Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756390
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756390/1
Erfgoednota gemeente Voerendaal
Geldend van 06-02-2026 t/m heden
Intitulé
Erfgoednota gemeente VoerendaalVan villa tot Voelender.
De raad van de gemeente Voerendaal;
Gezien het raadsvoorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Voerendaal van met als zaaknummer 598936.
Grondslag
Gelet op de gemeentewet en de kaderstellende taak van de gemeenteraad.
Besluit
- 1.
In te stemmen met de vaststelling van de Erfgoednota en, ter uitvoering van de hieruit voortvloeiende acties, een reserve Erfgoed te vormen ter grootte van € 200.000.
Voorwoord
Onze gemeente heeft een rijke geschiedenis, zichtbaar in de vele monumenten, het kenmerkende landschap en de verhalen die al eeuwenlang in onze gemeenschap leven. Dit erfgoed is een bron van inspiratie en geeft ons een identiteit die we koesteren en doorgeven aan toekomstige generaties.
Met deze erfgoednota geven we richting aan ons erfgoedbeleid voor de komende jaren. Het is een document waarin we streven naar een evenwicht tussen het behoud van wat ons dierbaar is en de ruimte voor nieuwe initiatieven die passen bij de veranderende samenleving. We willen onze historische wortels verbinden met de uitdagingen en kansen van nu, zodat ons erfgoed ook in de toekomst een levende bron van inspiratie blijft.
Deze nota is mede tot stand gekomen door de betrokkenheid van onze inwoners, lokale erfgoedexperts en vrijwilligers. Hun kennis en passie hebben ervoor gezorgd dat we gezamenlijk tot een gedragen beleid zijn gekomen. Ik ben ervan overtuigd dat we door samen te werken, het verhaal van Voerendaal blijven vertellen en doorgeven.
G.A.H. (Guillaume) Delsing, wethouder erfgoed
Leeswijzer
Deze erfgoednota geeft inzicht van hoe de gemeente Voerendaal met haar erfgoed in de fysieke leefomgeving om wil gaan. In hoofdstuk 1 wordt eerst het doel en de reikwijdte van de nota toegelicht en wordt het belang van het erfgoed voor Voerendaal onderstreept. Om een en ander te kaderen beginnen we in hoofdstuk 2 met een landschapsbiografie, waar het ontstaan van de karakteristieke landschappen en alle aspecten daarvan, zoals de vorming van Kunradersteen, wordt beschreven. Verder komt in dit hoofdstuk ook de bewoningsgeschiedenis van Voerendaal aan bod, gaande van de jager-verzamelaars uit de vroege steentijd tot en met de oprichting van kerken en kastelen in de middeleeuwen en nieuwe tijd. Verder wordt ook ingegaan op het ontstaan van de mijnindustrie en de verdere verstedelijking van het gebied in de nieuwste tijd (na 1800).
In hoofdstuk 3 worden de bestaande visie- en beleidskaders die van belang zijn voor het cultureel erfgoed per overheidslaag beknopt behandeld. Het schetsen van de bestaande beleidskaders dient ter ondersteuning van de visie en ambities die de gemeente voor ogen heeft ter bescherming van haar erfgoed.
De vier typen van erfgoed in Voerendaal worden in hoofdstuk 4 behandeld, zijnde het archeologisch, bouwkundig, immaterieel en cultuurlandschappelijk erfgoed. Naast de wettelijke taken en het beleid, komen de doelstellingen en de reeds gerealiseerde en wenselijke ambities per type erfgoed kort aan bod.
Omdat erfgoed van iedereen is en de zorg hiervoor door iedereen gedragen moet worden, is ook te rade gegaan bij de inwoners van Voerendaal en andere belanghebbenden, zoals de (toeristische) bedrijven binnen de gemeente. Door middel van twee sessies is vanuit verschillende oogpunten een beeld verkregen waaraan men belang hecht en welke aspecten van erfgoed onderbelicht blijven. Het beknopte verslag hiervan wordt gepresenteerd in hoofdstuk 5.
In de hoofdstukken 6 en 7 komen we tot de kern van de erfgoednota. In hoofdstuk 6 worden alle ideeën gegeven die door de gemeente uitgevoerd kunnen worden ter bescherming van haar erfgoed. De ideeën zijn onderverdeeld in verschillende categorieën: “behoud en bescherming”, “duurzaam gebruik en herbestemming”, “zichtbaarheid, beleefbaarheid en educatie” en tot slot, de “participatie”. Echter, niet alle ideeën kunnen op korte termijn aangepakt worden. In het nog op te stellen uitvoeringsprogramma dienen keuzes gemaakt te worden waarbij prioritering en kosten afgewogen zullen worden.
In hoofdstuk 7 wordt een voorstel gegeven welke initiatieven op korte (fase 1), middellange (fase 2) en lange termijn (fase 3) aangepakt zouden kunnen worden. Uitwerking van initiatieven is altijd afhankelijk van mogelijk veranderende externe omstandigheden. Maar met deze erfgoednota wordt een stevige basis gelegd voor de toekomst.
1 Inleiding
1.1 Doel en reikwijdte
Sinds 1 januari 2024 is in Nederland de Omgevingswet van kracht. Hét kernbegrip van de Omgevingswet betreft de fysieke leefomgeving, waar ook het cultureel erfgoed deel van uitmaakt. Met de invoering van de wet worden de gemeenten verplicht om zorg te dragen voor de fysieke leefomgeving en dus ook voor het erfgoed binnen hun gemeente. De gemeente Voerendaal wil met het opstellen van een Erfgoednota haar langetermijnambities en uitgangspunten voor het erfgoed kenbaar maken. De Erfgoednota zal richting geven aan het erfgoedbeleid, bijvoorbeeld hoe de gemeente wil omgaan met monumenten, cultuurhistorisch landschap, immaterieel erfgoed en archeologie. De opzet is inspirerend zonder al te veel gedetailleerde maatregelen te willen vastleggen.
Onderstaande begrippen zijn inherent aan de Erfgoednota:
- •
Strategische basis: het legt de fundering voor erfgoedbeleid en biedt houvast voor toekomstige besluiten, onder andere bij het opstellen van het omgevingsplan en de Provinciale Omgevingsvisie. Wat hebben we en wat willen we bereiken? Het is een nulmeting.
- •
Flexibiliteit: omdat de nota op hoofdlijnen blijft, is deze langer houdbaar en minder afhankelijk van wisselende politieke en financiële omstandigheden.
- •
Verankering: zonder nota ontbreekt een helder kader om erfgoed te beschermen en te benutten.
- •
Draagvlak en samenwerking: een nota kan helpen om partijen (zoals inwoners, kerkgemeenschappen en andere erfgoedbezitters) te betrekken en gezamenlijk een richting te bepalen.
1.2 Belang van erfgoed voor Voerendaal
Voerendaal ligt in de regio Zuid-Limburg, de vroegst min of meer permanent bewoonde regio van Nederland. Vanaf het midden-paleolithicum (250.000-35.000 jaar geleden) werd onze regio al bezocht door jager-verzamelaars. Zo’n 7.000 jaar geleden vestigden de eerste mensen zich hier permanent. Alle mensen die sindsdien in ons gebied geleefd hebben, hebben hun sporen nagelaten in het landschap. Wie Voerendaal zegt, denkt bijvoorbeeld onmiddellijk aan de bijzondere Romeinse villa Ten Hove en de Via Belgica, die van Boulogne-sur-Mer naar Keulen loopt en de gemeente doorkruist. Voerendaal heeft daarnaast nog veel meer te bieden. Zo ontwikkelden zich in het glooiende landschap enerzijds een agrarisch cultuurlandschap met graften en boomgaarden en anderzijds meerdere pittoreske dorpen met vakwerkboerderijen en talrijke kerken en kastelen. Kenmerkend voor de regio is het gebruik van de Kunradersteen, die vernoemd is naar de plaats Kunrade en die nog altijd gewonnen wordt. Deze steen is dan ook veelvuldig terug te vinden in de historische bebouwing. Ook tradities als vastelaovend, het katholieke geloof, de schutterijen en wijnbouw zijn onlosmakelijk met Voerendaal verbonden.
Om al dit waardevolle erfgoed door te geven aan toekomstige generaties is een zorgvuldige en toekomstgerichte benadering nodig. Daarbij speelt duurzaamheid een ondersteunende rol, bijvoorbeeld in het behoud en hergebruik van historische gebouwen en materialen. Dit voorkomt sloop en draagt bij aan onze duurzaamheidsdoelstellingen.
We kiezen voor een integraal erfgoedbeleid, waarin monumentenzorg, archeologie, landschap en tradities in samenhang worden bekeken. Erfgoed wordt niet geïsoleerd benaderd, maar ingebed in andere beleidsvelden zoals ruimtelijke ordening, economie, toerisme, duurzaamheid en maatschappelijke ontwikkeling.
2 Landschapsbiografie
2.1 Ondergrond: van moeras naar Heuvelland
De gemeente Voerendaal ligt in het Zuid-Limburgse Heuvelland, een gebied dat wordt gekenmerkt door een uitgesproken reliëf. Binnen de gemeentegrenzen varieert de hoogteligging van circa 70 meter boven NAP in het dal van de Geleenbeek ten noorden van Weustenrade, tot meer dan 215 meter boven NAP op de Vrouwenheide ten zuiden van Ubachsberg (zie figuur 4).
Dat reliëf dankt het gebied aan vele miljoenen jaren van geologische processen (sedimentatie en erosie) gekoppeld aan tektonische activiteit. In tegenstelling tot het grootste deel van Nederland wordt Zuid-Limburg namelijk opgeheven, waardoor de lagen aan het maaiveld geleidelijk ‘afgesleten’ zijn en oude afzettingen dicht aan het maaiveld voorkomen.
Hierna volgt een beknopte chronologische toelichting op de belangrijkste geologische en geomorfologische (aardkundige) processen en fenomenen. Deze bepalen voor een belangrijk deel de geschiktheid van een gebied voor de mens door bijvoorbeeld de aanwezigheid van voedsel, de mate waarin een gebied te verdedigen is en de ligging ten opzichte van andere gebieden. Ze vormen zo de basis voor het huidige landschap. Zie bijlage 1 voor de tijdschaal van de in deze tekst genoemde geologische perioden.
2.1.1 Carboon
De geschiedenis van Voerendaal begint omstreeks 300 miljoen jaar geleden in het Carboon. In deze periode bestond het landschap uit uitgestrekte moerassen waarin veen werd gevormd. Veen bestaat uit samengeperste resten van afgestorven planten. Groeide dat veenpakket boven de waterspiegel uit en was het daardoor van regenwater afhankelijk, dan groeide er vooral veenmos en noemen we dit een hoogveen. Door de druk van latere afdekkende sedimenten is dit veenpakket nog verder samengeperst tot de steenkool die tot in de jaren 1960 in het gebied gewonnen is. Het Carboon is ook de periode waarin door het verschuiven van de aardplaten breuken in de ondergrond ontstonden en de Ardennen als Heuvelland werden gevormd.
Figuur 1. Impressie van een tropisch moeras tijdens het Carboon met calamites, cordaites, lycopsida en varens (Bron: https://tsjok45.wordpress.com/wp-content/uploads/2012/11/carboonflora, figuur 10.28).
2.1.2 Krijt
Zuid-Limburg is echter vooral bekend vanwege een ander gesteente: kalksteen (‘mergel’ in de volksmond). Deze is gevormd gedurende het Krijt (100-65 miljoen jaar geleden), toen dit deel van Nederland tot een ondiepe tropische zee behoorde. Miljoenen jaren ophoping van schelpjes, skeletjes en sedimentdeeltjes resulteerden in het ontstaan van dikke lagen zand(steen) en kalksteen. Hiertoe behoort ook de Kunradersteen (zie kadertekst).
|
Kunradersteen De Kunradersteen is een laag uit het kalksteen die is gevormd gedurende het Krijt (100-65 miljoen jaar geleden). Het komt in de omgeving van het Plateau van Ubachsberg relatief ondiep in de ondergrond voor en wordt ontsloten in de steile hellingen van de droogdalen en het diep uitgesleten bekken van Heerlen. De Kunradersteen is harder dan de zogenaamde ‘mergel’ en daardoor zeer geschikt als bouwmateriaal. Veel huizen in de omgeving zijn uit de typische grijsgele steen opgetrokken (zie figuur 2). De Kunradersteen wordt op kleine schaal nog altijd gewonnen in de gelijknamige groeve (zie figuur 17).1 |
Figuur 2. Hoeve met bijgebouwen in Winthagen, opgebouwd uit de kenmerkende Kunradersteen (foto: RAAP, 21-03-2025).
2.1.3 Tertiair
Na het Krijt begon het Tertiair (paleogeen en neogeen; 65- 2,6 miljoen jaar geleden), een periode waarin de zee zich in fases terugtrok. Aan de kust van die zee zijn vooral zanden met kleilagen afgezet. Bekendste voorbeeld zijn de zogenaamde ‘zilverzanden’ die bij Brunssum en Heerlen (Heksenberg) aan de oppervlakte komen. Aan het einde van deze periode zijn door de Oer-Maas grind en zand afgezet. Restanten hiervan liggen als grindheuvels in het landschap. De Vrouwenheide is hier een markant voorbeeld van en ook Klimmen ligt op een grindheuvel.
Figuur 3. De Molen op de Vrouwenheide staat vlakbij het hoogste punt van de gemeente: een grindheuvel. Op de achtergrond ligt Ubachsberg en daarachter is de laagte van het Bekken van Heerlen zichtbaar (foto: RAAP, 21-03-2025).
2.1.4 Pleistoceen
De gebergtevorming die in het Carboon was ingezet zorgde ervoor dat Zuid-Limburg geleidelijk steeds verder boven zeeniveau werd uitgetild. De Maas reageerde daarop door zich in de loop van het pleistoceen (2,6 miljoen jaar – 12.000 jaar geleden) stapsgewijs in te snijden tot in het dal waarin de rivier nu stroomt. De zijbeken volgden de Maas en sneden zich ook steeds verder in. Op deze wijze zijn de dalen ontstaan die zo kenmerkend zijn voor het Zuid-Limburgse Heuvelland. Die insnijding zorgde er bovendien voor dat oude afzettingen zoals de Kunradersteen aangesneden werden. Deze komen dan ook vaak in de dalwanden aan de oppervlakte. Het samenspel van opheffing en erosie zorgde in het noorden van de gemeente voor het ontstaan van een bijzonder fenomeen, bekend onder de naam “het Bekken van Heerlen” (zie figuur 4). Het kon ontstaan vanwege het voorkomen van relatief makkelijk erodeerbare zanden uit het Tertiair. Zo ontstond een komvormig bekken met dalen, uitgesleten door erosie, die uiteindelijk samengebundeld het dal van de Geleenbeek vormen. Op de hoogtekaart van het gebied is dit heel duidelijk te zien. Het merendeel van het gebied wordt echter gekenmerkt door het voorkomen van löss, dat in de laatste twee ijstijden door de wind als een deken over het landschap is afgezet, nadat de Maas het gebied al had verlaten.
Figuur 4. Uitsnede van de hoogtekaart (AHN), waarop de grote hoogteverschillen en de daaruit volgende indeling in het Bekken van Heerlen en het Plateau van Ubachsberg is te zien. De stip geeft de locatie van figuur 3 en figuur 6 aan.
2.1.5 Holoceen
Vanaf zo’n 12.000 jaar geleden brak na de laatste ijstijd een warmere periode aan: het holoceen, dat tot in de huidige tijd voortduurt. In die periode is de opbouw van het landschap niet wezenlijk meer veranderd.
Als gevolg van de hiervoor beschreven geologische ontwikkeling van miljoenen jaren is in de gemeente Voerendaal uiteindelijk een divers landschap ontstaan. Het valt grofweg in twee delen op te splitsen:
- 1.
Het laag gelegen, door erosie uitgesleten, Bekken van Heerlen in het noorden.
- 2.
Het hoog gelegen, door dalen versneden, Plateau van Ubachsberg in het zuiden.
De grens tussen beide valt grofweg samen met het verloop van de tegenwoordige A79, die dan weer globaal samenvalt met de zogenaamde Via Belgica uit de Romeinse tijd (zie hierna).
Bekken van Heerlen
De laagte van het Bekken van Heerlen wordt aan de zuidzijde begrensd door een halfrond lopende helling. Die vormt de overgang naar de hogere plateaus. De helling bestaat uit een afwisseling van (droog)dalen en daluitspoelingswaaiers, beide ontstaan door smeltwater in de ijstijden (figuur 5). Daluitspoelingswaaiers (‘een waaier van uit het dal gespoeld bodemmateriaal’) ontstaan op plaatsen waar een dal vanuit het Heuvelland in een lager gelegen gebied uitmondt. Daardoor daalt vrij plots de stroomsnelheid van het smeltwater en worden de meegevoerde gronddeeltjes afgezet. De bewoningskern Voerendaal ligt op zo’n daluitspoelingswaaier. Deze waaier is ontstaan vanuit het hoger gelegen dal van Winthagen. De dalen zetten zich gedeeltelijk voort in het Bekken van Heerlen, maar op de hellingwand van het bekken ontstaan ook nieuwe dalen. Samen bundelen zij zich tot het dal van de Geleenbeek. De Geleenbeek ontspringt in de steile helling bij Benzenrade, direct ten oosten van de gemeente Voerendaal.
Figuur 5. Schematische weergave van het ontstaan en de vorm van een daluitspoelingswaaier. De gemeente Voerendaal ligt op de overgang van het Zuid-Limburgse Heuvelland naar het Bekken van Heerlen (bron: RAAP).
Plateau van Ubachsberg
Het zuidelijk deel van de gemeente is het Heuvelland in optima forma. Het Plateau van Ubachsberg ligt hoog boven het Bekken van Heerlen. Die hoogte wordt nog benadrukt door de aanwezigheid van de uitgesproken grindheuvel Vrouwenheide. Het gebied direct ten zuiden van de Vrouwenheide ligt tientallen meters lager. Dat geeft een vrij zicht op de zuidelijker gelegen Vaalserberg. Bij goed weer is zelfs de Eifel te zien (figuur 6). De hoge delen worden versneden door dalen met hellingen, waarvan die van de Vrakelberg (ten westen van Ubachsberg) met een helling van meer dan 30% tot de steilste in Zuid-Limburg behoren.
Figuur 6. Vanaf de Vrouwenheide in het uiterste zuiden van de gemeente Voerendaal ligt een weids uitzicht tot de Vaalserberg (rode pijl) en de Eifel (vaag op de achtergrond, zwarte pijl) (foto: RAAP, 21-03-2025).
2.2 Vroege menselijke activiteit
In dit door de elementen gevormde landschap deed zo’n 300.000 jaar geleden de neanderthaler, een uitgestorven mensensoort, zijn intrede. Vanaf de steentijd, die begon in het pleistoceen, hebben eerst de neanderthalers en later de moderne mens hun sporen nagelaten in wat nu Zuid-Limburg en de gemeente Voerendaal is.
2.2.1 Midden-paleolithicum (oude steentijd: 300.000-33.000 voor Christus)
Het midden-paleolithicum is een bijzondere periode omdat uit die periode de nalatenschap van neanderthalers stamt. Zij leefden vanaf circa 500.000 jaar geleden in Noordwest-Europa. De anatomisch moderne mens verscheen omstreeks 40.000 jaar geleden in Europa. In het Zuid-Limburgse Heuvelland zijn de plaatselijk metersdikke lösspakketten uit de ijstijden van belang voor de conservering van bewoningssporen van neanderthalers en hun voorlopers. Midden-paleolithische artefacten kunnen er tot meerdere meters beneden maaiveld voorkomen. Zo werden in 2001 midden-paleolithische artefacten gevonden op de Vrakelberg bij Ubachsberg. Bijzonder was de vondst op 10 september van dat jaar van een 9,6 centimeter grote vuistbijl, die ‘de vuistbijl van de Vrakelberg’ wordt genoemd (figuur 7).2
|
Neanderthalers aan het oppervlak De vindplaats Colmont-Ponderosa, waar meer dan 1000 midden-paleolithische vuurstenen artefacten (resten) zijn verzameld, ligt op de flank van de Vrakelberg, ten westen van het gehucht Colmont (Ubachsberg). De Vrakelberg is een kleine kaap langs een droogdal. De meeste artefacten zijn aangetroffen op de uiterste rand van de kaap waar de löss grotendeels is geërodeerd en de onderliggende kalk en verweringsleem aan het oppervlak zijn gekomen. De artefacten kwamen geconcentreerd voor in een gebied van circa 40x40 meter. |
Figuur 7. De vuistbijl van de Vrakelberg (bron: Yannick Raczynski-Henk).
2.2.2 Laat-paleolithicum (late steentijd: 33.000-8800 voor Christus)
Het laat-paleolithicum betreft het laatste deel van de ijstijd. In eerste instantie overheersten nog koude omstandigheden. Kenmerkend voor deze periode was een toendralandschap, dat een zeer open vegetatie kende. Aangenomen wordt dat de mens in deze fase in warmere en beschutte oorden ten zuiden van Nederland vertoefde (zoals in grotten in België). Vanaf circa 13.000 jaar geleden zijn er tenminste drie culturele tradities in Zuid-Nederland te onderscheiden: het Magdalénien, de Federmesser-traditie (ook wel Tjongercultuur genoemd) en de Ahrensburg-cultuur. Op de lössgronden in het zuiden van Limburg zijn resten uit deze perioden uiterst zeldzaam.
2.2.3 Mesolithicum (middensteentijd: 8800-5300 voor Christus)
In het begin van het mesolithicum (8.000-7.000 voor Christus) ontwikkelde het toendralandschap zich naar een dicht berkenbos. De oorzaak daarvoor was een relatief snelle opwarming. Dat berkenbos werd opgevolgd door een gesloten dennenbos, dat we taiga noemen. Door de dichtere plantengroei en de kleinere dieren ontwikkelde de mens wel geleidelijk andere voedselpatronen. Het verzamelen van planten en vruchten, visvangst en jacht bleven belangrijk. Binnen de jacht verschoof het accent echter naar klein wild, dat het hele jaar in hetzelfde gebied bleef.
2.2.4 Neolithicum (nieuwe steentijd: 5300-2000 voor Christus)
In het neolithicum veranderde de houding van de mens ten aanzien van de natuur. Veel meer dan daarvoor bracht de mens aanpassingen aan in zijn leefomgeving. Het proces van ‘neolithisering’, de verandering naar een landbouwende samenleving, was lang en complex. Vooral in het begin was sprake van het naast elkaar bestaan van gemeenschappen van jager-verzamelaars en landbouwers. Ook vond het proces niet overal tegelijkertijd plaats. Van het vroeg- en midden-neolithicum in Limburg is het beeld van de zogenaamde Lineair-bandkeramische cultuur (LBK) het meest compleet. Het gaat om de allereerste boeren in Nederland. Deze cultuur, een groep mensen met een gelijke levenswijze, komt voor in een groot gebied. Zuid-Limburg is de noordwestelijke uitloper van dit gebied. Het gaat daar om de vroegste boerensamenleving in de gematigde zones van Europa.
2.2.5 Metaaltijden (bronstijd & ijzertijd: 2000-12 voor Christus)
Over de bronstijd in (Zuid-)Limburg weten we nog niet zo veel. Het feit dat er weinig materiaal uit de bronstijd is aangetroffen wil niet zeggen dat er geen mensen woonden. Waarschijnlijk zijn de archeologische vindplaatsen bij grondwerkzaamheden niet herkend of zijn ze niet meer in de bodem herkenbaar. Vooral het aardewerk uit de bronstijd is erg bros en verweert snel als het aan het oppervlak ligt. Vuurstenen artefacten uit de bronstijd zijn nog vrij onbekend. Grafheuvels uit deze periode zijn alleen bewaard gebleven op plaatsen waar ze niet zijn geëgaliseerd door bijvoorbeeld landbouwwerkzaamheden. Zo liggen de grafheuvels uit de bronstijd bij Vaals in oude bosgebieden. Slechts incidenteel wordt een bronzen bijl aangetroffen.
Uit de ijzertijd zijn er in het lössgebied wel meer nederzettingsresten bekend, hoewel ze binnen de Parkstadgemeenten nog niet veelvuldig zijn aangetroffen. Bekende voorbeelden zijn de nederzettingsresten en resten van begraving bij de Romeinse villa van Voerendaal en de die uit de midden ijzertijd langs de Merkelbekerbeek. Resten uit deze periode lagen zowel op de plateaus als aan de rand van de beekdalen. Meestal ging het bij nederzettingen om kleine erven bestaande uit een woonhuis, een bijgebouw, een of meerdere spiekers, een waterput en kuilen voor allerlei doeleinden (leemextractie, silo’s etc.).
2.3 Romeinse tijd (12 voor-450 na Christus)
In de Romeinse tijd concentreerde de bewoning zich in kleine gehuchten. Die lagen vaak aan de rand van de uitgestrekte akkerarealen. Ook kwam het landschap nog meer ten dienste van de mens te staan. Dat leidde tot een sterke afname van het bosbestand. In de 1e eeuw na Christus verschenen in Noordwest-Europa de Romeinse villa’s. Een villa kan worden omschreven als een agrarisch bedrijf, geïntegreerd in de sociale en economische organisatie van de Romeinse wereld, dat over het algemeen bestond uit een hoofdgebouw met eventuele bijgebouwen en een stuk grond voor de verbouwing van gewassen.
|
De Dame van Voerendaal3 In 1917 is bij de aanleg van een kalkoven (zie § 2.5) de kop gevonden van een Romeins standbeeld van Nivelsteiner zandsteen. De rijke dame was waarschijnlijk onderdeel van een grafmonument dat stond langs de Via Belgica (zie hierna). De kop is als de Dame van Voerendaal het symbool geworden van het Romeinse verleden van Voerendaal. In 2020 is een grote versie in cortenstaal en Nivelsteiner zandsteen gemaakt en geplaatst bij het treinstation van Voerendaal.
|
|
De villa van Voerendaal-Ten Hove4 De villa van Voerendaal-Ten Hove was een van de grootste villa’s van Nederland. Het was een grote herenboerderij die het centrum vormde van een uitgestrekt landbouwgebied. Uit de opgravingen (van 1983 tot en met 1987) blijkt dat het villaterrein al bewoond was voordat de eerste villa gebouwd werd. Her en der zijn sporen gevonden van afvalkuilen en van eenvoudige gebouwtjes binnen een enclosure (V-vormige gracht met aarden wal) van circa 90 x 90 meter. De inheemse nederzetting wordt gedateerd rond 250 tot 100/50 voor Christus. De villa blijkt in verschillende fasen te zijn gebouwd. Zowel de hoofd- als bijgebouwen waren door latere sloop- en nieuwbouwwerken niet overal goed in de bodem bewaard gebleven. Tussen het begin van de 2e eeuw tot het einde van de 3e eeuw bereikte de villa haar grootste omvang: het totale complex van stenen gebouwen had een lengte van 190 meter. De entree was monumentaal en bereikbaar via een lange oprijlaan. Vanaf die oprijlaan was over de hele breedte van het gebouw sprake van een zuilengalerij. Centraal stond het (bepleisterde en beschilderde) hoofdgebouw met daaraan de graanschuur, waarin het ‘goud’ van de boer opgeslagen lag. Voor het hoofdgebouw was een soort privé-tuin aangelegd. Links en rechts op het terrein stonden bedrijfsgebouwen, onder andere de stookplaats van de hypocaustum (vloerverwarming), een voorraadkelder en een smidse. Achter de villa lag tenminste één tempeltje - aangetoond door verschillende graffiti met namen - en een mogelijk tweede exemplaar. Een bijzonder element was een stenen aquaduct van circa 1500-1800 meter lang tussen de bron van de Hoensbeek en het badgebouw. Een bijzonder aspect van de villa van Voerendaal-Ten Hove is dat het villaterrein ook in de vroege middeleeuwen werd bewoond. Afgezien van enkele kuilen betreft het voornamelijk een eenvoudig eenschepig (eenbeukig, dus tussen twee dragende muren) gebouw uit de 7e eeuw, in de toen al lang verdwenen annex ten oosten van het villaterrein. Daarnaast is er een groepje graven dat rond de overblijfselen van een Romeinse schuur is aangelegd. Aardewerk, gordelbeslag en enkele wapens geven aan dat de zesde/zevende-eeuwse bewoners boeren-krijgers waren. Kort na 700 na Christus kwam er een einde aan de bewoning op het terrein en sindsdien is het alleen als landbouwgrond gebruikt. |
Figuur 8. Fragment opgravingstekening van de Romeinse villa bij Voerendaal, gebouw 401 (bron: Hiddink, 2023, fig. 2.9).
Figuur 9. Een digitale reconstructie van de villa Voerendaal-Ten Hove geeft de enorme omvang van het complex goed weer (bron: Mikko Kriek).
|
De Via Belgica5 Aan het einde van de 1e eeuw voor Christus, tijdens de regeerperiode van keizer Augustus, is een weg aangelegd die de Kanaalkust verbond met de Rijn (de latere rijksgrens). Uiteindelijk is de weg die de kust met de Rijn verbond, gemoderniseerd en uitgebouwd tot de belangrijkste oost-west verbinding in Noord-Gallië. Vanaf het einde van de 1e eeuw na Christus verbond de weg Colonia (Keulen), de hoofdstad van de provincie Germania Inferior, via de civitas-hoofdplaatsen Atuatuca (Tongeren) en Bagacum (Bavay) in de provincie Gallia Belgica, met Gesoriacum, het huidige Boulogne-sur-Mer, de thuishaven van de vlooteenheid die de zeeverbinding met de provincie Britannica openhield. Tijdens recent onderzoek is de Romeinse weg waargenomen in Maastricht, bij Houthem, bij Voerendaal, in Heerlen en bij Rimburg. Zeer waarschijnlijk is bovendien de aansluiting tussen het traject bij Voerendaal en het bekende wegtraject in Heerlen inmiddels geïdentificeerd. De exacte ligging van de Romeinse weg bij Voerendaal en Heerlen is nu over een afstand van bijna 7 km bekend. Het onderzoek heeft onder andere uitgewezen dat de Romeinse weg in Zuid-Limburg niet direct lijkt te zijn gekoppeld aan één bepaald landschapstype. De weg volgt niet uitsluitend de hoogten. Ook kan niet gesteld worden dat ze bij voorkeur de lagere delen van het landschap volgt. De weg volgt een relatief rechte lijn tussen Maastricht, Heerlen en Rimburg. De wijze waarop de weg is aangelegd, getuigt van een grondige terreinkennis. Op een creatieve manier lijkt bij de aanleg van de weg steeds een compromis gezocht te zijn tussen het volgen van de rechte lijn en het vermijden van moeilijk begaanbare terreindelen, zoals een moerassige laagte bij Voerendaal.
|
Figuur 10. Archeologische opgraving van een deel van de Via Belgica bij Kunrade in 2009 (bron: Janssens, 2009).
2.4 Middeleeuwen (450-1500 na Christus)
2.4.1 Vroege middeleeuwen (450-1050 na Christus)
Continue bewoning
De val van het Romeinse Rijk en de komst van de Germanen markeren het begin van de vroege middeleeuwen (450-1050 na Christus). In Zuid-Limburg was er een doorlopende bewoning vanaf de Romeinse tijd of eerder. Hierop wijzen bijvoorbeeld de plaatsnamen Heerlen en Maastricht, die uit de Romeinse tijd stammen en die niet overgeleverd zouden zijn als er geen mensen waren geweest om ze aan elkaar door te geven. Beeknamen als Itter, Jeker en Worm zijn waarschijnlijk zelfs nog ouder. Enkele Romeinse wegen bleven functioneren. Met hun grindverharding waren ze zelfs lange tijd de enige verharde wegen en kregen ze namen als Steenstraat of Steenweg. Op de overgang van de Romeinse tijd naar de vroege middeleeuwen was er wel de hele tijd bewoning, maar de hoeveelheid mensen nam wel sterk af door de onrustige tijden. Deze periode wordt namelijk gekenmerkt door de instorting van het Romeinse Rijk, volksverhuizingen (grote migratiestromingen), plunderingen, hongersnood en epidemieën. De grootschalige landbouw uit de Romeinse tijd maakte plaats voor een kleinschalige, op zelfvoorziening gerichte economie. Daardoor trad een licht herstel op van het bosareaal op. Dit herstel was echter van korte duur. Vanaf de Karolingische tijd (751-987 na Christus) werd onder invloed van een sterke bevolkingsgroei het landbouwareaal voortdurend uitgebreid.6
Nederzettingen
In deze periode vond de meeste activiteit plaats in en direct aan de beekdalen. Hier woonde men en vond landbouw plaats. De plateaus bleven onbewoond, onder andere vanwege de slechte beschikbaarheid van water. De bewoning concentreerde zich langs de randen van het beekdal, wat leidde tot het ontstaan van de karakteristieke lineaire nederzettingen. Dit nederzettingstype wordt een wegdorp genoemd. Ransdaal en Klimmen zijn voorbeelden van dit dorpstype in de gemeente (figuur 11).
Figuur 11. Het centrum van Klimmen, gelegen op de rand van het Bekken van Heerlen. Aan het eind van de weg, in de laagte, ligt Voerendaal. Op de achtergrond is onder meer de steenberg met skihal bij Landgraaf zichtbaar (foto: RAAP, 21-03-2025).
In het Bekken van Heerlen was de situatie anders. Hier was het gebied veel minder geaccidenteerd en lagen niet de uitgesproken beekdalen. Voerendaal is ontstaan bij de samenvoeging van twee beken. Omdat het niet in een dal ligt, maar in een wat vlakker gebied, heeft het niet de lineaire structuur van de andere oude dorpen en is meer als komdorp aan te duiden.
2.4.2 Late middeleeuwen (1050-1500 na Christus)
In de late middeleeuwen zette de bevolkingsgroei door en ontstond de noodzaak om nieuwe gronden buiten de beekdalen te ontginnen. Vanuit de beekdalen werden de plateaus op een systematische wijze ontgonnen. Op de plateaus en vlakke hellingen met löss concentreerde zich de akkerbouw. In de nattere beekdalen lagen de graslanden. De steilere hellingen waren ongeschikt voor de landbouw en bleven bebost. Vanuit de beekdalen werden op de plateaus nieuwe nederzettingen gesticht, zoals Ubachsberg.
Kastelen
Uit de opdeling van de Frankische koningsgoederen uit de vroege middeleeuwen ontwikkelde zich het zogenaamde feodale stelsel met zijn standenmaatschappij. Feodaliteit betekent dat macht, bestuur en samenleving zo georganiseerd waren, dat er over en weer afspraken gemaakt werden tussen hogere en lagere standen in de maatschappij. Kreeg iemand van lagere stand bijvoorbeeld een boerderij in gebruik (‘in leen’), dan was hij in ruil daarvoor verplicht zijn heer in tijden van oorlog militair bij te staan. Bij de kleine landadel ontstond in de 11e en 12e eeuw de behoefte om verdedigingswerken aan te leggen, vooral in het zeer feodale Limburg. Zo werden mottes en donjons gebouwd. Stenen gebouwen (vaak van Kunradersteen) gingen een steeds prominentere plaats innemen in het landschap. Dat waren onder andere boerderijen, kerken en kastelen.
De oudste versterkte woonhuizen of kastelen lagen op hooggelegen plaatsen. Het kasteel van Valkenburg is een voorbeeld van zo’n hoogteburcht. In Voerendaal zijn van dit type geen voorbeelden bekend. Latere kastelen lagen in lage en natte gebieden, waarin een waterhoudende gracht als belangrijkste verdedigingswerk kon worden aangelegd. Alle kastelen in Voerendaal zijn zogenaamde waterburchten (figuur 12). Bij de meeste grotere middeleeuwse heerlijkheden hoorde een kasteel. Van een heerlijkheid spreken we, als de mogelijkheid om recht te spreken van een hogere aan een lagere heer in gebruik gegeven was. Naast woonplaats van de heer vormde zo’n kasteel dan het bestuurlijk centrum van de heerlijkheid en een strategisch bolwerk ter verdediging van het gebied. Veel kastelen en versterkte plaatsen werden verwoest tijdens de Limburgse Successie-oorlog van 1238 tot 1288. Na de 14e eeuw raakten kastelen echter in onbruik vanwege de onverdedigbaarheid tegen kanonnen.
Figuur 12. Kasteel Cortenbach Voerendaal (figuur ontleend van https://www.visitzuidlimburg.nl).
Bijzonder aan Voerendaal is de grote concentratie kastelen. In de gemeente zijn niet minder dan tien kastelen bekend, waarvan er zes nog bestaan. De oudste vermeldingen van de kastelen (zie figuur 13) onderschrijven dat de lager gelegen kastelen relatief jonger zijn dan de hoogteburchten. Dat er in Voerendaal nog zoveel kastelen zijn is waarschijnlijk een combinatie van factoren. In Zuid-Limburg komen voor Nederlandse begrippen sowieso veel kastelen voor omdat hier lange tijd sprake is geweest van versnipperd grondbezit. Diverse landsheren maakten hier de dienst uit en wilden hun bezittingen veiligstellen met een kasteel. In het heuvelachtige Zuid-Limburg is het noordelijk deel van de gemeente Voerendaal relatief vlak en hier komen ook veel beken voor. Dit was dus de ideale plaats om een waterburcht aan te leggen en daarom staan er hier dan ook zo veel. De laatste factor die meespeelt bij waarom er in Voerendaal zoveel kastelen zijn, is dat er simpelweg relatief weinig kastelen verdwenen zijn. Dus er wáren al veel kastelen en daarvan zijn er ook nog eens veel bewaard gebleven.
Figuur 13. Kastelen in de gemeente Voerendaal, geprojecteerd op de hoogtekaart. Duidelijk is dat de kastelen allemaal relatief laag in het landschap lagen. Het jaartal geeft de oudste vermelding aan (gegevens: Hupperetz e.a., 2005).
Kerken
Vanwege verwoesting of verbouwing gaan slechts weinig gebouwen in de gemeente terug tot de middeleeuwen. De belangrijkste uitzonderingen zijn, naast de kastelen, de twee oudste kerken van de gemeente. De Sint-Laurentiuskerk in Voerendaal stamt uit de 11e eeuw. Ze is in 1049 door paus Leo IX ingezegend en is daarmee de enige kerk in Nederland die door een paus is ingezegend (figuur 14). De paus was dat jaar in Aken, als onderdeel van zijn reizen door Europa om na de verwoestingen door de Noormannen het geloof in deze streken nieuw leven in te blazen. In het gevolg van de paus bevond zich bisschop Udo van Toul, die in Voerendaal uitgestrekte bezittingen had. Waarschijnlijk is op zijn verzoek de paus naar Voerendaal gekomen.
Het schip van de kerk is enkele keren vernieuwd, maar de toren is altijd gebleven en is daarmee een van de oudste gebouwen in de gemeente. Vanuit deze oudste kerk in de regio zijn later de kerken van Heerlen en Welten gesticht.7 De kerk is gewijd aan de heilige Laurentius van Rome († 258), een martelaar uit de Romeinse tijd. Sint Laurentius werd gemarteld op een rooster boven een vuur. Halverwege zou hij gezegd hebben “deze kant is gaar, draai me maar om”.
Figuur 14. Opschrift aan de binnenzijde van de toren in de Laurentiuskerk die melding maakt van inzegening door paus Leo IX in 1049 (foto: RAAP, 21-03-2025).
Bijna een eeuw na de wijding van de kerk in Voerendaal werd in Klimmen de Sint-Remigiuskerk gesticht op gronden die sinds 968 het klooster van Saint-Remi te Reims toebehoorden. Vanuit het klooster werden de gronden ontgonnen en bij deze nieuwe ontginning hoorde ook een kerk. De ruïne van een oud gebouw – mogelijk een Romeinse wachttoren – werd aangepast tot kerktoren en aan de oostzijde werd een schip tegen de toren gebouwd. De kerk werd in 1288 door brand verwoest maar zo’n 40 jaar later herbouwd.8 Remigius van Reims (436-533) was in tegenstelling tot Laurentius geen martelaar uit de Romeinse tijd, maar een bisschop uit de Frankische tijd.
2.5 Nieuwe tijd (1500-1800 na Chr.)
Door de toenemende landbouw op de plateaus en de hellingen raakten deze lössgebieden, die met name in de natte wintermaanden kaal waren, steeds kwetsbaarder voor erosie. Om erosie van de hellingen tegen te gaan werden heggen en struiken gepland, parallel aan de hoogtelijnen. Grond die bovenaan de helling wegspoelde werd opgevangen door de struiken. Na verloop van tijd ontstonden zo een soort terrassen, de zogenaamde graften (figuur 15). Met name op de zeer steile hellingen van de Vrakelberg zijn deze goed herkenbaar.
Figuur 15. Graften op de Vrakelberg (foto: RAAP, 21-03-2025).
Landbouw en Kalkovens
Vanaf de 15e eeuw werd de driejarige vruchtopvolgingscyclus toegepast in de landbouw, het zogenaamde drieslagstelsel. Voorheen werden akkers elk jaar gebruikt en tussendoor bemest met dierlijke mest. De geringe ruimte voor graslanden in de beekdalen beperkte de omvang van de veestapel en dus de beschikbare hoeveelheid mest. De zuurgraad van het land werd op peil gehouden door het strooien van kalk, waarvoor vaak de lokaal gewonnen mergel werd gebruik. De driejarige vruchtopvolgingscyclus hield in dat na twee jaar gebruikt te zijn, een akker een jaar braak kwam te liggen. In dit braakjaar werd de akker extra bemest en bemergeld, geploegd en onkruidvrij gehouden.
Om de mergel te kunnen gebruiken op het land moest deze eerst gebrand worden, waarbij gebrande of ongebluste kalk ontstaat. Na toevoeging van water wordt de bruikbare gebluste kalk verkregen. Voor het branden van kalk werden waarschijnlijk tijdelijke kalkovens gebouwd. In Voerendaal staan nog 9 van de in totaal 23 bewaard gebleven kalkovens in Zuid-Limburg. Dit maakt Voerendaal de gemeente met het hoogste aantal kalkovens in Limburg.9 De nog bestaande ovens stammen uit de eerste helft van de 20e eeuw. Twee locaties zijn beschermd als Rijksmonument. Het betreft zes kalkovens Kurvers en kalkovens boerderij Schneider, respectievelijk Rijksmonumentnummers 507159 en 507160.10
In de 18e eeuw deed de klaverteelt zijn intrede. In het braakjaar werd de akker ingezaaid met klaver en soms ook knolgewassen. Deze bonden stikstof aan de grond en dienden bovendien als veevoer, waardoor de veestapel kon toenemen en er meer mest beschikbaar kwam. Tegelijkertijd begon men de kleinere akkers bij de boerderijen in te richten als fruitweiden: in de hoogstamboombaard kon vee geweid worden. Ook dit maakte een grotere veestapel mogelijk en de fruitteelt zorgde voor extra inkomsten voor de boer. Omdat fruit niet lang goed te houden is en zeker niet over lange afstanden goed te transporteren, maakte men er vaak stroop van. Het koken van Limburgse stroop is ingeschreven in de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland11 en wordt ook in de gemeente Voerendaal op ambachtelijke wijze beoefend, bijvoorbeeld in Koulen.12
Figuur 16. Kalkoven in Winthagen (foto: RAAP, 21-03-2025).
Boerderijen
Verschillende gebouwen zijn (deels) in de lokale steensoort Kunradersteen opgetrokken (zie ook § 2.1.2). In Voerendaal ligt ook nog de enige nog functionele Kunradersteengroeve van Nederland (figuur 17). Niet zelden werden gebouwen ook aangesmeerd met kalk, die evenals de kalk voor de landbouw geproduceerd werd in kalkovens.13
Figuur 17. Kunradersteengroeve ten zuiden van Kunrade, op de rand van het Plateau van Ubachsberg (RAAP, 21-03-2025).
De oudste nog bestaande boerderijen in de gemeente Voerendaal dateren uit de 16e of 17e eeuw. Het waren in oorsprong langgevelboerderijen met een woonhuis, een kleine stal voor vee of paarden, een dorsvloer (din) en een opslagruimte voor graan (wisch). De stal was klein, omdat vee aanvankelijk een ondergeschikte rol speelde in het boerenbedrijf. Toen dat veranderde na de invoering van de klaverteelt, kon de boerderij uitgebreid worden. Aan de langgevelboerderijen werden vleugels toegevoegd om de groeiende veestapel en andere bedrijfsdelen onder te brengen (figuur 18). De teelt van knollen maakte het mogelijk dat vee ook in de zomer op stal bleef, waardoor zo veel mogelijk mest verzameld kon worden.
Holle wegen
Vaak koos men voor de route tussen de beekdalen en de plateaus de minst steile route. Deze volgde vaak oude droogdalen en afwateringsgeulen. Door het gebruik als weg was deze grond extra kwetsbaar voor erosie. De weg sleet daardoor als smal steil dal verder uit. Op de steile wegkanten ontstond vaak begroeiing van doornige stuiken als meidoorn, sleedoorn en hulst. De steeds dieper komende wegen worden holle wegen genoemd (figuur 18).
Boven op het plateau werd vanaf de 17e eeuw vaak bij een splitsing of kruising van wegen een kruis geplaatst. Een directe aanleiding is waarschijnlijk de contrareformatie, die weerstand moest bieden tegen de dreiging van het opkomend protestantisme. De kruisen hadden daarmee een defensief en offensief karakter: zij moesten tonen dat het landschap en de mensen katholiek gebleven waren en “overlopers” overtuigen terug te keren naar de “moederkerk”.
Figuur 18. Links: boerderij in Termaar en rechts: holle wegen (foto: RAAP, 21-03-2025).
2.6 Nieuwste tijd (na 1800 na Christus)
Wegkruisen
Het katholieke deel van de bevolking (in Zuid-Limburg veruit het grootste deel) werd zich gedurende de 19e eeuw steeds bewuster van de eigen identiteit. In de Franse tijd (1794-1813) kwam er godsdienstvrijheid en in 1853 volgde het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie. In deze emancipatiegolf nam het aantal wegkruisen en andere katholieke uitingen enorm toe. Het grootste deel, circa 75 procent, van de kruisen die nu nog in het Limburgse landschap staan, stamt uit deze periode.
Figuur 19. Wegkruis aan het einde van de Trappengats in Winthagen (foto: RAAP, 21-03-2025).
Landbouw
In de Franse tijd kwam er een einde aan de bestuurlijke versnippering die eeuwenlang Zuid-Limburg gekenmerkt had. Dit had invloed op het landschap en de bezitsverhoudingen daarin. Gronden die voorheen behoorden tot het geestelijke en adellijke grootgrondbezit werden genationaliseerd en verkocht. Deze gronden werden opgekocht door boeren en kapitaalkrachtige investeerders uit Maastricht, waardoor het grondbezit versnipperd raakte. Het grootste deel van het Zuid-Limburgse landbouwareaal bestond aan het begin van de 19e eeuw uit een zeer kleinschalige percelering die het grote aantal aan eigenaars illustreerde. Deze eigenaars konden geen grote investeringen doen waardoor er geen agrarische vernieuwing plaatsvond. De landbouw in Limburg liep om die reden aan het begin van de 19e eeuw sterk achter in vergelijking met die van andere streken in de Lage Landen.
Hier kwam verandering in met de komst van kunstmest aan het eind van de 19e eeuw. Het werd mogelijk steeds grotere opbrengsten te genereren en de noodzaak tot het houden van vee verdween voor de boeren die zich focusten op akkerbouw. Tegelijkertijd was er een toegenomen vraag naar dierlijke producten, waardoor ook de veeteelt groot bleef. Hierdoor is de traditionele tweedeling van akkers op de plateaus en grasland in de dalen eigenlijk altijd in grote lijnen intact gebleven. Rondom de dorpen lagen ook veel fruitweiden. Met name door de landbouwcrisis aan het eind van de 19e eeuw werd het interessant om in te zetten op commerciële fruitteelt. Hierdoor nam het aantal hoogstamboomgaarden enorm toe, met een hoogtepunt rond 1950 (figuur 20). Omdat de fruitteelt arbeidsintensief is en hoogstamboomgaarden niet geschikt voor moderne landbouwmachines zijn ze in de loop van de 20e eeuw steeds meer verdwenen.
Figuur 20. Hoogstamfruitteelt bij Termoors (foto: RAAP, 21-03-2025).
Het verdwijnen van de boomgaarden hangt ook samen met grootschalige landinrichtingsprojecten om de landbouw na de Tweede Wereldoorlog efficiënter te maken. Vooral op de plateaus is het overgrote deel van de in oorsprong middeleeuwse verkaveling verdwenen. Het grote aantal kleine akkerbouwpercelen heeft plaatsgemaakt voor een grootschalige blokverkaveling. Lokale veldwegen en voetpaden zijn hierbij verdwenen en vervangen door een rechtlijnig wegennet. Rond de dorpen bleef de 19e-eeuwse verkaveling wel gehandhaafd, zij het in een andere functie: boomgaarden veranderden in tuinen.
Boerderijen
Ook gedurende de 19e eeuw konden de boerderijen in omvang toenemen. Door de opkomst van steden werd ook stedelijk afval en menselijke mest gebruikt op het land om de opbrengsten te vergroten. De komt van kunstmest versterkte dit verder. De boerderij werd steeds verder uitgebreid en kreeg zijn kenmerkende vorm bestaande uit een woongedeelte, stallen, melkruimte, opslagruimten, dorsvloer en poort. Alles gelegen rondom een vierkant binnenplein, waarop de mesthoop een centrale plek innam. Die opzet werd symbolisch voor het traditionele Limburgse boerenbedrijf.
Verstedelijking
Met de komst van de mijnen veranderde er veel in Zuid-Limburg. Hoewel Voerendaal niet direct in de mijnstreek ligt, werd ook hier gezocht naar woonruimte voor mijnwerkers. De komst van de spoorlijn (zie hierna) maakte het mogelijk dat ook mensen die in Voerendaal woonden snel bij de mijn konden komen. Zo was er al snel een relatie met Heerlen, die tot op de dag van vandaag voortduurt in de vorm van het samenwerkingsverband Parkstad.
Het Laurentiusplein is de eerste geplande dorpsuitbreiding van Voerendaal en is gebouwd in de trant van een tuinstad. Kenmerkend zijn de rode daken, opvallend metselwerk of dakvormen en het dorpse en groene karakter. De wijk bestaat uit eengezinswoningen en plaatst dus het gezin centraal. De wijk is speciaal gebouwd voor arbeiders uit de mijnen. Vanwege de eenheid van de wijk en de beoogde bewoners kan dit een mijnkolonie worden genoemd. Prominent aan de ingang van de wijk vanaf het centrum van Voerendaal staat dan ook een beeld van de heilige Barbara, patrones van de mijnwerkers. Hoewel er in de gemeente Voerendaal dus geen mijnen waren, is de gemeente met deze mijnwerkerskolonie wel degelijk verbonden met het mijnverleden van Zuid-Limburg, wat zo een belangrijke rol heeft gespeeld bij de ontwikkeling van de streek in de 20e eeuw.
Figuur 21. Mijnwerkerskolonie Laurentiusplein Voerendaal met het beeld van de H. Barbara, patroonheilige van de mijnwerkers (foto: RAAP, 21-03-2025).
Met de groei van de bevolking in de 19e en 20e eeuw kwam er ook behoefte aan meer kerken. Ubachsberg werd in 1841 een eigen parochie (Sint-Bernarduskerk, met een uitbreiding uit 1924 in Kunradersteen). In 1932 kreeg Ransdaal een eigen kerk (H. Theresiakerk, in traditionele stijl van lokale bouwmaterialen). Tot slot kreeg Kunrade in 1958 een eigen kerk. De aanvankelijke noodkerk werd in 1968 vervangen door de O.L.V. van Altijddurende Bijstandkerk in eigentijdse stijl, waarna Kunrade een eigen parochie werd. In 2018 werd de kerk aan de eredienst onttrokken en valt de geloofsgemeenschap weer onder de parochie van Voerendaal.
Na de Tweede Wereldoorlog kwamen in vrijwel alle kernen in de gemeente nieuwe woonwijken, variërend in grootte van een enkele straat, of verdichting langs bestaande wegen, tot aan een hele wijk zoals Oost-Voerendaal. Door de dorpsuitbreidingen groeiden Voerendaal en Kunrade aan elkaar. Als gevolg van de ontkerkelijking werden hiervoor geen nieuwe kerken meer gebouwd.
Grote infrastructurele werken
Tussen 1913 en 1915 werd de spoorlijn Heerlen-Schin op Geul aangelegd om de twee belangrijkste oost-west-spoorverbindingen in Zuid-Limburg met elkaar te verbinden. In Heerlen sloot de nieuwe lijn aan op de spoorlijn Sittard-Herzogenrath en in Schin op Geul op de lijn Aken-Maastricht. De lijn werd op 1 maart 1915 geopend en kent twee stations: een in Voerendaal en een tussen Klimmen en Ransdaal (station Klimmen-Ransdaal). Beide stationsgebouwen zijn ontworpen door George van Heukelom (1870-1952).14 Ze zijn vrijwel identiek, al is dat van Klimmen-Ransdaal iets kleiner. Beide stationsgebouwen zijn sinds de jaren 1990 beschermd als rijksmonument. Klimmen-Ransdaal is al meerdere jaren het meest gewaardeerde treinstation van Nederland.15
De autosnelwegen bereikten Voerendaal in de jaren 70 van de 20e eeuw. In 1970 werd onder de naam S15 de provinciale weg van Maastricht naar Heerlen geopend. Ter hoogte van Klimmen was er in beide richtingen een kleine verzorgingsplaats, gelegen tussen de Putweg en Steinweg. In de jaren 80 werd de weg overgenomen door het Rijk en werd het de A79. De verzorgingsplaatsen werden opgeheven, maar hun contouren zijn nog altijd herkenbaar.
Voerendaal, gelegen op de overgang van Heerlen (Parkstad) en het Heuvelland, is zo met zijn goede verbindingen als het ware de poort naar het Heuvelland geworden.
2.7 Belangrijke cultuurhistorische structuren en elementen
Uit voorgaande paragrafen blijkt dat er een aantal verhaallijnen bestaat die kenmerkend zijn voor Voerendaal en die zich uiten in diverse structuren en objecten in het landschap. Dit zijn:
- •
Het Romeinse verleden:
- o
Villa Voerendaal-Ten Hove.
- o
Dame van Voerendaal.
- o
Via Belgica.
- o
- •
Kunradersteen: resultaat van de geologische ontstaansgeschiedenis en prominent lokaal bouwmateriaal.
- •
De kastelen: Voerendaal heeft uitzonderlijk veel – nog bestaande – kastelen.
- o
Cortenbach
- o
Puth
- o
Rivieren
- o
Haeren
- o
- •
Het cultuurlandschap: de ligging op de overgang van Parkstad naar Heuvelland en de plateaus naar het Bekken van Heerlen.
- o
Wegdorpen aan de randen van beekdalen, komdorpen in het Bekken en op de plateaus.
- o
Oudste kerken in Voerendaal (1048) en Klimmen (1135), jongere kerken in Ubachsberg (1841), Ransdaal (1932) en Kunrade (1968). Deze laatste heeft sinds 2019 geen religieuze functie meer.
- o
Middeleeuwse kern van Voerendaal rondom de Sint-Laurentiuskerk.
- o
Carréboerderijen die de groeiende welvaart van de afgelopen eeuwen weerspiegelen.
- o
Graften op de hellingen, fruitweiden bij de dorpen.
- o
Stroopkokerij(en).
- o
- •
Laurentiusplein: de mijngeschiedenis van Zuid-Limburg werkte ook door in Voerendaal, met deze eigen mijnkolonie, mogelijk gemaakt door de komst van de spoorlijn in 1914.
Deze verhaallijnen komen verder in de nota uitgebreider aan bod.
3 Beleid
Om de zorg voor het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving te waarborgen zijn er op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau allerlei regels en visies opgesteld. De bestaande visie- en beleidskaders die van belang zijn voor het cultureel erfgoed worden hieronder per overheidslaag beknopt behandeld. Een uitgebreid overzicht van het beleid op de drie niveaus is weergegeven in bijlage 3.
3.1 Rijksniveau
De afgelopen twintig jaar is er veel veranderd in hoe we omgaan met erfgoed in Nederland. Eerder werd er vooral gekeken naar individuele monumenten en naar archeologische sites. Nu is er veel meer aandacht voor erfgoed als integraal onderdeel van de ruimte. Het verhaal, de ruimtelijke en sociale context spelen een steeds grotere rol. Het erfgoed wordt dan nu ook gezien als de basis van de lokale identiteit en inspiratiebron voor toekomstige ontwikkelingen. De Rijksoverheid heeft de wetgeving aangepast aan deze nieuwe inzichten. De twee belangrijkste recente wetten op het gebied van erfgoed zijn de Erfgoedwet (2016) en de Omgevingswet (2024). De vuistregel voor de verdeling tussen de Erfgoedwet en de Omgevingswet is als volgt: de duiding van cultureel erfgoed en de zorg voor cultuurgoederen (roerend erfgoed) in overheidsbezit staat in de Erfgoedwet. De omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving is geregeld in de Omgevingswet. Daarnaast dient met de invoering van de Omgevingswet het erfgoed ook uiteindelijk beschermd te worden in het gemeentelijk Omgevingsplan (dit plan wordt digitaal ontsloten via het Digitaal Stelsel Omgevingswet). Gemeenten krijgen tot eind 2031 de tijd om de onderdelen van het tijdelijk deel van het omgevingsplan om te zetten naar regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan.
Voor monumenten betekent dit dat het aanwijzen van Rijksmonumenten gebeurt op grond van de Erfgoedwet maar dat de vergunningverlening voor het wijzigen van Rijksmonumenten is geregeld in de Omgevingswet. Provincies en gemeenten kunnen eigen beschermde monumenten aanwijzen en zelf de regels daaromtrent bepalen. De gemeente Voerendaal heeft tot nu toe geen gemeentelijke monumenten.
Naar aanloop van de Omgevingswet heeft het Rijk in 2020 een Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld waarin het Rijk een langetermijnvisie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. Met de NOVI biedt het Rijk aan provincies en gemeenten een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. In de visie worden de nationale belangen genoemd die gewaarborgd moeten worden in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het bijvoorbeeld ook om behoud en versterking van cultureel erfgoed en landschappelijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang.16
Naast de Nationale Omgevingsvisie is in 2022-2023 het programma Nationale OmgevingsVisie Executiekracht (NOVEX). opgericht. In de NOVEX komen alle overheden samen om een plan voor de inrichting van Nederland te maken. Op basis van een lijst met doelen en belangen van het Rijk zijn de provincies met andere overheden aan de slag gegaan om te komen tot een voorstel voor de toekomstige inrichting. Er zijn 16 NOVEX-gebieden aangeduid, waaronder ook het gebied Zuid-Limburg. Hier gaat het om het circulair maken van de economie, aanpak van kwetsbare wijken en hun bewoners en het duurzame behoud en klimaatbestendig maken van het Nationaal Landschap Heuvelland. Cultureel erfgoed wordt hierin meegenomen als uitwerking van de Erfgoeddeal, die stelt: “vanuit de kracht van het erfgoed dragen we bij aan de realisatie van de transities en opgaven in de leefomgeving”.17
Voor de totstandkoming van de NOVI en NOVEX, zijn naast ‘professionals’ en experts, ook lokale maatschappelijke verenigingen en individuen betrokken. Dit is een uitwerking van het Europese verdrag van Faro, dat erfgoedparticipatie bevordert. De bepalingen van het verdrag zijn geen juridische verplichtingen, maar het roept op om na te denken over de vraag: waarom bewaren we erfgoed, voor wie, hoe zijn mensen betrokken en hoe komt erfgoed ten goede aan de hele samenleving? Het Verdrag van Faro (2005) is door Nederland op 10 januari 2024 ondertekend, de ratificering wordt momenteel voorbereid.18
3.2 Provinciaal beleid
Met de komst van de Omgevingswet heeft ook de provincie Limburg in 2021 een Provinciale Omgevingsvisie (POVI) opgesteld. Daarin geeft het de lange termijnvisie over het ontwikkelen, benutten én beschermen van de fysieke leefomgeving in de provincie Limburg. De Omgevingsvisie Limburg wordt op dit moment geactualiseerd en naar verwachting verschijnt begin 2026 een herziene versie.19 Het aspect cultuur en erfgoed heeft zich vertaald in het document ‘beleidskader 2024-2027. Cultuur en erfgoed voor iedereen’.20 In het beleidskader ‘Cultuur en erfgoed voor iedereen’ worden, vanuit de gedachte van integraal werken en om het provinciale beleid elkaar op allerlei manieren te laten versterken, verbindingen gelegd met andere beleidskaders van de Provincie Limburg: ‘Samen leven & bestaanszekerheid’, ‘Toekomstbestendige economie’, ‘Nieuwe Energie & Schone Leefomgeving’, ‘Leefbare Steden & Dorpen’ en ‘Een bereikbaar en toegankelijk Limburg’.21
Het cultureel erfgoed vormt, samen met het landschap, een belangrijk onderdeel van de fysieke leefomgeving. Limburg kent een diversiteit aan cultureel erfgoed, zoals de historische cultuurlandschappen, kastelen en boerderijen, industrieel en religieus erfgoed en de Limburgse dialecten. Een culturele, Limburgse identiteit kan dan ook houvast bieden in een snel veranderende wereld.
De provincie Limburg hecht er grote waarde aan om oude, zowel religieuze als niet-religieuze monumenten te herstellen en/of te hergebruiken/herbestemmen. Het behoud van monumenten weegt nadrukkelijk mee bij stadsontwikkelingen en het beheer van Natura 2000-gebieden. Daarnaast geeft de provincie advies bij plannen voor wijzigingen of sloop van Rijksmonumenten die buiten de bebouwde kom liggen. Voor de restauratie of herbestemming van rijks- of gemeentelijke monumenten heeft de provincie een eigen subsidieregeling. Ook ten aanzien van landschap beschikt de provincie over een eigen subsidieregeling. Groene landschapselementen kunnen vaak ook als erfgoed gezien worden. Elementen als graften, heggen en geriefbosjes hadden een functie in het vroegere agrarische bedrijf. Ze zijn door mensen aangelegd en onderhouden en maken daarmee deel uit van het cultuurlandschap. De Provinciale Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer kan zo mee ingezet worden ten bate van erfgoed.
Een ander belangrijk uitgangspunt van het provinciaal beleid vormt het publieksbereik en de participatie van burgers en erfgoedverenigingen. Het ondersteunt initiatieven die het erfgoed fysiek en/of digitaal zichtbaar en beleefbaar maken. Zo ondersteunt het onder meer initiatieven die de vertaalslag maken van wetenschappelijke archeologische onderzoeksrapporten naar publieksvriendelijke vertalingen of ruimtelijke ontwerpen of stimuleert het (tijdelijke) tentoonstellingen van archeologische objecten. Voorts heeft de provincie Limburg provinciale archeologische aandachtsgebieden aangeduid. Dit zijn gebieden met een groot potentieel aan archeologische waarden die het verhaal van Limburg vertegenwoordigen. Onderzoek naar en behoud van deze archeologische waarden in deze aandachtsgebieden is van provinciaal belang.22 Specifiek voor Voerendaal is de Via Belgica aangeduid als provinciaal aandachtsgebied.
Naast historische en archeologische monumenten heeft de identiteit ook betrekking op het immaterieel erfgoed, zoals bijvoorbeeld het Limburgse dialect en de Limburgse volksverhalen. De provincie stimuleert het gebruik en de zichtbaarheid van de Limburgse taal en is gericht op het behoud van het Limburgs. Ook de Limburgse gilde- en schutterijwezen krijgen extra aandacht in het provinciaal beleid.23
De Provincie Limburg heeft samen met het Steunpunt voor Archeologie & Monumentenzorg (SAM) het Beleidsplatform Erfgoed Limburg opgericht.24 Met dit platform worden de samenwerking, deskundigheid en kennisdeling op het gebied van erfgoed in Limburg bevorderd, doordat het gemeentelijke beleidsmedewerkers op het terrein van erfgoed samenbrengt. Er zijn onder meer tweemaal per jaar informatie- en netwerkbijeenkomsten en er worden cursussen gegeven. Maandelijks is er een planoverleg voor gemeenten waar initiatieven met de RCE en de Provincie voorbesproken kunnen worden. Het delen en opdoen van kennis en ervaringen en het hebben van ‘korte lijntjes’ met andere overheden en instanties zijn waardevolle effecten van het beleidsplatform voor de gemeente Voerendaal.
Door middel van de Provinciale omgevingsverordening (vastgesteld in 2021 en gewijzigd in 2022) verplicht de provincie dat in een omgevingsplan niet alleen de provinciale kernkwaliteiten worden genoemd maar ook onder meer hoe met de bescherming en versterking daarvan wordt omgegaan en hoe negatieve effecten worden gecompenseerd.25
3.3 Gemeentelijk beleid
In 2023 heeft de gemeente Voerendaal een integrale visie op de openbare ruimte (IVOR) opgesteld waarin verschillende thema’s van de fysieke leefomgeving aan bod komen.26 De thema’s erfgoed en cultuur zijn hierin echter niet opgenomen. De twee beleidsdocumenten die betrekking hebben op het erfgoed in de gemeente betreffen de beleidsnota archeologie27 en de gemeentelijke Welstandsnota28.
In de beleidsnota archeologie schrijft de gemeente te streven “naar een gedegen, proactief en geïntegreerd gemeentelijk archeologiebeleid. De gemeente heeft de ambitie om te komen tot maatwerk, kwaliteit, beleefbaarheid, kostenbesparing, vermeerdering van kennis en een betere kennisoverdracht.”29 Naast de bescherming van archeologische monumenten en de planologische borging daarvan wil de gemeente ook de informatievoorziening rondom archeologie verbeteren en inzetten voor toerisme. Ook cultureel erfgoed wordt benoemd als een bepalende factor in de identiteit van een gebied. De archeologische verwachtings- en beleidskaart uit 2007 vormt – samen met de actualisatie van de beleidskaart uit 2014 – de basis voor de planologische bescherming.30 De werking van de kaart zal volgens de beleidsnota archeologie worden geëvalueerd en er wordt bezien of een (periodieke) actualisatie noodzakelijk is.31
De beleidsnota archeologie beschrijft verder de rol van de gemeente bij archeologisch onderzoek en hoe de kennis van het archeologisch erfgoed gedeeld kan worden met een breder publiek. Ook wil de gemeente privécollecties van archeologisch materiaal gaan inventariseren en afspraken maken met de eigenaren daarvan aangezien dit materiaal van algemeen belang is.32
In de gemeentelijke Welstandsnota is de gemeente Voerendaal ingedeeld in drie welstandsgebieden gaande van niveau 1 (hoogste niveau, vb. historische dorpskernen) tot en met niveau 3 (laagste niveau, vb. bedrijventerreinen). Elk niveau heeft een aantal criteria waaraan ze bij vergunningaanvragen beoordeeld worden. Voor monumenten, karakteristieke panden en beschermde dorpsgezichten zijn aanvullende criteria geformuleerd die gericht zijn op het zo authentiek mogelijk behouden van deze zaken. Door de heldere criteria en gebiedsbeschrijvingen is er maatwerk per gebied mogelijk en kan de beoordeling zo objectief mogelijk plaatsvinden.
Tot slot is er door de gemeente Voerendaal een coalitieakkoord opgesteld voor de periode 2022-2026 waarin een aantal beleidsafspraken is vastgelegd.33 Wat betreft cultuur en erfgoed gaat de aandacht uit naar de attractieve waarde en het belang van het erfgoed voor inwoners en bezoekers. Er zal gekeken worden naar herbestemming van het erfgoed om een toekomstperspectief te kunnen schetsen. Dit past ook goed in het regionale beleid van stimuleren en faciliteren van initiatieven (attracties en verblijfsaccommodaties, met aandacht voor onderscheidende kwaliteit), en door te investeren in (fysieke) verbindingen en de samenwerking met ondernemers.34
3.4 Conclusie
Met de komst van de Omgevingswet, waarin het beschermen van de omgevingskwaliteit een belangrijk thema is, verandert de kijk op het cultureel erfgoed. Het erfgoed wordt nu minder individueel benaderd maar meer gezien als een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Wat als cultureel erfgoed beschouwd wordt, hangt heel nauw samen met de lokale identiteit. Deze wordt gevormd door een samenspel van verschillende aspecten zoals het (cultuur)landschap, historische bebouwing, de archeologische overlevering, een gemeenschappelijke taal en allerlei tradities. Op alle beleidsniveaus wordt getracht om zo veel mogelijk rekening te houden met de belangen van het cultureel erfgoed in brede zin en deze bij toekomstige ontwikkelingen zo veel mogelijk te integreren en/of te beschermen. Hierbij staan duurzaamheid en de participatie van burgers en erfgoedverenigingen hoog in het vaandel.
Ook de gemeente Voerendaal wil haar lokale identiteit beschermen voor toekomstige generaties door het ontwikkelen van beleidsregels. In navolgende hoofdstukken wordt besproken welk erfgoed er binnen de gemeente aanwezig is, welke initiatieven er reeds spelen en wat de visie en ambitie van de gemeente zijn op zowel de korte als lange termijn.
4 Typologieën van Erfgoed in Voerendaal
In dit hoofdstuk worden de vier typen van erfgoed in Voerendaal behandeld. Naast de wettelijke taken en het beleid, komen de doelstellingen en de reeds gerealiseerde en wenselijke ambities per type erfgoed kort aan bod. In hoofdstuk 6 zal er uitgebreider op de visie en de te realiseren ambities van de gemeente ingegaan worden.
4.1 Archeologisch erfgoed
4.1.1 Introductie
Zoals uit de landschapsbiografie van Voerendaal blijkt heeft de gemeente veel archeologische resten in haar bodem. Deze vertellen ons hoe vroegere generaties leefden en hoe onze samenleving er toentertijd uitzag. De oudste resten zijn aangetroffen nabij Ubachsberg en gaan terug tot het midden-paleolithicum (circa 300.000-35.000 jaar geleden). De meeste archeologische vindplaatsen uit Voerendaal dateren echter uit de Romeinse tijd. De gemeente werd toen doorsneden door de Via Belgica, de Romeinse weg van Boulogne-sur-Mer naar Keulen die o.a. bij de Midweg over een groot deel is teruggevonden. Aan weerszijden van deze weg lagen grote agrarische villacomplexen, zoals de beroemde villa Ten Hove en inheems Romeinse nederzettingen. Langs de Via Belgica en de secundaire wegen werden de bewoners na hun dood begraven in grafvelden en individuele grafmonumenten. Zo is er in 1917 nabij de villa Ten Hove een vrouwenhoofd uit zandsteen aangetroffen, de zogenaamde Dame van Voerendaal, dat waarschijnlijk onderdeel van haar grafmonument langs de Via Belgica is geweest. Naast villa’s en de Dame van Voerendaal, is de kerk van Klimmen mogelijk gebouwd op een voormalige Romeinse wachttoren. Onze gemeente heeft dus vele sporen van een rijk Romeins verleden. Maar ook nederzettingsresten uit de ijzertijd en (vroege) middeleeuwen is een aantal keer aangetroffen, waaronder bij het villaterrein Ten Hove.
Al sinds 2007 (ingang Wet op de Archeologische Monumentenzorg) zijn de gemeenten in overwegende mate verantwoordelijk voor het behoud van hun archeologische erfgoed. De archeologie werd een verplicht en geïntegreerd onderdeel van het ruimtelijke besluitvormingsproces. Vanaf die tijd moest bij de ruimtelijke besluitvorming ook het archeologische belang worden afgewogen tezamen met andere belangen. Na het ingaan van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in 2007 hebben de Parkstadgemeenten, waartoe ook Voerendaal behoort, de krachten gebundeld om een eigen grensoverschrijdend archeologiebeleid te ontwikkelen.35
Omdat de gemeente als bevoegde overheid beslissingsbevoegdheid heeft over archeologische belangen binnen de ruimtelijke ordening hebben de parkstadgemeenten in 2011 een regioarcheoloog aangesteld. Met een samenwerkingsverband tussen de Parkstadgemeenten wordt geïnvesteerd in gemeentegrensoverschrijdende kennis, identiteit en kwaliteit.36
4.1.2 Wettelijke taken
Het taakveld archeologie is in Voerendaal ondergebracht bij een ambtenaar die archeologie in de portefeuille heeft en wordt in samenwerking met de regioarcheoloog, die door alle Parkstadgemeenten tezamen is aangesteld, uitgevoerd.37
Het gemeentelijk archeologiebeleid sluit aan op de principes die in het Verdrag van Malta zijn verwoord en met de invoering van de Wamz zijn verankerd in de Nederlandse wetgeving. Sinds het van kracht worden van de Wamz moet de gemeente verantwoordelijkheid nemen voor het behoud van het bodemarchief en derhalve archeologie als volwaardige wegingsfactor meenemen in de belangenafweging bij besluitvorming over ruimtelijke ingrepen. De doelstelling om het archeologische bodemarchief in situ te behouden staat voorop. Als behoud en bescherming van archeologische resten in de bodem niet mogelijk blijken te zijn, dienen de resten deskundig te worden onderzocht en gedocumenteerd. Deze onderzoeken dienen uitgevoerd te worden door gecertificeerde bureaus. De gemeente is bevoegd gezag en ziet toe op de kwaliteit van het onderzoek. Dit betekent dat de gemeente bepaalt in welke gevallen onderzoek nodig is, zelf een beslissing neemt over de resultaten van de onderzoeken ([selectie]besluit) en aanvullende eisen kan stellen aan de uit te voeren onderzoeken.38 Tevens voorziet het Verdrag van Malta in een informatieplicht met uitwisseling van de meest recente gegevens aan het publiek. Dit kan door middel van bijvoorbeeld lezingen of open dagen op archeologische opgravingen of tot publieksgerichte ontsluiting van archeologische waarden door middel van bijvoorbeeld exposities.
|
Wettelijke taken archeologie
|
4.1.3 Beleid
In eerste instantie heeft RAAP voor de Parkstadgemeenten een uitgebreid bureauonderzoek uitgevoerd.39 Op basis daarvan is een serie kaarten vervaardigd, waaronder de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. Deze beleidsadvieskaart uit 2007 heeft als basis gediend voor de regels met betrekking tot archeologie (opname ondergrenzen) in de bestemmingsplannen die vanaf deze periode vervaardigd zijn. In 2013 is deze kaart geactualiseerd en op 30 januari 2014 door de gemeente Voerendaal vastgesteld.40 De kaart is een belangrijk onderdeel van het toetsingskader bij het invullen van het gemeentelijke archeologiebeleid in de sfeer van de ruimtelijke ontwikkeling.
Op deze archeologische beleidskaart zijn gebieden waarvoor dezelfde beleidsuitgangspunten gelden samengevoegd. Zo zijn er zes archeologische waardecategorieën ontstaan (figuur 22). Per beleidscategorie is bepaald of archeologisch onderzoek nodig is en wanneer vrijstelling van onderzoek kan worden verleend (zogenaamde ondergrenzen). Niet altijd en overal is archeologisch onderzoek namelijk noodzakelijk. Het doel van een gedegen archeologiebeleid is juist om het nut en de noodzaak van archeologisch onderzoek te kunnen bepalen. In figuur 22 staan de ondergrenzen vermeld die in de gemeente Voerendaal worden gehanteerd.41
Figuur 22. De verschillende beleidscategorieën in de gemeente Voerendaal.
In Voerendaal zijn twee archeologische terreinen aangewezen als Rijksmonument. Dit zijn allereerst de bekende Romeinse villa Ten Hove, die vooralsnog de meest indrukwekkende van Nederland is.42 Ook het terrein van de villa bij Colmont (Ubachsberg) is een archeologisch Rijksmonument. Deze terreinen hebben een wettelijk beschermde status (waardecategorie 1). Voor deze terreinen is de minister van OCW, in de praktijk de RCE, bevoegd gezag bij enkelvoudige aanvragen. Dat zijn aanvragen voor alléén een archeologische rijksmonumentenactiviteit. Bij meervoudige aanvragen is de gemeente bevoegd gezag voor vergunningverlening voor een archeologische rijksmonumentenactiviteit. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), in de praktijk de RCE, heeft dan recht van advies en instemming over de archeologische rijksmonumentenactiviteit.43
Figuur 23. Terrein waar de resten van de Romeinse villa Kolmonderweg/Karstraat (Colmont)zijn gevonden. (foto: RAAP, 21-03-2025).
4.1.4 Doelstellingen
Het archeologisch erfgoed vertelt ons hoe vroegere generaties in Voerendaal leefden en hoe onze samenleving er toentertijd uitzag. Het vertelt ons iets over onszelf, onze cultuur en onze identiteit. Het is dan ook vooral van belang voor het grote publiek, met name de bewoners. Gelet op het belang dat het erfgoed heeft voor bewoners, alsook voor de wetenschap, dient die aantasting van archeologische vindplaatsen door toekomstige bodemontwikkelingen te worden beperkt. Het archeologisch beleid van de gemeente Voerendaal heeft dan ook tot doel haar archeologische erfgoed te beschermen en te ontsluiten als bron van het ‘gemeenschappelijke geheugen’ en als middel voor wetenschappelijke studie, zonder meer maatschappelijke lasten in het leven te roepen dan strikt noodzakelijk.44 Daarnaast wil zij ook op het potentieel van archeologische resten inzetten om het toerisme en de economie te binnen de gemeente te versterken.
4.1.5 Ambities
Villa Ten Hove Voerendaal
De trots van Voerendaal is de Romeinse villa Ten Hove, de indrukwekkendste van Nederland. Hoewel in Zuid-Limburg en ook in Voerendaal meer Romeinse villa’s gevonden zijn, is Ten Hove vanwege zijn omvang wel een unieke ‘parel’. We zien dit daarom als een van de belangrijkste identiteitsdragers van onze gemeente. Als symbool hiervan is in opdracht van de gemeente voor het station van Voerendaal het beeld van de Dame van Voerendaal opgericht. Dit is een vergrote replica van het vrouwenhoofd dat in 1917 werd gevonden. Ze is hét visitekaartje van Voerendaal.
Figuur 24. Kunstwerk ‘Dame van Voerendaal’ aan het station van Voerendaal (foto: RAAP, 21-03-2025).
De gemeente heeft het initiatief genomen om de Villa Voerendaal zichtbaar en beleefbaar te maken. Naar aanleiding van een Europese subsidie is een internationale samenwerking ontstaan tussen Nederland, België en Duitsland, gericht op het toegankelijk maken van het Romeinse erfgoed voor een breed publiek. Onder de naam VIAVIA kunnen bezoekers vanaf 2027 lands- en taalgrenzen oversteken om ondergedompeld te worden in de wereld van de Romeinen.
Op negen locaties worden binnen het project VIA VIA verrassende ervaringen ontwikkeld rond het Romeinse verleden. Denk aan interactieve wandelroutes, tentoonstellingen en immersieve ruimten in musea, die het leven van de Romeinen tussen Maas en Rijn tastbaar maken.
Villa Voerendaal is één van deze negen hotspots. Hier zal een landschapselement verrijzen dat het Romeinse verleden op eigentijdse wijze tot leven brengt en hint naar wat verborgen ligt onder de grond.45
Via Belgica
Het Romeinse verleden wordt in de regio verbonden aan de Via Belgica. De gemeente is betrokken bij verschillende samenwerkingsverbanden omtrent dit thema. Ook wordt er ingezet op educatie, toerisme en recreatie om het Romeinse verleden voor het voetlicht te brengen. De gemeente is hier financieel bij betrokken en neemt deel aan de projectgroep en het bestuurlijk overleg. Ook organiseert de gemeente activiteiten rond het Romeinse verleden die gekoppeld worden aan de Via Belgica. Daarnaast neemt ze deel aan activiteiten die vanuit het project worden georganiseerd, zoals lichtfestival LUX in de winter van 2023-2024. In Voerendaal vallen de Romeinse villa Ten Hove, het beeld van de Dame van Voerendaal, de wachttoren bij de kerk in Klimmen en de plaquette aan de Bergseweg waar delen zijn gevonden van de Via Belgica, onder de bezienswaardigheden. Verder wordt op het thema aangehaakt door ondernemers met wijnen, kersen, Romeinse kippen, de steengroeve etc.
Exposities
In het kader van het toegankelijk maken van het lokale erfgoed voor een breder publiek, zijn recent in de hal van het gemeentehuis vitrines geplaatst. In deze vitrines worden zorgvuldig geselecteerde objecten tentoongesteld die elk een bijzonder aspect van onze geschiedenis belichten. Met dit initiatief beoogt de gemeente een tastbare verbinding te leggen tussen verleden en heden op een laagdrempelige manier. Het vormt tevens een mogelijke opmaat naar verdere projecten die het culturele erfgoed van Voerendaal op eigentijdse wijze zichtbaar maken.
4.2 Bouwkundig erfgoed/monumenten
4.2.1 Introductie
De gemeente Voerendaal omvat verschillende dorpen, gehuchten en buurtschappen met karakteristieke en monumentale gebouwen. Het gaat zowel om carréboerderijen als kerken en kastelen waarvan vele opgetrokken zijn uit de voor de streek bekende Kunradersteen. In totaal zijn binnen de gemeente 100 gebouwen als Rijksmonument aangeduid. Dit zijn monumenten van nationaal belang. Er zijn geen gemeentelijke monumenten.
De monumenten bepalen sterk het uitzicht en karakter van de dorpen en gehuchten. Daarom heeft een aantal de status van rijksbeschermd of gemeentelijk beschermd dorpsgezicht gekregen, zoals het gehucht Winthagen (figuur 25, rijksbeschermd) en het Laurentiusplein en omgeving (figuur 21, gemeentelijk beschermd dorpsgezicht) in Voerendaal. Deze laatste is ingericht als mijnwerkerskolonie in de geest van een tuindorp en wordt gekenmerkt door het smalle stratenpatroon met bebouwing, het plein en het gebruik van groen. Bij stedenbouwkundige ontwikkelingen dienen de cultuurhistorische kwaliteiten van deze gebieden en de waarde van de (Rijks)monumenten gewaarborgd te blijven.
Figuur 25. Winthagen, idyllisch gelegen in een droogdal op de overgang van het plateau van Ubachsberg naar het Bekken van Heerlen (foto: RAAP, 21-03-2025).
De gemeente streeft naar het behoud van de kwaliteiten en waarden van het bouwkundig erfgoed. Dit doet de gemeente door, waar mogelijk, de verduurzaming van (Rijks)monumentale en karakteristieke gebouwen en hergebruik van duurzame materialen te stimuleren. Hiermee draagt de gemeente bij aan het in stand houden van haar (rijks)monumentale en karakteristieke gebouwen, ook voor toekomstige generaties.
4.2.2 Wettelijke taken
Bij aanvragen van omgevingsvergunningen toetst de gemeente of de toekomstige ontwikkelingen wijzigingen aanbrengen aan een monument of effect hebben op het monument. Op basis van het decentraal-tenzij-beginsel46 uit de Omgevingswet, is de gemeente bevoegd gezag voor Rijksmonumentactiviteiten en Werelderfgoedactiviteiten.47 Specifiek gaat het hierbij om de gemeentelijke beoordeling of sprake is van een zogenoemde ‘Rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een gebouwd of aangelegd monument’. Dit betreft een vergunningsplichtige activiteit onder de Omgevingswet. Artikel 5.1, lid 1, onder b van de Omgevingswet bepaalt namelijk dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning deze activiteit uit te voeren. Gemeenten kunnen eigen beschermde monumenten aanwijzen en zelf de regels daaromtrent bepalen.
|
Wettelijke taken bouwkundig erfgoed
|
4.2.3 Beleid
In de gemeentelijke Welstandsnota is de gemeente Voerendaal ingedeeld in drie welstandsgebieden, lopend van niveau 1 (hoogste niveau, vb. historische dorpskernen) tot en met niveau 3 (laagste niveau, vb. bedrijventerreinen). Er zijn geen welstandsvrije gebieden. Elk niveau heeft een aantal criteria waaraan ze bij vergunningaanvragen op beoordeeld worden. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij het college van burgemeester en wethouders, die advies inwinnen bij de dorpsbouwmeester of welstands- en monumentencommissie.48
In de welstandsnota is per type gebied (bijv. historische kernen of voltooide woonwijken) aangegeven wat de beoordelingscriteria zijn en worden referentiebeelden gegeven. Elk deelgebied is daarnaast van een beschrijving voorzien. Voor monumenten, karakteristieke panden en beschermde dorpsgezichten zijn aanvullende criteria geformuleerd die gericht zijn op het zo authentiek mogelijk behouden van deze zaken. Door de heldere criteria en gebiedsbeschrijvingen is er maatwerk per gebied mogelijk en kan de beoordeling zo objectief mogelijk plaatsvinden.
Karakteristieke panden
De eerste gemeentelijke inventarisatie van karakteristieke panden is in 2020 uitgevoerd door ANNO Bouwhistorie ten behoeve van het omgevingsplan.
Tot op heden ontbrak een beleidsmatige route voor het actualiseren van deze lijst, waardoor eigenaren hun pand niet konden laten toevoegen. Met onderstaande procedure wordt hier invulling aan gegeven.
Een particuliere eigenaar kan bij de gemeente een verzoek indienen om zijn of haar pand de formele status van karakteristiek pand toe te kennen. Hierna wordt een voorselectie gedaan door de afdeling vergunningverlening op basis van de criteria van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) (zie bijlage 5Waarderingscriteria RCE). Indien akkoord, worden de ingediende casussen gebundeld, waarna één keer per jaar een beoordeling plaats vindt met een vergunningverlener, Anno Bouwhistorie, en de aanvrager. De kosten hiervoor zijn voor de aanvrager. Een prijsindicatie kan via de gemeente worden opgevraagd via planbureau@voerendaal.nl. Bij een positieve beoordeling wordt het pandtoegevoegd aan de inventarisatie met karakteristieke panden.
Figuur 26. De drie niveaus van de Welstandsnota van Voerendaal.
4.2.4 Doelstellingen
De gemeente heeft een inventarisatie laten maken van karakteristieke en beeldbepalende bouwwerken.49 De kern van dit document is een overzicht van de ongeveer 180 karakteristieke en beeldbepalende panden, geordend per kern en voorzien van onder meer een foto, beschrijving en waardering. Via de nieuwe Erfgoedstandaard, of Erfgoed Registratie Systeem (ERS)50, wil de gemeente haar erfgoedregistratie binnen deze standaard brengen, om zo het erfgoed letterlijk op de kaart te zetten. Op deze manier voldoet het aan de wettelijke verplichting om het erfgoed te ontsluiten in het Digitaal Stelsel Omgevingswet.
Tot slot heeft Voerendaal tot doel om de monumenten en karakteristieke panden binnen de gemeente te verduurzamen. In het Nationaal Klimaatakkoord is afgesproken dat alle gemeenten werken naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Voerendaal heeft daarop, samen met de Parkstadgemeenten, de ambitie uitgesproken om in 2040 energieneutraal te zijn. Monumenten en karakteristieke panden zijn onderdeel van de gebouwde omgeving binnen de gemeente Voerendaal. Voor de verduurzaming van Rijksmonumenten volgt de gemeente de richtlijnen van de RCE. De RCE subsidieert geen verduurzamingsmaatregelen, maar biedt wel (financiële) ondersteuning aan eigenaren van Rijksmonumentale panden. De gemeente verstrekt zelf geen subsidies voor verduurzamingsmaatregelen.
4.2.5 Ambities
De gemeente Voerendaal heeft al een eerste inventarisatie uitgevoerd naar beeldbepalende en karakteristieke bouwwerken (zie § 4.2.4). Vanuit het Rijk is de vraag gekomen om ook erfgoed uit de Tweede Wereldoorlog, de periode van de wederopbouw / Koude Oorlog en de periode 1965-1990 aan te duiden als behoudenswaardig monument en deze in de monumentenlijst op te nemen. Ook kenmerkende stedenbouwkundige structuren binnen de gemeente, zoals het Laurentiusplein en omgeving, verdienen aandacht om deze als behoudenswaardig erfgoed te beschermen bij toekomstige ontwikkelingen.
Kerken zijn belangrijk voor het beeld van de dorpen en het landschap. Een deel van de kerken is beschermd als Rijksmonument, de andere hebben geen beschermde status. De kerken vragen binnen de monumenten een aparte aanpak vanwege hun religieus karakter. Het is voor de gemeente belangrijk dat er nagedacht wordt over hoe met kerkgebouwen in de toekomst wordt omgegaan, ook als ze hun religieuze functie verliezen, en hoe de kwaliteiten van het gebouw zich verhouden tot aanpassingen die nodig zijn voor het gebruik en de verduurzaming ervan. Een mooi voorbeeld van een herbestemming is de kerk Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand in Kunrade (figuur 27).51 In het gebouw is een kleinschalige woonzorgvoorziening gerealiseerd. Met deze herontwikkeling wordt tegemoetgekomen aan de toenemende (maatschappelijke) vraag naar betaalbare kwalitatief hoogwaardige zorghuisvesting in de regio Parkstad. Het gebouw heeft tevens een sociaalmaatschappelijke wijkfunctie, terwijl ook de kapelfunctie is behouden.
Figuur 27. Zorghuis alias kerk O.L.V. Altijddurende Bijstand te Kunrade (bron: Zorghuis Kunrade).
De gemeente heeft dan ook de ambitie uitgesproken voor de mogelijke opzet van een Kerkenvisie, waarin uitgewerkt wordt hoe de gemeente met haar kerkgebouwen wil omgaan. Het samenwerkingsverband Toekomst Religieus Erfgoed biedt handvatten voor het opstellen van een Kerkenvisie.52 De visie zou breder opgezet kunnen worden en naast herbestemming van kerkgebouwen aandacht kunnen hebben voor herbestemming van waardevolle gebouwen in het algemeen. Daarnaast wordt bekeken of het opstellen van de Kerkenvisie een grensoverschrijdend project kan worden met de andere Parkstadgemeenten, vergelijkbaar met het archeologiebeleid.
De gemeente Voerendaal heeft in het coalitieakkoord ook de ambitie uitgesproken om het erfgoed meer beleefbaar te maken en zo het toerisme in de streek te versterken.53 Het wil onder meer de routestructuren verbeteren en bekijkt de mogelijkheden voor e-mobility. Wandel- en fietsroutes kunnen karakteristieke monumenten, zoals kerken en kastelen, verbinden en zo het verhaal van de plek vertellen. Ook wil het gebouwen, inclusief (historisch) interieur, meer openstellen voor het publiek. In Voerendaal bevinden zich op korte afstand van elkaar vier kastelen: Rivieren, Puth, Haeren en Cortenbach. Deze hoge concentratie aan rijksbeschermde landgoederen en buitenplaatsen biedt een uitgelezen kans om deze meer in de kijker te zetten.
4.3 Immaterieel erfgoed
4.3.1 Introductie
Naast het materiële erfgoed speelt ook het immateriële erfgoed een belangrijke rol in de regionale identiteit. Limburg staat bol van tradities en gebruiken. Deze maken Limburg tot datgene waar de Limburgers zo trots op zijn. Deze tradities en gebruiken zijn diep geworteld in de samenleving en worden van generatie op generatie overgedragen. Ze vormen een verbindende factor en brengen mensen samen. Tradities en gebruiken zijn medebepalend voor de eigenheid van dorpen, gehuchten of wijken.
Immaterieel erfgoed verrijkt een samenleving, brengt nieuwe perspectieven op maatschappelijke vraagstukken en verbindt je met mensen van verschillende achtergronden doordat je bepaalde gewoonten en tradities deelt. Deze vorm van cultureel erfgoed is altijd in beweging en verandert mee met de tijd. Immaterieel erfgoed heet daarom ook wel ‘levend’ erfgoed.54 Voorbeelden van immaterieel erfgoed in Voerendaal zijn de Oogstdankfeesten, de carnavalsoptochten, de ambachten zoals het stroopmaken in Koulen, de Koninklijke schutterij Sint Sebastianus, het dialect en de talrijke volksverhalen, zoals het verhaal van ridder Kuno.
Figuur 28. Carnavalsverenigingen in de gemeente Voerendaal (bron:https://www.voelender-kunder.nl/ ).
4.3.2 Wettelijke taken
Om het belang van immaterieel erfgoed een duurzame toekomst te bieden introduceerde Unesco in 2003 het 'Verdrag ter Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed'. Met dit verdrag roept Unesco landen op om immaterieel erfgoed te inventariseren, kennis erover te genereren en het een duurzame toekomst te bieden. Bijna 200 landen, inclusief Nederland, hebben dit verdrag inmiddels ondertekend.55 Hoe dit verder ingevuld wordt, verschilt van land tot land. In Nederland wordt het immaterieel erfgoed geïnventariseerd door het Kenniscentrum voor Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN).56
Gemeenten moeten in het omgevingsplan rekening houden met het belang en behoud van cultureel erfgoed en werelderfgoed. Dit gebeurt door inventariseren en analyseren van het erfgoed dat binnen de gemeente aanwezig is. Op basis daarvan neemt de gemeente een toereikend beschermingsregime in het omgevingsplan op.57 Met het opnemen in het omgevingsplan van locaties die verbonden zijn met immaterieel erfgoed, zoals het terrein van de schutterij (met schootsveld), draagt de gemeente bij aan de borging van immaterieel erfgoed – en dus aan de verplichtingen die voortvloeien uit het UNESCO-verdrag.58
|
Wettelijke taken immaterieel erfgoed
|
4.3.3 Beleid
Het beleid van de gemeente Voerendaal voor het immaterieel erfgoed staat nog in de kinderschoenen. De gemeente Voerendaal heeft geen geschreven overzicht van roerend en immaterieel erfgoed. Binnen de gemeentelijke organisatie is dit ondergebracht bij de beleidsvelden ‘Sport, Onderwijs en Cultuur’ en ‘Verenigingen’. Hoewel dit enig inzicht biedt in actuele erfgoedpraktijken binnen de gemeente, is er geen systematisch vastgelegd overzicht van aanwezige gebruiken, tradities en roerende erfgoedobjecten.
4.3.4 Doelstellingen
Om aan de eisen van de Omgevingswet te voldoen, dient Voerendaal een eenduidig beleid te ontwikkelen voor het roerend en immaterieel erfgoed in zover deze gekoppeld kan worden aan de fysieke leefomgeving. In eerste instantie dient geïnventariseerd te worden welke tradities en gebruiken binnen Voerendaal leven en dient een inventaris opgesteld te worden van het roerend erfgoed, zoals bijvoorbeeld interieurs van kastelen. Daarvoor is het belangrijk om ook de ‘beoefenaars’ en de eigenaars ervan te consulteren en te betrekken in de opstelling van het beleid. Wat zijn de uitdagingen, wensen en behoeften van de immaterieel erfgoedgemeenschappen? Hoe kunnen we de beleving van het immaterieel erfgoed bij zoveel mogelijk mensen, zowel inwoners als toeristen, laten terechtkomen?59
4.3.5 Ambities
De gemeente hecht veel belang aan het vertellen van de verhalen van Voerendaal. Alleen als inwoners en bezoekers bekend zijn met het erfgoed en de verhalen die het erfgoed vertelt, gaat het erfgoed leven en krijgt het de waardering die het verdient. In het verlengde daarvan moeten de verhalen en het immaterieel erfgoed in bredere zin toegankelijker worden voor inwoners en bezoekers. Een eerste aanzet is gegeven door lokale initiatiefnemers die de website ‘Voerendaal vertelt’ hebben ontwikkeld. Op deze website kunnen Voerendalers zelf verhalen vertellen over gebeurtenissen, locaties, gebouwen etc. uit het verleden. De ambitie is om vanuit de gemeente deze website te integreren in de bestaande website over het Erfgoed in Voerendaal.60 Op deze manier wordt al het erfgoed, waaronder ook het immateriële erfgoed, op één locatie verzameld en ontsloten voor het publiek zodat ze voor de toekomst bewaard worden.
Tot slot wil de gemeente de wijnbouw in Voerendaal stimuleren. De wijnbouw die sinds het begin van de 21e eeuw in opkomst is, kan vanwege de associatie met de Romeinse wijncultuur toeristisch ook gekoppeld worden met het Romeinse verleden. Sinds 2023 zijn de wijnen van De Voerendaalse Bergen Europees beschermd (achtste BOB)61. De Voerendaalse Bergen is zo’n 900 hectare groot en beslaat een aantal heuvelhellingen in het gebied tussen Valkenburg en Heerlen. Onder meer de Vrakelberg, Kunderberg en Fromberg vallen binnen de BOB-grenzen.62 De stimulans voor wijnproductie kent een raakvlak met het behoud van cultuurhistorische landschappen (zie § 4.4).
Figuur 29. Wijndomein Fromberg (bron: https://www.wandel.nl/routes/wijnroute-ubachsberg).
4.4 Cultuurlandschappelijk erfgoed
4.4.1 Introductie
Kenmerkend voor Parkstad is de verwevenheid van stad en platteland. De stedelijke concentraties van Parkstad (gemeenten Heerlen, Brunssum, Landgraaf en Kerkade) worden afgewisseld met parken en natuurgebieden. De gemeenten daar omheen, waaronder Voerendaal, hebben een meer landelijk karakter, met dorpen afgewisseld met kleinschalige glooiende landschappen. Deze diversiteit maakt Parkstad zo’n energieke en dynamische regio. De gemeente Voerendaal is gelegen aan de zuidwestrand van Parkstad, waar de overgang plaatsvindt naar het landelijke Heuvelland. Voerendaal kan zo als het ware gezien worden als de groene poort vanuit Parkstad naar het Heuvelland.
Het glooiende Zuid-Limburgse landschap kent drie belangrijke identiteitsdragers: het reliëf met zijn unieke landschapselementen, de waterhuishouding en de dorpen. Zij bepalen in belangrijke mate de structuur van het landschap. Water speelt een cruciale rol. Door millennia-lange erosie van het oorspronkelijke plateau zijn de dalen ontstaan die voor de kenmerkende hoogteverschillen zorgen en waardoor de huidige beken stromen. Daarnaast vinden we in Voerendaal graften en holle wegen, die vrijwel uitsluitend op de Zuid-Limburgse hellingen gevonden worden. Binnen het glooiende landschap van beken, graften en holle wegen hebben zich dorpen ontwikkeld bestaande uit carréboerderijen, huizen, wegkruizen en – op de markantste locatie – de kerk. Kerken zijn niet alleen beeldbepalend, ze vertellen vaak als oudste gebouwen in een plaats ook bijzondere verhalen. Zo is in de kerk van Klimmen Romeins bouwmateriaal in de muren verwerkt en is de St. Laurentiuskerk in Voerendaal de enige kerk in Nederland die ooit door een paus is ingewijd.63 De kerken zijn dan ook onlosmakelijk verbonden met de cultuurhistorie van de gemeente.
Figuur 30. Zicht op Klimmen vanuit het oosten (bron: RAAP, 21-03-2025).
4.4.2 Wettelijke taken
Conform het Rijksbeleid is de gemeente verplicht cultuurhistorie in het omgevingsplan op te nemen. De verplichting vloeit voort uit het Verdrag van Granada uit 1985 dat door Nederland in 1994 is geratificeerd. Het verdrag bevat bepalingen aangaande inventarisatie, documentatie, bescherming en restauratie van onder meer cultuurlandschappen.64
4.4.3 Beleid
De gemeente heeft de cultuurlandschappelijke eenheden inzichtelijk gemaakt in het Bestemmingsplan Buitengebied (bijlage 3: Gebiedsdifferentiatiekaart). Van deze gebieden is aangegeven hoe kwetsbaar ze zijn op het vlak van hydrologie, bodemkunde, ecologie en visueel. Deze kwetsbaarheid wordt in combinatie met de gebiedskenmerken gebruikt bij de beoordeling van ontwikkelingen. Hiermee zijn de gebiedskenmerken geborgd.
De bestaande waardevolle landschapselementen in het buitengebied zijn in 2022 geïnventariseerd. De inventarisatie heeft betrekking op het grootste deel van het buitengebied van de gemeente. Belangrijke uitzonderingen zijn landgoederen, Natura 2000-gebieden en de meeste eigendommen van het Waterschap Limburg.65 De huidige juridische beschermingsregeling daarvoor is geactualiseerd in het ‘Paraplubestemmingsplan landschapselementen’. Daartoe is in 2025 een ‘Paraplubestemmingsplan landschapselementen’ vastgesteld.. Dit met als doel een passende juridische bescherming voor de landschapselementen. Naar aanleiding van zienswijzen is een deel van de landschapselementen opgenomen in de separate actualisatie van de bomenverordening: de Verordening bomen en houtopstanden 2025. De bescherming van graften, holle wegen en poelen is geregeld in het Paraplu bestemmingsplan landschapselementen. De bescherming van bomen en houtopstanden, zoals bosjes, singels en hagen is geregeld in de Verordening bomen en houtopstanden 2025.66 De impact voor aanvragers van daarin opgenomen omgevingsvergunning kap is beperkter dan bij een aanlegvergunning op grond van het Paraplubestemmingsplan.
Op de website van de gemeente Voerendaal zijn de regelingen voor de bescherming van bomen, houtopstanden en andere landschapselementen opgenomen.67 Ook zijn hier de kaarten in te zien met de beschermde bomen, houtopstanden en andere landschapselementen.
4.4.4 Doelstellingen
De doelstellingen die de gemeente Voerendaal hanteert borduren voort op de nationale en provinciale kaders die opgesteld zijn in aanloop naar de Omgevingswet. Op 10 juli 2022 heeft het Rijk de Startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) vastgesteld. In de startnotitie heeft het Rijk doelen geschetst op het gebied van natuur, water en klimaat, waaraan Nederland moet voldoen. De NPLG is echter door het Rijk in 2024 stopgezet. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur werkt nu de nieuwe aanpak Ruimte voor Landbouw en Natuur uit. Hiervoor wordt in de toekomst een nieuw participatietraject opgestart.68
De provincie heeft voor Zuid-Limburg in 2023 het Panorama Zuid-Limburg (PZL) opgesteld.69 Met de PZL is een toekomstperspectief voor Zuid-Limburg in 2050 ontwikkeld waarin de belangrijkste ruimtelijke opgaven bij elkaar zijn gebracht. Uitgangspunt hierbij vormde het bestaande ruimtelijk beleid zoals in de nationale en provinciale omgevingsvisies is vastgelegd. Panorama Zuid-Limburg gaat echter een stap verder door de relevante ruimteclaims als gevolg van het ruimtelijk beleid te verbeelden en op een integrale wijze te combineren tot een consistent toekomstbeeld. Hierdoor zijn (nog te maken) noodzakelijke ruimtelijke keuzes scherper in beeld gekomen.70
Voor het cultuurhistorische landschap vormt het belangrijkste ontwikkelprincipe het herstellen van de beekdalen waarbij cultuurhistorische elementen zoals hellingbossen, heggen, graften, terrassen en bronbeekjes teruggebracht worden. Daarnaast wordt het kleinschalig karakter van de dorpen in de dalen behouden en verduurzaamd.71
4.4.5 Ambities
De gemeente Voerendaal heeft haar ambities in verband met het (cultuur)landschap verwoord in de Integrale Visie Openbare Ruimte Voerendaal.72 Belangrijkste uitgangspunt is om karakteristieke landschapselementen te behouden, te beschermen en zo nodig te herstellen.73 Landschapselementen worden in hun ruimtelijke context bezien. Zo geeft bijvoorbeeld het herstel van graften samen met extensief agrarisch medegebruik een impuls aan de biodiversiteit.74 Daarnaast wil het groene landschappen met elkaar verbinden en aantrekkelijk maken voor toerisme. Een lopend project in deze is het Oerland van Kalk. In samenwerking met de gemeente Voerendaal, Simpelveld en Heerlen heeft IBA een landschappelijke visie voor het gebied opgesteld.75 Het is een gebied met grote kwaliteiten: met een uniek natuurgebied, gebouwen van Kunradersteen en adembenemende vergezichten.
Figuur 31. Symbolische toegangspoort tot het Oerland van Kalk, ingehuldigd in 2023 (bron: Scheren, 2023).
Ook heeft de gemeente de ambitie uitgesproken om de lokale identiteit en de historie van de openbare ruimte te bewaren. Het wil cultuurlandschappelijke elementen die eigen zijn aan Voerendaal behouden en versterken, zoals het Land van Kalk, de Kunradersteengroeve en wijngaarden.76
5 Participatie
5.1 Inleiding
Uit voorgaande hoofdstukken blijkt dat Voerendaal veel te bieden heeft wat betreft erfgoed in de breedste zin van het woord. Niet alleen archeologische overblijfselen, historische bebouwing en cultuurlandschappen vormen een prominent onderdeel, ook het eigen dialect, de volksverhalen, de beleving van carnaval en de schutterijen zijn onlosmakelijk met Voerendaal verbonden. Al deze elementen samen vormen als het ware de eigen identiteit van de gemeente. Om deze eigen identiteit voor toekomstige generaties te verzekeren, dient de zorg ervoor gedragen te worden door alle betrokkenen. Het is dan ook essentieel voor het opstellen van een erfgoednota om de verschillende belangen van zowel de inwoners, bedrijven en gemeente te kennen.
RAAP heeft in het kader hiervan twee interactieve sessies georganiseerd; één met de stakeholders van de gemeente en één met de raad. Bij de participatiesessie van de stakeholders waren verschillende belangengroepen vertegenwoordigd, zoals de heemkundeverenigingen, monumenteigenaren, toeristische organisaties, natuurverenigingen en gemeentelijke beleidsmedewerkers cultuur en archeologie. Tijdens beide sessies werden in eerste instantie allerlei vragen en stellingen die verband houden met verschillende aspecten van erfgoed aan hun voorgelegd en nadien volgde een groepsdiscussie. Op deze manier is vanuit verschillende oogpunten een beeld verkregen waaraan men belang hecht en welke aspecten van erfgoed onderbelicht blijven. In onderstaande paragrafen wordt hier kort op ingegaan. Het verslag van de sessies kan geraadpleegd worden in bijlage 4.
5.2 Definitie erfgoed
Voerendalers zien erfgoed als essentieel voor het lokale karakter en het creëren van een gemeen¬schapsgevoel. Maar wat is erfgoed eigenlijk? Hiervan dient door de gemeente een helder overzicht gemaakt te worden in nauwe samenspraak met de inwoners. Wat de ene als erfgoed ziet, hoeft voor de andere niet noodzakelijk het geval te zijn. “Erfgoed is wat wij allemaal vinden dat erfgoed is”. Alle soorten erfgoed dienen in de afweging meegenomen te worden: zowel gebouwen (monumenten in de zin van de wet), cultuurlandschappen, dorpsgezichten als tradities, verhalen of dialect.
5.3 Bescherming
Een van de belangrijkste zaken voor behoud van erfgoed is de bescherming ervan. Met de komst van de Omgevingswet verandert de wijze waarop gemeenten bijvoorbeeld gemeentelijke monumenten aan kunnen wijzen. Om hier richting aan te geven moet de gemeente Voerendaal een monumentenbeleid opstellen waarin ze aangeeft hoe monumenten worden aangewezen, wat de bescherming ervan betekent en wat hierbij de rechten en plichten zijn van de monumenteigenaren. Enerzijds moet de gemeente een adequate bescherming bieden, maar anderzijds dit mag niet ten koste gaan van verdere ontwikkelingen. De gemeente moet er dan ook voor waken dat de bescherming van erfgoed geen ellenlange procedures oplevert of bijkomende regels oplegt aan bijvoorbeeld monumenteigenaren. De processen moeten zo efficiënt mogelijk worden ingericht zodat het niet ten koste gaat van het te beschermen erfgoed. Voerendaal moet ook in staat zijn om adequater in te spelen op actuele (probleem)situaties door, op kortere termijn dan nu doorgaans het geval is, te ageren.
Een belangrijke taak van de gemeente is om nu al een ‘Visie herbestemming monumenten’ op te stellen waarin ze aangeeft hoe met waardevolle monumenten moet worden omgegaan wanneer hun oorspronkelijke functie wegvalt. Te denken valt aan kerken, kastelen en monumentale boerderijen. Bij de ontwikkeling van de visie moet ook aandacht gaan naar de verduurzaming ervan.
5.4 Betrokkenheid/transparantie
Een belangrijk aspect vormt de betrokkenheid en transparantie van de gemeente. Voerendaal moet via haar website duidelijkheid verschaffen over de regels die het stelt rondom erfgoed maar ook wat betreft subsidiemogelijkheden. Ze moet een klankbord zijn waar inwoners en bedrijven terecht kunnen met vragen omtrent erfgoed. Enerzijds dient de gemeente zelf initiatieven te ontplooien, maar moet ze ook faciliterend zijn bij de initiatieven van lokale inwoners en/of organisaties. Een Erfgoedcommissie zou hierin een centrale rol kunnen spelen.
5.5 Publieksbereik, educatie en jongeren
Om het lokale erfgoed voor de toekomst veilig te stellen, dient de gemeente haar inwoners in het algemeen maar de jeugd in het bijzonder te bereiken. De vergrijzing kan immers een bedreiging vormen in het voortbestaan van sommige soorten erfgoed, zoals het dialect en bepaalde tradities. Via scholen en/of sociale media kan een grotere betrokkenheid gecreëerd worden bij initiatieven in het kader van erfgoed, zoals de Open Monumentendagen, Open dagen bij archeologische opgravingen of met een project als ‘Voerendaal Graaft’ (zie § 6.4.3). De gemeente moet actief zorgen voor een sterkere koppeling tussen erfgoed en toerisme, waarbij ook aandacht geschonken moet worden aan de ontwikkeling van de horeca.
5.6 Onderbelicht/onbekend erfgoed
Aansluitend op bovenstaande paragraaf blijkt dat nu nog te veel erfgoed onderbelicht blijft of zelfs niet bekend is. Zo lopen er vanuit de gemeente reeds enkele initiatieven om het Romeins verleden binnen de gemeente, zoals de Villa Voerendaal, in de kijker te zetten maar is dit nog niet bekend bij de inwoners. Andere historische fenomenen blijven dan weer te veel in de schaduw staan, zoals de kapellen en wegkruisen, de kalkovens, de voor het gebied typerende Kunradersteen en de voor Voerendaal eens zo belangrijke Noca Nola fabriek. Ook relicten uit de Tweede Wereldoorlog en Koude Oorlog blijven vaak onderbelicht, zoals de Overhekermolen die in deze laatste periode een belangrijke rol heeft gespeeld als luchtwachtpost.
Kortom, de gemeente Voerendaal heeft de komende jaren nog heel wat uitdagingen voor de boeg om haar cultureel erfgoed binnen de fysieke leefomgeving te beschermen en veilig te stellen voor toekomstige generaties. In hoofdstuk 7wordt hiervoor een actieplan op korte en lange termijn gepresenteerd.
6 Visie en ambities
Cultureel erfgoed en cultuurhistorische landschappen dragen bij aan een aangename fysieke leefomgeving. Het verbindt mensen binnen een samenleving en de beleving ervan maakt mensen gelukkig en gezond. Het creëert een aangename woon- en werkomgeving en zorgt voor een toeristische aantrekkingskracht wat positief is voor de economie. Voerendaal vindt het dan ook belangrijk om haar erfgoed te behouden en te beschermen, te verduurzamen en zichtbaar en beleefbaar te maken voor iedereen. Omdat erfgoed van iedereen is en door iedereen beleefd wordt, draagt de gemeente burgerparticipatie hoog in het vaandel. Op deze manier weet Voerendaal wat er onder de bevolking leeft en vergroot het het draagvlak omtrent erfgoed.
Dit hoofdstuk vormt de concretere uitwerking van de wensen en ideeën die in de voorgaande hoofdstukken beschreven zijn. In dit hoofdstuk worden alle ideeën benoemd. In het nog op te stellen uitvoeringsprogramma volgen keuzeafwegingen, de prioritering en het overzicht van de kosten. Het opstellen van het uitvoeringsprogramma is voorzien voor het tweede kwartaal van 2026.
Sommige hier benoemde zaken komen rechtstreeks uit de overleggen met ambtenaren, politiek en belanghebbenden. Andere zijn invullingen die gegeven zijn aan meer abstracte uitgesproken wensen.
6.1 Behoud en bescherming
Erfgoed is onlosmakelijk verbonden aan een maatschappij en wordt generatie op generatie doorgegeven. Om het erfgoed voor toekomstige generaties veilig te stellen, is het van belang om gericht beleid te ontwikkelen voor het behoud en de bescherming ervan.
Het gaat dan niet alleen om historische gebouwen (met interieur) maar ook om cultuurlandschappen, dorpsgezichten, archeologische resten, dialect, tradities en gebruiken. Elk domein vraagt specifieke regels die in een wettelijk beleidskader opgenomen moeten worden. Zo dienen regels opgesteld te worden die historische dorpsgezichten beschermen tegen toekomstige ontwikkelingen zodat de historische waarde niet verloren gaat. De gemeente dient de regels uit te voeren maar er is ook een rol weggelegd voor de samenleving om het erfgoed mee te behouden en beschermen.
De Omgevingswet verplicht gemeenten hun cultureel erfgoed te inventariseren en waar nodig bescherming te bieden in het omgevingsplan (zie § 3.1 en hoofdstuk 4). De wijze waarop gemeenten dit doen staat vrij.
6.1.1 Bouwkundige monumenten
Een deel van de monumenten binnen de gemeente (in de zin van de Omgevingswet, dat zijn dus waardevolle gebouwde objecten ongeacht een beschermde status) is beschermd als Rijksmonument. Dit zijn objecten die van nationaal belang zijn. Op meer lokaal niveau is er geen bescherming van monumenten in de vorm van gemeentelijk monument, beeldbepalend pand of iets vergelijkbaars.
Een lijst karakteristieke en beeldbepalende bouwwerken kan gebruikt worden als “inventarisatie (..) om de cultuurhistorische en karakteristieke waarden binnen de gemeente in kaart te brengen".77 De inventarisatie vormt de basis voor beleidsmatige vervolgstappen, waaronder het opnemen van een bepaalde bescherming in het omgevingsplan.
6.1.2 Stads- en dorpsgezichten
De gemeente heeft momenteel geen volledig beeld van andere waardevolle (steden) bouwkundige of landschappelijke gezichten, naast de reeds beschermde gebieden Winthagen (rijksbeschermd dorpsgezicht) en het Laurentiusplein (gemeentelijk beschermd stadsgezicht). Een vlakdekkende inventarisatie of waardering van (steden)bouwkundige ensembles en structuren ontbreekt nog.
Het uitvoeren van een integrale inventarisatie kan waardevol zijn om inzicht te krijgen in de ruimtelijke en architectonische kwaliteiten die de identiteit en uitstraling van de gemeente bepalen. Deze kennis vormt een belangrijke basis voor beleidsontwikkeling en maakt het mogelijk om zorgvuldig af te wegen tussen behoud en nieuwe ontwikkelingen. De resultaten kunnen bovendien dienen als onderbouwing voor het opnemen van passende beschermingsregimes of beleidsregels in het omgevingsplan, waarmee de gemeente invulling geeft aan haar verantwoordelijkheid om waardevolle gebieden duurzaam te beschermen.
6.1.3 Cultuurlandschappen
Cultuurlandschappen bestaan uit gebieden en de daarin voorkomende landschapselementen. Met de Gebiedsdifferentiatiekaart (zie § 4.4) heeft de gemeente een overzicht van de gebieden, die als onderdeel van het Bestemmingsplan Buitengebied 2013 zijn geborgd.
In dit bestemmingsplan zijn ook de kastelen en hun directe omgeving beschermd. De rijksbeschermde buitenplaatsen van de kastelen Cortenbach, Puth en Rivieren zijn ook als zodanig opgenomen. De landschapselementen die bij deze kastelen horen zijn niet expliciet benoemd of zichtbaar gemaakt in het bestemmingsplan. Via de beschrijvingen uit het rijksmonumentenregister zijn ze echter wel beschermd.
Daarnaast is er de inventarisatie van landschapselementen (zie § 4.4). Deze heeft betrekking op een groot deel van het buitengebied van de gemeente. Belangrijke onderdelen van het cultuurlandschap vallen echter buiten de inventarisatie, zoals de landgoederen, Natura-2000-gebieden en de meeste eigendommen van het waterschap. De landgoederen en Natura-2000-gebieden hebben al een eigen bescherming. Het waterschap is een eigen publiekrechtelijke instantie en gaat over zijn eigen beleid wat betreft bescherming van het cultuurlandschap. Van de landschapselementen die wél geïnventariseerd zijn, zijn graften en steilranden, holle wegen en poelen opgenomen in het Paraplubestemmingsplan Landschapselementen (2025) en daarmee beschermd. Andere geïnventariseerde landschapselementen zoals boomgaarden, hagen en singels zijn niet opgenomen in het Paraplubestemmingsplan. Hagen en singels zijn opgenomen op de kaart beschermde bomen en houtopstanden van de Verordening bomen en houtopstanden 2025, en zijn daarmee ook beschermd, echter met een minder zwaar beschermingsregime dan in het Paraplubestemmingsplan landschapselementen. Boomgaarden zijn niet opgenomen in het Paraplubestemmingsplan landschapselementen, noch in de Verordening bomen en houtopstanden 2025 en dus niet beschermd,
De Erfgoedstandaard ERS – waarvan ook de gemeente Voerendaal aan de wieg heeft gestaan (zie ook bijlage 3, onderdeel 7) – werkt met erfgoedthema’s.78 Deze zijn in de tabel op de volgende pagina weergegeven. De inventarisatie van landschapselementen in de gemeente heeft betrekking op het thema ‘landbouw en bosbouw’. In de andere thema’s zijn nog geen (vastgestelde) inventarisaties uitgevoerd in de gemeente.
Op dit moment heeft de gemeente dus geen volledig beeld van al het cultuurlandschappelijke erfgoed in de volle breedte die de Erfgoedstandaard aangeeft. Met het uitbreiden van inventarisaties in de andere erfgoedthema’s wordt uiteindelijk al het erfgoed in de gemeente in kaart gebracht, zoals de Omgevingswet van ons vraagt. Een dergelijke erfgoedkaart, ook wel cultuurhistorische waardenkaart genoemd, geeft een helder overzicht van welk erfgoed er in de gemeente aanwezig is. Een kaart richt zich vanzelfsprekend op de fysieke leefomgeving. Immaterieel erfgoed dat geen directe relatie heeft met een locatie in de fysieke leefomgeving zal op een andere manier geregistreerd moeten worden.Dit laatste is echter geen verplichting vanuit de Omgevingswet.
Een goed overzicht van het erfgoed maakt het niet alleen voor iedereen duidelijk waarover we het eigenlijk hebben als we het over erfgoed hebben. Een goed overzicht is belangrijk om de gemeente handvatten te geven bij onder meer de uitvoering van beleid, het richting geven aan nieuwe ontwikkelingen en het opnemen van erfgoed in het omgevingsplan.a
|
|
Opstellen van een vlakdekkende inventarisatie van erfgoed in de fysieke leefomgeving. De lijst van thema’s uit de ERS dient hierbij als leidraad. Deze inventarisatie voeren we uit in samenwerking met de inwoners en bedrijven van de gemeente. |
|
thema |
voorbeeld van elementen |
|
verkeer en vervoer |
wegen en paden, bruggen, tunnels, werven en havens, (spoor)wegen en stations en vlieghavens, scheepvaartkanaal |
|
waterstaat |
sluizen, waterkeringen, poldermolens en gemalen, rivieren en waterwegen, meren en plassen, terpen en wierden |
|
landbouw en bosbouw |
boerderijen, boswachterswoningen, ontginning, verkaveling, visvijver, eendenkooi, irrigatiekanaal, tuindersvilla, tuinderswoning, houtwallen, takkenrillen |
|
religie |
kerken en kapellen, kloosters, abdijen, synagogen en moskeeën, alsook wegkruizen en heiligenbeelden |
|
begraven |
begraafplaatsen, kerkhoven, hunebedden, uitvaartcentra, mortuaria, crematoria en onderdelen daarvan zoals klokkenstoelen en poortgebouwen |
|
industrie en ambacht |
fabrieken en nijverheid, zoals suikerraffinaderijen, bierbrouwerijen, bakkerijen, smederijen enz. |
|
delfstoffenwinning |
mijnbouw, afgraving, veenwinning, aardgaswinning |
|
oorlog en defensie |
kastelen*, schansen, bastions, grachten, stadsmuren en -wallen, kazernes, bunkers, alsook oefenterreinen (*zelfstandig, versterkt bouwwerk dat onder middeleeuwse omstandigheden te verdedigen was) |
|
bestuur en recht |
rechtbanken, stadhuizen, gevangenissen, politieposten en grenspalen |
|
landgoederen en buitenplaatsen |
paleizen, landhuizen en onderdelen daarvan en/of bijgebouwen daarbij, tuinen, parken en plantsoenen |
|
horeca, sport en recreatie |
hotels, restaurants en café's, zwembaden, maneges, stadions en onderdelen daarvan, dierenverblijven en vergaderzalen, verenigingsgebouwen en sociëteiten |
|
nutsvoorziening |
drinkwater, elektriciteit, gas, lantaarns, riolering en rioolwaterzuivering, straatmeubilair, telefonie, post, media, brandweer |
|
wonen |
woningen en woningbouwcomplexen, dienstwoningen, woon-werkpanden en woon-winkelgebouwen |
|
handel en administratie |
kantoren, (groot-) handelsgebouwen, pakhuizen, warenhuizen en bankgebouwen |
|
herdenken |
herinneringsmonumenten (niet zijnde straatmeubilair, grafmonument of kunstwerk) |
|
zorg en welzijn |
ziekenhuizen, weeshuizen, begijnhofjes, inrichtingen ggz |
|
onderwijs en wetenschap |
scholen, universiteitsgebouwen, hortus botanicus, planetaria |
|
kunst en cultuur |
museum, schouwburg, bioscoop, muziekkoepel, bibliotheek, kunstwerken |
Tabel 1. Erfgoedthema’s binnen de Erfgoedstandaard ERS..
6.1.4 Archeologische monumenten
Op dit moment gebruikt de gemeente twee archeologische beleidskaarten. In 2007 is er een archeologische verwachtingskaart opgesteld, die vertaald is naar een beleidskaart. In 2014 is op basis van dezelfde verwachtingskaart de beleidskaart uit 2007 geactualiseerd. De kaart uit 2014 is alleen voor Voerendaal-Kunrade vertaald naar (bestemmings)planregels en dus niet voor de hele gemeente. In de rest van de gemeente wordt de kaart uit 2007 gebruikt. De erfgoedverordening hanteert ook de vrijstellingsgrenzen die horen bij de kaart van 2007. Een eerste stap tot het op orde brengen van archeologie zal dan ook bestaan uit het uniformeren van de regels rond vrijstellingsgrenzen en de vigerende versie van de archeologische beleidskaart.
De gemeentelijke beleidsnota archeologie stamt uit 2019.79 Het is gebruikelijk dat archeologische waarden- en verwachtingskaarten ongeveer elke 10 jaar geactualiseerd worden. Aangezien de huidige verwachtingskaart uit 2007 en de beleidskaart uit 2014 stammen, kan gesteld worden dat die niet actueel zijn. Daarom is de planning om deze opnieuw te actualiseren in 2026.
Figuur 32. Actuele beleidskaart Voerendaal uit 2014 (Vanneste & Verhoeven, 2014).
In de kaarten is vanzelfsprekend nog geen rekening gehouden met het concept van ‘aantoonbaar te verwachten archeologisch monument’ uit de Omgevingswet (het zogenaamde amendement-Ronnes uit 2015). Dit amendement houdt in dat een gemeente alleen bescherming in het omgevingsplan mag opnemen (in de vorm van vrijstellingsgrenzen voor archeologisch onderzoek) als dit is gebaseerd op expliciete en specifiek lokale archeologische en bodemkundige informatie. Om de inventarisatie van (aantoonbaar te verwachten) archeologische monumenten in de zin van de Omgevingswet te laten voldoen aan de eisen van de wet, zullen de archeologische kaart en daarmee de daaruit voorvloeiende planregels moeten worden geactualiseerd.
|
|
Zoals al aangekondigd in de beleidsnota archeologie uit 2019 en om uitvoering te geven aan het amendement-Ronnes, zal de gemeente de archeologische verwachtings- en beleidskaart gaan actualiseren. Dit zal in samenwerking met de overige Parkstadgemeenten en onder supervisie van de regioarcheoloog worden opgepakt. De vrijstellingsgrenzen uit de nieuwe beleidskaart zullen worden opgenomen in het nieuwe omgevingsplan. |
6.1.5 Roerend en immaterieel erfgoed
De gemeente heeft geen geschreven overzicht van roerend en immaterieel erfgoed. De Omgevingswet vraagt roerend en immaterieel erfgoed in het omgevingsplan te beschermen, voor zover er een koppeling te maken is met een locatie in de fysieke leefomgeving. Denk bijvoorbeeld aan de locatie van een schutterij of de route van een carnavalsoptocht. Het behoud van immaterieel erfgoed is voor een belangrijk deel afhankelijk van de mensen die het beoefenen. De gemeente dient na te denken hoe ze hen hierin kan ondersteunen en dus garanties biedt voor de toekomst.
Een belangrijke – maar niet de enige – categorie roerend erfgoed zijn historische interieurs, bijvoorbeeld van kerken of kastelen maar ook van monumenten in de zin van de wet. Hiervan is geen duidelijk overzicht en dus kan het niet waar nodig bescherming geboden worden.
De legende van ridder Kuno is immaterieel erfgoed, maar er zijn geen fysieke locaties (meer) aanwezig die hier direct mee verband houden. Een koppeling van dit erfgoed met een locatie in de fysieke leefomgeving – conform Omgevingswet – is daarom niet vereist.
|
|
We willen gaan kijken of we het roerend en immaterieel erfgoed in onze gemeente kunnen gaan inventariseren. Voor roerend erfgoed (historische interieurs, historische artefacten…) zijn we afhankelijk van de eigenaars hiervan. Alvorens we tot inventarisatie kunnen overgaan zal er nagedacht moeten worden over wat opname van het erfgoed voor de eigenaren betekent en hoe we als gemeente omgaan met dit immaterieel erfgoed. Voor de vraag welk erfgoed we moeten opnemen in de lijst, willen we een beroep doen op de inwoners. Op een uitnodigende manier kunnen inwoners gevraagd worden wat zij belangrijke tradities of voorwerpen vinden, die kenmerkend zijn voor Voerendaal of belangrijk zijn voor het vertellen van het verhaal. |
6.1.6 Beleidsregels omgevingsplan
Na de inventarisaties van de verschillende domeinen van het erfgoed dient het daarvoor in aanmerking komend erfgoed beschermd te worden in het omgevingsplan. Hiervoor dienen beleidsregels te worden opgesteld die gekoppeld kunnen worden aan locaties in de fysieke leefomgeving. Het opstellen van deze regels dient in samenspraak met andere beleidsvelden te gebeuren, zodat het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties kent en er dus geen strijdige regels in voorkomen.
Bij het opstellen van de regels kijken we ook waar we procedures voor de inwoners en bedrijven kunnen vereenvoudigen.
|
|
We gaan regels opstellen voor het omgevingsplan ter bescherming van het daarvoor in aanmerking komend erfgoed. |
6.1.7 Subsidie
De gemeente mist een subsidiebeleid. Het toewijzen van subsidies gebeurt nu op een ad-hoc basis, waardoor er scheefgroei kan ontstaan en ongelijkheid tussen aanvragers. We willen dit naar de toekomst toe verbeteren. Dit dient twee doelen: enerzijds wordt het van tevoren duidelijk of iemand aanspraak kan maken op een gemeentelijke subsidie. Anderzijds zorgt die duidelijkheid ervoor dat iedereen gelijk behandeld wordt en verdwijnt de ad-hoc basis. Het opstellen van subsidiebeleid betekent niet direct dat er méér subsidies komen; wel dat het duidelijker wordt wanneer iemand aanspraak kan maken op een subsidie.
In een nieuw op te stellen subsidiebeleid moet onder andere komen te staan waaraan subsidieaanvragen moeten voldoen, wat het maximumbedrag is en hoe aanvullingen op subsidies van andere overheden werken.
Nieuw subsidiebeleid kan via de gemeentelijke website inzichtelijk gemaakt worden, bijvoorbeeld met een beslisboom om te bepalen of iemand aanspraak kan maken op een gemeentelijke subsidie. Ook kan deze pagina – wellicht tevens verwerkt in de beslisboom – inzicht kunnen geven in welke subsidies er bij andere overheden zijn, zoals de provincie en het rijk.
|
|
We willen kijken of we in samenwerking met andere afdelingen binnen de gemeente kunnen komen tot een gemeentebreed subsidiebeleid. Dit zal dan een uitwerking zijn van de Algemene subsidieverordening 2019. Voor het deel dat erfgoed betreft kan dan overleg worden gevoerd met de nieuwe Erfgoedcommissie (zie § 6.4) en eigenaren van beschermd erfgoed. Zo wordt enerzijds gezorgd dat het beleid aansluit bij de wensen uit de samenleving en anderzijds dat de toekomstige gebruikers van de subsidies ook weten wat de (on)mogelijkheden zijn waarmee de gemeente rekening moet houden. |
6.2 Duurzaam gebruik en herbestemming
Het verduurzamen van monumenten en erfgoedlocaties vraagt om een zorgvuldig en samenhangend beleid. De erfgoednota biedt de mogelijkheid om duurzaamheid structureel te verankeren binnen het gemeentelijk erfgoedbeleid. De gemeente sluit aan op de landelijke koers en aanbevelingen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).
Cultureel erfgoed staat niet op zichzelf in het creëren van een goede fysieke leefomgeving. Het moet in samenhang worden bekeken met andere thema’s en opgaven, zoals de klimaatadaptatie, circulariteit en de warmte- en energietransitie. Het verduurzamen van gebouwen - waaronder monumenten -is dan ook een belangrijke doelgroep waar de gemeente Voerendaal op wil inzetten. De gemeente wil op een verantwoorde en zorgvuldige manier invulling geven aan duurzaamheid bij het onderhoud, restauratie, verbouwing of herbestemming van erfgoed. Om dit op een duidelijke en consequente manier te doen, en daarbij het behoud van cultureel erfgoed te garanderen wordt er ingezet op communicatie en voorlichting. Heldere communicatie op de website en toegankelijke voorlichting door middel van een handreiking is essentieel om draagvlak te creëren en processen te versnellen. De handreiking zal de gemeente helpen met het vergunningverleningsproces voor duurzaamheidsmaatregelen op monumentale panden. De gemeente kiest bewust voor het versterken van de informatievoorziening, gericht op eigenaren, initiatiefnemers en de interne organisatie.
Dit draagt bij aan de brede klimaatdoelstellingen en de daar bijhorende noodzaak tot het verduurzamen van (rijks)monumenten en karakteristieke panden om deze toekomstbestendig te maken. Dit helpt initiatiefnemers, architecten, leden van de welstandscommissie en de gemeente om voorafgaand aan de planvorming inzicht te krijgen in de uitgangspunten op het gebied van verduurzaming van cultureel erfgoed.
|
|
Onder het thema duurzaam gebruik en herbestemming kiest de gemeente voor heldere communicatie en voorlichting. Door middel van een handreiking, advies van een monumentenexpert en een toegankelijke webpagina over duurzaam erfgoed worden eigenaren en initiatiefnemers gericht geïnformeerd en ondersteund. Hiermee bevordert de gemeente eigenaarschap, samenwerking en toekomstbestendig erfgoedbeheer. |
Naast het verduurzamen van monumentale gebouwen dient de gemeente een ‘visie herbestemming monumenten’ op te stellen waarin ze aangeeft hoe er met waardevolle bebouwing (= monumenten in de zin van de wet) moet worden omgegaan wanneer de huidige functie wegvalt. Een belangrijk onderdeel hiervan vormen de kerken die hun functie in die hoedanigheid op korte termijn dreigen te verliezen. Maar ook (delen van) bijvoorbeeld kastelen en boerderijen komen hiervoor in aanmerking. Op deze manier kan er tegemoet gekomen worden aan andere maatschappelijke vraagstukken, zoals de woningnood en nood aan verzorgingstehuizen.
|
|
In een Kerkenvisie wordt vastgelegd hoe de gemeente wil omgaan met de kerkgebouwen, ook als die hun functie verliezen, en hoe de kwaliteiten van het gebouw zich verhouden tot aanpassingen die nodig zijn voor het gebruik en de verduurzaming ervan. Het samenwerkingsverband Toekomst Religieus Erfgoed kan handvatten bieden voor het opstellen van een Kerkenvisie.80 Daarnaast kan bekeken worden of bij het opstellen van een Kerkenvisie ook de andere Parkstadgemeenten kunnen betrokken worden. Daarnaast dient ook van andere monumentale gebouwen, zoals kastelen of boerderijen, een visie voor herbestemming ontwikkeld te worden. |
6.3 Zichtbaarheid, beleefbaarheid en educatie
Het cultureel erfgoed blijft nu nog te vaak verborgen voor bewoners en bezoekers. Zo blijven bijvoorbeeld archeologische onderzoeken dikwijls steken op het niveau van een wetenschappelijke rapportage en weten bewoners bijgevolg niet wat er in hun achtertuin speelt. Het zichtbaar en beleefbaar maken van erfgoed zorgt voor meer betrokkenheid en voor meer identiteitsvorming. Ook vergroot het de toeristische attractiewaarde wat een positieve economische stimulans teweegbrengt. De gemeente heeft er dan ook alle belang bij om haar erfgoed meer beleefbaar en zichtbaar te maken en de inwoners te informeren. Om dit te laten slagen dient de gemeente niet alleen aandacht te hebben voor het fysieke aspect, maar is de ontwikkeling van een gedegen digitale omgeving met het oog op ontsluiting onontbeerlijk.
6.3.1 Villa Voerendaal
“Villa Voerendaal-Ten Hove is een diamant die de gemeente wil koesteren en borgen, waar de gemeente voor wil staan en die de gemeente wil uitdragen.” Dit zei wethouder Delsing: “De villa is – zoals het in de marketingwereld heet – hét unique selling point van de gemeente.” De villa is uniek vanwege zijn omvang, intactheid van de opgegraven locatie en rijkdom van zowel de villa als de vondsten. We vinden het daarom een van onze prioriteiten dat deze unieke villa meer bekendheid krijgt. Het betrekken van inwoners is hierbij belangrijk. De gemeente heeft hiervoor de afgelopen jaren al inzet getoond. Zo zijn er verschillende activiteiten georganiseerd, waaronder archeologische wandelingen, laagdrempelige lezingen (tijdens o.a. verschillende open monumentendagen, het oogstdankfeest, de nationale archeologiedagen), mini-expo’s, lezingen en een ‘Tussen scherf en schat-dag’ in de bibliotheek van Voerendaal. Betrokkenheid vergroot niet alleen de bekendheid van ons Romeinse verleden maar ook het draagvlak voor initiatieven die ontplooid gaan worden.
|
|
Met de start van het internationale project VIA VIA gaat de gemeente de villa Voerendaal meer zichtbaar en beleefbaar maken. Hier zal een interactief landschapselement verrijzen dat het Romeinse verleden op eigentijdse wijze tot leven brengt. De gemeente heeft inmiddels een partij uitgekozen die de constructie in 2026 zal starten. |
6.3.2 Kastelen
De landgoederen rond de kastelen zijn soms opengesteld, vaak ook niet. De kastelen zelf zijn geen van allen toegankelijk doordat ze in privébezit zijn. Om deze bijzondere kwaliteiten van Voerendaal beter beleefbaar te maken, willen we ons inzetten voor het openstellen van in ieder geval één van de kastelen. Zo kan ook het verhaal van ridder Kuno een ‘thuis’ krijgen.
|
|
We willen kijken of we in gesprek kunnen gaan met de eigenaren van de kastelen over de mogelijkheden om hun kasteel of een deel daarvan open te stellen. Met de nieuwe Erfgoedcommissie (zie § 6.4) kan gekeken worden welke specifieke wensen er vanuit de samenleving zijn ten aanzien van de openstelling van een kasteel. |
Figuur 33. Kasteel Haeren. Het landgoed en bos zijn opengesteld voor het publiek (bron:https://voerendaal.reubsaet.net/thema/kasteel/haeren.html ).
Om het verhaal van de kastelen beter te vertellen willen we kijken of er interactieve digitale middelen zijn die hiertoe kunnen worden aangewend. Zo zouden de gesloten kastelen met een digitaal 360-graden-model bezocht kunnen worden. Met historische reconstructies, digitaal of fysiek, kunnen we de ontwikkeling van de kastelen en hun omgeving laten zien. Afhankelijk van de mogelijkheden die er ontstaan wanneer een van de kastelen geopend kan worden voor het publiek, kan deze digitale ontsluiting gekoppeld worden aan een bezoekerscentrum bij het opengestelde kasteel.
|
|
Met de nieuwe Erfgoedcommissie (zie § 6.4) willen we kijken welke mogelijkheden er zijn, bijvoorbeeld met sponsoring of crowd funding vanuit de samenleving, om de gesloten kastelen digitaal of anderszins te ‘openen’. Mocht een kasteel (deels) geopend kunnen worden, dan zal met de eigenaar ook de mogelijkheid voor een bezoekerscentrum besproken worden. De nieuwe Erfgoedcommissie zal ook hier een belangrijke rol hebben bij het nadenken over de invulling en exploitatie van dit bezoekerscentrum. |
6.3.3 Digitale ontsluiting van historische verhalen
De eenvoudigste manier om verhalen breed onder de aandacht te brengen is online. De lokale initiatiefnemers hebben al een uitgebreide website met verhalen uit het verleden.81 We willen kijken hoe de gemeente hierbij kan aanhaken en bijdragen, bijvoorbeeld om de verhalen van de website door te ontwikkelen in een app of mobiele site die makkelijk te gebruiken is voor bezoekers. Deze kan ook fiets- en wandelroutes geven, waarmee de belangrijke plekken (thematisch) bezocht kunnen worden. hier kunnen ook koppelingen met bestaande websites en routes zoals de Via Belgica en de Archeoroute gemaakt worden. Met QR-codes op markante plaatsen of gebouwen kan direct naar het bijbehorende verhaal worden verwezen.
|
|
Voor de ontsluiting van historische verhalen kan door de gemeente de bestaande website voor erfgoed herontwikkeld worden of een app gemaakt worden. De precieze wijze waarop, wordt allereerst besproken met de heemkundekringen. Een belangrijke rol zal ook weggelegd worden voor de nieuwe Erfgoedcommissie. |
6.3.4 Toerisme
We willen nauwer samenwerken met toeristische organisaties, zoals Visit Zuid-Limburg en Land van Kalk, om de highlights van Voerendaal, de bijbehorende locaties en de andere toeristisch-recreatieve ontwikkelingen in de gemeente op een logische, systematische en toegankelijke wijze onder de aandacht te brengen. De gemeente dient een actieve rol te spelen in een sterkere koppeling tussen erfgoed en toeristische attracties waarbij ook horeca onontbeerlijk is. Meer bezoekers trekken naar deze bijzondere gemeente is wenselijk, maar we moeten ons behoeden voor massatoerisme. Rust is juist een van de kenmerken van onze gemeente. Bovendien mag de leefbaarheid in de gemeente niet lijden onder het willen uitdragen van de bijzondere kwaliteiten.
|
|
De samenwerking met toeristische organisaties krijgt hoofdzakelijk vorm via de nieuwe Erfgoedcommissie (zie § 6.4), omdat we voor deze Erfgoedcommissie een centrale rol zien bij nieuwe ontwikkelingen. Bij ontwikkelingen die daar ter sprake komen wordt snel duidelijk welke rol de toeristische organisaties daarbij kunnen spelen. |
Naast lokale initiatieven wil de gemeente vooral ook regionaal samen dingen ontwikkelen. Dit creëert meer uniformiteit binnen de regio en is kostenbesparend.
|
|
Met organisaties die al op regionale schaal actief zijn, zoals Visit Zuid-Limburg en het nieuwe Het Romeins Museum, willen we gaan kijken welke initiatieven er op regionaal niveau spelen en waarbij we kunnen aanhaken. Het project VIA VIA en de Via Belgica zijn al een eerste aanzet hiervoor. Ook de initiatieven die lokaal ontwikkeld worden kunnen mogelijk op regionale schaal doorvoering vinden. Ook bij deze samenwerking spelen de Erfgoedcommissie en de contacten die daarin onderhouden worden een centrale rol. |
6.3.5 Expositie
In de publiekshal van het gemeentehuis is in de afgelopen periode een kleine expositieruimte ingericht met topstukken uit de geschiedenis van de gemeente. Mogelijk zijn er ook andere (semi)openbare plekken in de gemeente waar tastbare herinneringen aan onze geschiedenis getoond kunnen worden. We zoeken samenwerking met depots, musea, particulieren en organisaties die nu die stukken beheren.
Toekomstige exposities kunnen ook gekoppeld worden aan actualiteiten. Zo is het in 2031 700 jaar geleden dat de ‘muntschat van Voerendaal’ werd begraven.82 Bij die gelegenheid zou (een deel van) de schat terug naar Voerendaal gehaald kunnen worden. Een tweede voorbeeld is de in 1882 geboren Leo Moulen (Kunrade), die met zijn limonademerk Noca Nola in de eerste helft van de 20e eeuw jarenlang het Amerikaanse Coca-Cola van de Nederlandse markt wist te houden.83 Zijn geboortejaar is in 2032 150 jaar geleden en dat zou aanleiding kunnen zijn de expositie dat jaar aan hem en zijn werk te wijden.
Daarnaast kan ook gedacht worden aan een expositie van volksverhalen, al dan niet in het Limburgs dialect.
Figuur 34. Leo Moulen voor de ingang van de limonadefabriek, toen nog Noca Nola genaamd (bron: https://komol.nl/ ).
|
|
Concreet willen we contact zoeken met onder meer het RMO, De Vondst, Romeins Museum, Limburgs Museum, Bonnefantenmuseum, de heemkundekringen en de parochies. De nieuwe Erfgoedcommissie kan hierbij ook een rol spelen, onder andere voor het bedenken van thema-exposities. |
6.4 Participatie
Het behouden en beschermen van erfgoed, het verduurzamen en het meer zichtbaar en beleefbaar maken kan niet enkel door de overheid gedragen worden. Het is belangrijk dat ook de burgers zelf initiatieven nemen en anticiperen op het uitdragen van hun identiteit en een positieve bijdrage leveren aan hun fysieke leefomgeving. Dit kan door bijvoorbeeld actief mee te draaien in het verenigingsleven. De gemeente maakt de afweging of het initiatieven wil helpen ondersteunen, bijvoorbeeld door middel van subsidies. Kwaliteit staat dan boven kwantiteit. Belangrijk is om ook jongeren te bereiken via scholen, projecten of sociale media. Door in te zetten op een sterke burgerparticipatie, wil Voerendaal de afstand tussen overheid en inwoner verkleinen, wil het een sterke sociale cohesie tot stand brengen en wil het het (jeugd)verenigingsleven laten groeien en bloeien.84 Bovendien wordt op deze manier tegemoet gekomen aan het Verdrag van Faro, dat erfgoedparticipatie aanmoedigt (zie § 3.1).
6.4.1 Erfgoedcommissie
Met de heemkundekringen, de Sectie Archeologie van het LGOG, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en de landgoederen, toeristische organisaties, IVN85 en (bewoners)verenigingen wordt onder auspiciën van de gemeente bekeken om een Erfgoedcommissie op te richten. Erfgoed is namelijk van en voor iedereen. De gemeentelijke organisatie is hierin niet leidend maar faciliterend. De Erfgoedcommissie kan fungeren als:
- •
Verbindende schakel tussen gemeente en samenleving
- o
Vertegenwoordigt diverse erfgoedbelangen: van heemkundekringen tot jongeren, ondernemers en nieuwe inwoners.
- o
Zorgt voor participatie en dialoog tussen inwoners, experts en beleidsmakers.
- o
- •
Adviesorgaan voor beleid en besluitvorming
- o
Geeft inhoudelijk advies aan de gemeente over behoud, ontwikkeling en herbestemming van erfgoed.
- o
- •
Bewaker van kwaliteit en continuïteit
- o
Houdt toezicht op de uitvoering van het erfgoedbeleid en bewaakt de samenhang.
- o
Draagt bij aan een langetermijnvisie en voorkomt versnippering van initiatieven.
- o
- •
Initiatiefnemer en aanjager
- o
Stimuleert nieuwe projecten, educatieprogramma’s en publieksactiviteiten.
- o
Kan fungeren als denktank voor innovatieve erfgoedbenaderingen.
- o
- •
Kennisplatform
- o
Bundelt lokale en regionale expertise over erfgoed, archeologie, architectuur en geschiedenis.
- o
Ondersteunt de gemeente bij complexe vraagstukken en beleidskeuzes.
- o
|
|
Namens de gemeente zijn in de Erfgoedcommissie in ieder geval de afdelingen erfgoed, cultuur, burgerparticipatie, verenigingen, toerisme en economie en de regioarcheoloog vertegenwoordigd. De Erfgoedcommissie kan bijdragen aan de uitvoering van de in dit document genoemde initiatieven maar kan ook zelf initiatieven ontplooien. Bij de oprichting van de Erfgoedcommissie moeten concrete doelen en bevoegdheden worden geformuleerd. Het lijkt ons verstandig om na een proefperiode van bijvoorbeeld drie jaar het functioneren van de Erfgoedcommissie te evalueren. Bij een positieve evaluatie zou de Erfgoedcommissie geformaliseerd kunnen worden in de vorm van een stichting. |
6.4.2 Heemkunde
De samenwerking tussen de gemeente en de heemkundekringen wordt versterkt. Bij heemkundekringen zit zeer veel kennis. We willen daarom de heemkundekringen als belangrijke adviseur benaderen voor het meenemen van cultureel erfgoed bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving.
We hechten zeer veel waarde aan de heemkundekringen omdat ze het geheugen en het historisch geweten van de gemeente zijn. Helaas vormt vergrijzing een bedreiging voor het voortbestaan van de heemkundekringen. We willen daarom kijken of we de heemkundekringen kunnen ondersteunen bij het nadenken over hoe het ledenbestand verjongd kan worden, bijvoorbeeld door een breder publiek aan te spreken.
|
|
Circa eenmaal per jaar wil de gemeente met de besturen van de heemkundekringen om de tafel gaan zitten. Deze bijeenkomsten hebben een tweeledig doel. Enerzijds neemt de gemeente de heemkundekringen mee in de ontwikkelingen waarbij erfgoed een rol speelt. De kringen worden gevraagd mee te denken en vooral inhoudelijk bij te dragen door het aanleveren van informatie. Anderzijds nemen de heemkundekringen de gemeente mee in wat er in hun organisaties speelt, met welke vragen zij zitten en op welke wijze de gemeente hen ten dienste kan zijn. |
6.4.3 Erfgoedvrijwilliger
Bij alles wat we gaan ondernemen op het gebied van erfgoed willen we ook kijken naar de potentie die de inwoners en bedrijven hebben. Vanuit de maatschappij kunnen niet alleen initiatieven komen, maar hier zijn waarschijnlijk ook mensen die zich met raad en daad willen inzetten als vrijwilliger en zo elk met hun eigen kwaliteiten bijdragen in het uitdragen van het verhaal van Voerendaal, het verhaal van ons allemaal. De hiervoor genoemde Erfgoedcommissie en de samenwerking met de heemkundekringen zijn mede belangrijk om via de diverse verenigingen de inwoners te bereiken.
Op het gebied van het betrekken van inwoners halen we inspiratie uit wat andere gemeenten in Parkstad doen. Initiatieven als ‘Heel Heerlen Graaft’ of ‘Rimburg Graaft’ zouden ook in onze gemeente navolging kunnen krijgen.
|
|
Dit punt ligt eigenlijk in het verlengde van de voorgaande twee. Via de Erfgoedcommissie en de regelmatige contacten met de heemkundekring kunnen de leden, vrijwilligers en andere personen bij de achterliggende organisaties betrokken worden bij de ontwikkelingen die er in de gemeente op het gebied van erfgoed gaan spelen. Met concrete hulpvragen, zowel qua inhoud als gevraagde tijd, kunnen mensen gemotiveerd worden om hun bijdrage te leveren. Tegelijkertijd moet de gemeente ook een klankbord zijn waar mensen terecht kunnen voor vragen aangaande erfgoed. |
6.4.4 Erfgoedeigenaren
Daarnaast willen we gaan kijken of er een jaarlijks overleg met eigenaren van beschermd erfgoed kan komen. Bij dit overleg kan enerzijds de gemeente geïnformeerd worden over wat er speelt bij deze groep en hoe de gemeente hen van dienst kan zijn. Anderzijds kan de gemeente eigenaren informeren over wijzigingen in regelgeving, maar ook adviseren over ontwikkelingen, subsidies, verduurzaming etc. en hoe men zelf dingen kan regelen.
|
|
Het overleg met eigenaren van beschermd erfgoed zou standaard eenmaal per jaar plaats kunnen vinden. De gemeente is hierbij initiatiefnemer en zit de bijeenkomsten voor. Afhankelijk van de thema’s die er spelen of vragen die er zijn kunnen ook secundaire bijeenkomsten georganiseerd worden waarvoor deelgroepen binnen de eigenaren van diverse soorten beschermd erfgoed uitgenodigd worden. |
Mogelijk zijn er inwoners die in het bezit zijn van historische objecten die een deel van het verhaal van Voerendaal vertellen. Dit kan gaan om archeologische vondsten maar ook over andere objecten die een verhaal te vertellen hebben, zoals interieurs van kastelen of de inboedel van oude ambachten. De gemeente wil inwoners motiveren om deze bijzondere zaken te delen met de samenleving. Ook deze objecten zouden een plek kunnen krijgen in de expositieruimte in het gemeentehuis.
|
|
In het verlengde van het voorgaande punt willen we inwoners oproepen te delen met de gemeente wanneer ze in het bezit zijn van bijzondere historische objecten. Dit punt is al aangestipt in de Beleidsnota Archeologie uit 2019. Een campagne hiertoe kan via lokale media onder de aandacht worden gebracht. Zo kan er bijvoorbeeld een vijfjaarlijks terugkerende ‘Tussen Scherf en Schatdag’ plaatsvinden, eventueel in relatie met de Vondst en/of Restaura. Ook de nieuwe Erfgoedcommissie kan een rol spelen bij het bereiken van inwoners en het meedenken over de wijzen waarop de artefacten tentoongesteld kunnen worden. |
In hoofdstuk 7 wordt zichtbaar hoe we de komende jaren uitvoering denken te geven aan de hier geschetste erfgoedambities.
7 Voorstel actieplan en uitvoering
In hoofdstuk 6 is uiteengezet welke ideeën er zijn die de gemeente kan ontplooien om het verhaal van Voerendaal beter te vertellen en het erfgoed toegankelijk te maken. Daarnaast is gekeken wat er nodig is om de kennis over erfgoed te laten voldoen aan de eisen van de Omgevingswet. In dit hoofdstuk doen we een voorstel welke initiatieven op korte, middellange en lange termijn aangepakt zouden kunnen worden. Uitwerking van initiatieven is altijd afhankelijk van mogelijk veranderende externe omstandigheden, zoals capaciteit en financiële middelen.
In dit voorstel hebben we rekening gehouden met wensen en ideeën die zijn uitgesproken in de overleggen met ambtenaren, politiek en belanghebbenden. De gemeente ziet erfgoed waaronder kerken, kapellen en monumentale panden als een waardevol onderdeel van de identiteit van Voerendaal. We streven naar behoud en toekomstbestendig gebruik. De gemeente neemt hierbij een positief ondersteunende en faciliterende rol in.
Dit hoofdstuk noemt de grote lijnen. In het nog op te stellen uitvoeringsprogramma volgen keuzeafwegingen, de prioritering en het overzicht van de kosten.
Voor de uitvoering van de erfgoednota zijn incidentele middelen beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn bedoeld om de in de nota opgenomen acties en projecten te realiseren in de periode 2026–2035. Het gaat hierbij nadrukkelijk om eenmalige bijdragen ten behoeven van beleidsontwikkeling, participatie en zichtbaarheid van erfgoed, die een structurele meerwaarde opleveren voor de gemeente. De middelen worden flexibel ingezet binnen de drie fasen van het uitvoeringsprogramma, zodat telkens kan worden aangesloten bij actuele kansen, partnerschappen en beschikbare cofinanciering. Hierbij geldt dat de uitvoering plaatsvindt binnen de bestaande organisatorische capaciteit. Het betreft dus geen structureel budget, maar een tijdelijke impuls om het erfgoedbeleid stevig te verankeren in het gemeentelijk handelen en om de samenhang tussen erfgoed, economie en toerisme te versterken.
7.1 Fase 1: korte termijn acties (1-2 jaar)
Bij de uitvoering beginnen we met zaken die nodig zijn om onze basis op orde te krijgen en waarvoor de nood het hoogst is. Als eerste is dat het instellen van de erfgoedcommissie, die de gemeente zal ondersteunen bij alle andere acties op het gebied van erfgoed.
Op de korte termijn willen we ook de archeologische verwachtings- en beleidskaarten actualiseren.
Binnen het kader van VIA VIA – dat eind 2026 klaar moet zijn– vergroten we de bekendheid van Villa Voerendaal en zetten we het Romeins erfgoed van onze gemeente in de schijnwerpers.
Herbestemming en duurzaam behoud van monumenten, en dan in het bijzonder de Mariakapel aan de Valkenburgerweg, is een actueel thema. Voor een duurzaam behoud hiervan wil de gemeente de kapel overdragen aan een stichting die hierin ervaring heeft. Om dit mogelijk te maken wil Voerendaal eerst een groot onderhoud uitvoeren waarna de kapel naar de stichting kan gaan.
In het kader van de digitale ontsluiting van erfgoed en om het erfgoed meer zichtbaar en beleefbaar te maken, willen we bij wijze van pilot één van de kastelen digitaal toegankelijk maken.
7.2 Fase 2: middellange termijn acties (3-5 jaar)
Als we de basis op orde hebben, kunnen we verder gaan kijken. Op de middellange termijn willen we ons subsidiebeleid gaan opstellen, zodat het duidelijk is wie wanneer aanspraak kan maken op gemeentelijke subsidies. Ook geeft dit beleid inzicht in subsidies van andere overheidslagen (zoals de provincie en het rijk).
Voorts wil de gemeente inzetten op het erfgoed als drager van gebiedspromotie en bedrijfsontwikkeling. Dit voornemen zal mettertijd meer concreet worden uitgewerkt.
Tot slot, willen we op de middellange termijn de samenwerking opzoeken met regionale samenwerkingsverbanden en toeristische organisaties voor de ontwikkeling van educatieve programma’s en erfgoedroutes.
7.3 Fase 3: lange termijn acties (6-10 jaar)
Op de langere termijn wil de gemeente voortborduren op de reeds uitgezette lijnen uit de voorgaande fases. Het erfgoed van Voerendaal wordt zo steeds beter bekend, duurzamer behouden en een vanzelfsprekend onderdeel van de leef- en belevingswereld van inwoners, bedrijven en bezoekers.
Literatuur
Adriaens, J., 2022. Jaarlijkse ranglijst: Voerendaal ‘beste gemeente’ van Limburg.
Archeo Route Limburg, z.j. Overzichtskaart archeolocaties Limburg
Carboon moeras. https://tsjok45.wordpress.com/wp-content/uploads/2012/11/carboonflora.
Carnaval Voerendaal. https://www.voelender-kunder.nl/
Convent van gemeentelijke archeologen, z.j. Parkstad Regio.
Deijkers, R. & M. Folkerts, 2022. 25 jaar Beste gemeenten: elke plek heeft iets te bieden
Erfgoedbeleid Limburg, z.j.
Erfgoedhuis Zuid-Holland, 2023. Verjonging en participatie. Tools voor de Toekomst: 4 tips voor verenigingen.
Erfgoed in Voerendaal.
https://www.voerendaal.nl/over-voerendaal/evenementen-en-activiteiten/erfgoed-in-voerendaal.
Forum Standaardisatie, 2022. Erfgoedstandaard op de lijst Aanbevolen standaarden.
Gemeente Heerlen, 2023. Dienstverleningsovereenkomst regioarcheoloog Parkstad archeologische diensten zoals bedoeld in artikel 7:400 BW.
Gemeente Voerendaal, 2025. Verordening bomen en houtopstanden 2025 Voerendaal.
Gemeente Voerendaal, 2012a. Erfgoedverordening Voerendaal 2012.
Gemeente Voerendaal, 2012b. Welstandsnota Voerendaal.
Gemeente Voerendaal, 2014, Bestemmingsplan Buitengebied 2013.
Gemeente Voerendaal, 2019. Erfgoed is identiteit. Beleidsnota archeologie gemeente Voerendaal.
Gemeente Voerendaal, 2020. Inventarisatie karakteristieke en beeldbepalende bouwwerken gemeente Voerendaal.
Gemeente Voerendaal, 2022. Coalitieakkoord 2022-2026. Samen bouwen aan een sterk Voerendaal. Kiezen voor de toekomst én oog hebben voor het nu.
Gemeente Voerendaal, 2023. Ontwerp Bestemmingsplan Landschapselementen.
Gemeente Voerendaal, 2023. Voerendaal. Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR) 2023-2033.
Geoloket Provincie Limburg. Handvat Kernkwaliteiten Nationaal Landschap Zuid-Limburg.
Hiddink, H.A. (ed.), 2023. The Roman villa at Voerendaal-Ten Hove Excavations of a Late Iron Age enclosure, a Roman villa complex, a Late Roman-Early Medieval settlement and burials. Nederlandse Oudheden, 20. Maastricht-Amersfoort.
Hupperetz, W., B. Olde Meierink & R. Rommes (red.), 2005. Kastelen in Limburg. Burchten en landhuizen (1000-1800). Utrecht.
IBA-Parkstad: https://www.iba-parkstad.nl.
Immaterieel Erfgoed.
https://www.immaterieelerfgoed.nl/, https://www.omgevingsweb.nl/nieuws/immaterieel-erfgoed-in-het-omgevingsplan en https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/omgevingswet/documenten/publicaties/2020/01/01/ruimte-voor-immaterieel-erfgoed.
Informatiepunt Leefomgeving. https://www.iplo.nl.
Internationale verdragen cultuurlandschap: https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/internationaal/verdragen.
Janssens, M., 2009. De Via Belgica aan de Oude Midweg te Kunrade, gemeente Voerendaal; documentatie van het profiel. RAAP-notitie 3304.
Jasper, N., 2021. Landschap de Kunderberg wordt nóg mooier.
Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland, 2015. Het stoken van Limburgse stroop.
Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland, 2020. (in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) Ruimte voor Immaterieel Erfgoed. Hoe integreer je immaterieel erfgoed in gemeentelijk omgevingsbeleid?
Kerkgebouwen in Limburg, z.j. Laurentius.
Leestekens van het landschap, z.j. Kalkoven.
Limburgs Museum, 2023. Amerikaan koopt muntschat Voerendaal en schenkt het aan Limburgs Museum: Uniek Limburgs erfgoed behouden voor Limburg.
Monumenten.nl, z.j. Financiering voor uw monument: subsidie of lening?
Nationale Omgevingsvisie (NOVI).
Participatie landelijk gebied. https://www.platformparticipatie.nl/nationaalprogrammalandelijkgebied.
Provincie Limburg, z.j. Omgevingsverordening Limburg
Provincie Limburg, 2021. Omgevingsvisie Limburg (POVI) en https://www.expeditieruimte.nl/omgevingsvisie-limburg
Provincie Limburg, 2023. Panorama Zuid-Limburg. Een ruimtelijke vertaling van de grote opgaven.
Provincie Limburg, 2024a. Dataset Nationaal Landschap Zuid-Limburg.
Provincie Limburg, 2024b. Beleidskader 2024-2027. Cultuur en erfgoed voor iedereen.
Provincie Limburg: Landschap.
Provincie Limburg: Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Limburg 2016.
Renes, J., 1988. De geschiedenis van het zuidlimburgse cultuurlandschap. van Gorcum, Assen.
RES Zuid-Limburg, 2020. RES 1.0 Zuid-Limburg. Samen werken aan een duurzame regio.
Roos, S., z.j. Duurzaam toerisme
Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed, z.j. Cultureel erfgoed in het omgevingsplan.
Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed, z.j. Subsidie aanvragen.
Scheren, E., 2023. Natte voeten tijdens onthulling poort Land van Kalk.
Steunpunt voor Archeologie & Monumentenzorg, 2015. Kerntaken.
Stichting Databank Kerkgebouwen in Limburg, 2014a. Laurentius, Voerendaal.
Stichting Databank Kerkgebouwen in Limburg, 2014b. Remigius, Klimmen.
Takken, L., M. Langbroek, A. Verpoorte & B. Voormolen, 2002. ‘Een vuistbijl van de Vrakelberg’, Archeologie in Limburg, 90, 11-14.
Tichelman, G., 2005. Het villacomplex Kerkrade-Holzkuil. ADC-rapport 155. ADC-Archeoprojecten, Amersfoort.
Toekomst Religieus Erfgoed, z.j. Kerkenvisie.
Vanneste, H. & M. Verhoeven, 2014. Geactualiseerde archeologische verwachtings- en beleidskaart gemeente Voerendaal.
I. Archeologische verwachtings- en beleidskaart, vastgesteld 30-01-2014;
II. Beslistabel archeologische onderzoeksplicht, vastgesteld 30-01-2014;
III. Verhoeven M., 2007. Hoog, Middelhoog en Laag; een archeologische verwachtings- en cultuurhistorische advieskaart voor Parkstad Limburg gemeenten en de gemeente Nuth, RAAP-rapport 1483, Weesp.
Verdrag van Faro: Ondertekening en (toekomstige) Ratificering.
Verhoeven, M.P.F., 2007. Hoog, middelhoog en laag; een archeologische verwachtings- en cultuurhistorische advieskaart voor de Parkstad Limburg gemeenten en de gemeente Nuth. RAAP-rapport 1483. Weesp.
Via Belgica: https://www.viabelgica.nl
VROM, LNV, V&W en EZ, 2006. Nota Ruimte. Ruimte voor ontwikkeling. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Ministerie van Verkeer en Waterstaat en Ministerie van Economische Zaken.
Visit Zuid-Limburg: https://www.visitzuidlimburg.nl
Weerden, T. van der., 2025. Best gewaardeerd station ligt opnieuw in Zuid-Limburg.
Wikipedia: Lijst van kalkovens in Zuid-Limburg.
Wikipedia: Noca Nola.
Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen
Figuren:
|
Figuur 1. |
Impressie van een tropisch moeras tijdens het Carboon met calamites, cordaites, lycopsida en varens (Bron: https://tsjok45.wordpress.com/wp-content/uploads/2012/11/carboonflora , figuur 10.28). |
|
Figuur 2. |
Hoeve met bijgebouwen in Winthagen, opgebouwd uit de kenmerkende Kunradersteen (foto: RAAP, 21-03-2025). |
|
Figuur 3. |
De Molen op de Vrouwenheide staat vlakbij het hoogste punt van de gemeente: een grindheuvel. Op de achtergrond ligt Ubachsberg en daarachter is de laagte van het Bekken van Heerlen zichtbaar (foto: RAAP, 21-03-2025). |
|
Figuur 4. |
Uitsnede van de hoogtekaart (AHN), waarop de grote hoogteverschillen en de daaruit volgende indeling in het Bekken van Heerlen en het Plateau van Ubachsberg is te zien. De stip geeft de locatie van figuur 3 en figuur 6 aan. |
|
Figuur 5. |
Schematische weergave van het ontstaan en de vorm van een daluitspoelingswaaier. De gemeente Voerendaal ligt op de overgang van het Zuid-Limburgse Heuvelland naar het Bekken van Heerlen (bron: RAAP). |
|
Figuur 6. |
Vanaf de Vrouwenheide in het uiterste zuiden van de gemeente Voerendaal ligt een weids uitzicht tot de Vaalserberg (rode pijl) en de Eifel (vaag op de achtergrond, zwarte pijl) (foto: RAAP, 21-03-2025). |
|
Figuur 7. |
De vuistbijl van de Vrakelberg (bron: Yannick Raczynski-Henk). |
|
Figuur 8. |
Fragment opgravingstekening van de Romeinse villa bij Voerendaal, gebouw 401 (bron: Hiddink, 2023, fig. 2.9). |
|
Figuur 9. |
Een digitale reconstructie van de villa Voerendaal-Ten Hove geeft de enorme omvang van het complex goed weer (bron: Mikko Kriek). |
|
Figuur 10. |
Archeologische opgraving van een deel van de Via Belgica bij Kunrade in 2009 (bron: Janssens, 2009). |
|
Figuur 11. |
Het centrum van Klimmen, gelegen op de rand van het Bekken van Heerlen. Aan het eind van de weg, in de laagte, ligt Voerendaal. Op de achtergrond is onder meer de steenberg met skihal bij Landgraaf zichtbaar (foto: RAAP, 21-03-2025). |
|
Figuur 12. |
Kasteel Cortenbach Voerendaal (figuur ontleend van https://www.visitzuidlimburg.nl ). 23 |
|
Figuur 13. |
Kastelen in de gemeente Voerendaal, geprojecteerd op de hoogtekaart. Duidelijk is dat de kastelen allemaal relatief laag in het landschap lagen. Het jaartal geeft de oudste vermelding aan (gegevens: Hupperetz e.a., 2005). |
|
Figuur 14. |
Opschrift aan de binnenzijde van de toren in de Laurentiuskerk die melding maakt van inzegening door paus Leo IX in 1049 (foto: RAAP, 21-03-2025). |
|
Figuur 15. |
Graften op de Vrakelberg (foto: RAAP, 21-03-2025). |
|
Figuur 16. |
Kalkoven in Winthagen (foto: RAAP, 21-03-2025). |
|
Figuur 17. |
Kunradersteengroeve ten zuiden van Kunrade, op de rand van het Plateau van Ubachsberg (RAAP, 21-03-2025). |
|
Figuur 18. |
Links: boerderij in Termaar en rechts: holle wegen (foto: RAAP, 21-03-2025). |
|
Figuur 19. |
Wegkruis aan het einde van de Trappengats in Winthagen (foto: RAAP, 21-03-2025). |
|
Figuur 20. |
Hoogstamfruitteelt bij Termoors (foto: RAAP, 21-03-2025). |
|
Figuur 21. |
Mijnwerkerskolonie Laurentiusplein Voerendaal met het beeld van de H. Barbara, patroonheilige van de mijnwerkers (foto: RAAP, 21-03-2025). |
|
Figuur 22. |
De verschillende beleidscategorieën in de gemeente Voerendaal. |
|
Figuur 23. |
Terrein waar de resten van de Romeinse villa Kolmonderweg/Karstraat (Colmont)zijn gevonden. (foto: RAAP, 21-03-2025). |
|
Figuur 24. |
Kunstwerk ‘Dame van Voerendaal’ aan het station van Voerendaal (foto: RAAP, 21-03-2025). |
|
Figuur 25. |
Winthagen, idyllisch gelegen in een droogdal op de overgang van het plateau van Ubachsberg naar het Bekken van Heerlen (foto: RAAP, 21-03-2025). |
|
Figuur 26. |
De drie niveaus van de Welstandsnota van Voerendaal. |
|
Figuur 27. |
Zorghuis alias kerk O.L.V. Altijddurende Bijstand te Kunrade (bron: Zorghuis Kunrade). |
|
Figuur 28. |
Carnavalsverenigingen in de gemeente Voerendaal (bron: https://www.voelender-kunder.nl/ ). |
|
Figuur 29. |
Wijndomein Fromberg (bron: https://www.wandel.nl/routes/wijnroute-ubachsberg ). |
|
Figuur 30. |
Zicht op Klimmen vanuit het oosten (bron: RAAP, 21-03-2025). |
|
Figuur 31. |
Symbolische toegangspoort tot het Oerland van Kalk, ingehuldigd in 2023 (bron: Scheren, 2023). |
|
Figuur 32. |
Actuele beleidskaart Voerendaal uit 2014 (Vanneste & Verhoeven, 2014). |
|
Figuur 33. |
Kasteel Haeren. Het landgoed en bos zijn opengesteld voor het publiek (bron: https://voerendaal.reubsaet.net/thema/kasteel/haeren.html ). |
|
Figuur 34. |
Leo Moulen voor de ingang van de limonadefabriek, toen nog Noca Nola genaamd (bron: https://komol.nl/ ). |
|
Figuur 35. |
Samen met de Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. |
|
Figuur 36. |
Het Nationaal Landschap Zuid-Limburg in geel. (Geoloket Provincie Limburg). |
|
Figuur 37. |
Toetsingskader en beoordelingscriteria volgens de Welstandsnota Voerendaal. |
Tabellen:
Tabel 1. Erfgoedthema’s binnen de Erfgoedstandaard ERS..
Tabel 2. Actieplan met een kostenindicatie.
Tabel 3. Overzicht diverse beleidsinstrumenten die betrekking hebben op het erfgoed in Voerendaal.
Bijlagen:
Bijlage 1. Geologische en archeologische tijdschaal
Bijlage 2. Begrippenlijst
Bijlage 3. Overzicht vigerend beleid
Bijlage 4. Uitkomsten participatiesessie en raadsbijeenkomst 24-25 september 2025
Bijlage 5. Waarderingscriteria gebouwd erfgoed
Ondertekening
Aldus besloten in de vergadering van de gemeenteraad d.d. 18 december 2025.
DE RAAD VAN DE GEMEENTE VOERENDAAL
namens dezen,
de griffier,
F. Meijerink
Dit document is elektronisch aangemaakt en elektronisch ondertekend.
Bijlage 1. Geologische en archeologische tijdschaal
Bijlage 2. Begrippenlijst
Deze begrippenlijst is gebaseerd op begrippen uit de Erfgoedwet, Omgevingswet en aanverwante Algemene Maatregelen van Bestuur.
|
Aantoonbaar te verwachten archeologisch monument |
op basis van archeologische, bodemkundige of historische informatie op een locatie te verwachten archeologisch monument. |
|
Archeologisch monument |
terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen. |
|
Archeologische vondst |
overblijfsel, voorwerp of ander spoor van menselijke aanwezigheid in het verleden afkomstig van een archeologisch monument. |
|
Beschermd cultuurgoed |
cultuurgoed dat van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis of uitzonderlijke schoonheid is en dat als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het Nederlands cultuurbezit, dat door de minister is aangewezen als beschermd cultuurgoed. |
|
Beschermde verzameling |
verzameling die van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis is, die als geheel of door een of meer van de cultuurgoederen die een wezenlijk onderdeel van de verzameling zijn als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het Nederlands cultuurbezit, die door de minister is aangewezen als beschermde verzameling. |
|
Cultureel erfgoed (Erfgoedwet) |
uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden. |
|
Cultureel erfgoed (Omgevingswet) |
monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in de Erfgoedwet. |
|
Cultuurgoed |
roerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed. |
|
Cultuurlandschappen |
gebieden zoals die door mensen worden waargenomen, waarvan het karakter wordt bepaald door natuurlijke of menselijke factoren en de interactie daartussen, die deel uitmaken van cultureel erfgoed. |
|
Gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht |
deze terminologie niet wettelijk vastgelegd; gemeente kan eigen termen gebruiken voor het beschermen van gebieden die een of meerdere monumenten bevatten. |
|
Gemeentelijk monument |
monument of archeologisch monument waaraan in het omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven. |
|
Immaterieel cultureel erfgoed |
praktijken, voorstellingen, uitdrukkingen, kennis en vaardigheden die gemeenschappen, groepen en, in sommige gevallen, individuen erkennen als deel van hun cultureel erfgoed. |
|
Monument |
onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed. |
|
Rijksmonument |
monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het Rijksmonumentenregister. |
|
Rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht |
locatie waaraan in het omgevingsplan de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven. |
|
Stads- en dorpsgezichten |
groepen van onroerende zaken, van algemeen belang vanwege hun schoonheid, onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang, wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich een of meer monumenten bevinden. |
|
Verzameling |
cultuurgoederen die uit cultuurhistorisch of wetenschappelijk oogpunt bij elkaar horen. |
|
Voorbeschermd monument |
monument of archeologisch monument waarvoor het omgevingsplan een voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om aan dat monument of archeologisch monument in het omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk dan wel Rijksmonument te geven. |
Bijlage 3. Overzicht vigerend beleid
Inhoudsopgave
- 1.
Internationale verdragen
- 2.
Wet- en regelgeving
- 3.
Beleid
- 4.
Subsidies
- 5.
Contacten met andere lokale overheden
- 6.
Contacten met derden
- 7.
Uitvoering
- 8.
Inventarisaties
- 9.
Beschermd erfgoed
1.Internationale verdragen
Nederland heeft zich door de ondertekening en ratificatie van internationale verdragen verplicht tot een zorg voor landschaps- en erfgoedwaarden. De volgende verdragen, die onder Unesco vallen, zijn daarbij relevant:
- •
Haagse Conventie (1954, 1999);
- •
Werelderfgoedconventie (1972, toetreding Nederland in 1992)
- •
Verdrag ter voorkoming van illegale handel in cultuureigendommen (1972, ondertekening Nederland in 2009)
- •
Conventie voor de bescherming van onderwatererfgoed (2001, nog niet door Nederland ondertekend).
Daarnaast heeft ook de Raad van Europa een aantal verdragen aangenomen:
- •
Europese Culturele Conventie (1954, ratificatie Nederland in 1956)
- •
Verdrag van Granada (1985, ratificatie Nederland in 1994)
- •
Verdrag van Malta (1992, ratificatie Nederland in 2007)
- •
Europees Landschapsverdrag (2000, ratificatie Nederland in 2005)
- •
Verdrag van Faro (2005, ratificatie Nederland in 2023).
De verdragen worden steeds meer verankerd in landelijke wetgeving, het meest recent in de Erfgoedwet (2016) en Omgevingswet (2024).
2.Wet- en regelgeving
Op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau zijn er regels opgesteld die betrekking hebben op erfgoed. Op nationaal niveau gaat het om de Erfgoedwet en Omgevingswet. De provincie en gemeente hebben verordeningen waarin de regels staan en in het bestemmingsplan staan gebiedspecifieke regels.
Erfgoedwet en Omgevingswet
De afgelopen twintig jaar is er veel veranderd in hoe we omgaan met erfgoed in Nederland. Eerder werd er vooral gekeken naar individuele monumenten en naar archeologische sites. Nu is er veel meer aandacht voor erfgoed als integraal onderdeel van de ruimte. Het verhaal, de ruimtelijke en sociale context spelen een steeds grotere rol. Het erfgoed wordt dan nu ook gezien als de basis van de lokale identiteit en inspiratiebron voor toekomstige ontwikkelingen. De Rijksoverheid heeft de wetgeving aangepast aan deze nieuwe inzichten. De twee belangrijkste recente wetten op het gebied van erfgoed zijn de Erfgoedwet (2016) en de Omgevingswet (2024).
Figuur 35. Samen met de Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk.
De invoering van de Omgevingswet was de grootste wetswijziging ooit in Nederland. Het doel van de Omgevingswet is om de regels voor de fysieke leefomgeving te vereenvoudigen en samen te voegen. Daarmee wordt het initiatiefnemers eenvoudiger gemaakt om hun voornemens te realiseren. Daarnaast zijn er meer mogelijkheden voor lokale overheden tot maatwerk. Dit betekent dat voor veel zaken niet op nationaal maar op lokaal regels gemaakt (kunnen) worden. Op nationaal niveau gelden ‘algemene rijksregels’ die lokale overheden kunnen verscherpen of – mits goed gemotiveerd – verzwakken.
Het motto van de omgevingswet is ‘Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’. Dit wordt vertaald in twee maatschappelijke doelen. Een van de maatschappelijke doelen is het bereiken en in stand houden van een veilige, gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit.
Een goede omgevingskwaliteit duidt op het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om de intrinsieke waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden, cultureel erfgoed en aan dier- en plantensoorten.
Onder de beide wetten is de definitie van erfgoed een stuk ruimer geworden dan voorheen. Er is meer aandacht voor de leefomgeving en de context van ons erfgoed. Erfgoed wordt als integraal onderdeel van de leefomgeving gezien en dit vertaalt zich ook in bredere mogelijkheden voor de bescherming van erfgoed. Denk bijvoorbeeld aan het opnemen van regels voor de omgeving van monumenten, immaterieel erfgoed en cultuurlandschappen in het omgevingsplan.
Erfgoedwet
In de Erfgoedwet zijn de wetten op het gebied van musea (collecties), monumenten, archeologie en archieven gebundeld. Er staat beschreven hoe er met erfgoed om moet worden gegaan, wie voor welke taken verantwoordelijk is en hoe het toezicht hierop is geregeld. Zo zijn gemeenten onder andere verantwoordelijk voor vergunningverlening, toezicht en handhaving bij Rijksmonumenten. Ook regelt de wet dat een gemeente een erfgoedverordening kan vaststellen, waar die aan moet voldoen en dat de gemeente een register bijhoudt van aangewezen cultureel erfgoed. Wanneer de gemeente beschermd cultuurgoed (d.w.z. onroerend erfgoed, zie ook bijlage 1) dat in haar bezit is wil vervreemden, dan moet openbaar gemaakt worden en moet daarover deskundig advies worden ingewonnen.
Omgevingswet
In de Omgevingswet worden alle oude wetten en Algemene Maatregelen van Bestuur samengebracht die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. De wet probeert een goede balans te vinden tussen enerzijds het bieden van mogelijkheden en anderzijds het beschermen van de fysieke leefomgeving. De hoofdoelen van de Omgevingswet kunnen in vier punten worden samengevat:
- -
Het ruimtelijk beleid in Nederland stroomlijnen. Door het samenvoegen van de verschillende wetten en regels wordt het omgevingsrecht overzichtelijker.
- -
Doordat de regels duidelijker zijn kunnen procedures en besluitvorming versneld worden.
- -
Meer ruimte bieden aan lagere overheden om binnen de lokale omstandigheden maatwerk te leveren. Daarom krijgen gemeentes meer mogelijkheden om hun eigen normen vast te stellen die passen binnen hun gebied.
- -
Als laatste wil de wet een meer integrale aanpak stimuleren, met een betere samenwerking tussen de verschillende sectoren en disciplines in het ruimtelijk vakgebied. Dit moet leiden tot een meer samenhangende benadering in beleid, besluitvorming en regelgeving.
De Omgevingswet verplicht gemeenten rekening te houden met cultureel erfgoed. Dit betekent dat gemeenten het aanwezige erfgoed moeten inventariseren en waar nodig beschermen via het omgevingsplan. Het is aan de gemeente om nader te bepalen hoe zij hier invulling aan geeft. Zo kan de gemeente accenten leggen op thema’s die ze belangrijk vindt of regelen hoe inwoners of lokale organisaties betrokken worden. Deze erfgoednota geeft een belangrijke aanzet tot de wijze waarop we in Voerendaal invulling geven aan de ruimte die de Omgevingswet ons geeft.
Voor zaken waarvoor de gemeente onder de Omgevingswet verantwoordelijk is geworden, maar waarvoor gemeenten nog geen regels hebben, gelden de algemene rijksregels. Deze zogenoemde ‘bruidsschat’ dient als vangnet, zodat er regels zijn om op terug te vallen als de gemeente nog geen regels heeft. Zo was voorgeen het rijk verantwoordelijk voor de vergunningverlening rondom Rijksmonumenten. Nu is de gemeente dat. De regels die het rijk hanteerde zijn nu als algemene rijksregels in het tijdelijk omgevingsplan opgenomen. De gemeente kan deze regels – binnen het kader van de wet – naar eigen inzicht wijzigen, ook weer om ze beter te laten aansluiten bij de situatie in de gemeente.
Omgevingsplan
Op 1 januari 2024 zijn van rechtswege alle bestemmingsplannen samen met de algemene rijksregels overgegaan in een tijdelijk omgevingsplan. Voor alle zaken waarvoor de bestemmingsplannen geen regels kenden, gelden de algemene rijksregels. Gemeenten hebben tot 1 januari 2032 de tijd om de regels uit de oude bestemmingsplannen en de algemene rijksregels om te zetten naar integrale regels in het definitieve of nieuwe omgevingsplan. Alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, dus ook die uit gemeentelijke verordeningen, moeten voor 2032 zijn ondergebracht in het omgevingsplan.
Provinciale Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening van de Provincie Limburg (vastgesteld in 2021 en gewijzigd in 2022) maakt onderscheid tussen ‘landschap’ en ‘cultureel erfgoed’. ‘Landschap’ heeft betrekking op het Nationaal Landschap Zuid-Limburg en de groenblauwe mantel. De kernkwaliteiten worden genoemd in de verordening en uitgewerkt in bijlagen VII en VIII. Eén van de kernkwaliteiten van zowel het nationaal landschap als de groenblauwe mantel is ‘het cultuurhistorisch erfgoed’. De omgevingsverordening verplicht dat in een omgevingsplan met betrekking op deze gebieden niet alleen de kernkwaliteiten worden genoemd maar ook onder meer hoe met de bescherming en versterking daarvan wordt omgegaan en hoe negatieve effecten worden gecompenseerd.
‘Cultureel erfgoed’ heeft uitsluitend betrekking op de herbenutting van monumentale en beeldbepalende panden. In een omgevingsplan moet zijn aangegeven hoe nieuwe functies bij voorkeur kunnen worden ondergebracht in (in eerste instantie) leegstaande monumenten en als dat niet mogelijk is in leegstaande beeldbepalende panden. Onder monumentale panden worden verstaan Rijksmonumenten en de in een omgevingsplan opgenomen gebouwen van plaatselijk of regionaal belang.
In 2024 is de provincie de procedure gestart om de omgevingsverordening op een viertal punten te wijzigen:
- 1.
Diverse aanpassingen normeringskaarten wateroverlast
- 2.
Wijziging instructieregels grote bedrijfskavels
- 3.
Wijziging instructieregels zonneparken
- 4.
Vrijstelling onderzoeksboringen in het Beschermingsgebied Einstein Telescope.86
Gemeentelijke Erfgoedverordening
De erfgoedverordening van de gemeente Voerendaal is in 2012 vastgesteld.87 In de beknopte Erfgoedverordening Voerendaal 2012 zijn in 11 artikelen de wettelijke verplichtingen ten aanzien van Rijksmonumenten en archeologische terreinen opgenomen. De erfgoedverordening verplicht een advies van de monumentencommissie bij een vergunningaanvraag voor een Rijksmonument, zonder dit verder te specificeren. Ook worden regels gesteld ten aanzien van de omgang met archeologie (archeologische monumenten in de zin van de Omgevingswet). Hierin zijn de zogenoemde vrijstellingsgrenzen voor archeologisch onderzoek vastgelegd.88 Verder zijn er enkele regels over tegemoetkoming in schade, strafbepaling en toezichthouders in de verordening opgenomen.
Bij de totstandkoming van een definitief omgevingsplan zullen daarin de regels uit de erfgoedverordening opgenomen worden die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. De erfgoedverordening kan daarna alleen nog regels bevatten over (de bescherming van) roerend en immaterieel erfgoed, voor zover dit geen betrekking heeft op de fysieke leefomgeving.89
Gemeentelijke bomenverordening
In de Verordening Bomen en Houtopstanden 2025 Voerendaal is vastgelegd dat een omgevingsvergunning nodig is voor het wijzigen van beschermde bomen en groenstructuren. Welke zaken beschermd zijn staat op de Kaart beschermde bomen en houtopstanden, die door het college wordt bijgewerkt en vastgesteld.90
Bestemmingsplannen
In de gemeente waren in hoofdzaak drie grote gebiedsdekkende bestemmingsplannen: ‘Buitengebied’, ‘Voerendaal-Kunrade’ en ‘Kernen Klimmen, Ransdaal, Ubachsberg e.o.’. In het tijdelijk omgevingsplan zijn deze als onderdelen opgenomen. In het bestemmingsplan Buitengebied zijn natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden opgenomen in een dubbelbestemming. In de bestemmingsplannen die betrekking hebben op de dorpskernen is de functieaanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ gebruikt om de cultuurhistorische waarden en/of de karakteristieke hoofdvorm van gebouwen te beschermen. Alle bestemmingplannen hebben een dubbelbestemming voor archeologie.
Natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden
Het hele buitengebied van de gemeente is opgedeeld in zestien deelgebieden op basis van karakteristieke gebiedskenmerken. Per deelgebied is de kwetsbaarheid ervan aangegeven op verschillende aspecten. Dit is uitgewerkt in een matrix die gebruikt wordt bij afwegingen in het kader van handhaving, vergunningverlening en afwijking van het bestemmingsplan. Op deze manier zijn ook waarden die niet direct in de hoofd- en dubbelbestemmingen terugkomen geborgd in het bestemmingsplan.91
Archeologie
Archeologie is in de bestemmingsplannen Buitengebied’ en ‘Kernen Klimmen, Ransdaal, Ubachsberg e.o.’ opgenomen in de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Er is één dubbelbestemming voor het hele gebied, waarin regels gesteld worden voor de verschillende verwachtingsklassen (hoog, middel, laag). Naast deze verwachtingsklassen zijn beschermde archeologische monumenten aangegeven. Ook is er onderscheid gemaakt naar de aard van sommige gebieden, zoals dorpskernen en groeves, en zijn daaraan afwijkende regels verbonden. Om te zien welke verwachtingsklasse op een bepaalde locatie geldt, wordt verwezen naar de kaartbijlage bij het bestemmingsplan (deze is niet bij deze erfgoednota gevoegd).92 Deze kaartbijlage dateert uit 2007.93
Het bestemmingsplan ‘Voerendaal-Kunrade’ behandelt archeologie ook op dezelfde wijze in de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’, maar verwijst naar de archeologische beleidskaart uit 2014.94 Hierin zijn 6 categorieën van verwachtingswaarde aangegeven, waaraan in het bestemmingsplan regels verbonden worden. Daarnaast is er voor het gebied Op gen Hek de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Deze verschilt hierin, dat er niet één vrijstellingsdiepte voor het terrein is vastgelegd, maar dat op basis van een onderzoek naar de diepte van bestaande bodemverstoringen een kaart is bijgevoegd met de vrijstellingsdieptes in het gebied, variërend van 98,58 tot 101,38 meter +NAP.
3.Beleid
Naast voor iedereen bindende regels hebben overheden op verschillende niveaus ook voornemens vastgelegd over de wijze waarop ze met zaken – in dit geval aangaande erfgoed – om willen gaan. Deze vastgelegde voornemens noemen we beleid. Beleidsdocumenten kunnen verschillende namen hebben, zoals strategie, programma of nota, en in meer of mindere mate concreet zijn.
De gemeente Voerendaal heeft bijvoorbeeld een beleidsnota archeologie (§ 4.1), waarin staat hoe we willen omgaan met archeologie in de gemeente. Dit vormt een aanvulling op de regels die er voor archeologie gelden en die zijn vastgelegd in de Erfgoedverordening. De wet- en regelgeving is bindend voor iedereen, beleid is bindend voor de overheid. Beleid van hogere overheden (rijk en provincie) heeft ook zijn doorwerking op lagere overheden (provincie en gemeente).
Deze paragraaf behandelt onderstaande lijst van beleidsinstrumenten. Dit overzicht geeft een korte samenvatting van de kernpunten en doelstellingen hiervan.
|
beleid |
kernpunten |
|
Nationaal Landschap Zuid-Limburg |
beschermen en versterken reliëf, contrast tussen de open- en beslotenheid, groene karakter en cultuurhistorisch erfgoed. |
|
Provinciale Omgevingsvisie |
erfgoed, historisch perspectief en landschap zijn uitgangspunt voor toekomstige ontwikkelingen. Kennis hierover is belangrijk; gemeenten kunnen een erfgoedkaart ontwikkelen. |
|
Erfgoedkaart Limburg |
bij elkaar brengen van informatie over al het erfgoed in de fysieke leefomgeving in Limburg. Project inmiddels beëindigd. |
|
Provinciaal Programma Landschap |
beschermen unieke kernkwaliteiten; bevorderen landschapskwaliteit; verbeteren landschapsbeheer; stimuleren landschapsbeleving; versterken landschapsverhaal. |
|
Regionale Energie Strategie (RES) Zuid-Limburg |
komen tot enkele geconcentreerde locaties voor duurzame-energiebronnen ter bescherming van het Zuid-Limburgse landschap. |
|
Gemeentelijke beleidsnota archeologie |
bescherming archeologische monumenten en planologische borging; verbeteren informatievoorziening en inzet voor toerisme. |
|
Gemeentelijke Welstandsnota |
benoemen redelijke eisen van welstand waaraan vergunningen worden getoetst. |
Tabel 3. Overzicht diverse beleidsinstrumenten die betrekking hebben op het erfgoed in Voerendaal.
Nationaal Landschap Zuid-Limburg
In 2004 heeft de Rijksoverheid in de Nota Ruimte 20 gebieden aangewezen als Nationaal Landschap. Nationale Landschappen zijn “landschappen die internationaal gezien unieke kwaliteiten hebben of nationaal gezien bijzondere kenmerken”.95 Het Rijk verbond hier echter weinig juridische en financiële middelen aan en sinds 2012 is er geen rijksbeleid meer ten aanzien van Nationale Landschappen.
De provincie Limburg heeft vanaf het begin van de Nationale Landschappen beleid gemaakt om de kwaliteiten van het nationaal landschap te beschermen en versterken. Het Nationaal Landschap Zuid-Limburg is ook opgenomen in de Provinciale Omgevingsverordening (zie §3.2) en de Provinciale Omgevingsvisie (zie §3.2). Hierin zijn de kernkwaliteiten expliciet benoemd: het reliëf, het contrast tussen de open- en beslotenheid, het groene karakter en het cultuurhistorisch erfgoed.96
Deels binnen het Nationaal Landschap bevindt zich de groenblauwe mantel, voorheen de bronsgroene landschapszone en de zilvergroene natuurzone. Deze bestaat hier uit de beekdalen en de steilere hellingen. De kernkwaliteiten hiervan zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf.97
Figuur 36. Het Nationaal Landschap Zuid-Limburg in geel. ( Geoloket Provincie Limburg).
Provinciale Omgevingsvisie
Een van de Limburgse principes die in de Omgevingsvisie genoemd worden, is dat de kenmerken en identiteit van gebieden centraal staan. Erfgoed is, samen met het historisch perspectief en het landschap, het uitgangspunt voor het zoeken naar oplossingen voor toekomstige ontwikkelingen.98
Voor het Nationaal Landschap Zuid-Limburg stuurt de omgevingsvisie op het behouden, beheren, ontwikkelen en beleven van de kernkwaliteiten. Ontwikkelingen zijn mogelijk mits die hieraan bijdragen. In het omgevingsplan of bij omgevingsplanactiviteiten moet verantwoord worden hoe hiermee omgegaan wordt.99 Daarnaast zijn in dit nationaal landschap de relaties tussen stad en land belangrijk, omdat dit gebied een belangrijk uitloopgebied is voor de Euregionale metropool waarin onder meer Parkstad, Sittard, Maastricht, maar ook Aken en Luik liggen.100
De provincie stelt kennis- en gebiedsanalyses beschikbaar, onder meer voor het Nationaal Landschap Zuid-Limburg, zodat erfgoed als inspiratiebron benut kan worden bij grote ruimtelijke opgaven. Gemeenten worden met kennis over landschap en cultuurhistorie ondersteund bij het opstellen van kwaliteitskaders en omgevingsvisies. Ook worden gemeenten aangemoedigd een erfgoedkaart te ontwikkelen.101
De transitie in de landbouw wordt aangegrepen voor het versterken of herstel van kleinschaligheid in het landschap, herstel van biodiversiteit en korte afzetlijnen. Hiermee wordt niet alleen bijgedragen aan de kernkwaliteiten van het nationaal landschap, ook geeft dit een impuls aan de culinaire tradities van deze streek; een vorm van immaterieel erfgoed.102 Ook ander immaterieel erfgoed moet, als onderdeel van de Zuid-Limburgse Grote Verhalen, beter zichtbaar en beleefbaar worden gemaakt.103
Erfgoedkaart Limburg
In 2021 is de Provincie Limburg een project gestart voor het bij elkaar brengen van informatie over al het erfgoed in de fysieke leefomgeving in Limburg. Voor dit digitale portaal is een datamodel ontwikkeld dat de deelnemende gemeenten gebruikten om hun erfgoed in kaart te brengen. Inmiddels is dit project beëindigd en laat de website geen informatie meer zien.104 Het ontwikkelde datamodel is inmiddels ingehaald voor het Erfgoed Registratie Systeem (ERS). Dit is de nieuwe landelijke standaard die ook al door enkele Limburgse gemeenten gebruikt wordt.
Provinciaal Programma Landschap
In 2022 heeft de Provincie Limburg het Programma Landschap 'Mooi Limburg. Samenwerken aan de identiteit van het Limburgs Landschap' vastgesteld. De programmadoelen zijn de volgende:105
- •
Behoud van het Limburgs landschap door meer bescherming van unieke en kwetsbare landschappelijke kernkwaliteiten inclusief cultureel erfgoed.
- •
Het bevorderen van de kwaliteit van het Limburgse landschap via de grote programma’s en transities.
- •
Het verbeteren van het beheer van het Limburgs landschap;
- •
Het waarderen, koesteren en stimuleren van de beleving van het Limburgse landschap.
- •
Versterken van het verhaal dat het landschap vertelt.
Om deze te bereiken wil de provincie onder meer bijdragen aan waardenstelling van het landschap, kennisontwikkeling en -overdracht en het ondersteunen van processen en samenwerkingsvormen in de regio.
Panorama Zuid-Limburg
De in 2023 uitgevoerde landschapsstudie Panorama Zuid-Limburg vormt een belangrijke input bij de zoektocht naar locaties voor de plaatsing van duurzame-energiebronnen in Zuid-Limburg.106 Vanwege de unieke kwaliteiten van het Zuid-Limburgse landschap is de ambitie om te komen tot enkele geconcentreerde energieopwekkingslocaties in de stedenband.107 Hiermee wordt plaatsing van duurzame-energiebronnen in de rest van Zuid-Limburg dus impliciet uitgesloten.
Gemeentelijke beleidsnota archeologie
In de beleidsnota archeologie schrijft de gemeente te streven “naar een gedegen, proactief en geïntegreerd gemeentelijk archeologiebeleid. De gemeente heeft de ambitie om te komen tot maatwerk, kwaliteit, beleefbaarheid, kostenbesparing, vermeerdering van kennis en een betere kennisoverdracht.”108 Naast de bescherming van archeologische monumenten en de planologische borging daarvan wil de gemeente ook de informatievoorziening rondom archeologie verbeteren en inzetten voor toerisme. Ook cultureel erfgoed wordt benoemd als een bepalende factor in de identiteit van een gebied.
De archeologische verwachtings- en beleidskaart uit 2007 vormt – samen met de actualisatie van de beleidskaart uit 2014 – de basis voor de planologische bescherming.109 De werking van de kaart zal volgens de beleidsnota worden geëvalueerd en er wordt bezien of een (periodieke) actualisatie noodzakelijk is.110
De beleidsnota archeologie beschrijft verder de rol van de gemeente bij archeologisch onderzoek en hoe de kennis van het archeologisch erfgoed gedeeld kan worden met een breder publiek. Ook wil de gemeente privécollecties van archeologisch materiaal gaan inventariseren en afspraken maken met de eigenaren daarvan aangezien dit materiaal van algemeen belang is.111
Gemeentelijke Welstandsnota
Artikel 22.7 van het Omgevingsplan van de gemeente Voerendaal stelt dat bouwwerken niet in strijd mogen zijn met redelijke eisen van welstand, zoals vastgelegd in de welstandsnota. Vergunningen worden op aspecten beoordeeld zoals aangegeven in onderstaande tabel. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij het college van burgemeester en wethouders, die advies inwinnen bij de dorpsbouwmeester of welstands- en monumentencommissie.112
In de welstandsnota is de gemeente ingedeeld in drie zones van welstandniveau of -toets. Er zijn geen welstandsvrije gebieden.
|
Welstandsniveau 1 |
(hoogste niveau) heeft betrekking op gebieden die cruciaal zijn voor het totaalbeeld van de kernen en het landschap én gebieden met hoge cultuurhistorische, architectonische, landschappelijke of stedenbouwkundige waarde. Dit zijn de historische kernen, bebouwingslinten en buurtschappen, historische ensembles en het buitengebied. |
|
Welstandsniveau 2 |
heeft betrekking op gebieden die om een zorgvuldige afstemming vragen van nieuwe bouwkundige ingrepen. Deze gebieden hebben een sterke ruimtelijke samenhang en/of zijn gelegen op gezichtsbepalende locaties. Hieronder vallen de voltooide woonwijken en institutionele bebouwing. |
|
Welstandsniveau 3 |
heeft betrekking op gebieden die minder waardevol en niet gezichtsbepalend zijn, maar wel een ruimtelijke samenhang hebben. Dit zijn de recreatie- en sportterreinen en bedrijventerreinen. Toetsing aan de criteria vindt plaats over het hele bouwplan.113 |
In de welstandsnota zijn per type gebied (bijv. historische kernen of voltooide woonwijken) aangegeven wat de beoordelingscriteria zijn en worden referentiebeelden gegeven. Elk deelgebied is daarnaast van een beschrijving voorzien. Voor monumenten, karakteristieke panden en beschermde dorpsgezichten zijn aanvullende criteria geformuleerd die gericht zijn op het zo authentiek mogelijk behouden van deze zaken. Door de heldere criteria en gebiedsbeschrijvingen is er maatwerk per gebied mogelijk en kan de beoordeling zo objectief mogelijk plaatsvinden.
Figuur 37. Toetsingskader en beoordelingscriteria volgens de Welstandsnota Voerendaal.
4.Subsidies
Zowel het rijk als de provincie en de gemeente hebben subsidies die hetzij direct gericht zijn op erfgoed, hetzij gericht zijn op zaken (zoals landschap) die ook onder erfgoed geschaard kunnen worden. De hier genoemde subsidies van het rijk zijn specifiek gericht op monumenten. De provinciale subsidie is gericht op het landschap en landschapselementen en daarmee indirect op erfgoed. De gemeente heeft alleen een algemene subsidieverordening.
Subsidies van het rijk
Ten aanzien van Rijksmonumenten heeft het Rijk een drietal subsidies beschikbaar:114
- •
Woonhuissubsidie: Voor een Rijksmonument met een woonfunctie dat eigendom is van particulieren (natuurlijke personen) vergoedt het rijk tot en met 38% van de instandhoudingskosten.
- •
Subsidie instandhouding monumenten: Voor Rijksmonumenten die geen woonfunctie hebben vergoedt het rijk 60% van de instandhoudingskosten. Voor eigenaren die hun Rijksmonument bedrijfsmatig gebruiken bedraagt de subsidie 40%.
- •
Subsidie herbestemming monumenten: Vergoeding tot 70% van de kosten voor onderzoek naar herbestemming, onderzoek naar verduurzaming en de kosten voor tussentijds wind- en waterdicht houden van beschermde monumenten.
Deze laatste subsidie geldt naast voor Rijksmonumenten ook voor andere beschermde en niet-beschermde monumenten in de zin van de Omgevingswet.
Naast subsidies zijn er nog vele andere financieringsmogelijkheden ten aanzien van het onderhoud, verduurzaming en herbestemming van beschermde monumenten. Te denken valt aan laagrentige leningen of fiscale aftrek.115 Een overzicht van al deze maatregelen is te vinden op de website Monumenten.nl.
Subsidies van de provincie
Relevant voor deze nota is de Provinciale Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Limburg 2016. Op basis van deze verordening worden subsidies verstrekt aan natuurbeheerders en agrariërs voor het in stand houden en goed beheren van natuurterreinen en groene landschapselementen.116 Groene landschapselementen kunnen vaak ook als erfgoed gezien worden. Elementen als graften, heggen en geriefbosjes – dat zijn bosjes waar boeren hun gebruikshout haalden – hadden een functie in het vroegere agrarische bedrijf. Ze zijn door mensen aangelegd en onderhouden en maken daarmee deel uit van het cultuurlandschap. De Provinciale Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer kan zo mede ingezet worden ten bate van erfgoed. In 2025 wordt er ook nog een extra subsidie Landschapselementen voorzien voor de aanleg en het herstel van landschapselementen in Limburg.117
Daarnaast heeft de provincie Limburg voor de periode 2025-2027 subsidiegeld vrijgemaakt ter ondersteuning van het cultureel erfgoed in de provincie.118 Zo is er een Subsidie Archeologie voorzien voor het ondersteunen van projecten die de Nederlands Limburgse archeologie zichtbaar en publiektoegankelijk maken. Voor het stimuleren van specifiek benoemde grote volksculturele evenementen, grote carnavalsevenementen en -liedjesconcours of culturele festivals en evenementen is er een Subsidie Cultuur voorzien. Om het klein Limburgs erfgoed te behouden en de cultuurhistorische betekenis hiervan uit te dragen aan een breed publiek, voorziet de provincie in een Subsidie Klein Limburgs Erfgoed. De doelstelling van deze regeling is het behoud van het karakteristieke Limburgse erfgoed met cultuurhistorische waarde, dat vaak terug te vinden is in kleine objecten zoals kruisen, kapellen en beelden. Dit kleinschalige, vaak niet-rendabele erfgoed vormt een kenmerkend onderdeel van de Limburgse fysieke leefomgeving en heeft een historische betekenis voor de (lokale) gemeenschap. Door de cultuurhistorische betekenis van dit erfgoed uit te dragen, wordt de betrokkenheid van de gemeenschap vergroot.119 Tot slot, wil de Provincie Limburg zoveel mogelijk monumenten voor de toekomst behouden zodat ook toekomstige generaties kunnen opgroeien met en genieten van de rijke Limburgse geschiedenis. De Subsidie Monumenten 2024-2027 is voornamelijk bedoeld voor monumenten die dringend gerestaureerd moeten worden zodat een toekomstige economische, toeristische of maatschappelijke functie is gegarandeerd. Voor de restauratieprojecten is de maatschappelijke inbedding van belang voor honorering.120
Gemeentelijke Algemene subsidieverordening 2019
De gemeente heeft geen subsidieregelingen specifiek voor erfgoed. Er is alleen een Algemene subsidieverordening 2019. Artikel 2 van deze verordening vermeldt de taakvelden waarvoor een subsidie verstrekt kan worden. Erfgoed is niet één van deze taakvelden. Onder andere cultuur, sociaal domein en ruimtelijke ordening worden wel genoemd als taakvelden waarvoor een subsidie verstrekt kan worden. Mogelijk kunnen activiteiten die erfgoed betreffen (deels) ondergebracht worden bij deze taakvelden.
5.Contacten met andere lokale overheden
Beleidsplatform Erfgoed Limburg
De Provincie Limburg heeft samen met het Steunpunt voor Archeologie & Monumentenzorg (SAM) het Beleidsplatform Erfgoed Limburg opgericht.121 Met dit platform worden de samenwerking, deskundigheid en kennisdeling op het gebied van erfgoed in Limburg bevorderd, doordat het gemeentelijke beleidsmedewerkers op het terrein van erfgoed samenbrengt. Er zijn onder meer tweemaal per jaar informatie- en netwerkbijeenkomsten en er worden cursussen gegeven. Maandelijks is er een planoverleg voor gemeenten waar initiatieven met de RCE en de Provincie voorbesproken kunnen worden. Het delen en opdoen van kennis en ervaringen en het hebben van ‘korte lijntjes’ met andere overheden en instanties zijn waardevolle effecten van het beleidsplatform voor de gemeente Voerendaal.
Regioarcheoloog Parkstad
De Parkstadgemeenten (Brunssum, Beekdaelen, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal) hebben sinds 2011 samen één regioarcheoloog.122 De regioarcheoloog voert adviserende en uitvoerende taken uit voor de gemeente. Dit bestaat onder meer uit het opstellen en bijhouden van archeologisch beleid, het adviseren ten aanzien van ruimtelijke plannen, het houden van toezicht op archeologisch onderzoek en de beoordeling van archeologische rapportages.123 Ook zet de regioarcheoloog zich om het maatschappelijke draagvlak voor archeologie te vergroten door het geven van lezingen, het betrekken van inwoners bij het archeologisch onderzoek en het organiseren van publieksactiviteiten tijdens archeologische onderzoeken. Tweemaal per jaar vindt een gezamenlijk overleg plaats met de regioarcheoloog.
6.Contacten met derden
Overleg met heemkundevereniging
Incidenteel is er overleg met heemkundevereniging. Dit vindt doorgaans plaats wanneer de vereniging nieuwe projecten initieert of wensen heeft richting de gemeente. Andersom doet de gemeente een beroep op de expertise van de heemkundevereniging of vraagt zij haar anderszins om hulp.
Informatieavond monumenteneigenaren
Incidenteel vinden informatieavonden plaats voor eigenaren van Rijksmonumenten. De gemeente kent geen gemeentelijke monumenten. Ook staat er soms een bepaald thema centraal of een vraagstuk dat bij de eigenaren leeft. Dit gaat vaak gepaard met een lezing door een stakeholder. Bij de gemeente leeft de wens deze bijeenkomsten een structureler karakter te geven door ze bijvoorbeeld eens per jaar te laten plaatsvinden.
Contact met kerkbesturen
Incidenteel is er overleg met de kerkbesturen over de toekomst van kerkgebouwen, met name ten aanzien van multifunctioneel gebruik ervan en de (daarvoor benodigde) aanpassingen aan het gebouw.
7.Uitvoering
Toezicht en handhaving
Nadat een omgevingsvergunning voor de activiteit bouw/monumenten (Rijksmonumentenactiviteit dan wel gemeentelijke omgevingsplan activiteit) is afgegeven of een aanpassing aan een monument vergunningsvrij plaatsvindt, dan worden de monumentspecifieke en cultuurhistorische aspecten meegenomen in de reguliere bouwinspecties.
Voor het verdere vindt toezicht en handhaving ten aanzien van erfgoed voornamelijk plaats naar aanleiding van meldingen van derden, maar ook vanuit ons algemene vrije veld toezicht als dat aan de orde is.
Vergunningverlening
Ten aanzien van erfgoed geldt in de gemeente een vergunningplicht voor werkzaamheden aan/in en herbestemming van (archeologische) Rijksmonumenten en het rijksbeschermde dorpsgezicht Winthagen en het (gemeentelijke) karakteristieke dorpsgezicht Laurentiusplein. Voor werkzaamheden zoals normale onderhoudswerkzaamheden is geen vergunning nodig. Soms zijn ook werkzaamheden (of sloop) die “van ondergeschikte betekenis” zijn vergunningvrij.124
VIA VIA
Recent is het internationale project VIA VIA, een samenwerking tussen België, Duitsland en Nederland, van start gegaan om het Romeinse verleden in de kijker te zetten. In totaal zijn 13 partners betrokken. Op negen locaties zijn vanaf 2027 interactieve wandelingen, exposities en immersive rooms te bezoeken. Het project Via Belgica en Villa Voerendaal zijn onderdeel van het VIA VIA project.
Via Belgica
De gemeente is partner in het project Via Belgica. In dit grensoverschrijdende toeristische project wordt de Romeinse geschiedenis van de regio ontsloten met als rode draad de ‘Via Belgica’, de Romeinse weg van Keulen, via Heerlen en Maastricht, naar Tongeren en verder.
De gemeente is hier financieel bij betrokken en neemt deel aan de projectgroep en het bestuurlijk overleg. Ook organiseert de gemeente activiteiten rond het Romeinse verleden die gekoppeld worden aan de Via Belgica. Daarnaast neemt ze deel aan activiteiten die vanuit het project worden georganiseerd, zoals lichtfestival LUX in de winter van 2023-2024. In Voerendaal vallen de Romeinse villa Ten Hove, het beeld van de Dame van Voerendaal, de wachttoren bij de kerk in Klimmen en de plaquette aan de Bergseweg waar sporen zijn gevonden van de Via Belgica onder de bezienswaardigheden. Verder wordt op het thema aangehaakt door ondernemers met wijnen, kersen, Romeinse kippen, de steengroeve etc.
Villa Voerendaal
De gemeente heeft het initiatief genomen om de Villa Voerendaal beter zichtbaar en beleefbaar te maken. Met dit project wordt aangesloten bij de Interreg-aanvraag en een subsidieaanvraag bij de Stadsregio Parkstad om de villa zichtbaar te maken, samen met onder andere de Via Belgica en gemeente Simpelveld. Naar aanleiding van de markconsultatie zijn drie partijen uitgenodigd om zich in te schrijven, waaruit een partij als winnaar is uitgekozen door een selectiecommissie. In 2026 zal de constructie van dit project van start gaan.
Land van Kalk
De Stadsregio Parkstad en de gemeenten Heerlen, Simpelveld en Voerendaal ondersteunen Land van Kalk, een initiatief van (toeristische) ondernemers uit de regio en de gemeenten Simpelveld en Voerendaal. De gemeente steunt dit initiatief met een jaarlijkse financiële bijdrage. Land van Kalk wil bijdragen aan de toeristisch-recreatieve ontwikkeling van de regio, met respect voor erfgoed, landschap en natuur. ‘Land van kalk’ slaat op de Kunradersteen, die in Voerendaal nog steeds gewonnen wordt.
Educatie
Om (de kennis van) de rijke geschiedenis uit te dragen sluit de gemeente aan bij diverse initiatieven. Zo doet de gemeente mee aan Open Monumentendag en de Nationale Archeologiedagen. De Open Monumentendag wordt in de gemeente georganiseerd door een comité, bestaande uit vrijwilligers en een gemeentelijke ambtenaar. Zelf organiseert de gemeente ook activiteiten zoals lezingen en workshops, en wandelingen over het Romeinse verleden en dan met name de villa Voerendaal.
Om de romeinse geschiedenis van Voerendaal te visualiseren is in 2020 voor het station een kunstwerk onthuld dat de Dame van Voerendaal wordt genoemd. Het is een in cortenstaal en kalksteen uitgevoerde vergrote verbeelding van een gebeeldhouwd romeins vrouwenhoofd dat in 1917 in Voerendaal is gevonden. De Dame van Voerendaal is hét beeld van het Romeinse verleden van de gemeente.
Toerisme en recreatie
Op toeristisch-recreatief gebied draagt de gemeente bij aan diverse initiatieven In de Archeo Route Limburg zijn twee speerpunten gesitueerd in Voerendaal: ‘Romeins Voerendaal’ en ‘Onder de kerktoren’.125 De gemeente Voerendaal heeft het initiatief genomen om samen met Simpelveld, Kerkrade, Brunssum, Valkenburg en Vaals een fietsroute te maken die de verschillende speerpunten met elkaar verbindt.
Daarnaast wordt samen met de Stichting Kuno de legende van Ridder Kuno levend gehouden. De rol van de gemeente hierin bestaat voornamelijk uit het adviseren, meedenken met projecten en het verlenen van een financiële bijdrage. Er wordt onder meer gewerkt aan plaquettes die de legende vertellen.
Ook zijn in de gemeente diverse wandel- en fietsroutes uitgezet die voeren langs plaatsen die gekoppeld zijn aan het erfgoed van Voerendaal. Zo zijn er een Romeinse fietsroute door Simpelveld en Voerendaal, een middeleeuwse wandeling langs de kastelen, en de hiervoor genoemde fietsroute langs de Archeo-speerpunten.
Erfgoedstandaard
De nieuwe Erfgoedstandaard, of Erfgoed Registratie Systeem (ERS), gecoördineerd door de werkgroep De Data-beet van de Federatie Grote Monumentengemeenten, is in 2022 opgenomen op de lijst Aanbevolen standaarden van het Forum Standaardisatie van de Rijksoverheid.126 De gemeente zet zich in om haar erfgoedregistratie ook binnen deze standaard te brengen, om zo het erfgoed letterlijk op de kaart te zetten.
8.Inventarisaties
De gemeente Voerendaal beschikt over eigen inventarisaties van (niet beschermd) erfgoed, namelijk een inventarisatie van karakteristieke en beeldbepalende bouwwerken en een inventarisatie van waardevolle landschapselementen.
Inventarisatie karakteristieke en beeldbepalende bouwwerken
De gemeente heeft een inventarisatie laten maken van karakteristieke en beeldbepalende bouwwerken.127 Na een beschrijving van de ontwikkeling van het landschap (korte landschapsbiografie) worden kort de dorpskernen beschreven. De kern van dit document is een overzicht van de ca. 180 karakteristieke en beeldbepalende panden, geordend per kern en voorzien van onder meer een foto, beschrijving en waardering.
Landschapsinventarisatie
De bestaande waardevolle landschapselementen in het buitengebied zijn in 2022 geïnventariseerd. De huidige juridische beschermingsregeling daarvoor is geactualiseerd in het ‘Paraplubestemmingsplan landschapselementen’. Daartoe is in 2025 een ‘Paraplubestemmingsplan landschapselementen’ vastgesteld. Dit met als doel een passende juridische bescherming voor de landschapselementen. Naar aanleiding van zienswijzen is een deel van de landschapselementen opgenomen in de separate actualisatie van de bomenverordening: de Verordening bomen en houtopstanden 2025. De bescherming van graften, holle wegen en poelen is geregeld in het Paraplu bestemmingsplan landschapselementen. De bescherming van bomen en houtopstanden, zoals bosjes, singels en hagen is geregeld in de Verordening bomen en houtopstanden 2025.128 De impact voor aanvragers van daarin opgenomen omgevingsvergunning kap is beperkter dan bij een aanlegvergunning op grond van het Paraplubestemmingsplan.
De inventarisatie heeft betrekking op het grootste deel van het buitengebied van de gemeente. Belangrijke uitzonderingen zijn landgoederen, Natura 2000-gebieden en de meeste eigendommen van het Waterschap Limburg.129
9.Beschermd erfgoed
Rijksmonumenten
In de gemeente Voerendaal zijn 100 gebouwde objecten aangewezen als Rijksmonument. Een deel van deze inschrijvingen betreft complexen van Rijksmonumenten. Een groot deel van de Rijksmonumenten zijn uit carréboerderijen. Verder zijn er vier kastelen en buitenplaatsen ingeschreven, deels als complex (Haaren, Puth, Cortenbach en Rivieren). De kerken van Voerendaal (St. Laurentius), Ransdaal (H. Theresia), Klimmen (St. Remigius) en Ubachsberg (St. Bernardus) zijn eveneens Rijksmonumenten.
Archeologische Rijksmonumenten
Naast gebouwde objecten zijn ook twee archeologische terreinen aangewezen als Rijksmonument. Dit zijn allereerst de bekende Romeinse villa Ten Hoven, de indrukwekkendste van Nederland. Ook het terrein van de villa bij Ubachsberg is een archeologisch Rijksmonument.
Rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht
Het gehucht Winthagen is in 1969 door het Rijk aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Dit vanwege de bijzonder gave ruimtelijke structuur, die zeker sinds begin 19e eeuw niet veranderd is, met boerderijen in Kunradersteen in relatie tot het steile dal waarin het gehucht gelegen is. Binnen het beschermd gezicht liggen zes Rijksmonumentale boerderijen. De stedenbouwkundige en cultuurhistorische kwaliteiten van Winthagen dienen gewaarborgd te worden bij toekomstige ontwikkelingen.
Gemeentelijk karakteristiek dorpsgezicht
De gemeente Voerendaal heeft het Laurentiusplein en omgeving aangewezen als karakteristiek dorpsgezicht. Deze eerste dorpsuitbreiding van Voerendaal is gebouwd als mijnwerkerskolonie in de geest van een tuindorp. Kenmerkend zijn de bebouwing, het smalle stratenpatroon, het plein en het gebruik van groen. Deze kwaliteiten dienen gewaarborgd te worden bij toekomstige ontwikkelingen.
Bijlage 4. Uitkomsten participatiesessie en raadsbijeenkomst 24-25 september 2025
Inwoners zien erfgoed als essentieel voor het lokale karakter en gemeenschapsgevoel.
Definitie erfgoed
- -
Immaterieel erfgoed moet evengoed meegenomen worden in de nota. Dus naast gebouwen (monumenten in de zin van de wet), dorpsgezichten en cultuurlandschappen ook tradities, dialect, verhalen.
- -
Er moet een duidelijk overzicht komen (lijst e/o kaart) van wat concreet als erfgoed gezien wordt (en waarop de nota en de uitvoering daarvan dus betrekking hebben). Dit moet de gemeente in samenspraak met de inwoners opstellen. “erfgoed is wat wij allemaal vinden dat erfgoed is”
Betrokkenheid/transparantie
- -
De gemeente moet transparant zijn en het beleid samen met inwoners en andere betrokkenen opstellen.
- -
De gemeente moet een klankbord zijn, waar mensen terecht kunnen met vragen aangaande erfgoed.
- -
De gemeente moet (via de website) inwoners en bedrijven informeren over de regels rondom erfgoed en subsidiemogelijkheden.
- -
Een brede erfgoedcommissie kan een centrale rol spelen in het erfgoedbeleid van de gemeente.
- -
De gemeente moet faciliteren maar kan ook zelf initiatieven ontplooien.
Publieksbereik, educatie en jongeren
- -
Jongeren moeten actief worden betrokken via scholen, projecten en sociale media.
- -
Met initiatieven als Voerendaal Graaft kan een breder publiek bereikt worden.
- -
Het erfgoed moet toegankelijker worden gemaakt voor het publiek.
- -
Bij (archeologische) werkzaamheden open dagen organiseren.
- -
Open Monumentendag breder uitdragen.
- -
De gemeente moet actief zorgen voor een sterkere koppeling tussen erfgoed en toerisme (ook horeca).
Bescherming
- -
De gemeente moet terughoudend zijn in het opleggen van regels ter bescherming van erfgoed die (ernstige) beperking van de vrijheid van eigenaren oplevert.
- -
Bescherming van erfgoed mag niet te veel nieuwe regels en vooral geen nieuwe/langere procedures opleveren. Bescherming kan dus, mits processen efficiënter worden ingericht.
- -
De gemeente moet adequater reageren op actuele situaties.
- -
De gemeente moet een ‘visie herbestemming monumenten’ opstellen waarin ze aangeeft hoe er met waardevolle bebouwing (= monumenten in de zin van de wet) moet worden omgegaan wanneer de huidige functie wegvalt (dus breder dan alleen kerken). Hierin moet ook aandacht zijn voor de verduurzaming van het gebouw.
- -
Het behoud van immaterieel erfgoed is voor een belangrijk deel afhankelijk van de mensen die het beoefenen. De gemeente moet nadenken hoe ze hen wil ondersteunen.
- -
Landschapselementen moeten in hun context worden gezien; bescherming mag echter niet betekenen dat er geen ontwikkelingen mogelijk zijn.
- -
De gemeente moet de mogelijkheid hebben om gebouwde objecten te beschermen als gemeentelijk monument. Hiertoe moet de gemeente een monumentenbeleid opstellen: hoe worden gemeentelijke monumenten aangewezen, wat betekent de bescherming en wat zijn rechten en plichten van eigenaren?
Onderbelicht/onbekend erfgoed
- -
WOII (bevrijding)
- -
Villa Voerendaal
- -
Frisdrankenfabriek MOULEN (Noca Nola)
- -
Bijzondere landschap/cultuurlandschap
- -
Romeins verleden nog meer benadrukken
- -
Kapellen/wegkruisen
- -
Kalkovens
- -
Kunradersteen
- -
Overhekermolen (luchtwachtpost)
Bedreigingen voor erfgoed
- -
Bureaucratie
- -
Vergrijzing
- -
Gebrek aan middelen
- -
Trage procedures
- -
Desinteresse
- -
Verandering van bestuur
- -
Botsen van belangen
Bijlage 5. Waarderingscriteria gebouwd erfgoed
Bron:
I. Cultuurhistorische waarden
- -
Belang van het object/complex/aanleg..
- 1.
als bijzondere uitdrukking van (een) culturele, sociaal-economische en/of bestuurlijke/beleidsmatige en/of geestelijke ontwikkeling(en);
- 2.
als bijzondere uitdrukking van (een) geografische, landschappelijke en/of historisch-ruimtelijke ontwikkeling(en);
- 3.
als bijzondere uitdrukking van (een) technische en/of typologische ontwikkeling(en);
- 4.
wegens innovatieve waarde of pionierskarakter;
- 5.
wegens bijzondere herinneringswaarde.
- 1.
II. Architectuur-, kunst- en tuinhistorische waarde
- -
Belang van het object/complex/aanleg...
- 1.
voor de geschiedenis van de (tuin- en landschaps)architectuur en/of techniek;
- 2.
voor het oeuvre van een bouwmeester, (tuin- en landschaps)architect, ingenieur of kunstenaar;
- 3.
wegens hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp;
- 4.
wegens bijzonder materiaalgebruik, bijzondere ornamentiek en/of monumentale kunst;
- 5.
wegens bijzondere samenhang tussen exterieur, interieur(onderdelen) en omgeving.
- 1.
III. Situationele en ensemblewaarden
- -
Belang van het object/complex/aanleg...
- 1.
als essentieel (cultuurhistorisch, functioneel en/of architectuurhistorisch en visueel) onderdeel van een complex
- 2.
(a) wegens bijzondere, beeldbepalende betekenis voor het aanzien van zijn omgeving; (b) wegens bijzondere betekenis voor het aanzien van zijn omgeving, wijk, stad of streek;
- 3.
(a) wegens hoogwaardige kwaliteit van de bebouwing in relatie tot de onderlinge historisch-ruimtelijke context en in relatie tot de daarbij behorende groenvoorzieningen, wegen, wateren, bodemgesteldheid en/of archeologie; (b) wegens wijze van verkaveling/inrichting/voorzieningen.
- 1.
IV. Gaafheid en herkenbaarheid
- -
Belang van het object/complex/aanleg...
- 1.
wegens architectonische gaafheid en/of herkenbaarheid;
- 2.
wegens materiële, technische en/of ambachtelijke gaafheid;
- 3.
als nog goed herkenbare uitdrukking van de oorspronkelijke of een belangrijke historische functie;
- 4.
wegens waardevolle accumulatie van belangwekkende historische bouw-, aanleg- en/of gebruiksfasen;
- 5.
wegens gaafheid en herkenbaarheid van het hele ensemble van de samenstellende onderdelen (hoofd- en bijgebouwen, hekwerken, tuinaanleg en dergelijke);
- 6.
in relatie tot de structurele en/of visuele gaafheid van de stedelijke, dorpse of landschappelijke omgeving.
- 1.
V. Zeldzaamheid
- -
Belang van het object/complex/aanleg...
- 1.
wegens absolute zeldzaamheid in architectuurhistorisch, bouwtechnisch, typologisch of functioneel opzicht;
- 2.
wegens relatieve zeldzaamheid in relatie tot een of meer van de onder I t/m III genoemde kwaliteiten.
- 1.
Noot
18https://www.coe.int/en/web/conventions/full-list?module=signatures%2Dby%2Dtreaty&treatynum=199 .
Noot
30De vertaling van de archeologische (verwachtings)waarde naar planologische bescherming is in Voerendaal geregeld door over het gehele gebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ te leggen. In de regels worden de vrijstellingsgrenzen per verwachtingscategorie genoemd en er wordt verwezen naar de archeologische waarden- en verwachtingskaart in de bijlage. (voor Voerendaal-Kunrade de kaart uit 2013, voor de rest van de gemeente de kaart uit 2007) om aan te duiden welke verwachting op een bepaalde locatie geldt. Het voordeel van deze werkwijze is dat in theorie de bijlage gewijzigd kan worden zonder dat het bestemmingsplan zelf gewijzigd hoeft te worden. Het nadeel is dat in (de visualisatie van) het bestemmingsplan niet direct duidelijk is welke regels ten aanzien van archeologie op een bepaalde locatie gelden.
Noot
42Citaat van Henk Hiddink: https://www.cultureelerfgoed.nl/actueel/nieuws/2023/03/31/eerste-exemplaar-romeinse-villa-voerendaal-uitgereikt .
Noot
43https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/omgevingswet/omgevingsvergunning-onder-de-omgevingswet .
Noot
46Decentraal, tenzij betekent dat het laagste niveau de meeste taken en bevoegdheden rond de fysieke leefomgeving krijgt. De gemeenten staan aan de basis voor de algemene zorg voor de fysieke leefomgeving. De waterschappen hebben de functionele zorg voor het waterbeheer. https://iplo.nl .
Noot
47De minister van Infrastructuur en Waterstaat is bevoegd gezag voor een rijksmonument of werelderfgoed in de territoriale zee buiten een gemeente (artikelen 13.4 en 14.4 Bal). De provincie is bevoegd gezag voor een rijksmonument als er op dezelfde locatie een vergunning voor milieubelastende activiteit voor een complex bedrijf is verleend (artikel 13.5 en 14. 5 Bal). https://iplo.nl .
Noot
51Het betreft een IBA-Parkstad project in samenwerking met Delphinium Zorg, het Kerkbestuur Voerendaal Kunrade, H&S adviseurs, de provincie Limburg en de gemeente Voerendaal; https://www.iba-parkstad.nl/projecten/olv-van-altijddurende-bijstand-kunrade.
Noot
60https://www.voerendaal.nl/over-voerendaal/evenementen-en-activiteiten/erfgoed-in-voerendaal .
Noot
62https://www.nederlandsewijninfo.nl/2023/05/wijnen-uit-de-voerendaalse-bergen-voortaan-ook-beschermd-in-nieuwe-bob en https://www.rvo.nl/files/file/2022-05/Productdossier-BOB-De-Voerendaalse-Bergen.pdf .
Noot
65Gemeente Voerendaal, 2023. Ontwerp Paraplubestemmingsplan Landschapselementen, Toelichting § 2.3.2.
Noot
88De vrijstellingsgrenzen komen overeen met die in het bestemmingsplan Buitengebied 2013, maar zijn niet geheel dezelfde als die in de in 2019 vastgestelde Beleidsnota Archeologie.
Noot
91Gemeente Voerendaal, 2014, Bijlage 3 bij de regels: Matrix differentiatievlak versus zwaarte gebiedskenmerken.
Noot
94Vanneste & Verhoeven, 2014. Deze is een actualisatie van de beleidskaart uit 2007, zonder actualisatie van de verwachtingskaart.
Noot
109De vertaling van de archeologische (verwachtings)waarde naar planologische bescherming is in Voerendaal geregeld door over het gehele gebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ te leggen. In de regels worden de vrijstellingsgrenzen per verwachtingscategorie genoemd en er wordt verwezen naar de archeologische waarden- en verwachtingskaart in de bijlage (voor Voerendaal-Kunrade de kaart uit 2013, voor de rest van de gemeente de kaart uit 2007) om aan te duiden welke verwachting op een bepaalde locatie geldt. Het voordeel van deze werkwijze is dat in theorie de bijlage gewijzigd kan worden zonder dat het bestemmingsplan zelf gewijzigd hoeft te worden. Het nadeel is dat in (de visualisatie van) het bestemmingsplan niet direct duidelijk is welke regels ten aanzien van archeologie op een bepaalde locatie gelden.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl