Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767868
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767868/1
Subsidieregeling DOM Fryslân
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 15-10-2026
Intitulé
Subsidieregeling DOM FryslânGedeputeerde Staten van Fryslân,
gelet op artikel 1.3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022;
overwegende dat,
de provincie lokale ideeën wil honoreren die, in samenwerking met gemeenten en de inwoners, bijdragen aan het behoud en de, versterking van voorzieningen in dorpen, zodat de leefomgeving vitaal en toekomstbestendig blijft;
er een toenemende urgentie ligt bij het in stand houden van basisvoorzieningen in het landelijk gebied, waar het draagvlak onder druk staat en voorzieningen verdwijnen, en waar nieuwe oplossingen vaak kleinschalig, dynamisch, complex én afhankelijk zijn van lokaal initiatief en draagvlak;
het combineren van functies binnen voorzieningen en het delen van voorzieningen tussen meerdere dorpen kansen biedt om het voorzieningenniveau op peil te houden, efficiënt gebruik te maken van beschikbare middelen en tegelijkertijd de sociale samenhang en leefbaarheid te versterken;
de beleidsbrief leefberens (2025), gezien de demografische ontwikkeling in Fryslân, als doel stelt om sociale ontmoetingsplekken en basisvoorzieiningen in het landelijk gebied te behouden;
lokale initiatieven en lokaal draagvlak een belangrijke bijdrage leveren aan duurzame oplossingen die aansluiten bij de behoeften van inwoners en bij de aard, schaal en het karakter van Fryslân;
voor het stimuleren van het gesprek en de samenwerking tussen de inwoners, dorpen onderling en gemeenten over toekomstbestendige voorzieningen, de systematiek van de dorpsontwikkelingsmaatschappij (DOM) zich heeft bewezen als een effectieve aanpak;
de inzet van de DOM-methode wenselijk wordt geacht om te komen tot integrale en uitvoerbare plannen gericht op het combineren en delen van voorzieningen, en daarmee bij te dragen aan een leefbaar en veerkrachtig platteland;
de verdere uitrol van DOM’s over geheel Fryslân en het mogelijk maken van de daadwerkelijke uitvoeringsplannen, zoals beschreven in het bestuursakkoord “Oparbeidzje foar Fryslân” (2023-2027) en de beleidsbrief Leefberens, wenselijk is;
BESLUITEN:
de Subsidieregeling DOM Fryslân vast te stellen als volgt:
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- -
Asv: Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022;
- -
DOM: De dorpsontwikkelingsmaatschappij, namelijk een platform van gelijkwaardige samenwerking tussen gemeente, inwoners en een DOM-denker volgens de DOM-methode;
- -
DOM-denker: onafhankelijk verbinder die procesmatige ondersteuning biedt aan de samenwerking in de DOM door te verbinden en aan te jagen vanuit de kernwaarden van de DOM-methode;
- -
DOM-methode: de wijze van samenwerken tussen gemeente en inwoners – ondersteund door een DOM-denker – om samen te komen tot een toekomstbestendig integraal plan;
- -
DOM-uitwisselingsbijeenkomsten: bijeenkomsten (maximaal 3 per jaar) georganiseerd door de provincie gericht op kennisuitwisseling tussen DOM's;
- -
Gemeentelijk aanspreekpunt DOM: ambtenaar van de gemeente die eerste aanspreekpunt is voor een DOM, bijvoorbeeld een dorpencoördinator;
- -
Gemeentelijk contactpersoon subsidieverstrekking: ambtenaar van de gemeente die eerste aanspreekpunt is voor de provincie;
- -
Integraal plan: het via een DOM gemaakte plan voor het delen en/of clusteren van voorzieningen en de verbetering van de leefbaarheid in één of meerdere dorpen;
- -
UAsv: Uitvoeringsregeling Asv provincie Fryslân 2022.
- -
Voorzieningen: hiermee bedoelen we fysieke voorzieningen, ten behoeve van bijvoorbeeld onderwijs, ontmoetingsplekken, OV en zorg.
Artikel 2 Van toepassing zijnde regelgeving
-
1. Titel 4.2 van de Awb is van overeenkomstige toepassing op subsidies op grond van deze regeling.
-
2. De Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022 en de Uitvoeringsregeling Asv Fryslân 2022 zijn ook van toepassing op subsidies op grond van deze regeling.
Artikel 3 Aanvraagperiode en subsidieplafond
-
1. Subsidie voor de in artikel 6 bedoelde activiteiten kan worden aangevraagd van 20 oktober 2026 tot en met 19 november 2026 en hiervoor is het subsidieplafond € 320.000,-.
-
2. Subsidie voor de in artikel 12 bedoelde activiteiten kan worden aangevraagd van 1 februari 2028 tot en met 31 maart 2028 en hiervoor is het subsidieplafond € 2.600.000,-.
-
3. Na sluiting van de openstelling kunnen Gedeputeerde Staten de hoogtes van de subsidieplafonds wijzigen middels een herverdeling.
Artikel 4 Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan gemeenten in de provincie Fryslân.
Artikel 5 Aanvraag
-
1. Een subsidieaanvraag wordt ingediend binnen de aanvraagperiode.
-
2. De aanvraag wordt ingediend met het door gedeputeerde staten vastgestelde aanvraagformulier, gaat vergezeld van de in dat formulier genoemde bijlagen en dient te worden ingediend op een door Gedeputeerde Staten voorgeschreven wijze.
-
3. Aan de Teammanager subsidies wordt mandaat verleend voor de vaststelling van het in lid 2 bedoelde aanvraagformulier en het in artikel 10 genoemde evaluatieformulier.
Paragraaf 2. Fase 1 DOM
Artikel 6 Subsidiabele activiteiten
Gedeputeerde staten verstrekken subsidie voor een via een DOM op te stellen integraal plan.
Artikel 7 Weigeringsgronden
Subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien:
- a.
voor hetzelfde project of een deel daarvan reeds een andere provinciale subsidie is verstrekt.
Artikel 8 Subsidiehoogte
Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 6 bedraagt het subsidiebedrag maximaal € 20.000,-.
Artikel 9 Verdeling subsidie
-
1. Gedeputeerde Staten verdelen het beschikbare subsidieplafond door middel van rangschikking op basis van binnenkomst van de aanvragen en regionale spreiding van die aanvragen binnen de provincie, zoals uitgewerkt in de hierna volgende leden.
-
2. De subsidie wordt als volgt verdeeld:
- a.
Subsidieaanvragen worden gerangschikt op volgorde van binnenkomst van de aanvragen;
- b.
Iedere tweede subsidieaanvraag van een gemeente wordt, ongeacht het moment van binnenkomst van de aanvraag, gerangschikt na alle eerste aanvragen van andere gemeenten. Iedere derde subsidieaanvraag wordt gerangschikt na alle tweede aanvragen van andere gemeenten, enzovoorts.
- a.
-
3. Als na toepassing van de procedure in de eerste twee leden meerdere aanvragen dezelfde plaats in de rangschikking hebben en door die gelijk gerangschikte aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden, wordt tussen die aanvragen geloot.
Artikel 10 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Onverminderd de voorwaarden en verplichtingen in paragraaf 2.4 van de Asv en paragraaf 2.4 UAsv, worden in ieder geval de volgende verplichtingen aan de subsidieontvanger opgelegd:
- a.
Het integraal plan wordt opgesteld via een DOM;
- b.
Ten behoeve van het opstellen van het integrale plan wordt een DOM-denker aangesteld;
- c.
De DOM-methode wordt toegepast;
- d.
De aanvrager zet voor de activiteiten zoals genoemd onder artikel 6 eigen personeel en vrijwilligers vanuit de dorpen in;
- e.
Het project is uiterlijk 31 maart 2028 uitgevoerd;
- f.
De DOM dient deel te nemen aan de DOM-uitwisselingsbijeenkomsten;
- g.
Het gemeentelijk contactpersoon subsidieverstrekking neemt deel aan overleg met de provincie ter afstemming en verantwoording over de stand van zaken;
- h.
De subsidieontvanger stuurt het integrale plan dat met deze subsidie tot stand is gekomen na afronding van de projectperiode aan Gedeputeerde Staten;
- i.
De subsidieontvanger vult na afronding van de projectperiode het formulier ‘Evaluatieformulier fase 1 DOM’ in en stuurt dit naar de provincie.
Artikel 11 Verantwoording en vaststelling
Subsidies op grond van deze paragraaf worden direct vastgesteld, zonder voorafgaande beschikking tot subsidieverlening.
Paragraaf 3. Fase 2 DOM
Artikel 12 Subsidiabele activiteiten
Gedeputeerde staten verstrekken subsidie voor de uitvoering van concrete projecten uit de integrale plannen uitgewerkt met de DOM-methode.
Artikel 13 Toetsingscriteria (weigeringsgronden)
Om op grond van deze regeling voor een subsidie in aanmerking te komen, wordt in elk geval voldaan aan de volgende criteria:
- a.
Er is eerder subsidie verstrekt, op grond van paragraaf 2 van deze regeling, voor het opstellen van een integraal plan;
- b.
Het te verlenen subsidiebedrag is tenminste € 75.000,-.
Artikel 14 (Niet) Subsidiabele kosten
-
1. Alle werkelijk gemaakte kosten gemoeid met de uitvoering van de concrete DOM plannen zijn subsidiabel.
-
2. In aanvulling op artikel 2.4 UAsv wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor:
- a.
Kosten voor het oprichten van een rechtspersoon;
- b.
Kosten gemoeid met het aanvragen van subsidie bij een provinciale regeling;
- c.
Kosten van eigen personeel van de aanvrager of vrijwilligersuren.
- a.
Artikel 15 Subsidiehoogte
Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 12 bedraagt het subsidiebedrag:
- a.
maximaal 50% van de subsidiabele kosten en procentueel gezien zoveel minder als nodig is om de begroting sluitend te krijgen;
- b.
maximaal € 250.000,-.
Artikel 16 Verdeling subsidie
-
1. Subsidie wordt verdeeld op basis van rangschikking van de voor subsidie in aanmerking komende aanvragen.
-
2. De voor subsidieverlening in aanmerking komende aanvragen worden getoetst aan de hand van de volgende criteria, die in de toelichting bij deze regeling nader zijn beschreven:
- a.
Aansluiting bij ambities provincie op het gebied van leefbaarheid;
- b.
Integraliteit en toekomstbestendigheid plan: verbinding met andere opgaven en kansen en daardoor verbetering van de leefbaarheid;
- c.
Uitvoerbaarheid en co-financiering.
- a.
-
3. Per criterium benoemd bij tweede lid 2, onderdelen a, b en c wordt een aantal hele punten toegekend, waarbij per criterium gemotiveerd wordt hoe tot die beoordeling is gekomen. In totaal kunnen maximaal 40 punten worden toegekend, met een maximum van 15 per criterium a of b en 10 voor criterium c.
-
4. Aanvragen die nul punten hebben gekregen op de in het tweede lid, onderdelen a, b of c, genoemde criteria komen niet voor subsidie in aanmerking en maken ook geen deel uit van de rangschikking.
-
5. Gedeputeerde staten verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van de rangschikking, te beginnen met de aanvraag die het hoogste aantal totale punten heeft gekregen en vervolgens met de opvolgende aanvragen.
-
6. Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen die even hoog zijn gerangschikt, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door gedeputeerde staten, waarbij van doorslaggevende aard is de evenredige geografische verdeling van DOM-projecten over Fryslân.
Artikel 17 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Onverminderd de voorwaarden en verplichtingen in paragraaf 2.4 van de Asv en paragraaf 2.4 UAsv, wordt in ieder geval de volgende verplichtingen aan de subsidieontvanger opgelegd:
- a.
Het project is uiterlijk 31 december 2029 uitgevoerd;
- b.
gedurende de looptijd van de subsidie wordt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag over de inhoudelijke en financiële voortgang van het project ingediend. In de verleningsbeschikking wordt bepaald wanneer een voortgangsverslag uiterlijk en hoe en waar deze aangeleverd moet worden;
- c.
De gemeentelijk contactpersoon subsidieverstrekking neemt deel aan overleg met de provincie ter afstemming en verantwoording over de voortgang van het project;
- d.
De DOM dient deel te nemen aan de DOM-uitwisselingsbijeenkomsten.
Artikel 18 Bevoorschotting
Subsidies op grond van deze paragraaf worden tot maximaal 100% bevoorschot.
Artikel 19 Verantwoording en vaststelling
-
1. Subsidies op grond van paragraaf 3 van deze regeling worden met toepassing van artikel 3.4, tweede lid, en 3.5, derde lid, Asv verleend en vervolgens vastgesteld, aan de hand van een vaststellingsaanvraag die bestaat uit de volgende onderdelen:
- a.
Een activiteitenverslag;
- b.
Een financieel verslag;
- c.
Indien het subsidiebedrag meer dan € 125.000 bedraagt: een financiële verantwoording middels Sisa (overeenkomstig het bepaalde in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet).
- a.
-
2. Subsidies op grond van paragraaf 3 van deze regeling worden berekend volgens de berekeningswijze genoemd in artikel 3.4 UAsv.
Paragraaf 4. Slotbepaling
Artikel 20 Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. De regeling treedt in werking met ingang van de dag na de publicatie in het Provinciaal Blad.
-
2. Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling DOM.
Ondertekening
Leeuwarden, 6 oktober 2026
Gedeputeerde Staten van Fryslân,
Drs. A.A. M. Brok, voorzitter
Drs. ing. J.J. Algra, secretaris
Toelichting
Algemeen
Met deze subsidieregeling worden twee verschillende soorten subsidie verstrekt. Een zogeheten prestatiesubsidie (paragraaf 2) en een kostensubsidie (paragraaf 3).
Met de uitrol van Dorpsontwikkelingsmaatschappijen is binnen de provincie Fryslân de afgelopen jaren ruime ervaring opgedaan. De Dorpsontwikkelingsmaatschappijen hebben hun nut bewezen en verdere uitrol wordt wenselijk geacht. Vanuit de ervaringen in de afgelopen jaren is duidelijk wat de kosten zijn voor het opzetten van een Dorpsontwikkelingsmaatschappij. Er dient namelijk in ieder geval een DOM-denker aangesteld te worden. Gelet hierop wordt de subsidieverstrekking hiervoor op een laagdrempelige manier vormgegeven. Er wordt een vast subsidiebedrag gekoppeld aan de activiteit. Subsidieaanvragers hoeven alleen op activiteitenniveau aan te geven hoe hun plannen eruit zien. Naar kosten wordt op dit punt niet gekeken.
De DOM fase 2 is een nieuw onderdeel waarvoor subsidie verstrekt wordt. Er wordt ook de mogelijkheid geboden voor uiteenlopende projecten subsidie te vragen. Op voorhand is niet duidelijk wat de projecten zullen zijn en wat de kosten daarvoor zijn. Gelet hierop wordt de subsidieverstrekking gekoppeld aan de kosten van het project.
Artikelsgewijs
Artikel 1
Veel van de begrippen in dit artikel komen voort uit DOM | De slimme methode. DOM is een initiatief van de provincie Fryslân en is onder meer uitgewerkt op de website: wijzijndom.frl.
Een belangrijk onderdeel van de methode is de onafhankelijke verbinder, de DOM-denker genoemd. Gemeenten kunnen een bestaande DOM-denker kiezen of een DOM-denker aandragen.
De DOM-denker moet voldoen aan aan de volgende voorwaarden en competenties.
- •
De DOM-denker is onafhankelijk; staat los van de gemeente en de betrokken dorpen;
- •
Een eigen ingebrachte DOM-denker meldt zich bij de reeds bekende DOM-denkers;
- •
De DOM-denker neemt deel aan uitwisselingbijeenkomsten met andere DOM-denkers;
- •
De DOM-denker is rolbewust: is geen projectleider maar een onafhankelijke verbinder;
- •
De DOM-denker kan bruggen bouwen tussen de systeemwereld van de gemeente en leefwereld van de dorpen;
- •
De DOM-denker heeft brede kennis van verschillende domeinen en gemeentelijke processen;
- •
Kennis van of ervaring met eerdere DOM-projecten is een pré.
Bovendien heeft hij/zij bepaalde competenties:
- •
Is communicatief sterk en empathisch;
- •
Is lenig in het verbinden van belangen;
- •
Weet mensen bij elkaar te brengen, is een netwerker;
- •
Weet hoe het in een dorp werkt, kent de dorpsdynamiek;
- •
Is zeer ervaren in het begeleiden van processen.
Artikel 2
Op grond van artikel 4:23, derde lid, van de Awb is de subsidietitel van de Awb niet van toepassing op financiële middelen die wordt verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift dat uitsluitend voorziet in verstrekking aan rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld. Deze subsidieregeling is zo’n wettelijk voorschrift, omdat deze alleen toegankelijk is voor gemeenten. De subsidietitel is daardoor niet van toepassing. Omdat veel bepalingen in de subsidietitel van de Awb regelend van aard zijn wordt er in deze regeling voor gekozen om deze wel weer van toepassing te verklaren. Zou dit niet gedaan worden, dan zou alles in deze subsidieregeling geregeld moeten worden. Met het oog op artikel 4.1, tweede lid van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022 wordt hier verder duidelijk gemaakt dat zowel deze verordening als de Uitvoeringsregeling Asv Fryslân 2022 van toepassing zijn. Eindconclusie: alle nationale en provinciale subsidieregels gelden. Een keuze voor een bekend systeem en proces.
Artikel 6
De concrete prestatie waar subsidie voor gevraagd kan worden is het opstellen van een integraal plan via een DOM. Doordat het via een DOM dient te gaan, moet gewerkt worden volgens de DOM-methode en met een onafhankelijk DOM-denker. Hiermee is voor de provincie geborgd dat de opgeleverde plannen gedragen worden door alle mogelijke partijen en tot stand zijn gekomen op de gewenste manier. Het kan hierbij gaan om een al bestaande DOM of een nog te ontwikkelen DOM.
Artikel 6 moet in samenhang met artikel 8 gelezen worden. Daaruit volgt dat er een prestatiesubsidie verstrekt wordt op grond van paragraaf 2. Een prestatiesubsidie is een subsidie in de vorm van een forfaitair te verstrekken geldbedrag voor het realiseren van een specifieke gesubsidieerde prestatie of activiteit.
De aanvrager mag uiteindelijk zelf bepalen waar het prestatiesubsidiebedrag aan uitgegeven wordt, zolang de prestatie maar wordt geleverd. De forfaitaire bedragen in deze regeling zijn zo vastgesteld dat zij kostendekkend zijn voor de gemeente. Dit geldt voor het uitvoeren van de te subsidiëren activiteit: het via een DOM opstellen van een integraal plan. De kosten zitten met name in het optuigen van de DOM (en het daarin werken volgens de DOM-methode en met een onafhankelijke DOM-denker). Tegelijkertijd zijn de bedragen niet hoger dan de werkelijke kosten. De prestatiesubsidie leidt dus niet tot extra inkomsten bovenop de kosten die nodig zijn om de activiteit uit te voeren. Op basis van de ervaringen met de voorgaande DOM-subsidieregelingen hebben wij vast kunnen stellen dat tenminste een bedrag van € 20.000,- nodig is om de subsidiabele activiteit te realiseren.
Omdat de subsidie een prestatiesubsidie betreft, wordt er geen subsidie verstrekt voor specifieke kosten voor het uitvoeren van de activiteit, zoals bij een ‘kostensubsidie’ het geval is. Hierdoor wordt bij de beoordeling van aanvragen niet getoetst op de aanwezigheid van subsidiabele en niet-subsidiabele kosten voor het uitvoeren van de activiteit, en spelen de artikelen hierover in met name de Uitvoeringsregeling Asv provincie Fryslân 2022 geen rol bij de beoordeling van aanvragen.
Artikel 7
Er mag voor hetzelfde project niet al een provinciale subsidie zijn verleend. Een subsidieaanvraag voor een dergelijk project wordt geweigerd. Deze weigeringsgrond geldt nadrukkelijk niet voor een ander initiatief van dezelfde aanvrager. Dus een tweede of derde aanvraag van een gemeente voor een DOM in een ander deel van de gemeente kan gehonoreerd worden.
Daarnaast kan het voorkomen dat onder voorgaande subsidieregelingen al eens een DOM is ontwikkeld en wellicht ook al een plan bedacht. Hiervoor kan niet alsnog subsidie worden gekregen. Bij een bestaande DOM kan het wel voorkomen dat de plannen worden doorontwikkeld of dat er een tweede fase wordt geïniteerd. In dat geval kan voor die 2e fase, indien aan de overige voorwaarden van de regeling wordt voldaan wel in aanmerking voor subsidie worden gekomen. Die ‘doorontwikkeling’ of ‘2e fase’ wordt aangemerkt als een ander (nieuw) project in de zin van de subsidieregeling.
Artikel 9
Subsidie wordt op een afwijkende manier verdeeld. Er wordt zowel gekeken naar moment van binnenkomst van de aanvraag, als naar de regionale spreiding van de aanvragen.
De subsidieaanvragen worden eerst op volgorde van binnenkomst van aanvraag gelegd. Vervolgens wordt gekeken of er meerdere aanvragen van dezelfde gemeente tussen zitten. Deze worden, als er eerste aanvragen van andere gemeenten later zijn ingediend dan de tweede aanvraag van een andere gemeente, naar achteren geplaatst.
In feite ontstaan hierdoor meerdere rangschikkingen. Eén rangschikking, op volgorde van binnenkomst, van eerste aanvragen van gemeenten. En volgende rangschikkingen op basis van binnenkomst van volgende aanvragen van gemeenten. De rangschikking met eerste aanvragen wordt eerst volledig afgehandeld, daarna wordt pas gekeken naar de volgende rangschikking.
Artikel 10
Onderdelen a, b en c
Subsidieontvangers moeten door deze kernverplichtingen volgens de DOM werken.
Artikel 15
Onderdeel a
Gemeenten dienen minimaal een co-financiering van 50% in te brengen. Waar deze financiering vandaan komt, uit eigen middelen of door andere partijen beschikbaar gestelde middelen, doet er niet toe. De provincie legt maximaal de overgebleven 50% aan middelen bij middels deze subsidie. En zoveel minder als nodig is.
Artikel 16
Er wordt door de provincie Fryslân een intern, ambtelijk, beoordelingsteam samengesteld die de aanvragen zal beoordelen.
In het tweede lid zijn de beoordelingscriteria genoemd, die hieronder verder uitgewerkt worden, en is aangegeven hoe de rangschikking tot stand komt. Bij het beoordelen van de aanvragen kunnen slechts de expliciet benoemde scores gegeven worden. Dat zijn bij de eerste twee beoordelingscriteria 0, 5, 10 en 15 en bij het laatste criterium 0, 5 en 10.
Aansluiting bij ambities: maximaal 15 punten
0: onvoldoende aansluiting
5: voldoende aansluiting
10: sluit goed aan bij ambities
15: uitstekend aansluitend
|
0: onvoldoende aansluiting |
5: voldoende aansluiting |
10: sluit goed aan bij ambities |
15: uitstekend aansluitend |
|
Niet of nauwelijks aansluiting bij de beleidsbrief Leefberens Het plan draagt niet of nauwelijks bij aan de leefbaarheid in de betrokken dorpen. Er is geen aantoonbare impact op voorzieningen, sociale samenhang, bereikbaarheid of vitaliteit, en het plan richt zich niet op het versterken van meerdere dorpen of hun onderlinge relaties. |
Herkenbare maar beperkte aansluiting bij de beleidsbrief Leefberens Het plan levert een herkenbare maar beperkte bijdrage aan de leefbaarheid in meerdere dorpen. Er wordt bijvoorbeeld ingezet op het behoud van een voorziening of het verbeteren van een ontmoetingsplek, maar de meerwaarde voor het geheel van dorpen blijft beperkt. De samenhang tussen de dorpen en de bredere leefbaarheidsopgaven is nog onvoldoende uitgewerkt. |
Duidelijke aansluiting bij de beleidsbrief Leefberens Het plan richt zich duidelijk op het versterken van de leefbaarheid in meerdere dorpen en laat zien hoe deze elkaar kunnen versterken. Er is sprake van een samenhangende aanpak waarbij voorzieningen, ontmoetingsplekken, bereikbaarheid of samenwerking tussen dorpen worden verbeterd. De bijdrage aan de leefbaarheid is concreet en sluit aan bij gemeentelijke en/of regionale beleidsopgaven. |
Uitstekende aansluiting bij de beleidsbrief Leefberens Het plan biedt een integraal en toekomstbestendig antwoord op leefbaarheidsopgaven in meerdere dorpen. Het versterkt voorzieningen en sociale infrastructuur op een manier die de dorpen onderling verbindt en maakt gebruik van gedeelde functies, gezamenlijke initiatieven en een breed lokaal draagvlak. De aanpak is gebiedsgericht, toekomstbestendig, stevig ingebed in samenwerking tussen inwoners, organisaties en gemeenten, en sluit expliciet aan op gemeentelijke, regionale én provinciale ambities. |
Toelichting:
De regeling is gericht op het vergroten van de leefbaarheid in dorpen op het platteland door het toekomstbestendig maken van voorzieningen. Daarbij ligt de nadruk op het combineren van functies binnen voorzieningen en het delen van voorzieningen tussen meerdere dorpen, zodat het draagvlak wordt versterkt en voorzieningen behouden kunnen blijven.
Lokale initiatieven en samenwerking tussen de mienskip, dorpen en gemeenten vormen hierbij een belangrijke basis. Ontwikkelingen op het gebied van wonen kunnen, mits goed verbonden met voorzieningen, bijdragen aan het versterken en bestendigen van het draagvlak voor deze voorzieningen en daarmee aan de leefbaarheid.
Integraliteit en toekomstbestendigheid plan: maximaal 15 punten
0: onvoldoende integraliteit en toekomstbestendigheid
5: voldoende integraliteit en toekomstbestendigheid
10: integraliteit en toekomstbestendigheid plan is goed
15: integraliteit en toekomstbestendigheid plan is uitstekend
|
0: onvoldoende integraliteit en toekomstbestendigheid |
5: voldoende integraliteit en toekomstbestendigheid |
10: integraliteit en toekomstbestendigheid plan is goed |
15: integraliteit en toekomstbestendigheid plan is uitstekend |
|
Er is onvoldoende inzicht in toekomstige relevante ontwikkelingen voor het plan en er is geen samenhang in de aanpak tussen opgaven. |
Er is inzicht in de relevante ontwikkelingen en hiermee is rekening gehouden in het plan in het kader van toekomstbestendigheid. Er is sprake van enige samenhang tussen opgaven, maar deze is beperkt uitgewerkt. |
Er is inzicht in de relevante ontwikkelingen en hiermee is rekening gehouden in het plan in het kader van toekomstbestendigheid. Het plan verbindt opgaven op een samenhangende manier, bijvoorbeeld door functiemenging binnen voorzieningen of door het delen van voorzieningen tussen dorpen. |
Het plan heeft aandacht voor demografische ontwikkelingen en leidt tot een toekomstbestendige, gedragen oplossing in een complexe lokale context. Het plan is sterk integraal van opzet en verbindt op strategische wijze meerdere opgaven in de dorpen. Er is sprake van een duidelijke samenhang tussen opgaven, waarbij bijvoorbeeld voorzieningen worden gedeeld tussen dorpen en functies worden gecombineerd binnen voorzieningen. Het plan benut kansen in meerdere dorpen en sectoren tegelijk. |
Toelichting
Het voorzieningenniveau en de leefbaarheid in dorpen staan onder druk, waardoor opgaven vaak complex zijn en vragen om maatwerk en samenwerking tussen mienskip en gemeente. Deze opgaven vragen om een integrale benadering waarin voorzieningen, wonen, mobiliteit en de fysieke en sociale leefomgeving met elkaar worden verbonden. Door het combineren van functies binnen voorzieningen en het delen van voorzieningen tussen dorpen kunnen verschillende uitdagingen en kansen in samenhang worden opgepakt. Op deze wijze kunnen verschillende opgaven en kansen in samenhang worden verbonden, zodat integrale oplossingen ontstaan die bijdragen aan een leefbaar en toekomstbestendig platteland.
Uitvoerbaarheid en co-financiering: maximaal 10 punten
0: onvoldoende meerwaarde en mate van uitvoerbaarheid
5: voldoende meerwaarde en mate van uitvoerbaarheid
10: grote meerwaarde en hoge mate van uitvoerbaarheid
|
0: (on)voldoende co-financiering en onvoldoende mate van uitvoerbaarheid |
5: voldoende co-financiering en mate van uitvoerbaarheid |
10: Grotere co-financiering en hoge mate van uitvoerbaarheid |
|
Het plan voldoet niet aan de minimale eis van cofinanciering. En/of het plan is planningstechnisch en financieel niet uitvoerbaar. |
Het plan voldoet aan de minimale eis van cofinanciering. De planningstechnische en financiele uitvoerbaarheid is onderbouwd en navolgbaar. |
Het betreft een plan waarbij de co-financieringsverhouding minimaal 70-30 is. De planningstechnisch en financiele uitvoerbaarheid is navolgbaar en overtuigend. |
Toelichting: De provincie vindt het belangrijk dat haar bijdrage leidt tot een vliegwiel van investeringen. Een hoger percentage van cofinanciering door gemeenten en derden leidt op dit onderdeel tot een hogere puntentoekenning. De regeling is bij uitstek geschikt voor projecten waarbij opgaven en kansen in samenhang worden verbonden, zodat integrale oplossingen ontstaan die bijdragen aan een leefbaar en toekomstbestendig platteland. Ook is het van belang dat het project realistisch gezien uitvoerbaar is.
Artikel 18
In afwijking van artikel 2.11, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Asv provincie Fryslân 2022 kan meer dan 80% van de subsidie ambtshalve bevoorschot worden. De subsidies op grond van paragraaf 3 hebben een gemiddeld risicoprofiel. Dit in combinatie met de doelgroep van de subsidie, gemeenten, maakt dat er meer vertrouwen gegeven kan worden vooraf en dus ook meer bevoorschot kan worden.
Artikel 19
Dit artikel gaat in op de verantwoording en vaststelling van de subsidie in paragraaf 3. Expliciet is in het artikel aandacht besteed aan de wijze van verantwoorden. Daarnaast is bepaald dat het algemene uitgangspunt zoals dat staat in artikel 3.4 UAsv geldt voor de wijze van vaststellen, of anders gezegd berekenen van de subsidie bij vaststelling. Daaruit blijkt dat bij de berekening van de vast te stellen subsidie een naar rato berekening wordt toegepast. Gevolg hiervan is dat bij vaststelling hetzelfde percentage subsidie wordt gegeven voor de werkelijke kosten als bij de verlening voor de begrote kosten. Dit betekent dat de eigen inbreng van de gemeenten procentueel hetzelfde blijft en de subsidie van de provincie ook. Vanwege de mogelijkheid om meer punten te halen bij het inhoudelijke criterium ‘uitvoerbaarheid en co-financiering' als een hogere (procentuele) co-financiering wordt ingebracht bij de aanvraag en verlening wordt hieraan bij de vaststelling vastgehouden.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl