Verordening Stimuleringsregeling Restauraties Monumenten 2010-II

Geldend van 27-03-2015 t/m heden

Intitulé

Verordening Stimuleringsregeling Restauraties Monumenten 2010-II

Corsaregistratienummer: 10.57719

De Raad van de Gemeente Hoorn,

  • -

    gelezen het voorstel van het college d.d. 14 december 2010;

Besluit:

vast te stellen

Verordening Stimuleringsregeling Restauraties Monumenten 2010-II.

Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

    • a.

      aanvrager: de niet-winstbeogende instelling of eigenaar/gebruiker van een monumentaal object die de aanvraag voor een stimuleringsbijdrage indient;

    • b.

      beeldbepalend element: een object, dat cultuurhistorisch waardevol is en een bijdrage levert aan de instandhouding c.q. verbetering van het historisch stads- en dorpsgezicht zoals stoepen, hekwerken en gevelstenen, bijzondere dakkapellen, pironnen, materialen of bijzondere afwerkingen;

    • c.

      college college van burgemeester en wethouders;

    • d.

      eigenaar: de eigenaar van een pand niet zijnde de gemeente. Onder eigenaar wordt ook verstaan:

    • 1.

      een vereniging van eigenaren;

    • 2.

      de houder van een recht van opstal;

    • 3.

      de houder van een appartementsrecht;

    • 4.

      degene die een beperkt zakelijk recht (vruchtgebruik) heeft;

    • e.

      gebruiker: de natuurlijke- of rechtspersoon die het pand, het object of de grond waarop een monumentale boom staat, bewoont, gebruikt of restaureert;

    • f.

      kosten van het plan: hiertoe behoren

    • 1.

      de gespecificeerde aanneemsom;

    • 2.

      architecten/onderzoekskosten;

    • 3.

      inspectie- en/of advieskosten;

    • 4.

      organisatie /publicatiekosten

    • g.

      monument: een object dat is aangewezen als beschermd rijks- of gemeentelijk monument;

    • h.

      monumentale boom: boom, bomen of boomgroepen die is (zijn) aangewezen als beschermd gemeentelijk monument;

    • i.

      open monumentendag: de door de landelijke Stichting Open Monumentendag vastgestelde dag(en) waarop in Nederland monumenten toegankelijk worden gesteld om de belangstelling voor en de algemene toegankelijkheid van monumenten te vergroten.

    • i.

      plan: een omschrijving van de te treffen voorzieningen;

    • k.

      restaureren: herstellen en onderhouden van monumentale onderdelen voorzover de werkzaamheden het reguliere onderhoud te boven gaan;

    • l.

      stimuleringsbijdrage: een bijdrage in de kosten voor doeleinden zoals omschreven in deze verordening, vast te stellen door het college.

Werkingssfeer verordening

Artikel 2 Toepassingsbereik

Deze verordening is van toepassing op:

  • a.

    het restaureren en onderhouden van gemeentelijke monumenten.

  • b.

    het restaureren, of reconstrueren van kleine beeldbepalende elementen;

  • c.

    de kosten verbonden aan het nemen van maatregelen gericht op het duurzaam instandhouden van een monumentale boom;

  • d.

    het restaureren van kerkgebouwen in eigendom van kerken en niet winstbeogende instellingen met doel het behoud van kerkelijke gebouwen;

  • e.

    het restaureren van gemeentelijke monumenten in eigendom van niet-winstbeogende instellingen met doel behoud van monumenten in de gemeente Hoorn;

  • f.

    het verrichten van bouwhistorisch en/of kleurenonderzoek;

  • g.

    het organiseren van de Landelijke Open Monumentendag(en) in de gemeente Hoorn.

Artikel 3 Stimuleringsbijdragen

  • a.

    Een stimuleringsbijdrage wordt alleen toegekend voor plannen waarvan de goedgekeurde geraamde kosten € 250,-- of meer per kalenderjaar bedragen.

  • b.

    -

  • c.

    De subsidiabele kosten worden bepaald aan de hand van de Leidraad Besluit Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten.

  • d.

    De maximale bijdrage zoals bedoeld in artikel 2, sub a. bedraagt 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 3.500 per kalenderjaar. Dit bedrag geldt per monument. Indien het monument een complex betreft geldt dit bedrag per complex.

  • e.

    De maximale bijdrage zoals bedoeld in artikel 2, sub b. bedraagt 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 3.500 per kalenderjaar. Voor rijksmonumenten panden geldt hiervoor een maximum van € 2.500

  • f.

    De maximale bijdrage zoals bedoeld in artikel 2, sub. c. bedraagt per boom 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 500 per kalenderjaar.

  • g.

    De maximale bijdrage zoals bedoeld in artikel 2, sub. d. en e. bedraagt 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5.000 per kalenderjaar.

  • h.

    De bijdrage zoals bedoeld in artikel 2, sub. f. bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een bedrag van € 1.750 per onderzoek. De bijdrage kan verhoogd worden met 30% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 3.500 per onderzoek.

  • i.

    De maximale bijdrage zoals bedoeld in artikel 2, sub. g. bedraagt € 3.500 per kalenderjaar.

Aanvraag stimuleringsbijdrage

Artikel 4 Vereisten aanvraag

De schriftelijke aanvraag wordt in drievoud ingediend bij het college waarbij de volgende stukken zijn bijgevoegd:

  • a.

    een onafhankelijk en deskundig opgesteld rapport met technische onderbouwing van het plan;

  • b.

    toelichtende foto’s;

  • c.

    een gespecificeerde begroting van kosten;

  • d.

    een werkomschrijving;

  • e.

    tekeningen die een goed inzicht geven in de te treffen voorzieningen;

  • f.

    voor eigenaren: een bewijs van eigendom;

  • g.

    indien de aanvrager niet tevens de eigenaar van het desbetreffende object is, dient de aanvraag mede door de eigenaar te zijn ondertekend.

Toekennen stimuleringsbijdrage

Artikel 5 Beslistermijn
  • a.

    Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld.

  • b.

    Het college neemt binnen 13 weken een beslissing op een ingediende aanvraag. De aanvrager wordt zo spoedig mogelijk hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.

Artikel 6 Bijdrageplafond
  • a.

    Een aanvraag voor een stimuleringsbijdrage wordt afgewezen als het door de gemeenteraad beschikbaar gestelde budget niet toereikend is.

  • b.

    Subsidies worden per kalenderjaar vastgesteld, er worden geen toezeggingen gedaan voor volgende kalenderjaren.

Artikel 7 Voorwaarden stimuleringsbijdrage
  • 1.

    De stimuleringsbijdrage wordt toegekend onder de voorwaarde dat:

  • a.

    op de datum van toekenning niet is begonnen met de uitvoering van de werkzaamheden, tenzij door of namens het college van deze voorwaarde vooraf ontheffing is verleend;

  • b.

    binnen 6 maanden na de voorlopige toekenning een aanvang moet zijn gemaakt met de uitvoering van de werkzaamheden;

  • c.

    de werkzaamheden zijn uitgevoerd met een uiterste termijn van 1 jaar na de voorlopige toekenning. Deze termijn kan na schriftelijk verzoek verlengd worden met maximaal 1 jaar;

  • d.

    de uitvoering van de werkzaamheden gebeurt door bedrijven die in het bezit zijn van een vergunning op grond van het Vestigingsbesluit Bedrijven;

  • e.

    de werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 2, sub.c. dienen te worden uitgevoerd door een erkend deskundig boomverzorgingsbedrijf;

  • f.

    er aan door het college met de controle belaste personen, tijdens en na de uitvoering van de werkzaamheden, toegang wordt verleend tot de desbetreffende panden;

  • 2.

    Het object dient na uitvoering van het werk te voldoen aan een goede onderhoudsstaat.

  • 3.

    De stimuleringsbijdrage zoals bedoeld in artikel 2, lid f wordt slechts toegekend na aanlevering van een (bouwhistorische) rapportage met resultaten en toelichting op de definitieve kleurstellingen.

Artikel 8 Uitsluitinggrond

Er wordt geen stimuleringsbijdrage verstrekt voor:

  • a.

    te treffen voorzieningen waarvan de kosten door een verzekeringsuitkering zijn c.q. worden gedekt;

  • b.

    voorzieningen die naar het oordeel van het college niet als sober en doelmatig zijn aan te merken;

  • c.

    voorzieningen die naar het oordeel van het college niet in het belang van de monumentenzorg en/of de leefbaarheid zijn;

  • d.

    voorzieningen zoals bedoeld in artikel 2, lid d. indien de kosten uit andere bronnen gedekt kunnen worden. De aanvrager dient één en ander ten genoegen van het college aan te tonen.

  • e.

    voorzieningen waarvoor al eerder een stimuleringsbijdrage is verkregen. Dit geldt eveneens voor gefaseerd uitgevoerde werkzaamheden van een totaalplan.

  • f.

    werkzaamheden waarvoor, indien vereist, de vereiste vergunningen op grond van de Monumentenwet en/of Erfgoedverordening niet zijn verleend.

  • g.

    werkzaamheden die in zelfwerkzaamheid worden uitgevoerd.

Vaststellen definitieve bijdrage en uitbetaling

Artikel 9 Gereedmelding
  • 1.

    De gereedmelding van de werkzaamheden dient binnen 4 weken na uitvoering van de werkzaamheden bij het college plaats te vinden.

  • 2.

    Bij de gereedmelding dient tevens te worden ingediend:

  • a.

    een specificatie van de werkelijk gemaakte kosten

  • b.

    alle betalingsbewijzen of een accountantsverklaring;

  • c.

    een verklaring dat bij de uitgevoerde werkzaamheden is voldaan aan de voorwaarden verbonden aan de toekenning van de bijdrage (indien verplicht gesteld);

  • d.

    de onderzoeksrapportage (indien van toepassing);

  • e.

    bij schilderswerkzaamheden een kleurenfoto van de gerealiseerde situatie.

  • f.

    Het college kan op verzoek van de eigenaar een voorschot op het subsidiebedrag uitbetalen tot een maximum van 75% van het, bij de toekenning, vastgestelde subsidiebedrag, onder voorwaarde dat het werk tevens voor minimaal 75% gereed is.

Artikel 10 Vaststelling stimuleringsbijdrage
  • 1.

    Het college besluit binnen 8 weken na ontvangst van de gereedmelding tot definitieve vaststelling van de bijdrage.

  • 2.

    De vaststelling gebeurt op basis van de door het college goedgekeurde werkelijke kosten en een kwaliteitstoets ten aanzien van de uitvoering.

Terugvorderen stimuleringsbijdrage

Artikel 11 Intrekking toekenning
  • 1.

    Het college kan een toekenning geheel of gedeeltelijk intrekken als:

  • a.

    niet is voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorwaarden;

  • b.

    de stimuleringsbijdrage is toegekend of vastgesteld op grond van onjuiste gegevens;

  • c.

    nadat is geconstateerd dat het werk niet voldoet aan redelijke kwaliteitscriteria ter beoordeling van bureau Erfgoed gemeente Hoorn.

  • 2.

    Het college trekt de toekenning in ieder geval in indien de aanvrager meldt dat de desbetreffende werkzaamheden niet worden uitgevoerd.

  • 3.

    Bij de intrekking kan het college de al betaalde stimuleringsbijdrage geheel of gedeeltelijk en met vergoeding van de wettelijke rente terugvorderen, eventueel onder de mogelijkheid van beslaglegging.

Overige bepalingen

Artikel 12 Afwijkingen
  • 1.

    Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het college mag niet worden afgeweken van het plan waarvoor de toekenning is verstrekt.

  • 2.

    Het college kan op een vooraf ingediend gemotiveerd verzoek schriftelijk ontheffing verlenen van een in deze verordening genoemde termijnen.

  • 3.

    Het college kan aan een toestemming of ontheffing zoals bedoeld in lid 1 en 2 nadere voorwaarden verbinden.

Artikel 13 Hardheidsclausule

Als door bijzondere omstandigheden de strikte toepassing van deze verordening, naar het oordeel van het college, zou leiden tot een niet gerechtvaardigde uitkomst, kan het college afwijken van het bepaalde in deze verordening, mits de aard en strekking van deze verordening niet wordt aangetast.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag nadat zij openbaar is bekendgemaakt en kan worden aangehaald als: Stimuleringsregeling Restauraties Monumenten 2010-II.

Ondertekening

Hoorn, 8 februari 2011
De griffier, de voorzitter,