Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR768038
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR768038/1
Participatieverordening gemeente Oldambt 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-01-2027
Intitulé
Participatieverordening gemeente Oldambt 2026De raad van de gemeente Oldambt;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 1 september 2026 (zaaknummer 54368-2026);
gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit;
overwegende dat:
• per 1 januari 2025 de Wet versterking participatie op decentraal niveau in werking is getreden, op grond waarvan de gemeenteraad vóór 1 januari 2027 een participatieverordening dient vast te stellen;
• de raad op 7 oktober 2026 het Participatiebeleid gemeente Oldambt 2026–2030 heeft vastgesteld als kaderstellend beleid voor de uitvoering van deze verordening;
• de gemeente Oldambt waarde hecht aan het vroegtijdig en serieus betrekken van inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers, en aan het faciliteren van initiatieven vanuit de samenleving;
• de gemeente daarom zowel inwonersparticipatie als overheidsparticipatie, waaronder het uitdaagrecht, in deze verordening regelt;
B E S L U I T:
vast te stellen de Participatieverordening gemeente Oldambt 2026
luidende als volgt:
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1. Definities
Deze verordening verstaat onder:
- a.
beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren;
- b.
bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat bevoegd is; afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester;
- c.
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldambt;
- d.
inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening over beleid te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;
- e.
inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;
- f.
inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers, maatschappelijke partijen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid;
- g.
maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités, dorpsbelangen, wijkplatforms, huurdersorganisaties, sociale ondernemingen en andere organisaties die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente Oldambt;
- h.
ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente Oldambt zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten;
- i.
overheidsparticipatie: op initiatief van inwoners en/of maatschappelijke partijen betrekken van de gemeente bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, daaronder ook het uitdaagrecht begrepen;
- j.
participatie: de samenwerking tussen een bestuursorgaan en inwoners, ondernemers of maatschappelijke partijen, in welke vorm dan ook, daaronder zowel inwonersparticipatie als overheidsparticipatie begrepen;
- k.
participatiebeleid: het door de gemeenteraad vastgestelde Participatiebeleid gemeente Oldambt 2026–2030, met daarin de visie, uitgangspunten, doelgroepenaanpak en processtappen voor participatie in de gemeente Oldambt;
- l.
uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet.
Hoofdstuk 2. Kaders en uitgangspunten
Artikel 2. Doelstelling
Het doel van deze verordening is:
- a.
duidelijkheid te geven over het proces van participatie en de voorwaarden waaronder toepassing van het uitdaagrecht mogelijk is;
- b.
de samenwerking tussen een bestuursorgaan enerzijds en inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen anderzijds te versterken;
- c.
de kwaliteit en het draagvlak van besluitvorming in de gemeente Oldambt te vergroten;
- d.
het vertrouwen tussen inwoners en gemeente te versterken en de lokale democratie te vitaliseren;
- e.
de sociale samenhang en veerkracht binnen de gemeente Oldambt te versterken.
Artikel 3. Reikwijdte
- 1.
Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid, taken en bevoegdheden of participatie wordt toegepast, met inachtneming van het participatiebeleid.
- 2.
Het bestuursorgaan past bij participatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht.
- 3.
Er vindt geen participatie plaats als:
- a.
het om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid gaat;
- b.
participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;
- c.
de uitkomst van participatie vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht;
- d.
de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen;
- e.
sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
- f.
het om interne organisatorische aangelegenheden van de gemeente gaat;
- g.
het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat.
- 4.
Het bestuursorgaan onderbouwt een beroep op een van de gronden in het derde lid schriftelijk en maakt deze onderbouwing openbaar.
Artikel 4. Zorgplicht bestuursorgaan
Het bestuursorgaan zorgt ervoor dat:
- a.
inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen tijdig worden betrokken en voldoende tijd krijgen om feedback te geven, waarbij een reactietermijn van ten minste vier weken geldt; het bestuursorgaan kan hiervan gemotiveerd afwijken als de aard of de spoedeisendheid van de kwestie daartoe noodzaakt en maakt die motivering openbaar;
- b.
inzichtelijk is hoe het proces van participatie eruitziet en welke vormen van participatie tijdens het proces mogelijk zijn;
- c.
de voor het proces van participatie benodigde stukken openbaar en toegankelijk zijn, in begrijpelijke taal (taalniveau B1);
- d.
tijdens het proces van participatie inzichtelijk is wat de stand van zaken is;
- e.
het proces van participatie zorgvuldig verloopt en dat actief wordt gestreefd naar representatieve deelname, waaronder het bereiken van doelgroepen die zichzelf niet vanzelf melden;
- f.
duidelijk is waar inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen terecht kunnen met vragen of klachten over het proces van participatie; hiervoor is binnen de gemeentelijke organisatie een programma-adviseur Participatie aangewezen als contactpersoon;
- g.
na afloop kenbaar is hoe het proces van participatie is verlopen, wat de uitkomsten waren en hoe deze uitkomsten een plaats hebben gekregen in de besluitvorming. Terugkoppeling aan deelnemers vindt zo spoedig mogelijk plaats, doch uiterlijk binnen acht weken na afronding van het traject.
Artikel 5. Participatiejaarverslag
- 1.
Het college neemt elk jaar een paragraaf in het jaarverslag op waarin het college verslag doet van de uitvoering van deze verordening en legt deze paragraaf ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor.
- 2.
In de paragraaf in het jaarverslag gaat het college in op:
- a.
de wijze waarop participatieprocessen zijn georganiseerd;
- b.
de rolinvulling door de gemeenteraad en het college;
- c.
de gebruikte instrumenten, resultaten en kosten van de participatieprocessen;
- d.
de mate waarin doelgroepen zoals jongeren, het stille midden en inwoners in kwetsbare posities zijn bereikt;
- e.
de mate waarin de terugkoppelingstermijn uit artikel 4, onderdeel g, is nagekomen;
- f.
de belangrijkste ervaringen en de aanbevelingen die hieruit voortvloeien.
Hoofdstuk 3. Inwonersparticipatie
Artikel 6. Plan voor inwonersparticipatie
- 1.
Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, aan de hand van het door de gemeenteraad vastgestelde Participatiebeleid gemeente Oldambt 2026–2030, een plan met het proces en de planning van de inwonersparticipatie op en maakt dit binnen twee weken na vaststelling openbaar.
- 2.
Het plan bevat in elk geval:
- a.
een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt, met vermelding van de kwestie, de centrale vraag en de geldende kaders zoals beschreven in het participatiebeleid;
- b.
het oogmerk van het proces waarbij het bestuursorgaan een keuze maakt uit:
- i.
kwaliteit of effectiviteit van het beleid verbeteren;
- ii.
draagvlak voor het beleid vergroten;
- iii.
zorgen voor betere besluiten, vaardigheden of financiële voordelen;
- iv.
democratische rechten en actief burgerschap bevorderen;
- v.
zeggenschap en medeverantwoordelijkheid creëren;
- vi.
democratische legitimiteit of overbrugging van de politieke kloof nastreven;
- vii.
een combinatie van deze oogmerken.
- a.
de vorm van participatie, aansluitend bij de participatieladder van ProDemos zoals verankerd in het participatiebeleid, waarbij het bestuursorgaan een keuze maakt uit:
- i.
informeren: inwoners en maatschappelijke partijen krijgen informatie;
- ii.
raadplegen of inspraak: inwoners en maatschappelijke partijen kunnen hun mening geven;
- iii.
adviseren: het bestuursorgaan gaat in gesprek met inwoners en maatschappelijke partijen en betrekt hun adviezen bij het nemen van het besluit;
- iv.
coproduceren: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners en maatschappelijke partijen een plan en besluit daarover;
- v.
meebeslissen: inwoners en maatschappelijke partijen nemen zelf beslissingen binnen door het bestuursorgaan gestelde kaders;
- vi.
een combinatie van deze vormen.
- b.
informatie over de procedure en de planning van het proces, waarbij in elk geval aandacht is voor de te betrekken doelgroepen, belangenbehartigers en samenwerkingspartners zoals beschreven in het participatiebeleid, de wijze waarop deze worden benaderd, de informatievoorziening aan die doelgroepen gedurende en na afloop van het proces, en de ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming over het beleid;
- c.
de wijze waarop wordt omgegaan met representativiteit en met het bereiken van doelgroepen die zichzelf niet vanzelf melden, waaronder jongeren, het stille midden, huurders en inwoners in een kwetsbare positie.
- 3.
Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het plan op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.
- 4.
Het bestuursorgaan stemt bij het opstellen van het plan af met de programma-adviseur Participatie, mede ter voorkoming van onevenredige stapeling van participatietrajecten in hetzelfde gebied of bij dezelfde doelgroepen.
Artikel 7. Dorp- en wijkagenda’s
- 1.
Het college stelt, in samenwerking met dorpen en wijken, dorp- en wijkagenda’s vast. In de dorp- en wijkagenda’s worden de lokale prioriteiten vastgelegd en vertaald naar gemeentelijk beleid en uitvoering.
- 2.
Het participatieve proces voor de totstandkoming van dorp- en wijkagenda’s verloopt overeenkomstig de bepalingen van deze verordening en het Participatiebeleid gemeente Oldambt 2026–2030. Het college zorgt daarbij voor heldere afwegingskaders en een zorgvuldige terugkoppeling aan betrokken inwoners en maatschappelijke partijen.
- 3.
Het college draagt zorg voor de integratie van de dorp- en wijkagenda’s in de gemeentelijke planning- en controlcyclus.
Artikel 8. Inspraak
Als een bestuursorgaan in het kader van de inwonersparticipatie voor inspraak kiest of als inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt.
Artikel 9. Ondersteuning participatie
- 1.
Het college zorgt voor ondersteuning van degene die aan een proces van participatie wil deelnemen of een verzoek om overheidsparticipatie wil indienen of heeft ingediend.
- 2.
Het college zorgt dat er in de buurt op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd, onder meer via de gebiedsregisseurs.
- 3.
Ter uitvoering van het eerste lid zorgt het college in elk geval voor:
- a.
een herkenbaar digitaal en fysiek aanspreekpunt voor vragen over participatie;
- b.
communicatie in begrijpelijke taal (taalniveau B1) en waar nodig aangepaste of meertalige informatie;
- c.
een toegankelijk stappenplan voor initiatiefnemers, zoals opgenomen in Bijlage A van het participatiebeleid;
- d.
het vastleggen van de werkwijze uit het participatiebeleid en de participatieverordening in werkprocessen.
Hoofdstuk 4. Aanvullende bepalingen inwonersparticipatie
Artikel 10. Eindverslag inwonersparticipatie
- 1.
Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden stelt het bestuursorgaan een eindverslag op en maakt dit binnen een maand openbaar.
- 2.
Het eindverslag bevat in elk geval:
- a.
een beschrijving van het proces dat is gevolgd, waaronder de werkvormen en de groepen die zijn betrokken;
- b.
de uitkomsten van het proces en de argumenten die naar voren zijn gebracht, waaronder nadrukkelijk minderheidsstandpunten;
- c.
een onderbouwde reactie op die uitkomsten en argumenten waarbij is aangegeven hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast, en waarom bepaalde inbreng niet of gedeeltelijk is overgenomen;
- d.
een evaluatie van het proces dat is gevolgd, met aandacht voor de mate waarin representativiteit is bereikt en de mate waarin de terugkoppelingstermijn van acht weken is gehaald.
- 3.
Het bestuursorgaan informeert deelnemers zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken na afloop van het participatietraject schriftelijk over de uitkomsten en stuurt hen het eindverslag toe of wijst hen de vindplaats daarvan aan.
- 4.
Als het college op grond van artikel 6, derde lid, het plan voor de inwonersparticipatie heeft opgesteld, stelt het college ook het eindverslag op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.
Hoofdstuk 5. Aanvullende bepalingen overheidsparticipatie
Artikel 11. Verzoek om overheidsparticipatie
- 1.
Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om overheidsparticipatie indienen.
- 2.
Het verzoek bevat:
- a.
een omschrijving van de overheidsparticipatie die de indiener voor ogen heeft;
- b.
de reden dat de indiener het verzoek indient;
- c.
het resultaat dat de indiener beoogt.
- 3.
De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan:
- a.
wat de relevante betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener is;
- b.
welke kosten of middelen er volgens de indiener aan het verzoek verbonden zijn;
- c.
bij een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht: hoe de indiener de kwaliteit, continuïteit en uitvoering van de taak wil waarborgen, en hoe het draagvlak in de omgeving is georganiseerd.
- 4.
De indiener maakt voor het verzoek gebruik van het door het college vastgestelde formulier.
- 5.
Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen en gaat zo nodig met de indiener in gesprek.
Artikel 12. Ondersteuning indiener verzoek overheidsparticipatie
Het college zorgt voor ondersteuning van degene die een verzoek om overheidsparticipatie wil indienen of heeft ingediend, onder meer via de gebiedsregisseurs en de programma-adviseur Participatie.
Artikel 13. Beoordeling verzoek overheidsparticipatie
- 1.
Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover.
- 2.
Als de gemeenteraad op het verzoek moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor.
- 3.
Onverminderd artikel 3, derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als:
- a.
het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van overheidsparticipatie verzet; dit is in elk geval het geval bij:
- i.
vergunningverlening, toezicht en handhaving;
- ii.
taken in het domein van openbare orde en veiligheid;
- iii.
belastingen en uitkeringen;
- iv.
besluiten die een politieke afweging vragen;
- v.
taken waarbij persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming worden verwerkt op een wijze die zich niet leent voor overdracht;
- vi.
grootschalige infrastructurele projecten.
- b.
het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid, de betreffende dorp- of wijkagenda of het Participatiebeleid gemeente Oldambt 2026–2030;
- c.
het verzoek niet voldoet aan de in artikel 11, tweede en derde lid, gestelde eisen.
- 4.
Het bestuursorgaan kan een verzoek om overheidsparticipatie afwijzen als:
- a.
het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de overheidsparticipatie niet beter wordt uitgevoerd of dat de kosten onevenredig hoger zijn;
- b.
de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt;
- c.
de financiële of juridische risico's voor de gemeente onevenredig zijn;
- d.
onvoldoende draagvlak in de directe omgeving aannemelijk is gemaakt.
- 5.
Het bestuursorgaan reageert zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met ten hoogste vier weken verdagen en stelt de indiener hiervan schriftelijk in kennis.
- 6.
Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing binnen twee weken openbaar.
Artikel 14. Uitvoering overheidsparticipatie
Als het bestuursorgaan het verzoek om overheidsparticipatie toewijst, maakt het met de indiener schriftelijke afspraken over:
- a.
het proces, het resultaat en de looptijd van de overheidsparticipatie, daaronder bij het uitdaagrecht begrepen de uitvoering van de taak;
- b.
het budget en de financieringswijze van de overheidsparticipatie;
- c.
het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende het proces;
- d.
de waarborging van kwaliteit, continuïteit en toezicht, waarbij de gemeente eindverantwoordelijk blijft;
- e.
de wijze waarop met risico's en aansprakelijkheid wordt omgegaan;
- f.
de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de overheidsparticipatie;
- g.
de evaluatie van de overheidsparticipatie.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Artikel 15. Nadere regels college
Het college kan over inwonersparticipatie en overheidsparticipatie nadere regels vaststellen.
Artikel 16. Hardheidsclausule
Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, voor zover toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt.
Artikel 17. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
- 1.
De Inspraakverordening gemeente Oldambt wordt ingetrokken.
- 2.
De Inspraakverordening gemeente Oldambt blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een inspraakprocedure op grond van die verordening was gestart.
Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel
- 1.
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2027.
- 2.
Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening gemeente Oldambt 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Oldambt van 7 oktober 2026
De griffier, De voorzitter,
Jelte van der Meer Cora-Yfke Sikkema
Toelichting
Aanleiding
Op 1 januari 2025 is de Wet versterking participatie op decentraal niveau in werking getreden (Stb. 2024, 203). Deze wet beoogt het draagvlak voor het beleid van gemeenten, en de uitvoering en evaluatie daarvan, te vergroten door inwoners hier een grotere rol in te geven. Gemeenten moeten op grond van deze wet inwoners niet meer alleen bij de voorbereiding van beleid betrekken, maar ook bij de uitvoering en evaluatie. Bovendien moeten gemeenten hun inspraakverordening vóór 1 januari 2027 vervangen door een participatieverordening waarin ook het uitdaagrecht is geregeld.
Voor de gemeente Oldambt vormt deze verordening de juridische verankering van het eerder vastgestelde Participatiebeleid gemeente Oldambt 2026–2030. Waar het participatiebeleid de visie, uitgangspunten en werkwijze beschrijft, legt deze verordening de spelregels en procedurele waarborgen vast.
Keuze voor variant 2 van het VNG-model
De gemeente Oldambt heeft bewust gekozen voor variant 2 van de VNG-modelverordening: inwonersparticipatie en overheidsparticipatie. Deze variant doet recht aan de visie uit het participatiebeleid dat participatie zowel door de gemeente (inwonersparticipatie) als door inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen zelf (overheidsparticipatie, waaronder het uitdaagrecht) wordt vormgegeven. De samenwerking tussen gemeente en samenleving staat voorop.
Verhouding tot het Participatiebeleid gemeente Oldambt 2026–2030
De verordening en het participatiebeleid vormen samen het kader voor participatie in Oldambt. De verordening bevat de juridisch bindende spelregels; het participatiebeleid bevat de inhoudelijke visie, de uitwerking van de participatieladder, de doelgroepenaanpak (waaronder kinderen, jongeren, het stille midden, huurdersorganisaties), de rol van dorpsbelangen en wijkplatforms, de processtappen, en de omgang met maatschappelijke onrust. In de verordening wordt op verschillende plaatsen naar het participatiebeleid verwezen, zodat de samenhang tussen beide documenten wordt geborgd.
Verhouding tot de Omgevingswet
De Omgevingswet kent eigen regels voor participatie, met name bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. Daarbij is de initiatiefnemer — en niet het bestuursorgaan — aan zet. Voor die gevallen leent de verordening zich niet. Bij de kerninstrumenten omgevingsvisie, omgevingsplan en programma's wordt deze verordening wel zoveel mogelijk toegepast (artikel 3, tweede lid). Voor initiatiefnemers biedt het participatiebeleid (Bijlage A, Oldambtster leidraad) een negen-stappenplan. Voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten hanteert de gemeente de Think-consistent tool en is door de raad een lijst van gevallen met verplichte participatie vastgesteld (hoofdstuk 6 van het participatiebeleid).
Verhouding tot de Participatieraad
De Participatieraad Oldambt is een wettelijk adviesorgaan voor het sociaal domein (Wmo, Jeugdwet, Participatiewet), ingesteld bij Verordening participatieraad gemeente Oldambt 2022. Deze participatieverordening laat die verordening onverlet (artikel 17, derde lid). De Participatieraad en de brede burgerparticipatie die deze verordening regelt, werken naast en met elkaar: de Participatieraad adviseert formeel vanuit het perspectief van gebruikers van gemeentelijke voorzieningen in het sociaal domein, terwijl deze verordening de bredere betrokkenheid van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen bij alle beleidsterreinen regelt.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1. Definities
De definities sluiten aan bij het VNG-model. Aanvullend is de definitie van 'participatiebeleid' opgenomen, om de relatie met het Participatiebeleid gemeente Oldambt 2026–2030 juridisch te verankeren. Onder 'maatschappelijke partijen' zijn expliciet dorpsbelangen, wijkplatforms en huurdersorganisaties genoemd, gezien hun belangrijke rol in de Oldambtster participatiepraktijk. De definitie van 'inwonersparticipatie' omvat zowel inwoners, ondernemers als maatschappelijke partijen, overeenkomstig de reikwijdte van het participatiebeleid.
De doelstellingen zijn ontleend aan het participatiebeleid: versterking van samenwerking, kwaliteit en draagvlak, vertrouwen in de lokale democratie, en sociale samenhang. Deze doelen fungeren als toetssteen bij de uitvoering.
Artikel 3. Reikwijdte
De reikwijdte volgt het VNG-model. In lijn met het participatiebeleid is de lijst van uitzonderingen expliciet opgenomen. Het vierde lid verplicht het bestuursorgaan een beroep op een uitzondering schriftelijk te onderbouwen en openbaar te maken; dit past bij de Oldambtster keuze voor transparantie en eerlijke verwachtingen.
Dit artikel verankert de kernwaarden uit het participatiebeleid: tijdigheid, transparantie, begrijpelijke taal (B1-niveau), representativiteit, toegankelijkheid en terugkoppeling. In onderdeel a is de reactietermijn voor inwoners bepaald op ten minste vier weken. De in eerdere versies opgenomen termijn van één week is naar aanleiding van de consultatie losgelaten: die termijn werd als onevenwichtig ervaren ten opzichte van de acht weken die voor terugkoppeling gelden en bood in de praktijk te weinig ruimte voor een zorgvuldige reactie, zeker voor vrijwilligersorganisaties, dorpsbelangen en wijkplatforms die eerst hun achterban moeten raadplegen. Beide termijnen hebben overigens een verschillend karakter: vier weken is een ondergrens voor de inbreng van inwoners, acht weken is een uiterste termijn waarbinnen het bestuursorgaan – zo spoedig mogelijk – terugkoppelt. Afwijken van de vier weken kan alleen gemotiveerd en openbaar, bijvoorbeeld bij spoedeisendheid; bij inspraak op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geldt de wettelijke termijn van zes weken. De terugkoppelingstermijn (zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken) — uit het participatiebeleid als het meest genoemde verbeterpunt geïdentificeerd — is in onderdeel g juridisch verankerd. Onderdeel f wijst de programma-adviseur Participatie aan als vast contactpunt, in lijn met de organisatorische borging in hoofdstuk 11 van het participatiebeleid.
De gemeenteraad stuurt via de begroting en het jaarverslag op participatie. De paragraaf in het jaarverslag bevat expliciet de mate waarin doelgroepen zoals jongeren en het stille midden zijn bereikt (onderdeel d) en de mate waarin de terugkoppelingstermijn is gehaald (onderdeel e). Dit sluit aan bij de evaluatie-aanpak in hoofdstuk 10 van het participatiebeleid.
Artikel 6. Plan voor inwonersparticipatie
Het participatieplan moet in lijn zijn met het Participatiebeleid gemeente Oldambt 2026–2030. De participatieladder van ProDemos (informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren, meebeslissen) — de door de raad al in 2021 vastgestelde ladder — is als leidraad voor de keuze van de participatievorm opgenomen. Het vierde lid introduceert de afstemming met de programma-adviseur Participatie om stapeling van participatietrajecten te voorkomen, in lijn met de aanbeveling in Bijlage C van het participatiebeleid (Tip bij processtap 5).
Artikel 7. Dorp- en wijkagenda’s
Dit artikel geeft uitvoering aan het collegebesluit (programmaplan Gebiedsgericht Werken en Participatie) om de dorp- en wijkagenda’s onderdeel te laten zijn van de participatieverordening. Het vaststellen van dorp- en wijkagenda’s is een participatief proces waarbij zowel het college als dorpen en wijken een rol spelen. Het eerste lid verankert de gezamenlijke totstandkoming. Het tweede lid borgt dat dit proces in lijn is met de verordening en het participatiebeleid en dat heldere afwegingskaders worden geboden. Het derde lid verplicht het college de agenda’s te integreren in de gemeentelijke planning- en controlcyclus, zodat de uitkomsten ook bestuurlijk worden verankerd.
Artikel 8. Inspraak
Standaardbepaling uit het VNG-model. Inspraak verloopt in beginsel volgens afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 9. Ondersteuning participatie
Laagdrempelige ondersteuning wordt georganiseerd via de gebiedsregisseurs en de programma-adviseur Participatie. Het derde lid maakt de ondersteuning concreet: een herkenbaar aanspreekpunt, communicatie op B1-niveau en een toegankelijk stappenplan.
Artikel 10. Eindverslag inwonersparticipatie
Naast de standaardelementen uit het VNG-model is expliciet vastgelegd dat minderheidsstandpunten een plaats krijgen (lid 2, onderdeel b), dat bij het niet overnemen van inbreng een onderbouwing wordt gegeven (onderdeel c), en dat representativiteit en terugkoppelingstijd onderdeel van de procesevaluatie zijn (onderdeel d). Het derde lid verankert de terugkoppelingstermijn (zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken) — een van de verbeterpunten uit het participatiebeleid.
Artikel 11. Verzoek om overheidsparticipatie
Verzoeken worden centraal bij het college ingediend om een laagdrempelig en uniform ingangspunt te borgen. Het derde lid, onderdeel c, stelt aanvullende eisen bij het uitdaagrecht: kwaliteit, continuïteit en draagvlak, aansluitend bij de beoordelingscriteria uit hoofdstuk 6 van het participatiebeleid.
Artikel 12. Ondersteuning indiener verzoek overheidsparticipatie
De gemeente biedt actieve ondersteuning bij het indienen en voorbereiden van verzoeken. Dit past bij de keuze in het participatiebeleid om initiatiefnemers niet aan hun lot over te laten, maar een regierol te voeren.
Artikel 13. Beoordeling verzoek overheidsparticipatie
De imperatieve afwijzingsgronden in het derde lid, onderdeel a, sluiten één-op-één aan bij de lijst 'Wat kan níet?' uit hoofdstuk 6 van het participatiebeleid: vergunningverlening, toezicht, handhaving, openbare orde en veiligheid, belastingen en uitkeringen, politiek gevoelige afwegingen, taken met gevoelige persoonsgegevens en grote infrastructurele projecten. Het vierde lid biedt het bestuursorgaan discretionaire ruimte voor afwijzing, onder meer bij onevenredige financiële of juridische risico's (onderdeel c) of onvoldoende aannemelijk gemaakt draagvlak (onderdeel d). De beslistermijn is gesteld op zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken, met verdaging van ten hoogste vier weken, om recht te doen aan de zorgvuldigheid die het uitdaagrecht vraagt.
Artikel 14. Uitvoering overheidsparticipatie
Bij toewijzing worden schriftelijke afspraken gemaakt. Onderdeel d legt vast dat de gemeente eindverantwoordelijk blijft — een harde randvoorwaarde uit het participatiebeleid. Onderdeel e regelt expliciet de omgang met risico's en aansprakelijkheid, gezien de niet-overdraagbare risicoaansprakelijkheid van de gemeente in bepaalde situaties.
Artikel 15. Nadere regels college
Het college kan via nadere regels onderdelen van de verordening uitwerken, bijvoorbeeld het formulier voor het uitdaagrechtverzoek of de concrete werkwijze voor het eindverslag.
Artikel 16. Hardheidsclausule
Standaardbepaling voor maatwerk in uitzonderlijke gevallen.
Artikel 17. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
Met deze verordening wordt de Inspraakverordening gemeente Oldambt ingetrokken, met overgangsrecht voor lopende procedures.
Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel
De verordening treedt in werking op 1 januari 2027, de uiterste datum die de Wet versterking participatie op decentraal niveau voorschrijft.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl