Regeling vervalt per 01-07-2028

Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Rheden

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 15-10-2026 t/m 30-06-2028 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025

Intitulé

Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Rheden

Het college van burgemeester en wethouders/de burgemeester van de gemeente Rheden;

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 78gg van de Participatiewet;

overwegende, dat het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen over in welke situaties en onder welke voorwaarden aan een huishouden een vaste tegemoetkoming in verband met de alleenverdienersproblematiek kan worden verstrekt of geweigerd;

Besluit vast te stellen: de beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Rheden

Hoofdstuk 1

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    Alleenverdiener: het huishouden dat:

    • a)

      een inkomen heeft uit een uitkering, niet zijnde een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, eventueel aangevuld met een uitkering op grond van de Participatiewet en;

    • b)

      vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, waarvoor het inkomen uit enkel een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet bestaat, een lager bedrag aan tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt, als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 37, tweede lid, Participatiewet en in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en;

    • c)

      een netto-inkomen en tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt dat in totaal lager ligt dan bij een vergelijkbaar huishouden waarvoor het inkomen uit een uitkering enkel bestaat uit een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, vanwege hetgeen genoemd is onder sub b).

  • b.

    besteedbaar inkomen: netto inkomen van het huishouden verhoogd met het recht op huurtoeslag en zorgtoeslag;

  • c.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden;

  • d.

    huishouden: twee personen die fiscaal partner en toeslagpartner van elkaar zijn in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft;

  • e.

    lijstwerk: lijst met burgerservicenummers en gemeentecodes als bedoeld in artikel 78gg, vijfde lid, van de wet;

  • f.

    tegemoetkoming: tegemoetkoming als bedoeld in artikel 78gg van de wet;

  • g.

    uitkeringsadministratie: administratiesysteem waarin de uitbetaling van uitkeringen en verstrekkingen op grond van de Participatiewet worden vastgelegd;

  • h.

    vaste tegemoetkoming: bedrag, genoemd in artikel 15ba van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ dat geldt voor het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft;

  • i.

    wet: Participatiewet;

  • j.

    zelfmelder: huishouden waarvan de meestverdienende partner niet voorkomt op het lijstwerk en dat zichzelf meldt voor het doen van een aanvraag voor een tegemoetkoming over het kalenderjaar 2025, 2026 of 2027.

Artikel 2 Ambtshalve toekenning

  • 1. Het college kent aan ieder huishouden waarvan de meestverdienende partner voorkomt op het voor het betreffende kalenderjaar ontvangen lijstwerk, ambtshalve de vaste tegemoetkoming voor dat kalenderjaar toe;

  • 2. Voorafgaand aan toekenning wordt het huishouden gevraagd een bankrekeningnummer door te geven wanneer van het huishouden:

    • a.

      geen betalingswijze bekend is in de gemeentelijke uitkeringsadministratie;

    • b.

      wel een betalingswijze bekend is in de uitkeringsadministratie, maar in de voorgaande periode van twee jaar geen betalingen aan het huishouden zijn gedaan.

Artikel 3 Aanvraag zelfmelder

  • 1. Een zelfmelder kan uiterlijk 30 juni 2028 een aanvraag om een vaste tegemoetkoming over kalenderjaar 2025, 2026 of 2027 indienen bij het college.

  • 2. De aanvraag wordt door beide partners in het huishouden ondertekend.

  • 3. De vaste tegemoetkoming wordt toegekend voor het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft indien:

    • a.

      de meestverdienende partner in het huishouden op de datum van aanvraag inwoner van Rheden is;

    • b.

      het huishouden voor het betreffende kalenderjaar nog geen vaste tegemoetkoming heeft ontvangen;

    • c.

      is voldaan aan de inkomenseis; en

    • d.

      is voldaan aan de vermogenseis.

  • 4. Het huishouden voldoet aan de inkomenseis wanneer het besteedbaar inkomen in het huishouden lager is dan het besteedbaar inkomen van een huishouden in gelijke omstandigheden met uitsluitend een netto-inkomen uit algemene bijstand.

  • 5. Bij de beoordeling van de inkomenseis wordt het netto-inkomen over het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, als volgt vastgesteld:

    • a.

      als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar al bekend is, dan gebruikt het college het belastbaar jaarinkomen waar deze aanslag of beschikking op is gebaseerd;

    • b.

      als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar nog niet bekend is en sprake is van een gelijkblijvend inkomen in het kalenderjaar, dan wordt het inkomen in de meest recente maand in dat kalenderjaar gebruikt om een geschat jaarinkomen te berekenen;

    • c.

      als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar nog niet bekend is en sprake is van een variabel inkomen, dan wordt het gemiddelde inkomen in de laatste drie maanden van het kalenderjaar gebruikt om een geschat jaarinkomen te berekenen.

  • 6. Wanneer het netto-inkomen over het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, lager is dan de bijstandsnorm die zou gelden voor een huishouden in gelijke omstandigheden, wordt vermoed dat het netto-inkomen van het huishouden gelijk is geweest aan de bijstandsnorm die zou gelden voor een huishouden in gelijke omstandigheden.

  • 7. Bij de beoordeling van de inkomenseis wordt het besteedbaar inkomen over het kalenderjaar waarop de aanvraag ziet, berekend door het netto- inkomen, bedoeld in het vijfde of zesde lid te verhogen met de huurtoeslag en zorgtoeslag waarop het huishouden recht zou hebben.

  • 8. Het huishouden voldoet aan de vermogenseis wanneer het gezamenlijke vermogen in het huishouden op 1 januari van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd, niet meer bedraagt dan het op dat moment geldende gezamenlijke bedrag, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de zorgtoeslag.

  • 9. Indien het college vermoedt dat in een huishouden dat niet voorkomt op het lijstwerk in een kalenderjaar sprake is van alleenverdienersproblematiek als bedoeld in artikel 78gg, eerste lid, van de wet, kan het college het huishouden uitnodigen om als zelfmelder een aanvraag te doen.

Artikel 4 Uitbetaling

De vaste tegemoetkoming wordt ineens toegekend en uitbetaald.

Artikel 5 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze beleidsregels treden met terugwerkende kracht in werking per 1 januari 2025.

  • 2. Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Rheden’.

  • 3. Deze beleidsregels vervallen met ingang van 1 juli 2028 met dien verstande dat deze van toepassing blijven op tegemoetkomingen verstrekt op grond van deze beleidsregels en op aanvragen van zelfmelders die zijn ingediend voorafgaand aan de vervaldatum.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare collegevergadering van 03-02-2026

De Steeg, 3 februari 2026

Burgemeester en wethouders van Rheden,

Carol van Eert,

burgemeester

Bart Drewes,

gemeentesecretaris