Nota Participatiebeleid

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 21-10-2026

Intitulé

Nota Participatiebeleid

De raad van de gemeente Loon op Zand;

gezien het voorstel van 12 mei 2026 van het college van burgemeester en wethouders, met nummer 2026.05445;

b e s l u i t :

  • 1.

    de Nota Participatiebeleid 'Hoe werkt de gemeente effectief samen met haar inwoners' (met documentnummer 2026.05997) vast te stellen;

Voorwoord

Iedere dag zie ik hoe betrokken onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zijn bij hun leef- en werkomgeving. Die betrokkenheid is een grote kracht van onze gemeenschap. Die kracht willen wij, als gemeente, beter benutten. Dit participatiebeleid laat zien hoe we dat duidelijk, betrouwbaar en met wederzijds vertrouwen willen doen.

Betrouwbaarheid begint bij onszelf. Inwoners moeten erop kunnen rekenen dat wij helder zijn over wat participatie wel en niet betekent. Dat we eerlijk zijn over de ruimte die er is om mee te denken of mee te beslissen, dat we luisteren naar inbreng en dat we altijd terugkoppelen wat daarmee is gedaan. Dit beleid helpt ons om die belofte waar te maken. Het biedt kaders die houvast geven, zowel voor inwoners als voor bestuurders en medewerkers.

De uitvoering van dit participatiebeleid vraagt om een goed samenspel tussen gemeenteraad, college van burgemeester en wethouders en de ambtelijke organisatie. Ieder heeft daarin een eigen rol en verantwoordelijkheid. Alleen als deze drie rollen elkaar versterken, elkaar aanspreken en samenwerken vanuit dezelfde uitgangspunten, kan participatie daadwerkelijk van waarde zijn voor de samenleving.

De gemeente heeft een bijzondere verantwoordelijkheid: het dienen van het algemeen belang. Niet alle wensen kunnen altijd worden gehonoreerd en niet iedere stem kan doorslaggevend zijn. Soms moeten belangen worden afgewogen en keuzes worden gemaakt die niet voor iedereen hetzelfde uitpakken. Participatie verandert dat niet, maar maakt dit proces wel zorgvuldiger, transparanter en beter uitlegbaar. Juist door open in gesprek te zijn, kunnen we samen begrijpen waarom bepaalde besluiten worden genomen.

Dit participatiebeleid is bewust geen eindpunt. We staan aan het begin van een ontwikkeling. De basis moet op orde komen: duidelijke afspraken, herkenbare werkwijzen en voldoende kennis en vaardigheden binnen de organisatie. Pas daarna kunnen we verder bouwen en verdiepen. Daarom is dit beleid nog niet af. De komende jaren zullen we het samen blijven ontwikkelen, op basis van ervaringen, evaluaties en gesprekken met onze gemeenschap. Wat vandaag werkt, kan morgen beter.

Ik zie dit beleid dan ook als een uitnodiging. Een uitnodiging aan inwoners om mee te doen, mee te denken en initiatief te nemen. Maar ook een uitnodiging aan onszelf als gemeente om te blijven leren, om open te staan voor kritiek en om steeds opnieuw te zoeken naar de juiste balans tussen participatie en de verantwoordelijkheid voor het algemeen belang.

Laten we samenwerken, met respect voor elkaars rol en positie, aan een gemeente die betrouwbaar is en waarin iedereen zich gehoord voelt.

Davy Jansen

Burgemeester

gemeente Loon op Zand

“Open luisteren zonder te sturen in trajecten is belangrijk.” [Inwonersavond]

1. Inleiding

Dit is het participatiebeleid van de gemeente Loon op Zand. We willen inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties op een duidelijke en eenduidige manier betrekken bij gemeentelijk beleid en projecten. Waar nodig en mogelijk ondersteunen we inwonersinitiatieven. Zo maken we participatie tot een vast en vanzelfsprekend onderdeel van ons werk. Inwoners van onze gemeente zijn al actief en betrokken. Dat willen we verder versterken. Door samen te werken, gebruiken we de denkkracht en ideeën uit de samenleving. Hierdoor komen we tot goed doordachte strategieën en beleid dat aansluit bij de leefomgeving van de inwoners. Ons participatiebeleid met duidelijke kaders én ruimte om flexibel in te spelen op de behoefte van inwoners, helpt ons daarbij.

1.1 Samen maakten we dit beleid

Dit participatiebeleid is in gesprek met inwoners van Loon Op Zand ontwikkeld. Er is bij zoveel mogelijk inwoners en andere betrokkenen informatie opgehaald. Iedereen die dat wilde mocht meepraten en meedenken.

Er is een online enquête verspreid waarin mensen hun ideeën konden geven over hoe participatie binnen de gemeente zou moeten werken. Een deel van de deelnemers dacht daarna verder mee tijdens inwonersavonden.

Ook zijn gesprekken gevoerd met het college van burgemeester en wethouders en met de gemeenteraad om hun ervaringen en wensen mee te nemen.

Binnen de organisatie werkte een ambtelijk meedenkteam in verschillende werksessies aan de praktische kant van participatie.

Daarnaast vond er een bijeenkomst plaats met verenigingen en maatschappelijke organisaties om hun rol en samenwerking met de gemeente te bespreken.

We merkten dat jongeren wat minder vertegenwoordigd waren in de participatiemomenten. Deze probeerden wij daarom nog te benaderen.

Tussentijds hebben we het participatietraject wat bijgestuurd in de tijdsplanning, vooral met de bedoeling om de gemeenteraad goed in positie te brengen en haar comfort te geven over het traject. De raadsleden maakten enkele opmerkingen over het belang van het meenemen van mensen die bijvoorbeeld laaggeletterd/niet digitaal vaardig of moeilijker bereikbaar zijn. Daarop organiseerden we extra ontmoetingsmomenten, gericht op het betrekken van deze inwoners. Zo wordt er vanuit verschillende invalshoeken en met een brede groep betrokkenen gebouwd aan dit beleid.

“Meer op tijd, duidelijkheid en goed communiceren over de mogelijkheden van participatie, dat vind ik belangrijk.”. [enquête]

2. De participatieverordening

Naast het participatiebeleid wordt een participatieverordening opgesteld. De verordening is een officiële regeling, een algemeen verbindend voorschrift, van de gemeenteraad. Hierin wordt vastgelegd wanneer participatie wordt ingezet, wie betrokken worden en wat inwoners mogen verwachten. Het beleid beschrijft de visie en uitgangspunten, de verordening zet deze om in duidelijke en bindende regels. Het belang om als gemeente duidelijke afspraken te maken over participatie komt voort uit de Omgevingswet en de Wet ‘Versterking participatie op decentraal niveau’.

Met dit participatiebeleid kiest de gemeente ervoor om participatie breed toe te passen. Dat betekent voor alle beleidsterreinen van de gemeente. Inwoners worden daarmee niet alleen betrokken bij ruimtelijke ontwikkelingen, maar ook bij onderwerpen in het sociaal domein, zoals beleid over zorg en ondersteuning (Wmo), jeugd, werk en inkomen (Participatiewet), schuldhulpverlening en inburgering.

2.1 Omgevingswet

Sinds de komst van de Omgevingswet op 1 juli 2024 zijn gemeenten verplicht om participatie te organiseren bij ruimtelijke plannen zoals omgevingsplannen, omgevingsprogramma’s, omgevingsvisies, omgevingsbesluiten en omgevingsverordeningen. Dat betekent dat inwoners worden betrokken en mogen meedenken over nieuwe plannen in hun buurt.

Voor andere initiatiefnemers zoals projectontwikkelaars of inwoners is participatie meestal niet verplicht, maar het wordt wel sterk aangeraden. De wet adviseert dat de initiatiefnemer al in een vroege fase in gesprek gaat met de omgeving. Dit heet een omgevingsdialoog. De overheid beoordeelt uiteindelijk de plannen en neemt de beslissing.

Een gemeenteraad kan gevallen bepalen waarvoor participatie wél verplicht is. Dit geldt vooral voor plannen die niet passen binnen het omgevingsplan en waarvoor een vergunning nodig is.

Aangezien de participatieregels van de Omgevingswet door rechtszaken en jurisprudentie een eigen ontwikkeling doormaken, wordt ervoor gekozen de nieuwe participatieverordening niet van toepassing te verklaren op de werkingssfeer van de Omgevingswet.

2.2 Wet ‘Versterking participatie op decentraal niveau’

Sinds 1 januari 2025 is de Wet ‘Versterking participatie op decentraal niveau’ van kracht. Deze wet zorgt voor een wijziging van artikel 150 van de Gemeentewet, waarin staat dat elke gemeente een participatiebeleid moet vaststellen. Gemeenten zijn verplicht dit beleid uit te werken in een participatieverordening. Daarin staan regels over de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid en regels over het uitdaagrecht. Uiterlijk 1 januari 2027 moet elke gemeente dit hebben geregeld. Met de vaststelling van dit beleid en van de nieuwe participatieverordening wordt voldaan aan die verplichting.

3. Onze ambitie

We participeren al regelmatig met onze inwoners. We willen dit echter op een meer gestructureerde wijze en met een duidelijke manier van werken gaan doen. Met dit participatiebeleid zetten we dan ook de eerste stappen naar een duidelijker en meer gelijkwaardige manier van samenwerken met inwoners. We staan aan het begin van deze ontwikkeling en bouwen stap voor stap aan een stevige basis. De ambitie is om participatie binnen de gemeente eenduidig, eenvoudig en helder te organiseren. Duidelijkheid is daarbij het belangrijkste uitgangspunt: iedereen moet vooraf weten wat het doel is, hoe het proces eruitziet en wat er met de inbreng gebeurt. Tijdens en na elk traject wordt open en transparant gecommuniceerd over keuzes, besluiten en resultaten.

Dit participatiebeleid vormt het begin van een ontwikkelproces waarin gemeente en samenleving samen op weg gaan naar een meer participatieve manier van werken door meedenkkracht op te halen in de gemeenschap en toegang te bieden voor initiatieven van inwoners.

4. Onze visie

Participatie is voor ons een vanzelfsprekend onderdeel van goed bestuur. Wij zien participatie als een manier om in verbinding te staan met de samenleving en beleid te maken dat aansluit op de leefwereld van inwoners. We vinden het belangrijk om open te staan voor ideeën, zorgen en initiatieven vanuit de samenleving. Samen weten we meer en komen we tot betere plannen en besluiten.

Participatie betekent voor ons niet alleen informeren, maar vooral: in gesprek gaan, luisteren, meedenken en, waar mogelijk, samen doen. Daarbij betrekken we inwoners zo vroeg mogelijk in het proces, rekening houdend met ieders rol en bevoegdheid, en blijven we in contact tijdens alle fases. Heldere communicatie, wederzijds respect en duidelijke verwachtingen zijn daarin essentieel.

We realiseren ons dat participatie tijd, aandacht en ruimte vraagt. Binnen de organisatie maken we daar bewust ruimte voor: in planning, capaciteit, budget en inhoud. In onze projectplannen, startnotities en voortgangsrapportages hebben we aandacht voor participatie. We willen flexibel omgaan met participatievormen en steeds goed kijken wat in een specifieke situatie past. Dat vraagt om duidelijke kaders, zodat iedereen weet waaraan hij of zij toe is. En deze aanpak vraagt om maatwerk bij het opzetten van participatietrajecten.

We zetten in op een herkenbare en betrouwbare aanpak van participatie. Niet om ‘draagvlak te halen’, maar om samen te werken aan gemeentelijk beleid en visies die kloppen, begrijpelijk zijn en goed landen in de praktijk.

We zijn ons ervan bewust dat deze manier van werken vraagt om een andere houding en soms ook om nieuwe vaardigheden. Daarom zien we onszelf als een lerende organisatie. We willen groeien in participatie door te proberen, te experimenteren, te leren en te evalueren. Zo bouwen we stap voor stap aan een steeds betere aanpak, die past bij onze ambitie en bij wat de samenleving van ons vraagt.

“Ik voel mij gehoord als ik een inhoudelijke reactie krijg. Ook al ben ik het er niet mee eens.” [Inwonersavond]

5. Onze definitie

De gemeente Loon op Zand definieert participatie als:

Samen werken aan een aanpak of strategie om een bepaald doel te realiseren, op een duidelijke, transparante en gelijkwaardige manier, door te praten met en te luisteren naar inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties en hen te laten meedenken, meedoen en, waar mogelijk, mee te laten beslissen.

We onderscheiden twee vormen van participatie in dit beleid.

5.1 Inwonersparticipatie

Dit is het proces waarbij inwoners actief worden betrokken bij het voorbereiden, maken en evalueren van gemeentelijk beleid en strategieën die invloed hebben op hun leefomgeving. Denk aan parkeerbeleid of aan het huisvesten van specifieke groepen. De gemeente is eigenaar van het initiatief.

De gemeente Loon op Zand werkt samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties aan plannen en visies, zodat deze beter aansluiten bij de mensen om wie het gaat.

5.2 Overheidsparticipatie

Dit zijn inwonersinitiatieven. Denk aan het inrichten van een groenstrook of speeltuin in de eigen straat, of aan het opzetten van een ontmoetingsplek in de eigen wijk. De inwoners(groep) zijn eigenaar van het maatschappelijk initiatief en vragen de gemeente om mee te doen. De gemeente geeft ruimte aan inwonersinitiatieven en stelt zich daarbij op als mogelijk-maker. Het uitgangspunt is: ‘Een inwonersinitiatief; ja, tenzij.’ Daarom ondersteunt de gemeente een initiatief waar dat mogelijk is.

Deze ondersteuning bestaat bijvoorbeeld uit onderzoeken, meedenken en sparren, het geven van advies en duidelijkheid over vergunningen en procedures en het bekijken of financiering/subsidiering mogelijk is. De gemeente zoekt daarbij actief de verbinding met andere partijen en voert een realiteitstoets uit (voorstelbaar of niet voorstelbaar) om het initiatief zo uitvoerbaar mogelijk te maken. Het idee blijft altijd van de initiatiefnemer; het eigenaarschap ligt volledig bij de inwoners(groep). De gemeente is slechts ondersteunend aan het inwonersinitiatief. Het initiatief is immers van de inwoners en moet daarom gedragen en getrokken worden door hen.

Dit geldt voor inwonersinitiatieven. Grote initiatiefnemers, zoals projectontwikkelaars, hebben zelf de middelen om participatietrajecten op te zetten en een participatieverslag daarvan te overhandigen aan de gemeente ter toetsing.

De vier mogelijke rollen van de gemeente bij inwonersinitiatieven zijn:

  • 1.

    Ondersteunen van het inwonersinitiatief

  • 2.

    Adviseren en meedenken over vergunningen en gemeentelijke procedures.

  • 3.

    Verstrekken van subsidie.

  • 4.

    Toezicht houden en toetsen.

5.2.1. Het uitdaagrecht

Naast inwonersinitiatieven bestaat er ook het uitdaagrecht. Dit is een vorm van overheidsparticipatie waarbij inwoners, organisaties en ondernemers een gemeentelijke taak (gedeeltelijk) kunnen overnemen, als zij denken dat zij dit beter, slimmer of goedkoper kunnen uitvoeren.

Het gaat om taken waarvoor de gemeente geld heeft gereserveerd in de begroting. Voorbeelden zijn het gedurende langere tijd onderhouden van groen, het ophalen oud papier of het schoonhouden van de omgeving.

Niet alle taken vallen onder het uitdaagrecht. Sommige taken blijven altijd de verantwoordelijkheid van de gemeente, zoals handhaving, het heffen van belastingen, het uitgeven van paspoorten en het werk van hulpdiensten zoals politie en brandweer. Deze kunnen dus niet worden overgenomen.

“Ik wil graag informatie krijgen over participatietrajecten zodat ik mijn mening kan geven.” [enquête]

6. Onze werkwijze

De aanpak van participatieprocessen voor inwonersparticipatie in Loon op Zand, bestaat uit het toepassen van de Loonse participatie-uitgangspunten, het gebruik van het stappenplan de participatieladder, het participatieverslag, en de afspraak dat we participatieprocessen altijd evalueren.

6.1 De Loonse participatie-uitgangspunten

  • •

    Participatie is altijd maatwerk.

  • •

    We denken participatie vroeg in het proces uit en maken per traject een participatieplan.

  • •

    We starten participatie, indien mogelijk, vanaf het begin van een traject.

  • •

    We communiceren vroegtijdig, open en in begrijpelijke taal, zodat inwoners weten waarover zij kunnen participeren.

  • •

    Participatieprocessen zijn helder en begrijpelijk.

  • •

    We zorgen voor duidelijke verwachtingen: inwoners weten waar ze aan toe zijn en wat er met hun bijdrage gebeurt.

  • •

    We werken met de participatieladder en bieden zo veel mogelijk participatieruimte.

  • •

    We gebruiken verschillende participatiewerkvormen en kiezen per traject wat het beste past.

  • •

    We bepalen per traject de relevante doelgroepen en zetten ons in om deze te bereiken. Daarbij hebben we oog voor inclusiviteit en het benaderen van de moeilijker te bereiken inwoners.

  • •

    Participatie is toegankelijk voor iedereen. Iedereen die mee wil doen, moet mee kunnen doen.

  • •

    We koppelen altijd de resultaten terug aan de deelnemers. Besluiten zijn daarbij uitlegbaar en rechtvaardig.

  • •

    We zijn een lerende organisatie: we experimenteren, evalueren en verbeteren continu.

“Dat niet alles kan wat je wil is duidelijk, maar leg op een goede manier uit waarom niet alles kan.” [enquête]

6.2 Het Stappenplan

We denken aan het begin van een traject, en in latere fases, goed na of er ruimte is voor participatie. Is dit het geval, dan maken we een analyse wie we betrekken en wat er mogelijk is om samen te doen. We zijn bij elk vraagstuk open over waar inwoners invloed op hebben, wat al vaststaat, hoe we ideeën en opmerkingen verwerken en gebruiken en hoe en wanneer we terugkoppeling geven. We gebruiken hierbij het stappenplan participatie. De uitkomsten verwerken we in een participatieplan.

6.3 De participatieladder

Wij werken met de participatieladder. Dit helpt ons om vooraf duidelijk te kiezen welke rol en zeggenschap inwoners hebben bij een vraagstuk. Deze rol en daarmee mate van invloed kan per doelgroep en per fase van een vraagstuk verschillen. De participatieladder helpt ons om vooraf duidelijke keuzes te maken en juiste verwachtingen te scheppen. Voor inwonersparticipatie gebruiken we de eerste 5 treden van de participatieladder. Trede 6 ‘Zelfbesturen’ is van toepassing op overheidsparticipatie.

6.3.1. Afwegingskader participatieniveau

De onderstaande criteria helpen ons bij het kiezen van het best passende participatieniveau. Dit is een integrale weging, er is geen sprake van een optelsom of automatische uitkomst. Daarbij vraagt succesvolle participatie altijd om maatwerk, afwijken is dan ook mogelijk. Per participatietraject wordt gemotiveerd welk participatieniveau wordt toegepast, passend bij de aard, impact en fase van het vraagstuk.

Afwegingskader participatieniveau

Impact

Wat is de impact van de opgave op de directe leefomgeving van de inwoners?

Laag: Beperkte of individuele gevolgen.

Middel: Merkbare gevolgen voor een wijk of doelgroep.

Hoog: Ingrijpende gevolgen voor meerdere groepen of een groot gebied.

Beleidsruimte

Is er ruimte om keuzes te maken of plannen aan te passen?

Weinig ruimte: Veel ligt al vast (bijvoorbeeld door wet- en regelgeving).

Enige ruimte: Beperkte keuzeruimte binnen kaders.

Veel ruimte: Open vraagstuk, meerdere oplossingsrichtingen mogelijk.

De belanghebbenden

Welke inwoners worden geraakt?

Beperkte en overzichtelijke groep.

Grotere of meer diverse groep.

Grote en diverse groep belanghebbenden.

Complexiteit

Hoe complex is het vraagstuk, inhoudelijk en qua belangen?

Overzichtelijk: Weinig samenhang met andere thema’s.

Gemiddeld complex: Meerdere belangen en afwegingen.

Complex: Sterk verweven belangen, inhoudelijk en/of procesmatig complex.

Maatschappelijke en politieke gevoeligheid

Spelen er verschillende belangen, meningen of spanningen?

Nauwelijks: Weinig discussie of tegengestelde belangen.

In enige mate: Verschillende perspectieven aanwezig.

Duidelijk aanwezig: Duidelijke tegenstellingen, verhoogde kans op conflict.

Tijd en middelen

Is er ruimte om participatie zorgvuldig vorm te geven? (tijd, capaciteit, budget)?

Beperkt.

Voldoende.

Ruim.

6.3.2 De trede van de ladder

Trede 1. Informeren

De gemeente vertelt inwoners wat er gaat gebeuren en geeft hen eenzijdig informatie.

Inwoners worden op tijd en duidelijk geïnformeerd, maar hebben geen invloed op de besluitvorming. Inwoners goed informeren hoort bij alle plannen van de gemeente.

Passend bij: Lage impact, beperkte beleidsruimte, beperkt aantal belanghebbenden.

Trede 2. Raadplegen

De gemeente vraagt inwoners om hun mening, ideeën, ervaringen en zorgen. Zo gaat de gemeente na of het voornemen of beleid aansluit bij de wensen of belangen van de inwoners of gebruikt de gemeente de reacties bij het nemen van een besluit. De reacties van de inwoners zijn niet bindend. Het is wel van belang om te motiveren waarom een reactie niet leidt tot een aanpassing.

Passend bij: Gemiddelde impact, enige beleidsruimte, meerdere belanghebbenden met verschillende perspectieven.

Trede 3. Adviseren

Inwoners denken, door middel van een dialoog, actief mee en geven aanbevelingen of adviezen voordat er een concreet plan ligt. Er is veel ruimte voor het gesprek en inbreng.

De gemeente neemt de inbreng serieus en legt uit wat ermee gebeurt.

Passend bij: Gemiddelde tot hoge impact, duidelijke keuzeruimte, belanghebbenden kunnen inhoudelijk bijdragen.

Trede 4. Samenwerken

De gemeente en inwoners werken samen aan plannen en oplossingen.

Besluiten worden samen voorbereid. Ze zijn gelijkwaardige partners en delen verantwoordelijkheid. Wel houdt de gemeente de formele verantwoordelijkheid en legt de kaders vast.

Passend bij: Hoge impact, veel beleidsruimte, complex vraagstuk met meerdere belangen.

Trede 5. Meebeslissen

Inwoners krijgen hier beslissingsbevoegdheden over een besluit en hebben verantwoordelijkheden binnen het proces. De gemeente volgt deze beslissing.

Voorbeeld: een buurtbudget of gezamenlijk besluit over een plan.

Passend bij: Zeer hoge impact, grote mate van beleidsvrijheid, sterke betrokkenheid en organisatiegraad van belanghebbenden

Trede 6. Zelfbesturen

Het gaat hier om inwonersinitiatieven en het inzetten van het uitdaagrecht. De gemeente is geen initiatiefnemer. De verantwoordelijkheid en de uitvoering ligt bij de inwoners(groep), al dan niet binnen vooraf gestelde kaders. De gemeente houdt alleen toezicht op wet- en regelgeving.

“Een contactpersoon en een centrale plek waar ik informatie kan vinden en vragen kan stellen over inwonersinitiatieven, dat zou enorm helpen.” [Inwonersavond]

6.4 Het participatieverslag

Van de inbreng tijdens de participatie maken we een verslag zodat duidelijk is welke ideeën en meningen inwoners hebben bijgedragen. Dit verslag verspreiden we onder de deelnemers. Zo informeren wij hen altijd over het resultaat van de participatie. We zijn daarbij duidelijk over wat we wel en wat we niet meenemen bij ons besluit en waarom. Als het nog niet mogelijk is om aan te geven wat er met de inbreng van de inwoners gedaan wordt, dan laten we weten wanneer dit gaat gebeuren. Bij besluitvorming door het college van B&W of de gemeenteraad wordt toegelicht hoe participatie is vormgegeven en wat de belangrijkste opbrengsten zijn, zodat zij deze kunnen meenemen in hun besluit.

6.5 Inwonersinitiatieven

Uit het participatietraject van dit beleid kwam naar voren dat inwoners graag een vaste contactpersoon of duidelijke ingang bij de gemeente willen voor het inbrengen en bespreken van inwonersinitiatieven. Dit kan helpen bij ideevorming en geeft duidelijkheid over waar je moet zijn binnen de gemeente. We maken in eerste instantie een ingang op de gemeentelijke website www.loonopzand.nl met informatie over inwonersinitiatieven, wat de gemeente kan betekenen en de mogelijkheid om een mail te sturen.

6.6 Het uitdaagrecht

Het uitdaagrecht biedt inwoners de mogelijkheid om gemeentelijke taken (deels) over te nemen wanneer zij denken deze beter, slimmer of met meer maatschappelijke waarde te kunnen uitvoeren. Het gaat om taken die de gemeente normaal gesproken zelf uitvoert of laat uitvoeren. Inwoners die gebruik willen maken van het uitdaagrecht dienen een voorstel in bij de gemeente. In dit voorstel beschrijven zij welke taak zij willen uitvoeren, wat hun aanpak is, welke doelen zij willen bereiken, hoe de uitvoering wordt georganiseerd en welk draagvlak er is onder betrokkenen, zoals buurtbewoners, gebruikers of maatschappelijke organisaties.

De gemeente beoordeelt het voorstel aan de hand van vooraf vastgestelde criteria, zoals kosten, kwaliteit, haalbaarheid, draagvlak, continuïteit en de mate waarin het initiatief past binnen wet- en regelgeving en gemeentelijk beleid.

Wanneer het voorstel wordt goedgekeurd, maakt de gemeente samen met de initiatiefnemers afspraken over de uitvoering, de financiële middelen en de verantwoordelijkheden. De inwoners worden dan uitvoerder van de taak, terwijl de gemeente eindverantwoordelijk blijft.

Het uitdaagrecht is altijd maatwerk. De doorlooptijd en vorm verschillen per initiatief. Soms kan een plan snel worden gerealiseerd, in andere gevallen is extra voorbereiding nodig, bijvoorbeeld vanwege juridische kaders of bestaande contracten. Tijdens het proces blijft de gemeente in gesprek met de initiatiefnemers om samen te bepalen wat mogelijk is en hoe het initiatief het beste kan worden uitgevoerd.

Informatie over het indienen en organiseren van het uitdaagrecht ontsluiten wij via een pagina op de gemeentelijke website www.loonopzand.nl.

6.6 Evalueren

Wij evalueren participatietrajecten altijd. Zo leren we van wat goed ging en wat beter kan. Het is niet erg als er een keer wat minder lukt, als we het daarna maar beter proberen te doen. We zijn een lerende organisatie; we delen ervaringen, bieden kennis aan elkaar en we stimuleren collega’s om zich te ontwikkelen in het goed organiseren van participatieprocessen.

Betrokkenheid, geven en nemen, horen en wederhoren, normen en waarden, iedereen hoort erbij! [enquête]

7. Participatie door initiatiefnemers

Participatie door initiatiefnemers is een eigen categorie binnen het participatiebeleid, waarbij de verantwoordelijkheid voor participatie bij de initiatiefnemer ligt en de gemeente kaders stelt en toetst.

Bij (ruimtelijke) initiatieven ligt de verantwoordelijkheid voor het organiseren van participatie bij de initiatiefnemer. De gemeente verwacht dat initiatiefnemers belanghebbenden op een zorgvuldige en passende manier betrekken bij de planvorming. De gemeente hanteert daarbij de volgende uitgangspunten:

  • •

    Inwoners worden tijdig geïnformeerd en betrokken.

  • •

    De vorm van participatie sluit aan bij de aard, omvang en impact van het initiatief.

  • •

    Initiatiefnemers geven inzicht in de ontvangen reacties en koppelen terug wat hiermee is gedaan in de vorm van een participatieverslag.

Initiatiefnemers lichten bij hun aanvraag toe hoe participatie is vormgegeven en wat de resultaten daarvan zijn, in de vorm van een participatieverslag. Dit maakt onderdeel uit van de onderbouwing van het initiatief.

De gemeente beoordeelt of de participatie zorgvuldig en passend is uitgevoerd in relatie tot de aard en impact van het initiatief. Deze beoordeling wordt betrokken bij de integrale afweging in de besluitvorming.

8. Jongerenparticipatie

Jongeren zijn de toekomst van de gemeente. Wij willen hen daarom graag betrekken bij onze plannen. Dat vraagt tijd, aandacht, contact en ervaringen opdoen met het bereiken en betrekken van jongeren. We werken eraan om meer ervaring op te doen met het betrekken van jongeren. We hebben hiervoor niks specifieks ingericht in de organisatie. We kunnen wel per project kijken of de participatie van jongeren wenselijk en nuttig is en zo ja, hen met extra aandacht proberen te betrekken.

De gemeente heeft een kinderraad. Dat is een mooie en waardevolle vorm van jongerenparticipatie. We hebben de kinderraad gevraagd om een vragenlijst in te vullen over hoe zij het liefst meedenken en meedoen met de gemeente. De kennis passen we toe op jongerenparticipatie.

9. Rollenverdeling

Voor het uitvoeren van dit participatiebeleid is een goede samenwerking nodig tussen de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de ambtelijke organisatie. Iedereen heeft hierbij een eigen rol en verantwoordelijkheid.

9.1 De gemeenteraad

De gemeenteraad vertegenwoordigt de inwoners en bewaakt het algemeen belang vanuit haar volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol. Dit wordt de representatieve democratie genoemd. Participatie voegt hieraan een extra laag toe, namelijk de participatieve democratie: inwoners leveren ideeën, meningen en standpunten aan. Beide vormen kunnen elkaar versterken.

De gemeenteraad speelt een aantal actieve rollen bij participatie:

  • •

    Het vaststellen van het participatiebeleid en de participatieverordening.

  • •

    Het bepalen bij welke onderwerpen participatie verplicht is.

  • •

    Het vooraf participatiekaders stellen bij majeure plannen.

  • •

    Het controleren of het college van burgemeester en wethouders participatie goed uitvoert.

  • •

    Het na afloop van een participatietraject toetsen om te kijken of de belangen van de doelgroepen genoeg in beeld zijn gebracht en afgewogen.

Tijdens participatietrajecten heeft de gemeenteraad geen actieve rol en in het uiterste geval een luisterende rol, want op dat moment is de inwoner aan zet om zijn/haar mening en denkkracht te geven.

9.2 College van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor de uitvoering van participatieprocessen die door de gemeente worden gestart en voor duidelijke werkwijzen voor inwonersinitiatieven en het uitdaagrecht. Daarnaast is het belangrijk dat het college de waarden en uitgangspunten van het participatiebeleid uitdraagt en dat zij vroegtijdig in gesprek gaat met de ambtelijke organisatie over de participatieaanpak van plannen en programma’s.

9.3 Ambtelijke organisatie

De medewerkers van de gemeente voeren de participatieprocessen uit in opdracht van het college van burgemeester en wethouders en zijn namens hen handhaver en/of facilitator van inwonersinitiatieven. Dit vraagt om flexibiliteit en een goede afstemming. De organisatie is hier nog niet voor uitgerust. Daarvoor gaan we richtlijnen, tools en trainingen ontwikkelen zodat we kunnen gaan leren hoe we participatie professioneel uitvoeren.

“Dat we samen met de gemeente ervoor kunnen zorgen dat we een leefbaar en mooie gemeente hebben waar het fijn is om te wonen werken en recreëren. Dat betekent participatie voor mij. " [enquête]

Ter afsluiting

Met dit participatiebeleid zetten we een belangrijke stap op weg naar een nog betere samenwerking met de inwoners van onze gemeente. We spreken hiermee de ambitie uit om participatie niet te zien als een instrument, maar als een manier van werken die meebeweegt met onze samenleving. Een manier van werken waarin we luisteren, leren en samen vormgeven.

Tegelijkertijd realiseren we ons dat goed participatiebeleid nooit ‘af’ is. We zijn en blijven hierin lerend. Dit beleid markeert dan ook geen eindpunt, maar een begin: een gezamenlijk vertrekpunt om ervaring op te doen, inzichten te verzamelen en onze aanpak stap voor stap te verbeteren.

Daarom evalueren we dit participatiebeleid twee jaar na vaststelling. We kijken dan terug op wat het ons heeft gebracht, hoe we zijn gegroeid in de samenwerking met inwoners en waar verdere ontwikkeling nodig en wenselijk is. Die reflectie helpt ons om participatie blijvend te versterken en te verdiepen.

Zo houden we participatie in beweging. Altijd met het doel om als gemeente beleid te maken en opgaven uit te voeren die recht doen aan de leefomgeving, ideeën en belangen van onze inwoners, samen, zorgvuldig en toekomstgericht.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 2 juli 2026.

De raad voornoemd,

voorzitter,

griffier,