Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR92664
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR92664/5
Reglement voor het waterschap Noorderzijlvest
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 15-10-2026 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
Reglement voor het waterschap NoorderzijlvestGemeenschappelijk besluit van provinciale staten van Groningen, Drenthe en Fryslân
Inhoud
HOOFDSTUK 1, BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 1 – Begripsomschrijvingen
Dit reglement verstaat onder:
- –
categorie natuurterreinen: categorie waartoe behoren degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder c, van de wet;
- –
categorie ongebouwd: categorie waartoe behoren degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder b van de wet;
- –
Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van Drenthe en Groningen, tenzij anders is bepaald;
- –
wet: Waterschapswet.
HOOFDSTUK 2, GEBIED, ZETEL EN TAAK VAN HET WATERSCHAP
Artikel 2, Gebied van het waterschap
1. Er is een waterschap met de naam Noorderzijlvest, verder aan te duiden als het waterschap.
2. Het gebied van het waterschap is aangegeven op de bij dit reglement behorende kaart, onderscheidenlijke kaarten.
3. De grenzen van het in het tweede lid bedoelde gebied kunnen nader worden aangegeven op door gedeputeerde staten vast te stellen detailkaarten. Van elk van de kaarten, bedoeld in het tweede en derde lid, berust een exemplaar bij het waterschap en bij de provincies Drenthe en Groningen.
- 4.
Woonboten die zijn afgemeerd nabij de grens van een waterschap zoals die is aangegeven op de in het tweede lid bedoelde kaart, worden geacht tot het gebied van het waterschap te behoren van waaruit zij toegankelijk zijn.
Artikel 3, Vestigingsplaats van het waterschap
Het waterschap is gevestigd in een door het algemeen bestuur te bepalen gemeente.
Artikel 4, Taak van het waterschap
-
1. De taak van het waterschap is het beheer van watersystemen en de zuivering van stedelijk afvalwater in zijn gebied voor zover deze taak of onderdelen daarvan niet aan andere overheidslichamen is opgedragen.
-
2. De taak, bedoeld in het eerste lid, omvat:
- a.
het beheer van watersystemen als bedoeld in artikel 1, tweede lid van de wet, met uitzondering van:
- –
het beheer van vaarwegen waarvoor bij of krachtens wet of bij omgevingsverordening een andere beheerder is aangewezen.
- –
- b.
de zuivering van stedelijk afvalwater als bedoeld in artikel 1, tweede lid van de wet, hieronder mede begrepen:
- –
de zuivering van stedelijk afvalwater dat afkomstig is vanuit het beheersgebied van een aangrenzende waterbeheerder en dat om doelmatigheidsredenen wordt gezuiverd op een zuiveringtechnisch werk dat in beheer is bij het waterschap; en
- –
de verwerking van primair zuiveringsslib, het ontwateren van zuiveringsslib, de eindverwerking van zuiveringsslib en laboratoriumwerkzaamheden hieronder mede begrepen de doelmatige uitoefening van deze taakonderdelen met betrekking tot zuiveringsslib afkomstig vanuit het beheergebied van een ander waterschap.
- –
- a.
HOOFDSTUK 3, DE SAMENSTELLING EN INRICHTING VAN HET WATERSCHAPSBESTUUR
Artikel 5, Benaming bestuursorganen
De voorzitter wordt aangeduid als dijkgraaf.
Paragraaf 1. Het algemeen bestuur
Artikel 6, Omvang algemeen bestuur
Het algemeen bestuur bestaat uit 23 leden.
Artikel 7, Benoeming vertegenwoordigers geborgde zetels
-
1. Voor de categorie ongebouwd worden door Land- en Tuinbouworganisatie Noord de vertegenwoordigers benoemd, waarvan één vertegenwoordiger in overeenstemming met BoerenNatuur.
-
2. Voor de categorie natuurterreinen worden door de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren de vertegenwoordigers benoemd.
Artikel 8, Reglement van orde
1. Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een Reglement van orde vast.
2. In het Reglement van orde worden in ieder geval regels gesteld ten aanzien van de wijze van oproeping tot vergadering, de openbaarheid van de vergaderingen, het vergader- en het besluitquorum, de handhaving van de orde tijdens de vergaderingen en de wijze waarop de stemmingen plaatsvinden.
Paragraaf 2, Het dagelijks bestuur
Artikel 9, Omvang dagelijks bestuur
Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en een door het algemeen bestuur te bepalen aantal andere leden dat hooguit 4 bedraagt.
Artikel 10, Benoeming leden dagelijks bestuur
1. De benoeming van de leden van het dagelijks bestuur met uitzondering van de voorzitter vindt plaats in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling of zo spoedig mogelijk daarna.
2. Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 41, tweede lid, van de wet.
3. De tot lid van het dagelijks bestuur benoemde wordt geacht de benoeming niet aan te nemen indien de voorzitter op de tiende dag na kennisgeving van de benoeming nog geen schriftelijke mededeling van hem heeft ontvangen dat hij de benoeming aanvaardt.
4. Wanneer de benoeming niet is aangenomen, geschiedt zo spoedig mogelijk een nieuwe benoeming.
5. De benoeming ter vervulling van een plaats die tussentijds openvalt geschiedt zo spoedig mogelijk nadat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur is vervuld, tenzij het algemeen bestuur besluit het aantal leden van het dagelijks bestuur te verminderen, dan wel toepassing wordt gegeven aan het tweede lid.
Artikel 11, Ingang benoeming leden dagelijks bestuur
In het geval van artikel 10, eerste lid, gaat de benoeming van degene die de benoeming tot lid van het dagelijks bestuur heeft aangenomen, in op het tijdstip waarop ten minste de helft van het aantal leden van het dagelijks bestuur zijn benoeming heeft aangenomen of, indien de aanneming van de benoeming op een later tijdstip plaatsvindt, op dat tijdstip.
Artikel 12, Ontslag op eigen initiatief
1. Een lid van het dagelijks bestuur, niet zijnde de voorzitter, kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur.
2. Behoudens het geval dat een lid van het dagelijks bestuur onmiddellijk ontslag neemt, gaat het ontslag in met ingang van de dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als zijn opvolger de benoeming heeft aangenomen.
Artikel 13, Vervanging leden dagelijks bestuur
1. Bij langdurige afwezigheid van een lid van het dagelijks bestuur of indien een lid van het dagelijks bestuur met de waarneming van het ambt van voorzitter is belast, kan hij worden vervangen door een lid van het algemeen bestuur, aan te wijzen door het algemeen bestuur.
2. Degene die gedurende meer dan 30 dagen onafgebroken voor een lid van het dagelijks bestuur heeft waargenomen, geniet een vergoeding ten bedrage van de voor dat lid vastgestelde bezoldiging. De vergoeding wordt verminderd met hetgeen als lid van het algemeen bestuur als vergoeding wordt ontvangen.
Artikel 14, Reglement van orde
1. Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen een Reglement van orde vast, dat aan het algemeen bestuur wordt toegezonden.
2. In het Reglement van orde worden voor de vergaderingen in ieder geval regels gesteld ten aanzien van de wijze van oproeping tot vergadering, het vergaderquorum, het besluitquorum, de handhaving van de orde tijdens de vergaderingen en de wijze waarop de stemmingen plaatsvinden.
Paragraaf 3, De voorzitter
Artikel 15, Benoeming voorzitter
1. Alvorens een aanbeveling voor de benoeming van de voorzitter als bedoeld in artikel 46, derde lid, van de wet, wordt opgemaakt, wordt, behalve in het geval van herbenoeming, een open sollicitatieprocedure gevolgd.
2. Indien de aanbeveling uit meer dan 1 persoon bestaat, wordt over iedere plaats op de aanbeveling afzonderlijk gestemd.
3. De aanbeveling voor de benoeming van de voorzitter, bedoeld in artikel 46, derde lid, van de wet wordt, samen met een uittreksel uit de notulen van de gehouden stemming door het algemeen bestuur, gezonden aan gedeputeerde staten van Groningen, die de aanbeveling, gedeputeerde staten van Drenthe gehoord, doorzenden aan de minister van verkeer en waterstaat.
4. De aflegging van de eed (verklaring en belofte), bedoeld in artikel 50 van de wet, vindt plaats in handen van de Commissaris van de Koning in de provincie Groningen.
Artikel 16, Woonplaats voorzitter
1. De voorzitter heeft zijn werkelijke woonplaats in het gebied van het waterschap.
2. Het algemeen bestuur kan van het eerste lid ontheffing verlenen indien het belang van het waterschap zich daartegen niet verzet.
Artikel 17, Ontslag voorzitter
1. De voorzitter die zijn ontslag vraagt, blijft zo mogelijk in functie totdat hem ontslag is verleend.
2. Hij dient zijn verzoek om ontslag uiterlijk 2 maanden vóór de datum waarop het ontslag wordt gewenst, bij de Kroon in en geeft daarvan tegelijkertijd kennis aan het algemeen bestuur en aan gedeputeerde staten.
Paragraaf 4, De secretaris
Artikel 18, Aanwijzing secretaris
De secretaris wordt door het algemeen bestuur aangewezen op voordracht van het dagelijks bestuur.
Artikel 19, Taken en bevoegdheden
1. Het algemeen bestuur stelt in een instructie nadere regels over de taak en de bevoegdheden van de secretaris.
2. Artikel 33, eerste en tweede lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK 4, TOEZICHT
Artikel 20, Toezichtsbevoegdheid
Het toezicht op het waterschapsbestuur wordt uitgeoefend door gedeputeerde staten.
Gedeputeerde staten bepalen in onderling overleg op welke wijze de voorbereiding en de besluitvorming zal plaatsvinden over hetgeen terzake van het gemeenschappelijk toezicht moet worden beslist.
Artikel 21 [vervallen]
Artikel 22 [vervallen]
Artikel 23, Meldingen
1. Het dagelijks bestuur zendt aan gedeputeerde staten ter kennisneming besluiten tot:
a. beslissingen tot aanleg of verbetering van waterstaatswerken waarvan in betekenende mate een wijziging van de bestaande waterstaatkundige situatie te verwachten is;
b. oprichting of deelneming in een rechtspersoon, voor zover hierbij een belangrijk onderdeel van de aan het waterschap opgedragen taak betrokken is;
c. het besluit tot vaststelling of wijziging van een calamiteitenplan als bedoeld in artikel 19.14 van de Omgevingswet;
2. In afwijking van het eerste lid worden besluiten aan gedeputeerde staten van Drenthe, respectievelijke gedeputeerde staten van Groningen gezonden indien het besluit uitsluitend betrekking heeft op het grond gebied van de provincie Drenthe, respectievelijk de provincie Groningen.
HOOFDSTUK 5, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 24, Overgangsrecht
[vervallen]
Artikel 25, Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking met ingang van 31 maart 2008.
Artikel 26, Citeertitel
Dit reglement wordt aangehaald als Reglement voor het waterschap Noorderzijlvest 2008.
TOELICHTING OP HET REGLEMENT VOOR HET WATERSCHAP NOORDERZIJLVEST 2008
ALGEMEEN
Artikel 2 van de Waterschapswet bepaalt dat de bevoegdheid tot het opheffen en het instellen van waterschappen, tot regeling van hun taken en inrichting en van de samenstelling van hun besturen en tot de verdere reglementering van waterschappen aan Provinciale Staten behoort en dat de uitoefening van deze bevoegdheid geschiedt bij provinciale verordening. Omdat hier sprake is van een interprovinciaal waterschap, worden de bevoegdheden, op grond van artikel 6 van de Waterschapswet, gemeenschappelijk door provinciale staten van Drenthe, Fryslân en Groningen uitgeoefend.
Het onderhavige reglement schept in aansluiting op de Waterschapswet het kader voor het waterschap. Het beperkt zich tot de essentiële aspecten betreffende de inrichting en het functioneren van het waterschap. De belangrijkste onderwerpen die worden geregeld, zijn het gebied, de taak, het bestuur, de verdeling van de geborgde zetels over de specifieke belangencategorieën, het aanwijzen van de organisaties die de vertegenwoordigers voor de categorieën ongebouwd en natuurterreinen mogen benoemen en het toezicht. De kostentoedeling en het kiesrecht wordt thans uitputtender geregeld in de Waterschapswet en de Kieswet.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
HOOFDSTUK 2 GEBIED, ZETEL EN TAAK VAN HET WATERSCHAP
Artikel 2 Gebied van het waterschap
Bij het bepalen van het gebied van het waterschap is acht geslagen op het uitgangspunt voor de bestuurlijke organisatie van de waterstaatszorg dat bij de vorming van waterschappen zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de waterstaatkundige eenheden. Een waterstaatkundige eenheid bestaat uit een samenhangend stelsel van oppervlaktewateren en gronden (inclusief mensen en gebouwen), die belang hebben bij de instandhouding van dat stelsel. Het gebied van het waterschap is niet gewijzigd.
Het gebied van het waterschap wordt aangegeven op een kaart die deel uitmaakt van het reglement. Op de kaart zijn de grenzen van het waterschapsgebied zo eenduidig mogelijk vastgelegd. Er kunnen gebiedsspecifieke situaties zijn waarbij het noodzakelijk is de grens van het waterschapsgebied nauwkeuriger vast te stellen (bijvoorbeeld daar waar de grens door bebouwd gebied loopt). In het reglement is de mogelijkheid opgenomen voor de precieze aanduiding van de grenzen van het waterschapsgebied detailkaarten vast te stellen. Het vaststellen van de detailkaarten is opgedragen aan gedeputeerde staten.
Artikel 4 Taak van het waterschap
In artikel 4 van het reglement is aangesloten bij de wet en de huidige situatie door aan het waterschap het beheer van watersystemen en de zuivering van stedelijk afvalwater op te dragen. Het beheer van watersystemen omvat de zorg voor de waterkering en de zorg voor de waterhuishouding, waaronder ook de zorg voor de waterkwaliteit. Onder de zorg voor de waterhuishouding moet ook het regelen van de grondwaterstanden via het peilbeheer van het oppervlaktewater worden gerekend. Het gebruik van de term "beheer van watersystemen" benadrukt dat de tot op heden afzonderlijk benoemde taken een nauwe onderlinge samenhang kennen en als een integrale taak moeten worden uitgevoerd. De toekenning van "het beheer van watersystemen" aan het waterschap impliceert overigens niet dat alle zorg voor het watersysteem of de watersystemen in het waterschapsgebied aan het waterschap wordt toegekend. Ook andere overheden oefenen taken ter zake uit.
Artikel 4, eerste lid, kent een duidelijke relatie met artikel 3:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In artikel 3:4, eerste lid, van de Awb is namelijk geregeld dat het bestuursorgaan de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen afweegt, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit. Wanneer een bestuursorgaan van het waterschap derhalve een besluit of handeling overweegt, dient het over te gaan tot een afweging van alle bij de concrete beslissing of handeling betrokken belangen. Met artikel 4, eerste lid, wordt aangegeven dat het waterschap zich bij de belangenafweging primair moet laten leiden door de waterhuishoudkundige belangen. Het zijn deze belangen die de doorslag moeten geven bij de besluitvorming.
In artikel 4, tweede lid, is de zuivering van stedelijk afvalwater aan het waterschap opgedragen. Het is de taak van het waterschap om het stedelijk afvalwater te zuiveren dat via het openbaar vuilwaterriool wordt geloosd op een zuiveringtechnisch werk van het waterschap. Het is ook de taak van het waterschap om stedelijk afvalwater dat op een ander passend systeem in beheer bij het waterschap wordt afgevoerd, te zuiveren.
HOOFDSTUK 3 DE SAMENSTELLING EN INRICHTING VAN HET WATERSCHAPSBESTUUR
Artikel 6 Omvang algemeen bestuur
In de Waterschapswet is, uit oogpunt van uniformering, maar ook vanwege doelmatigheid en slagvaardigheid, de minimale en maximale omvang van het algemeen bestuur vastgelegd. Het waterschapsbestuur kan bestaan uit minimaal 18 en maximaal 30 leden.
Het algemeen bestuur bestaat uit 23 leden, waarvan 19 leden de categorie ingezetenen vertegenwoordigen, twee leden de categorie ongebouwd vertegenwoordigen en twee leden de categorie natuurterreinen vertegenwoordigen.
Artikel 7 Benoemen vertegenwoordigers geborgde zetels
Voor de categorie natuurterreinen is de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren op grond van de wet belast met de benoeming van kandidaten. Nadere regeling van de benoeming van deze kandidaten in het reglement is niet noodzakelijk.
Voor de categorie ongebouwd is het aan de provincie overgelaten de organisatie(s) aan te wijzen die de benoeming doet (doen). Bij de aanwijzing van de organisatie is rekening gehouden met de verschillende te vertegenwoordigen belangen en de organisatiegraad. De organisatie die de vertegenwoordiger(s) voor de geborgde zetels mag benoemen betrekt daarbij andere organisaties met gelijkluidende belangen.
Land- en Tuinbouworganisatie Noord (LTO Noord) is aangewezen om de vertegenwoordigers te benoemen in het waterschapsbestuur voor de categorie ongebouwd. LTO Noord is een representatieve organisatie die continuïteit bezit en heeft binnen het waterschap een forse dekkingsgraad. Vrijwel alle sectoren van de grondgebonden landbouw zijn in LTO Noord vertegenwoordigd.
Artikel 8 Reglement van orde
De Waterschapswet geeft in de artikelen 35 tot en met 39 een aantal bepalingen over openbare en besloten vergaderingen en over geheimhouding. Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen vast. Voor de invulling van dat reglement verdient het aanbeveling zoveel mogelijk aan te sluiten bij de regelingen, die de Gemeentewet en de Provinciewet kennen omtrent onderwerpen van vergaderorde. Met name wordt hierbij gedacht aan het vergaderquorum, het besluitquorum, de wijze van uitschrijven van een nieuwe vergadering en het opstellen van de agenda, stemrecht van de leden, stemprocedures en het bepalen van de stemuitslag.
Artikel 9 Omvang dagelijks bestuur
Ten aanzien van de omvang van het dagelijks bestuur kan het reglement alleen bepalen hoeveel leden het dagelijks bestuur ten minste en ten hoogste telt. In verhouding tot de omvang van het algemeen bestuur en ter voorkoming van versnippering van bestuurstaken is gekozen voor maximaal vier bestuursleden. Meer dan vier bestuursleden wordt niet doelmatig geacht. Bij het bepalen van het minimale aantal leden van het dagelijks bestuur (exclusief de dijkgraaf) is het doelmatig en slagvaardig optreden uitgangspunt. In verband hiermee is het minimumaantal leden bepaald op twee.
Artikel 10 Benoeming leden dagelijks bestuur
In artikel 41, tweede lid, van de wet is bepaald dat de benoeming van de leden van het dagelijks bestuur plaatsvindt uit het algemeen bestuur. Gedeputeerde Staten kunnen hiervan ontheffing verlenen indien het reglement die mogelijkheid biedt. In het tweede lid is deze mogelijkheid aan Gedeputeerde Staten gegeven. Dit maakt het mogelijk om geschikte kandidaten voor het dagelijks bestuur te vinden buiten de kring van het algemeen bestuur. Leden van het dagelijks bestuur die op deze wijze zijn benoemd maken daarmee overigens nog geen deel uit van het algemeen bestuur. Dat zou immers leiden tot een wijziging van het aantal zetels van het algemeen bestuur.
Voor de leden van het dagelijks bestuur die niet tot het algemeen bestuur behoren gelden op grond van artikel 45 van de wet wel de eisen die aan de verkiesbaarheid van leden van het algemeen bestuur worden gesteld, alsmede de incompatibiliteiten voor het lidmaatschap van het algemeen bestuur. Ook de verplichting tot het afleggen van de eed of de belofte is op deze leden van het dagelijks bestuur van toepassing. Tevens dient te worden opgemerkt dat de leden van het dagelijks bestuur die via de ontheffing van artikel 41, tweede lid, van de wet in het dagelijks bestuur zijn terecht gekomen alleen lid zijn van het dagelijks bestuur. Zij mogen dus alleen de bevoegdheden uitoefenen die horen bij het dagelijks bestuur. Ze zijn geen lid van het algemeen bestuur en kunnen dan ook geen bevoegdheden uitoefenen van het algemeen bestuur.
De invulling van een opengevallen plek in het dagelijks bestuur geschiedt zo spoedig mogelijk. Dit kan anders zijn indien het algemeen bestuur besluit het aantal leden van het dagelijks bestuur te verminderen.
Artikel 12 Ontslag op eigen initiatief
Dit artikel vormt een aanvulling op artikel 41 van de wet, waarin het ontslag van de leden van het dagelijks bestuur - met uitzondering van de dijkgraaf - summier wordt geregeld. De leden van het dagelijks bestuur die hun ontslag nemen, geven hiervan, om bewijsrechtelijke redenen, schriftelijk kennis aan het algemeen bestuur. Deze bepaling komt overeen met de artikelen 42 en 43 van respectievelijk de Provinciewet en de Gemeentewet. De Waterschapswet bevat ter zake geen bepalingen. Uit de aard van de rechtshandeling vloeit voort dat opzegging niet met terugwerkende kracht mogelijk is (vergelijk artikel 43 van de Gemeentewet en 42 van de Provinciewet). Leden van het dagelijks bestuur die ontslag nemen blijven lid van het algemeen bestuur, tenzij ze zijn benoemd op grond van artikel 10, tweede lid, van het reglement.
Artikel 13 Vervanging leden dagelijks bestuur
Leden van het dagelijks bestuur kunnen worden vervangen door leden van het algemeen bestuur. De vervanging kan door het algemeen bestuur worden geregeld op verzoek van het dagelijks bestuur, het desbetreffende lid van dat bestuur, of uit eigen beweging. Bepalend is of de vervanging nodig is voor een goede taakuitoefening van het dagelijks bestuur. Algemene regels kunnen hiervoor niet worden gegeven. Het tweede lid regelt de vergoeding bij vervanging van een lid van het dagelijks bestuur.
Artikel 14 Reglement van orde
Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een Reglement van orde vast. Een verschil tussen de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur is, dat de vergaderingen van het dagelijks bestuur met gesloten deuren worden gehouden, tenzij dit bestuur anders heeft bepaald. Het Reglement van orde voor de vergaderingen kan regels geven over de openbaarheid van de vergaderingen van het dagelijks bestuur (artikel 42 van de Waterschapswet).
Artikel 15 Benoeming voorzitter
Alvorens een aanbeveling voor de benoeming van de voorzitter als bedoeld in artikel 46, derde lid, van de wet wordt opgemaakt wordt, behalve in het geval van herbenoeming, een open sollicitatieprocedure gevolgd. Met een open sollicitatie wordt bedoeld een bekendmaking in de daarvoor geëigende kranten en of vakbladen.
Artikel 17 Ontslag voorzitter
Het ontslag van de voorzitter is geregeld in artikel 4.2.19 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De situatie waarin de dijkgraaf zelf om ontslag verzoekt, is daarin niet geregeld. Artikel 17 regelt dit, naar analogie van de Provinciewet en de Gemeentewet.
Artikelen 18 en 19 Aanwijzing, taken en bevoegdheden secretaris
Op grond van artikel 53 van de Waterschapswet wijst het algemeen bestuur de secretaris aan. De secretaris zelf is geen bestuursorgaan. Hij is eerste adviseur van het algemeen en dagelijks bestuur. In verband met die functie is het verbod tot het verrichten van bepaalde handelingen, dat geldt voor leden van het algemeen bestuur, ook van toepassing verklaard op de secretaris. Het algemeen bestuur stelt nadere regels vast omtrent de taak en de bevoegdheid van de secretaris. Hierbij is aansluiting gezocht bij de Gemeentewet (artikel 103, tweede lid) en de Provinciewet (artikel 100, tweede lid). In artikel 55a van de wet is bepaald dat het dagelijks bestuur de vervanging van de secretaris regelt.
HOOFDSTUK 4 TOEZICHT
Artikel 20 Toezichtsbevoegdheid
In verband met het interprovinciaal karakter van het waterschap moet, ingevolge artikel 164 van de wet, in het reglement een regeling over de uitoefening van het toezicht worden opgenomen. Waterschap Noorderzijlvest is een interprovinciaal waterschap dat voor ongeveer de helft in Groningen en voor de andere helft in Drenthe gelegen is. Voor waterschapsomvattende besluiten is daarom geen verdeling van toezicht mogelijk. In verband hiermee dienen meldingplichtige besluiten aan zowel Gedeputeerde Staten van Groningen als Gedeputeerde Staten van Drenthe te worden toegezonden.
Artikel 23 Meldingen
Het reglement vult de wettelijke opsomming aan met enkele categorieën die van wezenlijk belang zijn en waarvan derhalve op provinciaal niveau kennis dien te bestaan. Dat betreft in de eerste plaats besluiten tot oprichting van of deelneming in een rechtspersoon. Toezending van het calamiteitenplan en het ontwerp ervan is voorgeschreven vanwege het belang van dit plan gelet op de grote gevolgen die situaties van gevaar in de sfeer van de waterstaatszorg kunnen hebben en vanwege het belang van afstemming van dit plan op soortgelijke plannen van andere overheden.
Toezending van een peilbesluit en het ontwerp ervan wordt van belang geacht vanwege het feit dat de door de provincie aangegeven functie van de desbetreffende oppervlaktewateren leidend is.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl