Monumentenverordening gemeente Someren 2004

Geldend van 21-11-2004 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 21-11-2004

Intitulé

Monumentenverordening gemeente Someren 2004

De raad van de gemeente Someren;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 1 september 2004

gelet op de bepalingen van de Monumentenwet;

gelet op de bepalingen van de Gemeentewet;

BESLUIT:

vast te stellen de volgende:

Monumentenverordening Someren 2004

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    monument:

  • a. zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde;

  • b. terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder a.

  • 2.

    gemeentelijk archeologisch monument:

  • monument, bedoeld in onderdeel 1, onder b.

  • 3.

    beschermd gemeentelijk monument:

  • onroerend monument, dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen.

  • 4.

    gemeentelijke monumentenlijst:

  • de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen zaken.

  • 5.

    beschermd rijksmonument:

  • onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet vastgestelde registers.

  • 6.

    kerkelijk monument:

  • onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst.

  • 7.

    monumentencommissie:

  • de door het college van burgemeester en wethouders ingestelde commissie of aangewezen instantie, met als taak het college te adviseren over de in deze verordening opgenomen taken.

  • 8.

    bouwhistorisch onderzoek:

  • in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument.

  • 9.

    college:

  • het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 2 Het gebruik van het monument

Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het gebruik van het monument.

Hoofdstuk 2 Beschermde gemeentelijke monumenten

Paragraaf 1 De aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument en de registratie op de gemeentelijke monumentenlijst

Artikel 3 De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument. Horen belanghebbenden (Awb)

  • 1.

    Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument.

  • 2.

    Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt zij advies aan de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven. Dit inwinnen van advies geldt niet voor de objecten die, vóór de inwerkingtreding van de oorspronkelijk verordening van 30 mei 1996, zijn geselecteerd door de gemeentelijke selectiecommissie

  • 3.

    Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een beschermd gemeentelijk monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.

  • 4.

    Voordat het college een kerkelijk monument als gemeentelijk monument aanwijst, voert het overleg met de eigenaar.

  • 5.

    De aanwijzing kan geen monument betreffen, dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet of dat is aangewezen op grond van de monumentenverordening van de provincie Noord-Brabant.

Artikel 4 Termijn advies en aanwijzingsbesluit. Bekendmaking besluit (Awb).

  • 1.

    De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst van het verzoek van het college.

  • 2.

    Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 20 weken na ontvangst van de adviesaanvraag.

Artikel 5 Mededeling over aanwijzing

De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan en aan de hypothecaire schuldeisers.

Artikel 6 Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst

  • 1.

    Het college registreert het gemeentelijk monument op de gemeentelijke monumentenlijst.

  • 2.

    De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het beschermde gemeentelijke monument.

Artikel 7 Wijzigen van de aanwijzing. Horen belanghebbende (Awb)

  • 1.

    Het college kan de aanwijzing ambtshalve of op verzoek van een belanghebbende wijzigen.

  • 2.

    Artikel 3, tweede, derde en vierde lid, alsmede artikel 4, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.

  • 3.

    Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing van artikel 3, tweede, derde en vierde lid, alsmede artikel 4, eerste lid, achterwege.

  • 4.

    De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend.

Artikel 8 Intrekken van de aanwijzing. Horen belanghebbende (Awb)

  • 1.

    Het college kan de aanwijzing intrekken.

  • 2.

    Artikel 3, tweede lid, alsmede artikel 4, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de intrekking.

  • 3.

    De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet of aan het overeenkomstige artikel van de monumentenverordening van de provincie Noord-Brabant.

  • 4.

    De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend.

Paragraaf 2 Vergunningen tot wijziging of afbraak van beschermde gemeentelijke monumenten

Artikel 9 Verbodsbepaling

  • 1.

    Het is verboden een beschermd gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen.

  • 2.

    Het is verboden zonder vergunning van het college of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften:

    • a.

      een beschermd gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;

    • b.

      een beschermd gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

Artikel 10 De aanvraag om vergunning

De aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 9, tweede lid, wordt ingediend bij het college.

Artikel 11 Advies monumentencommissie. Horen belanghebbenden (Awb) Beslissing op de aanvraag.

  • 1.

    Het college vraagt advies aan de monumentencommissie voordat zij beslist op de aanvraag.

  • 2.

    Binnen acht weken na de adviesaanvraag brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het college van burgemeester en wethouders.

  • 3.

    Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 16 weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 4.

    Het college kan de in het derde lid genoemde termijn van 16 weken met ten hoogste tien weken verlengen, mits het de aanvrager daarvan in kennis stelt binnen de in het derde lid genoemde termijn.

  • 5.

    Indien het college niet voldoet aan het derde of vierde lid, wordt de vergunning geacht te zijn verleend.

  • 6.

    Een vergunning ingevolge deze verordening blijft buiten werking gedurende zes weken na de datum waarop zij is verleend. Indien gedurende deze termijn bezwaar wordt gemaakt op grond van de Algemene wet bestuursrecht, blijft de vergunning buiten werking totdat op het bezwaar is beslist.

Artikel 12 Kerkelijke monument

Het college verleent met betrekking tot een kerkelijk monument geen vergunning ingevolge de bepaling van artikel 9, lid 2 dan in overeenstemming met de eigenaar, indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.

Artikel 13 Intrekken van de vergunning. In kennis stellen vergunninghouder (Awb)

  • 1.

    De vergunning kan door het college worden ingetrokken indien:

    • a.

      blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;

    • b.

      blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 9, tweede lid, niet naleeft.

    • c.

      de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen.

    • d.

      niet binnen twee jaar nadat de vergunning is verleend, van de vergunning gebruik wordt gemaakt.

  • 2..

    Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie.

Hoofdstuk 3 Beschermde rijksmonumenten

Artikel 14 Vergunning voor beschermd rijksmonument. Procedure vergunningverlening (Monumentenwet)

  • 1.

    Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument met de naar voren gebrachte zienswijzen aan de monumentencommissie na afloop van de termijn van 14 dagen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Monumentenwet.

  • 2.

    De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen acht weken na de datum van verzenden van het afschrift.

  • 3.

    Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt de monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben.

Hoofdstuk 4 Schadevergoeding

Artikel 15 Schadevergoeding

  • 1.

    Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende tengevolge van:

    • a.

      de weigering van het college een vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument te verlenen als bedoeld in art. 9, tweede lid van deze verordening, of door;

    • b.

      voorschriften door het college verbonden aan een vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument;

    • c.

      schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het college hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.

  • 2.

    Bij de behandeling van een aanvraag wordt aansluiting gezocht bij de procedure ex artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Hoofdstuk 5 Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 16 Strafbepaling

Hij, die handelt in strijd met artikel 9 van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.

Artikel 17 Toezichthouders

  • 1.

    Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de opzichters bouw- en woningtoezicht.

  • 2.

    Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college aan te wijzen personen.

Artikel 18 Citeertitel/Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening kan worden aangehaald als “Monumentenverordening gemeente Someren 2004”.

  • 2.

    Deze verordening treedt voorzover betrekking hebbend op beschermde gemeentelijke monumenten in werking zes weken na de dag waarop zij bekend is gemaakt.

  • Wanneer een inleidend verzoek tot het houden van een referendum onherroepelijk is toegelaten, komt het tijdstip van inwerkingtreding te vervallen.

  • 3.

    Met de inwerkingtreding van deze verordening komt de Monumentenverordening van 30 mei 1996 te vervallen voorzover het betreft de bepalingen over de beschermde gemeentelijke monumenten.

  • 4.

    Voorzover deze verordening betrekking heeft op beschermde rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde in artikel 15 tweede lid van de Monumentenwet.

  • 5.

    De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 30 mei 1996, vervalt op de datum waarop het vierde lid toepassing vindt, voorzover het betreft de bepalingen over beschermde rijksmonumenten.

  • 6.

    De op grond van de ingevolge het derde lid vervallen verordening aangewezen gemeentelijke monumenten worden geacht aangewezen te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.

  • 7.

    De gemeentelijke monumenten, geregistreerd op de monumentenlijst van de ingevolge het tweede lid genoemde vervallen verordening, worden geacht geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.

  • 8.

    Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in het derde lid ingetrokken verordening.

Ondertekening

Aldus besloten in de vergadering van de raad van de gemeente Someren,
-de raadsgriffier,- de voorzitter,
-J.K.J. Boon- A.P.M. Veltman