SAMENVATTING AFWEGINGSMODEL HANDHAVING KINDEROPVANG GEMEENTE BRUMMEN 2026

Geldend van 22-10-2026 t/m heden

Intitulé

SAMENVATTING AFWEGINGSMODEL HANDHAVING KINDEROPVANG GEMEENTE BRUMMEN 2026

Kenmerk Z129638 / D490139

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE BRUMMEN,

Hebben besloten:

  • 1.

    Het Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang, gemeente Brummen (samenvatting) vast te stellen.

Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang – Gemeente Brummen (samenvatting)

Het afwegingsmodel vormt een essentieel onderdeel van het Brummense handhavingsbeleid. Het geeft richting aan de inzet van handhavingsinstrumenten en de hoogte van financiële sancties. Het college gebruikt het afwegingsmodel om te bepalen welke maatregel in beginsel passend is bij een overtreding, maar behoudt altijd ruimte voor maatwerk wanneer omstandigheden dat rechtvaardigen.

Doel en toepassing

Het afwegingsmodel ondersteunt het college bij het maken van consistente en evenredige keuzes. Het model geeft per domein aan:

  • -

    welke hersteltermijnen in beginsel worden gehanteerd;

  • -

    welke sanctiecategorie van toepassing is;

  • -

    welke dwangsommen of boetes in beginsel worden opgelegd;

  • -

    wanneer een zwaardere maatregel, zoals een exploitatieverbod, passend is.

Het model wordt toegepast bij alle kinderopvangvormen: kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang, gastouderopvang en gastouderbureaus. Voor gastouderopvang gelden aangepaste bedragen, passend bij de kleinschaligheid van deze vorm van opvang.

Hersteltermijnen

Hersteltermijnen worden bepaald op basis van de ernst van de overtreding en de gevolgen voor de kwaliteit van opvang. In Brummen gelden de volgende uitgangspunten:

  • -

    Overtredingen met directe gevolgen voor veiligheid of gezondheid moeten in beginsel binnen zeven dagen worden hersteld;

  • -

    Overtredingen met gemiddelde gevolgen moeten binnen 6 weken worden hersteld;

  • -

    Overtredingen met lichte tot matige gevolgen moeten binnen een termijn van maximaal drie maanden worden hersteld.

Het college beoordeelt per overtreding welke termijn passend is, waarbij het belang van het kind leidend is.

Dwangsommen (herstelsanctie)

Bij het bepalen van de hoogte van de last onder dwangsom wordt rekening gehouden met de aard en ernst van de overtreding, de duur daarvan, de mate van verwijtbaarheid, de beoogde prikkel tot naleving en de omstandigheden van het geval.

De hoogte van dwangsommen sluit aan bij de categorieën uit artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. De gemeente Brummen hanteert in beginsel de tweede, derde en vierde categorie, afhankelijk van de ernst van de overtreding. Een dwangsom is nooit lager dan het bedrag uit de eerste categorie. De keuze voor categorie is bewust gemaakt, omdat een dwangsom een voldoende effectieve prikkel tot herstel moet bieden. Categorie 1 wordt daarvoor niet in alle gevallen toereikend geacht. Wel blijft maatwerk mogelijk, waarbij rekening wordt gehouden met de aard en ernst van de overtreding en de omstandigheden van het geval.

Bij recidive wordt het bedrag verhoogd. In beginsel verdubbelt het college de dwangsom bij herhaling van dezelfde overtreding binnen drie jaar.

Categorie

Indicatief boetebedrag

Toelichting

1

€ 500

Administratieve of lichte overtredingen

2

€ 1.000 - € 1.500

Overtredingen met beperkte risico’s voor kwaliteit

3

€ 2.000 - € 3.000

Ernstige kwaliteitsovertredingen

4

€ 4.000 - € 8.000

Overtredingen met risico voor veiligheid en ontwikkeling

De hoogte van de dwangsom is gebaseerd op de VNG-modelleidraad en het landelijke afwegingsmodel kinderopvang, aangevuld met een vergelijking van de bedragen die omliggende gemeenten hanteren. De hoogte is zodanig vastgesteld dat deze een effectieve prikkel tot naleving vormt en tegelijkertijd evenredig is.

Boetes

Voor enkele ernstige overtredingen legt het college altijd een bestuurlijke boete op. Dit betreft onder meer overtredingen die raken aan de veiligheid, gezondheid of betrouwbaarheid van de opvang, zoals overtredingen van het Personenregister Kinderopvang of het niet melden van wijzigingen.

Bij andere overtredingen kan het college een boete opleggen wanneer een aanwijzing niet is opgevolgd. Het college beoordeelt per geval of een boete passend en evenredig is.

Recidive

Recidive wordt zwaar meegewogen. Wanneer een overtreding binnen drie jaar wordt herhaald, zet het college doorgaans direct een zwaarder handhavingsmiddel in. Bij herhaling na een dwangsom of boete wordt het sanctiebedrag verhoogd. Wanneer binnen drie jaar twee keer een dwangsom is verbeurd voor dezelfde overtreding, kan het college overgaan tot een exploitatieverbod.

Exploitatieverbod en intrekking

Wanneer de kwaliteit structureel tekortschiet en eerdere maatregelen onvoldoende effect hebben gehad, kan het college een exploitatieverbod opleggen. Dit betekent dat de opvang tijdelijk moet sluiten totdat de kwaliteit aantoonbaar is hersteld.

Wanneer herstel uitblijft, kan het college de toestemming tot exploitatie intrekken. Dit is een ingrijpende maatregel die alleen wordt toegepast wanneer alle andere middelen onvoldoende effect hebben gehad.

Gastouderopvang

Voor gastouderopvang gelden aangepaste bedragen en kortere hersteltermijnen. De kwaliteit van gastouderopvang is sterk verbonden aan de persoon van de gastouder. Daarom gaat het college bij herhaalde overtredingen sneller over tot sluiting van de opvanglocatie.

Gastouderbureaus zijn verantwoordelijk voor het tijdig melden van wijzigingen. Niet-gemelde wijzigingen leiden in beginsel tot een boete, omdat goed zicht op de opvanglocaties essentieel is voor de veiligheid van kinderen.

Ondertekening

Dit besluit is genomen tijdens de vergadering van het College van Burgemeester en Wethouders van 06 oktober 2026.

Het college B&W van de gemeente Brummen,

Burgemeester Ir. J.N. Rozendaal