Damoclesbeleid lokalen en woningen

Geldend van 21-10-2010 t/m 07-05-2013

Intitulé

Damoclesbeleid Lokalen en Woningen: Bevoegdheid van de burgemeester tot sluiting van lokalen en woningen op grond van artikel 13b Opiumwet

De burgemeester van Enkhuizen

Overwegende:

dat artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet de burgemeester de bevoegdheid geeft om bestuursdwang toe te passen indien in lokalen of woningen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst l of ll wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;

dat op 9 maart 2004 op grond van artikel 174a Gemeentewet beleidsregels zijn vastgesteld inzake de toepassing van artikel 174a Gemeentewet (bekendgemaakt op 27 juli 2005, inwerking getreden op 27 juli 2005);

dat in deze beleidsregels toepassingscriteria zijn opgenomen inzake de bevoegdheid van de burgemeester om bestuursdwang toe te passen indien in geval van de verstoring van de openbare orde gerelateerd aan een woning indien uit schriftelijke bewijsstukken blijkt dat er handel in verdovende middelen plaatsvindt;

dat er op 1 november 2007 een wijziging van de Opiumwet in werking is getreden waarmee ook niet voor het publiek toegankelijke lokalen en woningen onder de reikwijdte van artikel 13b van de Opiumwet zijn gebracht;

dat de oude ‘beleidsregel drugsoverlast uit woningen’ d.d. 9 maart 2004 bij inwerkingtreding van dit beleid wordt ingetrokken;

dat het derhalve noodzakelijk is nieuw ‘Damoclesbeleid’ vast te stellen;

dat ervoor gekozen wordt het handhavingsbeleid ten aanzien van lokalen en woningen en het handhavingsbeleid ten aanzien van de gedoogde coffeeshop voortaan in aparte beleidsnotities te regelen en de onderhavige beleidsregels derhalve niet van toepassing zijn op de gedoogde coffeeshop;

dat derhalve het onderhavige ‘Damoclesbeleid lokalen en woningen’ zal gelden voor de lokalen (met uitzondering van de gedoogde coffeeshop) en woningen en dat voor de gedoogde coffeeshop wordt vastgehouden aan het ‘handhavingsarrangement coffeeshopbeleid gemeente Enkhuizen’ vastgesteld op 21 februari 2006.

Gelet op:

Artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet,

Besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:

DAMOCLESBELEID LOKALEN EN WONINGEN

Artikel 1 definities

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • 1.

    harddrugs: middelen vermeld op lijst l en lijst ll behorend bij de Opiumwet, met uitzondering van softdrugs;

  • 2.

    softdrugs: hasjiesj en hennep (ook stekjes) zoals omschreven in lijst ll behorend bij de Opiumwet, ook wel aangeduid als hasj, marihuana, weed, wiet of stuff;

  • 3.

    horecabedrijf: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, of daaraan verwante inrichting waar tegen vergoeding logies wordt verstrekt, dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt, met inbegrip van een bij die inrichting behorend erf;

  • 4.

    vergunning: een vergunning voor de exploitatie van een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.28 van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) Enkhuizen 2010, voor zover in deze beleidsnota niet anders is aangegeven;

  • 5.

    coffeeshop: een alcoholvrij horecabedrijf ten aanzien waarvan de burgemeester in beginsel de handel in softdrugs gedoogt;

  • 6.

    sluiting: een sluiting met toepassing van artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet.

Artikel 2 algemeen

  • 1. Als beleidsuitgangspunt wordt als regel gekozen voor het toepassen van bestuursdwang en niet voor het opleggen van een dwangsom. Van een dwangsom mag in de meeste gevallen weinig effect worden verwacht, gelet op het feit dat het financiële gewin in het verdovende middelen circuit dusdanig groot is dat met een dwangsom naar verwachting niet zal worden bereikt dat een overtreding ophoudt of niet meer wordt herhaald. Bestuursdwang is een directer middel dat in tegenstelling tot de dwangsom op termijn tot feitelijke beëindiging van de overtreding zal leiden.

  • 2. Bij het toepassen van bestuursdwang wordt vervolgens in principe gekozen voor sluiting van de woning/het lokaal. Dit moet als de meest effectieve maatregel worden beschouwd om de met de Opiumwet strijdige situatie te doen beëindigen en herhaling ervan te voorkomen. Bij wijze van uitzondering kan in concrete gevallen, waar het middel van sluiting niet adequaat of niet evenredig is, bekeken worden welke andere vorm van bestuursdwang dient te worden toegepast dan wel een last onder dwangsom wordt opgelegd.

  • 3. Als begunstigingstermijn wordt bij lokalen een periode van 3 uur aangehouden waarbinnen betrokkene zelf in de gelegenheid is om gehoor te geven aan de opgelegde last. Bij woningen wordt de begunstigingstermijn gesteld op 24 uur.

  • 4. Indien er feitelijk tot sluiting wordt overgegaan zal de woning/het lokaal voor publiek ontoegankelijk worden gemaakt.

  • 5. De duur van de sluiting is afhankelijk van de overtreding en van de vraag of de woning/het lokaal reeds eerder gesloten is geweest en varieert van een sluiting voor drie maanden tot een sluiting voor onbepaalde tijd.

  • 6. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven kan worden afgeweken van de hieronder geformuleerde regels.

Artikel 3 lokalen

Handel in softdrugs:

  • 1.

    Indien er sprake is van het verkopen, afleveren of verstrekken dan wel daartoe aanwezig zijn van softdrugs wordt het lokaal gesloten voor de duur van drie maanden. Bij een horecabedrijf wordt eveneens de exploitatievergunning ingetrokken.

  • 2.

    Indien binnen drie jaar na de eerste overtreding een tweede overtreding wordt geconstateerd ten aanzien van softdrugs, wordt het lokaal gesloten voor de duur van zes maanden.

  • 3.

    Indien binnen drie jaar na de eerste overtreding een tweede overtreding wordt geconstateerd, ditmaal ten aanzien van harddrugs, wordt het lokaal gesloten voor de duur van twaalf maanden.

Handel in harddrugs:

  • 4.

    Indien er sprake is van het verkopen, afleveren of verstrekken dan wel daartoe aanwezig zijn van harddrugs wordt het lokaal gesloten voor de duur van twaalf maanden. Bij een horecabedrijf wordt eveneens de exploitatievergunning ingetrokken.

  • 5.

    Indien binnen drie jaar na de eerste overtreding een tweede overtreding wordt geconstateerd, ditmaal ten aanzien van softdrugs, wordt het lokaal gesloten voor de duur van zes maanden.

  • 6.

    Indien binnen drie jaar na de eerste overtreding een tweede overtreding wordt geconstateerd ten aanzien van harddrugs wordt het lokaal gesloten voor onbepaalde tijd.

Artikel 4 woningen

Handel in softdrugs:

  • 1.

    Indien sprake is van het verkopen, afleveren of verstrekken dan wel daartoe aanwezig zijn van softdrugs wordt volstaan met een waarschuwing.

  • 2.

    Indien binnen drie jaar na de eerste overtreding een tweede overtreding wordt geconstateerd ten aanzien van softdrugs, wordt de woning gesloten voor de duur van drie maanden.

  • 3.

    Indien binnen drie jaar na de eerste overtreding een tweede overtreding wordt geconstateerd, ditmaal ten aanzien van harddrugs, wordt de woning gesloten voor de duur van zes maanden.

Handel in harddrugs:

  • 4.

    Indien sprake is van het verkopen, afleveren of verstrekken dan wel daartoe aanwezig zijn van harddrugs wordt de woning gesloten voor drie maanden.

  • 5.

    Indien binnen drie jaar na de eerste overtreding een tweede overtreding wordt geconstateerd, ditmaal ten aanzien van softdrugs, wordt de woning gesloten voor de duur van drie maanden.

  • 6.

    Indien binnen drie jaar na de eerste overtreding een tweede overtreding wordt geconstateerd ten aanzien van harddrugs, wordt de woning gesloten voor de duur van zes maanden.

Toelichting op het Damoclesbeleid Lokalen en Woningen

Op 1 november 2007 is het gewijzigde artikel 13b Opiumwet in werking getreden. Op grond van dit artikel is de burgemeester bevoegd om bestuursdwang toe te passen indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd, verstrekt of daartoe aanwezig is. De werkingssfeer van 13b Opiumwet is daarmee verruimd tot ook de niet voor publiek toegankelijke lokalen en woningen. In het Damoclesbeleid is vastgelegd op welke manier de burgemeester gebruik zal maken van de bevoegdheid op grond van artikel 13b Opiumwet, behoudens gevallen waarvoor hij gebruik zal maken van de afwijkingsbevoegdheid.

De Opiumwet richt zich primair op de preventie en beheersing van de uit drugsgebruik voortvloeiende risico’s voor de gezondheid en de effecten op de leefomgeving. Voor handhaving van de Opiumwet is de gecoördineerde inzet van het openbaar bestuur, het openbaar ministerie en de politie vereist. Uitgangspunt is dat de burgemeester handhavend optreedt als er zich een overtreding als genoemd in artikel 13b Opiumwet voordoet. Dit beleid geeft aan hoe er opgetreden wordt.

Voor de bestuurlijke handhaving verstrekt de politie de benodigde informatie aan de burgemeester. De informatie heeft betrekking op de geconstateerde feiten en het optreden en de bevindingen van de politie die voortvloeien uit het strafrechtelijke onderzoek.

Indien een woning wordt gesloten op grond van artikel 13b Opiumwet, waarbij niet alleen de overtreder de woning zal moeten verlaten, dan zal de gemeente voor de niet-overtreders bemiddelen bij het vinden van vervangende woonruimte. Met het oog op artikel 8 EVRM (inbreuk op de persoonlijke levenssfeer) wordt bij een eerste overtreding van softdrugs vanuit een woning volstaan met een waarschuwing. Eveneens wordt er in het beleid rekening mee gehouden dat een woning niet voor onbepaalde tijd wordt gesloten.

Bij de procedure tot sluiting van een woning of lokaal op grond van artikel 13b Opiumwet worden de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht in acht genomen. Alvorens over te gaan tot het daadwerkelijk sluiten van een woning of lokaal zal aan belanghebbenden de gelegenheid worden geboden een zienswijze in te dienen op het voorgenomen besluit.