Subsidieverordening mergelfonds

Geldend van 23-02-2011 t/m heden

Intitulé

Subsidieverordening mergelfonds

De raad van de gemeente Valkenbrug aan de Geul;

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 december 2010;

b e s l u i t:

Vast te stellen de SUBSIDIEVERORDENING “MERGELFONDS”.

Artikel 1.

  • 1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om met in achtneming van het bepaalde in deze verordening geldelijke steun toe te kennen in de vorm van een bijdrage ineens.

  • 2. Burgemeester en wethouders houden bij hun beslissing op grond van het eerste lid rekening met steun die op grond van enige andere regeling is of kan worden toegekend.

  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen aan het toekennen van geldelijke steun voorwaarden verbinden.

Artikel 2.

  • 1. Burgemeester en wethouders kennen slechts geldelijke steun toe voor zover de daarvoor door de gemeenteraad in enig jaar beschikbaar gestelde financiële middelen toereikend zijn.

  • 2. Alle aanvragen om geldelijke steun op voet van deze verordening worden in volgorde van binnenkomst afgehandeld.

  • 3. Aanvragen om geldelijke steun die in verband met het bepaalde in het eerste lid niet kunnen worden toegekend, worden door burgemeester en wethouders afgewezen.

  • 4. De indieners van een aanvraag als bedoeld in het derde lid zijn bevoegd een dergelijke aanvraag in een volgend jaar opnieuw in te dienen.

  • 5. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt aan aanvragen als bedoeld in het vierde lid prioriteit toegekend.

Artikel 3.

  • 1. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders afwijken van de bepalingen van deze verordening. Burgemeester en wethouders zullen hiertoe niet overgaan dan nadat de raadscommissies voor Financiën c.a. en Stedelijke Ontwikkeling en Beheer c.a. zijn gehoord.

  • 2. In afwijking van het eerste lid beslissen Burgemeester en Wethouders over een afwijking van de bepalingen in deze verordening als dit betreft:

    • a.

      Een bijstelling van de toe te kennen bijdrage ineens als bij de gereedmelding van de werkzaamheden is gebleken dat de hoeveelheid verwerkte mergel afwijkt van de hoeveelheid die opgegeven werd bij de subsidieaanvraag.

    • b.

      In afwijking van artikel 8. lid 1. sub. b. van deze verordening in alsnog toekennen van een bijdrage ineens op een aanvraag waarbij de betreffende werkzaamheden reeds zijn uitgevoerd.

  • 3. Burgemeester en Wethouders houden bij het toepassen van lid. 2. rekening met de overige in het betreffende budgetjaar toegekende en toe te kennen bijdragen ineens.

Artikel 4.

In deze verordening wordt onder eigenaar mede verstaan:

  • a.

    degene die het recht van erfpacht heeft;

  • b.

    de houder van een recht van opstal;

  • c.

    de toekomstige eigenaar, erfpachter of houder van een recht van opstal.

Artikel 5.

  • 1. Aan de eigenaar-bewoner kan een bijdrage ineens worden toegekend ter tegemoetkoming in de kosten van:

    • a.

      het toepassen van mergel bij nieuwbouw;

      b.het vervangen van mergel in het kader van herstelwerkzaamheden aan bestaande bouwwerken;

  • 2. Aan een huurder kan eveneens een bijdrage ineens worden vertrekt ter tegemoetkoming in de kosten van de in lid 1 onder b. genoemde werkzaamheden.

  • 3. Voor een toekenning van een bijdrage als bedoeld in lid 2 dient aanvrager een schriftelijke verklaring van de eigenaar-verhuurder over te leggen waaruit blijkt, dat:

    • a.

      wordt ingestemd met het uitvoeren van de werkzaamheden door en voor rekening van de verhuurder;

      b.Bij beëindiging van de huurovereenkomst niet de verplichting bestaat het gehuurde in de oorspronkelijke staat te herstellen;

Artikel 6.

Indien meer dan de helft van de werkzaamheden wordt verricht door de eigenaar-bewoner casu quo de huurder, anders dan in de uitoefening van zijn bedrijf, al dan niet met hulp van anderen, zonder dat bij de hulp sprake is van uitoefening van een bedrijf, wordt de bijdrage met 55% verminderd.

Artikel 7.

  • 1. De bijdrage-ineens wordt toegekend ondervoorwaarde dat:

    • a.

      binnen zes maanden na het toekennen van de bijdrage met de uitvoering van de werkzaamheden wordt begonnen;

    • b.

      de werkzaamheden zijn uitgevoerd binnen één jaar na de toekenning;

    • c.

      Aan de door burgemeester en wethouders met controle belaste personen op de door die personen te bepalen tijdstippen:

      • -

        toegang wordt verleend tot het te bouwen of gebouwde onroerend goed;

      • -

        inzage wordt verleend van de op werkzaamheden betrekking hebbende bescheiden en tekeningen;

      • -

        gelegenheid wordt gegeven tot het controleren van de op de werkzaamheden betrekking hebbende gegevens;

    • d.

      de bescheiden en gegevens worden verstrekt die nodig zijn voor de juiste toepassing van deze verordening.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen afwijking van de in het eerste lid onder a en b genoemde termijnen toestaan.

  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen een toegekende bijdrage ineens intrekken wanneer niet voldaan is aan de in lid 1 onder a. en b. genoemde termijnen en zij geen afwijking als bedoeld in lid 2 van dit artikel hebben toegestaan dan wel de toegestane afwijkende termijn is verstreken.

Artikel 8.

  • 1. De bijdrage ineens wordt niet toegekend indien:

    • a.

      De kosten van de voorzieningen niet geacht kunnen worden te staan in redelijke verhouding tot het te verkrijgen resultaat;

    • b.

      met de werkzaamheden is begonnen voordat de eigenaar- bewoner casu quo huurder bij de gemeente een aanvraag om subsidie heeft ingediend en voordat de in artikel 8, lid 1c bedoelde personen de ingediende bescheiden gecontroleerd en akkoord hebben bevonden;

    • c.

      het object waaraan werkzaamheden worden uitgevoerd bestemd is om binnen een periode van 10 jaar te worden afgebroken.

  • 2. Geen bijdrage-ineens wordt toegekend wanneer de werkzaamheden betreffen het opschaven en het opnieuw voegen van bestaande mergelgevels of onderdelen ervan.

Artikel 9.

  • 1. De bijdrage ineens als bedoeld in artikel 1, lid 1 bedraagt maximaal f. 5.000,-- per object.

  • 2. De bijdrage ineens als bedoeld in artikel 1, lid 1 wordt als volgt vastgesteld:

    • -

      aanvrager dient een schriftelijke opgave te verstrekken van de kosten van de werkzaamheden uitgevoerd in baksteen. Gelijktijdig dient aanvrager een schriftelijke opgave te verstrekken van de kosten van de werkzaamheden uitgevoerd in mergel;

    • -

      de kostenopgave van de beide materiaal toepassingen worden door de gemeente gecontroleerd aan de hand van de daarvoor geldende richtprijzen zoals die in de bouwwereld worden gehanteerd;

    • -

      het verschil in kosten voor de uitvoering van het werk tussen toepassing van baksteen en toepassing van mergel geldt als toe te kennen bijdrage ineens met een maximum als genoemd onder lid 1.

  • 3. Ingeval van uitvoering van de werkzaamheden anders dan bedrijfsmatig geldt voor de vaststelling van de bijdrage ineens het gestelde in artikel 6.

Artikel 10.

    • 1.

      De aanvraag om toekenning van een bijdrage ineens wordt ingediend bij burgemeester en wethouders op een door dezen beschikbaar te stellen formulier.

    • 2.

      Naast het in lid 1 bedoelde aanvraagformulier dient de aanvraag te bevatten:

  • a. een werkomschrijving;

  • b. een gespecificeerde begroting van de kosten;

  • c. de naam en het adres van de aannemer.

    3.Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt door burgemeester en wethouders niet in behandeling genomen waneer deze niet voldoet aan het gestelde in de leden 1 en 2. In dat geval stelen burgemeester en wethouders de aanvrager in de gelegenheid om de aanvraag binnen twee weken aan te vullen of te verbeteren.

  • 4. Burgemeester en wethouders verklaren de indiener van een aanvraag niet-ontvankelijk wanneer de in lid 3 genoemde termijn is verstreken zonder dat de aanvraag is aangevuld of verbeterd. Van een besluit tot niet ontvankelijk verklaring zenden burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk een afschrift aan de aanvrager.

Artikel 11.

  • 1. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag als bedoeld in artikel 10 binnen vier weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen hun beslissing eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen. Van een besluit tot verdaging zenden burgemeester en wethouders voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn een afschrift aan de aanvrager.

Artikel 12.

  • 1. Uitbetaling van een op grond van deze verordening toegekende bijdrage vindt plaats nadat:

    • a.

      de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden schriftelijk zijn gereedgemeld onder indiening van de daarop betrekking hebbende gegevens, onder andere rekeningen;

    • b.

      de onder a. bedoelde werkzaamheden door of vanwege burgemeester en wethouders zijn gecontroleerd en akkoord bevonden.

  • 2. Uitbetaling geschiedt uitsluitend op meen bij de gereedmelding door de eigenaar-bewoner c.q. huurder op te geven bank- of girorekening.

Artikel 13.

Deze verordening kan worden aangehaald als “Subsidieverordening Mergelfonds”.

De verordening treedt in werking met ingang van de dag waarop deze verordening wordt afgekondigd.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 14 februari 2011.

De raad voornoemd.

De voorzitter,

De secretaris,

TOELICHTING op de “Subsidieverordening Mergelfonds”

Behoort bij raadsbesluit dd.

Om de toepassing van mergel als streekeigen materiaal bij bouwactiviteiten te stimuleren is een aantal jaren als onderdeel van de aan de gemeente toegekende zogeheten “sleutelbijdrage”uit het Provinciaal Stads- en Dorpsvernieuwingsfonds een bedrag afgesplitst voor de vorming van het zogeheten “Mergelfonds”. Van deze bijdrage-regeling is maximaal gebruik gemaakt.

De bezuinigingen op het Rijksbudget voor stads- en dorpsvernieuwingsaktiviteiten in de jaren ’90 van de vorige eeuw hebben geleid tot aanzienlijk lagere bijdrage aan de provincie. Om die reden heeft het provinciaal bestuur moeten besluiten om af te zien van versleuteling van het Provinciaal Stads- en Dorpsvernieuwingsfonds naar de gemeenten. Bijdragen uit het provinciaal fonds konden alleen nog maar worden verkregen op basis van een stadsvernieuwingsplan.

Dat goed voorbeeld doet volgen blijkt uit het feit, dat bij de inwoners nog steeds volop belangstelling bestaat om te kiezen voor het toepassen van de toch wel duurdere materiaalsoorten mergel. Het is dan ook van belang dat de gemeente hierin een actieve rol speelt in de vorm van het onder voorwaarden toekennen van een financiële bijdrage.

Artikel 1.

Lid 2.

Dit is opgenomen om de toekenning van financiële bijdragen zo doelmatig mogelijk te laten zijn.

Artikel 2.

Lid 1.

Deze bepaling dient er voor overschrijdingen van het door de raad beschikbaar gestelde bedrag te voorkomen en daarmee burgemeester en wethouders een weigeringsgrond te verstrekken.

Lid 2.

Deze bepaling houdt in dat de volgorde van afhandeling van aanvragen de datum van registratie bij de gemeente maatstaf is.

Lid 4 en 5.

Deze bepalingen houden in dat aanvragen die om financiële redenen worden afgewezen een daarop volgend jaar opnieuw kunnen worden ingediend wanneer middelen beschikbaar zijn. In de volgorde van afhandeling genieten deze aanvragen voorrang.

Artikel 3.

Lid 1.

De bedoelde afwijkingen kunnen zowel ten voordele als ten nadele van de aanvrager strekken. Een voorbeeld van de laatste mogelijkheid is de situatie waarin iemand met een goed verzekerd gedeeltelijk afgebrand object een beroep doet op de subsidieregeling. In dat geval moet een bijdrage kunnen worden geweigerd. Het horen van de commissie financiën en stedelijke ontwikkeling en beheer is een extra waarborg voor een zorgvuldige belangen afweging.

Lid 2.

Vooral bij restauratie werkzaamheden blijkt bij een nadere inspectie van de bestaande gevel tijdens de uitvoering soms dat er meer mergel vervangen moet worden dan vooraf kon worden ingeschat. Ook het toekennen van een bijdrage als al gestart is met de werkzaamheden behoord tot de mogelijkheden omdat in de praktijk vaak blijkt dat op dat moment nog dezelfde beoordeling van de aanvraag plaats kan vinden als bij een aanvraag voorafgaand aan de werkzaamheden.

Lid 3.

Dit lid is toegevoegd om een bijstelling van de bijdrage ineens naar boven of een toekenning nadat er al gestart is met de bouw pas in te willigen als daarvoor in het budgetjaar van de aanvraag nog voldoende middelen beschikbaar zijn en na uitbetaling van de overige in dat jaar toegekende bijdragen.

Artikel 5.

Dit artikel is een uitwerking van artikel 1, lid 1 van de subsidieverordening en specificeert voor welke activiteiten subsidie kan worden verleend.

Artikel 6.

Dit artikel heeft betrekking op het uitvoeren van de werkzaamheden in eigen beheer. In dat geval wordt enkel een bijdrage verstrekt in de materiaalkosten.

Artikel 7.

Met deze bepaling wordt beoogd te voorkomen dat toegekende bijdragen aan subsidie onnodig lang blijven liggen. In voorkomende gevallen kunnen burgemeester en wethouders echter gebruik maken van de hen in het tweede lid toegekende afwijkingsbevoegdheid.

Lid 1. sub a.

De termijn van 2 maanden is verlengd naar 6 maanden aangezien in de winter van oktober t/m maart buiten niet met mergel gewerkt kan worden en een termijn van 2 maanden derhalve te kort is.

Artikel 8.

Lid 1 onder a.

Met de bepaling wordt beoogd te voorkomen dat bijdragen moeten worden toegekend voor het zeer beperkt toepassen of vervangen van mergel.

Lid 1 onder b.

Deze bepaling impliceert dat een aanvrager niet met de werkzaamheden kan beginnen voordat de bij een aanvraag behorende bescheiden zijn gecontroleerd en akkoord bevonden. Het is nimmer zo dat het feit, dat al met de werkzaamheden is gestart een op zich zelf staand recht op subsidie in het leven kan roepen.

Artikel 9.

Lid 1.

De bijdrage ineens wordt bepaald op basis van de meerprijs van het metselen met mergel ten opzichte van een meer conventioneel bouwmateriaal zoals baksteen. Om in aanmerking te komen voor dit maximale subsidie bedrag van € 2268,90 zoals opgenomen in de versie van de verordening uit 1995 moet tenminste een oppervlakte van 15 m2 mergel gemetseld worden. Dat is ongeveer gelijk aan 15% van het geveloppervlakte van een doorsnee 2 onder 1 kap woning. De subsidie regeling is bij grotere bouwprojecten een stuk minder aantrekkelijk terwijl dat de projecten zijn die ruimtelijk en stedenbouwkundig gezien juist het meest in het oog springen. Als voorbeeld is een project in de Neerhem te noemen waar ca. 100 m2 mergel werd verwerkt. Daarnaast zijn de prijzen voor bouwen de afgelopen 15 jaar ca. 35% gestegen. Om de stimulerende werking van de subsidie regeling in tact te houden en zelf iets te vergroten is het maximale subsidiebedrag aangepast naar € 4.000,-. De jaarlijkse reservering van € 22.689,- in de begroting voor de dekking van de subsidie kan gelijk blijven. Er blijft jaarlijks namelijk een steeds een deel onbenut (gemiddeld ca. €10.000). Door de verhoging van de maximale bijdrage ineens zullen in de toekomst de in de begroting gereserveerde middelen optimaal benut worden.

Onder een “object” wordt verstaan: Elk gebouw of bouwwerk op een perceel dat vrij staat van de overige gebouwen of bouwwerken op datzelfde kadastrale perceel. Waarbij een incidentele onderlinge koppeling met een oppervlakte kleiner dan 1 m2 buiten beschouwing gelaten wordt. Deze omschrijving is opgenomen om te voorkomen dat appartementen in één gebouw gezien worden als verschillende objecten waardoor het subsidiebedrag in verhouding tot een normale woning onevenredig hoog wordt. Een appartementengebouw met 7 woningen op 1 perceel wordt dus als één object gezien in deze verordening. Een aanvrager kan bij een woning met een van de woning vrijstaande garage en een tuinmuur echter subsidie aanvragen voor 3 objecten. Ook als de tuinmuur aan één of twee zijden verbonden is met de woning of de garage maar deze verbinding een kleiner oppervlakte heeft dan 1 m2 is er nog sprake van objecten. Ook de garage mag de woning deels raken, maar als één (volledige) gevel van de garage vast gebouwd is aan de woning en dit oppervlakte derhalve meestal groter is dan 1 m2 worden de garage en de woning als één object gezien in deze verordening

Lid 2.

Deze bepaling bevat een uitwerking van de wijze waarop de in het eerste lid genoemde bijdrage wordt vastgesteld.

Artikel 10.

Leden 1 en 2.

Deze bepalingen geven aan op welke wijze een aanvraag moet worden ingediend en welke gegevens daarbij moeten worden overlegd.

Lid 3.

Deze bepaling bevat een “in gelegenheid stelling” als bedoeld in de Algemene Wet Bestuursrecht om alsnog ontbrekende gegevens en/of onjuiste gegevens aan te vullen of te verbeteren.

Artikel 11.

De in dit artikel genoemde termijnen zijn termijnen van orde. Burgemeester en wethouders blijven na het verstrijken van de termijn bevoegd op een verzoek te beslissen.