Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743806
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743806/1
Geldend van 03-09-2025 t/m heden
1. Deel A: Inleiding op de Omgevingsprogramma's
Voorwoord
Stap voor stap naar een nog mooier Soest
In 2021 waren we een van de eerste gemeenten in Nederland die een Omgevingsvisie vaststelden: Stap voor stap ver komen. Dit was een ambitieuze visie en vroeg om lef. Met datzelfde lef hebben we nu vijf Omgevingsprogramma’s opgesteld: Wonen, Werken, Mobiliteit, Groen & Landschap, en Water. Samen vormen ze de basis voor een toekomstbestendig Soest.
Onze Omgevingsvisie staat sterk op hoofdlijnen. Het maken van de omgevingsprogramma’s heeft ons ook laten zien hoe we het nog sterker kunnen maken. Bijvoorbeeld door duidelijker te prioriteren of strategische keuzes te maken op gebiedsniveau. Dit past bij onze pragmatische werkwijze als middelgrote gemeente: leren door te doen. Iedere stap die we zetten, brengt ons dichter bij wat werkt voor Soest. Juist die praktische aanpak heeft ons geholpen om samen met onze inwoners en partners deze programma’s op te stellen.
We omarmen deze lessen en zien ze als kansen. Kansen om onze visie te herzien en verder aan te scherpen. Kansen om nog beter aan te sluiten bij de nieuwe provinciale visie en de grote uitdagingen van onze tijd, zoals het bieden van voldoende woningen, het tegengaan van klimaatverandering en het opvangen van vluchtelingen. In 2025 starten we het proces op voor de herijking.
We realiseren ons dat onze doelen verder reiken dan deze collegeperiode. Daarom is het niet nodig – en vaak niet mogelijk – om alle acties in 2025 direct op te starten. De nieuwe visie helpt ons om prioriteiten te stellen en faseringen te maken, zodat we gericht kunnen blijven werken aan een toekomstbestendig Soest. Tegelijkertijd bieden de huidige programma’s een stevige basis waarmee we nu al aan de slag kunnen op weg naar 2040.
Met deze aanpak blijven we trouw aan de gedachte van de Omgevingswet: leren, reflecteren en bijsturen. We weten dat de maatschappelijke opgaven groot zijn en de beschikbare ruimte schaars. Daarom blijven we stap voor stap werken aan oplossingen die recht doen aan onze ambities én de haalbaarheid.
We zijn er trots op dat we deze stappen hebben gezet. Dat doen we voor onze inwoners, ondernemers en iedereen die Soest een warm hart toedraagt. Onze dank gaat daarom uit naar alle inwoners, ondernemers en partners die hebben meegedacht en input hebben gegeven. Jullie bijdrage is van grote waarde! Samen zorgen we voor een dorps, groen en vitaal Soest, stap voor stap.
Karin Scholten, Aukje Treep-van Hoeckel, Anne Sterenberg, Osman Suna
Leeswijzer
Elk Omgevingsprogramma bestaat uit vier delen. Het eerste deel is voor alle Omgevingsprogramma’s hetzelfde. De andere delen gaan in op de inhoud van de betreffende Omgevingsprogramma’s.
Deel A: dit is een overkoepelende inleiding waarin wij beschrijven hoe de Omgevingsprogramma’s met elkaar verbonden zijn.
Deel B: dit is het beleidsdeel. Hierin lichten wij de beleidsdoelen inhoudelijk toe en werken wij deze uit aan de hand van de beleidsuitgangspunten van de verschillende Omgevingsprogramma’s.
Deel C: dit is het uitvoeringsdeel, waarin wij de acties per doel uit het Omgevingsprogramma ordenen en prioriteren.
Deel D: in het laatste deel staan de bijlagen van de verschillende delen.
1.1 Inleiding: Omgevingsvisie en Afwegingskader
In dit deel leest u meer over wat een Omgevingsprogramma is.
1.1.1 Waarom een Omgevingsprogramma?
Een Omgevingsprogramma is één van de kerninstrumenten binnen de Omgevingswet, zie figuur 1. Er zijn verplichte en vrijwillige Omgevingsprogramma's. Onze Omgevingsprogramma's zijn vrijwillig. Er staan beleidsdoelen en beleidsuitgangspunten in waarmee we onze leefomgeving beter kunnen beschermen, benutten, gebruiken en ontwikkelen. Een Omgevingsprogramma is een belangrijke schakel tussen de strategische doelen van de Omgevingsvisie en de regels van het Omgevingsplan. Het Omgevingsplan bepaalt welke ontwikkelingen zijn toegestaan en is de basis voor omgevingsvergunningen. Het Omgevingsprogramma biedt daarvoor het toetsingskader en onderbouwt nieuwe initiatieven die (nog) niet passen in het Omgevingsplan. Met deze vier kerninstrumenten kunnen we sturen op onze doelen.
Figuur 1

In 2021 hebben wij de Omgevingsvisie ‘Stap voor stap ver komen’ gemaakt. Deze vindt u hier. In de Omgevingsvisie beschrijven wij hoe wij willen dat Soest en Soesterberg er in 2040 uitzien. De Omgevingsprogramma’s gaan in op hoe we dat willen bereiken. Er zijn vijf Omgevingsprogramma’s die samen de meeste ruimte in onze gemeente vragen: Wonen, Werken, Mobiliteit, Groen & Landschap en Water.
De Omgevingsprogramma’s vervangen voor een gedeelte bestaand beleid. In de bijlage van elk Omgevingsprogramma staat een overzicht van beleid dat wij nieuw hebben opgenomen en beleid dat blijft gelden.
Met de vijf Omgevingsprogramma’s realiseren wij samen ons centrale doel: ‘Zorgen voor een prettige en natuurlijke leefomgeving’. Er zijn drie kernwaarden die onze leefomgeving kenmerken:
-
‘Dorps’: We omarmen ons kleinschalige en rustige karakter. We zijn een veerkrachtige gemeente met veel saamhorigheid waar we voor elkaar zorgen.
-
‘Groen’: We zijn een gezonde gemeente te midden van verschillende robuuste en open landschappen die goed met elkaar verbonden zijn.
-
‘Vitaal’: We zijn een ondernemende, toekomstgerichte gemeente met volop levendige ontmoetingsplekken.
Door de vijf Omgevingsprogramma’s tegelijkertijd op te stellen, kiezen we voor een integrale basis voor het Omgevingsplan. De Omgevingsprogramma’s laten zien hoe we de doelen uit de visie gaan realiseren. Ze bieden een toetsingskader voor de ontwikkeling van Soest. Nu en in de komende decennia.
1.1.2 Context van de Omgevingsprogramma's
De Omgevingsprogramma’s staan niet op zichzelf. Ze zijn opgesteld in een context die voortdurend in beweging is. Hieronder beschrijven wij een paar relevante kaders en ontwikkelingen die belangrijk zijn voor de uitvoering van alle Omgevingsprogramma’s. Deze kaders en ontwikkelingen kunnen aanleiding zijn om onze Omgevingsvisie of de programma's aan te passen. In Deel B van alle Omgevingsprogramma’s beschrijven wij de verdere context die specifiek impact heeft op de Omgevingsprogramma’s.
1.1.3 Kaders en Ontwikkelingen
Omgevingsvisie Soest binnen provinciale en nationale kaders
Onze Omgevingsvisie is afgestemd op de Provinciale Omgevingsvisie (POVI, 2021) en
de Nationale Omgevingsvisie (NOVI, 2020). De doelen en visies worden op deze verschillende
niveaus uitgewerkt in Omgevingsprogramma’s en projecten. Onderling beïnvloeden ze
elkaar en zijn ze soms afhankelijk van elkaar. Soest werkt samen met de provincie
Utrecht en de regio. Bijvoorbeeld aan een gezamenlijke Woondeal met het Rijk tot 2030,
de Regionale Energiestrategie (RES), een handelingsperspectief op het buitengebied
en een Mobiliteitsagenda.
Ontwikkelbeeld ‘Regio Amersfoort Centraal!’
In 2021 hebben we in de Regio Amersfoort een zogenaamd ‘gedeeld regionaal beeld’ vastgesteld.
Hierin staat dat groei in de regio wordt samengebracht in de centrale steden met goed
openbaar vervoer. Dat zijn de metropoolpoorten Amersfoort CS-Schothorst en de regiopoorten
Barneveld en Nijkerk. In de U10 is Zeist-Noord, vlak bij Soesterberg, aangewezen als
regiopoort. Soest blijft een dorps en groen karakter houden, met inzet op vitaliteit.
Dit staat ook in onze Omgevingsvisie.
NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort
Amersfoort is samen met Utrecht aangewezen als één van de zeventien zogenaamde ‘grootschalige
verstedelijkingslocaties’ in Nederland. Verstedelijking en de ontwikkeling van het
landelijk gebied zijn hierin grote opgaven. Alle NOVEX-gebieden stellen een Ontwikkelperspectief,
Uitvoeringsagenda en Investeringsagenda op. Het Ontwikkelperspectief 2040 van het
NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort streeft naar 165.000 woningen en 110.000 extra banen.
Om dit op een duurzame manier te bereiken, zijn investeringen nodig op verschillende
gebieden. Denk aan klimaatrobuuste inrichting, energie-infrastructuur en bereikbaarheid.
Gebiedsgericht onderzoek Amersfoort
Bij het uitwerken van het NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort wordt samen met het Rijk
de verstedelijking in Amersfoort verder onderzocht. Dit is inclusief de impact van
de verstedelijking op de Heuvelrugzone. Dankzij dit onderzoek kan Soest proactief
inspelen op ontwikkelingen. Denk hierbij aan de recreatiedruk op het buitengebied
en aan mobiliteitsvraagstukken, aangezien regiopoort Zeist-Noord in de buurt ligt.
Gebiedsvisie van A tot Z
De gemeente Soest werkt samen met het ministerie van Defensie, Provincie Utrecht,
Waterschap Vallei en Veluwe, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en de gemeenten
Amersfoort, Leusden en Zeist aan een integrale aanpak van de ruimtelijke en maatschappelijke
uitdagingen op de Utrechtse Heuvelrug, tussen Amersfoort en Zeist. Het doel is een
gezamenlijk gebiedsperspectief vast te stellen waarin de verschillende gebiedsopgaven
in samenhang worden uitgewerkt op een manier die de gebiedskwaliteiten borgt en waar
mogelijk versterkt. Door middel van ontwerpend onderzoek worden ideeën en oplossingsrichtingen
voor de inrichting verkend om een duurzaam en groen gebied te waarborgen. Het doel
is een gezamenlijk gebiedsperspectief vast te stellen dat de basis vormt voor gemeentelijke
besluitvorming binnen de diverse gemeentelijke kerninstrumenten (omgevingsvisie, -plan
en -programma).
Nota Ruimte
In de Nota Ruimte staan de kaders voor de ruimtelijke ordening in Nederland. Daarnaast
legt de Nota Ruimte de basis voor een verantwoorde inrichting van het land. De nota
richt zich op de verdeling van ruimte voor woningbouw, natuur, infrastructuur en recreatie.
De nadruk ligt hierbij op duurzaamheid. Voor Soest en de Regio Amersfoort betekent
dit dat bij de ruimtelijke ontwikkeling rekening moet worden gehouden met verschillende
onderwerpen. Denk hierbij aan verstedelijking, maar ook aan het behouden van belangrijke
natuurgebieden, zoals de Heuvelrugzone. Een ander voorbeeld is het opnemen van infrastructuurprojecten
die de regio beter bereikbaar maken.
Klimaatakkoord
In het Klimaatakkoord staat de ambitie om de komende decennia de CO2-uitstoot sterk te laten verminderen. Dit versnelt de energietransitie in Nederland.
Soest en de Regio Amersfoort spelen een actieve rol in het halen van de klimaatdoelen.
Bijvoorbeeld door te investeren in duurzame energie, het verduurzamen van de gebouwde
omgeving en het verbeteren van groene mobiliteit. Dit draagt niet alleen bij aan de
klimaatdoelen van Nederland, maar biedt ook kansen voor economische groei en het verbeteren
van de leefkwaliteit in Soest.
Water
en bodem sturend
Het principe van 'water en bodem sturend' benadrukt hoe belangrijk de integratie van
waterbeheer en bodembescherming is in ruimtelijke plannen. Voor Soest betekent dit
dat bij nieuwe ontwikkelingen en infrastructuurprojecten, zoals het bouwen van woningen
of de aanleg van wegen, altijd rekening gehouden moet worden met het effect op de
waterhuishouding en de kwaliteit van de bodem. Dit is heel belangrijk voor het behouden
van de ecologische waarde van het gebied. Vooral in gebieden zoals de Heuvelrug en
het buitengebied van Soest, waar de natuurlijke balans kwetsbaar is.
Soest circulair in 2050
Het creëren van een circulaire economie is een enorme opgave die steeds belangrijker
wordt en ook steeds meer prioriteit krijgt. In 2050 willen we circulair zijn. Dit
betekent dat tegen die tijd afval niet meer bestaat. Tot 2030 richten we ons vooral
op onze eigen organisatie, door ‘circulair denken’ steeds meer onderdeel te laten
zijn van alles wat we doen. Aan de ene kant om onze eigen directe en indirecte uitstoot
te verminderen, en aan de andere kant om met onze inkoop, beleid en projecten zo veel
mogelijk circulaire impact te maken in Soest. Op dit gebied is circulariteit dus vooral
belangrijk in de uitvoering van ons werk.
Netcongestie
Het elektriciteitsnet verbindt alles aan elkaar, maar is overvol. Dit heet ‘netcongestie’.
De gevolgen van netcongestie zijn groot. Het raakt bijna al onze ambities. Vanuit
het Energieprogramma coördineren wij dit. Dit betekent bijvoorbeeld dat concrete oplossingen
om bijvoorbeeld de ontwikkeling van woningbouw mogelijk te maken, binnen de bouwprojecten
gezocht moeten worden. Tegelijkertijd is meewerken en meedenken, het leren en toepassen
van andere aanpakken, het benutten van financieringsstromen en het beïnvloeden van
besluitvorming in ons voordeel onderdeel van die coördinerende rol.
1.2 Afwegingskader
In 2024 heeft de raad het Ruimtelijk Afwegingskader Soest vastgesteld. Dit afwegingskader verbindt de Omgevingsvisie en de Omgevingsprogramma’s. Het afwegingskader maakt op een duidelijke en herleidbare manier een integrale afweging tussen grote, strategische vragers van ruimte mogelijk. Op basis hiervan maken wij een afweging bij belangrijke keuzes over thema’s die gebruik willen maken van dezelfde ruimte. Ook helpt het afwegingskader bij het vinden van koppelkansen.
Het afwegingskader bestaat uit drie delen:
-
Waardenkader: De kern van het Waardenkader bestaat uit onze drie kernwaarden, die uiteenvallen in twaalf ruimtelijke aspecten. Deze aspecten zijn tijdloos en weergeven de hele fysieke leefomgeving. De doelen van de Omgevingsvisie en andere documenten die kaders stellen, hebben wij aan de twaalf ruimtelijke aspecten gekoppeld.
-
Waardenkaarten: Elke kernwaarde is uitgewerkt op een kaart, om de belangrijkste waarden vast te leggen die we aan plekken in de gemeente hebben toegekend. De kaarten helpen, net als de doelen, bij het maken van een afweging.
-
Leidraad: Wij hebben een handleiding opgesteld voor het gesprek over grote ruimtelijke vraagstukken, zodat dit gezamenlijk en gestructureerd verloopt. De leidraad geeft daarbij een denkrichting als conclusie.
Het hele afwegingskader vindt u hier.
1.2.1 Ruimtelijke vraagstukken
De Omgevingsprogramma's geven richting aan hoe we onze doelen gaan bereiken. Daarin maken we ook ruimtelijke keuzes die we in de verschillende Omgevingsprogramma's uitwerken. Tegelijkertijd zijn er ook ruimtelijke vraagstukken die we alleen gezamenlijk kunnen aanpakken. Gemaakte keuzes door één specifiek beleidsveld helpen in die gevallen niet bij het bereiken van de doelen. Het afwegingskader geeft houvast bij het gezamenlijk in beeld brengen en beantwoorden van deze vraagstukken.
Hieronder werken wij een aantal vraagstukken integraal uit. Zo wegen wij bijvoorbeeld mee welke koppelkansen mogelijk zijn bij het vraagstuk. De conclusie van het vraagstuk is betrokken bij de uitwerking van het desbetreffende Omgevingsprogramma. Deze lijst is niet volledig. Sommige vraagstukken vragen een verdere uitwerking. Andere vraagstukken zullen pas in de toekomst relevant worden.
Een complete uitwerking van de vraagstukken vindt u in 4.1 Bijlage 1 - Beschrijving ruimtelijke vraagstukken water.
Wonen
1: Is het wenselijk om nabij voorzieningen prioriteit te geven aan nultredenwoningen
en zorggeschikte woningen voor ouderen en zorgdoelgroepen?
-
Doel: Langer zelfstandig wonen mogelijk maken en druk op intramurale zorg verlagen.
-
Koppelkansen: Bevorderen doorstroming, efficiënt gebruik van voorzieningen en mogelijkheid tot wonen boven winkels.
-
Risico’s: Concentratie van ouderen, financiële haalbaarheid voor projectontwikkelaars en mogelijke daling van vraag naar zorgwoningen in de toekomst.
-
Conclusie: Woonzorgzones kunnen zonder belemmeringen worden ingevoerd en bieden koppelkansen met andere functies.
Werken
2: Zetten we in op één bedrijventerrein in Soesterberg, of verdelen we de ruimte over
twee locaties: Soest en Soesterberg?
-
Doel: Bestaande bedrijventerreinen intensiever benutten zonder oppervlakte te vergroten.
-
Koppelkansen: Verbeterde ontsluiting, HOV in Soesterberg, vergroening en ruimtelijke spreiding van zwaar vrachtverkeer.
-
Risico’s: Beperkte toewijzing van ruimte door de provincie en negatieve impact van bedrijven met zwaar verkeer binnen Soest.
-
Conclusie: Spreiding van bedrijventerreinen over twee locaties wordt aanbevolen.
3: Willen we een regionaal bedrijventerrein al dan niet binnen de gemeentegrenzen?
-
Doel: Bestaande terreinen intensiever benutten zonder uitbreiding van het totaal oppervlak.
-
Koppelkansen: Mogelijkheid om ruimte-extensieve bedrijven te verplaatsen naar een regionaal terrein en HOV verbeteren.
-
Risico’s: Beperkte bijdrage aan lokale economische behoeften en meer autoverkeer van buiten de regio.
-
Conclusie: Inzetten op een regionaal bedrijventerrein buiten de gemeentegrenzen.
4: Welke locaties zijn realistisch als zoekgebied voor een toekomstig bedrijventerrein?
4a: Locatie: Randen bestaande bedrijventerreinen (met name Soestdijkse Grachten)
-
Doel: Intensivering en verduurzaming van bedrijventerreinen met behoud van omvang.
-
Koppelkansen: Duurzaamheid en verplaatsing van bedrijven biedt ruimte voor nieuwe functies op oude locaties.
-
Risico’s: Afstemming met provincie nodig en mogelijke toename verkeersbewegingen.
-
Conclusie: Inzetten op de uitbreiding van ca 10 ha (maximaal 15 ha) bedrijventerrein aansluitend aan bestaande bedrijventerreinen.
4b: Locatie: Defensieterrein Soesterberg en eventueel aanliggende gronden
-
Doel: Intensiever gebruik van terreinen en versterking van werkgelegenheid.
-
Koppelkansen: Duurzaamheid, verplaatsing van bedrijven en extra ruimte voor woningbouw in Soesterberg-Noord.
-
Risico’s: Afhankelijk van toestemming van de provincie en betrokken partijen zoals Defensie.
-
Conclusie: Inzetten op het realiseren van ca. 15 ha bruto bedrijventerrein op terrein van Defensie en aanliggende gronden1.
5: Hoe kansrijk is het om een bestaand bedrijventerrein te transformeren naar wonen?
-
Doel: Evenwichtige werkgelegenheid en behoud van werkplekken per hectare.
-
Koppelkansen: Kleinschalige bedrijven dichtbij woningen verhogen leefbaarheid.
-
Risico’s: Onzekerheid over beschikbare ruimte voor bedrijventerreinen en afhankelijkheid van provinciale goedkeuring.
-
Conclusie: Geen transformatie naar wonen, wel kansen voor intensivering en gemengd gebruik.
6: Hoe belangrijk vinden we het behoud van de historische linten als gemengd milieu met behoud van werkgelegenheid?
-
Doel: Een heldere ruimtelijke structuur behouden met functiemenging (wonen, werken, voorzieningen) langs de historische linten.
-
Koppelkansen: Meer ruimte voor kleinschalige kantoren, maatschappelijke voorzieningen en woonzorgfuncties.
-
Risico’s: Parkeerdruk moet op eigen terrein worden opgelost; afwentelen op de omgeving is niet mogelijk.
-
Conclusie: Behoud van werkgelegenheid en functiemenging is essentieel; transformatie zonder behoud van werkgelegenheid wordt afgeraden.
7: Hoe gaan we om met de diverse (gewenste) functies in de polder? Welke functies prevaleren?
-
Doel: Balans vinden tussen natuurbehoud, landbouw en recreatie om een prettige leefomgeving te creëren met voldoende recreatiemogelijkheden.
-
Koppelkansen: Nieuwe verdienmodellen voor agrarische ondernemers, zoals kleinschalige horeca, kamperen bij de boer en agrarisch natuurbeheer.
-
Risico’s: Meer recreatie kan leiden tot druk op natuurwaarden en meer autoverkeer in de polder.
-
Conclusie: Een integrale aanpak is nodig om een goed evenwicht te vinden tussen natuur, landbouw en recreatie, waarbij keuzes per gebied gemaakt worden.
1 Voortschrijdend inzicht heeft ertoe geleid dat we op dit moment in de gebiedssamenwerking A-Z ca. 10 ha bruto aan ruimte zoeken om bedrijven uit Soesterberg-Noord te kunnen verplaatsen en aanvullend daarop te kunnen voorzien in een ruimtebehoefte van andere (lokale) bedrijven. Uit de gebiedssamenwerking A-Z zal moeten blijken of, waar, binnen welke termijn en op welke wijze dit mogelijk is in dit gebied.
Mobiliteit
8: Hoe wenselijk is het om hoofdwegen binnen Soest als 30 km/uur-zone in te richten?
-
Doel: Verkeersveiligheid verbeteren en nul ernstige verkeersslachtoffers nastreven.
-
Koppelkansen: Groene herinrichting en vermindering van geluidsoverlast.
-
Risico’s: Hoge kosten en gefaseerde uitvoering noodzakelijk.
-
Conclusie: Hoofdwegen behouden hun ontsluitingsfunctie; waar nodig concessies aan bereikbaarheid voor verkeersveiligheid.
9: Hoe gaan we om met de vraag naar parkeergelegenheid in relatie tot andere functies en straatinrichting?
-
Doel: Balans tussen vraag en aanbod van parkeerplaatsen behouden.
-
Koppelkansen: Combinatie met groot onderhoud om budget efficiënt te benutten.
-
Risico’s: Beperkte parkeervoorzieningen voor tweede en derde auto's.
-
Conclusie: Parkeeruitbreiding koppelen aan groot onderhoud en herinrichting.
Groen & Landschap
10: Waar is ruimte voor natuurlijke bossen zoals agroforestry of voedselbossen?
-
Doel: Duurzame natuurontwikkeling en verbeterde waterkwaliteit.
-
Koppelkansen: Recreatie, toerisme en het versterken van lokale biodiversiteit.
-
Risico’s: Verlies van open landschap en kwetsbare waterkwaliteit rond de Wieksloot.
-
Conclusie: Potentie voor voedselbossen is aanwezig, maar impact op landschap en waterkwaliteit moet worden onderzocht.
11: Is er ruimte voor grootschalige horeca in de polder van Soest?
-
Doel: Versterken van recreatieve functie en verblijfsduur verlengen.
-
Koppelkansen: Verbinden van horeca aan waterspeelplaatsen en waterberging.
-
Risico’s: Drukte en verkeer leggen extra belasting op natuur en infrastructuur.
-
Conclusie: Alleen kleinschalige horeca voor wandelaars en fietsers is passend.
12: Waar vangen we recreanten op en waar geven we natuur de voorrang?
-
Doel: Inrichten van recreatie- en stiltegebieden om drukte te reguleren.
-
Koppelkansen: Aanleggen van parkeerplaatsen aan de rand van drukke gebieden en spreiding door zonering.
-
Risico’s: Grotere parkeerlocaties kunnen leiden tot extra drukte.
-
Conclusie: Zonering voor recreatie en natuurbehoud toepassen met specifieke keuzes per gebied.
13: Hoe gaan we om met nieuwe transformatorstations en hoe zorgen we voor een groene inpassing?
-
Doel: Zorgen voor een prettige leefomgeving en het waarborgen van een betrouwbaar energienetwerk.
-
Koppelkansen: Groene inrichting rond transformatorstations verhoogt de acceptatie en draagt bij aan de leefbaarheid.
-
Risico’s: Het niet plaatsen van transformatorstations kan leiden tot netcongestie en vertraging van ruimtelijke ontwikkelingen.
-
Conclusie: Transformatorstations zijn essentieel, maar groene inpassing is belangrijk om de impact op de omgeving te beperken.
Water
14: Hoe ver willen we gaan in het verplichten tot afkoppelen van hemelwaterafvoer?
-
Doel: Ontlasting van het riool en behoud van de zoetwatervoorraad.
-
Koppelkansen: Gescheiden rioolsystemen koppelen aan integrale buurtontwikkelingen.
-
Risico’s: Weerstand en juridische complicaties bij verplichting voor particulieren.
-
Conclusie: Afkoppeling stimuleren waar mogelijk; verplichting wordt pas overwogen bij onvoldoende voortgang.
15: Willen we hemelwater overal laten infiltreren?
-
Doel: Voorkomen van overbelasting van het riool en behoud van grondwater.
-
Koppelkansen: Combineren met vergroening en behoud van cultuurhistorische waterstructuren.
-
Risico’s: Risico op wateroverlast en verontreiniging van grondwater.
-
Conclusie: Maatwerk per locatie vereist; effecten van infiltratie monitoren voor verdere beleidskeuzes.
16: Willen we een actievere rol spelen in de bescherming van de zoetwaterbel onder de Heuvelrug?
-
Doel: Beschermen van de nationale grondwaterreserve als toekomstige drinkwaterbron.
-
Koppelkansen: Bewustwordingscampagnes koppelen aan andere acties zoals vergroening.
-
Risico’s: Extra maatregelen buiten wettelijke verplichtingen vragen om draagvlak en samenwerking.
-
Conclusie: Gemeente neemt een actieve rol in de bescherming van de zoetwaterbel.
17: Hoe sturend zijn water en bodem bij ruimtelijke ontwikkelingen in Soest?
-
Doel: Behouden van het historische karakter en klimaatbestendige inrichting.
-
Koppelkansen: Combineren met natuur- en landschapsdoelen.
-
Risico’s: Politieke en maatschappelijke weerstand tegen beperkende voorwaarden voor nieuwe bouw.
-
Conclusie: Water en bodem worden meer sturend in ruimtelijke plannen.
18: Hoe hoog prioriteren we de ruimtevraag van klimaatadaptieve maatregelen?
-
Doel: Klimaatbestendige leefomgeving met ruimte voor waterbuffers, schaduwrijke zones en evacuatieroutes.
-
Koppelkansen: Combineren met doelen voor vergroening en duurzame infrastructuur.
-
Risico’s: Lange termijn investeringen versus directe kosten en baten.
-
Conclusie: Hoge prioriteit voor klimaatadaptatie met kosten-batenanalyse en monitoring van maatregelen.
1.3 Integraal: samen bouwen aan een groen, dorps en vitaal Soest
De Omgevingsprogramma's als fundament voor een toekomstbestendig Soest
De Omgevingsprogramma’s van Soest vormen samen het fundament van onze fysieke leefomgeving.
Vanuit de kernwaarden ‘groen’, ‘dorps’ en ‘vitaal’ werken we aan een duurzame toekomst
waarin natuur, gemeenschap en economie in balans zijn. Deze ambitie bereiken we niet
alleen binnen de Omgevingsprogramma’s, maar vraagt brede samenwerking binnen de gemeente.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan samenwerking met Sociaal Domein, het Energieprogramma
en het team Realisatie, die allemaal onmisbaar zijn voor het bereiken van onze doelen
uit de Omgevingsvisie. Tegelijkertijd dragen we met de Omgevingsprogramma's bij aan
de Sustainable Development Goals (SDG’s). Hieruit komen onze doelen voort. Door onze
krachten te bundelen, ontstaan oplossingen die het welzijn van inwoners direct verbeteren
en tegelijkertijd bijdragen aan een duurzaam Soest. Hieronder beschrijven wij hoe
de vijf Omgevingsprogramma’s samenkomen rond vijf thema’s:
-
a.
Klimaatbestendigheid en duurzaamheid
-
b.
Sociale cohesie en leefkwaliteit
-
c.
Duurzame mobiliteit en toegankelijkheid
-
d.
Economische vitaliteit
-
e.
Biodiversiteit en natuurinclusiviteit
Elk thema toont hoe deze samenwerking de kernwaarden van Soest versterkt. Zo leggen we samen de basis voor een leefomgeving die functioneel, gezond en aantrekkelijk is. In tabel 1 staat hoe de verschillende doelen van de Omgevingsprogramma’s bijdragen aan de SDG’s en aan elkaar.
Thema 1: Klimaatbestendigheid en duurzaamheid
Klimaatverandering vraagt om een concrete en daadkrachtige aanpak. Water en bodem
zijn voor ons daarbij zo veel mogelijk sturend in onze ruimtelijke ordening. In wijken
zoals Smitsveen en Klaarwater hebben wij bijvoorbeeld wadi’s (Water Afvoer Drainage
en Infiltratie) en waterdoorlatende bestrating aangelegd om wateroverlast tegen te
gaan. Deze maatregelen verminderen niet alleen de druk op het rioolstelsel, maar verbeteren
ook de grondwaterstand en dragen bij aan de biodiversiteit in de wijk. Daarnaast maken
deze ingrepen de openbare ruimte groener en aantrekkelijker voor bewoners.
Het Omgevingsprogramma Wonen speelt hierin een heel belangrijke rol. Bij nieuwbouwprojecten wordt standaard rekening gehouden met klimaatadaptieve maatregelen. Dit zijn maatregelen die rekening houden met klimaatverandering en bijdragen aan het tegengaan daarvan. Zo worden er systemen om het regenwater op te vangen geïnstalleerd en wordt gebruikgemaakt van groene daken en gevels die bijdragen aan isolatie en het vasthouden van water. Samen met het Energieprogramma stimuleren we het gebruik van duurzame energiebronnen, zoals zonnepanelen en warmtepompen. Hierdoor worden woningen niet alleen comfortabeler, maar ook energiezuiniger. Deze samenwerking tussen het Omgevingsprogramma Wonen en het Energieprogramma zorgt ervoor dat nieuwe projecten duurzaam en betaalbaar blijven.
Op bedrijventerreinen wordt ook gewerkt aan duurzaamheid. Niet alleen van de panden en bedrijfsprocessen, maar ook bijvoorbeeld door aandacht te hebben voor groene buffers die hittestress verminderen, door een aangename werkomgeving te creëren en door bij te dragen aan de waterhuishouding. Wij stimuleren het gebruik van duurzame en energieoplossingen die niet het elektriciteitsnet op hoeven. Ook stimuleren wij het gebruik van circulaire materialen. Door natuurvriendelijke zones aan te leggen, worden bedrijventerreinen aantrekkelijk voor mensen, dieren en planten. We zorgen voor plekken voor laadpalen en voldoende fiets- en voetgangersroutes. Bermen en bomenrijen met veel schaduw zorgen niet alleen voor verkoeling, maar versterken ook de groene uitstraling van de omgeving. Daarnaast zijn ze ook ‘snelwegen’ voor flora en fauna. Het team Realisatie zorgt ervoor dat deze voorzieningen door regelmatig onderhoud effectief blijven functioneren.
Tot slot wordt bij het ontwerp en de werkzaamheden van infrastructuur, bijgedragen aan onze klimaatneutrale en circulaire doelstellingen. Dit doen wij door het stimuleren van het gebruik van circulaire materialen zoals hergebruik van straatstenen. Ook kijken we waar de aanleg van wegen kan worden uitgevoerd met een lagere CO2-uitstoot, zoals door het gebruiken van elektrische werktuigen tijdens de werkzaamheden.
Thema 2: Sociale cohesie en leefkwaliteit
De kern van ons dorpse karakter is een hechte gemeenschap. We willen dat de fysieke
leefomgeving een gezonde levensstijl mogelijk maakt en stimuleert. Daarom werken we
aan plekken om elkaar te ontmoeten. Dit zijn plekken waar buurtbewoners samenkomen
om te spelen, sporten, ontspannen of om gewoon te genieten van de omgeving. Deze plekken
zorgen niet alleen voor meer verbinding, maar geven ook ruimte aan groen en water.
Hierdoor helpen deze plekken ook tegen zogenaamde ‘hittestress’. Denk hierbij aan
vijvers met natuurvriendelijke oevers die ruimte bieden voor rust, waterberging en
biodiversiteit.
Het Omgevingsprogramma Mobiliteit draagt bij door voetgangersgebieden beter te verbinden met deze plekken, zodat ze voor iedereen makkelijk bereikbaar zijn. Het Omgevingsprogramma Groen & Landschap speelt hierin een belangrijke rol, omdat dit Omgevingsprogramma groene zones en plekken die uitnodigen tot ontmoeting aanlegt.
Vanuit het Omgevingsprogramma Wonen versterken we de leefkwaliteit door te investeren in diverse en toegankelijke woningen. De aanwezigheid van voldoende voorzieningen op de juiste plek heeft de aandacht vanuit de Omgevingsprogramma’s Wonen, Werken en het team Sociaal Domein. Tegelijkertijd draagt het Omgevingsprogramma Water bij aan de leefbaarheid, door natuurlijke infiltratiegebieden te creëren. De wadi’s zijn hier een voorbeeld van. Deze voorzieningen verminderen wateroverlast en zorgen voor een groene, aantrekkelijke omgeving. Deze groene plekken maken wijken niet alleen functioneel, maar geven hen ook een unieke uitstraling.
Vanuit het team Sociaal Domein stimuleren we buurtinitiatieven zoals bijvoorbeeld buurtfeesten. Deze initiatieven versterken de band tussen inwoners onderling en de band met hun leefomgeving. Zo zorgen de initiatieven voor een inclusieve samenleving. Het team Realisatie zorgt voor het onderhoud van deze gebieden, zodat zij veilig, schoon en heel blijven voor dagelijks gebruik. Zo werken we samen aan het sociale en fysieke netwerk dat Soest kenmerkt.
Thema 3: Duurzame Mobiliteit en toegankelijkheid
Een vitale gemeenschap heeft behoefte aan duurzame en toegankelijke mobiliteit. Wij
hebben nu een kans om duurzaamheid en de leefkwaliteit in Soest te verbeteren. Daarom
zetten wij in Soest in op het STOMP-principe, dat mobiliteit in volgorde van voorkeur
aangeeft: Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobiliteit als dienst en Privéauto.
Dit betekent dat wij lopen en fietsen stimuleren boven het gebruik van de auto. Een
voorbeeld hiervan is de aanleg van meer wandel- en fietspaden. We investeren in veilige
oversteekplaatsen en duidelijke bewegwijzering, zodat iedereen, van jong tot oud,
zich lopend en op de fiets makkelijk kan verplaatsen. Deze aanpak maakt het reizen
niet alleen praktisch, maar ook plezierig.
Natuurlijk blijven we ook werken aan goed openbaar vervoer en een sterke laadinfrastructuur voor elektrische mobiliteit. Wij verduurzamen de infrastructuur onder andere door waterinfiltratie te combineren met onze infrastructuur. Bijvoorbeeld via waterdoorlatende verharding. Dit zorgt ervoor dat het regenwater op een natuurlijke manier in de grond kan trekken. Dit is belangrijk is wanneer er langere tijd droogte is. Ook voorkomen we zo wateroverlast. Beplanting langs wegen en paden draagt bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving, en dus aan de beleving van ons groene karakter. Het team Realisatie zorgt voor goed onderhouden wegen en paden. Hierdoor is mobiliteit niet alleen duurzaam, maar ook comfortabel. Door deze samenwerking worden infrastructuur en natuur aan elkaar verbonden.
Thema 4: Economische vitaliteit
Een sterke economie is onmisbaar voor een vitale gemeente. Het aantal werkplekken
moet meegroeien met het aantal inwoners. Alleen zo kunnen we voorkomen dat we vergrijzen
of een 'slaapdorp’ worden waarin iedereen overdag ergens anders is. Dat vraagt aandacht.
Daarom richt het Omgevingsprogramma Werken zich onder meer op het verdichten van de
bedrijventerreinen. Op hetzelfde oppervlakte kunnen dan meer mensen werken. Bedrijven
die zich bezighouden met duurzaamheid en technologie trekken andere bedrijven aan
en creëren tegelijkertijd ook banen voor inwoners. Dit stimuleert niet alleen de lokale
economie, maar maakt Soest ook aantrekkelijk voor ondernemers die duurzaamheid belangrijk
vinden. Wij stimuleren duurzame mobiliteit door te zorgen voor goede verbindingen
tussen woon- en werkgebieden. Bijvoorbeeld door het aanleggen van veilige fietsroutes.
Onze bedrijventerreinen moeten aansluiten op de behoeften van ondernemers én die van het klimaat. Dit zorgt voor een prettige werkomgeving en vermindert de negatieve gevolgen van hitte en zware regenval. Groene buffers en waterdoorlatende bestrating dragen bij aan een betere waterhuishouding en een gezondere werkomgeving. Samen met het Energieprogramma ondersteunen wij bedrijven bij het verduurzamen van hun processen, oplossingen tegen netcongestie en het overstappen op schone energiebronnen. Ook gaan we aan de slag met de ontwikkeling naar een circulaire economie.
Thema 5: Biodiversiteit en natuurinclusiviteit
Onze kernwaarde ‘groen’ komt het sterkst tot uiting in onze inzet voor biodiversiteit
en natuurinclusiviteit. Natuur staat namelijk niet op zichzelf, maar is verbonden
aan de leefomgeving. Ecologische corridors, zoals de routes tussen de Soester Duinen
en omliggende natuurgebieden, geven flora en fauna de ruimte om zich vrij te bewegen.
Dit draagt direct bij aan het vergroten van de biodiversiteit. Tegelijkertijd bieden
deze routes mogelijkheden om te recreëren voor wandelaars en fietsers. Ze versterken
zo niet alleen de natuur, maar ook de beleving van het landschap door inwoners en
bezoekers.
Water speelt een onmisbare rol in het versterken van de biodiversiteit. Water met een goede waterkwaliteit zorgt bijvoorbeeld voor leefgebieden voor watervogels, vissen en amfibieën. Het Omgevingsprogramma Wonen ondersteunt deze visie door natuurinclusieve bouwprincipes te stimuleren. Bijvriendelijke gevels en groene daken zijn charmante voorbeelden die passen bij onze kernwaarde ‘groen’. Wandel- en fietsroutes die de groene gebieden met elkaar verbinden, zijn aantrekkelijk voor recreatie. Daarnaast zorgen zij voor meer bewustzijn van de natuur bij inwoners en bezoekers. Goed beheer van de natuur door het team Realisatie zorgt voor duurzaam beheer en behoud van de natuur. Zo blijven deze groene structuren bijdragen aan de biodiversiteit en het welzijn van alle inwoners.
Conclusie
Dankzij intensieve samenwerking tussen de Omgevingsprogramma’s met externe partners,
geven wij vorm aan een Soest dat klaar is voor de toekomst. Onze kernwaarden ‘groen’,
‘dorps’ en ‘vitaal’ zijn de basis van alles wat we doen. Wij werken integraal aan
oplossingen die elkaar versterken. Of het nu gaat om klimaatadaptatie, sociale cohesie,
duurzame mobiliteit, economische groei of biodiversiteit. Met deze integrale aanpak
versterken we niet alleen onze leefomgeving, maar bouwen we ook aan een veerkrachtig
en toekomstbestendig Soest. Samen bouwen we aan een gemeente waar het prettig wonen,
werken en recreëren is. Voor onze generatie en voor de generaties die nog komen.
Tabel 1 laat in één oogopslag zien wat de raakvlakken zijn tussen de Omgevingsprogramma's en aan welke SDG's zij bijdragen.
1.4 Totstandkoming en vervolg
Wij hebben de Omgevingsprogramma’s opgesteld na een zorgvuldig proces, waarin inwoners, adviescommissies en andere belanghebbenden input hebben geleverd. Nadat wij de Omgevingsprogramma’s hebben vastgesteld, beginnen we met de uitvoering. Hieronder gaan wij hier iets dieper op in. Alle Omgevingsprogramma’s hebben daarnaast een uitvoeringsdeel (Deel C), dat dieper ingaat op de uitvoering.
1.4.1 Inwoners denken mee
We werken aan een groen, dorps en vitaal Soest en Soesterberg voor onze inwoners. Daarom vinden wij het belangrijk dat inwoners, ondernemers en partners nu en in de toekomst blijven meedenken over Soest en Soesterberg. Voor de Omgevingsvisie en de Omgevingsprogramma’s hebben we daarom een participatietraject uitgevoerd. De opgehaalde input is verwerkt in de verschillende Omgevingsprogramma’s.
Participatietraject Omgevingsvisie
Tussen 2019 en 2021 vond een uitgebreid participatietraject plaats. Het doel was om
zo vroeg mogelijk een diverse groep inwoners te betrekken bij de vraag: ‘Wat voor
Soest en Soesterberg willen we zijn in 2040?’ De resultaten hiervan vormden de basis
voor de Omgevingsvisie en hebben wij doorvertaald naar de Omgevingsprogramma’s.
Brede betrokkenheid van inwoners en belanghebbenden
In 2023 hebben we inwoners en belanghebbenden in bijeenkomsten verdiepende vragen
gesteld over het uitvoeren van de visie. Deze input is verwerkt in de Omgevingsprogramma’s,
waarin wij aangeven wat wij met de input hebben gedaan. Wij hebben inwoners gevraagd
via het inwonerpanel, met bijna 1700 deelnemers, en de app Swipocratie, ingevuld door
zo’n 1400 mensen. Hieronder bevonden zich veel jongeren. Via Denkmeeover.nl kwamen
bijna 700 reacties binnen. In een camper bij (super)markten werden driehonderd straatinterviews
afgenomen. Dit alles heeft ons goede inzichten gegeven, die wij hebben meegenomen
in de Omgevingsprogramma’s.
Hier vindt u volledige resultaten van de participatie. In de verschillende Omgevingsprogramma’s werken wij uit wat de participatie voor dat Omgevingsprogramma heeft betekend.
1.4.2 Adviescommissies
De adviescommissies Milieu en Ruimte (CMR) en Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) hebben de concept-Omgevingsprogramma’s ontvangen. Beide commissies hebben hierop hun opmerkingen gegeven. Deze hebben wij verwerkt. Tijdens de inzageperiode kunnen beide commissies, als zij dat willen, nog een keer een reactie geven.
1.4.3 Plan MER
De Omgevingsprogramma's blijken na een beoordeling van de RUD niet plan MER-plichtig te zijn. De beschreven activiteit vallen niet onder de criteria die een plan-MER vereisen.
1.4.4 Uitvoering kost geld
De Omgevingsprogramma’s bieden inzicht in de beleidsregels en uitvoering, om uiteindelijk de Omgevingsvisie te realiseren. Voor het dekken van de kosten gelden onderstaande aandachtspunten.
Planning & Control-cyclus
Alle Omgevingsprogramma’s hebben een uitvoeringsdeel (Deel C), waarin wij de acties
beschrijven. Wij prioriteren deze acties, waardoor er een stevige basis voor de komende
jaren is. Deze prioriteiten zijn ook de basis om via de gebruikelijke route van de
kadernota en de dekking van de begroting aan te vragen. Wij kunnen activiteiten dan
integraal afwegen en monitoren.
Subsidies
Er is in 2024 een analyse gemaakt van de subsidiemogelijkheden per Omgevingsprogramma.
Deze analyse geeft een momentopname van de mogelijkheden, waarvan een deel de komende
jaren waarschijnlijk beschikbaar zal blijven. De grootste kansen liggen bij Omgevingsprogramma's
die de leefomgeving groener en duurzamer maken, al kunnen subsidies verschillen in
beschikbaarheid.
Kostenverhaal
De gemeente heeft een wettelijke plicht om kosten te verhalen die zij volgens het
Omgevingsplan maakt voor bouwplannen. De voorkeur gaat uit naar privaatrechtelijke
afspraken (dit heet een ‘anterieure overeenkomst’). Het kostenverhaal in Soest staat
in de Nota Kostenverhaal en kan zowel vrijwillig als afdwingbaar worden ingezet.
Naast projectkosten wordt ook de plankostenscan toegepast om bouwplannen mogelijk te maken. Er wordt geen kostenverhaal toegepast als de kosten onder de tienduizend euro liggen, er geen kosten voor openbare werken zijn, of als het alleen gaat om aansluitingen op openbare ruimte/nutsvoorzieningen.
Tabel 1: Doelen, SDG’s en raakvlakken





2. Deel B: Doelen en Ambities Water
2.1 Inleiding
2.1.1 Algemeen
Voor een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving is waterbeheer belangrijk. In dit Omgevingsprogramma beschrijven we onze doelen en ambities voor waterbeheer en klimaatadaptatie in Soest. We hebben dit Omgevingsprogramma opgesteld in gezamenlijkheid met de andere Omgevingsprogramma's. Hiermee doen we recht aan het integrale karakter van waterbeheer en klimaatadaptatie in ons ruimtelijk beleid.
2.2 Kaders
2.2.1 Algemeen
4.2 Bijlage 2 - Beleidskaders bevat een overzicht van de wet- en regelgeving en beleidskaders die van toepassing zijn op waterbeheer en klimaatadaptatie in Soest. Het gaat om Europees, nationaal en regionaal beleid. Overheden en private partijen hebben verschillende verantwoordelijkheden als het gaat om waterbeheer. Dit beschrijven we in 4.3 Bijlage 3 - Verdeling verantwoordelijkheden waterbeheer. 4.4 Bijlage 4 - Beleidsoverzicht Soest bevat een overzicht van ons eigen beleid voor water en klimaatadaptatie, in Soest. Daarbij geven we aan welk beleid als gevolg van dit Omgevingsprogramma blijft gelden en welk beleid vervalt.
2.3 Context
2.3.1 Trends en ontwikkelingen
Hieronder beschrijven we de trends en ontwikkelingen die relevant zijn voor dit Omgevingsprogramma.
De vraag naar ruimte
Ruimte is schaars en wordt steeds belangrijker voor wonen, werken, recreatie, mobiliteit,
landbouw, natuur en water. Nieuwe ontwikkelingen, zoals de energietransitie en klimaatverandering,
vragen zowel bovengronds als ondergronds om extra ruimte. Denk bijvoorbeeld aan windmolens
en waterbuffering.
De Omgevingswet
De Omgevingswet, die op 1 januari 2024 inging, vereenvoudigt en bundelt oude wetten.
De wet geeft gemeenten meer ruimte om lokaal maatwerk en functiecombinaties in te
richten. Bijvoorbeeld op het gebied van wateropslag en energieopwekking. Ook verschuift
de Omgevingswet taken naar gemeenten. Zo zijn gemeenten nu het bevoegd gezag voor
bodemverontreinigingen.
Water en bodem als sturend principe in de ruimtelijke ordening
De afgelopen eeuwen hebben we het watersysteem in Nederland steeds verder aangepast
aan onze behoeften. Maar op dit moment loopt het systeem tegen haar grenzen aan. De
reden hiervoor is klimaatverandering. Daarom geeft de Nota Ruimte een nieuwe kijk
op de inrichting van Nederland. Hierin bepalen, net als vroeger, de natuurlijke kenmerken
van het bodem- en watersysteem weer meer waar we wonen en werken. Wij hebben de strategische
keuze gemaakt om water en bodem meer sturend te maken in ons ruimtelijk beleid. We
volgen hiervoor de nationale en regionale uitgangspunten en kaders bij ruimtelijke
ontwikkelingen in Soest.
Klimaatverandering en klimaatadaptatie
Door klimaatverandering krijgt Soest steeds vaker te maken met extreme weersomstandigheden.
Hevige en extreme regenval leidt tot wateroverlast, vooral door water dat op straat
blijft liggen en schade veroorzaakt aan gebouwen en infrastructuur. Langdurige regen
verhoogt de stand van het grondwater, wat vooral problemen geeft voor bebouwing in
gebieden van Soest die lager liggen. Droge periodes vergroten de kans op bodemdaling,
verdroging van natuur en natuurbranden. Dit is vooral het geval op de zandgronden.
Hitte treft vooral kwetsbare groepen, zoals ouderen. Hoewel de kans op overstromingen
door een dijkdoorbraak klein is, loopt de polder langs de Eem wel risico.
In het Deltaprogramma Ruimtelijke Klimaatadaptatie werken we samen met andere overheden aan een klimaatbestendige inrichting van de leefomgeving in Soest. In 2024 concludeerde de Rekenkamer Soest dat er vooral op het gebied van droogte en hitte nog werk aan de winkel is. De rekenkamer adviseerde integraal adaptatiebeleid op te stellen, waarin wateroverlast, hitte en droogte in samenhang wordt aangepakt, en de uitvoering van dit beleid goed te monitoren.
Transitie naar een circulaire economie
Nederland wil graag een circulaire economie worden, waarbij minder grondstoffen worden
gebruikt en producten meerdere keren gebruikt worden. Ook de waterketen speelt hierbij
een rol. Bijvoorbeeld door water niet als afval, maar als grondstof te zien en door
materialen in de waterinfrastructuur circulair in te zetten. In de wijk Overhees wordt
al geëxperimenteerd met aquathermie als bron van een decentraal warmtenet.
Participatie
Uit het participatieproces dat wij voor het schrijven van de Omgevingsprogramma’s
hebben georganiseerd, komen onder andere de volgende punten naar voren:
-
Inwoners van Soest ervaren overlast door hitte en droogte. In sommige wijken ervaren inwoners ook wateroverlast.
-
Vooral voor de jongere generatie is klimaatadaptatie een belangrijk thema.
-
Oplossingen zijn zowel aan de gemeente, bijvoorbeeld door het afwateringsstelsel en de riolering te verbeteren, als aan particulieren. Bijvoorbeeld door stenen uit hun tuinen te halen en de tuinen te vergroenen.
2.4 Doelen
2.4.1 Doel 1: In stand houden van een gezonde en leefbare omgeving door invulling te geven aan de gemeentelijke watertaken
De Omgevingswet legt drie watertaken neer bij gemeenten: de stedelijk afvalwatertaak, de hemelwatertaak en de grondwatertaak (zie de beschrijving in 4.3 Bijlage 3 - Verdeling verantwoordelijkheden waterbeheer). Hieronder formuleren wij onze ambities en doelstellingen per taak.
Indicatoren
-
Aantal kilometer gescheiden riolering.
-
Aantal hectare afgekoppeld openbaar terrein.
-
Benutting van subsidie voor het afkoppelen van hemelwater: dit geeft een indicatie van afgekoppeld particulier terrein.
-
Capaciteit en inspecties van gemeentelijke infiltratievoorzieningen.
-
Frequentie van riooloverstorten.
-
Metingen van de grondwaterstand en meldingen en klachtenregistratie over grondwateroverlast: hiermee willen we een beter beeld krijgen van de duur (aantal dagen) en ernst van overlast van grondwater.
Stedelijk afvalwatertaak
Wij zamelen afvalwater in en voeren dit af naar de rioolwaterzuivering in het noorden
van Soest. Daar zuivert het waterschap het afvalwater uit Soest. Na zuivering wordt
het water geloosd in de Eem. Zo voorkomen we dat mensen in aanraking komen met afvalwater,
beschermen we de volksgezondheid en zorgen we voor een veilige leefomgeving.
Voor het inzamelen van stedelijk afvalwater hanteren wij de volgende vertrekpunten. Huishoudelijk afvalwater wordt altijd ingezameld, zowel in bebouwd gebied als in het buitengebied. Dit is een wettelijke plicht. We zamelen bedrijfsafvalwater ook in, maar alleen als dit de werking van het rioolsysteem en de zuivering niet belemmert. Daarnaast zorgen we ervoor dat de riolering goed blijft functioneren. Hiervoor monitoren we de werking en voeren we noodzakelijk onderhoud en noodzakelijke renovaties uit.
Op veel plekken in Soest wordt hemelwater samen met afvalwater verzameld in een gemengd rioolstelsel. Beide soorten water worden vervolgens afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. Maar eigenlijk hoort hemelwater niet thuis in de riolering. Het is namelijk een relatief schone waterstroom, die het rioolstelsel en de zuivering onnodig belast. Bovendien kan een gemengd rioolstelsel bij hevige regenval overstorten. De maximale capaciteit van het rioolstelsel wordt dan overschreden, waardoor rioolwater op straat of in het lokale milieu terechtkomt. Tot slot stroomt schoon hemelwater via gemengde stelsels snel het gebied uit terwijl we het in droge tijden juist hard nodig hebben.
In Soest leggen we waar dat kan gescheiden rioolstelsels aan. In een gescheiden stelsel gaat alleen het vuilwater naar de zuivering. Hemelwater wordt afgekoppeld van het rioolstelsel en lokaal opgevangen, in de bodem of in lokaal oppervlaktewater zoals vijvers en sloten. Bij de aanleg van gescheiden rioolstelsels zoeken we naar kansen om mee te liften met andere werkzaamheden in de openbare ruimte. Dit is doelmatig en vermindert overlast voor inwoners en bedrijven.
Eenmaal aangelegd, zorgen we ervoor dat gescheiden stelsels goed functioneren. Een aandachtspunt hierbij is de vermindering van zogenaamd ‘rioolvreemd water’. Dit is water dat niet thuishoort in het vuilwaterriool, zoals hemelwater en grondwater.
De komende jaren zetten we ons in voor een oplossing voor het rioleringsvraagstuk in Soesterberg. Hier ligt een gemengd rioolstelsel met overstorten op de (zand)bodem. Er worden nieuwe woningen gepland, waardoor de druk op de riolering toeneemt en het aantal overstorten kan toenemen. We streven ernaar deze overstorten te verminderen om de bodem- en grondwaterkwaliteit te beschermen.
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
-
We zorgen ervoor dat het rioolstelsel goed blijft functioneren.
-
Huishoudens sluiten we aan op de bestaande riolering. Bedrijfsafvalwater zamelen we in, zolang dit niet ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering.
-
We leggen gescheiden rioolstelsels aan. We streven naar de vervanging van twee kilometer per jaar.
Hemelwater
Afkoppelen
Soest ligt op een stuwwal aan de flanken van de Utrechtse Heuvelrug. Op de hoger gelegen
zandgronden ligt het grondwater diep en zakt het regenwater snel weg. Deze gebieden
zijn gevoelig voor verdroging, waar de natuur en de landbouw de gevolgen van ondervinden.
Ook de zoetwatervoorraad onder de Utrechtse Heuvelrug, waaruit drinkwater wordt gewonnen
voor onze inwoners en bedrijven, staat onder druk. Niet alleen door verdroging, maar
ook doordat – juist in droge en warme zomermaanden – de vraag naar drinkwater sterk
toeneemt. Dit blijkt uit onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) uit 2023.
Door regenwater af te koppelen van de riolering, houden we meer regenwater vast in het gebied. Hiermee geven we invulling aan het principe 'water en bodem sturend'. We vangen schoon regenwater zoveel mogelijk op in de bodem of in bergingsgebieden, zoals wadi's. Pas daarna voeren we regenwater af, via het riool naar de waterzuivering of via het oppervlaktewater (uiteindelijk) naar zee.
Als gemeente koppelen we openbaar terrein af. Denk aan wegen. Daarbij bieden we bewoners van aangrenzende particuliere terreinen aan om hun regenwater mee af te koppelen.
Het is belangrijk dat particulieren hun hemelwater ook afkoppelen, maar voorlopig is dit bij bestaande gebouwen niet verplicht. Wel stimuleren we eigenaren van bestaande woningen en bedrijfspanden via een subsidie om hun gebouwen af te koppelen. Bij nieuwbouw en grootschalige renovatie is afkoppeling van hemelwater wel verplicht. Ook in het buitengebied is afkoppelen verplicht. Hier is het verboden om hemelwater op de mechanische riolering te lozen.
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
-
In de openbare ruimte koppelen we de hemelwaterafvoer af. We streven naar één à twee hectare per jaar. Bij deze werkzaamheden nemen we aangrenzende particuliere terreinen mee.
-
Bij nieuwbouw, grootschalige renovatie en in het buitengebied is het verplicht om hemelwater af te koppelen.
-
Bij bestaande bouw stimuleren we afkoppeling via een subsidie. In de toekomst is het mogelijk dat we afkoppeling gaan verplichten.
Hemelwater verwerken
Perceeleigenaren zijn verantwoordelijk voor de verwerking van afgekoppeld hemelwater
op eigen terrein. Verwerken betekent dat de eigenaar het hemelwater moet opvangen,
bergen en afvoeren. Hiervoor zijn verschillende mogelijkheden. Denk aan een waterbergend
(groenblauw) dak, een wadi en infiltratiekratten. Het afgekoppelde hemelwater mag
niet vervuild raken voordat het in de bodem zakt of wegstroomt. Ook daar is de eigenaar
verantwoordelijk voor. De gemeente is verantwoordelijk voor de verwerking van hemelwater
op openbare terreinen.
Om regenwater op te vangen, is ruimte nodig voor waterberging. Wij hanteren hiervoor een norm van veertig millimeter statische waterberging per vierkante meter verhard of afgekoppeld oppervlak bij alle nieuwbouw- en grootschalige renovatieplannen. Vroeg in het proces is nog niet bekend hoe de waterberging er precies uit komt te zien. Daarom moet bij nieuwbouw en grootschalige renovaties tien procent van het plangebied worden gereserveerd voor waterberging. Dit voorkomt moeilijke keuzes later in het proces.
Het waterschap stelt aanvullende eisen wanneer grote oppervlakten worden afgekoppeld of verhard. Voor afgekoppelde of verharde oppervlakten groter dan vijftienhonderd vierkante meter, eist het waterschap bijvoorbeeld een dynamische waterberging van zestig mm/m2. In buitengebied geldt dit voor oppervlaktes groter dan vierduizend vierkante meter. Ook stelt het waterschap een grens aan de hoeveelheid water die bij een hevige bui van een perceel mag afstromen. Dit is de zogenaamde ‘afvoernorm’. Dit doet het waterschap om wateroverlast en overstromingen in het regionale watersysteem te voorkomen.
De normen voor waterberging en -afvoer zijn vastgelegd in beleidsregels van het waterschap. Zij maken onderdeel uit van onze richtlijnen voor klimaatbestendig bouwen in 4.7 Bijlage 7 - Richtlijnen klimaatbestendig bouwen en inrichten.
Soms is het niet redelijk om van particulieren te verwachten dat zij hemelwater op eigen terrein verwerken. Bijvoorbeeld omdat de bodem of het oppervlaktewater hiervoor onvoldoende capaciteit heeft. In deze gevallen bieden wij, wanneer dit doelmatig kan, voorzieningen in de openbare ruimte aan waar particulieren hun hemelwater op kunnen lozen. Denk hierbij aan een hemelwaterriool, een wadi, zakputten en/of infiltratiekratten.
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
-
Wij verwerken hemelwater op openbaar terrein.
-
Particulieren verwerken hemelwater op eigen terrein. Als dit binnen redelijke grenzen niet mogelijk is, bieden we een publieke voorziening voor het afvoeren van hemelwater aan als dat doelmatig kan.
-
Bij de verwerking van hemelwater houden particulieren en de gemeente zich aan de afvoernorm en waterbergingseisen uit het beleid van de provincie, het waterschap en de gemeente.
-
Bij nieuwbouw en grootschalige renovaties reserveren particulieren en de gemeente 10% van het plangebied voor waterberging.
Grondwatertaak
Terwijl de hogere zandgronden in onze gemeente kampen met verdroging, kan op de lager
gelegen veen- en kleigronden juist (grond)wateroverlast ontstaan. Niet alleen omdat
water van boven naar beneden stroomt. Ook omdat veen- en kleigronden van nature minder
water doorlaten, en omdat het grondwater in lage gebieden al dichter bij de oppervlakte
staat. Bovendien komt op sommige laaggelegen plekken in Soest grondwater als kwel
naar boven. Het grondwater in Soest is onderdeel van een groter regionaal systeem.
Natuurlijke fluctuaties horen hierbij en zijn moeilijk te beïnvloeden.
Perceeleigenaren zijn verantwoordelijk voor de omgang met (grond)wateroverlast op hun eigen terrein. Zij kunnen maatregelen nemen om (grond)wateroverlast te voorkomen en beperken. Als gemeente zijn wij het aanspreekpunt voor inwoners en bedrijven voor vragen, meldingen en klachten over grondwater. We ondersteunen hen met informatie en advies.
We hebben een inspanningsverplichting om maatregelen te nemen als de grondwateroverlast structureel is. Dit is het geval als het grondwater dertig dagen lang hoger dan zeventig centimeter onder het wegpeil staat. Wij onderzoeken de situatie op basis van monitoring, meldingen en klachten. Aan de hand van de beslisboom in 4.5 Bijlage 5 - Beslisboom grondwatermaatregelen bepalen we of en hoe wij maatregelen nemen. Doelmatigheid en de bestaande functie zijn hierbij belangrijke afwegingscriteria.
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
-
Perceeleigenaren zijn verantwoordelijk voor de omgang met grondwateroverlast op hun terrein.
-
Wij hebben als gemeente een inspanningsverplichting bij structurele grondwateroverlast. Hierbij volgen we de beslisboom ‘grondwatermaatregelen’ in 4.5 Bijlage 5 - Beslisboom grondwatermaatregelen.
2.4.2 Doel 2: De grond- en oppervlaktewaterkwaliteit op orde brengen
Door de gemeente Soest stromen verschillende wateren. Denk aan sloten en vijvers, het grondwater, en de rivier de Eem. Als gemeente beschermen wij de kwaliteit van alle wateren in Soest, zodat zij een goed leefgebied vormen voor plant, dier en mens.
I ndicatoren
-
Regelmatige ecoscans van het waterschap. Deze geven inzicht in de waterkwaliteit en beleving van regionaal oppervlaktewater.
-
Overstorten: we meten de overstortfrequenties, en monitoren de waterkwaliteit bij overstortlocaties.
-
Ontwikkeling waterkwaliteit drinkwaterbron Soestduinen (gebiedsdossier).
Sloten en vijvers in Soest
Het grootste deel van het oppervlaktewater in Soest bestaat uit sloten en vijvers.
De doelen voor deze wateren zijn uitgedrukt in zogenaamde 'waterbeelden’ van het waterschap.
Deze doelen gaan over de waterkwaliteit en de oeverkwaliteit. De provincie heeft een
aantal kwelvoerende sloten in de Eempolder aangewezen als ‘waterparel’, omdat zij
bijzondere (oever)vegetatie hebben. Deze sloten worden extra beschermd.
De sloten en vijvers in Soest voldoen op dit moment niet aan de gestelde doelen. Samen met het waterschap onderzoeken we de oorzaken en nemen we maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren. We leggen natuurvriendelijke oevers aan, bijvoorbeeld langs de Praamgracht. Dit draagt ook bij aan de beleving van water in bebouwd gebied. Ook het terugdringen van riooloverstorten helpt de waterkwaliteit van de sloten en vijvers in Soest te verbeteren.
Ook letten we op de waterkwaliteit in straten en buurten waar regenwater is afgekoppeld. Afstromend hemelwater kan namelijk vervuild raken met vrijgekomen stoffen uit bouwmaterialen. Dit heet uitloging. Vervuilende stoffen komen zo via de hemelwaterafvoer in de bodem of het lokale oppervlaktewater terecht. Door met gecertificeerde bouwmaterialen te werken, wordt uitloging voorkomen. Daarnaast is het in afgekoppelde straten extra belangrijk om in de tuin en op straat geen chemische middelen te gebruiken voor bijvoorbeeld het wassen van de auto. Hier blijven we aandacht voor vragen.
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
-
We zetten natuurlijke oplossingen in voor het verbeteren van de waterkwaliteit van sloten en vijvers in Soest.
-
De waterkwaliteit bij overstortlocaties blijft hetzelfde of verbetert.
-
We brengen het belang van de waterkwaliteit onder de aandacht bij bewoners en bedrijven. Dit doen wij vooral in afgekoppelde straten en buurten.
De zoetwaterbel onder de Utrechtse Heuvelrug
Onder de Utrechtse Heuvelrug ligt een grote zoetwatervoorraad. Deze ‘zoetwaterbel’
is door het Rijk en de provincie aangewezen als Nationale Grondwaterreserve in de
Structuurvisie Ondergrond. Deze strategische zoetwaterreserve moet behouden worden voor een stijgende drinkwatervraag
en calamiteiten in de toekomst (zie het rapport van Deltares en het RIVM, beschikbaar
via deze link).
Drinkwaterbedrijf Vitens wint op dit moment al drinkwater uit de zoetwaterbel onder de Utrechtse Heuvelrug. In onze gemeente ligt één winning van Vitens: Soestduinen. De provincie heeft rondom deze winning beschermingszones ingesteld in de Provinciale Omgevingsverordening, met strenge beschermende regels. Als gemeente kiezen wij ervoor om actief bij te dragen aan het behouden en beschermen van de (drink)watervoorraden onder de Utrechtse Heuvelrug. Ook buiten de provinciale beschermingszones.
Wij doen dit door te handelen volgens de zorgplichten ‘fysieke leefomgeving’ en ‘drinkwater’. De zorgplicht fysieke leefomgeving is opgenomen in de Omgevingswet. Deze zorgplicht houdt in dat overheden, burgers en bedrijven verontreiniging van het bodem- en grondwater moeten voorkomen, beperken en/of herstellen. Het Bodem- en Waterprogramma van de provincie Utrecht vormt hiervoor een belangrijk kader. Het bevat richtlijnen voor bodem- en grondwaterbescherming, mede gelet op de taken voor bodembescherming die met de Omgevingswet zijn overgeheveld van provincies naar gemeenten. Onze aanpak van ‘diffuse verontreinigingen’ sluit hier goed op aan. Dit zijn verontreinigingen die rechtstreeks in de bodem en het grondwater terechtkomen. Denk aan uitloging, verkeersemissies en chemische bestrijdingsmiddelen.
De zorgplicht drinkwater is opgenomen in de Drinkwaterwet. Hier staat in dat overheden het belang van schoon drinkwater zwaar laten meewegen bij ruimtelijke ontwikkelingen en actief bijdragen aan het veiligstellen van drinkwatervoorzieningen. Dit doen we bij gemeentelijke projecten en in onze advisering aan derden. Hierbij volgen we de Handreiking grond- en oppervlaktewaterbescherming van bronnen voor drinkwater en de Leidraad Afkoppelen en infiltreren afstromend hemelwater van de Provincie Utrecht.
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
-
We nemen een actieve rol in de bescherming van de zoetwatervoorraad onder de Utrechtse Heuvelrug.
-
We wegen het belang van drinkwater zwaar bij ruimtelijke ontwikkelingen ook buiten de provinciale beschermingszones.
KRW-lichaam De Eem
De rivier de Eem is aangewezen als Kaderrichtlijn Water (KRW) lichaam. De rivier moet
in 2027 voldoen aan ecologische en chemische kwaliteitseisen die zijn vastgelegd in
Europees en nationaal beleid. Het waterschap is verantwoordelijk voor het bereiken
van deze doelen.
Wij werken samen met het waterschap om deze doelen te halen. Zo optimaleren we met het waterschap en de gemeente Baarn de werking van de rioolwaterzuivering in het noorden van Soest, die het afvalwater van de gemeenten Baarn en Soest zuivert en loost op de Eem. Ook werken we samen met het waterschap aan het verbeteren van de waterkwaliteit in sloten van Soest die afwateren op de Eem.
De komende jaren verkennen wij, samen met het Omgevingsprogramma Werken en gebiedspartners, mogelijkheden voor het creëren van waterrecreatie. Dit doen wij rondom de Eem en op andere plekken in de regio.
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
2.4.3 Doel 3: Werken aan een duurzaam watersysteem en duurzame waterketen
In het nationale waterbeleid zijn uitgangspunten en voorkeursvolgordes opgenomen voor regionaal waterbeheer. Zij geven uitwerking aan het principe ‘water en bodem sturend’ en dragen bij aan een veerkrachtig watersysteem. Uitgangspunten zijn bijvoorbeeld handelen uit voorzorg, niet-afwentelen en de vervuiler betaalt. De voorkeursvolgordes geven aan welke maatregelen de voorkeur hebben bij de aanpak van wateroverlast, verdroging en de waterkwaliteit. De voorkeursvolgorde voor droogte stelt bijvoorbeeld dat regenwater vasthouden prioriteit heeft. Wij passen deze uitgangspunten en voorkeursvolgordes toe in ons waterbeleid, onze projecten en onze advisering aan derden.
Indicatoren
-
Gegevens over drinkwaterverbruik en waterhergebruik in onze gemeente.
-
Gegevens over verharding uit de ‘versteningskaart’ van Stichting Steenbreek en de regionale klimaateffectatlas: ontharding draagt bij aan waterinfiltratie op de Utrechtse Heuvelrug en vermindert wateroverlast.
-
Grondwaterstand onder de Utrechtse Heuvelrug (lange termijn).
Uitgangspunten voor regionaal waterbeheer
In de Omgevingswet, de Nationale Omgevingsvisie, de Voorontwerp Nota Ruimte en het Nationaal Waterprogramma staan leidende principes en uitgangspunten voor regionaal waterbeheer. Deze vertalen
zich in de volgende beleidsuitgangspunten voor waterbeheer in Soest:
-
We handelen uit voorzorg en onze prioriteit ligt bij het voorkomen van vervuiling van het grond- en oppervlaktewater in Soest. Pas daarna kijken we naar oplossingen waarbij de vervuiling wordt beheerst of gezuiverd.
-
We pakken waterproblemen aan bij de bron. We voorkomen dat deze terechtkomen bij onze buren of toekomstige generaties. Hierbij staat het principe dat de vervuiler betaalt voorop.
-
Bij maatregelen zoeken we naar het combineren van doelen en functies.
-
De identiteit van gebieden in Soest staat centraal bij wateroplossingen.
Voorkeursvolgordes regionaal waterbeheer
In het Nationaal Waterprogramma staan drie voorkeursvolgordes voor regionaal waterbeheer:
-
a.
‘Vasthouden-bergen-afvoeren’ voor de omgang met wateroverlast.
-
b.
‘Besparen-vasthouden-slimmer verdelen’ voor de omgang met watertekorten.
-
c.
‘Schoonhouden-scheiden-schoonmaken’ voor de omgang met waterverontreinigingen.
In Soest hangen wateroverlast, watertekorten en waterkwaliteit sterk met elkaar samen. We bekijken de voorkeursvolgordes daarom in samenhang en context.
4.6 Bijlage 6 - Voorkeursvolgorde waterbeheer Soest bevat een uitgebreide beschrijving van onze voorkeursvolgorde. Dit vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten voor waterbeheer in Soest:
-
We scheiden schone en vervuilde waterstromen, houden schoon water schoon, en zuiveren vuil water. Dit doen we door hemelwater af te koppelen en gescheiden rioolsystemen aan te leggen.
-
We besparen drinkwater en hergebruiken waterstromen. We stimuleren dit via bewustwording. Daarnaast verkennen wij technische oplossingen, zoals waterzuinig bouwen. Hiermee dragen we bij aan de nationale besparingsdoelen.
-
We houden regenwater vast op de plek waar het valt. Bij voorkeur laten we het direct infiltreren in de bodem. Het ontstenen en vergroenen van tuinen en de openbare ruimte helpen daarbij.
-
Regenwater dat niet direct infiltreert, houden we vast in tijdelijke bergingen, zoals een wadi. Daarna kan het alsnog lokaal infiltreren in de bodem.
-
We beoordelen per locatie en project of infiltratie in de bodem wenselijk is. Hierbij hebben we aandacht voor mogelijke grondwateroverlast en de waterkwaliteit.
-
Wanneer lokaal vasthouden en infiltreren van regenwater niet mogelijk is, voeren we het water af. We laten het water het liefst afstromen naar een laaggelegen berging. Daarna willen we het langzaam afvoeren naar het regionale oppervlaktewatersysteem.
-
Water wordt het liefst bovengronds vastgehouden en afgevoerd. Dit vergroot de zichtbaarheid en beleving van water.
2.4.4 Doel 4: Behouden, benutten en herstellen van natuurlijke kenmerken van het watersysteem
In onze Omgevingsvisie staat dat ‘een natuurlijk, gezond en goed functionerend water- en bodemsysteem het uitgangspunt is voor de inrichting en het gebruik van grond in Soest’. Daarom hebben we de strategische keuze gemaakt dat water en bodem meer sturend zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen in Soest.
Hiermee dragen we bij aan de water- en natuurdoelen in het landelijke en provinciale beleid. Onderdeel daarvan is bijvoorbeeld een aanpak van de verdroging van de bossen in Soest, gelegen op de flank van de Utrechtse Heuvelrug. De provincie zoekt onder andere via het Utrechts Programma Landelijk Gebied naar manieren om verdroging tegen te gaan. Wij nemen deel aan gebiedsoverleggen over de Eemvallei en de Utrechtse Heuvelrug binnen dit programma. Ook sluiten we aan bij andere regionale initiatieven, zoals de Blauwe Agenda waarin we werken aan een gezond en veerkrachtig watersysteem op de Utrechtse Heuvelrug.
Indicatoren
-
Uitkomsten uit regionale samenwerkingsverbanden voor waterbeheer.
-
Behandeling van wateraspecten bij inrichtingsplannen op de verkennende omgevingstafel.
Water- en bodemsysteem
Het landschap in Soest is divers. Grote delen liggen op hogere zandgrond en op de
lagere delen is (hoog)veen en klei aanwezig. De kernwaarden van Soest (het groene,
dorpse en vitale karakter) zijn afhankelijk van dit natuurlijke water- en bodemsysteem.
We zorgen ervoor dat ruimtelijke ontwikkelingen goed aansluiten bij het natuurlijke
water- en bodemsysteem in Soest. Hiervoor betrekken we het water- en bodemsysteem
zo vroeg mogelijk in de ruimtelijke planvorming, zowel bij particuliere als gemeentelijke
initiatieven. Bij deze initiatieven brengen we actief kennis in over de karakteristieken
en de draagkracht van het natuurlijke water- en bodemsysteem. Deze kennis breiden
we de komende jaren uit, bijvoorbeeld op het gebied van de bodem- en grondwaterkwaliteit,
klimaatrisico's en natuurlijke oplossingen. Zo behouden we de kernwaarden van Soest
en maken we het systeem weerbaar voor de toekomst.
Groenblauwe dooradering
Wij willen de groenblauwe dooradering in ons gebied verbeteren. Dit doen we door bestaande
watergangen (sloten, vijvers, greppels) te behouden en waar mogelijk uit te breiden.
Ook kijken we naar mogelijkheden om historische watergangen te herstellen. Hiervoor
werken we nauw samen met het Omgevingsprogramma Groen en Landschap. Het versterken
van de groenblauwe dooradering in Soest sluit aan bij het nationale beleid en het beleid van het waterschap.
Circulair waterbeheer
De gemeente Soest zet in op circulair waterbeheer. We willen water vasthouden, efficiënt
gebruiken, hergebruiken, en energie en grondstoffen terugwinnen uit water. Een concreet
voorbeeld is de pilot met aquathermie in de wijk Overhees. Hier wordt getest of warmte
uit vijvers kan worden gebruikt om woningen te verwarmen. Aquathermie draagt niet
alleen bij aan de warmtetransitie. Het afgekoelde water stroomt terug naar de vijvers,
wat zorgt voor verkoeling en een verbetering van de waterkwaliteit en biodiversiteit.
Ook op andere plekken in Soest onderzoeken we de mogelijkheden voor warmtewinning
uit oppervlaktewater. Andere voorbeelden van circulair waterbeheer zijn waterzuinig
bouwen, waarbij gebouwen worden ingericht met opties voor hergebruik van water, en
het gebruik van gerecyclede materialen in de waterinfrastructuur.
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende algemene en gebiedsgerichte beleidsuitgangspunten:
-
Natuurlijke oplossingen hebben de voorkeur boven technische oplossingen voor waterbeheer in Soest. Ook bij gelijke maatschappelijke prestaties en kosten.
-
Bij natuurlijke oplossingen kiezen we voor materialen die lang meegaan, na gebruik gerecycled of hergebruikt kunnen worden en die de omgeving niet vervuilen.
-
Water en bodem krijgen vroeg in de vorming van plannen aandacht. Ook bij ons als gemeente.Zandgronden worden gebruikt voor waterinfiltratie en als waterbuffer.
-
Bij klei- en veengronden houden we rekening met hoge grondwaterstanden, ruimte voor bovengrondse waterberging, en bodemdaling.
-
Als mogelijkheden zich voordoen, herstellen we in bebouwd gebied het oude bodem- en watersysteem.
-
We behouden natuurlijke kwelstromen. Dit biedt ook kansen voor het vergroten van de (watergerelateerde) biodiversiteit.
-
Om natuurlijke (toe- en afnames in) grondwaterstanden te herstellen, heffen we bestaande onderbemalingen op.
-
Waar mogelijk zetten we water in voor de warmtetransitie en andere innovatieve watergebonden oplossingen voor de energietransitie.
2.4.5 Doel 5: De leefomgeving toekomstbestendig maken
We creëren een klimaatrobuuste omgeving waarin we de negatieve gevolgen van klimaatverandering, zoals extremere neerslag, droogte, oplopende temperaturen en toenemende overstromingsrisico’s, zoveel mogelijk beperken. Dit doen we samen met onze inwoners, bedrijven, instellingen en mede-overheden.
Klimaatverandering leidt tot extremere weersomstandigheden, ook in Soest. Denk aan intense regenbuien, langdurige regenval, lange periodes van droogte en dagen met hoge temperaturen. We zullen ons dus ook moeten voorbereiden op extremer weer. We doen dit door de (openbare) ruimte, woningen en bedrijven(terreinen) waterrobuust en klimaatbestendig in te richten om klimaathinder, -overlast en -schade te voorkomen en verzachten. Ook moeten we nadenken over welke hinder, overlast en schade we accepteren. Daarover gaat dit vijfde doel.
Indicatoren
-
Regelmatige klimaatstresstesten: deze geven inzicht in hoe klimaatbestendig de fysieke leefomgeving in Soest is.
-
Klachten en meldingen over klimaatschade en klimaatoverlast.
-
Behandeling van wateraspecten bij inrichtingsplannen op de verkennende omgevingstafel.
-
Gebruik van subsidies op het gebied van klimaatadaptatie, zoals afkoppelen, groene daken en het aanschaffen van een regenton.
Klimaatadaptatiebeleid
De Rekenkamer Soest concludeerde in 2024 dat maatregelen voor wateroverlast in Soest
doeltreffend en doelmatig zijn. Droogte en hitte vroegen volgens de rekenkamer om meer aandacht. De rekenkamer adviseerde
om integraal klimaatadaptatiebeleid op te stellen met (ruimtelijke) oplossingen gericht
op het tegengaan van wateroverlast, hitte en droogte. Daar gaan we de komende periode
mee aan de slag.
Voor het ontwikkelen van klimaatadaptatiebeleid werken we samen met andere overheden in het Platform Vallei en Eem. Binnen dit platform voeren we het nationale adaptatiebeleid uit en delen we kennis. We maken gezamenlijke klimaatstresstesten, houden risicodialogen, analyseren de klimaatbestendigheid van gebouwen en infrastructuur, en werken aan calamiteitenplannen voor extreem weer. Het is belangrijk om klimaatadaptatie vroeg mee te nemen in ruimtelijke planvorming, zodat problemen niet worden afgewenteld op andere gebieden, partijen of toekomstige generaties.
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
-
We bekijken klimaatrisico’s in samenhang en zoeken naar integrale (ruimtelijke) oplossingen.
-
We voeren het nationale adaptatiebeleid uit met gebiedspartners in het Platform Vallei en Eem.
-
Klimaatadaptatie krijgt vroeg in de (gemeentelijke) planvorming aandacht, met behulp van inzichten uit klimaatstresstesten en klimaateffectstudies.
Klimaatbestendig bouwen en inrichten
Om de gevolgen van klimaatverandering te verzachten, moeten de gebouwen, (bedrijfs)terreinen
en infrastructuur in Soest klimaatbestendig worden ingericht. Hiervoor sluiten wij
aan bij landelijke en regionale richtlijnen voor klimaatbestendig bouwen en inrichten,
die zijn opgesteld vanuit het principe 'water en bodem sturend'.
Het landelijke ‘Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ en de regionale ‘Geschiktheidskaart voor nieuwe woon- en werklocaties’ laten zien wáár gebouwd kan worden en welke opgaven voor klimaatadaptatie er op die locaties zijn. De landelijke ‘Maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ en de Afspraken Klimaatadaptief Bouwen Utrecht (onderdeel van het Convenant Toekomstbestendig bouwen) geven aan hóe gebieden en gebouwen water- en klimaatbestendig kunnen worden ingericht.
Voor wateroverlast is bijvoorbeeld afgesproken dat bij een hevige bui die eens in de 100 jaar voorkomt (een ‘T100 bui), een groot deel van de neerslag (50 mm met een range tussen 40-70mm) wordt verwerkt op particulier terrein of in publieke voorzieningen in het plangebied. De statische waterbergingsnorm van 40mm voor nieuwbouw en grootschalige renovatie die wij als gemeente hanteren (zie 2.4.1 Doel 1: In stand houden van een gezonde en leefbare omgeving door invulling te geven aan de gemeentelijke watertaken) vormt hier een essentieel en minimaal onderdeel van. De komende jaren onderzoeken wij mogelijkheden om op doelmatige wijze toe te werken naar de regionale normen voor wateroverlast. Aanvullend op de prestatieafspraken hebben wij aanvullende richtlijnen voor grondwaterbestendig bouwen. Onderdeel hiervan is een ontwateringsdiepte van 90cm onder de kruin van de weg, en grondwaterbestendig bouwen als dit niet mogelijk is. Onze richtlijnen voor klimaatbestendig bouwen en inrichten staan in 4.7 Bijlage 7 - Richtlijnen klimaatbestendig bouwen en inrichten.
Toch kunnen we overlast en schade nooit helemaal voorkomen. Voor een gedeelte hebben we geen andere keuze dan klimaatschade te accepteren. Daar bereiden we ons ook op voor. Hiervoor volgen we het schema ‘situaties water op straat’ in 4.8 Bijlage 8 - Schadebeelden wateroverlast. Dit schema beschrijft welke hinder, overlast en schade we in verschillende situaties accepteren.
Bij klimaatbestendig bouwen en inrichten is doelmatigheid een leidend principe. We investeren in kennis over de maatschappelijke kosten en baten van klimaatadaptatiemaatregelen in Soest en stellen richtlijnen bij als nieuwe inzichten daar aanleiding tot geven. Ook combineren we klimaatadaptatiemaatregelen zoveel mogelijk met andere werkzaamheden in de fysieke leefomgeving om efficiënt te werken.
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
-
We volgen de afspraken over en normen voor klimaatbestendig bouwen en inrichten, opgenomen in 4.7 Bijlage 7 - Richtlijnen klimaatbestendig bouwen en inrichten, in onze projecten en advisering aan derden.
-
We volgen het schema ‘situaties water op straat’ om te bepalen welke hinder, wateroverlast en waterschade we accepteren (4.8 Bijlage 8 - Schadebeelden wateroverlast).
-
Wij baseren maatregelen voor klimaatadaptatie op inzicht in maatschappelijke kosten en baten.
Samen met inwoners en bedrijven
In de gemeente Soest is veel grond in het bezit van particulieren. Ook in de kernen.
Op het gebied van waterbeheer en klimaatadaptatie is het dus nodig om als gemeente
samen te werken met inwoners, agrariërs en bedrijven. Wij willen samen een klimaatbestendige
omgeving creëren. Om dit te bereiken, willen wij lokale kennis benutten, betrokkenheid
versterken en bewustwording vergroten. Dit doen we door inwoners te informeren over
hun handelingsperspectief, subsidies te verlenen en bewonersinitiatieven te ondersteunen.
Bovenstaande vertaalt zich in de volgende beleidsuitgangspunten:
2.5 Gebieden
2.5.1 Korte toekomstschets van belangrijke gebieden
Hieronder schetsen we korte toekomstbeelden voor verschillende watergebieden in de gemeente Soest. Deze hebben betrekking op de riolering, het (regionale) oppervlaktewater en het grondwater. Elk gebied heeft unieke kenmerken, uitdagingen en oplossingen. Deze toekomstschetsen kunnen als input gebruikt worden als we gebiedsvisies of gebiedsprogramma's willen opstellen.
Rioleringsproblematiek en klimaatadaptatie in Soesterberg
In Soesterberg pakken wij specifieke uitdagingen rond waterbeheer en klimaatadaptatie
aan. We willen riooloverstorten uit de riolering van Soesterberg op de (zand)bodem
verminderen. Hiervoor verkennen we samen met het waterschap Vallei en Veluwe en het
waterschap Stichtse Rijnlanden, de gemeente Zeist en Defensie passende oplossingen.
Daarnaast zijn er plannen voor klimaatadaptieve maatregelen in Soesterberg, zoals
waterberging in de openbare ruimte.
Praamgracht
De Praamgracht, die ligt bij Landgoed Pijnenburg, is een waardevolle watergang in
Soest. Dit komt door zijn unieke kwelwaterzones en bijzondere geschiedenis. Dit gebied
is een ecologische corridor, die onmisbaar is voor het behoud van zeldzame flora en
fauna. Wij nemen maatregelen om vervuiling tegen te gaan en de waterkwaliteit te verbeteren,
zoals het aanleggen van natuurvriendelijke oevers. De Praamgracht biedt ook mogelijkheden
voor educatieve projecten over waterbeheer en biodiversiteit.
Pijnenburg-Wieksloot
Pijnenburg-Wieksloot is een uniek natuurgebied. Het heeft een rijke geschiedenis en
waardevolle ecologische elementen, zoals hoogveenrestanten. Dit gebied is heel belangrijk
voor waterberging en biodiversiteit. Wij richten ons hier op herstel en bescherming
van natuurlijke waterstromen, en op het voorkomen van verdroging van het gebied. Naast
ecologische functies biedt het gebied ook mogelijkheden voor recreatieve verbindingen.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan wandelpaden langs watergangen. Deze functies combineren
we waar mogelijk.
Sloten en vijvers van Soest
De sloten en vijvers van Soest zijn onmisbaar voor het natuurlijke karakter van de
gemeente. Zij vormen leefomgevingen voor beschermde planten, zoals de klimopwaterranonkel.
Deze watergangen ondersteunen veel verschillende lokale ecosystemen en dragen bij
aan de biodiversiteit in de regio. We zetten ons in om de ecologische waarde van de
sloten en vijvers te behouden. Wij doen dit door de waterkwaliteit te monitoren, overstorten
uit het rioolstelsel te minimaliseren en groene corridors langs de sloten aan te leggen.
Zo dragen de sloten niet alleen bij aan de ecologie, maar ook aan een aantrekkelijke
en duurzame leefomgeving.
De Eem
De Eem is een centrale waterader in Soest. De Eem is niet alleen belangrijk voor de
afvoer van gezuiverd rioolwater, maar heeft ook een belangrijke ecologische functie.
We werken als gemeente samen met het waterschap om de waterkwaliteit te verbeteren
en de waterafhankelijke natuur te versterken. Er worden indien nodig maatregelen genomen
om de impact van landbouw op de waterkwaliteit van de Eem verder te verkleinen, in
aanvulling op de maatregelen van de landbouwsector zelf.
De Eempolder
De agrarische gebieden langs de Eem hebben een dubbele functie. Zij zijn zowel landbouwgrond
als een overloopzone bij hoogwater. Omdat deze gebieden kunnen overstromen, dragen
zij bij aan de bescherming van bebouwing en infrastructuur elders in Soest. Tegelijkertijd
zijn ze belangrijk voor de regionale voedselproductie. Wij promoten hier duurzaam
landgebruik, zoals natuurinclusieve landbouw, om bodemerosie te voorkomen en de biodiversiteit
te ondersteunen. Plannen om landbouwfunctie te versterken, combineren wij met plannen
om de agrarische gebieden te beschermen tegen hoogwater.
Zand-, veen- en kleigronden in Soest
Soest kent een bodemopbouw met zowel zand-, veen- en kleigronden. Al deze type bodems
hebben een specifieke aanpak nodig op het gebied van waterbeheer en ruimtelijke ontwikkeling.
Zandgronden vereisen bijvoorbeeld maatregelen om uitdroging tegen te gaan, terwijl
veengronden gevoelig zijn voor bodemdaling en wateroverlast. In ruimtelijke plannen
houden wij rekening met deze bodemkenmerken. Zo bevorderen wij zowel klimaatadaptatie
als duurzaam ruimtegebruik. Dit draagt bij aan een toekomstbestendige leefomgeving,
waarin water en bodem centraal staan.
Waterwingebied Soestduinen
Het waterwingebied in Soestduinen is van levensbelang voor de drinkwatervoorziening
in de regio. Hier wordt grondwater gewonnen, dat daarna wordt gezuiverd en als drinkwater
wordt gebruikt. Het gebied wordt beschermd door strenge regels om vervuiling te voorkomen
en de kwaliteit van het water zo hoog mogelijk te houden. Bovendien maakt het deel
uit van de Nationale Grondwaterreserve. Hierdoor vraagt het gebied extra aandacht
voor duurzaam beheer.
3. Deel C: Acties Water
3.1 Inleiding
3.1.1 Algemeen
In dit deel beschrijven wij per doel de concrete acties die volgen uit het Omgevingsprogramma Water. Deze acties voeren wij rolbewust uit, en plaatsen wij in de context van de Planning & Control-cyclus (P&C-cyclus) en de relevante beleidsfase. Zo kunnen we de voortgang van de acties monitoren.
3.1.2 Rollen van de gemeente
Om onze acties efficiënt en effectief te kunnen uitvoeren, is het belangrijk om scherp te hebben op welk moment wij als gemeente welke rol hebben. Bij het beschrijven van onze rol als gemeente gaan we uit van de manier waarop de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) de overheid omschrijft. Volgens deze omschrijving zijn er vier rollen die een overheid kan hebben:
-
a.
De samenwerkende overheid. De overheid werkt actief samen met partners om maatschappelijke vraagstukken aan te pakken.
-
b.
De wetmatige overheid. De overheid zorgt voor rechtmatigheid en handelt volgens wet- en regelgeving.
-
c.
De presterende overheid. De overheid richt zich op het halen van concrete resultaten en het leveren van meetbare prestaties.
-
d.
De responsieve overheid. De overheid luistert naar de behoeften van de samenleving en speelt hier flexibel op in.
Samenwerkende overheid
We werken nauw samen met partners binnen en buiten de gemeente. Denk hierbij aan inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden. We voeren de Omgevingsprogramma’s Wonen, Werken, Mobiliteit, Groen & Landschap en Water in nauwe afstemming met het team Sociaal Domein en het Energieprogramma integraal uit. Omdat de verschillende fysieke en sociale domeinen samenwerken aan gezamenlijke doelen, versterken wij elkaar en bereiken we meer dan wanneer wij allemaal apart werken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan doelen op het gebied van klimaatadaptatie, sociale cohesie en een gezonde leefomgeving.
Wetmatige overheid
De gemeente zorgt voor rechtmatigheid en dat wet- en regelgeving wordt nageleefd. Denk aan de Omgevingswet en aan verschillende milieuwetgeving. Met alle Omgevingsprogramma’s zorgen we voor een veilige, toegankelijke en klimaatbestendige leefomgeving die voldoet aan de wettelijke kaders. Dit wordt ondersteund door de afdeling Realisatie en VTH. Met vergunningverlening en toezicht, duurzaam beheer en onderhoud, dragen zij bij aan de realisatie van de beleidsdoelen.
Presterende overheid
We streven naar concrete resultaten en meetbare impact. Door doelen te koppelen aan prestaties, zoals vergroening van werkplekken en veilige mobiliteitsnetwerken, zijn wij effectief in het halen van onze ambities. Innovatieve oplossingen, zoals aquathermie en groen-blauwe netwerken, zorgen voor tastbare verbeteringen in de leefomgeving.
Responsieve overheid
Soest luistert naar inwoners en speelt in op hun behoeften en ideeën. Door participatie en co-creatie betrekken we de gemeenschap actief bij zowel het maken van beleid als de uitvoering daarvan. Met flexibele oplossingen en maatwerk reageren we op nieuwe uitdagingen als de energietransitie en klimaatverandering. Zo zorgen we dat Soest toekomstbestendig blijft.
3.1.3 Uitvoering: P&C en monitoring
In dit deel beschrijven wij de acties op hoofdlijnen. In het kader van de P&C-cyclus brengen de verschillende beleidsteams en afdelingen al hun activiteiten in beeld. In de P&C-cyclus maken we vervolgens voor alle activiteiten een integrale afweging voor de inzet van mensen en middelen.
Wij monitoren vervolgens de acties en de voortgang van de doelen. Dit doen wij aan de hand van de verschillende indicatoren die wij in Deel B beschrijven. Wanneer er onvoldoende voortgang is en de voortgang kan verbeteren met extra mensen en middelen, wordt deze extra inzet via de P&C-cyclus gevraagd.
Het monitoren van deze voortgang wordt gedaan door de verschillende beleidsteams. We kijken daarbij naar zowel kwantitatieve als kwalitatieve data. Zo kunnen wij acties datagedreven ontwikkelen en uitvoeren. Wij werken dus op basis van inzichten en feiten. Bij het prioriteren van acties in de uitvoering gebruiken we onderstaande criteria:
-
Oplossend vermogen: draagt de maatregel bij aan één of meerdere doelen van het Omgevingsprogramma?
-
Draagvlak: is er bij verschillende doelgroepen maatschappelijk en politiek draagvlak voor de maatregel? Oftewel: zijn direct betrokkenen bereid om aan de maatregel mee te werken?
-
Haalbaarheid: is de maatregel voldoende concreet? Zo nee, is aangegeven dat er een onderzoek nodig is, op basis waarvan we wél kunnen overgaan op het uitvoeren van de maatregel?
-
Uitvoerbaarheid: is de maatregel, gezien vanuit de gemeente, uitvoerbaar? Daarnaast zijn wij in de praktijk vaak van anderen afhankelijk. Vinden zij het ook uitvoerbaar?
-
Kosten: hoe duur is de maatregel en wie moet daarvoor betalen? Is het mogelijk dat de gemeente de maatregel financiert? En zijn de kosten van de maatregel redelijk ten opzichte van wat de maatregel oplevert? Oftewel: is de maatregel kosteneffectief? Hierbij nemen we ook de mogelijkheden voor subsidies mee.
-
Planning: op welke termijn is de maatregel uitvoerbaar?
3.2 Acties
3.2.1 Toelichting op geprioriteerde en geordende actieoverzichten
In het actie-overzicht hieronder staat per doel welke acties wij voorzien. Daarnaast laat het zien welke prioriteit wij geven aan de verschillende acties, omdat wij de actie met de meeste prioriteit als eerste noemen. We onderscheiden daarbij acties om aan wettelijke taken te voldoen, acties die de basis op orde brengen en acties die bij onze ambities passen. We laten ook zien in welke beleidsfase de actie past. Hiervoor gebruiken we de zogenaamde ‘beleidscyclus’ uit de Omgevingswet. Deze cyclus vraagt in elke fase om acties. Er zijn vier fases:
-
Beleidsontwikkeling: wat willen we? Hier formuleren we onze visie en doelen.
-
Beleidsdoorwerking: hoe maken we het mogelijk? Hier stellen we de kaders, regels en afspraken op en werken deze uit.
-
Beleidsuitvoering: hoe voeren we het uit? De fase gaat over de praktische uitvoering en het beheer.
De vierde fase gaat over beleidsevaluatie. Dit volgt onder meer uit de monitoring. Daarom heeft deze fase geen specifieke plek in de geprioriteerde en geordende actie-overzichten. In de uitvoering heeft deze fase natuurlijk wel een plek.
Onderstaande geprioriteerde en geordende actie-overzichten maken het een stuk makkelijker om prioriteiten op hoofdlijnen te blijven stellen, de voortgang te monitoren en flexibel te reageren op ontwikkelingen. Uiteraard pakken we in de uitvoering waar mogelijk acties die elkaar versterken tegelijkertijd en/of gezamenlijk op.
4. Deel D: Bijlagen
4.1 Bijlage 1 - Beschrijving ruimtelijke vraagstukken water
Hieronder is een overzicht gegeven van de strategische vragen over de rol die water en klimaatadaptatie (mogen) innemen in de fysieke leefomgeving. De antwoorden op deze vragen werken door in de beoordeling van ruimtelijke vraagstukken die in de andere Omgevingsprogramma's besproken worden.
1. Hoe ver willen we gaan in het verplichten tot afkoppelen van particuliere eigenaren of ondernemingen?
|
Doelen |
We streven naar afkoppeling van de hemelwaterafvoer. Hiermee ontlasten we het rioolstelsel
en dragen we bij aan het in stand houden van de zoetwatervoorraad onder onze zandgronden.
Daarom stimuleren we de afkoppeling van de hemelwaterafvoer. De vraag is of we particuliere
eigenaren (bewoners en bedrijven) van bestaande bouw willen verplichten tot afkoppelen. |
|
Risico's |
Een verplichting kan leiden tot rechtszaken en weerstand. Deze beslissing moet zorgvuldig
worden genomen. |
|
Koppelkansen |
De gemeente legt in de openbare ruimte gescheiden rioolsystemen aan om de riolering
en zuivering te ontlasten. In buurten met gescheiden systemen zou een afkoppelen verplicht
kunnen worden, waarbij de gemeente particulieren bovendien kan ontzorgen omdat het
grootschalig gebeurt. |
|
Consequenties voor andere programma’s |
Het heeft consequenties voor bestaand vastgoed. Bij nieuwe ontwikkelingen en grootschalige
renovatie is afkoppeling van de hemelwaterafvoer al verplicht. |
|
Conclusie |
Het is niet verstandig om voor heel Soest nu al zo’n radicaal besluit te nemen omdat
het veel weerstand kan opwekken. Wel houden we de voortgang in de gaten. Als blijkt
dat alleen maatregelen op openbaar terrein en vrijwillige stimulering van particulieren
niet voldoende voortgang boeken, kan verplichten een wenselijke oplossing zijn. |
|
Indicatoren |
- Aantal kilometer gescheiden riolering en afgekoppeld openbaar terrein. |
2. Willen we hemelwater overal infiltreren?
|
Doelen |
Het infiltreren van afgekoppeld regenwater brengt risico’s met zich mee. Het regenwater
kan op andere plekken weer naar boven komen (als kwel), en dáár wateroverlast veroorzaken.
Ook kunnen verontreinigingen uit bouwmaterialen of op percelen met het afgekoppelde
hemelwater uitspoelen naar het grondwater. De vraag is: willen we maximaal inzetten
op afkoppelen en infiltreren, en in hoeverre accepteren (en hoe beperken) we de negatieve
effecten? |
|
Risico's |
Als we op veel plekken infiltratie toestaan, kan het zijn dat we problemen benedenstrooms
afwentelen (in de vorm van wateroverlast), ons (grond)water vervuilen en daarmee mogelijk
ook de drinkwatervoorziening in gevaar brengen. |
|
Koppelkansen |
Oplossingen voor afkoppelen en infiltreren van regenwater combineren goed met onze
vergroeningsdoelstellingen en onze cultuurhistorische waarden (watergangen) in het
landschap. |
|
Consequenties voor andere programma’s |
De keuze over infiltreren heeft consequenties voor alle Omgevingsprogramma’s waarbij
de vraag voorligt of en hoe de afwatering van gebouwen en terreinen moet worden vormgegeven. |
|
Conclusie |
Bij ruimtelijke ontwikkelingen is maatwerk nodig om te bepalen of en hoe regenwater
kan worden geïnfiltreerd. We zullen per locatie en project beoordelen of infiltratie
wenselijk en mogelijk is, welke infiltratievoorziening geschikt is, hoe het beheer
en onderhoud wordt geregeld en welke maatregelen genomen kunnen worden om eventuele
negatieve effecten te beperken. Tegelijkertijd monitoren en onderzoeken we de (positieve
en negatieve) gevolgen van afkoppeling en infiltratie, zodat we op de langere termijn
een strategische keuze over infiltratie kunnen maken, bijvoorbeeld per buurt. Hierover
halen we ook kennis op in regionale samenwerkingsverbanden. Daarnaast houden we de
gemeentelijke infiltratievoorzieningen op orde. |
|
Indicatoren |
- (Meet)gegevens over het functioneren van gemeentelijke infiltratievoorzieningen. |
3. Willen we een actievere rol spelen in het beschermen van de zoetwaterbel onder de Heuvelrug?
|
Doelen |
De zandgrond onder de heuvelrug bevat een belangrijke zoetwaterbron. De bron is aangewezen
als Nationale Grondwaterreserve: een natuurlijk (water)kapitaal dat zich over honderden
jaren heeft opgebouwd en behouden moet worden om grootschalige crisissituaties en
de drinkwatervraag in de verre toekomst (na 2040) op te vangen. Gemeenten hebben geen
wettelijke taken voor de nationale zoetwatervoorziening maar dragen wel bij aan het
beschermen van dit soort voorraden, bijvoorbeeld door inwoners te stimuleren om zuinig
om te gaan met drinkwater en door in het ruimtelijk beleid goed te letten op risico’s
op grondwaterverontreiniging. Voor Soest is de zoetwaterreserve een belangrijke bron
voor drinkwater en natuurontwikkeling. Willen we een actievere rol spelen in de bescherming
van deze zoetwatervoorraad? |
|
Risico's |
Met een actievere (voortrekkers)rol doen we meer dan wettelijk verplicht. Het betekent
dat we zelf het goede voorbeeld moeten geven, en andere partijen op een positieve
manier aan dit doel verbinden. Hiermee stellen we ons kwetsbaar op. |
|
Koppelkansen |
Communicatie over het belang van het beschermen van de nationale zoetwatervoorraad
en het tegengaan van vervuilingen kan gekoppeld worden aan andere publieksgerichte
bewustwordingscampagnes en acties, bijvoorbeeld rondom klimaatadaptatie en vergroening. |
|
Consequenties voor andere programma’s |
Het goede voorbeeld geven kan betekenen dat er restricties of maatregelen komen voor
bijvoorbeeld (nieuwe) woningen of bedrijven, of bij de aanleg van infrastructuur. |
|
Conclusie |
Het is voor onze inwoners belangrijk om toegang tot schoon drinkwater te houden. Daarom
vinden we het wenselijk om -naast onze partnerrol in regionale samenwerking- als gemeente
zelf een actievere rol te vervullen in de bescherming van de zoetwatervoorraad onder
de heuvelrug. Dat kan variëren van actiever stimuleren van waterbesparing en -hergebruik,
tot het maximeren of misschien zelfs verbieden van het gebruik van drinkwater of vervuilende
middelen in bijvoorbeeld de bouw, productieprocessen of landbouw. |
|
Indicatoren |
- Ontwikkeling waterkwaliteit drinkwaterbron Soestduinen (gebiedsdossier). |
4. Hoe sturend zijn ‘water en bodem’ bij ruimtelijke ontwikkelingen in Soest?
|
Doelen |
Soest is ontstaan in sterke samenhang met het natuurlijke water- en bodemsysteem.
De eerste akkers werden aangelegd op de hogere en vruchtbare gronden langs de Eem
en aan de andere kant van de stuwwal werd hoogveen afgegraven en vervoerd via een
slotenstelsel. Veel van deze structuren zijn nog aanwezig in het landschap. Door deze
structuren te bewaren en herstellen, behouden we het historische karakter van Soest
en maken we de omslag naar een ruimtelijke ordening waarin de draagkracht van het
bodem- en watersysteem sturend zijn. Maar hoe ver willen we hierin gaan, hoe ver moeten
andere belangen hiervoor wijken? |
|
Risico's |
Een sturende rol voor het bodem- en watersysteem kan leiden tot lastige besluiten.
Het kan betekenen dat een nieuwe woning of bedrijventerrein ergens niet mag worden
gebouwd, of alleen onder strikte voorwaarden. Dit soort keuzes liggen politiek, maatschappelijk
en financieel soms gevoelig. Het vraagt draagvlak en daadkracht. |
|
Koppelkansen |
Een natuurlijke ruimtelijke ordening kan goed worden gecombineerd met natuur- en landschapsdoelstellingen, en met een klimaatbestendige inrichting van de leefomgeving. |
|
Consequenties voor andere programma’s |
Het heeft gevolgen voor alle Omgevingsprogramma’s. Voor die programma’s zijn water
en bodem externe factoren die medebepalen of en waar een ontwikkeling gewenst is. |
|
Conclusies |
Gelet op de klimaatproblematiek en het rijksbeleid, vinden we dat water en bodem meer
sturend moeten zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit geldt voor plannen van de
gemeente, ontwikkelaars en particulieren. Dit betekent dat we bij het toetsen van
ruimtelijke plannen, bijvoorbeeld aan de Omgevingstafel, beoordelen of deze plannen
passen bij en zijn afgestemd op het bodem- en watersysteem in Soest. |
|
Indicatoren |
- Behandeling van wateraspecten bij inrichtingsplannen op de verkennende omgevingstafel. |
5. Hoe hoog prioriteren we de ruimtevraag van klimaatadaptieve maatregelen?
|
Doelen |
Een klimaatbestendige leefomgeving vraagt om extra ruimte voor het opvangen van (de
gevolgen van) weersextremen. Denk aan waterbuffers om overtollig regenwater in op
te vangen, grotere beschermingsgebieden rondom strategische zoetwaterreserves, bomen
en parken die schaduw bieden op hete dagen, en evacuatieroutes en noodopvanglocaties
die te allen tijde bereikbaar moeten zijn. Hoe hoog prioriteren we deze ruimtevraag? |
|
Risico's |
De gevolgen van klimaatverandering zullen we naar verwachting pas echt goed merken
op de lange termijn (na 2050), terwijl investeringen in een klimaatbestendige omgeving
nu moeten worden gemaakt. Het grootste risico is een onderschatting van de gevolgen
van klimaatverandering, waardoor de kosten op de korte termijn zwaarder te wegen dan
de baten op de langere termijn. |
|
Koppelkansen |
Ruimtelijke klimaatadaptatie combineert op korte termijn goed met ‘water en bodem
sturend’, en met natuur- en landschapsontwikkeling. Op de lange termijn profiteren
ook Wonen, Werken en Mobiliteit van een klimaatbestendige inrichting waarin de negatieve
gevolgen van extreem weer worden beperkt. |
|
Consequenties voor andere programma’s |
Klimaatadaptatie vraagt om ruimte en zal daarom concurreren met andere ruimtevragende
functies, zeker op de korte termijn. Op de lange termijn zijn zij goed verenigbaar
(zie koppelkansen). |
|
Conclusies |
We vinden het belangrijk dat klimaatadaptatie nu al onderdeel uitmaakt van ons ruimtelijk
beleid om de negatieve gevolgen van klimaatverandering in de toekomst te beperken.
Daarom kennen we (de ruimtevraag van) klimaatadaptatie een hoge prioriteit toe. Hiervoor
maken we de (lange termijn) kosten en baten van klimaatadaptatiemaatregelen inzichtelijk,
waarbij we ook kijken naar beheerkosten, en milieuschade en gezondheidseffecten van
niet-handelen. De ruimtevraag en kosten van klimaatadaptatie worden kleiner naarmate
we maatregelen koppelen aan andere doelen. Daarom blijven we zoeken naar gecombineerde
oplossingen. |
|
Indicatoren |
- Klimaatstresstesten. |
4.3 Bijlage 3 - Verdeling verantwoordelijkheden waterbeheer
Deze bijlage beschrijft de verantwoordelijkheden voor waterbeheer in Nederland.
Hoofdwatersysteem en regionaal watersysteem
De zorg voor water in Nederland is verdeeld over verschillende partijen. Het Rijk gaat over het ‘hoofdwatersysteem’: de grote rivieren en meren, en de zee. Provincies, waterschappen en gemeenten zorgen samen voor het ‘regionale watersysteem’. Dat zijn de kleinere rivieren, beken, sloten en het grondwater. Kortgezegd gaan provincies over het diepere grondwater, gemeenten over het (grond)water in bebouwd gebied en waterschappen over het watersysteem als geheel, maar taken overlappen. Alle wateren in Soest zijn regionaal.
De sloten en vijvers in Soest zijn opgedeeld in A-, B- en C-wateren (zie tekstkader ‘Watergangen’). Deze indeling is gebaseerd op het belang van de watergang voor de aanvoer en afvoer van water in het regionale watersysteem. Het waterschap is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de A-watergangen. Het beheer en onderhoud van B- en C-watergangen vallen onder de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de aanliggende grond. In stedelijk gebied is dat meestal de gemeente. Wie verantwoordelijk is voor welke watergang staat in de Legger van het waterschap.

Gemeentelijke watertaken
Vóór de Omgevingswet, dus voor 2024, stonden de taken van gemeenten op het gebied van regionaal waterbeheer als ‘zorgplichten’ in de Waterwet en de Wet Milieubeheer. In de Omgevingswet worden dit ‘watertaken’ genoemd. In artikel 2.16 staan drie watertaken voor gemeenten:
-
a.
Stedelijke afvalwatertaak. Afvalwater bevat verontreinigingen die schadelijk zijn voor mens en natuur. Gemeenten moeten zorgen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater naar een zuiveringsinstallatie. Daar wordt het afvalwater gezuiverd, voordat het wordt teruggebracht in het milieu. Het gaat vooral om huishoudelijk afvalwater, maar stedelijk afvalwater kan ook bedrijfsafvalwater en, wanneer sprake is van een gemengd rioolstelsel, hemelwater bevatten.
-
b.
Hemelwatertaak. Hemelwater is de verzamelnaam voor water dat uit de hemel valt, zoals regen, sneeuw en hagel. In principe zijn perceeleigenaren zelf verantwoordelijk voor het verwerken (het bergen en infiltreren/afvoeren) van het hemelwater dat valt op hun terrein. De gemeente is hiervoor verantwoordelijk op openbaar terrein. Voor sommige perceeleigenaren is het redelijkerwijs niet mogelijk om het hemelwater af te voeren naar de bodem of het oppervlaktewater. De gemeente moet dan, voor zover doelmatig, een voorziening aanbieden waar de perceeleigenaar het hemelwater in kan lozen. De perceeleigenaar blijft verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen die de schade beperken. Ook is de perceeleigenaar verantwoordelijk voor het ontvangen van afstromend hemelwater vanaf hoger gelegen percelen.
-
c.
Grondwatertaak. Ook hoge grondwaterstanden kunnen overlast veroorzaken. Denk aan natte kelders. Ook hier is de perceeleigenaar in principe zelf verantwoordelijk voor het ontwateren van de bodem onder eigen terrein, en voor het nemen van schadebeperkende maatregelen. Maar soms is de overlast structureel. In deze gevallen moet de gemeente onderzoeken of zij maatregelen kunnen treffen in openbaar gebied, om de nadelige gevolgen te voorkomen of te beperken. Daar is een aantal regels aan verbonden: de maatregelen moeten doelmatig zijn, afgestemd zijn op de functie van het gebied, en niet overlappen met de verantwoordelijkheden van het waterschap, de provincie of het Rijk.
Onderstaande figuur geeft een samenvatting van de verdeling van verantwoordelijkheden rondom de gemeentelijke watertaken.

Verantwoordelijkheden in het Nederlandse waterbeheer
Waterkwaliteit
Verantwoordelijkheden voor de waterkwaliteit volgen verantwoordelijkheden voor waterbeheer. Het Rijk gaat over de kwaliteit het hoofdwatersysteem, waterschappen bewaken de kwaliteit van het regionale watersysteem en provincies richten zich op het (diepe) grondwater. Gemeenten hebben geen specifieke verantwoordelijkheid voor de waterkwaliteit, maar dragen wel bij aan waterkwaliteitsbeheer. Bijvoorbeeld via de stedelijke afvalwaterverwerking en ruimtelijke (milieu)regelgeving.
4.4 Bijlage 4 - Beleidsoverzicht Soest
Onderstaande tabel geeft een overzicht van het waterbeleid dat na de vaststelling van dit Omgevingsprogramma Water blijft bestaan, en van beleid dat komt te vervallen.
|
Beleid dat blijft bestaan
|
|
Basiswaterketenplan Soest Het afvalwater van de gemeenten Baarn en Soest wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering
van waterschap Vallei en Veluwe in Soest. In het Basiswaterketenplan (BWKP) staan
gegevens over het functioneren van dit afvalwatersysteem. Het is in 2018 opgesteld
door de gemeenten Soest en Baarn en het waterschap. Wij werken samen in het Afvalwaterteam
Soest, om de doelmatigheid, transparantie en duurzaamheid van het afvalwatersysteem
te vergroten. Het Uitvoeringsteam van het Platform Water Vallei en Eem heeft ook bijgedragen
aan het plan. Het BWKP bevat een analyse van het huidige (2018) en toekomstige afvalwatersysteem,
op basis van een toetsingskader. Het identificeert knelpunten en bevat een ‘maatregelenpoule’
waaruit geput kan worden om knelpunten te verminderen.Het BWKP wordt elke tien jaar
herzien. In 2026 maken we een start met de herziening in 2028. |
|
Leidraad Fysieke Leefomgeving Soest De openbare ruimte waar iedereen gebruik van maakt, wijzigt voortdurend. Bijvoorbeeld
door het dagelijks onderhoud van de gemeente, maar ook door ruimtelijke ontwikkelingen.
De ‘Leidraad Fysieke Leefomgeving’ bevat uitgangspunten en eisen voor de inrichting
van de openbare ruimte in Soest, zodat deze mooi, functioneel en beheersbaar blijft.
De Leidraad is bestemd voor alle initiatieven en ontwikkelingen, van zowel de gemeente
als externen, die een stevige ruimtelijke impact hebben op en in de openbare ruimte.
De leidraad bestaat uit drie delen. Deel 1 beschrijft het proces rondom ruimtelijke
ontwikkelingen. Deel 2 beschrijft de strategie en (gebiedsgerichte) uitgangspunten
voor de inrichting van de openbare ruimte in Soest. En deel 3 bevat technische inrichtings-
en materiaaleisen.De Leidraad wordt na de vaststelling van het Omgevingsprogramma
Water herzien. zodat de uitgangspunten en eisen overeenkomen |
|
Verordening Rioolheffing SoestDe rioolheffingsverordening bevat de huidige belasting per perceel voor de inzameling
en het transport van afvalwater en afvloeiend hemelwater (rioolheffing). De verordening
geeft toelichting op betaling, kwijtschelding, overgangsrecht en inwerkingtreding
van de heffing. |
|
Verordening Rioolaansluitrecht SoestDe aansluitverordening regelt hoe de eigendommen binnen de gemeente moeten worden
aangesloten op het gemeentelijk rioleringsnetwerk. Onderdeel van de verordening zijn
de aansluitvergunning, gegevensverstrekking en een onderzoeksverplichting. |
|
Hemelwaterverordening SoestDeze verordening bepaalt onder welke voorwaarden het verboden is om de hemelwaterafvoer
aan te koppelen op het vuilwaterriool en wanneer afkoppelen van bestaande bouw verplicht
is. |
|
Subsidieregeling afkoppelen hemelwater gemeente SoestDeze verordening bepaalt onder welke voorwaarden perceeleigenaren in aanmerking komen
voor de gemeentelijke subsidie voor het afkoppelen van hemelwater van het vuilwaterriool
en het verwijderen van bestaand verhard oppervlak. |
|
Subsidieregeling groene daken Soest Deze verordening bepaalt onder welke voorwaarden perceeleigenaren in aanmerking komen voor de gemeentelijke subsidie voor het aanleggen van een groen dak. |
|
Subsidieregeling regenton en compostvat SoestDeze verordening bepaalt onder welke voorwaarden perceeleigenaren in aanmerking komen
voor de gemeentelijke subsidie voor de aanschaf van een regenton of compostvat. |
|
Plan van aanpak diffuse bronnen (2007)Dit plan beschrijft de aanpak van de gemeente Soest op ‘diffuse bronnen’. Dit zijn
verontreinigingen die rechtstreeks van de bron van de vervuiling in het grond- of
oppervlaktewater terecht komen. Zij worden niet met het afvalwater opgevangen in het
riool en getransporteerd naar de zuivering. Het gaat bijvoorbeeld om chemische bestrijdingsmiddelen,
de uitspoeling (uitloging) van bouwmaterialen, emissies van verkeer en hondenpoep.
Dit beleid wordt extra belangrijk nu de deadline voor het behalen van de waterkwaliteitsdoelen
uit de Europese Kaderrichtlijn Water (2027) dichterbij komt. We zullen dit indien
nodig herzien. |
|
Beleid dat vervalt
|
|
Gemeentelijk Water en Rioleringsplan Baarn-Soest 2018-2022/2024In 2018 stelden de gemeenten Baarn en Soest gezamenlijk een water- en rioleringsplan
op, omdat beide gemeenten voor hun afvalwater zijn aangesloten op dezelfde rioolwaterzuivering.
Met de komst van de Omgevingswet is besloten om de daaronder hangende instrumenten
(de Omgevingsvisie, het Omgevingsprogramma en het Omgevingsplan) afzonderlijk op te
stellen. Dit Omgevingsprogramma Water is daarvan een uitwerking voor de gemeente Soest.
Een evaluatie van het Gemeentelijk Water en Rioleringsplan is opgenomen in bijlage
9. |
4.6 Bijlage 6 - Voorkeursvolgorde waterbeheer Soest
In het Nationaal Waterprogramma (2022-2027) zijn drie voorkeursvolgordes voor regionaal waterbeheer opgenomen:
-
a.
‘Vasthouden-bergen-afvoeren’ voor de omgang met wateroverlast.
-
b.
‘Besparen-vasthouden-slimmer verdelen’ voor de omgang met watertekorten.
-
c.
‘Schoonhouden-scheiden-schoonmaken’ voor de omgang met waterverontreinigingen.
In Soest hangen wateroverlast, watertekort en waterverontreiniging sterk met elkaar samen. Wat we op de heuvel doen heeft bijvoorbeeld invloed op de flanken. Het watersysteem in Soest kan daarom het beste gezamenlijk worden bekeken. Zo zorgen we ervoor dat de gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem niet terechtkomen bij andere gebieden. Ook kunnen we zo zoeken naar gecombineerde oplossingen. Daarom bekijken we de voorkeursvolgordes in Soest gezamenlijk. Hieronder beschrijven we de stappen die we hierbij aanhouden.
We besparen water door zo min mogelijk (drink)water te gebruiken. Van het water dat we gebruiken, past de kwaliteit bij het doel waarvoor we het water gebruiken. Bij nieuwbouw hebben we aandacht voor (nieuwe) technieken om water te besparen en restwaterstromen te benutten. Zo beperken we de afvalwaterhoeveelheid. Dit nemen we mee bij het toetsen van plannen van ontwikkelaars. Deze stap hangt samen met onze drinkwaterzorgplicht (2.4.2 Doel 2: De grond- en oppervlaktewaterkwaliteit op orde brengen).
We benutten de waterstromen. Zo kan hemelwater bijvoorbeeld opgeslagen worden en later gebruikt worden. Bijvoorbeeld in de tuin om planten water te geven of in huis om bijvoorbeeld het toilet door te spoelen. Ook kunnen energie en grondstoffen gewonnen worden uit afvalwater, oppervlaktewater en drinkwater. Waar mogelijkheden en initiatieven zijn om waterstromen te benutten, sluiten we hierbij aan. In het kader van de energietransitie kijken wij ook naar aquathermie als warmtebron. Een voorbeeldproject in een vijver in Overhees laat zien dat dit mogelijk is. Dit combineert goed met het principe ‘water en bodem sturend’ (2.4.4 Doel 4: Behouden, benutten en herstellen van natuurlijke kenmerken van het watersysteem).
We houden de druppel vast waar deze valt. Het grootste deel van de ondergrond van Soest bestaat uit zandgrond. Dit is een doorlatende ondergrond, waar het goed mogelijk is om water te infiltreren. Dit doen we op gemeentelijk en particulier terrein. Hierbij houden we rekening met de gevolgen op grondwaterstanden aan de flanken. Daarvoor gebruiken we de afkoppelkansenkaart (zie figuur hieronder), die geüpdatete zal worden op basis van studies en inzichten over deze effecten. Deze stap sluit goed aan bij onze hemelwatertaak (2.4.1 Doel 1: In stand houden van een gezonde en leefbare omgeving door invulling te geven aan de gemeentelijke watertaken), water en bodem sturend (2.4.4 Doel 4: Behouden, benutten en herstellen van natuurlijke kenmerken van het watersysteem) en ons klimaatadaptatiebeleid (2.4.5 Doel 5: De leefomgeving toekomstbestendig maken).
Wanneer het niet mogelijk is om water direct te infiltreren in de bodem, bergen we het water tijdelijk in een lokale voorziening, zodat het later alsnog kan infiltreren. Bij voorkeur kiezen we voor bovengrondse berging, zoals een wadi. Bovengrondse voorzieningen zijn goed te onderhouden, en eventuele knelpunten of gebreken zijn snel zichtbaar. Wanneer er minder ruimte beschikbaar is, passen we ondergrondse bergings- en infiltratievoorzieningen toe, zoals infiltratieriolen. Waterberging is ook belangrijk voor klimaatadaptatie. Hiervoor stellen we waterbergingsnormen (2.4.5 Doel 5: De leefomgeving toekomstbestendig maken).

Afkoppelkansenkaart Soest (bron: Omgevingsvisie)
Wanneer lokaal vasthouden en bergen van water niet mogelijk is, voeren we het water af. We laten hemelwater bij voorkeur oppervlakkig afstromen naar laagteberging, waar het geen schade oplevert. Vanuit deze voorziening wordt het water geïnfiltreerd of afgevoerd naar het oppervlaktewatersysteem. Dit doen we bij voorkeur vertraagd. Hierbij houden we de afvoernorm van het waterschap aan. Dit bespreken we bij 2.4.5 Doel 5: De leefomgeving toekomstbestendig maken(klimaatadaptatie).
Wat schoon is, moet schoon blijven. We zorgen dat we schoon water schoon houden door regenwater te infiltreren in de bodem, of door het af te voeren naar lokaal oppervlaktewater. Bij bodempassage treedt natuurlijke zuivering op. Bij het afkoppelen volgen we de handreikingen en leidraden van de Provincie Utrecht om de grondwaterkwaliteit te beschermen.
We scheiden schone en vervuilde waterstromen (zie ook 2.4.1 Doel 1: In stand houden van een gezonde en leefbare omgeving door invulling te geven aan de gemeentelijke watertaken). Dit doen we door gescheiden riolering aan te leggen en de werking van deze rioleringsstelsels te monitoren en verbeteren.
We brengen vervuild water naar de RWZI, waar het waterschap het water zuivert, voordat het terugkomt in het milieu.
4.7 Bijlage 7 - Richtlijnen klimaatbestendig bouwen en inrichten
Als gemeente hanteren we de volgende uitgangspunten voor klimaatbestendig bouwen en inrichten.
Wateroverlastbestendig bouwen
-
In het buitengebied is het verboden om regenwater te lozen op de mechanische riolering.
-
Bij nieuwbouw en grootschalige renovaties is het verplicht regenwater af te koppelen van de gemengde riolering. Bij bestaande bouw stimuleren we dit via een subsidie.
-
De gemeente koppelt regenwater op openbaar terrein af. Bij deze werkzaamheden nemen we aangrenzende particuliere terreinen mee.
-
Particulieren verwerken hemelwater op eigen terrein. Als dit binnen redelijke grenzen niet mogelijk is, biedt de gemeente publieke voorzieningen voor het afvoeren van hemelwater aan als dat doelmatig kan.
-
Bij nieuwbouw en grootschalige renovaties wordt tien procent van het plangebied gereserveerd voor waterberging. Bij bestaande bouw is dit een inspanningsverplichting.
-
Bij nieuwbouw en grootschalige renovaties hanteren we een norm van veertig millimeter statische waterberging per vierkante meter verhard of afgekoppeld oppervlak. Bij bestaande bouw is dit een inspanningsverplichting.
-
Het waterschap eist watercompensatie voor het toevoegen van verhard oppervlak. Het gaat om een waterberging van zestig millimeter per vierkante meter extra verhard of afgekoppeld oppervlak, als dit oppervlak groter is dan vijftienhonderd vierkante meter in of aan bebouwd gebied (dus ook bij uitbreidingen) en vierduizend vierkante meter in het buitengebied. Deze waterberging wordt bij voorkeur gerealiseerd op openbaar terrein.
-
Wanneer regenwater vanaf dit afgekoppelde of verharde oppervlak op oppervlaktewater geloosd wordt, geldt dat de hoeveelheid te lozen water geen nadelig effect mag hebben op het ontvangende watersysteem. Het waterschap stelt daarom een grens aan de hoeveelheid water die bij een hevige bui (T100) van een perceel mag afstromen richting het stedelijk oppervlaktewater. De landelijke afvoernorm bedraagt drie liter per seconde per hectare in bebouwd gebied en anderhalve liter per seconde per hectare in landelijk gebied.
-
Bij het bepalen van verhard oppervlak gaan we uit van de volgende stelregels:
-
sportvelden of kunstgrasvelden worden niet als verhard oppervlak aangemerkt;
-
(half) open verharding bij parkeerplaatsen wordt niet als verhard oppervlak aangemerkt;
-
vegetatiedaken (met voldoende opvangcapaciteit) worden niet aangemerkt als verhard oppervlak;
-
tuinen op particuliere percelen worden voor 50% toegerekend aan verhard oppervlak.
-
Grondwaterbestendig bouwen
Aanvullend op deze eisen voor klimaatbestendig bouwen, hanteert de gemeente de volgende uitgangspunten om grondwateroverlast in stedelijk gebied te voorkomen.
-
Perceeleigenaren zijn verantwoordelijk voor de omgang met grondwateroverlast op hun terrein.
-
Wij hebben als gemeente een inspanningsverplichting bij structurele grondwateroverlast. Hierbij volgen we de beslisboom ‘grondwatermaatregelen’ in 4.5 Bijlage 5 - Beslisboom grondwatermaatregelen.
-
In bestaand bebouwd gebied bij gebouwen met kruipruimte, met een ontwateringsdiepte van minder dan zeventig centimeter beneden de kruin van de weg, leggen we drainage aan bij rioolvervanging of herinrichting van de openbare ruimte.
-
Voor nieuwbouw en grootschalige renovaties die gevoelig zijn voor hoge grondwaterstanden, geldt een richtlijn voor de ontwateringsdiepte van zeventig centimeter beneden maaiveld. Voor wegen geldt een richtlijn voor de ontwateringsdiepte van negentig centimeter beneden maaiveld. Wanneer dit niet haalbaar is, geldt een voorkeursvolgorde voor:
-
Vloerpeilen leggen wij bij in- en uitbreidingen vijf centimeter hoger aan ten opzichte van de huidige uitgangspunten. Hierbij spelen wij in op klimaatverandering. Dit kan door dit vast te leggen in de regels van het Omgevingsplan en/of een projectbesluit. De daadwerkelijke aanleghoogte valt onder de verantwoordelijkheid van de eigenaar/ontwikkelaar.
Toewerken naar nationale en regionale richtlijnen klimaatbestendig bouwen en inrichten
In Soest werken we toe naar het toepassen van de richtlijnen voor klimaatbestendig bouwen en inrichten zoals die zijn vastgelegd in landelijke kaders en regionale afspraken. Hierin staan ook prestatie-eisen voor hitte-, droogte- en overstromingsbestendig inrichten. Voor ons zijn met name de Landelijke Maatlat Groene Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving, de Afspraken Klimaatadaptief Bouwen Utrecht als onderdeel van het Convenant Toekomstbestendig Bouwen regio Utrecht, en de Handreikingen over gevolgbeperking bij overstroming leidend. Op de volgende pagina’s staan de samenvattende tabellen van deze kaders. De komende periode onderzoeken wij de mogelijkheden om op doelmatige wijze toe te werken naar deze landelijke en regionale richtlijnen.


4.8 Bijlage 8 - Schadebeelden wateroverlast
Onder normale omstandigheden kunnen rioolbuizen van de gemengde riolering en hemelwaterriolering regenwater opvangen, bergen en afvoeren. Bij erge neerslag is de capaciteit onvoldoende om al het water te verwerken. Dan kan er water op straat blijven staan. Afhankelijk van de omvang, de diepte van plassen en de duur van ‘water-op-straat’, is er sprake van hinder, overlast of schade. Figuur 9a brengt deze situaties in beeld en geeft aan welke hinder, overlast en schade we bij verschillende buien acceptabel vinden.


In bovenstaand schema staan onze ambities. Het schema geeft aan naar welk niveau van bescherming tegen de gevolgen van wateroverlast wij streven, door bepaalde maatregelen in de openbare ruimte te nemen, en particulieren te stimuleren om hun percelen waterbestendig in te richten. Toch kunnen wij overlastsituaties door water niet altijd voorkomen. De gevolgen van een regenbui zijn niet alleen afhankelijk van de locatie en het karakter van de bui, zoals de duur en de intensiteit, maar ook van de inrichting van de openbare en particuliere ruimte. Van verhard oppervlak stroomt regenwater bijvoorbeeld heel snel naar beneden. En in Soest ligt ongeveer zestig procent van het verhard oppervlak op particulier terrein (BWKP). Er kan daarom altijd sprake zijn van overmacht waarbij hinder, overlast of schade optreedt. Wij willen dit beperken en monitoren daarom overlastsituaties en onderzoeken welke maatregelen wij kunnen nemen tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.
4.9 Bijlage 9 - Evaluatie Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan
De afgelopen jaren hebben we veel werkzaamheden, onderzoeken en projecten met betrekking tot water uitgevoerd in Soest.
In 2022 is een tussenevaluatie van het Gemeentelijke Water- en Rioleringsplan 2018-2022 uitgevoerd. Het GWRP 2018-2022 beschrijft hoe wij onze zorgtaken voor afvalwater, hemelwater en grondwater uitvoeren. Ook het oppervlaktewater, waar de gemeente voor zorgt, is in dit plan opgenomen. Het plan gaat in op de gevolgen van en het omgaan met klimaatverandering, het verduurzamen van de afvalwaterketen en haar omgeving en hoe wij inwoners en bedrijven hierin kunnen betrekken. In deze tussenevaluatie is een beoordeling van de bereikte effecten tot 2022 gemaakt. In deze evaluatie borduren we voort op de resultaten van de tussenevaluatie.
Per thema geven we de status aan:



Ontwikkelingen en lessen die we meenemen naar de komende jaren
Naast de waterketen ook aandacht voor het watersysteem
Naast de waterketen is ook het watersysteem belangrijk. Er is in de afgelopen jaren steeds meer aandacht gekomen voor het natuurlijke water- en bodemsysteem. Vanuit het Rijk is het beleidsvoornemen ‘water en bodem sturend’ gepubliceerd. Het Omgevingsprogramma Water heeft een bredere insteek dan zijn voorganger, het GWRP. Naast de waterketen is ook het watersysteem een belangrijk onderdeel van dit programma. Daarmee krijgt het thema beleefbaar water ook meer aandacht.
Bewustwording en activeren van inwoners
Bij het toewerken naar een duurzaam en klimaatbestendig Soest is niet alleen inzet vanuit de overheid nodig, maar ook vanuit particulieren. Als gemeente hebben wij een taak in het informeren, stimuleren en faciliteren van inwoners en ondernemers. Als het gaat om gewenst gedrag in de waterketen en het watersysteem, kunnen wij meer inzetten op bewustwording. Hier moet dan wel capaciteit voor zijn.
Er zijn al regelingen waar inwoners aanspraak op kunnen maken als ze bijvoorbeeld willen afkoppelen of vergroenen. Het is goed om deze regelingen onder de aandacht te blijven brengen en er actief voor te zorgen dat inwoners en bedrijven hiervan op de hoogte zijn, zodat er meer gebruik van wordt gemaakt.
Klimaatbestendigheid
We werken al aan het klimaatbestendig maken van de gemeente Soest. In projecten in de openbare ruimte hebben we aandacht voor het tegengaan van wateroverlast, hittestress en de gevolgen van droogte. Op basis van de stresstesten uit 2018 en andere huidige bestanden, zijn de opgaven voor Soest en Soesterberg in beeld gebracht (SAWA, 2024). Zo weten we waar de meest kwetsbare locaties in de gemeente zijn.
Rioleringsproblematiek Soesterberg
Er loopt een onderzoek naar de mogelijkheden om het stelsel te verbeteren.
De afgelopen jaren zijn veel projecten doorgeschoven, terwijl er wel geld beschikbaar is om deze projecten uit te voeren. De stapeling van deze projecten zorgt ervoor dat er veel werkzaamheden tegelijk weggezet moeten worden om de achterstand in te halen. Dit vraagt om extra inzet van de organisatie.
4.10 Bijlage 10 - Relevante bronnen
Ambient en FLO Legal, 2022. Bouwsteen bruidsschat Omgevingswet, voor het thema water en riolering.
ATKB, 2022. Ecoscan Soest 2022.
Broks-Messelaar Consultancy, 2017. Basiswaterketenplan deelgebied Soest.
Bureau 7Tien en Rekenkamer Soest, 2020. Evaluatie Klimaatadaptatiebeleid, Rekenkameronderzoek gemeente Soes t.
Gemeente Soest, 2023. Stap voor stap ver komen, Omgevingsvisie Soest en Soesterberg.
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 2024. Voorontwerp Nota Ruimte.
Provincie Utrecht, 2020. Gebiedsdossier Soestduinen.
Provincie Utrecht, 2022. Bodem- en Waterprogramma Provincie Utrecht 2022-2027.
Provincie Utrecht, 2022. Convenant Toekomstbestendig Bouwen.
Provincie Utrecht, 2023. Concept Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG).
Provincie Utrecht, 2023. Handreiking nieuwe woongebieden: Groen Groeit Mee met betekenis van voordeur tot landschap.
Provincie Utrecht, 2024. Leidraad afkoppelen en infiltreren afstromend hemelwater.
Provincie Utrecht, 2024. Omgevingsverordening provincie Utrecht.
Rijksoverheid, 2020. Nationale Omgevingsvisie.
Rijksoverheid, 2022. Nationaal Water Programma 2022-2027.
Rijksoverheid, 2024. Kennisagenda groenblauwe dooradering.
Rijksoverheid, 2024. Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing.
Rijksoverheid, 2024. Omgevingswet.
SAWA, 2024. Klimaatadaptatie Soest: de opgavelocaties voor klimaatadaptatie in de gemeente Soest zijn in dit boekje weergegeven.
Sweco, 2023. Studie afvoercapaciteit drukriolering Amersfoortsestraat te Soesterberg.
Sweco, 2024. Studie afvalwaterstromen Soesterberg.
Vewin, 2023. Staalkaart drinkwater in het Omgevingsplan.
Waterschap Vallei en Veluwe, 2022. Blauw Omgevingsprogramma.
Waterschap Vallei en Veluwe, 2022. Bouwsteen Bruidschat Omgevingswet.
Waterschap Vallei en Veluwe, 2024. Beleidsregels Waterschapsverordening waterschap Vallei en Veluwe.
Waterschap Vallei en Veluwe, 2024. Blauwe Omgevingsvisie (BOVI) 2050, inclusief aanscherping.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl





