Regeling ontrent het medegebruik van gebouwen van de openbare en bijzondere scholen voor basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs

Geldend van 01-06-1995 t/m heden

Intitulé

Regeling ontrent het medegebruik van gebouwen van de openbare en bijzondere scholen voor basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs

De Raad van de gemeente Stadskanaal;

gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 13 april 1995, nr. R 4761;

gelet op artikel 86, vierde lld, van de Wet op het Basisonderwijs en artikel 88f, vierde lid, van de Interimwet op het Speciaal Onderwijs en het Voortgezet Speciaal Onderwijs;

besluit

vast te stellen de navolgende "Regeling ontrent het medegebruik van gebouwen van de openbare en bijzondere scholen voor basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs".

ArtikeI 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    WBO:

  • de Wet op het Basisonderwijs (stb. 1986, 256).

  • b.

    ISOVSO:

  • de Interimwet op het Speciaal Onderwijs en het Voortgezet Speciaal Onderwijs (Stb. 1987, 614).

  • c.

    Bevoegd gezag: voor wat betreft

  • - een openbare school: het College van Burgemeester en Wethouders, voor zover de Raad niet anders bepaalt en indien de Raad dit wenselijk oordeelt, met inachtnemlng van door hem te stellen regelen;

  • - een biizondere school: een rechtspersoon zoals bedoeld in artikel 35 van de WBO, respectievelijk artikel 44 van de ISOVSO.

  • d.

    Medegebruik:

  • het gebruik door derden ten behoeve van ander onderwijs, dan wel andere culturele, maatschappelijke, educatieve of recreatieve doeleinden van een gebouw, al dan niet met daarin aanwezige voorzieningen, van een openbare of bijzondere school, zoals bedoeld in artikel 86 van de WBO en artikel 88f van de ISOVSO.

  • e.

    Medegebruiker:

  • de natuurlijke of rechtspersoon die één of meerdere ruimten van een openbare of bijzondere school, al dan niet met de daarin aanwezige voorzieningen, in medegebruik heeft.

  • f.

    Ruimten:

  • de onderwijsruimten en andere ruimten aanwezig in een schoolgebouw, met inbegrip van A-lokalen.

  • g.

    A-lokaal:

  • gymnastieklokaal gesticht of in gebruik genomen met inachtneming van de voor het gewoon of buitengewoon lager onderwijs of voor het basisonderwijs of voor het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs geldende bepalingen en dat voor vergoeding door het rijk ten behoeve van het basisonderwijs of speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs in aanmerking is gebracht.

  • h.

    Ander onderwijs:

  • het uit 's rijks kas bekostigd onderwijs niet zijnde basisonderwijs, respectievelijk speciaal en voorgezet speciaal onderwijs. Tevens wordt onder ander onderwijs verstaan basiseducatie aan volwassenen.

  • i.

    Voorzieningen:

  • de in een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs aanwezige voorzieningen als bedoeld in artikel 88f, derde lid, van de ISOVSO.

Artikel 2 Voorschriften voor het gebruik

  • 1.

    De medegebruiker gebruikt de in medegebruik gegeven ruimten uitsluitend voor die doeleinden waarvoor het medegebruik is toegestaan.

  • 2.

    Het is de medegebruiker niet toegestaan de in medegebruik verkregen ruimten aan derden in gebruik te geven.

  • 3.

    De medegebruiker onthoudt zich van aktiviteiten die hinder veroorzaken voor het in het gebouw gegeven onderwijs.

  • 4.

    De medegebruiker maakt alleen gebruik van onderwijsleerpakket, meubilair en aanwezige voorzieningen, voor zover het bevoegd gezag dit toestaat en met inachtneming van de door het bevoegd gezag gestelde voorwaarden.

  • 5.

    De medegebruiker is verplicht na ieder medegebruik de ter beschikking gestelde ruimten, het onderwijsleerpakket, het meubilair en de aanwezige voorzieningen schoon en in dezelfde staat achter te laten als waarin deze werden aangetroffen.

  • 6.

    Het bevoegd gezag kan een huishoudelijk reglement vaststellen, waarin nadere regels worden gegeven met betrekking tot de wijze waarop de medegebruiker de door het bevoegd gezag ter beschikking gestelde ruimten met het beschikbaar gestelde onderwijsleerpakket, het meubilair en de voorzieningen gebruikt.

Artikel 3 Schade

  • 1.

    De medegebruiker onthoudt zich van aktiviteiten waarvan redelijkerwijs kan worden verondersteld dat deze kunnen leiden tot schade aan het gebouw, het onderwijsleerpakket, het meubilair en de voorzienlngen.

  • 2.

    Indien voor de aanvang van het medegebruik schade aan het gebouw, het onderwijsleerpakket, het meubilair of de voorzieningen wordt geconstateerd, doet de medegebruiker hiervan onverwijld mededeling aan het bevoegd gezag.

  • 3.

    De medegebruiker is aansprakelijk voor de schade die ten gevolge van het medegebruik aan het gebouw, het onderwijsleerpakket, het meubilair en de voorzieningen ontstaat.

  • 4.

    De medegebruiker doet van iedere schade als bedoeld in het voorgaande lid onverwijld mededeling aan het bevoegd gezag.

  • 5.

    In het in het voorgaande artikel genoemde huishoudelijk reglement kan het bevoegd gezag nadere regels stellen ter voorkoming van schade aan het gebouw, het onderwijsleerpakket, het meubilair en de voorzieningen.

ArtikeI 4 De tariefstelling

  • 1.

    Het bevoegd gezag brengt aan de medegebruiker de kosten in rekening zoals die worden berekend overeenkomstig de artikelen 5, 6 en 7.

  • 2.

    In bijzondere gevallen, ter beoordeling van het bevoegd gezag, kan ten gunste van de medegebruiker worden afgeweken van het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 5 De kosten van het medegebruik van de ruimten voor het basisonderwijs

  • 1.

    De kosten van het medegebruik van de ruimten voor het basisonderwijs, met uitzondering van A-lokalen, worden naar rato van het aantal uren gebruik bepaald aan de hand van de jaarlijks door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ten behoeve van het basisonderwijs vast te stellen bedragen voor zowel de andere voorzieningen als de gebouwgebonden materiële instandhouding ter zake van huurvergoeding ten behoeve van tijdelijke voorzieningen.

  • 2.

    De bepaling van de kosten, zoals bedoeld in lid 1, geschiedt met inachtneming van het door het Ministerie vastgestelde maximumtarief voor medegebruik ten aanzien van scholen voor voortgezet onderwijs en andere instellingen.

  • 3.

    De kosten voor het medegebruik van de ruimten voor het basisonderwijs buiten de schooltijden worden vastgesteld op 150% van de onder punt 1 bedoelde bedragen.

Artikel 6 De kosten van het medegebruik van de ruimten voor het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs

  • 1.

    De kosten van het medegebruik van de ruimten voor het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, met uitzondering van A-lokalen en in het gebouw aanwezige voorzieningen, worden naar rato van het aantal uren gebruik bepaald aan de hand van de jaarlijks door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ten behoeve van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs vast te stellen bedragen voorzowel de andere voorzieningen als de gebouwgebonden materiële instandhouding ter zake van huurvergoeding ten behoeve van de materiële instandhouding.

  • 2.

    Indien het medegebruik eveneens een in het gebouw aanwezige voorziening omvat, worden de kosten daarvan berekend aan de hand van de jaarlijks door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen met betrekking tot de betreffende voorziening vast te stellen bedragen voor zowel de materiële instandhouding als de andere voorzieningen.

  • 3.

    De bepaling van de kosten, zoals bedoeld in lid 1, geschiedt met inachtneming van het door het Ministerie vastgestelde maximumtarief voor medegebruik ten aanzien van scholen voor voortgezet onderwijs en andere instellingen.

  • 4.

    De kosten voor het medegebruik van de ruimten en de daarin aanwezige voorzieningen buiten de schooltijden worden vastgesteld op 150% van de onder 1 bedoelde bedragen.

Artikel 7 De kosten van het medegebruik van A-lokalen

  • 1.

    De kosten van het medegebruik van A-lokalen worden naar rato van het aantal uren gebruik bepaald aan de hand van de jaarlijks door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen vast te stellen bedragen voor zowel de vaste als de variabele kosten ter zake van medegebruik van ruimten voor het onderwijs in lichamelijke oefening.

  • 2.

    Voor de bepaling van de kosten van het medegebruik als bedoeld in het voorgaande lid wordt als uitgangspunt genomen het bouwjaar en de netto vloeroppervlakte van het in medegebruik gegeven A-lokaal.

  • 3.

    De bepaling van de kosten, zoals bedoeld in lid 1, geschiedt met inachtneming van het door het Ministerie vastgestelde maximumtarief voor medegebruik ten aanzien van scholen voor voortgezet onderwijs en andere instellingen.

  • 4.

    De kosten voor het medegebruik van de ruimte buiten de schooltijden worden vastgesteld op 150% van de onder 1 bedoelde bedragen.

Artikel 8 Vergoeding eigenaarskosten

Het bevoegd gezag vergoedt elke 6 maanden aan de eigenaar van het gebouw die op grond van de artikelen 96 of 100 van de WBO of artikel 97 van de ISOVSO (een gedeelte van) de materiële instandhouding van het gebouw verzorgt, de door het medegebruik veroorzaakte kosten, zoals berekend aan de hand van de artikelen 5, 6 en 7. Het bevoegd gezag verstrekt hiertoe elke 6 maanden een overzicht van het aantal uren medegebruik per gebouw aan de in de vorige volzin bedoelde eigenaar van het gebouw.

Artikel 9 Opschorten medegebruik

  • 1.

    Indien het bevoegd gezag een in medegebruik gegeven ruimte incidenteel zelf nodig heeft voor de eigen school op een voor medegebruik overeengekomen tijdstip, dan ziet de medegebruiker af van het medegebruik op dit tijdstip.

  • 2.

    Het bevoegd gezag stelt de medegebruiker ten minste twee weken van tevoren schriftelijk op de hoogte van de noodzaak om zelf over de ruimte te kunnen beschikken.

ArtikeI 10 Beëindiging medegebruik

Het bevoegd gezag kan, zonder dat de medegebruiker deswege aanspraak op schadevergoeding heeft, het medegebruik met onmiddellijke ingang beëindigen, indien:

  • a.

    De medegebruiker de voorschriften gegeven in deze regeling en in het huishoudelijk reglement, niet stipt naleeft.

  • b.

    De medegebruiker, na hiertoe te zijn aangemaand, niet binnen 1 maand de in rekening gebrachte kosten van medegebruik heeft voldaan.

  • c.

    De betreffende ruimte nodig is voor de huisvesting van het basisonderwijs of voorgezet onderwijs of voor ander onderwijs.

ArtikeI 11 Beslissing van het bevoegd gezag in die gevallen waarin de regeling niet voorziet

In gevallen, de uitvoering van het medegebruik betreffende, waarin deze regeling niet voorziet, beslist het bevoegd gezag.

ArtikeI 12 Slotbepaling

  • 1.

    De regeling kan worden aangehaald als "Regeling medegebruik schoolgebouwen".

  • 2.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 1995.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 24 april 1995.
De Raad voornoemd,
De Secretaris, De Voorzitter ,