EILANDSVERORDENING van de 18e december 1991, nr. 3 betreffende bestrijding schadelijke planten

Geldend van 19-12-1991 t/m 09-10-2008

Intitulé

EILANDSVERORDENING van de 18e december 1991, nr. 3 betreffende bestrijding schadelijke planten

Artikel 1
  • 1. De rechthebbende op land alsmede de hoofdgebruiker is verplicht schadelijke planten als bedoeld bij of krachtens deze verordening van zijn land te verwijderen.

  • 2. Als schadelijk wordt aangemerkt de Cryptostegia grandi flora (palu di lechi). Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen kunnen andere planten als schadelijk in de zin van deze verordening worden aangewezen.

Artikel 2
  • 1. De verwijdering dient op zodanige wijze te geschieden dat vermeerdering van de schadelijke plant wordt voorkomen.

  • 2. Verwijdering dient in eerste instantie mechanisch te geschieden. Chemische bestrijding van een schadelijke plant mag alleen gebeuren na verkrijging van een vergunning daartoe van het bestuurscollege.

Artikel 3
  • 1. Degene die schadelijke planten op zijn land heeft, is verplicht het bestuurscollege of een door het college aangewezen dienst hiervan in kennis te stellen.

  • 2. Deze plicht geldt niet indien de rechthebbende of hoofdgebruiker de planten zelf verwijdert alvorens deze bloem zetten.

Artikel 4
  • 1. Degene die een schadelijke plant op zijn land heeft is verplicht deze op zijn laatst binnen een week na aanschrijving door het bestuurscollege of een door hem aangewezen dienst te verwijderen.

  • 2. Verzuimt de eigenaar of houder van de grond de schadelijke plant te verwijderen, dan laat het bestuurscollege of een door het college aangewezen dienst de plant of planten voor rekening van degene die is aangeschreven verwijderen.

Artikel 5

Het bestuurscollege dient eenmaal per zes maanden de nog niet verwijderde schadelijke planten op terreinen van het eilandgebied te laten verwijderen.

STRAF- EN AANVERWANTE BEPALINGEN

Artikel 6

Ter controle van de naleving van deze verordening alsmede ter verwijdering van schadelijke planten zijn de daartoe door het bestuurscollege aangewezen ambtenaren bevoegd alle plaatsen, niet zijnde woningen, te betreden. Zij mogen zich door grondwerkers doen bijstaan.

Artikel 7

Niet nakomen van de plicht genoemd in artikel 1, eerste lid, in artikel 2, eerste lid, of artikel 3, eerste lid, wordt gestraft met een geldboete van f.100,- of hechtenis van twee dagen.

Artikel 8

Het handelen of nalaten in strijd met deze verordening wordt beschouwd als een overtreding.

SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 9

In het eerste jaar waarin deze verordening van kracht is zal het bestuurscollege van de bevoegdheid in artikel 4 geen gebruik maken. In plaats daarvan zal het bestuurscollege desgewenst personeel en materieel ter beschikking stellen om op de terreinen die door de rechthebbenden zijn aangewezen de schadelijke plant of planten te verwijderen.

Artikel 10

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van haar afkondiging en kan worden aangehaald als "Verordening schadelijke planten" .