EILANDSBESLUIT HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN VAN 31 maart 2005, no. 6 ter uitvoering van artikel 2a van de Verordening marien milieu (A.B.1991, no. 8) en tot vaststelling van de gebruiksvergoeding voor het gebruik van het onderwaterpark door duikers en andere gebruikers en tot intrekking van het eilandsbesluit houdende algemene maatregelen van 13 december 1991, nr. 2, (A.B.1991, no. 22)

Geldend van 15-11-2006 t/m 10-10-2010

Intitulé

EILANDSBESLUIT HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN VAN 31 maart 2005, no. 6 ter uitvoering van artikel 2a van de Verordening marien milieu (A.B.1991, no. 8) en tot vaststelling van de gebruiksvergoeding voor het gebruik van het onderwaterpark door duikers en andere gebruikers en tot intrekking van het eilandsbesluit houdende algemene maatregelen van 13 december 1991, nr. 2, (A.B.1991, no. 22)

Artikel 1

In dit besluit houdende algemene maatregelen wordt onder gebruik van het onderwaterpark mede verstaan het zich in of op het onderwaterpark bevinden.

Artikel 2

  • 1. Tenzij bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen anders wordt bepaald, wordt voor het gebruik van het onderwaterpark van de gebruiker een vergoeding geheven van NAf. 17,50 per jaar of NAf 3,50 per dag.

  • 2. Voor het gebruik van het onderwaterpark door duikers wordt een gebruikersvergoeding geheven van NAf. 43,75 per persoon per jaar of NAf. 17,50 per dag.

Artikel 3

  • 1. Geen gebruiksvergoeding wordt geheven voor het gebruik van het onderwaterpark ten behoeve van internationaal en interinsulair scheepvaartverkeer.

  • 2. Geen gebruiksvergoeding wordt geheven voor het gebruik als bedoeld in artikel 3, tweede lid van de Verordening marien milieu. (A.B.1991, no.8).

  • 3. Geen gebruiksvergoeding wordt geheven van gebruikers:

    • a.

      jonger dan 12 jaar;

    • b.

      die blijkens bewijsstukken ingezetenen zijn van de Nederlandse Antillen of Aruba;

    • c.

      die passagier of bemanningslid zijn van een toeristenschip als bedoeld in artikel 1, onderdeel g van de Loods-, lig- en meerverordening Bonaire (A.B. 1975, no. 2).

  • 4. Het gestelde in het derde lid is niet van toepassing op het gebruik door duikers.

Artikel 4

  • 1. De beheerder van het onderwaterpark is belast met de inning van de gebruiksvergoedingen.

  • 2. Dat de gebruiksvergoeding door gebruikers is voldaan dient te blijken uit een door of namens de beheerder van het onderwaterpark tegen betaling van de gebruiksvergoeding te verstrekken toegangsbewijs.

  • 3. Toegangsbewijzen zijn verkrijgbaar bij;

    • a.

      het kantoor van de beheerder van het onderwaterpark tijdens kantooruren;

    • b.

      bij duikscholen en vulstations;

    • c.

      bij diegenen die faciliteiten aanbieden ten behoeve van het gebruik van het onderwaterpark aan anderen dan duikers en

    • d.

      op andere door de beheerder te bepalen plaatsen.

Artikel 5

Diegenen bedoeld in artikel 4, derde lid zijn verplicht per keer ten minste een voorraad toegangsbewijzen bij de beheerder tegen betaling af te nemen overeenkomstig het aantal duikers of gebruikers dat in een week verwacht wordt.

Artikel 6

De inning en afdracht van de gebruiksvergoedingen en de verkoop van toegangsbewijzen anders dan door vergunninghouders als bedoeld in artikel 2b, eerste en tweede lid van de Verordening marien milieu geschiedt conform een door de beheerder en de aanbieder als bedoeld in artikel 4, derde lid sub c en d te sluiten overeenkomst.

Artikel 7

  • 1. Toegangsbewijzen bestaan uit een kwitantie en een penning, welke beiden zijn voorzien van een gelijk nummer en die gelijktijdig aan de gebruiker worden verstrekt.

  • 2. Alle kwitanties dienen op naam te zijn gesteld en in duplo te worden ingevuld.

  • 3. De toegangsbewijzen zijn niet overdraagbaar.

  • 4. Ingeval de geldigheid van het toegangsbewijs is beperkt tot één dag wordt slechts een kwitantie verstrekt.

Artikel 8

De duplicaten van de kwitanties worden door degene die de toegangsbewijzen aan de gebruikers verstrekt ter beschikking gesteld aan de beheerder van het onderwaterpark, zo dikwijls deze erom vraagt.

Artikel 9

  • 1. De penning dient door de gebruiker op een zodanige wijze bevestigd te worden aan de duikuitrusting of op andere wijze op het lichaam of kleding gedragen te worden dat deze goed zichtbaar is.

  • 2. De gebruiker is op eerste verzoek van de personen belast met het beheer van het onderwaterpark verplicht de penning en of de kwitantie te tonen.

Artikel 10

Toegangsbewijzen welke verkeerd zijn ingevuld of welke niet zullen worden verstrekt aan gebruikers kunnen, met toestemming van de beheerder van het onderwaterpark tegen nieuwe toegangsbewijzen worden ingewisseld.

Artikel 11

Het eilandsbesluit houdende algemene maatregelen van 13 december 1991, nr.2 (A.B.1991, no.22) wordt ingetrokken.

Artikel 12

Dit eilandsbesluit houdende algemene maatregelen treedt in werking met ingang van de dag na afkondiging.