Verordening Cliëntenparticipatie WWB en WIJ van Gemeenten Hilversum en Weesp 2010, versie december 2010

Geldend van 16-12-2010 t/m 31-12-2014

Intitulé

Verordening Cliëntenparticipatie WWB en WIJ van Gemeenten Hilversum en Weesp 2010, versie december 2010

De ‘Verordening Cliëntenparticipatie WWB en WIJ van Gemeenten Hilversum en Weesp 2010’, versie december 2010, vast te stellen:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: De Wet werk en bijstand (WWB) en De Wet Investeren in Jongeren (WIJ);

  • b.

    colleges: De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Hilversum en Weesp;

  • c.

    portefeuillehouder: De wethouder, die binnen het college de verantwoordelijkheid draagt voor de portefeuille maatschappelijke dienstverlening;

  • d.

    hoofd: Het hoofd van de afdeling Sociale Zaken van de gemeente Hilversum.

  • e.

    uitkeringsgerechtigden: Inwoners van de gemeente Hilversum en Weesp die een uitkering c.q. voorziening in het kader van re-integratie ontvangen, waarvan de uitvoering aan burgemeester en wethouders is opgedragen; In deze verordening wordt onder uitkeringsgerechtigde mede verstaan: de jongere als bedoeld in artikel 2 van de WIJ.

  • f.

    cliëntenraad: De commissie, ingesteld krachtens artikel 47 Wet werk en bijstand en artikel 12 van de WIJ door de colleges, bestaande uit personen die worden geacht de belangen te behartigen van uitkeringsgerechtigden als bedoeld in artikel 1 onder e.

  • g.

    gemeente: De gemeenten Hilversum en Weesp.

Artikel 2 Taak cliëntenraad

  • 1 De cliëntenraad heeft tot taak het gevraagd en ongevraagd adviseren van het college betreffende beleidsvorming en beleidsuitvoering van de aan de gemeente ter uitvoering opgedragen regelingen in het kader van de sociale zekerheid.

  • 2 In die gevallen waarin het hoofd is gemandateerd ter zake van het in lid 1 genoemde beleidsveld, worden de adviezen uitgebracht aan het hoofd.

  • 3 De cliëntenraad kan geen advies uitbrengen over klachten, bezwaar- en beroepschriften en andere zaken betrekking hebbende op individuele gevalsbehandeling.

Artikel 3 Samenstelling

  • 1 De cliëntenraad bestaat uit minimaal drie en maximaal zeven leden van wie maximaal vijf leden in de gemeente Hilversum en maximaal twee leden uit de gemeente Weesp.

  • 2 De leden van de cliëntenraad dienen:

    • a.

      uitkeringsgerechtigde te zijn in de zin van artikel 1 onder e, die tevens kan adviseren inzake de WIJ;

    • b.

      woonachtig te zijn in de gemeente Hilversum of Weesp;

    • c.

      kennis te dragen dan wel kennis te kunnen verwerven van het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel;

    • d.

      niet tot lid te zijn benoemd of ter benoeming te zijn voorgedragen van een of meer andere gemeentelijke adviescommissies;

    • e.

      geen lid te zijn van de gemeenteraad van Hilversum of Weesp;

    • f.

      geen ambtenaar te zijn werkzaam bij de gemeente.

  • 3 Het lidmaatschap van de cliëntenraad is onderdeel van een trajectplan dat is gericht op arbeidsinschakeling.

Artikel 4 Benoeming

  • 1 De benoeming van de leden van de cliëntenraad geschiedt door de colleges op schriftelijke voordracht van de cliëntenraad.

  • 2 De leden worden geworven via o.a. de media, welke de gemeente en de dienst ter beschikking staan dan wel kunnen staan. In de publicatie wordt het functieprofiel vermeld waaraan de kandidaat-leden ten minste moeten voldoen.

  • 3 Twee leden van de cliëntenraad voeren samen met het hoofd een gesprek met de kandidaten die voldoen aan de in het functieprofiel gestelde selectiecriteria. Nadat bedoelde gesprekken hebben plaatsgevonden overlegt de cliëntenraad aan de colleges:- een overzicht van de kandidaten die zich beschikbaar hebben gesteld - een voorkeurslijst met in volgorde de namen van de kandidaat of kandidaten die de cliëntenraad benoembaar acht.

  • 4 Indien de colleges een kandidaat benoembaar achten is er eerst sprake van een proefperiode van drie maanden. Aan het einde van die periode voeren de in lid 3 genoemde personen een gesprek met de kandidaat waarna de cliëntenraad het college adviseert de kandidaat wel of niet te benoemen.

Artikel 5 Zittingstermijn cliëntenraad

  • 1 De leden worden benoemd voor een periode van twee jaar;

  • 2 Leden, die aftreden na 1 zittingsperiode, zijn in beginsel direct herbenoembaar voor een nieuwe zittingstermijn, rekening houdend met het bepaalde in lid 3.

  • 3 De periode waarover een lid een zetel kan innemen bedraagt maximaal zes jaar aaneensluitend;

Artikel 6 Einde lidmaatschap

  • 1 Het lidmaatschap van de cliëntenraad eindigt met onmiddellijke ingang, naast periodiek aftreden, op het moment dat:

    • a.

      een lid daar zelf om verzoekt;

    • b.

      de colleges op grond van een gemotiveerd verzoek van de cliëntenraad een lid uitsluit van deelname aan werkzaamheden van de cliëntenraad.

    • c.

      een lid geen uitkeringsgerechtigde meer is in de zin van het bepaalde in artikel 1 onder e

  • 2 Een verzoek, bedoeld in artikel 6 lid onder b kan slechts worden gedaan door de cliëntenraad, indien het betreffende lid de werkzaamheden en het overleg van de cliëntenraad ernstig belemmert. Hierbij is de volgende procedure van toepassing:

    • a.

      de cliëntenraad stelt binnen veertien dagen na het besluit daartoe het betreffende lid schriftelijk op de hoogte van het verzoek aan het college;

    • b.

      de colleges stellen het betrokken lid in de gelegenheid binnen vier weken zich schriftelijk te verweren, waarbij de colleges alle op het verzoek betrekking hebbende stukken ter beschikking stellen, alvorens het college een beslissing neemt;

    • c.

      de colleges kunnen bepalen dat het betrokken lid in afwachting van de beslissing als bedoeld in lid 1 onder b zich van deelname aan alle of bepaalde werkzaamheden van de cliëntenraad moet onthouden;

    • d.

      de colleges stellen cliëntenraad schriftelijk op de hoogte van het genomen besluit.

Artikel 7 Faciliteiten cliëntenraad

De gemeente stelt de cliëntenraad de volgende faciliteiten ter beschikking:

  • a.

    een goed geoutilleerde, kleine kantoorruimte ten behoeve van het houden van voorbereidingsvergaderingen;

  • b.

    een vergoeding voor de te verrichten werkzaamheden;

  • c.

    deze vergoeding is ook van toepassing tijdens de proefperiode van drie maanden;

  • d.

    een jaarlijks vast te stellen budget voor uitgaven waaronder deskundigheidsbevordering.

Artikel 8 Periodiek overleg

  • 1 Tussen de portefeuillehouder van de gemeente Hilversum, het hoofd en de gehele cliëntenraad vindt periodiek overleg plaats - te noemen de overlegvergadering - over uitvoeringsaangelegenheden van aan de afdeling ter uitvoering opgedragen sociale zekerheidswetten voor zover het college of het hoofd bevoegd is daarover beslissingen te nemen. De leden van de cliëntenraad die in Weesp wonen kunnen bij onderwerpen die specifiek voor de inwoners van de gemeente Weesp gelden, overleg voeren met de portefeuillehouder van de gemeente Weesp.

  • 2 Het overleg vindt plaats op verzoek van de portefeuillehouder, de cliëntenraad of het hoofd zo vaak als de portefeuillehouder, de cliëntenraad of het hoofd daarom verzoekt, maar tenminste 4 maal per jaar.

  • 3 Er vindt periodiek overleg plaats met jongeren of hun vertegenwoordigers.

  • 4 Als overleg door omstandigheden, tijdgebrek of overmacht niet mogelijk is, stelt het hoofd de cliëntenraad daarvan onmiddellijk in kennis

  • 5 Het hoofd kan zich in het overleg laten bijstaan door ambtenaren van de gemeente.

  • 6 De portefeuillehouder is voorzitter van het overleg zoals genoemd in het eerste lid; bij diens afwezigheid is het hoofd voorzitter van het overleg.

  • 7 De in de overlegvergadering te bespreken stukken dienen uiterlijk twee weken voor de overlegvergadering aan alle partijen te worden toegezonden

Artikel 9 Verplichtingen

  • 1 De cliëntenraad dient in een vroeg stadium te worden betrokken bij de voorbereiding van beleidsvorming en uitvoeringsbeleid. Zij dient daarbij minimaal twee weken de tijd te hebben om het college te adviseren.

  • 2 Zowel de portefeuillehouder, het hoofd als de leden van de cliëntenraad zullen onderwerpen ter bespreking op de agenda plaatsen.

Artikel 10 Deskundigen

  • 1 De cliëntenraad kan zich laten adviseren door een deskundige. De cliëntenraad kan zich tevens tijdens de overlegvergadering laten bijstaan door een deskundige. Ten aanzien van de deskundige is het bepaalde in artikel 3, lid 2 het gestelde onder c, d, en e van toepassing;

  • 2 De kosten, verbonden aan de bijstand door deskundigen, zijn voor rekening van de gemeente.Over de hoogte dient overeenstemming te worden gezocht met het hoofd.  

  • 3 Indien overeenstemming, als bedoeld in het vorige lid, tussen het hoofd en de cliëntenraad niet wordt bereikt, beslist het college.

Artikel 11 Jaarverslag

Jaarlijks voor 1 maart stelt het overleg een jaarverslag vast. Dit wordt ter kennisname aan het college gezonden.

Artikel 12 Vermelding standpunt

In de adviezen die het hoofd aan de colleges uitbrengt over de beleidsuitvoering, wordt in een afzonderlijke paragraaf melding gemaakt van het standpunt van de cliëntenraad over dat onderwerp.

Artikel 13 Ingangsdatum en citeertitel

Deze verordening treedt in werking op 16 december 2010. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Cliëntenparticipatie WWB en WIJ van Gemeenten Hilversum en Weesp 2010, versie december 2010”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 december 2010
De raad voornoemd,
 
mw. M. Walrave                                                 B. Horseling,griffier a.i.                                                            voorzitter 

Toelichting 1 op de ‘Verordening Cliëntenparticipatie WWB en WIJ van Gemeenten Hilversum/Weesp 2010`.

 

Algemeen

Artikel 47 van de Wet werk en bijstand (WWB) en artikel 12 van de Wet Investeren in Jongeren (WIJ) geven de gemeenteraad de opdracht bij verordening regels te stellen over de wijze waarop cliënten worden betrokken bij de uitvoering van de wet. De cliëntenparticipatie wordt gezien als een onmisbaar instrument in een cliëntgerichte uitvoeringsorganisatie. Met deze verordening is de cliëntenparticipatie voldoende gewaarborgd. De bestaande cliëntenraad wordt geacht de jongeren uit de doelgroep van de WIJ te vertegenwoordigen.Hoewel de cliëntenraad uitdrukkelijk geen verlengstuk is van het gemeentebestuur zal de gemeente zoveel als nodig en mogelijk is actie ondernemen om de kennis en vaardigheden van de cliëntenraad op peil te houden c.q. te brengen.Artikelgewijze toelichting 

Artikel 1Voor de diverse omschrijvingen is aansluiting gezocht bij de formuleringen in de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet Investeren in Jongeren (WIJ) en/of bestaande regelingen. Voor wat betreft punt f wordt opgemerkt dat ook inwoners van de gemeente Hilversum en Weesp die geen uitkering van de gemeente ontvangen maar wel een voorziening in het kader van de re-integratie, lid kunnen zijn van de cliëntenraad.

 

Artikel 2Dit artikel regelt de taak van de cliëntenraad t.w. het gevraagd en ongevraagd adviseren van de colleges betreffende beleidsuitvoering. In lid 2 is vastgelegd dat de adviezen aan het hoofd van de afdeling sociale zaken dienen te worden gericht m.b.t. de advisering over de beleidsvelden waarin het hoofd van de afdeling is gemandateerd. In lid 3 is vastgelegd dat de cliëntenraad geen taak heeft bij de individuele gevalsbehandeling bij klachten, bezwaar- en beroepschriften e.a. 

Artikel 3Omwille van de werkbaarheid is ervoor gekozen om het aantal leden beperkt te houden: maximaal 7 leden, van wie maximaal vijf in de gemeente Hilversum wonen en maximaal twee in de gemeente Weesp wonen. In lid 2 is beschreven aan welke voorwaarden de leden dienen te voldoen. Dit zijn de algemeen voorkomende voorwaarden.In lid 3 wordt aangegeven dat het lidmaatschap van de cliëntenraad als een voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt beschouwd en onderdeel uitmaakt van een trajectplan.Het is een vorm van activering die de afstand tot de arbeidsmarkt verkleint mede doordat bepaalde kennis wordt opgedaan en vaardigheden worden ontwikkeld. In die zin is de cliëntenraad te beschouwen als een van de projecten die zijn gericht op arbeidsinschakeling. 

Artikel 4In dit artikel wordt de benoeming en wijze van werving van de leden beschreven. Kandidaten worden via een openbare vacaturestelling geworven. De vacature zal via publicatie in de Nieuwsbrief en de lokale weekbladen van Hilversum en Weesp bekend gemaakt worden. De cliëntenraad draagt schriftelijk kandidaten voor aan het college. De kandidaten dienen aan de in artikel 3, tweede lid van deze verordening te voldoen. De leden van de cliëntenraad voeren een gesprek met de kandidaten, stellen een lijstje op waarop zij aangeven welke kandidaten zich beschikbaar hebben gesteld en een voorkeurslijstje met in volgorde de namen van de kandidaat of kandidaten die de cliëntenraad benoembaar acht. 

Artikel 5De leden worden benoemd voor een periode van twee jaar. Voor de thans zittende leden is de zittingsperiode aangevangen op de datum waarop de benoeming door het college destijds is ingegaan. Het is voor de ontwikkeling van de cliëntenparticipatie belangrijk dat leden niet langer dan zes jaar deel uitmaken van de cliëntenraad.Herbenoeming met twee jaar is dus maximaal twee keer mogelijk. 

Artikel 6In het eerste lid is vastgelegd wanneer het lidmaatschap van de cliëntenraad, naast het periodiek aftreden, eindigt. In het tweede lid is beschreven hoe de procedure is als de cliëntenraad zelf het college verzoekt een lid uit te sluiten van deelname aan werkzaamheden van de cliëntenraad. 

Artikel 7De cliëntenraad kan niet functioneren als zij niet beschikt over bepaalde faciliteiten zoals een ruimte waarin en van waaruit zij de activiteiten kunnen ondernemen, toegang tot internet e.d. 

Artikel 8Dit artikel bevat de spelregels van het periodiek overleg zoals de frequentie en de partijen die aan het overleg deelnemen. In het derde lid is vastgelegd dat, indien het overleg door omstandigheden, tijdgebrek of overmacht niet mogelijk is, het hoofd de cliëntenraad daarvan onmiddellijk in kennis stelt. Uiteraard is het uitgangspunt dat deze situatie zich niet zal voordoen. Er moet alles aan worden gedaan om het overleg regulier doorgang te laten vinden.In het zesde lid is vastgelegd dat de in de overlegvergadering te bespreken stukken uiterlijk binnen twee weken voor die vergadering aan alle partijen worden toegezonden. Dit vormt de waarborg dat de cliëntenraad de gelegenheid heeft om zich goed voor te bereiden waarbij bijv. extern advies kan worden ingewonnen. Er kunnen zich echter situaties voordoen, bijv. als de situatie ook in belang van de cliënten vraagt om een snelle beslissing. Het uitgangspunt is dat deze situatie zich zo min mogelijk zal voordoen, ook door een goede planning van de zijde van de dienst- c.q. afdelingsleiding. 

Artikel 9Wil de cliëntenraad echt zinvol zijn, dan dient de cliëntenraad in een vroegtijdig stadium bij zaken betreffende beleidsvorming en beleidsuitvoering te worden betrokken. Alleen dan heeft zij voldoende tijd om, eventueel na het inwinnen van extern advies, tot een advies te komen waar de gehele organisatie iets aan heeft.Ook is het van belang dat niet alleen de cliëntenraad maar ook de wethouder en het hoofd onderwerpen ter bespreking op de agenda plaatsen. Zo is er reëel sprake van tweerichtingsverkeer. De cliëntenraad kan onderwerpen op de agenda laten plaatsen maar ook van de wethouder en het hoofd wordt verwacht dat zij onderwerpen agenderen om de mening van de cliëntenraad te peilen. Door in een vroegtijdig stadium de cliëntenraad bij (nieuw) beleid te betrekken, voorkomt het in de slotfase veel discussie en daardoor tijd. Bovendien heeft de cliëntenraad dan wezenlijk invloed. 

Artikel 10Dit artikel regelt de advisering van de cliëntenraad door een deskundige. Het uitgangspunt is dat van tevoren met het hoofd van de afdeling overeenstemming wordt bereikt over de kosten. Indien de overeenstemming onverhoopt niet zou worden bereikt beslist het college over de kosten. 

Artikel 11Het overleg stelt jaarlijks voor 1 maart het jaarverslag vast dat ter kennisname aan het college wordt gezonden. 

Artikel 12Door dit artikel is bij beleidsadviezen zichtbaar wat het standpunt van de cliëntenraad is. De colleges en de gemeenteraden zullen het advies van de cliëntenraad bij hun besluitvorming betrekken. 

Artikel 13

Behoeft geen nadere toelichting.