EILANDSVERORDENING van de 18e december 1991, nr. 4 betreffende het weren en bestrijden van voor de bijenstand schadelijke bijen en bijenziekte (Bijenverordening Bonaire)

Geldend van 10-10-2010 t/m heden

Intitulé

EILANDSVERORDENING van de 18e december 1991, nr. 4 betreffende het weren en bestrijden van voor de bijenstand schadelijke bijen en bijenziekte (Bijenverordening Bonaire)

Artikel 1
  • 1. Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege bijen, raten en gebruikte bijenwoningen in en door te voeren.

  • 2. Het bestuurscollege kan aan een vergunning voorwaarden verbinden.

  • 3. De vergunning kan worden ingetrokken indien na het verlenen van de vergunning op grond van naderhand bekend geworden feiten of inzichten moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang van de gezonde bijenstand.

Artikel 2

De eigenaar of houder van bijen, die weet of redelijkerwijze moet vermoeden, dat onder zijn bijen een ziekte heerst, is verplicht daarvan terstond kennis te geven aan het bestuurscollege.

Artikel 3

Het hoofd van de dienst Landbouw, Veeteelt en Visserij en de door het bestuurscollege aangewezen ambtenaren zijn bevoegd tot het controleren en behandelen, van bijen en haar woningen en tot het nemen van monsters van bijenvolken en hun raten, welke zij voor de uitoefening van die controle noodzakelijk achten, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.

Artikel 4
  • 1. Indien ziekte wordt geconstateerd, neemt het bestuurscollege de maatregelen, die het noodzakelijk acht.

  • 2. Deze maatregelen kunnen bestaan uit:

    • a.

      ontsmetting van de bijenwoning en de naaste omgeving;

    • b.

      het hechten van een kenteken aan de bijenwoning, waaruit blijkt, dat deze niet mag worden verplaatst;

    • c.

      het verbieden van het laten uitvliegen van de bijen gedurende een bepaalde tijd;

    • d.

      het plaatsen van geneesmiddelen in de bijenwoning;

    • e.

      het vernietigen van besmette en van besmetting verdachte raten;

    • f.

      het vernietigen van bijenvolken, die besmet zijn of van besmetting verdacht worden, of die onmiddellijk gevaar lopen, besmet te worden, al of niet met de daarbij behorende woning;

    • g.

      het toepassen van bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen aangewezen bestrijdingsmiddelen.

Artikel 5
  • 1. De eigenaar of houder van bijen is verplicht zijn medewerking te verlenen aan, dan wel te handelen overeenkomstig alle maatregelen, die het bestuurscollege overeenkomstig artikel 4 neemt of doet nemen.

  • 2. Het is een ieder verboden de door het bestuurscollege overeenkomstig artikel 4 genomen of bevolen maatregelen geheel of ten dele ongedaan te maken, dan wel te handelen in strijd met die maatregelen.

Artikel 6
  • 1. Bij toepassing van de maatregelen genoemd in artikel 4, tweede lid, onder e en f wordt aan de eigenaar een schadeloosstelling betaald, berekend naar de waarde van de zaak op het ogenblik van de vernietiging.

  • 2. Vernietiging heeft ten spoedigste plaats, doch niet dan nadat zodanige bewijsmiddelen zijn vervaardigd dat de waarde van het vernietigde naderhand behoorlijk kan worden vastgesteld.

Artikel 7
  • 1.

    De waarde wordt geschat door de dienst Landbouw, Veeteelt en Visserij.

  • 2.

    Terstond na de schatting geeft het bestuurscollege aan de eigenaar een verklaring af, dat de daarin uitgedrukte geldsom uit de kas van het eilandgebied zal worden uitgekeerd.

STRAF- EN AANVERWANTE BEPALINGEN

Artikel 8
  • 1. Overtreding van de bij of krachtens deze verordening gestelde verbodsbepalingen en niet-nakoming van de bij of krachtens deze verordening opgelegde verplichtingen en voorwaarden wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van ten hoogste vijfduizend gulden.

  • 2. De strafbare feiten worden beschouwd als overtredingen.

Artikel 9

Met de opsporing van de bij of krachtens deze verordening strafbaar gestelde feiten zijn belast, de in artikel 8 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren.

Artikel 10
  • 1.

    Zo dikwijls de zorg voor de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde dit vereist, wordt hierbij de last verstrekt al dan niet besloten ruimten en plaatsen - woningen en vaartuigen daaronder mede verstaan -, desnoods tegen de wil van de rechthebbende, bewoner of gebruiker te betreden:

    • a.

      aan hen, die en voor zover zij door het bevoegd gezag belast zijn met de uitvoering van bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening;

    • b.

      aan hen, die en voor zover zij door het bevoegd gezag belast zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening;

    • c.

      aan de opsporingsambtenaren, die en voor zover zij belast zijn met de opsporing van overtredingen van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde last is te allen tijde uitvoerbaar.

  • 3.

    Voor zoveel de in het eerste lid bedoelde last woningen betreft, wordt deze verstrekt met inachtneming van de Landsverordening van 23ste juli 1955, houdende de bevoegdheden der eilandgebieden tot regeling van het binnentreden van woningen (P.B.1955, no.79).

SLOTBEPALING

Artikel 11

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van haar afkondiging en kan worden aangehaald als "Bijenverordening Bonaire".