Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767825
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767825/1
Geldend van 14-10-2026 t/m heden
Omgevingsvisie Velsen

Bron: Marco van Middelkoop (Luchtfoto IJmuiden)
Voorwoord
Velsen: Nederland in het klein, groot in veelzijdigheid
Van strand tot staal, van duin tot dok, aan de kust en het kanaal: Velsen is een gemeente van contrasten die elkaar versterken. We wonen en werken op een unieke plek waar zee, natuur en stad elkaar raken. De duinen en bossen beschermen ons, de haven en industrie verbinden ons met de wereld. We kennen de rust van de dorpen en de levendigheid van IJmuiden. Groots wonen in de duinen of betaalbaar op vierhoog, een wandeling in het Nationaal Park of werk in de haven: in Velsen kan het allemaal.
Juist omdat Velsen zoveel in zich verenigt, staan we voor grote keuzes. De ruimte is beperkt, de ambities zijn hoog. We moeten bouwen aan voldoende en betaalbare woningen, onze economie verduurzamen, onze leefomgeving gezonder maken en voorbereid zijn op klimaatverandering. Hoe zorgen we dat we Velsen straks nog in- en uitkomen? Waar beschermen we onze natuur, en waar maken we ruimte voor vernieuwing?
Die vragen kunnen we niet los van elkaar beantwoorden. Wonen, werken, mobiliteit, energie, natuur en gezondheid raken allemaal dezelfde fysieke leefomgeving. Deze omgevingsvisie brengt die thema’s samen en maakt de samenhang zichtbaar. Ze helpt ons koers te houden in een tijd van verandering en te kiezen voor kwaliteit boven kwantiteit.
We doen dit niet alleen. De kracht van Velsen ligt in de samenwerking tussen inwoners, ondernemers, instellingen en overheden. De omgevingsvisie is daarom niet alleen een beleidsdocument, maar ook een uitnodiging: aan iedereen die wil bijdragen aan een gezond, leefbaar en toekomstbestendig Velsen.
Met deze visie bouwen we voort op de kwaliteiten die Velsen heeft en kijken we vooruit naar de toekomst. Zo blijft Velsen wat het altijd is geweest: Nederland in het klein, maar groot in haar veelzijdigheid.
Sander Smeets
Wethouder Ruimtelijke Ordening
Hoofdstuk 1 Inleiding

Bron: Archief gemeente Velsen (Strand Velsen)
1.1 Aanleiding omgevingsvisie
De aanleiding voor het opstellen van een omgevingsvisie wordt vaak gevonden in de recent veranderde wetgeving in het fysiek domein. Met de Omgevingswet worden alle overheden – Rijk, provincies en gemeenten (zie voetnoot) – verplicht een omgevingsvisie voor het hele grondgebied van de betreffende overheid op te stellen. De omgevingsvisie vervangt binnen de gemeente de structuurvisie.

voetnoot: Waterschappen stellen doorgaans geen omgevingsvisies op, maar Waterbeheerplannen. Die zijn verplicht.
In Velsen vinden we onze motivatie vooral in de grote (maatschappelijke) opgaven die we nu en in de nabije toekomst op ons af zien komen. Denk aan de aanhoudende drukte op de woningmarkt, het gezond houden van onze inwoners, klimaatverandering en de energietransitie. Die opgaven vragen om een samenhangende visie, omdat ze onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en allemaal een grote ruimtelijke impact hebben op hetzelfde stukje grond.De trend dat nieuwe opgaven steeds vaker aan andere opgaven verbonden zijn, blijft zich naar verwachting voortzetten. Juist om die reden stelt de gemeente Velsen een omgevingsvisie op – om voorbereid te zijn op de opgaven van vandaag en morgen.

1.2 Instrument omgevingsvisie
De omgevingsvisie is het strategische kompas voor de fysieke leefomgeving van Velsen. Ze brengt in één samenhangend verhaal alles bijeen wat met de ruimte te maken heeft: wonen, werken, mobiliteit, energie, natuur, gezondheid en economie.
De visie laat zien hoe we deze thema’s met elkaar verbinden en welke keuzes we maken om Velsen voor te bereiden op de toekomst.
De omgevingsvisie is één van de kerninstrumenten van de Omgevingswet. Elke gemeente maakt hiermee haar langetermijnvisie op de leefomgeving. Waar vroeger tientallen losse beleidsstukken bestonden – voor verkeer, milieu, water, wonen of landschap – vormen deze onderwerpen nu samen één geheel. Dat maakt het eenvoudiger om afwegingen te maken, belangen te verbinden en besluiten te nemen die de kwaliteit van Velsen als geheel versterken.
De Omgevingswet draait niet om regels, maar om ruimte voor ontwikkeling met oog voor kwaliteit. De omgevingsvisie helpt de gemeente, inwoners en partners om samen te bepalen wat we belangrijk vinden voor de toekomst. Ze legt geen blauwdruk vast, maar geeft richting aan keuzes: waar we ruimte maken voor woningbouw, waar we natuur beschermen, hoe we duurzame energie inpassen en hoe we onze gezondheid vooropstellen.
De omgevingsvisie is het startpunt voor uitvoering. Ze vormt de basis voor programma’s, plannen en projecten in de komende jaren. Bij nieuwe ontwikkelingen gebruiken we de visie als toetssteen: draagt dit bij aan het Velsen dat we voor ogen hebben? Zo zorgen we dat elke ruimtelijke beslissing, groot of klein, bijdraagt aan dezelfde koers: een gezonde, duurzame en aantrekkelijke gemeente.
De omgevingsvisie is een levend document. Naarmate de samenleving verandert, groeit de visie mee. Eens in de vier jaar evalueren we of onze koers nog klopt en waar bijsturing nodig is. Dat doen we samen met inwoners, ondernemers en partners. Want de fysieke leefomgeving is van ons allemaal en samen bepalen we hoe Velsen zich ontwikkelt.
1.3 Hoe tot stand gekomen?
In april 2021 heeft de gemeenteraad de Visie op Velsen 2050: Duurzaam Verbonden vastgesteld. Deze visie beschrijft aan de hand van vier omwentelingen de opgaven waar we als gemeente voor staan. Het vormde de eerste inhoudelijke stap in de richting van een integrale, strategische langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving van Velsen.
Het opstellen van de Visie op Velsen 2050 is in samenwerking met partners en inwoners gedaan. Per dorpskern zijn toekomstgesprekken gevoerd met inwoners. Er was nadrukkelijk aandacht voor de jeugd. Zij zijn immers de inwoners voor wie we langetermijnvisies opstellen. In mei 2021 stelde de gemeenteraad het Koersdocument Omgevingsvisie Velsen 2040 vast. Het Koersdocument is opgesteld als inhoudelijke bouwsteen voor de omgevingsvisie. Hierin zijn de ambities van college en raad opgenomen. Dit document maakt de eerste contouren van de uiteindelijke omgevingsvisie zichtbaar. Belangrijk aspect aan dit koersdocument is de gekozen inhoudelijke focus: college en raad hebben hierin drie thema’s benoemd die centraal staan in de omgevingsvisie, namelijk woningbouw, gezondheid en de energietransitie.
De omgevingsvisie is echter meer dan het optellen van andere visiedocumenten. Bij de optelsom komen conflicten aan het licht, waardoor er keuzes gemaakt moeten worden. Die keuzes hebben we in eerste instantie inzichtelijk gemaakt door een Atlas van Velsen (maart 2022) op te stellen. Deze atlas bevat negen kaarten waarop per thema de huidige stand van zaken en de toekomstige ontwikkelingen zichtbaar zijn. Door die kaarten als het ware over elkaar heen te leggen, worden de knelpunten inzichtelijk.
De visie, het koersdocument en de atlas vormen samen de belangrijkste bouwstenen. Samen met de huidige structuurvisie liggen deze documenten aan de basis van de Omgevingsvisie Velsen waarin de strategische keuzes gemaakt worden.
Die strategische keuzes zijn in 2023, 2024 en 2025 nader uitgewerkt met de samenwerkingspartners in Velsen zoals woningcorporaties, de omgevingsdienst, de gezondheidsdienst, veiligheidsregio, ontwikkelaars, ondernemers, inwoners en belangengroepen. De gemeenteraad van Velsen heeft een aantal van die keuzes ook reeds vastgesteld.
1.4 Omgevingseffectenscan
Voor deze omgevingsvisie is gedurende het proces een omgevingseffectenscan opgesteld door adviesbureau TAUW. De verschillende ambities, zoals op het gebied van energietransitie, klimaat, biodiversiteit, mobiliteit, wonen en werken, leggen allemaal hun druk op de beperkt beschikbare (milieu)ruimte in Velsen. Een omgevingseffectenscan brengt de gevolgen van deze keuzes op het milieu en de omgeving in Velsen in beeld ten opzichte van de nulsituatie zoals in de Atlas Velsen staat omschreven. Zo kan het dagelijks bestuur en de gemeenteraad de belangrijkste milieu-informatie meenemen in de afwegingen, keuzes en besluitvorming over de omgevingsvisie.
We hebben ervoor gekozen om het proces van de omgevingsvisie en de omgevingseffectenscan gelijktijdig op te laten lopen. Op deze manier konden keuzes en ambities in de concept-omgevingsvisie al beoordeeld worden op hun effecten en is de uiteindelijke omgevingsvisie op onderdelen aangescherpt om ongewenste effecten op het milieu en de omgeving van Velsen te voorkomen of te dempen.

1.5 Leeswijzer
De omgevingsvisie bestaat uit een aantal onderdelen.
Hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding voor het opstellen van een omgevingsvisie en het doorlopen proces. Daarbij wordt ook stilgestaan bij de Omgevingswet.
Hoofdstuk 2 beschrijft de gemeente Velsen aan de hand van een kenschets. De positie van Velsen in de regio wordt omschreven waarbij ook wordt ingegaan op de verschillende rollen die Velsen inneemt bij regionale overlegstructuren. Denk aan de samenwerking rondom het Noordzeekanaalgebied, de samenwerking met de IJmondgemeenten, de samenwerking met de provincie Noord-Holland en de samenwerking in de Metropoolregio Amsterdam (MRA).
Hoofdstuk 3 beschrijft de vier integrale opgaven voor de fysieke leefomgeving. De vier opgaven zijn (1) kwalitatieve groei, (2) gezonde leefomgeving, (3) klimaatbestendige kernen en een verbonden buitengebied en (4) energietransitie als vliegwiel naar duurzame, circulaire economie.
Hoofdstuk 4 beschrijft het toekomstbeeld van Velsen, gebaseerd op de Visie op Velsen 2050. Hoe ziet Velsen er in 2050 uit? Wat ervaren inwoners en bezoekers als ze in 2050 in Velsen zijn?
Hoofdstuk 5 is de gebiedsgerichte uitwerking van de vier centrale opgaven in deze visie. De opgaven worden per deelgebied anders uitgewerkt. In totaal worden vijf gebieden beschreven.Hoofdstuk 6 laat zien hoe we de omgevingsvisie gaan uitvoeren. We benoemen hier de samenhang met de andere instrumenten uit de Omgevingswet en maken een koppeling met de uitvoering van onderdelen uit deze omgevingsvisie.
Hoofdstuk 2 Gemeente Velsen

Bron: Tata Steel (Tata Steel)
2.1 Kenschets gemeente Velsen
Velsen heeft zeven kernen: IJmuiden, Velsen-Noord, Velsen-Zuid, Velserbroek, Santpoort-Noord, Santpoort-Zuid en Driehuis. Elk van deze kernen heeft haar eigen unieke karakter. Zo is IJmuiden de grootste kern in de gemeente Velsen, met zo’n 30 duizend inwoners. Dit is met het havengebied en de ligging aan de monding van het Noordzeekanaal het economisch centrum van de gemeente. IJmuiden heeft een meer stedelijke uitstraling met - in verhouding tot de andere kernen - relatief veel hoogbouw. In de tijd van het Vinexbeleid is Velserbroek gebouwd en uitgegroeid tot de tweede woonkern in de gemeente. Velsen-Noord en Velsen-Zuid zijn dorpser. De kleine plaatsen Santpoort-Zuid, Santpoort-Noord en Driehuis kennen een landelijk en dorps karakter, hoewel er ook tussen deze kernen aanzienlijke verschillen zijn in bebouwing en drukte.
Velsen kent een rijke historie. Niet alleen vormde deze plaats de noordgrens van het Romeinse Rijk. Ook zijn er enkele bijzondere cultuurhistorische kenmerken zoals het dorpsgezicht van Velsen-Zuid met de Engelmunduskerk, de buitenplaatsen uit de 17e en 18e eeuw, de overgebleven bunkers van de Atlantikwall, het Forteiland als onderdeel van de Stelling van Amsterdam en de typerende wederopbouw architectuur en stedenbouwkundige structuur van met name Dudok.
Velsen is ook een gemeente van uitersten. Aan de ene kant is er de rust en natuur, met het strand en de duinen en Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Daarnaast zijn er de buitenplaatsen, villa’s, bossen en pittoreske dorpjes in de binnenduinrand. Spaarnwoude Park, als uitgestrekt groen recreatiegebied, vormt een groene buffer tussen de omliggende steden. Velsen heeft daarnaast maar liefst 1.000 hectare aan Natura 2000-gebied binnen de gemeentegrenzen. Dit gebied is bijzonder mooi, maar op de eerste plaats een leefgebied voor flora en fauna en zelfs internationaal van groot belang.
Aan de andere kant de havens en industrie. Door de strategische ligging van de haven van IJmuiden en de aanwezigheid van een zeevisgroothandel, is de visafslag van IJmuiden een van de belangrijkste aanvoerhavens van zeevis van Nederland. Dit relatief jonge landschap met haven-industriële, stedelijke en grootschalige recreatieve functies verbindt Amsterdam met de Noordzee. De grote maat van het Noordzeekanaal en de industriële bedrijvigheid zorgen voor een zelfstandige entiteit in het kustlandschap.
De strategische ligging aan de monding van het Noordzeekanaal en de Noordzee maakt van de gemeente Velsen een logistiek knooppunt in de regio, Nederland en Europa. Deze ligging is sterk bepalend voor de economische structuur van havens, visserij, cruise- en ferryvaart en offshore windenergie en biedt grote kansen voor de economische ontwikkeling van de gemeente. Het sluizencomplex in het Noordzeekanaal – met de nieuw geopende Zeesluis IJmuiden, de grootste ter wereld – is van groot belang voor nationaal en internationaal goederentransport.
Het Velsense landschap wordt veelvuldig op actieve manieren beleefd door inwoners en bezoekers. Zo is het strand een populaire plek voor wind- en watersport, vinden wandelaars en fietsers de rust in natuurgebied Nationaal Park Zuid-Kennemerland en biedt het recreatiegebied Spaarnwoude Park mogelijkheden voor recreatie, in- en outdoorsporten in combinatie met grotere en kleinere festivals in de Velsen Valley.
Ten slotte zijn er diverse sportvoorzieningen verdeeld over de kernen, waaronder betaald voetbalclub SC Telstar dat sinds het seizoen 2025 – 2026 weer uitkomt in de hoogste divisie van het betaald Nederlands voetbal. Velsenaren typeren zichzelf als nuchter, mondig en bereid om hun handen uit de mouwen te steken. Dit weerspiegelt zich in een hoge mate van betrokkenheid bij de kern en een sterk gevoel van saamhorigheid. Sociale cohesie is dan ook een belangrijke waarde voor veel Velsenaren. In de verschillende kernen wordt veel georganiseerd en ondernomen. Dit uit zich in een rijk verenigingsleven, veel aandacht voor (sociale) ontmoetingsplekken en een hoog activiteitenaanbod. De verschillen tussen de kernen en de verschillende bewoners moeten daarbij wel in ogenschouw genomen worden. Rondom bepaalde vraagstukken weten inwoners zich goed te organiseren en dragen ze eenzelfde boodschap uit, maar er zijn ook ontwikkelingen die juist een wig drijven tussen bewonersgroepen. Dat laatste zien we bijvoorbeeld rondom het (asiel-)opvang vraagstuk gebeuren. Continue aandacht voor verschillende belangen, culturen en beweegredenen is altijd belangrijk, maar in Velsen vraagt dat nog meer alertheid.
2.2 Context van Velsen
Een vlugge blik op de kaart laat al gauw zien dat de gemeente Velsen in een bijzonder gebied van Nederland ligt, met het open water van de Noordzee aan de westkant en het hoogstedelijke gebied van Amsterdam en Haarlem aan de oost- en zuidkant. Velsen heeft hiermee misschien wel het beste van twee werelden: prachtige stranden en duinen die zich contrasteren tegenover het aangezicht van één van de economische zwaartepunten van Nederland. De gemeente kent een strategische ligging in een hoogdynamische regio, waar veel opgaven en kansen samenkomen op een relatief klein stukje grond. Het bereik en de impact van Velsen stopt daarom niet bij haar gemeentegrenzen, want de hedendaagse uitdagingen die op de gemeente afkomen, worden steeds groter en complexer. Hierdoor zal het belang van de regio steeds verder toenemen. Dit wordt ook vaak benadrukt in diverse gemeentelijke en regionale notities.
De gemeente Velsen maakt deel uit van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Dit samenwerkingsverband omvat twee provincies, dertig gemeenten en de Vervoerregio Amsterdam. Hierbinnen worden regionale afspraken gemaakt vanuit een gedeelde visie. Deze visie focust in hoofdlijnen op het creëren van een “krachtige, innovatieve economie, hoogwaardige mobiliteit en voldoende ruimte voor aantrekkelijk wonen, werken en recreëren”. Woningbouw, economie, duurzaamheid, landschap en mobiliteit zijn de belangrijkste thema’s waarop samengewerkt wordt binnen de MRA. Inmiddels is de MRA de sterkst internationaal concurrerende regio van Nederland, en Velsen heeft binnen de regio een belangrijke rol ingenomen. Door de hoge mate van bedrijvigheid in Velsen – met name in het Noordzeekanaalgebied – is de gemeente onmisbaar geworden als economische motor binnen de MRA. Daarnaast is Velsen ook de ‘nautische toegangspoort’ van de MRA, thuisbasis van de grootste zeesluis ter wereld. Door de aanwezigheid van de hoogwaardige en innovatieve maakindustrie wordt Velsen ook gezien als de slimme werkplaats de MRA. In de MRA komen verschillende thema’s binnen een forse verstedelijkingsopgave samen, wat ook op nationale schaal wordt erkend. Om die reden is de MRA-regio aangewezen als een NOVEX -gebied, waarbij de regio samen met het Rijk werkt aan het in goede banen leiden van de verstedelijkingsopgave.

Het Noordzeekanaalgebied (NZKG), waar de gemeente Velsen onderdeel van uitmaakt, staat de komende jaren voor een forse en complexe ontwikkelopgave. Net als de MRA-regio is het Noordzeekanaalgebied aangewezen als NOVEX-gebied. In de al schaarse ruimte doen verschillende urgente opgaven een claim op de ruimte, zoals het verduurzamen van de (haven)economie, energietransitie, woningbouw, circulaire economie, gezonde leefomgeving, landschap, ecologie, water en klimaatadaptatie. Hoewel sommige opgaven elkaar kunnen aanvullen, zijn er ook tegenstrijdige ruimteclaims die spanningen kunnen veroorzaken. Onder de vlag van NOVEX-gebied werkt de regio samen met het Rijk en de provincie aan de uitdaging om de verschillende opgaven en belangen een plek te geven.
De regio Schiphol is een derde NOVEX-gebied dat (een gedeelte van) de gemeente Velsen omvat. De gemeente Velsen ligt onder de aan- en uitvliegroutes van de Polderbaan. In de tevens dichtbevolkte regio Schiphol komen verschillende opgaven samen, waaronder de beschikbare ruimte voor de luchthaven, de regionale woningbouwopgave, het beschermen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en gezondheid (bijvoorbeeld het beperken van geluidshinder van vliegverkeer). Met de NOVEX-gebiedsaanduiding worden deze thema’s erkend als nationale opgaven waarbij nationale regie gewenst is.
Deze NOVEX-gebieden vormen de basis voor diverse (beleids)visies, uitvoeringsagenda’s en investeringsagenda’s. Velsen ziet deze documenten als bouwsteen voor de lokale omgevingsvisie, maar ook anders om: de lokale omgevingsvisie biedt straks een basis om onze rol in deze regionale context te bepalen.
In de Provinciale Omgevingsvisie (POVI Noord-Holland 2050 heeft de Provincie Noord-Holland haar integrale visie op de toekomst verwoord. De (POVI) beschrijft hoe de provincie de fysieke leefomgeving wil ontwikkelen richting 2050. De visie richt zich op thema’s als wonen, economie, bereikbaarheid, energie, landschap, klimaatadaptatie en natuur. Belangrijke doelen zijn het versterken van de ruimtelijke kwaliteit, het behouden van open landschap, het stimuleren van duurzame energie en het bevorderen van een gezonde leefomgeving. De provincie werkt momenteel aan een herijking van de omgevingsvisie.
Voor Velsen is de POVI van groot belang omdat de gemeente een strategische ligging heeft tussen zee, haven en stad. Velsen speelt een sleutelrol in de energietransitie (met o.a. de haven van IJmuiden en wind op zee), in woningbouw en verdichting binnen de Metropoolregio Amsterdam, en in het behoud van natuur en kustveiligheid. De provinciale visie vormt daarmee een belangrijk kader voor lokale keuzes over ruimtegebruik en ontwikkeling.
Op regionaal schaalniveau werkt Velsen veel samen met diverse gemeenten in de IJmond en Zuid-Kennemerland. Velsen heeft hier – door haar ligging aan beide kanten van het Noordzeekanaal – een scharnierfunctie tussen de zuidelijke- en noordelijke gemeenten. De IJmond bestaat uit de gemeenten Velsen, Beverwijk en Heemskerk. Tevens hebben deze drie gemeenten zich – samen met tientallen bedrijven en instanties – verbonden via Techport, een netwerk dat zich sterk maakt voor de toekomst van de maak- en onderhoudsindustrie in de regio. Velsen grenst aan de zuidkant aan Zuid-Kennemerland, dat overlapt met het grondgebied van gemeenten Haarlem, Bloemendaal, Zandvoort en Heemstede. De regio Zuid-Kennemerland wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van het Nationaal Park Zuid-Kennemerland dat tussen het verstedelijkte gebied van deze gemeenten gelegen is.
Het benoemen van de verschillende regionale contexten is van groot belang voor de Omgevingsvisie Velsen. De grote ruimtelijke, economische en ecologische opgaven waar Velsen voor staat, kunnen niet binnen de eigen gemeentegrenzen worden opgelost. Onze keuzes beïnvloeden de regio – en omgekeerd. De samenwerking binnen het Noordzeekanaalgebied (NOVEX (zie voetnoot)), de IJmond, de Metropoolregio Amsterdam en met de provincie Noord-Holland biedt Velsen de kans om haar strategische ligging maximaal te benutten. Deze samenwerkingsverbanden zorgen voor afstemming over woningbouw, bereikbaarheid, energie, gezondheid, landschap en economie, en maken het mogelijk om opgaven gebiedsoverstijgend aan te pakken. Door Velsen in te bedden in deze regionale en nationale context, versterken we onze positie als schakel tussen zee en stad, tussen lokaal en nationaal. Zo blijft Velsen niet alleen Nederland in het klein, maar ook een onmisbare speler in de ontwikkeling van de regio als geheel.

voetnoot: NOVEX staat voor Nationale Omgevingsvisie Extra. Het is een rijksprogramma waarin het Rijk samenwerkt met provincies, gemeenten, waterschappen en andere partijen om de uitvoering van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) te versnellen en te versterken. Binnen NOVEX worden zogenoemde NOVEX-gebieden aangewezen waar grote ruimtelijke opgaven samenkomen — zoals woningbouw, energie, water, natuur en infrastructuur — en waar integrale gebiedsgerichte aanpakken worden ontwikkeld om deze opgaven in samenhang op te lossen.


Hoofdstuk 3 Integrale Velsense opgaven

Bron: Rijkswaterstaat (Velsertunnel)
Velsen staat aan de vooravond van een periode vol verandering. De druk op ruimte, klimaat en economie vraagt om slimme keuzes en samenwerking. We willen groeien, maar met behoud van kwaliteit. We willen vernieuwen, zonder onze identiteit te verliezen. En we willen gezondheid, duurzaamheid en welvaart hand in hand laten gaan.
De toekomst van Velsen raakt aan alles wat we doen, van wonen en werken tot bewegen, ontmoeten en ondernemen. Daarom kijken we niet langer per sector, maar vanuit samenhang. De uitdagingen van vandaag laten zich niet vangen in losse beleidsvelden. Ze grijpen in elkaar en vragen om één integrale koers.
Die koers hebben we vertaald in vier samenhangende opgaven die de richting bepalen voor onze fysieke leefomgeving.
1. Kwalitatieve groei
2. Gezonde gemeente van en voor iedereen
3. Klimaatadaptieve kernen en een verbonden buitengebied
4. Energietransitie als vliegwiel naar een duurzame, circulaire economie
Deze vier opgaven zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ze vragen om integrale afwegingen, gebiedsgerichte samenwerking en voortdurende dialoog met inwoners en partners. Samen vormen ze het fundament van de Omgevingsvisie Velsen.

3.1 Kwalitatieve groei

Bron: BPD (Nieuwbouw DOK)
3.1.1 Strategisch perspectief
Waar willen we naartoe?
Velsen is een aantrekkelijke woon, werk- en verblijfsgemeente, met zeven verschillende kernen die elk hun eigen karakter en opbouw hebben. Het is er goed en betaalbaar wonen in een mooie woonomgeving met de kust, de duinen, het Nationaal Park en Spaarnwoude Park binnen handbereik, en in nabijheid van grote steden als Haarlem en Amsterdam. Werken gebeurt in de van oudsher sterke maakindustrie of in het nieuwere, kennisintensieve werk dat met de energietransitie zijn intrede in Velsen maakt. De diverse buitengebieden zijn zowel in onderlinge verbondenheid als zelfstandig belangrijke uitloopgebieden van de kernen. Woningen, voorzieningen en openbare ruimte vormen een samenhangende leefomgeving waarin het prettig wonen, werken, ontmoeten en bewegen is.
De gemeente Velsen wil een aantrekkelijke woongemeente zijn en blijven – een gemeente waar inwoners zich thuis voelen, zich verbonden voelen met hun omgeving en graag willen blijven wonen. In onze visie betekent dit meer dan alleen groei door het toevoegen van woningen: het gaat om het versterken van de kwaliteit van de gehele leefomgeving, in balans met onze karakteristieke identiteit, natuur, water, economie en cultuurhistorie.
Wij kiezen nadrukkelijk voor kwalitatieve groei. Dit houdt in dat we bouwen aan wijken en buurten die duurzaam, leefbaar en toekomstbestendig zijn. Groei mag nooit ten koste gaan van wat Velsen bijzonder maakt: de sterke gemeenschappen, het kust- en duinlandschap, het industriële erfgoed, de ligging aan het Noordzeekanaal, en de nabijheid van natuur en havens.
Een aantrekkelijke woongemeente Velsen is een plek waar:
-
a.
Wonen, werken en leven in samenhang worden ontwikkeld, met aandacht voor voorzieningen, mobiliteit, groen, veiligheid en sociale verbinding;
-
b.
Diversiteit aan woonvormen ruimte biedt aan alle levensfasen en inkomensgroepen – van jonge gezinnen tot ouderen die langer zelfstandig willen (of moeten) wonen (soms in combinatie met zorg en ondersteuning aan huis;
-
c.
Wijken inclusief en toegankelijk zijn;
-
d.
Kwaliteit van de openbare ruimte bijdraagt aan gezondheid (onder andere door uit te nodigen om te bewegen), ontmoeting faciliteert en stimuleert, klimaatbestendig is ingericht (adaptatie) en het behoud van biodiversiteit bevordert;
-
e.
Verduurzaming en energietransitie hand in hand gaan met het versterken onze economie en het verbeteren van de veerkracht van inwoners en ondernemers;
-
f.
Sociale veerkracht en inclusiviteit centraal staan, met (openbare) ruimte voor ontmoeting, cultuur, onderwijs en zorg, en aandacht voor bestaanszekerheid;
-
g.
Ruimtelijke ontwikkeling gebiedsgericht benaderd wordt, met oog voor kwaliteit en het unieke karakter van wijken en dorpen binnen Velsen;
-
h.
Natuurgebieden worden beschermd als woongebied voor flora en fauna.
Kwalitatieve groei vraagt om het maken van bewuste keuzes. Wij investeren in de kwaliteit van de leefomgeving als geheel – fysiek, sociaal en economisch – zodat Velsen aantrekkelijk blijft voor huidige en toekomstige generaties.
3.1.2 Uitgangssituatie en opgaven
Hoe is het nu?
Onze visie op kwalitatieve groei is een stip op de horizon. De aanleiding voor deze opgave vinden we vooral in de situatie zoals we die nu kennen in Velsen.
De woningvoorraad uit de wederopbouwperiode (1945-1965) is verouderd en voldoet niet meer aan de wensen en/of standaarden van tegenwoordig. Dit is grotendeels corporatiebezit. Het snel en goedkoop, eentonig bouwen van weleer laat nu grote nadelen zien.
In de (bevolkings)prognoses van onder andere de provincie Noord-Holland neemt het aantal huishoudens in Velsen in ieder geval tot 2050 toe. Dat betekent dat er meer woningen nodig zijn om deze groei te faciliteren. Die huishoudens zijn steeds kleiner. Dat komt enerzijds door een ouder wordende bevolking en anderzijds omdat mensen steeds later gaan samenwonen en gezinnen stichten.
De bevolking van Velsen vergrijst in hoog tempo. Die vergrijzing is nu al sterk zichtbaar in de kernen Santpoort-Zuid, -Noord, Velsen-Zuid en Driehuis. Als oorspronkelijke groeikern uit de jaren ’90 staat die vergrijzing ook te gebeuren in Velserbroek, hetzij wat later dan in de andere kernen, maar wel met een grotere omvang.
Door een eenzijdige woningvoorraad, een oververhitte woningmarkt en een structureel woningtekort is er nauwelijks doorstroming op de woningmarkt. De woningmarkt zit voor veel doelgroepen op slot.
In de bebouwde omgeving en openbare ruimte van Velsen, voornamelijk in Velsen-Noord en IJmuiden, ligt een grote opgave op het gebied van kwaliteit, klimaat, natuur, energie(armoede) en verduurzaming. Die opgave is het grootst bij de wijken met veel wederopbouwwoningen.
Met name starters komen moeilijk aan bod op de woningmarkt, ondanks de relatief betaalbare woningvoorraad in bijvoorbeeld IJmuiden. De wachtlijsten op de sociale huur nemen al jaren niet af en het benodigde inkomen om een woning te kopen loopt alsmaar op. Ook de gemiddelde woningwaarde stijgt al jaren.
Het voorzieningenniveau in IJmuiden past niet bij de beoogde schaalsprong van IJmuiden. Het winkelaanbod, ter illustratie, ligt te verspreid en kent geen duidelijke afbakening. Gevolg hiervan is periodieke leegstand in de winkelstraten en inwoners die voor winkels naar Beverwijk of Haarlem gaan.
Het aantal arbeidsplaatsen groeit minder hard dan het aantal woningen en inwoners in gebieden waar ontwikkeld wordt. De woon-werkbalans komt daardoor onder druk te staan.
Op verschillende plekken in Velsen zien we wijken die op diverse gebieden achterlopen op andere wijken. Denk aan de afstand tot voorzieningen, de mogelijkheden om je op verschillende manieren te verplaatsen, de kwaliteit van de openbare ruimte of de hoeveelheid kwalitatief groen in de eigen omgeving. Die verschillen tussen wijken willen we terugbrengen naar een beter Velsens gemiddelde. Door een groei van het aantal inwoners in onze regio, neemt de recreatieve druk op onze stranden, buiten- en recreatiegebieden toe. Op sommige plekken en op sommige momenten slaat die balans negatief uit. Bijvoorbeeld voor het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (overbezetting).
Velsen is sterk auto-georiënteerd. Dat betekent dat de auto dominant in het straatbeeld aanwezig is en goed gefaciliteerd wordt. Andere modaliteiten zoals lopen, fietsen of openbaar vervoer zijn ondergeschikt aan de auto. Het openbaar vervoer is onvoldoende fijnmazig. Aansluiting op regionale en landelijke ov-netwerken is beperkt of onvoldoende om als vervanger van de auto te kunnen dienen.
3.1.3 Zo maken we het waar
Wat gaan we doen?
De huidige situatie komt niet overeen met onze visie op kwalitatieve groei. Dat betekent dat we aan de slag moeten met de geschetste opgaven. Hieronder lichten we toe hoe we dat doen.
Inzet op groei met behoud bestaande kwaliteiten en verschillen per kern
We groeien de komende jaren als gemeente door meer woningen te bouwen. We gebruiken bestaande kwaliteiten en ruimtelijke verschillen in onze gemeente als vertrekpunt. IJmuiden profileert zich daarbij als een meer stedelijke kern met onder andere verdichting door hoogbouw. De overige kernen behouden het meer dorpse karakter. In deze kernen van Velsen vindt ook woningbouw plaats, alleen in mindere mate. De komende periode is er één uitleglocatie in beeld voor woningbouw. De rest gebeurt binnenstedelijk.
Versterken identiteit van verschillende deelgebieden
We profileren de verschillende deelgebieden van Velsen om tot een sterkere samenhang in ontwikkelingen te komen. We kiezen voor een voortzetting van Duinstad IJmuiden, gekoppeld aan IJmuiden Rauw aan Zee (het rauwe karakter) en profileren het havengebied sterker in relatie tot de energietransitie. De ‘duindorpen’ blijven we profileren als bebouwing in het hoogpolige groene tapijt van de binnenduinrand met haar landgoederen, het metropolitaan landschap en het polderlandschap.
Focus op groei in IJmuiden
De voornaamste groei vindt de komende jaren plaats in IJmuiden. We staan aan de vooravond van een grote herstructureringsopgave die we samen met de woningcorporaties en gebiedsontwikkelaars aanpakken.
Rijk en regio vragen we om ons te helpen bij de verstedelijkingsopgave (Ontwikkelperspectief NZKG en Gebiedsinvesteringen Netten op Zee). Met de realisatie van Pont tot Park in het centrum van IJmuiden en (sloop-)nieuwbouw in de omliggende wijken groeit IJmuiden de komende periode. Door kleinere en grotere onvoorziene initiatieven de komende jaren zal de toevoeging van het aantal woningen verder oplopen.
In 2020 is een uitgebreid locatieonderzoek gedaan en heeft de gemeenteraad de overige locaties aangewezen waar tot 2040 ruimte is voor wonen. In de Monitor Plancapaciteit laten we als gemeente zien welke locaties in beeld zijn voor de groei van Velsen als geheel. Die locaties werken we nader uit in het Volkshuisvestingsprogramma (Vhp, verwacht Q4 2026).
De overige kernen moeten hier op hun beurt weer goed mee verbonden zijn en blijven. Vooral in Santpoort-Noord, Santpoort-Zuid, Driehuis en Velsen-Zuid is het rustig wonen, een kwaliteit die we beogen te behouden. Voor meer stedelijkheid en reuring of voor (dagelijkse) winkel- en maatschappelijke voorzieningen is IJmuiden de plek om naartoe te gaan. De dagelijkse leefomgevingen van veel Velsenaren reikt immers verder dan alleen hun eigen dorpskern. Op deze manier kunnen inwoners uit de rustigere kernen meeprofiteren van de voorzieningen in de grote kern IJmuiden, en de voorzieningen van de inwoners in de kernen. Wil je grootstedelijke voorzieningen? Dan zijn er snelle fiets en ov-verbindingen met Haarlem voorhanden.
Kwantitatieve (woning)opgave als vliegwiel voor integrale opgaven
De openbare ruimte dient deze ontwikkeling te faciliteren. Steeds meer mensen op hetzelfde stukje Velsen betekent dat er letterlijk ruimte gemaakt moet worden voor de nieuwkomers. Maar dat betekent ook dat de voorzieningen evenredig mee moeten groeien en soms veranderen. Denk aan scholen, sport-, recreatie-, zorg- en mobiliteitsvoorzieningen. Maar ook in algemene zin moet de openbare ruimte deze groei kunnen faciliteren. Plekken waar mensen kunnen ‘zijn’, waar ontmoeting plaats kan vinden met mens en natuur, waar ommetjes gemaakt worden. Waar ook flora en fauna zijn plek houdt en versterkt ziet worden. We grijpen de woningbouwopgave aan om op al deze terreinen kwaliteit toe te voegen.
Voldoende woningen bouwen
We blijven inzetten op het toevoegen van voldoende woningen waar ook een kwantitatieve onderbouwing aan ten grondslag ligt. Als houvast gebruiken we de periodieke provinciale bevolkingsprognoses, de woonwensenonderzoeken en de afspraken die we met gemeenten, provincie en Rijk hebben gemaakt in de MRA Woondeal. We moeten ons echter bewustzijn dat als we voldoende woningen willen bouwen voor onze kinderen en onze senioren, we dringend op zoek moeten naar plekken om te verdichten. Ook andere woonconcepten en woningtypologieën kunnen daarbij helpen.
Gevarieerd woningaanbod
Hierbij richten we ons in het bijzonder op een gevarieerd woningaanbod waarbij betaalbaarheid en levensloopbestendigheid belangrijke aspecten zijn. Juist dit segment van de woningvoorraad is in de kleinere kernen minder beschikbaar. In alle gevallen willen we dat ontwikkelingen het bestaande karakter van de kernen versterken. Op de schaal van de hele gemeente Velsen leidt dit tot een afwisseling van dynamische en meer stedelijke woonmilieus enerzijds en meer dorpse, rustige woonmilieus anderzijds.
Passend wonen
De opgave passend wonen draait om het creëren van een woningaanbod dat aansluit bij de diversiteit aan levensfasen, zorgbehoeften en inkomens van inwoners.
Door de decentralisatie van zorgtaken ligt er meer verantwoordelijkheid bij gemeenten om te zorgen voor geschikte huisvesting voor mensen die langer zelfstandig wonen, ouderen met een zorgvraag, mensen met een beperking en andere aandachtsgroepen. Passend wonen betekent daarom meer dan bouwen alleen: het vraagt om slimme combinaties van wonen, zorg en ondersteuning in de wijk. Nieuwe woonconcepten – zoals geclusterde woonvormen, kleinschalige woonzorginitiatieven en flexibele woningen – dragen bij aan een inclusieve en toekomstbestendige woonomgeving. Het doel is dat iedere Velsenaar, ongeacht levensfase of zorgvraag, op een passende plek kan wonen, met zorg en voorzieningen dichtbij. Met de Woonzorgvisie (eerste kwartaal 2026) en het daaropvolgende Volkshuisvestingsprogramma (vierde kwartaal 2026) geven we per kern concreet aan hoe we invulling geven aan deze opgave.
Brede meerwaarde is het uitgangspunt
Wanneer we werken aan de Velsense woningvoorraad is onze inzet dat dit een bredere meerwaarde oplevert dan enkel het toevoegen van woningen. Ambitie is de stedelijke vernieuwing van de woningvoorraad te benutten om een betere en gezondere leefomgeving te creëren. Denk aan een verduurzamingsslag, vergroening van de leefomgeving, verbeteren klimaat- en waterrobuustheid, het inspelen op demografische ontwikkelingen en het versterken van de vitaliteit en leefbaarheid in een buurt. Om de hoogte van de lat te bepalen op het gebied van duurzaamheid, gebruiken we het Convenant Toekomstbestendig Bouwen dat Velsen ondertekend heeft.
Inzet op behoud en versterken van voorzieningen in alle kernen
De meeste voorzieningen voor Velsen zijn geclusterd in IJmuiden. We werken met Pont tot Park aan een kernwinkelgebied, geflankeerd door verblijfsruimte met horeca en andere publieksfuncties. Met de groei aan woningen en inwoners, groeit ook de behoefte aan bijvoorbeeld huisartsen en scholen.
Door de ligging van de zeven kernen, kunnen we niet voorbijgaan aan het feit dat we ook in andere kernen vitale voorzieningen nodig hebben. Denk daarbij aan winkels voor dagelijkse boodschappen, een huisarts, basisscholen, en voldoende mogelijkheden om je te verplaatsen: te voet, fietsend, met het ov of met de auto. Velserbroek heeft zo zijn eigen wijkwinkelcentrum, Santpoort-Noord en Velsen-Noord een meer lokaal-georiënteerd centrum.
Daarnaast zorgen we voor een gevarieerd ondersteuningsaanbod voor inwoners in de wijk via de Huizen van de Wijk (De Stek en De Dwarsligger), inclusief ruimte voor ontmoeting. Dat vraagt om vernieuwing, innovatie en meer ruimte om voldoende te kunnen programmeren, aansluitend bij de behoeftes in de wijk. Naast de Huizen van de Wijk zijn er nog andere locaties waar jeugd, ouderen of mensen met een hulpvraag terecht kunnen. We kiezen daarbij voor een spreiding over de gemeente, zodat hulp en ondersteuning nooit ver weg is.
Tegelijkertijd kijken we met realisme naar de voorzieningen in de kleine kernen. We blijven de voorzieningen steunen zolang inwoners er behoefte aan hebben en er gebruik van maken, maar we durven ook zaken te veranderen als het gebruik terugloopt of de kosten onevenredig oplopen.
Tegengaan versnippering hoofdstructuren
Hoofdstructuren zijn de ruimtelijke ruggengraat van de gemeente. Denk aan belangrijke infrastructuur, ecologische netwerken, waterstructuren, hoofdzones voor verstedelijking, landschappelijke structuren en cultuurhistorische lijnen. Deze structuren zorgen voor samenhang tussen functies en gebieden en vormen daarmee de basis voor toekomstige ontwikkelingen. Hoewel er op elke vierkante centimeter diverse ruimteclaims liggen, gaan we versnippering tegen om samenhang, bereikbaarheid en ecologische kwaliteit van het landschap te bevorderen.
Inzet op bouwen bij goed bereikbare locaties
Door te groeien in aantal woningen, inwoners en voorzieningen, groeit ook het aantal bewegingen in de gemeente. De bereikbaarheid van de kernen staat daarmee onder druk. We willen en kunnen de auto niet eindeloos blijven faciliteren: die ruimte is er niet door de ruimtebehoefte van andere opgaven.
Als basisprincipe voor alle bewegingen in de gemeente hanteren we daarvoor het STOP-model: stappen, trappen, openbaar vervoer en personenauto. Om dat te laten slagen en daadwerkelijk een gemeente op loopafstand te worden, zijn een aantal randvoorwaarden van toepassing. Allereerst vraagt dat om scherpe keuzes over waar we bouwen. Binnen bestaande stedelijke netwerken bouwen betekent dat er gebruik kan worden gemaakt van aanwezige voorzieningen en bestaand (hoogwaardig) openbaar vervoer. Buiten bestaand stedelijk gebied bouwen betekent dat deze voorzieningen aangelegd moeten worden.
We zetten daarom in op een betere profilering van de treinstations (Santpoort-Zuid, Santpoort-Noord en Driehuis) en versterken onze verbinding met station Beverwijk (via Wijckerpoort). Ook de HOV-busverbinding (ri. Haarlem en ri. Amsterdam) heeft voldoende capaciteit om nog beter benut te worden. De ontwikkelingen in Pont tot Park en rondom de HOV-buslijn, bieden kansen om die busverbinding beter te benutten en de autoafhankelijkheid te verkleinen.
Verbeteren biodiversiteit
Met de biodiversiteit in Nederland gaat het slecht. Dit vraagt om bescherming van de natuur en investeren in het groen. Binnen de stedelijke omgeving werken we hieraan door het verbeteren van de groenstructuren en de aanplant van bomen en inheemse planten. Via verschillende manieren ondersteunen we inwoners bij het vergroenen van de tuinen.
Anders organiseren mobiliteitssysteem
We kiezen ervoor om het mobiliteitssysteem anders te gaan organiseren. Doordat we het STOP-principe centraal zetten, kiezen we voor een andere verdeling voor de ruimte aan de verschillende vervoersmiddelen. We willen de in- en uitgaande stromen van auto- en vrachtverkeer goed blijven faciliteren. Maar in woon- en winkelgebieden, waaronder die van IJmuiden, zetten we fietsers en voetgangers boven snelheid en doorstroming voor auto’s. Velsen hanteert bij ruimteverdeling op straat een zorgvuldige afweging, met focus op vergroening, lopen en fietsen. We kiezen daarbij voor het slim combineren van functies voordat wordt overgegaan op het schrappen van parkeerplaatsen. We zoeken ook naar mogelijkheden om parkeren vaker te verplaatsen en te clusteren aan de randen van woon- en winkelgebieden. We faciliteren het gebruik van de fiets voor langere afstanden, door te investeren in doorfietsroutes en goede fietsparkeervoorzieningen. Bij verdichting in IJmuiden werken we vroegtijdig een mobiliteitsstrategie uit om ruimtegebrek in de leefomgeving te voorkomen.
Alternatieve routes
Omdat de sluizenroute voor auto’s ontoegankelijk is, zijn we met Rijkswaterstaat en het Ministerie van IenW in gesprek over het verbeteren van de alternatieve routes. Bijvoorbeeld de oeververbindingen of de Velserverbinding. Die zijn essentieel voor een robuust mobiliteitssysteem voor Velsen, maar ook voor de IJmond als geheel.
Ondergrond in balans met de bovengrond
Tot slot is het belangrijk om de ondergrond te benoemen als een zeer belangrijke randvoorwaarde voor onze ambities boven de grond. Het wordt steeds drukker in de ondergrond – zowel direct onder onze voeten als op grote diepte. We gebruiken steeds meer van onze bodem voor de winning en het transport van drinkwater, voor energie(opslag), klimaatadaptatie en als drager van alle kabels en leidingen die vandaag de dag nodig zijn in ons digitale tijdperk. En dat allemaal in combinatie met wortels van bomen en planten en de aanwezigheid van diverse diersoorten in de bodem.
Deze drukte leidt tot toenemende spanning tussen functies in de ondergrond. Activiteiten zoals drinkwaterwinning, waterberging, grondwaterbeheer, aanleg van kabels, leidingen, riolering en warmtenetten vragen daarom om een goede regie en afstemming. Alleen met een zorgvuldige en integrale benadering kunnen we de bodem en ondergrond duurzaam blijven gebruiken.
Een belangrijk en actueel vraagstuk daarbij is netcongestie: de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet om nieuwe aansluitingen aan te kunnen. Door de energietransitie, elektrificatie van woningen, groei van duurzame opwek (zoals zon en wind) en uitbreiding van bedrijvigheid neemt de vraag naar transportcapaciteit op het net sterk toe. Dit kan ertoe leiden dat woningbouwprojecten, bedrijfsterreinen of laadvoorzieningen vertragen. Velsen heeft bovendien een complexe uitgangspositie door haar ligging binnen het Noordzeekanaalgebied, waar grote energie-intensieve bedrijven, havens en infrastructuren samenkomen.
Daarom gaan we bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen vroegtijdig in gesprek met netbeheerders en andere partijen in de ondergrond. Alleen door regie te voeren op de ordening van ondergrondse functies en door ruimte te reserveren voor toekomstige energie-infrastructuur, kunnen we onze ambities voor duurzame groei, energietransitie en woningbouw waarmaken. Wat de situatie in Velsen complexer maakt dan in veel andere gemeenten, is daarnaast de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Wanneer we deze tegenkomen bij ontwikkelingen, levert dat vertraging en extra kosten op.
Om de samenhang en complexiteit in de ondergrond goed in beeld te brengen, is een complexiteitskaart ondergrond opgesteld. Die vormt een eerste basis om het gesprek te voeren met nutsbedrijven, netbeheerders en andere betrokken partijen. Zonder deze regie is het risico groot dat ambities boven de grond letterlijk vastlopen door beperkingen onder de grond.


3.2 Gezonde gemeente van en voor iedereen

Bron: United Photos, TK (Klimwand Spaarnwoude)
3.2.1 Strategisch perspectief
Waar willen we naartoe?
In Velsen geloven we dat iedereen recht heeft op een gezonde leefomgeving – een plek waar je prettig kunt wonen, werken, bewegen en elkaar kunt ontmoeten. Een omgeving die bijdraagt aan het welzijn van alle inwoners, ongeacht waar je woont, wie je bent of waar je vandaan komt. Daarom zetten we in op een leefomgeving die beschermt, verbindt en uitnodigt.
We beschermen tegen milieueffecten
Een gezonde omgeving is een veilige omgeving. We beschermen onze inwoners en bezoekers tegen negatieve milieueffecten zoals luchtvervuiling, geluidsoverlast en hittestress. Dat doen we door in te zetten op schone mobiliteit, het vergroenen van versteende gebieden en naleving van milieuregels bij nieuwe ontwikkelingen. We bewaken de balans tussen industrie, natuur en wonen – met oog voor gezondheid, veiligheid en bestaanszekerheid. Dat doen we door een goede ruimtelijke ordening en spreiding (en scheiding) van functies.
We nodigen uit tot bewegen en ontmoeten
Velsen is een gemeente die uitnodigt om naar buiten te gaan. Onze openbare ruimte is zo ingericht dat bewegen vanzelfsprekend wordt: met aantrekkelijke fiets- en wandelroutes, sportvoorzieningen in de buurt en veilige straten. Tegelijkertijd creëren we plekken waar mensen elkaar laagdrempelig kunnen ontmoeten – van buurtpleinen tot sportparken, van dorpshuizen tot groene ontmoetingsplekken. Want gezondheid draait niet alleen om lichamelijk welzijn, maar ook om sociale verbondenheid. Dit geldt voor alle doelgroepen.
Nabijheid als fundament
Nabijheid is de sleutel tot een gezonde leefomgeving. In Velsen gaan we voor voorzieningen dicht bij huis, korte afstanden tot zorg, ontmoetingsruimtes, onderwijs, natuur en ontspanning, en verbinding tussen functies zoals wonen, werken en recreatie. Belangrijke randvoorwaarde daarbij is de beschikbaarheid van deze functies. Beschikbaarheid gaat over toegankelijkheid, benaderbaarheid en het wegnemen van fysieke en mentale drempels.
Door slim te verdichten en te vergroenen, maken we buurten leefbaar en gezond. Want hoe dichterbij de voorzieningen, hoe meer mensen ervan profiteren. Zeker voor wie minder mobiel is.
Samen maken we Velsen gezonder
Een gezonde leefomgeving realiseren we niet alleen. We doen dit samen met inwoners, ondernemers, zorgverleners en maatschappelijke partners. We geven ruimte aan initiatieven uit de samenleving en stimuleren betrokkenheid bij de eigen leefomgeving. Zo bouwen we aan een Velsen waarin gezondheid geen voorrecht is, maar een vanzelfsprekendheid.
3.2.2 Uitgangssituatie en opgaven
Hoe is het nu?
De gezonde leefomgeving in Velsen ligt al enige tijd onder een vergrootglas. De nabijheid van Tata Steel draagt daaraan bij, maar is niet de enige zorg. Door de ligging van Velsen tussen zware industrie, havengebied, Schiphol, spoor- en waterwegen en drukke auto(snel)wegen, is de milieudruk hier relatief groot ten opzichte van andere gebieden.
Gezondheid is als breed begrip nog geen integraal onderdeel van ruimtelijke afwegingen binnen Velsen. Niet voor niets heeft het thema gezondheid een belangrijke positie gekregen in de Omgevingswet. De Omgevingswet dwingt ons om met een integrale aanpak aan gezondheidsvraagstukken te werken, waarin verschillende perspectieven en belangen van inwoners worden afgewogen. Waar het verbeteren van gezondheid altijd sterk vanuit een zorgperspectief werd ingestoken, groeit het bewustzijn dat er verbinding nodig is tussen welzijn, wonen, onderwijs en de inrichting van onze leefomgeving (Raad Volksgezondheid en Samenleving, 2020). Niet in de laatste plaats om groeiende gezondheidsverschillen een halt toe te roepen.
Het milieubeleid, aan de andere kant, is van oudsher gericht op het beheersen van gezondheidsrisico’s en het beschermen van (kwetsbare) groepen mensen, dieren en natuurgebieden tegen de gevolgen van milieubelastende activiteiten. Om die twee werelden nader tot elkaar te brengen, werkt Velsen het thema ‘gezondheid’ uit als één van de vier leidende principes in onze omgevingsvisie. In lijn met de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid 2020 – 2024 en het landelijke Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) wil Velsen gezondheid een vast onderdeel maken van de belangenafwegingen in ruimtelijk beleid. Het gaat niet alleen om de zichtbare fysieke gezondheid, maar ook over aspecten als mentale gezondheid en kwaliteit van leven.
De plekken waar we wonen, werken, opgroeien en oud worden hebben invloed op onze kwaliteit van leven. Gezondheidsverschillen tussen de kernen zijn significant. Vooral delen van IJmuiden en Velsen-Noord vallen daarbij negatief op.
De milieudruk in Velsen is groot. Dat komt door de aanwezigheid van zware industrie, spoor- en waterwegen, havengebieden en drukke auto(snel)wegen. Ook ligt Velsen binnen een belangrijke aanvliegroute voor Schiphol. De overlastgevende factoren zorgen tegelijkertijd voor veel werkgelegenheid en daarmee bestaanszekerheid voor inwoners van Velsen en de regio.
Veel openbare plekken zijn in Velsen al als een rookvrije omgeving ingericht. Denk aan sportcomplexen, schoolpleinen en ruimtes rondom gemeentelijk vastgoed.
Velsen huisvest relatief gezien veel aandachtsgroepen (mensen met een zorgvraag, mensen met weinig financieel kapitaal, lager opgeleiden, arbeidsmigranten). De druk op zorg- en welzijnsvoorzieningen is daardoor groter. Omdat nagenoeg alle aandachtsgroepen afhankelijk zijn van een sociale huurwoning, zien we in wijken met veel corporatiebezit de veerkracht onder druk staan.
In veel delen van Velsen ontbreekt het aan (voldoende en kwalitatief) natuurgroen in de wijken. Bomen en planten zien we als belangrijke randvoorwaarde voor een gezonde leefomgeving. Groenstructuren, parken en plantsoenen vervullen een belangrijke functie voor flora en fauna, maar bieden ook ruimte voor bewegen en ontmoeten.
Vanuit het Noordzeekanaalgebied (Ontwikkelperspectief NZKG en de Gebiedsinvesteringen Netten op Zee) is een gezondere leefomgeving opgenomen als opgave in het gebied. Met o.a. stedelijke vernieuwing, verduurzaming industrie en projecten die inspelen op het verbeteren van de openbare ruimte proberen we daaraan bij te dragen.
Met de Regiodeal (zie voetnoot) MRA West Beter in Balans is recent veel aandacht gevestigd op het verbeteren van de openbare ruimte in die delen van Velsen die achterblijven bij de rest van de gemeente.

voetnoot: Regiodeals zijn samenwerkingsafspraken tussen het Rijk, regio’s en lokale partners om regionale opgaven versneld aan te pakken. Ze richten zich op het versterken van brede welvaart — dat wil zeggen: economie, leefomgeving, gezondheid, veiligheid en sociale samenhang in samenhang verbeteren. In de Regiodeal MRA West werken gemeenten, provincie Noord-Holland, Rijk en maatschappelijke partners samen aan een betere balans tussen wonen, werken, leefkwaliteit en gezondheid in het westelijk deel van de Metropoolregio Amsterdam, waaronder Velsen.
Door de geschetste drukte in de ondergrond, is er steeds minder ruimte beschikbaar om te vergroenen. Boomwortels hebben ruimte nodig in de ondergrond, en die ruimte is steeds schaarser. Een veelvoud aan leidingen en kabels maakt dat we steeds minder ruimte overhouden om te vergroenen.
Dit vraagt enerzijds om nieuwe oplossingen, anderzijds om keuzes maken en prioriteiten stellen. Velsen kent geen concrete ontwerpprincipes (bijvoorbeeld voor tegengaan hitte-stress, beweegroutes, verblijfskwaliteit, geluidadaptief ontwerp), zodat projectvoorstellen integraal getoetst kunnen worden op het thema gezondheid.

3.2.3 Zo maken we het waar
Wat gaan we doen?
Sturen op een gezonde leefomgeving
Gezondheid wordt bepaald door milieufactoren (zoals de luchtkwaliteit en geluidsbronnen), door leefstijlgedrag (zoals voeding en bewegen) en door de fysieke en sociale omgeving waarin mensen zich bevinden. Zo heeft bijvoorbeeld een gebied met een variatie tussen bebouwing, groen, rustige, stille plekken, verkoelende bomen of (oppervlakte)water een positief effect op hoe we ons voelen. Daarom is het belang van een aantrekkelijke en gevarieerde openbare ruimte, waarin we elkaar bijvoorbeeld kunnen ontmoeten en waarin we kunnen bewegen en/of sporten, groot.
Waar mogelijk beschermen we onze inwoners en bezoekers tegen de nadelige effecten van deze milieufactoren. Die aanpak is gericht op het aanpakken van de effecten, omdat we niet altijd direct invloed hebben op de bron van deze effecten. Daar waar wij wel invloed hebben op de bron, zoals de gemeentelijke wegen met hoge geluidbelastingen, nemen we geluidbeperkende maatregelen (zie bijvoorbeeld het Actieplan Geluid). Ook een goede ruimtelijke ordening, waarin de scheiding van milieubelastende functies met verblijfsfuncties geregeld wordt, draagt hieraan bij.
Behalve gezondheidsbescherming, gaat een gezonde leefomgeving ook over het bevorderen en stimuleren van de gezondheid en het terugdringen van gezondheidsachterstanden die in sommige wijken zichtbaar zijn. Dat betekent dat we een omgeving creëren waar we onze inwoners stimuleren en faciliteren om de gezonde keuze te maken. Dat kan door het aanbieden van veilige en aantrekkelijke fiets- en wandelroutes (waardoor de auto minder gebruikt wordt), het aanbrengen van voldoende groen in en rondom woonwijken (zodat inwoners vaker een ommetje gaan lopen of skaten), het beter beschikbaar en beleefbaar maken van groene buitengebieden (zodat er ook buiten gerecreëerd wordt) en het beschikbaar houden van voldoende sport- en speelplaatsen. Iedere wijk vraagt daarbij om een gebiedseigen aanpak.
Naast het beschermen van een gezonde leefomgeving en het bevorderen van gezond gedrag, gaat een gezonde leefomgeving ook over de fysieke en sociale omgeving waarbinnen mensen zich bevinden. Niet iedereen kan altijd zelfstandig mee blijven doen; er zullen altijd groepen zijn die (tijdelijk) ondersteuning of zorg nodig hebben.
Daarom streven we naar een goed georganiseerd zorglandschap met voorzieningen op alle niveaus. De eerste lijn vormt de basis en is dichtbij: huisartsen, fysiotherapeuten, wijkverpleegkundigen, het sociaal wijkteam en jongerenwerk. Deze zorg is laagdrempelig, gericht op preventie en vroegsignalering, en speelt zich af in de directe leefomgeving van inwoners. We versterken deze basis met een gevarieerd aanbod in de Huizen van de Wijk (zoals De Stek en De Dwarsligger), multifunctionele accommodaties (zoals MFA Velserbroek) en inloopplekken waar inwoners terechtkunnen met uiteenlopende vragen (zoals Sluis 751). De tweedelijnszorg – zoals specialistische behandelingen in ziekenhuizen of regionale zorginstellingen – bevindt zich buiten de wijk, maar moet goed bereikbaar blijven voor alle inwoners. We werken samen met zorgaanbieders en buurgemeenten om de verbinding tussen eerste en tweede lijn te versterken. De derdelijnszorg is hoogspecialistisch en vaak landelijk georganiseerd. Voor deze vorm van zorg zorgen we dat inwoners na behandeling kunnen terugvallen op passende ondersteuning in de wijk – bijvoorbeeld via herstelzorg, mantelzorgondersteuning of begeleid wonen. Zo vormt Velsen een gezonde gemeente waarin de zorgketen aansluit op de leefomgeving van haar inwoners.
Gezondheid is integraal onderdeel van de belangenafweging bij alle ontwikkelingen
We maken het thema gezondheid integraal onderdeel van de belangenafweging bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Dat betekent dat we van meet af aan gezondheid meewegen in de mix met andere belangen zoals wonen, werken en bereikbaarheid. Ook dient in dit kader sprake te zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL), waarbij gezondheid een belangrijk aspect is. We betrekken experts of ervaringsdeskundigen op het gebied van gezondheid vroegtijdig.
Hierdoor kunnen we ontwikkelingen sturen op gezondheidsperspectief indien dit nodig is. Dat vraagt enerzijds iets van hoe wij de behandeling van initiatieven organiseren, maar ook wat van de communicatie naar de buitenwereld toe: gezondheid doet ertoe, mag niet vergeten worden en moet daarom prominent in het initiatief geïntegreerd worden.
Met gebiedsgerichte ingrepen verkleinen we de gezondheidsverschillen tussen wijken
We verkleinen de gezondheidsverschillen tussen wijken en doelgroepen door een gebiedsgerichte aanpak. De eerste ervaringen met Velsen-Noord vanuit het opgestelde actieplan zijn positief. Ook in Zee- en Duinwijk zien we de meerwaarde van zo’n gebiedsgerichte aanpak. Wanneer gezondheidsverschillen tussen wijken zichtbaar worden, onderzoeken we via welke aanpak we die verschillen terug kunnen dringen. We werken actief aan een hoger Velsens gemiddelde, waar alle wijken van profiteren.
We zorgen voor een passend hulp- en ondersteuningsaanbod in iedere kern
Hulp- en ondersteuning is beschikbaar voor de inwoners die dat nodig hebben. We voorzien in de fysieke leefomgeving in voldoende (sociaal)maatschappelijke voorzieningen, bijvoorbeeld huisartsen en huizen van de wijk, en zorgen voor een spreiding over de kernen. Dat doen we onder andere door bij nieuwe ontwikkelingen, zowel binnenstedelijk als op onze uitleglocatie, goed in beeld te brengen wat de huidige situatie is. Vervolgens bepalen we aan de hand van kengetallen het benodigd aantal voorzieningen na de ontwikkeling (en de nieuwe instroom van bewoners). Ook de autonome ontwikkelingen in de bestaande bebouwde omgeving nemen we daarin mee. Een huidig tekort aan bijvoorbeeld huisartsen kan ertoe leiden dat in nieuwe ontwikkelingen ruimte gevonden moet worden om passende huisvesting aan deze voorziening te kunnen bieden.
Ontwerp van gevarieerde en beweegvriendelijke openbare ruimte
We richten de openbare ruimte zó in dat deze uitnodigt tot bewegen én ontmoeten. Dat doen we door een gevarieerd straatbeeld te creëren, waarin bebouwing wordt afgewisseld met kwalitatief groen, schaduwrijke plekken, speel- of juist rustplekken en beweegvoorzieningen voor alle leeftijden. Zowel kinderen als volwassenen vinden dichtbij huis mogelijkheden om actief te zijn in hun eigen wijk.
Fysieke ruimte voor ontmoeting in iedere wijk
Elke wijk krijgt laagdrempelige, toegankelijke plekken waar ontmoeting vanzelfsprekend is. Denk aan ontmoetingsplekken in het groen, buurtpleinen, bankjes, sportvoorzieningen of kleinschalige voorzieningen zoals inloophuizen of wijkkamers. Deze plekken worden zo ontworpen dat ze passen bij de schaal en het karakter van de buurt, en uitnodigen tot gebruik – óók voor mensen die minder vanzelfsprekend deelnemen. We stimuleren inwoners om zelf activiteiten te organiseren. Hiervoor zetten we de wijkverbinders in als ondersteuning voor deze initiatieven.
Combinatie van fysieke inrichting en sociale programmering
De fysieke ruimte alleen is niet voldoende. Daarom koppelen we aan voorzieningen ook activiteiten die mensen stimuleren om er gebruik van te maken. In samenwerking met lokale partners zetten we in op programmering die ontmoeting bevordert, beweging stimuleert en bijdraagt aan een gezonde leefstijl. Denk aan wandelgroepen, buurtactiviteiten of beweegprogramma’s in de openbare ruimte. Hiervoor trekken we nauw op met woningcorporaties, Welzijn Velsen en andere maatschappelijk partners.
Actieve mobiliteit als vertrekpunt
We kiezen een infrastructuur die actieve mobiliteit stimuleert. Iedere inwoner moet binnen 300 meter of 5 minuten lopen toegang hebben tot een wandel- of fietsroute. Schoolomgevingen, wijkroutes en toegangen tot het buitengebied worden zo ingericht dat ze aantrekkelijk, logisch en veilig zijn voor fietsers en voetgangers – en zo het autogebruik op korte afstanden terugdringen.
Iedere wijk beschikt over voldoende en bereikbaar groen
Groen is onmisbaar voor gezondheid. We hanteren hierbij het 3‑30‑300-principe als richtlijn: vanuit ieder huis zicht op minimaal drie bomen, 30% bladerdek in de wijk en een groene plek binnen 300 meter. In alle wijken investeren we in toegankelijk, divers en kwalitatief groen. Dit is conform Motie 9 van 2021 (Motie Groen) dat toeziet op voldoende en kwalitatief groen binnen 5 minuten lopen (is ongeveer 300 meter) voor onze inwoners.
Voor een gezonde leefomgeving gaan we aan de slag met het verbeteren van de inrichting, abiotiek en beheer van het gebied. We sturen op herstel, behoud, of toename van algemene soorten. Daarvoor gebruiken we de Basiskwaliteit Natuur (zie voetnoot). De omgevingscondities zijn beïnvloedbaar en maakbaar. Met deze omgevingscondities zorgen we voor een gezond ecosysteem en verminderen tegelijkertijd hittestress en wateroverlast.

voetnoot: Het gaat bij Basiskwaliteit Natuur om een meetbaar kwaliteitsniveau van de natuur, met name buiten de natuurgebieden. Het geeft aan wanneer een bepaalde locatie voldoet aan een minimale standaard van de aanwezigheid van algemene, wijdverspreide wilde planten en dieren.
Verkennen gebruik kabelgoten
Groen is onmisbaar, maar dan moet er wel ruimte zijn om groen te laten groeien. Door de hoeveelheid kabels en leidingen in de ondergrond is die ruimte beperkt. Die ruimte zou vergroot kunnen worden door een deel van de kabels en leidingen ‘in te pakken’ in kabelgoten. Dat is een kostbare operatie, maar biedt wel kansen om te vergroenen in buurten waar dat hard nodig is en nu niet kan door de aanwezigheid van deze kabels en leidingen in de ondergrond.
Data- en informatiegestuurd werken
Het waarmaken van alle groenambities staat op gespannen voet met ambities in het kader van woningbouw, energie(transitie), economie en bereikbaarheid. We zullen daarom in de praktijk afwegingen moeten maken wat we wanneer wel en niet kunnen doen. Met data achterhalen we welke kansen er in buurten liggen. In sommige delen van Velsen zal vergroening minder hard nodig zijn dan in andere delen. Door structureel data- en informatiegestuurd te werken, onderbouwen we onze keuzes beter.
Windturbines op afstand
Conform Amendement 5 van 2021 (Winturbines op afstand) plaatsen we windturbines minimaal 600 meter van geluidgevoelige objecten, zoals wonen. Dit doen we om de gezondheid van inwoners en aanwezigen te beschermen.
Houtstook verminderen
Houtstook leidt tot overlast voor inwoners van Velsen. We gaan gericht aan de slag met campagnes om houtstook te verminderen. Vooral op plekken waar de gezondheidsrisico’s groter zijn dan op andere plekken in Velsen.
Rookvrije zones uitbreiden
Samen met partners van de gemeente Velsen werken we aan een uitbreiding van de rookvrije zones. Denk aan plekken rondom gebouwen van deze partners. We informeren onze partners hierover en stimuleren hen om samen met ons te werken aan een rookvrij Velsen.
Verkennen stimuleren gezonde voeding scholen en sport
We starten een verkenning om meer gezonde voeding te introduceren op scholen en op sportverenigingen. Gezonde voeding is minstens zo belangrijk als voldoen aan de beweegrichtlijn of een groene buitenruimte. Hierin trekken we samen op met scholen en sportverenigingen.
Verbinding tussen woonkernen en buitengebied
Langzaamverkeerroutes verbinden de natuur en het buitengebied met de woonkernen. Deze routes zijn veilig, goed onderhouden en aantrekkelijk ontworpen – met aandacht voor beleving, biodiversiteit en verblijfskwaliteit. Ze vormen een gezond en duurzaam alternatief voor autoverplaatsingen en maken recreatief en functioneel bewegen vanzelfsprekend.
3.3 Klimaatadaptieve kernen en een verbonden buitengebied

Bron: Bureau B+B (Wijkeroogpark)
3.3.1 Strategisch perspectief
Waar willen we naartoe?
Velsen wil een gemeente zijn die meebeweegt met het klimaat en tegelijk haar unieke landschap versterkt. We bouwen aan kernen die bestand zijn tegen hitte, droogte en hevige regenval, en aan een buitengebied dat veerkrachtig, groen en verbonden is. Ons buitengebied vormt de drager van de kwaliteiten die Velsen kenmerken: de duinen en stranden aan de Noordzee, het open polderlandschap van Spaarnwoude Park en de landgoederenzone met haar cultuurhistorische rijkdom. Deze gebieden beschermen we, versterken we ecologisch en maken we beter beleefbaar voor inwoners en bezoekers.
We richten onze kernen zo in dat ze klimaatadaptief, gezond en toekomstbestendig zijn. Groen, water en biodiversiteit zijn vaste onderdelen van de stedelijke structuur. We benutten het water- en bodemsysteem als sturend principe voor ruimtelijke ontwikkeling: vasthouden waar het kan, afvoeren waar het moet. De inrichting van wijken draagt bij aan verkoeling, waterberging en een aantrekkelijke leefomgeving waarin mensen zich prettig voelen.
Velsen ziet klimaatverandering niet als bedreiging, maar als kans om onze leefomgeving sterker, groener en gezonder te maken. Door stad en natuur met elkaar te verbinden en ruimte te geven aan water, bodem en biodiversiteit, creëren we een veerkrachtige gemeente die voorbereid is op de toekomst.
Velsen wil een toekomstbestendige gemeente zijn, waarin zowel het buitengebied als de bebouwde kernen veerkrachtig zijn ingericht tegen de gevolgen van klimaatverandering.
We werken aan:
-
a.
Een klimaatbestendige leefomgeving, met meer ruimte voor groen, water en biodiversiteit;
-
b.
Behoud en versterking van het buitengebied als drager van identiteit, natuurwaarden en recreatie;
-
c.
Een duidelijke scheiding tussen de kernen, waarbij dorpsranden en groene buffers herkenbaar zijn;
-
d.
Verbindingen tussen landschapstypen: van duinen naar landgoederen en polders, voor natuur, beleving en recreatie;
-
e.
Toekomstbestendig bouwen als norm, waar we bij iedere ruimtelijke ontwikkeling klimaatadaptatie als afweging meenemen;
-
f.
Een sterkere relatie met water, waarbij we de ligging aan zee en kanaal benutten voor natuur, gezondheid en klimaatmaatregelen.
De ambitie is om natuur en cultuurhistorie te verweven in de ruimtelijke opgaven van Velsen. Daarbij is het buitengebied meer dan ‘open ruimte’: het is een actieve partner in het versterken van biodiversiteit, het omgaan met droogte en hitte, en het bieden van rust en recreatie dichtbij huis.
3.3.2 Uitgangssituatie en opgaven
Hoe is het nu?
De druk op het buitengebied is groot. Dat komt door de vele ruimtelijke opgaven in Velsen die extra ruimte vragen (woningbouw, azc, bedrijven, wegen en energietransitie), en door de behoefte aan recreatie, natuur, rust en gezonde lucht als tegenhanger van de bebouwde omgeving en infrastructuur.
Het buitengebied omvat bijzondere gebieden, zones, functies en structuren en vormt samen één van de belangrijkste kwaliteitsdragers van Velsen. Door de jaren heen is het versnipperd geraakt, waardoor geen sprake meer van één samenhangend buitengebied.
De druk op de verschillende gebieden is onevenredig verdeeld. Waar het ene gebied juist behoefte heeft aan minder recreatieve druk, profileert een ander gebied zich juist om meer bezoekers aan te trekken.
Een sterk buitengebied kenmerkt zich ook door herstel en behoud van biodiversiteit. Die biodiversiteit is de afgelopen periode sterk afgenomen. Zoals het Nationaal Dashboard Biodiversiteit laat zien, raakt herstel steeds verder uit zicht: nog slechts 15% van de oorspronkelijke biodiversiteit resteert. Daarom is het belangrijk zuinig om te gaan met de resterende soorten en herstelmaatregelen te treffen.
Ontwikkelingen in het buitengebied mogen de druk op ecosystemen niet vergroten. Daarnaast zijn in de gebouwde omgeving voldoende maatregelen nodig om ook algemene soorten leefruimte te bieden.
Klimaatverandering heeft effect op het buitengebied en klimaatadaptatie vraagt ruimte. Droogte en piekbuien hebben impact op groen- en natuurgebieden en zetten ook de beschikbaarheid en verdeling van veilig drinkwater onder druk.
Het inpassen van duurzame energie op land via de Regionale Energie Strategie (RES), zoals windmolens en zonneparken, beïnvloedt de kwaliteit en beleving van het buitengebied en de aanwezige flora en fauna. Deze effecten moeten zorgvuldig worden onderzocht en waar nodig voorkomen of gecompenseerd.
Delen van met name IJmuiden en Velsen-Noord lopen een groot risico door klimaatverandering: wateroverlast, droogte en hitte. Wateroverlast kan leiden tot schade aan woningen, infrastructuur en openbaar groen. Droogte tast de bodem aan, veroorzaakt verzakkingen en de beschikbaarheid van schoon water onder druk. Hitte vergroot de gezondheidsrisico’s voor kwetsbare groepen en vermindert het leefcomfort in versteende wijken.
De bebouwde omgeving is nog niet klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Hittestress binnen gebouwen komt veel voor en leidt tot ongezonde binnentemperaturen, verminderde productiviteit en gezondheidsrisico’s voor kwetsbare groepen. Regenwater wordt vaak te snel afgevoerd, waardoor straten blank staan en het grondwaterpeil daalt. Ook recent gebouwde panden blijken onvoldoende voorbereid op extreme weersomstandigheden.
De grote diversiteit aan ondernemers en grondeigenaren in het buitengebied maakt het complex om tot gezamenlijke ambities en een visie te komen. Samenwerking tussen deze partijen en de gemeente vergt tijd.
3.3.3 Zo maken we het waar
Wat gaan we doen?
Het water- en bodemsysteem is sturend bij gebiedsontwikkelingen
Bij alle ontwikkelingen, zowel in het bestaande stedelijke gebied als in het buitengebied, hanteren we de uitgangspunten van Water en Bodem Sturend (WBS). Zo anticiperen we op toenemende droogte, wateroverlast en hittestress. Door natuurlijke hoogteverschillen en waterstromen te benutten, maken we het landschap veerkrachtiger, toekomstbestendig en waterrobuust. Grondgebruik volgt de condities van water en bodem, niet andersom. We maken hier ook regionale afspraken over, zodat we grensoverstijgend kunnen werken aan klimaatbestendigheid.
Voor Velsen betekent WBS verder dat:
-
a.
Hevige regenval of langdurige droogte nu en in de toekomst geen schade veroorzaakt aan gebouwen, wegen of belangrijke of kwetsbare functies. En dat langdurige droogte niet of slechts beperkt leidt tot schade aan bebouwing en wegen. Klimaatadaptieve maatregelen worden genomen als de straat opengaat, bijvoorbeeld bij de aanleg van nieuwe riolering. Dit doen we conform het convenant Toekomstbestendige Woningbouw, dat Velsen ondertekend heeft.
-
b.
De inrichting van het watersysteem moet leiden tot verbetering van de waterkwaliteit en de biodiversiteit. Ecologische oplossingen hebben de voorkeur boven technische oplossingen, zoals natuurvriendelijke oevers in plaats van harde beschoeiing.
-
c.
Regenwater wordt zoveel als mogelijk vastgehouden en/of geborgen in de bodem. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt voldoende oppervlaktewater en waterberging aangelegd.
Hemelwaterverordening
Sinds 1 januari 2023 is de Hemelwaterverordening Velsen van kracht. Elke perceeleigenaar moet bij nieuwbouw, uitbouw (>25%) en/of uitbreiding van verhard of half-verhard oppervlak, zelf minimaal 70 mm ofwel 70 liter regenwater per m2 op eigen terrein opvangen en verwerken. Dit helpt mede om het riool te ontlasten en wateroverlast te voorkomen. Verder gelden de uitgangspunten zoals vastgesteld in het Programma Water en Riolering (PWR) 2024-2028 Velsen. Hierin staat hoe de gemeente de komende jaren werkt aan het rioolstelsel en omgaat met water in brede zin. Het PWR beschrijft hoe Velsen invulling geeft aan de drie gemeentelijke zorgplichten: afvalwater en riolering, hemelwater en grondwater. Ook de omgang met oppervlaktewater en thema’s zoals de waterketen, het watersysteem en waterveiligheid komen hierin aan bod.
Natuurherstelverordening
Sinds 2024 is de Europese Natuurherstelverordening (Nhv) van kracht. Dit bevat aanvullende verplichtingen voor het beschermen en herstellen van ecosystemen. Dit betekent onder andere dat stedelijk groen en het boomkroonvolume tot 2030 niet verder af mag nemen.
Behoud, herstel en herkenbaarheid van het landschap
We koesteren ons buitengebied en behouden het minimaal in zijn huidige omvang. Tegelijkertijd versterken we de natuurwaarden, de landschappelijke kwaliteit en de gebruikswaarde voor inwoners en bezoekers. Ontwikkelingen in het buitengebied verbinden we altijd met de rijke cultuurhistorie van Velsen. We creëren ruimte voor natuurherstel en zorgen dat het karakter en de beleving van het Velsense landschap herkenbaar en beleefbaar blijven voor toekomstige generaties. Velsen participeert in het Gebiedsproces Zuid-Kennemerland met onder andere de opgave voor het realiseren van het Natuur Netwerk Nederland langs de binnenduinrand.
Functioneel en zorgvuldig programmeren van het buitengebied
Bij de ontwikkeling van functies in het buitengebied sluiten we aan op het bestaande karakter: recreatief in Spaarnwoude Park, rust en natuur in de Kennemerduinen, en dorpsranden als groene overgangen tussen kernen. De grootschalige opwekking van duurzame energie is slechts mogelijk als landschaps- en natuurwaarden behouden blijven of gecompenseerd worden. Iedere ontwikkeling levert een bijdrage aan ruimtelijke kwaliteit, natuur en gezondheid.
Sterkere relatie tussen kernen en water
We willen de band tussen onze kernen en het water versterken. De ligging aan de kust en het Noordzeekanaal biedt unieke kansen om klimaat, natuur en gezondheid met elkaar te verbinden. In IJmuiden en langs het kanaal benutten we die kansen bij gebiedsontwikkelingen, zoals het Ringpark binnen Pont tot Park. Water krijgt een zichtbare en beleefbare plek in de stad — als drager van identiteit, ontspanning en verkoeling. Zo maken we onze kust- en kanaalgemeente sterker, gezonder en herkenbaar verbonden met haar water.
Veiligheid en samenwerking rond primaire waterkeringen en sluizen
De primaire waterkering en het sluizencomplex beschermen ons tegen de zee, maar zijn ook kwetsbaar voor de effecten van klimaatverandering. We werken samen met Rijkswaterstaat aan gebiedskwaliteit en beleving rond deze cruciale infrastructuur. Daarbij benutten we ook kansen voor natuurverbetering en landschapsherstel.
Klimaatadaptieve inrichting van kernen
In onze kernen verkleinen we de kans op wateroverlast, droogte en hittestress door meer kwalitatief groen toe te voegen en meer groenoppervlakte te realiseren (zoals bomen, struiken en gevarieerde beplanting). We weten water beter vast te houden en vertraagd te infiltreren. Onder andere door de verharding terug te dringen. Als dat niet lukt, zetten we technische maatregelen in (zoals infiltratiekratten, afkoppelen of waterberging). Daarnaast beheren we het rioolstelsel risicogestuurd. Het uitgangspunt hierbij is: vasthouden, benutten, bergen, infiltreren en pas als laatste afvoeren (Hemelwaterverordening Velsen 2024).
Groen als structurele maatregel tegen klimaatverandering
Groen is onze eerste verdedigingslinie tegen klimaatverandering. Het koelt, buffert water en draagt bij aan biodiversiteit. We verbeteren de ecologische kwaliteit en veerkracht van het groen in de wijk. Dit doen we met klimaatbestendige soorten, met oog voor schaduw, verkoeling en ecologische waarde. We hanteren het principe: liever één grote boom in beplanting dan een strak gazon.
Klimaatstraten en gebiedsgerichte oplossingen
In kernen waar fysiek vergroenen beperkt mogelijk is, richten we specifieke klimaatstraten in met maatwerkoplossingen. Denk aan gevel- en daktuinen, groen-blauwe daken, wadi’s, ondergrondse waterberging of half-verharding. IJmuiden fungeert als startmotor voor deze aanpak via de herstructureringsopgave.
Gedragscode soortenbescherming
Door met een gedragscode soortenbescherming te werken, wordt er houvast geboden voor zorgvuldig en natuurinclusief werken. Dit geeft (onder voorwaarden) vrijstelling voor het aantasten van verblijfsplaatsen en leefgebieden van beschermde soorten.
Borging via toekomstbestendig bouwen
Bij alle nieuwe ontwikkelingen gebruiken we de uitgangspunten van het convenant Toekomstbestendig Bouwen (2022) en de Hemelwaterverordening Velsen (2024). Daarmee waarborgen we dat woningbouw en andere ruimtelijke ingrepen standaard worden ingericht op het vasthouden van water, vergroening en hittestressbestendigheid.
Samenwerking als sleutel voor succes
De klimaatopgave stopt niet bij de gemeentegrens. We werken samen met provincie, buurgemeenten, terreinbeherende organisaties, beide waterschappen, particuliere grondeigenaren, ondernemers en bewoners om ons buitengebied én onze kernen klimaatadaptief in te richten. Alleen samen kunnen we de robuuste structuren realiseren die nodig zijn voor de toekomst.
3.4 Energietransitie als vliegwiel naar een duurzame, circulaire economie

Bron: ANP, HH (Kanaal met Tata Steel)
3.4.1 Strategisch perspectief
Waar willen we naartoe?
In 2050 is Velsen volledig CO₂-neutraal en circulair. Dat is afgesproken in het Klimaatakkoord. De energietransitie is voor Velsen geen einddoel, maar een vliegwiel: het versnelt de verduurzaming van onze industrie, zorgt voor innovatie en levert nieuwe kansen voor brede welvaart, gezondheid en werkgelegenheid. Verduurzaming is daarmee de drager van economische ontwikkeling.We zetten onze unieke ligging, kennis, infrastructuur en economische kracht in om koploper te zijn in de energietransitie – voor Velsen en voor Nederland.
Velsen als ernergiehub en hoofdstad van offshore wind
Onze ambitie is helder: Velsen ontwikkelt zich tot energieknooppunt van nationaal belang en wordt de hoofdstad van de offshore wind. Met de ontwikkeling van de Energiehaven en Energiehaven Plus creëren we ruimte voor het aanlanden, onderhouden en benutten van windenergie op zee. Zo leveren we een onmisbare bijdrage aan de Regionale Energiestrategie Noord-Holland Zuid (een bod van 2,7 TWh duurzame opwek in 2030) en maken we de energietransitie tastbaar voor inwoners en ondernemers. Met Amsterdam IJmuiden Offshore Port (zie voetnoot) (AYOP) versterken we het ecosysteem voor de windoffshore in de regio.

voetnoot: Amsterdam IJmuiden Off shore Ports (AYOP) is een publiek-private netwerkorganisatie van bedrijven, overheden en kennisinstellingen die samenwerken aan de ontwikkeling van de off shore-energie-sector in het Noordzeekanaalgebied. AYOP bevordert samenwerking, kennisdeling en innovatie op het gebied van off shore wind, olie & gas, en duurzame energietechnologieën.
Groenste industriezone van Nederland
De haven- en industriegebieden in Velsen maken een economische transitie door: van fossiele naar groene brandstoffen, van lineair naar circulair, van mileubelastend naar toekomstbestendig. We zijn straks de groenste industriezone van Nederland, waarin productie, hergebruik en innovatie samenkomen. De verduurzaming van het staalcluster – met onder meer Tata Steel – speelt hierin een sleutelrol. Deze verduurzaming gaat hand in hand met verbetering van de luchtkwaliteit en natuur en draagt bij aan de verbetering van de gezondheid.
Techport als motor voor innovatie en werkgelegenheid
Velsen profileert zich als Techport-regio: een broedplaats voor techniek, vakmanschap en schone industrie. In samenwerking met onderwijs, bedrijven en overheid investeren we in kennisintensieve banen en duurzame innovaties op het gebied van Smart Energy en Sustainable Industry. Zo bouwen we aan werkgelegenheid die toekomstbestendig is en aansluit bij het arbeidsaanbod en de huisvestingscapaciteit. Duurzame samenwerking met overheden, bedrijfsleven, kennis- en onderwijsinstellingen (in ‘triple helix’-structuren) op dit vlak helpt vernieuwing te versnellen en economische transities te ondersteunen. We zetten daarom in op het versterken en activeren van het regionaal ecosysteem.
3.4.2 Uitgangssituatie en opgaven
Hoe is het nu?
Er zijn stevige ambities (lokaal, regionaal, landelijk) ten aanzien van het verbeteren van de gezondheid in Velsen en de IJmond als geheel. De verduurzaming van Tata Steel is daar onlosmakelijk aan verbonden. Met de route naar ‘Groen Staal’ heeft Tata die verduurzaming in gang gezet, waarmee er op termijn qua warmtebron volledig wordt overgestapt op waterstof (mogelijk aangevuld met aardgas) en kolen volledig worden uitgefaseerd. Hierdoor ontstaat ruimte voor nieuwe bedrijvigheid, meer schone lucht, en meer ruimte om activiteiten te organiseren rondom Tata Steel. De milieuruimte blijft daarbij behouden of wordt zelfs uitgebreid om circulaire bedrijven te huisvesten.
De gemeente Velsen heeft de ambitie om koploper in de offshore-windenergie te zijn. Daar speelt Zeehaven IJmuiden al goed op in door het ruimtelijke faciliteren van offshore windbedrijven in de IJmondhaven. De komst van vele grote offshore windbedrijven benadrukt de sterke positie van IJmuiden als werk- en servicehaven voor de bouw en onderhoud van offshore windparken. We hebben dankzij onze strategische ligging aan de Noordzeekust een uitstekende uitgangssituatie om het energieknooppunt van Nederland te worden. De vraag naar (duurzame) energie zal de komende decennia onverminderd groeien, en daarmee ook de rol en betekenis van IJmuiden en het havencluster van Noord-Holland. De inzet is om de relatief jonge en innovatieve sector verder aan onze regio te verbinden. We zijn ons daarbij bewust van de grote ruimteclaim die dit vraagt. Zowel op het gebied van laadinfrastructuur, warmtesystemen en kabeltraces. Het vroegtijdig in beeld brengen van deze ruimteclaim helpt om de schaarse ruimte goed te verdelen over onze ambities.
De ontwikkeling van de Energiehaven is belangrijk om de sterke groei verder te accommoderen. Die infrastructuur (zowel boven- als ondergronds) heeft een grote impact op de fysieke leefomgeving. We koppelen het verbeteren van de leefbaarheid in Velsen daarom aan deze ontwikkelingen zodat baten en lasten eerlijk verdeeld worden.
In het NOVEX Noordzeekanaalgebied komen verschillende (nationale) opgaven en transities samen. In het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied zijn de thema’s gezonde leefomgeving, haveneconomie, circulaire economie, energietransitie, landschap, ecologie, woningbouw en water tegen elkaar afgewogen.Het perspectief is opgesteld in het kader van de NOVEX-aanpak NZKG (Nationale Omgevingsvisie Extra).
Het perspectief biedt kansen voor lopende projecten en programma’s zoals: de inzet voor een gezondere leefomgeving, de verduurzaming van de industrie zoals Tata Steel, het inspelen op de energietransitie en wind op zee en het realiseren van de Energiehaven. Terwijl meerdere transities tegelijk aandacht vragen in het Noordzeekanaalgebied, moeten ook grote stappen worden gezet om te komen tot een gezondere leefomgeving in deze regio. Daarbij is het besef aanwezig dat stedelijke en economische groei van de regio niet mogelijk is zonder grootschalige investeringen in natuur en landschap.
Rijk en regio willen zich hier gezamenlijk voor inspannen om een bijdrage te leveren aan het realiseren van het perspectief. Dit biedt niet alleen voor Velsen kansen met de strategische ligging aan de monding van het Noordzeekanaal, maar ook voor het achterliggende gebied. We huisvesten zeer grote en kleinere bedrijven en hebben daar een groot deel van de werkgelegenheid aan te danken.
Om het gezamenlijk bod van 2,7 TWh in 2030 te halen zijn er in de Regionale Energie Strategie zoekgebieden opgenomen. In die zoekgebieden wordt onderzocht en uitgewerkt hoe duurzame energie daar opgewekt kan worden. Met de Energieroute Noord-Holland wordt een plan uitgewerkt om langs de rijkswegen A9 en A22 zonnepanelen te realiseren. Naast de vaste zoekgebieden heeft de RES ook generieke zoekgebieden.
Met de Cluster Energie Strategie komt de vraag en het aanbod naar energie vanuit het bedrijfsleven in beeld. De industrie heeft de opdracht te verduurzamen, minder energie te verbruiken en de energie die gebruikt wordt moet duurzaam zijn. Daar gaat het Cluster Energie Strategie Noordzeekanaalgebied 2024 (CES NZKG 2024) over. De industrie in het Noordzeekanaalgebied pakt deze uitdaging op en laat via de CES zien hoe een belangrijke bijdrage geleverd kan worden aan het slagen van de energietransitie. In de CES is onderzocht wat de industrie nodig heeft om te verduurzamen. Centraal staat de energievraag (elektriciteit, waterstof, (groen) gas), het energieaanbod en de ontwikkeling van de infrastructuur om de energie te verplaatsen.
Daarnaast kent de gemeente Velsen ook een veelkleurig bedrijfsleven aan MKB’ers en familiebedrijven. Deze bedrijven vervullen naast werkgelegenheid ook een belangrijke rol in de lokale gemeenschap en het verenigingsleven. Door de schaarse ruimte is het voor deze bedrijven steeds moeilijker om geschikte huisvestingsmogelijkheden te vinden. We koesteren deze bedrijven en behouden de (milieu) ruimte hiervoor.
Onder inwoners in Velsen zijn veel zorgen over de impact van de economische ontwikkeling op gezondheid, milieu, natuur en leefbaarheid. Dit komt niet alleen door de aard van de bedrijvigheid, maar ook doordat de woonkernen dicht tegen deze industrieterreinen of infrastructuur liggen. De aanwezigheid van de industrie en de kansen die de verduurzaming van Tata Steel bieden (o.a. voor het realiseren van Energiehaven (Plus)) geven aanleiding voor het realiseren van een bovenregionaal energieknooppunt. Deze ontwikkelingen vragen om toekomstbestendige (waterstof en elektra) infrastructuur zoals zware kabels en leidingen.
3.4.3 Zo maken we het waar
Wat gaan we doen?
Brede welvaart en behoud ruimte voor bedrijven
In Velsen is de fysieke ruimte schaars en staat de beschikbare ruimte onder druk. Bedrijventerreinen zijn niet alleen voor de grote bedrijven belangrijk. Ze zijn ook het thuis voor het midden en klein bedrijf. Op de bedrijventerreinen vinden inwoners banen en is er ruimte voor opleidingen en dragen bedrijven bij aan innovatie. Bedrijventerreinen dragen de komende jaren substantieel bij aan onze doelen op het gebied van duurzaamheid, zoals energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie, biodiversiteit landschapskwaliteit en ruimtegebruik. Waar tot een jaar of vijf geleden sprake was van een overschot aan bedrijventerreinen, zijn er nu tekorten in alle deelregio’s van de MRA. Dit brengt de balans tussen de groei van het aantal inwoners en de beroepsbevolking in gevaar. Daarom is er een bedrijventerreinenstrategie (zie voetnoot) MRA gemaakt. Een samenwerking van gemeenten en provincies is nodig om de beste oplossingen te vinden voor deze situatie.

voetnoot: De Bedrijventerreinenstrategie van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) is een gezamenlijke aanpak van gemeenten en provincies om voldoende, toekomstbestendige ruimte te behouden voor economische activiteiten. De strategie richt zich op het intensiever benutten, verduurzamen en beter afstemmen van bedrijventerreinen in de regio, zodat economische groei hand in hand gaat met ruimtelijke kwaliteit en de energietransitie.
Om de brede welvaart en leefkwaliteit in de regio te behouden en te versterken, is het essentieel dat economische functies volwaardig worden meegewogen in ruimtelijke keuzes. Door deze overwegingen van meet af aan te betrekken bij ontwikkelingen en initiatieven, geven we onszelf de ruimte om daar weloverwogen keuzes in te maken. De gemeente heeft met de haven en industrie een economisch strategische positie die naast een regionale functie ook van nationaal belang is. Het is daarom van belang dat er voldoende fysieke en milieuruimte behouden blijft om deze economische functies verder te ontwikkelen en toekomstbestendig te maken. De energietransitie en de omslag naar een circulaire economie vormen een belangrijke pijler onder de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Velsen. De regio speelt een sleutelrol in de opwekking, overslag en verwerking van duurzame energie, met name via offshore wind en waterstof. Tegelijkertijd biedt de circulaire maakindustrie kans voor nieuwe bedrijvigheid, innovatie en werkgelegenheid.
Deze transities vragen om ruimte: voor energie-infrastructuur en circulaire productieprocessen. Velsen moet anticiperen op deze toekomstige ruimtevraag en zorgen voor ruimtelijke flexibiliteit en passende milieuzonering, zodat ruimte-intensieve en hinderlijke functies een plek kunnen behouden. Het is daarom geenszins de bedoeling dat we de ruimte voor bedrijven en industrie beperken. Sterker nog: we kiezen voor intensivering van ruimtegebruik en het efficiënter benutten van onze natte en droge haven- en bedrijventerreinen.
Door het behoud van of uitbreiding van de milieuruimte kunnen in de toekomst meerdere soorten bedrijven gecombineerd worden. We benutten de economische kansen en de strategische positie die we als Velsen hebben om de brede welvaart, de vitaliteit van onze gemeente en de gezondheid van onze inwoners te versterken. We zien onze economie daarbij als cruciale factor in de brede welvaart-discussie, waarbij de economie dienend is aan de samenleving in Velsen. Hierbij houden wij rekening met de aanwezige kwetsbare natuur die bijdraagt aan de gezondheid van de inwoners.
Doorontwikkeling tot hoofdstad van de offshore windsector
De haven en industriegebieden zijn cruciaal voor het realiseren van de Nederlandse energietransitie en in de transitie richting een circulaire economie. De energietransitie zelf draagt uiteindelijk bij aan een gezondere leefomgeving in de regio en helpt om klimaatverandering tegen te gaan. Velsen ontwikkelt zich tot hét energieknooppunt van nationaal belang, met een belangrijke rol in de aanlanding van windenergie op zee. We faciliteren de doorontwikkeling van het haven- en industriegebied tot drager van de energietransitie.
De ligging aan het Noordzeekanaal en de nabijheid van windparken op zee maken ons hiervoor strategisch gepositioneerd. Energiehaven Plus is daarin een belangrijke strategische groeivisie voor de langere termijn, bedoeld om extra ruimte te creëren voor de aanleg, assemblage en het onderhoud van offshore windparken. Het plan voorziet in de uitbreiding van de bestaande havenfaciliteiten om te kunnen voldoen aan de toenemende vraag naar infrastructuur voor duurzame energieprojecten. De samenwerking binnen AYOP stimuleert de ontwikkeling van het regionale ecosysteem en bevordert strategische samenwerkingen binnen de offshore energiesector.
Lokale koppeling van energieopwekking en gebruik
We zorgen dat de opbrengsten van de energietransitie ook lokaal voelbaar zijn. Velsen zet in op lokaal eigendom van energieprojecten (conform het richtpercentage van 50% in het Klimaatakkoord) en stimuleert initiatieven waarin inwoners en lokale ondernemers kunnen participeren. We zorgen er voor dat de energietransitie bijdraagt aan een verbetering van de openbare ruimte, waarmee de leefbaarheid in buurten verbetert.
Verduurzaming van het industriecluster: van Tata Steel naar Groen Staal
We ondersteunen de transitie van Tata Steel naar een CO₂-neutraal, innovatief en schoner staalbedrijf. Deze verduurzaming levert niet alleen substantiële CO₂-reductie op, maar draagt ook bij aan betere luchtkwaliteit, gezondheid en omgevingskwaliteit. Hiervoor is een forse inzet op duurzame energie-infrastructuur nodig, waarin Velsen actief faciliteert. Tata Steel heeft zich ten doel gesteld in 2045 CO2-neutraal zijn en is voornemens in te zetten op productie van staal op basis van waterstof ter vervanging van kolen. Groen Staal zorgt voor afname van de CO2-emissies met ongeveer 5 megaton per jaar (dit is circa 25% van de doelstelling voor de Nederlandse Industrie als geheel). En tot een afname van andere emissies zoals van fijnstof en PAK’s. Dit draagt bij aan een gezondere leefomgeving. Groen Staal vraagt om meer dan een vervijfvoudiging van elektriciteit, ook voor de productie van waterstof met elektrolysers. Door de flexibiliteit kunnen elektrolysers ondersteunen in de netbalancering en de inpassing van variabele duurzame energiebronnen zoals wind op zee. Hiermee wordt Velsen een belangrijk energieknooppunt.
Naar de groenste industriezone van de MRA
In de MRA is de ambitie uitgesproken om de groenste industriezone te worden. De verduurzaming van Tata Steel is daar een belangrijk onderdeel van. Enerzijds vanuit onze strategische positie in de (toekomstige) energie-infrastructuur. Anderzijds vanuit het maatschappelijk belang van de verduurzamingsopgave in z’n geheel, zoals het verbeteren van de luchtkwaliteit in Velsen en de omgeving, CO2-reductie en reductie van de stikstofuitstoot. Samen met partners zetten we in op een schonere, circulaire industrie. Dit doen we onder meer door bedrijven te stimuleren tot meervoudig ruimtegebruik, emissiereductie en hergebruik van grondstoffen.
In de vergroening van Tata vormt de opvang en het transport van CO2 een belangrijke bouwsteen voor de korte en middellange termijn. In het Noordzeekanaalgebied wordt gewerkt aan een CO2 -netwerk. Het CO2-netwerk is een samenwerking tussen industrie, overheden en netbeheerders en richt zich op reductie van CO2-uitstoot door middel van een innovatief transport- en opslagnetwerk. Dit netwerk zal CO2 afvangen bij industriële bronnen en veilig opslaan in lege gasvelden onder de Noordzee of gebruikt worden als grondstof voor andere sectoren. Het project speelt ook een cruciale rol in het behalen van de klimaatdoelstellingen van het hele NZKG.
Tegelijkertijd beschermen we kwetsbare natuur, waardoor we op zoek moeten naar geschikte locaties voor de opslag van grondstoffen in het kader van een circulaire economie.
Bevorderen van circulaire bedrijvigheid en toekomstbestendige bedrijventerreinen
We creëren ruimte om de overgang van lineair naar circulair ondernemen mogelijk te maken. Dat betekent dat milieugevoelige functies niet direct tegen milieugrenzen aanliggen, zodat er tijdelijke ruimte ontstaat om systemen (lineair en circulair) naast elkaar te laten bestaan. We stimuleren een volledig circulaire productie, met efficiënter ruimtegebruik en bescherming van bedrijventerreinen. Daarnaast houden we bij nieuwe ontwikkelingen rekening met ruimte voor economische functies (verbeteren woon-werk balans) en maatregelen voor klimaatadaptatie.
De juiste bedrijven op de juiste plek
Bedrijventerreinen in Velsen raken vol terwijl we naar de toekomst juist een groeiende vraag aan bedrijfsruimte verwachten. Strategisch programmeren en beter benutten van bestaande bedrijventerreinen is daarom noodzakelijk. De economie is in verandering, en daarmee ook de ruimtelijke behoeften van het bedrijfsleven. We benutten bestaande bedrijventerreinen beter door te verdichten en te transformeren, voordat uitbreiding aan de orde is. Zo beperken we milieubelasting voor omwonenden en behouden we ruimte voor economische functies.
Techport als vliegwiel voor de maak- en onderhoudsindustrie
Via het netwerk Techport (met onder andere de thema’s Sustainable Industry & Smart Energy) investeren we in toekomstbestendige werkgelegenheid in een innovatieve, duurzame maakindustrie. We stimuleren samenwerking tussen onderwijs, ondernemers, overheid en inwoners (Quadruple Helix) en zorgen voor opleidingen die aansluiten op nieuwe technologieën en veranderende beroepen. Velsen positioneert zich hiermee nationaal als koploper in techniek en vakmanschap.
Toegankelijke en duurzame bereikbaarheid
Goede bereikbaarheid is een randvoorwaarde voor economische vitaliteit. Dit geldt zowel voor het perspectief van bedrijven en werknemers als dat van inwoners. We investeren in duurzame vervoersopties over weg en water, met aandacht voor de bereikbaarheid van haven- en bedrijventerreinen. De primaire hoofdroutes naar bedrijven- en industrieterreinen prioriteren we voor de doorstroming voor (vracht)verkeer. We stimuleren wel de verandering naar meer duurzame en veilige vervoersopties. Voor het bereikbaar, toegankelijk en veilig houden van de havens werken we samen met het Centraal Nautisch Beheer (Divisie Havenmeester), Zeehaven IJmuiden, Port of Amsterdam en de andere NZKG-gemeenten. Het goed kunnen blijven gebruiken van de verschillende sluizen is daar een belangrijk onderdeel van.
Velsen ziet de wandel- en fietsroute over het sluizencomplex als een belangrijke schakel in het dagelijks netwerk van langzaam verkeer, met name voor werknemers in het havengebied en inwoners van Oud IJmuiden die zich richting Velsen-Noord en verder willen verplaatsen. De route draagt bij aan een logisch, kort en aantrekkelijk regionaal fietsnetwerk langs het Noordzeekanaal. Vanwege de strategische functie en kwetsbaarheid van het sluizencomplex is Rijkswaterstaat (RWS) als beheerder echter terughoudend met het structureel openstellen van deze verbindingen. Dit benadrukt de noodzaak om te investeren in kwalitatieve oeververbindingen als volwaardig alternatief.
Velsen blijft met het Ministerie van IenW en RWS in gesprek over het verbeteren van deze alternatieve verbindingen, zowel fysiek als in termen van beschikbare capaciteit, veiligheid en gebruikscomfort. Daarbij benadrukken we ook het belang van redundantie: naast het sluizencomplex zijn zowel de Velser- als de Wijkertunnel kwetsbaar voor incidenten en onderhoud. Een toekomstbestendig netwerk vraagt daarom om meerdere volwaardige routes, inclusief een goed functionerende calamiteitenverbinding voor langzaam verkeer en hulpdiensten. We verzoeken het ministerie om in deze gesprekken expliciet het perspectief van Velsen en de IJmond mee te nemen, zodat de verbindingen over en langs het kanaal bijdragen aan een bereikbaar, veilig en veerkrachtig Velsen.
Samenwerking als sleutel tot succes
We werken intensief samen met lokale en regionale partners, zoals Bureau NZKG, Zeehaven IJmuiden, Port of Amsterdam, de NZKG-gemeenten, de Provincie, het Rijk, AYOP, Techport en terreinbeherende organisaties. Alleen door nauwe samenwerking kunnen we onze ambities realiseren, onze strategische ligging benutten en zorgen voor een gezonde leefomgeving.

Hoofdstuk 4 Toekomstverhaal van Velsen

Bron: ANP, Marco van Middelkoop (IJmuiden)
4.1 Van strand tot staal, tussen duin en dok, aan de kust en het kanaal
Velsen is een plek waar mensen wonen, werken, ontmoeten, recreëren en samenleven: Velsen biedt het allemaal. In 2050 ervaar je hier een verrassende mix van sferen: van industriële dynamiek tot rust in het duinlandschap, ruimte voor beweging in Spaarnwoude Park, van dorpse gezelligheid tot stedelijke levendigheid, en van cultuurhistorie tot vernieuwend werklandschap. Betaalbaar wonen in de drukke kernen of exclusief aan de duinrand – het kan allemaal in Velsen.
De gemeente telt dan meer dan 80.000 inwoners, verspreid over zeven krachtige, hechte kernen met een sterke sociale samenhang. Er is een diversiteit aan bewoners, van jonge gezinnen en terugkerende studenten tot senioren. Iedere kern kent ook zijn eigen diversiteit aan culturen en etniciteiten. Omdat we een inclusieve gemeente zijn, voelt iedereen zich hier ook thuis. Iedere kern biedt of deelt passende voorzieningen, waardoor er een veerkrachtig en toekomstgericht Velsen is ontstaan.
Het woningaanbod is gevarieerd en sluit aan bij de behoefte van de kernen. Door inbreiding én uitbreiding, met respect voor landschap, bodem en water, is Velsen erin geslaagd zowel eigen inwoners te behouden als nieuwe aan te trekken. Openbare ruimtes zijn heringericht met oog voor klimaatadaptatie en gezondheid.
De gebiedsontwikkeling Pont tot Park gaf IJmuiden een krachtige impuls, wat de hele gemeente ten goede is gekomen. Ook in andere kernen zijn nieuwe woningen toegevoegd die bijdragen aan de vitaliteit. Verduurzaming, vergroening en een betere doorstroming van de woningvoorraad gingen hand in hand met nieuwbouw en transformatie.
IJmuiden en Velserbroek zijn de levendige centra van de gemeente, met uitgebreide voorzieningen en een goede bereikbaarheid. De verbindingen tussen en binnen de kernen zijn verbeterd, met comfortabele fiets- en wandelroutes, OV-netwerken en een goed functionerende spoorverbinding.
Elke kern heeft ontmoetingsplekken op maat – van sportaccommodaties tot dorpshuizen – met een belangrijke rol voor vrijwilligers. In 2050 voelen inwoners zich mede-eigenaar van hun leefomgeving. De gemeente faciliteert initiatieven vanuit de samenleving, met ruimte voor bewoners om zelf invulling te geven aan hun wijk of dorp.
Het centrum van IJmuiden is flink vernieuwd: modern, aantrekkelijk en goed bereikbaar. Er is ruimte gekomen voor winkels, woningen en ontspanning. De verbeterde verbindingen met steden als Haarlem en Amsterdam en naar lokale bedrijventerreinen maken Velsen aantrekkelijk voor een breed publiek. Met een krachtige combinatie van lokale bedrijvigheid en internationale industrie is Velsen uitgegroeid tot een sterke, groene economie, gedragen door een betrokken samenleving.
Velsen is in 2050 de hoofdstad van de offshore wind. De Energiehaven vormt het centrum van innovatie en verduurzaming, met ruimte voor bedrijven onder regie van de gemeente. De energietransitie levert regionale en lokale winst op: restwarmte verwarmt woningen, en bewoners nemen actief deel aan verduurzamingsprojecten.
Het buitengebied is groen, gezond en beleefbaar. Duin- en polderlandschappen, herkenbare zichtlijnen en cultuurhistorie vormen de basis. Biodiversiteit is versterkt en het landschap biedt ruimte voor ontspanning. Van de Velsen Valley tot Spaarnwoude Park en het strand: hier genieten inwoners volop van een gezonde leefomgeving.
Duurzame energieopwekking is zichtbaar in het landschap, maar op zorgvuldige wijze ingepast. Energiebaten vloeien deels terug naar de gemeenschap, die er zeggenschap over heeft. Zo ontstaat een nieuw evenwicht tussen erfgoed, energie en omgeving.
Elke kern heeft zich op eigen wijze ontwikkeld. IJmuiden is nu écht een Duinstad, met meer woningen, groen en ruimte voor gezond stedelijk leven. In Santpoort, Driehuis en Velsen-Zuid is het dorpse karakter behouden, met sterke gemeenschappen en groen. Velserbroek is vergroend en toekomstbestendig, en Velsen-Noord is schoner, gezonder en socialer – dankzij vergroening, vernieuwing en betrokken bewoners.
Kortom: in Velsen 2050 wonen mensen met plezier, werken ze in een groene en innovatieve economie, en voelen ze zich verbonden met hun omgeving en met elkaar. Hier komt alles samen.
4.2 Veelzijdig Velsen
Zoals de kernboodschap al begon: Velsen is Nederland in het klein. De diversiteit aan landschappen en functies kenmerkt onze gemeente het best. Het zijn onze kwaliteiten waar we trots op zijn en die we willen versterken. Verschillende metropolitane functies onderscheiden Velsen van gemeenten om ons heen. Zodoende zijn het de basisingrediënten die we inzetten om de kwaliteiten van Velsen te verbeteren.
Velsen als nautische toegangspoort
Met de ligging aan de monding van het Noordzeekanaal vormen we als Velsen de nautische toegangspoort tot het achterland. Het Noordzeekanaal met het sluizencomplex van IJmuiden biedt de logische uitvalsbasis voor allerlei havengerelateerde activiteiten. Ook biedt het de randvoorwaarden om koploper te worden in de energietransitie (zie Velsen als energiehub).
Velsen als Techport
Door de ontwikkelingen in de industrie verschuift de werkgelegenheid steeds meer naar kennisrijke vormen van arbeid op het gebied van energiewinning, duurzaamheid en groen staal. Daarnaast zijn er steeds meer kennisintensieve bedrijven in Velsen die verband houden met offshore-activiteiten en windenergie.
Velsen als nationaal park
Velsen bestaat voor een groot deel uit Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Dat park is met ruim 3.800 hectare aan bos- en duingebied het enige Nationaal Park in de Metropoolregio Amsterdam. De enige Nederlandse kudde wisenten, de Europese bizon, begraast een deel van het Nationaal Park. Net als het Noord-Hollands Duinreservaat is het Nationaal Park aangewezen als Natura2000-gebied.
Velsen als actief landschap
Met een actief strandleven (strand- en watersporten) en een divers recreatielandschap in Spaarnwoude Park bezit Velsen twee waardevolle gebieden in de MRA. Het metropolitane landschap onderscheidt zich in de MRA door haar rauwe, stoere, avontuurlijke karakter, dat de recreant iets biedt dat in de MRA verder schaars is.
Velsen als kustplaats en Duinstad
Velsen heeft een rijk palet aan onderscheidende woonmilieus. Van dorps tot meer stedelijk, van betaalbaar tot duur en op unieke plekken zoals in het groen tussen de landgoederen van de binnenduinrand, aan of in de duinen, aan het strand, langs het Noordzeekanaal, in de haven of bij de Stelling van Amsterdam. Door de nabijheid van de zee, strand, duinen, havens en het kanaal biedt Duinstad IJmuiden een uniek metropolitaan woonmilieu.
Velsen als landgoed
De landgoederen in de binnenduinrand van Velsen bieden met hun lommerrijke omgevingen een unieke plek om te verblijven. De landgoederen dragen niet alleen de cultuurhistorie met zich mee, maar bieden ook plek aan recreatie.
Velsen als energiehub
De aanlanding van windenergie op zee maakt Velsen een energieknooppunt van nationaal belang. De realisatie van Energiehaven versterkt die rol. Vanuit Velsen wordt het achterland steeds vaker voorzien van duurzame energie. Dat brengt lasten voor de omgeving met zich mee, maar gelukkig weten we daar ook steeds beter baten aan te verbinden.
Kortom, in Velsen bevinden we ons op een unieke plek aan de Noordzeekust, midden in de duinen en omringd door een bijzondere mix aan dynamische functies. Onze gemeente is een plek waar wonen, werken, leren en ontspannen samenkomen, en waar de kracht van onze omgeving ons inspireert. De kernkwaliteiten voegen echt iets toe aan de omgeving. Uit de landschappelijke en occupatielaag kunnen verbindende elementen worden gedestilleerd, zoals lange lijnen in het landschap, in waterstructuren en in infrastructuur.
4.3 Velsen als verbindende schakel
Samenhang
Het is belangrijk de in de vorige paragrafen benoemde ambities in samenhang te bezien en met elkaar in verband te brengen. Nu al verbindt Velsen gebieden, mensen en activiteiten met elkaar. Velsen verbindt Amsterdam met de kust en Zuid-Kennemerland met IJmond. Binnen de gemeente Velsen is IJmuiden met de dorpen verbonden en de duinen en het strand met de landgoederen en Spaarnwoude. In die zin kan Velsen worden gezien als het vliegwiel - of de draaischijf - van de regio. Maar het kan en moet nog beter
Fysieke verbindingen
Velsen heeft haar bewoners en bezoekers veel te bieden. De kwaliteiten liggen echter niet allemaal dicht bij elkaar. Het is daarom belangrijk goede onderlinge verbindingen te hebben, over water, weg, fietspad en voetpad. Het Noordzeekanaal moet daarbij niet als barrière worden gezien, maar nadrukkelijk als lijn waarover en waarlangs essentiële verbindingen lopen én waarmee we juist meer de verbinding moeten zoeken. Met het verbeteren van de verbindingen kan de strategische ligging in de IJmond, in de MRA en aan de Nederlandse kust beter worden benut. Daarbij gaat het zowel om de oost-westverbinding als om de noord-zuidverbinding. Het gaat hier nadrukkelijk om routes en niet per se om wegverbindingen. Ter illustratie wordt er bijvoorbeeld gestreefd naar een verbetering van het recreatieve netwerk, onder andere door het toevoegen van (groene) verbindingen met en door de duinen.
Samenwerking
Velsen verbindt niet alleen elementen in het landschap, maar ook mensen met elkaar. Door de sterke verbondenheid blijven wijken en buurten leefbaar. Voldoende zorg voor de openbare ruimte draagt bij aan de sociale cohesie. Velsen verbindt ook de (continu veranderende) vraag naar en aanbod van typen woningen en woonmilieus met elkaar door bijzondere woonmilieus toe te voegen. Verder verbindt Velsen de vraag naar en het aanbod van werk met elkaar door in te zetten op de maakindustrie en de kennisrijke sectoren.
Verbinding met verleden en toekomst
Ten slotte verbindt Velsen verleden en toekomst door de lange lijnen van de geschiedenis te respecteren en als uitgangspunt te nemen bij het bouwen aan de toekomst. In de rijke historie van het Noordzeekanaal, de staalindustrie, de landgoederen en de visserij wordt een inspiratie gevonden voor de realisatie van nieuwe projecten zonder dat sprake is van historiserend bouwen.
De verbinding met de toekomst leidt automatisch tot een streven naar verdere verduurzaming. Dit uit zich in de ambitie klimaatneutraal te zijn voor huishoudens en een goede balans te vinden tussen gezondheid en economie (met een goede luchtkwaliteit). Het gaat hier om grote investeringen, maar ook om lange lijnen, waardoor die investeringen kunnen worden uitgesmeerd over een langere periode.
4.4 Omgevingsvisiekaart

Toelichting op de omgevingsvisiekaart Velsen
De omgevingsvisiekaart brengt in één oogopslag de belangrijkste plekken samen waar Velsen de komende jaren aan wil werken. Het gaat om gebieden waar ambities liggen, waar urgente opgaven spelen of waar ruimte ontstaat voor nieuwe ontwikkelingen. Deze kaart helpt ons – als gemeente, partners en samenleving – om gezamenlijk te begrijpen waar beweging nodig is en waar kansen liggen om de leefomgeving te versterken.
De omgevingsvisiekaart is nadrukkelijk richtinggevend en strategisch van aard. Zij laat zien welke delen van Velsen de komende jaren prioriteit krijgen op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, groen, landschap, energie, leefkwaliteit en klimaat. Niet door exact te bepalen wat er op welk perceel komt te gebeuren, maar door duidelijk te maken welke kwaliteiten we willen toevoegen en welke ruimtelijke koers we als gemeente voor ogen hebben. De kaart vormt daarmee een kader dat richting geeft, maar dat tegelijkertijd ruimte laat voor nieuwe inzichten en initiatieven.
Deze omgevingsvisiekaart is echter geen omgevingsplan en geen juridisch instrument. Dat betekent dat de omgevingsvisiekaart niet bedoeld is om gedetailleerde functies, bouwcontouren of perceelgrenzen weer te geven. Zij schetst een toekomstbeeld op hoofdlijnen. De verdere uitwerking – bijvoorbeeld via omgevingsplannen, gebiedsprogramma’s, uitvoeringsagenda’s en participatietrajecten – volgt daarna in een volgende fase, samen met inwoners en partners.
Belangrijk is dat de omgevingsvisiekaart fungeert als uitnodiging. Iedereen die kansen ziet om bij te dragen aan de ontwikkeling van Velsen – of dat nu gaat om klimaatadaptatie, mobiliteit, woningbouw, energietransitie, natuurversterking of leefkwaliteit – is welkom om mee te denken en mee te doen. De kaart laat zien waar we als gemeente energie op zetten, maar nodigt actief uit tot samenwerking en initiatief van buitenaf. Zij helpt daarmee om gesprekken te voeren, ideeën te verbinden en projecten te laten ontstaan.
De omgevingsvisiekaart bevat daarnaast een aantal icoonprojecten: plekken of initiatieven met een bijzondere voorbeeldfunctie. Deze projecten laten zien hoe we onze ambities in de praktijk willen brengen en welke transities we belangrijk vinden voor de toekomst van Velsen. Ze zijn bedoeld om te inspireren en om richting te geven aan de manier waarop we samen met de omgeving kunnen werken aan vernieuwing en kwaliteit.
Omdat onze leefomgeving voortdurend verandert, is deze omgevingsvisiekaart zelf ook dynamisch. In ieder geval iedere vier jaar herijken we de omgevingsvisie – en dus ook de omgevingsvisiekaart – zodat we kunnen reageren op nieuwe inzichten, regionale ontwikkelingen, maatschappelijke trends en lokale behoeften. Dat maakt de omgevingsvisiekaart adaptief: stevig genoeg om richting te geven, flexibel genoeg om mee te bewegen met de tijd.
Hoofdstuk 5 Gebiedsuitwerkingen

Bron: Hans van Weel (Velserbroek)
Verbinding tussen visie en gebied
Het toekomstbeeld van Velsen laat zien waar we naartoe willen: een gemeente die gezond, duurzaam en veelzijdig is, met sterke kernen en een krachtig buitengebied. In de voorgaande hoofdstukken zijn de integrale opgaven en ambities uitgewerkt die deze koers richting geven. Maar visie krijgt pas betekenis als zij landt in de praktijk — in de wijken, langs het kanaal, in de dorpen en aan de kust.
Alle delen van de gemeente samen vormen het beeld van de toekomstige ruimtelijke structuur van Velsen. In hoofdstuk vier is die toekomst beschreven. Dat toekomstbeeld is gebaseerd op hoe wij de komende tijd werken aan de grote opgaven van Velsen, zoals beschreven in hoofdstuk drie. Hoewel die opgaven leidend zijn voor Velsen als geheel, is de concrete uitwerking per gebied anders.
Velsen is een gemeente van uitersten — van strand tot staal, van duin tot dok, aan de kust en het kanaal. Juist daarom vraagt ieder gebied om een eigen benadering, met ruimte voor maatwerk en identiteit. Wat in IJmuiden draait om verstedelijking en vernieuwde energie, gaat in Santpoort of Driehuis over behoud van rust, groen en erfgoed.
In de gebiedsuitwerkingen laten we zien hoe de vier integrale opgaven – kwalitatieve groei, een gezonde leefomgeving, klimaatadaptieve kernen en een verbonden buitengebied, en de energietransitie als vliegwiel naar een circulaire economie – per deelgebied samenkomen. Zo ontstaat één samenhangend verhaal: van visie naar uitvoering, van koers naar concrete plek.
De volgende hoofdstukken laten zien hoe we dat doen – gebied voor gebied, met oog voor identiteit, kwaliteit en toekomstbestendigheid.
Beleidsagenda
Sommige onderwerpen moeten nog verder uitgewerkt worden. Deze onderwerpen zullen in een toekomstige actualisatie van de omgevingsvisie worden opgenomen, of in een ander nog op te stellen programma. Hierbij gaat het om onderwerpen waar nog vragen over zijn, waarvan de toekomst hoogst onzeker is, algemeen en/of niet locatie gebonden is en/of nog niet ver ontwikkeld is.
Een voorbeeld is de transitie naar een volledig circulaire economie. We kunnen nu niet precies aangeven welke (milieu)ruimte dat gaat vragen, dus zijn we voorzichtig met het beperken van die ruimte. Een ander voorbeeld is het beschermen van de gezondheid via normen. Die normen zijn aan verandering onderhevig en hebben verstrekkende gevolgen. Een laatste voorbeeld gaat over zaken als de beschikbaarheid en de verdeling van drinkwater of netcongestie: we weten dat er uitdagingen op ons afkomen, maar nog niet precies welke instrumenten we in handen hebben om daarop te sturen. Enerzijds omdat we afhankelijk zijn van anderen, anderzijds omdat regels en/of beleid soms nog op zich laat wachten.
Dilemma’s voor de komende periode
Hoewel deze omgevingsvisie richting geeft aan de toekomst van Velsen, blijven er een aantal dilemma’s waarvoor nog geen definitieve keuzes zijn gemaakt. Het gaat om onderwerpen waar belangen botsen of de toekomst onzeker is. De komende periode – na vaststelling van de omgevingsvisie – gebruiken we om deze dilemma’s verder uit te werken samen met inwoners, partners, regio en raad.
De belangrijkste dilemma’s gaan over de balans tussen economie en gezondheid, de verdeling van ruimte voor wonen, energie, natuur en klimaat, de spanning tussen regionale functies en lokale leefbaarheid, het evenwicht tussen beschermen en benutten van kust en landschap, de afweging tussen bereikbaarheid en duurzaamheid, de rol van inwoners bij besluitvorming, en de haalbaarheid van ambities bij incidentele financiering.
Deze dilemma’s maken duidelijk dat de omgevingsvisie geen eindpunt is, maar een uitnodiging om de komende jaren samen te blijven werken aan scherpe keuzes voor de toekomst van Velsen.
Kanttekeningen bij de gebiedsuitwerkingen
We hebben ons best gedaan om veel verschillende ambities, beleidsdocumenten en toekomstvisies te combineren in de gebiedsuitwerkingen. Met de uitwerkingen is een ruimtelijke puzzel op deelgebied-niveau gelegd. Niet iedere gebiedsuitwerking is even ver uitgewerkt. Soms is meer onderzoek nodig. Soms vraagt de actuele capaciteit (zowel qua beschikbare uren als beschikbare middelen) dat we prioriteren. Dat is normaal voor een omgevingsvisie. We hebben plannen voor de toekomst en in de loop van de tijd zullen we deze verder uitwerken. We zijn daarom concreter als het gaat om de komende vijf jaar, en abstracter als het gaat om de periode van vijf tot tien jaar later. In komende wijzigingen wordt deze horizon steeds weer opgeschoven.
Het kaartmateriaal is op hoofdlijnen en laat een visie zien. Dat betekent dat niet alles op detailniveau is ingetekend. Grenzen tussen gebieden zijn daarom niet hard of juridisch bindend voor anderen. Het juridisch bindende gedeelte wordt opgenomen in het omgevingsplan.
In de gebiedsuitwerking hebben we veel ambities opgenomen. Gemeente Velsen kan dit niet zelfstandig waarmaken. We moeten én willen dit samen doen. Samen met inwoners, ondernemers, instellingen en andere overheden.
5.1 Duinstad IJmuiden

IJmuiden kent als grootste kern van Velsen ook de grootste opgaven. IJmuiden groeit de komende jaren hard door een grote toevoeging van woningen. Die groei gaat gepaard met andere grote wijzigingen in de detailhandelsstructuur, de verkeersstructuur en een grootschalige opknapbeurt van de openbare ruimte. Complexe opgaven die we als gemeente niet alleen kunnen klaarspelen.
5.1.1 Toekomstbeeld
Hoe zien we dit gebied voor ons?
Het toekomstbeeld voor IJmuiden baseren we grotendeels op het Ontwikkelperspectief Pont tot Park (in januari 2025 door de gemeenteraad vastgesteld). IJmuiden is door de ontwikkelingen binnen Pont tot Park straks klaar voor de toekomst. In een klimaatbestendige omgeving komen nieuwe en meer gevarieerde woningen. We maken woningen levensloopbestendig en creëren ruimte voor starters en jonge gezinnen. De stedelijke uitstraling trekt een diversiteit aan mensen naar het centrumgebied. Het centrum wordt daarmee levendiger en sociaal sterker.
Doordat er ook meer kapitaalkrachtige mensen komen, kunnen we het voorzieningenaanbod versterken. Dit vergroot het economisch perspectief en verhoogt de leefbaarheid. Het centrumgebied wordt een bruisende plek, waar mensen elkaar graag ontmoeten.
In het centrumgebied liggen volop kansen om met verantwoorde verdichting de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid te versterken. Met een mix aan functies, een grotere diversiteit aan woningen en een aantrekkelijke buitenruimte. De Gebiedsvisie Pont tot Park vat de ambities samen. In 2021 stelde de gemeenteraad deze visie vast. Het nieuwe centrumgebied van IJmuiden is straks klaar voor de toekomst en beter bereikbaar. Duurzaam en klimaatadaptief, met een rijke biodiversiteit. Een levendig, levensvatbaar en leefbaar centrumgebied bereiken we alleen met een allesomvattende (integrale) aanpak van het hele gebied. Daarom pakken we de drie ruimtelijke opgaven op het gebied van wonen, voorzieningen en klimaatadaptatie tegelijkertijd aan.
Zo komt er beweging op gang en wordt de samenhang tussen ontwikkelingen zichtbaar. Het zorgt ervoor dat het toekomstbeeld van een dynamisch stadscentrum tot leven komt bij ondernemers, inwoners en andere belanghebbenden in het gebied.
Het groeien en goed bereikbaar houden van IJmuiden is een belangrijke opgave richting de toekomst. Hiermee kan IJmuiden zich verder ontwikkelen tot de verstedelijkingskern van de gemeente waar ook de andere kernen van kunnen meeprofiteren.
5.1.2 Gebiedsspecifieke keuzes
Wat gaan we doen en waar doen we dat?
We kiezen voor een schaalsprong van IJmuiden in woningen, voorzieningen en bereikbaarheid. Hiertoe zetten we als gemeente in op grootschalige stedelijke vernieuwing met (sloop-)nieuwbouw en transformatie via inbreiding. Die schaalsprong wordt met name binnen het projectgebied Pont tot Park gerealiseerd in de komende twee decennia.
Bij nieuwbouw, transformatie en inbreiding staat het genereren van een brede meerwaarde voor inwoners voorop. We kiezen voor kwaliteit boven kwantiteit, omdat we zien dat een opeenstapeling van opgaven vraagt om een andere aanpak dan dat we uit het verleden gewend zijn. Woningbouw wordt niet los gezien van de inrichting van de openbare ruimte, voorzieningen in het kader van ontmoeting en beweging, klimaatadaptieve maatregelen en een gezonde, groene waterrobuuste leefomgeving.
Ontwikkelingen in IJmuiden benaderen we gebiedsgericht in plaats van projectgericht. Ieder gebied verhoudt zich tot zijn directe omgeving en heeft zodoende impact op die omgeving. Door ontwikkelingen gebiedsgericht te benaderen creëren we meerwaarde voor de omgeving. Bijvoorbeeld wanneer het gaat om het kiezen van mobiliteitsoplossingen of langzaamverkeerroutes, klimaatmaatregelen of het uitbreiden van het groenareaal. We bekijken daarom altijd hoe de projectlocatie bij kan dragen aan de ambities die we hebben voor het grotere geheel.
We kiezen een integrale aanpak bij ontwikkelingen in IJmuiden waarmee we aan meerdere opgaven tegelijk werken en verschillende doelen dienen. Bijvoorbeeld het verduurzamen van woningen of ander vastgoed, het toevoegen van woningen, het vergroten van de toegankelijkheid, toename van groen-blauwe kwaliteit, het vergroten van de klimaatbestendigheid, het inspelen op demografische ontwikkelingen, het vergroten van de mogelijkheden van duurzame mobiliteit, het gezonder inrichten van de buitenruimte en het versterken van de vitaliteit en leefbaarheid van onze (toekomstige) inwoners.
In IJmuiden kiezen we voor differentiatie van het woningaanbod. Dat betekent dat we de overwegend eenzijdige woningvoorraad aanpakken en toewerken naar meer balans tussen sociale huur, middeldure huur, vrijesectorhuur, betaalbare koop en dure koopwoningen. Daarmee creëren we een aantrekkelijk woongebied waar het daadwerkelijk ‘fijn wonen voor iedereen’ is.
Die differentiatie in IJmuiden realiseren we door bij nieuwbouwontwikkelingen in te zetten op het middeldure en vrijemarktsegment, zowel koop als huur. Bestaande sociale huurwoningen worden óf gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw sociale huurwoningen óf ingrijpend gerenoveerd en verduurzaamd. We sturen daarbij zoveel mogelijk aan op sloop-nieuwbouw, omdat dat de meest meerwaarde biedt voor zittende én nieuwe bewoners. Meer differentiatie betekent ook dat we terughoudend zijn met het toevoegen van sociale huur.
Waar corporaties grondbezit hebben bieden we ruimte om sociale woningbouw te realiseren, maar op andere locaties zetten we in op het middeldure en dure segment. We realiseren een passend woningaanbod, waarbij we – ondanks de gewenste differentiatie in de woningvoorraad – rekening houden met de betaalbaarheid en daarmee de kansen voor huishoudens met een laag inkomen op de woningmarkt. Het aantal sociale huurwoningen neemt in absolute aantallen toe, net zoals het aantal betaalbare woningen buiten het sociale segment.
Voor kwetsbare inwoners (bijvoorbeeld ouderen) zorgen we voor geschikte woningen (nultreden, zorggeschikt en/of geclusterd) in de nabijheid van (dagelijkse) voorzieningen, zoals eerstelijns zorg. Voor inwoners met een (intensieve) zorg- of ondersteuningsvraag realiseren we passende voorzieningen met bijpassend ondersteuningsaanbod. Hierover maken we in onze woningmarktregio afspraken met buurgemeenten en onze lokale woningcorporaties en zorgaanbieders.
Nieuwe woningen sluiten aan op het verstedelijkingsbeeld van IJmuiden dat we hebben gevat in de gebiedsvisie Pont tot Park. Dat betekent dat op meer plekken hoger gebouwd wordt, dat met name appartementen gerealiseerd worden en dat de collectieve buitenruimte ingericht wordt om dienend te zijn aan thema’s als gezondheid, ontmoeting en samenleven.
We zien in bepaalde delen van IJmuiden (grote) gezondheidsachterstanden vergeleken met andere wijken en buurten in Velsen. Dat accepteren we niet langer. We maken daarom werk van een gezonde leefomgeving, met name in Zee- en Duinwijk. Dat doen we met een integrale, gebiedsgerichte aanpak die zich richt op (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend) groen, bewegen, ontmoeten, langzaam verkeer, beleving en nabijheid van functies en voorzieningen. Hoe mensen in een gebied leven is geen sluitstuk van gebiedsontwikkeling, maar een centraal thema. Het planten van bomen of het plaatsen van bankjes is geen vinkje om aan te kruisen, maar gebeurt op basis van een goed doordacht plan. Daarmee zorgen we ervoor dat ontwikkelingen in IJmuiden een brede meerwaarde bieden voor het gebied en haar bewoners en/of bezoekers.
We blijven de mogelijkheden van een warmtenet voor IJmuiden onderzoeken. Een warmtenet is de preferente alternatieve warmtebron voor een groot deel van IJmuiden. Hoewel de kosten nu te hoog zijn om het warmtenet aan te leggen, weten we dat de alternatieven richting de toekomst nog duurder zullen zijn. We blijven daarom in gesprek met aanbieders en potentiële afnemers, alsmede met andere overheden om subsidiemogelijkheden te verkennen.
We versterken bestaande en creëren nieuwe groenstructuren in IJmuiden. Dat doen we onder andere door de realisatie van Ringpark IJmuiden, maar ook door bestaande groenstructuren te beschermen, te intensiveren, door te trekken en te verbinden met elkaar.
Voldoende kwalitatief groen is randvoorwaardelijk voor een gezonde leefomgeving en draagt bij aan het welzijn van onze inwoners. Daarnaast vormt het een belangrijke pijler in het oplossen van klimaatvraagstukken. Het thema groen is integraal onderdeel van de belangenafweging bij nieuwe projecten en geen keuze om wel of niet mee te nemen.
IJmuiden kent een aantal grote wateropgaven. Met name aan de zuidzijde van IJmuiden vormt zich een groter risico op wateroverlast en -schade. Dat vraagt om de toepassing van doeltreffende maatregelen in de bestaande openbare ruimte en bij de ontwikkelingen van bijvoorbeeld nieuwe woningen. Niet alleen op de plekken waar het water zichtbaar wordt bij hevige regenval, maar ook op de gebieden die aan de (ondergrondse) stroomgebieden van dit water liggen. Dat vraagt om investeringen die nu gedaan moeten worden om een veelvoud aan kosten in de toekomst te vermijden.
We versterken en clusteren de belangrijkste commerciële voorzieningen in het centrum van IJmuiden (gebied Lange Nieuwstraat – Plein 1945) als onderdeel van de gebiedsontwikkeling Pont tot Park. Hierdoor creëren we een levendig winkelgebied met aansluitend een horecagebied. Beiden versterken elkaar. Maatschappelijke voorzieningen zijn meer gespreid in IJmuiden, waardoor iedere wijk een passend aanbod heeft. Dat kan gaan om een ‘huis van de wijk’, een huisartsenpraktijk, basisscholen en sportvoorzieningen. De winkels in de Zeewijkpassage zijn primair gericht op inwoners in Zee- en Duinwijk. De Kennemerlaan voorziet in winkels en horeca voor het noordwestelijk deel van IJmuiden. Uitbreiding van het aantal vierkante meters commerciële voorzieningen is geen doel op zich.
In IJmuiden wordt het straatbeeld grotendeels bepaald door het aantal (geparkeerde) auto’s. Een toekomstbestendige gemeente vraagt om andere verkeersoplossingen met een bijpassend mobiliteitsaanbod. Zeker rondom de (h)ov-haltes ligt er ruimte om het autogebruik te verminderen.
Door het parkeren meer naar de randen van het centrum te verplaatsen of juist te clusteren in centrale parkeervoorzieningen, ontstaat er in het centrum ruimte voor ontmoeting, groen, spelen en samenleven. Daarmee vergroten we de leefbaarheid van het centrumgebied.
We creëren nieuwe wandel- en fietsroutes om langzaam verkeer te stimuleren, stimuleren op meer plekken deelmobiliteit en we blijven ons inzetten voor hoogwaardig en hoogfrequent openbaar vervoer (HOV).
Mobiliteit is zowel aanbod- als vraaggestuurd. We nemen daarom ook maatregelen om de auto steeds minder dominant te laten zijn in het straatbeeld, zoals het vergroenen van bestaande parkeerplekken, het aanbieden van centrale parkeervoorzieningen aan de randen van IJmuiden en het onderzoeken en eventueel toepassen van vormen van parkeerregulering.
5.2 Entreegebieden

Wanneer je Velsen binnenrijdt, -vaart, wandelt of fietst, is het eerste wat je tegenkomt een entreegebied. Dit zijn de plekken waar wegen, stations, waterwegen of andere toegangsroutes onze gemeente verbinden met de wereld buiten onze gemeente. Entreegebieden zijn méér dan alleen praktische doorgangen, althans, dat kunnen ze worden. Het zijn onze visitekaartjes. Plekken waar wij laten zien waar we voor staan als gemeente. Waar we onze ambitie uitstralen. Waar we laten zien wat wij belangrijk vinden in Velsen. Ze bepalen de eerste indruk van inwoners en de indruk die bezoekers en bedrijven krijgen als ze Velsen binnenkomen. Ze dragen ook bij aan de trots die inwoners hebben als ze aan Velsen denken.
Velsen kent veel entreegebieden. Dat komt door de unieke ligging van onze gemeente. Een greep uit de entreegebieden laat zien dat ze ook heel divers kunnen zijn: NS-stations Santpoort-Zuid, -Noord en Driehuis zijn van andere aard dan de entree van IJmuiden na het spoorviaduct bij Pontplein. Sterker nog, de drie stations verschillen ook onderling sterk van elkaar. Weer anders is het als je via de A9/A22 Velsen binnenrijdt of met de ferry aan de kop van de haven aan land komt. Wat al die entreegebieden met elkaar verbindt, is dat ze fungeren als schakel tussen Velsen en de wereld buiten Velsen.
Het potentieel van deze gebieden voor de gemeente ligt in het in samenhang bekijken van deze gebieden. Door ze als één netwerk te benaderen - met aandacht voor identiteit, bereikbaarheid, economische kansen en duurzaamheid - ontstaat een sterk fundament voor een toekomstbestendige en aantrekkelijke gemeente.
5.2.1 Toekomstbeeld
Hoe zien we dit gebied voor ons?
Velsen kent straks sterke, herkenbare entrees waar gebouw(en), functies en modaliteiten samenkomen.
De entreegebieden vervullen een belangrijke rol op het gebied van interactie en ontmoeting tussen verschillende groepen in onze samenleving. Omdat hier verschillende modaliteiten samenkomen, ontstaat er een natuurlijke samensmelting van doelgroepen.
Door de duurzame inrichting van de publieke ruimtes rondom deze entreegebieden is ook een gezond buitenleven mogelijk. Een mix aan functies draagt bij aan een sociaal veilige omgeving waar gedurende de dag rumoer is.
Culturele en sociale evenementen, pop-up markten en horecavoorzieningen activeren de gebieden en stimuleren verdere interactie. Met oog voor zitplekken, groenvoorzieningen, straatmeubilair en schaduwrijke plekken zijn er comfortabele buitenruimtes ontstaan die uitnodigend zijn om te verblijven.
5.2.2 Gebiedsspecifieke keuzes
Wat doen we en waar doen we dat?
We onderscheiden een aantal entreegebieden die vanwege een combinatie van opgaven of kansen in dat gebied cruciale gebieden zijn in het realiseren van onze ambities.
Pontplein-Pontweg
Het Noordzeekanaal snijdt dwars door onze gemeente heen. Het zorgt ervoor dat Velsen-Noord gescheiden wordt van de rest van Velsen. De pontverbinding is essentieel voor onze eigen inwoners die van noord naar zuid (of andersom) moeten voor werk, school, een bezoek aan de huisarts of aan familie. Of een van de vele andere redenen om met de pont te reizen. Zowel Pontplein aan de zuidkant als de Pontweg aan de noordkant zijn momenteel geen fijne verblijfsgebieden. Met name langzaam verkeer en voetgangers ervaren extreme drukte door de sterk auto- en vrachtgeoriënteerde buitenruimte. Met de herinrichting van Pontplein en een opwaardering van de buitenruimte rondom de Pontweg maken we deze route aantrekkelijker voor fietsers en voetgangers.
We ontwikkelen een toekomstbeeld voor de buitenruimte voor deze belangrijke entree. We werken daarmee aan het verbeteren van de veiligheid van alle weggebruikers en het aantrekkelijker maken van de buitenruimte. Bijvoorbeeld met gerichte ingrepen om kwalitatief groen toe te voegen, functies toe te voegen die verblijf in dit gebied aangenamer maken of meubilair toe te voegen om wachtenden te beschermen tegen de elementen.
Vanwege de rol die Pontplein speelt in de verwerking en doorvoer van vrachtverkeer van en naar het havengebied, blijven we (zwaar) vrachtverkeer faciliteren. We voorkomen dat ontwikkelingen op Pontplein ertoe leiden dat vrachtverkeer door het centrum van IJmuiden moet rijden.
Hoewel de sluizen toegankelijk zijn voor fietsers en wandelaars, blijft de pontverbinding ook voor fietsers de primaire verbinding tussen het noordelijk en zuidelijk deel van de gemeente. Het samenspel met (zwaar) vrachtverkeer vraagt om slimme oplossingen om de situatie voor alle weggebruikers te verbeteren.
Pont tot Park Oost / Campus
Aan de oostzijde van Pont tot Park bevindt zich het campusgebied. Het gebied vormt de entree van IJmuiden nadat men Pontplein voorbij is. De groene stadsentree met Pontplein en De Noostraat heeft straks een dynamisch karakter. Dat doen we door in te zetten op functiemenging. Wonen wordt afgewisseld met voorzieningen (educatie, cultuur, sport), en eventueel kleinschalige retail (horeca). Voor het gebied hanteren we een min of meer open organisatievorm. Hierin zijn het landschap en de waardevolle historische bebouwing het uitgangspunt voor verdichting.
Hoe we de relatie tussen dit entreegebied en het centrumgebied van Pont tot Park kunnen versterken, onderzoeken we in een volgende fase. We denken bijvoorbeeld aan een wandelroute tussen het Pontplein en Plein 1945. Maar ook bushaltes en de plaatsing van een centrale parkeervoorziening kunnen zorgen voor verbinding.
Daarnaast kan herbestemming van waardevolle gebouwen bijdragen aan versterking van de maatschappelijke functie. De nieuwe groene stadsentree wordt vanaf De Noostraat meer verbonden met het achterliggend gebied. We willen zoveel mogelijk bestaande bomen behouden. In de groene stadsentree komen ook veel nieuwe bomen en wordt de verbinding gemaakt met het omliggende Ringpark en de vernieuwde stadsschouwburg. We vullen dit aan met groepen grote karakteristieke bomen, verbeteren de abiotiek van het gebied en richten het in met landschapselementen die bijdragen aan een Basiskwaliteit Natuur. Zo ontstaat een gevarieerd en lommerrijk gebied dat een leefgebied is voor zowel algemene soorten als beschermde soorten flora en fauna.
In de groene stadsentree komt een interessante mix van onderwijs, werk, cultuur en verschillende soorten woningen. In de gebouwen komen één of meerdere functies, wat de levendigheid van het gebied versterkt.
Grote Buitendijk / A9-A22
Aan de Grote Buitendijk in Velserbroek, langs de A9/A22 bevindt zich de laatste grote uitleglocatie van Velsen. Wie nu via de A9/A22 Velsen binnenrijdt vanaf Haarlem, ziet aan de linkerzijde een open poldervlakte. We ontwikkelen dit gebied tot herkenbare rand van Velsen en Velserbroek. We realiseren hier een nieuwe woonomgeving met een diversiteit aan woningen en nemen maatregelen om de negatieve milieueffecten van de snelweg op de omgeving te verminderen. Hiermee beschermen we zoveel mogelijk de gezondheid van de toekomstige bewoners.
Als eerste stap ontwikkelen we een toekomstbeeld voor deze locatie. Vanuit dit beeld stellen we uitgangspunten en randvoorwaarden voor ontwikkeling op, waarbij de omgeving nauw betrokken wordt. Vanwege het verdeeld grondeigendom werken we samen met een woningcorporatie en een ontwikkelaar. Omdat de gemeente zelf ook voor een groot deel grondeigenaar is, sturen we hier in ieder geval op een betaalbare woonomgeving die een grote bijdrage kan leveren aan de lokale doorstroming op de woningmarkt.

Velsertraverse en Wijckerpoort
De Velsertraverse is een belangrijke schakel in het ontsluitingsvraagstuk van Velsen-Noord. Door de nieuwe Velsertraverse, inclusief de fiets-onderdoorgang, is Velsen-Noord straks beter verbonden met het openbaar vervoerknooppunt rondom NS-station Beverwijk. Door het ontbreken van openbaar vervoer in Velsen-Noord zelf, zorgt de realisatie van de Velsertraverse en de onderdoorgang dat Velsen-Noorders straks sneller en veiliger naar het ov-knooppunt kunnen reizen, zowel wandelend als met de fiets.
We ontwikkelen Wijckerpoort tot herkenbare entree van de gemeente Velsen. Door woningbouw te combineren met een kwalitatieve, groene openbare ruimte, ontstaat een sterk geheel op een plek waar nu alleen geparkeerde auto’s staan. We onderzoeken daarbij de combinatie met maatschappelijke functies, zodat het gebied levendig blijft gedurende de dag en avond. De beperkingen vanuit de Velsertraverse, het Gildenspoor en de snelweg zorgen ervoor dat er extra rekening gehouden moet worden met geluid op de gevels. We zetten kwaliteit op één. Het moet een gezonde woonomgeving zijn waar Velsenaren fijn kunnen wonen. Samen met de partners op deze locatie ontwikkelen we een visie op dit gebied.
NS-station (IJmuiden-)Driehuis
Station Driehuis is meer dan een halte aan het spoor: het is een ruimtelijke toegang tot Velsen, waar het groene, historische landschap overgaat in de stedelijke dynamiek van IJmuiden. Het is de eerste indruk voor bezoekers die per trein arriveren – onderweg naar het strand, de haven, het Nationaal Park Zuid-Kennemerland of één van de cultuurhistorische parels van de regio. Deze unieke ligging vraagt om een station dat niet alleen functioneert als overstappunt, maar ook de identiteit van Velsen voelbaar maakt.
Als entreegebied krijgt het stationsgebied een bijzondere rol in de ruimtelijke positionering van de gemeente. Driehuis ligt op het kruispunt van verleden en toekomst: met zichtlijnen op de duinen, omgeven door monumentale lanen, en tegelijk op steenworp afstand van het vernieuwende IJmuiden. Het station kan – als marker in het landschap – bijdragen aan de herkenbaarheid en gastvrijheid van de gemeente. De ambitie is om van het stationsgebied een leesbare en beleefbare schakel te maken tussen landschap, dorp en stad.
Station Driehuis vervult een sleutelrol in de bereikbaarheid van IJmuiden. Reizigers uit de regio en de Randstad gebruiken het station als overstappunt naar de kust, de haven of Tata Steel. De positionering van Driehuis als OV-entree tot IJmuiden vraagt om een hoogwaardige, groene en toegankelijke verbinding – fysiek en visueel. Denk aan comfortabele en logische fiets- en wandelroutes richting Pont tot Park, de kust en de stedelijke centra van IJmuiden. Zo ontstaat een duidelijke en aantrekkelijke corridor van station naar stad.
Tegelijkertijd groeit het belang van het station als knooppunt voor duurzame mobiliteit. De toegang tot deelmobiliteit, stallingen voor verschillende typen fietsen en aansluiting op busverbindingen wordt verbeterd. De ambitie is om een compacte, maar complete overstapplek te realiseren – één die aansluit op het STOP-principe (Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Personenauto) en ruimte houdt voor toekomstige mobiliteitsontwikkelingen.

Havenkwartier en Kop van de haven
Het havenkwartier, omgeving Halkade en Kop van de Haven (Oud-IJmuiden) is een markante plek in IJmuiden: rauw, robuust, stoer en vol potentie. Hier ontmoeten zee en stad elkaar – met uitzicht op de pieren, de sluis, de vissershaven en de industrie. We benutten deze unieke identiteit als basis voor gebiedsontwikkeling. Door het behoud van karaktervolle elementen (zoals scheepswerven en zichtlijnen over het water), gecombineerd met eigentijdse functies en landschapsarchitectuur, versterken we de plek als publieke trekker en symbool van IJmuiden, conform het Masterplan de Rauwe Loper en de ambities uit het project Havenkwartier.
We behouden het accent op het rauwe karakter, zichtlijnen (zoals het kanaal zelf en het sluizencomplex), haven, visbeleving en openheid. We kiezen hier voor materialisering en inrichting die het robuuste karakter ondersteunen. De inrichting van de Kop van de Haven moet uitnodigen tot beweging en ontmoeting – twee essentiële onderdelen van een gezonde leefomgeving. We benutten de unieke ligging aan het kanaal en nabijheid van duinen en strand om een actief netwerk van routes, rustpunten en recreatiemogelijkheden aan elkaar te verbinden. Het gaat dan onder andere over de boulevard tussen Kop van de Haven en Dok 1.
De Kanaalzone vormt de ruggengraat van Velsen, maar is op veel plekken nog een barrière in plaats van een verbindende zone. Met de Kop van de Haven als vooruitgeschoven post maken we het kanaal beleefbaar en actief. Het wordt een plek waar je kan fietsen en wandelen langs het water, en waar ruimte is voor ontmoeting. De eerste fysieke randvoorwaarden zijn in het verleden al gerealiseerd. In de komende periode geven we hier ook de juiste verdere invulling aan.
Om de kwaliteit, beleving en uitstraling van het havengebied verder te versterken werken we nauw samen met de BIZ Havengebied IJmuiden, het ondernemerscollectief dat zich inzet voor een schoon, heel en veilig havengebied en voor het vergroten van de aantrekkelijkheid van de IJmuidense haven als plek om te ondernemen, te bezoeken en te beleven. De BIZ speelt een belangrijke rol in het verbeteren van de openbare ruimte, het organiseren van maritieme evenementen en het zichtbaar maken van het unieke DNA van de haven. Door hun inzet – van gezamenlijke schoonmaakacties en uniforme bewegwijzering tot programma’s rondom visserij, hospitality en gastvrijheid – wordt de identiteit van het havengebied verder versterkt.

5.3 Buitengebied

Het buitengebied van Velsen is divers en kent verschillende landschapstypen. Enerzijds heeft Velsen een groot strand en duingebied, maar aan de andere kant ook een polderlandschap. Daartussen liggen overgangsgebieden die verschillende functies kennen.
Het tussenlandschap is een belangrijk aspect van het fijn en gezond wonen in Velsen. Door bestaande langzaamverkeerroutes te behouden en nieuwe te creëren, worden Velsenaren en bezoekers uitgenodigd de auto te laten staan en te kiezen voor een andere vorm van vervoer. Kwalitatief groen, herstelde natuur en het vergroten van biodiversiteit zorgen daarnaast voor een hoogwaardige buitenruimte waarin je graag wil verblijven.
In dit deelgebied gaat het er vooral om de bestaande waarden voor de toekomst veilig te stellen en verder te verhogen. Nieuwe ontwikkelingen moeten ten dienste staan van deze waarden. Behoud door verandering is hier het devies. Zo is het van belang de landgoederenzone in de binnenduinrand te zien als een ‘groene slinger’, waarin de kwaliteit van de landgoederen, buitenplaatsen, kastelen (waaronder de Ruïne van Brederode) en parken moet worden verhoogd en waarin deze met elkaar verbonden moeten worden. Daar waar de resterende landbouw verdwijnt, is het belangrijk nieuwe vormen van beheer van het landschap te vinden. Hierbij moet rekening worden gehouden met het behoud van de relatieve openheid in dit kleinschalige landschapstype.
5.3.1 Toekomstbeeld
Hoe zien we dit gebied voor ons?
Wie straks in het buitengebied van Velsen komt, ervaart nog steeds een diversiteit aan landschappen. Die landschappen zijn goed met elkaar verbonden. Niet alleen via de groene verbindingszone die het duinlandschap via Driehuis en Santpoort verbindt met het achterland, maar ook via andere groene en langzaam-verkeer-verbindingen. Het buitengebied is niet slechts een scheiding tussen kernen, het een is gebied dat bewust geprogrammeerd is met bijpassende functies en activiteiten. Ontwikkelingen passen bij het gebied en verstevigen de rol van het buitengebied. Behoud door verandering heeft hier vorm gekregen door een visie te ontwikkelen op de verschillende deelgebieden en hier samen met initiatiefnemers vorm aan te geven.
5.3.2 Gebiedsspecifieke keuzes
Wat doen we en waar doen we dat?
We gaan voor een herkenbaar buitengebied met groen als belangrijkste drager. Daarbij geven we als gemeente ruimte aan initiatiefnemers om invulling te geven aan dit buitengebied met een duurzame, innovatie programmering die de kwaliteiten van dit gebied versterkt. Waar mogelijk en wenselijk bieden we hiertoe planologische ruimte. Denk bijvoorbeeld aan meervoudige verdienmodellen, innovatie en experimenten om bestaande bedrijfsmodellen te verduurzamen.
De openheid van dit gebied blijft een belangrijke randvoorwaarde bij ontwikkelingen. Dat betekent niet dat er niet ontwikkeld kan worden, maar dat dat gebeurt in een schaal en maat passend bij de huidige kenmerken en kwaliteiten van het gebied. Die kenmerken en kwaliteiten leggen we ook vast in de omgevingsvisie. Ontwikkelingen in het buitengebied versterken de aanwezige waarden.
Voor de groene verbindingszone tussen Driehuis en Santpoort ontwikkelen we een samenhangend toekomstbeeld dat concreet richting gaat geven aan de invulling van dit gebied. Hiervoor gebruiken we de impuls vanuit de Regiodeal MRA West Beter in Balans. In regionaal verband is eerder al een ontwikkelperspectief opgesteld voor de binnenduinrand. Dit ontwikkelperspectief geeft een strategie voor het versterken van het kleinschalig mozaïeklandschap en vooral voor het openhouden van de weidegronden daarbinnen. Als de klassieke agrarische functie niet meer voldoende draagkracht heeft, moeten alternatieven gevonden worden die hieraan bijdragen. De gemeente biedt daarom ruimte aan nieuwe functies als deze zorgen voor het behoud of de ontwikkeling van het landschap. Om (particuliere) initiatiefnemers daarbij op weg te helpen, geeft het ontwikkelperspectief (dat kan worden gezien als een beeldkwaliteitplan) uitgangspunten en bouwstenen waarmee initiatiefnemers concreet aan de slag kunnen. Het streven is zo mensen te verleiden om te komen met ontwikkelingen die passen bij het toekomstbeeld dat de gemeente heeft voor het buitengebied in de binnenduinrand.
Het water- en bodemsysteem is leidend bij ontwikkelingen in het buitengebied. Het landschap fungeert als onderlegger. Dit betekent onder andere dat we (on)zichtbare waterstromen en -netwerken willen benutten voor de versterking van het waterbergend vermogen. Dat betekent dat er beperkingen opgelegd kunnen worden aan initiatiefnemers die hier iets willen ondernemen wat haaks staat op de leidende principes van Water en Bodem Sturend. De binnenduinrand is voor de toekomst belangrijk voor het opvangen van waardevol kwelwater en voor het zodanig afvoeren van water dat zo min mogelijk wateroverlast optreedt in de woonwijken.
Waar nodig wordt ingezet op het landschappelijk beter verknopen van de kernen met het landschap. Vooral in IJmuiden is dit belangrijk. Hier liggen goede kansen om de duinen ‘naar binnen te halen’, de kern in, zoals in Zeewijk is gedaan.
We versterken de beleefbaarheid van het buitengebied, bijvoorbeeld door het aanleggen en koppelen van wandel- en fietsroutes en het toevoegen van recreatieve functies. Met een toename van het aantal inwoners in Velsen neemt ook de behoefte aan recreatiemogelijkheden toe. Het buitengebied kan hier (ten dele) in voorzien.
We zijn zuinig op ons buitengebied. Voor de productie van duurzame energie in het buitengebied zetten we primair in op zon op (grote) daken. Het zoekgebied voor windturbines is geclusterd rondom grootschalige infrastructuur. Deze lijnen in het landschap worden daarmee geaccentueerd, maar het open landschap blijft daarmee zoveel mogelijk open.
Goede natte en droge ecologische verbindingen tussen de duinen, de binnenduinrand en de polders zijn van belang voor uitwisseling van dieren tussen verschillende subpopulaties. Waar zich knelpunten in deze ecologische verbindingen bevinden (bijvoorbeeld ter hoogte van grootschalige transport infrastructuur zoals de A9, de A22 en de N208, wordt ingezet op mitigatie van deze barrières, bijvoorbeeld door de aanleg van faunapassages.
Het buitengebied is fijnmazig ontsloten, dat betekent dat de focus op wandelen en fietsen ligt. Verbondenheid tussen de verschillende gebieden is daarbij een belangrijk speerpunt, bijvoorbeeld via ommetjes in het groen. Maar ook de veiligheid en aantrekkelijkheid van die routes is belangrijk zodat alle doelgroepen zich ook via die routes kunnen en willen verplaatsen.
Het buitengebied stimuleert een gezonde levensstijl. Het nodigt uit tot bewegen en versterkt sociale cohesie en bewustwording ten aanzien van gezondheid, groen en natuur. Bijvoorbeeld door duurzame lokale voedselproductie zoals bij het Boerenerf Spaarnwoude.

5.4 Kanaal

Het Noordzeekanaal is een essentieel onderdeel van de identiteit, economie en leefomgeving van de gemeente Velsen. Het biedt kansen voor onder andere de logistieke havenfunctie, energietransitie en de verduurzaming van de industrie. Maar ook voor duurzame stedelijke ontwikkeling, recreatie en versterking van de leefkwaliteit. Het Noordzeekanaal kan meer zijn dan een fysieke barrière tussen IJmuiden en Velsen-Noord; het moet een verbindende schakel worden tussen de verschillende delen van Velsen en omliggende gebieden. We zetten voor het kanaal een toekomstgericht beeld neer waarin de verbindende en versterkende as gevormd wordt voor Velsen.
5.4.1 Toekomstbeeld
Hoe zien we dit gebied voor ons?
Velsen heeft het Noordzeekanaal herontdekt. Niet alleen als nautische toegangspoort en als scheiding tussen de kernen van onze gemeente, maar juist als eigentijds deel van Velsen volop mogelijkheden. Door gerichte ingrepen is de relatie tussen de stedelijke omgevingen en het water versterkt. Nieuwe leefomgevingen die zich richten op het water hebben daarvoor gezorgd. Die gerichte ontwikkelingen betekenen ook een impuls voor Velsen als geheel. Het kanaal is een plek waar voorbeeldprojecten op het gebied van klimaatadaptatie en duurzaamheid zichtbaar zijn en waar bedrijven zijn gevestigd die passen bij onze nieuwe, duurzame economie. Die nieuwe omgeving is daarmee niet alleen aantrekkelijk voor de bestaande Velsenaren, maar ook voor mensen van buiten onze gemeente.
Het kanaal kent van west naar oost een aantal hoogtepunten, zoals Forteiland en Zeesluis IJmuiden. Hier komen historie en moderne technische hoogstandjes samen. Maar ook na de sluizen is er een nieuw kanaallandschap ontstaan met natuurvriendelijke oevers, stedelijke bebouwing aan de zuidzijde en nieuwe bedrijvigheid aan de noordzijde. Vanaf Pontplein naar het oosten neemt de recreatieve en ecologische functie van het kanaal verder toe, maar ook hier geldt dat het kanaal primair fungeert als langzaam verkeerroute. De aftakkingen (zijkanalen) zijn verder benut voor de uitbreiding van de recreatieve natte netwerken.
De ontwikkeling van deze gebieden heeft grotendeels plaatsgevonden door verschillende initiatieven van derden, zoals ontwikkelaars van woningbouw en bedrijven die zich graag identificeren met Velsen en de IJmond. Gemeente Velsen is hier kaderstellend en sturend in geweest als het gaat om de samenhang tussen de relevante thema’s (klimaatadaptatie, ecologie, recreatie, wonen, verkeer).
5.4.2 Gebiedsspecifieke keuzes
Wat doen we en waar doen we dat?
Het Noordzeekanaal vormt de ruggengraat van deelgebied Kanaal. Hier zetten we in op een stevige relatie met het water waar die nu nog onvoldoende wordt benut. Water, wonen en werken gaan hierbij hand in hand. We benutten de strategische positie aan het kanaal om een aantrekkelijke omgeving te creëren.
Door op verschillende plekken een nieuw type woningen te realiseren, bieden we als Velsen een unieke woonpropositie aan huidige en toekomstige inwoners van Velsen. Dit zijn met name woningen in het middeldure en vrije-markt-segment. Tegelijkertijd borgen we de beschikbaarheid van sociale huurwoningen door samen met woningcorporaties bestaand vastgoed te verduurzamen en waar nodig in te zetten op sloop-nieuwbouw.
We verkennen de mogelijkheden om meer in te zetten op openbare oevers die een nieuwe manier van samenleven, ontmoeten en recreëren kunnen betekenen. Zo ontstaat er samen met de verstedelijking van IJmuiden een uitloopgebied aan de noordkant van IJmuiden.
We gaan verder met het inrichten en programmeren van de kanaalpromenade aan Sluisplein. De randvoorwaarden zijn daar fysiek voor gecreëerd, maar het is nog niet af. Hiermee geven we onszelf de kans om enerzijds een uitloopgebied te realiseren voor de nieuwbouw in Oud-IJmuiden (met onder andere de nieuwbouw van Dok), maar ook om bezoekers die bij de ferryterminal aan land komen langer vast te houden.
Walstroom is schoner, zorgt ervoor dat de uitstoot van schadelijke stoffen afneemt en vermindert de geluidsoverlast. De gemeente Velsen, Zeehaven IJmuiden, DFDS en KVSA zetten zich daarom gezamenlijk in voor meer walstroomvoorzieningen in de haven van IJmuiden.
Door klimaatverandering wordt het steeds belangrijker om ruimte te hebben voor maatregelen in het kader van klimaatadaptatie. Het kanaal met haar zijkanalen kan daarin faciliteren als plek voor waterberging, maar ook om de effecten van hittestress tegen te gaan door het verkoelende effect van water. Ontwikkelingen op en rondom het kanaal worden daarom integraal afgewogen tegen de belangen van de gemeente op het gebied van klimaatadaptatie.
De kanaaloevers worden ingezet voor groene oeverontwikkeling waarmee gewerkt wordt aan biodiverse oevers die tevens de waterveiligheid verbeteren en een gezonde leefomgeving bevorderen. We nodigen initiatiefnemers uit hiervoor ideeën bij ons aan te dragen.
Het kanaal blijft in combinatie met de sluizen een risico vormen voor wat betreft het verzilten van het zoetwater. Technische oplossingen, zoals de zoutdam, en optimalisatie van het schutproces houden het zoute water zoveel mogelijk buiten onze waterkering. Tegelijkertijd neemt de druk toe op de zoetwaterbel onder IJmuiden. Om deze kostbare grondwatervoorraad te beschermen tegen verzilting, moeten we gericht maatregelen nemen om het regenwater lokaal beter vast te houden. Ook dat vraagt om slimme techniek en zorgvuldig waterbeheer.
Het kanaal biedt aan zowel de noord- als zuidzijde weinig mogelijkheden voor langzaam verkeer. Met name Sluisweg, Steigerweg en Kanaaldijk zijn sterk auto-georiënteerd. Door nieuwe langzaam verkeerroutes te realiseren wordt dit gebied ook toegankelijker voor fietsers en voetgangers.
De oeververbindingen over en onder het Noordzeekanaal zijn belangrijk voor de bereikbaarheid en verbondenheid. De tunnels van de A22 en A9, de pontverbinding tussen Velsen-Zuid en Velsen-Noord en de sluizenroute vormen samen een systeem van benodigde oeververbindingen in de IJmond voor al het verkeer.
De sluizenroute vervult een lokale en regionale functie en verbindt de grote woon- en werkgebieden aan weerszijden van het Noordzeekanaal, zoals de haven van IJmuiden, het complex van Tata Steel en de woonkern van IJmuiden. Ook vormt het een trekpleister voor recreatief verkeer. De pontverbinding vormt een cruciale schakel in het regionale doorfietsroutenetwerk, voor met name woon-werkverkeer en scholieren. De tunnels faciliteren lokaal, regionaal en nationaal verkeer.We streven naar een systeem van oeververbindingen dat robuust is, ruimte heeft voor groei en dat blijft functioneren bij grote drukte of calamiteiten. Het is belangrijk dat we doorgaand en lokaal verkeer op de juiste plek blijven faciliteren.
Gezien de voorgenomen langdurige werkzaamheden aan het gemaal en de kwetsbare veiligheidssituatie van het sluizencomplex, merken we bij het Rijk dat men worstelt met de rol van (gemotoriseerde) verkeersfuncties op het kanaal.
Velsen is van mening dat deze route altijd een belangrijke functie heeft gehad. We hechten aan deze verbindingen en aan toezeggingen uit het verleden.
Het uiteindelijke doel is wel een robuust mobiliteitssysteem van oeververbindingen in de IJmond. We spreken met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Rijkswaterstaat over het brede perspectief voor een robuust systeem van oeververbindingen in de IJmond, waarbij we verkennen hoe we de alternatieve verbindingen verbeteren en al het verkeer kunnen blijven faciliteren.
Een toekomstbestendig netwerk vraagt daarom om meerdere volwaardige routes, inclusief een goed functionerende calamiteitenverbinding voor langzaam verkeer en hulpdiensten. We verzoeken het Ministerie van IenW om in deze gesprekken expliciet het perspectief van Velsen en de bredere IJmond mee te nemen, zodat de verbindingen over en langs het kanaal bijdragen aan een bereikbaar, veilig en veerkrachtig Velsen.
5.5 Velsen-Noord & Tata Steel

Velsen-Noord is de enige kern van de gemeente Velsen die zich ten noorden van het Noordzeekanaal bevindt. Samen met Tata Steel en andere grote bedrijventerreinen vormt Velsen-Noord daarmee een bijzonder onderdeel van onze gemeente. Met circa 6.000 inwoners maar een veelvoud aan arbeidsplaatsen is Velsen-Noord een onmisbare schakel in ons toekomstverhaal.
Velsen-Noord - oorspronkelijk een bebouwingslint in de binnenduinrand - is sinds de komst van het Noordzeekanaal uitgegroeid tot een arbeiderswijk voor Tata Steel. Het dorp is een symbool van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Velsen-Noord heeft een goede ontsluiting via de A22, ligt dicht bij het station en het voorzieningencentrum van Beverwijk en er is veel werkgelegenheid in de nabijheid. Er zijn veel betaalbare (huur)woningen aanwezig. Een belangrijke opgave voor het dorp is het blijven verbeteren van de bestaande woningvoorraad en het investeren in de leefbaarheid.
Dat kan onder meer door in het kader van de aanpassing van de Velsertraverse kansen te benutten om de groene leefomgeving verder te verbeteren. Ook het verbeteren van de fysieke verbinding met Beverwijk en een hoge frequentie van de pont naar Velsen-Zuid in combinatie met het realiseren van een snelfietsroute (tussen Heemskerk, via Velsen-Noord, Velsen-Zuid naar Haarlem-Noord) dragen bij aan de aantrekkelijkheid van het dorp.
5.5.1 Toekomstbeeld
Hoe zien we dit gebied voor ons?
Velsen-Noord verandert ingrijpend. Niet op de laatste plaats omdat Tata Steel een transitie doormaakt naar groen staal. Daarmee verdwijnen de cokesovens en maakt de grote staalgigant stappen naar een milieuvriendelijker productieproces. Dat betekent ook dat er ruimte ontstaat: fysieke ruimte op het huidige terrein van Tata Steel om andere activiteiten te organiseren.
Door die veranderingen en door gerichte ingrepen vanuit de gemeente (in samenwerking met partners) is de gezondheid in Velsen-Noord in de toekomst verbeterd. Gezondheidsachterstanden zijn verdwenen. Velsen-Noord is door de investeringen in bereikbaarheid en de stedelijke vernieuwing ook een aantrekkelijke plek geworden om te wonen. Met het Wijkeroogpark, een rijk verenigingsleven en een mix aan woningen is er voor ieder wat wils in Velsen-Noord.
5.5.2 Gebiedsspecifieke keuzes
Wat doen we en waar doen we dat?
Bestaande, soms versnipperde, structuren op grote schaal versterken we. Daarmee halen we Velsen-Noord uit het ervaren isolement. Dat maken we concreet door te investeren in de openbare ruimte in Velsen-Noord – soms aangejaagd door de resterende gebiedsontwikkelingen. Bijvoorbeeld op en rondom het Stratingplantsoen en de Wijkerstraatweg, rondom de St. Jozefkerk en op en rondom de andere groene binnenplaatsen en plantsoenen die Velsen-Noord rijk is.
We realiseren een veilig, herkenbaar en bereikbaar entreegebied bij de Velsertraverse, zoals uitgewerkt in 5.2. Daarmee ontsluiten we Velsen-Noord voor openbaar vervoer en langzaam verkeer en verbeteren we de bereikbaarheid van Velsen-Noord. De Velsertraverse zelf is straks niet alleen de toegang tot een multimodaal knooppunt, ook vormt het een nieuwe herkenbare entree van de gemeente Velsen door de realisatie van woningen in combinatie met andere functies.
De gezondheidsachterstanden die we in Velsen-Noord zien, accepteren we als gemeente niet. We zetten daarom extra in op een gezonde leefomgeving voor alle Velsen-Noorders. Hierbij beschermen we tegen externe milieufactoren (bijvoorbeeld geur en geluid) door het inrichten van een fysieke leefomgeving waarin voldoende kwalitatief groen aanwezig is en waarin we de afstanden van milieugevoelige functies tot belastende activiteiten scherp handhaven.
We faciliteren voldoende ondersteuningsaanbod voor kwetsbaren in Velsen-Noord. Dat doen we door maatschappelijke functies te versterken en/of uit te breiden waar nodig. We letten daarbij op het aanbod, de toegankelijkheid (fysiek en sociaal) en de programmering. De Stek vormt daarin een belangrijke spil.
We zorgen voor een kind- en beweegvriendelijke inrichting van de openbare ruimte. Te beginnen bij het Stratingplantsoen en de Wijkerstraatweg. Hiermee stimuleren we een actief buitenleven van jongs af aan en faciliteren we ontmoeting tussen verschillende groepen bewoners in Velsen-Noord.
De ontbrekende schakels in de snelfietsroute worden toegevoegd. Daarmee is Velsen-Noord straks nog beter bereikbaar met de fiets. Dit stimuleert langzaam verkeer en levert een positieve bijdrage aan de gezondheid. Dit biedt kansen om de autodominantie te verminderen.
De Velsertraverse wordt gerealiseerd. Hiermee krijgt Velsen-Noord een betere, directe verbinding met HOV-knooppunt Beverwijk (trein, bus, fiets, wandelen, auto). Dit wordt mogelijk gemaakt door de nieuwe onderdoorgang van Velsen-Noord naar Beverwijk. Hierdoor wordt een veilige verbinding gemaakt voor fietsers en wandelaars.
We gaan met woningcorporaties in gesprek over de vernieuwing, verdichting en verduurzaming van de sociale woningvoorraad in Velsen-Noord. Hiermee realiseren we een meer gebalanceerde woningvoorraad met dito inwoners. Daarnaast draagt het bij aan de kwantitatieve woningbouwopgave.
In de Gildenbuurt en PEN-dorp lopen inwoners een grotere kans op wateroverlast na een hevige regenbui. Door kwalitatief groen toe te voegen in de openbare ruimte en eventueel opvang- en bergingslocaties te creëren voor regenwater, verkleinen we de kans op wateroverlast in de toekomst.
De transitie van Tata Steel richting groen staal biedt kansen om de omgeving van Tata Steel anders te benutten. Met name de verbinding met de kust vanuit Velsen-Noord biedt kansen om Velsen-Noord een aantrekkelijker woonomgeving te maken. We volgen de ontwikkelingen bij Tata Steel en spelen in op kansen voor een betere ontsluiting van de kust via de Noordersluisweg en de verbinding met de Reyndersweg.
De Energiehaven maakt deel uit van onze inzet om bestaand haven- en industrieterrein intensiever te gebruiken. Het baggerdepot in de voormalige Averijhaven en een deel van het Tata Steel-terrein worden ontwikkeld tot Energiehaven. De nieuw te ontwikkelen haven is cruciaal bij de bouw en het onderhoud van windparken op de Noordzee en daarmee de energietransitie van Nederland. De komende jaren worden steeds meer windparken gebouwd op de Noordzee. Energiehaven is een belangrijke uitvalsbasis voor de aanleg en het onderhoud daarvan. Zo biedt de nieuwe Energiehaven de mogelijkheid om de bouw van de windparken Hollandse Kust (west) en IJmuiden Ver te ondersteunen. Ook speelt de Energiehaven een belangrijke rol in de gewenste ruimte-intensivering en het versterken van de haveninfrastructuur in de regio. Er is al onderzoek gedaan naar de milieu-impact van de aanleg van de Energiehaven, via een Milieueffectrapportage. Uitgangspunt is dat het binnen de bestaande milieukaders moet passen.
Na de transitie van Tata Steel komt ruimte vrij die ingezet kan worden voor doorgroei van deze ambitie: de Energiehaven Plus. De Energiehaven Plus is een groeistrategie voor de langere termijn (een tweede fase). Energiehaven Plus heeft een aantal strategische voordelen die samenhangen met meerdere transitie-opgaven. Die opgaven gaan over ruimte-intensivering, economische synergie, maatschappelijk rendement en de klimaatrobuustheid van de betreffende haven. De mogelijke voordelen van de plusvariant verkennen we de komende jaren met onze partners in de realisatie van Energiehaven.
Met de verduurzaming van Tata Steel ontstaan er nieuwe mogelijkheden om huisvesting te bieden nabij werkgelegenheid. Door de ontwikkelingen in de energietransitie en de groei van de offshore windindustrie zien we ook een toename van tijdelijke werknemers in onze gemeente. De zogenaamde short-stay en mid-stay arbeidsmigranten. Huisvesting voor deze doelgroep is schaars.
Momenteel biedt de Spoorwegdriehoek in IJmuiden beperkte huisvesting, maar we verwachten dat de groei van het aantal werknemers het huidige aanbod ver zal overstijgen. In lijn met de verduurzaming van Tata Steel verkennen we de mogelijkheden voor het realiseren van huisvesting voor deze doelgroep in Velsen-Noord, zonder dat in bestaande woonwijken de leefbaarheid onder druk komt te staan.
De maakindustrie speelt met name in Velsen-Noord een belangrijke rol in de lokale en regionale economie, met een sterke nadruk op innovatie en duurzaamheid (staal, papier, verf, verpakkingsmaterialen). Velsen is daarnaast thuisbasis van Techport: een netwerk dat bestaat uit meer dan 70 bedrijven, scholen, kennisinstellingen en overheden. We blijven regionaal samenwerken om te kunnen investeren in innovatie en digitalisering. Hiermee bevorderen we onze economische groei en positioneren we onszelf als belangrijke speler in het Noordzeekanaalgebied. We behouden daarom onze bedrijventerreinen om plek te kunnen bieden aan bedrijven die bijdragen aan deze profilering.

Hoofdstuk 6 Uitvoering

Bron: Margriet Prins (Velsen-Zuid)
6.1 Samenwerking
Samenwerking met onze lokale samenleving
Veel ontwikkelingen starten met initiatief van inwoners, bedrijven en instellingen. De omgevingsvisie is een uitnodiging om samen aan deze ambities te werken. Als gemeente Velsen doen we dit door inwoners, bedrijven en instellingen de ruimte te geven om initiatief te tonen en verantwoordelijkheid te nemen voor de ruimtelijke ontwikkeling van onze gemeente. Voor alle initiatieven geldt dat deze omgevingsvisie het afwegingskader vormt. Dit kan betekenen dat we kritisch zijn op initiatieven die weinig of nauwelijks bijdrage leveren aan de gestelde doelen, maar ook dat we initiatieven die goed passen binnen onze omgevingsvisie extra kracht bij willen zetten. Hierbij zullen we als gemeente denken en handelen vanuit mogelijkheden, vertrouwen en verbinding en kiezen we voor een houding vanuit het uitgangspunt ‘ja, mits’ in plaats van ‘nee, tenzij’.
Samenwerking in de regio
Veel van de maatschappelijke opgaven houden zich niet aan gemeentegrenzen, waardoor regionale samenwerking van groot belang is. In Velsen zijn we gewend om in nauwe afstemming te werken met buurgemeenten en regionale partners, zoals de GGD, Omgevingsdienst IJmond en de waterschappen Hoogheemraadschap van Rijnland en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Ook binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA) werkt Velsen actief mee aan gezamenlijke opgaven op het gebied van verstedelijking, gezonde leefomgeving, economie en mobiliteit. We sturen daarbij actief mee en zijn een gelijkwaardige samenwerkingspartner. Dit is merkbaar binnen de gemeente en in de verschillende samenwerkingsverbanden waarin ontwikkelingen integraal worden opgepakt.
In de toekomst zal deze samenwerking verder toenemen, bijvoorbeeld in de doorvertaling van regionale visies en programma’s. Deze worden programmatisch binnen de omgevingsvisie opgepakt, zoals de Regionale Energiestrategie (RES) en het regionale Volkshuisvestingsprogramma. Daarnaast blijft Velsen actief deelnemen aan de overlegtafels over Tata Steel en de mobiliteitsinvesteringen van het Rijk. Daarbij brengen we steeds de belangen van onze lokale samenleving in, met als doel een gezonde, veilige en leefbare gemeente waar het prettig wonen, werken en recreëren is.
Samenwerken met andere overheden
De invoering van de Omgevingswet zal er in de praktijk toe leiden dat de samenwerking tussen gemeenten en provincies intensiveert. Bijvoorbeeld omdat het instrumentarium verandert, waardoor van beide overheden een actieve opstelling verwacht wordt. De vernieuwing ligt met name in de toepassing van de wet in de omgangsvormen tussen (samenwerkende) gemeenten en provincies.
We vinden het van groot belang om als gemeente Velsen bij de totstandkoming van beleid en regelgeving van andere overheden vroegtijdig mee te denken. Dit met als doel om problemen bij lokale toepassing van hogere regelgeving te voorkomen. Bij conflicterende visies van andere overheden wordt vroegtijdig het gesprek aangegaan. Anderzijds kunnen we als gemeente bijdragen aan ontwikkelingen ‘van bovenaf’ en daar een lokale invulling aan geven. Afstemming en samenwerking met verschillende overheden dragen bij aan slimmere oplossingen, vooral als het gaat om complexe opgaven en gebiedsoverstijgende belangen, zoals het geval is voor verstedelijking, waterbeheer, klimaat en duurzaamheid. Daarbij geldt wel dat ons standpunt op het gebied van energie gekoppeld is aan de afspraken over tracékeuzen, compensatie en inpassing.
Regie
We werken als gemeente Velsen - zoals we gewend zijn - samen met inwoners, organisaties en andere overheden aan onze fysieke leefomgeving. We vinden het belangrijk om ruimte te bieden aan initiatief van onderop, om zo ook betrokkenheid van onze inwoners en medeverantwoordelijkheid voor onze leefomgeving te stimuleren. Dat betekent ook dat we als gemeente Velsen zaken soms wat meer zullen loslaten en meer in een faciliterende rol komen. Maar als bestuursorgaan ontlenen wij altijd ons bestaansrecht aan het democratisch proces. Dit blijft voor ons een vaste kernwaarde. We hebben de verantwoordelijkheid om te sturen op het algemeen belang. Dit doen we in ons eigen handelen, maar ook wanneer maatschappelijke partijen niet in staat blijken een oplossing te vinden voor opgaven. Dit betekent ook dat we partijen bijstaan wanneer onze kennis gevraagd of nodig is. De gemeente Velsen is dan naast samenwerkingspartner of aanjager soms ook regisseur (en uitvoerder), omdat op sommige onderwerpen een meer sturende of soms dwingende rol van de gemeente noodzakelijk is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan grote opgaven als klimaatadaptatie, de gezonde en inclusieve samenleving en de energietransitie.
6.2 Instrumenten voor uitvoering
Maatschappelijke ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op en we weten niet hoe de wereld er over vijf of tien jaar uitziet. Deze omgevingsvisie zien wij als gemeente daarom als een dynamisch document. We kiezen ervoor om de omgevingsvisie periodiek te actualiseren. Met welk ritme we de omgevingsvisie wijzigen hangt af van de ervaringen die we opdoen met andere instrumenten, de monitoring van onze doelen en van de staat van onze fysieke leefomgeving. We evalueren de omgevingsvisie in ieder geval elke vier jaar, in het jaar volgend op de gemeenteraadsverkiezingen. Hiermee starten we in 2030. Daarnaast is het mogelijk om de omgevingsvisie te wijzigen wanneer (maatschappelijke) opgaven in de fysieke leefomgeving daar aanleiding toe geven.
Deze omgevingsvisie is de start van de beleidscyclus van de Omgevingswet. Deze cyclus biedt structuur om de instrumenten van de Omgevingswet te ordenen volgens een logisch proces: beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling. In de Omgevingswet zijn voor onze gemeente drie andere relevante beleidsinstrumenten geformuleerd, elk met hun eigen rol. Het programma, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning.
Programma
Het programma is de uitwerking van één of meerdere ambities en ruimtelijke keuzes uit onze omgevingsvisie. Het programma is het instrument van het college van burgemeester en wethouders, waarin zij de globale beleidslijnen uit de omgevingsvisie verder uitwerken. Een programma bevat maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. In een programma worden de ambities uitgewerkt in concrete maatregelen. Ook wordt aangegeven welke middelen nodig zijn om het doel te behalen. Denk daarbij naast financiering aan ruimtelijke en juridische instrumenten.
Bij de invulling en uitwerking van deze programma’s zullen (op onderdelen) inwoners en andere betrokken partijen nauw betrokken zijn. Want we kunnen dit als gemeente niet alleen. Heldere communicatie en gedeelde verantwoordelijkheid zijn hierbij onze uitgangspunten. Het realiseren van het hoge ambitieniveau in deze omgevingsvisie staat of valt met tijdige en transparante communicatie tussen gemeente, inwoners en andere partijen. We staan dan ook voor een samenwerking tussen ons als gemeente, inwoners en andere partijen waarbij ieders rol duidelijk is en we elkaar serieus nemen. We gaan hierbij uit van een gedeelde verantwoordelijkheid, het leren van en respect voor elkaar en bereidwilligheid tot het sluiten van compromissen. Met deze intentie werken we als gemeente al jaren en zullen we ook de processen rondom de programma’s inrichten.
Het college van B&W stelt de programma’s vast. Dit heeft de wetgever zo expliciet vastgelegd om de gemeenteraden te ontlasten en ze te helpen om op hoofdlijnen te sturen. Uiteraard betrekt het college van burgemeesters en wethouders de gemeenteraad bij het opstellen van programma’s en komt zij jaarlijks via de programmabegroting en verantwoording terug bij de gemeenteraad met een voortgangsbericht.
Omgevingsplan
Het omgevingsplan – de opvolger van de huidige bestemmingsplannen, beheers- en gemeentelijke verordeningen – bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied. Het omgevingsplan geeft invulling aan de maatschappelijke opgaven uit de gemeentelijke omgevingsvisie, binnen de kaders van de Omgevingswet.
Het omgevingsplan regelt de balans tussen de functies van locaties in een gebied en stelt regels aan activiteiten.
In tegenstelling tot de gemeentelijke omgevingsvisie is het omgevingsplan bindend voor inwoners, ondernemers en initiatiefnemers. De gemeenteraad stelt het omgevingsplan vast.
Omgevingsvergunning
Het verlenen van een omgevingsvergunning maakt het mogelijk voor initiatiefnemers om aan de slag te gaan met de leefomgeving. Voor welke activiteiten een vergunning nodig is, is nu nog bepaald door de Rijksoverheid. De Omgevingswet geeft gemeenten meer ruimte in hun eigen afweging. In het omgevingsplan schrijven we op welke activiteiten wel of geen omgevingsvergunning behoeven.
6.3 Evaluatie
Onze omgevingsvisie is nu klaar, maar niet af. Nieuwe inzichten en opgaven zullen ons steeds opnieuw vragen te kijken naar de relevantie van ons beleid en de rol die we spelen als gemeente. Om onszelf snel aan te kunnen passen vormen monitoring en evaluatie een belangrijke pijler.
Monitoring op programmaniveau
De monitoring en evaluatie zullen plaatsvinden op programmaniveau. In de programma’s worden de doelen, de realisatie met tijdspad en de monitoring concreter uitgewerkt. Getracht wordt om zoveel mogelijk de monitoring van de omgevingsvisie te laten voeden door de monitoring die in het kader van een programma wordt uitgevoerd. Doelstellingen worden zoveel mogelijk vertaald naar concrete beleidsindicatoren.
Wijzigen van de visie
Wanneer het doel- en/of effectbereik van de omgevingsvisie onvoldoende is, gaan we over tot wijzigen. Zo kan het zijn dat doelen niet of nauwelijks worden gerealiseerd of de doelen onvoldoende te handhaven zijn. Ook wordt er de komende periode nieuw nationaal, provinciaal en lokaal beleid ontwikkeld dat om wijziging van de visie vraagt.
Daarnaast kunnen zich nieuwe maatschappelijke uitdagingen voordoen of kan het gebeuren dat de omgevingsvisie en eventuele -programma’s onvoldoende antwoord geven op de vragen en verwachtingen uit de samenleving. Bij het wijzigen van de omgevingsvisie wordt de samenleving actief betrokken. De wijze waarop wordt vooraf aan de gemeenteraad gecommuniceerd. De gemeenteraad stelt uiteindelijk een (gewijzigde) omgevingsvisie vast. Bij het vaststellen van een omgevingsvisie wordt aangegeven hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.
Toezicht en handhaving
Tot slot hebben toezicht en handhaving een belangrijke functie binnen het omgevingsbeleid. Dit zijn de middelen om activiteiten en de staat van de fysieke leefomgeving te volgen en waar nodig te waarborgen. In de praktijk komt het erop neer dat wij toezicht zullen uitoefenen op de vergunningen die verleend worden op grond van het omgevingsplan. Ook zullen wij toezien op naleving van de algemene regels die zijn opgenomen in het omgevingsplan en in onze programma’s.
6.4 Bekostiging
De omvang van de gemeentelijke opgaven en ambities is groot, bijvoorbeeld in de openbare ruimte, voor allerhande voorzieningen zoals scholen, groen, energie, maar ook ingrepen in de (energie-) infrastructuur om onze bereikbaarheid op orde te brengen en om onze leefomgeving aan te passen aan het veranderende klimaat.
Kostenverhaal
De Omgevingswet verplicht overheden om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen die toerekenbaar zijn aan een ontwikkeling proportioneel te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aanleg van openbare voorzieningen in het ontwikkelde gebied. De Omgevingswet biedt daarbij een wettelijke grondslag voor een (anterieure) overeenkomst tussen de gemeente en een initiatiefnemer. Kostendragers zijn onder meer woningbouwprojecten, realisatie van haven-, industrie- en/of bedrijventerreinen, kantoren en andere commerciële voorzieningen.
Naast het verhalen van de kosten voor het opstellen van het omgevingsplan, de gemeentelijke organisatiekosten en de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van een gebied zoals openbare voorzieningen, verhaalt gemeente Velsen een gebiedseigen bijdrage en de bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen wanneer dat aan de orde is. De kostensoortenlijst, zoals opgenomen in het Omgevingsbesluit, vormt het uitgangspunt voor de te verhalen gemeentelijke kosten binnen een plangebied. In deze omgevingsvisie hebben we als gemeente Velsen stevige ambities en zien we grootschalige ontwikkelingen op ons afkomen. Hiermee gaan forse investeringen gepaard. Een deel van deze investeringen zijn toe te rekenen aan een specifiek plangebied en zijn rechtstreeks verhaalbaar en een deel van de kosten worden veroorzaakt door meerdere plangebieden en zullen op die gebieden worden verhaald.
Een deel van de investeringen is niet zomaar langs de lat van profijt, toerekenbaarheid, proportionaliteit te leggen, maar zijn wel van toegevoegde waarde voor iedereen op het grondgebied van de gemeente Velsen. In artikel 8.13 Omgevingsbesluit zijn de activiteiten opgenomen waarbij de gemeente verplicht de kosten moet verhalen. Naast het verplichte kostenverhaal biedt de Omgevingswet de gemeente ook de mogelijkheid om zogenaamde financiële bijdragen voor de ontwikkeling van een gebied te vragen. Deze financiële bijdragen kunnen op grond van artikel 13.22 Omgevingswet worden overeengekomen in een overeenkomst of op grond van artikel 13.23 Omgevingswet worden opgenomen in het Omgevingsplan. In de artikelen 8.13 en 8.20 Omgevingsbesluit staan de activiteiten opgenomen waarvoor bij overeenkomst een financiële bijdrage kan worden gevraagd en in artikel 8.13 Omgevingsbesluit staan de activiteiten opgenomen waarvoor in een omgevingsplan een financiële bijdrage kan worden opgenomen.
De gemeente zal een financiële bijdrage gaan vragen om in te zetten voor gemeentelijke investeringen, die gericht zijn op het versterken of in stand houden van maatschappelijk belangrijke functies en de leefbaarheid, zoals onder meer voorzieningen, natuur, recreatie, waterberging en infrastructuur. Kostendragers zijn onder meer bouwwerken voor energie-infrastructuur, telecommunicatie, tuinbouw en veeteelt, handelsreclame en recreatie. Ook de wijziging van functies van gebouwen en grond met een bepaalde minimum afmeting zijn extra kostendragers.
Hoe we in Velsen omgaan met de financiële bijdrage aan eerdergenoemde ruimtelijke ontwikkelingen werken we uit in een Nota kostenverhaal. Deze Nota kostenverhaal is deels een nadere uitwerking van de Nota grondbeleid. De Nota kostenverhaal is echter deels ook de onderbouwing voor het vragen van financiële bijdragen op basis van deze Omgevingsvisie.
Met de Nota Kostenverhaal worden uitgangspunten vastgelegd over de wijze waarop de kosten verhaald worden op initiatiefnemers van activiteiten en op welke wijze de gemeente financiële bijdragen gaat vragen. De Nota is een onderdeel van het gemeentelijk omgevingsbeleid. Het maakt deel uit van het geheel van visies, kaders en beleid over de fysieke leefomgeving. De Nota Kostenverhaal zal de status van programma krijgen, eveneens een kerninstrument onder de Omgevingswet. De Omgevingswet bepaalt dat zowel een omgevingsvisie en een programma de juridische basis kunnen vormen voor kostenverhaal.
Van structureel naar incidenteel
De financiële positie van gemeenten verandert. Waar vroeger structurele financiering via het Gemeentefonds de basis vormde, zijn gemeenten steeds vaker aangewezen op tijdelijke, projectmatige of incidentele middelen vanuit het Rijk en Europa. De aangekondigde hervorming van het Gemeentefonds, met een verschuiving naar doeluitkeringen en resultaatsfinanciering, vergroot deze afhankelijkheid. Dit maakt gemeentefinanciën minder voorspelbaar en legt druk op continuïteit van beleid en uitvoering.
Het ‘nieuwe normaal’ betekent dat we wendbaar moeten zijn in de manier waarop we plannen, begroten en uitvoeren. Incidentele middelen bieden kansen om vernieuwing aan te jagen, maar brengen ook risico’s met zich mee. Ze vragen om meer administratieve inspanning, een hogere verantwoordingsdruk en dwingen soms tot kortetermijnbeslissingen. Tegelijkertijd biedt deze dynamiek ruimte voor innovatie, samenwerking en meervoudige waardecreatie: het combineren van middelen uit verschillende domeinen om meerdere doelen tegelijk te bereiken.
Velsen anticipeert hierop door begrotingen flexibeler in te richten en meerjarig te denken in programmalijnen in plaats van losse projecten. We werken nauw samen met regionale partners, provincie Noord-Holland, woningcorporaties, bedrijven en maatschappelijke organisaties om middelen te bundelen en gezamenlijk te investeren. Daarbij benutten we innovatieve financieringsvormen, zoals publiek-private samenwerking, revolving funds en cofinanciering binnen Regiodeals en Europese programma’s.
Tegelijkertijd blijven we als gemeente pleiten voor structurele en voorspelbare financiering vanuit het Rijk. Alleen zo kunnen gemeenten hun wettelijke en maatschappelijke taken duurzaam blijven uitvoeren. Tot die tijd zetten we incidenteel geld strategisch in als aanjager en katalysator van langetermijndoelen. Door te prioriteren, te faseren en synergie te zoeken tussen projecten ontstaat een sneeuwbaleffect waarmee we stap voor stap bouwen aan een toekomstbestendig Velsen.
Prioriteren en faseren
Omdat incidentele middelen beperkt zijn in tijd en omvang, maken we bewuste keuzes in waar en wanneer we investeren. We richten ons eerst op de deelgebieden die in deze omgevingsvisie als prioriteitsgebied zijn aangewezen, en op de icoonprojecten die de meeste impact hebben op de leefkwaliteit van Velsen. Voor woningbouw betekent dat een focus op Duinstad IJmuiden, in het bijzonder Pont tot Park. Voor gezondheid ligt de prioriteit in Zee- en Duinwijk en Velsen-Noord. Incidentele financiering wordt daarbij ingezet om de eerste fasen te realiseren en momentum te creëren. Verdere fasen kunnen vervolgens worden gefinancierd via nieuwe subsidieregelingen, publieke en private bijdragen of opbrengsten uit grond en vastgoed. Zo bouwen we stapsgewijs aan continuïteit, ook binnen tijdelijke middelen.
Combineren van middelen
Door incidenteel geld slim te combineren met andere financieringsbronnen, vergroten we de slagkracht van onze investeringen. Denk aan de koppeling van Rijksmiddelen aan bijdragen van woningcorporaties, energiecoöperaties, ontwikkelaars of maatschappelijke fondsen. Een voorbeeld is de realisatie van de groene verbindingszone, waarbij middelen uit klimaatadaptatie, natuurherstel en gezondheid worden samengebracht. Ook zoeken we actief aansluiting bij regionale en Europese programma’s om gezamenlijke ambities te financieren. Zo benutten we elke euro meervoudig en versterken we de samenhang tussen ruimtelijke en sociale doelen.
Meervoudige waardecreatie
We investeren bij voorkeur in projecten die meerdere doelen tegelijk dienen – zodat ze bijdragen aan zowel duurzaamheid, gezondheid als sociale vooruitgang. De Regiodeal MRA West is daarvan een goed voorbeeld: binnen dit programma worden thema’s als groen, klimaatadaptatie, leefbaarheid en gezondheid gecombineerd in integrale gebiedsaanpakken. Door deze manier van werken kunnen verschillende beleidsvelden en budgetten elkaar versterken.
Velsen voert hierin de regie door partijen te verbinden, initiatieven te bundelen en kansen te benutten die bijdragen aan een gezonde, duurzame en economisch sterke gemeente. Incidenteel geld blijft daarmee geen noodzaak, maar een strategisch instrument om blijvende waarde te creëren.
6.5 Naar een uitvoeringsagenda
Met de vaststelling van deze omgevingsvisie heeft Velsen een stevige basis gelegd voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in de komende jaren. De visie geeft richting aan hoe we willen groeien, beschermen, verduurzamen en verbinden. Daarmee is dit document geen eindpunt, maar het begin van een nieuwe fase: de uitvoering.
De omgevingsvisie vormt het strategisch kompas – de uitvoeringsagenda geeft er vaart aan. Deze agenda vertaalt de ambities uit de visie naar concrete stappen, projecten en programma’s. Hierin wordt vastgelegd wat we de komende jaren doen, wanneer we dat doen, met welk doel, welke middelen daarvoor beschikbaar zijn en wie daarbij aan zet is. Zo maken we inzichtelijk hoe we als gemeente samen met inwoners, partners en andere overheden toewerken naar een gezond, duurzaam en toekomstbestendig Velsen.
Het is aan de nieuwe gemeenteraad om, na de vaststelling van de omgevingsvisie, deze uitvoeringsagenda vast te stellen. Daarmee bepaalt de raad welke prioriteiten in de komende bestuursperiode centraal staan en hoe we beschikbare middelen het beste inzetten. De uitvoeringsagenda wordt daarbij het instrument om koers te houden én ruimte te laten voor nieuwe ontwikkelingen of maatschappelijke kansen die zich in de tussentijd aandienen.
De uitvoeringsagenda sluit aan op de programmatische werkwijze van de Omgevingswet. Voor elk programma of thema – zoals wonen, gezondheid, klimaat, energie of mobiliteit – benoemen we de concrete maatregelen en investeringen die bijdragen aan de doelen uit deze visie. Daarbij wordt steeds aangegeven welke middelen we inzetten (structureel of incidenteel), welke partners betrokken zijn en hoe voortgang wordt gemonitord en gerapporteerd aan de raad.
De uitvoeringsagenda is een levend document. Ze groeit mee met nieuwe inzichten, financiële mogelijkheden en veranderende omstandigheden. Door jaarlijks te evalueren en bij te sturen, zorgen we dat Velsen wendbaar blijft en haar ambities stap voor stap waarmaakt. Zo brengen we de omgevingsvisie tot leven – in projecten, in wijken en in samenwerking met iedereen die bijdraagt aan de toekomst van onze gemeente.
Meer informatie
Deze omgevingsvisie is tot stand gekomen in samenhang met verschillende onderzoeken, participatietrajecten en beleidsdocumenten. Ter verdieping en achtergrondinformatie zijn aanvullende documenten beschikbaar via de website van de gemeente Velsen.
Hier vindt u onder andere:
-
a.
het participatiedocument met een overzicht van het doorlopen participatieproces en de opgehaalde reacties;
-
b.
de omgevingseffectenscan met de onderzochte effecten en afwegingen;
-
c.
aanpalend beleid en relevante programma’s die samenhangen met de omgevingsvisie;
-
d.
aanvullende kaarten, onderzoeken en thematische uitwerkingen;
-
e.
informatie over de behandeling en vaststelling van de omgevingsvisie door de gemeenteraad van Velsen op 29 januari 2026, inclusief de bijbehorende raadsstukken en besluitvorming.
Alle documenten zijn te raadplegen via:
Beeldverantwoording
Bij de totstandkoming van deze omgevingsvisie is gebruikgemaakt van fotografie, illustraties, kaarten en ander beeldmateriaal van verschillende makers en organisaties. De gemeente Velsen dankt allen voor het beschikbaar stellen van hun materiaal voor gebruik in deze omgevingsvisie. Tenzij anders vermeld, berusten de rechten van het gebruikte beeldmateriaal bij de betreffende makers of rechthebbenden.
Kaartmateriaal, illustraties en visualisaties zijn gemaakt door gemeente Velsen.
Mocht ondanks zorgvuldige bronvermelding toch onbedoeld beeldmateriaal zonder juiste vermelding zijn opgenomen, dan verzoeken wij de rechthebbende contact op te nemen met de gemeente Velsen.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl
