Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767816
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767816/1
Regeling vervalt per 01-01-2028
Subsidieregeling Laagdrempelige steunpunten Mentaal Gezondheidsnetwerk Vitale Gelderse Vallei 2026-2027
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 22-10-2026 t/m 31-12-2027
Intitulé
Subsidieregeling Laagdrempelige steunpunten Mentaal Gezondheidsnetwerk Vitale Gelderse Vallei 2026-2027Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede;
gelezen het voorstel van 6 oktober 2026, zaaknummer 525172;
gelet op de artikelen 3, 5, 6, 7, 9, 12 en 15 van de Algemene subsidieverordening Ede 2017;
besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a)
Aanvrager: Een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid of een samenwerkingsverband van partijen die het beoogde steunpunt willen realiseren.
- b)
Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA): Het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) is een landelijk akkoord tussen zorgorganisaties, gemeenten en het ministerie van VWS. Het is een aanvulling op het Integraal Zorgakkoord (IZA) en richt zich op het toegankelijk en betaalbaar houden van de zorg.
- c)
De gemeente: De gemeente Ede als kassier van het samenwerkingsverband Vitale Gelderse Vallei.
- d)
Integraal Zorg Akkoord (IZA): Het Integraal Zorg Akkoord is een akkoord tussen het ministerie van VWS en verschillende partijen in de zorg om de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg voor de toekomst te verbeteren. Op basis van het IZA is het Mentaal Gezondheidsnetwerk Vitale Gelderse Vallei ontwikkeld.
- e)
Laagdrempelig steunpunt: Een fysiek of virtueel ontmoetings- en ondersteuningsplek, gericht op leren, herstel en ontwikkeling, waar inwoners met een psychische kwetsbaarheid (met name met een ernstige psychiatrische aandoening - EPA) en hun naasten, op vrijwillige basis en zonder verwijzing, toegang hebben tot peer-support, zelfhulp en activiteiten. Het aanbod is gericht op maatschappelijk herstel en zelfregie, zonder medische behandeling.
- f)
De 10 kenmerken: De tien kenmerken van laagdrempelige steunpunten zoals beschreven in het inhoudelijk en kader voor de realisatie van laagdrempelige steunpunten, zoals beschreven in bijlage 1.
- g)
De 9 waarden van mentale gezondheid: De waarden zoals beschreven door de Nederlandse Vereniging voor Zelfregie en Herstel (NVZH).
- h)
Herstelnetwerk Vallei: Het regionale netwerk van ervaringsdeskundigen, vrijwilligers en professionals dat de steunpunten ondersteunt en coördineert.
- i)
Samenwerkingsverband Vitale Gelderse Vallei: een uit het transformatieplan voortkomend samenwerkingsverband. Deze bestaat uit de gemeenten: Barneveld, Ede, Rhenen, Renswoude, Scherpenzeel, Veenendaal, Wageningen.
- j)
SPUK: Specifieke Uitkering: een regeling vanuit het Rijk waarvoor gemeente(n) onder voorwaarden financiering ontvangt;
- k)
Transformatiemiddelen: De financiële middelen verkregen uit het SPUK Transformatiemiddelen, specifiek bestemd voor de transformatie van de GGZ naar een sociaal maatschappelijk model.
- l)
Transformatieplan: gezamenlijk plan waarin een veerkrachtige regio omtrent mentale gezondheid centraal staat. Het doel van dit plan is om inzichtelijk te maken welke maatschappelijke opgaven in de regio spelen, hoe er via samenhangende initiatieven gewerkt kan worden aan passende zorg en ondersteuning, op welke wijze dit bijdraagt aan de IZA-doelstellingen en welke organisatie, randvoorwaarden en middelen daarvoor nodig zijn (zie bijlage 2).
- m)
Ervaringsdeskundige: Een professional die gebruik maakt van eigen ervaring met psychische kwetsbaarheid of zorgtrajecten om anderen te ondersteunen, conform het beroepscompetentieprofiel.
- n)
Cofinanciering: De financiering van kosten die niet uit de SPUK-transformatiemiddelen mogen worden bekostigd, zoals huur, energie, materialen en activiteitenbudgetten.
Artikel 2. Doel subsidieregeling
Deze subsidieregeling heeft als doel laagdrempelige steunpunten te realiseren en activiteiten en samenwerkingsafspraken te stimuleren die bijdragen aan de doelstellingen in het Transformatieplan. De focus ligt op positieve gezondheid, preventie en welzijn, kwaliteit, toegankelijkheid en de betaalbaarheid van laagdrempelige ondersteuning.
Artikel 3. Subsidiabele activiteiten en kosten
-
1. Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor de volgende activiteiten:
- a.
Exploitatie van laagdrempelige steunpunten conform de ambitie uit het Transformatieplan MGN Vitale Gelderse Vallei, zie bijlage 2, en het inhoudelijke kader voor de realisatie van laagdrempelige steunpunten, zie bijlage 1.
- b.
Activiteiten georganiseerd vanuit een laagdrempelige inloop gericht op versterking van de sociale basis en inclusiviteit voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid.
- c.
Het bieden van een verwijsalternatief voor de curatieve GGZ, gericht op preventie en herstel.
- d.
Borging van een structureel aanbod van herstelactiviteiten (zoals peer-supportgroepen, sport, ontmoeting) in de wijk.
- e.
Het organiseren van coördinatie, training en inzet van vrijwilligers t.b.v. de openingsmomenten van het laagdrempelig steunpunt.
- a.
-
2. Uitsluitend kosten die naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk en redelijk zijn voor de aangevraagde activiteiten komen in aanmerking voor subsidie.
-
3. Subsidie wordt slechts verleend voor de daadwerkelijk gemaakte kosten.
-
4. Niet subsidiabel zijn:
- a.
kosten voor eten en drinken tenzij deze kosten onlosmakelijk verbonden zijn met de activiteit;
- b.
notariskosten voor de oprichting van een stichting;
- c.
extra kosten voor uitbreiding of verplaatsing van de huisvesting;
- d.
structurele kosten zoals huur, gas, water, licht, materialen;
- e.
kosten die uit andere publieke bronnen worden gefinancierd (dubbele financiering);
- f.
aanschaf van gebruiksgoederen, tenzij aangetoond kan worden dat deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
- g.
overige materiële investeringen, tenzij aangetoond kan worden dat deze noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, dit ter beoordeling van het college.
- a.
Artikel 4. Subsidieontvanger
Voor subsidie op grond van deze regeling komen in aanmerking uitsluitend stichtingen en verenigingen.
Artikel 5. Subsidiecriteria en verplichtingen
-
1. Om in aanmerking te komen voor subsidie als bedoeld in deze regeling, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
De activiteiten vinden plaats de gemeenten die samen zijn verenigd in het samenwerkingsverband Vitale Gelderse Vallei en;
- b.
De activiteiten waarvoor een subsidie wordt verstrekt dienen binnen één jaar na toekenning van de subsidie te worden uitgevoerd.
- a.
-
2. De subsidieontvanger voldoet gedurende de gehele looptijd van de activiteiten aan de volgende verplichtingen:
- a.
Het steunpunt wordt gerund door vrijwilligers en ervaringsdeskundigen die in de lead zijn;
- b.
Er is sprake van co-creatie en gezamenlijk eigenaarschap; er wordt gewerkt vanuit 'wat past bij jou' zonder vaste stappenplannen of protocollen;
- c.
Er is een duidelijke link naar de formele zorg (huisartsen, wijk-GGZ, consultatiefunctie) voor escalatie bij complexe problematiek;
- d.
Er is vastgelegd hoe bij signalen van suïcidaliteit, acute onveiligheid of andere situaties waarin direct professionele ondersteuning noodzakelijk is, actief de verbinding gelegd wordt met passende hulp- en zorgverlenende instanties;
- e.
Het aanbod vormt een alternatief voor of aanvulling op de curatieve GGZ, zonder dat er medische behandelingen plaatsvinden;
- f.
Het steunpunt is fysiek aanwezig in de gemeenten die samen zijn verenigd in het samenwerkingsverband Vitale Gelderse Vallei en de door de steunpunt aangeboden activiteiten vinden plaats in de betreffende gemeente;
- g.
De werkwijze schriftelijk vastleggen, inclusief hoe algemene veiligheid wordt geborgd;
- h.
Kwartaalrapportages leveren over bereik, activiteiten en kwaliteit, en in ieder geval het aantal bezoeken, unieke bezoekers en verwijzingen per maand. En ook de toename in activiteiten die plaatsvinden in een laagdrempelig steunpunten en de inzet die gedaan wordt om het bereik van laagdrempelige steunpunten en het herstelnetwerk Vallei te vergroten;
- i.
De verplichting om bij de subsidieverantwoording te allen tijde volledig mee te werken aan onderzoek en vragen van de accountant van de gemeente Ede. Deze verplichting omvat onder meer het tijdig en volledig aanleveren van alle relevante gegevens en bescheiden die verband houden met de subsidie, tevens het faciliteren van eventuele nadere toelichtingen door de betrokken externe partij, voor zover dit redelijkerwijs van de subsidieontvanger kan worden verlangd.
- a.
Artikel 6. Aanvraag
-
1. Aanvullend op hetgeen is bepaald in artikel 6 van de Algemene subsidieverordening Ede 2017 dient de aanvraag het volgende te bevatten:
- a.
Een projectplan conform de 10 kenmerken van laagdrempelige steunpunten, zie bijlage 1;
- b.
Een begroting die duidelijk maakt welke kosten worden gedekt door de subsidie en welke door cofinanciering;
- c.
Een beschrijving van de betrokkenheid van ervaringsdeskundigen bij de uitvoering van activiteiten;
- d.
Een plan voor kwaliteitsborging (intervisie, scholing, deskundigheidsbevordering) binnen 6 maanden na aanvang van het eerste projectjaar;
- e.
Een plan voor borging en duurzaamheid na 2027;
- f.
Een verklaring van geen dubbele financiering. De verklaring is een eigen gekozen format waarin tenminste het project genoemd wordt en welke ondertekend is door het bestuur dan wel de raad van toezicht van de aanvrager.
- a.
-
2. Aanvragen op grond van deze regeling kunnen worden ingediend vanaf 1 november 2026.
Artikel 7. Subsidieplafond en wijze van verdeling
-
1. Voor activiteiten op grond deze subsidieregeling kunnen burgemeester en wethouders een subsidieplafond vaststellen.
-
2. Het subsidieplafond bedraagt € 819.000.
-
3. Het maximaal aan te vragen bedrag bedraagt € 91.000 per aanvraag.
-
4. Voor zover het subsidieplafond niet toereikend is om alle aanvragen die in aanmerking komen voor een subsidie toe te kennen, verdeelt het college het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, tot het subsidieplafond is bereikt. De datum van ontvangst is de datum waarop de aanvraag volledig is ingediend.
Artikel 8. Weigeringsgronden
-
1. Voor alle ingediende subsidieaanvragen gelden de weigeringsgronden die zijn opgenomen artikel 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 9 van de Algemene subsidieverordening Ede 2017.
-
2. Onverminderd het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder weigeren:
- a.
Indien het steunpunt niet voldoet aan de 10 kenmerken van laagdrempelige steunpunten;
- b.
Indien het steunpunt niet fysiek aanwezig is in de gemeenten die samen zijn verenigd in het samenwerkingsverband Vitale Gelderse Vallei en de door de steunpunt aangeboden activiteiten niet plaats vinden in de betreffende gemeente;
- c.
Indien de aanvrager niet aannemelijk maakt dat de kosten voor huur, gas, water en licht zijn gedekt door cofinanciering;
- d.
Indien er niet is vastgelegd hoe bij signalen van suïcidaliteit, acute onveiligheid of andere situaties waarin direct professionele ondersteuning noodzakelijk is, actief de verbinding gelegd wordt met passende hulp- en zorgverlenende instanties.
- a.
Artikel 9. Vaststelling
Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie dient de aanvrager, in aanvulling op hetgeen is bepaald in de Algemene subsidieverordening Ede 2017 het volgende in te dienen:
- a.
Een financiële verantwoording: een specificatie van de gemaakte kosten, gescheiden naar de toegestane posten en de cofinanciering;
- b.
Een inhoudelijke verantwoording: een rapportage gebaseerd op participatieve monitoring met kwantitatieve data (aantal unieke bezoekers, aantal activiteiten, verwijzingen) en kwalitatieve data (signalen van effecten op herstel en zelfregie).
Artikel 10. Overgangs- en slotbepalingen
-
1. Deze regeling treedt in werking op de achtste dag na die van bekendmaking en komt te vervallen per 1 januari 2028.
-
2. De subsidieregeling blijft na 1 januari 2028 van toepassing op de afwikkeling van subsidies die voor de vervaldatum op basis van deze regeling zijn verleend en op bezwaar- en beroepsprocedures ten aanzien van die subsidies. Deze regeling blijft eveneens van toepassing op aanvragen waarop voor de vervaldatum nog niet is beslist.
-
3. Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Laagdrempelige steunpunten Mentaal Gezondheidsnetwerk Vitale Gelderse Vallei 2026-2027.
Ondertekening
Vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders d.d. 6 oktober 2026, zaaknummer 525172.
Het college voornoemd,
G.H. van Ommeren
de loco-secretaris,
mr. L.J. Verhulst
de burgemeester,
Bijlage 1 Dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten in de Gelderse Vallei
Een inhoudelijk kader voor de realisatie van laagdrempelige steunpunten, als onderdeel van het Mentaal Gezondheidsnetwerk
“Zorgzaam zijn mét en vóór elkaar zodat iedereen volwaardig mee kan doen in een veilige maatschappij”
Inleiding
In het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) zijn onder andere afspraken gemaakt gericht op het verbeteren van de samenwerking tussen sociaal domein, de huisartsenzorg en de ggz. De gezamenlijke opgave is om de ondersteuning en zorg voor mensen met psychische klachten, waaronder verslavingsproblematiek, en hun naasten, anders en beter te organiseren. Zodat we nu en in de toekomst kwalitatief goede ondersteuning en zorg kunnen blijven verlenen. Dit vraagt betere domein overstijgende samenwerking, passende ondersteuning en zorg en ook een stevige sociale basis (het steunend systeem rond de burger). De beweging naar 'de voorkant' moet sterker en duurzamer, nog niet iedere inwoner kan nabij laagdrempelig terecht voor zelfregie en herstel.
Niet altijd is professionele ondersteuning of zorg het meest passende antwoord op een hulpvraag. En niet iedere vraag is een zorgvraag. Hierbij is een beweging gaande van medicalisering naar normalisering.
Ruimte voor maatschappelijk en persoonlijk herstel op je eigen tempo en in wederkerigheid met anderen, is een gelijkwaardige waarde náást goede zorg, echter nog niet alle inwoners kunnen hiervoor in hun nabijheid terecht. In het IZA/AZWA is daarom een van de afspraken om te komen tot een landelijk dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten, zoals zelfregie en herstelinitiatieven. Tevens is er overeenstemming over dat laagdrempelige steunpunten onderdeel worden van de basisfunctionaliteit, zoals beschreven in het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord 1 . Vanuit deze afspraken ligt er een gezamenlijke opgave om in de Gelderse Vallei regio laagdrempelige steunpunten te ontwikkelen. In deze regio is dit als onderdeel opgenomen in het Transformatieplan Mentaal Gezondheidsnetwerk. Dit is een overkoepelend Transformatieplan bestaande uit 4 trajecten die elkaar versterken ten behoeve van mentale vitaliteit in de regio. Het opzetten van een netwerk van laagdrempelige steunpunten is 1 van deze 4 trajecten.
Wat nemen we hierin mee?
- •
Vanuit het IZA/AZWA is er de afspraak dat er uiterlijk in 2030 een dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten is. In de regio Gelderse Vallei hebben we de ambitie om in de komende 2 jaar, 2026 tot 2028, te komen tot een dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten, zoals zelfregie- en herstelcentra, waar iedere inwoner, met name mensen met EPA2 (Ernstige Psychiatrische Aandoeningen), toegang tot heeft: gerund door vrijwilligers en ervaringsdeskundigen, in verbinding met sociaal werkers en ggz professionals. Met een link/aanspreekpunt naar huisartsen.
- •
Mensen met een psychische hulpvraag, met name mensen met een ernstige psychiatrische aandoening, weten eind 2027 de weg weten te vinden en/of worden actief verwezen naar laagdrempelige steunpunten en (digitale) bondgenootgroepen (in plaats van of naast verwezen te worden naar de ggz).
- •
Voor de inloopvoorzieningen worden voor de jaren tot en met 2027 SPUK Transformatiemiddelen aan de gemeenten aangewend, conform de beschreven werkwijze van deze transformatiemiddelen.
Inhoudelijke kader
Kenmerken van laagdrempelige steunpunten
Laagdrempelige steunpunten dragen als middel bij aan het maatschappelijk herstel van mensen die door problemen met hun mentale gezondheid hun rollen verliezen in de maatschappij. Juist omdat deze steunpunten in de maatschappij staan naast de ggz. Deze steunpunten hebben een belangrijke waarde voor mensen om te kunnen groeien in zelfregie en herstel. Dit draagt bij aan het voorkomen van instroom in de ggz en het versnelt uitstroom uit behandeling.
De IZA-werkgroep3S formuleerde voor laagdrempelige steunpunten, zoals bedoeld in de IZA-afspraak, kenmerken van laagdrempelige steunpunten. Deze kenmerken worden gevolgd in de implementatie in de Gelderse Vallei. De kenmerken zijn als volgt:
Voor wie?
- 1.
Het is voor iedereen laagdrempelig toegankelijk en in het bijzonder voor mensen met (ernstige/langdurige) psychische (de EPA-doelgroep) en/of sociaal-emotionele kwetsbaarheid en hun naasten.
Waartoe?
- 2.
Het steunpunt is gericht op leren, herstel en ontwikkeling, dit gaat verder dan alleen een luisterend oor en koffie.
Hoe werkt het?
- 3.
Zowel bezoekers/deelnemers als medewerkers hebben iets te halen én te brengen. Er is sprake van co-creatie en gezamenlijk eigenaarschap.
- 4.
De ondersteuning krijgt vorm vanuit de behoeften van de mensen.
- 5.
Wij zien elkaar als mens, niet als cliënt of hulpverlener.
- 6.
Er is sprake van wederkerigheid en gelijkwaardigheid, op basis van wederzijds begrip, herkenning en erkenning.
- 7.
Er wordt gewerkt vanuit ‘wat past bij jou’, zonder stappenplannen of protocollen, er is een aanbod van methodische zelfhulp dat zich vanuit co-creatie en peer-support steeds verder ontwikkelt.
- 8.
In het steunpunt komt collectieve ervaringskennis samen.
Door wie?
- 9.
In het initiatief zijn ervaringsdeskundigen en/of ervaringswerkers in de lead.
Met wie?
- 10.
Er is samenwerking met de formele en informele (keten)partners, zoals:
- a.
sociaal domein (gemeente)
- b.
welzijnsorganisaties
- c.
huisartsen
- d.
zorgaanbieders
- a.
Zodat makkelijk afstemming kan plaatsvinden en mensen wanneer nodig kunnen worden gekoppeld aan de voor hen juiste personen of instanties.
Deze kenmerken vormen een kader om te toetsen of een initiatief overeenkomt met laagdrempelige steunpunten zoals bedoeld in de IZA-afspraak. Deze kenmerken zoals met dit document lokaal overgenomen, kunnen worden aangepast wanneer de landelijke handreiking vanuit het AZWA hiertoe om vraagt.
Een nadere toelichting op laagdrempelige steunpunten: laagdrempelige steunpunten zijn er voor inwoners met psychische en/of psychosociale kwetsbaarheden, waaronder verslavingsproblematiek, en hun naasten, kennen diverse verschijningsvormen. De verzamelnaam hiervoor is zelfregie- en herstelinitiatieven. Vormen van zelfregie- en herstelinitiatieven zijn bijvoorbeeld: herstelacademie, zelfregiecentrum, herstelhuis, door & voor-initiatief, herstelruimte, herstelwerkplaats, recovery college, respijthuis. En soms kiezen organisaties een geheel andere naam.
Wat alle zelfregie- en herstelinitiatieven verbindt is dat er altijd een integrale combinatie is van minstens inloop & ontmoeting, activiteiten (door & voor), herstelaanbod (cursussen en methodieken die door&voor zijn ontwikkeld) en het zijn van een 'groeivijver'. Een groeivijver betekent dat er iedere dag een kans is om in je eigen tempo te groeien: bijvoorbeeld: je volgt een herstelcursus, je wordt co-trainer van die cursus; je drinkt koffie, je zet de koffie; je maakt gebruik van de ruimte, je verzorgt de ruimte, je wordt vrijwilliger, loopt er stage of doet er werkervaring op en groeit door naar een betaalde baan of start zelf een initiatief.
Inwoners komen naar een zelfregie- en herstelinitiatief omdat het een kansrijke omgeving is voor ontmoeting, zelfregie, herstel, groei, zich van betekenis voelen en niet vanwege hun diagnose of probleem. Ook mensen die met ernstige psychiatrische problemen worstelen voelen zich welkom en kunnen aan hun eigen herstelproces werken. Er is ruimte en aandacht voor de gelaagdheid van deze processen en om mensen zin en betekenis te kunnen geven aan dat wat hen is overkomen en om hun weg in hun leven en samenleving weer te kunnen vinden. Het zijn plekken waar door onderlinge steun (peersupport), zelfhulp, erkenning en herkenning mensen hun eigen kracht en zeggenschap hervinden. Er vinden geen behandel interventies plaats.
Laagdrempelige steunpunten en visie op herstelgericht werken
Het zou normaal moeten worden dat alle mensen met (ernstige/langdurige) psychische kwetsbaarheid (de EPA-doelgroep) en/of sociaal-emotionele kwetsbaarheid een steunpunt, steunpersoon of steunend netwerk in hun leven hebben. Op deze plek of bij deze persoon voelt iemand zich welkom, hier vindt ontmoeting plaats én hier wordt bijgedragen aan herstel.
Thema’s die bij herstelgericht werken horen, zijn zoal:
- •
maatschappelijk herstel, denk aan werk, je rol als ouder, partner, broer, zus, of buurman;
- •
eenzaamheid en werken aan verbinding met je omgeving;
- •
sterker worden in wat je is overkomen door gelijkgestemden te ontmoeten, en daar moed uit te putten;
- •
omgaan met uitsluiting en afwijzing (stigma);
- •
regie (terug) krijgen op je leven.
Herstelvisie (Anthony, 1993): herstel wordt gezien als een proces waarbij nieuwe zin en betekenis in het leven ontstaan na psychische problemen. Het betekent dat je meer grip krijgt op je eigen leven, ook al heb je de symptomen van je ziekte niet volledig in de hand. Het gaat om het opnieuw ontwikkelen van vaardigheden, het weer oppakken van betekenisvolle relaties, rollen en doelen in het leven en dus niet om volledige genezing.
Volgens Leamy e.a. (2011) is een van de belangrijkste processen van persoonlijk herstel het hervinden van ‘verbondenheid met anderen’.
In een grootschalig onderzoek (van Onken e.a. 2002) werden mensen met psychische en verslavingsproblemen bevraagd over wat hen helpt bij hun herstel. Naast crisisopvang en (toegang tot) goede behandeling en therapie, was dat vooral de ondersteuning van iemand die begrijpt wat de persoon in kwestie doormaakt, die hem accepteert en hoop biedt. Ook vaardigheden om met een dreigende terugval om te gaan, zelfzorgvaardigheden en sociale vaardigheden werden genoemd, evenals de moed om risico’s te nemen. En: bevredigend werk, fijne relaties, diversiteit in gewaardeerde rollen, financiële zekerheid, intimiteit en spiritualiteit.
Centraal in het concept van positieve gezondheid staat het idee van veerkracht en het vermogen van mensen om met de uitdagingen van het leven om te gaan. Het gaat niet alleen om de behandeling van ziekte, maar ook om het versterken van de capaciteiten van individuen om hun eigen gezondheid te verbeteren en te behouden. Deze benadering moedigt samenwerking aan tussen verschillende sectoren, zoals de gezondheidszorg, het sociaal domein en het onderwijs, om de gezondheid en het welzijn van individuen en gemeenschappen te verbeteren. Positieve gezondheid streeft naar empowerment en eigen regie van mensen over hun gezondheid en het erkent dat gezondheid een dynamisch proces is dat zich ontwikkelt gedurende het hele leven.
Positieve gezondheid gaat verder dan de traditionele medische benadering. Het richt zich op het creëren van omstandigheden waarin mensen kunnen floreren op alle aspecten van hun leven. Het gaat niet alleen om vrij zijn van ziekte. Positieve gezondheid moedigt aan tot holistische zorg, preventie en samenwerking tussen verschillende stakeholders om de algehele gezondheid en welzijn van individuen en gemeenschappen te bevorderen.
Verbinding met andere projecten van de transformatie
Dit raakt ook aan Preventie programma, Wegwijzers mentale gezondheid, domeinoverstijgend casusoverleg GGZ.
Samenwerking tussen ggz, huisartsen, sociaal domein en laagdrempelige steunpunten
De laagdrempelige steunpunten functioneren lokaal en regionaal binnen een context waarin samenwerking essentieel is. Om echt de beweging te maken naar meer herstel is het nodig dat de partners in de praktijk elkaar kennen, vertrouwen en elkaars eigenheid en kracht waarderen. Om te transformeren is het nodig dat informele steun, herstel en gemeenschap een volwaardige plek krijgen naast de geboden zorg en ondersteuning vanuit ggz, huisartsen, wijk- en buurtteams en partners in het sociaal domein en sociale basis. Laagdrempelige steunpunten kunnen daarin de schakel zijn tussen formele zorg en de leefwereld. Ze vormen een voorliggend alternatief waar mensen met psychische klachten terecht kunnen, zijn aanvullend in herstel- en steunaanbod naast een behandeling of na een behandeling.
Er is een proces gaande waarin partners in de regio, waaronder zelfregie- en herstelinitiatieven, elkaar beginnen te vinden. Zelfregie- en herstelinitiatieven werken in de regel samen met ggz, huisartsen, wijk- en buurtteams en partners in het sociaal domein en sociale basis.
Inwoners ondersteunen bij hun mentale gezondheid vraagt om een brede benadering, waarin zowel zorg, behandeling als de sociale basis belangrijk zijn. Voor de inwoner is het bijvoorbeeld belangrijk om een netwerk te hebben en een voldoende mate van bestaanszekerheid te hebben. De uitdaging is om als partners in de samenleving aan de transformatie in dit geheel invulling te geven. De NVZH (Nederlandse Vereniging voor Zelfregie en Herstel) heeft hieraan in onderstaand beeld meer invulling gegeven.
Normaliseren: de 9 waarden van mentale gezondheid
De collectieve kennisbron van mensen met (langdurige/ernstige) psychische problemen is het weten dat mentale gezondheid méér is dan passende en tijdige zorg. Als je een psychische aandoening hebt of krijgt wil je je nog steeds graag van betekenis voelen, en andersom kunnen betekenisvolle rollen in het leven psychische problemen beheersbaar houden en/of buiten de deur houden. De transformatie van zorg en welzijn is dé kans om het inwoner-/cliëntperspectief leidend te laten zijn.
In de gewenste transformatie om te stoppen met medicaliseren geeft de collectieve kennisbron van mensen met psychische problemen een gerijpte invulling aan het begrip 'normaliseren'. Passende zorg is weten dat passende zorg slechts 1 van de 9 waarden van mentale gezondheid is.4 En aandacht voor die ándere 8 waarden van mentale gezondheid maakt dat passende (ggz-)zorg tijdig beschikbaar is en blijft voor áls die waarde nodig is.
Verbinding met de ggz is daarom van belang vanuit laagdrempelige steunpunten. De samenwerking gaat twee kanten op:
- •
Enerzijds kunnen ervaringsdeskundigen of andere hulpverleners die bij de ggz werken hun cliënten meenemen naar laagdrempelige steunpunten.
- •
Anderzijds kan door een goede samenwerking snel worden meegedacht bij complexe situaties die zich soms kunnen voordoen in een laagdrempelig steunpunt. Als dit mensen betreft die niet bij de ggz in behandeling zijn, dan kan in de nabije toekomst financiering voor deze gesprekken worden gevonden vanuit de zorgverzekeringswet, middels de consultatiefunctie sociaal domein5 .
- •
Ook kan een ggz-professional een gesprek afspreken in een laagdrempelig steunpunt.
- •
Ervaringsdeskundigen uit de ggz en uit de herstelinitiatieven kunnen bij elkaar kennis inbrengen of herstelcursussen aanbieden.
Regionaal dekkend netwerk
De richtlijn afgegeven door de IZA-werkgroep is dat een regionaal dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten betekent dat er één steunpunt is per 30.000 inwoners, daarbij rekening houdend dat er voor alle inwoners van de regio voldoende dichtbij steunpunten zijn waar mensen makkelijk, stigmavrij en zonder indicatie terecht kunnen. Zij maken onderdeel uit van de sociale basis, het steunend systeem rond ieder mens. Bij deze steunpunten voelen ook mensen met EPA (Ernstige Psychiatrische Aandoeningen) zich welkom. Deze steunpunten kunnen verschillende vormen en gezichten hebben zoals bijvoorbeeld een zelfregiecentrum, herstelacademie, herstelhuis et cetera.
Voor de regio Gelderse Vallei willen we in twee jaar tijd 9 laagdrempelige steunpunten ontwikkelen. 6 in 2026 en 3 in 2027. Een laagdrempelig steunpunt kan plaatsvinden op 1 locatie, maar kan ook middel inloopmomenten en cursusaanbod in de verschillende wijken of dorpskernen van de gemeenten georganiseerd zijn. Meerdere inlopen samen kunnen één laagdrempelig steunpunt vormen.
Toetsingskader
Om te toetsen of de beoogde waarden voor inwoners gebracht gaan worden in een laagdrempelig steunpunt worden de onderstaande punten meegenomen:
- 1.
De eerder beschreven kenmerken van laagdrempelige steunpunten als referentie.
- 2.
Hoe wederkerigheid vorm wordt gegeven.
- 3.
Hoe het initiatief de 'vrije ruimte' (de kansrijke context) mogelijk maakt.
- 4.
Het herstelaanbod, de cursussen en de trainingen; betreffen het door&voor ontwikkelde cursussen?
- 5.
Hoe het initiatief de kwaliteit van de werkwijze, uitgangspunten en inzet van ervaringsdeskundigheid (tezamen het vakgebied) bewaakt, borgt en blijft ontwikkelen (bijv. met intervisie, scholing, samen een herstelgroep vormen, uitwisseling met andere initiatieven, deskundigheidsbevordering, de werkwijze beschreven, hoe wordt veiligheid geborgd, hoe is verbinding met ggz en zorg/hulpverleningsorganisaties geregeld, etc.).
- 6.
Hoe is voorzien in verbinding en samenwerking met de ggz instellingen en 113, in geval van crisissituaties.
- 7.
Of en hoe het initiatief samenwerkt met relevante partners in de keten.
Monitoring en evaluatie
De laagdrempelige steunpunten gaan meten middels participatieve monitoring. Hiervoor worden er door de laagdrempelige steunpunten een aantal gesprekonderwerpen vastgesteld. Dit maakt de signalen van effecten en bijeffecten van laagdrempelige steunpunten zichtbaar, als ook wat de inwoner merkt aan verandering met de komst van laagdrempelige steunpunten.
Dit wordt aangevuld met het aantal bezoeken, unieke bezoekers en verwijzingen per maand, als ook de toename in activiteiten die plaatsvinden in een laagdrempelig steunpunten en de inzet die gedaan wordt om het bereik van laagdrempelige steunpunten en het herstelnetwerk in de regio te vergroten.
Bijlage 2 Transformatieplan
Mentaal Gezondheidsnetwerk Vitale Gelderse Vallei
“Zorgzaam zijn mét en vóór elkaar zodat iedereen volwaardig mee kan doen in een veilige maatschappij”
Ons veranderverhaal
Gestrest, angstig, eenzaam, in de war of depressief. Psychische kwetsbaarheid kent verschillende vormen. Ook de mensen die ermee te maken hebben zijn verschillend. Toch hebben ze één ding gemeen: volwaardig meedoen in de maatschappij is voor hen niet vanzelfsprekend. Als we niets veranderen, wordt deze groep steeds groter. Ruim de helft van de inwoners van de Gelderse Vallei heeft een matig of hoog risico op mentale kwetsbaarheid. Daarnaast lijkt de weerbaarheid en veerkracht juist te dalen. Specifiek ook onder jongeren zien we dat het risico op mentale kwetsbaarheid stijgt. Ook specifiek rond grote levensgebeurtenissen, zoals een overlijden, verhuizen of ontslag, is het risico op mentale klachten hoog.
Dus we gaan zorgen dat inwoners mentaal gezonder en veerkrachtiger worden en volwaardig mee kunnen doen in een veilige en zorgzame maatschappij. We zien dat er tussen wijken in de Gelderse Vallei een groot verschil is in mentale vitaliteit én dat de wachttijden voor passende GGZ-zorg te lang zijn. Dit raakt vooral de inwoners die deze zorg het hardst nodig hebben. Bovendien is de manier waarop de mentale gezondheidszorg is ingericht niet veel langer betaalbaar en zien we de personeelstekorten toenemen. Dit alles zet de toegankelijkheid van mentale gezondheidszorg en -ondersteuning onder druk. Dat moet dus anders.
Dáárom steken we de handen uit de mouwen. We organiseren activiteiten die bijdragen aan mentale vitaliteit, inclusiviteit en sociale netwerken, zodat we psychische kwetsbaarheid zoveel mogelijk voorkomen en mensen leren omgaan met ongemak. Dé beschermende factor is sociale verbinding! Daarnaast gaan we de zorg en ondersteuning anders organiseren zodat deze toegankelijker, goedkoper en beter wordt. We werken aan andere vormen van GGZ-zorg en we gaan in de wijken aan de slag met laagdrempelige steunpunten: ontmoetingsplekken waar inwoners samenkomen en waar ze kunnen werken aan mentaal herstel en ontwikkeling. We zeiden het al: iedereen die last heeft van psychische kwetsbaarheid is verschillend. Bij laagdrempelige steunpunten is er ruimte voor die verschillen. Dát maakt de ondersteuning pas écht passend.
Meer inzet van ervaringsdeskundigen en goede professionals zijn de kern en in dit alles onmisbaar. In de regio Gelderse Vallei wordt al goed samengewerkt en gelooft men sterk in de verandering die nodig is. Tegelijkertijd zien we dat de stap van anders willen naar anders doen nog lastig te zetten is. Het is essentieel dat iedereen - professionals, ervaringsdeskundigen, inwoners, beleidsmakers en bestuurders – lef tonen en een stap vooruit durven te zetten. Die stap vooruit willen we zo makkelijk mogelijk maken. Daarom werken we ook aan het vergroten van handelingsvrijheid: inwoners én professionals die zich bekwaam voelen om te handelen. Dat zorgt voor tijdige actie als iemand steun nodig heeft.
Hoe gaan we dit alles aanpakken? Samen! Samen mét de inwoner en samen mét de professionals. Niet binnen de koker van onze eigen organisatie, maar met andere organisaties en domeinen. Samen bouwen we het Mentaal Gezondheidsnetwerk van de Gelderse Vallei. De focus bij alles wat we doen ligt op gezondheid in plaats van zorg. Dat helpt ons om het écht anders te doen. We maken ook gebruik van wat onze regio zo mooi maakt: een grote sociale cohesie, veel vrijwilligers en een sterke kerkelijke gemeenschap.
Onze missie is een Gelderse Vallei met inwoners die zorgzaam zijn mét en vóór elkaar, zodat iedereen volwaardig mee kan doen in een veilige maatschappij. Die missie delen we met iedereen die het horen wil. Want elke inwoner en professional kan bijdragen door om te kijken naar zichzelf en een ander. Zorgen voor elkaar zit al in het DNA van onze regio, maar het kan nog beter. Dus:
Handen uit de mouwen: op naar een mentaal vitale Gelderse Vallei!
Leeswijzer
Dit transformatieplan beschrijft de noodzakelijke beweging van een zorgsysteem dat onder druk staat, naar een veerkrachtige regio waarin mentale gezondheid centraal staat.
Het doel van dit plan is om inzichtelijk te maken:
- •
Welke maatschappelijke opgaven in de regio spelen;
- •
Hoe we via samenhangende initiatieven werken aan passende zorg en ondersteuning;
- •
Op welke wijze dit bijdraagt aan de IZA-doelstellingen;
- •
Welke organisatie, randvoorwaarden en middelen daarvoor nodig zijn.
Het document is als volgt opgebouwd:
- •
Hoofdstuk 1: Samenvatting, inclusief financiële samenvatting.
- •
Hoofdstuk 2: Inleiding en analyse van de regionale opgave.
- •
Hoofdstuk 3: De kern van het plan, met vier samenhangende deelplannen voor de transformatie (preventie, laagdrempelige steunpunten, TCP De Wegwijzers en domeinoverstijgend casusoverleg).
- •
Hoofdstuk 4–5: Monitoring en Governance, met aandacht voor sturing, organisatie en besluitvorming.
- •
Hoofdstuk 6: Businesscase, waarin maatschappelijke opbrengsten en randvoorwaarden zijn opgenomen.
- •
Hoofdstuk 7: Risicoanalyse, inclusief mitigerende maatregelen.
1.Samenvatting
In de Gelderse Vallei willen we dat ook over tien jaar de zorg en ondersteuning toegankelijk, betaalbaar en van goede kwaliteit is. Daarvoor maken we de beweging naar passende zorg en ondersteuning met als uitgangspunt positieve gezondheid zodat meer mensen binnen de Gelderse Vallei mentaal vitaal zijn.
|
Het beeld van wat “normaal” is, wordt de komende jaren verbreed. Niet elke vraag is een zorgvraag. Inwoners leren accepteren dat het soms wat minder gaat en ontwikkelen voldoende veerkracht en vaardigheden om met gewone tegenslagen in het leven om te gaan. Wanneer dat niet lukt is er steun vanuit de omgeving en van professionals. Zorg en ondersteuning zijn goed vindbaar, breed beschikbaar en sluiten aan bij de werkelijke behoefte. Deze ondersteuning is dan ook veel meer afgestemd op de bedoeling. Huisartsen, sociaal domein en GGZ werken hierbij naadloos samen. |
Wij hebben de ambitie om aantoonbaar bij te dragen aan het verbeteren van de mentale gezondheid van inwoners door het ontwikkelen, verstevigen en zichtbaar maken van preventieve activiteiten, door de opbouw van een herstelnetwerk met daarbij behorende laagdrempelige steunpunten en door de inrichting van het verkennend gesprek. Daarnaast willen we de samenwerking in de mentale gezondheidszorg verstevigen door middel van het domeinoverstijgend casusoverleg waarmee we een doorontwikkeling gaan maken naar het transfermechanisme.
Wij gaan voor een eenduidige implementatie van deze activiteiten om zo de beweging naar passende zorg en positieve gezondheid op alle niveaus in gang te zetten.
1.1 Algemene samenvatting financiële middelen
De uitvoering van het transformatieplan Mentaal Gezondheidsnetwerk Vitale Gelderse Vallei leidt overkoepelend tot de volgende resultaten voor de Zvw en het sociaal domein. Ook wordt aangegeven welke investering het vraagt voor de IZA Zvw en SPUK-transformatiemiddelen. Als laatst wordt aangegeven hoeveel GGZ behandelingen (zowel specialistisch als basis GGZ) wordt voorkomen.
|
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
Totaal |
|
|
Resultaat Zvw |
€ 0 |
€ 1.028.810 |
€ 1.972.650 |
€ 2.772.801 |
€ 3.048.090 |
€ 8.822.350 |
|
Resultaat Sociaal domein/sociale basis |
€ 0 |
€ 573.086 |
€ 1.119.400 |
-€ 1.821.765 |
-€ 1.589.540 |
-€ 1.718.819 |
|
Investering IZA transformatiemiddelen |
€ 161.597 |
€ 846.577 |
€ 381.568 |
n.v.t. |
n.v.t. |
€ 1.389.741 |
|
Investering SPUK-transformatiemiddelen* |
€ 3.648 |
€ 2.098.952 |
€ 3.150.964 |
n.v.t. |
n.v.t. |
€ 5.253.564 |
|
Voorkomen behandelingen GGZ |
- |
376 |
698 |
947 |
999 |
3.021 |
Tabel 1 resultaat totale doorrekening Business Case per jaar.
*De investering SPUK-transformatiemiddelen bestaat uit de som van de structurele meerkosten, structurele extra personeelskosten en de incidentele kosten.
Het eindresultaat van de Business Case is € € 1.330.457, -. Hieronder in tabel 2 is getoond hoe dit is berekend.
|
Categorie |
Onderdeel |
Totaal |
|
Opbrengsten |
||
|
Resultaat Zvw |
€ 8.822.350 |
|
|
Kosten |
- |
|
|
Investering IZA transformatiemiddelen |
€ 1.389.741 |
|
|
Investering SPUK-transformatiemiddelen: structurele meerkosten |
€ 1.748.796 |
|
|
Investering SPUK-transformatiemiddelen: structurele extra personeelskosten |
€ 2.634.538 |
|
|
Resultaat Sociaal domein/sociale basis |
€ 1.718.819 |
|
|
Resultaat |
= |
|
|
Totaal |
€ 1.330.457 |
Tabel 2 eindresultaat Business Case. Let op: in deze tabel zijn de incidentele SPUK-transformatiemiddelen niet meegenomen, conform afstemming zorgverzekeraar.
Financiële samenvatting overkoepelend resultaat wachtlijsten
Voor het onderwerp wachtlijsten toont tabel 3 het resultaat voor de omvang van de wachtlijsten per jaar.
|
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
|
|
Omvang wachtlijst |
1.104 |
1.168 |
2.111 |
1.641 |
977 |
Tabel 3 Resultaat totale doorrekening Business Case per jaar t.b.v. wachtlijsten.
De volgende aannames zijn gedaan op het onderwerp wachtlijsten (zie figuur 1)
Figuur 1 Aannames wachtlijsten.
De capaciteit die vrijkomt doordat minder personen worden verwezen door het TCP, preventie, laagdrempelige steunpunten en het domeinoverstijgend casusoverleg wordt ingezet om de wachtlijst verder te beperken. De vrijgekomen capaciteit van het TCP kan naar verwachting maar voor 60% worden ingezet.
In 2026 vervalt naar verwachting de coulanceregeling6 m.b.t. de wachtlijst. Hierdoor neemt de wachtlijst toe met 1.168 personen. Met de vrijgekomen inzet is het mogelijk om de wachtlijst richting 2029 terug te brengen tot 91,7% van de huidige wachtlijst. Dit wordt met name veroorzaakt door de sterke toename vanwege het stopzetten van de coulanceregeling van verzekerden met een voormalige restitutiepolis.
2. Inleiding
2.1 Transformeren: waarom en met wie?
We staan aan de vooravond van een noodzakelijke verschuiving. Jarenlang lag de nadruk in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) op het behandelen van klachten wanneer ze zich manifesteerden. Maar steeds meer wordt duidelijk dat de kracht van preventie het verschil kan maken: het voorkomt dat kleine zorgen grote problemen worden, en het versterkt mensen in hun dagelijks leven. Daarom groeit de overtuiging dat preventie niet alleen een taak van de GGZ is, maar juist stevig verankerd moet worden in het sociaal domein.
Onze maatschappelijke opgave
Samen met onze partners versterken we de mentale gezondheid van inwoners. We zorgen dat mensen zich mentaal weerbaar voelen en minder afhankelijk zijn van formele zorg. De uitdaging is groot: het zorgstelsel dat we kennen loopt vast. Dit is al dagelijkse praktijk in de GGZ. Ook groeit de vraag naar GGZ. Daarom zetten we een beweging in gang: van focussen op ziekte naar investeren in positieve gezondheid en dagelijks functioneren. We signaleren eerder, werken beter samen en vernieuwen het zorgaanbod. Zo brengen we vraag en aanbod beter in balans. Een domeinoverstijgende samenwerking is daarbij noodzakelijk waarbij ieders inbreng belangrijk is om tot nieuwe oplossingen te komen. Transformatie kost tijd, dialoog en samenwerking binnen nieuwe relaties.
Het Mentaal Gezondheidsnetwerk
Het Integraal Zorgakkoord (IZA) biedt een eerste oplossingsrichting voor de transformatie van de GGZ naar mentale gezondheid. Voorbeelden uit het land laten zien dat inwoners veerkrachtiger worden en de vraag naar GGZ daalt wanneer sociaal domein, GGD, huisartsen en GGZ intensief samenwerken rondom vragen dichtbij huis. Inwoners en hun naasten staan centraal in dit proces. Hun perspectief bepaalt de koers. Ervaringsdeskundigen spelen hierin een sleutelrol.
De lokale en regionale invulling van een Mentaal Gezondheidsnetwerk (MGN) moeten wij met elkaar ter plaatse vormgeven. Daarom bouwen wij ook in onze regio de komende jaren vanuit dit brede perspectief aan het MGN. Voor en met de mensen die het raakt. Op alle lagen binnen organisaties en domeinen moeten betrokkenen een gezamenlijke verantwoordelijkheid tonen en bereid zijn om eigen inzichten en handelen ter discussie te stellen en het eigen leiderschap te delen met anderen. Dit transformatieplan laat zien hoe we dat doen, welke middelen we inzetten en welke maatschappelijke opbrengsten we verwachten.
Aanpak: Samen optrekken
Coalitie Mentaal Vitaal, onderdeel van netwerk de Vitale Gelderse Vallei, heeft dit plan opgesteld. Samen met ervaringsdeskundigen, GGZ-partijen, gemeenten, welzijnsorganisaties en huisartsen hebben we een coördinatieteam gevormd en de achterban betrokken. We baseerden ons op het regiobeeld en regioplan en vertaalden dit in een positieve businesscase, inclusief de randvoorwaarden voor organisatie en uitvoering. Vanuit bestaande en nieuwe initiatieven bouwen we een netwerk dat de GGZ toegankelijk houdt voor wie het echt nodig heeft.
Regio-opgave: Mentaal vitaal
“Er zijn meer mentaal gezonde en veerkrachtige inwoners en kortere wachtlijsten voor de GGZ”
We organiseren laagdrempelige activiteiten (vindbaar en dichtbij) voor specifieke doelgroepen en hun omgeving”
2.2 Regio Gelderse Vallei
De regio Gelderse Vallei betreft de zeven gemeenten Barneveld, Ede, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen. In de regio wonen 310.000 mensen. Het regiobeeld Gelderse Vallei toont de uitdagingen in de GGZ (Regioplan Gelderse Vallei, 2023).
Regio in beeld
Eind 2023 is het regioplan Gelderse Vallei gepubliceerd en is Mentale Gezondheid opgenomen als prioritaire opgave. We willen dat er meer inwoners mentaal gezond blijven en de wachtlijsten terugbrengen binnen geldende treeknormen. Begin 2024 is de coalitie Mentaal Vitaal opgestart met deelname van vele partners zoals (ervaringsdeskundige) professionals uit de sociale basis, GGD-en, welzijnsorganisaties, het sociaal domein/gemeenten, huisartsenpraktijken, zorgaanbieders van jeugdzorg, GGZ, verslavingszorg, gehandicaptenzorg en Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg. In de eerste helft van 2024 zijn we gekomen tot een gedragen ambitie, actielijnen en een werkagenda met domeinoverstijgende initiatieven. Deze werkagenda is afgestemd en verbonden met initiatieven uit de andere inhoudelijke coalities van het netwerk Vitale Gelderse Vallei én andere regionale/lokale initiatieven.
Mentaal Vitaal
Figuur 2 Netwerk de Vitale Gelderse Vallei in beeld
Regionale opgave Gelderse Vallei
We zien een groeiend aantal mensen met een mentale kwetsbaarheid. 6% van de inwoners in de Gelderse Vallei heeft een hoog risico op psychische klachten en 45% een matig risico. Bij deze getallen geldt dat de verschillen tussen wijken groot zijn. Een derde uitdaging die we zien, is een toename in de wachttijden voor passende GGZ-zorg in de regio.
Gewenste situatie
Wij dromen van een Gelderse Vallei met een vitale omgeving waar medemenselijkheid omarmd wordt. Hier worden oplossingen gevonden in de context van het leven van alledag waarbij positieve gezondheid richtinggevend is. Mensen met een psychische kwetsbaarheid doen mee in de maatschappij.
Deze vorm van samenleven en zorgen maakt dat inwoners meer mentale gezondheid ervaren en dat zij die GGZ nodig hebben, passende zorg en ondersteuning krijgen. Daarbij staat herstel vanaf het begin centraal.
Het voorkómen van het ontstaan van psychische aandoeningen door selectieve en geïndiceerde preventie krijgt aandacht. Denk hierbij aan ‘versterken van de sociale basis’ (laagdrempelig ontmoeten en/of laagdrempelig ondersteunen) en versterking van domeinoverstijgende inzet vanuit een regionale preventie-infrastructuur van het voorliggend veld.
In de Gelderse Vallei willen we dat ook over tien jaar de zorg en ondersteuning toegankelijk, betaalbaar en van goede kwaliteit is. Daarvoor maken we de beweging naar passende zorg en ondersteuning met als uitgangspunt positieve gezondheid zodat meer mensen binnen de Gelderse Vallei mentaal vitaal zijn. Met deze beweging willen we de wachtlijsten in de GGZ binnen de treeknorm brengen zoals in de IZA doelstellingen beschreven.
2.4 Leidende principes
In onze opgave werken we samen in overeenstemming met de landelijke leidende principes voor mentale gezondheidsnetwerken7 . Dit heeft niet enkel impact op hoe we werken, maar leidt ook tot de keuze om ons netwerk breder vorm te geven dan landelijk vereist. Deze leidende principes zijn:
|
2.5 Samenhang Mentaal Gezondheidsnetwerk, projecten en IZA
Binnen de coalitie Mentaal Vitaal werken we aan het Mentale Gezondheidsnetwerk (MGN). Met ons MGN kijken we op andere manieren naar mentale gezondheid. Daarnaast werken we aan het versterken van de mentale gezondheid, waardoor meer bewoners in de Gelderse Vallei mentaal vitaal blijven en de toegankelijkheid van de GGZ verbetert. We geven het Mentaal Gezondheidsnetwerk vorm met vier projecten die met elkaar verbonden zijn. GGZ in het netwerk wordt binnen dit plan niet nader uitgewerkt maar staat wel op de werkagenda van de coalitie.
Figuur 3 Projecten binnen Mentaal Gezondheidsnetwerk in de Vitale Gelderse Vallei
Hierdoor kijken we verder naar de mentale gezondheid van de bewoners van de Gelderse Vallei, naast de vier verplichte functies van het MGN (figuur 4). We doen dus een stap extra door de functies in een groter geheel in te bedden en meer samenhang te creëren.
Figuur 4 Functies uit Logisch Model Coalitie
Het (MGN) is een duurzaam, gelijkwaardig samenwerkingsverband met meerderen doelen, namelijk:
- •
Dat inwoners een betere mentale gezondheid ervaren;
- •
Hulp- en ondersteuningsvragen van inwoners en hun naasten snel en op de juiste plek opgepakt worden;
- •
De beschikbare capaciteit (ggz, huisarts en sociaal domein) in de regio optimaal wordt benut; en,
- •
De wachttijd voor GGZ-zorg voor mensen met complexe problematiek afneemt (binnen treeknormen).
De doelen en de samenhang zijn gevisualiseerd in het logisch model. Hierin wordt zichtbaar welke projecten bijdragen aan de gestelde doelen (figuur 5).
Figuur 5 Resultaten van de projecten en het MGN
Juiste zorg op tijd op de juiste plek
Het verkennend gesprek, regionaal transfermechanisme en domein overstijgend casusoverleg leiden tot een betere en snellere match en indien mogelijk naar andere vormen van zorg of ondersteuning en/of direct naar de juiste zorg dan wel ondersteuning (informatievoorziening aanbod en wachttijden). Deze onderdelen zijn uitgewerkt in deelplannen verkennend gesprek/TCP (hoofdstuk 3.3) en domein overstijgend casus overleg, transfermechanisme (hoofdstuk 3.4). Juiste zorg op tijd op de juiste plek zorgt er ook voor dat de beschikbare capaciteit in de regio optimaal wordt benut.
Regionale samenwerking tussen domeinen
Regionale samenwerking tussen het sociale en medische domein is van belang bij het preventieprogramma (hoofdstuk 3.1), en het herstelnetwerk en het netwerk laagdrempelige steunpunten (hoofdstuk 3.2). Hierbij moeten we elkaars taal leren om beter samen te werken en te zorgen dat mensen soepel van het medisch naar het sociaal domein gaan (en indien nodig andersom).
De mentale veerkracht van inwoners in wijken/woonkernen te versterken: de sociale basis
Iedereen heeft toegang tot voorzieningen die bijdragen aan mentale vitaliteit, zoals verenigingen, laagdrempelige steun/ontmoetingspunten, peer support en zelfhulpmodules. Dit is nader uitgewerkt in het preventieprogramma (hoofdstuk 3.1) en in het netwerk laagdrempelige steunpunten (hoofdstuk 3.2).
2.6 Basis van Transformatie
Binnen de coalitie Mentaal Vitaal wordt al geruime tijd gewerkt aan de transformatie van de GGZ. Centraal uitgangspunt daarbij is de inwoner van de regio Gelderse Vallei. Samen met, en ten behoeve van, deze inwoners streven wij naar een toekomstbestendige, veerkrachtige en toegankelijke geestelijke gezondheidszorg.
Wij hanteren daarbij de uitgangspunten van positieve gezondheid en zetten in op het versterken van samenwerking op alle niveaus van het zorg- en welzijnslandschap. Naast de inspanningen binnen de coalitie, zoeken wij actief de verbinding met partners buiten de coalitie en sluiten we aan bij reeds bestaande, succesvolle projecten en burgerinitiatieven. Deze samenwerking krijgt onder meer vorm via bilaterale trajecten en door aansluiting bij initiatieven als Versterken Eerste Lijn, Groepsgericht Aanbod, Welzijn op Recept Plus en de samenwerking met andere regionale coalities. Hoewel deze projecten niet expliciet in het voorliggende transformatieplan zijn opgenomen, aangezien zij vanuit het bredere netwerk worden ontwikkeld, zijn deze inhoudelijk en strategisch onlosmakelijk verbonden met de ambities en doelstellingen van het MGN.
Van zorg naar samenleven
De beweging van preventie in de GGZ naar preventie in het sociaal domein is er één van medicaliseren naar normaliseren. Waar de GGZ vaak kijkt naar stoornissen en diagnoses, biedt het sociaal domein ruimte om te werken aan veerkracht, verbondenheid en een gezonde leefomgeving. Het gaat niet om labels, maar om kansen: kansen om samen te leven, samen te werken en samen te groeien.
In buurthuizen, scholen, sportclubs en wijkcentra liggen de zaadjes van preventie. Dáár ontmoeten mensen elkaar, leren jongeren omgaan met tegenslagen en worden gezinnen ondersteund in moeilijke tijden. Gemeenten, welzijnswerkers en vrijwilligers staan dicht bij inwoners en kunnen daardoor veel eerder signaleren wat nodig is. Deze nabijheid maakt preventie tastbaar, herkenbaar en menselijk.
Deze beweging is geen afsplitsing van de GGZ, maar een nieuwe verbinding. Preventie in het sociaal domein betekent intensieve samenwerking met GGZ-professionals die hun kennis delen en als partners optreden. Het betekent ook dat gemeenten en maatschappelijke organisaties investeren in deskundigheid en duurzame structuren. Alleen zo ontstaat er een stevig fundament waar preventie niet wegvalt bij financiële druk, maar onderdeel wordt van het hart van lokaal beleid.
Logisch model
Samen met de coalitie Data, Onderzoek en Kennis (DOK) hebben we onze transformatie beschreven in logische modellen. Het logische model ondersteunt bij het terug redeneren welke opbrengsten op korte, middellange en lange termijn te verwachten zijn en welke middelen en activiteiten daarvoor nodig zijn. Ook gebruiken we het model om te kijken of we op de goede weg zijn en passen het indien nodig aan. Het is ook de basis van de monitoring en het leren. Als eerste komt het overkoepelend model om de verbindingen tussen de verschillende onderdelen te benadrukken. Dit logisch model (figuur 6), maakt inzichtelijk hoe onze inspanningen samenhangen en gaan leiden tot de IZA doelstellingen.
Figuur 6 Logisch model Coalitie Mentaal Vitaal
3. Deelplannen per project
In het voorliggend hoofdstuk worden de vier projecten toegelicht middels één logisch model per project, en een daarbij horend deelplan. De modellen en bijbehorend schrijven ondersteunen de verwerking in meetbare indicatoren die in de tabel KPI's staan.
3.1 Preventie
3.1.1 Deelplan Preventie
|
Preventieprogramma |
Het geïntegreerd, toegankelijk, doorlopend en regionaal organiseren en langjarig financieren van preventie voor bewoners met verhoogd risico op mentale klachten en/of beginnende mentale klachten. Door dit programma zullen er meer inwoners mee kunnen doen aan preventieprogramma’s. Hiermee is (vanuit ervaring en cijfers) de verwachting dat er een verschuiving plaatsvindt van SGGZ en BGGZ naar sociaal domein en sociale basis. |
|
IZA-Doelstelling |
Inzetten op gezondheid en welzijn door middel van preventie en ondersteuning, zodat mensen zo gezond en vitaal mogelijk zijn en zorgvragen worden voorkomen of minder zwaar worden. Daarbij gaat het zowel om het bevorderen van een gezonde leefstijl en mentale gezondheidsvaardigheden in een gezonde leefomgeving als om het versterken van de sociale omgeving en zelfredzaamheid van mensen. Ondersteuning vanuit het sociaal en publiek domein en het aanpakken van niet-zorg gerelateerde vraagstukken zijn hierbij van groot belang. Gemeenten vervullen hierin een essentiële rol door te investeren in deskundigheid en duurzame structuren. Door dit programma zullen er meer inwoners mee kunnen doen aan preventieprogramma’s. Hiermee is (vanuit ervaring en cijfers) de verwachting dat er een verschuiving plaatsvindt van SGGZ en BGGZ naar sociaal domein en sociale basis. Preventie in het sociaal domein betekent intensieve samenwerking met GGZ-professionals die hun kennis delen en als partners optreden. Zo ontstaat er een stevig fundament waar preventie niet wegvalt bij financiële druk, maar onderdeel wordt van het hart van lokaal beleid. |
|
Verwachte impact 2030 |
|
|
Doelstelling |
|
|
Omschrijving |
Onderzoek van MURA/VGGM uit 2025 laat zien dat op dit moment het preventieaanbod heel breed en versnipperd is. Er is geen eenduidige vindplaats en professionals weten maar naar een klein deel te verwijzen. Er zijn veel verschillen in aanbod per gemeente en inwoners kunnen niet terecht bij aanbod van de buurgemeente. Voor de bedrijfsvoering van de aanbieders is de onzekere situatie van 1-jarige inkoop heel ongunstig. Dit staat ontwikkeling in de weg, en is heel tijdrovend en inefficiënt. Er is nu een groot aantal interventies voor de door ons gekozen doelgroepen. Focus aanbrengen in de veelheid van activiteiten kan helpen met effectiviteit. We willen daarom met dit preventieprogramma in de Gelderse Vallei een geïntegreerd, toegankelijk, doorlopend en regionaal opgezet en langjarig gefinancierd programma maken voor bewoners met verhoogd risico op mentale klachten en/of beginnende mentale klachten. Met dit programma beogen we ook een cultuurverandering teweeg te brengen: waar preventie niet een project is met een einddatum, maar een blijvende manier van werken; waar psychische gezondheid niet alleen een medische kwestie is, maar een verantwoordelijkheid van de hele samenleving; waar de focus ligt op kracht en veerkracht, in plaats van op tekort en probleem. Het programma voorziet daarom ook in vroege signalering door het professionals, vrijwilligers, sleutelfiguren en inwoners hierin te scholen en handelingsbekwaam te maken. |
|
Activiteiten |
We bespreken in de werkgroep de inventarisatie van de huidige interventies en nemen we de volgende stappen:
|
|
Basis voor transitie |
Er is een nulmeting gedaan van alle interventies. Gemeente Ede heeft een mentaal gezond programma waarin dit past. Partijen zijn al langer betrokken en geven commitment (zie stakeholders). Het gevoel van eigenaarschap is door het voorwerk sterk aanwezig. Dit programma draagt bij aan de opgaven die de gemeenten vanuit GALA hebben meegekregen. Voor een aantal onderdelen van dit preventieprogramma zijn regionale IZA/SPUK gelden aangevraagd/toegekend. Er is commitment bij gemeenten o.a. blijkend uit deelname projectgroep en toekenning IZA/SPUK. |
|
Doelgroep |
|
|
Stakeholders |
Alle gemeenten van de Vitale Gelderse Vallei, Pro Persona preventie, Iriszorg preventie, RIBW, Malkander, MEE Samen, Opella, HAGV (Huisartsen Gelderse Vallei). Uit te breiden met de opbouw van het programma. |
|
Nulmeting |
|
3.1.2 KPI’s
|
KPI |
Beschrijving |
2026 |
2027 |
|
Inspanningen |
Oplevering projectplan met daarin een opschaalmodel van 12 preventieve maatregelen, een trainingsmatrix, doelen en methoden voor vindbaarheid en langjarige financiering. |
Q3 |
|
|
Op basis van dit plan worden extra trainingen georganiseerd; in 2026 worden er 25 extra trainingen gegeven en in 2027 worden er 45 extra trainingen gegeven tov 2025 |
Q4 |
Q4 |
|
|
Aantal mensen dat gebruik maakt van het trainingsaanbod en de training voltooit: minimaal 375 tussen 1 januari en 30 november 2026 en minimaal 600 tussen 1 januari en 30 november 2027. |
Q4 |
Q4 |
|
|
Borging via driejarig preventieprogramma met daarin opgenomen: vastgestelde afspraken over 1) langjarige financiering, 2) structurele preventietrainingen en activiteiten, 3) samenwerking binnen de regio tussen aanbieders en tussen gemeenten, 4) monitoring en evaluatie. |
Q4 |
||
|
Resultaten |
Van de 100 inwoners die een training hebben gevolgd tussen 1 maart 2026 en 1 maart 2027 gaan er binnen 6 maanden na afronden van de training gemiddeld 5 inwoners minder naar de GGZ. |
Q4 |
Q4 |
3.1.3 Financiële samenvatting preventie
Voor het onderwerp preventie toont tabel 4 het resultaat voor de totale doorberekening per jaar.
|
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
Totaal |
|
|
Resultaat ZvW |
€ 0 |
€ 146.963 |
€ 286.294 |
€ 366.979 |
€ 429.935 |
€ 1.230.171 |
|
Resultaat Sociaal domein |
€ 0 |
€ 217.045 |
€ 353.494 |
-€ 162.821 |
-€ 181.087 |
€ 226.631 |
|
Investering IZA transformatiemiddelen |
€ 0 |
€ 43.914 |
€ 21.839 |
n.v.t. |
n.v.t. |
€ 65.754 |
|
Investering SPUK-transformatiemiddelen |
€ 0 |
€ 347.498 |
€ 508.164 |
n.v.t. |
n.v.t. |
€ 855.662 |
|
Voorkomen behandelingen GGZ |
- |
36 |
74 |
94 |
110 |
312 |
Tabel 4 Resultaat totale doorrekening Business Case per jaar t.b.v. preventie.
Ook is rekening gehouden met de volgende aannames over de besparingen per effect (zie figuur 7).
Figuur 7 Aannames preventie.
3.2 Laagdrempelige steunpunten en regionaal herstelnetwerk
3.2.1 Deelplan Laagdrempelige steunpunten
|
Laagdrempelige steunpunten |
We organiseren vanaf 2025 en verder een herstelnetwerk Vallei binnen een breed partnerschap van partijen aangejaagd door een regionaal herstelteam en wordt ondersteund door een projectleider. Het herstelnetwerk Vallei bestaat uit: Minimaal 1 laagdrempelig, fysiek steunpunt per 30.000 inwoners, gedifferentieerd herstelaanbod op diverse locaties/ steunpunten en een netwerk van ervaringsdeskundigen (beroepscompetentieprofiel). |
||||||||||||||||||||||||
|
IZA-Doelstelling |
IZA doelstelling:In het IZA is afgesproken dat een landelijk dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten wordt ingericht, zodat iedere inwoner in de nabijheid laagdrempelig terecht kan voor de juiste ondersteuning. De steunpunten zijn gratis toegankelijk voor iedereen, maar specifiek bedoeld voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid en voor inwoners met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) en voor naasten van inwoners die hun naasten ondersteunen in hun herstel. Voor de regio Gelderse Vallei betekent het dat in 2026 zes laagdrempelige steunpunten worden opgezet (Ede, Veenendaal, Barneveld, Rhenen en Wageningen) en in 2027 drie laagdrempelige steunpunten (Barneveld, Ede en Veenendaal) |
||||||||||||||||||||||||
|
Verwachte impact 2030 |
Inwoners kunnen laagdrempelig in hun eigen omgeving werken aan herstel. We zorgen dat met dit initiatief de beweging naar metaal vitale gemeenten versterken door:
Levensproblematiek hoort bij het leven waar je ondersteuning voor kunt krijgen door mensen met soortgelijke ervaringen. Medicalisering van mentale problematiek wordt op deze manier afgebogen. |
||||||||||||||||||||||||
|
Doelstelling |
Inclusiviteit en sociale basis versterken We kiezen ervoor om dit te verankeren in de sociale basis omdat het inclusiviteit stimuleert, normalisatie en de-stigmatisering bevorderd. Het gevolg is dat de sociale basis beter toegankelijk wordt voor mensen met een psychische kwetsbaarheid door:
|
||||||||||||||||||||||||
|
Omschrijving |
Een bekend en breed toegankelijk aanbod van structurele laagdrempelige steunpunten gericht op educatie, zelfhulp en peer support voor de inwoners van de Vallei regio, bestaande uit:
Hiermee verankeren we herstelgericht werken in de sociale basis en zorgen we voor een fijn klimaat voor al onze inwoners. |
||||||||||||||||||||||||
|
Activiteiten |
Welke stappen worden er gezet om dit te gaan bereiken? In de laagdrempelige steunpunten zal een verscheidenheid aan aanbod komen waarin de inwoner een keuze heeft waar deze gebruik van kan maken. Enerzijds wat het meest passend is in de fase van herstel, anderzijds welk aanbod het meest passend is bij de vraag. Er zullen activiteiten zoals sport, ontspanning en een inloop aangeboden worden, maar ook een trainingsaanbod dat gericht is om de inwoners verder te ondersteunen in de fasen van persoonlijk en maatschappelijk herstel. De ervaringsdeskundigen van verschillende zorgorganisaties zijn in de lead. Zij werken middels een werkgroep gelijkwaardig samen in de ontwikkeling en uitbreiding van herstelactiviteiten, en zullen één of meerdere gecertificeerde ervaringsdeskundigen inzetten die de herstelgroepen binnen het herstelinitiatief (door) ontwikkelen en zullen leiden. Veenendaal: Het project is lokaal en bottom-up gestart door het bijeenbrengen van lokale partijen met als doel de huidige initiatieven te verbinden, open te stellen voor alle inwoners (met/zonder indicatie). In eerste instantie vanuit de eigen (huidige) locatie, maar uiteindelijk worden de initiatieven ondergebracht en doorontwikkeld vanuit 1 pand. Directie/bestuur van de aanbieders onderschrijven het project en het openstellen van de initiatieven voor alle inwoners. Onderstaand een overzicht van bestaande en toekomstige trainingen die gegeven (gaan) worden
Ede: In mei 2025 is een Stichting opgericht die in Ede een zelfregiecentrum gaat opzetten. In 2026 en 2027 zal deze Stichting nieuwe trainingen en activiteiten gaan ontwikkelen. Er zijn daarmee geen huidige initiatieven die onder deze Stichting worden ondergebracht. Stichting Rooz is een bestaande Stichting voor de doelgroep jeugd, jongeren en jongvolwassenen. Zij zullen voor de doelgroep jongvolwassenen een nieuwe peersupportgroep op gaan zetten. Daarnaast wordt een aanbod voor naasten ontwikkeld. Voor de herstelacademie wordt een zelfstandige stichting opgezet.
Barneveld en Rhenen: Het opstarten van twee laagdrempelige steunpunten in deze twee gemeenten staan nog in de beginfase. We merken dat andere initiatieven ook mogelijkheden zien om in deze gemeenten te starten. We gaan hierbij uit van dezelfde begroting voor het opstarten van trainingen als in Ede. Renswoude: De inwoners van de gemeente Renswoude kunnen deelnemen aan het gehele netwerk van laagdrempelige steunpunten, er zal vooralsnog geen fysiek punt in de gemeente zelf opgezet worden. Wageningen:
|
||||||||||||||||||||||||
|
Basis voor transitie |
Regionaal: De regionale stuurgroep komt structureel bij elkaar. Er is een projectleider in mei 2025 gestart voor deze opdracht
|
||||||||||||||||||||||||
|
Doelgroep |
|
||||||||||||||||||||||||
|
Stakeholders |
De lokale werkgroepen zijn bottom-up opgezet en bestaan uit lokale initiatieven vanuit de zorg- en welzijnsorganisaties en Stichtingen voor zelfregie en Herstel en de gemeente. Veelal zijn dit ervaringsdeskundigen. Het huidige aanbod van lokale aanbieders op het gebied van zelfregie wordt gekoppeld, uitgebreid en doorontwikkeld voor de inwoners met mentale kwetsbaarheid (inclusief de EPA doelgroep). Deze activiteiten vinden plaats in het laagdrempelig steunpunt.
Op diverse niveaus is vanuit de regio contact met meerdere landelijke organisaties |
3.2.2 KPI’s
|
KPI |
Beschrijving |
2026 |
2027 |
|
Inspanningen |
De gemeenten Veenendaal, Ede, Wageningen, Barneveld en Rhenen ontwikkelen als opdrachtgevers een inhoudelijk en financieel kader voor laagdrempelige steunpunten en herstelaanbod. Deze kaders staan beschreven in een projectplan met een concrete uitwerking in tijdsplanning |
Q1 |
- |
|
In 2026 worden 6 laagdrempelige steunpunten opgezet conform de landelijke richtlijnen die toegankelijk zijn voor de inwoner met een lichte mentale kwetsbaarheid en de bestaande EPA doelgroep. In totaal zijn er 6 laagdrempelige steunpunten gerealiseerd of in ontwikkeling. |
Q4 |
||
|
In 2027 worden 3 laagdrempelige steunpunten opgezet conform de landelijke richtlijnen die toegankelijk zijn voor de inwoner met een lichte mentale kwetsbaarheid en de bestaande EPA doelgroep. In totaal zijn er 9 laagdrempelige steunpunten. |
Q4 |
||
|
Over het jaar 2026 is het aantal unieke bezoekers van de laagdrempelige steunpunten 210 per jaar Over het jaar 2027 is het aantal unieke bezoekers van de laagdrempelige steunpunten 350 bezoekers per jaar |
Q4 |
Q4 |
|
|
Resultaat |
Tussen 1 januari en 30 november 2026 is bij minimaal 60 bezoekers van het laagdrempelig steunpunt een vermindering van GGZ instroom vastgesteld, gemeten als het verschil tussen het aantal potentiële GGZ-verwijzingen en het aantal daadwerkelijke verwijzingen. En tussen 1 januari en 30 november 2027 voor minimaal 100 bezoekers. |
Q4 |
Q4 |
3.2.3. Financiële samenvatting laagdrempelige steunpunten
Voor het onderwerp laagdrempelige steunpunten toont tabel 5 het resultaat voor de totale doorberekening per jaar.
|
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
Totaal |
|
|
Resultaat ZvW |
€ 0 |
€ 388.251 |
€ 740.461 |
€ 1.078.952 |
€ 1.259.360 |
€ 3.467.024 |
|
Resultaat Sociaal domein |
€ 0 |
€ 356.041 |
€ 765.906 |
€ 376.127 |
€ 613.278 |
€ 2.111.352 |
|
Investering IZA transformatiemiddelen |
€ 0 |
€ 0 |
€ 0 |
n.v.t. |
n.v.t. |
€ 0 |
|
Investering SPUK-transformatiemiddelen |
€ 0 |
€ 679.387 |
€ 991.258 |
n.v.t. |
n.v.t. |
€ 1.670.645 |
|
Voorkomen behandelingen GGZ |
- |
105 |
175 |
245 |
280 |
805 |
Tabel 5 Resultaat totale doorrekening Business Case per jaar t.b.v. laagdrempelige steunpunten.
In figuur 8 zijn de belangrijkste aannames te zien m.b.t. dit transformatie onderdeel. Hierin is ook het aantal steunpunten met verwachtte bezoekers weergegeven.
Figuur 8 Aannames laagdrempelige steunpunten.
3.3 Triage en Coördinatiepunt
3.3.1 Deelplan triage coördinatiepunt
|
Triage- en coördinatiepunt Mentale Gezondheid |
Samenwerking ervaringsdeskundigen-sociaal domein-GGZ-huisartsen/POH-GGZ, zoeken naar de juiste match tussen vraag en aanbod, centraal triëren en coördineren van de instroom naar passend aanbod binnen en buiten de zorg en sociaal domein. |
|
IZA-Doelstelling |
|
|
Verwachte impact 2030 |
In de toekomst ambiëren we dat het TCP ook adviseert en coördineert in het bevorderen van de doorstroom en het tijdig afschalen van zorg; waar kan de inwoner terecht wanneer de behandeling stopt of wordt afgebouwd? De businesscase van het landelijke programma Mentale Gezondheidsnetwerken beschrijft dat naar verwachting 21% inwoners die GGZ lijkt nodig te hebben eerst een VG gaat krijgen. Voor de Gelderse Vallei hanteren we gedurende het eerste jaar ook een percentage van 21%, teruggerekend naar de gefaseerde instroom van huisartsenpraktijken. Verwachtte uitstroomcijfers na VG op basis van verschillende regio’s in Nederland:
Telefonisch advies Op basis van bestaande initiatieven zoals WijzerGGZ, Mental Health Verbindt en Wijs verwijsbureau10 verwachten we jaarlijks ruim 300 aanvragen voor telefonisch advies over passend aanbod en wachttijden. Hierbij beogen we gebruik te maken van de informatievoorziening wachttijden en aanbod (slimverwijzen.nl) en deze te verbinden met en/of door te ontwikkelen met informatie over (groeps)-aanbod in sociaal domein en sociale basis. We hebben een realtime inzicht nodig in beschikbare mogelijkheden en eventuele wachttijden. Op lange termijn kan het aantal adviezen waarbij bemensing nodig is mogelijk worden teruggebracht door inzet van technologie/AI en uitbreiding van toegang voor meerdere doelgroepen. |
|
Doelstelling |
Na toekenning transformatiemiddelen en ingekochte VG’s beogen we voor ongeveer 21% van de hulpvragen die nu rechtstreeks naar behandel-GGZ worden verwezen breder te kijken naar de context van de inwoner (zoals netwerk, leefomgeving en welzijn). Door een VG waarin we samen met inwoner én naaste, met medewerkers vanuit sociaal domein, GGZ en ervaringsdeskundigen tot passende oplossingen binnen en buiten sociaal domein en behandel-GGZ te komen. Hierdoor dragen we naar verwachting bij aan reductie van wachtlijsten in de behandel-GGZ en verbeteren van de instroom, naar in één keer de juiste oplossing. Tegelijkertijd leren we effectiever samen te werken en organisatie-overstijgend én domeinoverstijgend te denken en handelen. |
|
Omschrijving |
Het TCP Mentale Gezondheid Gelderse Vallei als onderdeel van de coalitie Mentaal Vitaal van de Vitale Gelderse Vallei is een nieuwe vorm van samenwerking tussen huisartsen, het sociaal domein en de GGZ waarin ervaringsdeskundigen, medewerkers uit sociaal domein én GGZ samen met inwoners met psychische klachten voorafgaand aan mogelijke verwijzing zoeken naar passende oplossingen voor de betreffende vraag van de inwoner. In de afgelopen periode is er gewerkt aan een breed gedragen ontwerp voor het TCP. Hierin zijn werkwijzen, rollen, taken, verantwoordelijkheden en randvoorwaarden uitgewerkt in lijn met de landelijke richtlijnen van verantwoordelijkheidsverdeling, zodat we zodra de financiële middelen zijn toegekend kunnen starten met de uitrol van het verkennend gesprek en verwijsadvies. Bemensingspoule TCP In lijn met landelijke werkwijze MGN11 voeren de volgende functionarissen het verkennend gesprek:
Bij elk verkennend gesprek zijn zowel een professional vanuit de GGZ als iemand vanuit het sociaal domein betrokken. Waar mogelijk sluit ook een ervaringsdeskundige aan. Om de vraag naar GGZ af te buigen helpt het om inzet van ervaringsdeskundigen te vergroten. We zetten sterk in op het betrekken van de naaste(n) van de inwoner in het verkennend gesprek. Het gaat hierbij om iemand die voor de persoon een belangrijke hulpbron vormt. Doel is om het gesprek binnen twee weken na aanmelding te plannen. Werving en selectie Er is proactief vanaf het voorjaar van 2025 geworven voor medewerkers onder alle regionale gemeenten én alle GGZ-organisaties. Dit heeft geresulteerd in de aanmelding van meerdere ervaringsdeskundigen, GGZ-professionals (vanuit RIBW, GGZ Centrum Wageningen, Pro Persona, ‘s Heerenloo, en een aantal vrijgevestigde GGZ-professionals), meerdere medewerkers uit het sociaal domein (WMO-consulenten en maatschappelijk werkers) vanuit gemeente Ede en Veenendaal die aan de slag willen binnen het TCP. We starten met deze gemeenten en werken langzaamaan toe naar een regionale dekking. Een definitieve selectie van het team vindt deze periode plaats om te komen tot en een gebalanceerd team. Dit enthousiasme willen we graag benutten en daarvoor zijn de transformatiemiddelen en ingekochte VG noodzakelijk. Ook hebben we voor ogen een coördinator TCP aan te stellen. We verkennen of dit kan worden ondergebracht bij HAGV i.c.m. het hoofdaannemer schap voor de inkoop VG. De coördinator beoordeelt aanmeldingen en regelt de planning van gesprekken, inclusief samenstelling en roosterefficiëntie. Zij/hij heeft zicht in het dashboard (slimverwijzen), ondersteunt professionals met randvoorwaarden (zoals toegang en overleg), vertegenwoordigt het TCP binnen relevante netwerken (zoals de Coalitie Mentaal Vitaal), stuurt de bemensingspoule aan (inclusief werving en begeleiding), lost knelpunten op en bewaakt en rapporteert de voortgang van het TCP. Voor consultatie kunnen de medewerkers in het TCP contactleggen met de overlegtafel GGZ (domeinoverstijgend casusoverleg). Afhankelijk van de uitkomst van het verkennend gesprek – en het bijbehorende advies aan de huisarts – ligt de verantwoordelijkheid voor de warme afstemming en verdere opvolging bij de betreffende professional uit de GGZ, het sociaal domein of de ervaringsdeskundige. We sluiten hierbij aan bij de regie van de inwoner en diens naaste, en bieden begeleiding waar nodig. Uit navraag bij huisartsen/POH’s-GGZ blijkt dat zij verwachten het merendeel van de adviezen 1 op 1 te kunnen overnemen. Gefaseerde en parallelle instroom We gaan gefaseerd uitrollen wat betekent dat er steeds meer huisartsenpraktijken kunnen aanmelden, waarbij we starten met gemeente Ede en Veenendaal. Hierbij sluiten we aan bij de capaciteitsmogelijkheden van het TCP en willen we een wachtlijst voor het triage- en coördinatiepunt voorkomen. Op de momenten dat er voldoende ruimte is binnen het triage- en coördinatiepunt gaan zorgmanagers van Pro Persona cliënten op hun wachtlijst selecteren en vragen of zij een verkennend gesprek willen. Hiermee willen we onderzoeken of er naast behandeling alternatief aanbod voor de cliënt nodig en mogelijk is. Ook bieden we hiermee de mogelijkheid om wachtlijsten sneller in te korten. |
|
Activiteiten |
TCP operationeel met benodigde capaciteit waarbij we minimaal nodig hebben:
Regionale opschaling inclusief duurzame bekostiging betaaltitel VG en AZWA voor inzet sociaal domein professional |
|
0-meting |
|
|
Doelgroep |
|
|
Stakeholders |
|
|
ICT, gegevensuitwisseling en technologie in het TCP |
Voor een veilige en efficiënte informatie-uitwisseling maken we zoveel mogelijk gebruik van bestaande, beveiligde voorzieningen. We starten met het gebruik van VIP Live als digitale omgeving voor communicatie en verslaglegging en onderzoeken de mogelijkheden om het systeem te benutten als brondossier om te voldoen aan de bewaar-en dossierplicht zoals beschreven in de WGBO. Tegelijkertijd zoeken we de samenwerking op met de coalitie ICT en digitalisering van het netwerk Vitale Gelderse Vallei, om gezamenlijk nieuwe regionale digitale ontwikkelingen te verkennen en voor advies over bredere innovatietrajecten. De stijgende kosten, een groeiende zorgvraag en krapte op de arbeidsmarkt vragen om innovatieve oplossingen. Daarom is de toepassing van technologie niet meer vrijblijvend maar een vast onderdeel van de werkwijze binnen het TCP. Randtaken willen we automatiseren en vereenvoudigen om de tijd van professionals optimaal te benutten. We willen het TCP actief ondersteunen door kunstmatige intelligentie (AI), digitale hulpmiddelen en data-inzichten en sturen hierbij op eerst ervaren, dan pas oordelen. Deze ondersteuning stelt de bemensingspoule in staat om meer persoonsgerichte en samenhangende zorg te bieden, sneller tot passende adviezen te komen, keuzes beter te onderbouwen en processen efficiënter te organiseren. Wat levert dit op? Voor inwoners en naasten betekent dit meer regie en duidelijkheid. Voor professionals betekent het minder administratieve belasting, meer ruimte voor menselijk contact en versterking van digitale vaardigheden. Dit verhoogt niet alleen het werkplezier, maar zorgt er ook voor dat medewerkers van het team hun kennis en vaardigheden meenemen naar hun eigen organisaties – een vliegwiel voor bredere digitale adoptie in de regio. AI in de praktijk We verkennen de inzet van geavanceerde AI-technieken zoals dembrane echo in verschillende onderdelen van het werkproces, waaronder:
Door deze toepassingen verhogen we de kwaliteit van het advies en dragen we bij aan effectievere en gelijkwaardiger gesprekken met inwoners. Tegelijkertijd ontstaat er ruimte om complexere casuïstiek met meer diepgang te benaderen. Koppeling aan regionale kennisbronnen en systemen Een belangrijk onderdeel van de (door)ontwikkeling is het koppelen van AI-toepassingen aan een zogenaamd RAG-systeem (Retrieval-Augmented Generation): een aanvullende functionaliteit op een large language model (zoals ChatGPT), dat offline werkt en is gevoed met eigen, betrouwbare informatie. Denk hierbij aan regionale en lokale sociale kaarten, kennis over het aanbod in het sociaal domein, de sociale basis en de GGZ. In combinatie met het dashboard (Slimverwijzen)/ informatievoorziening wordt het mogelijk om:
|
3.3.2 KPI’s
|
KPI |
Beschrijving |
2026 |
2027 |
|
Inspanning |
Start TCP: op 1 januari 2026 worden er, door een domeinoverstijgend team, verkennende gesprekken aangeboden |
Q1 |
|
|
46 normpraktijken voeren verkennende gesprekken |
Q4 |
||
|
94 Normpraktijken voeren verkennende gesprekken |
Q4 |
||
|
761verkennende gesprekken zijn uitgevoerd |
Q4 |
||
|
1585 verkennende gesprekken zijn uitgevoerd |
Q4 |
||
|
Resultaat |
Tussen 1 januari 2026 en 31 december 2026 krijgt 42% van de inwoners die een VG krijgt een oplossing geadviseerd buiten de GBGGZ/SGGZ |
Q4 |
Q4 |
|
Tussen 1 januari 2027 en 31 december 2027 krijgt 42% van de inwoners die een VG krijgt een oplossing geadviseerd buiten de GBGGZ/SGGZ |
Q4 |
3.3.3. Financiële samenvatting TCP
Voor het onderwerp TCP toont tabel 6 het resultaat voor de totale doorberekening per jaar. Hierbij is rekening gehouden met €6.091 kosten t.b.v. sociaal domein. Dit valt hoger uit dan de richtlijn business case, omdat de opbouw van een verkennend gesprek anders is dan de opbouw van de landelijke business case.
|
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
Totaal |
|
|
Resultaat ZvW |
€ 0 |
€ 426.005 |
€ 797.531 |
€ 1.089.643 |
€ 1.112.803 |
€ 3.425.981 |
|
Resultaat Sociaal domein |
€ 0 |
€ 0 |
€ 0 |
-€ 1.627.829 |
-€ 1.601.662 |
-€ 3.229.491 |
|
Investering IZA transformatiemiddelen |
€ 0 |
€ 341.104 |
€ 23.671 |
n.v.t. |
n.v.t. |
€ 364.775 |
|
Investering SPUK-transformatiemiddelen |
€ 0 |
€ 825.126 |
€ 1.310.778 |
n.v.t. |
n.v.t. |
€ 2.135.904 |
|
Voorkomen behandelingen GGZ |
- |
216 |
409 |
549 |
550 |
1.724 |
Tabel 6 Resultaat totale doorrekening Business Case per jaar t.b.v. TCP.
Ook is rekening gehouden met de volgende aannames over opbouw instroom huisartsenpraktijken, verwijzingen naar verkennend gesprek en afbuiging per transformatiejaar (zie figuur 9). 5% van de personen krijgt een tweede verkennend gesprek. Een verkennend gesprek duurt 360 minuten.
Figuur 9 aannames TCP.
Enkele opmerkingen en bijzonderheden die we willen uitlichten:
- •
De inzet van ervaringsdeskundigen vormt een belangrijk onderdeel van de transformatie. Zij dragen bij aan passende ondersteuning en een betere aansluiting op de leefwereld van inwoners. In de startfase zetten we deze inzet ruim in om maximaal te leren en ervaring op te doen. Vanaf 2027 zetten we dit gericht in binnen een geborgde functiemix die past bij de opgedane ervaring.
- •
Duur van het eerste verkennende gesprek is 60 minuten voor het gesprek zelf. Het VG is bedoeld voor een grondige verkenning van de situatie van de inwoner. Dit is essentieel om een volledig beeld te krijgen van de behoefte, de context en eventuele risico’s. 30 minuten is voorbereiding. Een goede voorbereiding is cruciaal voor een efficiënt en kwalitatief hoogwaardig gesprek.
- •
30 minuten voor afstemming, registratie en terugkoppeling; na het gesprek is tijd nodig voor het uitwerken van het advies, terugkoppeling aan de huisarts en afstemming met andere betrokken partijen. Dit borgt de kwaliteit van het VG en zorgt dat vervolgacties goed worden opgepakt
- •
Voor de exploitatie in 2026 en 2027 wordt gebruikgemaakt van SPUK-transformatiemiddelen.
- •
De besparingen door verwijzingen naar laagdrempelige steunpunten of preventie zijn niet opgenomen in TCP, maar worden verwerkt binnen de eigen transformatieonderdelen van deze initiatieven.
3.4. Domeinoverstijgend Casusoverleg met transfermechanisme
3.4.1 Deelplan domeinoverstijgend casusoverleg met transfermechanisme
|
Doorontwikkeling domein overstijgend casusoverleg met transfermechanisme |
Het domeinoverstijgend casusoverleg (doco) is een overleg waar individuele personen anoniem worden besproken door huisartsen, ggz en sociaal domein om passende zorg en/of ondersteuning te regelen voor de persoon die; bij eén van de samenwerkingspartners om hulp heeft gevraagd en deze niet (tijdig)(alleen) kan leveren (of) al zorg of ondersteuning wordt geleverd en die niet (meer) passend is. Het doco is ook een vindplaats voor onderliggende systeemproblemen. We werken toe naar een transfermechanisme met regionale samenwerkingsafspraken over wachtlijsten en wachttijden, en het overnemen van cliënten. |
|
IZA-Doelstelling |
De huidige GGZ-Overlegtafel bevat de functie domein overstijgend casusoverleg. We willen toewerken naar de functie transfermechanisme. Beiden beschreven in landelijke handleiding Werkwijze ontwikkeling Mentale gezondheidsnetwerken. Het domein overstijgend casusoverleg heeft invloed op de actielijnen: Verwijsalternatieven van passend laagdrempelig voorliggend aanbod en de juiste zorg, op tijd (binnen treeknorm), op juiste plek. |
|
Verwachte impact 2030 |
In 2030 streven we ernaar dat er zichtbare groei heeft plaatsgevonden op de volgende onderdelen: Regionale capaciteit wordt efficiënter benut. Door zowel verticaal als horizontaal te transferen, wordt ervoor gezorgd dat mensen mogelijk op een andere plek behandeld gaan worden dan origineel het plan was, waardoor er lichtere zorg ingezet kan worden en een besparing gerealiseerd wordt. Tijdsbesparing van de professionals. Door heldere samenwerkingsafspraken, het domein overstijgend casusoverleg en door de ontstane korte lijnen wordt het zoeken naar de juiste en passende zorg makkelijker. Dit levert een tijdsbesparing op. Afname druk gespecialiseerde GGZ. Door zorg af te buigen naar een ander domein dan de GGZ, neemt gaat de druk af nemen. Afname wachtlijsten en wachttijden. Door efficiënt gebruik te maken van elkaars aanbod, o.a. via het wachttijden en wachtlijsten dashboard is er een afname gerealiseerd. Bestuurlijk gedragen samenwerkingsnetwerk. Door te werken met een bottom-up approach worden bestuurders door hun managers direct geïnformeerd over de ervaren en onderliggende systeemproblemen. Dit leidt tot gedragen samenwerkingsafspraken op bestuurlijk niveau. Lerend netwerkmanagers. Door de bottom-up approach en de daardoor gemaakte samenwerkingsafspraken worden managers van verschillende partijen aangespoord om onderling intensiever samen te werken. Lerend netwerk professionals. Binnen doco is er ruimte voor uitleg over ieders werkwijze en aanbod. Hierdoor wordt kennis gedeeld en ontstaan korte lijnen. Tevens dienen de halfjaarlijkse evaluatiemomenten ook als lerend. |
|
Doelstelling |
Toewerken naar: Een zuivere wachtlijst; Gezamenlijke wachtlijst met een datumaanmelding die leidend is voor de gehele regio in plaats van individuele wachtlijsten; |
|
Omschrijving |
Door gebruik te maken van het domeinoverstijgend casusoverleg wordt de persoon met een hulpvraag eerder en beter passend geholpen, in de GGZ of het sociaal domein. Dit voorkomt het verergeren van klachten en daarmee problematiek/overlast/verzuim in aanpalende levensterreinen zoals werk, gezin, buurt, wonen etc. Vraag en aanbod van zorg en ondersteuning sluiten beter aan. De wachttijden zullen afnemen en er is beter inzicht in de capaciteit voor zorg en ondersteuning in de regio. Daarnaast komen knelpunten sneller in beeld en neemt de druk op de gespecialiseerde GGZ af. Horizontaal transferen: Mensen verschuiven van WMO-/ GGZ-partij naar andere WMO-/ GGZ-partij omdat ze daar eerder en beter geholpen zijn. Hierdoor wordt de wachttijd van personen verkort. De besparing zit hem dan in de kortere wachttijd. Verticaal transferen: Mensen verschuiven naar andere partijen in plaats van GGZ-partijen. Hierdoor worden mensen mogelijk op andere plek behandeld dan origineel het plan was, waardoor er lichtere zorg ingezet wordt en een besparing gerealiseerd kan worden. Dit kan o.a. zijn van:
Er wordt verwacht dat met bovenstaande ook een reductie in de wachttijd gerealiseerd gaat worden. Echter is dit momenteel te ingewikkeld om te kwantificeren. Afbuigen van zorg richting sociale basis. Door deelname van sociale wijkteams wordt er breder gekeken en soms voorliggend aanbod ingezet i.p.v. behandeling. Dit levert een besparing op. Met de transformatie van het domein overstijgend casusoverleg wordt inbrenger (en daarmee zijn/haar cliënt) geholpen om op de juiste plek zorg of begeleiding te vinden. Er zijn kortere lijnen, betere samenwerking waardoor vertrouwen toeneemt. De huisarts en ook andere zorgprofessionals onderling hebben een gremium om naar op te schalen, staan minder alleen in de zoektocht naar passende zorg/begeleiding en het bespaart tijd. Doordat professionals elkaar met regelmaat zien, leren kennen en begrijpen, ontstaat er betere samenwerking, vertrouwen en een oplossing bij (complexe) casussen. En daarmee ook tijd. Er ontstaat ook meer samenwerking binnen de behandeling (vangnet/deelbehandeling/ gezamenlijke groepsbehandeling). Het casusoverleg fungeert ook als vindplaats én als klankbord voor het TCP. Er wordt eerder met sociaal domein geschakeld, gerichter naar GGZ verwezen, sneller de juiste hulp gevonden, waardoor kans op verergeren van klachten minder wordt. Het vraagt een tijdsinvestering van de deelnemende partijen. Het bespaart echter tijd en energie in het gehele verwijsproces bij ingewikkelde casuïstiek. |
|
Activiteiten |
|
|
Basis voor transitie |
De basis staat: er is een goedlopende overlegtafel met professionals waarin vertrouwen groeit en lijnen steeds korter worden. Dit heeft ook een positie effect op de samenwerking in de regio. In de komende jaren streven wij ernaar om het domein overstijgend casusoverleg door te ontwikkelen tot een transfermechanisme, gedragen door de bestuurders en gemeentes uit de regio. |
|
Doelgroep |
Verwijzers en daarmee:
|
|
Stakeholders |
Partners: HAGV, Iriszorg, Pro Persona, Psyzorg, HSK, Mentaal Beter, Max Ernst, ’s Heerenloo, Viviq, GGZ Veenendaal, GGZ Heuvelrug, GGZ Wageningen, RIBW AVV, Eleos, De Hoop GGZ, gemeentes Ede, Wageningen. |
|
0-meting |
0-Meting (huidige situatie):
|
3.4.2 KPI’s
|
KPI |
Beschrijving |
2026 |
2027 |
|
Inspanningen |
De kwartiermaker en de deelnemers komen tot een plan van aanpak wat er nodig is om het domeinoverstijgend casusoverleg door te ontwikkelen tot het transfermechanisme |
Q1 |
|
|
In 2026 worden er 14 domeinoverstijgend casus overleggen georganiseerd met minimaal 8 deelnemers |
Q4 |
||
|
In 2027 worden er 14 domeinoverstijgend casus overleggen georganiseerd met minimaal 10 deelnemers |
Q4 |
||
|
Er zijn bindende afspraken op papier over wachttijdovername tussen minimaal drie partijen |
Q4 |
||
|
Resultaten |
In 2026 zijn er minimaal drie cliënten overgedragen van een SGGZ-aanbieder naar een andere SGGZ-aanbieder. Het aantal transfers van SGGZ naar een ander domein bedraagt eind 2026 30 cliënten per jaar. |
Q4 |
|
|
In 2027 zijn er minimaal zes cliënten overgedragen van een SGGZ-aanbieder naar een andere SGGZ-aanbieder. Het aantal transfers van GGZ naar een ander domein, bedraagt eind 2027 60 cliënten per jaar. |
Q4 |
3.4.3. Financiële samenvatting domeinoverstijgend casusoverleg
Voor het onderwerp domeinoverstijgend casusoverleg toont tabel 7 het resultaat voor de totale doorberekening per jaar. Het domeinoverstijgend casusoverleg bestaat uit 2 transfermechanismes (horizontaal & verticaal). Er zijn 2 effecten doorgerekend. De effecten op de wachtlijst van de verticale transfers zijn niet meegenomen. Dit i.v.m. complexiteit van de aantoonbaarheid van dit effect.
Er zijn 2 scenario’s opgenomen in de business case (conservatief en optimistisch). De resultaten van het conservatieve scenario zijn hieronder opgenomen.
|
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
Totaal |
|
|
Resultaat ZvW |
€ 0 |
€ 67.591 |
€ 148.364 |
€ 237.227 |
€ 245.991 |
€ 699.173 |
|
Resultaat Sociaal domein |
€ 0 |
€ 0 |
€ 0 |
-€ 407.241 |
-€ 420.069 |
-€ 827.311 |
|
Investering IZA transformatiemiddelen |
€ 0 |
€ 36.128 |
€ 37.266 |
n.v.t. |
n.v.t. |
€ 73.395 |
|
Investering SPUK-transformatiemiddelen |
€ 0 |
€ 129.990 |
€ 265.189 |
n.v.t. |
n.v.t. |
€ 395.179 |
|
Voorkomen behandelingen GGZ |
- |
20 |
40 |
60 |
60 |
180 |
Tabel 7 Resultaat totale doorrekening Business Case per jaar t.b.v. domeinoverstijgend casusoverleg.
De volgende aannames over de effecten van horizontale en verticale transfers zijn opgenomen (zie figuur 10 en 11).
Figuur 10 Effecten horizontale transfer domeinoverstijgend casusoverleg.
Figuur 11 Effecten verticale transfer domeinoverstijgend casusoverleg.
4. Indicatoren en monitoring
De ambitie van de beweging naar passende zorg, ondersteuning en gezondheid zijn vertaald naar regionale doelstellingen en geplot op het Quadruple Aim Model (zie figuur 12):
Figuur 12
Monitoring en evaluatie
Daarbij monitoren en evalueren we de regionale doelstellingen in het regioplan op populatieniveau met de volgende KPI's:
-
Ervaren (positieve) gezondheid (GGD-gezondheidsmonitor)
Passend aantal FTE (Werkgeversorganisatie Zorg en Welzijn)
Zorgkosten per inwoner (Vektis)
Deze hoog over indicatoren en KPI's worden door de coalitie Data Onderzoek en Kennis gemonitord door zo veel mogelijk gebruik te maken van bestaande data. De indicatoren bekijken we op regionaal niveau, maar ook per coalitie. Hierbij wordt per coalitie gekeken welke indicator het beste past bij het ‘kwartje’ van de quadruple aim en de bijbehorende doelstelling.
We beseffen dat het bereiken van deze doelstellingen een lange adem vraagt en dat we vaak niet direct het (causaal) effect zien van losse interventies. Door het maken van de logische modellen beredeneren we hoe de interventies invloed hebben op de sociale impact die we proberen te maken. Door het evalueren en reflecteren op deze modellen zorgen we dat we op de goede weg blijven. Dit gaat in samenwerking met het DOK. Daarnaast stellen we een zorgvuldige portfolio samen van strategieën en interventies waarbij we steeds zoeken naar de volgende stap en actief blijven leren en evalueren wat wel en niet werkt (lerend netwerk). We werken daarbij informatie gestuurd (tellen en vertellen), sturen op impact en durven ook te stoppen met initiatieven als de toegevoegde waarde op de gestelde doelen beperkt blijkt.
Voor het MGN zullen we monitoren vanuit de coalitie Mentaal Vitaal. De KPI’s, de doelstellingen en het gewenste effect, onder andere op de wachtlijst, van de interventies zal hierbij steeds centraal staan. Dit gaan we structureel op de agenda zetten van het maandelijks programmateam overleg. De bevindingen van deze monitoring worden bijgehouden in het monitoringsplan die we opstellen na goedkeuring van het transformatieplan.
5. Governance
5.1 Samenwerkingsovereenkomst
In de regio wordt gewerkt aan een samenwerkingsovereenkomst voor het Mentaal Gezondheidsnetwerk. Deze samenwerkingsovereenkomst is een vertaling van het landelijk model naar een regionaal model. Hierbij zijn juristen van alle drie de sectoren betrokken. Tijdens het indienen van dit plan is de samenwerkingsovereenkomst nog niet volledig rond; als dit transformatieplan op goedkeuring kan rekenen zal de samenwerkingsovereenkomst getekend gaan worden door alle partijen betrokken bij dit plan.
Binnen de Vitale Gelderse Vallei wordt er gewerkt met een Bestuurlijke Regiegroep (BRG), hierin zitten bestuurders van alle deelnemende sectoren uit de regio Gelderse Vallei. Voor het monitoren van het MGN zal een afvaardiging van deelnemende sectoren een stuurgroep MGN vormen (stuurgroep in NZa kader); bestaande uit vertegenwoordiging van de GGZ- kerninstelling, de regionale huisartsenorganisatie, gemeenten en de markt leidende zorgverzekeraar Menzis. De stuurgroep MGN zal viermaal per jaar samenkomen.
Naast de landelijk afgesproken werkwijze van evaluatie en verantwoording vinden er maandelijks inhoudelijke- en financiële monitoringsmomenten plaats binnen de coalitie Mentaal Vitaal. De stuurgroep MGN laat zich tussentijds informeren over de voortgang van het MGN en op de haalbaarheid van de KPI’s door de programmamanager van de coalitie zodat zij tijdig de KPI-uitbetalingsmomenten kunnen monitoren.
De stuurgroep zal tweemaal per jaar verslag doen aan de BRG.
Figuur 13 Governance structuur MGN
5.2 Gelijkgerichtheid
Binnen de Vitale Gelderse Vallei wordt gelijkgericht gewerkt. Er zijn een regiobeeld en regioplan opgesteld waarin de belangrijkste knelpunten en opgaven zijn geïdentificeerd. Hierover zijn gezamenlijk met alle betrokken partijen afspraken gemaakt. Verder is afgesproken dat wanneer individuele organisaties in de regio een aanvraag doen voor transformatiemiddelen, dit eerst op de regionale tafels wordt besproken en bekeken of dit passend is binnen de gezamenlijke ambitie, afspraken en kaders. Er is sprake van een aantoonbare en gedeelde urgentie bij de samenwerkende partijen. Door deze samenwerking ontstaat een gedeeld begrip van de problemen en een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de oplossingen. Dit betekent dat partijen zich niet alleen committeren aan de afgesproken doelen, maar ook bereid zijn om hun werkwijzen en belangen af te stemmen op de grotere doelen die het regioplan dienen.
De uitvoering van dit transformatieplan zal leiden tot veranderingen in zorgvraag en -uitvoer en verschuivingen in kosten. Daarom is het belangrijk dat zorgverzekeraars het beleid ondersteunen en hun inkoop hierop afstemmen. Zonder deze afstemming kan concurrentie strategisch inkoopgedrag stimuleren en de transformatie ondermijnen. Partijen zullen het transformatieplan een centrale rol geven in de zorg contractering en het belang ervan nadrukkelijk bij alle verzekeraars onder de aandacht brengen. De beoogde besparingen zoals beschreven in dit plan komen ook met de nodige structurele kosten en eventuele consequenties daarvan worden besproken aan de bilaterale contracteertafel.
Bij het ontbreken van gelijkgerichtheid kan dit de volgende gevolgen hebben:
|
Risico bij ontbreken gelijkgerichtheid |
Wat doen wij met het MGN VGV? |
|
Fragmentatie van zorg: Zonder gelijkgerichtheid kunnen zorgaanbieders verschillende standaarden en protocollen hanteren, wat leidt tot inconsistente zorgverlening. Dit kan verwarring veroorzaken bij patiënten en zorgverleners, en de kwaliteit van de zorg verminderen. |
We werken met een gedeelde visie en integrale aanpak waarin preventie, herstel en GGZ in het netwerk verbonden zijn. Via domeinoverstijgend casusoverleg en gezamenlijke afspraken zorgen we voor samenhangende ondersteuning. |
|
Inefficiëntie en verhoogde kosten: Gebrek aan samenwerking kan leiden tot duplicatie van diensten en onnodige herhalingen van behandelingen, gesprekken en diagnose. Dit verhoogt de kosten voor zowel zorgaanbieders als patiënten |
Door samenwerking tussen zorg, welzijn en sociaal domein voorkomen we dubbel werk. We maken gezamenlijke plannen en stemmen inzet af in netwerkoverleggen, waardoor middelen doelgericht worden ingezet. |
|
Verlies van continuïteit van zorg: Patiënten kunnen te maken krijgen met onderbrekingen in hun zorgtraject wanneer ze van de ene zorgaanbieder naar de andere overstappen. Dit kan vooral problematisch zijn voor chronische patiënten die continue zorg nodig hebben. |
We organiseren verkennende gesprekken en laagdrempelige steunpunten waar continuïteit centraal staat. Door afstemming in het netwerk voorkomen we zorgonderbreking bij overdrachten. Hier kan ook GGZ in het netwerk een rol in spelen. |
|
Verhoogde administratieve last: Zonder gestandaardiseerde processen en systemen kunnen zorgaanbieders te maken krijgen met een verhoogde administratieve last. Dit kan leiden tot meer tijd en middelen die worden besteed aan administratieve taken in plaats van aan directe patiëntenzorg |
We ontwikkelen gezamenlijke werkwijzen en formats (bv. voor casusoverleg en verwijsroutes) waardoor administratieve processen worden gestroomlijnd en samenwerking wordt vereenvoudigd. |
|
Verminderde innovatie: Concurrentie zonder samenwerking kan innovatie belemmeren. Zorgaanbieders kunnen terughoudend zijn om nieuwe technologieën en methoden te delen, wat de algehele vooruitgang in de regio kan vertragen. |
Binnen onze coalitie ‘Mentaal Vitaal’ delen we goede voorbeelden en nieuwe werkwijzen. Door samen met partners te innoveren, stimuleren we vernieuwing in de hele regio. |
|
Verhoogde wachttijden: Gebrek aan coördinatie kan leiden tot inefficiënte benutting van middelen, wat resulteert in langere wachttijden voor patiënten. Dit kan de toegankelijkheid van zorg verminderen en de patiënttevredenheid negatief beïnvloeden. |
Door preventieve activiteiten en inzet van laagdrempelige steunpunten vangen we vroegtijdig signalen op. Dit vermindert druk op specialistische GGZ en verkort de wachttijden. |
|
Vanuit de bril van de zorgverzekeraars is gelijkgerichtheid belangrijk. In de landelijke leidraad contractering MGN is het volgende vastgelegd: “Verzekeraars en gemeenten handelen gelijkgericht op basis van het vastgestelde regionale plan en begroting en de regionale samenwerkingsovereenkomst”. |
Wij handelen in overeenstemming met de landelijke leidraad contractering MGN, op basis van een gezamenlijk regionaal plan, begroting en samenwerkingsovereenkomst met gemeenten en zorgverzekeraars. |
5.3 Menselijke kant; leren en ontwikkelen
In ons Mentale Gezondheidsnetwerk vormt leren en ontwikkelen de basis voor vernieuwing, verbinding en verbetering. We bouwen samen aan een beweging waarin iedereen - professionals, cliënten, naasten, inwoners én organisaties - continu leren, reflecteren en groeien. Onze manier van leren is geworteld in de vijf leidende principes van het MGN die richting geven aan hoe we samenwerken aan betere ondersteuning voor mensen met een psychische kwetsbaarheid.
5.4 Inwonersperspectief
Binnen diverse projectgroepen zijn structureel ervaringsdeskundigen actief, die meekijken, -denken en -doen vanuit inwoners- en cliëntperspectief. Daarnaast zijn adviezen overgenomen vanuit de pilot inwoners-participatie binnen de Vitale Gelderse Vallei gericht op jongeren (17-25 jaar) met mentale klachten.
Binnen de projectgroep preventie is gesproken met inwoners, zoals met de Edese jongerenraad, met ervaringsdeskundigen, de kwartiertafels Ede en het online platform om te inventariseren waar de behoeftes liggen, of ze vindbaar en bereikbaar zijn en op welke manier het aanbod het beste aansluit bij die behoeftes.
Voor het project Laagdrempelige steunpunten is in een samenwerking met de Christelijke Hogeschool voor vier doelgroepen jongeren, jonge vrouwen, ouders van jonge kinderen en ouderen) door studenten verkend wat hun behoeften zijn als het gaat om ondersteuning bij mentale klachten. Ook deze opbrengsten zijn meegenomen.
We werken graag met een actieve bijdrage vanuit inwonersperspectief om zo echt het goede te doen met elkaar. We gaan per heden actief samenwerken met de projectleider inwonersparticipatie die recent is aangesteld binnen de Vitale Gelderse Vallei.
5.5 Digitale transformatie
Deze transformatie-aanvraag betreft geen digitale transformatie; ICT speelt echter een ondersteunende rol, aangezien verdere ontwikkeling van ICT noodzakelijk is om de transformatie niet te belemmeren. Voor de start van het Verkennend Gesprek zal gebruik worden gemaakt van het bestaande communicatieplatform VIP Live. In overleg met de coalitie ICT en Digitalisering wordt beoordeeld of dit platform ook op termijn het meest geschikte middel blijft. Dit sluit aan bij de afspraken in de governance VGV, waarin uniformiteit op de “ICT-snelweg” centraal staat.
Om wachttijden en wachtlijsten inzichtelijk te maken is in de regio, in samenwerking met Menzis en ProPersona in augustus 2025 besloten om gedurende 13 maanden te werken met het dashboard SlimVerwijzen.nl. Zij zijn als partij ook betrokken bij, en onderdeel van de landelijke ontwikkeling rond het Mentaal Schakelpunt. De inzet van dit dashboard wordt gemonitord door het programmateam en de stuurgroep MGN. Om de voortgang en keuzes goed te blijven afstemmen zal de stuurgroep MGN dit elk overleg monitoren en evalueren. Tijdens deze evaluaties evalueren we of het opportuun is om bepaalde applicaties, zoals slimverwijzen of het mentaal schakelpunt daadwerkelijk te implementeren. Daarbij houden we rekening met de technische volwassenheid, zorginhoudelijke meerwaarde en financiële haalbaarheid binnen zowel de regio als het landelijke speelveld”.
6. Businesscase
6.1 Verantwoording Maatschappelijke opgave
Zie bijlage: businesscase Mentaal Gezondheidsnetwerk Gelderse Vallei
6.2 Eenmalige investeringen
Zie bijlage: businesscase Mentaal Gezondheidsnetwerk Gelderse Vallei; tabblad “eenmalige investeringen”
De zorgpartijen zijn zich bewust van het feit dat ze moeten voldoen aan het verantwoordingskader van de NZa. Zij bevestigen dat er geen sprake is van dubbele bekostiging, waarbij zij expliciet aangeven dat alleen de kosten van intern personeel worden betaald uit de transformatiemiddelen als de inzet hiervan heeft geleid tot extra kosten die niet al op een andere manier bekostigd zijn.
6.3 De positie van gemeenten
Van een medisch model naar een sociaal maatschappelijk model
Zoals eerder aangegeven is de beweging van preventie in de ggz naar preventie in het sociaal domein er één van medicaliseren naar normaliseren. We kiezen bewust voor een Mentaal Gezondheidsnetwerk mét een sterke sociale basis en een preventief, laagdrempelig aanbod. Zo transformeren we van een medisch model naar een sociaal maatschappelijk model. Een model waarin we ons richten op de onderliggende oorzaak van psychische problematiek, zoals eenzaamheid of schuldenproblematiek. We zetten in op beschermende factoren, zoals sociale verbinding, bestaanszekerheid en tijdige signalering.
Gemeenten hebben daarin een cruciale rol. Enerzijds treden gemeenten op als opdrachtgever en financier in het sociaal domein, bijvoorbeeld van het welzijnswerk en van preventieprogramma’s. Anderzijds zijn gemeenten ook zelf uitvoerder, van bijvoorbeeld de Wet Maatschappelijke Ontwikkeling en van de schulddienstverlening.
Onze visie maakt dan ook de lokale inzet van gemeenten een onmisbaar en groot onderdeel van onze aanpak en dus ook van onze business case.
IZA en AZWA
Binnen het oorspronkelijke IZA was de specifieke uitkering (SPUK) IZA in het leven geroepen om de taken van gemeenten te financieren. Uit onvrede over ongelijkwaardige bestuurlijke en financiële sturingskracht trokken gemeenten zich echter in het najaar van 2024 terug uit de gesprekken over het IZA en uit de onderhandelingen over het Aanvullend Zorg en Welzijn akkoord (het AZWA). In februari dit jaar maakten partijen nieuwe afspraken over de gelijkwaardigheid en schoven gemeenten weer aan, aan de IZA-tafel. Ook werden de gesprekken over het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord hervat.
In september 2025 is het AZWA voorwaardelijk ondertekend. Met dit aanvullend akkoord wordt ingezet op verdere verbreding, intensivering en concretisering van het IZA. Centraal staan gelijkwaardigere toegang tot zorg en welzijn en het afwenden van het arbeidsmarkttekort. Relevant voor voorliggend transformatieplan is dat het AZWA helpt om de wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg aan te pakken. Doel is dat mensen met ernstige psychische klachten sneller passende hulp krijgen. Tegelijkertijd komen er betere, passende oplossingen voor mensen met lichtere klachten, bijvoorbeeld dichtbij huis via de gemeente. Deze rol voor gemeenten wordt in het AZWA uitgedrukt in basisfunctionaliteiten en de zogenaamde basisinfrastructuur. Voor mentale gezondheid worden als basisfunctionaliteiten laagdrempelige steunpunten en het verkennend gesprek genoemd. Daar staan - met name in de verdere toekomst - ook de nodige middelen tegenover. Deelname aan het AZWA wordt definitief indien de gemeenten in meerderheid voor deelname stemmen. De ledenraadpleging loopt nog tot en met 22 oktober a.s.
Terugval op addendum
Op dit moment is er nog veel onzekerheid over (voldoende) financieringsbronnen voor de gemeenten na 2026 en verder. Voor het jaar 2026 zijn de beschikbare middelen wel duidelijk: in dat jaar wordt er nog een SPUK IZA uitgekeerd aan IZA-regio’s.
Hoe de middelen na 2026 worden uitgekeerd (lokaal/regionaal, met geoormerkte middelen of niet), wordt pas bekend in Q1 2026. Ook is nog niet zeker of de middelen voor de langere termijn afdoende zijn, als gevolg van het feit dat zij deels pas beschikbaar zijn míts er op zorg is bespaard.
Gemeenten doen, voor de jaren 2026 en 2027 voor álle investeringen, zowel incidenteel als structureel, in het sociaal domein, een beroep op SPUK Transformatiemiddelen. Dit doen we op basis van het in oktober 2024 vastgestelde addendum op het IZA.
Dit leidt tot een beroep op de SPUK-transformatiemiddelen voor beoogde inzet in het sociaal domein van 5,3 miljoen in 2026 en 2027. Daarvan is € 840 K bestemd voor incidentele kosten. De overige 4,5miljoen is bestemd voor kosten die gemeenten structureel maken voor deze transformatie, waarvan 2,6 miljoen personele kosten in het sociaal domein betreft en 1,7 miljoen meerkosten betreft, zoals extra Wmo-uitgaven.
Met het transformatieplan vragen gemeenten financiering binnen het tijdvak 2025-2027 aan voor een plan dat de periode 2025-2029 bestrijkt. Zij spreken de intentie uit om vervolgens na 2027 bij te dragen aan dit plan met AZWA-middelen.
Positie Barneveld en Scherpenzeel
De gemeenten Barneveld en Scherpenzeel maken onderdeel uit van de IZA-regio Gelderse Vallei, waar het samenwerkingsverband Vitale Gelderse Vallei actief is. In de basis ontwikkelen beide gemeenten in deze regio hun IZA plannen en ontvangen de gemeenten de SPUK IZA middelen. Tegelijkertijd oriënteren de ruim 70.000 inwoners zich voor zorg vooral op de regio Eemland (huisartsenzorg, ketenzorg, zorgprogramma’s chronische aandoeningen, GGZ en spoedzorg), dat onder de IZA-regio Midden-Nederland valt. Hier is het samenwerkingsverband Samen Sterker Eemland actief. Naast dat inwoners zich niet laten tegenhouden door een regiogrens zien we ook dat de belangrijkste samenwerkingspartners in deze transformatie (huisartsen, ggz, en sociaal domein) zich op verschillende wijze verhouden tot één of beide regio’s. Ieder met hun eigen werkwijze en plannen ligt de eerste uitdaging erin om de natuurlijke samenwerkingspartners in Barneveld en Scherpenzeel rondom dit thema gelijkgericht te laten werken. In het verlengde daarvan is het de uitdaging om de netwerken van de twee regio’s zowel op strategisch niveau als in de praktijk goed met elkaar in verbinding te brengen zodat partners op het snijvlak van beide regio’s kunnen samenwerken in het belang van de inwoners van Barneveld en Scherpenzeel.
De deelname als onderdeel van dit voorliggend transformatie plan is daarom als volgt: Barneveld en Scherpenzeel nemen deel aan de onderdelen preventieprogramma en Laagdrempelige Steunpunten binnen de regio Gelderse Vallei. Voor andere onderdelen sluiten deze twee gemeenten aan bij regio Eemland.
Dubbele financiering en staatssteun voorkomen
Met het gegeven akkoord door de deelnemende gemeenten op het indienen van dit transformatieplan bevestigen gemeenten dat zij dubbelingen in de financiering voorkomen, zowel vanuit andere regio’s als vanuit andere SPUK gelden. In de jaren 2026 en 2027 wenden zij geen SPUK- IZA middelen aan voor dit plan. In de jaren die volgen committeren zij zich aan de doelstellingen van het IZA en het AZWA door- met inachtneming van de andere IZA-taken - deze SPUK aan te wenden voor de gemeentelijke taken binnen het brede mentaal gezondheidsnetwerk, inclusief preventie en laagdrempelige steunpunten. Bij de inzet van intern personeel wordt zorggedragen dat deze niet al betaald worden uit de reguliere bedrijfsvoering.
Tot slot waken gemeenten, conform Europese wetgeving en regelgeving, voor het ontstaan van staatssteun. Gemeenten kunnen steun verlenen in verschillende vormen, zoals subsidies, garantstellingen en inkoop, en beoordelen bij elke vorm of deze als staatssteun wordt beschouwd.
7. Risico en impactanalyse
Het Mentale gezondheidsnetwerk is een duurzaam, gelijkwaardig samenwerkingsverband met als doel:
- •
Dat inwoners een betere mentale gezondheid ervaren.
- •
Dat hulp- en ondersteuningsvragen van inwoners en hun naasten snel en op de juiste plek opgepakt worden.
- •
Dat de beschikbare capaciteit (GGZ, huisarts/POH en Sociaal Domein) in de regio optimaal wordt benut.
- •
Dat de wachttijd in de GGZ-zorg voor mensen met complexe problematiek afneemt (binnen treeknormen).
Door onze projecten in samenhang met elkaar vorm te geven willen we onze impact vergroten. Zo kan er door de inzet van preventie mogelijk opschaling naar zorg voorkomen worden, door de laagdrempelige steunpunten is er een grote impact op sociaal maatschappelijke problematiek te verwachten waardoor deze problematiek zich niet doorontwikkeld naar een zorgvraag. Door het verkennend gesprek goed vorm te geven zal de inwoner sneller op de juiste plek terecht komen en kan de beschikbare capaciteit in de regio optimaal benut worden.
De impact op de GGZ, door afbuiging naar andere vormen van ondersteuning, zal zowel op de wachtlijst zichtbaar zijn als in de toekomst in het aantal benodigde FTE. Voor een specificering van de impact per onderdeel verwijzen we u naar de deelplannen. Hieronder volgen de uitwerking van een risicoanalyse en impactanalyse.
7.1 Risicoanalyse
|
Risico |
Beschrijving |
Kans |
Impact |
Mitigerende maatregelen |
|
Stopzetting of uitstel van transformatie |
Zonder structurele financiering kunnen projecten geen doorgang vinden |
Hoog |
Hoog |
Bouw transformatie modulair op zodat het aanpasbaar is. Positieve ontwikkelingen rondom het AZWA zijn van belang voor dit plan. |
|
Verlies van betrokkenheid professionals en partners |
Onzekerheid kan leiden tot demotivatie of uitstroom van belangrijke partners. Partners maken andere keuzes gaandeweg het proces van transformatie |
Middel |
Hoog |
Transparante communicatie, korte termijn successen zichtbaar maken, betrokkenheid stimuleren. Goede governance in de regio en bouwen aan vertrouwen |
|
De doelen worden niet behaald |
Transformeren betekend gaandeweg leren dus de werkelijkheid kan afwijken van de ambities |
Hoog |
Hoog |
Twee keer per jaar vindt er een evaluatie plaats in de stuurgroep MGN.
|
|
Fragmentatie van zorg |
Verschuiving van GGZ naar sociaal domein kan leiden tot versnippering en/of onduidelijkheid van verantwoordelijkheden en zorgcontinuïteit |
Hoog |
Hoog |
Werk met duidelijke afspraken over rollen en verantwoordelijkheden; ontwikkelen gezamenlijke aanpakken. Netwerksamenwerkingen. Samenwerkingsovereenkomst MGN |
|
Onvoldoende expertise in het sociaal domein |
Sociaal domein mist soms specialistische GGZ-kennis wat leidt tot doorverwijzing naar GGZ waar dit niet altijd nodig is. |
Middel |
Hoog |
Investeer in verbinding van professionals in GGZ en sociaal domein dmv training, gezamenlijke casuïstiek bespreking, inzet van GGZ-medewerkers in sociaal domein |
|
Beperkte monitoring en evaluatie |
Zonder structurele financiering ontbreekt capaciteit voor monitoring, evaluatie en bijsturing. Minimale administratieve lasten door monitoring en evaluatie. |
Middel |
Middel |
Koppel laagdrempelige meetinstrumenten passend binnen bestaande uitvoerings(systemen); werk met lerende netwerken |
|
Weerstand bij inwoners en zorgverleners |
Inwoner of professionals ervaren de verandering als een versobering of bezuiniging. Een inwoner beslist zelf of hij van een alternatief aanbod gebruik maakt. |
Middel |
Middel |
Betrek inwoners actief bij de transformatie, bied perspectief op verbetering van zorg dichtbij huis |
|
Financiering gemeente |
Door de verschuiving van zorg naar gezondheid zal de vraag toenemen naar de voorliggende voorzieningen bij de gemeente |
Hoog |
Hoog |
Er zullen door de gemeenten keuzes gemaakt moeten worden. Monitor gedurende 2026 en 2027 de daadwerkelijke (meer)kosten en impact zodat gemeenten onderbouwd keuzes kunnen maken voor structurele financiering. |
|
Onvoldoende structurele inbedding van preventie en de laagdrempelige steunpunten |
De inzet op het herstelnetwerk en preventie is rand voorwaardelijk voor een effectief MGN, maar afhankelijk van tijdelijke financiering in lokale draagkracht |
Hoog |
Hoog |
De opschaling van laagdrempelige steunpunten gaat gefaseerd maar wel vlot. De impact van laagdrempelige steunpunten volgen, delen en communiceren met financiers. Ervaringen van ervaringsdeskundigen en inwoners belangrijke stem geven! (Communicatie en governance) |
|
Afhankelijk van ontwikkeling slimverwijzen en mogelijkheden van inzet technologie |
Betrouwbare realtime informatie over aanbod en wachttijden ontbreekt mogelijk; niet alle organisaties leveren aan |
Middel |
Hoog |
Afspraken maken over aanlevering; gebruik maken van bestaande technologische oplossingen; monitoring op betrouwbaarheid data. |
|
Door inzet van extra capaciteit in het VG is er minder behandelcapaciteit |
Door inzet van extra capaciteit in VG is er minder behandelcapaciteit voor GGZ-behandeling; mogelijk tekort aan gekwalificeerd personeel |
Hoog |
Hoog |
Realistische capaciteitsplanning; samenwerking tussen GGZ en SD; strategisch personeelsbeleid en opleiden/inzetten van nieuw personeel. |
|
Bekostiging TCP-team afhankelijk van aantal VG’s |
Productiegedreven bekostiging kan leiden tot perverse prikkels; wat bij no-shows of lege agenda? |
Middel |
Middel |
Instroom vanuit wachtlijst Propersona. Monitoren van no-shows. |
|
Wachtrij voor het TCP als er te veel mensen worden aangemeld voor VG.
|
Overaanmelding kan zorgen voor wachttijd bij TCP |
Hoog |
Middel |
Heldere verwijscriteria en triage; capaciteitsmanagement; nauwe afstemming met verwijzers. |
|
Gebrek aan ontwikkeltijd en implementatieruimte
|
Nieuwe werkwijze vereist tijd voor implementatie, leren en bijsturing |
Middel |
Hoog |
Faseer invoering; stel leerruimte beschikbaar; faciliteer teams in implementatie (tijd, begeleiding, training). |
7.2 Impactanalyse
De onderstaande impactanalyse beschrijft in hoofdlijnen de voorzienbare effecten van het transformatieplan voor de vier doelgroepen: patiënten en inwoners/ burgers, zorgaanbieders, de rest van de zorgketen en de bredere context. Per doelgroep worden de verwachte impact beschreven zoals vereist in het beoordelingskader Impactvolle zorgtransformatie7.
|
Doelgroep |
Impact |
|
Patiënten en burgers/ inwoners |
|
|
Betrokken (zorg)aanbieders (o.a. bedrijfsvoering, personeel, ICT- en andere en infrastructuur en vastgoed); |
|
|
Rest van de zorgketen |
Veranderende verwijspatronen, noodzaak tot betere samenwerking tussen domeinen, regionale en/of lokale verschillen |
|
Bredere context |
Afstemming vereist met landelijke en regionale afspraken, voor randvoorwaarden zoals financiering, ICT etc. |
7.3 Impact op duurzaamheid
Binnen het kader van het Integraal Zorgakkoord zetten wij ons als Mentaal Gezondheidsnetwerk Vitale Gelderse Vallei actief in voor een duurzame en toekomstbestendige aanpak van mentale gezondheid en sociaal welzijn. In onze regio vervult het netwerk een brede rol, waarbij niet alleen zorgaanbieders betrokken zijn, maar ook partners binnen het sociaal domein. Deze integrale samenwerking vraagt om een gezamenlijke inzet op duurzaamheid, zowel in de zorgverlening als in de ondersteunende processen.
Het transformatieplan draagt bij aan het verminderen of stabiliseren van de klimaat- en milieu-impact door het terugdringen van de vraag naar dure, specialistische zorg via preventie en tijdige ondersteuning. Daarnaast leidt het tot efficiënter gebruik van bestaande middelen, zoals de bundeling van preventieactiviteiten en regionale coördinatie. Ook helpt het plan uitval en overbelasting van professionals in de zorg en het sociaal domein te beperken.
Hierdoor wordt verspilling van zorgcapaciteit voorkomen, nemen de maatschappelijke kosten af en wordt de arbeidsparticipatie versterkt.
Wij streven naar een verantwoorde inzet van middelen door het terugdringen van papiergebruik, het stimuleren van digitale communicatie en het verduurzamen van huisvesting. Ook zetten we in op het beperken van reiskosten en CO₂-uitstoot door hybride werken en het gebruik van duurzame vervoersopties te bevorderen. Binnen het sociaal domein betekent dit ook het versterken van lokale netwerken en voorzieningen, zodat ondersteuning dichter bij de inwoner georganiseerd kan worden.
Daarnaast investeren we in de duurzame inzetbaarheid van professionals in zowel zorg als welzijn. Dit doen we door aandacht te besteden aan werkplezier, vitaliteit, scholing en samenwerking over domeinen heen. Zo bouwen we aan een veerkrachtig netwerk dat niet alleen goede zorg en ondersteuning biedt, maar ook bijdraagt aan een gezonde leefomgeving en een houdbare toekomst voor de regio.
Afkortingenlijst
|
AZWA – |
Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord |
|
DOK – |
Data, Onderzoek en Kennis |
|
GGD – |
Gemeentelijke gezondheidsdienst |
|
GGZ – |
Geestelijke gezondheidszorg |
|
IZA – |
Integraal zorgakkoord |
|
KPI – |
Kritische prestatie indicator |
|
MGN – |
Mentaal gezondheidsnetwerk |
|
POH – |
Praktijkondersteuner huisartsen |
|
RAG-systeem - |
Retrieval-Augmented Generation |
|
SPUK – |
Specifieke uitkering |
|
TCP – |
Triage-en coördinatiepunt |
|
VVT – |
Verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg |
Toelichting
Algemeen
In het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) zijn onder andere afspraken gemaakt gericht op het verbeteren van de samenwerking tussen sociaal domein, de huisartsenzorg en de ggz. De gezamenlijke opgave is om de ondersteuning en zorg voor mensen met psychische klachten, waaronder verslavingsproblematiek, en hun naasten, anders en beter te organiseren. Zodat we nu en in de toekomst kwalitatief goede ondersteuning en zorg kunnen blijven verlenen. Dit vraagt betere domein overstijgende samenwerking, passende ondersteuning en zorg en ook een stevige sociale basis (het steunend systeem rond de burger). De beweging naar 'de voorkant' moet sterker en duurzamer, nog niet iedere inwoner kan nabij laagdrempelig terecht voor zelfregie en herstel.
Laagdrempelige steunpunten dragen als middel bij aan het maatschappelijk herstel van mensen die door problemen met hun mentale gezondheid hun rollen verliezen in de maatschappij. Juist omdat deze steunpunten in de maatschappij staan naast de ggz. Deze steunpunten hebben een belangrijke waarde voor mensen om te kunnen groeien in zelfregie en herstel. Dit draagt bij aan het voorkomen van instroom in de ggz en het versnelt uitstroom uit behandeling.
Deze regeling heeft tot doel het financieel ondersteunen van de exploitatie van laagdrempelige steunpunten in de Regio Gelderse Vallei, als onderdeel van het samenwerkingsverband Vitale Gelderse Vallei, conform de ambitie uit het Transformatieplan MGN Vitale Gelderse Vallei en het inhoudelijk kader voor de realisatie van laagdrempelige steunpunten. De regeling beoogt:
- •
De versterking van de sociale basis en inclusiviteit voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid.
- •
Het bieden van een verwijsalternatief voor de curatieve GGZ, gericht op preventie en herstel.
- •
Het borgen van een structureel aanbod van herstelactiviteiten (zoals peer-supportgroepen, sport, ontmoeting) in de wijk.
- •
Het faciliteren van een gelijkwaardig samenspel tussen inwoners, naasten, vrijwilligers en beroepskrachten, waarbij ervaringsdeskundigen en vrijwilligers de leiding hebben.
- •
Het realiseren van een regionaal dekkend netwerk conform de planning (6 steunpunten in 2026, 9 in totaal in de regio in 2027).
Na het realiseren van het regionaal dekkend netwerk, zullen de laagdrempelige steunpunten een toekomstbestendige functie moet behouden in de regio. Dat wil zeggen dat er in de toekomst gekeken zal worden hoe activiteiten voortgang kunnen behouden na 2027. Ook in het licht dat laagdrempelige steunpunten als basisfunctionaliteit in het AZWA worden erkend.
Projectgroep laagdrempelige steunpunten onder onderdeel van het Mentaal Gezondheidsnetwerk
Met aanbieders uit zorg & welzijn, zorgverzekeraars, gemeenten, onderwijs & onderzoek en woningcorporaties werken we aan een regio waar mensen zelf grip krijgen op hun gezondheid. We maken gezond leven vanzelfsprekender en vernieuwen hoe we zorg organiseren. Zo blijft zorg toegankelijk en betaalbaar, nu en in de toekomst. Niet door harder te werken, maar door zorg, welzijn en inwoners te verbinden, mensen te inspireren en verandering te versnellen. Dichtbij mensen, samen en over domeinen heen. De Vitale Gelderse Vallei richt zicht daarom op vier thema’s die in de Gelderse Vallei belangrijk zijn, waaronder op mentale vitaliteit via de coalitie Mentaal Vitaal.
De coalitie Mentaal Vitaal werkt aan mentale vitaliteit op verschillende manier, waaronder via laagdrempelige steunpunten. Hiervoor is een regionale projectgroep ingericht om richting te geven aan het project in verbinding met op te starten laagdrempelige steunpunten. Aanvragers van deze subsidieregeling zijn altijd vrij om een aanvraag te toetsen via deze projectgroep door contact met hen op te nemen via de coalitie Mentaal Vitaal.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 4. Subsidieontvanger
Subsidieaanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend door stichtingen en verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid. Hiermee wordt geborgd dat subsidiegelden worden beheerd door organisaties met een bestuur, een verantwoordingsplicht en een maatschappelijk doel, zodat de subsidie doelmatig en controleerbaar kan worden ingezet voor activiteiten die bijdragen aan het publieke belang.
Artikel 7. Subsidieplafonds
Voor deze regeling is een subsidieplafond vastgesteld.
Als het subsidieplafond wordt overschreden dan wordt het beschikbare bedrag naar evenredigheid verdeeld. Dat wil zeggen dat de voor subsidie in aanmerking komende bedragen worden verminderd met het percentage waarmee de aanvragen het subsidieplafond overschrijden.
Noot
2In de IZA-afspraak staat genoemd mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen, maar we beseffen dat deze duiding in de context van laagdrempelige steunpunten en zelfregie en herstelinitiatieven niet aansluit. Daar worden mensen als mensen gezien en ook zo genoemd, los van eventuele diagnoses of problemen.
Noot
3SDe IZA-werkgroep Laagdrempelige steunpunten bestaande uit VNG, Sociaal Werk Nederland, de Nederlandse ggz, Valente, VWS, MIND en de Nederlandse Vereniging voor Zelfregie en Herstel.
Noot
6Vanaf 2026 worden tienduizend extra patiënten verwacht op de wachtlijst van de GGZ, mede door het verdwijnen van deze regeling
Noot
8In 2025 heeft MURA samen met VGGM alle interventies op het gebeid van preventie mentale gezondheid van de gemeente Ede in kaart gebracht. Dit is een uitgebreid document met veel achtergrondinformatie. Dit document met daarin ook een analyse van knelpunten vormen een van de bronnen voor dit transformatieplan en de uitvoering daarvan.
Noot
9Op landelijk niveau/op basis van onderzoek (CZ et al., 2020) is bekend dat ongeveer 23% van de verwijzingen van de huisarts naar de GGZ niet ‘goed’ is. In het TCP GV wordt een first time right principe nagestreefd van 87% oftewel een verbetering van 10%.
Noot
10Mental Health Verbindt - Welkom, WIJS Verwijsbureau - Provico - GGZ netwerk in praktijk, Over ons | Wijzer GGZ
Noot
11https://www.mentalegezondheidsnetwerken.nl/app/uploads/2024/03/20240301-Werkwijze-Mentale-gezondheidsnetwerken.pdf
Noot
12GGZ professional zoals gedefinieerd in veldnorm beroepen in de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg (zie NZA Beleidsregel experiment Deelname ggz aan Verkennend gesprek BR/REG 25145) én passend binnen de beroepenlijst zoals gedefinieerd door Menzis.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl