Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR768122
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR768122/1
Beleidsregel gebiedsverbod gemeente Cranendonck
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 21-10-2026
Intitulé
Beleidsregel gebiedsverbod gemeente CranendonckDe burgemeester van de gemeente Cranendonck;
overwegende;
- -
dat de burgemeester op grond van artikel 172a en 172b van de Gemeentewet met een gebiedsverbod kan optreden tegen (ernstige) verstoringen van de openbare orde;
- -
dat een integraal beleid en een afwegingskader gewenst is omtrent de toepassing van deze maatregelen door de burgemeester;
- -
gelet op artikel 172 lid 3, 172a en 172b van de Gemeentewet, en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
besluit;
vast te stellen de ‘Beleidsregel gebiedsverbod gemeente Cranendonck’
1 – Inleiding
Deze beleidsregel is een integraal afwegingskader voor de burgemeester bij de aanpak van overlastgevende personen in de gemeente. Aangegeven wordt hoe de burgemeester omgaat met de bevoegdheden op grond van artikelen 172a en 172b van de Gemeentewet.
De dorpskernen binnen de gemeente Cranendonck worden gekenmerkt door een klein en uitgesproken landelijk karakter met een beperkt aantal winkels, supermarkten en overige publieke voorzieningen. In afgelopen jaren is sprake van een toename van meldingen van overlast en van strafbare feiten in de openbare ruimte.
Mede gelet op de kleinschalige en landelijke aard van de kernen van Cranendonck hebben deze incidenten een disproportioneel effect op het ervaren veiligheidsgevoel van inwoners, ondernemers en bezoekers. Hierdoor is tevens het woon- en leefklimaat binnen de gemeente onder druk komen te staan.
Ter bescherming van de openbare orde en ter beperking van de overlast zijn de afgelopen jaren verschillende maatregelen getroffen waaronder kortdurende gebiedsverboden na het plegen van een winkeldiefstal. Ondanks deze maatregelen doen zich nog steeds situaties voor waarin sprake is van (ernstige) verstoringen van de openbare orde.
Het is daarom noodzakelijk maatregelen te treffen die gericht zijn op het voorkomen en beperken van deze overlast en ordeverstoringen, teneinde de openbare orde, de leefbaarheid en het veiligheidsgevoel binnen de gemeente te waarborgen.
Uit de praktijk blijkt dat sprake is van een toenemende mate van recidive, waarbij dezelfde plegers binnen een relatief korte periode opnieuw strafbare feiten begaan. Naar aanleiding hiervan heeft overleg plaatsgevonden met het Openbaar Ministerie om te bezien welke aanvullende interventies en maatregelen passend en noodzakelijk zijn ter voorkoming van verdere herhaling en ter bescherming van de openbare orde en veiligheid.
2 – Toepassingsbereik
Als de openbare ordeverstoring van ernstige aard is of herhaaldelijk is en voor het merendeel individueel heeft plaatsgevonden zal in beginsel een gebiedsverbod worden opgelegd.
Het opleggen van een gebiedsverbod op grond van de Gemeentewet geldt voor eenieder die binnen de gemeente Cranendonck de openbare orde verstoort en ten aanzien van wie wordt voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor toepassing van deze bevoegdheid. De maatregel wordt uitsluitend toegepast na individuele beoordeling van de feiten en omstandigheden van het concrete geval.
3 – Toepassing bevoegdheden
3.1 Gebiedsverbod
Een overlastgever krijgt het bevel van de burgemeester zich niet (al dan niet gedurende bepaalde tijdstippen) te bevinden in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente.
3.1.1 Omvang gebied
Het gebiedsverbod wordt in beginsel opgelegd voor het gebied waar de overlast heeft plaatsgevonden. Indien het, gelet op de druk op de openbare orde in een ander gebied, noodzakelijk wordt geacht, kan ook dat gebied worden aangewezen. Indien noodzakelijk wordt een looproute aangegeven.
De burgemeester van een andere gemeente kan op grond van artikel 172a, derde lid Gemeentewet een burgemeester verzoeken om een persoon tevens namens hem een overeenkomstig bevel te geven, indien de burgemeester die het bevel geeft, de ernstige vrees heeft dat die persoon ook in de andere gemeente de openbare orde zal verstoren.
3.1.2 Tijdsduur - aaneengesloten of gespreid
- a.
Het gebiedsverbod wordt opgelegd voor de duur van drie maanden, met de mogelijkheid van drie keer drie maanden verlenging als het gaat om het bestrijden van ernstige overlast met een min of meer continu karakter, zoals wijkoverlast, of;
- b.
Het gebiedsverbod wordt opgelegd voor vast te stellen tijdstippen of perioden, verspreid over ten hoogste negentig dagen binnen een tijdvak van ten hoogste vierentwintig maanden zonder mogelijkheid tot verlenging als de ernstige overlast niet een continu karakter heeft maar een meer periodiek terugkerend karakter. Te denken valt hierbij aan uitgaansavonden of dagen waarop evenementen plaatsvinden. Verlenging van het verbod is wettelijk niet mogelijk.
3.1.3 Samenloop met sanctie private organisatie
Een persoon kan een gebiedsverbod krijgen indien hem reeds door een private organisatie een sanctie is opgelegd wegens gedrag dat bij de burgemeester de ernstige vrees doet ontstaan dat die persoon de openbare orde zal verstoren.
3.2 Groepsverbod
Een overlastgever krijgt het bevel van de burgemeester zich niet in één of meer bepaalde delen van de gemeente op een voor het publiek toegankelijke plaats zonder redelijk doel met meer dan drie andere personen, ongeacht wie, in groepsverband op te houden.
3.2.1 Omvang gebied
Het groepsverbod wordt in beginsel opgelegd voor het gebied waar de overlast heeft plaatsgevonden. Indien het, gelet op de druk op openbare orde in een bepaald gebied, noodzakelijk wordt geacht, kan ook dit gebied worden aangewezen.
3.2.2 Tijdsduur - aaneengesloten of gespreid
- a.
Het gebiedsverbod wordt opgelegd voor de duur van drie maanden, met de mogelijkheid van drie keer drie maanden verlenging als het gaat om het bestrijden van ernstige overlast met een min of meer continu karakter, zoals wijkoverlast, of;
- b.
Het gebiedsverbod wordt opgelegd voor vast te stellen tijdstippen of perioden, verspreid over ten hoogste negentig dagen binnen een tijdvak van ten hoogste vierentwintig maanden zonder mogelijkheid tot verlenging als de ernstige overlast niet een continu karakter heeft maar een meer periodiek terugkerend karakter. Te denken valt hierbij aan uitgaansavonden of dagen waarop evenementen plaatsvinden. Verlenging van het verbod is wettelijk niet mogelijk.
3.2.3 Samenloop met sanctie private organisatie
Een persoon kan een groepsverbod krijgen indien hem reeds door een private organisatie een sanctie is opgelegd wegens gedrag dat bij de burgemeester de ernstige vrees doet ontstaan dat die persoon de openbare orde zal verstoren.
3.3 Meldingsplicht
Bij een meldingsplicht krijgt de overlastgever het bevel van de burgemeester zich op bepaalde tijdstippen (één of meerdere malen gedurende een langere periode) te melden op of vanaf bepaalde plaatsen, al dan niet in een andere gemeente. Een meldingsplicht kan ook worden opgelegd aan een persoon die woonachtig is buiten de gemeente.
3.3.1 Tijdsduur - aaneengesloten of gespreid
De meldingsplicht wordt opgelegd:
- a.
voor de duur van drie maanden met de mogelijkheid van drie keer drie maanden verlenging als het gaat om het bestrijden van ernstige overlast met een min of meer continu karakter, zoals wijkoverlast, of;
- b.
voor vast te stellen tijdstippen of perioden, verspreid over ten hoogste negentig dagen binnen een tijdvak van ten hoogste vierentwintig maanden als de ernstige overlast niet een continu karakter heeft maar een meer periodiek terugkerend karakter. Te denken valt hierbij aan uitgaansavonden of dagen waarop evenementen plaatsvinden. Er is geen mogelijkheid tot verlenging.
3.3.2 Samenloop met sanctie private organisatie
Een persoon kan een meldingsplicht krijgen indien hem reeds door een private organisatie een sanctie is opgelegd wegens gedrag dat bij de burgemeester de ernstige vrees doet ontstaan dat die persoon de openbare orde zal verstoren.
4. Toezicht en handhaving
Overtreding van het gebiedsverbod leidt tot handelen in strijd met een bevel krachtens artikel 172a van de Gemeentewet. Overtreding hiervan kan strafrechtelijk worden vervolgd op grond van artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht.
5. Inherente afwijkingsbevoegdheid
De burgemeester kan afwijken van de beleidsregel indien dit voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Ondertekening
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl