Verordening op de raadscommissies gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 22-10-2026

Intitulé

Verordening op de raadscommissies gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2026

De raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk;

gelezen het voorstel van het presidium van 15-6-2026;

gelet op artikel 82 en 149 van de Gemeentewet;

Besluit

vast te stellen de Verordening op de raadscommissies gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2026

Hoofdstuk 1: Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • -

    commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;

  • -

    commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;

  • -

    commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;

  • -

    griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;

  • -

    wet: Gemeentewet

  • -

    raadscommissie: commissie zoals bedoeld in artikel 82 Gemeentewet

  • -

    bestuurscommissie: commissie zoals bedoeld in artikel 83 Gemeentewet

  • -

    auditcommissie: commissie zoals bedoeld in artikel 84 Gemeentewet

  • -

    enquêtecommissie: commissie zoals bedoeld in artikel 155a Gemeentewet

Hoofdstuk 2: Instelling, taken en samenstelling raadscommissies

Artikel 2. Instelling raadscommissies

  • 1.

    De raad stelt de volgende raadsadviescommissies in:

    • a.

      de raadscommissie Ruimte;

    • b.

      de raadscommissie Samenleving;

    • c.

      de raadscommissie Bestuur en Financiën.

  • 2.

    De raadscommissie Ruimte adviseert en overlegt over allerhande zaken op het gebied van de ruimtelijke ordening, waaronder:

    • a.

      ruimtelijke ordening;

    • b.

      openbare ruimte;

    • c.

      monumentenzorg;

    • d.

      volkshuisvesting.

  • 3.

    De raadscommissie Samenleving adviseert en overlegt over allerhande zaken op het gebied van sociale zaken, welzijn en milieu waaronder:

    • a.

      onderwijs;

    • b.

      sociale voorzieningen;

    • c.

      welzijn;

    • d.

      kunst en cultuur.

  • 4.

    De raadscommissie Bestuur en Financiën adviseert en overlegt over allerhande zaken op het gebied van bestuurlijke en financiële zaken, waaronder:

    • a.

      algemeen bestuur;

    • b.

      openbare orde en veiligheid;

    • c.

      financiën;

    • d.

      natuur en milieu, jacht en visserij en het Natuur en Recreatieschap Reeuwijkse Plassen en omgeving.

  • 5.

    Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, beslist de agendacommissie dat een algemene commissievergadering wordt belegd of dat de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, het onderwerp behandelt.

  • 6.

    Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, de taken van de commissievoorzitter.

Artikel 3. Taken

Een raadscommissie:

  • a.

    brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben;

  • b.

    kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a, en

  • c.

    voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder a.

Artikel 4. Samenstelling

  • 1.

    Een raadscommissie bestaat uit ten minste één en maximaal twee commissieleden per fractie en een commissievoorzitter.

  • 2.

    De commissieleden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd.

  • 3.

    Zowel raadsleden als niet-raadsleden kunnen lid zijn. De artikelen 10, 11, 12 en 13 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn.

  • 4.

    Het aantal commissieleden niet zijnde raadsleden is gemaximaliseerd op 3 per fractie.

Artikel 5. Voorzitter

  • 1.

    De commissievoorzitters en hun plaatsvervangers worden door de raad uit zijn midden benoemd.

  • 2.

    De commissievoorzitter is geen lid van de raadscommissie.

  • 3.

    De commissievoorzitter is belast met:

    • a.

      het leiden van de vergadering;

    • b.

      het handhaven van de orde;

    • c.

      hetgeen deze verordening hem opdraagt.

Artikel 6. Zittingsduur en vacatures

  • 1.

    De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.

  • 2.

    Het lidmaatschap van een commissielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen.

  • 3.

    De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen.

  • 4.

    De raad kan de commissievoorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.

  • 5.

    Een commissielid en -voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.

  • 6.

    Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.

  • 7.

    Het lidmaatschap van commissieleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.

Artikel 7. De commissiegriffier

  • 1.

    De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar aan als commissiegriffier.

  • 2.

    Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen.

  • 3.

    Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een door de griffier van de raad aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar.

  • 4.

    Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.

Hoofdstuk 2a: Overige commissies

Artikel 8. Auditcommissie, werkgeverscommissie en commissie integriteit

  • 1.

    De raad stelt een auditcommissie, werkgeverscommissie en commissie integriteit in.

  • 2.

    De werkzaamheden en het reglement zijn vastgelegd in de verordening op de auditcommissie, respectievelijk de verordening werkgeverscommissie en de verordening op de commissie integriteit van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk.

Artikel 9. Enquêtecommissie

  • 1.

    De raad kan op voorstel van een of meer van zijn leden een onderzoek naar het door het college of de burgemeester gevoerde bestuur instellen, zoals bedoeld in artikel 155a Gemeentewet.

  • 2.

    De raad stelt voor de taak bedoeld in lid 1 een enquêtecommissie in, zoals bedoeld in artikel 155a, lid 3, Gemeentewet. Aan deze commissie wordt budget ter beschikking ten behoeve van het te verrichten onderzoek.

  • 3.

    De voorzitter van de commissie is in verband met de voorbereiding van de behandeling van het onderzoek bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen.

  • 4.

    De commissievoorzitter kan op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en deze zo nodig uitnodigen daartoe in een zitting te verschijnen.

  • 5.

    Indien aanvullend onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter op verlangen van de commissie dit onderzoek houden.

  • 6.

    De uit het onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift bij het advies gevoegd.

Artikel 10. Inspraak- en presentatieraad

  • 1.

    Voorafgaand aan de commissiecyclus is er een inspraak- en presentatieraad die invulling geeft aan artikel 7 van de Participatieverordening Bodegraven-Reeuwijk en de bijbehorende bijlage. De bepalingen uit het vermelde artikel zijn van toepassing op deze inspraak- en presentatieraad.

  • 2.

    De bepalingen over de raadscommissies in deze verordening op de raadscommissies zijn eveneens van toepassing op de inspraak- en presentatieraad, met uitzondering van artikel 20.

  • 3.

    Naast de inspraak door inwoners en/of belanghebbenden kunnen er tijdens de inspraak- en presentatieraad ambtelijke presentaties gegeven worden welke geagendeerd zijn via de agendacommissie.

  • 4.

    De maximale duur van een ambtelijke presentatie is 30 minuten en afhankelijk van de ruimte op de agenda.

  • 5.

    Petities, peilingen en vergelijkbare initiatieven worden in de raadsvergadering aangeboden indien daarbij geen mondelinge toelichting wordt gegeven en geen gelegenheid bestaat voor het stellen van vragen door raadsleden.

  • 6.

    Petities, peilingen en vergelijkbare initiatieven worden in de inspraak- en presentatieraad aangeboden indien de aanbieder een mondelinge toelichting geeft en raads- en commissieleden gelegenheid hebben vragen te stellen.

Hoofdstuk 3: Aanwezigheid derden

Artikel 11. Aanwezigheid

De burgemeester en de wethouders en ambtenaren hebben toegang tot de commissievergaderingen en kunnen op uitnodiging van de voorzitter deelnemen aan de beraadslagingen.

Hoofdstuk 4: Vergaderingen

Paragraaf 1 Voorbereidingen

Artikel 12. Vergaderfrequentie

  • 1.

    De vergaderingen van de raadscommissie worden telkens bij de aanvang van een schooljaar opgenomen in een vergaderschema, dat wordt vastgesteld door het presidium van de raad.

  • 2.

    De vergaderingen van de raadscommissies vangen in principe aan om 20.00 uur, en worden beëindigd om 23:00 uur tenzij de commissie anders besluit.

  • 3.

    Een raadscommissie vergadert voorts indien de commissievoorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken.

  • 4.

    De commissievoorzitter kan in bijzondere gevallen een ander aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de griffier.

Artikel 13. Oproep en agenda

  • 1.

    De agendacommissie heeft tot taak het voorlopig vaststellen van de agenda’s van de raadscommissies.

  • 2.

    De commissievoorzitter zendt ten minste tien dagen voor een vergadering de commissieleden een digitale oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken.

  • 3.

    In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden.

  • 4.

    Op de stukken, bedoeld in het tweede en derde lid, is artikel 14, tweede lid, van toepassing.

  • 5.

    De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren of de volgorde van de behandeling van agendapunten wijzigen. Hiervoor gelden dezelfde aanlevertermijn als genoemd in lid 2 en 3.

  • 6.

    Voorstellen tot toevoeging aan de agenda binnen 48 uur voor aanvang van de vergadering vereisen een tweederde meerderheid van de aanwezige commissieleden.

  • 7.

    Artikel 3 lid 5 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad is van toepassing bij het niet behandelen van geagendeerde onderwerpen of voorstellen.

Artikel 14. Ter inzage leggen van stukken

  • 1.

    Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep digitaal in het raadsinformatiesysteem ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving.

  • 2.

    Informatie van de raadscommissie of aan de raadscommissie verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va, van de wet geheimhouding is opgelegd, worden digitaal via een besloten systeem ter beschikking gesteld.

Artikel 15. Openbare kennisgeving

Commissievergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in het raadsinformatiesysteem op de website van de gemeente.

Paragraaf 2. Vergadering

Artikel 16. Presentielijst

  • 1.

    De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van vergaderingen.

  • 2.

    Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden de presentielijst, die aan het einde van elke vergadering door de commissievoorzitter en de commissiegriffier door ondertekening wordt vastgesteld.

Artikel 17. Opening vergadering en quorum

  • 1.

    Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van de fracties vertegenwoordigd is.

  • 2.

    Als op grond van het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.

  • 3.

    Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende commissieleden tegenwoordig is.

Artikel 18. Technische vragen

  • 1.

    Raads- en commissieleden kunnen technische vragen stellen aan het college en de burgemeester over de voor de commissie- of raadsvergadering geagendeerde voorstellen.

  • 2.

    Technische vragen worden in principe uiterlijk 60 uur voor de in lid 1 bedoelde vergadering digitaal ingediend bij de griffie.

  • 3.

    De griffie bepaalt in overleg met de voorzitter of de vragen naar hun aard en formulering passen bij het instrument.

  • 4.

    De beantwoording door het college of de burgemeester vindt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 5 werkdagen na indiening en zo mogelijk nog voor de vergadering plaats. De beantwoording wordt digitaal aangeleverd.

  • 5.

    Indien de beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de griffier hiervan gemotiveerd in kennis. Daarbij wordt ook de termijn aangegeven waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden.

  • 6.

    De griffie brengt de vragen en beantwoording zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad, het college en de burgemeester.

Artikel 19. Verslag

  • 1.

    De griffie draagt zorg voor verslagen van vergaderingen.

  • 2.

    Bij het begin van de vergadering wordt, zo mogelijk, het verslag van de vorige vergadering vastgesteld.

  • 3.

    Uit een verslag blijkt in ieder geval:

    • a.

      de namen van de commissievoorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de commissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;

    • b.

      een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

    • c.

      een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers;

    • d.

      een samenvatting van het advies aan de raad met vermelding van de namen van de commissieleden die mededeling hebben gedaan van hun goed- of afkeuring en met aantekening van de namen van de commissieleden die zich niet hebben uitgelaten;

    • e.

      bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 24 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen, en

    • f.

      de toezeggingen gedaan door het college.

  • 4.

    Een conceptverslag wordt gelijktijdig met de verzending aan de commissieleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de vergadering waarop het betrekking heeft.

  • 5.

    Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de commissievoorzitter en commissiegriffier.

  • 6.

    Elektronisch beschikbare verslagen worden in het raadsinformatiesysteem op de website van de gemeente geplaatst.

Artikel 20. Aantal spreektermijnen en spreektijden

  • 1.

    Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de commissie anders beslist.

  • 2.

    Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.

  • 3.

    Commissieleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel.

  • 4.

    Per termijn is er één woordvoerder per fractie.

  • 5.

    Bij de bepaling hoeveel keer een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

  • 6.

    De commissievoorzitter kan voorafgaand of tijdens de vergadering bepalen dat er vergaderd wordt met spreektijden volgens het reglement spreektijden gemeenteraad Bodegraven-Reeuwijk.

Artikel 21. Voorstellen van orde

  • 1.

    De commissievoorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.

  • 2.

    Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.

  • 3.

    Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond.

Artikel 22. Handhaving orde

  • 1.

    De commissievoorzitter handhaaft de orde.

  • 2.

    Commissieleden vragen het woord aan de voorzitter door handopsteking, de voorzitter bepaalt wie op welk moment het woord voert. De spreker opent de microfoon en/of spreekt pas nadat het woord is gegeven door de voorzitter.

  • 3.

    De commissievoorzitter kan sprekers het woord ontnemen.

  • 4.

    Indien een spreker zich, ter beoordeling aan de voorzitter, beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de beraadslaging over dat onderwerp het woord ontnemen.

  • 5.

    De commissievoorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten.

  • 6.

    De commissievoorzitter kan de commissie voorstellen om aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming van het voorstel verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig laat de voorzitter hem verwijderen.

  • 7.

    Na herhaling van de in het vierde lid bedoelde gedragingen kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. De raad neemt hierover een besluit op voorstel van de voorzitter van de raad en na afstemming in het presidium. In de raadsvergadering wordt niet over het voorstel beraadslaagd.

Artikel 23. Schorsingen

Op voorstel van de commissievoorzitter of op verzoek van een commissielid kan worden besloten om een vergadering voor een door de voorzitter vast te stellen tijd te schorsen.

Artikel 24. Deelname aan beraadslagingen door anderen

  • 1.

    Een raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

  • 2.

    Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de commissievoorzitter of een commissielid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.

Artikel 25. Advies; geen stemmingen

  • 1.

    Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies.

  • 2.

    In het advies worden opgenomen de standpunten van alle fracties en commissieleden die geen raadslid zijn.

  • 3.

    De voorzitter van de gemeenteraad stelt mede op basis van dit advies de voorlopige raadsagenda voor.

  • 4.

    Een raadscommissie kan op voorstel van de commissievoorzitter of een commissielid een voorstel of onderwerp aanhouden om te behandelen in een volgende commissievergadering.

  • 5.

    Wanneer een raadscommissie unaniem een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht is artikel 3 lid 4 van de het Reglement van orde van de gemeenteraad van toepassing.

  • 6.

    In een commissievergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde.

  • 7.

    Ieder aanwezig commissielid heeft één stem.

Hoofdstuk 5: Besloten vergaderingen

Artikel 26. Toepassing verordening op besloten vergaderingen

Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 27. Verslag besloten vergadering

  • 1.

    Conceptverslagen van besloten vergaderingen worden digitaal via een besloten systeem ter beschikking gesteld aan de commissieleden.

  • 2.

    Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het verslag.

  • 3.

    De vastgestelde verslagen worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend.

Artikel 28. Opheffing geheimhoudin

Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.

Hoofdstuk 6: Toehoorders en pers

Artikel 29. Toehoorders en pers

  • 1.

    Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.

  • 2.

    Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.

  • 3.

    De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.

  • 4.

    Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.

Artikel 30. Geluid- en beeldregistraties

Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

Hoofdstuk 7: Slotbepalingen

Artikel 31. Uitleg verordening

In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de commissievoorzitter.

Artikel 32. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de raadscommissies gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2026.

Artikel 33. Intrekking oude verordening

De Verordening op de raadscommissies gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2015 wordt ingetrokken.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk, gehouden op 14 oktober 2026.

De griffier,

drs. J.H. Rijs MMC

Toelichting Verordening op de raadscommissies gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2026

Artikelsgewijs

Artikel 3. Taken

De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet (hierna: wet). De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met het college of de burgemeester. Wat betreft de invulling van de taken van de raadscommissies zijn ruwweg twee modellen te onderscheiden. In het eerste model is een raadscommissie vooral gericht op voorbereiding en informatievoorziening en vindt het politieke debat plaats in de raad, in het tweede vindt het politieke debat plaats in een raadscommissie en geschiedt de besluitvorming door de raad.

De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan.

De raadscommissie bepaalt evenals de raad haar eigen agenda. Dit betekent dat niet het college, maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt besproken. In artikel 3 van het Model Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2018 is om dit te coördineren een agendacommissie ingericht. Deze commissie is verantwoordelijk voor de inhoudelijke afstemming van raads- en commissievergaderingen. Veelal zal het echter wel zo zijn dat een onderwerp eerst in een raadscommissie wordt besproken.

Tegenwoordig komen varianten van vergaderen voor die geen vaste samenstelling hebben. Te denken valt aan vergaderingen in sessies en vergadertafel. De wettelijke bepalingen omtrent de raadscommissies zijn, ondanks het feit dat er niet gesproken kan worden van een vaste samenstelling, op deze varianten van vergaderen van toepassing. Indien vergaderingen in het teken staan van de voorbereiding van besluitvorming van de raad en het overleg met het college of de burgemeester, is er sprake van een raadscommissie. Dergelijke voorbereiding van de besluitvorming van de raad is exclusief voorbehouden aan de raadscommissies en kan niet worden opgedragen aan overige commissies. Er dient bij deze varianten van vergaderen dus rekening gehouden te worden met alle vereisten die voor een raadscommissie gelden zoals een evenwichtige vertegenwoordiging (artikel 82, derde lid, van de wet).

Artikel 4. Samenstelling

De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel 82, derde lid, van de wet voor dat de raad moet zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen. Om dit te bereiken schrijft het eerste lid voor dat een raadscommissie bestaat uit een minimum en maximum aantal leden per fractie. De verhoudingen in de raadscommissies hoeven overigens blijkens jurisprudentie niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de raad.

De commissieleden worden door de raad benoemd, op voordracht van de fracties (tweede lid). Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen wie de betreffende fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Het is enkel mogelijk – overeenkomstig het derde lid zelfs verplicht - de benoeming van een voorgedragen lid te weigeren als het een ‘burgerlid’ betreft dat niet voldoet aan bepaalde vereisten van de wet (zie verder de toelichting op het derde lid).

Uit het derde lid volgt dat de leden van een raadscommissie geen raadslid hoeven te zijn. Wel zijn het de fracties die de leden voordragen.

Op grond van het derde lid moeten commissieleden, evenals raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12 en 13 van de wet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken en geen functie als bedoeld in artikel 13 van de wet mogen vervullen. Om te beoordelen of wordt voldaan aan de eisen van de wet ligt het voor de hand om gebruik te maken van een geloofsbrievenonderzoek. Het verdient aanbeveling dit onderzoek uit te laten voeren door de commissie die voor raadsleden en wethouders het op basis van artikel V 4 van de Kieswet verplichte geloofsbrievenonderzoek uitvoert. De vereisten die onderzocht moeten worden zijn immers gelijk. Dit onderzoek (alleen naar de niet-raadsleden) gaat vooraf aan het raadsbesluit waarmee de commissieleden benoemd worden.

Om ervoor te zorgen dat iedere fractie – met name ook de kleine fracties – in staat zijn om deel te nemen aan de vergaderingen van de raadscommissie bepaalt het vierde lid dat iedere fractie een plaatsvervangend lid kan voordragen. Voor hen gelden dezelfde eisen als voor commissieleden.

Artikel 5. Voorzitter

Op grond van artikel 82, vierde lid, van de wet kan enkel een raadslid als voorzitter van een raadscommissie benoemd worden. Een voorstel van de regering om dit vereiste op te heffen is in 2014 in de Tweede Kamer gesneuveld.

Artikel 6. Zittingsduur en vacatures

De zittingsperiode van de leden en de voorzitter is even lang als de zittingsperiode van raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan.

Het lidmaatschap van een raadscommissie eindigt eveneens van rechtswege, indien een lid niet meer voldoet aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen (tweede lid) en indien een lid is benoemd op voordracht van een fractie die niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zevende lid).

De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het lid heeft voorgedragen ontslaan (derde lid). Deze situatie kan zich voordoen in geval van een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op grond van het eerste lid recht op een eigen lid.

Artikel 9. Enquêtecommissie

Het zwaarste controlemiddel dat de raad tot zijn beschikking heeft is het instellen van een raadsonderzoek, als geregeld in artikel 155a t/m 155f van de wet. De raad moet in zijn besluit tot het instellen van een onderzoek nauwkeurig aangeven wat het onderwerp van het onderzoek is. Dit kan gedurende het onderzoek door de raad nog worden aangepast.

Artikel 10. Inspraak- en presentatieraad

In de Participatieverordening 2021, artikel 7 lid 3 met de bijbehorende bijlage wordt bepaald dat de inspraakprocedure plaats vindt als in de bijlage opgenomen. Daarin ontbreken nog bepalingen over de voorzitter, de oproep en agenda, het handhaven van de orde e.v. Daarom wordt hier deze verordening voor wat betreft de voorbereiding en het verloop van de vergadering ook van toepassing verklaard op de inspraak- en presentatieraad. Artikel 20 is niet van toepassing omdat er andere spreektermijnen gelden in de inspraak- en presentatieraad.

Artikel 13. Oproep en agenda

Het opstellen van de voorlopige agenda gebeurt door de agendacommissie. De instelling en taken van deze commissie zijn geregeld in het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Bodegraven-Reeuwijk.

Het tweede lid stelt verplicht dat de commissievoorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden van zijn raadscommissie een schriftelijke oproep, waarin de vergadering wordt aangekondigd, en de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken stuurt (eerste lid). Uiteraard is het mogelijk, indien de raad dit wenst de oproep en stukken niet per post maar elektronisch te versturen. De oproep vermeldt de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering.

In het tweede lid gaat het om een voorlopige agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de commissievergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de commissievoorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen (derde lid).

Als omtrent stukken op grond van artikel 86, eerste of tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op verzoek inzage (derde lid juncto artikel 14, tweede lid). Van geheimhouding wordt melding gemaakt op de stukken.

Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het vijfde lid.

Artikel 14. Ter inzage leggen van stukken

Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep ter inzage aangeboden (eerste lid). Naast de fysieke terinzagelegging op het stadhuis, zullen de stukken doorgaans op elektronische wijze worden aangeboden. Dit gaat bijvoorbeeld via een digitaal raadsinformatiesysteem of door plaatsing op de gemeentesite.

De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Daarom worden stukken die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de commissievergadering en die geheim moeten blijven bij hem ter inzage gelegd voor raadsleden en de commissieleden (tweede lid).

Artikel 15. Openbare kennisgeving

Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 82, vijfde lid, van de wet. In artikel 15 wordt vastgelegd op welke wijze commissievergaderingen worden aangekondigd.

Artikel 16. Presentielijst

De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de commissiegriffier zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is. Daarnaast is de presentielijst van belang om de vergoedingen van de niet-raadsleden die lid zijn van de raadscommissie te kunnen vaststellen.

Artikel 17. Opening vergadering en quorum

Artikel 20 van de wet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de wet. Artikel 17 voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende fracties aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan worden vergaderd (eerste lid).

Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het quorum niet bereikt is, anders zou de afwezigheid van leden van een raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat op het moment dat de voorzitter de datum en het tijdstip van de nieuwe vergadering bepaalt, nog niet vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen tussen de twee vergaderingen zitten, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen (tweede lid). Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum van een nieuwe vergadering.

Artikel 20. Aantal spreektermijnen

Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten (tweede lid). Dit hoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren. Indien de raadscommissie van mening is dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan zij daartoe uitdrukkelijk besluiten (eerste lid).

Het vijfde lid bepaalt dat de voorzitter de spreektijden kan beperken als de orde van de vergadering daarom vraagt.

Artikel 21. Voorstellen van orde

Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raadscommissie. Bij het staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen (artikel 32, vierde lid, van de wet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg) pauze of een voorstel over de (beperking van de) spreektijden van de leden en overige deelnemers aan de commissievergadering.

Artikel 22. Handhaving orde

Artikel 26 van de wet geeft aan dat de voorzitter bij raadsvergadering bevoegd is om de orde in de vergadering te handhaven. Voor de commissievergaderingen ontbreekt een dergelijke bepaling, deze is daarom in artikel 22 opgenomen. Ingevolge het eerste lid is de commissievoorzitter belast met de handhaving van de orde in de commissievergaderingen. Op basis van het vierde lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, de vergadering sluiten (vijfde lid). In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd (zesde lid). Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 29.

Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de wet bovendien dat artikel 22 van de wet van overeenkomstige toepassing is op leden van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel raadsleden als niet-raadsleden.

Artikel 24. Deelname aan beraadslaging door anderen

Deze bepaling is noodzakelijk in verband met de in artikel 22 van de wet geregelde immuniteit, dat in artikel 82, vijfde lid, van de wet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders. Deze hebben op grond van artikel 21, gelezen in samenhang met artikel 82, vijfde lid, van de wet de mogelijkheid om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op grond van dit artikel kan bijvoorbeeld de secretaris uitgenodigd worden. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel over de spreektijd of over de orde van de vergadering te doen.

Artikel 25. Advies; geen stemmingen

Door gebruik van het woord beslissen in het eerste lid kan de suggestie gewekt worden dat in de commissievergadering ook ‘echte’ Awb-besluiten kunnen worden genomen. Dit is echter niet het geval. Een raadscommissie neemt geen beslissingen maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Alleen in de raadsvergadering kunnen besluiten worden genomen. Wel kan een raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, worden de standpunten van alle fracties in het advies opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien een lid het niet eens is met het fractiestandpunt, hier afzonderlijk melding van wordt gemaakt in het advies aan de raad.

Artikel 26. Toepassing verordening op besloten vergaderingen

Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in artikel 86 van de wet wordt opgelegd dan wel opgeheven.

Artikel 27. Verslag besloten vergadering

Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de wet is artikel 23 van de wet van overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de wet schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij de raad en in casu dus een raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het eerste lid dat het verslag van een besloten vergadering digitaal via een besloten systeem ter beschikking wordt gesteld.

Artikel 28. Opheffing geheimhouding

Een raadscommissie kan geheimhouding op informatie leggen en die informatie tevens aan de raad verstrekken. De raad kan de geheimhouding opheffen van aan de raad verstrekte informatie (artikel 89, vierde lid, van de wet). Wel bestaat er een overlegverplichting, waarmee recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.

Artikel 29. Toehoorders en pers

Artikel 26, eerste en tweede lid, van de wet regelen dat de voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de wet, het derde en vierde lid voorzien hierin.

Artikel 30. Geluid- en beeldregistraties

Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. Wel dient rekening gehouden te worden met de privacy van insprekers of publiek. Raadsleden daarentegen hebben een publieke functie. Het is mogelijk om een aanwijzing te geven dat publiek slechts vanaf een bepaalde afstand in beeld mag worden gebracht. Ook kan een aanwijzing zijn dat burgers die inspreken niet gefilmd mogen worden, uiteraard in overleg met de insprekers. Mogelijk hebben zij geen probleem met beeldregistraties.