Beleidsregels Sociaal Medische Indicatie (SMI) voor Kinderopvang Diemen 2027

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-01-2027

Intitulé

Beleidsregels Sociaal Medische Indicatie (SMI) voor Kinderopvang Diemen 2027

Inleiding

Deze beleidsregels zijn door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Diemen vastgesteld op grond van artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: “Awb”) en artikel 160, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet (hierna: “Gemw”).

Een Sociaal Medische Indicatie (SMI) is een gemeentelijke vangnetvoorziening waarvoor geen specifieke wettelijke regeling bestaat. Gemeenten ontvangen hiervoor middelen uit de algemene uitkering van het gemeentefonds en hebben beleidsvrijheid om voorwaarden, omvang en uitvoering van deze regeling vast te leggen. Deze beleidsregels vormen de nadere uitwerking voor de verstrekking van een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van sociale en/of medische omstandigheden.

Artikel 1 – Doel en reikwijdte

Een SMI is een vangnetregeling voor gezinnen zonder recht op kinderopvangtoeslag waarbij sociale en/of medische problematiek bij een ouder/verzorger leidt tot een tijdelijke noodzaak voor dagopvang voor het kind/de kinderen en voorliggende voorzieningen niet passend of niet beschikbaar zijn. Toekenning van een SMI voor buitenschoolse opvang (BSO) is alleen mogelijk bij uitzondering en na advies van de SMI-arts bij medische noodzaak of het Sociaal Team Diemen bij sociale noodzaak.

Een SMI geeft ouders/verzorgers tijdelijk ruimte om hun situatie te stabiliseren. Daarbij wordt verwacht dat zij actief werken aan herstel, zodat de inzet van een SMI kan worden afgebouwd. Een SMI wordt niet toegekend voor problematiek of zorgen in de ontwikkeling van het kind of de kinderen. Een SMI is geen vervanging voor jeugdhulp; wanneer sprake is van ontwikkelings- of opgroeiproblematiek wordt verwezen naar de Brede HOED voor passende ondersteuning. Een SMI wordt niet ingezet als crisishulp.

Een SMI is geen inkomensvoorziening en vervangt het recht op kinderopvangtoeslag niet. Een SMI wordt niet ingezet wanneer het ontbreken van kinderopvangtoeslag het gevolg is van administratieve omstandigheden, zoals het niet (tijdig) aanvragen van kinderopvangtoeslag of het niet aanleveren van gegevens aan de Belastingdienst.

Artikel 2 – Doelgroep

Tot de doelgroep behoren gezinnen waarvan:

  • a.

    de ouders/verzorgers geen recht hebben op kinderopvangtoeslag en;

  • b.

    ouders/verzorgers te maken hebben met sociale en/of medische problematiek en;

  • c.

    ouders/verzorgers en kind(eren) staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Diemen en;

  • d.

    de kinderen nog geen gebruik maken van de middelbare school.

Het behoren tot de doelgroep betekent niet automatisch dat aanspraak bestaat op een SMI.

Artikel 3 – Aanvraag en behandeltermijn

3.1 Aanvrager

De aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van een SMI wordt ingediend door de ouder of verzorger die is ingeschreven in de BRP van de gemeente Diemen en bij wie het kind zijn hoofdverblijf heeft. De ouder/verzorger is verantwoordelijk voor het volledig en naar waarheid verstrekken van de gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag.

3.2 Indienen van de aanvraag

De aanvraag wordt ingediend via het door de gemeente beschikbaar gestelde (digitale) aanvraagformulier en bevat in ieder geval:

  • a.

    persoonsgegevens van de ouder/verzorger en het kind/de kinderen;

  • b.

    een noodzakelijkheidsverklaring van een betrokken hulpverlener;

  • c.

    een offerte of plaatsingsvoorstel van de kinderopvang;

  • d.

    overige gegevens die noodzakelijk zijn voor een zorgvuldige beoordeling van de aanvraag.

3.3 Toestemming

De ouder/verzorger geeft bij de aanvraag expliciet toestemming voor het opvragen, verstrekken en verwerken van noodzakelijke (medische en/of sociale) gegevens bij betrokken professionals, voor zover dit noodzakelijk is voor de beoordeling van de aanvraag, de uitvoering van de SMI en de toepassing van de hardheidsclausule.

3.4 Behandeltermijn

Het college beslist op een volledige aanvraag binnen acht weken na ontvangst. Als meer tijd nodig is voor een zorgvuldig onderzoek, kan de beslistermijn eenmalig met maximaal vier weken worden verlengd. De ouder/verzorger wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld, onder vermelding van de reden van de verlenging.

Een aanvraag voor verlenging van een SMI wordt uiterlijk acht weken vóór afloop van de lopende indicatie ingediend.

3.5 Onvolledige aanvragen

Als de aanvraag onvolledig is, wordt de ouder/verzorger schriftelijk verzocht om de ontbrekende gegevens binnen een door de gemeente gestelde termijn aan te vullen. De beslistermijn wordt opgeschort vanaf het moment van dit verzoek totdat de aanvullende gegevens zijn ontvangen.

3.6 Verlate aanvragen

Ouders/verzorgers zijn verantwoordelijk voor het tijdig indienen van de aanvraag. Kosten die worden gemaakt voor kinderopvang zonder dat een SMI-beschikking is verleend, komen niet in aanmerking voor vergoeding door de gemeente.

Wanneer een verlengingsaanvraag niet tijdig - overeenkomstig artikel 3.4 - wordt ingediend, wordt deze aangemerkt als een nieuwe aanvraag. Voor een nieuwe aanvraag gelden de reguliere termijnen en voorwaarden. Over de periode tussen het aflopen van de eerdere SMI-beschikking en de datum waarop een nieuwe beschikking wordt afgegeven, kan geen tegemoetkoming in de kosten worden toegekend.

3.7 Niet in behandeling genomen aanvragen

De aanvraag wordt niet in behandeling genomen als:

  • a.

    de aanvraag onvolledig is en de aanvrager, na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, de ontbrekende gegevens niet binnen de gestelde termijn heeft aangeleverd;

  • b.

    de aanvrager, nadat de aanvrager daartoe in de gelegenheid is gesteld, onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat noodzakelijk is voor de beoordeling van de aanvraag, waardoor het college de aanvraag niet kan beoordelen. Hieronder wordt in ieder geval verstaan het niet, niet tijdig of niet volledig reageren op verzoeken om informatie van de gemeente, het Sociaal Team Diemen of een SMI-arts;

  • c.

    de aanvraag niet is ondertekend of niet is ingediend op de voorgeschreven wijze en dit, na een verzoek tot herstel, niet is hersteld.

Als de aanvraag niet in behandeling wordt genomen, wordt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 4 – Advies bij ingediende aanvragen

4.1 Advies bij beoordeling aanvragen

Het college wint advies in wanneer dit noodzakelijk is voor een zorgvuldige beoordeling van de aanvraag. Advies is niet vereist wanneer de noodzaak voor een SMI op basis van de overgelegde stukken evident aanwezig is of wanneer de aanvraag evident niet voldoet aan de voorwaarden voor toekenning.

In deze gevallen kan het college een besluit nemen zonder advies van een SMI‑arts of het Sociaal Team Diemen.

4.2 BRP-controle en onderzoek hulpverlening

Het college kan eigen onderzoek verrichten ter onderbouwing van een besluit. Dit onderzoek kan onder meer bestaan uit een controle van de inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) en het verifiëren van de noodzakelijkheidsverklaring bij de betrokken hulpverlener of overige bij de aanvraag genoemde professionals.

4.3 Advies door SMI-arts (GGD Amsterdam-Amstelland)

Als medisch advies noodzakelijk wordt geacht, brengt een SMI‑arts (GGD Amsterdam-Amstelland) advies uit in de volgende situaties:

  • a.

    bij een nieuwe aanvraag voor een SMI;

  • b.

    bij een verlengingsaanvraag;

  • c.

    bij de beoordeling van afbouw van kinderopvang binnen de verlengingsperiode;

  • d.

    bij een verzoek om toepassing van de hardheidsclausule.

Het advies van de SMI-arts bevat een oordeel over de noodzaak, aard en duur van de opvang. Hierbij worden geen medische of anderszins herleidbare bijzondere persoonsgegevens verstrekt, tenzij dit noodzakelijk is en de ouder/verzorger hiervoor uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven. Het advies kan een globale inhoudelijke toelichting bevatten, voor zover dit noodzakelijk is voor een zorgvuldige besluitvorming.

De ouder/verzorger wordt door de SMI-arts in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van het advies voordat dit aan het college wordt verstrekt. De ouder/verzorger kan het verstrekken van het advies aan het college weigeren (blokkeringsrecht). Als de ouder/verzorger gebruik maakt van dit recht en het advies niet aan het college wordt verstrekt, kan dit tot gevolg hebben dat de aanvraag niet (volledig) kan worden beoordeeld, hetgeen gevolgen kan hebben voor de beoordeling en uitkomst van de aanvraag.

Een SMI-arts werkt onafhankelijk en kent geen overlap in taken of taakuitvoering met de aan het consultatiebureau verbonden jeugdarts in de gemeente Diemen.

4.4 Advies door het Sociaal Team Diemen

Het Sociaal Team wordt betrokken voor advies in de volgende situaties:

  • a.

    bij een nieuwe aanvraag voor een SMI;

  • b.

    bij een verlengingsaanvraag;

  • c.

    bij de beoordeling van afbouw van kinderopvang binnen de verlengingsperiode;

  • d.

    bij een verzoek om toepassing van de hardheidsclausule.

Het advies van het Sociaal Team Diemen richt zich op de sociale noodzaak die voortvloeit uit de gezinssituatie. Daarbij wordt aandacht besteed aan de mogelijkheden binnen het sociale netwerk, de draagkracht van het gezin en de beschikbaarheid van informele ondersteuning. Ook wordt beoordeeld of sprake is van samenloop met andere vormen van ondersteuning binnen het sociaal domein en of aanvullende sociale interventies mogelijk zijn die de inzet van SMI kunnen voorkomen, beperken of op termijn kunnen afbouwen.

Het advies van het Sociaal Team Diemen bevat een beoordeling van de sociale noodzaak en kan een globale inhoudelijke toelichting bevatten op de gezinssituatie, voor zover dit noodzakelijk is voor de besluitvorming. Er worden geen herleidbare bijzondere persoonsgegevens verstrekt, tenzij de ouder/verzorger hiervoor uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven.

4.5 Toepassing advies

De adviezen van zowel de SMI‑arts als het Sociaal Team Diemen worden betrokken bij de besluitvorming. Deze adviezen zijn niet bindend; het college is zelfstandig verantwoordelijk voor de beoordeling en besluitvorming op de aanvraag. Als het college afwijkt van een uitgebracht advies, wordt dit in de beschikking uitdrukkelijk gemotiveerd.

4.6 Termijn advisering SMI-arts en Sociaal Team Diemen

Het college verlangt van de SMI‑arts en het Sociaal Team Diemen dat adviezen binnen een redelijke termijn, bij voorkeur binnen vier weken na verzoek, worden uitgebracht om de behandeltermijn van de aanvraag te kunnen waarborgen.

4.7 Dossiervorming

Het college draagt zorg voor een zorgvuldige en volledige dossiervorming, overeenkomstig de eisen van de Awb. Het dossier bevat alle relevante gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling, uitvoering, voortzetting en beëindiging van de SMI.

Artikel 5 – Voorwaarden voor toekenning en afwijzingsgronden

5.1 Voorwaarden voor toekenning

Voor toekenning van een SMI gelden de volgende voorwaarden:

  • a.

    Gedurende de looptijd van een SMI is actieve hulpverlening aanwezig of is aantoonbaar hulpverlening aangevraagd, gericht op herstel of stabilisering van de situatie van de ouders/verzorgers. De ouders/verzorgers werken aantoonbaar mee aan herstel, waaronder deelname aan behandeling of ondersteuning die door professionals wordt geadviseerd.

  • b.

    De ouders/verzorgers overleggen een noodzakelijkheidsverklaring van een betrokken hulpverlener, waaruit blijkt dat kinderopvang tijdelijk noodzakelijk is om de sociale en/of medische problematiek op te vangen.

  • c.

    Er zijn geen passende voorliggende voorzieningen beschikbaar die de inzet van een SMI kunnen voorkomen of vervangen. De beoordeling of voorliggende voorzieningen beschikbaar en toereikend zijn, ligt bij het college.

    • •

      Een SMI wordt niet toegekend wanneer bestaande voorzieningen (zoals voorschoolse educatie, hulp via de Jeugdwet, Wmo-ondersteuning of informele opvang) toereikend zijn.

    • •

      Informele opvang door familie of netwerk wordt alleen als passende voorziening beschouwd wanneer deze veilig, haalbaar en redelijk is. Informele opvang wordt niet als voorliggende voorziening aangemerkt wanneer sprake is van risico’s voor de veiligheid, privacy of belastbaarheid van het netwerk.

De noodzaak voor een tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang op basis van een SMI wordt per kind vastgesteld. Een tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang op basis van een SMI voor één kind in het gezin, geeft niet automatisch recht op een tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang op basis van een SMI voor andere kinderen in het gezin.

5.2 Afwijzingsgronden

De aanvraag wordt afgewezen als:

  • a.

    de aanvrager niet behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 2;

  • b.

    gebruik kan worden gemaakt van een voorliggende voorziening die naar het oordeel van het college passend en toereikend is, waaronder in ieder geval wordt begrepen kinderopvangtoeslag;

  • c.

    er geen noodzaak kan worden aangetoond voor inzet van een sociaal-medische indicatie voor kinderopvang;

  • d.

    de gevraagde voorziening niet noodzakelijk of niet passend wordt geacht op basis van het onderzoek;

  • e.

    de aangevraagde opvang niet in redelijkheid bijdraagt aan het doel van de regeling;

  • f.

    voor dezelfde periode en omstandigheden al een besluit is genomen en geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden;

  • g.

    de aanvraag betrekking heeft op een periode waarvoor al een aanvraag in behandeling is.

Artikel 6 – Ingangsdatum SMI

De tegemoetkoming wordt verleend voor het aantal dagen kinderopvang dat in de beschikking is opgenomen. De tegemoetkoming gaat in op de datum die in de beschikking is vermeld. Een SMI wordt niet met terugwerkende kracht toegekend, ook niet wanneer opvang al heeft plaatsgevonden op advies van een hulpverlener zonder dat een beschikking is afgegeven.

Artikel 7 – Duur, omvang en tijdelijkheid

De eerste toekenning geldt voor maximaal 12 maanden en maximaal 2 dagen per week. De totale duur van de SMI bedraagt in beginsel maximaal 24 maanden, inclusief verlenging(en). Een verlenging kan worden aangevraagd voor maximaal 12 maanden en maximaal 2 dagen per week. De maximale omvang van 2 dagen per week volgt uit het vangnetkarakter van de voorziening en sluit aan bij de doelstelling om tijdelijke ontlasting te bieden.

Bij verlenging moet er zicht zijn op afbouw van het aantal benodigde opvangdagen op basis van de SMI, tenzij de SMI-arts of het Sociaal Team Diemen anders adviseert.

Bij iedere (verlengings)beoordeling wordt het tijdelijkheidscriterium toegepast. Verlenging kan slechts als vastgesteld is dat:

  • a.

    aantoonbare vooruitgang zichtbaar is;

  • b.

    tijdelijke ontlasting nog noodzakelijk is;

  • c.

    perspectief bestaat op beëindiging binnen 12 maanden;

  • d.

    alternatieven niet passend zijn.

Indien niet volledig wordt voldaan aan bovenstaande voorwaarden, maar voortzetting van een SMI noodzakelijk wordt geacht en geen passende alternatieven beschikbaar zijn, kan het college beoordelen of toepassing van de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 13 aan de orde is.

Artikel 8 – Beschikking

In de beschikking wordt het besluit op de aanvraag voor de SMI voor kinderopvang vermeld. De beschikking bevat een motivering van het besluit en informatie over de mogelijkheden voor bezwaar en beroep.

In de beschikking wordt in ieder geval vastgelegd:

  • a.

    voor welk kind of welke kinderen de tegemoetkoming wordt toegekend;

  • b.

    welke kinderopvang wordt toegekend en bij welke organisatie en locatie de opvang wordt afgenomen;

  • c.

    voor hoeveel dagen kinderopvang de tegemoetkoming wordt verleend;

  • d.

    voor welke periode de tegemoetkoming wordt toegekend;

  • e.

    welke verplichtingen voor de ouders/verzorgers gelden.

Artikel 9 – Informatieplicht

9.1 Informatieplicht ouders/verzorgers

De ouders of verzorgers zijn verplicht onverwijld alle wijzigingen te melden die van invloed kunnen zijn op de beoordeling of voortzetting van een SMI. Dit betreft in ieder geval wijzigingen in:

  • a.

    de hulpverlening, waaronder:

    • -

      het stopzetten, wijzigen of niet kunnen voortzetten van behandeling of begeleiding;

    • -

      wijzigingen in de aard, intensiteit of betrokken professionals;

  • b.

    de gezinssituatie, waaronder:

    • -

      wijziging van de gezinssamenstelling;

    • -

      verhuizing of wijziging van het woonadres;

    • -

      wijziging in de zorgtaken binnen het huishouden;

  • c.

    de sociale en/of medische omstandigheden van de ouders/verzorgers of het gezin;

  • d.

    overige omstandigheden die redelijkerwijs relevant zijn voor de beoordeling van de noodzaak, omvang of duur van een SMI.

Het niet nakomen van deze informatieplicht kan gevolgen hebben voor het recht op de tegemoetkoming en kan leiden tot opschorting, beëindiging of, indien sprake is van onjuiste of onvolledige informatieverstrekking, terugvordering.

9.2 Informatieplicht kinderopvang

De kinderopvangorganisatie informeert de gemeente wanneer sprake is van langdurige of herhaaldelijke afwezigheid van het kind, of wanneer zich signalen voordoen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling of voortzetting van de SMI-tegemoetkoming. Deze informatie wordt uitsluitend gedeeld voor zover noodzakelijk voor een zorgvuldige uitvoering van de regeling.

Artikel 10 – Opschorting en beëindiging

De gemeente kan de verleende SMI-tegemoetkoming opschorten of beëindigen wanneer blijkt dat niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden voor toekenning. Opschorting of beëindiging kan plaatsvinden als:

  • a.

    de hulpverlening eenzijdig door aanvrager wordt stopgezet, succesvol wordt afgerond of een andere voorziening voorliggend blijkt;

  • b.

    de ouder/verzorger niet of onvoldoende meewerkt aan de afspraken of interventies die zijn gericht op herstel of stabilisatie, of wanneer adviezen van betrokken hulpverleners structureel niet worden opgevolgd;

  • c.

    de sociale en/of medische noodzaak is weggevallen, bijvoorbeeld omdat de situatie van de ouder/verzorger zodanig is verbeterd dat kinderopvang via een SMI niet langer noodzakelijk is of omdat er passende voorliggende voorzieningen beschikbaar zijn gekomen;

  • d.

    de ouders/verzorgers en het kind/de kinderen niet langer staan ingeschreven in de BRP van de gemeente Diemen;

  • e.

    de informatieplicht van de ouder/verzorger niet is nageleefd, en daardoor niet kan worden vastgesteld of nog aan de voorwaarden voor een SMI wordt voldaan;

  • f.

    de ouder/verzorger weigert mee te werken aan evaluatiemomenten, waardoor niet kan worden vastgesteld of nog aan de voorwaarden voor voortzetting van een SMI wordt voldaan.

Opschorting geldt totdat voldoende duidelijkheid is verkregen over de actuele omstandigheden. Beëindiging vindt plaats wanneer wordt vastgesteld dat het recht op de tegemoetkoming definitief is komen te vervallen. Als het college voornemens is de SMI‑tegemoetkoming tussentijds te beëindigen op basis van feiten of omstandigheden die niet afkomstig zijn van de ouder/verzorger en die voor de ouder/verzorger nadelige gevolgen kunnen hebben, stelt het college de ouder/verzorger vooraf schriftelijk op de hoogte van dit voornemen en wordt de gelegenheid geboden een zienswijze in te dienen (artikel 4:8 Awb).

Artikel 11 – AVG-rechten en dossierverwerking

Ouders/verzorgers hebben op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) recht op inzage in hun dossier, het ontvangen van een kopie daarvan, en op correctie of verwijdering van persoonsgegevens die door de gemeente worden verwerkt. Voor zover persoonsgegevens noodzakelijk zijn voor de beoordeling, uitvoering of voortzetting van de SMI-tegemoetkoming, kan het college een verzoek tot verwijdering geheel of gedeeltelijk afwijzen. Als het verwijderen van gegevens ertoe leidt dat de gemeente niet langer kan vaststellen of recht op een SMI bestaat, kan dit aanleiding zijn voor opschorting of beëindiging van de SMI-tegemoetkoming, conform artikel 10. De verwerking van persoonsgegevens in het kader van de SMI vindt plaats overeenkomstig de AVG, de Uitvoeringswet AVG en het privacybeleid van de gemeente Diemen.

Artikel 12 – Overgangsrecht

De tegemoetkomingen die onder de Beleidsregels Sociaal Medische Indicatie uit 2020 zijn toegekend, blijven van kracht onder de voorwaarden en uitgangspunten die golden op het moment van verstrekking, totdat de oorspronkelijke indicatieperiode is afgelopen. Voor alle nieuwe aanvragen en voor verlengingen van lopende indicaties die worden beoordeeld na de inwerkingtreding van deze beleidsregels, geldt uitsluitend de systematiek zoals vastgelegd in deze nieuwe SMI-regeling. Als de toepassing van de nieuwe regels voor een ouder of verzorger gunstiger uitpakt dan voortzetting onder de oude voorwaarden, kan op verzoek een vrijwillige overstap naar de nieuwe regeling plaatsvinden, mits dit naar oordeel van het college zorgvuldig en uitvoerbaar is.

Artikel 13 – Hardheidsclausule

In uitzonderlijke situaties kan het college afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, indien toepassing daarvan voor de ouder/verzorger of het gezin leidt tot onevenredige gevolgen die niet in overeenstemming zijn met het doel en de strekking van de SMI. Van een uitzonderlijke situatie is uitsluitend sprake wanneer duidelijk is dat de toepassing van de beleidsregels zou leiden tot een situatie waarin de veiligheid, stabiliteit en/of het welzijn van het gezin in het gedrang komt. Afwijking van de beleidsregels vindt slechts plaats op basis van een gemotiveerd advies van een SMI-arts of het Sociaal Team Diemen, waarin de noodzaak en proportionaliteit van de afwijking worden onderbouwd. Als voor de toepassing van de hardheidsclausule het gebruik van inhoudelijke of medische gegevens noodzakelijk is, geschiedt dit uitsluitend met uitdrukkelijke toestemming van de ouder/verzorger. Het college motiveert een besluit tot toepassing van de hardheidsclausule uitdrukkelijk in de beschikking. Gebruik van de hardheidsclausule vormt geen recht op structurele inzet van een SMI, maar betreft een tijdelijk maatwerkbesluit dat periodiek wordt beoordeeld.

Artikel 14 – Slotbepalingen

14.1 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2027.

14.2 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Sociaal Medische Indicatie voor kinderopvang Diemen 2027.

14.3 Uitvoering door derden

Het college kan voor de uitvoering van deze beleidsregels gebruikmaken van een externe partij. Deze partij handelt de aanvragen af in opdracht van en onder verantwoordelijkheid van het college. De verwerking van persoonsgegevens door deze partij vindt plaats overeenkomstig de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), de Uitvoeringswet AVG en de met deze partij gesloten verwerkersovereenkomst.

14.4 Onvoorzien

In gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het college.

14.5 Intrekking oude beleidsregels

Met de inwerkingtreding van deze beleidsregels worden de “Beleidsregels Sociaal Medische Indicatie” uit 2020 ingetrokken.

Ondertekening

Toelichting Beleidsregels Sociaal Medische Indicatie (SMI) voor kinderopvang Diemen 2027

Artikel 1 – Doel en reikwijdte

Een SMI biedt tijdelijke ondersteuning aan ouders/verzorgers die door sociale en/of medische problemen moeite hebben om de dagelijkse zorg voor hun kind(eren) te combineren met herstel of behandeling. Een SMI is bedoeld voor situaties waarin geen recht op kinderopvangtoeslag bestaat en voorliggende voorzieningen niet passend of niet beschikbaar zijn. Ondersteuning voor ontwikkelings- of gedragsproblemen van kinderen valt buiten de sociaal medische indicatie en hoort binnen het kader van de Jeugdwet.

Een SMI is niet bedoeld als crisishulp of als vervangen van kinderopvangtoeslag. Het ontbreken van kinderopvangtoeslag door administratieve omstandigheden vormt geen grond voor een SMI. Buitenschoolse opvang kan uitsluitend bij uitzondering worden toegekend, wanneer dit op grond van de sociale of medische situatie noodzakelijk wordt geacht.

Artikel 2 – Doelgroep

De regeling geldt voor:

  • -

    gezinnen waarvan alle gezinsleden ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Diemen

  • -

    geen recht hebben op kinderopvangtoeslag

  • -

    waarbij de ouders/verzorgers te maken hebben met sociale en/of medische problematiek en waarin het kind binnen de in de beleidsregels gestelde leeftijdsgrens valt.

Het college beoordeelt per situatie of hiervan sprake is.

Alle genoemde voorwaarden moeten tegelijk van toepassing zijn. Hiermee wordt duidelijk voor welke gezinnen de gemeente ondersteuning kan bieden.

Artikel 3 – Aanvraag en behandeltermijn

Een besluit wordt genomen zodra alle benodigde documenten zijn aangeleverd en beoordeeld. De gemeente werkt met vaste termijnen om duidelijkheid te geven over het moment van besluitvorming. Mocht een aanvraag niet volledig zijn, krijgt ouder/verzorger de kans om de ontbrekende gegevens aan te leveren.

Voor de beoordeling van de aanvraag geeft de aanvrager toestemming voor het opvragen en verwerken van noodzakelijke gegevens bij betrokken professionals. Soms zijn extra gegevens nodig om de aanvraag goed te kunnen beoordelen. Denk bijvoorbeeld aan informatie over de sociale of medische situatie, de betrokken hulpverlening of andere voorzieningen die het gezin ontvangt. Het college vraagt alleen gegevens op die nodig zijn voor de beoordeling.

Een aanvraag voor verlenging van een SMI moet acht weken voor het aflopen van de indicatie worden aangevraagd. Wordt een verlenging te laat ingediend, dan geldt deze aanvraag als nieuwe aanvraag en kan geen vergoeding worden toegekend over de tussenliggende periode.

Artikel 4 – Advies bij ingediende aanvragen

Voor zorgvuldige beoordeling van de aanvraag over de sociale en/of medische noodzaak voor een SMI kan de gemeente advies vragen aan de SMIarts of het Sociaal Team Diemen. Dit is niet altijd nodig: in die situaties kan de gemeente zonder advies besluiten. Adviezen helpen bij een zorgvuldige beoordeling, maar zijn niet bindend. De gemeente kan zelf aanvullend onderzoek doen wanneer dat nodig is.

Bij medische advisering heeft de ouder/verzorger het recht om het advies eerst in te zien en kan besluiten dit niet te delen met de gemeente (blokkeringsrecht). In dat geval kan de aanvraag mogelijk niet volledig worden beoordeeld. Zowel de SMI-arts als het Sociaal Team delen alleen noodzakelijke informatie en geen herleidbare bijzondere persoonsgegevens zonder toestemming.

Artikel 5 – Voorwaarden voor toekenning

De SMI wordt alleen toegekend wanneer sprake is van tijdelijke sociale en/of medische noodzaak, passende hulpverlening is gestart of aantoonbaar is aangevraagd en andere oplossingen niet voldoende passend of voorliggend zijn. Informele opvang (bijvoorbeeld door familie of vrienden) kan alleen meetellen als deze veilig en haalbaar is. Ouders/verzorgers moeten meewerken aan hun herstel en belangrijke wijzigingen doorgeven. De SMI is nadrukkelijk een tijdelijke voorziening en wordt alleen ingezet als geen passende voorliggende oplossing beschikbaar is.

Artikel 6 – Ingangsdatum

De SMI gaat pas in vanaf de datum die in de beschikking staat. De gemeente vergoedt nooit kosten die zijn gemaakt voordat de SMI is toegekend.

Artikel 7 – Duur, omvang en tijdelijkheid

De ondersteuning is tijdelijk en bedoeld om ouders/verzorgers ruimte te bieden voor herstel. De SMI kan aan de start maximaal voor 12 maanden worden toegekend en kan in totaal met nog maximaal 12 maanden worden verlengd. De maximale omvang van een SMI is dus 24 maanden. De opvang bedraagt maximaal twee dagen per week. Bij verlenging moet zichtbaar zijn dat de situatie verbetert en dat de inzet van de SMI kan worden afgebouwd.

In uitzonderlijke situaties kan de gemeente beoordelen of toepassing van de hardheidsclausule mogelijk is.

Artikel 8 – Beschikking

In de beschikking is opgenomen op welke datum de aanvraag is ontvangen en, indien van toepassing, vanaf welke datum de tegemoetkoming ingaat. Ook staat vermeld voor welk kind of welke kinderen de tegemoetkoming wordt toegekend en bij welke kinderopvangorganisatie en locatie de opvang plaatsvindt. Daarnaast wordt vastgelegd voor welke periode de tegemoetkoming wordt toegekend en voor hoeveel dagen kinderopvang deze geldt. Ook worden de verplichtingen van de ouder of verzorger opgenomen, waaronder de informatieplicht en de verplichting om actief mee te werken aan hulpverlening.

Als sprake is van een verlenging, wordt in de beschikking opgenomen op welke wijze het aantal opvangdagen geleidelijk wordt afgebouwd. Hierbij wordt rekening gehouden met de voortgang van het herstel van de ouder of verzorger en, indien van toepassing, met het advies van de SMI-arts en/of het Sociaal Team Diemen.

Artikel 9 – Informatieplicht

Ouders/verzorgers moeten wijzigingen in hun situatie direct doorgeven aan de gemeente, omdat deze gevolgen kunnen hebben voor het recht op SMI. Kinderopvangorganisaties melden langdurige afwezigheid of relevante signalen. Dit is nodig om rechtmatigheid te waarborgen.

Artikel 10 – Opschorting en beëindiging

Een SMI kan worden gepauzeerd of stopgezet wanneer de omstandigheden veranderen, de noodzaak wegvalt of wanneer ouders/verzorgers niet langer meewerken aan de voorwaarden. Als de gemeente een SMI wil stopzetten voordat de indicatie afloopt op basis van informatie die niet door de ouder/verzorger zelf is aangeleverd, krijgt de ouder/verzorger de mogelijkheid om een zienswijze te geven voordat een definitief besluit wordt genomen.

Artikel 11 – AVG-rechten en dossierverwerking

Ouders/verzorgers hebben recht op inzage in hun dossier. Ook kunnen zij een kopie aanvragen. Zij mogen ook vragen om een aanpassing of verwijdering van persoonsgegevens die door de gemeente worden verwerkt. Soms kan verwijdering niet worden toegewezen, omdat bepaalde gegevens nodig zijn om het recht op een SMI vast te stellen. Als gegevens ontbreken, kan dat gevolgen hebben voor het voortzetten van een SMI.

Artikel 12 – Overgangsrecht

Bestaande SMI-beschikkingen onder de oude beleidsregels (Beleidsregels Sociaal Medische Indicatie) uit 2020 blijven gelden tot de einddatum. Nieuwe aanvragen en verlengingen vallen onder de nieuwe regels.

Artikel 13 – Hardheidsclausule

De hardheidsclausule biedt ruimte om in uitzonderlijke situaties af te wijken van de beleidsregels wanneer toepassing daarvan tot onevenredige nadelige gevolgen zou leiden. Hierdoor is maatwerk mogelijk in uitzonderlijke situaties, onderbouwd door deskundig advies. Er wordt altijd gekeken naar de noodzaak, veiligheid en omstandigheden van het gezin.

Artikel 14 – Slotbepalingen

Artikel 14 bepaalt wanneer de beleidsregels in werking treden en onder welke naam zij worden aangehaald. Ook wordt vastgelegd dat de gemeente de uitvoering van de regeling kan laten ondersteunen door een externe partij die onder verantwoordelijkheid van het college werkt. Tot slot is opgenomen dat het college beslist in situaties die niet expliciet in deze beleidsregels zijn geregeld, zodat de regeling in de praktijk altijd kan worden toegepast.

Toelichting Beleidsregels Sociaal Medische Indicatie (SMI) voor kinderopvang Diemen 2027 (B1)

Wat is een SMI?

Soms heeft u tijdelijk hulp nodig bij de zorg voor uw kind. Bijvoorbeeld door een ernstige ziekte, psychische klachten, herstel na een operatie, overbelasting, een verslaving of ingrijpende problemen in de thuissituatie. Met een Sociaal Medische Indicatie (SMI) kan de gemeente tijdelijk bijdragen aan de kosten van kinderopvang. De kinderopvang geeft u tijdelijk meer ruimte om te werken aan herstel of om uw situatie te verbeteren.

Voor wie is een SMI?

U kunt mogelijk een SMI krijgen als:

  • -

    u in de gemeente Diemen woont en;

  • -

    uw kind in de gemeente Diemen woont en;

  • -

    u geen recht heeft op kinderopvangtoeslag en;

  • -

    u door medisch of sociale problemen tijdelijk hulp nodig heeft.

  • -

    De gemeente bekijkt per aanvraag of u aan de voorwaarden voldoet.

Wanneer krijgt u geen SMI?

U krijgt geen SMI:

  • -

    als u recht heeft op kinderopvangtoeslag;

  • -

    als een andere oplossing voldoende helpt;

  • -

    voor problemen in de ontwikkeling of het gedrag van uw kind;

  • -

    voor een acute noodsituatie;

  • -

    als de kinderopvangtoeslag ontbreekt doordat een aanvraag niet of te laat is gedaan.

Hoe vraagt u een SMI aan?

U vraagt een SMI aan met een formulier van de gemeente. Bij uw aanvraag stuurt u informatie over uzelf en uw kind mee. Ook levert u een verklaring van een hulpverlener en informatie van de kinderopvang aan. Soms heeft de gemeente meer informatie nodig om uw aanvraag te beoordelen. Als er gegevens ontbreken, vraagt de gemeente u om deze alsnog aan te leveren.

Hoe beoordeelt de gemeente de aanvraag?

De gemeente kijkt of kinderopvang tijdelijk nodig is. Daarvoor kan de gemeente advies vragen aan een SMI-arts of het Sociaal Team Diemen. Soms is advies niet nodig omdat de situatie al duidelijk genoeg is.

Hoe lang duurt een SMI?

Een SMI wordt tijdelijk gegeven. De eerste periode duurt maximaal 12 maanden. Daarna kunt u opnieuw een aanvraag doen voor een verlenging. De totale duur is normaal gesproken maximaal 24 maanden. U kunt maximaal 2 dagen kinderopvang per week krijgen. De gemeente bekijkt regelmatig of de opvang nog nodig is.

Wat verwachten wij van u?

Als u een SMI krijgt, verwachten wij dat u meewerkt aan de hulp of begeleiding die nodig is. Veranderingen in uw situatie moet u direct doorgeven aan de gemeente. Ook vragen wij u om deel te nemen aan gesprekken over hoe het met u gaat en of de opvang nog nodig is.

Welke veranderingen moet u doorgeven?

Vertel het direct aan de gemeente als er iets verandert in uw situatie. Bijvoorbeeld als uw hulp of behandeling stopt, als u gaat samenwonen of scheiden, als u verhuist of als uw gezondheid verandert. Zijn er andere veranderingen die belangrijk kunnen zijn voor uw SMI? Geef die dan ook zo snel mogelijk door.

Wanneer stopt een SMI?

De gemeente kan stoppen met de SMI als:

  • -

    de opvang niet meer nodig is;

  • -

    er een andere oplossing beschikbaar is;

  • -

    u niet meewerkt aan hulp of gesprekken;

  • -

    u belangrijke informatie niet doorgeeft;

  • -

    u niet meer voldoet aan de voorwaarden van de regeling.

  • -

    Soms stopt de gemeente de SMI tijdelijk totdat duidelijk is wat uw situatie is.

Heeft u vragen?

Neem contact op met de gemeente Diemen. U kunt een e-mail sturen naar info@diemen.nl of bellen naar 020 31 44 888. De gemeente kan uitleg geven over de voorwaarden van de regeling, het aanvragen van een SMI, de documenten die u nodig heeft en de beoordeling van uw aanvraag.