Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767944
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767944/1
Regeling vervalt per 01-01-2029
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam met nadere regels over subsidie ter stimulering van de sociale veiligheid in de kunst- en cultuursector in Amsterdam 2026-2028 (Subsidieregeling sociale veiligheid kunst- en cultuursector Amsterdam 2026–2028)
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-11-2026 t/m 31-12-2028
Intitulé
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam met nadere regels over subsidie ter stimulering van de sociale veiligheid in de kunst- en cultuursector in Amsterdam 2026-2028 (Subsidieregeling sociale veiligheid kunst- en cultuursector Amsterdam 2026–2028)Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam;
gelet op artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023;
besluit de volgende regeling vast te stellen:
Subsidieregeling sociale veiligheid kunst- en cultuursector Amsterdam 2026-2028
Artikel 1 Definities
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
- -
arbodeskundige: deskundige in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet die niet werkzaam is bij de instelling;
- -
ASA 2023: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023;
- -
college: college van burgemeester en wethouders;
- -
fte: voltijdsequivalent; de gemiddelde omvang van de arbeidsovereenkomsten van werknemers van de instelling, omgerekend naar voltijdseenheden op basis van de bij de instelling gebruikelijke voltijdswerkweek, berekend over het lopende boekjaar;
- -
instelling: professionele kunst- en cultuurinstelling met volledige rechtsbevoegdheid gevestigd in Amsterdam die binnen de gemeente Amsterdam haar hoofdactiviteiten uitvoert op het gebied van kunst en cultuur;
- -
plan van aanpak: het bij de risicoanalyse behorende plan waarin wordt beschreven welke maatregelen de organisatie neemt om voornoemde risico’s te beheersen;
- -
risicoanalyse: het procesmatig in kaart brengen van alle gevaren en risico's op de werkvloer met betrekking tot de sociale veiligheid van medewerkers;
- -
sociale veiligheid: zorg vanuit de werkgever voor een omgeving waar mensen zich vrij voelen om zichzelf te zijn zonder angst voor intimidatie, geweld of discriminatie. Het gaat daarbij niet alleen om hoe iemand zich voelt, maar ook om wat er sociaal gebeurt wanneer iemand zich uitspreekt, afwijkt van de norm of een grens aangeeft;
- -
vertrouwenspersoon: deskundige die niet werkzaam is bij de instelling die fungeert als onpartijdig en neutraal aanspreekpunt voor medewerkers met meldingen, vragen, signalen of ervaringen over ongewenst gedrag of sociale veiligheid. Hierbij voorziet de vertrouwenspersoon van ondersteuning, voorlichting en advies.
Artikel 2 Toepasselijkheid ASA 2023
De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 is van toepassing op deze regeling
Artikel 3 Doel subsidieregeling
Het doel van deze subsidieregeling is het bevorderen van een veilige, eerlijke en inclusieve werk- en maakcultuur door instellingen te ondersteunen bij cultuurverandering en het treffen van maatregelen voor sociale veiligheid, door middel van de inzet van een externe arbodeskundige en een externe vertrouwenspersoon voor kleinere instellingen die deze kennis en expertise niet of onvoldoende in huis hebben.
Artikel 4 Subsidiabele activiteiten
Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor:
- a.
de uitvoering van een risicoanalyse tezamen met het opstellen van een plan van aanpak voor risicobeperking op het gebied van sociale veiligheid door een arbodeskundige;
- b.
de inhuur van een vertrouwenspersoon.
Artikel 5 Subsidieplafond en deelbudgetten
-
1. Het subsidieplafond voor de looptijd van deze regeling bedraagt € 165.000,-
-
2. Binnen dit plafond worden de volgende deelplafonds vastgesteld:
- a.
€ 150.000,- voor de activiteit, bedoeld in artikel 3 onder a;
- b.
€ 15.000,- voor de activiteit, bedoeld in artikel 3 onder b.
- a.
Artikel 6 Verdeelsleutel subsidieplafond
-
1. De aanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst van de volledige aanvragen tot het deelplafond is bereikt.
-
2. Per instelling wordt maximaal € 1.500,- subsidie verleend voor de activiteit als bedoeld in artikel 4 onder a en maximaal € 750,- voor de activiteit als bedoeld in artikel 4 onder b.
-
3. Een instelling kan gedurende de looptijd van deze regeling maximaal één keer subsidie ontvangen voor de activiteit bedoeld in artikel 4, onder a, en maximaal één keer voor de activiteit bedoeld in artikel 4, onder b.
Artikel 7 De aanvrager
In aanvulling op artikel 5 van de ASA 2023 kan subsidie alleen worden aangevraagd door instellingen met een maximale omvang van 10 fte.
Artikel 8 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
In aanvulling op artikel 6, tweede lid, van de ASA 2023 worden bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens en stukken overgelegd:
- a.
een toelichting op de bijdrage van de activiteit aan de sociale veiligheid en de wijze waarop de resultaten van de activiteit structureel zullen worden geborgd in de organisatie;
- b.
gegevens van de in te zetten arbodeskundige of externe vertrouwenspersoon;
- c.
of er voor de activiteiten ergens anders financiering is aangevraagd en voor welk bedrag;
Artikel 9 Aanvraagtermijn
Een subsidieaanvraag kan worden ingediend vanaf 1 november 2026 [KV1.1]tot en met 31 december 2028 of totdat het subsidieplafond is bereikt.
Artikel 10 Weigeringsgronden
-
1. In aanvulling op artikel 8, eerste lid, van de ASA 2023 weigert het college subsidie te verlenen als het deelplafond als bedoeld in artikel 5 lid 2 is bereikt.
-
2. In aanvulling op artikel 8, tweede lid, van de ASA 2023 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen als:
- a.
voor dezelfde activiteit of hetzelfde doel al subsidie is verstrekt door de gemeente of een andere organisatie, voor zover dit leidt tot dubbele bekostiging of overschrijding van de subsidiabele kosten;
- b.
uit de aanvraag onvoldoende blijkt dat de resultaten van de gesubsidieerde activiteit structureel worden geborgd binnen de organisatie.
- a.
Artikel 11 Aanvullende verplichtingen
Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 en 10 van de ASA 2023, zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden:
- a.
de subsidie wordt uitsluitend gebruikt voor de inzet van een arbodeskundige en/ of vertrouwenspersoon;
- b.
de subsidieontvanger werkt desgevraagd mee aan monitoring en evaluatie van de regeling;
- c.
de subsidieontvanger deelt desgevraagd, voor zover mogelijk zonder herleidbare persoonsgegevens, relevante ervaringen ten behoeve van sector brede kennisontwikkeling;
- d.
de gesubsidieerde activiteit wordt gestart binnen 3 maanden na subsidieverlening, tenzij het college op verzoek een andere termijn vaststelt;
- e.
de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de resultaten van de activiteit binnen de organisatie worden toegepast.
Artikel 12 Looptijd regeling
Deze regeling treedt in werking op 1 november 2026 en vervalt op 1 januari 2029.
Artikel 13 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als Subsidieregeling sociale veiligheid kunst- en cultuursector Amsterdam 2026–2028.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van dinsdag 8 september 2026.
De burgemeester
Femke Halsema
De gemeentesecretaris
Catrien Lenstra
Toelichting
Algemene toelichting
Deze subsidieregeling is een nadere uitwerking van het Actieplan Sociale Veiligheid 2026–2028 en is een nadere regeling op grond van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 (ASA 2023). De regeling heeft als doel het bevorderen van sociale veiligheid binnen de Amsterdamse kunst- en cultuursector.
Bij de instellingen in deze sector is nog niet altijd voldoende kennis, expertise of financiële ruimte aanwezig om maatregelen te treffen tegen grensoverschrijdend gedrag en om een veilige werk- en maakcultuur te realiseren.
De gemeente Amsterdam stelt daarom subsidie beschikbaar, voor kleinere instellingen van maximaal 10 fte, om hen in staat te stellen externe expertise in te schakelen. Deze subsidie is bedoeld voor het uitvoeren van een risicoanalyse en het opstellen van een plan van aanpak voor risicobeperking en voor een onafhankelijke professional die meldingen behandelt en medewerkers begeleidt bij incidenten op het gebied van sociale veiligheid.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Definities
Bevat definities ter verduidelijking van kernbegrippen.
- 1.
Arbodeskundige: een onafhankelijke externe arbodeskundige zoals uitgewerkt in het Actieplan Sociale Veiligheid 2026–2028, is een professional die een kunst- en cultuurinstelling adviseert over het verbeteren van arbeidsomstandigheden binnen een organisatie op het gebied van sociale veiligheid.
- 2.
Kunst- en cultuurinstelling: in Amsterdam gevestigde instellingen met alle culturele disciplines en crossovers. Hieronder vallen de disciplines woordkunst, film, muziek en muziektheater, theater, dans, erfgoed (musea en immaterieel), beeldende kunst en creatieve industrie, cultuureducatie en podia (podiumkunsten en debat).
- 3.
Risico's: het procesmatig in kaart brengen van risico’s binnen de werk- en maakomgeving op het gebied van sociale veiligheid van medewerkers. Voor het in kaart brengen van de risico's vallen onder het begrip medewerkers, naast werknemers ook makers, vrijwilligers, stagiairs, opdrachtnemers en andere betrokkenen.
- 4.
Vertrouwenspersoon: een onafhankelijke externe vertrouwenspersoon zoals uitgewerkt in het Actieplan Sociale Veiligheid 2026–2028, fungeert als eerste opvang voor diegene die ongewenst gedrag of sociale onveiligheid ervaart. Een vertrouwenspersoon biedt een luisterend oor en geeft advies, maar behandelt en/of begeleidt geen incidenten en meldingen. De regie voor een eventueel vervolgtraject, zoals een klacht of indiening van een melding, ligt bij de werknemer. Een vertrouwenspersoon adviseert leidinggevenden bij signalen van grensoverschrijdend gedrag. Een vertrouwenspersoon heeft een rol in het voorlichten en informeren van leidinggevenden en medewerkers.
Artikel 4 Subsidiabele activiteiten
De subsidiabele activiteiten zijn beperkt tot concrete en uitvoergerichte interventies.
Artikel 6 Verdeelsleutel subsidieplafond
Dit artikel bepaalt hoe de beschikbare middelen worden verdeeld wanneer er meer aanvragen zijn dan het subsidieplafond toelaat.
De subsidie heeft twee vastgestelde maximumbedragen. Deze bedragen zijn bedoeld als tegemoetkoming in de kosten voor de inzet van een externe arbodeskundige (€ 1.500, -) of een externe vertrouwenspersoon (€ 750, -). Het staat instellingen vrij om een deskundige in te huren wiens tarieven of totale projectkosten boven dit bedrag uitkomen. Echter, alle kosten die de genoemde grens overschrijden, komen volledig voor rekening van de aanvragende instelling. Het college verstrekt per activiteit nooit meer dan de in de beschikking genoemde maximumbedragen.
Hiermee wordt voorkomen dat een klein aantal organisaties een onevenredig groot deel van het beschikbare budget consumeert, en wordt de spreiding over de sector gewaarborgd. Indien een instelling beide activiteiten wil uitvoeren, dienen deze duidelijk als afzonderlijke onderdelen in de aanvraag (of als twee aparte aanvragen) te worden onderbouwd.
Artikel 7 De aanvrager
Afbakening doelgroep
Deze regeling is specifiek opengesteld voor kunst- en cultuurinstellingen die gevestigd zijn in de gemeente Amsterdam en daar hun hoofdactiviteiten ontplooien. In lijn met artikel 5 van de ASA 2023 wordt onder een 'instelling' een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid verstaan (zoals een stichting, vereniging of besloten vennootschap). Dit gaat over kunst- en of cultuurinstellingen met alle culturele disciplines en crossovers. Hieronder vallen de disciplines woordkunst, film, muziek & muziektheater, theater, dans, erfgoed (musea en immaterieel), beeldende kunst en creatieve industrie, cultuureducatie en podia (podiumkunsten en debat).
Natuurlijke personen (zoals ZZP’ers of eenmanszaken) zijn van aanvraag uitgesloten, aangezien de beoogde activiteiten (zoals een risicoanalyse en het borgen van sociale veiligheid) betrekking hebben op de organisatievoering en het werkklimaat binnen een collectief.
De regeling is bedoeld voor instellingen met een personeelsbestand van maximaal 10 fte aan werknemers. Het is geen probleem als er ook medewerkers zoals ZZP’ers, stagiairs of vrijwilligers aan de instelling verbonden zijn. Zij tellen niet mee voor het maximaal aantal fte en vormen geen drempel voor de aanvraag.
Artikel 10 Weigeringsgronden
De weigeringsgronden in dit artikel dienen om de doelmatigheid van de regeling te bewaken en te zorgen dat de beperkte middelen terechtkomen bij de instellingen die de ondersteuning het hardst nodig hebben.
- a.
conform algemene subsidiebeginselen wordt niet tweemaal voor hetzelfde doel betaald. Als een instelling al via een andere weg (bijv. een rijksregeling of een ander gemeentelijk regeling of fonds) financiering heeft voor deze analyse, wordt de subsidie geweigerd.
- b.
De regeling is geen algemene exploitatiebijdrage, maar een gericht instrument voor sociale veiligheid. Daarom kan worden geweigerd als een plan onvoldoende concreet is. Het doel is een structurele cultuurverandering, geen eenmalige formaliteit. De aanvraag moet passen binnen de kaders van het stedelijke Actieplan. Er kan worden geweigerd als het plan van aanpak slechts een papieren exercitie lijkt zonder dat er interne opvolging en borging wordt toegezegd.
Artikel 11 Aanvullende verplichtingen
De aanvullende verplichtingen zijn opgenomen om de impact van de gesubsidieerde activiteiten te vergroten.
Onder b en c
Sociale veiligheid is een sector brede uitdaging. Door mee te werken aan evaluaties en het (geanonimiseerd) delen van ervaringen, dragen subsidieontvangers bij aan de kennisontwikkeling van de gehele Amsterdamse kunstsector. Het college kan deze informatie gebruiken om het beleid in de toekomst verder aan te scherpen.
Onder d en e
Om een snelle verbetering van de werksituatie te stimuleren, geldt een starttermijn van drie maanden. De belangrijkste verplichting is echter de interne borging: de resultaten van de risicoanalyse of de inzet van de vertrouwenspersoon mogen niet in een lade verdwijnen. De instelling moet aantonen dat de adviezen daadwerkelijk worden toegepast in de dagelijkse praktijk, bijvoorbeeld door aanpassing van het interne reglement of dsub
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl