Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767751
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767751/1
Regeling vervalt per 01-09-2027
Subsidieregeling decentrale politieke partijen Maasgouw 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 16-10-2026 t/m 31-08-2027 met terugwerkende kracht vanaf 01-07-2026
Intitulé
Subsidieregeling decentrale politieke partijen Maasgouw 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasgouw;
gelet op de artikelen 2, derde en vierde lid, 5, eerste lid, 6, vijfde lid, 7, vijfde lid, 8, zesde lid, 10, tweede lid, en 16, eerste lid, van de Algemene subsidieverordening gemeente Maasgouw;
besluit vast te stellen de volgende regeling:
Subsidieregeling decentrale politieke partijen Maasgouw 2026
Artikel 1. Definities
- -
Asv: Algemene subsidieverordening gemeente Maasgouw;
- -
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasgouw;
- -
decentrale politieke partij:
- a.
vereniging die met haar conform artikel G 3 van de Kieswet geregistreerde aanduiding boven de kandidatenlijst heeft deelgenomen aan de laatstgehouden verkiezing van de gemeenteraad van de gemeente Maasgouw, waarbij aan die lijst ten minste een zetel is toegewezen; of
- b.
orgaan zonder rechtspersoonlijkheid dat blijkens de statuten deel uitmaakt van een vereniging die met haar conform artikel G 1 of G 2 van de Kieswet geregistreerde aanduiding boven de kandidatenlijst heeft deelgenomen aan de laatstgehouden verkiezing van de gemeenteraad van de gemeente Maasgouw, waarbij aan die lijst ten minste een zetel is toegewezen;
- a.
- -
gift: door een decentrale politieke partij aanvaarde handeling, niet zijnde subsidie, die ertoe strekt dat degene die de handeling verricht, een decentrale politieke partij ten koste van zijn eigen vermogen verrijkt;
- -
zetel: zetel in de gemeenteraad van de gemeente Maasgouw.
Artikel 2. Toepassingsbereik
Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 5 bedoelde activiteiten.
Artikel 3. Doel van de subsidie
Het doel van de subsidieregeling is de gemeentelijke democratie te ondersteunen en financiële en organisatorische transparantie van decentrale politieke partijen te bevorderen.
Artikel 4. Doelgroep
Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt aan een decentrale politieke partij.
Artikel 5. Subsidiabele activiteiten
-
1. De subsidie wordt verstrekt voor uitgaven die direct samenhangen met de volgende activiteiten:
- a.
politieke vormings- en scholingsactiviteiten;
- b.
informatievoorziening;
- c.
het onderhouden van contacten met zusterpartijen buiten Nederland en het ondersteunen van vormings- en scholingsactiviteiten ten behoeve van het kader van die partijen;
- d.
politiek-wetenschappelijke activiteiten;
- e.
activiteiten ter bevordering van de politieke participatie van jongeren en andere ondervertegenwoordigde groepen;
- f.
het werven van leden;
- g.
het betrekken van niet-leden bij activiteiten van de politieke partij;
- h.
werving, selectie en begeleiding van politieke ambtsdragers;
- i.
activiteiten in het kader van verkiezingscampagnes.
- a.
-
2. De in het eerste lid genoemde activiteiten komen alleen voor subsidie in aanmerking voor zover zij plaatsvinden binnen of gericht zijn op het gebied van de gemeente Maasgouw.
Artikel 6. Subsidietijdvak
De subsidie wordt verstrekt voor het subsidietijdvak van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027.
Artikel 7. Subsidiebedrag
-
1. De hoogte van de subsidie die aan een decentrale politieke partij wordt toegekend, is afhankelijk van het aantal zetels dat bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van de raad is toegekend aan de lijst waarboven de voor deze decentrale politieke partij geregistreerde aanduiding, of een afkorting daarvan, heeft gestaan.
-
2. Als bij de laatstgehouden verkiezing een of meer zetels zijn toegewezen aan een lijst waarop artikel H 3, derde lid, van de Kieswet is toegepast, wordt voor de vaststelling van het aantal zetels als bedoeld in het eerste lid uitgegaan van een daartoe strekkende gezamenlijke verklaring van de betreffende decentrale politieke partijen over de toerekening van de toegekende zetels bij de laatstgehouden verkiezing aan deze partijen.
-
3. Als een decentrale politieke partij als bedoeld in het eerste lid fuseert in de zin van artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wordt de som van het aantal zetels als bedoeld in het eerste lid aan de nieuwe decentrale politieke partij toegerekend, met dien verstande dat door de rechtsvoorganger niet al subsidie op basis van de betreffende zetel(s) is aangevraagd.
-
4. De subsidie bedraagt € 488,00 per zetel voor het in artikel 6 genoemde subsidietijdvak.
-
5. Het subsidieplafond voor het in artikel 6 genoemde subsidietijdvak bedraagt € 9.272,00.
-
6. Het beschikbare bedrag wordt overeenkomstig het vierde lid verdeeld naar rato van het aantal zetels dat aan iedere decentrale politieke partij wordt toegerekend.
Artikel 8. Subsidieaanvraag
-
1. Een decentrale politieke partij kan subsidie aanvragen voor de in artikel 5 genoemde activiteiten bij het college.
-
2. In afwijking van artikel 6, tweede tot en met vierde lid, van de Asv legt de aanvrager de volgende gegevens over:
- a.
de geregistreerde aanduiding dan wel afkorting daarvan van de aanvrager die bij de laatstgehouden verkiezing boven een lijst heeft gestaan;
- b.
het aantal zetels dat bij de vaststelling van de verkiezingsuitslag aan de onder a bedoelde lijst is toegewezen;
- c.
de rechtsvorm, de statutaire naam en het vestigingsadres van de rechtspersoon namens welke de aanvraag wordt gedaan en de handtekeningen van degene(n) die bevoegd is/zijn de rechtspersoon te vertegenwoordigen;
- d.
indien van toepassing: een verklaring van de politieke vereniging waarvan het orgaan zonder rechtspersoonlijkheid deel uitmaakt, waaruit blijkt dat de aanvraag is ingediend door degene(n) die bevoegd is/zijn de vereniging lokaal te vertegenwoordigen;
- e.
het IBAN-rekeningnummer en de tenaamstelling waarop het subsidiebedrag dient te worden overgemaakt.
- a.
-
3. Voor de aanvraag maakt de aanvrager gebruik van het door het college vastgestelde aanvraagformulier.
Artikel 9. Aanvraagtermijn
In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de Asv wordt een aanvraag ingediend binnen acht weken na de bekendmaking van deze subsidieregeling.
Artikel 10. Beslistermijn en subsidievaststelling
-
1. Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een volledige aanvraag.
-
2. De subsidie wordt zonder voorafgaande subsidieverlening direct vastgesteld.
Artikel 11. Aanvullende verplichtingen
-
1. In aanvulling op artikel 12 van de Asv is de subsidieontvanger verplicht transparant te zijn over zijn organisatie en een zodanige administratie te voeren dat deze een betrouwbaar beeld geeft van de financiële positie van de partij.
-
2. Op grond van de in het eerste lid genoemde transparantieplicht maakt de subsidieontvanger op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch actueel openbaar:
- a.
de statuten van de vereniging;
- b.
een overzicht van zijn neveninstellingen als bedoeld in artikel 1 van de Wet financiering politieke partijen;
- c.
de procedure voor de kandidaatstelling en de benoeming van de leden van het bestuur en zijn statutaire organen;
- d.
de voorwaarden die aan het lidmaatschap en aan de benoeming in de organen, bedoeld in onderdeel c, worden verbonden;
- e.
de samenstelling van de in onderdeel c bedoelde statutaire organen;
- f.
de procedure voor de totstandkoming van kandidatenlijsten bij verkiezingen en, indien van toepassing, de criteria op basis waarvan personen daarvoor worden geselecteerd;
- g.
uiterlijk 30 juni 2027, het financiële verslag over het kalenderjaar 2026; en
- h.
uiterlijk 31 augustus 2027, het activiteitenverslag over het subsidietijdvak van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027.
- a.
-
3. Op grond van de in het eerste lid genoemde verplichting tot het voeren van een financiële administratie die een betrouwbaar beeld geeft van de financiële positie van de partij neemt de subsidieontvanger in ieder geval de volgende gegevens in zijn administratie op:
- a.
de ontvangen subsidies;
- b.
de aanvaarde giften met een cumulatieve geldwaarde van meer dan € 250,00 van één donateur in het kalenderjaar, inclusief de naam en het adres van de donateur en de datum van ontvangst;
- c.
de overige inkomsten;
- d.
de vermogenspositie; en
- e.
de schulden boven € 5.000,00, inclusief de naam en het adres van de schuldeiser en de datum van het ontstaan,
- a.
-
en bewaart deze gegevens gedurende zeven jaar.
-
4. Het in het tweede lid, onderdeel g, bedoelde financiële verslag bevat de in het derde lid genoemde informatie, met uitzondering van het adres van de donateur. Als een donateur gelet op het belang van zijn veiligheid bezwaar heeft gemaakt tegen vermelding van zijn naam, kan deze achterwege blijven, met dien verstande dat in dat geval een omschrijving wordt gegeven van de categorie van instellingen of organisaties waartoe de donateur behoort.
Artikel 12. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 juli 2026.
Artikel 13. Vervallen van de regeling
-
1. Deze regeling vervalt op 1 september 2027.
-
2. Deze regeling blijft van toepassing op subsidies die vóór het vervallen van deze regeling zijn aangevraagd of verstrekt.
Artikel 14. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als:
Subsidieregeling decentrale politieke partijen Maasgouw 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasgouw van 6 oktober 2026.
De secretaris,
C.M. Keersmaekers
De burgemeester,
D.W.J. Schneider
Toelichting bij de Subsidieregeling decentrale politieke partijen Maasgouw 2026
Inleiding
Deze toelichting behoort bij de Subsidieregeling decentrale politieke partijen Maasgouw 2026. De toelichting bestaat uit dit algemene deel, gevolgd door een artikelsgewijs deel waarin specifieke bepalingen waar nodig worden toegelicht.
Aanleiding
Tijdens de begrotingsbehandeling heeft de Tweede Kamer besloten om de in afwachting van de aanname van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen gereserveerde middelen voor de subsidiëring van decentrale politieke partijen gedeeltelijk toe te voegen aan het gemeentefonds.
Het gewijzigd amendement van de leden Clemminck en Tijs van den Brink heeft geleid tot een toevoeging van € 5,45 miljoen aan het gemeentefonds. Daarbij is het de bedoeling om de inhoudelijke voorwaarden uit het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen zoveel mogelijk te volgen.
Gemeenten worden hiermee in staat gesteld om, in afwachting van de landelijke wettelijke regeling, zelf een subsidieregeling vast te stellen voor de ondersteuning van decentrale politieke partijen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft hiervoor in juni 2026 een Model Subsidieregeling decentrale politieke partijen en een implementatiehandleiding uitgebracht.
De VNG heeft de gemeentelijke uitvoering als een tijdelijke taak beschreven. Ten tijde van het uitbrengen van het model waren alleen voor 2026 middelen beschikbaar gesteld. Het was toen nog niet duidelijk of voor 2027 opnieuw middelen beschikbaar zouden worden gesteld.
De Subsidieregeling decentrale politieke partijen Maasgouw 2026 geeft uitvoering aan de voor Maasgouw beschikbaar gestelde middelen. De regeling heeft uitsluitend betrekking op het subsidietijdvak van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027.
Als voor een volgend subsidietijdvak opnieuw middelen beschikbaar worden gesteld, zal het college afzonderlijk beoordelen of daarvoor een nieuwe subsidieregeling wordt vastgesteld.
Doelstelling
Deze subsidieregeling beoogt de gemeentelijke democratie te ondersteunen en de financiële en organisatorische transparantie van decentrale politieke partijen te bevorderen.
Politieke partijen vervullen een belangrijke en onmisbare rol in het Nederlandse politieke bestel. Zij verwoorden en vormen politieke opvattingen in de samenleving, rekruteren kandidaten voor functies in het openbaar bestuur en betrekken inwoners bij de politieke besluitvorming.
Voor het goed functioneren van de gemeentelijke democratie is het van belang dat decentrale politieke partijen over middelen beschikken voor onder meer:
- •
politieke vorming en scholing;
- •
opleiding en training van kandidaat-raadsleden;
- •
informatievoorziening;
- •
ledenwerving;
- •
het betrekken van niet-leden bij partijactiviteiten;
- •
de werving, selectie en begeleiding van politieke ambtsdragers;
- •
het organiseren van bijeenkomsten met inwoners;
- •
het voorbereiden en voeren van verkiezingscampagnes.
Daarnaast is het van belang dat inwoners inzicht kunnen krijgen in de wijze waarop decentrale politieke partijen zijn georganiseerd en gefinancierd. Transparantie over onder meer de interne organisatie, inkomsten, giften, schulden en besteding van subsidiemiddelen kan bijdragen aan het voorkomen van oneigenlijke beïnvloeding en aan het vertrouwen van inwoners in de lokale politiek.
Omdat deze regeling vooruitloopt op de Wet op de politieke partijen, is bij het opstellen ervan zoveel mogelijk aangesloten bij de criteria uit het wetsvoorstel en de bijbehorende memorie van toelichting.
Effecten
Het is de verwachting dat decentrale politieke partijen door gebruik te maken van de financieringsmogelijkheden uit deze subsidieregeling beter in staat zijn om kennis te vergaren en activiteiten te organiseren. Hierdoor kunnen partijleden, kandidaten en inwoners beter bij het lokale democratische proces worden betrokken.
De transparantieverplichtingen dragen bij aan de inzichtelijkheid van de organisatie en de financiële positie van de subsidieontvangers. De subsidieontvanger maakt onder meer informatie over de organisatie, het financiële verslag en het activiteitenverslag elektronisch openbaar.
De uitvoeringslasten voor de gemeente worden beperkt door de keuze voor directe subsidievaststelling. Er vindt geen afzonderlijke subsidieverlening plaats die na afloop van het subsidietijdvak wordt gevolgd door een aanvraag tot subsidievaststelling.
De subsidieontvanger legt publieke verantwoording af door de voorgeschreven informatie elektronisch openbaar te maken en een betrouwbare financiële administratie te voeren. Dit laat onverlet dat het college binnen de grenzen van de Algemene wet bestuursrecht achteraf kan controleren of aan de subsidievoorwaarden en de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.
Verhouding tot andere regelgeving
De gemeenteraad is op grond van artikel 149 van de Gemeentewet bevoegd om in het kader van de gemeentelijke autonomie een subsidieverordening vast te stellen. De gemeenteraad kan binnen de grenzen van artikel 156 van de Gemeentewet bevoegdheden aan het college overdragen.
In artikel 2, derde lid, van de Algemene subsidieverordening gemeente Maasgouw is bepaald dat het college bij subsidieregeling kan bepalen:
- •
voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt;
- •
welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen;
- •
hoe de subsidie wordt berekend;
- •
op welke wijze en binnen welke termijnen de subsidie wordt uitbetaald.
De Subsidieregeling decentrale politieke partijen Maasgouw 2026 is op deze bevoegdheid gebaseerd. Naast deze subsidieregeling zijn titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening gemeente Maasgouw van toepassing. Voor zover in deze subsidieregeling uitdrukkelijk van de Algemene subsidieverordening gemeente Maasgouw wordt afgeweken, geldt de bijzondere bepaling uit deze subsidieregeling.
Deze subsidieregeling is geen vervanging of aanvulling van de fractieondersteuning die fracties in de gemeenteraad op grond van artikel 33 van de Gemeentewet ontvangen. Fractieondersteuning is gericht op de ondersteuning van fracties en raadsleden bij hun raadswerkzaamheden. De subsidie op grond van deze regeling wordt verstrekt aan de politieke partijorganisatie en is bestemd voor de activiteiten die in artikel 5 van deze regeling zijn genoemd.
De subsidie voor decentrale politieke partijen en de fractieondersteuning zijn daarmee twee afzonderlijke geldstromen met verschillende ontvangers en verschillende bestedingsdoeleinden.
VNG-modelsubsidieregeling
Bij het opstellen van deze subsidieregeling is gebruikgemaakt van de VNG Model Subsidieregeling decentrale politieke partijen van juni 2026. Omdat grote lokale verschillen tussen gemeenten ongewenst worden geacht, is het VNG-model zoveel mogelijk gevolgd.
In afwijking van de meer algemeen toepasbare opzet van het VNG-model is de Subsidieregeling decentrale politieke partijen Maasgouw 2026 beperkt tot één subsidietijdvak, namelijk van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027. Hiervoor is gekozen omdat alleen voor 2026 middelen via het gemeentefonds beschikbaar zijn gesteld en bij de vaststelling van deze regeling nog niet vaststaat of voor een volgend subsidietijdvak opnieuw middelen beschikbaar komen.
Als voor een volgend subsidietijdvak opnieuw middelen beschikbaar worden gesteld, zal het college afzonderlijk beoordelen of daarvoor een nieuwe subsidieregeling wordt vastgesteld.
De beperking tot één subsidietijdvak verandert de doelgroep, de subsidiabele activiteiten, de berekening per zetel en de transparantieverplichtingen uit het VNG-model niet. Wel zijn de aanvraagtermijn, de beslistermijn, de verslagtermijnen, de inwerkingtreding en de vervaldatum specifiek afgestemd op het eenmalige subsidietijdvak van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027.
Artikelsgewijs
Alleen de bepalingen die nadere toelichting behoeven, worden hieronder toegelicht.
Artikel 1. Definities
Asv
Met de afkorting Asv wordt in deze regeling verwezen naar de Algemene subsidieverordening gemeente Maasgouw.
De Asv bevat de algemene bepalingen over onder meer subsidieaanvragen, beslistermijnen, weigeringsgronden, verplichtingen en subsidievaststelling. Deze bepalingen zijn van toepassing, tenzij daarvan in deze subsidieregeling uitdrukkelijk wordt afgeweken.
Decentrale politieke partij
Met deze definitie wordt aangesloten bij de Kieswet en het VNG-model.
Onderdeel a heeft betrekking op een vereniging die met een op grond van artikel G 3 van de Kieswet geregistreerde aanduiding heeft deelgenomen aan de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezing in Maasgouw en waarbij aan de betreffende kandidatenlijst ten minste één zetel is toegewezen.
Onderdeel b heeft betrekking op een lokaal orgaan zonder rechtspersoonlijkheid dat deel uitmaakt van een landelijke of provinciale politieke vereniging. De landelijke of provinciale vereniging heeft haar aanduiding geregistreerd op grond van artikel G 1 of G 2 van de Kieswet. Uit de statuten moet blijken dat de lokale afdeling of het lokale orgaan deel uitmaakt van die vereniging.
Voor beide categorieën geldt dat met de relevante kandidatenlijst moet zijn deelgenomen aan de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezing in Maasgouw en dat aan die lijst ten minste één zetel moet zijn toegewezen.
Een afsplitsing die na de verkiezing is ontstaan en niet zelf met een kandidatenlijst aan de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezing heeft deelgenomen, valt niet onder deze definitie.
Gift
De definitie van gift omvat zowel een geldelijke bijdrage als een ander economisch voordeel dat door een decentrale politieke partij wordt aanvaard. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan goederen of diensten die kosteloos of tegen een niet-marktconforme vergoeding ter beschikking worden gesteld.
Subsidies als bedoeld in artikel 4:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht vallen niet onder het begrip gift. Ook is van belang dat de handeling door de decentrale politieke partij wordt aanvaard.
