Beleidsregel veilige jaarwisseling gemeente Medemblik

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 16-10-2026 met terugwerkende kracht vanaf 01-08-2026

Intitulé

Beleidsregel veilige jaarwisseling gemeente Medemblik

De burgemeester van de gemeente Medemblik:

Overwegende dat;

  • -

    op grond van de Wet veilige jaarwisseling een vuurwerkverbod in de Wet milieubeheer is opgenomen;

  • -

    het bezit en het gebruik van vuurwerk van de categorieën F2 en F3 voor anderen dan personen met gespecialiseerde kennis is verboden, evenals de verkoop daarvan;

  • -

    de burgemeester ontheffing kan verlenen van dit verbod;

  • -

    de regels voor het verlenen van een ontheffing op grond van het Besluit veilige jaarwisseling in het Vuurwerkbesluit zijn opgenomen;

  • -

    de burgemeester ontheffingen kan verlenen, maar dit niet hoeft te doen;

  • -

    hij in overleg met de lokale driehoek kan besluiten om geen ontheffingen te verlenen;

  • -

    een besluit om geen ontheffingen te verlenen vervolgens kan worden neergelegd in een beleidsregel;

gelet op

  • -

    artikel 9.2.2.1a van de Wet milieubeheer en de artikelen 2.3.2 e.v. van het Vuurwerkbesluit;

B E S L U I T:

vast te stellen:

de Beleidsregel veilige jaarwisseling gemeente Medemblik

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a.

    Burgemeester: de burgemeester van de gemeente Medemblik

  • b.

    Ontheffing: een ontheffing als bedoeld in artikel 9.2.2.1a van de Wet milieubeheer en het Vuurwerkbesluit voor het door verenigingen en stichtingen met lokale binding tot ontbranding brengen van categorie F2-vuurwerk tijdens de jaarwisseling.

  • c.

    Jaarwisseling: de periode waarin op grond van de landelijke regelgeving vuurwerk op basis van een ontheffing tot ontbranding mag worden gebracht.

  • d.

    F2-vuurwerk: consumentenvuurwerk met een laag risico, bijvoorbeeld siervuurwerk zoals cakes, cakeboxen, compounds, grondbloemen en fonteinen.

Artikel 2. Geen ontheffingen

De burgemeester maakt geen gebruik van de mogelijkheid die de wet biedt voor wat betreft het verlenen van ontheffingen voor het afsteken van categorie F2-vuurwerk tijdens de jaarwisseling door verenigingen en stichtingen met lokale binding.

Artikel 3. Als er toch een ontheffing wordt aangevraagd

  • 1. Als er toch een aanvraag om ontheffing wordt ingediend, neemt de burgemeester daarop een besluit.

  • 2. Elke aanvraag wordt afgewezen onder verwijzing naar deze beleidsregel.

Artikel 4. Hardheidsclausule

De burgemeester handelt overeenkomstig deze beleidsregel, tenzij toepassing daarvan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregel te dienen doelen.

Artikel 5. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Wet veilige jaarwisseling gemeente Medemblik.

Artikel 6. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking een dag na publicatie en werkt terug tot 1 augustus 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 7 oktober 2026.

M. Pijl

Burgemeester gemeente Medemblik

Toelichting Beleidsregel veilige jaarwisseling gemeente Medemblik

1. Inleiding

Per 1 augustus 2026 is de Wet veilige jaarwisseling in werking getreden. Met deze wet is in de Wet milieubeheer een algeheel vuurwerkverbod opgenomen voor het afsteken van consumentenvuurwerk door particulieren. Het doel van de Wet veilige jaarwisseling is het realiseren van een veilige jaarwisseling met minder schade, minder overlast en minder letsel. In de Wet veilige jaarwisseling is daarom een algeheel vuurwerkverbod opgenomen met een ontheffingsbevoegdheid voor burgemeesters. Het uitgangspunt voor het verlenen van ontheffingen is ‘nee, tenzij’.

De voorwaarden waaronder een aanvraag tot ontheffing kan worden verleend zijn geregel in het Besluit veilige jaarwisseling.

Met het Besluit veilige jaarwisseling is het Vuurwerkbesluit uitgebreid met regels voor het verlenen van ontheffingen. Uit de Nota van toelichting bij het Besluit veilige jaarwisseling blijkt dat de burgemeester beleidsvrijheid heeft bij het al dan niet verlenen van ontheffingen: “Hij kan daartoe zelf beleid opstellen in een beleidsregel. De burgemeester kan beslissen in overleg met de lokale driehoek om geen, of een maximumaantal, ontheffingen te verlenen in zijn gemeente.”

2. Geen ontheffingen in de gemeente Medemblik

De burgemeester van Medemblik verleend geen ontheffingen als bedoeld in artikel 9.2.2.1a, vierde lid, van de Wet Milieubeheer. Dit betekent dat in Medemblik geen ontheffingen worden verleend voor het tot ontbranding van F2-vuurwerk tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar. Eventuele ontheffingsaanvragen die toch bij de gemeente Medemblik worden ingediend, zullen worden afgewezen onder verwijzing naar deze beleidsregel.

Uit de afstemming met West Friese driehoek blijkt dat het Openbaar Ministerie en de politie zich kunnen vinden in een besluit om voor de jaarwisseling geen ontheffingen voor het afsteken van vuurwerk te verlenen.

3. Overwegingen

Aan het besluit om tijdens de jaarwisseling geen ontheffingen voor het afsteken van vuurwerk te verlenen, liggen de volgende overwegingen ten grondslag:

a. Onvoldoende toezicht mogelijk

Op grond van het Besluit veilige jaarwisseling dienen veel voorschriften aan een ontheffing te worden verbonden. Het gaat om veiligheidseisen aan het afsteekterrein en de veiligheidszone en om de eisen waar de ontbranders en de supervisors aan dienen te voldoen. Ook moeten er aan de ontheffing voorschriften ten aanzien van het bezit en de wijze en het moment van het tot ontbranding brengen van vuurwerk worden verbonden.

Een deel van het toezicht op de naleving van de ontheffingsvoorschriften kan voorafgaand aan het ontbrandingsmoment plaatsvinden, zoals controle op de inrichting van het afsteekterrein. In een belangrijk deel van het toezicht kan echter niet worden voorzien. Op het moment van het ontbranden van het vuurwerk is er namelijk geen toezicht beschikbaar. Vanwege de veiligheidsrisico’s tijdens de jaarwisseling werken de toezichthouders en Boa’s van de gemeente op 31 december tot 18.00 uur. Hun taak is om toe te zien op de naleving van wetten en regels ten behoeve van de leefbaarheid. Zodra de openbare orde of de veiligheid in het geding komt, treden zij terug en neemt de politie het van hen over.

Tijdens de jaarwisseling richt het politieoptreden zich voornamelijk op excessen of ernstige ordeverstoringen en heeft daar tijdens de jaarwisseling de handen vol aan. Kortom, op het meest voor de hand liggende moment van ontbranding is niet voorzien in toezicht op de naleving van de ontheffingsvoorschriften. Gelet op de veiligheidsrisico’s als de ontheffingsvoorschriften niet worden nageleefd en het ontbreken van toezicht daarop, is het verlenen van ontheffingen in deze situatie onverantwoord.

b. Handhaafbaarheid

Er bestaan aanzienlijke vragen ten aanzien van de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de ontheffingsmogelijkheid. Ten eerste vanwege de beperkte tijd voor de gemeente om een zorgvuldige ontheffingsprocedure in te richten en uit te voeren.

De aanvrager van een ontheffing moet een veiligheidsplan opstellen. Hierin worden onder meer het afsteekterrein, de veiligheidszone, de veiligheidsafstand en de aangewezen ontbranders en supervisors opgenomen. De naleving van deze voorwaarden is tijdens de jaarwisseling echter moeilijk te controleren en te handhaven. Juist op het moment dat toezicht het meest relevant is, rond 00.00 uur, zijn toezichthouders en buitengewoon opsporingsambtenaren slechts beperkt inzetbaar. Vanwege de veiligheidsrisico's werken Boa's in de praktijk niet rond middernacht tijdens de jaarwisseling.

De politie heeft aangegeven dat de beschikbare capaciteit tijdens de jaarwisseling primair wordt ingezet voor het optreden tegen ernstige ordeverstoringen. Toezicht op de naleving van ontheffingsvoorwaarden heeft daarbij geen prioriteit.

c. Handhaving op illegaal vuurwerk mogelijk maken

Ondanks het algehele vuurwerkverbod (met uitzondering van fop- en schertsvuurwerk), zal er naar verwachting voor en tijdens de jaarwisseling van 2026-2027 nog veel vuurwerk in omloop zijn. Dat kan F2-vuurwerk zijn dat nog over is van voorgaande jaren. Het kan ook F3 en F4 vuurwerk zijn, dat net als andere jaren in het buitenland is gekocht. In België, Duitsland en Polen gelden hiervoor andere regels en is dit type vuurwerk nog verkrijgbaar.

Als ontheffingen worden verleend voor het afsteken van F2-vuurwerk, dan kan dat in combinatie met het afsteken van illegaal vuurwerk een diffuse situatie opleveren. Het handhaven van de openbare orde tijdens de jaarwisseling brengt al de nodige uitdagingen voor de politie met zich mee. Daar komt de handhaving van het vuurwerkverbod bij. Als de politie daarbij een onderscheid moet maken tussen ‘legale’ en ‘illegale’ knallen, dan wordt het handhaven van het vuurwerkverbod een schier onmogelijke taak. Het is voor de politie ondoenlijk om vast te stellen of een knal is veroorzaakt door het ontbranden van een stuk vuurwerk, waar ontheffing voor is verleend, of door het afsteken van een illegaal stuk vuurwerk, zeker in de vaak onoverzichtelijke en voor hulpverleners risicovolle nachtelijke uren tijdens de jaarwisseling.

d. Aansprakelijkheid

Het ontbranden van vuurwerk kan leiden tot schade en letsel. Iemand die schade leidt als gevolg van met een ontheffing afgestoken vuurwerk, kan een vereniging of stichting die de ontheffing heeft gekregen aansprakelijk stellen. Het is onduidelijk of er voor de jaarwisseling 2026-2027 al adequate en betaalbare aansprakelijkheidsverzekeringen voor ontheffinghouders beschikbaar zijn. Ook kan het voor een slachtoffer moeilijk zijn om te bewijzen door welk vuurwerk hij of zij schade heeft geleden en door wie dit werd afgestoken. Naar verwachting zal er namelijk tijdens de jaarwisseling 2026-2027 nog een ruime hoeveelheid illegaal vuurwerk in omloop zijn. Zoals gezegd kan het gelijktijdig afsteken van illegaal vuurwerk en vuurwerk met ontheffing een diffuse situatie opleveren, waarbij het lastig is om te bepalen door welk vuurwerk de schade is veroorzaakt.

In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld bij onzorgvuldig handelen, kan de gemeente aansprakelijk gesteld worden. Het is niet duidelijk of hiervan sprake is als een ontheffing wordt verleend, terwijl vooraf duidelijk is dat er geen gemeentelijk toezicht zal zijn tijdens het ontbranden van het vuurwerk. Mede daarom zullen er geen vuurwerkontheffingen in de gemeente Medemblik worden verleend.

e. Lokale omstandigheden

Uit de evaluatie van de afgelopen jaarwisselingen komt het beeld naar voren dat deze relatief beheersbaar en zonder grote openbare ordeverstoringen zijn verlopen. Wel zijn er incidenten geweest met vuurwerkexplosies, gewonden en is er naar hulpverleners gegooid met vuurwerk. Ook is er aanleiding geweest om in sommige delen van onze gemeente een samenscholingsverbod in te stellen en zijn er diverse bestuurlijke maatregelen genomen tegen personen die de openbare orde verstoorden.

De schade als gevolg van het afsteken van vuurwerk heeft in de afgelopen jaren gemiddeld €15.000,- per jaar gekost. Een van de doelen van de Wet veilige jaarwisseling is het verminderen van schade en De verwachting is dat het schadebedrag de komende jaren zal dalen als er een algeheel vuurwerkverbod geldt.

f. Regionale afstemming

In de gezagsdriehoek West-Friesland van 9 september 2026 is afgesproken dat de deelnemende gemeenten geen gebruik maken van de ontheffingsmogelijkheid uit de Wet veilige jaarwisseling. Door aan te sluiten bij deze regionale lijn wordt een eenduidige aanpak binnen de regio bevorderd.

h. Onvoldoende capaciteit en kennis om aanvragen tijdig te beoordelen

Het beoordelen en verlenen van ontheffingen voor het afsteken van vuurwerk is een nieuwe taak, waar de gemeentelijke organisatie nog niet op is ingericht.

Om aanvragen voor ontheffingen in behandeling te kunnen nemen en te kunnen beoordelen, dient de gemeente een aanvraagprocedure en -proces in te richten. Er dient voldoende menskracht beschikbaar te zijn (of te worden aangenomen), die beschikt over de juiste kennis. Bovendien zal een deel van de beoordeling door de ketenpartners van de gemeente moeten worden gedaan, zoals de politie, de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord en de Veiligheidsregio Noord-Holland noord. Het is de vraag of zij voldoende capaciteit en kennis in huis hebben om de gemeente hierover te kunnen adviseren, zodat er tijdig een deugdelijk proces kan worden doorlopen om ontheffingen te kunnen verlenen.

Ook voor de aanvragers van een ontheffing is het nieuw. Het kost tijd en geld om een vereniging of stichting op te richten, supervisors en ontbranders te vinden, een geschikt afsteekterrein te vinden, een veiligheidsplan op te stellen en om aan alle andere wettelijke eisen voor een ontheffing te voldoen. Het ligt daarom niet voor de hand dat er direct complete en ontvankelijke aanvragen zullen worden ingediend. Het is waarschijnlijk dat de aanvragen pas later in het najaar zullen worden ingediend en dat deze niet in één keer compleet zullen zijn.

Gelet op het bovenstaande is het niet mogelijk om binnen een werkbare termijn ontheffingen te beoordelen en te verlenen.