EILANDVERORDENING van de 22e juni 1967 houdende voorzieningen tot bescherming en behoud van de in en bij het eiland Bonaire aanwezige natuurgebieden en monumenten (Natuurbeschermings- en monumentenverordening 1967)

Geldend van 24-06-1967 t/m 09-10-2008

Intitulé

EILANDVERORDENING van de 22e juni 1967 houdende voorzieningen tot bescherming en behoud van de in en bij het eiland Bonaire aanwezige natuurgebieden en monumenten (Natuurbeschermings- en monumentenverordening 1967)

Artikel 1.

Tot bescherming en behoud van de in en bij het eiland aanwezige natuurgebieden, waaronder begrepen onderwater-kustgebieden, en uit volkenkundig, oudheidkundig en geschiedkundig oogpunt belangrijke objecten, kan het Bestuurscollege bij eilandsbesluit reservaten en monumenten aanwijzen en voor het beheer daarvan regelen stellen.

Artikel 2.

  • 1. De in artikel 1 bedoelde reservaten en monumenten worden onderscheiden in:

    • a.

      natuurreservaat,

    • b.

      cultuurmonument.

  • 2. Een gebied, teneinde aangewezen te kunnen worden tot natuurreservaat, moet voldoen aan de eisen:

    • a.

      dat derden daarop geen rechten uitoefenen, die door een aanwijzing als in artikel 1 bedoeld worden geschaad.

    • b.

      dat het bescherming van overheidswege verdient uit hoofde van natuur- en landschapsschoon en/of door de aanwezigheid van op het land en/of in de lucht en/of in de zee aanwezige in wetenschappelijk opzicht belangrijke flora en/of fauna en/of geologische verschijnselen.

  • 3. Een terrein of object, teneinde aangewezen te kunnen worden tot cultuurmonument, moet voldoen aan de eisen;

    • a.

      dat derden daarop geen rechten uitoefenen, die door aanwijzing als in artikel 1 bedoeld worden geschaad.

    • b.

      dat het bescherming van overheidswege verdient uit hoofde van de wetenschappelijke of culturele waarde op volkenkundig, oudheidkundig of geschiedkundig gebied.

Artikel 3.

Het algemeen beheer over de in artikel 2 bedoelde reservaten en monumenten berust bij het Bestuurscollege, dat een derde met het dagelijks beheer kan belasten.

Artikel 4.

  • 1. De in artikel 2 bedoelde reservaten en monumenten zijn voor het publiek toegankelijk, tenzij het in verband met een zo strikt mogelijke bescherming gewenst is deze reservaten en monumenten of gedeelten van deze voortdurend of tijdelijk voor bezoekers te sluiten.

  • 2. Het is verboden een krachtens lid 1 gesloten reservaat of monument te betreden.

Artikel 5.

Het is verboden:

  • a.

    in een natuurreservaat of cultuurmonument met opzet of door onachtzaamheid schade toe te brengen aan de bodem, de flora, de fauna, en de volkenkundige, oudheidkundige of geschiedkundige objecten, dan wel handelingen te verrichten, waardoor afbreuk wordt gedaan aan de waarde van het reservaat of monument als zodanig,

  • b.

    in een natuurreservaat bij zich te hebben een hond, een vuurwapen of enig ander jacht- of vangmiddel.

Artikel 6.

De in artikel 4 en 5 bedoelde verbodsbepalingen zijn niet van toepassing op personen, aan wie door het bestuurscollege een schriftelijke vergunning is verleend of aan wie door het bestuurscollege opdracht is gegeven om, met inachtneming van de daarin gestelde voorwaarden, één of meer der in genoemde artikelen bedoelde handelingen te verrichten ten behoeve van wetenschappelijke, opvoedkundige, culturele of andere doeleinden, dan wel om de reservaten en monumenten beter aan hun doel te doen beantwoorden.

Artikel 7.

  • 1. Overtreding van de in de artikelen 4 en 5 gestelde verbodsbepalingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van ten hoogste vijfhonderd gulden.

  • 2. Indien tijdens het plegen van het feit nog geen twee jaren zijn verlopen sedert een gelijk of enig ander in lid 1 van dit artikel strafbaar gesteld feit onherroepelijk is geworden of vrijwillig is voldaan aan de voorwaarde door de bevoegde ambtenaar van het Openbaar Ministerie krachtens art. 76 van het wetboek van strafrecht van de Nederlandse Antillen gesteld, kan het dubbele van de in het vorige lid bedoelde straffen worden opgelegd.

Artikel 8.

  • 1. De voorwerpen of dieren, waarmede een der in artikel 7 bedoelde strafbare feiten is gepleegd, kunnen bij rechterlijk vonnis worden verbeurd verklaard.

  • 2. De voorwerpen, dieren en planten die door middel van enige in artikel 7 bedoelde overtreding zijn verkregen, worden in beslag genomen en kunnen bij rechterlijk vonnis worden verbeurd verklaard,

  • 3. De ingevolge lid 2 van dit artikel in beslag genomen en/of verbeurd verklaarde levende dieren worden in vrijheid gesteld tenzij het uit een oogpunt van humaniteit beter wordt geacht deze te doden.

Artikel 9.

De in of krachtens deze verordening strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen.

Artikel 10.

Met het opsporen van de bij of krachtens deze verordening strafbaar gestelde feiten zijn,

behalve de in het Wetboek van Strafverordening aangewezen personen, belast:

  • a.

    de boswachters en opzieners,

  • b.

    de personen belast met de uitoefening van het beheer over enig reservaat of monument,

  • c.

    andere daartoe bij eilandsbesluit aan te wijzen personen.

Artikel 11.

Deze verordening kan worden aangehaald als “Natuurbeschermings- en monumentenverordening 1967".

Artikel 12.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die harer afkondiging.