Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767976
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767976/1
Beleidsregels Leerlingenvervoer Alphen aan den Rijn 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 20-10-2026
Intitulé
Beleidsregels Leerlingenvervoer Alphen aan den Rijn 2026Het college van de gemeente Alphen aan den Rijn;
- -
gelet op de bepalingen van de Verordening leerlingenvervoer 2026 gemeente Alphen aan den Rijn;
- -
Overwegend dat deze regels een aanvulling zijn op de verordening en de regels beschrijven die de gemeente hanteert bij het beoordelen van de aanvragen leerlingenvervoer;
Beleidsregels Leerlingenvervoer 2026 Gemeente Alphen aan den Rijn
De Beleidsregels Leerlingenvervoer Alphen aan den Rijn 2026 worden als volgt vastgesteld:
Algemeen
Artikel 1: Begrippen
-
1. Deze beleidsregels verstaan onder:
- a.
Bijzondere activiteiten en aangelegenheden: Onder bijzondere activiteiten en aangelegenheden kan bijvoorbeeld worden verstaan: studiedagdeel voor het personeel, schoolreisje/schoolkamp, sportdag, sinterklaasviering, carnaval, religieuze feestdag, excursie, jaarafsluiting of een vrij dagdeel voorafgaande aan een feestdag of vakantie, die niet is opgenomen in de schoolgids.
- b.
Crisisopvang :Tijdelijke opvang voor kinderen die in noodsituaties verkeren.
- c.
Loosmelding: het niet tijdig of zonder geldige reden door ouders afmelden van een leerling voor het gebruik maken van het aangepaste vervoer
- d.
structurele handicap: een handicap van ten minste drie maanden waardoor de leerling geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer, ook niet onder begeleiding, wordt gezien als structureel.
- e.
Toetsdagen: Onder toetsdagen worden onder andere verstaan: examendagen, tentamendagen en repetitiedagen
- b.
verordening: Verordening leerlingenvervoer gemeente Alphen aan den Rijn
- a.
-
2. Begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de verordening.
Artikel 2 Wijzigingen ten opzichte van de afgegeven beschikking
-
1. De ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, direct schriftelijk mede te delen aan de Gemeente, zie artikel 6 lid 1 van de Verordening Gemeente Alphen aan den Rijn 2026. Dit gaat om in ieder geval (maar niet uitsluitend) de volgende wijzigingen:
- a.
wijziging in het woonadres van de leerling, door bijvoorbeeld verhuizing (of door crisisopvang of een andere tijdelijke wijziging van verblijfplaats die langer duurt dan zes weken);
- b.
wijziging van de gezinssamenstelling;
- c.
wijziging in de gezinssituatie, die invloed heeft op het al dan niet begeleiden van leerlingen bijvoorbeeld ontslag van één van de ouders;
- d.
wijziging van het adres van de school;
- e.
wijziging van soort onderwijs bijvoorbeeld overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs.
- f.
wijziging van de schooltijden van de school;
- g.
toekenning van bekostiging voor het reizen van en naar school anders dan op basis van de verordening;
- h.
lagere frequentie schoolbezoek;
- a.
-
2. Bij gewijzigde omstandigheden kan ten onrechte genoten bekostiging van de ouders worden teruggevorderd, overeenkomstig artikel 6 van de verordening.
Artikel 3 Eenjarige en meerjarige beschikkingen
Het college bepaalt het recht op het leerlingenvervoer. Het college hanteert op basis van artikel 3 van de verordening, eenjarige of meerjarige beschikkingen. Het recht op het leerlingenvervoer blijft bestaan gedurende de periode waarvoor het recht is toegekend tenzij er iets verandert in de van belang zijnde omstandigheden.
Vervoer
Artikel 4 Nadere definitie woning, twee woningen
-
1. Onder ‘woning’ wordt verstaan: de plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft. Hierbij is het niet relevant in welke gemeente de ouders en/of het kind staan ingeschreven.
-
2. Er is sprake van een structureel en feitelijk verblijf wanneer de leerling minimaal 2 nachten per week ergens verblijft.
-
3. Wanneer de leerling tijdelijk in een andere gemeente verblijft, bijvoorbeeld in verband met noodzakelijke opvang, dient een aanvraag voor een vervoersvoorziening bij die gemeente ingediend te worden. Vakantie van de ouders geldt overigens niet als reden voor noodzakelijke opvang van de leerling elders.
-
4. Het adres waar kinderen een bepaalde tijd vóór aanvang en/of na afloop van de schooldag worden opgevangen (de buitenschoolse opvang) valt in beginsel niet onder het begrip ‘woning’.
-
5. Het kan voorkomen dat een leerling twee woningen heeft, bijvoorbeeld bij co-ouderschap. De tweede woning kan zich bevinden in Alphen aan den Rijn of in een andere gemeente. Voor beide situaties geldt:
- a.
Er wordt één aanvraag bij de gemeente Alphen aan den Rijn ingediend.
- b.
Er wordt maximaal één bekostiging verstrekt.
- c.
De leerling moet op vaste dagen in de week in de woningen verblijven.
- a.
-
6. Wanneer een leerling zowel in een woning in de gemeente Alphen aan den Rijn als in een woning in een andere gemeente verblijft, moet voor leerlingenvervoer van en naar deze laatste verblijfplaats een aanvraag bij die andere gemeente worden ingediend.
-
7. Bij twee woningen binnen de gemeente Alphen aan den Rijn wordt bij recht op aangepast vervoer alleen volgens een vast rooster op vaste weekdagen naar twee adressen vervoerd.
Artikel 5 Het vaststellen van afstand en reistijd
-
1. De afstand van de woning van de leerling naar school wordt gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige fietsroute volgens de ANWB-routeplanner.
-
2. De kortste route voor de leerling wordt gemeten van adres naar adres op het moment van toetsing van de aanvraag.
-
3. Het vaststellen van de reistijd per openbaar vervoer vindt plaats op basis de door de REIS informatiegroep bv beschikbaar gestelde informatie via 0900-9292, www.9292ov.nl en mobiel.9292ov.nl.
-
4. Voor het vaststellen van de reistijd per aangepast vervoer, raadpleegt de gemeente de vervoerder.
Artikel 6 Fietsvergoedingen
-
1. Als aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 18 van de verordening en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, wordt een vergoeding verstrekt op basis van de kosten van het vervoer per fiets.
-
2. De kilometervergoeding voor de fiets is 11 cent per kilometer gemeten langs de afstand zoals omschreven in artikel 18.
Artikel 7 Vergoeding van openbaar vervoer
De vergoeding van kosten van het openbaar vervoer wordt berekend met behulp van www.9292.nl en de informatie die verstrekt wordt op de websites van het openbaar vervoer bedrijf, waarbij de goedkoopste optie (binnen maximaal 90 minuten reistijd) bepalend is.
Artikel 8 Tijden aangepast vervoer
-
1. Vervoer vindt aansluitend plaats op de schooltijden, zoals deze staan vermeld in de schoolgids van de betreffende school.
-
2. Wanneer er binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden, kan de gemeente besluiten met de inzet van het aangepaste vervoer een wachttijd aan te houden van één of meerdere lesuren, om zodoende aan te sluiten op het vervoer van andere leerlingen op deze school of scholen in de omgeving.
-
3. Als de leerling aan het einde van de schooldag langer dan tien minuten op school moet nablijven, vindt voor die leerling aan het einde van de schooldag geen leerlingenvervoer plaats, als dit gevolgen heeft voor het vervoersschema.
-
4. Bij een gewijzigde eindtijd door bijvoorbeeld lesuitval is de school of de ouder verantwoordelijk voor opvang en vervoer van de leerling.
-
5. Bij het onder schooltijd brengen en ophalen van een leerling ligt de verantwoordelijkheid bij de ouders. Uitzondering hierop is als sprake is van een aantoonbare structurele handicap van een leerling die de aansluiting op standaard schooltijden onmogelijk maakt
-
6. Als de school de schooltijden wijzigt vanwege bijzondere activiteiten of aangelegenheden, vindt op basis van de gewijzigde schooltijd geen leerlingenvervoer plaats, tenzij:
- a.
de gewijzigde schooltijd voor alle leerlingen in het vervoermiddel geldt; en
- b.
de vervoerder in staat is de gewijzigde schooltijd in te plannen in zijn vervoersplanning; en
- c.
er geen extra kosten verbonden zijn aan het vervoer.
- a.
-
7. De maximale ingeplande reistijd voor aangepast vervoer is 90 minuten voor de heenweg en 90 minuten voor de terugweg.
Artikel 9 Begeleiding
-
1. Het schoolbezoek, het vervoer van leerlingen tussen woning en school en de eventuele begeleiding van de leerling is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de ouders. Werk van ouders of anderszins ontslaat ouders niet van deze verantwoordelijkheid. Wanneer ouders zelf niet in staat zijn om begeleiding te bieden, is het hun verantwoordelijkheid iemand te zoeken, die deze taak van hen hetzij tijdelijk en/of deeltijds overnemen.
-
2. Deze verantwoordelijkheid kunnen de ouders niet op- of overdragen aan de gemeente.
-
3. De gemeente is niet verantwoordelijk voor medische begeleiding in het leerlingenvervoer, die verantwoordelijkheid ligt uitdrukkelijk bij de ouders.
-
4. Als er begeleiding nodig is in het aangepast vervoer vanwege het gedrag van de leerling, stelt de gemeente tijdelijk een zitplaats beschikbaar voor één ouder of andere begeleider.
-
5. Over de noodzaak van begeleiding kan de gemeente zich laten adviseren door een deskundige.
Artikel 10 Begeleiding is onmogelijk of begeleiding leidt tot ernstige benadeling van het gezin
-
1. In de verordening is opgenomen dat de leerling in aanmerking komt voor aangepast vervoer indien eigen vervoer of openbaar vervoer (onder begeleiding) leidt tot ernstige benadeling van het gezin en een andere oplossing niet mogelijk is. Ouders dienen dit bij de aanvraag van het aangepaste vervoer te kunnen onderbouwen.
-
2. Er kan sprake zijn van ernstige benadeling van het gezin als:
- a.
de leerling niet in staat is om zelfstandig te reizen en dit is opgenomen in een schoolverklaring of in het ontwikkelingsperspectief plan van de leerling en;
- b.
de ouders aannemelijk hebben gemaakt dat zij niet in staat zijn de begeleiding van de leerling naar school te (laten) verzorgen en;
- c.
de ouders aannemelijk hebben gemaakt dat er geen beroep kan worden gedaan op een ander om de begeleiding op zich te nemen.
- a.
-
3. Een ouder is niet in staat om de leerling naar de specifieke schoollocatie te begeleiden als:
- a.
in het gezin meerdere kinderen naar verschillende schoollocaties in het reguliere basisonderwijs of het speciaal onderwijs gaan die niet in staat zijn zelfstandig naar school te reizen en;
- b.
de ouders aannemelijk hebben gemaakt dat zij niet in staat zijn deze kinderen naar de verschillende scholen te begeleiden en;
- c.
er een of meer andere kinderen in het gezin zijn die jonger zijn dan vier jaar en de ouders aannemelijk hebben gemaakt er niet in te slagen de verzorging van deze kinderen gedurende het naar/van school brengen te regelen of;
- d.
er een medische reden is waardoor ouders niet in staat zijn de leerling te begeleiden, vast te stellen door een door de gemeente aan te wijzen deskundige;
- e.
de ouders een arbeidsovereenkomst hebben die in redelijkheid geen mogelijkheid biedt om in de werktijden rekening te houden met de schooltijden van de leerling, bijvoorbeeld vanwege werkzaamheden op basis van vaste roosters die continue beschikbaarheid vereisen, of werkzaamheden die alleen op specifieke tijdstippen uitgevoerd kunnen worden.
- a.
Artikel 11 Advies van deskundigen
-
1. Als bij de aanvraag leerlingenvervoer wordt aangegeven dat een leerling niet zelfstandig of onder begeleiding kan reizen, wordt daarvan bij de aanvraag door de aanvrager een onderbouwing overgelegd.
-
2. De gemeente kan wanneer zij dit nodig acht advies vragen bij het schoolbestuur of school.
-
3. Wanneer een onderbouwing ontbreekt of wanneer de geleverde onderbouwing onvoldoende houvast biedt voor een beoordeling van de aanvraag, kan de gemeente de leerling oproepen voor een medische beoordeling.
-
4. De medische beoordeling wordt uitgevoerd door een door de gemeente aan te wijzen deskundige. De kosten van dit advies komen voor rekening van de gemeente. De gemeente stelt de maximale geldigheidsduur vast van het advies van de deskundige.
Artikel 12 Wachtlijst dichtstbijzijnde school
-
1. Als de dichtstbijzijnde school niet toegankelijk is voor een leerling, omdat er een wachtlijst bestaat, vindt bekostiging plaats naar de eerstvolgende dichtstbijzijnde, toegankelijke school.
-
2. Als de wachtlijst is opgelost kan de bekostiging beperkt worden tot aan de dichtstbijzijnde school, omdat deze weer toegankelijk is geworden.
Artikel 13 Ondersteuning bij zelfstandig leren reizen
-
1. De gemeente kan een leerling ondersteuning aanbieden bij het zelfstandig van en naar school leren reizen met de fiets of het openbaar vervoer.
-
2. Deze ondersteuning kan de vorm hebben van een traject waarbij een leerling over een nader af te spreken periode begeleiding krijgt bij het reizen, bijvoorbeeld door het meereizen van een vrijwilliger of een technologisch hulpmiddel.
-
3. Gedurende het traject kan de gemeente aan de leerling eventueel aanvullend een extra vervoersvoorziening verstrekken voor de duur van het traject, naast de lopende vervoersvoorziening.
-
4. Na afronding van het traject vervalt de extra vervoersvoorziening, en gelden de reguliere aanspraken op basis van de verordening en beleidsregels leerlingenvervoer.
-
5. Wanneer een leerling vanuit het aangepast vervoer een traject voor zelfstandig reizen met het openbaar vervoer of (elektrische) fiets succesvol afrondt, wordt de toekenning van aangepast vervoer omgezet naar een vergoeding van kosten voor het openbaar vervoer of fietsvergoeding of het ter beschikking stellen van een elektrische fiets.
-
6. De gemeente kan een derde partij inzetten om uitvoering te geven aan het zelfstandigheidstraject. Indien ouders of de meerderjarige handelingsbekwame leerling instemmen met het traject, dan betekent dat eveneens dat zij toestemming geven voor het delen van de benodigde gegevens met deze derde partij.
Artikel 14 Aangepast vervoer in kleinere groepen en individueel vervoer
-
1. Bij toekenning van aangepast vervoer is groepsvervoer de standaard. In sommige gevallen is groepsvervoer voor een leerling niet mogelijk om medische of psychosociale redenen. Voor die gevallen beoordeelt de gemeente of vervoer in kleinere groepen of individueel vervoer noodzakelijk is. Een medisch advies van een deskundige is noodzakelijk om het bovengenoemde vervoer uit te kunnen voeren.
-
2. Kleinschalig vervoer betreft vervoer voor leerlingen die om medische en/of psychosociale redenen niet met andere leerlingen samen kunnen reizen, maar waarbij toch vervoer kan plaatsvinden met een gelimiteerd aantal leerlingen in een rit. Kleinschalig vervoer kan, al dan niet tijdelijk en bij wijze van uitzondering, worden ingezet als:
- a.
een leerling om medische en/of psychosociale redenen niet kan meerijden in een reguliere bus of taxi-groep; en
- b.
andere oplossingen (zoals zelf brengen of begeleiding in de bus) zijn besproken en niet haalbaar; en
- c.
er een medisch advies aanwezig is.
- a.
-
3. Individueel vervoer kan tijdelijk, bij wijze van uitzondering worden ingezet als:
- a.
er een dringende acute medische noodzaak is en er een medisch advies aanwezig is, waarvoor een gericht behandelplan is opgesteld; en
- b.
de leerling ook individueel onderwijs krijgt; en
- c.
kleinschalig vervoer is geprobeerd maar geen oplossing biedt; en
- d.
begeleiding in het aangepaste vervoer geen oplossing biedt.
- a.
-
4. De gemeente toetst de indicaties voor kleinschalig en individueel vervoer tenminste jaarlijks.
Afmeldingen
Art 15 Afmeldingen in verband met ziekte of anderszins
-
1. Wanneer een ouder vaststelt dat een leerling als gevolg van ziekte of vanwege andere oorzaken niet vervoerd hoeft te worden, moet de ouder dat tijdig melden.
-
2. Ouders van leerlingen met taxivervoer melden leerlingen voor de eerstvolgende rit af bij de vervoerder;
-
3. Betermeldingen na ziekte moet op dezelfde manier worden doorgegeven als in lid 2 van dit artikel is opgenomen. Een afmelding geldt tot tegenbericht van de ouder. Voor hervatting van het vervoer is vereist dat ouders de leerling tijdig weer beter melden. Zonder betermelding is er geen vervoer beschikbaar.
Artikel 16 Loosmeldingen
-
1. Een loosmelding is een niet tijdige afmelding (mimimaal 60 minuten voordat de leerling wordt opgehaald) of afmelding zonder geldige reden door ouders voor het gebruik maken van het aangepaste vervoer.
-
2. Een loosmelding is niet een afmelding die voortkomt uit een acute en onvoorziene situatie binnen de laatste 60 minuten voor het ophalen van de leerling.
-
3. De vervoerder registreert loosmeldingen in het leerlingenvervoer.
-
4. Bij herhaaldelijke loosmeldingen treedt de gemeente in contact met ouders/verzorgers om de oorzaak te achterhalen. Indien sprake van structureel niet-gebruik zonder geldige reden, kan de gemeente besluiten het vervoer tijdelijk op te schorten of de voorziening te heroverwegen. Hierbij wordt altijd een individuele en proportionele afweging gemaakt.
-
5. De gemeente hanteert de volgende escalatieladder.
Binnen een periode van 3 maanden ontvangen loosmeldingen:
- •
1e loosmelding --> signaal naar ouders, nog geen actie wel wordt de loosmelding geregistreerd.
- •
2e loosmelding --> schriftelijke waarschuwing aan ouders met uitleg van de mogelijke gevolgen
- •
3e loosmelding --> contactmoment met ouders om oorzaak van de loosmeldingen te achterhalen
- •
4e loosmelding --> de gemeente legt een maatregel op in de vorm van tijdelijke opschorting of een aangepaste vervoersvorm.
- •
5e loosmelding en verder --> de gemeente heroverweegt de beschikking.
- •
Bekostiging
Artikel 17 Het verstrekken van een bekostiging
-
1. De gemeente gaat bij de bekostiging uit van de meest goedkope en passende mogelijkheid van vervoer voor de leerling.
-
2. Het college verstrekt een vergoeding aan ouders van leerlingen voor het gebruik van openbaar- of eigen vervoer.
-
3. Ouders kunnen dit bedrag achteraf per maand of kwartaal bij de gemeente declareren middels een door de gemeente verstrekt declaratieformulier.
-
4. In door de gemeente te beoordelen gevallen kan hiervan worden afgeweken.
Artikel 18 Berekening eigen bijdrage
-
1. Voor een vervoersvoorziening naar regulier basisonderwijs met een bijzondere richting wordt een eigen bijdrage berekend.
-
2. Voor de berekening van de eigen bijdrage gaat de gemeente uit van de berekeningsmethode in de jaarlijkse indexeringsbrief van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten.
Artikel 19 Innen eigen bijdrage
-
1. De eigen bijdrage wordt verrekend met de toegekende bekostiging, als dit mogelijk is.
-
2. De eigen bijdrage wordt per kind in rekening gebracht. Bij vervoer van meerdere kinderen in één auto, wordt deze bijdrage voor 1 kind berekend.
-
3. De eigen bijdrage wordt naar rato in rekening gebracht als de leerling niet het hele jaar gebruik maakt van leerlingenvervoer.
-
4. Als het inkomen van de ouders minder bedraagt dan het door de VNG geïndexeerde bedrag, hoeven zij geen eigen bijdrage te betalen.
- a.
Voor het bepalen van het inkomen van de ouders wordt bij de aanvraag een inkomensverklaring (IB60 formulier) van de Belastingdienst overgelegd.
- b.
Is het verzamelinkomen door de Belastingdienst nog niet bepaald dan gaat de gemeente uit van het laatst bepaalde belastbare jaarloon.
- c.
De partner die niet de ouder is van het kind en die wel op hetzelfde adres het hoofdverblijf heeft, wordt voor de berekening van het inkomen gelijkgesteld aan een ouder.
- a.
-
5. Aan voogdijinstellingen en gezinshuizen wordt geen eigen bijdrage in rekening gebracht.
-
6. Als ouders de eigen bijdrage niet in één keer kunnen betalen is het mogelijk hiervoor een betalingsregeling te treffen.
Artikel 20 Bekostiging eigen vervoer
-
1. De gemeente bekostigt de kilometervergoeding voor de auto en niet per leerling.
-
2. De gemeente bekostigt de kilometervergoeding rechtstreeks aan de ouders.
-
3. Voor de berekening van de kilometervergoeding wordt verwezen naar de actuele belastingvrije kilometervergoeding die door het Rijk is vastgesteld.
-
4. Er worden maximaal twee retour reizen per dag vergoed: aan het begin en aan het einde van de schooldag. Er wordt geen bekostiging verstrekt voor de kosten die ontstaan als de leerling ook tussen de middag of op andere tijden wordt vervoerd.
Artikel 21 Bekostiging andere passende vervoersvoorziening
Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college na overleg met de ouders een bekostiging verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van de betreffende vervoersvoorziening waar aanspraak op is.
Artikel 22 Terugvordering
Onterecht ontvangen tegemoetkomingen voor leerlingenvervoer worden van de ouders teruggevorderd.
Onaanvaardbaar gedrag in het aangepast vervoer
Artikel 23 Uitgangspunten veiligheid en gedrag in het aangepast vervoer
-
1. Een uitgangspunt in het aangepast vervoer is dat de leerling veilig te vervoeren moet zijn en daartoe instaat is.
-
2. Het college verstrekt een voorziening in de vorm van aangepast vervoer op voorwaarde dat de leerling en ouder en/of begeleider de veiligheid van medeleerlingen en chauffeur in het aangepast vervoer niet in gevaar brengt.
-
3. Bij onaanvaardbaar gedrag kan het college maatregelen opleggen. Het doel van de maatregelen is ouders en leerlingen te wijzen op hun verantwoordelijkheid om het onaanvaardbare gedrag op te lossen en om de veiligheid van leerlingen als bedoeld in het eerste lid te borgen.
-
4. Onder onaanvaardbaar gedrag als bedoeld in het derde lid wordt gedrag van zowel een leerling als het gedrag van een ouder en/of begeleider verstaan.
Artikel 24 Onaanvaardbaar gedrag: categorieën
-
1. Naar het oordeel van het college is in ieder geval sprake van onaanvaardbaar gedrag als een leerling of ouder:
- a.
een bedreigende, hinderlijke of gevaarlijke situatie veroorzaakt, of;
- b.
fysiek of verbaal grensoverschrijdend gedrag vertoont.
- a.
-
2. Niet alle misdragingen zijn even ernstig. Het college onderscheidt de volgende categorieën naargelang de ernst van het onaanvaardbare gedrag:
- a.
lichte misdragingen. Hiervan is in ieder geval sprake als de leerling zich niet houdt aan de regels van de vervoerder, zoals:
- i.
niet rustig in het voertuig stappen;
- ii.
niet luisteren naar de aanwijzingen van de chauffeur;
- iii.
ongepast gedrag vertonen;
- iv.
ongepast taalgebruik hanteren;
- v.
levensmiddelen in het voertuig nuttigen;
- vi.
(geluids-)overlast veroorzaken.
- i.
- b.
ernstige misdragingen. Hiervan is in ieder geval sprake als de leerling:
- i.
de gordel niet omdoet;
- ii.
dreigt met fysiek geweld tegen de chauffeur of medeleerlingen of anderen die gelijktijdig worden vervoerd;
- iii.
dreigt met fysiek geweld tegen goederen, waarvoor geldt dat er bij de uitvoering van het dreigement gevaar voor personen ontstaat, of;
- iv.
de gedragingen genoemd onder a blijft herhalen.
- i.
- c.
zeer ernstige misdragingen. Hiervan is in ieder geval sprake als de leerling:
- i.
fysiek geweld toepast tegen personen of goederen waarbij letsel wordt toegebracht aan personen of schade aan goederen ontstaat;
- ii.
fysiek geweld toepast tegen personen of goederen met de intentie om letsel toe te brengen aan personen of schade aan goederen te veroorzaken, zonder dat dit letsel of die schadedaadwerkelijk wordt toegebracht of veroorzaakt;
- iii.
dreigt met fysiek geweld met de kennelijke bedoeling dat de chauffeur of andere personen in het aangepast vervoer iets doet of nalaat of nalaten, waarbij de dreiging net zo lang wordt voortgezet totdat dat doel is bereikt of totdat dat doel niet meer te bereiken is;
- iv.
ernstig seksueel overschrijdend gedrag vertoont naar de chauffeur of andere personen in of bij het aangepast vervoer, of;
- v.
de gedragingen genoemd onder b blijft herhalen.
- i.
- a.
Artikel 25 Onaanvaardbaar gedrag: maatregelen
-
1. Het college hanteert per categorie onaanvaardbaar gedrag bedoeld in artikel 24, tweede lid, een stappenplan met maatregelen passend bij de ernst van de misdraging.
-
2. Stappenplan bij lichte misdragingen:
- a.
In beginsel vindt eerst een gesprek plaats tussen de ouder(s) en de chauffeur of de vervoerder met als doel het gedrag van de leerling te verbeteren. Zo nodig betrekt één van de partijen de gemeente of school bij het zoeken naar een oplossing;
- b.
Als het gedrag na het gesprek niet verbetert volgt een schriftelijke waarschuwing;
- c.
Als het gedrag na de schriftelijke waarschuwing niet verbetert, wordt het stappenplan bij ernstige misdragingen toegepast.
- a.
-
3. Stappenplan bij ernstige misdragingen:
- a.
het aangepast vervoer wordt tijdelijk opgeschort. De ouder(s) ontvangen hierover een brief. De duur van de opschorting is afhankelijk van de ernst van de gedraging. De opschorting kan niet langer duren dan acht (8) weken. Gedurende de opschorting is de leerling wel verplicht naar school te gaan. Tijdens de opschorting overleggen ouder(s) en gemeente om te komen tot een structurele oplossing na de opschorting;
- b.
als het gedrag na de tijdelijke opschorting niet verbetert, wordt het stappenplan bij zeer ernstige misdragingen toegepast.
- a.
-
4. Stappenplan bij zeer ernstige misdragingen:
- a.
het aangepast vervoer wordt opgeschort voor de rest van het betreffende schooljaar. De ouder(s)ontvangen hierover een brief;
- b.
herhaalt het gedrag zich in het daaropvolgende schooljaar dan wordt het aangepast vervoer definitief beëindigd. Leerlingenvervoer is dan alleen mogelijk in de vorm van een vergoeding voor eigen of openbaar vervoer.
- a.
-
5. Als sprake is van meerdere misdragingen geldt in beginsel de maatregel uit het stappenplan die hoort bij de meest ernstige misdraging.
Slotbepalingen
Artikel 26 Afwijken van de beleidsregels
Van de beleidsregels kan worden afgeweken op grond van de zogenaamde inherente afwijkingsbevoegdheid van de gemeente. Dit betekent dat van een beleidsregel kan worden afgeweken, als er sprake is van gevolgen van de toepassing van de beleidsregel voor één of meer belanghebbenden die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Artikel 27 Overmacht
In het geval van overmacht kan het college besluiten om het vervoer niet plaats te laten vinden.
Artikel 28 Intrekking
De Beleidsregels leerlingenververvoer gemeente Alphen aan den Rijn 2023 wordt ingetrokken.
Artikel 29 Overgangsbepalingen
-
1. De Beleidsregel bekostiging leerlingenvervoer gemeente Alphen aan den Rijn blijft van toepassing op besluiten die vóór de inwerkingtredingsdatum van deze Beleidsregel zijn afgehandeld.
-
2. Op aanvragen die nog niet zijn afgehandeld vóór de inwerkingtreding van deze Beleidsregels wordt beslist op grond van de Beleidsregel leerlingenvervoer 2023 (versie februari 2026) Alphen aan den Rijn. In alle andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid wordt beslist op grond van deze beleidsregels.
Artikel 30 Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op de datum waarop de Verordening Leerlingenvervoer Gemeente Alphen aan den Rijn 2026 in werking treedt, op 1 oktober 2026.
Artikel 31 Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels leerlingenvervoer Alphen aan den Rijn 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn op 24 september 2026
De secretaris,
F. van den Berg
de burgemeester,
F.D. van Heijningen
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl