Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR768002
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR768002/1
Budgethoudersregeling
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-01-2027
Intitulé
BudgethoudersregelingHet college van burgemeester en wethouders,
Gelet op
de Gemeentewet, afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht, het Organisatiebesluit gemeente Neder-Betuwe 2026 en het Mandaatbesluit gemeente Neder-Betuwe 2026.
Besluit
vast te stellen de navolgende budgethoudersregeling
Hoofdstuk 1 - Algemeen
Artikel 1 Begrippen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- •
Budget: een deel van de begroting, met een inhoudelijke doelstelling en/of maatschappelijk effect, een raming van financiële baten en lasten, weergegeven in een programma, taakveld, grootboeknummer of een investeringsbudget (investeringskrediet).
- •
Eerste budgethouder: medewerker die primair eindverantwoordelijk is voor de besteding en verantwoording van alle gemeentelijke budgetten, ook wanneer bevoegdheden zijn gedelegeerd. Legt hierover verantwoording af aan het college.
- •
Hoofdbudgethouder: medewerker aan wie een budget is toegekend via deze regeling en daarmee verantwoordelijk is voor een groter budget of meerdere deelbudgetten binnen een team. Bewaakt het totale budget, verdeelt verantwoordelijkheden en kan bevoegdheden delegeren aan deelbudgethouders.
- •
Deelbudgethouder: medewerker aan wie een deel van een budget is toegekend via deze regeling en daarmee verantwoordelijk is voor een specifiek deel van het budget, bijvoorbeeld een kostensoort. Mag uitgaven doen binnen het toegewezen deelbudget en legt hierover verantwoording af aan de hoofdbudgethouder.
- •
Projectbudgethouder: medewerker aan wie een projectbudget is toegekend via deze regeling en daarmee verantwoordelijk is voor dit specifieke deel van het budget. Ziet erop toe dat uitgaven passen binnen de projectdoelstellingen, het beschikbare projectbudget en de geldende financiële kaders. Legt verantwoording af aan de hoofdbudgethouder en/of opdrachtgever van het project. De invulling van deze rol is in taken en verantwoordelijkheden gelijk aan die van de deelbudgethouder, alleen dan gericht op formeel benoemde projecten in plaats van specifieke kostensoorten.
- •
Prestatie-akkoordverklaarder: medewerker die voor het beheer van de budgetten controleert of de geleverde prestatie en/of de factuur klopt, geeft akkoord dat de levering is ontvangen, en heeft geen budgetverantwoordelijkheid. Dit is de medewerker die het beste kan beoordelen of de prestatie daadwerkelijk is geleverd.
- •
Contract: de overeenkomst of een vergelijkbaar document waarin de levering van goederen, aanneming van werk of de verlening van diensten aan de gemeente wordt geregeld en geregistreerd.
- •
Verplichting: het financiële gevolg van een subsidiebesluit, een besluit tot uitkering of het aangaan van overeenkomsten tot levering van goederen, aanneming van werk of verlening van diensten aan de gemeente.
- •
Vierogen-principe: de functiescheiding in het financiële proces tussen diegenen die een betaling initieert of goedkeurt en diegene die de geleverde prestatie controleert.
Artikel 2 Samenhang met Mandaatbesluit en Organisatiebesluit
-
2.1 Bij de uitoefening van de bevoegdheden in deze regeling moeten de regels van het Mandaatbesluit Neder-Betuwe 2026 en het Organisatiebesluit Neder-Betuwe 2026 in acht worden genomen, waarbij in geval van twijfel het mandaatbesluit prevaleert. Beide besluiten treden per 1 september 2026 in werking.
-
2.2 Budgethouders kunnen van hun budgethouderschap slechts gebruik maken tot het bedrag zoals vastgelegd in het mandaatbesluit en de begroting.
Hoofdstuk 2 - Aanwijzen hoofdbudgethouders, deelbudgethouders en prestatie-akkoordverklaarders
Artikel 3 Aanwijzing
-
3.1 Het college van burgemeester en wethouders wijst de directie aan als eerste budgethouder voor de budgetten die ter beschikking staan van het college. De griffier is eerste budgethouder voor de budgetten die ter beschikking staan van de gemeenteraad.
-
3.2 De directie kan de teammanagers, de concerncontroller en de directiesecretaris die rechtstreeks verantwoording afleggen aan de directie aanwijzen als hoofdbudgethouder en wijst daarbij direct budgetten aan hen toe.
-
3.3 De directie, de teammanagers, de concerncontroller, de directiesecretaris en de griffier kunnen andere medewerkers die rechtstreeks verantwoording aan hen afleggen aanwijzen als deelbudgethouder, en wijzen daarbij direct deelbudgetten aan hen toe.
-
3.4 De directie en teammanagers kunnen projectleiders aanwijzen als projectbudgethouder, en wijzen daarbij direct projectbudgetten aan hen toe.
-
3.5 De deelbudgethouders en projectbudgethouders wijzen in samenspraak met de betreffende hoofdbudgethouder ieder voor hun eigen deelbudgetten de prestatie-akkoordverklaarders aan.
-
3.6 De hiervoor beschreven aanwijzingen worden in alle gevallen schriftelijk of per e-mail vastgelegd.
-
3.7 Ten tijde van afwezigheid kan een budgethouder of prestatie-akkoordverklaarder een vervanger aanwijzen op gelijk of hoger hiërarchisch niveau. Waarbij het vier-ogenprincipe in acht wordt genomen.
-
3.8 Het totaaloverzicht van hoofdbudgethouders, deelbudgethouders, projectbudgethouders, prestatie-akkoordverklaarders, en alle toegekende budgetten inclusief de koppeling naar programma’s en taakvelden (de budgethoudersmatrix) wordt vastgelegd in het financieel systeem, van waaruit dit overzicht kan worden geëxporteerd.
-
3.9 De teammanagers (hoofdbudgethouders) zijn verantwoordelijk voor het doorgeven van personele wijzigingen in het kader van de budgethoudersmatrix (mutaties in budgethouders en prestatieakkoord-verklaarders). Dit kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van uitdiensttreding, langdurige afwezigheid, of een aanpassing in de organisatiestructuur. Deze wijzigingen kunnen via Topdesk worden doorgegeven, zodat de applicatiebeheerder Key2Financiën deze kan verwerken in het financieel systeem en Team Financiën de budgethoudersmatrix kan actualiseren. Deze budgethoudersregeling blijft door dergelijke wijzigingen echter onverminderd van kracht.
-
3.10 Aan elk budget wordt maximaal en ook minimaal één budgethouder gekoppeld, aan elk deelbudget maximaal één deelbudgethouder en aan elk projectbudget maximaal één projectbudgethouder. Er kunnen wel meerdere prestatieakkoord-verklaarders aan één budget worden gekoppeld.
Hoofdstuk 3 - Toewijzen verantwoordelijkheden, bevoegdheden en taken
Artikel 4 Verantwoordelijkheden
-
4.1 De directie is eindverantwoordelijk voor het beheer van de budgetten binnen de kaders van de begroting.
-
4.2 De teammanagers zijn eindverantwoordelijk voor het beheer van de budgetten en het realiseren van inkomsten die tot de verantwoordelijkheid van hun team behoren. Dit geldt ook voor de concerncontroller, de directiesecretaris en de griffier.
-
4.3 De budgethouders (hoofd-, deel- en project-) zijn ieder voor de aan hun toegewezen budgetten verantwoordelijk voor:
- 4.3.1
Het beheersen van de uitgaven door een doelmatige, doeltreffende en rechtmatige inzet van de ter beschikking gestelde middelen.
- 4.3.2
Het aangaan van verplichtingen, primair door deelbudgethouder of projectbudgethouder, nadat deze heeft geconstateerd dat het budget:
- •
Toereikend is;
- •
Uitsluitend wordt besteed voor het doel waarvoor het beschikbaar is gesteld;
- •
-
De hoofdbudgethouder houdt de eindverantwoordelijkheid voor het totale budget.
- 4.3.3
Het realiseren van de inkomsten zoals deze zijn opgenomen in de budgetten.
- 4.3.4
Het via het financieel systeem administreren van de budgetten en het voeren van budgetbewaking, om effectief en efficiënt te sturen op en beheersen van de budgetten en de bijbehorende rapportage.
- 4.3.5
Het toepassen van het vierogen-principe, zodat er functiescheiding plaatsvindt in het financiële proces.
- 4.3.6
Het zorgdragen dat leveranciers binnen de betalingstermijn betaald krijgen, mits de inkoopfactuur en de prestatielevering akkoord zijn.
- 4.3.7
Het vragen aan de leverancier om op de factuur een herleidbare codering op te nemen (het verplichtingsnummer).
- 4.3.1
-
4.4 De hoofdbudgethouder, de deelbudgethouder en projectbudgethouder zijn ieder voor hun eigen (deel)budgetten verantwoordelijk voor het afleggen van verantwoording aan het college over de inhoudelijke en financiële uitvoering van de taken uit deze regeling. Deze verantwoording vindt plaats binnen de kaders van de relevante wet- en regelgeving, de vastgestelde planning, (werk)afspraken en kwaliteit in het kader van de planning- & control cyclus. Dat zijn onder andere de verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) en het inkoop- en aanbestedingsbesluit.
-
4.5 De hoofdbudgethouders zijn eindverantwoordelijk voor de rapportage van het totaal van budgetafwijkingen op het niveau van de taakvelden binnen de programma’s in de bestuurlijke P&C-cyclus. De deelbudgethouders ondersteunen bij het toelichten en verklaren van opgetreden afwijkingen in de realisatie (zie ook artikel 6.7).
Artikel 5 Bevoegdheden
In het verlengde van de verantwoordelijkheden gelden de volgende bevoegdheden:
- 5.1
De directeuren, teammanagers, concerncontroller, directiesecretaris, en griffier kunnen instructies geven aan een deelbudgethouder of projectbudgethouder over de administratieve vastlegging en verantwoording.
- 5.2
De budgethouders zijn bevoegd opdrachten te verlenen tot levering van goederen, aanneming van werk en verlening van diensten, tot het bedrag van diens budget en een maximumbedrag op basis van hun rol en functie:
- a.
Eerste budgethouder (directeuren):
geen maximum;
- b.
Eerste budgethouder (griffier t.b.v. gemeenteraad budgetten):
tot € 250.000,-;
- c.
Hoofdbudgethouder (teammanagers, concerncontroller en directiesecretaris):
tot € 500.000,-;
- d.
Deelbudgethouder en Projectbudgethouder (aangewezen medewerker):
tot € 250.000,-;
- a.
-
Het budgethouderschap bestaat in de praktijk uit twee lagen, te weten:
- (1)
hoofdbudgethouder, en (2) deelbudgethouder/projectbudgethouder. Op het moment dat een opdracht de bevoegdheid van hoofdbudgethouder, projectbudgethouder of griffier overschrijdt moet één van de directeuren altijd aanvullend akkoord geven.
- (1)
-
Het financieel mandaat is geen algemene bevoegdheid om tot dat bedrag te mogen uitgeven. De financiële bevoegdheid geldt tot het genoemde bedrag, voor zover passend binnen het aan de budgethouder toegewezen budget én binnen de geldende wet- en regelgeving, begroting, financiële verordening, mandaatregeling en inkoop- en aanbestedingsregels. Een deelbudgethouder met een mandaat van bijvoorbeeld € 250.000,- en een beschikbaar budget van slechts € 50.000,- kan geen hogere verplichting aangaan dan het budget dat aan hem is toegekend (in dit voorbeeld maximaal € 50.000,- en niet € 250.000,-).
-
Voor opdrachten boven de € 5.000,- moet een verplichting worden aangemaakt, en contracten boven de € 25.000,- moeten worden vastgelegd. Zie hiervoor de taken die zijn beschreven onder artikel 6.1.1/6.1.2/6.1.3.
- 5.3
De hoofdbudgethouder, deelbudgethouder en projectbudgethouder zijn bevoegd om met een verkoopnota, declaratie of beschikking opdracht te geven tot het innen van een som geld van een derde partij (uitgezonderd lokale belastingheffingen zoals OZB).
- 5.4
De budgethouders zijn bevoegd om uitsluitend bij onvoorziene, onontkoombare en niet uit te stellen zaken hun budget te overschrijden tot maximaal 10% van het budget (met een maximum van € 50.000,-).
- 5.5
De directie kan voor het beheer van bijzondere kosten, zoals personeelskosten, bijdragen aan verbonden partijen en kapitaalslasten, een centrale budgethouder aanwijzen. Dit komt tot uitdrukking in de begroting.
Artikel 6 Taken
In het verlengde van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn onderstaande taken beschreven.
- 6.1
De hoofdbudgethouder, deelbudgethouder en projectbudgethouder voeren ieder voor hun budgetten de volgende processtappen uit:
- 6.1.1
Het vastleggen van het contract in het financiële systeem, zodat dit contract dient als basis voor het aangaan van verplichtingen.
- 6.1.2
Het in het financiële systeem registeren van contracten met een waarde hoger dan € 25.000,-.
- 6.1.3
Het aanmaken van verplichtingen voor iedere opdracht met een waarde hoger dan € 5.000,- zodat de actuele stand van het budget (vooraf) kan worden berekend. Dit geldt ook voor meerdere deelopdrachten die bij elkaar boven dit bedrag uitkomen.
- 6.1.4
Facturen met een waarde hoger dan € 2.500,- moeten worden voorzien van een prestatie-akkoordverklaring. Voor facturen onder dit bedrag is dit optioneel.
- 6.1.5
Het verplichtingsnummer doorgeven aan de leverancier, zodat die dit kan vermelden op facturen. Facturen die betrekking hebben op vastgelegde verplichtingen waarop geen verplichtingsnummer is vermeld, worden retour gestuurd naar de leverancier.
- 6.1.6
Het accorderen van de verplichtingen.
- 6.1.1
- 6.2
De deelbudgethouder en projectbudgethouder wijzen in samenspraak met de hoofdbudgethouder ieder voor hun eigen budgetten een prestatie-akkoordverklaarder aan, die de geleverde prestatie(s) beoordeelt.
- 6.3
De aanwijzing van prestatie-akkoordverklaarders wordt schriftelijk of per e-mail vastgelegd.
- 6.4
De prestatie-akkoordverklaarder toetst (achteraf) de facturen op juistheid, tijdigheid en volledigheid van geldbedragen en geleverde prestaties.
- 6.5
Wanneer er geen geaccordeerde verplichting is, maar deze er wel had moeten zijn, wordt de betreffende budgethouder gevraagd alsnog een verplichting aan te maken. Zodat de facturen uiteindelijk de juiste routing kunnen doorlopen (zie 6.6). Wanneer er geen geaccordeerde verplichting is, en deze ook niet nodig is, accordeert de budgethouder de facturen, betalingsstukken en ontvangsten ná het akkoord van de prestatie-akkoordverklaarder. Na dat akkoord wordt de factuur betaalbaar gesteld.
- 6.6
Wanneer er wel een geaccordeerde verplichting is, is alleen het akkoord van de prestatie-akkoordverklaarder voldoende voor betaalbaarstelling van facturen, betalingsstukken en ontvangsten.
- 6.7
De hoofdbudgethouders moeten overschrijdingen boven de € 50.000,- op taakveldniveau toelichten en rapporteren aan het college (met behulp van het budgetafwijkingsformulier).
- 6.8
De hoofdbudgethouder, deelbudgethouder of projectbudgethouder zorgen bij onvoldoende financiële dekking en een dreigende overschrijding voor een advies aan het college om een aanvullend budget beschikbaar te stellen.
- 6.9
De hoofdbudgethouder, deelbudgethouder of projectbudgethouder kunnen de taken uit artikel 6.1, 6.7 en 6.8 overdragen aan de prestatie-akkoordverklaarder, met uitzondering van de taak uit artikel 6.1.6 (het accorderen van de verplichtingen).
Hoofdstuk 4 - Registratie van budgetten
Artikel 7 Vastlegging, beheer en rapportages
-
7.1 De budgetten voor de gemeentelijke organisatie worden in het financieel systeem vastgelegd (op basis van de budgethoudersmatrix), dit systeem wordt beheerd door de applicatiebeheerder Key2Financiën binnen het subteam Financiën.
-
7.2 Vanuit het financieel systeem kan de gemeentelijke organisatie worden voorzien van overzichten die inzicht geven in het geheel van vastgelegde budgetten en gerealiseerde uitputting van deze budgetten. Het team Financiële en Juridische Zaken (subteam Financiën) kan budgethouders helpen bij het generen van de benodigde overzichten.
Hoofdstuk 5 - Overige bepalingen
Artikel 8 Functiescheiding
De functie van budgethouder en prestatie-akkoordverklaarder kunnen niet door medewerkers worden uitgevoerd die een registrerende of bewarende functie hebben.
Uitvoerende functionarissen van de financiële administratie kunnen daardoor geen budgethouder of prestatie-akkoordverklaarder zijn.
Artikel 9 Integriteitsbeginsel
De eerste budgethouder, hoofdbudgethouder, deelbudgethouder, projectbudgethouder en prestatie-akkoordverklaarder zijn verplicht om alles te doen wat voor een goede uitoefening van de functie nodig is. Zij handelen integer en kunnen zich hierbij niet op onvolledigheid van deze regeling of ander voorschrift beroepen bij het nalaten van datgene wat naar redelijkheid tot de functie wordt geacht te behoren.
Artikel 10 Hardheidsclausule
In gevallen waarin deze Budgethoudersregeling niet voorziet beslist het college.
Artikel 11 Inwerkingtreding
-
11.1 Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2027.
-
11.2 Citeertitel: Budgethoudersregeling gemeente Neder-Betuwe 2026.
-
11.3 Overgangsregeling: het Organisatiebesluit 2026 en de Mandaatregeling 2026 treden vanaf 1 september 2026 in werking. Aansluitend op het nieuwe begrotingsjaar treedt deze budgethoudersregeling pas in werking per 1 januari 2027. De bestaande budgethoudersregeling (2023) blijft gedurende het begrotingsjaar 2026 ongewijzigd van kracht tot 1 januari 2027.
-
11.4 Voorgaande Budgethoudersregelingen worden hiermee vanaf 1 januari 2027 ingetrokken.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van gemeente Neder-Betuwe in de vergadering van 28-09-2026.
De burgemeester,
A.J. Kottelenberg
De gemeentesecretaris,
N. de Geus - de Bruin
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl