Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767824
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767824/1
Verordening Kinderopvang SMI gemeente Rijssen-Holten
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 15-10-2026
Intitulé
Verordening Kinderopvang SMI gemeente Rijssen-HoltenDe raad van de gemeente Rijssen-Holten,
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 augustus;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; gezien de behandeling in de commissie MDV van 7 september 2026.
BESLUIT:
Vast te stellen de “Verordening Kinderopvang SMI gemeente Rijssen-Holten”.
Inleiding
De regeling voor een sociaal medische indicatie biedt ouders financiële mogelijkheden om tijdelijk kinderopvang mogelijk te maken. Er zijn namelijk ouders die geen gebruik kunnen maken van kinderopvangtoeslag, terwijl kinderopvang wel (zeer) wenselijk is. Dit zijn (alleenstaande) ouders die, vanwege sociaal-medische redenen, niet of slechts gedeeltelijk gebruik kunnen maken van de kinderopvangtoeslag. Bijvoorbeeld als één van de ouders werkt, terwijl de andere ouder om sociale- of gezondheidsproblemen tijdelijk niet voor de kinderen kan zorgen. Voor deze kinderen is opvang via een sociaal medische indicatie mogelijk. Op die manier kan toegewerkt worden naar een structurele oplossing voor de gezinssituatie.
Het kan ook voorkomen dat het welbevinden en opgroeisituatie van het kind gevaar loopt door allerlei omstandigheden. Bij deze situaties is het belangrijk dat het kind meer tijd buitenshuis doorbrengt, in een veilige, pedagogisch verantwoorde en ontspannen omgeving.
Belang van het kind
Bij de uitvoering van deze verordening staat het belang van het kind centraal. Het college betrekt bij iedere beslissing op grond van deze verordening de gevolgen voor de veiligheid, ontwikkeling, gezondheid en het welzijn van het kind.
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen
Artikel 1 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- -
bsn: burgerservicenummer;
- -
budget: het bedrag dat voor kinderopvang SMI is opgenomen in de raadsbegroting voor het betreffende kalenderjaar;
- -
Bufferuren kinderopvang: De ruimte binnen het recht op kinderopvangtoeslag waarbij ouders minder uren opvang hebben afgenomen dan het maximaal toegestane aantal op basis van de urenkoppeling. De niet-benutte uren binnen dit recht worden aangeduid als bufferuren en kunnen in een later tijdvak binnen hetzelfde kalenderjaar nog worden gebruikt;
- -
buitenschoolse opvang: kinderopvang verzorgd door een kindercentrum voor kinderen in de leeftijd dat ze naar het basisonderwijs kunnen gaan, waarbij opvang wordt geboden voor of na de dagelijkse schooltijd evenals gedurende vrije dagen of middagen en in schoolvakanties;
- -
college: het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten;
- -
dagopvang: kinderopvang verzorgd door een kindercentrum voor kinderen tot de leeftijd waarop zij het basisonderwijs gaan volgen;
- -
gastouderopvang: een geregistreerde en kleinschalige vorm van kinderopvang in een huiselijke omgeving, waarbij gastouders een kind opvangen op het woonadres van de gastouder of bij de vraagouder thuis (thuisopvang)
- -
kind: een persoon van 3 maanden tot einde basisschoolleeftijd, die staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het woonadres van de ouder(s) en deel uitmaakt van het gezin van de ouder(s);
- -
kindercentrum: een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang en die is ingeschreven in het landelijk register kinderopvang;
- -
kinderopvang: het bedrijfsmatig verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen in de vorm van dagopvang of buitenschoolse opvang in een kindercentrum of via gastouderopvang;
- -
ouder(s): de bloed- of aanverwant(en) in opgaande lijn of de pleegouder(s) of verzorgers van een kind op wie de kinderopvang betrekking heeft;
- -
sociaal medische problematiek: sociale en/of medische problematiek van ouder(s) die negatieve gevolgen heeft voor het functioneren van het gezin;
- -
voorziening kinderopvang SMI: een opvangplek bij een kindercentrum of een bij gastouderopvang voor een kind van ouders met een sociaal medische indicatie voor kinderopvang voor dat kind.
Artikel 2: Doelgroep
-
1. Ouder(s) met een ziekte of een lichamelijke, zintuigelijke, verstandelijke of psychische beperking. Hieronder wordt verstaan:
- a.
ouder(s) met een aantoonbare lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking en/of verslaving, voor wie is vastgesteld dat deze beperking(en) kinderopvang noodzakelijk maken ter ontlasting van de ouder(s);
- b.
ouder(s) met een beperking in de dagelijkse verzorgingstaken, bijvoorbeeld wanneer ondersteuning bij algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) nodig is;
- c.
ouder(s) met een beperkte emotionele beschikbaarheid, bijvoorbeeld door overbelasting, burn-out of psychische of sociale problematiek, waardoor zij onvoldoende energie of aandacht kunnen opbrengen, onvoorspelbaar reageren of tijdelijk niet beschikbaar zijn;
- d.
ouder(s) met een fysieke afwezigheid, bijvoorbeeld als gevolg van een behandeling, revalidatie of opname;
- e.
ouder(s) die leven met een chronische lichamelijke of psychische aandoening, of een verstandelijke beperking waardoor zij structureel niet in staat zijn zelf de benodigde opvang te bieden
- a.
-
2. Ouder(s) met een kind voor wie is vastgesteld dat kinderopvang noodzakelijk is om een veilige, stabiele of gezonde ontwikkeling te waarborgen. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer de thuissituatie onvoldoende veiligheid biedt of als daardoor sprake is van omstandigheden die kunnen leiden tot onveiligheid of een ontwikkelingsachterstand.
Hoofdstuk 2: Aanvraag, beoordeling en beslissing
Artikel 3. De aanvraag
-
1. Een aanvraag voor een voorziening kinderopvang SMI kan door de ouder(s) van het kind zowel schriftelijk als digitaal worden ingediend door middel van het daarvoor door het college vastgestelde aanvraagformulier.
-
2. Bij de aanvraag verlenen ouder(s) via het aanvraagformulier een machtiging aan de gemeente voor het opvragen van nadere sociaal-medische informatie bij hun behandelaar of hulpverlener, uitsluitend ten behoeve van de advisering over de noodzaak van de voorziening.
-
3. Bij de aanvraag dienen ouder(s) een offerte of plaatsingscontract van de kinderopvang in, waaruit in ieder geval de kostprijs per uur van de kinderopvang en de eventuele ingangsdatum blijkt. Als er nog geen sprake is van kinderopvang kan de plaatsingsovereenkomst tijdens de afhandeling van de aanvraag worden verstrekt.
-
4. Bij de aanvraag verlenen de ouder(s) via het aanvraagformulier een machtiging aan de gemeente om de eventuele tegemoetkoming over te maken op rekening van de kinderopvangorganisatie
-
5. Het college bevestigt de ontvangst van een aanvraag.
Artikel 4 Beslistermijn
-
1. Het college besluit binnen 8 weken na ontvangst van een volledige aanvraag.
-
2. Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste 4 weken verdagen. Het stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.
Artikel 5. Onderzoek
-
1. Het college onderzoekt in een gesprek met de ouder(s) zo spoedig mogelijk de noodzaak voor het treffen van een voorziening kinderopvang SMI.
-
2. Het college kan in overleg met de ouder(s) afzien van het gesprek.
-
3. Het college kan de ingezette voorziening (tussentijds) evalueren.
-
4. Het college kan de inkomensgegevens controleren aan de hand van loonstroken van de laatste 3 maanden.
-
5. Het college kan in beleidsregels het onderzoek nader uitwerken.
Artikel 6. Deskundig oordeel en advies
Het college kan een specifiek deskundig oordeel en advies inwinnen, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist. Het college kan hierover beleidsregels vaststellen.
Artikel 7. Uitsluitingsgronden
-
1. Het college kent geen voorziening kinderopvang SMI of verlenging daarvan toe als:
- a.
ouder(s) en het kind niet zijn ingeschreven op hetzelfde adres in de gemeente Rijssen-Holten;
- b.
de aanvraag ziet op een situatie die geen relatie heeft met sociaal medische problematiek van ouder(s) of sociaal medische problematiek van een ander kind in het gezin dan het kind waarop de aanvraag om de voorziening kinderopvang SMI betrekking heeft;
- c.
er een andere passende voorliggende voorziening is, zoals de Kinderopvangtoeslag (Wet kinderopvang), Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige Zorg, Voor- en vroegschoolse educatie (VVE), of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
- d.
een andere oplossing voor de gezinssituatie meer voor de hand ligt, waarbij gedacht kan worden aan een specifiek op de problematiek gerichte professionele hulpvorm, anders dan kinderopvang, aantoonbaar beschikbaar en passend is en in voldoende mate tegemoetkomt aan de ondersteuningsbehoefte
- e.
een sociaal netwerk beschikbaar is dat gelet op de aanwezige sociaal medische problematiek voldoende ondersteuning kan bieden aan de ouder(s) en het kind;
- f.
de ontwikkelingskansen van het kind niet onder druk staan door de sociaal medische problematiek van ouder(s);
- g.
de opvang niet plaatsvindt bij een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of gastouder die geregistreerd is in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK);
- a.
-
2. Het college kan de tegemoetkoming kinderopvang SMI of de verlenging daarvan weigeren als naar zijn oordeel:
- a.
ouder(s) onvoldoende concrete actie ondernemen of hebben ondernomen ter verbetering van hun sociaal medische problematiek;
- b.
anderszins onvoldoende zicht is op vermindering van de sociaal medische problematiek van ouder(s) en de gevolgen hiervan voor het kind;
- c.
ouder(s) de verplichtingen als bedoeld in artikel 10 bij een eerdere verstrekking van de voorziening SMI niet zijn nagekomen
- a.
Artikel 8. Aard, omvang, duur en verlenging van de voorziening kinderopvang SMI
-
1. Het college kan, indien dit gelet op de sociaal medische problematiek van ouder(s) en de gevolgen hiervan voor het kind noodzakelijk is, een voorziening kinderopvang SMI verstrekken voor de duur van 6 maanden, welke bestaat uit:
- a.
een plek in de dagopvang voor 2 dagen in de week voor kinderen in de leeftijd van 3 maanden tot de leeftijd van 4 jaar;
- b.
een plek in de buitenschoolse opvang voor 2 dagen in de week voor kinderen in de leeftijd van 4 tot einde van de basisschoolleeftijd.
- a.
-
2. Het college kan indien dit gelet op de sociaal medische problematiek van ouder(s) en de gevolgen hiervan voor het kind noodzakelijk is, de periode genoemd in het eerste lid, eenmaal verlengen met maximaal 12 maanden.
-
3. Het college kan indien naar zijn oordeel de sociaal medische problematiek van ouders en de gevolgen hiervan voor het kind hiertoe noodzaakt, afwijken van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel.
-
4. Het college stelt de omvang van de voorziening kinderopvang SMI vast op het aantal uren dat op grond van de indicatie noodzakelijk is, verminderd met het eventuele aantal bufferuren kinderopvang waarover ouder(s) beschikken
-
5. Het college neemt uiterlijk 4 weken voor afloop van de voorziening kinderopvang SMI contact op met ouder(s) om een herbeoordeling uit te voeren of toekenning van verlenging van de voorziening als bedoeld in het tweede lid noodzakelijk is. Het college beoordeelt dit op basis van de actuele sociaal-medische problematiek van ouder(s) en de gevolgen hiervan voor het kind. Het college betrekt hierbij ook de mate waarin ouder(s) zich hebben ingespannen om de sociaal-medische problematiek te verminderen als bedoeld in artikel 10.
Artikel 9 Inhoud beschikking
-
1. In de beschikking tot verstrekking van een voorziening kinderopvang SMI wordt in ieder geval aangegeven:
- a.
de naam en de geboortedatum van het kind of de kinderen op wie de voorziening kinderopvang SMI betrekking heeft;
- b.
de begin- en einddatum van de voorziening kinderopvang SMI,
- c.
het aantal dagdelen en het aantal uren kinderopvang per week gespecificeerd per kind;
- d.
de hoogte van de tegemoetkoming
- e.
de hoogte van de eigen bijdrage van de ouder(s)
- f.
de verrekening van eventueel bestaand urensaldo (bufferuren) kinderopvang en de daaruit volgende vermindering van de omvang van de voorziening kinderopvang SMI;
- g.
