Regeling vervallen per 01-01-2006

Subsidieregeling Fonds culturele infrastructuur

Geldend van 01-01-1997 t/m 31-12-2001

Inhoud

BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1.

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

  • Kunst en cultuur in Drenthe: de culturele beleidsnota zoals laatstelijk door provinciale staten vastgesteld;

  • uitvoeringsprogramma: uitwerking van deze beleidsnota die laatstelijk door de Statencommissie Welzijn is goedgekeurd;

  • bestedingsplan: het Bestedingsplan Fonds culturele infrastructuur dat jaarlijks door gedeputeerde staten wordt vastgesteld, bevattende een overzicht van de te subsidiëren projecten met de daarvoor beschikbaar te stellen subsidiebedragen;

  • ASV: de Algemene subsidieverordening Drenthe.

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 2.

Gedeputeerde staten kunnen, met inachtneming van deze regeling en overeenkomstig het bestedingsplan, een incidentele subsidie verlenen aan instellingen, organisaties en andere overheden.

SUBSIDIEVERLENING (TOEKENNINGS- EN WEIGERINGSBEPALINGEN)

Artikel 3.

  • Voor subsidieverlening komen in aanmerking de projecten die zijn opgenomen in het door gedeputeerde staten, gehoord betrokkenen uit het veld, vast te stellen bestedingsplan.

  • Deze projecten moeten een uitwerking zijn van het provinciale cultuurbeleid zoals vastgesteld in de beleidsnota Kunst en cultuur in Drenthe en het bijbehorende uitvoeringsprogramma, alsmede eventuele nieuwe beleidsdocumenten en afspraken die uitdrukkelijk als zodanig zijn bestempeld en bekendgemaakt.

  • Gedeputeerde staten zullen prioriteit geven aan die projecten waarover het met de betrokken partijen overeenstemming heeft bereikt in het overleg ter voorbereiding van het bestedingsplan.

  • Gedeputeerde staten kunnen, voorzover de stand van het fonds het toelaat, het bestedingsplan in de loop van het jaar wijzigen.

Artikel 4.

  • Voor subsidieverlening komen slechts in aanmerking die kosten die specifiek aan het project zijn verbonden.

  • Voor subsidieverlening komen in ieder geval niet in aanmerking kosten die tot de reguliere kosten van de organisatie, instelling of overheid kunnen worden gerekend waarvoor zij reeds een provinciale en/of gemeentelijke subsidie anderszins ontvangen.

  • Voor subsidieverlening komen evenmin in aanmerking projecten waarvoor een beroep kan worden gedaan op andere provinciale subsidieregelingen.

Artikel 5.

  • Subsidieverlening vindt plaats zoveel mogelijk overeenkomstig het bedrag genoemd in het bestedingsplan.

  • De subsidie bedraagt ten hoogste ¿ 50.000,-- per project.

  • In naar het oordeel van gedeputeerde staten bijzondere gevallen kan een hogere subsidie worden verleend.

DE AANVRAAG

Artikel 6.

  • Een aanvraag om subsidie wordt, in afwijking van artikel 5, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Drenthe, ingediend:

    • vóór 1 november van enig jaar, indien het project een aanvang zal nemen in de periode van 1 januari van het daaropvolgende jaar tot en met 30 juni van datzelfde jaar;

    • vóór 1 mei van enig jaar, indien het project een aanvang zal nemen in de periode van 1 juli van dat jaar tot en met 31 december van datzelfde jaar.

  • Subsidie dient te worden aangevraagd op een door gedeputeerde staten vast te stellen aanvraagformulier.

Artikel 7.

Onverminderd het bepaalde in artikel 6 van de ASV gaat een aanvraag om en/of een voorstel voor subsidie vergezeld van informatie die in ieder geval omvat:

  • de namen van de instellingen, organisaties en overheden waarmee in het kader van het project zal worden samengewerkt;

  • een raming van het aantal afnemers en/of deelnemers en/of een inschatting van het beoogde cultureel/maatschappelijke effect;

  • een beschrijving van de wijze waarop in de provincie bekendheid zal worden gegeven aan het project;

  • een beschrijving van de wijze waarop de opzet en de uitvoering van het project zullen worden geëvalueerd.

Artikel 8.

Een aanvraag om en/of voorstel voor subsidie kan om advies worden voorgelegd aan 1 of meerdere door gedeputeerde staten aan te wijzen deskundigen.

HET BESTEDINGSPLAN

Artikel 9.

  • Aan de hand van de ingediende aanvragen zal, binnen twee maanden na 1 november, en binnen twee maanden na 1 mei van enig jaar, het bestedingsplan door gedeputeerde staten worden vastgesteld.

  • De provincie zal jaarlijks de aard van de projecten waarvoor een subsidie op grond van deze regeling is en/of kan worden aangevraagd, bespreken met de betrokken partijen uit het veld.

VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER

Artikel 10.

  • Gedeputeerde staten kunnen aan subsidieontvangers in ieder geval verplichtingen opleggen met betrekking tot:

    • de (verdere) afstemming op het beleid van en/of de samenwerking met andere instellingen, organisaties en overheden;

    • het werven van (meer) eigen inkomsten bij deelnemers en/of afnemers of andere betrokken partijen;

    • het de provincie tijdig tussentijds op de hoogte stellen over afwijkingen van de in de aanvraag genoemde termijnen, gegevens en/of werkwijze.

SLOTBEPALING

Artikel 11.

Jaarlijks zal verslag worden gedaan aan provinciale staten over de uitvoering en resultaten van deze regeling.

Artikel 12.

  • Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1997.

  • Deze regeling wordt aangehaald als Subsidieregeling Fonds culturele infrastructuur.