Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767836
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767836/1
Beleidsregels ontheffingen nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s gemeente ’s-Hertogenbosch 2027
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-01-2027
Intitulé
Beleidsregels ontheffingen nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s gemeente ’s-Hertogenbosch 2027Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch,
gelezen het voorstel van 13-10-2026 met registratienummer 19869978
overwegende dat het college
bij besluit van 7-10-2025 de Beleidsregels ontheffingen nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s gemeente ’s-Hertogenbosch 2026 heeft vastgesteld en dat er aanleiding is vanwege ontwikkelingen in de praktijk nieuwe beleidsregels vast te stellen;
gelet op:
- •
artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
- •
artikel 149 van de Wegenverkeerswet 1994; en
- •
de artikelen 86c, 86d, 86e en 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990);
besluit:
vast te stellen de
Beleidsregels ontheffingen nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s gemeente ’s-Hertogenbosch 2027
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 - Definities
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- a.
bijzonder voertuig: vrachtauto met carrosseriecode 15, 16, 19, 23, 26, 27, 31 of de aanduiding voor speciale doeleinden SB of SF, een kermisvrachtauto, een circusvrachtauto, een vrachtauto ingezet voor incidenteel exceptioneel transport, een verhuisauto, een vrachtauto met een laadkraan met een hefvermogen van 35 tonmeter of meer, of een opleggertrekker voor zwaar exceptioneel transport met drie of meer assen;
- b.
Centraal Loket: instantie die namens het college ontheffingsaanvragen van de bij verkeersbesluit ingestelde nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s in behandeling neemt en daarop besluit;
- c.
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente ‘s-Hertogenbosch;
- d.
datum eerste toelating: datum waarop het voertuig voor het eerst in gebruik is genomen, zoals voor in Nederland geregistreerde voertuigen is vastgelegd in het kentekenregister van de RDW;
- e.
datum laatste tenaamstelling: datum waarop het voertuig blijkens het kentekenregister voor het laatst op naam is gesteld van de huidige kentekenhouder;
- f.
eigenaar: natuurlijk persoon of rechtspersoon op wiens naam het kenteken bij de RDW geregistreerd staat;
- g.
lease: zowel operationele als financiële lease waaraan een rechtsgeldige leaseovereenkomst ten grondslag ligt;
- h.
nul-emissiezone: gebied in een gemeente waar, om redenen van klimaat, leefbaarheid en luchtkwaliteit, alleen uitstootvrije voertuigen zijn toegestaan, ook wel zero-emissiezone genoemd;
- i.
overgangsregeling: overgangsregeling zoals bedoeld in artikel 86e, leden 3, 4, 5b en 5c van het RVV 1990, evenals vrachtwagens niet zijnde opleggertrekkers met een datum eerste toelating van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2019;
- j.
plug-in hybride vrachtauto: vrachtauto die in het kentekenregister van de RDW gekenmerkt is met OVC-HEV of OVC-FCHV;
- k.
RDW: Dienst Wegverkeer;
- l.
toegang: recht op verblijf in de zone op de datum of periode waarvoor vrijstelling of ontheffing verleend is;
- m.
verhuisauto: verhuisauto als bedoeld in artikel 86c van het RVV 1990.
Artikel 2 – Toepassingsbereik
Deze beleidsregels zijn uitsluitend van toepassing op ontheffingen in het kader van de bij verkeersbesluit van 17-09-2024 ingestelde nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s, met inbegrip van een besluit tot wijziging daarvan.
§ 1 – LANGDURIGE ONTHEFFINGEN
Artikel 3 – Ontheffing in verband met de levertijd van een vervangend emissieloos voertuig
- 1.
Het college verleent op aanvraag voor een bedrijfs- of een vrachtauto een ontheffing op kenteken, indien dit voertuig aantoonbaar vervangen wordt door een emissieloos voertuig dat nog niet geleverd is. In het geval dat een ontheffing wordt aangevraagd voor een te vervangen leasevoertuig, dient de leaseperiode langer te zijn dan een jaar gerekend vanaf de verwachte levering van het emissieloze leasevoertuig.
- 2.
De aanvrager overlegt bij de aanvraag:
- a.
een tenaamstellingsbewijs of bewijs van eigenaarschap;
- b.
in verband met de vervanging van een voertuig door een aangekocht emissieloos voertuig: een aankoopbewijs in de vorm van een opdrachtbevestiging, met de verwachte levertijd van het voertuig inclusief eventuele opbouw;
- c.
in verband met de vervanging van een voertuig door een emissieloos leasevoertuig: een leasecontract met de verwachte levertijd van het te leasen voertuig;
- d.
in verband met de vervanging van een voertuig waarvoor een aanbestedingsprocedure gaande is door een emissieloos voertuig, een bewijs van start van de aanbesteding met daarin de gevraagde levertijd.
- a.
- 3.
Een ontheffing gebaseerd op het eerste lid wordt verleend voor de duur van de levertijd zoals aangegeven op het aankoopbewijs, leasecontract of in de aanbestedingsstukken, inclusief eventuele opbouw, plus dertig dagen.
- 4.
Het college kan een ontheffing verlengen indien uit nieuwe informatie van de aanvrager blijkt dat de levering van het voertuig, inclusief eventuele opbouw, door onvoorziene omstandigheden vertraagd is.
- 5.
Een verlenging is gelijk aan de duur van de nieuwe levertijd blijkend uit nieuwe informatie van de aanvrager, inclusief eventuele opbouw, plus 30 dagen.
- 6.
Het te vervangen voertuig komt, behoudens verlenging, niet opnieuw in aanmerking voor een ontheffing op grond van dit artikel.
- 7.
Het college verleent, in afwijking van het eerste lid, op aanvraag een ontheffing voor een bijzonder voertuig met een datum eerste toelating van 13 jaar of ouder, indien dit voertuig aantoonbaar wordt vervangen door een nieuw bijzonder voertuig met emissieklasse 6 dat nog niet geleverd is. De leden 2 tot en met 6 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4 – Ontheffing voor bijzondere voertuigen met een datum eerste toelating jonger dan 13 jaar
- 1.
Het college verleent op aanvraag een ontheffing op kenteken voor de volgende categorieën bijzondere voertuigen met een datum eerste toelating tot en met 31 december 2026 en jonger dan 13 jaar:
- a.
kermis- en circusvrachtauto’s tot en met 31 december 2029;
- b.
opleggertrekkers voor zwaar exceptioneel transport met drie of meer assen en acht of meer wielen;
- c.
vrachtauto’s ingezet voor incidenteel exceptioneel transport;
- d.
verhuisauto’s tot en met 31 december 2029;
- e.
vrachtauto’s met een laadkraan;
- f.
betonmolen of betonmixer met carrosseriecode 15;
- g.
betonpomp met carrosseriecode 16;
- h.
rioolzuiger of kolkenzuiger met carrosseriecode 19;
- i.
kraanwagen met carrosseriecode 26;
- j.
kraanwagen of mobiele kraan met aanduiding speciale doeleinden SF.
- a.
- 2.
De aanvrager overlegt bij de aanvraag altijd een tenaamstellingsbewijs of bewijs van eigenaarschap.
- 3.
Indien sprake is van een aanvraag voor een ontheffing voor een kermis- of circusvrachtauto, overlegt de aanvrager de volgende documenten:
- a.
een beschikking van de Belastingdienst, waaruit blijkt dat het voertuig gedeeltelijke vrijstelling voor de motorrijtuigenbelasting heeft gekregen en in aanmerking komt voor het kwarttarief van de motorrijtuigenbelasting;
- b.
een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel; en
- c.
een foto van de kermis- of circusvrachtauto, waarop het kenteken zichtbaar is.
- a.
- 4.
Indien sprake is van een aanvraag voor een ontheffing voor opleggertrekkers voor zwaar exceptioneel transport met drie of meer assen en acht of meer wielen, overlegt de aanvrager op verzoek van het college aanvullende informatie waaronder in ieder geval een ontheffingsattest kan worden begrepen.
- 5.
Indien sprake is van een aanvraag voor een ontheffing voor een vrachtauto voor incidenteel exceptioneel transport, overlegt de aanvrager de ontheffing incidenteel exceptioneel transport met daarop het kenteken van het (trekkende) voertuig en het RDW-klantnummer en de duur van de ontheffing incidenteel exceptioneel transport.
- 6.
Het college verleent op aanvraag een ontheffing voor een verhuisauto indien de aanvrager staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel onder de categorie verhuisvervoer en verhuizen een structurele bedrijfsactiviteit is van de aanvrager.
- 7.
Om te bepalen of verhuizen, zoals bedoeld in het zesde lid, een structurele bedrijfsactiviteit is, verzoekt het college de aanvrager om een of meer van de volgende stukken te overleggen:
- a.
een kopie van het lidmaatschapsbewijs van de Organisatie voor Erkende Verhuizers;
- b.
verhuisovereenkomsten waaruit blijkt dat er het hele jaar door wordt verhuisd;
- c.
een verzekeringspolis, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de wettelijke eisen en verhuizingen als activiteit zijn gedekt door een aansprakelijkheidsverzekering;
- d.
opleidingscertificaten, waaruit blijkt dat het personeel dat in dienst is, een verhuisopleiding heeft genoten;
- e.
algemene voorwaarden van de betreffende onderneming, welke zien op het uitvoeren van verhuizingen.
- a.
- 8.
Het college verleent op aanvraag, nadat de aanvrager een keuringsbewijs van de RDW voor dit voertuig heeft overlegd, een ontheffing voor een vrachtauto met een laadkraan met een minimaal hefvermogen van:
- a.
35 tonmeter of meer;
- b.
33 tonmeter is als de mast 2 keer uitschuifbaar is;
- c.
32 tonmeter is als de mast 3 keer uitschuifbaar is;
- d.
31 tonmeter is als de mast 4 keer uitschuifbaar is;
- e.
30 tonmeter is als de mast 5 keer uitschuifbaar is;
- f.
29 tonmeter is als de mast 6 keer uitschuifbaar is;
- g.
29 tonmeter is als de mast 7 keer uitschuifbaar is;
- h.
28 tonmeter is als de mast 8 keer uitschuifbaar is.
- a.
Artikel 5 – Ontheffing voor plug-in hybride vrachtauto
- 1.
De aanvrager overlegt bij de aanvraag een tenaamstellingsbewijs of bewijs van eigenaarschap.
- 2.
De aanvrager verklaart schriftelijk bij de aanvraag:
- a.
elektrisch te rijden in de nul-emissiezone; en
- b.
voertuigdata bij te houden met daarbij de gereden routes.
- a.
- 3.
Het college verleent op aanvraag een ontheffing op kenteken voor een plug-in hybride vrachtauto, indien deze aantoonbaar emissieloos rijdt in de nul-emissiezone.
- 4.
Het college verbindt aan de ontheffing het voorschrift dat de ontheffinghouder, op verzoek van het college, binnen zes weken voertuigdata verstrekt waaruit blijkt dat emissieloos is gereden in de nul-emissiezone gedurende de looptijd van de ontheffing.
- 5.
Als tijdens een steekproefcontrole wordt geconstateerd dat het voertuig niet emissieloos binnen de nul-emissiezone heeft gereden, kan het college de ontheffing intrekken.
- 6.
Het voertuig waarvan de ontheffing is ingetrokken, komt voor de gemeente ‘s-Hertogenbosch niet meer in aanmerking voor een ontheffing op grond van dit artikel.
- 7.
De ontheffing wordt verleend tot en met 31 december 2029.
Artikel 6 – Ontheffing voor voertuigen die niet emissieloos verkrijgbaar zijn
- 1.
Het college verleent op aanvraag ontheffing op kenteken voor voertuigen waarvoor aantoonbaar nog geen vergelijkbaar emissieloos alternatief voertuig verkrijgbaar is.
- 2.
De aanvrager overlegt bij de aanvraag een tenaamstellingsbewijs of bewijs van eigenaarschap van het voertuig en, indien van toepassing, van ten hoogste één aanhanger, waaruit blijkt dat de aanhanger van dezelfde eigenaar is als het voertuig waarvoor ontheffing wordt aangevraagd.
- 3.
Bij de afweging of een vergelijkbaar emissieloos alternatief voertuig verkrijgbaar is, betrekt het college in ieder geval de laatste stand van de innovatie en de techniek op het moment van de aanvraag, zoals geplaatst op de website van het Centraal Loket, de mate van vergelijkbaarheid van verkrijgbare emissieloze voertuigen met het huidige voertuig, en de proportionaliteit. Het Centraal Loket actualiseert en publiceert de laatste stand van de innovatie en de techniek elk jaar per 1 januari en 1 juli.
- 4.
De aanvrager overlegt ter onderbouwing van de aanvraag bewijsstukken waaruit blijkt dat er voor het huidige voertuig geen vergelijkbaar emissieloos alternatief beschikbaar is. De aanvrager dient de bewijsstukken te overleggen die worden gespecificeerd op de website van het Centraal Loket (https://www.rdw.nl/ontheffing-zero-emissie).
- 5.
Het college verleent op aanvraag per aanhanger voor één voertuig op kenteken ontheffing.
- 6.
Het college verleent op aanvraag een ontheffing voor een nog niet eerder op kenteken gezet voertuig dat emissieloos niet verkrijgbaar is, gerekend vanaf de datum eerste toelating:
- a.
voor de duur van ten hoogste 13 jaar bij een vrachtauto;
- b.
voor de duur van ten hoogste 10 jaar bij een bedrijfsauto;
- c.
Het college bepaalt de duur van de te verlenen ontheffing als bedoeld onder a en b aan de hand van voertuigkenmerken van de te vervangen bedrijfs- of vrachtauto. De voertuigkenmerken en de daarbij behorende duur van de ontheffing staan op de website van het Centraal Loket.
- a.
- 7.
Het college verlengt ambtshalve een ontheffing die op grond van het "Ontheffingenbeleid nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s ‘s-Hertogenbosch 2025" is verleend tot en met 31 december 2029, voor een nog niet eerder op kenteken gezet voertuig en dat emissieloos niet verkrijgbaar is, gerekend vanaf de datum eerste toelating:
- a.
tot de duur van ten hoogste 13 jaar bij een vrachtauto;
- b.
tot de duur van ten hoogste 10 jaar bij een bedrijfsauto;
- c.
waarbij lid 6 onderdeel c van toepassing is.
- a.
- 8.
De aanvrager kan een ontheffing voor een nog niet eerder op kenteken gezet voertuig in beginsel tot 60 dagen na datum eerste toelating aanvragen. Als een voertuig gekentekend is met inrichtingscode 99 en bij een op- of ombouwer staat, dan geldt een maximale periode van de duur van de opbouw- of ombouwwerkzaamheden plus 30 dagen.
- 9.
De duur van een ontheffing als bedoeld in het eerste lid is voor een voertuig dat niet voldoet aan het vereiste in lid 8 telkens maximaal een jaar.
- 10.
Het college verleent een ontheffing op grond van dit artikel tot en met 31 december 2029 voor alle emissieklassen, en vanaf 1 januari 2030 aan voertuigen met emissieklasse 6 en hoger.
- 11.
Indien het nieuw aan te schaffen voertuig nog niet op kenteken is gezet, kan de aanvrager een schriftelijke aanvraag indienen voor een toezegging dat ontheffing zal worden verleend. Het college beoordeelt deze aanvraag aan de hand van artikel 6 zoals dat geldt op de datum van ontvangst van de aanvraag om toezegging. Indien aan de voorwaarden wordt voldaan, geeft het college een ten hoogste vijf jaar geldige schriftelijke toezegging af dat een ontheffing zal worden verleend na kentekening van het voertuig en op basis van de regelgeving ten tijde van de toezegging. Na kentekening wordt de toezegging, op verzoek van de aanvrager en na verificatie van het kenteken en de voertuiggegevens, omgezet in een ontheffing op kenteken.
Artikel 7 – Ontheffing voor particuliere bedrijfs- en vrachtauto´s
- 1.
Het college verleent op aanvraag een ontheffing op kenteken voor een bedrijfs- of vrachtauto in particulier bezit, wanneer dit voertuig aantoonbaar uitsluitend particulier wordt gebruikt.
- 2.
De aanvrager overlegt bij de aanvraag:
- a.
een tenaamstellingsbewijs of bewijs van eigenaarschap;
- b.
in geval van een bedrijfsauto: een kwartaalrekening van maximaal drie maanden oud inzake betaalde motorrijtuigenbelasting of een uitdraai van bankafschriften waaruit de betaling van de afgelopen zes maanden blijkt;
- c.
kopie van de verzekeringspolis van de bedrijfs- of vrachtauto;
- d.
recente foto’s van de betreffende bedrijfs- of vrachtauto waarop het voertuig zowel van binnen, inclusief laadruimte, als van de voor-, zij- en achterkant zichtbaar is, inclusief het kenteken; en
- e.
een schriftelijke verklaring waarin aanvrager verklaart de bedrijfs- of vrachtauto alleen voor eigen privégebruik in te zetten en te blijven inzetten.
- a.
- 3.
Het college verleent ambtshalve ontheffing voor kampeerwagens die geregistreerd staan met voertuigclassificatie N en voor speciale doeleinden met subcategorie SA.
- 4.
Het college verleent de ontheffing tot en met 31 december 2029.
- 5.
Het college verlengt ambtshalve de geldigheidsduur van ontheffingen voor particuliere bedrijfs- en vrachtauto's die op grond van eerdere beleidsregels tot 1 januari 2028 zijn verleend, tot en met 31 december 2029.
Artikel 8 - Ontheffing voor bedrijfs- en vrachtauto´s die vanwege een handicap zijn aangepast
- 1.
Het college verleent op aanvraag ontheffing op kenteken voor een bedrijfs- of vrachtauto die geen toegang heeft tot de nul-emissiezone, indien deze bedrijfs- of vrachtauto aantoonbaar in verband met een handicap van de voertuigeigenaar, de bestuurder van het voertuig, van een gezinslid van de eigenaar of de bestuurder of van een persoon aan wie de eigenaar of bestuurder mantelzorg verleent, is aangepast voor een bedrag van ten minste € 500,-.
- 2.
De aanvrager overlegt bij de aanvraag ten minste:
- a.
een tenaamstellingsbewijs of bewijs van eigenaarschap;
- b.
een kopie van de gehandicaptenparkeerkaart van de voertuigeigenaar, de bestuurder van het voertuig, van een gezinslid van de eigenaar of de bestuurder of van een persoon aan wie de eigenaar mantelzorg verleent; en
- c.
een betaalbewijs van een bij de Kamer van Koophandel geregistreerd garagebedrijf waaruit de in het eerste lid bedoelde voertuigaanpassing blijkt; of
- d.
een foto van het voertuig waarop de aanpassing in of aan het voertuig zichtbaar is en een foto waarop het voertuig en het kenteken zichtbaar zijn.
- a.
- 3.
Het college verleent een ontheffing op basis van dit artikel voor telkens vijf jaar.
Artikel 9 - Ontheffing vanwege onvoldoende laadvermogen op bedrijfslocatie vanwege een structureel tekort aan transportcapaciteit voor afname van elektriciteit
- 1.
Het college verleent op aanvraag ontheffing op kenteken voor een bedrijfsauto met emissieklasse 5 of een vrachtauto met een datum eerste toelating vanaf 1 januari 2017 indien de ondernemer of eigenaar dit voertuig als gevolg van een structureel tekort aan transportcapaciteit voor afname op het distributiesysteem voor elektriciteit aantoonbaar niet kan opladen op de eigen bedrijfslocatie en ook geen alternatieve laadmogelijkheden in de nabijheid heeft.
- 2.
De aanvrager overlegt de volgende documenten:
- a.
een tenaamstellingsbewijs of bewijs van eigenaarschap van het voertuig waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd;
- b.
correspondentie met de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit waaruit blijkt dat op de huidige of te verzwaren aansluiting op de betreffende bedrijfslocatie geen of onvoldoende transportcapaciteit voor afname beschikbaar is, tenzij de capaciteitskaart van de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit op het zes-cijferige postcodenummer van de bedrijfslocatie rood kleurt;
- c.
inschrijvingsbewijs van de Kamer van Koophandel dat aantoont dat de bedrijfslocatie waar de congestie zich voordoet op naam van de aanvrager staat;
- d.
energierekening, kwartierwaarden en aansluit- of transportovereenkomst van deze bedrijfslocatie, waaruit het huidig gebruik en het gecontracteerd transportvermogen of maximale aansluitcapaciteit blijkt;
- e.
een door het Centraal Loket aangeleverd formulier waarop de aanvrager heeft ingevuld:
- i.
welke huidige voertuigen met inbegrip van het aantal en types, op de betreffende bedrijfslocatie ’s nachts worden gestald en worden gebruikt voor dienstverlening in een of meer nul-emissiezones;
- ii.
welke van deze voertuigen elektrisch zijn en dagelijks worden geladen op betreffende bedrijfslocatie;
- iii.
hoeveel voertuigen in de vlootvervangingsstrategie van de aanvrager elektrisch worden op de betreffende bedrijfslocatie, per wanneer de voertuigen een laadbehoefte op deze locatie hebben en hoeveel elektriciteit daarvoor nodig is;
- iv.
hoeveel en welke van de aanwezige en aan te schaffen voertuigen binnen de aanwezige netcapaciteit op de bedrijfslocatie kunnen worden opgeladen, rekening houdend met de mogelijkheden van slim laden;
- v.
welke alternatieve laadmogelijkheden de aanvrager met redelijke inspanning heeft onderzocht, en waaruit blijkt dat deze mogelijkheden geen oplossing bieden voor de voertuigen waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd.
- i.
- a.
- 3.
Het college verleent een ontheffing op basis van dit artikel voor een voertuig voor een periode van twee jaar en kan deze op aanvraag verlengen met telkens twee jaar, tot uiterlijk de realisatiedatum en inbedrijfstelling van de verzwaarde aansluiting op betreffende bedrijfslocatie.
- 4.
Indien een nieuw aan te schaffen voertuig nog niet op kenteken is gezet, kan de aanvrager een schriftelijke aanvraag indienen voor een toezegging dat ontheffing zal worden verleend. Het college beoordeelt deze aanvraag aan de hand van artikel 9 zoals dat geldt op de datum van ontvangst van de aanvraag om toezegging. Indien aan de voorwaarden wordt voldaan, geeft het college een ten hoogste vijf jaar geldige schriftelijke toezegging af dat een ontheffing zal worden verleend na kentekening van het voertuig en op basis van de regelgeving ten tijde van de toezegging. Na kentekening wordt de toezegging, op verzoek van de aanvrager en na verificatie van het kenteken en de voertuiggegevens, omgezet in een ontheffing op kenteken.
- 5.
Het college verleent op aanvraag een ontheffing op grond van dit artikel voor een nog niet eerder op kenteken gezet voertuig, gerekend vanaf de datum eerste toelating:
- a.
voor de duur van ten hoogste vijf jaar bij een bedrijfsauto of opleggertrekker;
- b.
voor de duur van ten hoogste acht jaar bij een vrachtauto niet zijnde opleggertrekker;
- c.
De aanvrager kan een ontheffing voor een nog niet eerder op kenteken gezet voertuig in beginsel tot 60 dagen na datum eerste toelating aanvragen.
- a.
Artikel 10 - Ontheffing voor dierenambulances
- 1.
Het college verleent op aanvraag ontheffing op kenteken voor een bedrijfs- of vrachtauto die geen toegang heeft tot de nul-emissiezone, indien dit voertuig aantoonbaar fungeert als dierenambulance en aldus wordt ingezet voor spoedeisend vervoer van dieren.
- 2.
De aanvrager overlegt bij de aanvraag:
- a.
het tenaamstellingsbewijs of bewijs van eigenaarschap van het voertuig;
- b.
kopie van beschikking van de Belastingdienst voor vrijstelling van motorrijtuigenbelasting.
- a.
- 3.
Het college verleent een ontheffing op basis van dit artikel voor telkens vijf jaar.
§ 2 - DAGONTHEFFINGEN
Artikel 11 – Dagontheffing voor bedrijfsauto´s
- 1.
Het college verleent op aanvraag een dagontheffing op kenteken voor een bedrijfsauto die geen toegang heeft tot de nul-emissiezone.
- 2.
Het college verleent een dagontheffing per kenteken en per zone maximaal twaalf keer per kalenderjaar.
- 3.
Een dagontheffing is geldig voor een periode van dertig uur, die begint om 00:00 uur op de in de aanvraag aangegeven kalenderdag en eindigt om 06:00 uur op de volgende kalenderdag.
- 4.
De aanvrager kan een dagontheffing voorafgaand aan of op de kalenderdag aanvragen dat deze nodig is, ook als het voertuig eerder die kalenderdag in de nul-emissiezone is geweest.
- 5.
Bij verkoop van het voertuig of vervreemding van het voertuig of overdracht van het kenteken naar een andere kentekenhouder blijft het aantal al verleende dagontheffingen in het betreffende kalenderjaar en voor de betreffende zone(s) staan.
Artikel 12 - Dagontheffing voor vrachtauto’s
- 1.
Het college verleent op aanvraag een dagontheffing op kenteken voor een vrachtauto die geen toegang heeft tot de nul-emissiezone.
- 2.
Het college verleent een dagontheffing per kenteken en per zone maximaal twaalf keer per kalenderjaar.
- 3.
Een dagontheffing is geldig voor een periode van dertig uur, die begint om 00:00 uur op de in de aanvraag aangegeven kalenderdag en eindigt om 06:00 uur op de volgende kalenderdag.
- 4.
De aanvrager kan een dagontheffing voorafgaand aan of op de kalenderdag aanvragen dat deze nodig is, ook als het voertuig eerder die kalenderdag in de nul-emissiezone is geweest.
- 5.
Bij verkoop van het voertuig of vervreemding van het voertuig of overdracht van het kenteken naar een andere kentekenhouder blijft het aantal al verleende dagontheffingen in het betreffende kalenderjaar en voor de betreffende zone(s) staan.
§ 3 - GEMEENTESPECIFIEKE ONTHEFFINGEN
Artikel 13 – Ontheffing voor bedrijfs- of vrachtauto’s in verband met bedrijfseconomische omstandigheden
- 1.
Het college verleent op aanvraag ontheffing op kenteken voor een bedrijfs- of vrachtauto, indien wordt aangetoond dat de bedrijfseconomische omstandigheden van het bedrijf in verband met aanschafkosten van een voertuig dat aan de toegangseisen van de zone voldoet dit noodzakelijk maken.
- 2.
Het college verleent een ontheffing indien de aanvrager aantoont dat:
- a.
sprake is van afhankelijkheid van de nul-emissiezone voor zijn omzet; en
- b.
in verband met de aanschafkosten van een voertuig dat aan de toegangseisen van de zone voldoet zijn onderneming in zodanige bedrijfseconomische omstandigheden dreigt te komen dat een ontheffing noodzakelijk is.
- a.
- 3.
De nul-emissiezone als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, is de nul-emissiezone van de gemeente die het dichtst bij het vestigingsadres van de aanvrager gelegen is, of de nul-emissiezone van de gemeente waarin de aanvrager de grootste omzet met het voertuig behaalt.
- 4.
De aanvrager overlegt bij de aanvraag de volgende documenten:
- a.
tenaamstellingsbewijs of bewijs van eigenaarschap;
- b.
door aanvrager in te vullen financieel beoordelingsformulier verstrekt door het Centraal Loket;
- c.
jaarrekeningen van de afgelopen drie jaar;
- d.
btw-aangiften van het huidige jaar;
- e.
de kentekens van het voertuigenpark in eigendom en lease van de onderneming van de aanvrager;
- f.
een bewijsstuk dat met het voertuig de grootste omzet wordt behaald in de gemeente als dit niet de dichtstbijzijnde gemeente is;
- g.
voor zover aanwezig, een offerte van een leverancier van een voor de nul-emissiezone geschikt(e) voertuig(en) inclusief de eventueel noodzakelijke aanpassingen; en
- h.
indien aan de orde, een standplaatsvergunning of marktvergunning.
- a.
- 5.
Het college verleent een ontheffing op basis van dit artikel voor telkens maximaal één jaar.
- 6.
Ontheffingen in verband met bedrijfseconomische omstandigheden, verleend door een andere gemeente met een nul-emissiezone, geven met ingang van de inwerkingtreding van deze beleidsregels eveneens toegang tot de nul-emissiezone van ‘s-Hertogenbosch.
Artikel 14 – Afwijkingsbevoegdheid
- 1.
Het college kan overeenkomstig artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht ten gunste van een aanvrager een ontheffing verlenen wegens bijzondere omstandigheden die bij het opstellen van dit beleid niet zijn voorzien of als toepassing ervan gevolgen heeft voor de aanvrager die onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregel te dienen doelen.
- 2.
De aanvrager overlegt de volgende documenten:
- a.
tenaamstellingsbewijs of bewijs van eigenaarschap; en
- b.
een verklaring waarom volgens aanvrager sprake is van bijzondere omstandigheden die het verlenen van een ontheffing rechtvaardigen.
- a.
- 3.
Bij de afweging tot het verlenen van een ontheffing op grond van dit artikel kan het college in zijn overweging meenemen:
- a.
de noodzaak om in de nul-emissiezone te rijden met het betreffende voertuig en de voorhanden zijnde alternatieven;
- b.
de te verwachten frequentie van het aantal ritten in de nul-emissiezone.
- a.
§ 4 – OVERIGE BEPALINGEN
Artikel 15 – Algemene overige bepalingen
- 1.
De aanvrager vraagt een ontheffing aan bij het Centraal Loket.
- 2.
De aanvrager kan een ontheffing aanvragen vanaf maximaal zes maanden voordat het voertuig geen toegang meer tot de nul-emissiezone heeft, en een dagontheffing vanaf maximaal drie maanden voordat deze benut wordt.
- 3.
Het college kan aan een ontheffing voorschriften of beperkingen verbinden in het belang van de handhaving, de openbare veiligheid, de verkeersveiligheid of het milieu.
- 4.
Het college verbindt aan een ontheffing in ieder geval het voorschrift dat de bestuurder van een voertuig dat zich bevindt in de nul-emissiezone de ontheffing, of een kopie daarvan, op verzoek van een handhaver toont. Aan een kopie van de ontheffing wordt gelijkgesteld een afbeelding daarvan op een smartphone, laptop, tablet of ander mobiel device, apparaat of toestel.
Artikel 16 – Weigerings- en intrekkingsgronden langdurige ontheffing
- 1.
Het college wijst een aanvraag af wanneer een ontheffing als bedoeld in artikel 13 “Ontheffing voor bedrijfs- of vrachtauto’s in verband met bedrijfseconomische omstandigheden” wordt aangevraagd voor een bedrijfs- of vrachtauto:
- a.
waarvan de voertuigeigenaar zich vanaf ingangsdatum van de nul-emissiezone in het gebied van deze zone heeft gevestigd;
- b.
waarvan de voertuigeigenaar vanaf ingangsdatum van de nul-emissiezone werk heeft aangenomen in deze zone; of
- c.
met een datum laatste tenaamstelling vanaf 1 januari 2025.
- a.
- 2.
Indien op het betreffende bedrijfs- of vrachtauto een overgangsregeling van toepassing was, wordt in het eerste lid
- a.
in de onderdelen a en b, in plaats van “vanaf ingangsdatum van de nul-emissiezone” gelezen: na afloop van de voor het betreffende voertuig geldende overgangsregeling; en
- b.
in onderdeel c, in plaats van “vanaf 1 januari 2025” gelezen: na afloop van de voor het betreffende voertuig geldende overgangsregeling.
- a.
- 3.
Het college trekt een verleende ontheffing in:
- a.
indien ter verkrijging daarvan aantoonbaar onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
- b.
indien gewijzigd beleid dit noodzakelijk maakt;
- c.
veranderde wet- en regelgeving dit noodzakelijk maakt;
- d.
op verzoek van de ontheffinghouder;
- e.
als geconstateerd wordt dat niet meer wordt voldaan aan de voorschriften, voorwaarden dan wel beperkingen die aan de ontheffing zijn verbonden en waaronder de ontheffing is verleend;
- f.
als de datum laatste tenaamstelling van een voertuig waarvoor op grond van paragraaf 1 en 3 ontheffing is verleend, is gewijzigd, met uitzondering van ontheffingen op grond van artikelen 4 en 6.
- a.
Artikel 17 - Intrekking “Beleidsregels ontheffingen nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s gemeente ‘s-Hertogenbosch 2026”
- 1.
De "Beleidsregels ontheffingen nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s gemeente ‘s-Hertogenbosch 2026” worden ingetrokken.
- 2.
Het ingetrokken beleid blijft van toepassing op:
- a.
de ontheffingen die op grond van dat beleid zijn verleend, met uitzondering van de ontheffingen die op grond van artikel 6, zevende lid, of artikel 7, vijfde lid, van deze beleidsregels ambtshalve worden verlengd; op die ontheffingen zijn deze beleidsregels van toepassing met ingang van de verlenging; en
- b.
aanvragen voor ontheffing en toezeggingen die zijn ingediend voor 1 januari 2027.
- a.
Artikel 18 – Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 januari 2027.
Artikel 19 – Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels ontheffingen nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s gemeente ’s-Hertogenbosch 2027
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van 13 oktober 2026
De secretaris
Drs. B. van der Ploeg
De burgemeester,
Drs. J.M.L.N. Mikkers
Toelichting op de Beleidsregels ontheffingen nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s gemeente ’s-Hertogenbosch 2027
Algemeen deel
Bedrijven, overheden en kennisinstellingen hebben in 2014 een convenant gesloten om de stedelijke logistiek efficiënter en duurzamer te maken: de Green Deal Zero Emission Stadslogistiek (ZES). Vanuit deze Green Deal ZES zijn in de afgelopen jaren diverse regionale pilots uitgevoerd met innovatieve logistieke concepten om stadskernen efficiënter en duurzamer te bevoorraden. Daarbij ging het bijvoorbeeld om overslag aan de randen van de stad (‘hubs’), de inzet van Light Electric Vehicles (LEV), vervoer over water en nieuwe samenwerkingsvormen binnen de logistieke keten. Circa 200 bedrijven, overheden en organisaties hebben de Green Deal ZES ondertekend.
Met het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 hebben de doelstellingen van de Green Deal ZES een nieuwe impuls gekregen. Het Klimaatakkoord zet in op een versnelling naar een volledig emissievrije stadslogistiek: de zogenoemde zero-emissie of nul-emissie stadslogistiek. Dit gebeurt met het instellen van nul-emissiezones (ook wel: zero-emissiezones) voor bedrijfs- en vrachtauto’s in dertig tot veertig grotere gemeenten vanaf 2025. Deze afspraken zijn een belangrijke aanjager voor emissieloos transport in Nederland in 2050.
In de Uitvoeringsagenda stadslogistiek (UAS) van 9 februari 2021 hebben gemeenten, de rijksoverheid en andere stakeholders zich gezamenlijk eraan gecommitteerd om de invoering van nul-emissiezones voor stadslogistiek in 2025 te bevorderen. Deze samenwerking richt zich – onder meer – op de totstandkoming en implementatie van eenduidige regels voor de invoering van nul-emissiezones en het inventariseren en het onderzoeken van knelpunten en oplossingsrichtingen bij de invoering van nul-emissiezones. De afspraken zijn in 2025 bekrachtigd in de Uitvoeringsagenda Zero-emissiezones (UAZ), die de UAS opvolgt.
Een van de afspraken uit de uitvoeringsagenda stadslogistiek is dat gemeenten en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat samenwerken aan een zo uniform mogelijk ontheffingen- en vrijstellingensysteem, bij voorkeur met een gezamenlijk of landelijk loket. Het Centraal Loket en uniform ontheffingenbeleid voorziet in de behoefte bij bedrijfsleven en gemeenten om eenduidig, transparant en klantvriendelijk ontheffingen aan te vragen. Een ondernemer hoeft zodoende voor het grootste deel van de ontheffingen, met uitzondering van ontheffingen die door deelnemende gemeenten niet aan het Centraal Loket zijn gemandateerd, maar bij één loket een aanvraag in te dienen. De aanvrager krijgt dan een besluit dat voor meerdere zones geldt en waarvoor deze in het geval van langdurige ontheffingen slechts één keer leges hoeft te betalen. Voor de ontheffingen die niet zijn gemandateerd aan het Centraal Loket betekent dit dat men de ontheffing moet aanvragen bij de betreffende gemeente van de nul-emissiezone waar de aanvrager een ontheffing voor wil. Een dergelijke ontheffing heeft bij toekenning alleen lokale werking.
Het Centraal Loket wordt bij mandaatbesluit van het college gemandateerd voor het in behandeling nemen van en het besluiten over ontheffingen die genoemd zijn in paragraaf 1 (langdurige ontheffingen) en paragraaf 2 (dagontheffingen). Deelnemende gemeenten met nul-emissiezones hebben het gemeenschappelijk deel van dit beleid gezamenlijk vormgegeven. Het besluiten over de ontheffingen in paragraaf 3 wordt niet gemandateerd aan het Centraal Loket.
Het ontheffingenbeleid is voor een groot deel gebaseerd op het ontheffingenbeleid voor de milieuzones vracht- en bedrijfsauto’s van diverse gemeenten zoals dat de afgelopen jaren is uitgevoerd. Het ontheffingenbeleid bestaat uit een deel dat alle gemeenten met nul-emissiezones hanteren: de in dat deel opgenomen ontheffingen zijn gelijk getrokken. Daarnaast bestaat het ontheffingenbeleid in paragraaf 3 uit gemeentespecifieke ontheffingen. Daarbij is de ontheffingstekst voor alle gemeenten gelijk voor de artikelen 13 en 14, maar wordt lokaal beoordeeld op basis van specifieke, lokale omstandigheden en afwegingen. Een eventuele toekenning op grond van artikel 13 heeft landelijke werking.
In deze geactualiseerde versie van de beleidsregels zijn alle beleidsregels opnieuw bezien en met voortschrijdende inzichten aangevuld, duidelijker geformuleerd en waar mogelijk is het aanvraagproces vereenvoudigd.
Voor het in behandeling nemen van aanvragen van ontheffingen zijn leges verschuldigd.
De ontheffingsduur verschilt per voertuigtype, per artikel (ontheffingsgrond) en tussen nieuwe en bestaande voertuigen. Hierbij is net zoals bij de overgangsregeling uitgegaan van een redelijke afschrijftermijn van het voertuig en van het geven van een prikkel om het voertuig tijdig te vervangen door een emissieloos voertuig. De tabel vat dit samen.
|
Nieuw voertuig |
Bestaand voertuig |
Nieuw of bestaand |
||||||
|
Bijzonder voertuig of NEV* |
(Net-) congestie |
Lange levertijd |
(Net-) congestie |
Bijzonder voertuig of NEV* |
Aanpassing handicap, dierenambulance |
Plug-in hybride |
Particulier |
|
|
Bedrijfsauto (bestel) |
7 of 10 jaar |
5 jaar |
Tot levering emissieloos voertuig + 30 dagen |
2 jaar |
1 jaar |
5 jaar |
n.v.t. |
T/m 31-12-2029 |
|
Bakwagen |
10 of 13 jaar |
8 jaar |
n.v.t. |
T/m 31-12-2029 |
||||
|
Oplegger-trekker |
10 of 13 jaar |
5 jaar |
||||||
*) 13 jaar als het een bijzonder voertuig volgens artikel 4 of een niet emissieloos verkrijgbaar (NEV) voertuig met een bijzondere opbouw volgens artikel 6 betreft; 7 jaar bij bestelauto’s of 10 jaar bij vrachtauto’s als het een voertuig betreft dat niet vanwege de op- of ombouw maar vanwege de aard van de inzet of de lading niet emissieloos kan worden uitgevoerd.
Dit ontheffingenbeleid geldt zowel voor Nederlandse als buitenlandse kentekens. Ook voor buitenlandse kentekens kan men ontheffingen aanvragen.
Artikelsgewijze toelichting
Algemene bepalingen
Artikel 1 - Definities
In dit artikel zijn de definities opgenomen. Bedrijfsauto, emissieklasse, emissieloos voertuig, vrachtauto voor exceptioneel transport, kermis- en circusvrachtauto en vrachtauto zijn gedefinieerd in het RVV 1990. Kampeerwagen is gedefinieerd in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen. De definitie van verhuisauto betreft uitsluitend een vrachtauto, geen bestelauto. Als vrachtwagen voor exceptioneel transport komt alleen een opleggertrekker met acht of meer wielen in aanmerking met een geldige exceptioneel transport-ontheffing op het trekkend voertuig.
Nieuw toegevoegd is de definitie voor de overgangsregeling. Het gaat hier om de voor 1 januari 2025 aangeschafte voertuigen die op grond van het RVV 1990 voor bepaalde perioden toegang houden tot de nul-emissiezones, evenals bakwagens met een datum eerste toelating in de jaren 2017-2019 waarvoor de toegang tot en met 31 december 2027 in het verkeersbesluit is vastgelegd.
Artikel 2 - Toepassingsbereik
Dit artikel bepaalt dat de beleidsregels alleen van toepassing zijn op ontheffingen die na invoeringsdatum van de nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s zijn aangevraagd. Toegevoegd is dat de beleidsregels ook gelden bij wijzigingen van verkeersbesluiten.
Paragraaf 1
Artikel 3 - Ontheffing in verband met de levertijd van een vervangend emissieloos voertuig
In afwachting van de levering van een vervangend emissieloos voertuig verleent het college ontheffing onder de voorwaarden zoals genoemd in dit artikel. In veel gevallen is na levering van het chassis nog inbouw van een motor of een op maat gemaakte opbouw nodig. Ook deze tijd wordt tot de levertijd gerekend. Aanbestedende partijen hebben vaak meer tijd nodig dan een individuele ondernemer. Als een voertuig ontheffing heeft gekregen vanwege de bestelling van een emissieloos voertuig, komt hetzelfde (met fossiele brandstof aangedreven) voertuig, behoudens verlenging in verband met het opschuiven van de levertijd van het vervangende voertuig, niet nogmaals in aanmerking voor een langdurige ontheffing voor het voertuig met het opgegeven kenteken. Men kan er immers vanuit gaan dat het uitstootvrije voertuig is geleverd (zesde lid) en het vervuilende voertuig vervangt in de zone.
Bijzondere voertuigen met een datum eerste toelating van 13 jaar of ouder komen op grond van het zevende lid in aanmerking voor een ontheffing in verband met lange levertijd van een nieuw voertuig met emissieklasse 6. Deze voertuigen hoeven niet emissieloos te zijn omdat zij zijn vrijgesteld op grond van de RVV 1990 of voldoen aan de voorwaarden van artikel 4 van dit ontheffingenbeleid.
Artikel 4 – Ontheffingen voor bijzondere voertuigen met een datum eerste toelating jonger dan 13 jaar
Op grond van het RVV 1990 is een aantal categorieën bijzondere voertuigen tot en met 31 december 2029 vrijgesteld van de nul-emissiezone. Het gaat om vrachtauto’s met de in het kentekenregister vastgelegde carrosseriecode 15 (betonmolen of betonmixer), 16 (betonpomp), 19 (straatveger, straatreiniger, rioolzuiger of kolkenzuiger), 23 (winkelwagen), 26 (kraanwagen), 27 (hoogwerker), 31 (brandweerwagen) of de aanduiding speciale doeleinden SB (gepantserd voertuig) en SF (kraanwagen of mobiele kraan), die jonger dan 13 jaar zijn. Jonger dan 13 jaar betekent dat de datum eerste toelating maximaal 13 jaar in het verleden ligt. Om te voorkomen dat deze voertuigen vroegtijdig moeten worden afgeschreven en vanaf 1 januari 2030 geen toegang meer hebben tot de zones wordt het mogelijk gemaakt om voor bovenstaande voertuigen een ontheffing gebaseerd op de leeftijd van het voertuig aan te vragen.
Naast deze bijzondere voertuigen zijn er nog andere voertuigen van 13 jaar of jonger waarop de nul-emissiezone eveneens niet van toepassing is: kermis- en circusvrachtauto’s; vrachtauto’s voor incidenteel exceptioneel transport, verhuisauto’s; vrachtauto’s met een laadkraan met een hefvermogen van 35 tonmeter of meer, of opleggertrekkers met drie of meer assen en acht of meer wielen. Omdat deze voertuigen niet op voorhand herkenbaar zijn aan een bijzondere aantekening in het kentekenregister en aanvullende informatie betreffende het voertuig en het gebruik ervan nodig is, is een wettelijk verankerde vrijstelling niet mogelijk. Voor deze voertuigen is nog steeds een ontheffingsaanvraag nodig. Dit geschiedt op dezelfde wijze als bij de milieuzones voor vrachtauto’s, waar de ontheffing werd verleend door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (www.rvo.nl).
Op 31 december 2029 vervallen de vrijstellingen voor bijzondere voertuigen met bovengenoemde carrosseriecodes en ontheffingen voor sommige voertuigen die op grond van artikel 4 van de beleidsregels bijzonder zijn, namelijk kermis- en circusvrachtauto’s en verhuisauto’s. Aan het eerste lid is toegevoegd dat het college een ontheffing kan verlenen aan eigenaren van voertuigen met carrosseriecodes 15, 16, 19 (alleen rioolzuigers en kolkenzuigers, niet straatvegers en straatreinigers), 26 of SF waarvan de vrijstelling afloopt, en die een datum eerste toelating hebben tot en met 31 december 2026. Deze ontheffing wordt verleend voor de duur van 13 jaar gerekend vanaf de datum eerste toelating.
Bijzondere voertuigen met een Datum Eerste Toelating vanaf 1 januari 2027 en die niet-emissieloos verkrijgbaar zijn kunnen in aanmerking komen voor een ontheffing niet-emissieloos verkrijgbaar voertuig. Een eventuele aanvraag wordt dan getoetst aan artikel 6. Voor bijzondere voertuigen met carrosseriecode 23 (winkelwagens) en 27 (hoogwerkers) wordt de vrijstelling niet verlengd en is ook geen ontheffing op grond van artikel 4 mogelijk. Ook deze voertuigen kunnen wel in aanmerking komen voor een ontheffing niet-emissieloos verkrijgbaar voertuig. Voor bijzondere voertuigen met carrosseriecode 31 (brandweerwagen) en gepantserd voertuig (SB) wordt de vrijstelling verlengd.
De ontheffing voor kermis- en circuswagens wordt verleend als de kentekenhouder aantoont dat deze van de Belastingdienst gedeeltelijke vrijstelling voor de motorrijtuigenbelasting heeft gekregen. De ontheffing voor vrachtauto’s voor exceptioneel transport wordt verleend als voor het voertuig een incidentele of jaarontheffing exceptioneel transport is afgegeven door de RDW. De ontheffing voor een verhuisauto wordt verleend als de verhuisonderneming die de ontheffing aanvraagt, staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel onder de categorie ‘Verhuisvervoer’, de verhuisonderneming de kentekenhouder is en er sprake is van structurele bedrijfsactiviteiten. Dit kunnen aanvragers onder meer aantonen met het lidmaatschap van de Organisatie voor Erkende Verhuizers. De ontheffing voor bedrijfsauto’s met zware laadkraan wordt verleend op grond van een keuringsbewijs van de RDW. In het achtste lid zijn de voorwaarden die aan het hefvermogen worden gesteld verduidelijkt ten opzichte van de vorige beleidsregels.
Artikel 5 – Ontheffing voor plug-in hybride vrachtauto
Het vierde lid benoemt dat de ondernemer op verzoek van het college bewijsmiddelen moet overhandigen waarmee deze kan aantonen dat met een plug-in hybride vrachtauto uitsluitend emissieloos wordt gereden in de nul-emissiezone. Dit kan bijvoorbeeld een uitdraai zijn van het motormanagementsysteem waaruit precies blijkt waar het voertuig elektrisch heeft gereden en waar niet. Als tijdens een steekproefcontrole wordt geconstateerd dat men niet emissieloos binnen de nul-emissiezone heeft gereden, kan het college de ontheffing intrekken.
Er komen maar weinig voertuigen voor deze ontheffing in aanmerking, omdat het grootste deel emissieklasse 6 is en onder de in het RVV 1990 vastgelegde overgangsregeling valt waarbij ze toegang hebben tot en met 31 december 2029.
Artikel 6 – Ontheffing voor voertuigen die niet emissieloos verkrijgbaar zijn
Ondernemers kunnen ontheffing aanvragen om met hun huidige, niet-emissieloze bedrijfs- of vrachtauto langer toegang tot de nul-emissiezone te krijgen omdat er nog geen emissieloos alternatief verkrijgbaar is. Ook kunnen zij ontheffing krijgen om met een nieuw aan te schaffen niet-emissieloos voertuig toegang tot de zone te krijgen, als voor die specificaties nog geen vergelijkbaar emissieloos alternatief verkrijgbaar is.
Of een emissieloos alternatief verkrijgbaar is, beoordeelt het college aan de hand van voertuig- en bedrijfskenmerken zoals trekkracht, vermogen van de opbouw van het voertuig (wanneer het vermogen van de opbouw geleverd wordt door energiebron van de aandrijflijn), het gewicht van de te vervoeren lading. Ook wordt bijvoorbeeld gekeken of het voertuig wordt ingezet voor vervoer van gevaarlijke stoffen onder regime van ADR (Europees verdrag dat gaat over het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg), of wordt gebruikt voor zowel weg als spoor. Omdat de beoordeling of een emissieloos alternatief verkrijgbaar is, onderhevig is aan verandering als gevolg van onder meer ontwikkelingen in de techniek, is besloten de voertuig- en bedrijfskenmerken, en de daarbij geldende richtwaarden, op grond waarvan een aanvrager in aanmerking kan komen voor een ontheffing, niet op te nemen in het ontheffingenbeleid, maar op de website van het Centraal Loket te plaatsen. De voertuig- en bedrijfskenmerken op grond waarvan beoordeling plaatsvindt, worden elk jaar per 1 januari en 1 juli geactualiseerd.
Als een ontheffing wordt aangevraagd vanwege te weinig trekkracht van een emissieloos voertuig dient aanvrager naast het tenaamstellingsbewijs of bewijs van eigenaarschap van het voertuig ook het tenaamstellingsbewijs of bewijs van eigenaarschap van één aanhanger te overleggen. Hieruit moet blijken dat de aanhanger van dezelfde eigenaar is als het voertuig waarvoor ontheffing wordt aangevraagd. Het is toegestaan dat het trekkend voertuig en de aanhanger van verschillende entiteiten van dezelfde moedermaatschappij zijn. In de dagelijkse praktijk hoeft deze aanhanger niet altijd door het betreffende voertuig getrokken te worden.
Het derde lid van dit artikel geeft aan wat wordt meegenomen bij de afweging of een voertuig emissieloos niet verkrijgbaar is. Hiertoe kan het college zich laten adviseren door een adviescomité van deskundigen, gemeentelijke specialisten en juristen. Dit adviescomité adviseert of bij de aanvraag sprake is van een niet-verkrijgbaar emissieloos alternatief. Het adviescomité kan hiertoe aanvullende bewijsstukken opvragen bij de aanvrager. Onder stand van de techniek valt in ieder geval het jaarlijkse onderzoek naar bijzondere voertuigen in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Een ontheffing voor een bestaand voertuig wordt verleend voor maximaal een jaar, en voor een nieuw aan te schaffen voertuig dat nog niet eerder op kenteken is gezet ten hoogste 13 jaar in het geval van een vrachtauto en ten hoogste 10 jaar in het geval van een bedrijfsauto. De precieze ontheffingsduur is afhankelijk van de voertuig- en bedrijfskenmerken en staat vermeld op de website van het Centraal Loket.
Een ontheffing voor een voertuig dat niet emissieloos verkrijgbaar is, die ondernemers in kalenderjaar 2025 hebben gekregen voor een nieuw voertuig met een geldigheid tot en met 31 december 2029, wordt verlengd tot de duur die in de vorige alinea vermeld staat. In de beleidsregels die in 2025 golden was deze langere ontheffingsduur niet vastgelegd, en dit lid is daarom te beschouwen als reparatie.
Een aanvrager kan een ontheffing voor een nog niet eerder op kenteken gezet voertuig in beginsel tot 60 dagen na datum eerste toelating aanvragen. Met een goede motivatie kan het Centraal Loket hiervan afwijken. Zonder goede motivatie wordt de aanvraag behandeld als een aanvraag voor een bestaand voertuig, waarvoor een ontheffing voor een jaar wordt afgegeven. Als een voertuig gekentekend is met inrichtingscode 99 en bij een op- of ombouwer staat, dan kan de aanvraag worden gedaan uiterlijk 30 dagen na de op-/ombouwwerkzaamheden.
Vanaf 1 januari 2030 geldt emissieklasse 6 als ondergrens voor verleende ontheffingen op grond van dit artikel. Dit wordt nu al in de beleidsregels opgenomen zodat ondernemers hier rekening mee kunnen houden bij het maken van investeringsplannen.
Een ondernemer kan een ontheffing op grond van dit artikel ook aanvragen als het nieuwe, niet-emissieloze voertuig nog niet op kenteken is gezet. Het aanvraagproces om een ontheffing aan te vragen vereist het kenteken waarvoor ontheffing wordt aangevraagd, maar in geval van een nog niet geleverde niet-emissieloos voertuig is het kenteken nog niet bekend. In dergelijke gevallen ontvangt de aanvrager bij een positieve beoordeling een toezegging met geldigheid van ten hoogste vijf jaar die bij kentekening op aanvraag na verificatie wordt omgezet in een ontheffing. De toezegging is ten hoogste vijf jaar geldig, omdat ondernemers zekerheid moeten hebben dat zij – als hun voertuig nu onder de wettelijke vrijstelling valt tot eind 2029 – bij het uitblijven van een verlenging daarvan alsnog in aanmerking komen voor een ontheffing. Wordt de vrijstelling wél verlengd, dan hoeft er geen ontheffing te worden verleend.
Artikel 7 – Ontheffing voor particuliere bedrijfsauto´s en vrachtauto´s
De nul-emissiezone is bedoeld om de stadslogistiek emissievrij te maken. In de Uitvoeringsagenda Stadslogistiek is daarom vastgelegd dat particulieren die niet bedrijfsmatig gebruik maken van een bedrijfs- of vrachtauto in aanmerking komen voor een ontheffing, mits zij kunnen aantonen dat het voertuig niet bedrijfsmatig gebruikt wordt. Hiervoor moet de aanvrager een aantal documenten aanleveren.
Een aan particulieren verleende ontheffing wordt twee jaar langer geldig, namelijk tot en met 31 december 2029 24:00 uur. Ontheffingen die tot en met 31 december 2027 worden verleend zullen met twee jaar worden verlengd.
In de Voorjaarsbesluitvorming Klimaat van het kabinet van 26 april 2023 zijn afspraken gemaakt voor een aanvullend klimaatpakket (Kamerbrief over voorjaarsbesluitvorming Klimaat | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl). In dit aanvullende pakket is onder andere de uitbreiding van nul-emissiezones voor gemeenten opgenomen, met name gericht op mobiliteit. Hierdoor wordt de mogelijkheid geboden voor gemeenten om vanaf 2028 de nul-emissiezones uit te breiden naar particuliere bestelauto's. Dit besluit is genomen door het Kabinet. Van deze mogelijkheid wordt vooralsnog geen gebruik gemaakt.
Als tijdens een steekproefcontrole wordt geconstateerd dat het voertuig toch bedrijfsmatig wordt gebruikt, kan het college de ontheffing intrekken.
Kampeerwagens zijn voor het overgrote deel in particulier bezit en krijgen daarom ontheffing, ook als ze in eigendom zijn van een onderneming.
Artikel 8 – Ontheffing voor bedrijfsauto´s en vrachtauto´s die vanwege een handicap zijn aangepast
Op basis van dit artikel wordt ontheffing verleend voor een bedrijfs- of vrachtauto die geen toegang heeft tot de nul-emissiezone indien deze is aangepast voor een bedrag van minimaal € 500,- (zegge: vijfhonderd euro). De aanpassing is gedaan vanwege de handicap van de voertuigeigenaar of bestuurder, een gezinslid of een persoon voor wie de eigenaar of bestuurder mantelzorger is.
Ter onderbouwing van de ontheffingsaanvraag dient de aanvrager een aantal bewijsstukken te overleggen, deze zijn nader omschreven in het tweede lid van artikel 8.
Voor deze ontheffing geldt geen einddatum. Deze ontheffing wordt voor telkens vijf jaar verleend.
De ontheffing wordt ingetrokken bij wijziging van tenaamstelling op grond van artikel 16.
Artikel 9 – Ontheffing vanwege onvoldoende laadvermogen op bedrijfslocatie vanwege een structureel tekort aan transportcapaciteit (congestie)
Een ontheffing op grond van dit artikel wordt afgegeven indien de ondernemer of eigenaar een voertuig als gevolg van een structureel tekort aan transportcapaciteit voor afname op het distributiesysteem voor elektriciteit (congestie) aantoonbaar niet kan opladen op de eigen bedrijfslocatie en ook geen alternatieve laadmogelijkheden in de nabijheid heeft. Een huisadres kan een bedrijfslocatie zijn, mits aantoonbaar volgens handelsregister en er sprake is van parkeren op eigen terrein. De strekking van het artikel is verbreed omdat de aanwezigheid van transportcapaciteit tot aan de bedrijfslocatie los moet worden gezien van de realisatie van een (verzwaarde) aansluiting. Het niet kunnen opladen op de eigen bedrijfslocatie vanwege een structureel tekort aan transportcapaciteit (congestie) is iets anders dan het niet kunnen opladen op de eigen bedrijfslocatie omdat daar nog geen (verzwaarde) aansluiting is gerealiseerd.
Als een ondernemer één of twee voertuigen heeft die geen toegang hebben tot de nul-emissiezone, kan deze bij vervanging door een elektrisch voertuig de laadvoorziening vaak binnen de bestaande stroomaansluiting van het bedrijf oplossen. In dat geval komt men niet in aanmerking voor een ontheffing op grond van dit artikel. Als een ondernemer voor de laadvoorziening voor een groter aantal elektrische voertuigen op diens bedrijfslocatie grotere transportcapaciteit op de netaansluiting of een uitbreiding van de netaansluiting nodig heeft, en de netbeheerder deze uitbreiding niet tijdig kan leveren, dan kan de ondernemer voor (een deel van) de voertuigen ontheffing aanvragen. De ontheffing wordt verleend voor uitsluitend de voertuigen die bij vervanging door een elektrisch voertuig tot een overschrijding van de beschikbare transportcapaciteit op de bedrijfslocatie zorgen.
Een ontheffing op grond van dit artikel wordt alleen verleend voor een bedrijfsauto met emissieklasse 5 of vrachtauto met datum eerste toelating vanaf 1 januari 2017. Euro 6 bakwagens en opleggertrekkers met DET tussen 1 januari 2017 en 1 januari 2025, en Euro 6 bedrijfsauto’s met DET tot 1 januari 2025 vallen nog onder de overgangsregeling. De ontheffing op grond van dit artikel is niet bedoeld als route om voor oudere voertuigen, die sinds 1 januari 2025 geen toegang meer hebben, alsnog toegang tot zones te krijgen via de ontheffing wegens netcongestie. Alleen recente dieselvoertuigen die aangeschaft zijn of moeten worden omdat er op de bedrijfslocatie sprake is van netcongestie kunnen ontheffing krijgen.
Het tweede lid van dit artikel geeft aan op basis waarvan het college beoordeelt of het een ontheffingsaanvraag toekent. Het college neemt daar in ieder geval in mee de in het tweede lid bedoelde documenten. Hiertoe kan het college zich laten adviseren door een adviescomité van deskundigen en gemeentelijke specialisten. Dit adviescomité adviseert of de aanvrager ondanks het niet op korte termijn kunnen verzwaren van diens netaansluiting op de bedrijfslocatie geen alternatieve mogelijkheden heeft om (een deel van) de voertuigen in diens voertuigenpark op te laden. Bijvoorbeeld door een alternatief contract met de netbeheerder af te sluiten waardoor de ondernemer buiten de piekuren meer stroom krijgt, door het toepassen van slim laden, waarbij de laadsnelheid wordt aangepast op basis van de beschikbare netcapaciteit, of door gebruik te maken van publieke laadpalen of laadpunten bij bedrijven die deze punten openstellen voor derden. Het college kan hiertoe aanvullende bewijsstukken opvragen bij de aanvrager. Het in onderdeel e bedoelde formulier staat ook op de website opwegnaarzes.nl.
Het derde lid van dit artikel beschrijft dat ontheffing voor een voertuig voor een periode van twee jaar kan worden verleend, met de mogelijkheid voor verlenging en maximale looptijd tot realisatiedatum en inbedrijfstelling van de verzwaarde aansluiting. In het vijfde lid is toegevoegd dat voor een nieuw aan te schaffen voertuig dat nog niet eerder op kenteken is gezet ten hoogste vijf jaar in het geval van een bedrijfsauto of opleggertrekker en ten hoogste acht jaar in het geval van een bakwagen kan worden verleend.
Een ondernemer kan een ontheffing op grond van dit artikel ook aanvragen voor een nieuw nog niet op kenteken gezet voertuig. Het aanvraagproces om een ontheffing aan te vragen vereist opgave van het kenteken waarvoor ontheffing wordt aangevraagd, maar in geval van een nog niet geleverd voertuig is het kenteken nog niet bekend. In dergelijke gevallen ontvangt de aanvrager bij een positieve beoordeling een toezegging met geldigheid van ten hoogste vijf jaar die bij kentekening op aanvraag na verificatie wordt omgezet in een ontheffing.
Net als volgens artikel 6 lid 8 kan een aanvrager een ontheffing voor een nog niet eerder op kenteken gezet voertuig in beginsel tot 60 dagen na datum eerste toelating aanvragen. De termijn van 60 dagen geeft de aanvrager een redelijke termijn voor handelen en een prikkel om te voorkomen dat het voertuig wordt beboet bij betreden van de zone zonder ontheffing. Met een goede motivatie kan het Centraal Loket hiervan afwijken. Zonder goede motivatie wordt de aanvraag behandeld als een aanvraag voor een bestaand voertuig, waarvoor een ontheffing voor twee jaar wordt afgegeven. Als een voertuig gekentekend is met inrichtingscode 99 en bij een op- of ombouwer staat, dan kan de aanvraag worden gedaan uiterlijk 30 dagen na de op-/ombouwwerkzaamheden.
Artikel 10 - Ontheffing voor dierenambulance
Organisaties die dierenambulances inzetten kunnen ontheffing krijgen omdat het hier gaat om vervoer in spoedeisende en levensbedreigende situaties. Hiermee onderscheidt deze inzet zich van andere logistieke toepassingen voor vervoer van dieren. De Belastingdienst verleent op verzoek een vrijstelling motorrijtuigenbelasting (MRB) aan dierenambulances. De aanvrager dient een kopie van beschikking van de Belastingdienst voor vrijstelling van motorrijtuigenbelasting te overleggen als bewijs dat het voertuig als dierenambulance wordt ingezet. De ontheffingsduur is aangepast naar telkens vijf jaar.
Paragraaf 2
Artikel 11 – Dagontheffing voor bedrijfsauto´s
Voor bedrijfsauto’s die maximaal 12 keer per jaar per gemeente in een nul-emissiezone komen, kan een ondernemer een dagontheffing aanvragen. Deze dagontheffing begint altijd om 00:00 uur van de kalenderdag waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd en eindigt om 06:00 uur op de volgende kalenderdag. Voor een maximale flexibiliteit kan de ondernemer de ontheffing voorafgaand aan, maar ook op dezelfde kalenderdag aanvragen, ook als de bedrijfsauto eerder die kalenderdag al in de nul-emissiezone is geweest.
Artikel 12 - Dagontheffing voor vrachtauto’s
Voor vrachtauto’s die maximaal 12 keer per jaar per gemeente in een nul-emissiezone komen, kan een ondernemer een dagontheffing aanvragen. Deze ontheffing begint altijd om 00:00 uur van de kalenderdag waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd en eindigt om 06:00 uur op de volgende kalenderdag. Voor een maximale flexibiliteit kan de ondernemer de ontheffing tot en met dezelfde kalenderdag aanvragen, ook als de vrachtauto eerder die kalenderdag al in de nul-emissiezone is geweest.
Paragraaf 3 Gemeentespecifieke ontheffingen
Artikel 13 – Ontheffing voor bedrijfs- of vrachtauto’s in verband met bedrijfseconomische omstandigheden
Het is denkbaar dat een onderneming in de problemen komt door de instelling van een nul-emissiezone, doordat een investering in een emissieloos voertuig op korte termijn financieel niet mogelijk is en dat door het zich niet meer kunnen begeven in de nul-emissiezone wellicht te veel omzet wegvalt. Voor deze ondernemingen is deze ontheffing.
De beoordeling van deze ontheffingsaanvraag gaat als volgt. Eerst wordt door een externe partij in opdracht van het college gekeken of de continuïteit van de onderneming wordt bedreigd, gelet op alle omstandigheden van het geval en adviseert hierover het college (stap 1). Vervolgens kijkt het college of er voor de ondernemer geen alternatieven zijn (stap 2).
STAP 1 Bedreiging continuïteit onderneming
Om te beoordelen of sprake is van een situatie waarbij het bedrijf in ernstige financiële problemen dreigt te komen, toetst het college de financiële positie van de onderneming. Hierbij wordt gekeken naar de draagkracht, waaronder wordt verstaan de mate waarin de onderneming in staat is om investeringen te doen. Hiertoe wordt op basis van de door de aanvrager aan te leveren jaarrekeningen gelet op de ontwikkeling van de omzet en het resultaat uit onderneming en daarmee de ontwikkeling van de vermogenspositie van de onderneming. Onder vermogenspositie wordt hier verstaan de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen op de balans en de ontwikkeling duidt op het toevoegen of het onttrekken aan het eigen vermogen. Het privévermogen en inkomsten buiten de onderneming blijven buiten beschouwing. Financiële gegevens worden in beginsel beschouwd over een periode van drie historische jaren plus een prognose van een jaar. In relatie tot de tenaamstelling van de bestel- of vrachtauto waarvoor ontheffing wordt aangevraagd, kan er soms sprake zijn van een leaseconstructie, of het kan gaan om een gehuurde bestel- of vrachtauto, of het kan een dochteronderneming betreffen. In dergelijke gevallen wordt de advisering gebaseerd op geconsolideerde jaarrekeningen. De ontwikkeling van de vermogenspositie kan worden gewaardeerd en uitgedrukt in 3 mogelijke categorieën van draagkracht in relatie tot de mogelijkheid van het doen van een investering voor de nul-emissiezone: beperkte draagkracht, voldoende draagkracht en ruim voldoende draagkracht.
De kosten van de benodigde investeringen worden in eerste instantie gebaseerd op door de desbetreffende onderneming aangeleverde prijsindicaties, eventueel onderbouwd met een offerte. Zo nodig onderzoekt het college, eventueel via het Centraal Loket, zelf de kosten.
Ontheffing wordt verleend als uit de beoordeling blijkt dat de investering door de onderneming in een emissieloos voertuig of vervangend voertuig dat aan de toegangseisen van de nul-emissiezone voldoet, of het ontzeggen van de toegang tot de nul-emissiezone voor het huidige voertuig, naar het oordeel van het college te grote consequenties heeft voor het voortbestaan van de onderneming. Bij de financiële beoordeling voor een vervangend (diesel-)voertuig dat aan de toegangseisen van de nul-emissiezone voldoet wordt, ten gunste van de aanvrager, getoetst met een (versnelde) afschrijving die rekening houdt met de overgangsregeling.
Bij de beoordeling of door de eisen van de nul-emissiezone de continuïteit van de desbetreffende onderneming wordt bedreigd, wordt gekeken naar de onderneming van de hoofdgebruiker in het geheel. Er wordt niet beoordeeld of de continuïteit van een bepaald bedrijfsonderdeel wordt bedreigd. Het begrip bedrijfsonderdeel laat zich niet of nauwelijks afbakenen, waardoor bij toepassing discussies zouden kunnen ontstaan over wat onder dit begrip moet worden verstaan. Een en ander laat onverlet dat zich de situatie kan voordoen dat de continuïteit van een cruciaal bedrijfsonderdeel of een cruciale bedrijfsactiviteit van een onderneming wordt bedreigd en dat daardoor de continuïteit van de gehele onderneming in gevaar komt. Maar in dergelijke gevallen beschouwt het college de continuïteit van de desbetreffende onderneming logischerwijs in haar geheel.
Op basis van deze beoordelingssystematiek kan over het gros van de aanvragen een oordeel worden gegeven. De systematiek is een hulpmiddel en in gevallen waarin met de beoordelingssystematiek geen (sluitende) beslissing mogelijk is, neemt het college op basis van aanvullende gegevens in een tweede stap ook andere factoren in overweging.
STAP 2 Mogelijke alternatieven
Bij het bepalen of een onderneming geen alternatieven heeft, kijkt het college onder andere naar de mogelijkheid van dagontheffingen, de inzet van schonere voertuigen uit het wagenpark, de huur van schonere voertuigen, het inhuren van een andere transporteur die wel een schoon voertuig heeft, inzet van lichtere voertuigen uit het wagenpark en de aanschaf van een tweedehands voertuig. Om deze beoordeling mogelijk te maken dient de aanvrager de kentekens van diens voertuigenpark aan te leveren.
Beoordeling
Op grond van stappen 1 en 2 beslist het college over het verlenen van de ontheffing voor het voertuig. Het kenteken van het voertuig wordt toegevoegd aan het ontheffingenregister van het Centraal Loket. De ontheffing wordt gewoonlijk verleend voor telkens maximaal één jaar, maar het college kan hier gemotiveerd van afwijken en een ontheffing voor kortere periode toekennen.
Het college neemt een ontheffing op grond van dit artikel, die is afgegeven in een andere gemeente met een nul-emissiezone, over conform landelijke afspraken, zonder leges in kosten te brengen.
Artikel 14 – Afwijkingsbevoegdheid
De afwijkingsbevoegdheid, ook wel hardheidsclausule genoemd, geeft het college mogelijkheden voor maatwerk bij het beoordelen van bijzondere gevallen die bij het opstellen van dit beleid niet zijn voorzien, of die bij toepassing van het beleid gevolgen heeft voor de aanvrager die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Overige bepalingen
Artikel 15 – Algemene overige bepalingen
Een aanvrager kan pas ontheffing aanvragen vanaf maximaal zes maanden voordat het voertuig geen toegang meer tot de nul-emissiezone heeft. Een dagontheffing aanvragen kan vanaf maximaal drie maanden voordat deze benut wordt. Voor deze termijnen is gekozen ter bescherming van de aanvrager zodat de aanvraag rust op de op het moment van aanvraag geldende wet- en regelgeving.
Er zijn leges verschuldigd voor het in behandeling nemen van de aanvraag. Het college kan voorschriften of beperkingen verbinden aan een verleende ontheffing in het belang van de handhaving, de openbare veiligheid, de verkeersveiligheid of het milieu. Bijvoorbeeld het voorschrift dat de voertuigbestuurder die zich bevindt in de nul-emissiezone op verzoek van de handhaver de ontheffing of een papieren- of digitale kopie daarvan laat zien.
Artikel 16 – Weigerings- en intrekkingsgronden langdurige ontheffing
De publicatiedatum van het verkeersbesluit en ontheffingenbeleid zal verschillen per gemeente. In dit artikel wordt in het eerste lid bepaald in welke omstandigheden een aanvraag voor een ontheffing wegens bedrijfseconomische omstandigheden wordt geweigerd.
Als een ondernemer of eigenaar zich in een nul-emissiezone vestigt of werk aanneemt vanaf de ingangsdatum van de nul-emissiezone, wordt een aanvraag voor de ontheffing wegens bedrijfseconomische omstandigheden geweigerd omdat deze ondernemer op de hoogte had kunnen zijn van het beleid van de gemeente waarin de zone is gelegen. De zone is ten minste vier jaar voor de ingangsdatum aangekondigd. Het college weigert aanvragen voor een ontheffing wegens bedrijfseconomische omstandigheden voor niet-emissieloze voertuigen met een datum laatste tenaamstelling vanaf 1 januari 2025. Ook hiervoor geldt dat deze ondernemer bij aankoop van het voertuig op de hoogte had kunnen zijn van het landelijk geldende beleid. De zone is ten minste vier jaar voor de ingangsdatum aangekondigd.
Maatgevend in lid 1a en lid 1b is het moment van invoering van de nul-emissiezone in de betreffende gemeente en in lid 1c 1 januari 2025, omdat de tenaamstelling (aanschaf) van een voertuig van andere orde is dan het aannemen van werk of vestiging in een zone.
Het tweede lid bepaalt dat de in het eerste lid opgenomen weigeringsgronden niet van toepassing zijn op een aanvraag voor een bedrijfs- of vrachtauto waarvoor op het moment van de laatste tenaamstelling nog toegang tot de nul-emissiezone bestond op grond van een overgangsregeling. Voor deze voertuigen wordt voor de toepassing van dit artikel aangesloten bij het moment waarop de voor het betreffende voertuig geldende overgangsregeling afloopt.
In het derde lid van dit artikel is beschreven in welke gevallen het college een verleende ontheffing voor toegang tot de nul-emissiezone intrekt. Als de aanvrager aantoonbaar onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, als beleid of wet- en regelgeving wijzigt, als de ontheffinghouder erom vraagt, als er niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden waaronder de ontheffing is verleend, of
als de datum laatste tenaamstelling wijzigt van een voertuig waarvoor ontheffing is verleend, worden de ontheffingen ingetrokken bij besluit op grond van paragraaf 1 en 3. Dit laatste met uitzondering van de ontheffing voor niet-emissieloos verkrijgbaar voertuigen en bijzondere voertuigen, zodat een dergelijk voertuig bij verkoop zijn marktwaarde behoudt.
Of sprake is van het aannemen van werk na de ingangsdatum van de nul-emissiezone, wordt per geval beoordeeld. Factoren die een rol spelen, zijn onder meer of de ondernemer al vóór de ingangsdatum van de nul-emissiezone werkzaamheden in de zone verrichtte, en de frequentie en de regelmaat waarmee de werkzaamheden worden verricht. Van het aannemen van werk na invoering van de uitstootvrije zone is in ieder geval sprake wanneer een ondernemer voor het eerst werkzaamheden in de nul-emissiezone aanneemt, of wanneer deze geruime tijd na invoering van de nul-emissiezone weer eens een nieuwe klus aanneemt. In deze gevallen zal de ontheffing op grond van bedrijfseconomische omstandigheden worden afgewezen, omdat de ondernemer zich er vóór het aannemen van de klus van bewust moest en kon zijn dat de werkzaamheden niet uitgevoerd konden worden met het voertuig waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd. In het geval een ondernemer al sinds jaar en dag aantoonbaar zeer regelmatig in de uitstootvrije zone komt om daar werkzaamheden uit te voeren, zal minder snel aangenomen worden dat sprake is van het aannemen van werk zoals bedoeld in dit artikel. Hierbij speelt een rol dat deze ondernemer voor zijn omzet afhankelijk kan zijn van het werk in de uitstootvrije zone en wegens financiële omstandigheden enige tijd nodig heeft om over te stappen op een schoner voertuig. Dit rechtvaardigt naar het oordeel van het college dat, ook als er opdrachten worden aangenomen na het invoeren van de zone, een inhoudelijke beoordeling van het ontheffingsverzoek wegens bedrijfseconomische omstandigheden plaatsvindt.
Kentekenhouders dienen te melden als zij hun voertuig van de hand doen. Het Centraal Loket zal regelmatig de tenaamstelling van deze categorie voertuigen controleren.
Artikel 17 - Intrekking “Beleidsregels ontheffingen nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s gemeente ‘s-Hertogenbosch 2026”
Eerste lid
In gemeenten waar de nul-emissiezone het gebied van de milieuzone geheel overlapt, wordt het ontheffingenbeleid van de oude milieuzone, voor zover het gaat om bedrijfs- en vrachtauto´s, ingetrokken en vervangen door het ontheffingenbeleid nul-emissiezone. In gemeenten waar de milieuzone en de nul-emissiezone verschillende gebieden zijn, blijven het ontheffingenbeleid milieuzone, voor zover het gaat om bedrijfs- en vrachtauto´s, en het ontheffingenbeleid nul-emissiezone naast elkaar bestaan.
Tweede lid
Het ingetrokken beleid blijft van toepassing op de ontheffingen die op grond van dat beleid zijn verleend, en op aanvragen voor ontheffing en toezeggingen die zijn ingediend voor 1 januari 2027. Hierop geldt één uitzondering: ontheffingen die op grond van artikel 6, zevende lid, of artikel 7, vijfde lid, ambtshalve worden verlengd. Vanaf het moment van verlenging is op die ontheffingen dit ontheffingenbeleid van toepassing.
Voor gemeenten waar de nul-emissiezone een bestaande milieuzone vervangt, geldt daarnaast het volgende. Is voor een voertuig een ontheffing verleend op grond van het ontheffingenbeleid voor die milieuzone, dan geldt die ontheffing ook voor de nul-emissiezone in die gemeente, zolang de geldigheidsduur daarvan niet is verstreken.
Bijlage
Contour van de nul-emissiezone in de gemeente ‘s-Hertogenbosch
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl