Subsidieregeling huisvestingskosten focussporten hoogste landelijke niveau gemeente Raalte 2026-2028

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 24-10-2026

Intitulé

Subsidieregeling huisvestingskosten focussporten hoogste landelijke niveau gemeente Raalte 2026-2028

Burgemeester en wethouders van de gemeente Raalte;

gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Raalte 2014;

overwegende:

dat in het gemeentelijk sport- en beweegbeleid (Paraplunota Sport- en Beweegbeleid) een beleidskader is opgenomen om sportorganisaties binnen vier aangewezen focussporten te ondersteunen in de huisvestingskosten die samenhangen met sportbeoefening op het hoogste landelijke niveau;

dat sportorganisaties van de vier focussporten, aangepast badminton, BMX, handbal en voetbal, in aanmerking kunnen komen voor een bijdrage indien zij teams en/of sporters faciliteren op het hoogste landelijke niveau;

dat deze regeling uitsluitend voorziet in een bijdrage voor de reguliere huisvestingskosten die samenhangen met het gebruik van de voor wedstrijden en sportspecifieke trainingen benodigde sportaccommodaties door deze teams en/of sporters;

dat hiermee wordt beoogd de huisvestingskosten voor deze organisaties beheersbaar te houden en de continuïteit en kwaliteit van sport op het hoogste landelijke niveau binnen de gemeente Raalte te waarborgen;

dat de gemeenteraad in de begroting 2026, 2027 en 2028 eenmalig een totaalbudget voor topsport en talentontwikkeling beschikbaar heeft gesteld, waarvan deze regeling het onderdeel vormt dat ziet op topsport en waarvoor een afzonderlijk subsidieplafond geldt.

Besluiten

vast te stellen de Subsidieregeling huisvestingskosten focussporten hoogste landelijke niveau gemeente Raalte 2026-2028

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Aanvrager: een sportorganisatie die deel uitmaakt van de focussporten en een aanvraag indient voor subsidie op grond van deze regeling ten behoeve van teams en/of sporters die uitkomen op het hoogste landelijke niveau als bedoeld in deze regeling;

  • b.

    Asv: de Algemene subsidieverordening gemeente Raalte 2014;

  • c.

    Awb: de Algemene wet bestuursrecht;

  • d.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Raalte;

  • e.

    Focussporten: de in het gemeentelijk sport- en beweegbeleid aangewezen sporten: aangepast badminton, BMX, handbal en voetbal.

  • f.

    Hoogste landelijke niveau: het hoogste landelijke competitie- of prestatieniveau binnen de betreffende focussport. Hieronder wordt verstaan:

    • °

      voor seniorenteams: het hoogste door de sportbond georganiseerde landelijke competitieniveau, waaronder het hoogste landelijke amateurniveau;

    • °

      voor jeugdteams: het hoogste landelijke competitieniveau binnen de betreffende leeftijdscategorie;

    • °

      voor individuele sporters: het hoogste door de sportbond erkende landelijke prestatieniveau;

    • °

      indien geen sprake is van een competitie: het hoogste door de sportbond erkende landelijke prestatieniveau of een verenigingsoverstijgend opleidings- of ondersteuningstraject voor sporters die actief zijn op een van de hiervoor genoemde hoogste landelijke niveaus.

      Bij de beoordeling wordt aangesloten bij de indeling, niveaustructuur en erkende prestatieniveaus van de betreffende sportbond.

  • g.

    Huisvestingskosten: dedoor desportorganisatie daadwerkelijk gemaakte kosten die rechtstreeks samenhangen met het gebruik van sportaccommodaties binnen de gemeente Raalte die noodzakelijk zijn voor de beoefening van de focussport op het hoogste landelijke niveau. Hieronder worden uitsluitend kosten verstaan voor sportaccommodaties waar (competitie)wedstrijden, bekerwedstrijden, oefenwedstrijden, toernooien, sportspecifieke trainingen en trainingen die onderdeel uitmaken van een opleidings- of ondersteuningstraject plaatsvinden.

  • h.

    Sportaccommodatie: een binnen de gemeente Raalte gelegen sportvoorziening die naar aard, inrichting en gebruik bestemd en noodzakelijk is voor de beoefening van de betreffende focussport op het hoogste landelijke niveau en wordt gebruikt voor de activiteiten als bedoeld onder het begrip huisvestingskosten. Hieronder worden verstaan sporthallen, sportzalen, voetbalvelden en BMX-banen.

  • i.

    Sportorganisatie: een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zonder winstoogmerk die zich volgens haar statuten richt op het organiseren, beoefenen, bevorderen of ondersteunen van sportbeoefening binnen één van de focussporten.

  • j.

    Sportseizoen: de periode van 1 juli tot en met 30 juni van het daaropvolgende kalenderjaar.

Artikel 2. Toepassingsbereik en doel

  • 1. Deze regeling is van toepassing op subsidies die het college verstrekt voor de in deze regeling omschreven activiteiten.

  • 2. Het doel van deze regeling is sportorganisaties binnen de focussporten te ondersteunen bij het beheersbaar houden van de huisvestingskosten die samenhangen met sportbeoefening op het hoogste landelijke niveau, om de continuïteit en kwaliteit van sport op het hoogste landelijke niveau binnen de gemeente te waarborgen.

Artikel 3. Doelgroep

  • 1. Voor subsidie komen uitsluitend sportorganisaties in aanmerking die:

    • a.

      deel uitmaken van de focussporten, en

    • b.

      teams en/of individuele sporters faciliteren die de betreffende focussport beoefenen op het hoogste landelijke niveau.

  • 2. Indien sprake is van een team, heeft de subsidie betrekking op het team als geheel.

  • 3. Indien een sportorganisatie zowel teams als individuele sporters faciliteert die uitkomen op het hoogste landelijke niveau, kunnen de daarmee samenhangende subsidiabele huisvestingskosten gezamenlijk in aanmerking worden genomen.

  • 4. Onder individuele sporters als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden mede verstaan sporters die deelnemen aan een door de sportorganisatie verzorgd opleidings- of ondersteuningstraject als bedoeld in artikel 1, onderdeel f.

Artikel 4. Subsidiabele activiteiten en kosten

  • 1. Voor subsidie komen in aanmerking de huisvestingskosten die aantoonbaar en rechtstreeks samenhangen met het gebruik van een sportaccommodatie voor (competitie)wedstrijden, bekerwedstrijden, oefenwedstrijden, toernooien en sportspecifieke trainingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel g.

  • 2. Kosten komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien de activiteiten waarop deze kosten betrekking hebben:

    • a.

      hebben plaatsgevonden binnen het betreffende sportseizoen, en

    • b.

      hebben plaatsgevonden in een sportaccommodatie binnen de gemeente Raalte.

  • 3. Onder subsidiabele kosten als bedoeld in het eerste lid worden uitsluitend verstaan:

    • a.

      Kosten voor gebruik van een binnensportaccommodatie:

      • -

        Huurkosten, inclusief door de verhuurder of exploitant afzonderlijk in rekening gebrachte kosten voor kleedkamers en energie.

    • b.

      Kosten voor gebruik van een buitensportaccommodatie:

      • -

        Reguliere onderhouds-, gebruiks- en kapitaallasten van maximaal één sportveld en één BMX-baan, waaronder huur-, erfpacht- en vergelijkbare gebruiksrechten die rechtstreeks samenhangen met het gebruik van de sportaccommodatie;

      • -

        Reguliere onderhouds-, gebruiks- en kapitaallasten van vaste, sportspecifieke voorzieningen die onlosmakelijk onderdeel uitmaken van dat sportveld of die BMX-baan, waaronder BMX-startheuvels en -starthekken;

      • -

        Reguliere onderhouds-, gebruiks- en kapitaallasten van maximaal twee kleedkamers en de noodzakelijke sportveldverlichting die functioneel behoren bij dat sportveld of die BMX-baan, voor zover deze niet door de gemeente zijn vergoed of bekostigd.

  • 4. Indien subsidiabele kosten als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, niet afzonderlijk kunnen worden bepaald, kan gebruik worden gemaakt van een objectieve, redelijke en controleerbare verdeelsleutel, als bedoeld in Bijlage 1 bij deze regeling.

  • 5. Bij de bepaling van de subsidiabele kosten wordt uitgegaan van de daadwerkelijk door de aanvrager betaalde kosten. Indien op deze kosten BTW van toepassing is, wordt uitgegaan van het bedrag inclusief BTW, voor zover deze BTW niet kan worden verrekend of gecompenseerd.

  • 6. Wanneer een sportaccommodatie gelijktijdig wordt gebruikt voor zowel subsidiabele als niet-subsidiabele activiteiten, worden de huisvestingskosten volledig aangemerkt als subsidiabel. Dezelfde huisvestingskosten mogen slechts eenmaal voor subsidie in aanmerking worden gebracht.

  • 7. De subsidie wordt bepaald op basis van de subsidiabele huisvestingskosten van de aanvragende sportorganisatie. Indien een sporter tevens deelneemt aan activiteiten van een andere sportorganisatie, vormt dit geen belemmering voor subsidieverstrekking, mits geen sprake is van subsidiëring van dezelfde huisvestingskosten en iedere organisatie zelfstandig voldoet aan de voorwaarden van deze regeling.

Artikel 5. Niet-subsidiabele activiteiten en kosten

Voor subsidie komen in ieder geval niet in aanmerking:

  • a.

    kosten die geen direct verband houden met het gebruik van een sportaccommodatie als bedoeld in deze regeling;

  • b.

    kosten die door een sportbond rechtstreeks zijn of worden vergoed of bekostigd;

  • c.

    kosten die door de gemeente zijn vergoed of bekostigd;

  • d.

    kosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan een individuele sporter en niet aan het gebruik van de sportaccommodatie door de sportorganisatie;

  • e.

    kosten voor personeel, organisatie, vrijwilligers, spelers en topsportcontracten;

  • f.

    kosten voor persoonlijke uitrusting, sportmaterialen, verbruiksartikelen en schoonmaakkosten, waaronder kosten voor hars en schoonmaakmiddelen;

  • g.

    kosten voor accommodatie-inrichting, ondersteunende voorzieningen en beheermiddelen, waaronder tribunes, dug-outs, scoreborden, verhardingen, hekwerken, beregeningsinstallaties, reclamevoorzieningen, voertuigen, machines, gereedschappen en ander materieel;

  • h.

    kosten voor horeca, catering en representatie;

  • i.

    kosten voor reizen, vervoer en verblijf;

  • j.

    eenmalige investeringsuitgaven voor sportaccommodaties en sportvoorzieningen, waaronder renovaties, vervanging, groot onderhoud en de aanleg, uitbreiding of verzwaring van nutsvoorzieningen, aansluitingen en technische installaties;

  • k.

    kosten van gebouwen, ruimten en voorzieningen die niet rechtstreeks worden gebruikt voor de sportbeoefening, waaronder kantines, bestuurs-, opslag-, vergader-, jury- en scheidsrechterruimten;

  • l.

    algemene organisatiekosten, waaronder administratie-, bestuurs-, communicatie-, ICT- en verzekeringskosten;

  • m.

    BTW die kan worden verrekend of gecompenseerd.

Artikel 6. Subsidieplafond

Voor de uitvoering van deze regeling geldt een subsidieplafond van € 50.000 per kalenderjaar.

Artikel 7. Hoogte van de subsidie (kostencategorieën en verdeling subsidieplafond)

  • 1. De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van de subsidiabele huisvestingskosten per sportseizoen, volgens de volgende kostencategorieën:

    • a.

      € 0 tot en met € 15.000: een bijdrage van € 5.000;

    • b.

      Meer dan € 15.000 tot en met € 25.000: een bijdrage van € 10.000;

    • c.

      Meer dan € 25.000 tot en met € 35.000: een bijdrage van € 20.000;

    • d.

      Meer dan € 35.000: een bijdrage van € 25.000.

  • 2. Indien het totaal van de op grond van het eerste lid berekende subsidiebedragen hoger is dan het subsidieplafond, worden de subsidiebedragen naar rato van de berekende subsidiebedragen verlaagd totdat het subsidieplafond is bereikt.

  • 3. Indien het totaal van de op grond van het eerste lid berekende subsidiebedragen lager is dan het subsidieplafond, vloeien de resterende middelen terug naar de algemene middelen.

  • 4. Indien toepassing van het tweede lid leidt tot afrondingsverschillen, kan het college één of meer subsidiebedragen afronden zodat het subsidieplafond exact wordt bereikt.

  • 5. De subsidie is stapelbaar met andere subsidies vanuit het rijk, de provincie en de gemeente.

Artikel 8. Aanvraag

  • 1. De aanvraag wordt ingediend bij het college met gebruikmaking van het daarvoor bestemde aanvraagformulier.

  • 2. In afwijking van artikel 6, tweede en derde lid, van de Asv bevat de aanvraag ten minste:

    • a.

      een overzicht waaruit per team en/of sporter blijkt: op welk hoogste landelijke niveau sport wordt beoefend, het aantal gebruiksuren van de sportaccommodatie, en welke subsidiabele huisvestingskosten aan dat team en/of die sporter zijn toe te rekenen;

    • b.

      bewijsstukken waaruit blijkt dat de opgevoerde subsidiabele huisvestingskosten daadwerkelijk zijn gemaakt en voor rekening van de aanvrager zijn gekomen, zoals facturen, betaalbewijzen, jaarrekeningen, leningoverzichten of andere verifieerbare financiële documenten. Door de aanvrager opgestelde overzichten zonder onderliggende bewijsstukken worden niet als voldoende onderbouwing aangemerkt.

  • 3. De aanvraag heeft uitsluitend betrekking op activiteiten en kosten die zijn gemaakt in het sportseizoen waarvoor subsidie wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 9.

  • 4. Per sportseizoen kan door een sportorganisatie slechts eenmaal subsidie worden aangevraagd.

  • 5. Het college kan aanvullende informatie vragen die nodig is voor de beoordeling van de aanvraag.

Artikel 9. Aanvraagtermijn en beoordeling

  • 1. De subsidieregeling heeft een looptijd van drie jaren en geldt uitsluitend voor drie sportseizoenen:

    • a.

      sportseizoen 2025-2026;

    • b.

      sportseizoen 2026-2027;

    • c.

      sportseizoen 2027-2028.

  • 2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten en kosten die betrekking hebben op een van de in het eerste lid genoemde sportseizoenen.

  • 3. Een aanvraag wordt uiterlijk op 1 november ingediend volgend op afloop van het sportseizoen waarop de aanvraag betrekking heeft. Voor het sportseizoen 2025-2026 geldt een aanvraagtermijn tot en met 1 november 2026.

  • 4. Aanvragen die na de in het derde lid genoemde datum worden ontvangen, worden niet in behandeling genomen.

  • 5. Alle tijdig en volledig ingediende aanvragen worden na sluiting van de aanvraagtermijn gelijktijdig beoordeeld.

  • 6. Indien de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Awb in de gelegenheid wordt gesteld de aanvraag aan te vullen, geldt als ontvangstdatum de datum waarop de aanvraag volledig is ontvangen.

Artikel 10. Beslistermijn

Het college beslist binnen 5 weken na afloop van de in artikel 9 genoemde termijn voor het indienen van aanvragen.

Artikel 11. Directe vaststelling

  • 1. De subsidie wordt, in afwijking van artikel 4:44 van de Awb en artikelen 14 en 15 van de Asv, direct vastgesteld bij het besluit op de aanvraag.

  • 2. De subsidie wordt vastgesteld op basis van de goedgekeurde subsidiabele kosten, met inachtneming van de artikelen 4 tot en met 8.

Artikel 12. Betaling

Betaling van de subsidie vindt in één keer plaats na de vaststelling van de subsidie.

Artikel 13. Slotbepalingen

  • 1. Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.

  • 2. Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2028.

  • 3. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling huisvestingskosten focussporten hoogste landelijke niveau gemeente Raalte 2026-2028.

Ondertekening

Aldus vastgesteld te Raalte op 20 oktober 2026

Burgemeester en wethouders van de gemeente Raalte,

de secretaris

Monique van Esterik

de burgemeester

Rob Zuidema

Bijlage 1: Toelichting op artikel 4 Subsidiabele activiteiten en kosten buitensportaccommodatie

Bij buitensportaccommodaties maken de vaste sportspecifieke voorzieningen, kleedkamers en sportverlichting vaak onderdeel uit van een grotere sportaccommodatie. Daardoor kunnen de reguliere onderhouds-, gebruiks- en kapitaallasten van deze onderdelen niet altijd afzonderlijk worden bepaald.

Indien deze kosten niet afzonderlijk kunnen worden bepaald, mag de sportorganisatie gebruik maken van een objectieve, redelijke en controleerbare verdeelsleutel.

De sportorganisatie licht de gehanteerde verdeelsleutel bij de aanvraag toe en voegt de daarbij behorende onderbouwing toe.

De verdeelsleutel kan bijvoorbeeld worden gebaseerd op een meerjarenonderhoudsplan, boekwaarde, gebruiksuren, oppervlakte of andere objectief verifieerbare gegevens waaruit het aandeel van de subsidiabele kosten redelijk kan worden afgeleid.

De gemeente beoordeelt of de gehanteerde verdeelsleutel voldoende redelijk en controleerbaar is.

Een door de aanvrager opgesteld overzicht zonder onderliggende onderbouwing wordt niet als voldoende bewijs aangemerkt.

Bijlage 2: Toelichting op artikel 7 Hoogte van de subsidie (kostencategorieën en verdeling subsidieplafond)

Hoe wordt de subsidie berekend?

De subsidie wordt per sportseizoen vastgesteld aan de hand van de subsidiabele huisvestingskosten die in dat sportseizoen zijn gemaakt. Het aantal teams en/of sporters dat actief is op het hoogste landelijke niveau, de hoogte van de subsidiabele huisvestingskosten en de verdeling van het subsidieplafond kunnen per sportseizoen verschillen. Daardoor kan ook de hoogte van de subsidie verschillen.

Aan een subsidie die voor een eerder sportseizoen is verstrekt, kunnen geen rechten worden ontleend voor een volgend sportseizoen.

Na afloop van de aanvraagtermijn worden alle tijdig en volledig ingediende aanvragen gelijktijdig beoordeeld. Per aanvrager wordt vastgesteld hoeveel teams en/of sporters op het hoogste landelijke niveau actief zijn en welke subsidiabele huisvestingskosten in het betreffende sportseizoen daadwerkelijk zijn gemaakt.

Op basis van de subsidiabele huisvestingskosten wordt de aanvrager ingedeeld in de kostencategorie als bedoeld in artikel 7, eerste lid. Aan iedere kostencategorie is een subsidiebedrag gekoppeld.

Vervolgens wordt vastgesteld of het totaal van de op grond van de kostencategorie berekende subsidiebedragen binnen het subsidieplafond blijft.

Indien het totaal van de berekende subsidiebedragen hoger is dan het subsidieplafond, worden de subsidies naar rato verlaagd. Iedere aanvrager die voor subsidie in aanmerking komt, ontvangt in dat geval hetzelfde percentage van het berekende subsidiebedrag, zodat het subsidieplafond niet wordt overschreden.

Indien het totaal van de berekende subsidiebedragen lager is dan het subsidieplafond, vloeien de resterende middelen terug naar de algemene middelen.

Hieronder zijn rekenvoorbeelden opgenomen. Aan deze voorbeelden kunnen geen rechten worden ontleend.

De definitieve subsidie wordt door het college vastgesteld op basis van de ingediende aanvraag en de bepalingen van de subsidieregeling.

Rekenvoorbeelden

Het subsidiebudget (subsidieplafond) bedraagt € 50.000.

Sportorganisatie

Subsidiabele

huisvestingskosten

Kostencategorie

Subsidie

A

€ 40.000

Meer dan € 35.000

€ 25.000

B

€ 22.000

Meer dan € 15.000 t/m € 25.000

€ 10.000

C

€ 12.000

€ 0 t/m € 15.000

€ 5.000

D

€ 18.000

Meer dan € 15.000 t/m € 25.000

€ 10.000

E

€ 9.000

€ 0 t/m € 15.000

€ 5.000

€ 55.000

Overschrijding subsidieplafond

Het totaal van de subsidies bedraagt € 55.000. Dit is € 5.000 meer dan het subsidieplafond van € 50.000.

Op grond van artikel 7, tweede lid, worden de subsidiebedragen daarom naar rato verlaagd.

De wegingsfactor bedraagt: € 50.000 / € 55.000 = 90,91%.

Sportorganisatie

Subsidie volgens kostencategorie

Subsidie na verdeling*

A

€ 25.000

€ 22.726

B

€ 10.000

€ 9.091

C

€ 5.000

€ 4.546

D

€ 10.000

€ 9.091

E

€ 5.000

€ 4.546

€ 55.000

€ 50.000

*Afrondingsverschillen