. Of hiervan sprake is wordt in de eerste plaats beoordeeld door de DAEB aan te besteden of door gebruik te maken van een benchmark. Er wordt onderzocht of een subsidietender in dit geval gelijkgesteld kan worden aan een aanbesteding. Wanneer de compensatie voldoet aan bovenstaande eisen wordt aangenomen dat geen sprake is van staatssteun.

Wanneer bovenstaande opties niet bruikbaar zijn heeft de gemeente twee keuzes. Zij kan de subsidieverlening zijnde staatssteun dan alleen nog rechtmatig, geoorloofd verstrekken wanneer zij deze meldt aan de Europese Commissie. Na goedkeuring van de Europese Commissie kan zij de subsidie rechtmatig verstrekken aan de aanvrager. De gemeente kan er ook voor kiezen om de subsidie niet te melden aan de Europese Commissie. Zij moet de subsidieaanvraag dan weigeren wegens strijd met het staatssteunrecht. Dat is een verplichte weigeringsgrond voor subsidies.