Beleidsregels gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen Gemeente Heusden 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 27-10-2026

Intitulé

Beleidsregels gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen Gemeente Heusden 2026

Het college van Heusden heeft in de vergadering van 6 oktober 2026

besloten:

de ‘Beleidsregels gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen Gemeente Heusden 2026’ vast te stellen.

Gelet op:

  • •

    Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • •

    Artikel 15 en 18 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994);

  • •

    Artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW);

Overwegende dat:

het wenselijk is om, waar dit noodzakelijk is voor de bereikbaarheid en zelfstandige mobiliteit van personen met een handicap, een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats op kenteken te kunnen instellen;

het wenselijk is om duidelijke en uniforme toetsingscriteria vast te stellen voor de beoordeling van aanvragen om een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats, zodat voor aanvragers inzichtelijk is onder welke omstandigheden een dergelijke parkeerplaats wordt toegekend en aanvragen op consistente wijze worden beoordeeld;

de beschikbare openbare ruimte en parkeercapaciteit schaars zijn en het reserveren van een openbare parkeerplaats voor één specifiek voertuig de gebruiksmogelijkheden voor anderen beperkt, zodat een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats uitsluitend wordt toegekend wanneer dit, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de aanvrager en de beschikbare alternatieven, noodzakelijk en doelmatig is.

Artikel 1 Definities

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    RVV 1990: het reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990;

  • b.

    WVW 1994: Wegenverkeerswet 21 april 1994;

  • c.

    motorvoertuigen: alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs een rails te worden voortbewogen;

  • d.

    gehandicaptenvoertuig: voertuig dat is ingericht voor het vervoer van een persoon met een handicap, niet breder is dan 1,10 meter en niet is uitgerust met een motor, dan wel is uitgerust met een motor waarvan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid niet meer dan 45 km per uur bedraagt, en geen bromfiets is;

  • e.

    parkeerplaats op eigen terrein:

    • i.

      een ruimte van minimaal 3,50 m breed en 5,50 m lang in de vorm van:

      • •

        een uitrit;

      • •

        ruimte vóór een individuele garage;

      • •

        ruimte op particuliere grond bij een woning die tijdens de aanleg bedoeld is of was als parkeergelegenheid;

    • ii.

      een parkeerplaats in een collectieve parkeergarage die (mede) voor de woning van de aanvrager bestemd is; en

    • iii.

      een parkeerplaats op kenteken waarover de aanvrager kan beschikken.

  • f.

    parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

  • g.

    algemene gehandicaptenparkeerplaats: parkeerplaats aangeduid met bord E6 uit bijlage I van het RVV 1990 waar uitsluitend mag worden geparkeerd door een gehandicaptenvoertuig

  • h.

    een gehandicaptenvoertuig; een motorvoertuig op meer dan twee wielen, waarin een geldige gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar is aangebracht;

  • i.

    gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats op kenteken: parkeerplaats aangeduid met bord E6 uit bijlage I van het RVV 1990 met onderbord, waar uitsluitend mag worden geparkeerd door de houder van de gekentekende gehandicaptenparkeerplaats met het voertuig voorzien van het kenteken waarvoor de gehandicaptenparkeerplaats gereserveerd is (hierna aangeduid als bezitter/bezit);

  • j.

    bestuurder: degene die het motorvoertuig of gehandicaptenvoertuig bestuurt;

  • k.

    college: college van burgemeester en wethouders;

  • l.

    CROW: afkorting van "Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Wateren Wegenbouw en de Verkeerstechniek", dit is een Nederlandse organisatie die kennis over verkeer en vervoer bundelt;

  • m.

    ASVV: afkorting van “Aanbevelingen Stedelijke Verkeersvoorzieningen”. Een handboek met aanbevelingen voor de inrichting van wegen binnen de bebouwde kom. Hierin is onder andere opgenomen in welke situaties bepaalde maatregelen effectief zijn en hoe ze het beste uitgevoerd kunnen worden. De ASVV 2021 is de vijfde en, ten tijde van de vaststelling van dit beleid, meest recente uitgave van de ASVV.

  • n.

    BABW: Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer

Artikel 2 Wettelijk kader

2.1 Inleiding

De gemeente Heusden is bevoegd om gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen in te stellen. In artikel 26 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 is bepaald dat voertuigen op een gehandicaptenparkeerplaats geparkeerd mogen worden met het zichtbaar tonen van een gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurders of de combinatie bestuurder/passagier. In paragraaf 2.2 wordt daarom kort ingegaan op het toekennen van gehandicaptenparkeerkaarten. Daarna worden de uitvoeringsvoorschriften van de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen beschreven.

2.2 Gehandicaptenparkeerkaarten

De wettelijke regels over het verstrekken en het gebruik van de gehandicaptenparkeerkaart zijn opgenomen in:

  • •

    de artikelen 49 tot en met 55 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (hierna: BABW);

  • •

    de artikelen 85 en 86 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990); en

  • •

    de Regeling gehandicaptenparkeerkaart.

2.3 Gehandicaptenparkeerplaatsen

In Nederland kunnen bevoegde organen twee soorten gehandicaptenparkeerplaatsen instellen, namelijk algemene gehandicaptenparkeerplaatsen en gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen. Deze beleidsregels gaat alleen in op de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen. Voor het instellen van algemene gehandicaptenparkeerplaatsen wordt uitgegaan van richtlijnen zoals bepaald in de CROW-richtlijnen.

2.3.1 Juridische grondslag

Voor het instellen van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt verkeersbord E6 geplaatst, met een onderbord waarop het kenteken van het betreffende voertuig staat vermeld. Op grond van artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) is hiervoor een verkeersbesluit vereist.

De wet bevat geen specifieke inhoudelijke criteria voor het aanwijzen van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats op kenteken. Gemeenten hebben daarom beleidsruimte om te bepalen onder welke voorwaarden een dergelijke parkeerplaats wordt aangewezen. De criteria waaraan een aanvrager moet voldoen, zijn opgenomen in de hoofdstukken 3 en 4.

Artikel 3 Aanvraag

3.1 Aanvraag

Een aanvraag voor een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt alleen in behandeling genomen als de aanvrager:

  • •

    volgens de Basisregistratie Personen (BRP) staat ingeschreven op het adres in de gemeente Heusden waarvoor de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt aangevraagd;

  • •

    de aanvraag digitaal indient, met gebruikmaking van het door de gemeente Heusden beschikbaar gestelde aanvraagformulier;

  • •

    het aanvraagformulier volledig en naar waarheid invult en ondertekent.

3.2 Beslissingstermijn

  • 1. Het college neemt binnen acht weken na de ontvangst een besluit op de aanvraag voor een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats.

  • 2. Het college kan deze beslissing, met redenen omkleed, maximaal zes weken verdagen. Voor afloop van de in het eerste lid van dit artikel gestelde termijn wordt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis gesteld.

3.3 Toewijzen gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen

In onderstaande paragrafen zijn de criteria voor de toewijzing van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats voor bestuurders en passagiers opgenomen. Deze criteria zijn noodzakelijk, omdat een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats beslag legt op de openbare parkeerruimte. De betreffende parkeerplaats kan daardoor niet meer door iedereen worden gebruikt, maar uitsluitend door het voertuig waarvoor de parkeerplaats is ingesteld.

De criteria waarborgen daarnaast dat de gereserveerde parkeerplaats daadwerkelijk geschikt en doelmatig is. Wanneer de parkeerplaats op grotere afstand dan 100 meter van de woning van de aanvrager wordt aangelegd, biedt deze onvoldoende ondersteuning bij de mobiliteitsbeperking van de aanvrager en schiet de voorziening haar doel voorbij. Een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt daarom alleen toegekend aan personen die aan de daarvoor vastgestelde criteria voldoen.

3.3.1 Bestuurders

Een aanvrager van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats dient in het bezit te zijn van een geldige gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurders.

Om voor een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats in aanmerking te komen, moet de aanvrager daarnaast eigenaar of houder zijn van een motorvoertuig op meer dan twee wielen, of beschikken over een motorvoertuig waarvan het kenteken aan de gehandicaptenparkeerkaart is gekoppeld. Als ook wordt voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen in paragraaf 3.5, kan een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats worden toegekend.

3.3.2 Passagiers

Een aanvrager die beschikt over een gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers komt in beginsel niet in aanmerking voor een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats op kenteken. De reden hiervoor is dat de bestuurder de passagier in de directe nabijheid van de woning kan laten in- en uitstappen en het voertuig vervolgens elders kan parkeren.

3.4 Algemene voorwaarden en toetsingsvolgorde

Naast de specifieke criteria voor bestuurders en passagiers gelden voor iedere aanvraag om een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats de volgende algemene voorwaarden. Het college beoordeelt de aanvraag stapsgewijs.

3.4.1 woonadres van de aanvrager

Een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt uitsluitend toegekend in de nabijheid van het adres waar de aanvrager volgens de Basisregistratie Personen staat ingeschreven en daadwerkelijk woonachtig is binnen de gemeente Heusden.

3.4.2 parkeergelegenheid op eigen terrein

Het college wijst de aanvraag af als de aanvrager beschikt of redelijkerwijs kan beschikken over een geschikte parkeergelegenheid op eigen terrein. Hieronder vallen in ieder geval:

  • •

    een garage;

  • •

    een erf;

  • •

    een eigen oprit met een minimale diepte van 5,50 meter en een minimale breedte van 3,50 meter.

  • •

    een garage of garagebox die op enige afstand van de woning ligt, mits deze op grond van het sociaal-medisch en verkeerskundig onderzoek geschikt en verantwoord wordt geacht voor gebruik door de aanvrager.

3.4.3 Verkeerskundig onderzoek

Voordat het college beslist op de aanvraag, laat het college onderzoeken of in de nabije openbare ruimte een geschikte en verkeersveilige locatie beschikbaar is.

De uitkomst van dit onderzoek wordt betrokken bij de beslissing om de aanvraag toe te kennen of af te wijzen.

3.5.4 beschikbaarheid van een geschikte openbare parkeerplaats

Een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt in beginsel ingericht in een bestaand openbaar parkeervak dat:

  • •

    voor de aanvrager geschikt en optimaal bruikbaar is;

  • •

    zo dicht mogelijk bij de woning van de aanvrager ligt;

  • •

    verkeersveilig kan worden gebruikt;

  • •

    technisch kan worden ingericht als gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats.

  • •

    Wanneer geen geschikte locatie beschikbaar is, kan het college de aanvraag afwijzen.

3.5 Bepalen van de exacte locatie

Als de aanvrager aan de voorwaarden voldoet, bepaalt het college vervolgens de exacte locatie van de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats. Daarbij worden, voor zover redelijkerwijs mogelijk, de volgende criteria in deze volgorde betrokken:

  • •

    Bestaand parkeervak

    De parkeerplaats wordt bij voorkeur ingericht in een bestaand openbaar parkeervak.

  • •

    Afstand tot de woning

    De parkeerplaats ligt zo dicht mogelijk bij de woning van de aanvrager. Hierbij geldt een richtafstand van maximaal 100 meter. Een parkeerplaats op grotere afstand biedt in beginsel onvoldoende ondersteuning bij de mobiliteitsbeperking van de aanvrager en kan daardoor het doel van de voorziening voorbijschieten.

  • •

    Verkeersveiligheid en doorstroming

    De locatie moet verkeersveilig zijn en mag de doorstroming van het verkeer niet belemmeren. Ook moeten de bereikbaarheid en doorgang voor hulpdiensten gewaarborgd blijven.

  • •

    Veilig in- en uitstappen

    De parkeerplaats moet voldoende ruimte bieden om veilig in en uit het voertuig te stappen. Daarbij wordt rekening gehouden met het eventuele gebruik van een loophulpmiddel, rolstoel of andere voorziening.

  • •

    Technische uitvoerbaarheid

    De aanleg moet technisch uitvoerbaar zijn. De parkeerplaats kan, wanneer dit noodzakelijk en uitvoerbaar is, worden aangepast overeenkomstig de geldende ASVV-richtlijnen.

  • •

    Gevolgen voor de openbare ruimte

    De inrichting mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van groenvoorzieningen, de openbare ruimte of de beschikbare parkeercapaciteit.

  • •

    Afweging tussen geschikte locaties

    Als meerdere geschikte locaties beschikbaar zijn, kiest het college voor de meest verkeersveilige en doelmatige oplossing. Daarbij wordt, voor zover mogelijk, ook rekening gehouden met de belangen van omwonenden.

Het college kan gemotiveerd afwijken van de richtafstand van 100 meter of van een ander uitgangspunt wanneer de plaatselijke omstandigheden daartoe aanleiding geven en de parkeerplaats voor de aanvrager nog steeds geschikt en doelmatig is.

3.6 Besluitvorming en verkeersbesluit

Als uit de toetsing blijkt dat de aanvrager in aanmerking komt voor een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats en een geschikte locatie beschikbaar is, neemt het college een verkeersbesluit. In dit verkeersbesluit wordt de betreffende parkeerplaats aangewezen door middel van verkeersbord E6, met een onderbord waarop het kenteken van het betreffende voertuig wordt vermeld.

Een besluit treedt op grond van artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht niet in werking voordat het is bekendgemaakt. Het verkeersbesluit wordt daarom bekendgemaakt op de wettelijk voorgeschreven wijze. De bekendmaking vermeldt in ieder geval:

  • •

    het genomen verkeersbesluit;

  • •

    de locatie van de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats;

  • •

    de datum van bekendmaking;

  • •

    de mogelijkheid om bezwaar te maken;

  • •

    de termijn waarbinnen bezwaar kan worden gemaakt.

Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na bekendmaking bezwaar maken bij het college van burgemeester en wethouders. Zij kunnen daarnaast bij de rechtbank Oost-Brabant een verzoek om een voorlopige voorziening indienen.

De aanvrager ontvangt afzonderlijk schriftelijk bericht over de beslissing op de aanvraag. Bij toekenning wordt meegedeeld dat de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats door middel van een verkeersbesluit wordt ingesteld.

3.7 Intrekkingsgronden

Het college kan het verkeersbesluit tot het instellen van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats intrekken:

  • a.

    als degene aan wie de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats is toegewezen, is verhuisd;

  • b.

    als degene aan wie de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats is toegewezen niet meer in het bezit is van een voertuig;

  • c.

    als een lid van het huishouden van de persoon met een gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers aan wie de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats is toegewezen, niet meer in het bezit is van een voertuig;

  • d.

    als degene aan wie de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats is toegewezen niet meer in het bezit is van een geldig rijbewijs;

  • e.

    als een lid van het huishouden van de persoon met een gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers aan wie de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats is toegewezen, niet meer in het bezit is van een geldig rijbewijs;

  • f.

    als degene aan wie de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats is toegewezen, is overleden;

  • g.

    als de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats is toegewezen op grond van door de aanvrager verstrekte onjuiste gegevens en de parkeerplaats niet zou zijn toegewezen indien de juiste gegevens ten tijde van de aanvraag en keuring bekend waren geweest;

  • h.

    als de gehandicaptenparkeerkaart is komen te vervallen (de geldigheidsduur hiervan is in de regel vijf jaar na het moment van afgifte) en geen nieuwe geldige gehandicaptenparkeerkaart aan de gemeente is overgelegd;

  • i.

    als degene aan wie de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats is toegewezen misbruik maakt of laat maken van de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats of de gehandicaptenparkeerkaart.

4. Uitvoeringsvoorschriften gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen

4.1 Inleiding

In dit hoofdstuk worden de uitvoeringsvoorschriften van de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen beschreven.

4.2 Locatie gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats

Een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt niet per definitie direct voor de woning van de aanvrager gelegd. De plaatsen worden verspreid over de openbare ruimte. Er wordt rekening gehouden met de al in de directe omgeving aanwezige gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats(en).

4.3 Aanleg gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats

Gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen kunnen op twee wijzen worden aangelegd, namelijk in een langsparkeervak of een haaksparkeervak . Een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt in beginsel ingesteld in een bestaand parkeervak.

Langsparkeervak

Als de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt ingesteld in een langsparkeervak, wordt het parkeervak in beginsel niet aangepast.

Als de aanvrager over een groter voertuig beschikt en een standaard langsparkeervak daardoor onvoldoende ruimte biedt voor het veilig in- en uitstappen, wordt beoordeeld of verlenging van het parkeervak noodzakelijk en mogelijk is. Indien verlenging nodig is, wordt het parkeervak, voor zover mogelijk, aangepast overeenkomstig de geldende ASVV-richtlijnen.

Bij de parkeerplaats worden de volgende voorzieningen getroffen:

  • •

    een verkeersbord E6 van bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) 1990 met een onderbord met kenteken. Het bord wordt op dusdanige wijze geplaatst, dat er geen belemmeringen zijn bij het instappen van het voertuig;

Haaksparkeervak

Als de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt ingesteld in een haaksparkeervak, wordt het parkeervak in beginsel niet aangepast.

Als de aanvrager over een groter voertuig beschikt en een standaard haaksparkeervak daardoor onvoldoende ruimte biedt voor het veilig in- en uitstappen, wordt beoordeeld of verbreding van het parkeervak noodzakelijk en mogelijk is. Indien verbreding nodig is, wordt het parkeervak, voor zover mogelijk, aangepast overeenkomstig de geldende ASVV-richtlijnen.

Bij de parkeerplaats worden de volgende voorzieningen getroffen:

  • •

    een verkeersbord E6 van bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) 1990 met een onderbord met kenteken. Het bord wordt op dusdanige wijze geplaatst, dat er geen belemmeringen zijn bij het instappen van het voertuig.

4.4 Verplaatsing gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats

Als de aanvrager verhuist en op het nieuwe adres opnieuw over een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wil beschikken, moet een nieuwe aanvraag worden ingediend waarbij wordt aangegeven dat het om een verplaatsing gaat. Voor de indiening van de aanvraag gelden dezelfde regels/vereisten als bij het indienen van een eerdere aanvraag voor een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats. De vergunningverlener zal moeten beoordelen of een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bij het nieuwe adres noodzakelijk en mogelijk is.

4.5 Wijzigingen in de persoonlijke situatie/gegevens

De houder van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats is verplicht de volgende wijzigingen schriftelijk aan de gemeente door te geven:

  • •

    wijziging van het kenteken van het voertuig van betrokkene;

  • •

    het niet meer in het bezit zijn van een motorvoertuig en/of geldend rijbewijs;

  • •

    het vervallen/wijzigen van de gehandicaptenparkeerkaart;

  • •

    het overlijden van de betrokkene (door echtgeno(o)t(e) of meerderjarige kinderen);

  • •

    de verhuizing van de betrokkene;

  • •

    het niet langer in staat zijn het betreffende voertuig te besturen en/of niet langer met het betreffende voertuig vervoerd kunnen worden.

4.6 Kosten van de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een gehandicaptenparkeerplaats worden leges in rekening gebracht. Deze kosten worden altijd bij de aanvrager in rekening gebracht, ongeacht de beslissing op de aanvraag. De hoogte van deze leges is terug te vinden in de tarieventabel van de op dat moment geldende legesverordening.

5. Slotbepalingen

5.1 Hardheidsclausule

Het college is bevoegd, in gevallen waarin de toepassing van deze beleidsregels naar zijn oordeel tot onaanvaardbare gevolgen leidt, af te wijken van deze beleidsregels.

5.2 Verwijzingen in beleid

Wijzigingen van de CROW-, ASVV- en andere landelijke richtlijnen worden gezien als aanpassingen van de verwijzingen in dit beleid.

5.3 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

5.4 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: ‘Beleidsregels gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen Gemeente Heusden 2026’.

Ondertekening

namens het college van Heusden,

de secretaris,

mr. H.J.M. Timmermans