Beleidsregel Redelijke sommatie Industrieterrein Smokkelhoek

Geldend van 09-04-2008 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel Redelijke sommatie Industrieterrein Smokkelhoek

Gedeputeerde staten van Zeeland,

  • -

    Overwegende dat op 1 januari 2007 de Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 12 december 2006, nr. LMV 2006 332519, houdende regels voor het berekenen en meten van de geluidsbelasting ingevolge de Wet geluidhinder (Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006) in werking is getreden,

  • -

    besluiten vast te stellen de navolgende Beleidsregel Redelijke sommatie voor het industrieterrein Smokkelhoek gebaseerd op Hoofdstuk 2, artikelen 2.1 tot en met art 2.4 van bovengenoemde Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006:

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a.

    industrieterrein Smokkelhoek: Het industrieterrein zoals weergegeven op bijlage I

  • b.

    geluidszone: De geluidszone zoals deze is vastgesteld bij Koninklijk besluit op 4 mei 1990 vergunning: een milieuvergunning verleent door het bevoegd gezag ingevolgde de Wet milieubeheer

  • c.

    melding: de acceptatie van een melding in het kader van een algemene maatregel van bestuur waarbij nadere eisen kunnen worden gesteld;

Artikel 2 Toepassingsgebied

De beleidsregel is van toepassing op besluiten tot vergunningverlening en tot acceptatie van meldingen voor inrichtingen gelegen binnen het Industrieterrein Smokkelhoek.

Artikel 3 Verdeling redelijke sommatie industrieterrein Smokkelhoek

De op basis van het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006 vrijkomende extra geluidsruimte van 2 dB(a) wordt toebedeeld aan het bedrijf Coroos.

Artikel 4 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt de dag na de bekendmaking door het college van gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kapelle in werking.

Artikel 6 Bijlagen

De bijlagen maken deel uit van deze beleidsregel. Het betreft:

Ondertekening

Gegeven te Middelburg, 18 maart 2008.
Gedeputeerde Staten voornoemd,
drs. K.M.H. PEIJS, voorzitter.
mr. drs. L.J.M. VERDULT, secretaris.
Uitgegeven, 8 april 2008
De secretaris,
mr. drs. L.J.M. VERDULT

Algemene toelichting

Op 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder van kracht geworden. Gelijktijdig met het van kracht worden van de gewijzigde Wet geluidhinder is het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006 in werking getreden.

In het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006 is voor het onderwerp industrie het volgende opgenomen:

Hoofdstuk 2. Industrie

Artikel 2.1

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

geluidsbron: geluidafstralend toestel, apparaat, gebouw of activiteit, dan wel een combinatie hiervan, binnen een inrichting of industrieterrein

immissiepunt: plaats waarop het equivalent geluidsniveau wordt bepaald;

immissierelevante bronsterkte: geluidsvermogensniveau van een denkbeeldige bron, gelegen in het centrum van de werkelijke geluidsbron, die in de richting van het immissiepunt dezelfde geluiddrukniveaus veroorzaakt als de werkelijke geluidsbron;

representatieve bedrijfssituatie: toestand waarbij de voor de geluidproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering bij volledige capaciteit in het te beschouwen gedeelte van het etmaal.

Artikel 2.2

  • 1.

    Bij de bepaling van het equivalente geluidsniveau van een industrieterrein wordt rekening gehouden met: a. de over de betreffende periode energetisch gemiddelde immissierelevante bronsterkte bij een representatieve bedrijfssituatie; b. de invloed van de vegetatie op de geluidsoverdracht.

  • 2.

    Indien de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein plaats vindt ten behoeve van de vaststelling of wijziging van een geluidszone rond dat terrein, bevindt het immissiepunt zich op een hoogte van vijf meter boven het maaiveld.

  • 3.

    Indien de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein plaats vindt ten behoeve van de vaststelling van de geluidsbelasting van de gevel van woningen, of andere geluidsgevoelige gebouwen, bevindt het immissiepunt zich op het punt van de gevel, waar de hoogste geluidsbelasting optreedt.

Artikel 2.3

Bepaling van het equivalente geluidsniveau vanwege een industrieterrein vindt plaats volgens een van de methoden van de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999, onder de in genoemde handleiding bepaalde voorwaarden. Op het overeenkomstig het eerste lid bepaalde equivalente geluidsniveau vanwege een industrieterrein kan het bevoegd gezag een aftrek toepassen als bedoeld in bijlage II, onder de in die bijlage genoemde voorwaarden en voor zover het toepassen van de aftrek niet in strijd is met de gewenste optimale akoestische en ruimtelijke indeling op en rond het industrieterrein, zoals onder meer kan blijken uit een:

  • a.

    zonebeheersplan als bedoeld in artikel 164 van de wet;

  • b.

    gemeentelijke nota industrielawaai als bedoeld in de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening, MBG 98065226, 21 oktober 1998;

  • c.

    gemeentelijk milieubeleidsplan als bedoeld in artikel 4.16 van de Wet milieubeheer;

  • d.

    provinciaal milieubeleidsplan als bedoeld in artikel 4.9 van de Wet milieubeheer;

  • e.

    ontwerpbestemmingsplan die reeds ter inzage is gelegd;

  • f.

    ontwerpbesluit tot vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening dat reeds ter inzage is gelegd;

  • g.

    ontwerpvergunning op grond van de Wet milieubeheer dat reeds ter inzage is gelegd.

  • h.

    Indien meer bestuursorganen bevoegd zijn tot het vaststellen van een hogere waarde met betrekking tot de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein op grond van artikel 110a van de wet of tot het verlenen van een vergunning op grond van de Wet milieubeheer voor op dat industrieterrein gelegen inrichtingen, kan de aftrek, bedoeld in het tweede lid, slechts worden toegepast na overleg met die bestuursorganen. Tegelijkertijd met, of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking wordt van een besluit waarin bij de bepaling van het equivalente geluidsniveau vanwege een industrieterrein of een gedeelte daarvan, een aftrek bedoeld in het tweede lid is toegepast, mededeling gedaan aan de bestuursorganen, bedoeld in het derde lid.

Artikel 2.4

Van de in artikel 2.3, eerste lid, bedoelde methode kan, geheel of gedeeltelijk worden afgeweken indien aannemelijk wordt gemaakt dat die werkwijze:

  • a.

    een belangrijke tijdsbesparing of kostenbesparing oplevert en in de be-treffende situatie nagenoeg even nauwkeurig isals een van de methoden van de in artikel 2.3, eerste lid, bedoelde handleiding;

  • b.

    in de betreffende situatie belangrijk nauwkeuriger is dan een van de methoden van de in artikel 2.3, eerste lid, bedoelde handleiding, of

  • c.

    voldoende nauwkeurig is en geen van de methoden van de in artikel 2.3, eerste lid, bedoelde handleiding in de betreffende situatie leidt tot een voldoende representatief equivalent geluidsniveau.

In bijlage 2 horende bij het Reken- en meetvoorschrift industrielawaai is het volgende opgenomen

Bijlage I Kaart Industrieterrein Smokkelhoek

foto

Bijlage II Behorende bij hoofdstuk 2 Industrie

De aftrek, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, geldt voor het industrieterrein in het geheel. De aftrek is van toepassing op de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein; de waarde hiervan is per definitie in hele waarden afgerond. Voor de bepaling van de toe te passen aftrek

voor een industrieterrein dient eerst bepaald te worden wat volgens onderstaande tabel de maximale aftrek is op de beoordelingspunten. De beoordelingspunten liggen bij in de zone aanwezige geluidsgevoelige bestemmingen, te weten woningen, geluidsgevoelige gebouwen

en geluidsgevoelige terreinen. Bevinden zich geen geluidsgevoelige bestemmingen in de zone dan liggen de beoordelingspunten op de zonegrens. De waarde van de aftrek is afhankelijk van de bepalende bedrijven op de relevante delen van het industrieterrein en kan derhalve per beoordelingspunt verschillen. Het beoordelingspunt met de laagste aftrek is maatgevend voor het hele industrieterrein.

Industrieterrein waarbij de geluidsbelasting op één of meer beoordelingspunten wordt bepaald1 door

Maximale aftrek in dB in het geval de geluidsbelasting op één of meer beoordelingspunten wordt bepaald1 door

bedrijven met een jaargemiddeld continue geluidsuitstraling

door zowel bedrijven met jaargemiddeld continue geluidsuitstraling als bedrijven met een jaargemiddeld niet continue geluidsuitstraling

bedrijven met een jaargemiddeld niet continue geluidsuitstraling

bedrijf (solitaire inrichting)

0

n.v.t.

2

Meer dan 1 maar minder dan10 bedrijven

0

1

2

10 of meer bedrijven

1

2

3

  • 1.

    Bepalend zijn de bedrijven, met de grootste bijdragen aan de geluidsbelasting, die gezamenlijk een geluidsbelasting veroorzaken ter grootte van de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein als geheel verminderd met 1 dB;

  • 2.

    bedrijven hebben een “jaargemiddeld continue geluidsuitstraling” als de geluidsuitstraling jaargemiddeld gezien niet meer dan 2 dB lager is dan de geluidsuitstraling in de representatieve bedrijfssituatie.

Toelichting bij de tabel

Bepalend voor de waarde die het effect van de redelijke sommatie kan aannemen is het aantal bedrijven dat bepalend is voor de geluidsbelasting op de beoordelingspunten en de continuïteit van de geluidsuitstraling van die bepalende bedrijven. Voor het begrip“bepalend” is een concreet criterium gegeven. Bepalend zijn die bedrijven die de grootste deelbijdragen leveren op het betreffende beoordelingspunt. De overige bedrijven zijn niet bepalend voor het vaststellen van het effect van de redelijke sommatie. Ook voor het karakter van de geluidsuitstraling is een concreet criterium gegeven. De continuïteit van de geluidsuitstraling wordt bepaald door het verschil tussen de geluidsuitstraling in de representatieve bedrijfssituatie en de gemiddelde geluidsuitstraling beoordeeld over de periode van één jaar.

Als in de zone meerdere van de in tabel genoemde situaties optreden, geldt de laagste waarde als maximale aftrek voor de gehele zone. Als zich in de zone bijvoorbeeld woningen bevinden die bepalend worden belast door minder dan 10 bedrijven met een jaargemiddeld echt continue geluidsuitstraling, dan is de maximale aftrek voor de gehele zone altijd gelijk aan 0 dB. De betreffende woningen kunnen dan geen hogere geluidsbelasting gaan ondervinden dan de voor die woningen vastgestelde grenswaarden.

Bepaling redelijke sommatie voor het industrieterrein Smokkelhoek

Voor Smokkelhoek is de bijdrage redelijk sommatie bepaald en bedraagt 2 dB(A). Het meest kritische punt zijn de woningen aan de Abdijstraat. Het be-drijf dat verantwoordelijk is voor 75 % van deze geluidbelasting is Coroos. De geluidbelasting wordt derhalve bepaald door 1 bedrijf met een jaargemiddeld niet continue uitstraling. Dit is het meest ongunstige punt en daarmee is de gehele aftrek voor het industrieterrein Smokkelhoek 2 dB(A).

Toekenning geluidsruimte

Rond het Industrieterrein Smokkelhoek is op 4 mei 1990 bij Koninklijk besluit een geluidszone vastgesteld. Bij de vaststelling van de geluidszone is gebleken dat er sprake was van een saneringsituatie. Teneinde deze saneringssituatie op te lossen is door het college van gedeputeerde staten van de provincie Zeeland een programma van maatregelen vastgesteld. Dit programma van maatregelen is aan het ministerie van VROM gezonden teneinde op de saneringswoningen een maximale toelaatbare grenswaarde (MTG) vast te stellen. Ingevolge artikel 72, tweede lid, van de Wet geluidhinder heeft de minister voor de gevels van de woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen waarop het programma van maatregelen betrekking heeft hogere grenswaarden van de geluidsbelasting vastgesteld. Inmiddels in gebleken dat Coroos tijdens de circa negen weken dat gewerkt met de erwtenmachine niet kan voldoen aan de vergunde geluidbelasting. De overschrijding bedraagt 2 dB(A). Door het toekennen van de redelijke sommatie aan Coroos kan dit bedrijf wel binnen zijn vergunning in werking zijn.