Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR768124
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR768124/1
Subsidieregeling Wijksubsidie isolatie Molenbuurt-Oost, Almere 2026 - 2027
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 21-10-2026
Intitulé
Subsidieregeling Wijksubsidie isolatie Molenbuurt-Oost, Almere 2026 - 2027Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere;
Gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Almere 2025;
Besluit:
vast te stellen de navolgende Subsidieregeling Wijksubsidie isolatie Molenbuurt-Oost, Almere 2026 - 2027
Artikel 1. Definities
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
- a.
activiteiten: de subsidiabele activiteiten zoals bedoeld in artikel 4 van deze regeling;
- b.
ASV: de Algemene subsidieverordening Almere 2025;
- c.
Bijstandsnorm: de bijstandsnorm is het wettelijk vastgestelde minimumbedrag dat een persoon of huishouden per maand nodig heeft om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, conform de Participatiewet. Het geldt als het sociaal minimum.
- d.
Biosbased isolatiemethode: biobased isolatiematerialen zijn materialen die grotendeels gemaakt zijn van grondstoffen uit de natuur, zoals planten of wol. Ze zijn duurzamer dan traditionele materialen en hebben een lagere milieubelasting.
- e.
bouwdeel: afzonderlijk onderdeel van de thermische schil van een gebouw, waarop isolatiemaatregelen kunnen worden toegepast. In deze regeling zijn dit: dak, gevel (waaronder spouwmuur), vloer, bodem en glas (in combinatie met kozijnen);
- f.
dak-/gevel-/glas-/kozijn-/vloerisolatie: isolatie van respectievelijk daken, gevels, glas, kozijnen en vloeren;
- g.
eigenaar-bewoner: particuliere eigenaar die een grondgebonden woning in eigendom heeft en deze als hoofdverblijf heeft;
- h.
energielabel: een officieel document dat aangeeft hoe energiezuinig een gebouw, woning of apparaat is op basis van vastgestelde normen. Deze is op te vragen via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO);
- i.
Energieplan: bij het indienen van een subsidieaanvraag dient de aanvrager een energieplan mee te sturen. Een Energieplan wordt opgesteld door een door de gemeente aangewezen partij. Energieplannen die niet door deze partij zijn opgesteld, worden niet in behandeling genomen. Zie bijlage 5 voor een uitgebreide toelichting op het energieplan;
- j.
grondgebonden woning: eengezinswoning die niet deel uitmaakt van een Vereniging van Eigenaren (VvE);
- k.
IB-60 formulier: inkomensverklaring van de Belastingdienst over het voorafgaande jaar;
- l.
ingrijpende isolatiemaatregel: een isolatiemaatregel of combinatie van maatregelen die leidt tot tenminste de isolatiewaarden zoals beschreven in bijlage 2.1 tot en met 2.5 en zorgen voor verbetering van luchtdichtheid, thermische weerstand of energieprestatie conform NTA 8800, zoals vastgesteld in het Energieplan.
- m.
ISDE: Investeringssubsidie Duurzame energie en Energiebesparing van het Rijk;
- n.
isolatiemateriaal: materiaal dat gebruikt wordt voor thermische isolatie van daken, gevels, vloeren en glas;
- o.
Meldcode: Een unieke code bestaande uit de letters 'KA' gevolgd door vijf cijfers, die door de RVO wordt gekoppeld aan een goedgekeurd isolatiemateriaal of glassoort. De RVO gebruikt deze code om bij de subsidieaanvraag te controleren of het toegepaste product op de geldende meldcodelijst staat.
- p.
Molenbuurt-Oost: de wijk in Almere die als werkgebied voor deze regeling is aangewezen;
- q.
RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is een uitvoeringsorganisatie van de rijksoverheid die subsidies, vergunningen en regelingen beheert op het gebied van duurzaamheid, energie en ondernemen;
- r.
slecht geïsoleerd bouwdeel: bouwdeel waarvan de isolatiewaarde gelijk is aan of lager is dan de grenswaarden zoals beschreven in Bijlage 1;
- s.
slecht geïsoleerde woning: een woning met een vastgesteld energielabel D of slechter, of met nog minstens twee slecht geïsoleerde bouwdelen;
- t.
subsidieaanvrager: de eigenaar-bewoner die een subsidieaanvraag indient;
- u.
subsidieplafond: het maximaal beschikbare bedrag voor subsidies tijdens de looptijd van deze regeling;
- v.
ventilatie: voorziening voor de toevoer en afvoer van lucht, zowel mechanisch als natuurlijk, ter waarborging van een gezond binnenklimaat;
- w.
verzamelinkomen: de som van de verzamelinkomen, zoals vastgesteld op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de eigenaar-bewoner en diens fiscale partner met wie hij het hoofdverblijf deelt;
- x.
wijkaanpak: de door de gemeente georganiseerde aanpak in Molenbuurt-Oost voor collectieve verduurzaming;
- y.
WOZ-waarde: de waarde van de woning vastgesteld volgens de Wet waardering onroerende zaken (WOZ), peildatum 1 januari 2024;
Artikel 2. Doel en doelgroep
Het doel van deze subsidieregeling is het ondersteunen van eigenaar-bewoners in Molenbuurt-Oost bij het uitvoeren van isolatie- en ventilatiemaatregelen die door middel van het Energieplan noodzakelijk en doelmatig zijn bevonden, met als doel het verbeteren van de energieprestatie van woningen in de wijk.
- 1.
Het college beschrijft voor deze subsidieregeling twee doelgroepen:
- a.
Doelgroep 1: Eigenaar-bewoners met een slecht geïsoleerde grondgebonden woning en een verzamelinkomen tot maximaal 150% van de bijstandsnorm ten tijde van de aanvraag
- b.
Doelgroep 2: Eigenaar-bewoners met een slecht geïsoleerde grondgebonden woning en met een verzamelinkomen dat hoger is dan 150% van de bijstandsnorm ten tijde van de aanvraag.
- a.
Artikel 3. Subsidiabele activiteiten
Met deze subsidie worden isolatiemaatregelen gesubsidieerd die de woning energiezuiniger maken en die leiden tot een CO₂-reductie. De kosten die hieronder vallen worden in Artikel 4 verder toegelicht.
Artikel 4. Subsidiabele kosten
De kosten moeten aantoonbaar zijn met bewijsstukken zoals genoemd in artikel 12 van deze regeling.
Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking:
- 1.
Kosten voor materialen en werkzaamheden voor energiebesparende isolatiemaatregelen, als deze:
- a.
voldoen aan de minimale isolatiewaarden en minimale oppervlakten zoals opgenomen in Bijlage 1;
- b.
worden toegepast op slecht geïsoleerde bouwdelen zoals vastgesteld in het Energieplan;
- c.
overeenkomen met de in het Energieplan voorgeschreven maatregelen;
- d.
door een uitvoerder worden toegepast volgens geldende technische normen
- a.
- 2.
Kosten voor mechanische ventilatie, als:
- a.
het Energieplan aantoont dat ventilatie noodzakelijk is voor een gezond binnenklimaat;
- b.
deze maatregel in combinatie met tenminste één isolatiemaatregel wordt uitgevoerd.
- a.
- 3.
Kosten ter naleving van verplichtingen uit de Omgevingswet, voor zover deze rechtstreeks samenhangen met de uitvoering van isolatie- en ventilatiemaatregelen.
Artikel 5. Hoogte van de subsidie
-
1. Bij de vaststelling van de subsidie wordt onderscheid gemaakt tussen de twee doelgroepen, zoals bedoeld in artikel 2.
- a.
Voor doelgroep 1 bedraagt het maximale subsidiebedrag € 10.000.
- b.
Voor doelgroep 2 bedraagt de subsidie € 1.750 voor één maatregel. Als een aanvrager een tweede maatregel laat uitvoeren, wordt voor deze tweede maatregel een aanvullend bedrag van maximaal € 1.250 verstrekt. Het maximale subsidiebedrag bedraagt daarmee € 3.000 voor maximaal twee maatregelen.
- a.
-
2. Als gekozen wordt voor een biobased isolatiemethode, wordt het subsidiebedrag voor doelgroep 2 per maatregel verhoogd met € 250. Zie bijlage 4 voor een verdere toelichting.
-
3. Er wordt vergoed op basis van vastgestelde bedragen.
Artikel 6. Subsidieplafond
-
1. Het subsidieplafond voor de volledige duur van deze regeling bedraagt €1.500.000.
-
2. Het college kan het subsidieplafond gedurende de looptijd verlagen of verhogen.
-
3. Verlaging van het subsidieplafond kan plaatsvinden als:
- a.
het aantal aanvragen aanzienlijk achterblijft bij de verwachtingen; of
- b.
blijkt dat de regeling niet of onvoldoende bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen.
- a.
-
4. Verhoging van het subsidieplafond kan plaatsvinden als:
- a.
hiervoor budget beschikbaar is;
- b.
uit het aantal aanvragen blijkt dat de vraag hoger is dan voorzien.
- a.
-
5. Een besluit tot wijziging van het subsidieplafond wordt tijdig bekendgemaakt.
Een verlaging geldt niet voor aanvragen die zijn ingediend vóór het moment van bekendmaking.
Artikel 7. Vereisten aanvrager
-
1. De subsidie kan worden aangevraagd door een aanvrager die eigenaar-bewoner is van een grondgebonden woning in de Molenbuurt-Oost in Almere.
-
2. De woning voldoet aan de volgende eisen:
- a.
de woning heeft een definitief energielabel D, E, F of G; of, als de woning een beter energielabel heeft (A, B, of C), blijkt uit het Energieplan dat ten minste twee bouwdelen slecht geïsoleerd zijn;
- b.
de WOZ-waarde is gelijk aan of lager dan € 477.000 (peildatum 1 januari 2024);
- c.
de woning is gelegen binnen de geografische begrenzing van de Molenbuurt-Oost in Almere.
- a.
-
3. De aanvrager voldoet aan de volgende voorwaarden:
- a.
de aanvrager heeft nog geen start gemaakt met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- b.
de aanvrager voldoet aan alle toepasselijke wettelijke regels en verplichtingen, waaronder de eisen voor natuurvriendelijk isoleren ventileren (zie toelichting in de bijlage)
- c.
De aanvrager heeft eerder geen gebruikgemaakt van de subsidieregeling Almere Isoleren 2025-2027.
- a.
-
4. Aan de subsidie zijn de volgende verplichtingen verbonden:
- a.
wijzigingen in aard, omvang of kosten van de activiteiten worden onverwijld gemeld aan het college;
- b.
de gesubsidieerde werkzaamheden worden binnen één jaar na subsidieverlening uitgevoerd;
- c.
als binnen één jaar na vaststelling blijk dat voor dezelfde activiteiten subsidie is ontvangen uit andere overheidsregelingen, kan het college overgaan tot gedeeltelijke of volledige terugvordering.
- a.
Artikel 8. Aanvraag
-
1. De subsidieaanvraag wordt ingediend voordat het isolatiebedrijf is gestart met de werkzaamheden.
-
2. Een aanvraag bevat tenminste:
- a.
een inkomensverklaring van de hoofdbewoner (én de fiscale partner als er sprake is van een meerpersoonshuishouden) als het verzamelinkomen onder de 150% van de bijstandsnorm valt (IB-60);
- b.
een offerte van het gekozen isolatiebedrijf inclusief meldcodes;
- c.
de WOZ-beschikking waaruit blijkt dat de WOZ-waarde van de woning (peildatum 1 januari 2024), lager of gelijk is aan € 477.000;
- d.
het Energieplan
- a.
-
3. de in het Energieplan gespecificeerde maatregelen dienen uitgevoerd te worden door een door de gemeente gecontracteerde aannemer of door een erkend isolatiebedrijf dat ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel (KVK).
-
4. Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf de dag na publicatie van deze subsidieregeling tot en met 31 juli 2027.
-
5. Volledige aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst.
-
6. In de bijlage van deze subsidieregeling wordt een toelichting gegeven op alle aan te leveren documenten.
Artikel 9. Aanvraagtermijn
Voor de indiening van een aanvraag om subsidie gelden de termijnen zoals opgenomen in de ASV.
Artikel 10. Beslistermijn
Het college beslist op een aanvraag om subsidie binnen de termijn zoals opgenomen in de ASV.
Artikel 11. Aanvullende weigeringsgronden
In aanvulling op artikel 9 van de ASV kan een subsidieaanvraag worden afgewezen als de aanvrager niet voldoet aan de vereisten gesteld in artikel 7 van deze subsidieregeling.
Artikel 12. Verantwoording
-
1. De aanvrager dient de verantwoording digitaal in bij de gemeente via het SubsidieVolgSysteem, uiterlijk binnen 13 weken na voltooiing van de isolatiewerkzaamheden.
-
2. De gesubsidieerde werkzaamheden worden uiterlijk één jaar na de datum van de subsidiebeschikking uitgevoerd en opgeleverd.
-
3. De werkzaamheden worden geacht voltooid te zijn op de datum die op de factuur als uitvoeringsdatum staat vermeld.
-
4. Als de werkzaamheden zijn uitgevoerd maar de factuur nog niet is ontvangen, kan de aanvrager uitstel aanvragen bij het college. Uitstel wordt eenmalig verleend voor maximaal 4 weken.
-
5. Bij overschrijding van de indieningstermijn zonder uitstel kan het college de subsidie ambtshalve lager vaststellen of intrekken.
-
6. De verantwoording bestaat uit de volgende verplichte onderdelen:
- a.
gespecificeerde factuur;
- b.
betaalbewijs. Bankafschrift of betaalbevestiging waaruit blijkt dat de factuur volledig is voldaan;
- c.
foto’s van de uitgevoerde werkzaamheden;
- d.
de factuur van het uitvoerende bedrijf moet ten minste de volgende gegevens bevatten:
- -
naam, adres en KvK-nummer van het uitvoerende bedrijf;
- -
naam en adres van de opdrachtgever (de subsidieontvanger);
- -
adres van de woning waaraan de werkzaamheden zijn uitgevoerd;
- -
datum van uitvoering;
- -
omschrijving van de uitgevoerde isolatiemaatregel (type en locatie, bijv. „spouwmuurisolatie woning’);
- -
de RVO-meldcode van het isolatiemateriaal;
- -
de gerealiseerde of gegarandeerde Rd-waarde (of U-waarde bij glas) van de aangebrachte isolatie;
- -
het geïsoleerde oppervlak in m²;
- -
factuurdatum en factuurnummer.
- -
- a.
Artikel 13 Vaststelling en uitbetaling
-
1. Het college stelt de subsidie vast op basis van de door de subsidieontvanger ingediende verantwoording, zoals bedoeld in artikel 12.
-
2. De subsidie wordt uitsluitend vastgesteld voor de daadwerkelijk gemaakte en betaalde subsidiabele kosten.
-
3. De vastgestelde subsidie bedraagt nooit meer dan het bedrag dat bij de subsidieverlening is toegekend.
-
4. De uitbetaling van de subsidie vindt plaats na vaststelling van de subsidie.
-
5. In afwijking van het vierde lid kan het college, op verzoek van de subsidieontvanger, de subsidie geheel of gedeeltelijk rechtstreeks uitbetalen aan de aannemer die de gesubsidieerde werkzaamheden heeft uitgevoerd, als:
- a.
de subsidieontvanger hiervoor schriftelijk toestemming heeft gegeven; en
- b.
de factuur en uitvoering voldoen aan de voorwaarden van deze regeling.
- a.
-
6. Als de subsidiabele kosten lager uitvallen dan het verleende subsidiebedrag, wordt de subsidie lager vastgesteld.
Artikel 14. Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van deze regeling als toepassing ervan zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard. Een afwijking wordt gemotiveerd opgenomen in de subsidiebeschikking.
Artikel 15. Inwerkingtreding
Deze subsidieregeling treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.
Artikel 16. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: “Subsidieregeling Wijksubsidie isolatie Molenbuurt-Oost, Almere 2026 -2027”.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in het college van burgemeester en wethouders d.d. 16 juni 2026,
burgemeester en wethouders van Almere,
de secretaris,
A. van Mazijk
de burgemeester,
W.H.J.M. van der Loo
Toelichting
Deze bijlage maakt onderdeel uit van de Subsidieregeling Almere Isoleren Wijkaanpak Molenbuurt-Oost 2026-2027.
1. Slecht geïsoleerde bouwdelen
Een bouwdeel wordt als slecht geïsoleerd aangemerkt wanneer de prestaties lager zijn dan de onderstaande grenswaarden.
|
Bouwdeel |
Wanneer slecht geïsoleerd? |
Indicatie Rc / U-waarde / dikte |
|
Dak (hellend/plat) |
Geen, slechte of matige isolatie |
< 9 cm aanwezig / Rc ≤ 2,0 |
|
Dak zolder-/vlieringvloer |
Geen isolatie aanwezig |
Rc ≤ 0,5 |
|
Gevel / spouwmuur |
Geen spouwmuurisolatie, voorzetwand of buitengevelisolatie |
Rc ≤ 1,1 |
|
Vloer-/bodemisolatie |
Geen of slechte isolatie aanwezig |
< 5 cm / Rc ≤ 1,3 |
|
Glas |
Enkel glas / oud dubbelglas / HR-glas |
Ug ≥ 1,6 |
2. Minimale vereisten per maatregel
2.1 Spouwmuurisolatie
- •
Minimaal 10 m² spouwmuur isoleren.
- •
Nieuw isolatiemateriaal heeft een minimale Rd-waarde van 1,1 m²K/W.
- •
Bestaande isolatie telt niet mee in de isolatiewaarde.
- •
Rekening houden met bescherming van flora en fauna (Wet Natuurbescherming).
- •
Het gebruik van UF-schuim is niet toegestaan.
2.2 Bodem- of vloerisolatie
(Keuze voor één van beide; niet combineren binnen één subsidieaanvraag.)
Voorwaarden bodemisolatie
- •
Isolatiemateriaal op bodem van de kruipruimte.
- •
Minimaal 20 m² bodem isoleren.
- •
Minimale Rd-waarde 3,5 m²K/W.
- •
Geen optelling van bestaande isolatie.
- •
Gespoten PUR/PIR alleen HFK-vrij toegestaan.
Voorwaarden vloerisolatie
- •
Isolatie aan onderzijde of bovenzijde bestaande vloer.
- •
Minimaal 20 m² vloer isoleren.
- •
Minimale Rd-waarde 3,5 m²K/W.
- •
Bestaande isolatiedikte telt niet mee.
- •
PUR/PIR moet HFK-vrij zijn.
2.3 Dakisolatie
- •
Isolatie van bestaand dak.
- •
Minimaal 20 m² dak isoleren.
- •
Minimale Rd-waarde 3,5 m²K/W.
- •
Bestaande isolatie telt niet mee.
- •
Rekening houden met eventuele beschermde diersoorten.
2.4 Glasisolatie
Triple glas (met kozijnvervanging verplicht)
- •
Alleen vervanging van bestaand glas; nieuw geplaatste ramen elders komen niet in aanmerking.
- •
Maximaal U-waarde 0,7 W/m²K.
- •
Kozijnen moeten een Uf-waarde ≤ 1,5 W/m²K hebben.
- •
Minimaal 3 m² glas vervangen. HR++ glas
- •
Alleen vervanging van bestaand glas.
- •
Maximaal U-waarde 1,2 W/m²K.
- •
Minimaal 3 m² glas vervangen.
(Combinatie HR++ en Triple telt als één maatregel, oppervlakken worden opgeteld.)
2.5 Ventilatie
Ventilatie is subsidiabel wanneer:
- •
Uit het energieplan blijkt dat dit een vereiste maatregel is Toegestane systemen:
- •
CO₂-gestuurde mechanische ventilatie
- •
Mechanische ventilatie met afvoerkanalen
- •
Balansventilatie met warmteterugwinning (WTW)
- •
Combinaties hiervan Voorwaarden:
- •
Ventilatie wordt altijd gecombineerd met minstens één isolatiemaatregel.
- •
De capaciteit moet voldoen aan de eisen van NTA 8800 en het Bouwbesluit/BBL.
3. Aan te leveren documenten en waar deze te vinden
3.1 Inkomensverklaring (IB-60) Op te vragen via de Belastingdienst:
- •
Online via Mijn Belastingdienst op belastingdienst.nl (DigiD vereist)
Het betreft de meest recente IB-60 ten tijde van de aanvraag. Heeft de aanvrager een fiscaal partner, dan levert ook de partner een IB-60 aan.
3.2 Offerte met meldcodes
Op te vragen bij een isolatiebedrijf naar keuze. De offerte vermeldt per maatregel het toe te passen product en de bijbehorende meldcode. De meldcodelijst is beschikbaar via rvo.nl. Het isolatiebedrijf is bekend met deze codes en vermeldt ze standaard op de offerte.
3.3 WOZ-beschikking
De WOZ-beschikking wordt jaarlijks door de gemeente verstuurd, doorgaans begin van het jaar. De beschikking is ook digitaal op te vragen via:
- •
Mijn Overheid op mijnoverheid.nl (DigiD vereist)
- •
De website of het klantportaal van de gemeente Het gaat om de beschikking met peildatum 1 januari 2024.
3.4 Bewijs van ligging in Molenbuurt-Oost
Aan te tonen met één van de volgende documenten, niet ouder dan drie maanden:
- •
Een uittreksel BRP, op te vragen bij de gemeente
- •
Een recente energierekening op naam en adres van de aanvrager
- •
Een recent aanslagbiljet gemeentelijke belastingen op naam van de aanvrager
3.5. Energieplan
Het energieplan wordt opgesteld door een door de gemeente gecontracteerde en aangewezen uitvoerende partij. Energieplannen die niet door deze partij zijn opgesteld, worden niet in behandeling genomen. Het energieplan wordt hierover verder toegelicht.
3.5.1 Doel van het energieplan
Het energieplan heeft tot doel:
- •
inzicht te geven in de energetische kwaliteit van de woning;
- •
vast te stellen welke bouwdelen onvoldoende geïsoleerd zijn;
- •
te bepalen welke isolatiemaatregelen het meest efficiënt zijn, rekening houdend met het gebruik van de woning door de bewoner;
- •
de bewoner handelingsperspectief te bieden voor het verduurzamen van de woning.
3.5.2 Minimale inhoud van het energieplan
Het energieplan bevat ten minste de volgende onderdelen:
a. Analyse van de woning
- •
een beschrijving van de woning (woningtype, bouwjaar en relevante kenmerken);
- •
een beoordeling van de isolatiestatus van de bouwdelen, waaronder:
- o
dak;
- o
gevels;
- o
vloer/bodem
- o
ramen en kozijnen;
- o
- •
een duidelijke aanduiding van bouwdelen die als slecht geïsoleerd worden aangemerkt.
b. Gebruik van de woning
- •
een beschrijving van het feitelijke gebruik van de woning door de bewoner(s);
- •
inzicht in welke ruimten worden verwarmd en intensief gebruikt;
- •
een toelichting op de invloed van dit gebruik op de effectiviteit van maatregelen.
c. Overzicht van maatregelen
- •
een overzicht van mogelijke isolatie- en energiebesparende maatregelen;
- •
per maatregel:
- o
het verwachte energiebesparingspotentieel;
- o
een indicatie van de kosten;
- o
d. Prioritering van maatregelen
- •
een onderbouwde rangschikking van maatregelen;
- •
een duidelijk benoemde top 3 van meest efficiënte maatregelen voor de betreffende woning;
- •
een motivering waarbij rekening is gehouden met:
- o
de technische staat van de woning;
- o
het feitelijke gebruik door de bewoner.
- o
e. Toets aan subsidieregeling
- •
een onderbouwing waaruit blijkt dat de woning voldoet aan de voorwaarden van de regeling, waaronder:
- o
het energielabel van de woning (als deze beschikbaar);
- o
of, als er sprake is van energielabel C of beter, dat minimaal twee bouwdelen slecht geïsoleerd zijn.
- o
f. Aanvullende informatie
- •
informatie over relevante financierings- en subsidiemogelijkheden;
- •
aandachtspunten bij uitvoering van maatregelen (zoals ventilatie en vocht).
3.5.3 Gebruik binnen de regeling
De subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd voor maatregelen die:
- •
zijn opgenomen in het energieplan; en
- •
behoren tot de in het energieplan opgenomen top 3 van meest efficiënte maatregelen.
5. Biobased Isoleren
Kiest u voor biobased isolatiematerialen? Dan ontvangt u per maatregel € 250 extra bovenop de basissubsidie. Dit geldt voor elké maatregel waarvoor u een biobased materiaal gebruikt.
Maximale subsidiebedragen
|
Situatie |
Doelgroep 1 <150% bijstandsnorm |
Doelgroep 2 >150% bijstandsnorm |
|
1 maatregel |
max. € 10.000 Eén bedrag voor alle maatregelen samen |
€ 1.750 |
|
2 maatregelen |
€ 1.750 + € 1.250 = €3.000 |
|
|
1 maatregel, biobased |
max. € 10.000 |
€ 1.750 + € 250 = € 2.000 |
|
2 maatregelen, 1 biobased |
max. € 10.000 |
€ 3.000 + € 250 = € 3.250 |
|
2 maatregelen, beide biobased |
max. € 10.000 |
€ 3.000 + € 500 = € 3.500 |
Wat zijn biobased isolatiematerialen?
Biobased isolatiematerialen zijn materialen die grotendeels gemaakt zijn van grondstoffen uit de natuur, zoals planten of wol. Ze zijn duurzamer dan traditionele materialen en hebben een lagere milieubelasting.
Erkende biobased isolatiematerialen zijn onder andere:
- •
Houtvezelplaten of houtvezelisolatie;
- •
Hennepvezels;
- •
Schapenwol;
- •
Cellulosevlokken (van gerecycled papier);
- •
Vlasvezels;
- •
Kurk;
Twijfelt u of uw gekozen materiaal in aanmerking komt? Neem dan contact op met de gemeente of vraag uw installateur om het technische productblad. Hierop staat vermeld of het materiaal biobased is.
Voorwaarden voor de toeslag
Om in aanmerking te komen voor de biobased toeslag gelden de volgende voorwaarden:
- •
Het gebruikte materiaal is aantoonbaar biobased (minimaal 80% biologische grondstof).
- •
U kunt het gebruikte materiaal aantonen met een factuur of technisch productblad van de leverancier of installateur.
- •
De maatregel is uitgevoerd door een erkend installateur of aannemer.
6. Toepasselijke wettelijke regels en verplichtingen
De aanvrager dient bij uitvoering van de gesubsidieerde maatregelen te voldoen aan de Omgevingswet (bescherming van flora en fauna), de eDNA-regeling (maart 2025) voor spouwmuurisolatie, en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) voor ventilatie-eisen bij ingrijpende energetische renovaties. De werkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door gecertificeerde en natuurvriendelijk isolerende bedrijven.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl