Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR754046
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR754046/1
FINANCIELE VERORDENING EX ARTIKEL 212 GEMEENTEWET
Geldend van 01-01-2025 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025
Intitulé
FINANCIELE VERORDENING EX ARTIKEL 212 GEMEENTEWETHet algemeen bestuur van de Volkskredietbank voor Noord-Oost Groningen
gelet op:
Artikel 212 Gemeentewet en artikel 33 Gemeenschappelijke regeling Volkskredietbank voor Noord- Oost Groningen.
besluit:
te wijzigen de Financiële verordening Volkskredietbank Noord-Oost Groningen, zodat deze als volgt zal luiden:
Artikel 1 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
|
Openbaar lichaam |
de gemeenschappelijke regeling Volkskredietbank voor Noord-Oost Groningen |
|
Bedrijfsonderdeel |
iedere organisatorische eenheid binnen de organisatie van de Volks- kredietbank voor Noord-Oost Groningen; |
|
Administratie |
het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het be- heersen van (onderdelen van) de organisatie van de Volkskredietbank voor Noord-Oost Groningen en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; |
|
Financiële administratie |
het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van (bedrijfsonderdelen van) de organisatie van de Volkskredietbank voor Noord-Oost Groningen, teneinde te komen tot een goed inzicht in:
|
|
Administratieve organisatie |
Het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding; |
|
Financieel beheer |
het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen rechten van de Volkskredietbank voor Noord-Oost Groningen; |
|
Rechtmatigheid |
het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving; |
|
Doelmatigheid |
het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen; |
|
Doeltreffendheid |
de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald. |
Ondertekening
TITEL 1. BEGROTING EN VERANTWOORDING
§1. KADERSTELLEN
Artikel 2. Begroting
Het algemeen bestuur stelt per kalenderjaar op basis van de lopende begroting, de financiële meerjarenraming en de bevindingen van de uitvoering daarvan, de begroting vast.
Artikel 3. Kaders begroting
- 1.
Het dagelijks bestuur biedt uiterlijk 1 april van het lopende begrotingsjaar het algemeen bestuur, mede op basis van een voortschrijdend beleidsplan ter uitvoering van het doel en de taakstelling van het openbaar lichaam, een meerjarenraming aan over de financiële kaders voor het volgende begrotingsjaar en minimaal de drie opvolgende jaren.
- 2.
In deze raming worden de bevindingen betrokken uit de rapportage van de begrotingsuitvoering bedoeld in artikel 6 en de jaarstukken bedoeld in artikel 7 van deze verordening.
§ 2. UITVOERING
Artikel 4. Uitvoering begroting
- 1.
Het dagelijks bestuur stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.
- 2.
Het dagelijks bestuur draagt ten aanzien van de financiële raming er zorg voor dat:
- a.
De lasten en baten, door middel van kostentoerekening, eenduidig zijn toegewezen;
- b.
De budgetten en kredieten voor investeringen passen binnen de kaders zoals geautoriseerd bij de vaststelling van de uiteenzetting van de financiële positie;
- c.
De lasten niet dusdanig worden overschreden dat de realisatie van andere taken binnen de begroting onder druk komt.
- a.
§ 3. INTERNE CONTROLE
Artikel 5. Interne controle
Het dagelijks bestuur draagt zorg voor een adequate interne controle, zodanig dat het getrouwe beeld en de rechtmatigheid van de jaarrekening is gewaarborgd.
§ 4. RAPPORTAGE EN VERANTWOORDING
Artikel 6. Tussentijdse rapportage en informatie
- 1.
Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur door middel van halfjaarrapportages over de realisatie van de begroting van het openbaar lichaam.
- 2.
De tussenrapportages worden aan het algemeen bestuur aangeboden uiterlijk twee maanden na afloop van een halfjaarlijkse periode.
- 3.
De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de indelingssystematiek van de begroting.
Artikel 7. Jaarstukken
Het dagelijks bestuur legt verantwoording af over de uitvoering van de begroting en het financiële meerjarenplan. In de verantwoording geeft het dagelijks bestuur aan:
- a.
Wat is bereikt;
- b.
Wat de kosten zijn;
- c.
Hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting gestelde doelen.
Artikel 7a Rechtmatigheidsverantwoording
- 1.
Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een rechtmatigheidsverantwoording op.
- 2.
Het algemeen bestuur stelt vast op welke wijze het door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid.
- 3.
In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de VKB, exclusief de dotaties aan de reserves.
- 4.
In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan 1% van de totale lasten van de VKB, exclusief de dotaties aan de reserves nader toegelicht.
Artikel 7b Voorwaardencriterium
- 1.
Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
- 2.
Het algemeen bestuur stelt jaarlijks een normenkader rechtmatigheid vast. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien.
Artikel 7c Begrotingscriterium
- 1.
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door het algemeen bestuur geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.
- 2.
De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door het algemeen bestuur is geautoriseerd.
- 3.
Over- en onderschrijdingen van baten en onderschrijdingen van lasten zijn rechtmatig wanneer deze tijdig zijn gerapporteerd aan het algemeen bestuur. Omdat onder ‘tijdig melden’ bij de tussentijdse rapportages of de jaarrekening wordt verstaan, is het voor dergelijke afwijkingen van belang dat hiervoor een toereikende toelichting in de jaarstukken is opgenomen.
- 4.
Uitgangspunt is dat iedere overschrijding van de lasten als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:
- a.
Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren.
- b.
Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling.
- c.
De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage.
- d.
Begrotingsoverschrijdingen die passen binnen het bestaande beleid van het algemeen bestuur.
- a.
Artikel 7d Misbruik en Oneigenlijk gebruik
- 1.
Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden bij financiële beheershandelingen.
- 2.
Het algemeen bestuur stelt regels vast voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik.
TITEL 2. FINANCIËLE KADERS
Artikel 8. Voorschriften
- 1.
Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat de begroting en de jaarrekening in overeenstemming zijn met de krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels bedoeld in artikel 186 Gemeentewet (het Besluit Begroting en verantwoording provincies en gemeenten).
- 2.
Het algemeen bestuur kan nadere regels stellen ten aanzien van waardering en resultaatbepaling, mits passend binnen het kader van het Besluit begroting en verantwoording.
Artikel 9. Waardering en afschrijving activa.
- 1.
Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonodig aangepast voor duurzame waardeverminderingen. Er kan rekening gehouden worden met een restwaarde als deze objectief kan worden vastgesteld.
- 2.
De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar
- 3.
Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief het saldo van agio en disagio worden lineair in 3 jaar afgeschreven.
- 4.
Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
- 5.
De materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten, worden lineair afgeschreven in:
- a.
Maximaal 30 jaar: nieuwbouw bedrijfsgebouwen;
- b.
Maximaal 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop bedrijfsgebouwen;
- c.
Maximaal 15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen;
- d.
Maximaal 10 jaar: productiemachines en / of apparatuur, veiligheidsvoorzieningen bedrijfsge- bouwen; telefooninstallaties; kantoormeubilair; nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen; groot onderhoud bedrijfsgebouwen;
- e.
Maximaal 5 jaar: zware transportmiddelen; aanhangwagens; personenauto’s; lichte motor- voertuigen;
- f.
Maximaal 3 jaar: automatiseringsapparatuur;
- g.
Niet: gronden en terreinen.
- a.
- 6.
Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 5.000,- behoeven niet te worden geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatst genoemde worden altijd geactiveerd.
Artikel 10. Beleid reserves en voorzieningen
- 1.
Het dagelijks bestuur biedt tenminste eenmaal in de twee jaar een nota reserves en voorzieningen aan aan het algemeen bestuur, waarin wordt ingegaan op te onderkennen risico’s en de beheersing daarvan en in verband daarmee het minimaal benodigde weerstandvermogen en de aan te houden voorzieningen.
- 2.
De nota behandelt voorts de ontwikkeling van de vorming en de besteding van reserves.
- 3.
Het algemeen bestuur stelt deze nota vast binnen drie maanden na de aanbieding.
Artikel 11. Financieringsfunctie
- 1.
Het dagelijks bestuur biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een Treasurystatuut aan, dat binnen drie maanden na de aanbieding door het algemeen bestuur wordt vastgesteld.
- 2.
Het dagelijks bestuur draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor de uitvoering van de richtlijnen zoals vastgesteld in het Treasurystatuut.
TITEL 3. PARAGRAFEN
Artikel 12. Paragrafen
- 1.
Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat zowel in de begroting als in de jaarrekening de paragrafen worden geadresseerd zoals bedoeld in het Besluit begroting en verantwoording gemeenten en provincies, een en ander voorzover van toepassing.
- 2.
In ieder geval wordt aandacht geschonken aan de risico’s, het weerstandvermogen, onderhoud van gebouwen en machines, financiering en treasury, verbonden partijen en de bedrijfsvoering.
TITEL 4. FINANCIËLE ORGANISATIE EN ADMINISTRATIE.
Artikel 13. Administratie
1. De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
- a.
Het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in het openbaar lichaam als geheel en de bedrijfsonderdelen;
- b.
Het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa met economisch nut, voorraden, vorderingen en schulden, enzovoorts.;
- c.
Het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het maken van kostencalculaties;
- d.
Het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet- en regelgeving;
- e.
Het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en terzake geldende wet- en regelgeving;
- f.
De controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gesteld beleidsdoelen.
Artikel 14. Financiële administratie
Het dagelijks bestuur draag er zorg voor dat:
- a.
De inrichting en de werking van de financiële administratie voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving;
- b.
De vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan gemeenten.
Artikel 15. Financiële organisatie
Het dagelijks bestuur draagt de zorg voor en legt (in een besluit) vast:
- a.
Een eenduidige indeling van de organisatie en een eenduidige toewijzing van de taken aan de bedrijfsonderdelen;
- b.
Een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;
- c.
De verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;
- d.
De regels voor de opdrachtverlening en de verrekening van leveringen tussen bedrijfsonderdelen van de regeling of aan de deelnemende gemeenten;
- e.
De te maken afspraken met de bedrijfsonderdelen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voorgang van de activiteiten en uitputting van middelen;
- f.
De regels voor de verlening van décharge over het gevoerde beheer van de bedrijfsonderdelen.
TITEL 5. SLOTBEPALINGEN
Artikel 16. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 januari 2025 met dien verstande dat de begroting, meerjarenraming, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij behorende toelichtingen met ingang van de begroting voor het begrotingsjaar 2025 voldoen aan de bepalingen van de verordening.
Artikel 17. Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Financiële verordening Volkskredietbank Noord-Oost Groningen’.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur d.d. 20 november 2025.
Voorzitter
Secretaris
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl