Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR768110
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR768110/1
Geldend van 19-10-2026 t/m heden
1 Inleiding
1.1 Aanleiding
Waarom een gebiedsgericht programma Veense Put ?
Het plassengebied Veense Put, gelegen ten noorden van de kern Veen in de gemeente Altena, kent een complexe ruimtelijke en juridische situatie. Het gebied bestaat uit zes deelgebieden: Deelgebied 1 – Noordelijke landtong, Deelgebied 2 – Zuidelijke landtong, Deelgebied 3 – Veense Put (nummer 2 -42), Deelgebied 4 – Maaslandjes, Deelgebied 5 – Entreegebied, Deelgebied 6 – Water. De focus ligt op het verbeteren van de situatie op het deelgebied, de zuidelijke landtong. Hier bevinden zich momenteel zo'n 230 percelen van 183 eigenaren, grotendeels bebouwd met recreatiewoningen. In de praktijk wordt door circa 170 personen permanent gewoond.Daarnaast is er sprake van illegale bebouwing en een afgenomen ruimtelijke kwaliteit.
De gemeente Altena streeft naar een geactualiseerd omgevingsplan vóór 2035. Het voorliggende programma dient om tot een uiteindelijk ruimtelijk plan te komen. Het traject rondom de Veense Put wordt doorlopen om bestaande bebouwing te normaliseren omdat veel bebouwing illegaal is. Daarbij wordt de mogelijkheid gefaciliteerd om, onder voorwaarden, de functie te wijzigen van seizoensrecreatie naar permanente bewoning. Per februari 2025 is de Beleidslijn grote rivieren (hierna: Bgr) 2025 ingegaan, waarin striktere regels gelden voor niet-rivier gebonden activiteiten. De kernboodschap is om niet te bouwen in de uiterwaarden. Het project van de Veense Put was voor die tijd al gestart, waardoor bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, waarmee de Veense Put onder het tijdelijke overgangsrecht is geplaatst (Artikel 9 Bgr 2025). Het overgangsrecht is bedoeld om bestaande rechten zoveel mogelijk te respecteren en bestuurlijke afspraken gestand te doen. Door het overgangsrecht kunnen maatwerkafspraken worden gemaakt binnen een vastgestelde termijn.
Een belangrijke voorwaarde voor het toestaan van permanente bewoning is de collectieve kwaliteitsverbetering van het landschap conform de Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. Een deel van dewaardestijging van de kavels door functiewijziging wordt gestort in een fonds, waarmee deze kwaliteitsverbetering wordt gefinancierd. De kwaliteitsverbetering vindt hoofdzakelijk plaats op deelgebied 1; de noordelijke landtong. Waar mogelijk wordt kwaliteitsverbetering gerealiseerd op deelgebied 2, de zuidelijke landtong.
Ook in de overige deelgebieden is sprake van activiteiten zonder vergunning en zijn er strijdigheden met het vigerende omgevingsplan. Hier is de insteek vooral conserverend en regulerend, met actualisatie van regels conform de Omgevingswet, en aanvullende voorwaarden onder andere vanwege geactualiseerd beleid, de ligging in het buitendijkse gebied en in de drinkwaterbeschermingszone.
De aanleiding voor het gebiedsgericht programma is dus drieledig:
1. Ruimtelijke en juridische problematiek: Illegale activiteiten (waaronder illegale permanente bewoning) en bebouwing, afgenomen ruimtelijke kwaliteit en strijdigheid met het omgevingsplan.
2. Beleidsmatige noodzaak: Op grond van de invoeringswet Omgevingswet moet de gemeente Altena vóór 2032 een nieuw omgevingsplan hebben vastgesteld waarin de Bgr is opgenomen. Door het overgangsrecht Bgr is er tijd om de aanwezige illegale bebouwing te normaliseren. Dit dient vóór 2035 te worden geregeld, anders gelden de regels van Bgr 2025 en dan is het niet meer mogelijk om de woningen te legaliseren. Tevens bestaat de noodzaak tot actualisatie van regels vanwege wets- en beleidswijzigingen.
3. Kwaliteitsverbetering en kostenverhaal: Het realiseren van een collectieve kwaliteitsverbetering van het landschap, gefinancierd uit de waardestijging van de kavels, en het onderbouwen van het kostenverhaal/financiële bijdrage in het programma.
Het programma wordt opgesteld in samenspraak met betrokken partijen zoals de Vereniging Veense Put, provincie Noord-Brabant, Rijkswaterstaat en waterschap Rivierenland. Het programma betreft de verdere uitwerking van het programmakader dat op 28 oktober 2025 door de raad is vastgesteld. Het vormt de basis voor beleidsmatige kaders, het kostenverhaal/financiële bijdragen en de verdere planologische uitwerking richting een toekomstbestendig Veense Put.
1.2 Programma onder de Omgevingswet
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is het instrumentarium voor het sturen op de fysieke leefomgeving ingrijpend vernieuwd. Eén van de kerninstrumenten van deze wet is het programma. Een programma is een beleidsinstrument waarmee overheden – zoals gemeenten, provincies en waterschappen – beleid en maatregelen uitwerken om omgevingswaarden te realiseren of andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Het programma is daarmee een brug tussen de strategische koers uit de omgevingsvisie en de juridische verankering in het omgevingsplan. Het is een zelfbindend instrument, wat betekent dat het alleen bindend is voor het bestuursorgaan dat het vaststelt en niet voor burgers of bedrijven.
Programma’s kunnen verschillende vormen aannemen: thematisch, sectoraal of gebiedsgericht. Ze zijn flexibel inzetbaar en kunnen verplicht zijn (bijvoorbeeld bij overschrijding van omgevingswaarden), maar ook vrijwillig of facultatief worden opgesteld.
Een gebiedsgericht programma richt zich op een specifiek geografisch gebied en integreert meerdere aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals bodem, water, geluid, natuur, energie en klimaatadaptatie. Dit type programma is bij uitstek geschikt voor complexe opgaven waarbij verschillende beleidsvelden samenkomen, zoals bij gebiedsontwikkelingen, transities of herstructureringen. Het programma biedt ruimte voor maatwerk en samenwerking tussen bestuurslagen en maatschappelijke partners, en kan ook bestuurlijke afspraken bevatten.
Gebiedsgerichte programma’s zijn vaak uitvoeringsgericht van aard. Ze bevatten concrete maatregelen en acties die bijdragen aan het realiseren van de doelen uit de omgevingsvisie voor het betreffende gebied. Denk bijvoorbeeld aan het aardgasvrij maken van wijken, het verbeteren van waterkwaliteit of het versterken van biodiversiteit in een bepaald gebied.
1.3 Doel
Het doel van het gebiedsgericht programma Veense Put is het creëren van een toekomstbestendig en kwalitatief hoogwaardig plassengebied, waarin de ruimtelijke, juridische en maatschappelijke uitdagingen integraal worden aangepakt. De gemeente Altena streeft naar een geactualiseerd omgevingsplan vóór 2035, waarin onder voorwaarden de functie van seizoen recreatie naar permanente bewoning kan worden gewijzigd en bestaande bebouwing te normaliseren. Deze functiewijziging moet gepaard gaan met een kwaliteitsverbetering van het landschap conform de Omgevingsverordening Noord-Brabant. De eigenaren die profiteren van deze functiewijziging moeten financieel bijdragen aan realisatie van de kwaliteitsverbetering van het landschap.
Het programma fungeert als beleidsmatig kader voor het wijzigen van het omgevingsplan, het financiële en juridische kader. Het biedt helderheid aan initiatiefnemers, bewoners en andere stakeholders over de spelregels, mogelijkheden en verplichtingen binnen het gebied Veense Put, als basis voor het wijzigen van het omgevingsplan.
1.4 Plan- programmagebied
De Veense Put is een gebied gelegen in het buitengebied van de gemeente Altena, ten zuiden van de Bergsche Maas. In het noorden van Brabant, tegen de grens van Gelderland. Het plassengebied is gelegen tussen de dorpskern Veen (binnendijks gebied) met de Maasdijk en de Afgedamde Maas in het buitendijkse gebied.

De kern Veen is gelegen aan het water waardoor het een open en landschappelijk karakter heeft waar wonen, werken en recreëren samen komen. Het plan-/programmagebied is aan de noordwestkant van Veen gelegen en bestaat uit meerdere deelgebieden. In de onderstaande figuur zijn de deelgebieden weergegeven.

Het programma is voornamelijk gericht op deelgebied 1 en 2.
Deelgebied 1 – Noordelijke landtong
De noordelijke landtong bestaat voornamelijk uit natuur. Het is een groene omgeving waar gras en bosschages afwisselen. In het gebied is geen bebouwing. Het is toegankelijk voor voetgangers en wordt gebruikt als wandelgebied. De noordelijke landtong is voor een gedeelte ook aangewezen Natuur Netwerk Brabant-gebied (hierna: NNB-gebied).
Deelgebied 2 – Zuidelijke landtong
De zuidelijke landtong is bestemd voor seizoensrecreatie. Het gebied is intensief bebouwd en grotendeels in gebruik als recreatiegebied. In de praktijk worden ook diverse woningen permanent bewoond en ontbreken er vergunningen (op basis van regelingen gemeente en Rijkswaterstaat). De bebouwing is dicht op elkaar gelegen waardoor er weinig ruimte is voor landschappelijke kwaliteitsverbetering.
Landschappelijke kwaliteitsverbetering zuidelijke landtong
Op enkele locaties zijn maatregelen mogelijk, waaronder de omzetting van perceel sectie
E, nr. 3646 van seizoensrecreatie naar natuur, waarmee een bijdrage wordt geleverd
aan de ruimtelijke en ecologische kwaliteit van het gebied.
Deelgebied 3 – Veense Put 2-42
De gronden zijn bestemd voor dagrecreatie, openluchtrecreatie, lig- en speelweide en strand.
Deelgebied 4 – Maaslandjes en Maaslandjes wonen
Op enkele percelen met een permanente woonbestemming na, heeft het gebied grotendeels de bestemming “Agrarisch gebied met natuurwetenschappelijke en landschappelijke waarden”. Ook zijn op deze gronden delen van NNB aanwezig. De percelen worden tevens gebruikt voor dagrecreatie.
Deelgebied 5 – Entreegebied
Vanuit het entreegebied wordt de Veense Put ontsloten voor de gebruikers en het beheer.
Deelgebied 6 – Water
Een groot deel van de Veense Put bestaat uit het omliggende water. Dit is in eigendom van de VVP (Vereniging Veense Put). Het water geeft ruimte voor watersport, seizoens- en dagrecreatie, maar wordt ook gebruikt voor de winning van drinkwater. Daarnaast is er in dit gebied sprake van wisselende waterstanden.
1.5 Stakeholders
Om de Veense Put te herontwikkelen zijn diverse partijen aangehaakt. De gemeente Altena maakt hierbij een onderscheid tussen shareholders (sh) en stakeholders (st). De shareholders zijn degenen die besluiten nemen, de stakeholders zijn afhankelijk van de genomen besluiten. Hieronder worden de betrokken en belanghebbende partijen benoemd en de rol die zij hebben:
-
Provincie Noord – Brabant (sh): De rol van provincie Noord-Brabant is het bewaken van de provinciale belangen en het planologisch kader. De provincie stelt als voorwaarde dat er een kwaliteitsverbetering moet plaatsvinden van de leefomgeving binnen en buiten het gebied.
-
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (sh): Het belang van ministerie I&W is het waarborgen van de waterveiligheid en het behouden van ruimte voor ontwikkelingen met betrekking tot de rivier.
-
Rijkswaterstaat (sh): Rijkswaterstaat is de waterbeheerder van het gebied. De belangen omvatten de waterkwaliteit, waterkwantiteit, (hoog)waterveiligheid, chemische en ecologische waterkwaliteit, nautisch belang, waterafvoer en bodemkwaliteit.
-
Waterschap Rivierenland (sh): Het waterschap beheert de dijken en zorgt voor de kwaliteit van de waterkering. De belangrijkste onderwerpen voor het waterschap zijn het water en de waterveiligheid.
-
Vereniging Veense Put (VVP) (st): De VVP behartigt de belangen van het grootste deel van de zuidelijke landtong, het entreegebied en het water. De VVP heeft eigendommen en de plicht voor het beheer en onderhoud.
-
Overige grondeigenaren en gebruikers van de Veense Put (st).
-
Omwonenden en andere belanghebbenden (st)
-
Waterwinbedrijf Dunea (st): Het plangebied Veense Put is gelegen in de drinkwaterbeschermingszone Brakel. Er dient rekening gehouden te worden bij het uitoefenen van maatregelen of activiteiten met deze beschermingszone.
Met deze partijen vindt doorlopend afstemming en overleg plaatst.
1.6 Proces
In figuur 1-3 is een tijdslijn weergegeven met het proces van het programma. Na vaststelling van het programmakader door de gemeenteraad op 28 oktober 2025 werkt het college het programma Veense Put verder uit en stelt dit programma definitief vast. Er worden maatwerkafspraken gemaakt tussen de gemeente en Rijkswaterstaat en voorbereidingen gestart voor het opstellen van de wijziging van het omgevingsplan. Het omgevingsplan doorloopt de wettelijke procedure waarna, na vaststelling, de vergunningen worden aangevraagd. Na inwerkingtreding van het gewijzigde omgevingsplan en afronding van de benodigde vergunningprocedures moeten bebouwing en gebruik die niet kunnen worden gelegaliseerd of door middel van maatwerk kunnen worden ingepast, worden aangepast, beëindigd of verwijderd. Tot slot geldt het overgangsrecht op grond van de Bgr tot 2035. Dat betekent dat indien op deze datum geen omgevingsplan is vastgesteld waarin de permanente bewoning is geregeld, de mogelijkheid vervalt tot legalisatie (onder voorwaarden) van de bestaande bebouwing en de mogelijkheid tot permanent wonen.

1.7 Leeswijzer
Het programma bestaat uit verschillende hoofdstukken die samen een integraal beeld geven van aanleiding, doel, opgaven, kaders en maatregelen voor het plassengebied Veense Put. Hoofdstuk 1 beschrijft de achtergrond van het gebied en het programma. Hoofdstuk 2 geeft inzicht in de geschiedenis en de huidige situatie van het gebied. Hoofdstuk 3, ‘Wat komt er op ons af?’, behandelt de relevante beleidskaders en regelgeving. Hoofdstuk 4 benoemt de belangrijkste opgaven binnen het programma. Hoofdstuk 5 licht toe hoe deze opgaven en doelen worden gerealiseerd. Het programma sluit af met een concluderend hoofdstuk.
2 Waar staan we?
2.1 Geschiedenis
Het gebied dat nu bekendstaat als de Veense Put bestond oorspronkelijk uit twee uiterwaarden van de Maas: de Ravenswaard en de Rijswaard. Door deze uiterwaarden liep een pad naar een overzetplaats bij Poederoijen. Deze route is nu de weg over de landtong waar de kavels zich bevinden.
In de jaren ’50 zijn de uiterwaarden aan zandwinningsbedrijven verkocht. Met toestemming van Gedeputeerde Staten werd het gebied ontzand. Hierdoor ontstonden twee diepe zandwinputten. Na de zandwinning werden de gronden verkocht aan Exploitatiemaatschappij Broeksewaard BV, eigendom van de broers G. en A. Bax. Zij verkavelden de gronden langs de weg en boden deze te koop aan.
In mei 1983 verschenen de eerste advertenties waarin kavels te koop werden aangeboden. Recreanten kochten stukjes grond en plaatsten er caravans of eenvoudige vakantiehuisjes. De Veense Put ontwikkelde zich als een recreatief gebied met particulier eigendom, zonder centrale regie of uniforme bouwstijl.
In de jaren ’90 groeide het aantal kavels en ontstond een bonte verzameling van bouwsels. De bewoners genoten van vrijheid, rust en het water. Sommigen bouwden grotere chalets of huisjes, vaak zonder vergunning. De gemeente handhaafde beperkt, mede door de complexiteit van het eigendom en de ligging buitendijks.
De voormalige gemeente Aalburg gaf in 2003 een persoonsgebonden gedoogbeschikking aan bewoners die hun recreatiewoning al vóór 31 oktober 2003 permanent bewoonden. Dit leidde tot een scheiding tussen gedoogde en niet-gedoogde bewoners. Op 1‑10‑2025 waren er nog 35 personen woonachtig met een gedoogbeschikking verdeeld over 27 adressen.
Sinds 2019 werkt de gemeente Altena samen met de Vereniging Veense Put (VVP), de provincie Noord-Brabant en Rijkswaterstaat aan een gebiedsgerichte aanpak met als doel het normaliseren van functie en gebruik en het onder voorwaarden mogelijk maken van wonen. Ook is het doel om uiteindelijk een wijziging omgevingsplan vast te stellen. De visie “Een nieuwe lente voor de Veense Put”, opgesteld door de VVP, vormt hierbij de basis.
2.2 Planologisch regime
Het huidig planologisch regime van de Veense Put is opgenomen in het omgevingsplan van gemeente Altena.
Ter plaatse bestaat dit voor het grootste gedeelte uit het onderliggende plan ‘1e herziening Plassengebied Veen’, vastgesteld 12 augustus 1998 en deels uit het bestemmingsplan ‘Waterfront de Veene’, vastgesteld op 23 juni 2015.
Plassengebied Veen
De eerste herziening van het bestemmingsplan Plassengebied Veen was nodig omdat de geldende plannen uit 1994 en 1998 verouderd waren en niet meer aansloten bij de actuele ruimtelijke en beleidsmatige eisen. In de jaren na vaststelling van deze plannen bleek dat het feitelijke gebruik op diverse percelen niet langer overeenkwam met de agrarische bestemming, terwijl het gebied zich ontwikkelde tot een recreatief en landschappelijk waardevol gebied. De gemeente Altena wilde met deze herziening inspelen op de mogelijkheid om de ruimtelijke kwaliteit en het functioneren van het Plassengebied Veen te verbeteren. Daarbij werd ingezet op een integrale kwaliteitsimpuls voor natuur, recreatie en landschappelijke beleving, passend binnen de toen geldende beleidskaders van rijk, provincie en gemeente.
Het doel van deze herziening was het vaststellen van een actueel bestemmingsplan dat voldeed aan de eisen van de Wet ruimtelijke ordening en waarin de beleidswijzigingen van de afgelopen jaren werden verwerkt.
Waterfront De Veene 2015
Het bestemmingsplan Waterfront De Veene werd opgesteld omdat de bestaande plannen voor het gebied verouderd waren en niet meer voldeden aan de wettelijke actualiseringsplicht. Tegelijkertijd ontstond de behoefte om een nieuwe woonontwikkeling mogelijk te maken op en rond het voormalige sportpark De Heuye en het aangrenzende uiterwaardengebied langs de Afgedamde Maas. Deze ontwikkeling speelde in op de wens om wonen aan het water te combineren met natuurontwikkeling en recreatieve kwaliteit, waardoor het gebied een nieuwe impuls kreeg en beter aansloot bij de ruimtelijke en landschappelijke ambities van de regio.

Het doel van het bestemmingsplan was het juridisch-planologisch mogelijk maken van de ontwikkeling van Waterfront De Veene. Dit omvatte de realisatie van een exclusief woongebied met enkele vrije kavels voor vrijstaande woningen, veelal direct gelegen aan het water en voorzien van aanlegplaatsen. Daarnaast werd ingezet op het toevoegen van waterpartijen en natuurontwikkeling in het uiterwaardengebied, evenals het actualiseren van bestaande bestemmingen langs de Maasdijk, waaronder wonen en een horecalocatie. Het plan droeg bij aan een hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit en versterkte de relatie tussen wonen, water en landschap.

3 Wat komt er op ons af?
3.1 Algemeen
De komende jaren staat het Plassengebied Veen voor een aantal veranderingen en uitdagingen. Ruimtelijke ordening, natuur en recreatie vragen om een integrale, toekomstgerichte aanpak. In dit hoofdstuk volgt een verkenning van het beleid van de diverse overheden dat invloed heeft op de voorgenomen ontwikkeling.
3.2 Rijksbeleid
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Dit alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten:
-
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
-
Duurzaam economisch groeipotentieel;
-
Sterke en gezonde steden en regio's;
-
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven:
1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;
2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;
3. Afwentelen wordt voorkomen.
Nota Ruimte
De Nota Ruimte (ontwerp, september 2025) is de opvolger van de NOVI. De nota omvat
eveneens de langetermijnvisie op de ruimtelijke ordening van Nederland en maakt ruimtelijke
keuzes voor de periode tussen 2030 en 2050, met een doorkijk naar 2100. De drie afwegingsprincipes
uit de NOVI zijn ook de Nota Ruimte leidend bij het maken van keuzes.
De schaarste aan ruimte en het feit dat oplossingen steeds meer vragen om combinaties, dwingen tot het leggen van dwarsverbanden tussen opgaven. In de Nota Ruimte worden daarom in vier integrale thema’s de sterkst op elkaar betrokken sectorale onderwerpen met elkaar in verbinding gebracht en worden voor heel Nederland de nationale keuzes in samenhang gemaakt: 1) Wonen, werken en bereikbaarheid 2) Economie en energie, 3) Landbouw en natuur en 4) Water en bodem. De vier thema’s kennen een eigen interne logica, maar hangen ook weer met elkaar samen, zodat ze gecombineerd richting geven aan de ontwikkeling van Nederland.
Relevantie
Veense Put
Met de realisatie van de kwaliteitsverbetering op de noordelijke landtong en de omzetting
van recreatieve woningen naar permanente bewoning kan worden geconstateerd dat het
beleid uit de NOVI/Nota Ruimte zich niet verzet tegen de voorgenomen ontwikkeling,
welke bijdraagt aan het versterken van natuurontwikkelingen en het legaliseren van
de woningen.
Beleidslijn grote rivieren (Bgr)
De Beleidslijn grote rivieren (beleidslijn) bestaat uit een beleidsbrief en beleidsregels. De beleidslijn bevat het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen in het rivierbed van de grote rivieren. Het doel van de beleidslijn is dat waterveiligheid geborgd kan worden en voldoende ruimte is voor toekomstige rivierverruimingen.
De oude beleidslijn (Bgr 2006) onderscheidde twee regimes in het rivierbed: het stroomvoerend regime en het bergend regime. In het bergend regime golden minder strenge regels voor vergunningverlening. De Beleidslijn grote rivieren is sinds 1 februari 2025 geactualiseerd. Onder de nieuwe regeling (Bgr 2025) zijn beide regimes samengevoegd tot één regime. Concreet betekent dit dat de mogelijkheden beperkter worden om niet-riviergebonden activiteiten te verrichten in wat voorheen het bergend regime was.
In het deel van het rivierbed waarop de Bgr 2025 van toepassing is, blijft een ‘ja, mits’-benadering gelden voor riviergebonden activiteiten, zoals op- en overslag, delfstofwinning, scheepswerven en waterrecreatie. Ook blijven de 10%-uitbreidingsregel voor bestaande bouwwerken en de regeling voor slopen en vervangen bestaan. Daarbij is de beperking dat de functie van het bouwwerk niet mag veranderen in een woon- of logiesfunctie.
Relevantie
Veense Put
De Veense Put is opgenomen onder het overgangsrecht (art. 9 Bgr) waarmee het gebied
nog 10 jaar uitgezonderd is van de regels in Bgr 2025. Binnen de 10 jaar moet de woonfunctie
geregeld zijn in het omgevingsplan. Daarna gaat de Bgr 2025 gelden.
Toepassingsgebied
De Veense Put is gelegen in het rivierbed van de Afgedamde Maas. De beleidsregels
gelden in het deel van het rivierbed dat is aangewezen als beperkingengebied met betrekking
tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk dat geen kanaal is. Voor de
Veense Put is dit het gehele plangebied, zie onderstaand figuur.

Toetsingscriteria
De aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt verleend indien:
1. sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat een veilig
en doelmatig gebruik van de rivier gewaarborgd blijft;
2. feitelijke belemmeringen voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier
worden voorkomen;
3. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat een
waterstandsverhoging of afname van het bergend vermogen van de rivier wordt voorkomen
of zoveel mogelijk wordt beperkt; en
4. resterende onvermijdbare waterstandsverhoging wordt gecompenseerd.
Overgangsregels
Het overgangsrecht is van toepassing op de Veense Put (artikel 9.1 lid h – Beleidsregels
grote rivieren 2025). Met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zijn bestuurlijke
afspraken gemaakt ten behoeve van het overgangsrecht.
Met de voorgenomen ontwikkeling wordt ingezet op het normaliseren van de woningen op de zuidelijke landtong en de daarmee gepaard gaande kwaliteitsverbetering op de noordelijke landtong. Bij het normalisatietraject dient er te worden voldaan aan de eisen van de Bgr. De volgende voorwaarden komen voort uit de afspraken met het Ministerie I&W:
-
Er komt geen bebouwing bij ten opzichte van de peildatum 1 januari 2022.
-
Voor alle bebouwing die is gerealiseerd vanaf 1 januari 2011 wordt de afname van het bergend vermogen alsnog duurzaam gecompenseerd.
-
De gemeente realiseert de compensatie-opgave.
De Veense Put kan worden gezien als maatwerkproject. De reeds gemaakte bestuurlijke afspraken vormen daarbij het vertrekpunt. In de verdere planologische uitwerking worden, waar nodig en binnen de geldende wettelijke en beleidsmatige kaders, aanvullende en verdiepende maatwerkafspraken gemaakt om recht te doen aan individuele situaties.
3.3 Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Noord-Brabant
De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving
voor de komende jaren. De Omgevingsvisie is een kompas voor de toekomst. In de Omgevingsvisie
worden vier hoofdopgaven benoemd waar de provincie aan wil werken. Dit zijn
-
Werken aan de Brabantse energietransitie. Brabant wil overstappen naar duurzame energiebronnen;
-
Werken aan een klimaatproof Brabant. De provincie bereidt zich voor op klimaatverandering, met aandacht voor waterbeheer, biodiversiteit en leefbaarheid;
-
Werken aan de slimme netwerkstad. Brabant ontwikkelt zich als een verbonden regio met sterke steden en dorpen, ondersteund door slimme mobiliteit en digitale infrastructuur; en
-
Werken aan een concurrerende, duurzame economie. Innovatie, circulaire economie en een gezonde arbeidsmarkt staan centraal.
Met de Omgevingsvisie wil de provincie aangeven wat zij belangrijk vindt voor de verbetering
en duurzame ontwikkeling van de leefomgeving van de inwoners van Brabant. De Omgevingsvisie
moet een richting geven aan de opgave zoals geformuleerd in de vier hoofdopgaven.
Deze vier hoofdopgaven komen voort uit de basisopgave en zijn daarmee ook verankerd.
Deze basisopgave betreft het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.
De Omgevingsvisie omvat een ambitie die uitwerking behoeft in de nog vast te stellen
programma’s.
Relevantie
Veense Put
Met de realisatie van de kwaliteitsverbetering op de noordelijke landtong en de omzetting
van recreatieve woningen naar permanente bewoning kan worden geconstateerd dat de
Omgevingsvisie Noord-Brabant zich niet verzet tegen de ontwikkeling. Met de ontwikkeling
wordt bijgedragen aan het versterken en behouden van natuur en landschap binnen het
plassengebied..
Omgevingsverordening Noord-Brabant
De Omgevingsverordening bevat alle regels op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving,
zoals over milieu, natuur, ruimtelijke ordening, wegen, water en bodem. De Omgevingsverordening
is een voor de provincie verplicht instrument uit de Omgevingswet, die op 1 januari
2024 in werking is getreden. De belangrijke onderdelen in de Omgevingsverordening
zijn algemene regels voor activiteiten, instructieregels voor gemeenten en waterschappen,
overgangsrecht, voorbereidingsbesluit, wijzigingen en actualisaties.De provincie hanteert
vijf kernwaarden voor haar denken en handelen. Dit zijn de vijf kernwaarden van Noord-Brabant
voor de Omgevingsverordening:
1. Meerwaardecreatie.
2. Technische en sociale innovatie.
3. Kwaliteit boven kwantiteit.
4. Een continue verbetering van de leefomgeving.
5. Proactief en preventief handelen boven gevolgbeperking en herstel.
Relevantie
Veense Put
In de Omgevingsverordening worden gebieden toegewezen aan een locatie waar specifieke
regels voor gelden. De relevante gebieden voor de ontwikkeling van het omzetten van
recreatieve woningen naar permanente bewoning en de kwaliteitsverbetering zijn:
Landelijk gebied
Het plangebied is gelegen in huidig landelijk gebied. In de Omgevingsverordening is
geregeld dat een activiteit die mogelijk wordt gemaakt in het landelijk gebied gepaard
gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied
of de omgeving. Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van deze regeling is
in 2011 een handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld. Vrijwel
alle gemeenten in Brabant hebben de regeling verder uitgewerkt in beleid en regionaal
afspraken gemaakt over de toepassing ervan.
Op sommige plaatsen in de verordening zijn verbijzonderingen van de kwaliteitsverbetering landschap opgenomen. De verplichtingen die daaruit voortvloeien, maken deel uit van de kwaliteitsverbetering landschap als bedoeld in artikel 5.11, bijvoorbeeld de verplichte sloop van overtollige bebouwing bij hergebruik van een VAB-locatie of de minimale verplichting voor een landschappelijke inpassing bij veehouderijen en mestbewerking. Soms is nadrukkelijk bepaald dat artikel 5.11 niet van toepassing is omdat de regeling zelf al voorziet in kwaliteitsverbetering, zoals de regeling opgenomen in Artikel 5.14. Er is derhalve geen sprake van een stapeling van regelingen.
In het besluit tot vaststelling van het omgevingsplan of in de toelichting van het plan onderbouwt de gemeente dat de inzet van de kwaliteitsverbetering past binnen het beleid voor een gebied of de omgeving. Dit kan bijvoorbeeld door aan te geven dat de maatregelen passen bij het aanwezige landschapstype of door te verwijzen naar een landschapsplan of gemeentelijke structuurvisie waarin landschapsdoelen zijn opgenomen. Landschapsverbeterende maatregelen kunnen daarbij ook bijdragen aan klimaatadaptatie. Vanuit meerwaardecreatie is het zelfs gewenst om waar mogelijk opgaven te combineren. De verordening biedt nadrukkelijk de mogelijkheid dat de kwaliteitsverbetering niet op dezelfde plek plaatsvindt als de ontwikkeling.
Met de ontwikkeling worden recreatieve woningen omgezet naar permanente bewoning onder bepaalde voorwaarden. Een noodzakelijke financiële bijdrage van de eigenaren van de woningen wordt ingezet in een fonds voor de kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit is verplicht op grond van artikel 5.11 ‘Kwaliteitsverbetering landschap’ van de Omgevingsverordening. De kwaliteitsverbetering wordt gerealiseerd op de noordelijke landtong en beperkt op de zuidelijke landtong. Er is een landschappelijk inpassingsplan met een ramingsdocument door Kragten (d.d. 6 juni 2023) gemaakt voor de te realiseren kwaliteitsverbetering. Dit is nader geduid in hoofdstuk 5. In paragraaf 5.3.2 is een schetsontwerp van de kwaliteitsimpuls weergegeven.
Op grond van artikel 5.77 van de Omgevingsverordening is zelfstandige bewoning van (onder meer) recreatiewoningen ter plaatse van Landelijk gebied uitgesloten. Permanente bewoning is op de Veense Put daarom in strijd met het provinciale beleid. Met de voorgenomen ontwikkeling en de toekomstige wijziging van het omgevingsplan wordt het gebied niet meer geduid als landelijk gebied, maar als bebouwd gebied. Hiervoor moet een wijziging in de omgevingsverordening worden doorgevoerd. De gemeente moet daartoe een verzoek indienen tot wijziging van de gebiedsgrenzen, voorzien van een volwaardige onderbouwing met de nadruk op de ladder voor duurzame verstedelijking en lagenbenadering. Vervolgens gelden dan de bepalingen uit artikel 5.57 (Maatwerk in Bebouwd gebied) van de Omgevingsverordening.
Rivierbed
Het plangebied is gelegen in een rivierbed. Er zijn regels opgesteld om te voldoen
aan de waterveiligheid in het plangebied. Met de ontwikkeling dient rekening te worden
gehouden met de bescherming tot overstroming, de kwetsbaarheid van waterdiepte. Daarnaast
moet de veiligheid van de mensen geborgd zijn dat verzekerd is dat de permanente aanwezigheid
van mensen hoogwatervrij kan plaatsvinden.
Bij de uitwerking van het omgevingsplan worden regels opgenomen over onder meer bebouwing, gebruik, gebouwen, steigers en overige bouwwerken. Daarbij wordt, binnen de geldende beleidsmatige en wettelijke kaders en de reeds gemaakte bestuurlijke afspraken, bezien welke ruimte voor maatwerk per kavel kan worden geboden.
Groenblauwe waarden
Ter plaatse van de zone “Groenblauwe waarden” dienen de bodem- en watersystemen, ecologische
waarde, biodiversiteit en landschappelijke waarden behouden te blijven of te worden
versterkt. Met de kwaliteitsverbetering wordt ingezet op de ecologische en landschappelijke
waarde van de noordelijke landtong. Daarnaast leidt de omzetting van recreatieve woningen
naar permanente bewoning niet tot een aantasting van de groenblauwe waarden; nieuwe
bouwmogelijkheden worden namelijk niet toegestaan, afgezien van vergunningsvrije (voor
gemeente en Rws) mogelijkheden.
Natuur Netwerk Brabant (NNB)
Over een deel van het plassengebied en de noordelijke landtong, voornamelijk aan de
noordzijde, is het NNB gelegen. Met de toekomstige ontwikkelingen dient rekening te
worden gehouden met aantasting en externe werking op het NNB. De landschappelijke
kenmerken worden op de noordelijke landtong verbeterd middels een kwaliteitsverbetering.
De ecologische waarden worden met deze verbetering versterkt. Deze regeling verzet
zich niet tegen de ontwikkeling.

3.4 Water en waterveiligheid
Nationaal Waterprogramma
Het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de hoofdlijnen van het nationale
waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. Het betreft een uitwerking
van de Nationale Omgevingsvisie. De wateropgaven waar Nederland op dit moment voor
staat, de uitdagingen richting de toekomst en de noodzaak van een integrale aanpak
vormen de basis voor 3 hoofdambities:
-
Een veilige en klimaatbestendige delta.
-
Een concurrerende, duurzame en circulaire delta.
-
Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur.
Relevantie
Veense Put
Tussen Rijkswaterstaat en de gemeente moeten nadere maatwerkafspraken worden gemaakt
voor de Veense Put om te voldoen aan beleid en regelgeving en, met name, het tijdspad.
De Veense Put valt onder het overgangsrecht en moet binnen 10 jaar voldoen aan de
regels van het Bgr. Er wordt rekening gehouden met een waterveilige omgeving. Rijkswaterstaat
verleent de vergunningen voor activiteiten nabij de grote rivieren. Het afwegingskader
is de Beleidslijn grote rivieren (zie ook paragraaf 3.2). Naast een waterveilige omgeving
wordt met de ontwikkeling van de Veense Put ook kwaliteitsverbetering van de natuur
gerealiseerd op de noordelijke landtong, wat bijdraagt aan de ambitie tot het versterken
van de waternatuur.
Regionaal Water- en bodemprogramma
Het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022-2027 van de provincie Noord-Brabant
is het beleidsplan voor water en vitale bodem in de provincie, met als doel een klimaatbestendig,
veerkrachtig en gezond water- en bodemsysteem in 2050. Het programma omvat maatregelen
voor voldoende en schoon water, gezonde bodems, en bescherming tegen overstromingen,
waarbij het principe 'Water en Bodem Sturend' steeds belangrijker wordt voor ruimtelijke
ontwikkelingen. De doelstellingen in het RWP zijn:
-
Klimaatadaptatie: Brabant streeft naar een klimaatbestendig en veerkrachtig watersysteem en een vitale bodem uiterlijk in 2050.
-
Veilig, schoon en voldoende water: Zorgen voor een goede kwaliteit en kwantiteit van het water.
-
Vitale bodem: Het gezond en vitaal houden van de bodem.
-
Integrale aanpak: Het RWP is een integraal beleid dat is gekoppeld aan vele andere provinciale opgaven, zoals wonen, werken, landbouw, natuur en economie.
Relevantie
Veense Put
Met de voorgenomen ontwikkeling wordt ingezet op het versterken en behouden van de
aanwezige landschappelijke waarden op de noordelijke landtong en in beperktere mate
de zuidelijke landtong. Het traject rondom de Veense Put wordt doorlopen om bestaande
bebouwing te normaliseren omdat veel bebouwing illegaal is. Daarbij wordt de mogelijkheid
gefaciliteerd om, onder voorwaarden, de functie te wijzigen van seizoensrecreatie
naar permanente bewoning. De ligging van de Veense Put is buitendijks waardoor waterveiligheid
extra aandacht vergt. De woningen moeten voldoen aan wettelijke eisen en het Bgr zoals
in paragraaf 3.2 beschreven. Daarnaast zijn afspraken met het Ministerie van Infrastructuur
en Waterstaat gemaakt dat er geen bebouwing bij komt ten opzichte van de peildatum
1 januari 2022. Er dient ten alle tijden rekening te worden gehouden met doelstellingen
en regelingen uit het programma. Het beleid Regionaal Water- en bodemprogramma verzet
zich niet tegen de ontwikkeling.
Kaderrichtlijn water
De Kaderrichtlijn Water richt zich onder andere op het behouden en vergroten van de
ruimte voor water, het vasthouden van water en verbetering van de waterkwaliteit.
Een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte
en een goede waterkwaliteit en gezond ecosysteem zijn nationale belangen daarbij.
De principes die daarbij gelden zijn een integraal waterbeheer, het voorkomen van
afwenteling en het verbinden van ruimte en water bij ontwikkelingen.
Activiteiten in watersystemen kunnen gevolgen hebben voor de chemische en ecologische kwaliteit van die systemen. De “Beleidsregel waterkwaliteit” bepaalt hoe Rijkswaterstaat beoordeelt of deze gevolgen verenigbaar zijn met het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen. De beleidsregel is van toepassing op het beslissen op vergunningaanvragen en op het vaststellen van maatwerkvoorschriften. Bij de beoordeling van een aanvraag om een watervergunning worden de stroomschema’s doorlopen zoals die zijn opgenomen in het Toetsingskader waterkwaliteit.
Relevantie
Veense Put
Met de voorgenomen ontwikkeling wordt ingezet op het versterken en behouden van de
aanwezige landschappelijke waarden op de noordelijke landtong. Daarnaast worden de
woningen omgezet van recreatieve functie naar permanente woonfunctie. De ligging
van de Veense Put is buitendijks waardoor waterveiligheid extra aandacht vergt. De
woningen moeten voldoen aan wettelijke eisen en het Bgr zoals in paragraaf 3.1 beschreven.
Uit de afspraken blijkt dat er niet meer bebouwing gerealiseerd mag worden ten opzichte
van peildatum 1 januari 2022. Met nieuwe ontwikkelingen moet er rekening worden gehouden
met de eisen van de Kaderrichtlijn water. Het toetsingskader moet bij nadere uitwerkingen
worden doorlopen.
Hoogwater en veiligheid
De noordelijke en zuidelijke landtong zijn aan te merken als buitendijks gebied. Dit
betekent dat er geen beschermende en afschermende werking van dijken is, waarmee een
gedeelte van de landtongen kunnen onderlopen, uitgaande van het sluitpeil van de Kromme
Nol kering van +3,50m NAP. Hiermee vormt het een risico voor de veiligheid, waarmee
zorgvuldig omgegaan dient te worden.
Relevantie
Veense Put
Door de Vereniging Veense Put (VVP) in nauwe samenwerking met de gemeente een hoogwaterbeleid
vastgesteld. Daarnaast is een calamiteitenplan opgesteld dat bij verhoogde waterstanden
in werking treedt. Er zijn verschillende alarmfasen in het calamiteitenplan opgenomen,
met de bijbehorende gevolgen en de te nemen maatregelen, zoals evacuatie. Door middel
van een informatiekaart, verschillende kleuren lichtsignalen bij de slagboom en een
crisistelefoonnummer/crisisteam worden de bewoners geïnformeerd.
Waterschap Rivierenland
De Veense Put is gelegen in het gebied van Waterschap Rivierenland. De betreffende
Waterschapsverordening omvat de wettelijke regels die het waterschap hanteert bij
de bescherming van oppervlaktewaterlichamen (beken, sloten en rivieren), waterkeringen,
bergingsgebieden, grondwater en bijbehorende kunstwerken (gemalen, stuwen, etc.).
In de Waterschapsverordening wordt specifiek gekeken naar de regelgeving voor verschillende
soorten gebieden en activiteiten.
Relevantie
Veense Put
In de Waterschapsverordening zijn de volgende doelstellingen opgenomen voor het werkingsgebied
“waterkeringen”:
-
Het waarborgen van de goede staat en werking van de waterkering.
-
Het waarborgen dat de staat van de waterkering doelmatig kan worden gecontroleerd.
-
Het waarborgen van de uitbreidbaarheid van waterkeringen.
-
Het in stand houden van het waterkerend vermogen van de waterkering tegen aanvaardbare maatschappelijke lasten.
Op basis van de Waterschapverordening kan per deelgbied het volgende worden geconcludeerd:
-
Deelgebied 1, de noordelijke landtong, kent vanuit de verordening, gelet op de functie van het gebied (natuur/landschap), geen belemmeringen.
-
Deelgebied 2, de zuidelijke landtong, valt buiten de beschermingszone van de legger en heeft daarmee vanuit waterkeringsoogpunt geen relevantie, bezien vanuit de verantwoordelijkheid van het waterschap.
Voor de overige deelgebieden, die niet tot de primaire scope van dit gebiedsgerichte
programma behoort, geldt vanuit de waterschapsverordening het volgende:
-
Deelgebied 3, Veense Put (nummer 2-42), valt binnen de beschermingszone van de Regionale Waterkering, de Afgedamde Maasdijk. Voor diverse activiteiten geldt dat er een watervergunning noodzakelijk is. De Afgedamde Maas heeft diverse functies. Dit gaat om een scheepvaartverbinding, recreatiewater voor jachthavens en campings, maar ook dient de Afgedamde Maas als drinkwatervoorziening. Het is niet ten alle tijden mogelijk om hier zonder watervergunning activiteiten toe te staan. Bescherming van dit gebied is van belang.
-
Een deel van deelgebied 4, Maaslandjes, valt binnen de beschermingszone en als waterstaatswerk van de regionale waterkering aangemerkt.
-
Tot slot zijn deelgebied 5 en 6 niet aangemerkt als beschermingszone.
Bij het verlenen van vergunningen dient rekening te worden gehouden met het beleid
en regelgeving van het waterschap.
3.5 Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Altena 2040
In de omgevingsvisie wordt beschreven hoe de gemeente Altena kijkt naar de toekomstige ontwikkelingen en ambities van de gemeente. In de visie staat beschreven wat belangrijk is in de leefomgeving. Een duurzame ontwikkeling is de rode draad van de omgevingsvisie van Altena en vertaald zich naar de volgende hoofdambities:
-
Groenblauwe oase: Voldoende ruimte voor groen, sporten, bewegen en spelen. Het beschermen en versterken van de groen- en blauwe gebieden.
-
Leefbare woonomgeving: Ruimte voor ontmoeting en een veilige leefomgeving.
-
Klimaatbestendig, CO2-neutraal en circulair: Inzetten op diverse thema’s zoals energietransitie, klimaatverandering, zeespiegelstijging, verzilting en duurzame (economische) ontwikkelingen.
-
Sterk in duurzaam ondernemen: Ruimte maken voor bedrijven en ondernemers op een duurzame, veilige en gezonde manier.
Relevantie
Veense Put
De belangrijkste kenmerken van het landschap in Altena en voor de Veense Put is de openheid en het water. Daarnaast spelen natuur en groen een belangrijke rol. Met de ontwikkeling worden deze kenmerken behouden en waar nodig versterkt met de kwaliteitsverbetering op de noordelijke landtong en in beperktere mate op de zuidelijke landtong.
De ontwikkeling Veense Put is gelegen in het deelgebied Uiterwaarden. De uiterwaarden hebben belangrijke punten op het gebied van klimaatverandering. Ook het thema toerisme en recreatie is relevant voor de locatie Veense Put, met als ambitie in te zetten op duurzaam kwaliteitstoerisme. In de omgevingsvisie wordt specifiek voor de Veense Put aangegeven om middels een gebiedsvisie (zijnde dit gebiedsprogramma) permanent bewonen van recreatiewoningen mogelijk maken, de bebouwingsmogelijkheden daarbij in beeld te brengen in combinatie met een kwaliteitsverbetering ter plaatse van de noordelijke landtong, zodat de kwaliteit van het gebied wordt versterkt. Deze in de omgevingsvisie beoogde transformatie is in het voorliggende gebiedsprogramma uitgewerkt.
Woonvisie 2021-2025
De woonvisie geeft richting aan het woonbeleid voor de lokale woningmarktopgave in
Altena voor de periode 2021–2025. De gemeente heeft de volgende thema’s aangewezen
die voor gemeente Altena van belang zijn:
-
Meer woningen met de juiste kwaliteit: kwantiteit en kwaliteit;
-
Betaalbaar wonen: sociale huur, middeninkomens;
-
Kwaliteit bestaande voorraad op peil: verduurzaming, levensloopgeschikt;
-
Wonen met zorg: ouderen, mensen met verstandelijke beperking, maatschappelijke opvang en psychiatrische problematiek, prettige woonomgeving;
-
Leefbare en vitale kernen: voldoende draagkracht, vitaliteit, groene woonomgeving;
-
Bijzondere doelgroepen: spoedzoekers, arbeidsmigranten en statushouders.
Relevantie
Veense Put
Het traject rondom de Veense Put is gericht op de legalisatie van permanente bewoning. De ontwikkeling richt zich daarmee niet primair op het leveren van een bijdrage aan de woningvoorraad, maar zal mogelijkerwijs invloed kunnen hebben. Er zijn tevens afspraken gemaakt met Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat dat er geen nieuwe bebouwing op de Veense Put gerealiseerd mag worden ten opzichte van de peildatum 1 januari 2022. Het beleid verzet zich niet tegen de voorgenomen ontwikkeling.
4 Opgaven
Het doel van het programma is het creëren van een toekomstbestendig en kwalitatief hoogwaardig plassengebied, waarin de ruimtelijke, juridische en maatschappelijke uitdagingen integraal worden aangepakt. Om dit te bereiken worden de opgaven, maatregelen en kaders beschreven. De opgave is het normaliseren van de woonfuncties op de zuidelijke landtong en permanente bewoning mogelijk maken en het actualiseren en reguleren van de regels en beleid en de daarbij behorende maatwerkafspraken.
Normalisatie van de woonfunctie
In de huidige situatie zijn op de zuidelijke landtong diverse woningen gelegen die
niet voldoen aan alle eisen. De eerste opgave betreft het normaliseren van de bestaande
bebouwing op de zuidelijke landtong, waarbij de bestaande recreatiewoningen de mogelijkheid
krijgen om onder voorwaarden de functie om te zetten naar permanente bewoning. Dit
gebeurt onder strikte voorwaarden en met oog voor ruimtelijke kwaliteit, waardoor
niet elke recreatiewoning voor permanente bewoning in aanmerking kan komen.

Actualisatie en regulering:
In de overige deelgebieden wordt ingezet op het actualiseren van het beleid en het
reguleren van activiteiten die in strijd zijn met het vigerende omgevingsplan, met
aandacht voor natuur, dagrecreatie en bijzondere ligging (buitendijks).
Participatie en maatwerkafspraken
Het programma wordt opgesteld in samenspraak met betrokken partijen. Dit biedt ruimte
voor maatwerkafspraken met onder andere Rijkswaterstaat, provincie Noord-Brabant en
het Waterschap Rivierenland. Daarnaast zijn in het kader van de Bgr maatwerkafspraken
gemaakt met Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor het gebied de Veense Put.
5 Hoe willen we dat bereiken?
5.1 Algemeen
Om permanente bewoning mogelijk te maken worden kaders opgesteld en zijn maatregelen nodig. Deze worden in dit hoofdstuk toegelicht.
5.2 Programmakader
Voor het programma zijn diverse kaders opgesteld ten aanzien van het door de gemeente Altena gewenste gebruik, waaraan voldaan moeten worden. Deze ambities en kaders zijn vastgesteld door de raad. Hieronder wordt ingegaan op de zes deelgebieden. Een nadere specificering van ambities en regels voor deze deelgebieden worden later verwerkt in een wijziging van het omgevingsplan.
De in dit programma opgenomen kaders geven richting aan de verdere planologische uitwerking en zijn niet bedoeld om maatwerk op individueel kavelniveau op voorhand uit te sluiten. Bij de uitwerking van het omgevingsplan wordt, binnen de geldende beleidsmatige en wettelijke kaders en de reeds gemaakte bestuurlijke afspraken, per kavel bezien welke ruimte voor maatwerk kan worden geboden en hoe deze juridisch en planologisch kan worden geborgd. Waar nodig worden hierover aanvullende maatwerkafspraken gemaakt met Rijkswaterstaat en vindt afstemming plaats met de provincie Noord-Brabant.
Noordelijke landtong
Gemeente Altena is op basis van de omgevingsverordening verplicht tot het doen van
landschappelijke kwaliteitsverbetering gelet op de voorgenomen ontwikkeling van de
zuidelijke landtong. De kwaliteitsverbetering wordt gerealiseerd door in te zetten
op het versterken van ecologische waarden en behouden van rust, uitzicht, natuurbeleving
en extensief recreatief medegebruik.
Zuidelijke landtong
De zuidelijke landtong verandert van een recreatiegebied naar een plek waar onder
voorwaarden permanente bewoning wordt gefaciliteerd, met afspraken over toelaatbare
bebouwing en gebruik, waarbij bij de verdere uitwerking binnen de geldende kaders
ruimte bestaat voor een gemotiveerde afweging per kavel, en een noodzakelijke bijdrage
aan landschapsverbetering. Belangrijk aandachtspunt is dat de mogelijkheid tot permanent
wonen slechts eenmalig wordt aangeboden, door de in de BGR gestelde termijn (overgangsrecht)
waarbinnen dit permanent wonen nog gefaciliteerd kan worden. Bebouwing en functies
die uiteindelijk niet binnen de geldende beleidsmatige en wettelijke kaders, de uitwerking
van het omgevingsplan en de te maken maatwerkafspraken kunnen worden gelegaliseerd,
zullen moeten worden aangepast, beëindigd of verwijderd.
Veense Put 2-42
De gronden blijven bestemd voor dagrecreatie en bieden ruimte voor openluchtactiviteiten
zoals ligweides, speelvelden en strandbezoek. Het gebied behoudt zijn recreatieve
karakter, waarbij alleen eenvoudige voorzieningen zijn toegestaan die de functie ondersteunen.
Alle overige voorzieningen moeten verwijderd worden en alle overige functies moeten
ongedaan gemaakt worden.
Maaslandjes en Maaslandjes wonen
De gemeente heeft voor ogen om voor dit deelgebied het huidige NNB-gebied te behouden.
De hoofdfunctie wordt ‘Natuur’ met als doel het behouden van de natuur en landschapswaarden.
Daarnaast is er ruimte voor extensief recreatief medegebruik alleen in de periode
van 1 april tot 1 november. Alle overige functies moeten verwijderd worden. In dit
deelgebied zijn ook een aantal permanente woonfuncties aanwezig. Deze functies blijven
behouden, als ook de bedrijfsactiviteiten mogelijk blijven op de daarvoor aangewezen
plekken. In de huidige situatie is er een mini camping en haven. De gemeente wenst
dit te behouden.
Entreegebied
Dit entreegebied dient als de toegang voor gebruikers en het beheer van de Veense
Put. Met het programma worden er grote geen wijzigingen beoogd voor het entreegebied.
Water
De ambitie voor dit deelgebied is het gebruik van het water voor watersport, seizoen
recreatie, dagrecreatie, scheepvaart, waterhuishouding en drinkwatervoorzieningen
en ruimte voor de rivier. Het gebied water is niet bedoeld voor bebouwing en is in
privaateigendom van de VVP. Het water ten noorden van en grenzend aan de de Veense
put is in eigendom van Rijkswaterstaat.
5.3 Maatregelenkader
5.3.1 Wettelijke context
Om permanente bewoning (naast eventueel nodige bouwkundige aanpassingen) mogelijk te maken op de Zuidelijke landtong is een kwaliteitsverbetering op de Noordelijke landtong noodzakelijk. Hiervoor moet verzekerd zijn dat eigenaren een afdracht doen. Dit is bepaald in artikel 5.11 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Uitgangspunt is dat door de verruiming van de gebruiksmogelijkheden een bijdrage van de individuele eigenaar van een woning wordt gestort in een fonds. Afspraken hierover worden vastgelegd in een overeenkomst.
Omdat deze op grond van de provinciale Omgevingsverordening verplichte kwaliteitsverbetering niet op eigen gronden van de eigenaren kan worden uitgevoerd, wordt deze in kader van een financiële bijdrage bedoeld in hoofdstuk 13 van de Omgevingswet en artikel 8.20 van het Omgevingsbesluit in dit programma opgenomen. In dat artikel 8.20 Omgevingsbesluit is een basis opgenomen voor een financiële bijdrage voor wijziging van het gebruik van bestaande recreatiewoningen voor permanente bewoning.
De bijdrage is bedoeld voor de ontwikkeling van een gebied op basis van een omgevingsvisie of programma. In dit geval is dat het voorliggende programma. Bij het aangeven van het verband tussen de activiteit en de ontwikkeling dient ingegaan te worden op de financiering en realisatie van de ontwikkelingen waaraan wordt bijgedragen ten behoeve van de integrale gebiedsontwikkeling en verbetering van de omgevingskwaliteit. Het zal ook steeds ontwikkelingen in het gebied van het programma moeten betreffen.
Uit de nota van wijziging (Kamerstukken II, 2018/19, 35 133, nr. 5) kan worden afgeleid dat het programma de hoofdlijnen van de bekostiging en planning van de ontwikkeling van het gebied uiteen moet zetten. De investeringen waarvoor een bijdrage nodig is, moeten benoemd worden en tevens moet een indicatie van de benodigde bijdrage worden gegeven. Het programma moet dus:
5.3.2 Maatregel Kwaliteitsimpuls Noordelijke landtong
Verband
In artikel 5.11 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant wordt het niet direct mogelijk
gemaakt om woningen in het landelijk gebied toe te voegen/ en of permanent te maken.
Bij een ontwikkeling in het landelijk gebied is een kwaliteitsverbetering van het
landschap vereist. In het plan wordt deze kwaliteitsverbetering gerealiseerd door
op de noordelijke landtong in de directe nabijheid van de huidige recreatieve woningen
natuur te ontwikkelen. Er bestaat daarom een direct verband tussen de kwaliteitsimpuls
en de intensivering van het gebruik.
Kwaliteitsverbetering financieel
De gemeente neemt alle plankosten, waaronder de noodzakelijke onderzoeken voor haar
rekening. De particuliere investeringen kunnen betrekking hebben op leges voor bouwkundige
aanpassingen, eventuele notaris-, advies- en onderzoekskosten daarvoor en kosten voor
de aanpassingen van de infrastructuur van eigendom van de VVP. De financiële bijdrage
die wordt gevraagd heeft betrekking op de kwaliteitsverbetering op de noordelijke
landtong en in beperkte mate op de zuidelijke landtong. Deze kwaliteitsverbetering,
zoals deze is opgenomen in het Schetsontwerp, kent 2 varianten. De kwaliteitsverbetering
heeft betrekking op natuurontwikkeling die de waarden van het aanwezige rivierlandschap
versterken, maar biedt ook mogelijkheden voor extensieve recreatie. Door bureau Kragten
is in 2023 het schetsontwerp doorgerekend. Op basis van het toenmalige prijsniveau
(2023) bedroegen de begrote kosten:
-
Voor de variant of deelontwikkeling Nevengeul een bedrag van circa 1 miljoen euro (exclusief btw).
-
Voor de variant of deelontwikkeling Strangen een bedrag van circa 8,5 ton euro (exclusief btw).
Bij uitvoering in 2030 zullen de kosten voor de kwaliteitsverbetering naar verwachting tussen de € 2,0 miljoen en € 2,6 miljoen bedragen.
Kwaliteitsverbetering landschap
De landschappelijke kwaliteitsimpuls wordt gerealiseerd op de noordelijke landtong.
Deze impuls richt zich op het versterken van de landschappelijke en ecologische waarden,
het verbeteren van de recreatieve infrastructuur en het herstellen van de ruimtelijke
kwaliteit. Kernwaarden zijn het behouden van rust, uitzicht en natuurbeleving. De
kwaliteitsverbetering en de wijziging van de recreatiewoningen naar permanente woningen
zijn verbonden met elkaar, waarbij de hoogte van de financiële bijdrage wordt bepaald
door het aantal woningen dat omgezet wordt naar permanent wonen. Ook wordt ingezet
op extensief recreatie medegebruik.
Op de onderstaande verbeelding is het indicatieve schetsontwerp van de landschappelijke
kwaliteitsverbetering getoond. De opgenomen schets heeft als uitgangspunt dat alle
kavels, die voldoen aan de voorwaarden, meedoen aan de omzetting naar permanente bewoning.
De natuur wordt versterkt door het realiseren van natuurtype ‘kruiden- en bloemrijk
grasland’ en ‘dynamisch moeras’ en ‘inheemse bomen’. De Noordelijke landtong is tevens aangewezen als Natuurnetwerk Brabant. Met de kwaliteitsimpuls worden de
natuurwaarden versterkt.

Primair blijft het uitgangspunt om de landschappelijke inpassing te realiseren op de noordelijke landtong. Op de Zuidelijke landtong zijn een aantal locaties voorstelbaar om maatregelen te nemen ter verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Het betreft de locaties in het rood omcirkeld. Deze locaties komen in beeld wanneer de noodzakelijke bijdrage van de eigenaren van de woningen die omgezet worden naar permanent wonen, hoger is dan de kosten voor herinrichting van de Noordelijke landtong.

Deze landschappelijke kwaliteitsverbetering komt door de nabijheid van de landtongen direct ten goede aan de woonkwaliteit op de Zuidelijke landtong. De ontwikkeling van de natuurwaarden zoals deze zijn opgenomen in het Schetsontwerp versterkt het rivierenlandschap en vormt een voor bewoners van de Zuidelijke landtong - maar ook voor anderen - een kwalitatief hoogwaardig uitloopgebied.
Financiering
De gemeente stelt een fonds in dat wordt gevuld door eigenaren die gebruikmaken van
de mogelijkheden die het toekomstig omgevingsplan biedt voor verruiming van de gebruiksmogelijkheden
van hun perceel. De uitvoering van de werken vindt plaats nadat met de eigenaren
(anterieur) is gecontracteerd over de kwaliteitsbijdrage. Zo is bij vaststelling van
het omgevingsplan verzekerd dat voldoende middelen beschikbaar zijn en deze middelen
ook daadwerkelijke worden benut voor de kwaliteitsverbetering. Van belang is om te
vermelden dat er wordt geïnvesteerd conform de regeling in de omgevingsverordening
van de provincie.
Bijdrage
In de anterieure overeenkomst met de individuele eigenaren wordt een berekeningswijze
van de bijdrage overeengekomen die voor alle eigenaren hetzelfde is en gerelateerd
kan worden aan de waarde van het perceel zaak voor en na vaststelling van het omgevingsplan.
Planning en realisatie
De maatregelen gericht op kwaliteitsverbetering worden uitgevoerd op het moment nadat
de wijziging van het Omgevingsplan in werking is getreden. De gemeente heeft als streven,
gelet op het verlopen van het overgangsrecht Bgr, om vóór 2035 de wijziging omgevingsplan
vast te stellen.
5.4 Mer-beoordeling
Voor de voorgenomen ontwikkeling is een mer-beoordeling uitgevoerd. Deze is als bijlage 1 bij dit programma opgenomen:
5.5 Uitvoeringsparagraaf
5.5.1 Monitoring
De Omgevingswet verplicht overheden om bij het opstellen en uitvoeren van programma’s
systematisch te monitoren of de gestelde doelen worden bereikt. Monitoring is daarmee
een vast onderdeel van de beleidscyclus: na vaststelling van het programma volgt uitvoering,
monitoring, evaluatie en waar nodig bijstelling. Dit geldt zowel voor verplichte programma’s
(bijvoorbeeld bij overschrijding van omgevingswaarden) als voor vrijwillige, gebiedsgerichte
programma’s.
De monitoring is er in het kader van het gebiedsgerichte programma op gericht om systematisch
te volgen of de doelen en maatregelen uit het programma Veense Put daadwerkelijk worden gerealiseerd. Hiermee wordt geborgd dat de uitvoering transparant
en doelgericht verloopt, dat tijdig kan worden bijgestuurd en dat verantwoording kan
worden afgelegd aan bestuur en betrokken partijen.
De monitoring richt zich op de volgende onderdelen:
-
De naleving van de anterieure overeenkomsten met eigenaren (waaronder de financiële bijdrage aan het kwaliteitsfonds), maar ook de bouwkundige aanpassingen aan woningen conform de randvoorwaarden.
-
De voortgang van de kwaliteitsverbetering op de Noordelijke landtong, zoals afgesproken in het programma.
-
De uitvoering van overige maatregelen en afspraken, zoals opgenomen in het maatregelenkader.
-
De besteding van het kwaliteitsfonds.
-
De realisatie van de projectdoelen, zoals normalisatie van de woonfunctie en behoud/versterking van landschappelijke en ecologische waarden.
Voor de monitoring worden onder andere de volgende indicatoren gehanteerd:
-
Resultaten van de afgesloten anterieure overeenkomsten.
-
Voortgang van de uitvoering van kwaliteitsverbeteringsmaatregelen.
-
Jaarlijkse financiële rapportage van het kwaliteitsfonds (inkomsten en uitgaven).
-
Realisatie van afspraken over landschappelijke inpassing en ecologische versterking.
-
Eventuele overige afwijkingen of knelpunten in de uitvoering.
Jaarlijks wordt een monitoringsrapport opgesteld waarin de voortgang van de uitvoering, de besteding van middelen en de naleving van afspraken wordt beschreven. De monitoring wordt uitgevoerd door de gemeente Altena, eventueel in samenwerking met betrokken partners zoals de Vereniging Veense Put. De resultaten van de monitoring worden besproken in een gemeentelijke stuurgroep en gedeeld met relevante stakeholders, waaronder de Vereniging van Eigenaren. Indien uit de monitoring blijkt dat doelen niet worden gehaald of afspraken niet worden nagekomen, wordt dit besproken en worden zo nodig bijsturingsmaatregelen voorgesteld.
5.5.2 Evaluatie
Evaluatie vormt een essentieel onderdeel van het programma Veense Put. Door periodiek te evalueren wordt inzicht verkregen in de omvang van de fondsstortingen, voortgang, effectiviteit en doelmatigheid van de ingezette maatregelen. Evaluatie draagt bij aan transparantie, verantwoording en het continu verbeteren van het programma. Binnen het programma wordt onderscheid gemaakt tussen een tussentijdse evaluatie en een eindevaluatie.
De tussentijdse evaluatie vindt plaats op vooraf vastgestelde momenten gedurende de looptijd van het programma. Tijdens deze evaluatie wordt beoordeeld in hoeverre de uitvoering van het programma op schema ligt en of de gestelde doelen naar verwachting worden behaald. De tussentijdse evaluatie is gebaseerd op de uitkomsten van de jaarlijkse monitoring en wordt aangevuld met signalen en ervaringen van betrokken partijen, zoals de Vereniging Veense Put, de provincie, het waterschap en andere stakeholders. In de evaluatie wordt aandacht besteed aan de voortgang van de kwaliteitsverbetering, de naleving van afspraken, de besteding van middelen en de effectiviteit van de maatregelen. Indien uit de evaluatie blijkt dat de uitvoering achterblijft of dat zich knelpunten voordoen, worden voorstellen gedaan voor bijstelling van het programma of aanvullende maatregelen. De resultaten van de tussentijdse evaluatie worden besproken in de gemeentelijke stuurgroep en gedeeld met alle relevante stakeholders.
De eindevaluatie vindt plaats na afronding van de uitvoering van het programma, of aan het einde van de planperiode. In deze evaluatie wordt vastgesteld in hoeverre de gestelde doelen zijn bereikt en welke resultaten daadwerkelijk zijn behaald. De eindevaluatie omvat een integrale beoordeling van de realisatie van de projectdoelen, zoals de normalisatie van de woonfunctie, de kwaliteitsverbetering van het landschap en de naleving van afspraken. Ook wordt gekeken naar de effectiviteit en doelmatigheid van de ingezette maatregelen, de besteding en verantwoording van het kwaliteitsfonds en de samenwerking met en betrokkenheid van stakeholders. De resultaten van de eindevaluatie worden vastgelegd in een eindrapportage en gedeeld met het college van B&W, de gemeenteraad en alle betrokken partijen. Op basis van de eindevaluatie wordt bepaald of en welke vervolgacties nodig zijn, bijvoorbeeld voor beheer, onderhoud of borging van de behaalde resultaten.
5.6 Participatie
Het doel van het programma is om bestaande bebouwing te normaliseren omdat veel bebouwing illegaal is. Daarbij wordt de mogelijkheid gefaciliteerd om, onder voorwaarden, de functie te wijzigen van seizoensrecreatie naar permanente bewoning in samenhang met een kwaliteitsverbetering op de noordelijke landtong. Om dit te verwezenlijken zijn diverse belanghebbenden betrokken middels een participatietraject bij de ontwikkeling.
Eigenaren percelen zuidelijke landtong
De uitgangspunten zijn met de eigenaren gecommuniceerd middels een voortgangsbericht.
Daarnaast is er de mogelijkheid geboden voor een individueel gesprek om zorgen, wensen
en suggesties te bieden
Vereniging Veense Put
Er is meermaals overleg geweest met de VVP om tot de betreffende uitgangspunten te
komen. De vereniging is een belangrijke gesprekpartner.
Alle deelgebieden Veense Put
De deelgebieden zijn geïnformeerd over de uitgangspunten voor het gehele projectgebied.
Er is een omgevingsdialoog georganiseerd over de uitgangspunten voor de Veense Put. Tijdens de omgevingsdialoog is in gesprek gegaan met de deelnemers. Alle betrokkenen
(inclusief perceeleigenaren op de zuidelijke landtong) zijn in de gelegenheid gesteld
om te reageren op de uitgangspunten. De binnengekomen reacties zijn verwerkt in de
Nota van Inspraak.
Overheden en uitvoeringspartners
Met diverse partners is uitvoerig samengewerkt. Dit betreffen voornamelijk provincie
Noord-Brabant, Rijkswaterstaat en Waterschap Rivierenland. Tijdens deze samenwerkingen
zijn bestuurlijke afspraken gemaakt en de uitgangspunten opgesteld.
Dunea
In het vervolg van het traject dient nog te worden afgestemd met Dunea. Dunea is een
bedrijf die de levering en productie verzorgt van drinkwater. Dunea neemt water in
vanuit hun innamepunt ‘Brakel’ aan de noordwestzijde van de Afgedamde Maas, naast
de Wilhelminasluis en bij de provinciale weg. Dankzij de bijzondere drinkwaterfunctie
gelden voor de waterkwaliteit in de Afgedamde Maas strenge regels en normen. Het plangebied
is gelegen in een drinkwaterbeschermingszone Brakel.
Er is daarmee een zorgvuldig participatietraject doorlopen voor de ontwikkeling van de Veense Put.
6 Samenvatting / conclusie
Het plassengebied Veense Put, gelegen ten noorden van de kern Veen in de gemeente Altena, kent een complexe ruimtelijke en juridische situatie. Het gebied bestaat uit zes deelgebieden. Voor het programma ligt de focus op deelgebied 1 en 2, de zuidelijke landtong en noordelijke landtong. Op de zuidelijke landtong wonen circa 170 personen permanent, waarvan 135 in strijd met het geldende omgevingsplan. De gemeente Altena staat voor de uitdaging om deze illegale bebouwing te normaliseren en tegelijkertijd de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. Dit vraagt om een integrale aanpak, waarbij het omgevingsplan wordt gewijzigd en een noodzakelijke kwaliteitsverbetering van het landschap wordt gerealiseerd, conform de Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant.
Het doel van het programma is helder: het creëren van een toekomstbestendig en kwalitatief hoogwaardig plassengebied, waarin ruimtelijke, juridische en maatschappelijke uitdagingen integraal worden aangepakt. De gemeente streeft naar een geactualiseerd omgevingsplan vóór 2035, waarin onder voorwaarden de functie van seizoenrecreatie naar permanente bewoning kan worden gewijzigd. Een belangrijke voorwaarde voor het toestaan van permanente bewoning is de collectieve kwaliteitsverbetering van het landschap.
De gemeente stelt een fonds in dat wordt gevuld door eigenaren die gebruik maken van
de mogelijkheid om het gebruik om te zetten van recreatief naar permanent wonen. De
uitvoering van de werken vindt plaats nadat met de eigenaren is gecontracteerd over
de kwaliteitsbijdrage. Zo is bij vaststelling van het omgevingsplan verzekerd dat
voldoende middelen beschikbaar zijn en deze middelen ook daadwerkelijk worden benut
voor de kwaliteitsverbetering. De hoogte van de financiële bijdrage wordt bepaald
door het aantal woningen dat omgezet wordt naar permanent wonen. Bij de verdere planologische
uitwerking wordt binnen de geldende beleidsmatige en wettelijke kaders en de reeds
gemaakte bestuurlijke afspraken ruimte geboden voor maatwerk per kavel. De wijze waarop
dit maatwerk juridisch en planologisch kan worden geborgd, wordt uitgewerkt bij de
wijziging van het omgevingsplan en in de nader te maken maatwerkafspraken met Rijkswaterstaat.
Dit programma biedt helderheid aan initiatiefnemers, bewoners en andere stakeholders
over de spelregels, mogelijkheden en verplichtingen binnen het gebied Veense Put,
als basis voor het wijzigen van het omgevingsplan en het realiseren van een kwalitatieve
goede leefomgeving.
Bijlage I Overzicht Informatieobjecten
- Entreegebied
-
/join/id/regdata/gm1959/2026/dff45af531e24c4d92f3c94898b53260/nld@2026‑10‑16;07270366
- Landschappelijke kwaliteitsverbetering zuidelijke landtong
-
/join/id/regdata/gm1959/2026/d6212fa1c46c4070a096ebcfc85ff1a4/nld@2026‑10‑16;07270366
- Maaslandjes
-
/join/id/regdata/gm1959/2026/cc203416fdbe49688ad722e8936bb8df/nld@2026‑10‑16;07270366
- Maaslandjes wonen
-
/join/id/regdata/gm1959/2026/2eae41507fa74a45a15c599e4313cde0/nld@2026‑10‑16;07270366
- Noordelijke landtong
-
/join/id/regdata/gm1959/2026/68457c3efd5e43fba8d2713470174cad/nld@2026‑10‑16;07270366
- Veense Put
-
/join/id/regdata/gm1959/2026/0b5f9c0a150e4831bdad5bbdffcf076d/nld@2026‑10‑16;07270366
- Veense Put 2-42
-
/join/id/regdata/gm1959/2026/f1eb8a3af6d740748b39cf58b93f801b/nld@2026‑10‑16;07270366
- Water
-
/join/id/regdata/gm1959/2026/f627bdfbb0c4462ba34ad0e0a55b5b30/nld@2026‑10‑16;07270366
- Zuidelijke landtong
-
/join/id/regdata/gm1959/2026/817f5e5c6df34fe2bab7a8ca0f3d5056/nld@2026‑10‑16;07270366
Bijlage II Overzicht Documentenbijlagen
- Passende beoordeling stikstof Veense Put
-
/join/id/regdata/gm1959/2026/1d9e996b80d54a7498233252737cc496/nld@2026‑10‑16;07270366
- Plan mer-beoordeling Veense Put
-
/join/id/regdata/gm1959/2026/3ea382c2872a4edeab5c52934a40aa8e/nld@2026‑10‑16;07270366
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl