Beheersverordening begraafplaatsen

Geldend van 07-04-2011 t/m heden

Intitulé

Beheersverordening begraafplaatsen

De raad van de gemeente Noordoostpolder,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 februari 2011, no. 1948-1;

gelet op artikel 35 van de Wet op de Lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet;

B E S L U I T:

vast te stellen:

de Beheersverordening begraafplaatsen;

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • -

    begraafplaatsen: alle gemeentelijke begraafplaatsen liggend in Noordoostpolder: kadastraal bekend:

    Emmeloord

    AZ 11294 / AZ 6392;

    Bant

    FX 74;

    Luttelgeest

    G 2097 / G 1068

    Marknesse

    BZ 136

    Kraggenburg

    CX 475

    Ens

    CZ 88

    Nagele

    DZ 2

    Tollebeek

    EX 629

    Espel

    EZ 236

    Creil

    FW 496

    Rutten

    FZ 312.

  • -

    graf: een graf of keldergraf;

  • -

    grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;

  • -

    asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

  • -

    urn: een (luxe asbus) voorwerp ter berging van een of meer asbussen;

  • -

    particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of

    rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • 1.

      het doen begraven en begraven houden van lijken;

    • 2.

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • 3.

      het doen verstrooien van as;

  • -

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;

    Emmeloord AZ 11294 / AZ 6392;

  • -

    particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • 1.

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • 2.

      het doen verstrooien van as;

  • -

    algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen;

  • -

    particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het

    doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • -

    particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om overledenen te gedenken;

  • -

    verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;

  • -

    grafbedekking: gedenkteken, grafmonument en grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of verstrooiingsplaats;

  • -

    beheerder: de gemandateerde ambtenaar die belast is met hetgeen in deze verordening is genoemd en die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt;

  • -

    rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een

    uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf of een particuliere gedenkplaats, danwel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;

  • -

    gebruiker/aanvrager: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf of een algemeen urnengraf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;

  • -

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder;

  • -

    begraving: het begraven van een lijk in een graf;

  • -

    bijzetting: het plaatsen van een asbus of urn in of op een graf, urnenkelder, urnentuin of in de urnenmuur;

  • -

    grafrecht: het uitsluitend recht op een particulier graf, particulier urnengraf, particulier urnennis of een particulier gedenkplaats;

  • -

    ruimen: het opgraven van stoffelijke resten na de wettelijke termijn van grafrust, met de bedoeling deze daarna elders opnieuw te begraven of te cremeren;

  • -

    schudden: het ruimen van een individueel graf door het zorgvuldig verzamelen van alle stoffelijke resten, die vervolgens dieper in hetzelfde graf begraven worden.

Artikel 2. Beheer & administratie

  • 1. Het beheer van de begraafplaatsen berust bij het college.

  • 2. Het college kan betreffende de wijze van begraven, de inrichting van het graf, de afstand tussen de graven onderling, het ruimen van graven, het verwijderen van grafbedekkingen en gedenktekens, en de teraardebestelling van de overblijfselen van lijken nadere regels stellen.

  • 3. De administratie bevat een register van alle op de begraafplaatsen begraven lijken met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij begraven zijn, alsmede een register van bijgezette asbussen met de krachtens de wet voorgeschreven gegevens. Tevens wordt een register van verstrooiingen bijgehouden; hierin wordt vermeld waar as van welke overleden is verstrooid. De in deze registers opgenomen gegevens zijn openbaar en worden op verzoek verstrekt.

  • 4. De administratie bevat een register van alle rechthebbenden van de graven, met hun namen en adressen. Dit register is niet openbaar.

  • 5. Van de begraafplaatsen berust bij de administratie een plattegrond (tekening) waarop de graven zijn aangeduid.

Artikel 3. Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf

  • 1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'particulier graf' mede verstaan: particulier urnengraf, particuliere urnennis en particuliere gedenkplaats.

  • 2. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'algemeen graf' mede verstaan: algemeen urnengraf.

Hoofdstuk 2. Openstelling, orde en rust op de begraafplaats

Artikel 4. Openstelling begraafplaatsen

  • 1. De begraafplaatsen zijn voor eenieder dagelijks toegankelijk van 1 uur na zonsopgang tot 1 uur voor zonsondergang.

  • 2. Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.

  • 3. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.

Artikel 5. Ordemaatregelen

  • 1. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

  • 2. De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.

  • 3. Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaatsen te rijden:

    • a.

      elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen;

    • b.

      sneller dan 10 km per uur.

  • 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de aanhef en onder a van het derde lid.

  • 5. Het is verboden:

    • a.

      honden of andere dieren mee te nemen, anders dan na toestemming van de beheerder;

    • b.

      op de grafbedekking te lopen of te zitten en er gereedschappen of andere niet tot de graven behorende voorwerpen op te leggen;

    • c.

      de begraafplaatsen te verontreinigen;

    • d.

      handel te drijven, bloemen of andere waren te koop aan te bieden of reclame te maken;

    • e.

      as te verstrooien of andere vormen van lijkbezorging te bezigen anders dan na toestemming van het college.

Artikel 6. Plechtigheden

  • 1. Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.

  • 2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

Artikel 7. Opgravingen en ruimen

  • 1. Lijken zullen, behalve op gezag van een gerechtelijke autoriteit, niet worden opgegraven dan met verlof van de burgemeester van Noordoostpolder en niet dan met toestemming van de rechthebbende.

  • 2. Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.

Hoofdstuk 3. Voorschriften voor lijkbezorging

Artikel 8. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf

  • 1. Degene die een lijk wil doen begraven of as wil doen bezorgen geeft daartoe opdracht door middel van een door het college vastgesteld formulier.

  • 2. Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

  • 3. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, evenals het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder.

Artikel 9. Over te leggen stukken

  • 1. Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder.

  • 2. Bij begraving van een menselijk vrucht die na een zwangerschap van minder dan 24 weken levenloos ter wereld is gekomen of binnen 24 uur na de geboorte is overleden, dient betreffende de duur van de zwangerschap een verklaring van de behandelend arts te worden overlegd.

  • 3. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.

  • 4. Begraving of bijzetting in een particulier graf of kelder waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met minimaal 5 en maximaal 20 jaren. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen genoemd in artikel 16, tweede lid.

  • 5. De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

Artikel 10. Tijden van begraven en asbezorging

  • 1. Het college kan nadere regels stellen over de tijden van begraven en bezorgen van as.

  • 2. Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

Hoofdstuk 4. Indeling en uitgifte van de graven

Artikel 11. Indeling graven en asbezorging

  • 1. Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven:

    • a.

      particuliere graven en particuliere urnengraven;

    • b.

      particuliere urnennissen;

    • c.

      particuliere gedenkplaatsen.

    Algemene graven worden niet uitgegeven.

  • 2. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven en hoeveel verstrooiingen van as er op de particuliere graven kunnen plaatshebben. Het college bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven.

Artikel 12. Aantal overledenen in algemene graven

  • 1. In de algemene graven:

    • .

      begraafplaats te Emmeloord:

      maximaal in een graf niet meer dan 2 lijken van personen van 12 jaar en ouder en 4 lijken van personen beneden de leeftijd van 12 jaar;

    • .

      overige begraafplaatsen:

      maximaal in een graf niet meer dan 1 lijk van personen van 12 jaar en ouder en 2 lijken van personen beneden de leeftijd van 12 jaar.

  • 2. In de algemene urnengraven:

    • .

      begraafplaats te Emmeloord:

    • maximaal in of op een graf niet meer dan 4 asbussen met of zonder urn;

    • .

      overige begraafplaatsen:

      maximaal in of op een graf niet meer dan 2 asbussen met of zonder urn.

  • 3. Op een algemene verstrooiingsplaats:

    • .

      begraafplaats te Emmeloord:

    • maximaal 2 asbussen

    • .

      overige begraafplaatsen:

      maximaal 1 asbus

Artikel 13. Volgorde van uitgifte

  • 1. De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven.

  • 2. Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaatsen niet bezwaarlijk is.

Artikel 14. Categorieën

Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.

Artikel 15. Termijnen particuliere graven

  • 1. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig of vijftig jaar recht op een particulier graf, - urnengraf, - urnennis en gedenkplaats. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven.

  • 2. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van vijf, tien of twintig jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

  • 3. Een recht als in dit artikel bedoeld kan slechts aan een rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en van de personen genoemd in artikel 16, eerste lid. Verlenging van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. Het recht wordt schriftelijk gevestigd door middel van een grafakte. Het grafrecht kan slechts worden verleend aan één natuurlijk persoon of één rechtspersoon.

Artikel 16. Grafkelder

  • 1. Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder in overeenstemming met de door het college te stellen voorwaarden.

  • 2. Indien de rechthebbende de grafkelder wil doen verwijderen, is daar vergunning voor nodig; de verwijdering komt eveneens voor rekening van de rechthebbende.

Artikel 17. Overschrijving van verleende rechten

  • 1. Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van een rechthebbende ten name van een ander dan de voren genoemde personen is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

  • 2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.

  • 3. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen.

  • 4. Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van zes maanden kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.

Artikel 18. Afstand doen van graven

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

Artikel 19. Vervallen grafrechten

  • 1. Grafrechten vervallen:

    • ·

      door het verlopen van de verleende termijn;

    • ·

      indien de rechthebbende afstand doet van het recht;

    • ·

      indien de begraafplaats wordt opgeheven.

  • 2. Het college kan grafrechten vervallen verklaren:

    • .

      indien de rechthebbende de betaling van het grafrecht niet binnen zes maanden na aanvang van die termijn heeft voldaan en/of andere financiële verplichtingen betreffende het graf niet voldoet binnen de gestelde termijnen;

    • .

      indien de rechthebbende, ondanks een aanmaning, in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt;

    • .

      indien de rechthebbende van een graf is overleden en het recht niet binnen zes maanden is overgeschreven;

    • .

      indien de rechthebbende nalaat het graf en/of de daarop aangebrachte grafbedekking te onderhouden; het grafrecht vervalt dan na jaar na de mededeling als bedoeld in artikel 23, lid 3 of na 10 jaar na de laatste begraving.

  • 3. In geen van de gevallen als bedoeld in het eerste en het tweede lid vindt terugbetaling plaats van (een deel van) de kosten van het grafrecht of van eventuele andere kosten.

  • 4. De eventueel op het graf aanwezige grafbedekking of beplanting mag in de periode van 1 maand vóór het vervallen van het grafrecht door de rechthebbende van het graf worden verwijderd. Na het vervallen van het grafrecht kan de rechthebbende of een ander familielid geen aanspraken op deze voorwerpen doen gelden.

Hoofdstuk 5. Grafbedekkingen

Artikel 20. Vergunning grafbedekking

  • 1. Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college.

  • 2. De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan.

  • 3. Het college kan nadere regels vaststellen betreffende de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen.

  • 4. Het college kan de vergunning weigeren indien:

    • a.

      niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid;

    • b.

      de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

    • c.

      de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

    • d.

      de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is;

    • e.

      de tekst of afbeelding op de grafbedekking of het naamplaatje aanstootgevend of kwetsend is.

  • 5. De looptijd voor het hebben van een grafbedekking evenals voor de vergunning genoemd in het 1e lid eindigt op het moment dat het recht vervalt op het graf waarop de grafbedekking is aangebracht of waarvoor de vergunning is verleend.

  • 6. Indien het gaat om een reeds geplaatste grafbedekking dient deze op kosten en onder verantwoordelijkheid van de rechthebbende te worden verwijderd.

  • 7. Op een particulier graf mag beplanting worden aangebracht, mits deze in volle wasdom niet hoger dan 50 cm wordt en de afmetingen van het graf niet overschrijdt.

  • 8. Op het strooiveld mogen geen gewassen en planten worden aangebracht.

  • 9. Het is toegestaan om op een graf of op de gedenkplaats nabij het strooiveld losse bloemen te leggen of bloemen in steekvazen te plaatsen.

Artikel 21. Onderhoud door de gemeente

  • 1. Het college voorziet in het twee maal per jaar schoonmaken van het gedenkteken en in de zorg voor de winterharde beplantingen.

  • 2. Indien nodig, na enige verzakking, het opnieuw stellen van de grafbedekking. Herstel, zoals het verven van de letters of vervanging van de grafbedekking, valt niet onder dit onderhoud.

Artikel 22. Onderhoud door rechthebbende of gebruiker

  • 1. Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende/gebruiker. Schade als gevolg van brand, vandalisme, diefstal, verzakking door wateroverlast, vorst, storm, hagel en andere van buiten komende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van een grafbedekking ten behoeve van een ter aarde bestelling of bijzetting, en eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening van de rechthebbende/gebruiker.

  • 2. De rechthebbende/gebruiker is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.

  • 3. Indien de rechthebbende/gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

  • 4. De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende/gebruiker door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende/gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

  • 5. Het college kan de rechthebbende/gebruiker per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.

  • 6. Het college is bevoegd om in gevallen waarbij sprake is van gevaarlijke situaties zo nodig de gehele grafbedekking direct te verwijderen.

  • 7. Gedurende de periode dat een graf niet geruimd mag worden is artikel 20, eerste lid, aanhef en onder e en f van Boek 5 Burgerlijk Wetboek niet van toepassing op hetgeen op dat graf is geplaatst.

Artikel 23. Niet-blijvende grafbeplanting

Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert, kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende dertien weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, van de gebruiker, indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder.

Artikel 24. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn

  • 1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf door het college worden verwijderd.

  • 2. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en op het mededelingenbord bij de ingang van de begraafplaats bekend.

  • 3. Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij het college ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na verwijdering nog gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende. De aanvraag kan worden ingediend gedurende de in het tweede lid genoemde termijn.

  • 4. De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien:

    • ·

      geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend, is verstreken;

    • ·

      de grafbedekking niet binnen dertien weken nadat deze van het graf is verwijderd, is afgehaald.

Hoofdstuk 6. Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen

Artikel 25. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

  • 1. Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.

  • 2. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd.

  • 3. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaatsen.

  • 4. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders.

  • 5. De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.

Hoofdstuk 7. Inrichting register

Artikel 26. Voorschriften

  • 1. Het college stelt voorschriften vast voor het register van de begraven lijken.

  • 2. Het register wordt bijgehouden door de beheerder.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Artikel 27. Intrekking oude regeling

De Verordening beheer en gebruik gemeentelijke begraafplaatsen, vastgesteld op 17 oktober 1995, no. 23008-1, wordt ingetrokken.

Artikel 28. Overgangsbepaling

  • 1. Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de Verordening beheer en gebruik gemeentelijke begraafplaatsen, no. 23008-1, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  • 2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Verordening beheer en gebruik gemeentelijke begraafplaatsen, no. 23008-1, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

Artikel 29. Strafbepaling

Hij die handelt in strijd met de artikelen 4, 5, 6 en 20 wordt gestraft met een

geldboete van de eerste categorie.

Artikel 30. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin zij is geplaatst.

Artikel 31. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Noordoostpolder 2010.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering
van 24 maart 2011.
De griffier, de voorzitter,