Zetel
Onder een zetel wordt uitsluitend een zetel in de gemeenteraad van Maasgouw verstaan.
Artikel 2. Toepassingsbereik
Dit artikel bepaalt dat de subsidieregeling van toepassing is op subsidies voor de activiteiten die in artikel 5 zijn genoemd. Andere gemeentelijke subsidies vallen niet onder deze regeling.
Deze bepaling is overeenkomstig het VNG-model opgenomen.
Artikel 3. Doel van de subsidie
Het doel van de subsidieregeling sluit op lokaal niveau aan bij het tweeledige doel van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen.
Naast de versterking van de positie van decentrale politieke partijen wordt beoogd de democratie en de weerbaarheid van de decentrale politiek te versterken. Daarbij staat transparantie centraal. Door decentrale politieke partijen te verplichten tot transparantie over hun financiering en interne organisatie wordt het risico op oneigenlijke beïnvloeding verkleind en wordt de weerbaarheid van politieke partijen en de democratische rechtsstaat versterkt.
Artikel 4. Doelgroep
De subsidie kan uitsluitend worden verstrekt aan een decentrale politieke partij als bedoeld in artikel 1.
De subsidie wordt niet verstrekt aan:
- •
individuele raadsleden;
- •
individuele kandidaten;
- •
raadsfracties als zodanig;
- •
afsplitsingen die niet voldoen aan de definitie van decentrale politieke partij;
- •
politieke groeperingen waaraan bij de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezing geen zetel is toegewezen.
Deze bepaling is overeenkomstig het VNG-model opgenomen.
Artikel 5. Subsidiabele activiteiten
De opgenomen subsidiabele activiteiten komen overeen met de activiteiten die in het VNG-model en het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen zijn opgenomen.
Onder de voorwaarde dat de subsidie wordt besteed aan een of meer van de in het eerste lid genoemde activiteiten, kan de decentrale politieke partij de subsidie naar eigen inzicht besteden. De opsomming is breed en divers geformuleerd, maar is wel limitatief. Uitgaven die geen directe samenhang hebben met een van de genoemde activiteiten komen niet voor subsidie in aanmerking.
Na afloop vindt verantwoording plaats door middel van de elektronische openbaarmaking van een financieel verslag en een activiteitenverslag. Artikel 11 bevat de verplichtingen die daarop betrekking hebben.
Onderdeel a: politieke vorming en scholing
Politieke partijen hebben een belangrijke rol bij de vorming, scholing en begeleiding van politieke ambtsdragers, kandidaat-politieke ambtsdragers en actieve partijleden. De subsidie kan worden ingezet voor professionele cursussen, opleidingen, trainingen en andere scholingsactiviteiten.
Onderdeel b: informatievoorziening
Het informeren van inwoners, kiezers en leden behoort tot de kerntaken van politieke partijen. Het kan gaan om informatievoorziening op papier, via internet, sociale media, bijeenkomsten, radio, televisie of andere media.
Onder informatievoorziening kan ook de productie van politieke uitzendingen worden begrepen. De subsidie kan daarnaast worden gebruikt om leden inhoudelijk betrokken te houden bij de activiteiten van de partij.
Onderdeel c: buitenlandse zusterpartijen
Tot de subsidiabele activiteiten behoort het onderhouden van contacten met zusterpartijen buiten Nederland en het ondersteunen van vormings- en scholingsactiviteiten voor het kader van die partijen. Dergelijke contacten kunnen bijdragen aan internationale samenwerking op politiek en bestuurlijk niveau.
Vanwege het tweede lid moeten deze activiteiten wel voldoende gericht zijn op de gemeente Maasgouw, haar inwoners, partijleden of politieke ambtsdragers.
Onderdeel d: politiek-wetenschappelijke activiteiten
Een decentrale politieke partij kan de subsidie gebruiken voor politiek-wetenschappelijke activiteiten. Hieronder kan bijvoorbeeld onderzoek vallen dat wordt uitgevoerd door een onderwijsinstelling, onderzoeksbureau of politiek-wetenschappelijk instituut.
Onderdeel e: politieke participatie van jongeren en andere ondervertegenwoordigde groepen
Op grond van dit onderdeel kan de subsidie worden besteed aan het bevorderen van de politieke participatie van jongeren en andere groepen die in de politiek ondervertegenwoordigd zijn.
In de regeling is niet vastgelegd welke groepen minder dan gemiddeld politiek actief zijn. Het is aan de decentrale politieke partij om te bepalen op welke ondervertegenwoordigde groep een activiteit zich richt.
Onderdeel f: het werven van leden
Ledenwerving is van belang voor de continuïteit en toekomst van politieke partijen en voor het functioneren van de lokale democratie. De subsidie kan daarom worden gebruikt voor activiteiten die zijn gericht op het aantrekken van nieuwe leden.
Onderdeel g: het betrekken van niet-leden
Politieke partijen vervullen een rol bij het betrekken van inwoners bij de lokale politiek. De subsidie kan bijvoorbeeld worden ingezet voor openbare discussieavonden, inwonersbijeenkomsten en andere activiteiten waarbij niet-leden worden betrokken.
Deze activiteiten kunnen er tevens op zijn gericht om nieuwe leden te werven en de politieke participatie te vergroten.
Onderdeel h: werving, selectie en begeleiding van politieke ambtsdragers
Werving, selectie en begeleiding van politieke ambtsdragers zijn van belang voor de kwaliteit en continuïteit van het openbaar bestuur.
Onder begeleiding wordt niet alleen verstaan de begeleiding tijdens het vervullen van het ambt. Hieronder kan ook nazorg na afloop van de politieke functie vallen. Het moet gaan om activiteiten die door of namens de politieke partij worden georganiseerd. Individuele rechtspositionele aanspraken van politieke ambtsdragers vallen hier niet onder.
Onderdeel i: verkiezingscampagnes
De mogelijkheid om verkiezingscampagnes te voeren is van belang voor de gemeentelijke democratie. Subsidiëring van verkiezingscampagnes kan politieke partijen in staat stellen hun politieke standpunten en partijprogramma’s effectief aan inwoners te presenteren.
Onder activiteiten in het kader van verkiezingscampagnes kunnen onder meer worden verstaan:
- •
het ontwikkelen van een campagne;
- •
het vervaardigen van campagnemateriaal;
- •
de facilitaire organisatie van verkiezingsactiviteiten;
- •
het bevorderen van de deelname van leden aan de campagne;
- •
het bevorderen van de verkiezingsopkomst;
- •
het uitwisselen van standpunten met potentiële kiezers.
Geografische binding
Uit het tweede lid volgt dat de activiteiten binnen Maasgouw moeten plaatsvinden of op het grondgebied en de samenleving van Maasgouw moeten zijn gericht.
Activiteiten kunnen buiten de gemeentegrenzen plaatsvinden, mits zij voldoende gericht zijn op de inwoners, leden, kandidaten of politieke ambtsdragers van Maasgouw. Een voorbeeld is een cursus of conferentie buiten Maasgouw voor leden of kandidaten van een Maasgouwse decentrale politieke partij.
Artikel 6. Subsidietijdvak
Het subsidietijdvak loopt van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027. Deze periode komt overeen met de termijn die in het VNG-model en het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen wordt gehanteerd.
Voor deze termijn is gekozen omdat deze aansluit op het moment waarop gemeenteraadsverkiezingen worden gehouden. Daardoor kan bij de verdeling van de subsidie rekening worden gehouden met de zetelverdeling die uit de gemeenteraadsverkiezingen voortvloeit.
In afwijking van de meer algemeen geformuleerde VNG-bepaling zijn in de Maasgouwse regeling de concrete begin- en einddatum opgenomen. Daarmee wordt tot uitdrukking gebracht dat deze regeling uitsluitend geldt voor het eenmalige subsidietijdvak van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027.
Artikel 7. Subsidiebedrag
Aantal zetels
De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het aantal zetels dat bij de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezing is toegekend aan de kandidatenlijst van de decentrale politieke partij.
Een afsplitsing of de aansluiting van een afgesplitste volksvertegenwoordiger bij een andere partij heeft geen invloed op de hoogte van de subsidie. De verdeling blijft gebaseerd op de uitkomst van de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezing.
Gezamenlijke kandidatenlijst
Als meerdere politieke partijen onder één kandidatenlijst aan de verkiezing hebben deelgenomen, bepalen de betrokken decentrale politieke partijen gezamenlijk hoe de aan de lijst toegekende zetels voor de toepassing van de subsidieregeling worden toegerekend.
De partijen moeten hierover een gezamenlijke verklaring afleggen. Alleen hele zetels kunnen worden toegerekend. Een zetel kan niet tussen meerdere partijen worden verdeeld. Zonder een gezamenlijke verklaring kan het college niet vaststellen hoeveel zetels aan iedere betrokken partij moeten worden toegerekend.
Fusie
Als decentrale politieke partijen juridisch fuseren, wordt de som van de bij de verkiezing aan de betrokken partijen toegekende zetels toegerekend aan de nieuwe partij. Daarbij geldt dat voor dezelfde zetel niet tweemaal subsidie kan worden verstrekt.
Bedrag per zetel en subsidieplafond
Voor Maasgouw bedraagt de subsidie € 488 per zetel. Bij 19 raadszetels bedraagt het totale beschikbare bedrag € 9.272. Dit bedrag is in het vijfde lid als subsidieplafond opgenomen.
Het beschikbare bedrag wordt naar rato van het aantal aan iedere decentrale politieke partij toe te rekenen zetels verdeeld. Omdat het subsidieplafond gelijk is aan 19 maal € 488, kan iedere partij die aan de voorwaarden voldoet € 488 ontvangen per aan haar toe te rekenen zetel.
In afwijking van de meer algemeen toepasbare opzet van het VNG-model bevat deze regeling geen bepaling voor volgende subsidietijdvakken. Als voor een volgend subsidietijdvak opnieuw middelen beschikbaar komen, zal daarvoor afzonderlijke besluitvorming plaatsvinden.
Artikel 8. Subsidieaanvraag
De bij de subsidieaanvraag over te leggen gegevens zijn ontleend aan het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen en het VNG-model.
Op grond van artikel 6, vijfde lid, van de Asv is bepaald dat in afwijking van artikel 6, tweede tot en met vierde lid, van de Asv uitsluitend de in dit artikel genoemde gegevens hoeven te worden overgelegd.
Een afzonderlijk activiteitenplan, een begroting en een dekkingsplan worden niet verlangd. Hiermee worden onnodige administratieve lasten voor de decentrale politieke partijen voorkomen.
De vermelding van de geregistreerde aanduiding is nodig, omdat de statutaire naam van een politieke vereniging niet gelijk hoeft te zijn aan de aanduiding waarmee aan de verkiezing is deelgenomen. Het aantal zetels is nodig om de hoogte van de subsidie overeenkomstig artikel 7 te berekenen.
De aanvraag moet daarnaast voldoen aan artikel 4:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat de aanvraag wordt ondertekend en ten minste bevat:
- •
de naam en het adres van de aanvrager;
- •
de dagtekening;
- •
een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd.
Om het aanvraagproces efficiënt te laten verlopen, is het gebruik van een door het college vastgesteld aanvraagformulier verplicht. Het formulier zorgt ervoor dat de benodigde informatie eenduidig, gestructureerd en zo volledig mogelijk wordt aangeleverd.
Artikel 9. Aanvraagtermijn
De regeling wordt na de aanvang van het subsidietijdvak bekendgemaakt. Daarom kan voor deze eenmalige regeling niet worden aangesloten bij de reguliere aanvraagdatum van 6 april uit het VNG-model.
Een aanvraag moet binnen acht weken na bekendmaking van de subsidieregeling worden ingediend. De termijn begint op de dag na de bekendmaking van de regeling.
De aanvraagtermijn wijkt af van artikel 7, eerste lid, van de Asv. Op grond van die bepaling moet een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie normaal uiterlijk op 1 juni van het voorafgaande jaar worden ingediend. Voor deze regeling is dat niet uitvoerbaar, omdat de aanleiding en de financiële middelen voor de regeling pas in 2026 bekend zijn geworden.
Artikel 10. Beslistermijn en subsidievaststelling
Beslistermijn
Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een volledige aanvraag.
Als een aanvraag onvolledig is, kan het college de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht gelegenheid geven de aanvraag aan te vullen. De beslistermijn wordt dan overeenkomstig artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht opgeschort.
Directe subsidievaststelling
De subsidie wordt zonder voorafgaande subsidieverlening direct vastgesteld. Daardoor hoeft na afloop van het subsidietijdvak geen afzonderlijke aanvraag tot subsidievaststelling te worden ingediend.
De directe vaststelling beperkt de administratieve lasten voor de gemeente en de subsidieontvangers. Zij doet niet af aan de verplichtingen uit artikel 11.
Het college kan binnen de voorwaarden van artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht een vaststellingsbesluit achteraf wijzigen of intrekken. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als de vaststelling berust op onjuiste of onvolledige gegevens of als niet is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
De aanvraag- en beslistermijnen zijn ten opzichte van het VNG-model toegespitst op het eenmalige subsidietijdvak van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027.
Artikel 11. Aanvullende verplichtingen
Artikel 11 is inhoudelijk zoveel mogelijk overeenkomstig het VNG-model opgenomen. De verplichtingen zijn gericht op de in artikel 3 genoemde financiële en organisatorische transparantie.
Op grond van artikel 2, vierde lid, van de Asv kunnen aan de subsidiebeschikking aanvullende verplichtingen worden verbonden, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie of noodzakelijk zijn voor een juiste verantwoording of uitvoering daarvan.
Het niet naleven van de verplichtingen kan binnen de voorwaarden van artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht aanleiding geven tot wijziging of intrekking van de subsidievaststelling.
Tweede lid
De onderdelen a tot en met f verplichten de subsidieontvanger informatie openbaar te maken over onder meer:
- •
de statuten;
- •
eventuele neveninstellingen;
- •
de interne organisatiestructuur;
- •
de samenstelling van statutaire organen;
- •
de voorwaarden voor het lidmaatschap en de benoeming in statutaire organen;
- •
de wijze waarop kandidatenlijsten tot stand komen.
De informatie moet actueel, kosteloos en elektronisch toegankelijk zijn voor derden. Publicatie op de website van de decentrale politieke partij ligt daarbij het meest voor de hand.
Bij de organisatiestructuur en interne procedures gaat het onder andere om de statutaire organen van de politieke partij, zoals het bestuur, en om de procedure die wordt gevolgd voor de benoeming van leden van deze organen. Ook moet worden vermeld welke voorwaarden aan kandidaten voor deze functies worden gesteld en wie op dat moment deel uitmaken van de betreffende organen.
Bij de kandidaatstellingsprocedure gaat het om voorwaarden die de partij zelf stelt aan personen die op de kandidatenlijst willen worden geplaatst, aanvullend op de wettelijke voorwaarden uit de Kieswet. Het kan bijvoorbeeld gaan om voorwaarden over het lidmaatschap van de partij of om integriteitsvoorwaarden.
Onderdeel g verplicht de subsidieontvanger uiterlijk op 30 juni 2027 een financieel verslag over het kalenderjaar 2026 openbaar te maken. Het financiële verslag bevat de informatie die in het derde en vierde lid nader wordt omschreven.
Als een bepaalde categorie inkomsten, giften of schulden niet voorkomt, ligt het voor de hand dit eveneens in het financiële verslag te vermelden. Daarmee wordt voorkomen dat onduidelijkheid ontstaat over de vraag of het betreffende onderdeel niet van toepassing is of abusievelijk is weggelaten.
Onderdeel h verplicht de subsidieontvanger uiterlijk op 31 augustus 2027 een activiteitenverslag openbaar te maken over het volledige subsidietijdvak van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027. Uit het activiteitenverslag moet blijken welke activiteiten mede met de subsidie mogelijk zijn gemaakt.
De concrete jaartallen en data wijken af van de generieke formulering in het VNG-model. Deze aanpassing vloeit voort uit het eenmalige karakter van de Maasgouwse regeling.
Derde lid
De subsidieontvanger moet een financiële administratie voeren die een betrouwbaar beeld geeft van de financiële positie van de partij.
De administratie bevat in ieder geval:
- •
de ontvangen subsidies;
- •
de relevante giften;
- •
de overige inkomsten;
- •
de vermogenspositie;
- •
de schulden boven € 5.000.
De administratie moet gedurende zeven jaar worden bewaard.
Bij giften gaat het om giften van één donateur die in één kalenderjaar gezamenlijk een waarde van meer dan € 250 vertegenwoordigen. Het gaat dus niet alleen om afzonderlijke giften van meer dan € 250. Ook meerdere kleinere giften van dezelfde donateur die gezamenlijk boven deze grens uitkomen, moeten worden geregistreerd.
Ook giften in natura vallen onder de registratieplicht. Daarbij kan worden gedacht aan goederen of diensten die gratis of tegen een vergoeding beneden de economische waarde ter beschikking worden gesteld.
Bij giften wordt geen onderscheid gemaakt tussen giften die afkomstig zijn van leden en giften van niet-leden. Door partijleden verrichte vrijwilligersactiviteiten, zoals het onbetaald meeschrijven aan een verkiezingsprogramma, vallen niet onder het begrip gift.
Vierde lid
Het openbare financiële verslag bevat de gegevens uit het derde lid, met uitzondering van het adres van de donateur.
Als een donateur vanwege zijn veiligheid bezwaar heeft gemaakt tegen openbaarmaking van zijn naam, kan de naam achterwege blijven. In dat geval moet een omschrijving worden gegeven van de categorie van instellingen of organisaties waartoe de donateur behoort.
Hiermee wordt enerzijds transparantie geboden over de financiering van de partij en wordt anderzijds rekening gehouden met bijzondere omstandigheden die betrekking hebben op de veiligheid van de donateur.
Artikel 12. Inwerkingtreding
De regeling treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 juli 2026.
De terugwerkende kracht maakt het mogelijk subsidie te verstrekken voor het volledige subsidietijdvak van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027, hoewel de regeling na 1 juli 2026 wordt vastgesteld en bekendgemaakt.
Omdat sprake is van een begunstigende regeling en de potentiële aanvragers na bekendmaking acht weken de gelegenheid krijgen een aanvraag in te dienen, bestaat tegen de terugwerkende kracht geen bezwaar.
De subsidieontvangers moeten vanaf de subsidieverstrekking voldoen aan de aanvullende verplichtingen uit artikel 11.
Artikel 13. Vervallen van de regeling
Deze subsidieregeling heeft een eenmalig en tijdelijk karakter. Zij geldt uitsluitend voor het subsidietijdvak van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027.
De regeling vervalt op 1 september 2027. Deze datum ligt na de uiterste datum van 31 augustus 2027 voor de openbaarmaking van het activiteitenverslag.
Het tweede lid bevat overgangsrecht. De regeling blijft van toepassing op subsidies die vóór de vervaldatum zijn aangevraagd of verstrekt. Daardoor blijven ook na 1 september 2027 de aan reeds verstrekte subsidies verbonden rechten en verplichtingen van toepassing. Dit geldt onder meer voor de verplichting om de financiële administratie gedurende zeven jaar te bewaren.
Als voor een volgend subsidietijdvak opnieuw middelen beschikbaar worden gesteld, zal afzonderlijk worden beoordeeld of daarvoor een nieuwe subsidieregeling wordt vastgesteld.
Artikel 14. Citeertitel
Dit artikel bevat de citeertitel van de regeling. De regeling wordt aangehaald als:
‘Subsidieregeling decentrale politieke partijen Maasgouw 2026’.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl