ERFGOEDVERORDENING HELMOND 2011

Geldend van 05-03-2011 t/m 14-05-2023

Intitulé

ERFGOEDVERORDENING HELMOND 2011

De raad van de gemeente Helmond;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 januari 2011gelet op de bepalingen van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Gemeentewet;

Besluit

  • 1. vast te stellen de Erfgoedverordening Helmond 2011;

  • 2. in te trekken de Monumentenverordening Helmond 2009.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • a. monument:

    1. zaak, die van algemeen belang is vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde.

    2. terrein, dat van algemeen belang is vanwege een aanwezige zaak als bedoeld onder 1.

  • b. archeologisch monument: monument zoals bedoeld in lid a, onder 2.

  • c. rijksmonument: onroerend monument dat is inschreven in het ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde monumentenregister.

  • d. gemeentelijk monument: onroerend of roerend monument dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen.

  • e. gemeentelijk archeologisch monument: een gebied dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk archeologisch monument is aangewezen.

  • f. gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument of beschermd gemeentelijk archeologisch monument aangewezen zaken en terreinen.

  • g. archeologische waardenkaart Helmond: kaart waarop de overeenkomstig deze verordening aangewezen gebieden met archeologische waarden en verwachtingen zijn geregistreerd.

  • h. kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een parochie, een kerkgenootschap, een kerkelijke gemeente, of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst.

  • i. monumentencommissie: de op basis van artikel 15 van de Monumentenwet 1988 door burgemeester en wethouders ingestelde commissie, die als taak heeft burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de gemeentelijke monumentenverordening en het gemeentelijk monumentenbeleid.

  • j. bouwhistorisch onderzoek: onderzoek, in een schriftelijke rapportage vastgelegd, naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument.

  • k. archeologisch onderzoek: onderzoek, in een schriftelijke rapportage vastgelegd, naar het bodemarchief middels opgravingen.

  • l. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

  • m. vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

  • n. Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Artikel 2 Het gebruik van het monument

Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het gebruik van het monument.

Hoofdstuk 2 Aanwijzing gemeentelijke monumenten

Artikel 3 De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument. Een besluit tot aanwijzing dient gebaseerd te zijn op een deugdelijke motivering.

  • 2. Voordat burgemeester en wethouders over de aanwijzing een besluit nemen, vragen zij advies aan de gemeentelijke Monumentencommissie en stellen zij de door hen als zodanig aangewezen instellingen, die zich inzetten op het terrein van de monumentenzorg, in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen.

  • 3. Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de registratie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, plaatsheeft of vaststaat dat het monument niet wordt aangewezen, zijn de artikelen 9 tot en met 13 van overeenkomstige toepassing.

  • 4. Burgemeester en wethouders kunnen bepalen, dat ten behoeve van de aanwijzing van een monument als beschermd gemeentelijk monument een bouwhistorisch- of archeologisch onderzoek wordt verricht.

  • 5. Voordat burgemeester en wethouders een kerkelijk monument aanwijzen, voeren zij overleg met de eigenaar.

  • 6. De aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument kan geen object betreffen dat onherroepelijk is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988.

Artikel 4 Termijn advies en aanwijzingsbesluit

  • 1. De Monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst van het verzoek van burgemeester en wethouders.

  • 2. Burgemeester en wethouders beslissen binnen 12 weken na ontvangst van het advies van de Monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 20 weken na de adviesaanvraag.

Artikel 5 Mededeling

De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die in de kadastrale registratie als eigenaar en beperkt gerechtigde staan vermeld, aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers en, indien om aanwijzing is verzocht, aan de verzoeker. Middels publicatie in een of meerdere dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen of op een andere geschikte wijze wordt hieromtrent kennisgeving gedaan.

Artikel 6 Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst

  • 1. Burgemeester en wethouders registreren het aangewezen beschermde gemeentelijke monument op de gemeentelijke monumentenlijst.

  • 2. De gemeentelijke monumentenlijst bevat:

    a. de plaatselijke aanduiding;

    b. de datum van de aanwijzing;

    c. de kadastrale aanduiding;

    d. de tenaamstelling en           

    e. een beschrijving van het beschermde gemeentelijke monument.

Artikel 7 Wijziging van de aanwijzing

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een belanghebbende wijzigen.

  • 2. Artikel 3, tweede lid onder a, derde lid en vierde lid en artikel 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de wijziging.

  • 3. Indien de wijziging naar het oordeel van burgemeester en wethouders van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing van artikel 3, tweede lid onder a, derde lid en vierde lid en artikel 4 achterwege.

  • 4. De inhoud en datum van wijziging worden op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend.

  • 5. De wijziging van de aanwijzing wordt medegedeeld aan degenen die in de kadastrale registratie als eigenaar en beperkt gerechtigde staan vermeld en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers.

Artikel 8 Intrekken van de aanwijzing

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen de aanwijzing intrekken.

  • 2. Artikel 3, tweede en derde lid en artikel 4 zijn van toepassing op de intrekking.

  • 3. De aanwijzing wordt ingetrokken als onherroepelijk is beslist tot aanwijzing krachtens artikel 3 van de Monumentenwet.

  • 4. Intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend.

  • 5. De wijziging van de aanwijzing wordt medegedeeld aan degenen die in de kadastrale registratie als eigenaar en beperkt gerechtigde staan vermeld en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers.

Hoofdstuk 3 Instandhoudingsbepalingen voor gemeentelijke monumenten

Artikel 9 Instandhoudingsbepalingen

  • 1. Het is verboden een beschermd gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen.

  • 2. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften:

    a. een beschermd gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen, in enig opzicht te wijzigen;           

    b. een beschermd gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar wordt gebracht.

Artikel 10 De vergunningaanvraag

  • 1. Een aanvraag om een vergunning, als bedoeld in artikel 9, tweede lid, wordt ingediend bij het bevoegd gezag.

  • 2. De aanvrager dient de volgende gegevens te overleggen:

    a. Tekening met situatie, plattegronden, gevels en details van de bestaande en nieuwe situatie;           

    b. Kleurenfoto’s van de bestaande situatie en opgave toe te passen bouwmaterialen.

  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen een cultuurhistorisch rapport verlangen inzake architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie of tuinhistorie, om te bepalen of de belangen van het monument voldoende worden gewaarborgd.

Artikel 11 Termijnen en advies

De monumentencommissie adviseert schriftelijk over aanvraag binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 12 Vergunningverlening

  • 1. De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet.

  • 2. Burgemeester en wethouders geven voor een beschermd kerkelijk monument geen beschikking af ingevolge artikel 9, tweede lid, dan nadat overeenstemming met de eigenaar is bereikt, indien en voor

    zover het een beschikking betreft, waarbij wezenlijke belangen van het belijden van de godsdienst of de levensovertuiging in het beschermde gemeentelijk monument in het geding zijn.

Artikel 13 Intrekken van de vergunning

  • 1. De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:

    a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;

    b. blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften verbonden aan de vergunning niet  naleeft of           

    c. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zodanig zijn gewijzigd, dat het belang van het beschermde gemeentelijk monument zwaarder dient te wegen.

Hoofdstuk 4 Beschermde rijksmonumenten

Artikel 14 Vergunning voor beschermd rijksmonument

De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen twaalf weken na de datum van verzending van het afschrift.

Hoofdstuk 5 Beschermde gemeentelijke archeologische monumenten

Artikel 15 Aanwijzing tot beschermd archeologische monument

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van belanghebbenden, een monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk archeologisch monument.

  • 2. Een besluit tot aanwijzing dient gebaseerd te zijn op een deugdelijke motivering.

  • 3. Artikel 3, tweede lid onder a, derde, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16 Termijn advies en aanwijzingsbesluit

Artikel 4, eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 17 Mededeling

Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 18 Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst

Artikel 6, eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 19 Wijzigen van de aanwijzing

Artikel 7, eerste tot en met het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 20 Intrekken van de aanwijzing

Artikel 8, eerste tot en met het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 21 Instandhoudingsbepalingen archeologische monumenten

Artikel 9, eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 22 De vergunningaanvraag

Artikel 10 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 23 Termijnen en advies

Artikel 11, eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 24 Vergunningverlening

Artikel 12 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 25 Intrekken van de vergunning

Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 6 Archeologische waarden- en verwachtingsgebieden

Artikel 26 Aanwijzing en registratie van gebieden met archeologische waarde of verwachting

  • 1. De gemeenteraad kan gebieden, waarvan het algemeen belang wegens hun betekenis voor de archeologische monumentenzorg vermoed wordt op grond van historische gegevens of door archeologische vondsten en onderzoek, aanwijzen als gebied.

  • 2. Voordat de gemeenteraad over de aanwijzing een besluit nemen, vraagt hij advies aan de Monumentencommissie.

Artikel 27 Mededeling

Middels publicatie in een of meerdere dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen of op een andere geschikte wijze wordt kennisgeving gedaan van de aanwijzing.

Artikel 28 Registratie

  • 1. Burgemeester en wethouders registreren de gebieden met archeologische waarde of verwachting op de gemeentelijke archeologische waardenkaart.

  • 2. Deze kaart bevat:

    a. de plaatselijke aanduiding;

    b. de datum van aanwijzing;

    c. de op een kaart aangegeven gebiedsbegrenzing, en           

    d. een beschrijving van het gebied met daarin begrepen cultuurhistorische waarden.

Artikel 29 Verbodsbepalingen

  • 1. Het is verboden zonder aan de vergunning verbonden voorwaarden in een gebied met archeologische waarde een bodemverstorende ingreep te verrichten indien de ingreep groter is dan 100 vierkante meter en dieper gaat dan 0,50 meter. Dit geldt ook voor bodemverstorende ingrepen in een gebied met een hoge archeologische verwachting.

  • 2. Voor gebieden met een middelhoge archeologische verwachting is het verbod van toepassing op bodemverstorende ingrepen van groter dan 2.500 vierkante meter en dieper dan 0,50 meter.

  • 3. Voor het opstellen van de voorschriften voor de vergunning zal het bevoegd gezag advies inwinnen bij de monumentencommissie.

Hoofdstuk 7 Overige bepalingen

Artikel 30 Schadevergoeding

Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van:

a.    de weigering van burgemeester en wethouders een vergunning als bedoeld in de artikelen 12, 14 en 24 van deze verordening te verlenen of

b.    voorschriften door burgemeester en wethouders verbonden aan een vergunning als bedoeld in de artikelen 12, 14 en 24;

schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of geheel te zijnen laste behoort te blijven, kunnen burgemeester en wethouders hem op zijn aanvraag een schadevergoeding toekennen.

Artikel 31 Strafbepaling

Overtreding van het in de artikelen 9, 21 en 28 van deze verordening bepaalde wordt bestraft met een geldboete van de tweede categorie.

Artikel 32 Toezichthouders

  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast:

    a. politieambtenaren van de Regiopolitie Brabant Zuid-Oost en politieambtenaren van de Koninklijke marechaussee Noord-Brabant/Limburg, voor zover werkzaam binnen een territoriaal gebied dat de gemeente Helmond of een deel daarvan omvat;

    b.  ambtenaren van de afdeling Bouwen en Wonen van de dienst Stedelijke ontwikkeling & Beheer en de afdeling Preventie van de Veiligheidsregio Zuid-Oost Brabant, voor zover het zaken betreft waarvan het toezicht aan hen is toevertrouwd.

  • 2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.

Artikel 33 Binnentreden woningen

  • 1. Zo dikwijls de zorg voor de naleving van deze verordening dit vereist, wordt hierbij aan hen die door het bevoegd gezag met het toezicht op de naleving van deze verordening zijn belast, de bevoegdheid verstrekt al dan niet besloten ruimten en plaatsen, met uitzondering van woningen, desnoods tegen de wil van de rechthebbende bewoner of gebruiker te betreden.

  • 2. Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of  krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.

Hoofdstuk 8 Slotbepalingen

Artikel 34 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van bekendmaking.

  • 2. De beschermde gemeentelijke monumenten, aangewezen en geregistreerd op de monumentenlijst op grond van de Monumentenverordening Helmond 2009, worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.

  • 3. Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening, worden afgehandeld met inachtneming van de Monumentenverordening Helmond 2009.

Ondertekening

Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 1 maart 2011.    
 
De raad voornoemd,
De voorzitter,                                                    de griffier,
Drs. A.A.M. Jacobs                                             Dhr. J.P.T.M. Jaspers
 
Bekend gemaakt op:
4 maart 2011
De gemeentesecretaris,
Dhr. A.A.M. Marneffe RA