de locatie van de kinderopvang;
- h.
een verwijzing naar het deskundig advies als bedoeld in artikel 6, als het college dit heeft ingewonnen, en bij afwijking van dat advies, de redenen daarvoor;
- i.
een verwijzing naar de verplichtingen van ouder(s) als bedoeld in artikel 10, waaronder de verplichting om wijzigingen in omstandigheden te melden en zich in te spannen om de sociaal-medische problematiek te verminderen;
- j.
de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald, waaronder de vermelding dat de gemeente de tegemoetkoming rechtstreeks uitbetaalt aan de kinderopvangorganisatie en dat de eigen bijdrage door de kinderopvangorganisatie rechtstreeks bij ouder(s) in rekening wordt gebracht
- a.
-
2. In de beschikking tot afwijzing van de voorziening wordt gemotiveerd waarom de gevraagde voorziening niet wordt toegekend.
Artikel 10. Wederkerigheid
-
1. In ruil voor de tegemoetkoming van de kosten voor kinderopvang moet de ouder (of de ouders) hulp zoeken voor het geconstateerde, onderliggende probleem en zich inzetten om het geconstateerde onderliggende probleem te verhelpen en/of te verminderen (wederkerigheid).
-
2. Indien ouder(s) niet aan de verplichtingen, zoals benoemd in lid 1, kan voldoen, in verband met bijzondere omstandigheden zoals een zwangerschap of ziekte, treedt de ouder in overleg met het college om afspraken te maken of en zo ja op welke termijn en in welke opbouw wel aan de verplichting voldaan kan worden.
-
3. Indien de ouder(s) zich onvoldoende inzet om het onderliggende probleem te verhelpen en/of te verminderen, dan kan de tegemoetkoming op basis van deze verordening stopgezet worden.
Artikel 11 Betaling tegemoetkoming
-
1. De gemeente betaalt de maandelijkse tegemoetkoming rechtstreeks uit aan de kinderopvang.
-
2. De kinderopvang brengt de eigen bijdrage zelf in rekening bij de ouder(s). De ouder(s) zijn zelf verantwoordelijk voor de betaling van de eigen bijdrage aan de kinderopvang. Het college stelt de hoogte van de eigen bijdrage vast op basis van het inkomen van ouder(s), met toepassing van de landelijke KOT-tabel. Het college hanteert daarbij een zo actueel mogelijke inschatting van het inkomen van ouder(s).
Artikel 12 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering
-
1. Ouder(s) geven elke verandering in omstandigheden die kan leiden tot een intrekking of wijziging van de voorziening kinderopvang SMI zo spoedig mogelijk door aan het college. Ouder(s) werken mee aan door het college ingesteld onderzoek om vast te stellen of er sprake is van een wijziging van omstandigheden als bedoeld in het vierde lid.
-
2. het college kan een beslissing aangaande de voorziening kinderopvang SMI herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat:
- a.
de ouder(s) onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
- b.
de ouder(s) en/of het kind niet langer op de voorziening zijn aangewezen;
- c.
de voorziening niet meer toereikend is te achten;
- d.
de ouder(s) niet voldoen aan de voorwaarden van de voorziening kinderopvang SMI, of;
- e.
de ouder(s) de voorziening niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd.
- a.
-
3. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten voorziening kinderopvang SMI
Hoofdstuk 3. Medezeggenschap
Artikel 13. Betrekken van ingezetenen bij het beleid
-
1. Het college betrekt de Adviesraad Sociaal Domein (ASD) gemeente Rijssen-Holten bij de voorbereiding van het beleid betreffende SMI overeenkomstig het geldende reglement ASD gemeente Rijssen-Holten.
-
2. Het college stelt de Adviesraad Sociaal Domein (ASD) Rijssen-Holten vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende SMI te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende SMI en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 14. Onvoorzien, nadere regels en hardheidsclausule
-
1. In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.
-
2. Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van deze verordening.
-
3. Het college kan in bijzondere gevallen in het voordeel van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 15. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Kinderopvang SMI Rijssen-Holten.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 24 september 2026.
De Voorzitter,
J.C.R. van Houdt
De Griffier,
G.H. Veerman
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl